VCA examens veranderen per 1 september 2017

VCA staat voor Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers en is een veiligheidscertificaat dat bij veel bouwbedrijven en bouwprojecten een vereiste is. Hoewel het behalen van een VCA certificaat geen wettelijke verplichting is zullen veel bedrijven in de bouw en techniek wel van hun leidinggevenden en uitvoerend personeel vereisen dat ze over een geldig VCA certificaat beschikken. DE vraagstelling en de vorm van examens en examinering kan verschillen. Daarom zijn hieronder een aantal veranderingen genoemd die van toepassing zijn vanaf 1 september 2017.

Wijzingen per 1 september 2017
Vanaf 1 september 2017 gaan een aantal wijzigingen plaatsvinden in het VCA stelsel. Het is niet meer mogelijk om schriftelijke examens af te nemen en de vraagvormen worden veranderd. Alle examens gaan voortaan via CBT (Computer-based testing)  verandert er heel wat aan de vraagvormen.  Er zijn een aantal nieuwe standaard talen (Bulgaars, Kroatisch en Russisch) en alle standaardtalen zijn nu ook mogelijk als voorlees examen, uitzonderingen zijn Litouws en Bulgaars.

Nieuwe vraagvormen voor VCA
Er komen een aantal nieuwe vraagvormen op het VCA examen. Dit zijn de volgende:

  • De meervoudig-antwoordvraag
    De kandidaat moet uit 4, 5 of 6 alternatieven meerdere juiste antwoorden selecteren.
  • De matrixvraag
    De kandidaat moet voor 3 of 4 beweringen, per bewering aangeven of deze juist is of onjuist.
  • De rangschikvraag
    De kandidaat moet 3 of 4 elementen in de juiste volgorde zetten.
  • De koppel- of matchingvraag
    De kandidaat moet 3 of 4 elementen uit het ene rijtje koppelen aan het juiste begrip in het andere rijtje.

In de nieuwe examens wordt meer gewerkt met tekstarme items. Dit houdt in dat afbeeldingen een deel van de tekst vervangen. Dit zorgt er voor dat voor de beantwoording van de vraag een foto goed bekeken moet worden. Het begrijpend lezen wordt daardoor minder belangrijk maar het juist inschatten van een situatie op het gebied van veiligheid neemt een belangrijkere plaats in. De nieuwe vraagvormen van het VCA kunnen worden gevonden in het nieuwe proefexamen dat voor het VCA is ontwikkeld.

Cesuur examen VCA:
De cesuur wordt aangepast vanwege de nieuwe vraagvormen die in de examens VCA voorkomen. Voor een voldoende moet een kandidaat onderstaande punten behalen:

  • B-VCA                        26 punten of meer van de 40
  • VOL-VCA                   45 punten of meer van de 70
  • VIL-VCU                    45 punten of meer van de 70

Deelscores examens VCA
Bij enkele nieuwe vraagvormen wordt gewerkt met deelscores. Dat geldt voor onderstaande vraagvormen:

  • Meervoudig-antwoordvraag.
  • Matrixvraag. Voor elk juist deelantwoord krijgt de kandidaat de bijbehorende deelscore.
  • Bij een vraag waarbij 4 juiste antwoorden gegeven kunnen worden, kun je 25 punten behalen per goed    antwoord.
  • Bij een vraag waarbij 3 juiste antwoorden gegeven kunnen worden, kun je 33 punten behalen per goed antwoord.
  • Per fout deelantwoord ook weer de proportie af, met een ondergrens van 0. Je kunt dus nooit negatief scoren.

VIL VCU intercedent

VIL VCU is een speciale opleiding die intercedenten van een VCU gecertificeerd uitzendbureau zullen moeten volgen om hun werkzaamheden bij dit gecertificeerde uitzendbureau te mogen uitvoeren indien dit bureau haar VCU certificering wenst te behouden. De afkorting VIL VCU en VCU houden verband met de afkorting VCA. Dit is een algemeen bekend veiligheidscertificaat waarbij aannemers op de bouw aangesloten kunnen zijn. Naast aannemers zijn ook verschillende andere technische bedrijven aangesloten bij de VCA certificering.

Dit heeft er voor gezorgd dat ook uitzendbureaus en andere intermediairs een VCU certificering moesten ondergaan om de VCA gecertificeerde opdrachtgevers zo goed mogelijk van dienst te zijn in de zoektocht naar VCA gecertificeerde vakkrachten. Daarvoor is echter VIL VCU gecertificeerd intern personeel nodig zoals intercedenten en leidinggevenden. Nu zijn in deze alinea verschillende afkortingen benoemd. Deze aan VCA gerelateerde afkortingen zijn in de volgende alinea’s nader omschreven. Het wordt in deze alinea’s duidelijk dat het VIL VCU dat door een intercedent van bijvoorbeeld een technisch uitzendbureau behaald moet worden niet zomaar een certificaat is. Er zit een heel VCA systeem achter deze certificering.

Wat is VCA?
Laten we beginnen met VCA, dit is het certificaat waar het in feite allemaal om draait. De afkorting VCA staat voor VGM Checklist Aannemers. Deze omschrijving bevat echter ook weer een afkorting ‘VGM’. De letters VGM worden voluit geschreven met de woorden: Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Dit zijn een aantal kernbegrippen die een grote rol spelen in de bouwsector en de techniek. Daardoor leggen steeds meer bedrijven de nadruk op deze begrippen en proberen ze deze in hun bedrijfsvoering te implementeren. De termen veiligheid en gezondheid zijn vooral gericht op de werknemers en alle andere personen die op de werkplek aanwezig zijn.

Het feit dat VCA specifiek aandacht besteed aan het beschermen van de veiligheid van alle personen op de werkplek maakt duidelijk dat de VCA certificering rechtstreeks in lijn is met de Arbowetgeving die in Nederland is vastgelegd in de Arbeidsomstandighedenwet die ook wel de Arbowet wordt genoemd. VCA is echter nog breder dan wat deze wetgeving vereist. Binnen het VCA worden namelijk wetten en regels omtrent veilig en gezond werken veel nauwer omschreven dan in de Arbowet gebeurd. De Arbowet is echter een kaderwet. Overigens is VCA geen wettelijke verplichting en ook geen wettelijk voorschrift. Wel is het VCA een effectieve Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist voor Aannemers. Men zou het VCA dus kunnen beschouwen als een belangrijke ondersteuning op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu voor bedrijven met verhoogde veiligheids- en gezondheidsrisico’s.

VCA voor bedrijven
Het is voor de duidelijkheid belangrijk om te vermelden dat zowel bedrijven als werknemers VCA gecertificeerd kunnen zijn. Voor bedrijven bestaan er verschillende VCA-bedrijfscertificaten namelijk

  • VCA * (één ster),
  • VCA ** (twee sterren)
  • VCA Petrochemie.

De indeling van een bedrijf in bovengenoemde VCA categorie maakt duidelijk welke veiligheidsaspecten bij een bedrijf aan de orde zijn. Deze houden ook verband met de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) die binnen het bedrijf is uitgevoerd in het kader van de Arbowet.

VCA voor werknemers
Veiligheid is een aspect van het werk dat zo breed mogelijk gedragen moet worden binnen een bedrijf en op de werkvloer. Hoe beter iedereen op de hoogte is van de veiligheidsvoorschriften hoe veiliger de werkplek wordt. Veiligheid draait namelijk voor een groot deel om bewustwording van de gevaren op de werkplek en het toepassen van bronmaatregelen en beheersmaatregelen om de risico’s op de werkplek te elimineren, te verwijderen of te beperken. Daarvoor is uiteraard medewerking nodig van personeel. Het personeel moet daarom net als het bedrijf VCA gecertificeerd worden. Dit houdt in dat het personeel VCA gecertificeerd moet worden.

Daarbij wordt echter onderscheid gemaakt tussen VCA voor operationeel leidinggevenden en VCA voor uitvoerende werknemers. Voor operationeel leidinggevenden is het VCA VOL certificaat ingevoerd, hierbij staan de letters VOL voor Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden. Voor uitvoerende werknemers in een uitvoerende functie is VCA basis voldoende. Het verschil tussen VCA VOL en Basis VCA zit in het feit dat bij VCA VOL veel meer aandacht wordt besteed aan het aansturen van personeel op het gebied van veiligheid en gezondheid. VCA Basis is meer gericht op het opvolgen van veiligheidsinstructies.

Wat is VCU?
Vanuit de VCA certificering zijn verschillende andere certificeringen voort gekomen. Het VCU is hiervan een bekend voorbeeld. Waar de afkorting VCU voor staat laat zich raden aangezien dit een certificaat is voor uitzendondernemingen. Deze afkorting staat namelijk voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Niet elk uitzendbureau in Nederland is een VCU uitzendonderneming alleen de uitzendbureaus die gecertificeerd zijn voor de Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties behoren tot de VCU uitzendbureaus. Van deze uitzendbureaus kunnen VCA gecertificeerde bedrijven verwachten dat de intercedenten en leidinggevenden extra aandacht besteden aan de wettelijke doorgeleidingsplicht die uitzendbureaus hebben op het gebied van veilig en gezond werken.

In deze doorgeleidingsplicht wordt extra aandacht besteed aan de risico’s die naar voren zijn gekomen uit de Risico Inventarisatie en Evaluatie van de opdrachtgever. De meeste VCA gecertificeerde opdrachtgevers eisen ook dat het uitzendpersoneel oftewel de uitzendkrachten van een VCU gecertificeerde uitzendonderneming in bezit zijn van een geldig VCA certificaat. Dit kan een Basis VCA certificaat zijn maar ook een VCA VOL indien de uitzendkracht in zijn of haar werkzaamheden belast zal worden met leidinggevende taken en verantwoordelijkheid voor ander (uitzend) personeel.

Wat is VIL VCU?
VIL VCU is weer afgeleid van VCU. Waar de letters VCU voor staan is reeds duidelijk gemaakt in de vorige alinea. De letters VIL staan voor Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden in dit verband gaat het dan om het interne personeel van een uitzendbureau. Dit zijn de werknemers van het uitzendbureau die daadwerkelijk de VCA gecertificeerde opdrachtgevers te woord staan en die uitzendkrachten voor deze bedrijven werven en selecteren. Tijdens het werven en selecteren zullen de intercedenten en hun leidinggevenden daadwerkelijk ook de veiligheidsrichtlijnen vanuit het VCA moeten hanteren. Daarnaast moeten deze intercedenten net als alle intercedenten hun doorgeleidingsplicht met betrekking tot werkzaamheden en veiligheidsaspecten waarmee uitzendkrachten te maken krijgen uitvoeren. Het VIL VCU is een persoonsgebonden certificaat net als VCA Basis en VVCA VOL.

Geldigheid VCA en VIL VCU
De persoonsgebonden VCA certificaten VCA Basis, VCA VOL en VIL VCU zijn tien jaar geldig. Daarna zal de werknemer, leidinggevende, uitzendkracht, intercedent of leidinggevende van het uitzendbureau het bijbehorende certificaat opnieuw moeten behalen.

Hoe werkt het intakeproces van een (technisch) uitzendbureau?

Het inschrijfproces van uitzendkrachten start bij de sollicitatie. Deze sollicitatie kan zowel digitaal als face to face op de vestiging verlopen. Kandidaten en sollicitanten kunnen zowel digitaal/ online solliciteren op bepaalde vacatures maar ook een open sollicitatie richting het uitzendbureau doen. Een andere manier van solliciteren is bij de inloop, als een kandidaat de vestiging bezoekt en zich wil inschrijving. De open inschrijving is ook een vorm van open sollicitatie. Uitzendbureaus zijn overigens intermediairs dit houdt in dat deze arbeidsbemiddelingsbureaus op de arbeidsmarkt als tussenschakels functioneren.

Uitzendbureaus halen vacatures van hun opdrachtgevers binnen en delen deze vacatures op hun eigen website, jobboards en social media. De sollicitanten die bij een uitzendbureau solliciteren zullen daarom in veel gevallen niet rechtstreeks bij het uitzendbureau willen werken maar via het uitzendbureau bij de opdrachtgever aan de slag gaan. Hierdoor is het uitzendbureau de formele werkgever die het loon van de uitzendkracht betaald en is de inlenende partij de dagelijkse toezichthouder en operationele werkgever. Een uitzendbureau zal trachten een zo goed mogelijke kandidaat voor haar opdrachtgevers te selecteren. Hieronder is in een aantal alinea’s uitgelegd hoe dit proces wordt uitgevoerd. Deze tekst is grotendeels geschreven door Tjerk van der Meij die bij het VCU gecertificeerde uitzendbureau Technicum zijn HBO stage heeft gevolgd.

Beoordeling cv en competenties
Als een kandidaat heeft gesolliciteerd op een vacature bij een uitzendbureau zal de werknemer van het uitzendbureau deze sollicitatie moeten beoordelen. Deze werknemer kan een intercedent zijn maar ook een vestigingsmanager. Tijdens de selectie zal de medewerker van het uitzendbureaus starten met het inschatten van de competenties van de sollicitant. De cv van de sollicitant wordt beoordeeld op zowel de (werk)ervaring, opleidingen, diploma’s en natuurlijk wordt beoordeeld of de kandidaat bij de organisatie past waar het uitzendbureau de vacature van heeft ontvangen. Bij de open sollicitaties wordt de sollicitant op dezelfde criteria beoordeelt en zoekt het uitzendbureau vervolgens een passende vacature bij de persoon.

Als de kandidaat geschikt is, wordt hij of zijn (na toestemming van de kandidaat) in het systeem opgenomen en gaat het proces verder. Mocht de kandidaat niet geschikt geacht worden, dan wordt hij of zij eerst niet voorgesteld maar wordt de persoon door de intercedent wel in het systeem gezet. Mocht er later wel een interessante vacature worden gevonden dan kunnen de gegevens van de kandidaat worden gevonden in het systeem. De kandidaat wordt in dit geval slechts voorlopig afgewezen.

