Wat is een waterstofketel?

Een waterstofketel is een centraleverwarmingsketel waarin waterstof wordt verbrand in plaats van aardgas. Waterstofketels kunnen een belangrijke rol spelen in het aardgasvrij bouwen en wonen in Nederland omdat deze ketels zijn aangesloten op het aardgasnetwerk maar geen gebruik maken van aardgas als brandstof. Waterstofketels hebben namelijk andere branders dan de standaard centraleverwarmingsketels waarin laagcalorisch aardgas wordt verstookt. Bovendien is het ook technisch mogelijk om op waterstof te koken.

Waterstof transporteren naar woningen
Dat betekent dat men in de toekomst geen aardgas meer nodig heeft en waterstof zou kunnen distribueren via het leidingnetwerk dat werd gebruikt voor aardgas. De infrastructuur van deze leidingen is in Nederland al aanwezig en dat bespaart kosten en enorm veel werk. Volgens experts in de installatiebranche zijn er geen grote kostbare aanpassingen nodig voor het aardgasleidingnetwerk om deze geschikt te maken voor waterstof.
Er zullen wel aanpassingen gemaakt moeten worden aan de cv-ketels. Een waterstofketel is noodzakelijk om waterstof te kunnen verbranden. Ook zijn er ketels ontwikkeld die waterstof en aardgas kunnen verbranden. Deze ketels worden steeds vaker in woningen geplaatst zodat men klaar is voor de toekomst als waterstof daadwerkelijk zal worden getransporteerd door de huidige gasleidingen.

Wat is waterstof?
Waterstof is een brandbaar en explosief gas en heeft voordelen ten opzichte van aardgas. Waterstof is namelijk geen fossiele brandstof zoals aardgas. Dat maakt deze brandstof voor cv-installaties duurzamer. Waterstof kan bovendien geproduceerd worden en kan daardoor praktisch niet op raken. In tegenstelling tot de zon, waterkracht en de wind is waterstof geen energiebron maar een energiedrager. De energie moet dus uit het waterstof worden gehaald. Voordat dit gebeurd moet waterstof worden geproduceerd. Waterstof kan uit aardgas worden gehaald maar daarbij komt CO2 dat is dus niet wenselijk als men de CO2 emissie wil reduceren.

Er zijn ook andere middelen om waterstof te verkrijgen bijvoorbeeld doormiddel van elektrolyse. Deze techniek wordt gebruikt om waterstof te winnen uit water. Doormiddel van elektrolyse wordt het water in waterstof en zuurstof gesplitst. Daarbij komt geen schadelijke uitstoot vrij maar er is wel een aanzienlijke hoeveelheid elektriciteit nodig om dit proces uit te voeren. Deze elektrische stroom moet duurzaam worden opgewekt uit energiebronnen zoals windkracht, waterkracht en zonlicht. Als men dat weet te realiseren kan met de productie van waterstof duurzaam maken.

Waterstofketel is geen aardgasketel
De gebruikelijke cv-ketels zijn in feite aardgasketels omdat er aardgas in wordt verstookt. Waterstofketels hebben een andere brander in de ketel. Dat zorgt er voor dat de huidige ketels grotendeels vervangen zullen moeten worden door waterstofketels of door ketels die waterstof en aardgas kunnen verstoken. Als men echter een waterstofketel gebruikt hoeft men de leidingen en radiatoren van de cv-installatie niet aan te passen. Deze onderdelen transporteren warm water en geven doormiddel van confectie de warmte af aan de omgeving. Het maakt dan feitelijk niet uit of dit warme water wordt gerealiseerd door een aardgasgestookte cv-ketel of een waterstofketel die wordt gebruikt als cv-ketel. In de toekomst zullen daardoor in steeds meer woningen verwarmingsinstallaties worden geplaatst die zijn voorzien van een waterstofketel of een gecombineerde ketel die aardgas en waterstof kan verstoken. Op die manier is Nederland klaar voor de energietransitie in de cv-installatie.

Wat is commissioning van installaties?

Commissioning is een Engelse term die in de procestechniek wordt gebruikt voor controle van installaties voordat deze in gebruik worden genomen. In feite is commissioning een speciale vorm van controle die ook wel verband houd met het inbedrijf stellen van installaties. De laatst controle die wordt uitgevoerd voor de ingebruikname van installaties wordt vaak pre-commissioning genoemd. De werknemers die deze laatste controle uitvoeren worden om die reden pre-commissioning engineers genoemd. Deze werknemers moeten er voor zorgen dat de veiligheid, kwaliteit en functionaliteit van installaties wordt gewaarborgd en geoptimaliseerd.

Doelstelling van commissioning

Commissioning is een verzameling van activiteiten waarmee een bevoegd persoon controleert over een machine of installatie over de gewenste kwaliteitseisen en functionaliteiten voldoet. Deze controle is echter niet vrijblijvend. Een opdrachtgever, nutsbedrijf, wetgever, overheid of een externe kwaliteitsinstantie stelt van te voren eisen en richtlijnen op waaraan de installatie of machine moet voldoen. Deze richtlijnen zijn over het algemeen geënt op internationale normen, keurmerken en (machine)richtlijnen. De doelstelling van alle controles die worden uitgevoerd voor de commissioning is dat het systeem veilig en goed in gebruik genomen kan worden.

Het belang van commissioning
Commissioning is van belang omdat tijdens de ontwikkeling, bouw en installatie van een systeem fouten en gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Deze fouten kunnen er voor zorgen dat er tijdens de ingebruikname van de installatie of op een later tijdstip problemen of calamiteiten kunnen ontstaan. Dat moet uiteraard voorkomen worden. Daarom wordt commissioning en pre-commissioning met name in de chemische sector waaronder de olie- en gasindustrie toegepast als definitief controlemiddel om problemen in de toekomst de voorkomen en de veiligheid en deugdelijkheid van een installatie te waarborgen.

Pre-commissioning engineer en commissioning engineer
De commissioning en de pre-commissioning worden door speciale techneuten uitgevoerd. Daarvoor zijn functies ontwikkeld zoals pre-commissioning engineer en commissioning engineer. Deze engineers zijn technisch uitstekend onderlegd en zijn bovendien ook bevoegd om installaties te keuren. Daarvoor krijgen ze overigens ook uitdrukkelijk toestemming doormiddel van een specifieke werkvergunning. Een pre-commissioning engineer en een commissioning engineer heeft naast technische opleidingen vaak ook verschillende veiligheidstrainingen en kwaliteitsgerichte opleidingen en cursussen gevolgd om zijn of haar werk zo goed mogelijk uit te kunnen voeren. Dat moet ook wel want de installatie of het systeem wordt na de controle van deze engineer in gebruik genomen.

Hoe buigt men bochten in pvc-installatiebuis?

Als men een bocht wil buigen in een pvc-installatiebuis doet men er verstandig aan om een binnenbuigveer of een buitenbuigveer te gebruiken. De binnenbuigveer brengt men in de buis die men wilt buigen en de buitenbuigveer schuift men er omheen. Voor de rest van deze tekst gebruiken we het woord ‘buigveer’ in het kader van een binnenbuigveer. In de praktijk worden deze buigveren namelijk het meeste gebruikt door installatiemonteurs.

Hoe maakt men een bocht in een pvc-buis?
Voordat men een bocht gaat buigen in een pvc-buis zal men eerst de plaats moeten bepalen van de bocht. Een bocht in de installatie techniek moet meestal niet in 90 graden worden gebogen omdat men dan in de problemen komt bij het trekken van kabels. In plaats daarvan maakt men meestal bochten van veertig graden. Door deze ‘stompe’  bochten kan men gemakkelijker kabels trekken.

