Imago van techniek en technische opleidingen

Jarenlang heeft de techniek weinig aantrekkingskracht gehad onder jongeren. Dit heeft er toe geleid dat er in de techniek een vergrijzing is opgetreden en er een te kort aan personeel dreigt te ontstaan. Binnen veel technische bedrijven ligt de gemiddelde leeftijd van uitvoerend technisch personeel ruim boven de dertig jaar. Deze oudere ervaren technische medewerkers zijn voor bedrijven zeer waardevol omdat ze over praktijkkennis beschikken en goed weten hoe ze technisch werk efficiënt en snel moeten uitvoeren.

Een te kort aan jonge arbeidskrachten in de techniek zorgt er voor dat de ervaren oudere technici hun kennis niet kunnen overdragen. Wanneer oudere ervaren technische medewerkers een bedrijf, om wat voor reden dan ook, moeten verlaten nemen ze belangrijke kennis mee die ze tijdens hun pensioen misschien wel nooit meer gaan toepassen. Dat is natuurlijk zonde en kan een bedrijf op termijn geld kosten. De techniek is voor jongeren een aantrekkelijke en uitdagende branche. Nu moeten verschillende onderdelen van de maatschappij er voor zorgen dat jongeren ook gemakkelijk de stap kunnen nemen om voor de techniek te kiezen en daarvan hun beroep te maken.

De vergrijzing als imagoprobleem voor de techniek
De vergrijzing vormt een probleem voor het imago van de techniek. Jongeren willen in de regel graag met leeftijdsgenoten werken en niet in een bedrijf werken met medewerkers die tientallen jaren ouder zijn en in een hele andere levensfase zitten dan zijzelf. Je moet een band met je collega’s ontwikkelen op de werkvloer en een belangrijk element van deze band is gezamenlijke interessegebieden. Jonge medewerkers voelen zich daarom vaak niet thuis in een bedrijf met een flinke vergrijzing in het personeelsbestand. De vergrijzing is een veel groter probleem dan wordt gedacht. De uitwerking van de vergrijzing ijlt echter na. Daarom wordt meestal pas ingegrepen wanneer het vergrijzingsprobleem al is geëscaleerd.

Opleidingsinstituten een oplossing voor imago van de techniek?
Opleidingsinstituten zijn gericht op het bieden van kennis aan leerlingen en studenten. Op de basisschool zijn veel leerlingen bezig met een oriëntatie op beroepen en scheppen ze een beeld van hun toekomst. De manier waarop dit beeld tot stand wordt gebracht heeft invloed op de verdere loopbaankeuzes van een leerling. Veel basisscholen zijn vooruitstrevend op het gebied van computers en digitale media. Hierdoor raken leerlingen automatisch geïnteresseerd in de wereld van computers en ICT. Wanneer je daaraan het gamegedrag toevoegt van veel kinderen zijn de eerste stappen gezet richting beroepen die draaien om het gebruik van computers. In deze beroepen dreigt dan ook een overschot aan personeel te ontstaan in de toekomst.

Hoe anders is dat met de technische branche. De techniek wordt op de meeste basisscholen nauwelijks behandelt. Een groot technieklokaal met verschillende machines is kostbaar en moet onderhouden worden. Toch moet techniek net als ICT voor kinderen visueel worden gemaakt en niet alleen uit boeken worden geleerd. Leerkrachten hebben zelf op de Pabo ook weinig te maken gehad met uitvoerende technieken. Wanneer een leerkracht zelf nauwelijks wat weet over de techniek kan hij of zij dit moeilijk overbrengen op de leerlingen. Iemand met een passie voor techniek kan er voor zorgen dat leerlingen met technisch inzicht dit verder kunnen ontwikkelen. Wanneer reeds op jonge leeftijd technische kennis wordt ontwikkelt kunnen leerlingen zich later specialiseren. Aan technisch specialisten is juist behoefte op de arbeidsmarkt.

De techniek is op veel basisscholen en het voortgezet onderwijs te theoretisch. Bètavakken zijn voor veel leerlingen niet interessant als ze van te voren niet weten waarom deze kennis zo belangrijk is. Een praktijkruimte waarin de technische branche kan worden gevisualiseerd en toegepast, is noodzakelijk voor een basisschool om leerlingen actief met de techniek bezig te laten zijn. Daarmee ben je er nog niet. Ook docenten moeten over voldoende technische kennis beschikken om de machines van het technieklokaal te gebruiken en de leerlingen te laten zien wat voor mooie dingen gemaakt kunnen worden in de uitdagende technische branche. Op deze wijze kunnen basisscholen het imago van de techniek verbeteren. De basisscholen en het voortgezet onderwijs kunnen dit echter niet alleen doen.

De media en het imago van de techniek
De media beïnvloed ons allemaal. Ook ons beeld van de techniek wordt door de media beïnvloed. De Nederlandse media geeft van de techniek nauwelijks een goed beeld. Reclames van uitzendbureaus en opleidingsinstituten over technisch personeel zijn soms zelfs denigrerend. Er worden karikaturen geschetst van bouwvakkers en metaalarbeiders. Jongeren die deze reclames zien denken wel drie keer na voordat ze de keuze maken voor de techniek. Ook in films en cartoons zijn technische mensen vaak degenen die saai zijn of nauwelijks contact kunnen maken met mensen.

De Amerikaanse televisiezenders Discovery Channel en National Geographic maken een hoop goed. Deze zenders hebben naast interessante programma’s over de bouw van machines, constructies en voertuigen ook programma’s waarin doormiddel van experimenten de techniek op een komische wijze voor leken inzichtelijk wordt gemaakt. Dit maakt techniek toegankelijk en leuk. Het kan de interesse voor de techniek wekken bij jonge kijkers.

De media in Nederland zou er goed aan doen om meer technische programma’s uit te zenden. Uiteraard moet dat voor de mediasector wel geld op leveren en daarnaast hebben ze een grote concurrentie van de Amerikaanse zenders. De overheid is ook een belangrijke factor bij het ontwikkelen van interesse voor de techniek bij jongeren.

De overheid en de techniek
De overheid geeft duidelijk aan dat de techniek van groot belang is voor de concurrentiepositie van Nederland in de wereldeconomie. Nederland wordt door veel landen nog gezien als doorvoerhaven van producten, een transportland met een grote zuivelindustrie en mooie tulpen. Wanneer men over de wereld aan verschillende landen zou vragen om een land op te noemen die vooruitstrevend is in de techniek zullen er niet veel landen zijn die Nederland noemen en al helemaal niet als eerste land.

De techniek is in Nederland nog niet populair genoeg. De overheid bestaat niet uit technici en de beleving voor techniek is mede daardoor binnen de Nederlandse regering gering. De overheid begrijpt dat de techniek belangrijk is maar men begrijpt niets van techniek. De overheid zou er goed aan doen om meer samenwerkingsverbanden aan te gaan met de technische sector. Ook op het gebied van duurzaamheid moet Nederland ten opzichte van Duitsland en andere landen een inhaalslag maken. Het zou goed zijn wanneer de Nederlandse overheid met deze landen in contact zou treden om kennis te delen.

Wanneer de financiële sector op omvallen staat trekt de overheid grootmoedig de beurs en besteed ze het geld van haar burgers aan het overeind houden van de banken. Geld pompen in de techniek gebeurd in veel mindere mate, dit terwijl de technische sector een maaksector is. Wanneer er niet wordt geïnnoveerd raakt Nederland technisch achterop ten opzichte van opkomende economieën.  Producten in Nederland raken veroudert en de hoge productiekosten, waaronder loonkosten, maken de producten van Nederland daarnaast duur. Er zijn weinig landen die interesse hebben in dure verouderde producten die ook nog eens uit een ander land moeten worden getransporteerd.