Intakegesprek op de vestiging
Zowel bij de online inschrijving als de inschrijving op de vestiging nodigt de consultant de kandidaat uit voor een intakegesprek. Bij het intakegesprek komen een inschrijfformulier aan de orde. Sommige uitzendbureaus werken naast een inschrijfformulier met een bemiddelingsovereenkomst, die later aan bod zal komen. Tijdens het intakegesprek maakt het uitzendbureau hoofdzakelijk kennis met de kandidaat en wordt er gekeken wat voor type mens en werknemer de kandidaat is.

Het inschrijfformulier wordt ingevuld door de kandidaat, hier kunnen de volgende gegevens op komen te staan:

  • De personalia van de kandidaat
  • Hoe de kandidaat met het uitzendbureau in contact is gekomen
  • Referenties die het uitzendbureau kan inwinnen
  • Beschikbaarheid van de kandidaat, in uren per week en in wat voor dienst verband. (Fulltime, parttime, ploegendienst)
  • Functiebeperkingen: hierin komt te staan wat voor werkzaamheden de kandidaat niet wil uitvoeren
  • Gewenste functie, voornamelijk in welk segment. (Metaal, installatie, elektrotechniek, procestechniek, bouw en hout, productie/magazijn, etc.)
  • Reisbereidheid van de kandidaat
  • Salarisindicatie
  • Welke certificaten en diploma’s de kandidaat bezit
  • Maten voor eventuele werkkleding en werkschoenen

Tot zover het intakegesprek en het inschrijfformulier. Intercedenten van VCU gecertificeerde uitzendbureaus vragen vaak tijdens het intakegesprek en/of op het inschrijfformulier of de uitzendkracht in bezit is van VCA basis of VCA vol. Hieraan kan tijdens het gesprek dus ook aandacht worden besteed.

Daarnaast zal door de uitzendkracht ook tijdens het intakegesprek een overeenkomst voorgelegd worden waarmee de uitzendkracht toestemming geeft dat zijn of haar gegevens door het uitzendbureau worden verwerkt in het informatiesysteem en dat deze gegevens worden gebruikt om de uitzendkracht te bemiddelen.

Bemiddeling door het uitzendbureau
Wanneer al de hiervoor genoemde stappen zijn doorgenomen zal het uitzendbureau de uitzendkracht gaan bemiddelen bij opdrachtgevers en vacatures die passen bij het profiel dat in kaart is gebracht door de intercedent. De intercedent kan dit doormiddel van telefonisch contact doen met opdrachtgevers maar ook per mail. Meestal wordt een combinatie van beide methoden gebruikt waarbij het uitzendbureau eerst telefonisch contact heeft met de potentiële klant en daarna contact heeft via de mail om het cv te sturen. De communicatie naar de uitzendkracht of sollicitant verloopt op een vergelijkbare wijze.

Veel uitzendkrachten willen vaak van te voren weten waar ze worden voorgesteld door het uitzendbureau. Daarom communiceren intercedenten dit vaak ook van te voren met de uitzendkracht of sollicitant. Niet alle intercedenten benoemen daarbij ook de naam van de opdrachtgever. Andere intercedenten doen dit wel op basis van vertrouwen. Daar draait een hoop van de werkzaamheden van een intercedent om: vertrouwen. De sollicitant vertrouwt de intercedent dat hij of zij zorgvuldig met de persoonlijke gegevens omgaat en de opdrachtgever vertrouwd de intercedent dat deze een goede match maakt tussen de vacature en de kandidaat.

Wat zijn VCU gecertificeerde uitzendbureaus?

VCU gecertificeerde uitzendbureaus zijn uitzendondernemingen die gecertificeerd zijn op het gebied van veiligheid en gezondheid voor uitzendorganisaties en kunnen als toeleverancier dienen van tijdelijk personeel voor opdrachtgevers die VCA gecertificeerd zijn. VCU staat voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. De letters VCA staan voor VGM Checklist voor Aannemers, waarbij VGM staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Een hoop afkortingen die duidelijk maken dat het veiligheidsaspect en gezondheidsaspect centraal staan in zowel de VCA certificering als de VCU certificering.

VCA en VCU
De VCA certificering is echter voor aannemers bestemd en de VCU certificering voor uitzendbureaus en andere intermediairs die personeel beschikbaar stellen aan andere bedrijven. Deze uitzendondernemingen of intermediairs vallen onder de WAADI oftewel de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Omdat intermediairs wel de feitelijke werkgever zijn van uitzendkrachten en andere uitleenkrachten maar niet belast zijn met het dagelijkse toezicht op deze flexkrachten heeft de overheid voor deze ondernemingen specifieke richtlijnen opgesteld met betrekking tot de veiligheid en gezondheid voor deze groep werknemers. Deze richtlijnen zijn terug te vinden in de WAADI en in Artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. Omdat deze wetsartikelen van groot belang zijn voor zowel het VCA als het VCU worden ze in de volgende alinea’s behandeld.

VCU en Artikel 11 WAADI
De VCU heeft veel te maken met Artikel 11 van de WAADI. De WAADI is een wet die voluit wordt geschreven als Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Dit betekend dat deze wet gericht is op ondernemingen die werknemers beschikbaar stellen aan opdrachtgevers die als inleners functioneren in de arbeidsbemiddelingsproces. De uitzendbureaus en andere intermediairs die personeel bemiddelen bij opdrachtgevers zijn de feitelijke werkgevers van deze personeelsleden. Deze ondernemingen die personeel uitlenen hebben dit personeel op de loonlijst staan.

Dat zorgt voor een aantal verantwoordelijkheden. Omdat deze feitelijke werkgevers in de dagelijkse praktijk de werknemers niet instrueren op de werkplek en geen toezicht hebben op deze werkplek moeten deze uitzendbureaus hun uitzendkrachten en gedetacheerden voor de aanvang van de uitzendwerkzaamheden goed instrueren op het gebied van veiligheid, gezondheid en de inhoud en aard van het werk. Dit wordt ook wel de doorgeleidingsplicht genoemd. Deze doorgeleidingsplicht is vastgelegd in Artikel 11 van de WAADI.

In Artikel 11 van de WAADI is door de overheid vastgelegd dat de organisatie die de arbeidskrachten ter beschikking stelt informatie moet verschaffen aan deze arbeidskrachten met betrekking tot de beroepskwalificatie die door de opdrachtgever wordt verlangd. Daarnaast wordt in Artikel 11 van de WAADI ook gerefereerd aan Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. Daarover wordt in de volgende alinea meer informatie gegeven. Het VCU certificaat maakt duidelijk dat de informatie waarover Artikel 11 van de WAADI gaat meer is dan alleen de beroepskwalificatie. Het gaat ook om veiligheidsvoorschriften, de aanwezige risico’s en de beheersmaatregelen die genomen dienen te worden door de uitzendkracht met betrekking tot deze risico’s. Daarbij komt het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen aan de orde maar ook het naleven van speciale veiligheidsvoorschriften. Verder controleert het uitzendbureau ook of de uitzendkracht in bezit is van een geldig VCA certificaat want dit wordt (vrijwel) altijd geëist door een opdrachtgever die zelf VCA gecertificeerd is. De opdrachtgever is zelf ook wettelijk verplicht om informatie te verschaffen aan de uitzendonderneming. Dit is bepaald in Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet.

VCU en Artikel 5 lid 5 Arbeidsomstandighedenwet
De Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel Arbowet genoemd en is een Nederlandse wet die gericht is op het optimaliseren van de arbeidsomstandigheden binnen bedrijven en het beschermen van de gezondheid en veiligheid van werknemers. De werkgever is in eerste instantie verantwoordelijk voor het bieden van een zo veilig mogelijke werkplek voor de werknemer. Daarvoor moet een bedrijf de risico’s, die op de werkplek aanwezig (kunnen) zijn, inventariseren doormiddel van een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Uit dit RI&E komt een inventarisatie van de risico’s naar voren. Daarnaast vormt het plan van aanpak voor de geïnventariseerde risico’s ook een wezenlijk onderdeel van het RI&E.

In dit plan van aanpak omschrijft een bedrijf hoe het de risico’s op de werkplek wil verwijderen (bronbestrijding) of beperken. Ook beheersmaatregelen zijn hierbij een belangrijk aspect. Het beheersen van risico’s kan onder andere door het duidelijk instrueren van werknemers op het gebied van veiligheid. De werkgever die personeel inleent is echter niet alleen verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid voor zijn of haar eigen werknemers. Ook de veiligheid en gezondheid van de ingeleende werknemers valt onder de verantwoordelijkheid van de inlener. Daarom moet de inlener ook deze werknemers instrueren op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Daarnaast moeten de ingeleende werknemers ook duidelijke instructies ontvangen met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden. In deze instructies moet onder andere aandacht worden besteed aan de manier waarop machines, gereedschappen en werktuigen dienen te worden gebruikt en welke veiligheidsvoorzieningen daarbij in acht worden genomen.

Een uitzendonderneming dient de hierboven genoemde informatie ook aan de uitzendkracht te verstrekken. Deze informatie kan de uitzendkracht echter alleen ontvangen van de inlener. Daarom heeft de inlener conform artikel 5 lid 5 Arbeidsomstandighedenwet de verplichting om voor de aanvang van de werkzaamheden de uitlener of uitzendbureau op de hoogte te brengen van:

  • De gevaren en risico’s op de werkvloer die uit de Risico Inventarisatie en Evaluatie naar voren komen.
  • De manier waarop de werkgever deze risico’s bestrijd.
  • De verwachtingen die de werkgever op dit gebied heeft van de werknemer/inleenleenkracht.
  • Eventuele bijzondere aspecten omtrent de risico’s waar de werknemer/inleenkracht rekening moet houden bijvoorbeeld aanmelden en afmelden op de werkplek.
  • De benodigde veiligheidsopleidingen, veiligheidstraingen en aanverwante cursussen waarover de werknemer moet beschikken om zijn of haar werk veilig te kunnen uitvoeren. Denk hierbij aan VCA, Veilig Hijsen en Veilig werken met een vorkheftruck.

Deze informatie moet door de (potentiële) inlener worden verstrekt aan de uitzendonderneming zodat deze kan voldoen aan de doorgeleidingsplicht welke is benoemd in Artikel 11 van de WAADI. VCU gecertificeerde uitzendbureaus leven uiteraard de doorgeleidingsplicht na in de volgende alinea wordt hier dieper op ingegaan.

Wat kan je van een VCU gecertificeerd uitzendbureau verwachten?
Een VCU gecertificeerd uitzendbureau is een uitzendbureau die voldoet aan de Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Deze uitzendondernemingen zijn goed op de hoogte van de veiligheidsaspecten die van toepassing zijn op bedrijven die actief zijn in de bouw, techniek, petrochemie, civiele techniek en andere sectoren waarbij er sprake is van een verhoogd veiligheidsrisico op de werkvloer. VCU gecertificeerde uitzendondernemingen zijn in de praktijk meestal gespecialiseerd in een bepaalde sector bijvoorbeeld werktuigbouwkunde of installatietechniek en elektrotechniek. Door deze specialisatie hebben VCU gecertificeerde uitzendbureaus in de praktijk meestal branchespecifieke informatie met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden en de risico’s die daarbij aan de orde (kunnen) komen. Door deze kennis kunnen de VCU uitzendbureaus de klant effectief ondersteunen bij personeelsvraagstukken. Daarnaast kunnen VCU uitzendbureaus ook goed inschatten wat de kwaliteiten zijn van potentiële uitzendkrachten. De zogenaamde ‘match’ of overeenstemming tussen de vereiste kwaliteiten van de opdrachtgever en de capaciteiten van de uitzendkracht kunnen daardoor beter worden gemaakt.

Dit zorgt er niet alleen voor dat opdrachtgevers of inleners beter worden begrepen het draagt ook in belangrijke mate bij aan de veiligheid op de werkvloer. Als een werknemer een voldoende onderricht persoon is of een vakbekwaam persoon dan weet een VCU uitzendbureau wat dit in de praktijk inhoudt en welke klussen wel en welke uitzendwerkzaamheden niet aan de uitzendkracht kunnen worden aangeboden. Tijdens het inventariseren van de opdracht kan een intercedent van VCU gecertificeerde uitzendonderneming vaak door zijn of haar kennis over de (technische) branche goed doorvragen waardoor zowel het inwinnen als het verstrekken van relevante informatie aan de uitzendkracht zo volledig mogelijk kan gebeuren. De intercedent van een VCU gecertificeerd uitzendbureau heeft ook een speciaal certificaat, dit is het VIL VCU certificaat en wordt behandeld in de volgende alinea.

Wat is VIL VCU?
Uitzendondernemingen en andere intermediairs die personeel bemiddelen bij VCA gecertificeerde ondernemingen zullen VCU gecertificeerd moeten zijn. Echter is het VCU certificaat verbonden aan een organisatie bijvoorbeeld een uitzendbureau of detacheringsbureau. De interne werknemers binnen deze onderneming dienen echter ook persoonlijk gecertificeerd te zijn. VIL is Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden terwijl VCU de Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties is. De intercedenten, consultants, vestigingsmanagers en andere personen die zich bezig houden met het bemiddelen van uitzendkrachten en andere flexkrachten leren tijdens een VIL VCU cursus wat er van hen verwacht wordt in het VCA-VCU proces. Dit is belangrijk wat uiteindelijk zijn intercedenten en hun collega’s het contactpunt voor VCA bedrijven en (potentiële) uitzendkrachten. Binnen een VCU organisatie is door de VIL VCU certificering van de interne medewerkers voldoende kennis aanwezig om VCA gecertificeerde bedrijven te voorzien van voldoende gekwalificeerd personeel.  

Is een RI&E verplicht?

Een Risico Inventarisatie en Evaluatie wordt afgekort met RI&E en is een verplicht onderdeel van het Arbobeleid dat een organisatie moet voeren op basis van de Nederlandse Arbeidsomstandighedenwet. De doelstelling van het RI&E is bestrijden van risico’s op de werkplek door:

  • Het inventariseren van risico’s.
  • Het beoordelen en rangschikken van risico’s.
  • Het maken van een plan van aanpak waarmee risico’s bestreden kunnen worden.
  • Het uitvoeren van het plan van aanpak.
  • Het evalueren van het plan van aanpak.
  • Inventariseren van de risico’s die nog aanwezig zijn (vanaf deze stap lopen de hiervoor genoemde stappen weer van boven naar beneden).