Zodra men de positie van de bocht heeft bepaald brengt men de buigveer in de installatiebuis. De buigveer moet zover worden doorgeschoven dat het midden van de buigveer ongeveer in het midden van de positie is gebracht waar de bocht gemaakt moet worden.

Als men dat heeft gedaan kan men zelf (met de handen) de bocht buigen. Het buigen van bochten vergt weinig kracht. Men kan daarbij de bocht ook buigen over de knie indoen nodig. Men moet de bocht iets verder doorbuigen dan de gewenste hoek. Het pvc veert namelijk altijd een klein beetje terug als men de buis na het buigen loslaat. Het buigen van bochten vereist wat oefening maar op een gegeven moment heeft men in de gaten hoever het pvc terugveert na het buigen.

Aandachtspunten voor het buigen van pvc-buizen
Men dient pvc-buizen een beetje op te warmen als de omgevingstemperatuur kouder is dan 10 °C. Beneden deze temperatuur is het pvc, brozer en kan de buis breken als je deze buigt. Tijdens het buigen mogen de buizen  geen afplatting vertonen. Dit kan men voorkomen door een buigveer met de juiste diameter te gebruiken.

Aan de binnenkant van de bochten mag de diameter van de buis niet kleiner zijn dan drie keer de diameter van de buis. Voordat men de buigveer uit de buis trekt moet men de bocht goed controleren. Dit is belangrijk omdat men na het verwijderen van de buigveer de buigveer heel moeilijk weer door de bocht heen kan trekken. Na het buigen van de bocht in de pvc-buis kan men de buis op de juiste lengte afzagen.

Een bocht in pvc kan niet worden teruggebogen omdat dan het materiaal te zwak wordt en de kans groot is dat de buis breekt.

Verschillende vormen
Met een buigveer kan men in een pvc-buis verschillende vormen aanbrengen. Naast de gewone bocht in verschillende graden (stompe of scherpe bocht) kan men ook een S-bocht aanbrengen. Dit zijn in feite twee bochten achter elkaar. Daarnaast is een zogenoemde ‘kattenrug’ ook mogelijk. Dit is een kleine bocht waardoor men een buis over een andere buis kan aanbrengen.

Moet gereedschap gekeurd worden?

Gereedschap behoort tot de arbeidsmiddelen van de werknemer. Door het gebruiken van gereedschap zal het gereedschap slijten en daarnaast zal door intensief gebruik of verkeerd gebruik van gereedschap de kans op defecten toenemen. De veiligheidstechnische staat van bepaalde gereedschap kan door gebruik achteruit gaan. Bij gereedschappen waarbij dit aan de orde is zal men regelmatig een keuring moeten uitvoeren. Deze keuring moet over het algemeen één maal per jaar plaatsvinden. De keuring van gereedschap moet door een erkende instantie worden uitgevoerd.

Eventueel kan de keuring van gereedschap ook door een medewerker van hetzelfde bedrijf worden gedaan maar dan zal deze medewerker ook over de juist papieren moeten beschikken en voldoende ervaring moeten hebben. Een arbeidsmiddel dat gekeurd is moet voorzien zijn van een sticker of andere aanduiding zodat de gebruiker van het arbeidsmiddel kan zien wanneer het gereedschap gekeurd is en wat het resultaat is van de keuring (goedgekeurd of afgekeurd).

CE markering en goedkeuringsteken
Voor machines die in Europa worden geproduceerd en gebruikt is de machinerichtlijn (2006/42/EG) van toepassing. Deze Europese richtlijn schrijft voor aan welke veiligheidscriteria de machine-industrie moet voldoen. Goedgekeurde machines worden voorzien van een CE-markering. Deze markering maakt duidelijk dat de machine of het arbeidsmiddel conform Europese richtlijnen is geproduceerd.

Door het gebruiken van de machines en overige arbeidsmiddelen kan de werking verminderen en kan ook de veiligheid van de machine achteruit gaan. In dat geval kan een arbeidsmiddel wel een CE-markering hebben maar is het arbeidsmiddel feitelijk niet meer veilig. Daarom moeten arbeidsmiddelen gekeurd worden en na afloop van de keuring worden voorzien van een duidelijke sticker. Over het algemeen worden twee soorten stickers gehanteerd: een sticker met afgekeurd en een sticker met een datum waarop het gereedschap is goedgekeurd.

Van de keuring van de arbeidsmiddelen moeten schriftelijke bewijstukken worden opgesteld. Deze bewijsstukken moeten op de werkplek aanwezig zijn.

Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen
De regels omtrent de veiligheid en gezondheid van werknemers is in Nederland onder andere in het Arbobesluit vastgelegd. Vanuit Europa zijn er echter ook richtlijnen vastgelegd omtrent de veiligheid van arbeidsmiddelen. Deze kan men onder andere vinden in de Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen. Hierin staat onder andere dat een werkgever er voor moet zorgen dat het gebruik van een arbeidsmiddel geen gevaar mag opleveren voor de gezondheid en veiligheid van de werknemer.

Wie is verantwoordelijk voor de veiligheid van arbeidsmiddelen?
De werkgever die werknemers in dienst heeft en arbeidsmiddelen aan hen verstrekt is verantwoordelijk voor de technische veiligheid van de arbeidsmiddelen. Ook de huurder of lener van gereedschap is verantwoordelijk voor de veiligheid van het arbeidsmiddel. Uitzendbureaus met technisch personeel dienen zich ook te houden aan de richtlijnen met betrekking tot de veiligheid van arbeidsmiddelen. Uitzendbureaus die arbeidsmiddelen verstrekken zullen daarom ook regelmatig het gereedschap van de technische uitzendkrachten moeten laten keuren. Elektrisch gereedschap moet bijvoorbeeld voldoen aan de richtlijnen uit de NEN 3140.

Zeven risicoklassen
Arbeidsmiddelen zijn er in verschillende soorten. Handgereedschappen, elektrische gereedschappen, machines, apparaten en installaties behoren allemaal tot de arbeidsmiddelen. Bepaalde arbeidsmiddelen leveren meer arbeidsrisico’s dan andere arbeidsmiddelen. Daarom worden arbeidsmiddelen in verschillende risicoklassen ingedeeld. In totaal zijn er zeven risicoklassen. Arbeidsmiddelen die in een lage risicoklasse worden ingedeeld brengen minder arbeidsrisico’s met zich mee. Arbeidsmiddelen met een hoger arbeidsrisico worden in een hogere risicoklasse ingedeeld.

Mag een werkgever zijn eigen gereedschappen keuren?
Arbeidsmiddelen worden in zeven risicoklassen ingedeeld. Het gaat te ver om in deze tekst een opsomming te geven van alle arbeidsmiddelen en de klassen waartoe deze behoren. Hoe hoger de risicoklasse van het arbeidsmiddel hoe zwaarder de eisen zijn die aan de keurmeesters worden gesteld. Tot categorie 4 tot 6 behoren bijvoorbeeld bepaalde hijsmachines en hefmachines. De arbeidsmiddelen die in de drie hoogste risicoklassen (categorie 5, 6 en 7) zijn ingedeeld worden gekeurd door onafhankelijke deskundigen. Arbeidsmiddelen in lagere risicoklassen mogen echter wel door werknemers van het desbetreffende bedrijf zelf worden gekeurd mits ze daarvoor een gedegen opleiding hebben gevolgd.

Waarom is dagelijks onderhoud van gereedschap belangrijk?