Jongeren kunnen met hun energie en creativiteit een belangrijke bijdrage leveren aan het vernieuwingsproces en innovatieproces dat nodig is om de technische branche van Nederland te laten groeien. De overheid moet de techniek daarnaast meer waarderen. Technici die bijzondere prestaties hebben geleverd en speciale oplossingen hebben bedacht voor technische problemen moeten (nog) meer de aandacht krijgen in de media en als inspiratiebron dienen voor de jeugd.

Bedrijfsleven en de techniek
Bedrijven zijn ook heel belangrijk bij de ontwikkeling van een positief imago over de techniek. Jongeren die een stageplek zoeken moeten binnen bedrijven de mogelijkheid krijgen om kennis en werkervaring op te doen. Bedrijven moeten in de jongeren investeren. Dit kost natuurlijk tijd en geld maar is wel belangrijk voor de toekomst van de techniek en het bedrijf. Ook BBL trajecten moeten worden geboden om BBL-ers de mogelijkheid te geven om te werken en te leren. Een jonge arbeidskracht kan prima samenwerken met een oudere ervaren kracht. Een ervaren kracht beschikt over de kennis en een jongere over fysieke kracht en snelheid. Door het maken van goede combinaties op de werkvloer kunnen de oudere en de jongere medewerker elkaars kwaliteiten versterken en zal de productie daar nauwelijks onder leiden.

Bedrijven zullen jongere medewerkers ook de kans moeten geven om in een bedrijf en in de werkzaamheden te kunnen groeien. Wanneer jongeren van een technische opleiding komen weten ze vaak nog niet de vertaalslag te maken naar de praktijk. Dit is niet alleen voor een bedrijf frustrerend maar ook voor de jongere zelf. Niets is slechter voor het zelfvertrouwen van een jongere dan dat hij na een korte werkperiode wordt ontslagen omdat hij of zij de kennis en de werkzaamheden niet snel genoeg eigen maakt. Bedrijven staan natuurlijk onder druk om zo snel mogelijk tegen zo laag mogelijke kosten te produceren. Toch is met het inwerken van nieuwe jonge arbeidskrachten veel geduld gemoeid. Uiteindelijk wordt dit geduld terugverdient.

Jongeren en de techniek
Ook jongeren moeten rekening houden met de eisen die bedrijven aan technisch personeel stellen. De techniek is heel breed daarom is het belangrijk om van te voren goed na te gaan welke technische sector het beste bij je past als je in de techniek wilt gaan werken. Je kunt op internet verschillende informatiebronnen raadplegen maar ook contact zoeken met bedrijven waar je later misschien zou willen werken. Binnen technische bedrijven zijn vaak mensen aanwezig die graag vertellen over de techniek en hun vakgebied. Van deze informatie kun je een hoop leren. Mensen die zelf in de techniek werken zijn vaak eerlijk over de voor- en nadelen van hun vak. Een opleidingsinstituut heeft meestal zelf een commercieel belang bij het advies over opleidingen. Opleidingsinstituten moeten namelijk zoveel mogelijk studenten werven omdat ze daarmee inkomsten binnen halen. Wanneer je met een opleidingsinstituut contact opneemt moet je dat goed in de gaten houden.

Technisch werken en de techniek
Wanneer je bovenstaande tips en adviezen hebt gelezen kun je misschien de vraag stellen wat de website technischwerken.nl doet aan het imago van de techniek. Natuurlijk is dit een website en zal men de informatie die daarop staat alleen via internet kunnen raadplegen. Dit is behoorlijk eenzijdig. Toch probeert technisch werken doormiddel van Facebook en linkedIn zoveel mogelijk contact te onderhouden met haar volgers. Op de kennisbank en op het onderdeel nieuws wordt informatie verstrekt over de techniek en de ontwikkelingen die daarin plaatsvinden. Technisch werken wil de techniek ook voor leken begrijpelijk maken. Daarom zijn de teksten toegankelijk geschreven zodat mensen die nauwelijks over technische kennis beschikken de teksten en de inhoud daarvan kunnen begrijpen.

Hoe wordt je VOP, Voldoende Onderricht Persoon NEN EN 50110 / NEN 3140?

Binnen de techniek zijn verschillende functies aanwezig waarbij kennis over elektrotechnische installaties vereist is. Hierbij kan gedacht worden aan onderhoudsmonteurs in de (petro)chemische sector, in de industrie of de procestechniek. Naast onderhoudsmonteurs zijn in deze sectoren ook elektromonteurs werkzaam bij het assembleren, inregelen en onderhouden van machines op elektrotechnisch gebied. Het spreekt voor zich dat elektrotechnische werkzaamheden zorgvuldig uitgevoerd moeten worden. Wanneer bepaalde onderdelen van bijvoorbeeld een machine per ongeluk onder spanning komen te staan kunnen de gevolgen daarvan zeer ernstig zijn. Bedrijven willen daarom dat hun medewerkers voldoende onderricht zijn om de werkzaamheden kundig uit te kunnen voeren. Daarom kunnen bedrijven medewerkers verplichten om een cursus VOP te volgen.

Voor wie is een cursus Voldoende Onderricht Persoon bedoelt?
Wanneer van een monteur wordt verlangd dat hij of zij werkt aan elektrische onderdelen van machines, apparaten, installaties of gereedschappen is het belangrijk dat de monteur goed op de hoogte is van de wet en regelgeving en de veiligheidsaspecten die daarbij aan de orde komen. Een monteur die elektrotechnisch werk uitvoert moet dit op een verantwoorde manier doen zodat de monteur en de omgeving niet bloot staan aan gevaar.  Hiervoor heeft een monteur kennis nodig van elektrotechniek en daarnaast moet hij of zij weten hoe de werkzaamheden zo veilig mogelijk uitgevoerd kunnen worden.

Een cursus VOP (Voldoende Onderricht Persoon) wordt meestal verstrekt aan monteurs die zelf geen of weinig kennis hebben van elektrotechniek maar er wel mee te maken kunnen krijgen tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. Dit kunnen bijvoorbeeld mechanisch onderhoudsmonteurs, machinebouwers, werktuigbouwkundige installatiemonteurs en revisiemonteurs zijn. Wanneer deze monteurs geen gedegen elektrotechnische opleidingen hebben gevolgd is een cursus Voldoende Onderricht Persoon NEN-EN-50110/NEN-3140  gewenst of zelfs noodzakelijk.

Ook aan ervaren elektromonteurs met een gedegen opleiding kan vereist worden dat ze een VOP cursus NEN-EN-50110/NEN-3140 gaan volgen. In dat geval wil het bedrijf of de opdrachtgever er zeker van zijn dat de elektromonteur de basiskennis nog beheerst en dat deze niet veroudert is. Het volgen van een VOP cursus NEN-EN-50110/NEN-3140 kan net zoals het VCA verplicht worden door een opdrachtgever of bedrijf. Uiteindelijk is het doel een veilige werkplek. Volgens de wet is een bedrijf verplicht om een veilige werkplek te garanderen aan haar medewerkers. Een bedrijf moet daarom kunnen aantonen dat de medewerkers kundig genoeg zijn om bepaalde werkzaamheden uit te voeren. Wanneer een bedrijf aan de Arbeidsinspectie kan laten zien dat de medewerkers, die elektrotechnische werkzaamheden uitvoeren, daarvoor voldoende onderricht zijn voldoet het bedrijf aan de regelgeving van de Arbowet.

Verschillende VOP cursussen
Er zijn verschillende soorten VOP cursussen omdat de elektrotechnische werkzaamheden die uitgevoerd worden in de praktijk onderling kunnen verschillen. Zo zijn er bijvoorbeeld VOP cursussen op het gebied van NEN-EN-50110/NEN-3140,  VOP Laagspanning NEN 1010 en de NEN 1014 / NEN-EN-IEC-62305 Bliksembeveiliging.