Bedrijven zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om een Risico Inventarisatie en Evaluatie uit te voeren. Deze verplichting geldt sinds 1 januari 1994 in Nederland.

Voor welke bedrijven is een RI&E verplicht?
In de inleiding werd aangegeven dat een Risico Inventarisatie en Evaluatie volgens de Arbowet verplicht moet worden uitgevoerd. Deze verplichting is van toepassing op alle bedrijven behalve voor zelfstandigen die geen personeel in dienst hebben. Deze laatste groep wordt ook wel freelancer genoemd of zzp’ers. De afkorting zzp staat voor zelfstandige zonder personeel. Omdat zzp’ers geen personeel in dienst hebben hoeven ze geen Risico Inventarisatie en Evaluatie uit te voeren. In de praktijk worden zzp’ers vaak ingeleend of ingezet door grotere bedrijven die wel meerdere personeelsleden in dienst hebben. Vanwege het feit dat deze inleners wel meerdere personeelsleden in dienst hebben moeten zij een Risico Inventarisatie en Evaluatie uitvoeren. Daardoor zal de zzp’er in de praktijk vaak werken binnen een bedrijf waar wel degelijk een Arbobeleid wordt gevoerd met een RI&E als onlosmakelijk onderdeel daarvan.

Wat is een RI&E?
Een Risico Inventarisatie en Evaluatie is een middel waarmee de risico’s binnen een bedrijf in kaart moeten worden gebracht. Het in kaart brengen van deze risico’s is van groot belang omdat bedrijven de wettelijke en morele plicht hebben om een zo veilig mogelijke werkplek voor hun personeel te realiseren. Dit kunnen werkgevers zullen voor de uitvoering van de Risico Inventarisatie en Evaluatie bepaalde expertise nodig hebben. Daarom moeten ze een gecertificeerde arbodienst of deskundige preventie inschakelen om dit proces te begeleiden.

Het RI&E moet schriftelijk worden vastgelegd. In de analyse en inventarisatie van de risico’s moet ook duidelijk worden aangeven wat de kans is dat een bepaald gevaar daadwerkelijk zal plaatsvinden. Verder is het plan van aanpak een wezenlijk onderdeel van het RI&E. Risico’s moeten namelijk niet alleen worden geïnventariseerd maar ook worden aangepakt en bestreden. Het plan van aanpak moet duidelijk zijn beschreven en daarnaast ook voorzien zijn van deadlines en/of een tijdsplanning. Verder moet in een RI&E duidelijk naar voren komen wie voor welke taak verantwoordelijk is.

Na de uitvoering van het plan van aanpak stopt het inventariseren en evalueren van risico’s niet. Dit proces blijft continue doorgaan. Bedrijven zullen altijd te maken krijgen met veranderingen en dynamiek. Dat zorgt er voor dat er ook weer nieuwe risico’s kunnen ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van nieuwe machines, werktuigen en andere productiemiddelen. Ook de uitbereiding van een fabriekspand of utiliteitscomplex kan er voor zorgen dat er weer andere risico’s ontstaan. Dat zorgt er voor dat de risico’s steeds weer opnieuw moeten worden geïnventariseerd, geëvalueerd en bestreden.  

Wat is een Risico Inventarisatie en Evaluatie RI&E?

Risico-Inventarisatie en Evaluatie is een verplicht onderdeel van het arbobeleid van een bedrijf waarmee op een gestructureerde wijze periodiek de risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid worden geïnventariseerd, beschreven en geëvalueerd. Bedrijven zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om een zo veilig mogelijke werkplek voor hun werknemers te creëren.

Daarnaast moet de werkplek en de atmosfeer op en rondom de werkplek ook geen schade opleveren voor de gezondheid van werknemers, bezoekers van de werkplek en andere personen die aanwezig kunnen zijn binnen het bedrijf of in de directe omgeving van het bedrijf. Het is echter van belang dat bedrijven een goed beeld hebben van de aanwezige risico’s. Pas wanneer de risico’s goed in kaart zijn gebracht en duidelijk zijn omschreven in een Risico Inventarisatie en Evaluatie kunnen de risico’s effectief worden bestreden. Dit laatste gebeurd in het plan van aanpak dat de organisatie moet opstellen op basis van de risico’s.

Onderdelen van een Risico Inventarisatie en Evaluatie
Een Risico Inventarisatie & Evaluatie moet uit een aantal onderdelen bestaan. Dit is van belang omdat dit RI&E volledig moet zijn. De Arbeidsomstandigheden wet geeft duidelijkheid over de inhoud van de Risico Inventarisatie en Evaluatie. We noemen een aantal voorbeelden van richtlijnen die worden geboden door de Arbowet over de inhoud van de RI&E:

  • In de RI&E moeten rol en taken en het gewenste niveau van de preventiemedewerker zijn omschreven. Ook moet het aantal preventiemedewerkers duidelijk in kaart zijn gebracht. Deze informatie is gebaseerd op de uitkomsten van de RI&E. Voor meer informatie Arbowet art. 13.
  • Artikel 5 van de Arbeidsomstandigheden bepaald dat de werkgever voor het arbeidsomstandighedenbeleid in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk moest vastleggen welke risico’s de arbeid voor de werknemers met zich brengt. Deze risico-inventarisatie en -evaluatie zal ook een beschrijving moeten bevatten van de gevaren en de risico-beperkende maatregelen die worden genomen.
  • Er moet een plan van aanpak worden opgesteld waarin door het bedrijf is aangegeven welke maatregelen genomen zullen worden om de risico’s te bestrijden. Daarnaast moet ook duidelijk worden gemaakt wanneer de maatregelen worden uitgevoerd en hoe. Dit staat in de Arbeidsomstandigheden wet Artikel 5 lid 3.
  • Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht de werkgever mee te werken aan de doorgeleidingsplicht die op basis van de WAADI aan uitzendbureaus is opgelegd. Werkgevers moeten namelijk conform Artikel 5 lid 5 van de Arbowet tijdig aan de intermediair of het uitzendbureau relevante informatie uit de risico-inventarisatie en -evaluatie verstrekken met betrekking tot de gevaren op de werkvloer en risicobeperkende maatregelen die hiervoor zijn getroffen. Ook de risico’s voor de werknemer op de in te nemen arbeidsplaats moeten aan het uitzendbureau bekend worden gemaakt. de doorgeleidingsplicht die het uitzendbureau op basis van de WAADI heeft zorgt er voor dat de uitzendonderneming deze relevante informatie aan de uitzendkracht verstrekt. Zie voor meer informatie het hoofdartikel “ wat is doorgeleidingplicht?” op technischwerken.nl.

Aan de hierboven richtlijnen moeten bedrijven zich houden. Toch hebben bedrijven wel een bepaalde vrijheid met betrekking tot de uitvoering van de Risico Inventarisatie en Evaluatie. Het is belangrijk dat bedrijven een goed inzicht krijgen in de risico’s die op en rondom de werkvloer aanwezig (kunnen) zijn. Een RI&E moet daar een zo goed mogelijk beeld van geven. Daarom moeten de risico’s zo duidelijk mogelijk worden beschreven. Daarbij moet de aard van het risico in kaart zijn gebracht maar ook de omvang van het risico en de mogelijke gevolgen. Er dient een rangschikking te zijn tussen de risico’s en er moet een duidelijke prioriteit in deze rangschikking zijn aangebracht. Verder dienen bedrijven ook een plan van aanpak vast te stellen waarmee het bedrijf de aanwezige risico’s wil wegnemen, beperken of beheersen. De informatie die moet worden genoteerd en verwerkt wordt duidelijk als men kijkt naar de verschillende stappen die een bedrijf moet uitvoeren tijdens de RI&E. In de volgende alinea is het stappenplan van de Risico Inventarisatie en Evaluatie weergegeven.

Stappenplan van de Risico Inventarisatie en Evaluatie
Een RI&E moet door een bedrijf gestructureerd uitgevoerd moeten worden. Daarbij is een planmatige aanpak belangrijk. Het inventariseren van risico’s en het evalueren daarvan evenals het bestrijden van risico’s met een planmatige aanpak is iets waar bedrijven voortdurend mee bezig moeten zijn. Er kunnen namelijk weer nieuwe risico’s op de werkplek ontstaan als er nieuwe machines worden geplaatst, andere werkzaamheden worden verricht, met meer of juist met minder personeel wordt gewerkt of door slijtage aan machines, constructies en gebouwen. Een bedrijf is daarom nooit klaar met het inventariseren van risico’s. Juist daarom is het belangrijk dat het RI&E proces geconditioneerd wordt. De volgende stappen worden tijden het RI&E door een bedrijf uitgevoerd:

Stap 1: Inventarisatie
In deze eerste stap gaat het bedrijf alle risico’s die in het bedrijf aanwezig zijn in kaart brengen. De risico’s moeten duidelijk worden omschreven. Aan het einde van deze stap zullen alle risico’s in een duidelijke lijst zijn opgesteld. Deze lijst is een belangrijk uitgangspunt voor stap twee.

Stap 2: Evaluatie van de risico’s
Nadat het aantal risico’s is geïnventariseerd zullen bedrijven de risico’s moeten evalueren. Daarbij wordt gekeken naar de waarschijnlijkheid dat een bepaald incident plaats zal vinden en de omvang van de gevolgen als het risico daadwerkelijk zal plaatsvinden. Op basis van de risico evaluatie zal een rangschikking worden gemaakt van de risico’s. Uit deze rangschikking moet naar voren komen welke risico’s het belangrijkste zijn. Dit zijn de risico’s die het grootste gevaar vormen en de grootste kans hebben op het daadwerkelijk plaatsvinden van een incident. Deze rangschikking van risico’s dient eveneens schriftelijk te worden vastgelegd.

Stap 3: Plan van aanpak
Het inventariseren en evalueren van de risico’s vormen de basis voor een effectieve aanpak van de risico’s. Deze aanpak moet planmatig zijn en gestructureerd daarom moet er een duidelijk plan van aanpak worden opgesteld. In het plan van aanpak moet worden beschreven welke maatregelen worden genomen om het risico weg te nemen doormiddel van bronbestrijding. Als bronbestrijding niet mogelijk is zal het bedrijf technische voorzieningen moeten treffen om de mens zoveel mogelijk van de bron van het gevaar te scheiden. Ook beheersmaatregelen kunnen aan de orde komen. Hierbij kan ook gedacht worden aan het verstrekken en gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s). De maatregelen moeten duidelijk worden beschreven en er moet aangegeven worden wanneer de maatregelen worden ingevoerd. Verder moet duidelijk zijn wie voor de invoering van de maatregelen verantwoordelijk is en wie de implementatie controleert.

Stap 4: Toetsen van de RI&E
De Risico Inventarisatie & Evaluatie moet worden getoetst door een arbodienst of arbodeskundige. Deze toetsing is niet verplicht bij bedrijven die minder dan 26 werknemers aan het werk hebben als die gebruik maken van een erkend Branche RI&E instrument. Het uiteindelijke doel is dat er een duidelijke RI&E door het bedrijf is opgesteld dat voldoet aan de wettelijke eisen.

Stap 5: Aan de slag
De laatste stap is de daadwerkelijke uitvoering van het plan van aanpak. Dit houdt in dat de hiervoor genoemde stappen ten uitvoering moeten worden gebracht. Het plan van aanpak moet in de praktijk worden uitgevoerd door de personen en de afdeling(en) die hiervoor verantwoordelijk zijn. Tijdens de uitvoering van het plan van aanpak is het goed mogelijk dat men tegen problemen aanloopt. Bepaalde methoden om risico’s aan te pakken of te beperken kunnen in de praktijk wel moeilijk uitvoerbaar zijn. Daarom moet er ook tijdens het plan van aanpak voortdurend controle worden gehouden en geëvalueerd. Indien bijsturing nodig is zal dit met de verantwoordelijke personen en de preventiemedewerker moeten worden overlegd. Op die manier blijft een plan van aanpak actueel en praktisch toepasbaar.

Wat is doorgeleidingsplicht?

Doorgeleidingsplicht is de wettelijke verplichting die een uitzendbureau op basis de WAADI heeft met betrekking tot het inwinnen en het verstrekken van alle relevante informatie aan een uitzendkracht zodat deze zijn of haar uitzendwerk zo veilig en goed mogelijk kan uitvoeren zonder dat de uitzendkracht daarbij de veiligheid en gezondheid van zichzelf, de collega’s, de bezoekers en de omwonenden van werkplek wordt geschaad.

Doorgeleidingsplicht WAADI
De doorgeleidingsplicht wordt niet voor niets en plicht genoemd. Het is een wettelijke verplichting waar uitzendondernemingen zich aan moeten houden. Niet alleen uitzendbureaus moeten zich houden aan de doorgeleidingsplicht, alle intermediairs waarop de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs van toepassing is moeten zich houden aan de doorgeleidingsplicht. Deze Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs is ook wel bekend onder de afkorting WAADI die u zich misschien herinnerd van de inleiding van deze tekst.

Voor wie is de doorgeleidingsplicht?
De WAADI is van toepassing op alle bedrijven die uitzendkrachten en andere tijdelijke krachten beschikbaar stellen om voor andere bedrijven, de inleners, werkzaamheden uit te voeren. Omdat deze intermediairs wel feitelijk de werkgevers zijn van deze inleenkrachten maar niet daadwerkelijk belast zijn met het dagelijkse toezicht op deze krachten moeten ze er voor zorgen dat de inleenkrachten worden voorzien van de juiste instructies met betrekking tot de veiligheid en de aard van de werkzaamheden.

De uitzendonderneming of intermediair moet deze informatie in duidelijke en begrijpelijke taal verstrekken aan de uitzendkracht. Uiteraard dient de uitzendonderneming eerst de juiste informatie in te winnen, dit is vastgelegd in Artikel 11 van de WAADI. Dit is de rol van de uitzendonderneming uiteraard heeft de inlener ook een rol. De rol van de inlener komt naar voren in Artikel 5, lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. Deze twee artikelen zijn in de onderstaande alinea’s geciteerd en toegelicht.