Gereedschap behoort net als machines, apparaten en installaties tot de arbeidsmiddelen die door een werknemer kunnen worden gebruikt bij de uitvoering van de werkzaamheden. De werkgever is volgens het Arbobesluit verplicht om de werkplek van de werknemers zo veilig mogelijk te maken. Hierdoor wordt de gezondheid en veiligheid van de werknemer zoveel mogelijk beschermd. Gereedschappen behoren tot de arbeidsmiddelen die regelmatig worden gebruikt door de werknemers van technische bedrijven. Er wordt bij gereedschap meestal onderscheid gemaakt tussen handgereedschappen en elektrische gereedschappen. Gereedschappen moeten goed onderhouden worden.

Gebruik het juiste gereedschap
Gereedschap is voor het uitvoeren van veel werkzaamheden van groot belang. Denk maar eens aan de schroevendraaiers die op de werkvloer worden gebruikt. Er zijn verschillende soorten schroevendraaiers, bijvoorbeeld platkop en kruiskop, met een schroevendraaier die niet past op de kop van de schroef kan men moeilijk werken. Daarom moet altijd het juiste gereedschap worden gebruikt door de werknemer. Als men dat niet doet kan zowel het gereedschap als het materiaal worden beschadigd. Daarnaast kan ook de veiligheid en gezondheid van de werknemer in het geding komen als men niet het juiste gereedschap gebruikt gedurende de werkzaamheden. Een verkeerde schroevendraaier kan bijvoorbeeld uitschieten en een verkeerde boor kan tijdens het boren afbreken en schade en letsel veroorzaken.

Waarom is goed onderhoud van gereedschap belangrijk?
Ook het onderhoud van gereedschap is van groot belang. In eerste instantie kan veel onderhoud aan gereedschap worden voorkomen als de werknemer het gereedschap op de juiste manier gebruikt. Daarnaast dient een werknemer er voor te zorgen dat gereedschap zorgvuldig wordt opgeborgen. Veel elektrisch gereedschap moet echter ook regelmatig van nieuwe smeerolie worden voorzien zodat de draaiende delen van het gereedschap goed blijven functioneren en de wrijving wordt vermindert.

Goed onderhoud van gereedschap is belangrijk voor de levensduur van het gereedschap. Als er bijvoorbeeld veel wrijving optreed bij de draaiende delen van het gereedschap zal het gereedschap sneller slijten of zelfs vastlopen. Daarnaast wordt het werk voor de werknemer ook zwaarder als het gereedschap in een ondeugdelijke staat van onderhoud is. De werknemer hanteert gereedschap juist om de werkzaamheden te vereenvoudigen en te verlichten. Als het gereedschap niet goed onderhouden is zal de werknemer in de praktijk vaak proberen het gebrek met eigen fysieke middelen te compenseren. Dit zorgt er voor dat het werk zwaarder en gevaarlijker kan worden.

Werknemers moeten zelf gereedschap leren onderhouden
Werknemers die gereedschap op de werkvloer hanteren moeten zelf leren hoe ze het gereedschap moeten onderhouden. Bij verschillende bedrijven in de techniek is het personeel verantwoordelijk voor hun eigen gereedschap. Op de bouw hebben elektromonteurs en installatiemonteurs vaak een eigen gereedschapskoffer met de naam van de werknemer er op. Deze monteurs weten vaak precies hoe ze hun handgereedschap moeten onderhouden. Ook het eenvoudige onderhoud aan elektrisch gereedschap kunnen werknemers vaak goed uitvoeren. Het keuren van gereedschap wordt meestal door een expert gedaan van een externe keuringsinstantie. Sommige bedrijven hebben hiervoor ook zelf specialisten in dienst. Afkeur van gereedschap kan echter worden voorkomen als werknemers zelf het gereedschap goed hebben behandelt en goed hebben onderhouden. Een werkgever kan indien nodig aan werknemers trainingen verstrekken met betrekking tot het onderhouden en gebruiken van bepaalde gereedschappen. Deze trainingen kunnen de veiligheid op de werkvloer vergroten en bevorderen daarnaast de levensduur van het gereedschap voor een bedrijf. Op den duur kan een training met betrekking tot omgaan met gereedschap voor een bedrijf een kostenbesparing opleveren.

Wat zijn arbeidsmiddelen en wie is hiervoor verantwoordelijk?

Arbeidsmiddelen is een verzamelnaam voor alle gereedschappen, apparaten, machines en installaties die op de arbeidsplaats worden gebruikt door werknemers bij het verrichten van werkzaamheden. Arbeidsmiddelen hebben tot doel het werk van de werknemer te vereenvoudigen, te verlichten, te versnellen of de kwaliteit daarvan te verhogen. Verder kunnen arbeidsmiddelen zoals klimmaterialen ook de veiligheid van de werknemer op de werkplek bevorderen. Hijsmiddelen en transportmiddelen worden gebruikt om het werk van de werknemer te verlichten. Handgereedschappen zorgen er voor dat een werknemer technische werkzaamheden nauwkeuriger en sneller kan uitvoeren. Machines en elektrische gereedschappen bevorderen de snelheid en de accuratesse van de werkzaamheden van de werknemer.

Zorgvuldig omgaan met arbeidsmiddelen
Alle arbeidsmiddelen dragen op een bepaalde manier bij aan het verlagen van de belasting van het lichaam van de werknemer die de arbeidsmiddelen gebruikt. Uiteraard dient de werknemer het desbetreffende arbeidsmiddel zorgvuldig te gebruiken en goed te onderhouden. Sommige arbeidsmiddelen moeten regelmatig gekeurd worden zodat de werknemer er zeker van kan zijn dat het arbeidsmiddel veilig gebruikt kan worden. De werkgever is verplicht om voor deugdelijke arbeidsmiddelen te zorgen die veilig kunnen worden gebruikt door werknemers. De gezondheid en veiligheid van de werknemer mogen niet in gevaar komen.

Arbeidsmiddelen onderhouden en keuren
Het Arbobesluit is een belangrijk document voor werkgevers en werknemers. Hierin staan onder andere richtlijnen met betrekking tot de inrichting van de werkplek. De doelstelling van het Arbobesluit in de veiligheid en gezondheid van de werknemers in Nederland te beschermen. Ook arbeidsmiddelen horen bij de werkplek van de werknemers. Het Arbobesluit besteed aandacht aan arbeidsmiddelen en benoemt dat alle machines, apparaten, gereedschappen en installaties die op de werkplek worden gebruikt door de werknemer of in de nabijheid van de werknemer geen gevaar mogen opleveren voor de werknemers en overige aanwezigen op de werkvloer. Werknemers die over voldoende kennis van de arbeidsmiddelen beschikken kunnen zelf verantwoordelijk worden gesteld voor het onderhoud van de arbeidsmiddelen. Echter, de daadwerkelijke keuring van de arbeidsmiddelen moet door een erkende instantie worden gedaan. Het is echter ook mogelijk dat eigen werknemers worden ingezet voor het keuren van arbeidsmiddelen. Hiervoor dient de desbetreffende werknemer over de juiste papieren te beschikken.

Wat zijn Ex installaties en waar zijn deze installaties aanwezig?

Installaties moeten veilig zijn en zo zijn aangelegd dat de kans op ongelukken zo klein mogelijk is. De risico’s in de woningbouw en reguliere utiliteit zijn echter kleiner dan de risico’s die gelden in gebouwen en gebieden waar brandbare en explosieve stoffen zijn opgeslagen of worden behandeld. In deze gebieden worden installaties met zeer grote zorg aangelegd en onderhouden. Men heeft het hierbij over explosieveilige zones. De installaties in deze zone worden ook wel explosieveilige installaties genoemd. Deze installaties worden ook wel Ex installaties genoemd.