Het verschil tussen NEN-EN-50110 en NEN-3140 is niet heel groot. NEN-EN-50110 is de Europese norm voor de inspectie van elektrische installaties en de instructie en aanwijzen van personen. De NEN-3140 is een Nederlandse aanvulling op de Europese norm. Daarom moeten monteurs die in Nederland werken aan elektrische installaties over NEN-3140 beschikken.

NEN 1010 gaat over laagspanning. Deze norm gaat over de veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties. Deze installaties kunnen onder andere voorkomen in woningen en utiliteit maar ook in bedrijfswagens, jachten en andere vervoersmiddelen waarbij wordt gewerkt met laagspanning.

Wat leer je op een VOP cursus?
Er zijn verschillende opleidingsinstituten die VOP cursussen aanbieden. De cursusinhoud kan een beetje verschillen, maar komt in de kern op hetzelfde neer namelijk: het leren om op een veilige en verantwoorde manier om te gaan met de assemblage, in bedrijf stellen, reparatie en controle op elektrotechnische installaties. Op een VOP cursus leert een deelnemer de richtlijnen en wetgeving vanuit de Arbowet over het aanleggen van elektrische installaties en het toezicht houden daarop. Ook de toepassing van persoonlijke beschermingsmiddelen komt aan de orde. Gevaarherkenning en aansturen van medewerkers komt bij VOP cursussen ook aan bod. Een voldoende onderricht persoon moet ook in staat zijn om bij collega’s te kunnen signaleren dat veiligheidsaspecten worden genegeerd of over het hoofd gezien.  Een VOP cursus is op MBO niveau. Wanneer deze cursus door de cursist succesvol is afgerond met een examen is hij of zij een voldoende onderricht persoon VOP. Daarmee is iemand nog niet voor zijn leven lang VOP. Een NEN 3140 certificaat is bijvoorbeeld drie jaar geldig. Daarom moet een VOP om de drie jaar de cursus herhalen om VOP te blijven.

Is een heftruckcertificaat verplicht?

Binnen de techniek zijn verschillende functies aanwezig waarbij het gebruiken van een heftruck voor kan komen. Wanneer je bijvoorbeeld als metaalzager werkt is het op zijn minst handig als je zelf de profielen en platen, die gezaagd moeten worden, uit het magazijn of opslag kunt halen met een heftruck. Daarnaast is het voor een machineoperator handig wanneer hij pallets met nieuwe grondstoffen naar de machine kan rijden. Ook een magazijnmedewerker zal regelmatig gebruik moeten maken van een heftruck. Het is belangrijk dat de bestuurder van een heftruck op de juiste manier met het voertuig omgaat en daarbij zichzelf en anderen geen schade toebrengt. Daarvoor kan een medewerker een heftruckcertificaat halen, maar is dat verplicht?

Heftruckcertificaat is gewenst
Het behalen van een heftruckcertificaat is in Nederland niet verplicht. Wel moeten heftruckchauffeurs volgens de wet verplicht een instructie volgen waarin ze een heftruck leren besturen en gewezen worden op de veiligheidsaspecten die daarbij een rol spelen. In de wet wordt echter niet duidelijk gemaakt wat de inhoud precies moet zijn van deze instructie en hoe lang deze moet duren. Daarnaast wordt in de wetgeving niet aangegeven welke instanties de instructie precies mogen geven en welke niet. Een heftruckcertificaat is gewenst maar geen verplichting.

Arbowet en arbeidsinspectie
Een werkgever is samen met het personeel verantwoordelijk voor de veiligheid van haar werknemers op de werkvloer. De arbeidsinspectie ziet er op toe dat de werkgever verantwoord met haar personeel omgaat. Ondanks dat kunnen er ongelukken gebeuren binnen een bedrijf. De arbeidsinspectie wil dan weten of de werkgever wel aan haar verplichtingen heeft voldaan. De Arbowet schrijft voor dat alleen deskundig personeel gebruik mag maken van interne transportmiddelen. Een werkgever moet kunnen aantonen dat de personeelsleden die gebruik maken van transportmiddelen deskundig zijn. Hoewel een rijvaardigheidsbewijs en een heftruckcertificaat niet verplicht zijn kan daarmee wel worden aangetoond dat het personeel over voldoende kennis beschikt om gebruik te mogen maken van een heftruck.

Wie is verantwoordelijk?
Wanneer er een ongeluk ontstaat op de werkvloer waarbij een heftruck betrokken is zal de werkgever moeten kunnen aantonen dat het personeel vaardig genoeg was om een heftruck te mogen besturen. Een bedrijf moet er voor zorgen dat hiervoor overtuigend bewijs geleverd kan worden. Een heftruckcertificaat wordt door de Arbeidsinspectie over het algemeen geaccepteerd. Daarom kiezen veel bedrijven er voor om de medewerkers die gebruik maken van een heftruck toch een heftruckcertificaat te laten behalen. Daarnaast verzorgen bedrijven regelmatig een opfriscursus voor de medewerkers die met een heftruck rijden. Hierdoor willen bedrijven de rijvaardigheid van de heftruckchauffeurs op voldoende niveau houden. Hoewel deze cursussen een bedrijf geld kosten zijn er voor een bedrijf ook voordelen aan verbonden. Het personeel merkt door deze cursussen dat het bedrijf in de veiligheid van haar personeel investeert. Daarnaast kan het aantal ongevallen binnen een bedrijf worden gereduceerd wanneer personeelsleden duidelijke instructies hebben gekregen over het besturen van een heftruck en bijbehorende veiligheidsaspecten. Dit draagt weer bij aan een veilige werkplek. Een bedrijf is namelijk volgens de wet verplicht om haar medewerkers een veilige werkplek te garanderen.

Daarnaast heeft een bedrijf natuurlijk meerdere verzekeringen afgesloten. De verzekeraars kunnen schriftelijk in de polis vastleggen dat een bedrijf verplicht is om al het personeel dat gebruik maakt van een heftruck daarvoor een deugdelijke training of opleiding te geven. Wanneer een bedrijf zich ondanks deze voorwaarden niet houdt aan de afspraken met de verzekeraar loopt hij het risico dat de verzekeraar de schade niet dekt. Dit kan grote (financiële) gevolgen hebben voor een bedrijf.  

Wel of niet een heftruckcertificaat?
Een heftruckcertificaat is niet verplicht volgens de Nederlandse wetgeving. Bedrijven kunnen een heftruckcertificaat wel verplicht en evenals de verzekeraars waar het bedrijf bij is aangesloten. Het behalen van een heftruckcertificaat is daarom verstandig niet alleen voor het bedrijf maar ook voor de medewerker. Een heftruckcertificaat is geen garantie dat er geen ongelukken gebeuren met de heftruck. De heftruck moet ook goed onderhouden worden en tijdig worden gekeurd.

Ook het personeel dat gebruik maakt van een heftruck moet ondanks het bezit van een heftruckcertificaat voortdurend de veiligheidsaspecten in de gaten houden die aan het heftruck rijden verbonden zijn. Veiligheid begint bij de heftruckchauffeur zelf of hij nu fulltime of incidenteel gebruik maakt van een heftruck.

Thuisstudie volgen verstandig of niet?

Wanneer je er goed op let zal je merken dat het aantal reclames voor thuisstudies op televisie en internet omvangrijk is. Ook via de brievenbus worden mensen regelmatig overspoelt met informatie over thuisstudies. Het lijkt er op dat in tijden van economische crisis de verschillende opleidingsinstanties hun kans grijpen om het belang van thuisstudie te onderstrepen. Natuurlijk zit hier een commerciële kant aan verbonden. Opleidingen verkopen is een ‘big business’ geworden de afgelopen jaren. In reclames geven opleidingsinstanties aan dat cursisten hun positie op de arbeidsmarkt verbeteren wanneer ze voor hun opleidingsaanbod kiezen. Sommige opleidingsinstanties gaan zelfs zo ver dat ze de indruk wekken dat hun opleiding er voor kan zorgen dat een medewerker niet bang hoeft te zijn voor ontslag. Een medewerker zou met de opleiding van het opleidingsinstituut zo weer een andere baan kunnen vinden. Deze reclames klinken natuurlijk fantastisch en zorgen er voor dat veel werknemers en werkzoekenden overwegen om een opleiding te volgen. Daarom is een onafhankelijk advies op zijn plaats. Hieronder zijn verschillende aspecten weergegeven die iemand kunnen helpen om een beslissing te maken om wel of niet een thuisstudie te gaan volgen.