Doorgeleidingsplicht op basis van Artikel 11 WAADI
De doorgeleidingsplicht is wettelijk vastgelegd in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Uitzendbureaus en andere intermediairs zijn namelijk als feitelijk werkgever in belangrijke mate verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van de uitzendkracht of inleenkracht. Een intermediair is echter niet in staat of niet in de mogelijkheid om dagelijks toezicht te houden op de werkzaamheden van de inleenkracht. Dit doet de operationeel leidinggevende van de inlenende werkgever. Een uitzendonderneming / intermediair heeft echter wel de verplichting om hun uitleenpersoneel zo goed mogelijk te instrueren. Dit is in de WAADI vastgelegd onder Artikel 11. De letterlijke tekst van WAADI Artikel 11 is als volgt:

Degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt verschaft aan degene die ter beschikking wordt gesteld, informatie over de verlangde beroepskwalificatie en verstrekt aan die persoon de beschrijving, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, voordat de terbeschikkingstelling een aanvang neemt”. Einde citaat Artikel 11 WAADI.

Uit dit citaat van Artikel 11 van de WAADI komt duidelijk de verplichting naar voren die intermediairs, of bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen, hebben indien zijn hun personeel laten werken bij andere organisaties. Het gaat hierbij om de beroepskwalificatie. Dit is een vrij algemene term die men zou kunnen omschrijven als alle eisen en kwalificaties waaraan een arbeidskracht moet voldoen om de werkzaamheden te kunnen en te mogen uitvoeren. Dit zijn dus ook in belangrijke mate de selectiecriteria voor een uitzendonderneming. In Artikel 11 van de WAADI wordt ook gerefereerd aan Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet of Arbowet. Als men dit artikel leest komt duidelijk naar voren dat de inlenende werkgever ook verplichtingen heeft naar de uitzendonderneming toe met betrekking tot de instructie voor de uitzendkracht/ inlener op het gebied van veiligheid en gezondheid. In de volgende alinea kan hier meer over gelezen worden.

Doorgeleidingsplicht en Artikel 5 lid 5 Arbeidsomstandighedenwet
Inlenende bedrijven hebben ook verantwoordelijkheden met betrekking tot de informatieverschaffing aan de uitzendonderneming/ intermediair en de inleenkracht/ uitzendkracht. De Arbeidsomstandighedenwet is er primair op gericht dat werkgevers een zo gezond en veilig mogelijk werkklimaat creëren voor hun werknemers. Daarbij gaat het niet alleen om werknemers die op contactbasis, rechtstreeks in dienst zijn bij de werkgever ook tijdelijke krachten en flexkrachten dienen door de werkgever conform de Arbeidsomstandighedenwet te worden beschermd tegen risico’s, onveilige situaties en arbeidsomstandigheden die de veiligheid en gezondheid kunnen schaden. Tijdelijke krachten moeten goed op de hoogte worden gebracht van de arbeidsomstandigheden waarin ze terecht zullen komen als ze bij de inlener aan de slag gaan. Daarom is in Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet het volgende vastgelegd:

Indien de werkgever arbeid doet verrichten door een werknemer die hem ter beschikking wordt gesteld, verstrekt hij tijdig voor de aanvang van de werkzaamheden aan degene, die de werknemer ter beschikking stelt, de beschrijving uit de risico-inventarisatie en -evaluatie van de gevaren en risico beperkende maatregelen en van de risico’s voor de werknemer op de in te nemen arbeidsplaats, opdat diegene deze beschrijving verstrekt aan de betrokken werknemer.

Dit artikel uit de Arbeidsomstandighedenwet maakt duidelijk dat de werkgever die als inlener optreed ook duidelijk verplichtingen heeft als hij werknemers wil inlenen. Het bedrijf is volgens de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om de aanwezige risico’s in het bedrijf te inventariseren in een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Daarnaast moet een bedrijf conform deze Arbowet ook deze risico’s trachten weg te nemen, te beperken en te beheersen. Daarvoor stelt het bedrijf een plan van aanpak op. Daaruit vloeien echter weer veiligheidsprocedures en veiligheidsinstructies voort. Ook werkinstructies zijn een gevolg van Risico Inventarisatie en Evaluatie. Het is echter van belang dat niet alleen de eigen personeelsleden deze instructies krijgen maar alle werknemers die binnen het bedrijf werkzaam zijn dus ook de inleenkrachten. Daarom moet een (potentiële) inlener aan de uitlener van personeel tijdig de benodigde informatie verstrekken met betrekking tot de werkzaamheden, kwalificaties, veiligheidsrisico’s en beheersmaatregelen.

Doorgeleidingsplicht tot slot
Artikel 11 van de WAADI en Artikel 5 lid 5 van de Arbowet vormen gezamenlijk de wettelijke basis van de doorgeleidingsplicht. Bedrijven die tijdelijke krachten willen inlenen moeten aan de uitleners duidelijke informatie verschaffen met betrekking tot de aard van de werkzaamheden en de risico’s die daarbij aan de orde komen. Ook de beheersmaatregelen en benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen moeten worden benoemd (en verstrekt). Het verstrekken van de persoonlijke beschermingsmiddelen moet gedaan worden door de inlener en het toezicht op het gebruik van deze pbm’s moet worden gedaan door de operationeel leidinggevende van de inlener. De intermediair of de uitzendonderneming dient door te vragen tijdens de ontvangst van een vacature of opdracht. In dit doorvragen moet duidelijk naar voren komen wat de risico’s daadwerkelijk zijn en wat de uitzendkracht moet doen of moet laten om de risico’s te beperken of beheersbaar te maken. De uitzendonderneming zal deze informatie aan de uitzendkracht moeten overbrengen. Dit kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van een personeelsinstructieformulier.

Wat is VCA?
Uitzendbureaus in de techniek en de bouw krijgen dikwijls te maken met opdrachtgevers die VCA gecertificeerd zijn. Deze VCA certificering is niet wettelijk verplicht maar is vaak wel sterk branche gebonden. Een VCA gecertificeerde onderneming moet aan bepaalde eisen voldoen om het VCA certificaat te ontvangen en te behouden. VCA staat voor VGM Checklist voor Aannemers. De letters VGM staan voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Dit zijn drie belangrijke kernonderwerpen in het VCA beleid van bedrijven. Bedrijven die VCA gecertificeerd zijn moeten hun personeel ook VCA certificeren. Op die manier wordt het naleven van het VCA niet alleen gedaan op basis van beleidsmatige theorie maar ook in de praktijk. VCA certificaten voor personeel zijn er in twee soorten:

  • Basis VCA: dit VCA certificaat is voor uitvoerende personeelsleden.
  • VOL VCA: dit VCA is voor operationeel leidinggevenden (VOL = Veiligheid Operationeel Leidinggevenden.

Ook uitzendkrachten die bij een VCA gecertificeerde onderneming aan de slag gaan dienen in bezit te zijn van een VCA certificaat. Uitzendondernemingen die deze uitzendkrachten bemiddelen moeten echter ook gecertificeerd zijn. Dit gebeurd doormiddel van het VCU certificaat dat een afgeleide is van het VCA certificaat. Over VCU kun je meer lezen in de volgende alinea of in de specifieke teksten op technischwerken.nl die dit onderwerp behandelen.

Wat is VCU?
VCU is het VCA certificaat voor uitzendbureaus. De letters VCU staan daarom ook niet voor niets voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Uitzendorganisaties kunnen een VCU certificering aanvragen. Deze certificering is net als het VCA ondergebracht bij de SSVV dit is de onafhankelijke Stichting Samenwerken Voor Veiligheid. VCU gecertificeerde uitzendondernemingen leggen extra de nadruk op veiligheid en gezondheid van hun uitzendkrachten. Dit uit zich ook in de doorgeleidingsplicht. Daarbij wordt in de werkinstructie duidelijk gevraagd of de uitzendkracht in bezit moet zijn van basis VCA of VCA VOL.

Wat is VIL VCU?
Naast de uitzendonderneming als organisatie wordt ook het interne personeel van de uitzendonderneming als het goed is gecertificeerd. Het is immers het personeel van het uitzendbureau dat de daadwerkelijke doorgeleidingsplicht ten uitvoering moet brengen door het verstrekken van een personeelsinstructie aan de uitzendkracht. Daarvoor is basiskennis nodig. Deze wordt geboden door het VIL VCU. Daarbij staat VIL voor Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden en VCU staat voor het eerder genoemde Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Een VIL VCU certificaat is net als een VCA certificaat tien jaar geldig en is persoonsgebonden.

Wat is een VCU gecertificeerde uitzendorganisatie?

Een VCU gecertificeerde uitzendorganisatie is een uitzendorganisatie die gecertificeerd is op het gebied van de Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Het VCU is ondergebracht bij de SSVV oftewel de onafhankelijke Stichting Samenwerken Voor Veiligheid. Bij deze stichting is ook het de VGM Checklist voor Aannemers ondergebracht die beter bekend staat onder de afkorting VCA. Het SSVV heeft twee organen die er voor zorgen dat de procedures met betrekking tot VCA en VCU correct worden uitgevoerd. Dit is het Centraal College van Deskundigen VCA en de Werkgroep VCU. Het VCU is bestemd voor uitzendondernemingen die uitzendkrachten en ander (flexibel) personeel uitzenden naar VCA-gecertificeerde opdrachtgevers die ook wel de inleners worden genoemd van uitzendpersoneel.

Voor welke uitzendbureaus is VCU?
VCU is een certificering die voor bepaalde uitzendondernemingen van toepassing zal zijn. Niet elke uitzendonderneming levert immers personeel aan VCA-gecertificeerde bedrijven. De uitzendbureaus die dit echter wel doen zullen er verstandig aan doen om zich VCU te laten certificeren. Opdrachtgevers die namelijk VCA gecertificeerd zijn zullen van hun toeleveranciers van personeel verwachten dat het personeel van zowel de uitzendonderneming intern als het externe personeel van de uitzendonderneming op de hoogte zijn van de veiligheidsrichtlijnen die zijn omschreven in de VGM Checklist voor Aannemers. De letters VGM staan overigens voor Veiligheid Gezondheid en Milieu. Bedrijven die VCA gecertificeerd zijn besteden extra aandacht aan:

  • de veiligheid van het personeel en andere aanwezigen, omwonenden op en rondom de werkplek,
  • de gezondheid van zowel werknemers, bezoekers en omwonenden.
  • het milieu oftewel de omgeving rondom de werkplek.

 Deze aspecten komen naar voren in het VGM beleid van een VCA gecertificeerde onderneming. Daaronder valt ook het Arbobeleid dat ook wel het Arbeidsomstandighedenbeleid wordt genoemd. Dit beleid is een wettelijke verplichting vanuit de Arbowet. VCA is echter niet een wettelijke verplichting maar is wel een belangrijke methode om het VGM beleid uit te dragen.

Uitzendondernemingen die aan VCA gecertificeerde bedrijven (tijdelijk) personeel leveren moeten goed op de hoogte zijn van de eisen die aan dit personeel worden gesteld op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Daarom moeten uitzendkrachten die bij VCA gecertificeerde bedrijven tewerk worden gesteld in bezit zijn van Basis VCA als ze een uitvoerende functie gaan bekleden en VOL VCA als ze worden ingezet als operationeel leidinggevende (VOL is Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden).

Uitzendbureaus zelf moeten VCU gecertificeerd zijn en moeten begrijpen wat er voor risico’s aanwezig zijn op de werkplek van de opdrachtgever en inlener. Deze risico’s hoeven uitzendondernemingen niet zelf te inventariseren. De opdrachtgever is zelf verantwoordelijk voor het houden van een Risico Inventarisatie en Evaluatie en de beschrijving van een plan van aanpak waarmee de risico’s op de werkplek worden bestreden of beheerst. De uitzendonderneming moet echter wel van de opdrachtgever te horen krijgen welke risico’s op de werkplek aanwezig zijn en hoe de uitzendkracht zich tegen deze risico’s dient te beschermen. Daarbij kunnen veiligheidsprocedures een rol spelen maar ook het dragen van bijvoorbeeld persoonlijke beschermingsmiddelen.

Doorgeleidingsplicht
Uitzendbureaus zijn de formele werkgever van uitzendkrachten toch zijn uitzendbureaus niet belast met het dagelijkse toezicht op uitzendkrachten. Dat laatste doet namelijk de operationeel leidinggevende van de inlenende partij die ook wel de materiele werkgever wordt genoemd. De uitzendonderneming dient echter alle relevante informatie met betrekking tot de veiligheid en gezondheid op de werkvloer te verstrekken aan de uitzendkracht.

Deze informatie moet de uitzendonderneming dus eerst ontvangen van de inlenende partij. Dit moet gebeuren voordat de uitzendkracht te werk wordt gesteld. De uitzendonderneming zal de informatie duidelijk aan de uitzendkracht moeten overbrengen. Dit gebeurd in de praktijk meestal doormiddel van een personeelsinstructieformulier die door de uitzendonderneming aan de uitzendkracht wordt verstrekt en meestal mondeling wordt toegelicht door de intercedent of vestigingsmanager van het uitzendbureau. Op die manier voldoet de uitzendonderneming aan de doorgeleidingsplicht.

Wat is VIL VCU?
VIL VCU is een afkorting die ook vaak wordt benoemd in het uitzendwezen. Wat VCU is stond in de alinea’s hierboven al vermeld. VIL staat voor Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden. De combinatie tussen VIL en VCU maakt duidelijk dat VIL VCU staat voor de daadwerkelijke certificering van de interne werknemers van het uitzendbureau oftewel de intercedenten, consultants en de leidinggevenden die in de praktijk vaak de vestigingsmanager of regiomanager zijn. Deze personen dienen allemaal een VCU certificaat te behalen. Kortom het uitzendbureau is VCU gecertificeerd en de werknemers van de VCU gecertificeerde uitzendonderneming dienen VIL VCU gecertificeerd te zijn.

Wat is VIL VCU?