Richtlijnen Ex installaties
Monteurs en  bedrijven die Ex installaties aanleggen en onderhouden moeten zich houden aan strenge wetgeving en regelgeving. De wetgever stelt namelijk speciale eisen aan installaties die geïnstalleerd zijn in een omgeving met explosieve mengsels. Hiervoor zijn onder andere de ATEX richtlijnen van toepassing. ATEX is een afkorting die uit de Franse taal afkomstig is, voluit staat ATEX voor ‘ATmosphère EXplosible’. Dit kan worden vertaald met explosieve atmosfeer. Het woord atmosfeer houdt in dit verband de lucht op de werkplek of werkomgeving in. Door het vermengen van zuurstof en een brandbare stof, gas, damp of nevel kan een gevaar op explosies ontstaan. In een atmosfeer met een verhoogd risico op explosies moeten installaties zo worden aangelegd dat een explosieveilige zone ontstaat.

De ATEX richtlijnen geven duidelijk weer welke voorschriften er zijn voor de elektrische materialen die toegepast mogen worden in Ex zones. Hierbij kan gedacht worden aan eisen met betrekking tot verlichting, elektromotoren en frequentieregelaars.

NEN-EN-IEC 60079-0
Voor het plaatsen van installaties in Ex zones zijn ook NEN-EN normen ontwikkelt. De algemene norm hiervoor is de NEN-EN-IEC 60079-0. Deze norm bevat algemene eisen met betrekking tot het ontwerpen, het beproeven en het markeren van Ex-onderdelen en materieel. NEN-EN-IEC 60079 bevat een uitgebreide serie normen deze zijn in delen beschreven. Vooral delen 10, 14 en 17 worden veel gebruikt.

NEN-EN-IEC 60079-10-1
Dit deel gaat over explosieve gasatmosferen en de classificatie van gebieden waar naast brandbaar gas ook brandbare nevel en damp aanwezig kunnen zijn.

NEN-EN-IEC 60079-10-2
Dit deel van de NEN norm gaat over de gevarenzone-indeling met betrekking tot explosiegevaar van explosieve stofatmosferen.

NEN-EN-IEC 60079-14
De norm IEC 60079-14 geeft voorschriften voor de keuze van elektrisch materiaal in een omgeving met stofontploffingsgevaar en gasontploffingsgevaar. In deze norm worden richtlijnen gegeven voor het ontwerp en de opstelling van elektrische installaties. Aan het einde van 2013 is een nieuwe versie van deze norm gepubliceerd.

NEN-EN-IEC 60079-17
De NEN-EN-IEC 60079-17 is gericht op Inspectie en onderhoud van elektrisch installaties in Ex zones.

NEN-EN-IEC 60079-19
Aan het onderhouden en reviseren van Ex installaties zijn ook eisen gesteld. Deze eisen staan in de NEN-EN-IEC 60079-19. De eisen in deze norm zijn gericht op renovatie, revisie en reparatie van Ex installaties en materieel in Ex zones.

Wat is sanitair en welke installaties vallen hieronder?

Sanitair is een breed begrip dat onder andere in de installatietechniek regelmatig wordt gebruikt. Met sanitair worden alle installatieonderdelen bedoelt die in gebouwen worden geïnstalleerd voor de verzorging voor het menselijk lichaam. Sanitaire installaties kunnen onder andere worden geplaatst in ruimtes zoals badkamers, slaapkamers, het toilet en andere ruimtes. Met sanitair bedoelt men over het algemeen installaties die op de waterleiding zijn aangesloten en die daarnaast een afvoer hebben. In feite is een sanitaire installatie aangesloten tussen waterleiding en riool.

Waar treft men sanitaire installaties aan?
Sanitaire installaties worden zowel in woningen geplaatst als in de utiliteit. De omvang van de sanitaire ruimtes is verschillend. Grote bedrijfspanden en fabrieken kunnen omvangrijke toiletruimtes hebben terwijl appartementencomplexen verschillende kleine toiletruimtes hebben. Daarnaast kunnen de eisen aan sanitaire installaties ook verschillen. Ziekenhuizen en zorginstellingen kunnen hoge eisen stellen aan sanitaire installaties op het gebied van veiligheid en gebruiksgemak. In de woningbouw kunnen esthetische aspecten en prijs een belangrijke rol spelen.

Ontwikkelingen in sanitair
Er zijn door de jaren heen zeer veel verschillende sanitaire installaties ontwikkelt. Hierbij speelt ook het milieu een belangrijke rol. Verspilling van water moet worden tegengegaan en daarnaast moet de installatie ook gebruiksvriendelijk blijven. Door de verandering in de eisen en normen die aan sanitair worden gesteld komen er steeds modernere installaties op de markt. Niet alleen de milieuvriendelijkheid per product kan verschillen, ook de prijs en het materiaalgebruik verschilt.

Wat valt er onder sanitair
Sanitair is een erg breed begrip waar verschillende producten en materialen onder vallen. Als men de sanitaire installaties volledig zou beschrijven ontstaat er een lange lijst. Hieronder volgt een korte opsomming van belangrijke onderdelen van een sanitaire installatie:

  • Baden
  • Badmeubelen
  • closets
  • closetzittingen
  • bidets
  • douchecabines en douchebakken
  • kranen
  • spoelsystemen
  •  systeembaden
  •  urinoirs
  •  wastafels

Hoe wordt een Flamco T stuk toegepast in de installatietechniek?

Flamco T stukken worden gebruikt in de installatietechniek. Het zijn speciale T stukken die geplaatst kunnen worden in een installatie zonder de installatie buiten werking te stellen. Ook hoeft bij de montage van Flamco T stukken de installatie niet drukloos te worden gemaakt en hoeft men de installatie niet af te tappen. Omdat de installatie niet afgetapt hoeft te worden is bijvullen en ontluchten ook niet nodig. Een Flamco T stuk zorgt daardoor voor een tijdsbesparing en zorgt er daarnaast voor dat de gebruikers van de installatie nauwelijks hinder ondervinden tijdens het montageproces. Omdat sneller kan worden gewerkt met Flamco T stukken kan een opdrachtgever tijd en montagekosten besparen.

Hoe wordt een Flamco T stuk aangebracht?
Installateurs werken in de praktijk aan verschillende installatiesystemen. Tijdens de uitvoering van werkzaamheden aan bestaande installatiesystemen kan het voorkomen dat er een aftakking moet worden gemaakt op een bestaande leiding. Wanneer men daarvoor een gewoon T stuk gebruikt zal men er voor moeten zorgen dat de leiding waarop de aftakking wordt gemaakt tijdelijk niet in gebruik is. Wanneer men dit niet doet stroomt het water uit de leiding zodra men de leiding opent. De waterdruk moet daarom van de leiding af worden gehaald. Daarnaast moet de leiding worden afgetapt. Dit neemt tijd in beslag.

Een Flamco T stuk kan men echter op een leiding aanbrengen die nog in gebruik is. Dit doet men door het T stuk over de leiding heen aan te brengen. Vervolgens moeten vier bouten kruislings worden vastgedraaid. Hierbij moet worden gelet op het aanhaalmoment dat op de gebruiksaanwijzing is vermeld. Na het vastdraaien van de bouten kan de aftakking worden aangesloten. Deze kan worden vastgedraaid in de opening. Daarvoor moet er wel draad worden gesneden op de buis van de aftakking. Het is belangrijk dat tijdens het activeren van de Flamco T-plus geen vloeistof in de aftakking zit. Nadat de aftakking goed is vastgezet in het T stuk kan men doormiddel van een hamerslag de slagpen inslaan. De slagpen zorgt er voor dat een lading wordt ontstoken. Hierdoor wordt de plunjer voortgedreven. Deze plunjer snijd door deze druk een klein stukje van de buis af waarop de aftakking wordt aangesloten. Vanwege de lading die ontstoken wordt is het belangrijk dat er niet in een omgeving wordt gewerkt met ontvlambare stoffen.