Belang van kennis op de arbeidsmarkt
In tijden van economische tegenslag zijn mensen gevoelig voor informatie over hun positie op de arbeidsmarkt. Werknemers zijn bang om hun werk als belangrijkste inkomstenbron kwijt te raken. Daarom zijn veel werknemers bereid om te investeren in hun werk en alles wat ze daarvoor nodig kunnen hebben. Kennis is één van de belangrijkste aspecten op de arbeidsmarkt. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat onze economie om kennis draait. Het begrip kenniseconomie onderstreept het belang van kennis op de markt extra. Het probleem met kennis is dat het kan verouderen. Aan verouderde kennis heeft men op de arbeidsmarkt geen behoefte. Bedrijven hebben behoefte aan medewerkers die op de hoogte zijn van de nieuwste ontwikkelingen en technologieën. Een medewerker heeft beduidend meerwaarde voor een bedrijf wanneer zijn of haar kennis al verder is dan de kennis die binnen het bedrijf aanwezig is. Bedrijven zijn bereid om kennis ‘in te kopen’ wanneer een bedrijf zich daarmee kan ontwikkelen. Hiervoor onderhouden bedrijven contacten met hogescholen en universiteiten. Vanuit deze opleidingsinstituten proberen ze nieuwe high potentials te werven.

Niet elk opleidingsinstituut staat even goed aangeschreven. Er zijn opleidingsinstituten die voorop lopen met kennis en opleidingsinstituten die relatief verouderd zijn. Bedrijven zoeken daarom voortdurend naar de opleidingsinstituten waar ze de juiste kennis doceren die geschikt is voor het bedrijf en de markt waarin zij opereren. Niet zelden bieden bedrijven hun eigen personeelsleden de mogelijkheid om bij deze instituten hun kennis ‘bij te spijkeren’. Bedrijven geven op hun manier weer gastcolleges waardoor opleidingsinstituten hun binding met de praktijk houden. Dit is een boeiend samenwerkingsverband waarmee het bedrijfsleven en opleidingsinstituten er samen voor zorgen dat de kenniseconomie wordt geoptimaliseerd. Het draait om het wederzijds uitwisselen van kennis. Naarmate je meer beschikt over actuele kennis wordt je positie op de arbeidsmarkt en het bedrijfsleven sterker.

Thuisstudie als oplossing voor onzekerheid
Wanneer er uit het nieuws naar voren komt dat de werkloosheid toe neemt worden mensen onzeker. Dit geld niet voor alle bedrijfstakken omdat er altijd een aantal bedrijfstakken zijn waar het relatief goed zal gaan. De berichten dat mensen in Nederland minder geld uitgeven tonen echter aan dat mensen onzeker worden over hun koopkracht. Bezuinigingen van de regering zorgen er voor dat de koopkracht ook daadwerkelijk daalt. Het CBS geeft deze cijfers vervolgens weer evenals de Rekenkamer. Mensen zien deze financiële ontwikkelingen met argusogen aan en  proberen oplossingen te vinden om hun eigen financiële positie te verbeteren. Bezuinigingen en bezuinigingsbeleid is niet iets wat alleen op landelijk niveau plaatsvindt. Ook in gezinnen wordt er heel wat gerekend. Wanneer er minder geld te besteden is worden er keuzes gemaakt. Allereerst wordt er gesneden in de kosten. Er wordt afgevraagd wat men werkelijk nodig heeft om rond te kunnen komen. Overbodige luxe wordt afgeschaft en men richt zich meer op de primaire behoeften.

Net als de Nederlandse regering maken huishoudens in Nederland ook beslissingen om de kans op een verdere koopkrachtdaling te voorkomen. Investeringen moeten soms gedaan worden om de positie van de kostwinnaar(s) op de arbeidsmarkt te verbeteren. Opleidingen zijn in die situatie geen onverstandige keuze. Wanneer iemand aan het werk is heeft hij of zij vaak niet de mogelijkheid om volledige dagen naar een opleidingsinstituut te gaan. Een avondstudie of een thuisstudie passen dan vaak beter in de agenda. Door het volgen van een thuisstudie of avondstudie kan de kennis van een medewerker naar een hoger niveau worden gebracht en daarmee de positie binnen een bedrijf worden verstevigd. Een thuisstudie kan een medewerker een gevoel van zekerheid geven. Hoezeer dat gevoel op zijn plaats is zal pas blijken wanneer hij of zij noodgedwongen ander werk moet zoeken. De arbeidsmarkt is uiteindelijk de graadmeter voor de waarde van een opleiding.

Wanneer je werkloos bent kan een thuisstudie ook een nuttig middel zijn om je waarde op de arbeidsmarkt te vergroten. In deze positie heb je echter vaak minder geld te besteden en wordt het belang van de juiste studiekeuze nog groter. Voordat je gaat beginnen aan een thuisstudie is het daarom van extra belang om advies in te winnen bij verschillende instanties. Ga na waar behoefte aan is op de arbeidsmarkt en kies niet een opleiding die te veel afwijkt van jouw cv. Een bedrijf zal tijdens een sollicitatieprocedure graag willen weten waarom je voor een bepaalde opleiding hebt gekozen. Deze keuze moet je goed kunnen motiveren.

Een thuisstudie is niet voor iedereen verstandig
Hoewel een thuisstudie een toegevoegde waarde heeft op het cv is het niet voor iedereen verstandig om een thuisstudie te gaan volgen. Een thuisstudie kost tijd en geld. Wanneer je alleen woont kun je zelf behoorlijk goed inschatten of je de tijd en het geld beschikbaar hebt om een thuisstudie te volgen. Als je echter met een partner woont en kinderen hebt wordt dat een ander verhaal. De inkomsten moeten worden verdeeld en dat zorgt er voor dat er van te voren goed geïnventariseerd moet worden of er voldoende geld beschikbaar is om een thuisstudie te volgen. Daarnaast vergt een gezin tijd en daar moet je ook rekening mee houden wanneer je overweegt om een thuisstudie te gaan volgen. Voordat je de beslissing maakt moet je goed overleggen en er zeker van zijn dat je partner en je gezin je beslissing steunt. Vervolgens moet je een tijdsplanning maken in je agenda zodat jij en je gezinsleden goed weten wanneer je met je studie bezig bent en wanneer je tijd hebt voor je gezin.

Studeren is een werkwoord. Het is niet iets dat iedereen even goed kan. Voordat je een thuisstudie gaat beginnen moet je voor jezelf goed in de gaten hebben of je wel in staat bent om een bepaalde studie te gaan volgen. Vooral wanneer het een thuisstudie betreft. Bij het volgen van een thuisstudie moet je keuzes maken en zelfdiscipline hebben om naar die keuzes te handelen. Wanneer je twijfelt of je geschikt bent voor een thuisstudie kun je altijd navraag doen bij mensen die je goed kennen. Vraag aan hen of ze jou in staat achten om een thuisstudie te volgen en af te ronden. Deze mensen kunnen je tevens ondersteunen bij het maken van een keuze voor een studie die bij je past.