VIL VCU is een speciaal certificaat voor uitzendorganisaties die personeel leveren aan VCA-certificeerde bedrijven en daardoor aan bepaalde kwaliteitseisen en veiligheidseisen moeten voldoen. VIL VCU is een samenvoeging die bestaat uit twee afkortingen die als volgt kunnen worden verklaard:

  • VIL: staat voor Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden,
  • VCU: staat voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties

Het VIL VCU is een speciale certificering die is voortgekomen uit het VCA. Het VCA is een certificering voor aannemers maar ook voor verschillende andere technische bedrijven en bouwbedrijven. De afkorting VCA staat voor VGM Checklist Aannemers. Om de reeks afkortingen geheel te verklaren staat VGM voor Veiligheid Gezondheid en Milieu. Juist deze laatste verklaring van de afkorting VGM maakt duidelijk waar het in deze certificering om gaat namelijk het:

  • bevorderen van de veiligheid op de werkvloer,
  • het beschermen van de gezondheid van de werknemers en andere aanwezigen op de werkvloer,
  • het zoveel mogelijk beperken van de schadelijke effecten van de bedrijfsvoering voor het milieu.

Verklaring VIL VCU
Zoals hiervoor is aangegeven staat VCU voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties dit maakt duidelijk dat VCU specifiek voor uitzendondernemingen oftewel uitzendbureaus is ingevoerd. Uitzendbureaus die uitzendkrachten leveren voor klanten die VCA gecertificeerd zijn zullen goed moeten weten welke risico’s bij hun (potentiële) opdrachtgevers of inleners aan de orde (kunnen) komen. Allereerst is het natuurlijk van belang om te weten waarom het VCA is ingevoerd en wat het VCA precies voor rol speelt in technische sector, de petrochemie en de bouw. Daarover gaat de volgende alinea.

VCA: VGM Checklist Aannemers
Er zijn verschillende uitzendbureaus in Nederland actief. Er zijn uitzendondernemingen die zich richten op alle markten en sectoren maar er zijn ook uitzendbureaus die zich alleen richten op de techniek, offshore of de bouw. Dit zijn technische sectoren waarbij werknemers, dus ook uitzendkrachten, onder andere te maken krijgen met machines, elektrische spanning, grote constructies en alle risico’s die daarbij horen.

Werkgevers hebben in Nederland de wettelijke plicht om contactwerknemers en uitzendkrachten zo goed mogelijk te instrueren over de werkzaamheden en bijbehorende risico’s. Deze plicht hebben werkgevers op basis van de Arbowet. Een goede veiligheidsinstructie is gebaseerd op een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Doormiddel van dit RI&E brengen bedrijven risico’s op en rondom de werkvloer in kaart.

Doormiddel van een plan van aanpak trachten bedrijven de risico’s bij de bron te bestrijden door bronbestrijdingsmaatregelen. Dit is echter lang niet altijd mogelijk daarom ondernemen bedrijven verschillende maatregelen om de mensen van de bron van het gevaar te scheiden. Dit kan door technische maatregelen en beheersmaatregelen. Als de risico’s niet (geheel)  weggenomen kunnen worden zullen de risico’s moeten worden beheerst. Daarvoor is een duidelijke werkinstructie noodzakelijk en zullen bedrijven ook persoonlijke beschermingsmiddelen moeten verstrekken aan hun personeel indien dit de veiligheid en gezondheid van de werknemers beschermd tegen schadelijke effecten van de werkzaamheden of de werkomgeving. 

Personeel moet dus duidelijke instructies krijgen. Deze instructies krijgt het personeel uiteraard ook mondeling bij de aanvang van de werkzaamheden. Er zijn echter op de bouw zo enorm veel algemene veiligheidsinstructies die aan de orde komen dat een direct leidinggevende bijna onmogelijk tijd kan besteden aan het benoemen van alle risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen. Daarom is basiskennis op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu belangrijk. Deze basiskennis leren de werknemers en dus ook uitzendkrachten in een Basis VCA cursus. Er zijn echter verschillende soorten VCA certificaten. Dit lees je in de volgende alinea.

Verschillende soorten VCA
Op de bouw en in de techniek zijn verschillende ‘spelers’ actief. Deze ‘spelers’ zijn bedrijven en organisaties. Men maakt wel de onderverdeling tussen opdrachtgevers, hoofdaannemers en onderaannemers. De opdrachtgever geeft de opdracht voor bijvoorbeeld het bouwen van een constructie, woning, utiliteitscomplex of fabriek. De aannemer neemt de opdracht aan en zet vaak verschillende onderaannemers in om bepaalde gedeelten van het project af te ronden.

Zo kan een grote bouwonderneming de hoofdaannemer zijn en kan deze installatiebedrijven, stukadoors en tegelzetters als onderaannemer een deel van het project laten uitvoeren. Het spreekt echter voor zich dat ook deze bedrijven zich moeten houden aan de regels met betrekking tot veiligheid, gezondheid en milieu. Om die reden zijn er verschillende soorten VCA certificaten ontstaan. We noemen de belangrijkste VCA certificeringen:

  • Uitvoerend personeel en uitzendkrachten dienen in bezit te zijn van een VCA basis of een VCA B als ze werkzaamheden uitvoeren bij een werkgever die VCA gecertificeerd is. Ook uitzendkrachten dienen over een basis VCA te beschikken als ze werkzaamheden uitvoeren voor inleners die VCA gecertificeerd zijn.
  • Voor leidinggevenden is er een VOL VCA. De letters VOL staan Veiligheid voor Operationeel leidinggevenden. Dit maakt duidelijk dat operationeel leidinggevenden in deze VOL VCA cursus extra informatie krijgen over hun verantwoordelijkheden en hun rol op het gebied van Veiligheid Gezondheid en Milieu op de werkvloer.
  • Voor opdrachtgevers is er het VCO de afkorting VCO staat voor Veiligheids, Gezondheid en Milieu Checklist Opdrachtgevers. Het VCO is bedoeld voor opdrachtgevers die opdrachten willen laten uitvoeren door (andere) bedrijven waarbij het uitvoeren van de opdracht bepaalde risico’s voor de veiligheid, gezondheid en het milieu meebrengen.

Naast bovenstaande VCA certificaten is er natuurlijk ook nog het VIL VCU. Dit is een bijzonder VCA certificaat en wordt in de volgende alinea’s behandeld.

Waarom VCU?
VCU staat zoals eerder benoemd voor
Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties en is ontstaan uit VCA. Uitzendorganisaties hebben als intermediair een bijzondere positie als het gaat om de veiligheid, gezondheid en het milieu op de werkplek. Uitzendbureaus zijn immers tussenpersonen, de uitzendkracht zelf werkt niet onder rechtstreeks toezicht van de uitzendonderneming. In plaats daarvan werkt de uitzendkracht onder toezicht van de direct leidinggevende van de inlener. Deze direct leidinggevende wordt ook wel de operationeel leidinggevende genoemd. In de vorige alinea heb je gelezen dat deze operationeel leidinggevende in bezit moet zijn van een VOL VCA.

Deze operationeel leidinggevende is verantwoordelijk voor het verstrekken van de persoonlijke beschermingsmiddelen en het instrueren van de uitzendkracht als het gaat om het gebruik van machines, werktuigen en andere middelen waarmee de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. De uitzendkracht zal ook de operationeel leidinggevende van de inlener hanteren als eerste aanspreekpunt voor onveilige situaties. Tijdens een toolboxmeeting geeft een direct leidinggevende specifieke informatie over een bepaald veiligheidsaspect op de werkvloer. Een toolboxmeeting wordt conform VCA minimaal 10 keer per jaar gehouden. Net als het reguliere personeel is ook een uitzendkracht verplicht om bij een toolboxmeeting aanwezig te zijn. Tijdens deze meeting worden ook wel incidenten benoemd zoals bijna-ongevallen en ongevallen. Door het personeel tijdens de toolboxmeeting te betrekken bij het probleem kan het bedrijf het bewustzijn van het personeel met betrekking tot de veiligheid bevorderen.

Maar wat is dan de rol van het uitzendbureau? Het uitzendbureau heeft wel degelijk een rol in dit geheel. De uitzendonderneming heeft namelijk een doorgeleidingsplicht. Dit houdt in dat het uitzendbureau voor de aanvang van de werkzaamheden op de hoogte moet zijn van de specifieke veiligheidseisen die door de inlener zijn gesteld. Daarbij gaat het niet alleen over het feit of de uitzendkracht in bezit is van een basis VCA of niet. Er wordt ook gekeken naar andere aspecten zoals het werken met een heftruck, werken op hoogte, gebruik van bovenloopkranen en andere hijs en hefmiddelen enzovoort. Door goed door te vragen kan een intercedent een goed beeld krijgen van de arbeidsomstandigheden. Nog veel beter is het wanneer de intercedent eerst langs gaat op de werkplek waar de uitzendkracht zal moeten komen te werken om tijdens een werkplekinspectie een goed beeld te krijgen van de specifieke aspecten met betrekking tot veiligheid, gezondheid en milieu.

Uitzendbureaus winnen deze informatie niet voor niets in. Deze informatie wordt gebruikt om de juiste kandidaat uitzendkracht te selecteren voor de vacature van de inlener. Nadat deze selectie is geweest worden de kandidaten goed op de hoogte gebracht van de veiligheidsaspecten waar ze rekening mee dienen te houden. Deze voorlichting kan het beste plaatsvinden voordat de uitzendkracht op gesprek gaat bij de inlener. Het is namelijk belangrijk dat een uitzendkracht weet in wat voor soort bedrijf het gesprek wordt gevoerd en welke veiligheidsaspecten daarbij aan de orde komen. Zo kan een kandidaat uitzendkracht bijvoorbeeld werkschoenen meennemen voor het sollicitatiegesprek als hij of zij van het uitzendbureau te horen heeft gekregen dat er een rondleiding wordt gegeven over de werkplek. Als een bouwhelm daarbij benodigd is omdat het een bouwplaats betreft is het verstandig dat het uitzendbureau een bouwhelm aan de kandidaat verstrekt. Indien het uitzendbureau deze mogelijkheid niet heeft zal het uitzendbureau hierover afspraken moeten maken met de inlener zodat deze tijdig een bouwhelm aan de solliciterende uitzendkracht verstrekt.

Doorgeleidingsplicht
De doorgeleidingsplicht speelt een belangrijke rol bij het VIL VCU. Deze doorgeleidingsplicht houdt in dat uitzendondernemingen de plicht hebben om alle relevante informatie met betrekking tot veiligheid en gezondheid van de uitzendkracht tijdig bij de uitzendkracht onder de aandacht te brengen. De meeste uitzendondernemingen gebruiken hiervoor een personeelsinstructieformulier waarin de risico’s staan beschreven, de beheersmaatregelen, de persoonlijke beschermingsmiddelen die vereist zijn en de contactpersoon van de uitzendkracht.

Uiteraard dient een intercedent of leidinggevende op een uitzendbureau goed op de hoogte te zijn van de veiligheidsaspecten die aan de orde kunnen komen op de bouw en de techniek. Daarom heeft men het ook over VIL oftewel Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden en VCU dat staat voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Zowel intercedenten als leidinggevenden bij uitzendondernemingen dienen goed op de hoogte te zijn van de veiligheidsaspecten zodat ze deze door kunnen geven aan uitzendkrachten en daarmee voldoen aan goed werkgeverschap en aan de doorgeleidingsplicht.

VIL VCU tot slot
In de alinea’s hierboven is een duidelijk beeld geschetst van de rol van VIL VCU binnen de technische sector, de bouw en de uitzendbranche. Het is duidelijk dat VIL VCU veel meer is dan een formaliteit. Het gaat om een belangrijke rol die voor uitzendondernemingen is weggelegd om hun uitzendkrachten zo goed mogelijk op de hoogte te brengen van de veiligheidsaspecten waarmee de uitzendkracht te maken (kan) krijgen. Uitzendkrachten die in bezit zijn van basis VCA weten zelf de nodige basisaspecten met betrekking tot veilig werken.

Toch hebben ze doormiddel van een personeelsinstructieformulier met een mondelinge toelichting baat bij specifieke veiligheidsaspecten die van toepassing zijn op de arbeidsomstandigheden van de inlener. Arbeidsomstandigheden en werkplekken verschillen namelijk onderling sterk. Daarom moet bij iedere uitzending van uitzendkrachten een nieuwe personeelsinstructie worden gegeven aan uitzendkrachten. Een bedrijf geeft als het goed is 10 keer per jaar een toolboxmeeting. Uitzendbureaus dienen ook hiervan op de hoogte te zijn zodat ze hun uitzendkrachten kunnen wijzen op het belang van deze toolboxmeeting. De uiteindelijke doelstelling van VCA en VIL VCU is het beschermen van de gezondheid en veiligheid van werknemers en dus ook van uitzendkrachten. Het uitzendbureau is hierin de formele werkgever en de inlener is de materiële werkgever. Door goed met elkaar samen te werken kan de doelstelling voor het bereiken van een zo veilig mogelijke werkplek worden gerealiseerd.

Wat is een aanpikkelateur?

Een aanpikkelateur is een werknemer op een bouwplaats die vanaf de grond lasten vastmaakt aan de hijskraan die wordt bedient door een kraanmachinist. De aanpikkelateur werkt nauw samen met de kraanmachinist. Hij kan vanaf de grond de kraanmachinist instructies geven. Dat kan met behulp van gebaren maar vaak wordt er ook gebruik van een communicatiesysteem zoals een portofoon. Met hijskranen worden vaak zware lasten verplaatst op de bouwplaats. Denk hierbij aan een torenkraan die zware lasten op grote hoogte en op verhoudingsgewijs lange afstanden kan vervoeren. Het spreekt voor zich dat dit verplaatsen van lasten veilig moet gebeuren. Als dit niet gebeurd kunnen mensen ernstig gewond raken. De Arbowet heeft daarom richtlijnen gegeven voor het gebruik van torenkranen.