Waar worden Flamco T stukken gebruikt?
Flamco T stukken worden gebruikt in verschillende installaties. Voorbeelden van installaties waar dit T stuk wordt toegepast zijn centrale verwarmingsinstallaties, brandblusinstallaties, persluchtinstallaties, aardgasleidingen en sanitaire installaties.

Wat is een installateur en met welke installaties kan een installateur werken?

Installateur is een beroep in de installatietechniek. Het is vrij algemene benaming voor verschillende vakgebieden die onder de installatietechniek vallen. Een installateur legt verschillende installaties aan in woningen, utiliteit en industrie. Het gaat hierbij met name om centrale verwarmingsinstallaties, HVAC-installaties, waterleidingen, sanitair en elektriciteit. Deze vakgebieden zijn tegenwoordig zo specialistisch dat installateurs vaak worden ingedeeld in het vakgebied waarin de desbetreffende monteur is gespecialiseerd. Hierdoor worden installateurs meestal in verschillende functies ingedeeld bij een installatiebedrijf. Hieronder zijn deze functies weergegeven en is kort benoemd welke werkzaamheden en installaties bij deze functies aan de orde komen.

  • CV monteurs voeren taken uit met betrekking tot het aanleggen en fitten van CV-leidingen, het plaatsen van radiatoren en CV-ketels.
  • Dikwandig CV monteurs plaatsen leidingen ten behoeve van grote CV-installaties voor utiliteit en industrie. Daarnaast plaatsen dikwandige CV monteurs grote CV-ketels. De dikwandige leidingen die aan deze installaties zijn verbonden worden gefit en gelast. Hierbij wordt gebruik gemaakt van autogeen lassen en daarnaast ook van TIG-lassen.
  • HVAC-monteurs plaatsen systemen met betrekking tot luchtbehandeling. Dit kunnen naast luchtverwarmingssystemen ook airconditioninginstallaties zijn ten behoeve van de verkoeling van de lucht.
  • Zinkwerkers plaatsen dakgoten, hemelwaterafvoer en ander zinkwerk rondom woningen en utiliteit.
  • Loodgieters zijn medewerkers die zich met name bezig houden met het plaatsen van gasleidingen en waterleidingen in woningen en utiliteit. De term loodgieter wordt nog wel gebruikt maar is verouderd omdat er geen lood meer gegoten word in de installatietechniek. Daarom worden loodgieters ook wel W-monteurs genoemd. De ‘W’ staat hierbij voor werktuigbouwkundige monteurs.
  • Elektromonteurs of elektriciens zijn verantwoordelijk voor de complete elektrische installatie van een woningen, utiliteit of industriële gebouwen. Elektromonteurs hebben hiervoor verschillende disciplines. Zo zijn er elektromonteurs die specifiek ervaring hebben in de woningbouw. Ook zijn er elektromonteurs die juist ervaring hebben in de industrie of utiliteit. Deze onderverdeling wordt gemaakt omdat de eisen en technische aspecten verschillen die aan deze installaties worden gesteld.
  • Meet- en regeltechnici zijn specialistische installateurs die gebouwbeheersystemen inregelen en storingen in deze systemen oplossen. Daarnaast houden meet- en regeltechnici zich bezig met het aanleggen van brandmeldinstallaties en inbraakbeveiligingsinstallaties. Hierbij komt naast bedrading ook elektrotechniek, elektronica en software aan de orde.

Installatiebedrijven kunnen zich op meerdere installatiesystemen richten. Daarom zijn binnen installatiebedrijven meestal verschillende monteurs aanwezig. Wanneer er een probleem aan een installatie ontstaan worden installatiebedrijven gebeld met het verzoek om een installateur. Het installatiebedrijf kan uit de aard van de storing of melding opmaken wat voor installateur ingezet moet worden om de installatie te repareren. De meeste installatiebedrijven zijn aangesloten bij de UNETO-VNI. Dit is de ondernemersorganisatie voor bedrijven uit de installatiebranche en de elektrotechnische detailhandel.

 

Wat is een gebouwbeheersysteem GBS en waarvoor wordt dit systeem gebruikt?

Een gebouwbeheersysteem is een systeem waarmee verschillende installaties van een gebouw worden aangestuurd. Het gaat hierbij vooral om werktuigbouwkundige installaties en elektrische installaties. Deze installaties worden ook wel E&W installaties genoemd. Een gebouwbeheersysteem wordt tegenwoordig veel toegepast in utiliteit. Het systeem wordt afgekort met de volgende afkorting: GBS. Een GBS bestaat uit één of enkele programmable logic controllers oftewel PLC’s. Deze staan in verbinding met een computersysteem. Hierdoor kunnen de aanwezige installaties van een gebouw worden aangestuurd en op elkaar worden afgestemd. Daarvoor wisselen de installaties gegevens met elkaar uit via het centrale computersysteem. Dit computersysteem wordt ook wel de beheercomputer genoemd en zorgt voor de centrale aansturing van alle installaties. Het is echter ook technisch mogelijk om een GBS op lokaal niveau aan te sturen. Hiervoor moet een verbinding worden gemaakt tussen het regelsysteem en de beheercomputer. Deze toepassing vind onder andere plaats in complexe installaties waarin meerdere regelsystemen aanwezig zijn.

Voordelen van een gebouwbeheersysteem
Een gebouwbeheersysteem dat goed is aangelegd en juist wordt behandeld heeft grote voordelen. Met een GBS kan veel energie worden bespaard voor de eigenaren of gebruikers van een gebouw. Dit is belangrijk want de energiekosten vormen voor een bedrijf belangrijke vaste lasten. Wanneer deze structureel kunnen worden verlaagd zorgt dit voor een structurele besparing. Daarnaast wordt er vanuit de overheid druk uitgeoefend op bedrijven om de energiekosten terug te dringen. Bedrijven krijgen ook vanuit de maatschappij te horen dat ze milieuverantwoord moeten ondernemen. Dit alles heeft invloed op bedrijven en de keuzes die ze maken met betrekking tot investeringen. Een GBS verdient zichzelf uiteindelijk ruimschoots terug. Het is hierbij vooral van belang dat het systeem zo is ingeregeld dat de juiste temperatuur en de juiste elektrische voorzieningen worden geboden op het gewenste moment. De besparing vind vooral plaats wanneer het systeem bepaalde voorzieningen uitschakelt of op een lagere temperatuur zet wanneer het gebouw niet in gebruik is. Na sluitingstijd of wanneer slechts enkele vertrekken van een gebouw worden gebruikt kan een GBS zo worden ingeregeld dat de ruimten die niet benut worden ook niet worden verwarmd en verlicht.

Andere voordelen van een gebouwbeheersysteem
Naast energiebesparing zijn er ook andere voordelen aan een geautomatiseerd systeem om de installaties van een gebouw te beheren. De leveranciers van gebouwbeheersystemen geven aan dat het leefklimaat van een gebouw aanzienlijk gezonder en behaaglijker zal worden wanneer geïnvesteerd is in een GBS. Een gebouwbeheersysteem is daarnaast eenvoudig in gebruik wanneer het systeem door technici goed is aangebracht. Via panelen kan de temperatuur worden afgelezen. Ook andere data kan worden afgelezen. Gebouwbeheersystemen worden echter niet alleen gebruikt voor het regelen van de temperatuur of verlichting.