Wees realistisch over een thuisstudie
Hoewel de keuze voor een thuisstudie op zich verstandig is moet men wel realistisch zijn. De reclames in de media over thuisstudies schetsen een beeld dat niet altijd naadloos op de werkelijkheid aansluit. Een thuisstudie vergroot welleswaar je kansen op de arbeidsmarkt maar is geen garantie op meer of beter werk. Het volgen van de juiste studie is een begin maar er zijn veel meer factoren die een rol spelen bij het zoeken naar een baan. Een sollicitatienetwerk is ook belangrijk en je moet er voor zorgen dat je op de juiste vacatures schrijft die aansluiten bij je cv. Voordat je een thuisstudie gaat volgen moet je daarom eerst een realistisch beeld ontwikkelen over je loopbaanwensen en de vraag op de arbeidsmarkt. Probeer in contact te komen met onpartijdige adviseurs. Bij opleidingsinstituten is een duidelijk commercieel belang aanwezig. Zij zullen in veel gevallen trachten een opleiding te verkopen en daar zal hun advies op gebaseerd zijn. Wanneer je met werkgevers in contact treed of met uitzendbureaus zullen die een eerlijker beeld geven van de behoeften op de arbeidsmarkt. Overschat jezelf en je kansen op de arbeidsmarkt niet maar werk hard om een mooie plek in de kenniseconomie te verwerven. Dan heb je een realistische kijk op jezelf en op je kansen.

Lasopleiding volgen in crisistijd verstandig?

Tijdens de crisis blijft de behoefte aan lassers op de arbeidsmarkt bestaan. Althans dat blijkt uit de voortdurende vraag naar lassers die uit de vacatures van uitzendbureaus en bedrijven naar voren komt. Een toenemend aantal werkzoekenden overweegt hierdoor om zich te laten omscholen of bijscholen tot lasser. Het vacatureaanbod voor lassers op de arbeidsmarkt zorgt er voor dat deze overweging op zijn minst voor de hand liggend is. Desondanks is het verstandig om eerst een goede afweging te maken of het volgen van een lasopleiding daadwerkelijk de kans op werk vergroot. In deze tekst worden een aantal situaties en tips weergeven die je kunnen helpen om de juiste beslissing te maken voor het volgen van een lasopleiding of niet.

Aan welke lasopleidingen is behoefte?
In de vacatures die op de arbeidsmarkt worden geplaatst komen een aantal lastechnieken naar voren. De meest gevraagde lastechnieken zijn MIG/MAG lassen en TIG lassen. Deze lastechnieken kunnen op verschillende niveaus worden uitgevoerd. Deze niveaus worden over het algemeen aangegeven in niveau 1 tot en met 4, waarbij niveau 4 het hoogste niveau is. Naarmate het lasniveau hoger wordt stijgen ook de kansen om aan het werk te komen op de arbeidsmarkt. In crisistijd zijn er verhoudingsgewijs veel arbeidskrachten beschikbaar. Dit ook van toepassing bij lassers, hoewel het vacatureaanbod anders doet vermoeden. De vacatures waarin om lassers wordt gevraagd richten zich vaak op de hogere lasniveaus. Iemand die een opleiding MIG/MAG 1 of TIG 1 wil volgen maakt daarmee zijn kansen om werk te vinden op de arbeidsmarkt niet veel groter. Pas vanaf niveau 2 of 3 worden de kansen op werk aanzienlijk beter. Desondanks vragen bedrijven wel om sollicitanten die naast een opleiding ook over werkervaring beschikken. Alleen een opleiding is meestal niet voldoende om voor een vacature in aanmerking te komen.

Je hebt werk en wil een lasopleiding volgen
Er zijn verschillende uitgangsposities waarin je kunt kiezen voor het volgen van een lasopleiding. Wanneer je vanuit je werk een lasopleiding wilt gaan volgen doe je dat vaak om je te laten bijscholen of specialiseren. Je werkgever is vaak bereid om een lasopleiding te betalen wanneer je hiermee je meerwaarde voor het bedrijf vergroot. Dit kan betekenen dat je een opleiding gaat volgen waarmee je jezelf meer in lassen gaan specialiseren of je meer gaat verbreden door lassen aan je vaardigheden toe te voegen.

Niet alle bedrijven betalen de opleidingen voor hun medewerkers. Sommige bedrijven verhalen de kosten voor een deel of geheel op de medewerker die de opleiding gaat volgen. Bedrijven kunnen dit doen uit bedrijfseconomische overwegingen of omdat ze de opleiding niet relevant achten voor de uitoefening van de functie. Daarnaast bieden sommige bedrijven een tussenoplossing door de medewerker de mogelijkheid te geven de opleiding in werktijd te doen. Een medewerker kan dan voor zichzelf de afweging maken of het verstandig is en financieel aantrekkelijk genoeg is om de opleiding te volgen.

Een lasopleiding volgen is verstandig wanneer je werk hebt en daardoor je positie binnen het bedrijf verstevigd. Hierdoor wordt de kans om je werk te behouden vergroot.

Je wordt ontslagen en wil een lasopleiding volgen
Bedrijven willen in het kader van outplacement ook wel opleidingen bieden aan medewerkers die de organisatie noodgedwongen of na wederzijds overleg moeten verlaten. Het doel van deze opleidingen is de medewerker na het verlaten van de organisatie een zo groot mogelijke kans te bieden op betaald werk. In deze situatie is het belangrijk dat een medewerker een goede keuze maakt voor een opleiding omdat dit gevolgen kan hebben voor zijn toekomst en de daaraan verbonden loopbaan.

Wanneer een medewerker al opleidingen heeft gedaan in de richting van werktuigbouwkunde zou een lasopleiding een nuttige aanvulling kunnen zijn voor het cv. Daarnaast kan een extra lasopleiding ook verstandig zijn als de medewerker al verschillende lasopleidingen of lascertificaten heeft behaald. Hierdoor zal de nadruk in het cv meer op lassen komen te liggen. De medewerker moet er dan rekening mee houden dat bedrijven van de medewerker verachten dat hij hoofdzakelijk ingezet zal worden als lasser. De keuze om in dat geval een extra lasopleiding aan het cv toe te voegen heeft gevolgen voor de richting van de loopbaan. De loopbaan wordt dan namelijk meer in de richting van lassen gestuurd.

Als een medewerker in een outplacementtraject niet van plan is om in de toekomst als lasser aan de slag te gaan kan hij of zij beter voor een andere opleiding kiezen. Er zijn verschillende instanties die bedrijven kunnen ondersteunen in outplacementtrajecten. Daar zijn vaak opleidingsadviseurs en loopbaanadviseurs in dienst die kunnen ondersteunen bij de zoektocht naar een opleiding die meer past bij de loopbaanwensen en loopbaanperspectieven van de medewerker.

Wanneer je geen werkervaring hebt als lasser en je nauwelijks hebt verdiept in de werkzaamheden die een lasser uitvoert is het niet verstandig om een lasopleiding te gaan volgen. Het inwinnen van advies is dan de eerste stap die genomen moet worden. Ook wanneer er veel vacatures op de markt aanwezig zijn moet dit niet de hoofdreden zijn om een lasopleiding te gaan volgen. Een lasopleiding moet binnen je cv passen en bij je vaardigheden. Wanneer je geen werkervaring hebt opgebouwd in de werktuigbouwkunde is een lasopleiding van weinig waarde. Bedrijven zoeken in de regel meer naar sollicitanten die een lasopleiding hebben én over relevante werkervaring beschikken. In crisistijd hebben ze volop keuze en komen sollicitanten die alleen over een lasopleiding beschikken en geen relevante werkervaring hebben op de laatste plaats.