Aanpikkelateur en de Arbowet
De bouw is een geweldig interessante werkplek omdat op een bouwplaats gebouwen worden gebouwd. Dat zorgt er voor dat daadwerkelijk fysiek resultaat ontstaat. Daarbij zijn materialen noodzakelijk. Deze materialen kunnen een verschillende vorm en gewicht hebben. Veel materialen worden doormiddel van kranen verplaatst. De Arbowet heeft hiervoor speciale eisen ontwikkeld. Een belangrijke eis is dat de werkgever er voor moet zorgen dat de aanpikkelateur goed op de hoogte is van de werkzaamheden die hij of zij moet uitvoeren. De werkgever moet er ook voor zorgen dat de aanpikkelateur weet welke veiligheidsvoorschriften in acht moeten worden genomen.

Het spreekt voor zich dat de aanpikkelateur alle benodigde materialen dient te krijgen van de werkgever. Deze materialen moeten indien nodig gekeurd zijn zodat de aanpikkelateur weet dat de hijsmiddelen veilig gebruikt kunnen worden. Het is vaak moeilijk voor een werkgever om aan te tonen dat een aanpikkelateur over de gewenste training beschikt en de noodzakelijke instructies heeft gekregen. Daarom kan een werkgever er voor kiezen om een aanpikkelateur een opleiding te volgen. De aanpikkelateur kan dan een certificaat behalen waarmee hij of zij kan aantonen dat er een succesvol een examen is afgelegd op het gebied van veilig aanslaan van bouwlasten.

Niet fulltime aanpikkelateur
De functie aanpikkelateur is een functie die specifiek gericht is op het aanslaan van lasten op een bouwplaats. Er zijn werknemers op de bouw die inderdaad vrijwel de hele dag lasten aanslaan en contact hebben met kraanmachinisten. Deze fulltime aanpikkelateurs dienen uiteraard goed getraind te zijn. Er zijn echter ook werknemers die niet dagelijks hijsmiddelen gebruiken maar daar incidenteel gebruik van maken. Deze werknemers dienen echter ook getraind te zijn op het gebied van hijsmiddelen, het aanslaan van lasten en het communiceren met de machinist in de kraan. In feite moet iedereen die zich hier mee bezighoudt voldoende onderricht te zijn. In de praktijk blijkt dat dit soms niet het geval is waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.

Onderzoek onder kraanmachinisten
Kraanmachinisten hebben over het algemeen een goed beeld van de kwaliteit van aanpikkelateurs omdat deze machinisten nauw met de aanpikkelateurs samenwerken. De vakbond FNV en Vakvereniging Het Zwarte Corps (HZC) hebben onderzoek gedaan naar de ervaring die kraanmachinisten hebben met de ondersteuning op de bouw. Hieruit kwam naar voren dat een groot aantal kraanmachinisten ontevreden is over de ondersteuning die hen wordt geboden vanaf de grond bij het vastmaken van lasten. De restultaten van het onderzoek werden in maart 2017 bekend gemaakt. Slechts 7 procent van de kraanmachinisten was tevreden over de aanpikkelateurs die hen hadden geholpen op de bouw. Ongeveer 40 procent van de 378 kraanmachinisten, die tijdens dit onderzoek waren benaderd, gaf aan dat er in de afgelopen zes maanden een last was losgeraakt tijdens het hijsen. Dit heeft tot bijna ongevallen geleid. Daarom pleiten de FNV en de HCZ voor een strengere naleving van de Arborichtlijnen voor de aanpikkelateur.

Wat is een digitaal veiligheidspaspoort?

Een digitaal veiligheidspaspoort is een digitaal systeem waarin gegevens met betrekking tot de veiligheid van een werknemer zijn opgeslagen. Een digitaal veiligheidspaspoort kan een vervanging zijn van een fysiek veiligheidspaspoort zoals het groene boekje dat ook wel Personal Safety Logbook of PSL boekje wordt genoemd. Een PSL is gemaakt van scheurvast papier en bevat stempels met betrekking tot de veiligheidscertificaten, opleidingen en trainingen die de desbetreffende werknemer heeft gevolgd.

Het PSL is een bekend document en wordt veel gebruikt op risicovolle werkplaatsen in bijvoorbeeld de petrochemische sector. Hoewel dit systeem op zich prima werkt is het in het kader van de digitalisering en de verificatie van diploma’s veel effectiever om een veiligheidssysteem te digitaliseren. Daarom voeren verschillende organisaties een digitaal veiligheidspaspoort in. Hieronder staan een aantal voorbeelden van veiligheidspaspoorten die in Nederland worden gebruikt.

Digitaal Veiligheidspaspoort DVP ProRail
Het bedrijf Nsecure heeft een digitaal veiligheidspaspoort ontwikkeld. Dit veiligheidsdocument is persoonsgebonden en bestaat uit een plastic pas en is gekoppeld aan een digitale portal en een app. Het veiligheidspaspoort van ProRail heet eenvoudigweg Digitaal Veiligheidspaspoort en wordt afgekort met DVP. Het digitale veiligheidspaspoort moet er voor zorgen dat de veiligheid langs het spoor wordt geoptimaliseerd. Als men werkt op het spoort of in de buurt van het spoor zijn er specifieke risico’s.

Werknemers die op of rond het spoor werken moeten op de hoogte zijn van deze risico’s en moeten zichzelf en anderen hier effectief tegen kunnen beschermen. Daarom moeten ze verschillende veiligheidstrainingen volgen zoals “werken langs het spoor”. Uiteraard dienen de resultaten van deze trainingen inzichtelijk te zijn bij de werkgever maar ook bij bevoegde controleurs op de werkvloer. Het Digitaal Veiligheidspaspoort van ProRail helpt daar bij.

Het Digitaal Veiligheidspaspoort is een belangrijk document in de railinfrabranche. Het DVP is een persoonsgebonden pas die de eigenaar toegang verschaft tot een ProRail-terrein. De pas kan worden gescand en als men dat doet wordt men meteen zien of je over de gewenste certificering beschikt om op het ProRail-terrein te mogen werken. Verder kan je zien welke verdere, voor het werk relevante,  certificaten de persoon heeft behaald.

Digitaal veiligheidspaspoort (Digital Safety Passport ) Deltalinqs
Het Digital Safety Passport van Deltalinqs is ook een variant van een digitaal veiligheidspaspoort. Deltalinqs is een organisatie die actief is in en rondom de haven van Rotterdam. Het is een ondernemersvereniging die opkomt voor de belangen van bedrijven in de Rotterdams haven en het daar aanwezige industriegebied.  In havens en in een industriële omgeving zijn specifieke veiligheidsrisico’s aan de orde. Er wordt olie en gas getransporteerd en een grote hoeveelheid aan chemische stoffen. Een ongeluk op een dergelijke werklocatie kan enorme volgen hebben voor zowel de werknemers als de omwonenden. Ook het milieu kan ernstige schade lijden als er chemische stoffen in het water of in de atmosfeer vrij komen.

Daarom moeten werknemers en sollicitanten die willen werken in de Rotterdamse haven specifieke veiligheidscertificaten behalen. Uiteraard moet men deze certificaten kunnen aantonen alleen is het nogal wat papierwerk om al de certificaten in papiervorm mee te nemen naar de werklocatie. Ook een veiligheidspaspoort in de vorm van een groen PSL boekje is niet altijd handig omdat de stempels in dit boekje soms niet meer gelezen kunnen worden of de gegevens zijn verlopen. Men moet altijd een PSL boekje doorbladeren om tot de juiste stempels voor de werksituatie te komen. Daarom is een digitaal paspoort in deze werksituatie handiger en effectiever.

Het Digital Safety Passport van Deltalinqs (DSP) dat in 2014 is ingevoerd kan worden geraadpleegd via een speciaal daarvoor ontwikkelde webapplicatie. Men maakt daarbij gebruik gemaakt van een eigen XS-key techniek, een user-id en wachtwoord. Men hanteert op de werkplek een smartcard die is uitgerust met zogenaamde biometrie. Deze kaart is persoonsgebonden. Verder kunnen gegevens met betrekking tot diploma’s en certificaten nog steeds gecontroleerd worden via het Centraal Diploma Register. Hieronder kun je meer lezen over het Centraal Diploma Register.

CDR Centraal Diploma Register
Doormiddel van deze digitale database kunnen werkgevers en controleurs uitzoeken of werknemers aan de gewenste diploma-eisen en de vereiste certificaten voldoen. Men kan bijvoorbeeld controleren of iemand over een VCA Basis of een VCA Vol beschikt. Ook andere gegevens zoals heftruckcertificaten, veilig werken met een hoogwerker en een certificaat van veilig werken aan elektrische installatie NEN3140 kan men vinden in het Centraal Diploma Register. Wanneer iemand een erkend veiligheidscertificaat behaald kan men dit meestal binnen korte tijd in het Centraal Diploma Register terugvinden. Sommige werkgevers gebruiken dit CDR systeem als controlemiddel om na te gaan of iemand over de gewenste certificaten beschikt.

Wat is een veiligheidshelm en waar wordt deze gebruikt?

Veiligheidshelmen behoren tegenwoordig op veel bouwplaatsen tot de verplichte uitrusting van het bouwpersoneel. Deze helmen worden van verschillende materialen vervaardigd. Een veiligheidshelm kan bijvoorbeeld worden gemaakt van een kunststof zoals PVC. Daarnaast zijn er ook nog veiligheidshelmen die gemaakt zijn van aluminium of composieten. De meeste veiligheidshelmen die in Nederland worden gedragen zijn echter van een kunststof vervaardigd.

Persoonlijk beschermingsmiddel
Een veiligheidshelm is een uitrustingsstuk waarmee de gezondheid en veiligheid van de desbetreffende persoon kan worden beschermd en bevordert. Veiligheidshelmen beschermen de drager tegen hoofdletsel. Deze helmen worden gebruikt op werkplekken en andere locaties waar mogelijk voorwerpen naar beneden kunnen vallen. De veiligheidshelm beschermd de drager tegen letsel ten gevolge van deze vallende voorwerpen. Als voorwerpen echter te groot of te zwaar zijn biedt ook een veiligheidshelm slechts een geringe bescherming aan de drager van de helm.

Een veiligheidshelm wordt ook gedragen als beschermingsmiddel tegen het stoten van het hoofd tegen harde en scherpe objecten. Mensen die in lage ruimtes werken kunnen bijvoorbeeld veel baat hebben bij een veiligheidshelm omdat men in lage ruimtes makkelijk het hoofd kan stoten. Omdat een veiligheidshelm alleen de drager persoonlijk beschermd wordt een veiligheidshelm een persoonlijk beschermingsmiddel genoemd. De benaming ‘persoonlijk beschermingsmiddel’ wordt ook wel afgekort met pbm. De weerstand van de helm tegen klappen en stoten is afhankelijk van het materiaal en de constructie van de helm.

Vormgeving van veiligheidshelmen
De vormgeving van veiligheidshelmen moet aan een aantal eisen voldoen. Tussen de buitenkant van de helm en de bovenkant van het hoofd moet een bepaalde afstand aanwezig zijn. Deze afstand is nodig om een eventuele klap op te vangen. De buitenkant of helmschaal van een veiligheidshelm zit ruim om het hoofd van de drager en wordt doormiddel van een binnenwerk met beugels op een bepaalde afstand boven het hoofd gehouden. De buitenkant van de veiligheidshelm is niet verstelbaar en is vast van vorm. Dit zorgt voor een optimale stevigheid. De hoofdomvang van mensen verschilt echter daarom zijn veiligheidshelmen meestal goed verstelbaar door een verstelbare hoofdband.

Een veiligheidshelm is aan rond van vorm en heeft geen scherpe punten of uitsteeksels. Daarnaast hebben de meeste veiligheidshelmen een aantal ribbels die als versteviging dienen van de helm. Verder hebben sommige veiligheidshelmen ontluchtingsgaatjes of verluchtingsgaatjes. Om er voor te zorgen dat een veiligheidshelm goed blijft zitten kunnen elastische riempjes worden vastgemaakt die onder de kin kunnen worden gedragen. Verder is het bij sommige veiligheidshelmen mogelijk om gehoorbescherming in de vorm van oorkleppen aan de veiligheidshelm te bevestigen.

Zichtbaarheid is een belangrijk aspect van de veiligheid op een werklocatie. Werknemers en andere mensen die op een bouwlocatie, project of in een technische omgeving werken of om een andere reden aanwezig zijn dienen meestal opvallende kleding te dragen. Om die reden worden veiligheidshelmen in de praktijk ook vaak gekleurd. De kleur van de veiligheidshelm kan daarnaast ook onderscheid maken in de functie van de drager. Zo kan bijvoorbeeld een leidinggevende op de bouw een blauwe veiligheidshelm dragen en een ondergeschikte of bezoeker op de bouw een witte of gele veiligheidshelm.

Arbowetgeving en VCA
De veiligheid van werknemers is van groot belang. Bedrijven dienen er volgens de wet alles aan te doen om een zo veilig mogelijke werkplek te realiseren voor werknemers. Daarbij wordt niet alleen gelet op de inrichting van de werkplek en de aanwezige machines, ook de uitrusting en de persoonlijke beschermingsmiddelen zijn een belangrijk aspect van de veiligheid van de werknemer. De Arbowet schrijft in bepaalde situaties voor om veiligheidshelmen te dragen. Het dragen van veiligheidsschoenen, gehoorbescherming en veiligheidshandschoenen kan eveneens verplicht worden gesteld.

Het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen is echter lang niet altijd voldoende. Werknemers moeten ook weten hoe ze de beschermingsmiddelen moeten gebruiken. Daarvoor kunnen ze trainingen krijgen op de werkplek. Ook algemene trainingen met betrekking tot de veiligheid zoals basis VCA of VCA voor leidinggevenden kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het vergroten van het verantwoordelijkheidsgevoel van de werknemer of leidinggevende op de werkplek.  Om die redenen wordt een VCA certificaat bij veel bedrijven of projectlocaties verplicht gesteld.

Waar worden veiligheidshelmen gedragen?
Veiligheidshelmen worden op verschillende locaties en bij verschillende bedrijven gedragen. Over het algemeen worden deze helmen gedragen in een technische omgeving. Hierbij kan gedacht worden aan de bouw. Op de bouw worden veiligheidshelmen ook wel bouwhelmen genoemd. Ook bij sluizen en havendokken kunnen bouwhelmen tot de vaste persoonlijke beschermingsmiddelen behoren van aanwezigen. Offshore worden op boorplatforms, booreilanden en zeeschepen ook vaak veiligheidshelmen gedragen. Verder worden deze helmen ook wel in de bosbouw gedragen en in bepaalde fabrieken.