Waarvoor kan een gebouwbeheersysteem worden gebruikt?
Een gebouwbeheersysteem beheert verschillende installaties van een gebouw. De installatie van een gebouw zijn echter zeer divers. Naast verwarming en verlichting kunnen in een gebouw nog verschillende andere installaties aanwezig zijn. Hierbij kan gedacht worden aan beveiligingssystemen tegen inbraak. Het openen en sluiten van deuren en ramen kan daardoor elektronisch worden geregeld.

HVAC-systemen
HVAC-systemen kunnen ook worden aangestuurd door een gebouwbeheersysteem. Een HVAC-systeem regelt zowel de warmte, de ventilatie als de verkoeling van lucht. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van luchtbehandelingskasten. Deze kasten worden ook wel LBK genoemd en worden geplaatst in grote bedrijfspanden en luxe grote woningen.

Brandbeveiligingsinstallaties en ontruimingsinstallaties
Ook systemen voor brandbeveiliging kunnen aan een GBS worden gekoppeld. Naast deze brandmeldinstallaties kunnen er ook blussystemen en sprinklerinstallaties gekoppeld worden aan het GBS. Voor het ontruimen van een gebouw kan gebruik worden gemaakt van ontruimingsinstallaties. Zelfs sanitaire installaties kunnen verbonden zijn aan een GBS. Vrijwel alles met betrekking tot de veiligheid, registratie en het binnenklimaat van een gebouw kan doormiddel van een GBS worden aangestuurd.

Het rendement van een gebouwbeheersysteem
Een gebouwbeheersysteem vergt natuurlijk een investering. Deze investering moet worden terugverdient. Doordat het systeem verbonden is aan verschillende installaties die gebruik maken van elektriciteit en gas kan een GBS goed registreren hoeveel energie er wordt verbruikt. Deze gegevens kunnen uit het systeem worden gehaald. Zo kan inzichtelijk worden gemaakt wat het rendement is van het gebouwbeheersysteem en of dat resultaat aan de verwachtingen voldoet. Er kan dan gebruik worden gemaakt van een gebouwmanagementsysteem dit systeem wordt ook wel afgekort met GMS. Hieruit kunnen zelfs grafieken van bepaalde metingen worden gehaald om te kijken wanneer het energieverbruik hoog of juist heel laag was. Dit kan per installatiedeel inzichtelijk worden gemaakt.

Wat is bouwfysica en wat valt er onder bouwfysica?

Bouwfysica heeft te maken met alle fysische aspecten die verbonden zijn aan het verblijven in een gebouwde omgeving. Hieronder vallen onder andere de fysische aspecten van de gebouwde ruimte zelf zoals de constructie van het gebouw. Ook de installaties die in het gebouw zijn aangebracht hebben invloed op de bouwfysica. De fysica van een gebouw heeft in belangrijke mate te maken met de perceptie van de zintuigen van de bewoners of gebruikers van het gebouw. De zintuigen van mensen zijn gericht op het waarnemen van geluid, warmte, kou,  licht, tocht en vocht.

Bouwfysica heeft als doelstelling het bevorderen van de comfortaspecten van een gebouw zonder dat daardoor het gebruik van de voorzieningen van het gebouw worden belemmerd. Voor de gezondheid van de gebruikers van een gebouw is het belangrijk dat het gebouw voldoende wordt verwarmd. Daarnaast moet ook tocht worden vermeden terwijl er ook voortdurend frisse lucht het gebouw ingebracht moet worden. dit gebeurd doormiddel van ventilatie. Hiervoor kunnen verschillende ventilatiesystemen worden gebruikt waaronder mechanische ventilatie. Doormiddel van mechanische ventilatie hoopt men te voorkomen dat veel warmte van het gebouw verloren gaat. Bouwfysica heeft daardoor ook te maken met de energiezuinigheid van een woning.

In de zomer moet een gebouw niet te warm worden. Een woning kan bijvoorbeeld worden gekoeld met een airco-installatie. Deze installaties moeten echter zo weinig mogelijk geluid produceren om geluidshinder te voorkomen. Geluid is namelijk ook een aspect van bouwfysica. Hierbij wordt aandacht besteed aan het weren van hinderlijke geluiden die buiten het gebouw aanwezig kunnen zijn, zoals bijvoorbeeld verkeersgeluiden. Ook wordt aandacht besteed aan het dempen van geluiden van installaties in het gebouw zelf.

Verlichtingsystemen zorgen er voor dat in een gebouw voldoende licht aanwezig is om prettig te kunnen werken of verblijven. Deze verlichting systemen moeten zo goed mogelijk natuurlijk licht nabootsen en daarbij niet te veel energie verbruiken. Voldoende raampartijen in een gebouw zorgen er voor dat er altijd natuurlijk daglicht aanwezig is. Dit is zeer belangrijk voor het welzijn van de gebruikers van het gebouw.

Bouwfysica een afstemming tussen welzijn en prestaties
In de tekst hierboven is duidelijk geworden dat bouwfysica gaat om het afstemmen van verschillende belangen. Aan de ene kan wil men streven naar een zo behaaglijk mogelijk woonklimaat of leefklimaat. Dit wordt ook wel het binnenmilieu genoemd. Aan de andere kant moet ook aandacht worden besteed aan de kwaliteit van het gebouw zelf en de constructies waaruit deze bestaat. Bij het ontwerpen van een gebouw moeten en de bijbehorende installaties moeten ook de kosten niet uit het oog verdwijnen. Niet alleen de bouwkosten zijn belangrijk, ook de energiekosten spelen een grote rol. De eisen aan de energiezuinigheid van gebouwen worden jaarlijks strenger. Hier moet men met bouwfysica rekening mee houden.

Domotica
Tegenwoordig worden in woningen speciale automatiseringssystemen toegepast om de kwaliteit en behaaglijkheid van wonen te bevorderen. Domotica bestaat uit het Latijnse woord ‘domus’ dat vertaald kan worden met ‘huis’. Het tweede woord ‘tica’ maakt duidelijk dat het om een technisch vakgebied gaat. Doormiddel van domotica kan een woning worden voorzien van verschillende automatiseringssystemen en elektronica die aan elkaar verbonden zijn. Domotica kan worden gebruikt om verwarmingssystemen in te regelen om op het juiste moment de gewenste temperatuur te krijgen. Dit kan bijvoorbeeld overdag zijn wanneer de bewoners thuis zijn, terwijl ’s avonds de temperatuur daalt zodat energiekosten bespaard worden. Domotica is verbonden aan installatietechniek, elektrotechniek en andere gebouw gebonden installaties ten behoeve van het woongenot. Daarom hoort domotica ook bij bouwfysica.

Wat is een GAWALO opleiding en hoe heet deze opleiding tegenwoordig?

GAWALO is een afkorting die in de installatietechniek werd gebruikt voor een opleiding voor installatiemonteurs en de erkenning van installatiebedrijven. GAWALO wordt voluit als volgt geschreven: Gas, Water en Loodgieter. UNETO-VNI deed in het verleden de certificering van bedrijven op waterechnisch gebied en gastechnisch gebied.  Een bedrijf dat gecertificeerd was als  Watertechnisch installateur en gastechnisch installateur werd ook wel een GAWALO-installateur genoemd.

Tegenwoordig hoor je de term GAWALO niet veel meer. Wanneer men het over opleidingen heeft in de installatietechniek spreekt men over de opleiding W installatietechniek, W installatiemonteur of de opleiding monteur werktuigkundige installaties.