Je hebt een uitkering en wil een lasopleiding volgen
Wanneer je werk zoekt en in een uitkeringspositie zit moet je verstandige keuzes maken. Elke dag dat je geen werk hebt vergroot het ‘gat’ in je cv. Het ‘gat’ in het cv is de tijdsduur tussen de periodes dat je werk hebt (gehad). Het is belangrijk dat je dit gat zo klein mogelijk houdt en de tijd die je zonder werk zit nuttig besteed om je kans op werk te vergoten. Een opleiding is dan zeker een goede keuze. Het is wel van belang dat de opleiding in een richting is waar veel vacatures in te vinden zijn. Kortom de opleiding moet waarde hebben op de arbeidsmarkt. Een lasopleiding heeft waarde op de arbeidsmarkt wanneer in het cv verschillende aanknopingspunten aanwezig zijn waarmee het nut van de lasopleiding wordt onderstreept. Als je in het verleden een opleiding in de richting van werktuigbouwkunde hebt gedaan zou een lasopleiding een nuttige toevoeging kunnen zijn.

Als op je cv staat dat je in verschillende bedrijven hebt gewerkt als montagemedewerker of constructiebankwerker dan kan een lasopleiding er voor zorgen dat je breder inzetbaar bent. Wanneer je bij metaalbedrijven hebt gewerkt als lasser maar er geen papieren voor hebt behaald, is het verstandig om een opleiding op lasgebied te volgen om hiermee je werkervaring als lasser te ‘verzilveren’.

Wanneer je in het geheel geen werkervaring hebt opgedaan in de metaalbranche en ook geen opleidingservaring hebt in deze richting kun je beter niet een lasopleiding gaan volgen. Bedrijven hebben voldoende keuze uit ervaren lassers op de arbeidsmarkt. Een onervaren lasser heeft hierdoor geen grote kans op werk.

Prijs van lasopleidingen
Een ander aspect dat een rol speelt bij de keuze voor een lasopleiding is de prijs. Lasopleidingen zijn geen goedkope opleidingen. Voor een opleiding MIG/Mag 1 of TIG 1 betaal je ongeveer tussen de vijfhonderd en duizend euro. In deze opleidingen leer je de basis van het lasproces aan maar hiermee kun je nog nauwelijks goed zelfstandig lassen. De meeste bedrijven vragen minimaal om niveau 2 of 3 in deze lasprocessen. Dit houdt in dat de kosten bijna verdubbelen. De totale investering bedraagt dan voor MIG/MAG 1 en 2 ongeveer anderhalf duizend tot tweeduizend euro. Dat is een flinke investering die niet binnen het budget van de meeste werkzoekenden past. Wanneer je in het verleden al een MIG/MAG 1 opleiding of een TIG 1 opleiding hebt gedaan is het wel verstandig om door te gaan met niveau 2 om daarmee je kans op werk in arbeidsmarkt te vergroten.

In sommige gevallen kun je een lasopleiding versteld doen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer je wel aantoonbare werkervaring hebt op lasgebied. Wanneer je in aanmerking wil komen voor een verkort opleidingstraject moet je dit van te voren aangeven bij het opleidingsinstituut waar je de lasopleiding wil gaan volgen. In dat geval moet je wel een test of een aantal testen doen. Hiermee wil het opleidingsinstituut bepalen op welk lasniveau je zit. Op basis van de uitslag van deze lastesten kan het opleidingsproject en de bijbehorende kosten worden bepaald.

De kosten van de lasopleidingen zijn verhoudingsgewijs hoog. Dit heeft onder andere te maken met de begeleiding die tijdens het maken van proefwerkstukken intensief is. Een begeleider zal regelmatig ondersteuning moeten bieden aan de cursist om hem de praktische kanten van het lassen aan te leren. Daarnaast zijn er ook kosten verbonden aan het materiaal dat gelast moet worden en de elektrodes en het beschermingsgas dat wordt gebruikt. Ook de ruimte die gebruikt wordt kost geld evenals de lasoverall, de lashelm en de lashandschoenen die vaak door de opleidingsinstantie ter beschikking worden gesteld en onderhouden.

Gezondheid
Het werk van een lasser is fysiek belastend. Wanneer je overweegt om een lasopleiding te volgen moet je rekening houden met de gezondheidsrisico’s die aan het beroep lasser verbonden zijn. Een lasser doet meestal werk in verschillende posities. Naast onder de hand wordt ook uit de zij en boven het hoofd gelast. Deze posities zijn fysiek zwaar en kunnen er voor zorgen dat een lasser op de duur last van zijn rug, knieën of nek krijgt. Daarnaast hebben de
metalen platen en profielen die gelast moeten worden een behoorlijk gewicht. Wanneer een lasser deze platen en profielen met de hand moet verplaatsen zorgt dat voor een extra belasting voor zijn lichaam.

Ook de lasdampen die bij het lasproces vrij komen zijn schadelijk voor de gezondheid. Een lasser moet er voor zorgen dat deze dampen goed worden afgezogen. Wanneer dit niet gebeurd kunnen de lasdampen schade veroorzaken in de longen van de lasser.

De ogen van een lasser moeten worden beschermd tegen het felle licht dat van het lasproces afkomt. Dit felle licht kan lasogen veroorzaken waardoor de lasser niet in staat is om werkzaamheden uit te voeren.

Lasspetters die bijvoorbeeld vrijkomen tijdens het MIG/Mag lasproces kunnen brandwonden veroorzaken wanneer het lichaam van de lasser onvoldoende beschermd is door brandwerende kleding en brandwerende handschoenen.

Waarvoor heb je een VCA certificaat nodig?

VCA is een norm die in Nederland beheerd wordt door de SSVV. In België wordt deze beheerd door BeSaCC. VCA is ontstaan uit een behoefte om ongelukken te beperken en de veiligheid te vergroten. In eerste instantie ontstond deze behoefte in de Offshore industrie. Later ontstond de wens voor VCA ook in de (petro)chemische industrie. Tegenwoordig wordt VCA bij verschillende bedrijven toegepast. Het aantal branches waarbinnen VCA gebruikelijk is neemt toe. Bij installatiebedrijven, civiele bouw, staalconstructiebedrijven, machinefabrieken en bij hoveniers wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van VCA. Hoewel VCA niet door de wet verplicht is wordt VCA vaak wel verplicht gesteld door opdrachtgevers en bedrijven in de eerder genoemde branches. Doormiddel van deze verplichting hopen bedrijven het veiligheidsbesef van medewerkers te vergroten.

Stichting Samenwerken Voor Veiligheid
De VCA norm wordt, zoals eerder genoemd, beheerd door de SSVV. De Stichting Samenwerken Voor Veiligheid (SSVV) is een stichting die onafhankelijk is. Deze stichting heeft tot doel de arbeidsomstandigheden, veiligheid, het milieu en de vaardigheden van de brancheorganisaties die bij haar aangesloten zijn te bevorderen. Hiervoor ontwikkelt, normeert en standaardiseert ze VGM beheersystemen. Daarnaast zorgt ze voor onderlinge afstemming tussen deze beheersystemen en beheert ze het certificatiesystemen.

Afkorting VCA
Het VCA is een afkorting. Voluit geschreven is VCA: Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers. Een aannemer kan als hij VCA gecertificeerd is aantonen dat hij de vastgestelde aspecten omtrent veiligheid, gezondheid en milieu beheerst op de werkvloer bij de uitvoer van werkzaamheden. De nadruk bij VCA ligt op veiligheid en het voorkomen van ongelukken. Bedrijven die aangesloten zijn bij de SSVV en zich verbonden hebben aan de richtlijnen voor VCA moeten aan een aantal verplichtingen voldoen.