Wat is het verschil tussen veiligheidsschoenen s1 tot en met s5?

Veiligheidsschoenen zijn stevige schoenen met specifieke eigenschappen waardoor de voeten van de drager beschermd zijn tegen schadelijke invloeden van buitenaf. In veel technische beroepen zijn veiligheidsschoenen verplicht. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan de beroepen in de bouw en de werktuigbouwkunde. Ook in de petrochemie zijn veiligheidsschoenen en/of veiligheidslaarzen verplicht.

Veiligheidsschoenen voldoen aan verschillende eisen. Deze eisen zijn gebonden aan de sector waar de schoenen gedragen moeten worden. Veiligheidsschoenen zijn voorzien van een stalen neus of een neus van verhard plastic. Daarnaast zijn er veiligheidsschoenen met een harde tussenzool die de onderkant van de voet moet beschermen tegen scherpe objecten waar de drager van de schoen tijdens het uitvoeren van werkzaamheden op kan gaan staan.

Normen van veiligheidsschoenen
In Nederland worden met name in de bouw en de industrie veiligheidsschoenen verplicht gesteld die aan de S3-norm voldoen. Deze schoenen zijn ook verplicht in de theater- en de evenementenindustrie. De normen voor veiligheidsschoenen zijn gebaseerd op de werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd en het gevaar waaraan de drager van de werkschoenen wordt blootgesteld. De normen voor veiligheidsschoenen geven onder andere aan hoeveel druk op de veiligheidsschoen kan worden uitgeoefend. Er zijn normen voor de waterdichtheid van veiligheidsschoeisel. Daarnaast zijn er normen die gericht zijn op de hittebestendigheid of juist de bescherming tegen kou. Ook zijn er normen op het gebied van antistatische bescherming van veiligheidsschoenen.

Europese normen voor veiligheidsschoenen
In Europa wordt veel aandacht besteed aan de veiligheid op de werkplek. Verschillende instanties zien er op toe dat bedrijven er alles aan doen om ongelukken en letsel bij hun werknemers te voorkomen. Daarvoor kunnen bedrijven verschillende certificeringen halen. Waaronder bijvoorbeeld het VCA certificaat. Er zijn echter ook algemene regels met betrekking tot persoonlijke beschermingsmiddelen. Veiligheidsschoenen behoren tot de persoonlijke beschermingsmiddelen. De kwaliteit van veiligheidsschoenen verschilt echter. Om er zeker van te zijn dat de juiste kwaliteit wordt geleverd vallen veiligheidsschoenen ook onder normering. In Europa is deze normering de EN ISO 20345:2011 (CE EN-345) norm. Volgens deze norm zijn er vijf verschillende niveaus waarin veiligheidsschoenen kunnen worden ingedeeld.

Vijf verschillende niveaus van veiligheidsschoenen
Veiligheidsschoenen moeten bescherming bieden aan de drager van deze schoenen. Soms is zeer veel bescherming vereist en soms kan men met minder bescherming de werkzaamheden veilig uitvoeren. De bescherming van de veiligheidsschoenen wordt in vijf verschillende niveaus aangegeven. Deze niveaus zijn gebaseerd op de indeling van de EN ISO 20345:2011 (CE EN-345) norm. Elke schoen die echter onder deze norm valt heeft een verharde neus. Deze verharde neus moet 200J kinetische energie kunnen verdragen. De hoogte die overblijft van de neus moet na de uitwerking van deze kinetische energie minimaal 144 millimeter zijn. De vijf verschillende niveaus van veiligheidsschoenen voldoen allemaal aan deze eis.

Hieronder zijn de specifieke eisen weergegeven van de verschillende niveaus. Hierbij staat de letter ‘S’ voor een bepaalde klasse.

  • S1 Antistatische veiligheidsschoen. Deze neemt energie op in de hiel.
  • S2 Hetzelfde als hierboven maar dan met een verhoogde waterdichtheid of water resistentie
  • S3 De hierboven genoemde eigenschappen met daarbij een verharde tussenzool en antislipprofiel.
  • S4 alles wat hierboven staat, alleen zijn de schoenen geheel van kunststoffen vervaardigd en compleet waterdicht.
  • S5 Al het hiervoor in S4 genoemde alleen dan met een harde tussenzool en antislipprofiel.

Wat is VCU en voor wie is een VCU-certificaat bedoelt?

De term VCA is algemeen bekend in de bouw en de techniek. VCA is een afkorting die staat voor VGM Checklist Aannemers. De afkorting VGM staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Deze aspecten nemen een steeds belangrijker positie in bij de bedrijfsvoering van organisaties die actief zijn in de bouw en de techniek. Verschillende bedrijven kiezen er voor om VCA gecertificeerd te worden. Hiermee kunnen ze aantonen dat het bedrijf voldoet aan de richtlijnen vanuit de VCA. Bedrijven die aan deze richtlijnen voldoen vereisen van hun uitvoerend personeel dat ze een Basis VCA halen en conform de richtlijnen die daarin staan werken. Voor leidinggevenden in de bouw en techniek is een VOL VCA vereist. In het VOL VCA wordt extra aandacht besteed aan de verantwoordelijkheid die leidinggevenden in de techniek en de bouw hebben voor de veiligheid en gezondheid van hun ondergeschikten in de werkomgeving.

Flexwerkers plaatsen bij een VCA gecertificeerd bedrijf
Een VCA gecertificeerd bedrijf vereist van alle uitvoerende en leidinggevende technici dat ze een geldig VCA certificaat hebben. Het kan echter voorkomen dat een VCA gecertificeerd bedrijf tijdelijk of structureel technische arbeidskrachten moet inlenen. Dit kunnen bijvoorbeeld technische uitzendkrachten zijn of technische gedetacheerden. Voor deze tijdelijke werknemers zijn de VCA richtlijnen ook van toepassing.

Uitzendkrachten en gedetacheerd personeel worden in veel gevallen geleverd door technische uitzendbureaus. Alle uitzendbureaus die personeel leveren aan VCA gecertificeerde bedrijven moeten goed op de hoogte zijn van veiligheid, gezondheid en milieu. Het is belangrijk dat uitzendbureaus dit kunnen aantonen. Daarom kunnen uitzendbureaus een specifiek certificaat behalen. Dit certificaat is de Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. In de praktijk wordt dit certificaat meestal afgekort met VCU. Een uitzendbureau dat VCU gecertificeerd is kan daarmee aantonen dat het VG-beheersysteem voldoende op orde is.

Wat is VCU precies?
De Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties is afgeleid van VCA. Het VCA is gericht op veiligheid, gezondheid en milieu (VGM). VCU is gericht op veiligheid en gezondheid. Hieraan is een VG-beheersysteem gekoppeld. Een uitzendbureau dat in bezit is van een VCU certificaat kan daarmee aantonen dat het in bezit is van een VG-beheersysteem. VCU gecertificeerde uitzendbureaus kunnen flexibel personeel beschikbaar stellen aan bedrijven in de techniek die VCA gecertificeerd zijn.

De meeste VCA gecertificeerde bedrijven voeren werkzaamheden uit in een werkomgeving waarin het risico op letsel aanwezig is. Werken in een risicovolle omgeving vereist een zorgvuldige houding en een bepaald kennisniveau van veiligheidsaspecten. Een risicovolle werkomgeving kan men onder andere aantreffen in de olie en gasindustrie, op de bouwplaats, in de scheepsbouw en fabrieken. Uitzendbureaus die personeel bemiddelen in deze werkgebieden doen er goed aan om zich VCU te laten certificeren. Niet alleen het uitzendbureau dient gecertificeerd te zijn ook de intercedenten en andere interne uitzendmedewerkers dienen een VCU certificaat te behalen. De flexwerkers die door het uitzendbureau worden bemiddelt dienen een VCA certificaat te behalen.

Waarom certificering Steigerbouwer A en Steigerbouwer B?

Op de bouw wordt veelvuldig gebruik gemaakt van steigers. Door gebruik te maken van steigers kunnen werkzaamheden aan de buitenkant van een woning of een ander gebouw worden uitgevoerd. Doormiddel van een steiger kan men veilig werkzaamheden uitvoeren op plaatsen waar men zonder steiger niet bij kan. Steigers worden gemaakt van buizen (steigerpijpen) en steigerplanken. Een steiger op de bouw wordt ook wel een bouwsteiger genoemd en is een tijdelijke constructie. Er zijn verschillende steigers die gebruikt kunnen worden op de bouw. Zo wordt er onder andere gebruik gemaakt van hefsteigers, rolsteigers en dubbele steigers. Bij steigers kunnen losse koppelingen worden gebruikt maar kan ook gebruik worden gemaakt van vaste elementen met een kliksysteem. Een steiger wordt na het afronden van de werkzaamheden weer gedemonteerd.

Veiligheid en deugdelijkheid van steigers
Op de bouw maken verschillende mensen gebruik van een steiger om werkzaamheden uit te voeren. Dit kunnen dakdekkers, timmermannen, gevelmonteurs, schilders, metselaars en nog vele andere werknemers zijn. Deze werknemers zijn allemaal vakmensen op hun eigen vakgebied. Hiervoor hebben ze geleerd en werkervaring opgebouwd. Al deze vakmensen moeten veilig hun werkzaamheden kunnen uitvoeren op de steigers die op de bouw aanwezig zijn. Ze moeten er zeker van zijn dat de steigers door kundige mensen zijn gebouwd en dat deze goed zijn gecontroleerd op veiligheid en deugdelijkheid. Een ongeluk op een steiger kan namelijk zeer ernstige gevolgen hebben. Niet alleen materialen kunnen ernstig beschadigen wanneer een steiger instort ook de bouwvakkers en omstanders kunnen ernstig gewond raken of zelfs verongelukken. Daarom zijn er hoge eisen gesteld aan steigers. Deze zijn vastgelegd in de NEN. Een voorbeeld van de eisen die aan systeemsteigers worden gesteld vindt men in de NEN 2770.

Risico’s verbonden aan het bouwen van steigers
Dat een steiger veilig en deugdelijk moet zijn is duidelijk. Voordat een steiger aan deze eisen voldoet moet de steiger eerst gebouwd worden. Het bouwen van een steiger is zeer risicovol werk. Binnen de bouw hoort het bouwen van steigers tot de meest risicovolle werkzaamheden. Wanneer een steigermonteur de veiligheidsvoorschriften niet opvolgt kunnen er grote risico’s ontstaan. Een steigermonteur kan te val komen of kan materialen die gebruikt worden voor het bouwen van steigers laten vallen. Hierdoor kunnen mensen worden verwond of materialen en objecten worden beschadigd. Een steigermonteur of steigerbouwer moet goed op de hoogte zijn van veiligheidsaspecten en de technische aspecten die zijn verbonden aan het bouwen van steigers. Hiervoor is alleen een VCA certificaat niet voldoende. Een steigerbouwer moet gecertificeerd zijn. Hiervoor zijn de opleidingen Steigerbouwer A en Steigerbouwer B bedoelt. Een steigerbouwer moet aantoonbaar in bezit zijn van één van de hiervoor genoemde certificaten. De veiligheidsvoorschriften die verbonden zijn aan deze certificaten zijn verschillend op het gebied van verantwoordelijkheid.

Wanneer ben je Steigerbouwer A?
Een Steigerbouwer A ben je wanneer je in bezit bent van een geldig certificaat Steigerbouwer A. Je bent dan met dit certificaat een monteur steigerbouw, in het Engels wordt dit Basic Scaffolder genoemd. Doormiddel van dit certificaat wordt aantoonbaar gemaakt dat degene die het certificaat heeft behaald voldoet aan de eindtermen zoals deze zijn weergegeven in Steigerbouwer A. Dit houdt in dat de Steigerbouwer A onder toezicht steigers mag monteren. Het gaat hierbij om standaard steigers. Complexe steigers moeten alsnog in samenwerking met een ervaren zwaarder gecertificeerde steigerbouwer worden gemonteerd.

Een steigerbouwer A leert tijdens de cursus de indeling die is weergegeven in de Richtlijn Steigers. Europa heeft specifieke normering en wetgeving ontwikkelt met betrekking tot werken op hoogte en steigerbouw. De Richtlijn Steigers is op deze Europese normering gebaseerd. Daarom wordt in een cursus steigerbouwer A aandacht besteed aan deze wettelijke richtlijnen. Verder leert de cursist welke verschillende steigersoorten er op de bouw worden toegepast en wat de benamingen zijn voor steigeronderdelen. Steigervloeren hebben een maximale belastbaarheid. Deze mag niet worden overschreden. Daarom leert de cursist tijdens de opleiding Steigerbouwer A wat de maximale belastbaarheid is van de steigervloer per steigersoort. Ook leert de cursist het juiste gereedschap te gebruiken voor de montage en demontage van steigers. Daarnaast wordt aandacht besteed tijdens de cursus aan het afdichten van steigers en het gebruik van bouwliften in combinatie met steigers. Een cursus Steigerbouwer A bestaat uit een theoriegedeelte en een praktijkgedeelte. Aan het einde van de cursus vindt een examen plaats. Dit examen bestaat uit een praktijkgedeelte en een theoriegedeelte. Wanneer het examen is gehaald is de cursist Steigerbouwer A. Het certificaat Steigerbouwer A is tien jaar geldig. Daarna dient het certificaat opnieuw gehaald te worden om de certificering te behouden.

Na afloop van een cursus Steigerbouwer A kan de steigerbouwer aan slag met het opbouwen van steigers onder toezicht. Hierbij maakt de Steigerbouwer A gebruik van tekeningen en werkt hij onder ervaren monteurs. Daarnaast overlegt hij of zij met collega’s over de bouw van de steigers. Daarbij hoort ook het inschatten van risico’s die verbonden zijn aan de bouw van de steigers. Naast het opbouwen is de Steigerbouwer A ook mede verantwoordelijk voor het demonteren van steigers conform de veiligheidsvoorschriften.