Opleiding GAWALO in vergelijking tot huidig opleidingsaanbod
De opleiding GAWALO wordt tegenwoordig niet meer aangeboden. In het verleden was GAWALO een toonaangevende opleiding op installatiegebied. Tijdens deze opleiding leerde men Gas Water en Loodgieters vaardigheden. Hierbij kan gedacht worden aan het plaatsen van waterleidingen en gasleidingen in woningen en utiliteit. Daarnaast werd aandacht besteed aan het plaatsen van sanitair en alle veiligheidsaspecten die bij deze genoemde werkzaamheden aan de orde komen. De opleiding GAWALO is een MBO opleiding. Tegenwoordig zijn er andere opleidingen die gericht zijn op installatietechniek. De niveaus van de huidige opleidingen sluiten echter wel aan bij de niveaus die vroeger werden gebruikt voor de GAWALO opleiding.

GAWALO maakte gebruik van drie opleidingsniveaus. Deze niveaus zijn van laag naar hoog als volgt:

  • montage assistent
  • assistent monteur
  • monteur

In de huidige opleidingen worden ook niveauverschillen toegepast. Deze zijn als volgt:

  • Arbeidsgekwalificeerd medewerker (AKA) MBO niveau 1
  • Monteur MBO niveau 2
  • Eerste monteur MBO niveau 3
  • Leidinggevend monteur MBO niveau 4

Wat leer je op een opleiding monteur werktuigbouwkundige installaties?
De opleidingen die tegenwoordig op installatiegebied worden aangeboden dragen verschillende namen. Installatiemonteur W (waarbij de W staat voor ‘werktuigbouwkundige installaties) wordt veel gebruikt. Tussen scholen en andere opleidingsinstituten kan de inhoud van de opleidingen op installatiegebied wel verschillen. In grote lijnen wordt echter tijdens opleidingen die gericht zijn op werktuigbouwkundige installaties aandacht besteed aan:

  • Aanleggen en fitten van waterleidingen
  • Fitten en aanleggen van gasleidingen
  • Plaatsen van CV ketels en bijbehorende leidingen
  • Sanitair
  • Appendages plaatsen
  • Normen en veiligheidsvoorschriften
  • Beproeven van de installaties
  • Onderhoud van de installaties
  • Lezen van tekeningen t.b.v. installaties

Installatieopleidingen kunnen zowel voltijd BOL (beroepsopleidende leerweg) als in combinatie met werk worden gedaan. In het laatste geval wordt gekozen voor een BBL (beroepsbegeleidende Leerweg). Omdat technieken voortdurend veranderen wordt ook de inhoud van opleidingen regelmatig aangepast.

Wat is autogeen lassen en waar wordt autogeen lassen toegepast?

Autogeen lassen is een lasproces waarbij gelast wordt met een zeer hete vlam. Voor het creëren van deze hete vlam wordt meestal gebruik gemaakt van acetyleen in combinatie met zuivere zuurstof. Door deze combinatie wordt autogeen lassen ook wel zuurstof-acetyleenlassen of gassmeltlassen genoemd. Er wordt gebruik gemaakt van een speciale brander. De brander wordt bij het autogeen lassen met één hand vast gehouden. Met  de andere hand wordt vulmiddel aangebracht.

Het is erg belangrijk dat de lasvlam goed wordt afgeregeld. Wanneer er teveel zuurstof wordt toegevoegd kan het werkstuk worden beschadigd. Daarnaast kan een overschot aan acetyleen niet tijdig worden verband en geeft daardoor nauwelijks hitte. De vlam kan tijdens autogeen lassen op drie verschillende manieren worden geregeld. Dit heeft te maken met de toevoeging van acetyleen en zuurstof.

Neutrale lasvlam
Er kan gelast worden met een neutrale lasvlam. In deze vlam wordt alle toegevoegde zuurstof gebonden aan acetyleen. Hierdoor blijft er in de lasvlam geen zuurstof over zodat het werkstuk niet kan worden verbrand. Een neutrale lasvlam heeft geen pluim maar een zo groot mogelijke kegel. Aan het uiteinde van de kegel zit een afgeronde punt.

Carburerende lasvlam
Een andere soort lasvlam is de carburerende lasvlam. Deze vlam bevat teveel acetyleen ten opzichte van de toegevoegde zuurtstof. De lasvlam heeft hierdoor een lange gele pluim in plaats van een scherpe kegel.

Oxiderende lasvlam
Naast de hiervoor genoemde lasvlammen kan ook een oxiderende lasvlam ontstaan bij autogeen lassen. Deze lasvlam ontstaat wanneer er weinig acetyleen is toegevoegd. Dit zorgt voor een vlam in de vorm van een kleine kegel. De kegel bevat een scherpe punt. Er is in de vlam teveel zuurstof aanwezig ten opzichte van acetyleen. Door het overschot aan zuurstof wordt het smeltbad gedurende het lasproces beschadigd. Gedeeltes van het smeltbad worden door de lasvlam verbrand.

Stekende en slepende lasmethode
Bij autogeen lassen kan gebruik worden gemaakt van twee verschillende lastechnieken. De eerste techniek is de stekende lasmethode. Deze methode wordt gebruikt bij wanddiktes tot maximaal 4 millimeter. Stekend lassen wordt ook wel duwend lassen genoemd. Hierbij wordt de lasbrander naar voren gebracht terwijl het lastoevoegmateriaal  door de lasvlam heen in het smeltbad wordt aangebracht.

De andere lasmethode die bij autogeen lassen wordt toegepast is de slepende lasmethode. Deze methode wordt ook wel trekkend lassen genoemd en wordt toegepast bij materialen met een wanddikte van 6 millimeter of meer. Hierbij wordt de lasvlam tegen het smeltbad in gehouden. De lasvlam brand hierbij tegen het smeltbad aan en de toorts wordt steeds verder naar achteren getrokken. Het lastoevoegmateriaal wordt met draaiende bewegingen in het smeltbad aangebracht. Door het wegtrekken van de lastoorts stolt het smeltbad en ontstaat de lasverbinding.

Waar wordt autogeen lassen toegepast?
Autogeen lassen wordt tegenwoordig voornamelijk toegepast bij dikwandig installatiewerk. Hierbij wordt autogeen lassen gebruikt voor het aan elkaar lassen van onderdelen van dikwandige installaties ten behoeve van centrale verwarming. Deze dikwandige installaties worden vaak aangelegd in grote utiliteit en industriële gebouwen. De leidingen die daar aan elkaar gelast worden zijn dikwandig. Dit houdt in dat wanddikte van leidingen dikker is dan 3 millimeter. Het autogeen lasproces wordt gebruikt voor het aan elkaar lassen van deze leidingen.  Tegenwoordig wordt autogeen lassen ook wel vervangen door TIG lassen. Autogeen kan ook worden gebruikt om leidingen en buizen te snijden.  Hierbij wordt gebruik gemaakt van een oxiderende lasvlam. Dit wordt ook wel snijbranden genoemd.

Wat is Installatietechniek en wat doet een installatiemonteur?

Installatietechniek is een breed vakgebied dat draait om het samenstellen van componenten tot een technisch functioneel geheel. Deze algemene omschrijving is te vinden in verschillende (online) encyclopedieën maar geeft niet duidelijk weer wat installatietechniek daadwerkelijk inhoud. De term installatietechniek wordt voor verschillende technieken gebruikt en is verbonden met industrie en de bouw. Installatietechniek draait niet alleen om het bedenken en het aanleggen van installaties maar ook om het onderhoud daarvan.