VCA behalen
Één van de verplichtingen vanuit SSVV is dat uitvoerende medewerkers doormiddel van het behalen van een VCA-examen op de hoogte moeten zijn van de veiligheidsaspecten op de werkvloer. Voordat een medewerker een VCA-examen doet heeft deze een cursus gedaan. Deze cursus kan hij of zij in eigen tijd doen of in sommige gevallen ook klassikaal. Het is belangrijk dat een VCA examen succesvol wordt afgerond omdat daarmee aangetoond kan worden dat de medewerker op de hoogte is van veiligheidsaspecten die bij het uitvoeren van het werk aan de orde komen. Na het behalen van het VCA wordt in een online database geregistreerd dat een medewerker in bezit is van VCA. Daarnaast krijgt de medewerker binnen afzienbare tijd een certificaat toegestuurd en indien gewenst een VCA-pas die hij mee kan nemen naar de werkplek. Met een VCA-pas kan hij op de werkvloer aantonen dat hij het VCA examen heeft gehaald. Een VCA is tien jaar geldig daarna zal een medewerker het certificaat opnieuw moeten behalen als hij of zij in de zelfde of vergelijkbare arbeidsomstandigheden blijft functioneren.

Basis VCA en  VOL VCA
Er wordt bij VCA onderscheid gemaakt tussen Basisveiligheid (ook wel Basis VCA of VCA 1 genoemd) en Veiligheid voor operationeel Leidinggevenden (ook wel VOL-VCA) genoemd. Het Basis VCA is bedoelt voor uitvoerende medewerkers en VOL-VCA is bestemd voor medewerkers die leidinggeven of toezicht houden op de werkzaamheden van uitvoerende medewerkers. Leidinggevenden met VOL-VCA kunnen tevens zogenaamde toolboxmeetings houden waarin ze uitvoerende medewerkers op de hoogte brengen van specifieke veiligheidsrisico’s die aanwezig zijn op de werkplek. Daarnaast kunnen tijdens deze meetings medewerkers ook situaties evalueren zodat de kans op schade en ongelukken verder kan worden beperkt. Of een medewerker nu Basis VCA heeft of VOL VCA hij of zij  is verantwoordelijk voor de eigen veiligheid en de veiligheid van alle personen die bij hem of haar in de buurt werken.

VCA bedrijfscertificaat
Voor bedrijven heeft een VCA bedrijfscertificaat toegevoegde waarde. Wanneer een bedrijf over een VCA bedrijfscertificaat beschikt heeft hij aandacht voor de aspecten veiligheid, gezondheid en milieu op de werkplek. Opdrachtgevers willen graag dat hun onderaannemers het werk op verantwoorde wijze uitvoeren. Met het VCA bedrijfscertificaat kan dit naast verschillende andere certificeringen worden aangetoond. De certificering van een bedrijf wordt door een onafhankelijke partij gedaan. Dit is belangrijk omdat daardoor een objectieve beoordeling tot stand komt en het certificaat waarde heeft. Hoewel een VCA certificaat voor een medewerker tien jaar geldig is worden bedrijven ieder jaar gecontroleerd of het bedrijf nog aan alle VCA eisen voldoet. Er zijn verschillende bedrijfscertificaten VCA * (één ster), VCA ** (twee sterren) en het VCA Petrochemie. Het type bedrijfscertificaat heeft onder andere te maken met de omvang van het bedrijf en in het geval van de VCA Petrochemie met de sector waarin het bedrijf actief is.

Kosten van een VCA certificaat
De kosten voor een VCA certificaat lopen sterk uiteen. Dit heeft onder andere te maken met het soort VCA wat behaald moet worden. Gaat het om een Basis VCA of een VOL VCA? Wanneer bedrijven meerdere medewerkers tegelijk een VCA examen laten doen kunnen de kosten voor een bedrijf ook worden beperkt. Daarnaast is de wijze waarop de VCA cursus wordt afgenomen nog van belang. Wordt gebruik gemaakt van een lesruimte met een instructeur of wordt het VCA examen gehaald na zelfstudie? Deze zaken spelen allemaal een rol bij het behalen van een VCA examen en de hoogte van de daaraan verbonden kosten. Gemiddeld kost een VCA cursus in combinatie met 1 examen tussen de 90 en 150 euro.

Waarom een opleiding HBO of HTS Werktuigbouwkunde?

De vraag naar medewerkers met een afgeronde opleiding HTS Werktuigbouwkunde of HBO Werktuigbouwkunde neemt toe. Beide opleidingen bevinden zich op hetzelfde niveau en zorgen voor meerwaarde op de arbeidsmarkt wanneer deze opleiding succesvol is afgerond. Bedrijven die zich richten op het ontwerpen en construeren van machines en staalconstructies hebben behoefte aan personeel die toegevoegde waarde heeft voor de afdeling enginering.

Kenniseconomie
Nederland wil investeren in haar positie op de wereldwijde markt. Een belangrijk aspect waarmee geld kan worden verdient is kennis. Het begrip kenniseconomie verbind economie met kennis. Kennis moet namelijk wat opleveren. Er moeten nieuwe praktische oplossingen worden bedacht voor technische problemen en producten worden ontworpen die voldoen aan de wens van de consument. De kenniseconomie heeft naast uitvoerende technische vakkrachten een groeiende behoefte aan engineers die vernieuwend en innovatief deze oplossingen kunnen bedenken.

Wat leer je op HBO Werktuigbouwkunde?
Op een HBO opleiding werktuigbouwkunde leert een student machines ontwerpen en tekenen. Het bedenken van oplossingen in teamverband en zelfstandig werken vormen belangrijke onderdelen van de meeste HBO opleidingen die zich richten op de werktuigbouw. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan wiskunde en natuurkunde. Deze aspecten werken namelijk door in constructies. Ook sterkteleer en de eigenschappen van materialen worden behandeld op een opleiding HBO Werktuigbouwkunde. Daar komt veel rekenwerk en inzicht bij kijken. Dit rekenwerk vormt in belangrijke mate de basis voor het werk van een engineer. Wanneer machines of constructies worden ontworpen moeten deze sterk genoeg zijn voor het doel waarvoor ze worden ingezet. Daarnaast moet ook niet te veel materiaal worden gebruikt omdat materiaal geld kost en daarnaast ook gewicht met zich meebrengt.

Een werktuigbouwkundig engineer moet ook rekening houden met de constructiebankwerkers en assemblagemedewerkers die de machine of constructie moeten samenstellen. Wanneer een constructie uit veel onderdelen moet worden samengesteld gaan er veel arbeidsuren in de assemblage zitten en dat maakt een machine kostbaar. Om goed te kunnen concurreren moet een machine of constructie efficiënt gebouwd worden tegen lage kosten. Ook moet de machine goed onderhouden kunnen worden. Onderdelen die aan slijtage onderhevig zijn moeten goed vervangen kunnen worden en makkelijk bereikbaar zijn voor een monteur.

Daarnaast speelt ook het veiligheidsaspect een belangrijke rol. Wanneer medewerkers of klanten gebruik maken van de machine moeten deze goed beschermd worden tegen scherpe en draaiende  onderdelen. Machines die zagen, snijden, hakken, branden moeten voorzien worden van extra veiligheidssystemen. Als engineer ben je niet vrij om zonder kaders een machine te bedenken. Je moet je houden aan richtlijnen. Een aantal van die richtlijnen zijn in Europees verband vastgelegd. Andere richtlijnen zijn vastgelegd binnen je bedrijf of door de klant.

Wat kun je worden met HBO werktuigbouwkunde?
De beroepen die je kunt uitvoeren met een behaalde opleiding HBO Werktuigbouwkunde zijn divers. Je functioneert in veel gevallen op een hoger niveau binnen een bedrijf. Daarbij werk je samen in teams om machines, apparaten, constructies, voertuigen en werktuigbouwkundige producten te realiseren. Je kunt in een functie als engineer aan de slag of in een managementfunctie. De volgende functies worden door medewerkers met een HBO opleiding Werktuigbouwkunde uitgevoerd:

Commercieel

  • Technisch inkoper
  • Vertegenwoordiger in de machinebouw, staalconstructie
  • Verkoper machinebouw, staalconstructie
  • Calculator

Management

  • Chef werkplaats
  • Werkvoorbereider
  • Afdelingshoofd

Enginering & tekenen

  • Product designer
  • Tekenaar
  • Engineer ontwerper
  • Testengineer

Er zijn nog verschillende andere beroepen die uitgevoerd kunnen worden met een opleiding HBO Werktuigbouwkunde. Ook in de uitvoerende techniek kun je met deze opleiding aan de slag in de assemblage van complexe machines. Ook het bedenken en inregelen van software op machines wordt vaak gedaan door medewerkers met een HBO WTB achtergrond. Met een HBO Werktuigbouwkunde opleiding kun je naast een kantoorbaan ook een uitvoerende technische baan uitoefenen.