Wanneer ben je Steigerbouwer B?
Een Steigerbouwer A kan na het behalen van het certificaat ook in aanmerking komen voor een cursus Steigerbouwer B. Een steigerbouwer B heeft meer ervaring en draagt meer verantwoordelijkheid dan een Steigerbouwer A. Een Steigerbouwer B wordt ook wel een Eerste Monteur Steigerbouw genoemd of in het Engels een Advanced Scaffolder. Ook in de cursus Steigerbouwer B zijn de normen en richtlijnen verwerkt die naar voren komen uit de Richtlijn Steigers. Tijdens de meeste cursussen voor Steigerbouwer B  wordt de Richtlijn Steigers verstrekt door de opleidingsinstantie aan de cursist. De cursist krijgt daarnaast te de algemene wet en regelgeving tijdens het theoretische gedeelte van de cursus. Daarnaast komt het lezen en het maken van steigertekeningen aan bod. Hierdoor krijgt de cursist Steigerbouwer B een goed inzicht in de opbouw van steigers. Niet alleen eenvoudige steigers worden weergegeven, ook complexe steigers komen aan bod. Een Steigerbouwer B moet namelijk in de praktijk naast eenvoudige steigers ook complexe steigers opbouwen. Hij of zij draagt verantwoordelijkheid over de uitvoering van de steigerbouw en de veiligheidsaspecten die daarbij aan de orde komen. Een brede kennis over verschillende steigers is hierbij belangrijk. In de praktijk kunnen onder andere uitbouwsteigers, hangsteigers, ronde steigers en daksteigers worden gebouwd. De kwalificatie voor een Steigerbouwer B wordt geborgd door de instantie: Waarborgcommissie Steigerbouw. Een cursist rond de cursus Steigerbouwer B af met een theorie en een praktijk examen. Na het behalen van beide examens is de cursist Steigerbouwer B. Het certificaat Steigerbouwer B is tien jaar geldig. Daarna moet het certificaat opnieuw worden behaald om gecertificeerd te blijven.

Waarom zijn bovengenoemde certificaten voor de steigerbouw van belang?
Steigers moeten veilig worden gebouwd, gebruikt en gedemonteerd. Hiervoor is specifieke kennis nodig. Deze kennis leer je niet alleen in de praktijk. Vooral te theoretische aspecten die bij steigerbouwen aan de orde komen geven een verdiepingsslag. Hierbij kan gedacht worden aan de wet en regelgeving maar ook aan berekeningen maken met betrekking tot de belasting van een steiger en het maken van tekeningen. Een steigerbouwer is niet alleen verantwoordelijk voor zijn of haar eigen veiligheid. De steiger wordt gebruikt door verschillende mensen op de bouw. Deze mensen moeten er vanuit kunnen gaan dat de steiger conform de normen is gebouwd. Een steigerbouwer is daar verantwoordelijk voor. Wanneer er tijdens bouwwerkzaamheden beschadigingen ontstaan aan een steiger moet een ervaren gecertificeerde steigerbouwer de situatie bekijken en beoordelen. Een steigerbouwer die gecertificeerd is mag ook reparaties aan een steiger uitvoeren. Dit gebeurd ook uiteraard onder de gestelde richtlijnen en normen. Naast certificaten Steigerbouwer A en Steigerbouwer B, zullen veel steigerbouwers in de praktijk ook moeten beschikken over een Basis VCA of wanneer ze leiding geven over een VOL VCA.

Waarom zijn er veiligheidscertificaten en wat is de geldigheidsduur van veiligheidscertificaten?

Bedrijven zijn in Nederland verplicht om een veilige werkplek te garanderen aan de medewerkers die bij hen in dienst zijn. Deze verplichting komt voort uit de Arbowet. Bedrijven moeten er voor zorgen dat het bedrijfspand, de bouwplaats, de projectlocatie of andere werksituatie zo veilig mogelijk is voor werknemers en andere aanwezigen. Hieruit vloeit voort dat bedrijven verplicht zijn om bepaalde (elektrische) gereedschappen te keuren. Daarnaast moeten bedrijven er voor zorgen dat kranen en andere hijsmiddelen zijn gekeurd en voorzien zijn van de juiste bevestigingsmiddelen. Alleen veilige gereedschappen en werktuigen zijn niet voldoende.

Veiligheidsaspecten op het werk
Het personeel moet ook op de hoogte zijn van de veiligheidsaspecten die verbonden zijn aan het werken met bepaalde werktuigen en gereedschappen. Bij de meeste werktuigen is er sprake van roterende delen en word er een bepaalde mechanische kracht uitgeoefend. Wanneer een werknemer hier onzorgvuldig mee omgaat kunnen de gevolgen zeer ernstig zijn. Werkgevers zijn daarom verplicht om werknemers voor de aanvang van de werkzaamheden goed te instrueren over de manier waarop de werkzaamheden moeten worden verricht.

Werkinstructie
Deze instructie moeten bedrijven kunnen aantonen bij de Arbeidsinspectie wanneer deze inspectie daarom vraagt. Het is moeilijk om een werkinstructie die mondeling is gegeven aan te tonen bij de arbeidsinspectie. Daarom kiezen veel bedrijven er voor om de werkinstructie schriftelijk te doen. Vaak worden hiervoor opleidingsinstanties benadert. Deze opleidingsinstanties verzorgen voor bedrijven de complete theoretische instructie. Daarnaast zorgen ze er voor dat er ook in de praktijk kan worden geoefend. Dit kan meestal bij de opleidingsinstantie. Daarnaast kiezen veel bedrijven in samenwerking met opleidingsinstanties er voor om veiligheidstrainingen binnen de muren van het bedrijf te doen. Daarbij kan vaak ook gebruik worden gemaakt van de middelen die het bedrijf te beschikking heeft zoals heftrucks, reachtrucks en kranen. Voor een bedrijf is deze samenwerking interessant omdat het kostenbesparend is en daarnaast ook professioneel omdat de instructies door externe instanties worden gegeven. Dit ontzorgt een bedrijf. Voor werknemers is het prettig dat de instructies en de praktijktraining binnen het bedrijf plaatsvinden waar ze normaalgesproken ook werken. Dit is een vertrouwde omgeving en er wordt gewerkt met apparatuur waarmee ze ook in de toekomst zullen werken.

Wat is de geldigheid van veiligheidscertificaten
Wanneer werknemers een veiligheidstraining hebben gehad wordt deze vaak afgerond met een examen. Het examen bestaat vaak uit een theoretisch deel en een praktisch deel waarbij daadwerkelijk met de machines en voertuigen wordt geoefend. Na het afronden van de training en het behalen van de examens is de medewerker voldoende geïnstrueerd om de werkzaamheden uit te voeren waarvoor hij de instructie heeft gevolgd. Een veiligheidscertificaat en een werkinstructie is niet onbeperkt geldig. Voor onderstaande veiligheidscertificaten en werkinstructies  is een geldigheidsduur van toepassing van vijf jaar.

  • Veilig hijsen en heffen certificaat
  • Valbeveiliging certificaat
  • Heftruck certificaat
  • Reachtruck certificaat
  • Veilig werken met een hoogwerker certificaat

Naast bovengenoemde veiligheidscertificaten wordt er in de praktijk ook vaak gevraagd om andere veiligheidscertificaten. Een bekend certificaat dat veel gevraagd wordt is het VCA. Hierover is in de volgende alinea informatie beschreven.

VCA certificaat
Daarnaast wordt er in de praktijk ook vaak het VCA verplicht gesteld voor werknemers op bouwlocatie en de petrochemische sector. Niet alleen op bouwlocaties wordt het VCA gebruikt als veiligheidsinstructie, in toenemende mate wordt het VCA ook gebruikt voor  machinefabrieken en productiebedrijven als veiligheidsinstructie monteurs en ander technisch personeel. VCA is een afkorting die staat voor Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een Basis VCA voor uitvoerend personeel en VOL VCA voor leidinggevenden. Een VCA certificaat is tien jaar geldig.

Waarvoor heb je een VCA certificaat nodig?

VCA is een norm die in Nederland beheerd wordt door de SSVV. In België wordt deze beheerd door BeSaCC. VCA is ontstaan uit een behoefte om ongelukken te beperken en de veiligheid te vergroten. In eerste instantie ontstond deze behoefte in de Offshore industrie. Later ontstond de wens voor VCA ook in de (petro)chemische industrie. Tegenwoordig wordt VCA bij verschillende bedrijven toegepast. Het aantal branches waarbinnen VCA gebruikelijk is neemt toe. Bij installatiebedrijven, civiele bouw, staalconstructiebedrijven, machinefabrieken en bij hoveniers wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van VCA. Hoewel VCA niet door de wet verplicht is wordt VCA vaak wel verplicht gesteld door opdrachtgevers en bedrijven in de eerder genoemde branches. Doormiddel van deze verplichting hopen bedrijven het veiligheidsbesef van medewerkers te vergroten.

Stichting Samenwerken Voor Veiligheid
De VCA norm wordt, zoals eerder genoemd, beheerd door de SSVV. De Stichting Samenwerken Voor Veiligheid (SSVV) is een stichting die onafhankelijk is. Deze stichting heeft tot doel de arbeidsomstandigheden, veiligheid, het milieu en de vaardigheden van de brancheorganisaties die bij haar aangesloten zijn te bevorderen. Hiervoor ontwikkelt, normeert en standaardiseert ze VGM beheersystemen. Daarnaast zorgt ze voor onderlinge afstemming tussen deze beheersystemen en beheert ze het certificatiesystemen.

Afkorting VCA
Het VCA is een afkorting. Voluit geschreven is VCA: Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers. Een aannemer kan als hij VCA gecertificeerd is aantonen dat hij de vastgestelde aspecten omtrent veiligheid, gezondheid en milieu beheerst op de werkvloer bij de uitvoer van werkzaamheden. De nadruk bij VCA ligt op veiligheid en het voorkomen van ongelukken. Bedrijven die aangesloten zijn bij de SSVV en zich verbonden hebben aan de richtlijnen voor VCA moeten aan een aantal verplichtingen voldoen.

VCA behalen
Één van de verplichtingen vanuit SSVV is dat uitvoerende medewerkers doormiddel van het behalen van een VCA-examen op de hoogte moeten zijn van de veiligheidsaspecten op de werkvloer. Voordat een medewerker een VCA-examen doet heeft deze een cursus gedaan. Deze cursus kan hij of zij in eigen tijd doen of in sommige gevallen ook klassikaal. Het is belangrijk dat een VCA examen succesvol wordt afgerond omdat daarmee aangetoond kan worden dat de medewerker op de hoogte is van veiligheidsaspecten die bij het uitvoeren van het werk aan de orde komen. Na het behalen van het VCA wordt in een online database geregistreerd dat een medewerker in bezit is van VCA. Daarnaast krijgt de medewerker binnen afzienbare tijd een certificaat toegestuurd en indien gewenst een VCA-pas die hij mee kan nemen naar de werkplek. Met een VCA-pas kan hij op de werkvloer aantonen dat hij het VCA examen heeft gehaald. Een VCA is tien jaar geldig daarna zal een medewerker het certificaat opnieuw moeten behalen als hij of zij in de zelfde of vergelijkbare arbeidsomstandigheden blijft functioneren.

Basis VCA en  VOL VCA
Er wordt bij VCA onderscheid gemaakt tussen Basisveiligheid (ook wel Basis VCA of VCA 1 genoemd) en Veiligheid voor operationeel Leidinggevenden (ook wel VOL-VCA) genoemd. Het Basis VCA is bedoelt voor uitvoerende medewerkers en VOL-VCA is bestemd voor medewerkers die leidinggeven of toezicht houden op de werkzaamheden van uitvoerende medewerkers. Leidinggevenden met VOL-VCA kunnen tevens zogenaamde toolboxmeetings houden waarin ze uitvoerende medewerkers op de hoogte brengen van specifieke veiligheidsrisico’s die aanwezig zijn op de werkplek. Daarnaast kunnen tijdens deze meetings medewerkers ook situaties evalueren zodat de kans op schade en ongelukken verder kan worden beperkt. Of een medewerker nu Basis VCA heeft of VOL VCA hij of zij  is verantwoordelijk voor de eigen veiligheid en de veiligheid van alle personen die bij hem of haar in de buurt werken.

VCA bedrijfscertificaat
Voor bedrijven heeft een VCA bedrijfscertificaat toegevoegde waarde. Wanneer een bedrijf over een VCA bedrijfscertificaat beschikt heeft hij aandacht voor de aspecten veiligheid, gezondheid en milieu op de werkplek. Opdrachtgevers willen graag dat hun onderaannemers het werk op verantwoorde wijze uitvoeren. Met het VCA bedrijfscertificaat kan dit naast verschillende andere certificeringen worden aangetoond. De certificering van een bedrijf wordt door een onafhankelijke partij gedaan. Dit is belangrijk omdat daardoor een objectieve beoordeling tot stand komt en het certificaat waarde heeft. Hoewel een VCA certificaat voor een medewerker tien jaar geldig is worden bedrijven ieder jaar gecontroleerd of het bedrijf nog aan alle VCA eisen voldoet. Er zijn verschillende bedrijfscertificaten VCA * (één ster), VCA ** (twee sterren) en het VCA Petrochemie. Het type bedrijfscertificaat heeft onder andere te maken met de omvang van het bedrijf en in het geval van de VCA Petrochemie met de sector waarin het bedrijf actief is.

Kosten van een VCA certificaat
De kosten voor een VCA certificaat lopen sterk uiteen. Dit heeft onder andere te maken met het soort VCA wat behaald moet worden. Gaat het om een Basis VCA of een VOL VCA? Wanneer bedrijven meerdere medewerkers tegelijk een VCA examen laten doen kunnen de kosten voor een bedrijf ook worden beperkt. Daarnaast is de wijze waarop de VCA cursus wordt afgenomen nog van belang. Wordt gebruik gemaakt van een lesruimte met een instructeur of wordt het VCA examen gehaald na zelfstudie? Deze zaken spelen allemaal een rol bij het behalen van een VCA examen en de hoogte van de daaraan verbonden kosten. Gemiddeld kost een VCA cursus in combinatie met 1 examen tussen de 90 en 150 euro.