Installaties
Bij installatietechniek kan gedacht worden aan verschillende installaties. De onderverdeling is in de praktijk verwarrend. Zo zijn er bedrijven die ook elektrotechnische installaties onder installatietechniek plaatsen. Andere bedrijven spreken voor de transparantie over W (werktuigbouwkundige) installaties en E (elektrotechnische) installaties. Daarnaast zijn er nog koeltechnische installaties en transportinstallaties die onder installatietechniek kunnen worden geplaatst. Wanneer de functienaam installatiemonteur wordt genoemd heeft men wel een duidelijker beeld van de installaties die daarbij horen. De installaties die dan aan de orde komen zijn installaties voor centrale verwarming, vloerverwarming, gas, water en sanitair.

Wat doet een installatiemonteur?
De taken van een installatiemonteur zijn zeer divers. Hieronder is een overzicht weergegeven van de taken die een installatiemonteur kan uitvoeren en de installaties die hij kan aanleggen.

Verwarming
Een installatiemonteur kan verwarming aanleggen in een woning maar ook in bedrijfspanden. Bijvoorbeeld het plaatsen van CV ketels en radiatoren. Ook het leidingwerk naar de ketel en de radiator toe worden door een installatiemonteur aangelegd. Hierbij wordt een verschil gemaakt tussen dikwandige leidingen voor bedrijven en industrie en dunwandige leidingen voor de woningbouw. Bij dikwandig installatiewerk wordt vaak van een installatiemonteur verwacht dat hij de leidingen kan lassen. Dit gebeurd met autogeen lassen en in toenemende mate met het TIG lasproces. Naast dikwandig en dunwandig installatiewerk behoren ook vloerverwarming en warmtepompen bij de installatietechniek en de werkzaamheden van een installatiemonteur.

Water
Het aanleggen van waterleidingen in woningen en panden en deze aansluiten op de riolering wordt ook door een installatiemonteur uitgevoerd. Deze leidingen koppelen en bochten en T-stukken plaatsen. Koperleidingen worden tegenwoordig steeds vaker vervangen door PVC leidingen. Wanneer gebruik wordt gemaakt van koperleidingen wordt vaak van de installatiemonteur verwacht dat hij de leidingen ook kan buigen. Dit is specialistisch werk. Installatiemonteurs die waterleidingen aanleggen en aansluiten worden ook wel loodgieters genoemd.

Gas
Gasleidingen worden ook door installatiemonteurs aangelegd naar bijvoorbeeld een keuken. Deze leidingen moeten vakkundig worden gekoppeld of gefit. Installatiemonteurs die zich bezig houden met gasleidingen zijn zich goed bewust wat de gevolgen kunnen zijn wanneer een gasleiding niet goed is aangelegd. Nauwkeurigheid en een goed besef van veilig werken zijn bij het gasleidingfitten van groot beland.

Sanitair
Het inrichten van een badkamer wordt vaak door installatiemonteurs gedaan. Het aansluiten van wasbakken en toiletten moet vakkundig en netjes gebeuren. Installatiemonteurs die werkzaamheden uitvoeren in sanitair kunnen naast het aanbrengen van sanitair vaak ook tegels plaatsen en vloerverwarming aanleggen in badkamers. Hierdoor zijn deze installatiemonteurs vaak in staat om de totale inrichting en afwerking uit te voeren in badkamers.

Dak en zink werk
Installatiemonteurs plaatsen ook hemelwaterafvoer zoals dakgoten. Dit is een specialisme binnen de installatietechniek. Het plaatsen van dakgoten moet nauwkeurig gebeuren om lekkage te voorkomen. Daarnaast zijn de dakgoten vaak ‘in het zicht’ waardoor ook een nette afwerking belangrijk is. Zink bewerken is een vak apart waarbij technisch inzicht en gevoel voor afmetingen van groot belang zijn.

Voor het aanleggen van installaties heeft een installatiemonteur veel kennis nodig van technische systemen. Daarnaast moet een installatiemonteur verstand hebben van de veiligheidsrisico’s die horen bij het vak. Tekening lezen is ook een belangrijk aspect van de functie. Aan de hand van tekeningen moet de ‘route’ kunnen worden bepaald van de leidingen. Ook de positie van de radiatoren en ketels wordt op tekening aangegeven. Op de bouw moet een installatiemonteur vaak overleggen met timmermannen en ander bouwpersoneel om de werkzaamheden goed op elkaar af te stemmen. Wanneer leidingen eenmaal zijn aangelegd en weggewerkt is het vaak moeilijk om wat aan de bestaande installatie te veranderen.

Waar werkt een installatiemonteur?
Een installatiemonteur werkt in de meeste gevallen bij een installatiebedrijf. Het is ook mogelijk dat een installatiemonteur in dienst is bij een bedrijf dat badkamers en keukens verkoopt en plaatst. Installatiemonteurs voeren projecten uit in de woningbouw, utiliteit en industrie. Hierbij kan zowel nieuwbouw als renovatie en service aan de orde komen.

Bij nieuwbouw installaties zijn vaak tekeningen aanwezig. Bij renovatie zijn deze tekeningen vaak beperkt aanwezig waardoor een installatiemonteur zijn eigen inzicht moet gebruiken en goed bestaande systemen moet analyseren. Een installatiemonteur kan op verschillende projecten per jaar worden ingezet. Een flexibele instelling is daarom van groot belang. De projecten verschillen van ruwbouw tot afmontage. Bij ruwbouw worden de werkzaamheden sneller en grover uitgevoerd dan bij afmontage waar meer aandacht wordt besteed aan de afwerking.

Een installatiemonteur werkt meestal eerst onder een leidinggevend monteur of eerste monteur. Naarmate een monteur meer ervaring krijgt zal hij zelf ook als eerste monteur leiding kunnen geven aan collega’s. Vaak moet een monteur daarvoor wel extra opleidingen en cursussen volgen.

Kans op werk in installatietechniek
Wanneer iemand een keuze maakt om een opleiding te volgen in de installatietechniek is het verstandig om van te voren goed na te gaan of je jezelf geschikt acht om als installatiemonteur aan de slag te gaan. Het is een fysiek zwaar beroep met weinig doorgroeimogelijkheden. Je kunt je wel specialiseren. Dat maakt het vak van een installatiemonteur aantrekkelijk. Ook de verschillende projecten en werklocaties zorgen voor afwisseling en uitdaging.

Op de arbeidsmarkt is een voortdurende vraag naar installatiemonteurs aanwezig. In de meeste vacatures wordt gevraagd om ervaren installatiemonteurs die zich gespecialiseerd hebben in bepaalde vakgebieden zoals dikwandige CV montage of het plaatsen van sanitair. Ook ontstaat er een stijgende vraag naar allround monteurs. Bedrijven doelen met de term ‘allround monteur’ vaak op monteurs die zowel W installatie als E installaties kunnen aanleggen. Een allround monteur is daardoor inzetbaar als elektromonteur en als installatiemonteur. Dit geeft een installatiebedrijf de mogelijkheid om verschillende projecten aan te nemen en een monteur op verschillende plaatsen in te zetten.

Om een grote kans te hebben op werk kan een installatiemonteur zich verbreden in de techniek of een specialist worden. Een ervaren specialist en een allround monteur hebben een goede kans op werk.

De vraag blijft alleen hoe lang installatiemonteurs werk hebben. Een installatiemonteur blijft meestal zo lang in dienst als het installatiebedrijf projecten heeft lopen. Wanneer de projecten stoppen worden de contracten van installatiemonteurs regelmatig niet verlengd. Voor installatiemonteurs is bij technische uitzendbureaus vaak volop projectmatig werk.