Wat leer je op de opleiding mechatronica?

Mechatronica is in opkomst in Nederland. Steeds meer opleidingsinstituten bieden deze opleiding aan. De opleiding Mechatronica verbind vier verschillende technische vakgebieden met elkaar Elektrotechniek, Meet- en regeltechniek, Besturingstechniek en Werktuigbouwkunde. Daardoor is het een veelzijdige opleiding. De kwaliteit van de Mechatronicaopleidingen in Nederland is verschillend. Niet elk opleidingsinstituut weet goed de koppeling te leggen tussen theorie en praktijk. Dat is nu juist zo belangrijk bij dit vakgebied.

Mechatronica draait om verschillende technieken. Deze technieken zijn sterk aan innovatie onderhevig. Met name de besturingstechniek en de meet en regeltechniek draaien om software die voortdurend een upgrade krijgen. Een mechatronicus moet snel nieuwe systemen aanleren en moet weten hoe hij of zij deze moet toepassen. Technisch inzicht is hierbij erg belangrijk. Ook moet een mechatronicus snel kunnen schakelen tussen softwarematig werk en daadwerkelijk sleutelen.

Met een opleiding Mechatronica kun je in verschillende beroepen aan de slag. Naast de nieuwbouw van machines kun je ook ingezet worden in het onderhoud van de machines als onderhoudsmonteur. Omdat de opleiding Mechatronica erg breed is zal je in de praktijk nog een hoop moeten leren. Met het afronden van een MBO opleiding Mechatronica ben je nog geen specialist. Daarvoor zal je meer opleidingen moeten volgen. Ook op HBO niveau zijn opleidingen die zich richten op Mechatronica.

Met een HBO opleiding Mechatronica kom je meer aan de ontwerpkant te staan van de machinebouw. Je bedenkt oplossingen voor technische problemen. Hierbij werk je samen met een team van engineers. Omdat een mechatronicus verstand heeft van verschillende technische disciplines bij machinebouw vervul je een schakelfunctie tussen verschillende engineers.

Technische opleiding kiezen

De technische branche draait om innovatie en kennis. De techniek is voortdurend in ontwikkeling en dat zorgt er voor dat opleidingsinstituten en bedrijven voortdurend op zoek zijn naar nieuwe informatie en oplossingen voor technische problemen. Leerlingen en technisch personeel moeten voortdurend nieuwe kennis en vaardigheden aanleren om effectief aan de vraag op de arbeidsmarkt te kunnen voldoen. Er zijn in de praktijk verschillende technische functies die uitgevoerd kunnen worden. De kans om werk te vinden wordt vergroot wanneer je over de juiste technische kennis en opleiding beschikt. Voordat je een opleiding kiest is het belangrijk om je goed te oriënteren. Hieronder staan een aantal tips die je bij deze oriëntatie kunt gebruiken.

Waar is behoefte aan op de arbeidsmarkt?
De arbeidsmarkt is niet altijd het zelfde en is nauw verbonden met de economische ontwikkelingen van een land of regio. Wanneer de overheid besluit om meer te investeren in de technische markt heeft dat gevolgen voor het opleidingsaanbod. Hou de nieuwsberichten goed in de gaten. Ook vacaturekranten en vacaturebanken op internet geven een duidelijk overzicht van de ontwikkelingen die zich afspelen op de arbeidsmarkt. Daarnaast is het ook verstandig om via sociale netwerken contacten te leggen met bedrijven en opleidingsinstituten. Via email kan veel informatie ingewonnen worden over opleidingen en de kans op werk. Daarnaast is het benaderen van bedrijven en opleidingsinstituten een belangrijke investering in je netwerk voor de toekomst wanneer je werk gaat zoeken. Uitzendbureaus hebben ook een goed beeld van de behoefte op de arbeidsmarkt. Voordat je een opleiding kiest kun je ook bij verschillende uitzendbureaus binnen stappen om meer informatie te vragen over beroepen en opleidingen waar op de arbeidsmarkt behoefte aan is.

Welke opleiding past bij mij?
Wanneer je duidelijk hebt gekregen welke opleidingen gewild zijn op de arbeidsmarkt is het belangrijk dat je een goede keuze maakt. Een opleiding kost geld, tijd en inspanning. Deze investeringen doe je niet voor niets, je doet het voor je toekomst. Het uiteindelijke doel van een opleiding moet werk zijn of het vergroten van de kans op werk dat bij je past. Daarom moet je goed nagaan welk beroep bij je past. Informatie over bepaalde beroepen kun je hierbij gebruiken. Misschien heb je een kennis die een bepaald beroep heeft waar je interesse naar uit gaat. Vraag die kennis welke taken hij of zij uitvoert en hoe dat bevalt. Noteer voor jezelf de voor- en nadelen. Daarnaast kun je ook goed doorvragen of hij of zij een geschikte opleiding of opleidingsinstituut weet waar je een opleiding zou kunnen volgen die voor het beroep nodig is. Op internet hebben verschillende technische bedrijven de mogelijkheid om online filmpjes te bekijken van bepaalde beroepen. Ga bij jezelf goed na of een beroep echt bij je past. Vrienden en familieleden kennen je vaak goed en kunnen ook advies geven of ze een beroep wel of niet bij jezelf vinden passen. Wanneer je een beroep hebt gekozen en weet welke opleiding daarvoor nodig is kun je naar de volgende stap gaan.

Waar volg ik mijn opleiding?
Een opleidingsinstituut heeft als belangrijk doel: zoveel mogelijk mensen opleiden. Hoe meer mensen een opleiding volgen hoe meer een opleidingsinstituut verdient. Het advies van een opleidingsinstituut is daarom niet objectief maar bevat een commercieel belang. Je zult uiteindelijk zelf een opleidingsinstituut moeten kiezen die bij je past. Een aantal zaken kunnen daarbij een rol spelen:

  • De prijs van een opleiding bij een opleidingsinstituut.
  • De leermethode op een opleiding. Bijvoorbeeld BBL, BOL, thuisstudie of klassikaal.
  • De locatie van de opleiding.
  • Het lesmateriaal.
  • De naamsbekendheid van een bepaald opleidingsinstituut.
  • Samenwerkingsverbanden van een opleidingsinstituut met het bedrijfsleven
  • Startdatum van de opleiding

Bovenstaande punten zijn belangrijk voor je keuze voor een bepaald opleidingsinstituut. Je kunt aan de punten een waarde geven door ze op volgorde te zetten. Bovenaan het belangrijkste punt en onderaan het minst belangrijke punt. Kijk naar het opleidingspakket van verschillende opleidingsinstituten. Hou er daarbij rekening mee dat er soms verschillende namen zijn voor een bepaalde opleiding terwijl er in feite hetzelfde wordt bedoelt.

Tot slot
Wanneer je een opleiding en een opleidingsinstituut hebt gekozen kun je een planning maken. Deze planning begint op de startdatum van de opleiding. In de planning noteer je alle belangrijke stappen die je nodig hebt om een opleiding te halen. Tijdens je opleiding is het belangrijk om het netwerk dat je inde oriëntatieperiode hebt opgebouwd te onderhouden. Je kunt een half jaar voor de verwachte einddatum van je opleiding al beginnen met solliciteren.