Vacature installatiemonteur in energietransitie

Nederland wordt milieubewuster en daardoor is er volop werk voor installatiemonteurs. De installatietechniek is meer dan ook verbonden aan de toekomst van Nederland en de energietransitie die daar bij hoort. De energietransitie is de omschakeling van vervuilende brandstoffen en installaties naar schonere installaties. Er zijn echter installatiemonteurs nodig die deze energietransitie kunnen realiseren. Daarom zoeken we in heel Nederland voor verschillende installatiemonteurs die zich willen inzetten in de verduurzaming van installaties.

Wat vragen wij?
We zijn op zoek naar mensen die zich willen inzetten om verwarmingsinstallaties aan te leggen die toekomstbestendig zijn zodat de CO2 uitstoot omlaag gaat en de opwarming van de aarde wordt tegengegaan. Daarvoor zoeken wij mensen die:

  • In bezit zijn van VCA
  • In bezit zijn van een rijbewijs en bij voorkeur over een auto beschikken
  • Ervaring hebben met installatietechniek vanuit werk of hobby

Wij bieden werk en ontwikkeling
De installatietechniek is een uitdagende sector waarin voortdurend nieuwe duurzame technieken worden ingevoerd waarmee gebouwen kunnen worden verwarmd. Ook het gebied van watervoorziening zijn installatiemonteurs werkzaam. De technologie ontwikkeld zich verder en daardoor wordt het vakgebied van de installatiemonteur steeds uitdagender. Gelukkig bieden wij als organisatie onze monteurs volop de mogelijk om zichzelf te ontwikkelen. Daarvoor bieden we opleidingen aan over specifieke duurzame technieken zoals warmtepompen en geothermie tot complete BBL-opleidingen. Omdat wij ook BBL opleidingen aanbieden kunnen ook mensen met minder ervaring in de installatietechniek in aanmerking komen voor deze vacature.

Alle voordelen op een rij
We hebben niet alleen aandacht voor je loopbaanontwikkeling maar we bieden je ook:

  • Een goed salaris
  • Handgereedschap, elektrisch gereedschap en werkkleding
  • Uitdagende projecten
  • Werk bij jou in de buurt

Reageer meteen
Wil je zo snel mogelijk aan de slag reageer dan op de ‘Technicum vacatures’ knop in de menubalk of stuur een sollicitatie via het contactformulier.

Vacature elektromonteur energietechniek

Wil je aan de slag in de verduurzaming van de energievoorziening van woningen en utiliteit? Dan is deze vacature voor elektromonteur een ideale baan voor jou. Door heel Nederland zijn wij op zoek naar elektromonteurs die aan de slag willen in het plaatsen van zonnepanelen, ledverlichting en andere duurzame energieoplossingen.

Wat vragen wij?
Nederland moet duurzamer worden en jij kunt daar een bijdrage aan leveren als je aan (een deel) van de volgende functie-eisen kunt voldoen:

  • Je bent in bezit van een geldig VCA certificaat
  • Je bent in het bezit van een rijbewijs en een auto
  • Je hebt ervaring in de elektrotechniek (hobbymatig en/of werkervaring)

Wij bieden werk en opleiding
Een uitdagende functie in de energietransitie van elektrische installaties op verschillende locaties in heel Nederland. De elektrotechniek is een brede technische sector met veel afwisselende taken en installaties. Ook in de energietransitie is veel afwisseling en technologische vernieuwing. Vanwege die voortdurende vernieuwing zijn er volop opleidingsmogelijkheden waaronder NEN3140 maar ook complete BBL opleidingen te volgen in de elektrotechniek. Zo kun je ook als je wat minder ervaring hebt in elektrotechniek toch in aanmerking komen voor deze vacature.

Alle voordelen op een rij
Naast aandacht voor loopbaanontwikkeling bieden wij een uitdagende functie waarmee de energiedoelen van Nederland kunnen worden behaald. Verder krijg je:

  • Een goed salaris
  • Werkkleding en gereedschap
  • Uitdagende opdrachten
  • Werk bij jou in de buurt

Reageer meteen
Wil je zo snel mogelijk aan de slag reageer dan op de ‘Technicum vacatures’ knop in de menubalk of stuur een sollicitatie via het contactformulier.

Wat is een installatieautomaat?

Een installatieautomaat is een beveiligingssysteem voor elektrische bedrading tegen beschadiging die kan ontstaan door te hoge elektrische stromen ten gevolge van overbelasting of kortsluiting. Een installatieautomaat wordt ook wel een zekeringsautomaat genoemd of maximumschakelaar. Als te hoge elektrische stromen worden gemeten zal het elektrische circuit door de installatieautomaat worden onderbroken. Op die manier wordt niet alleen de installatie beschermd maar worden ook de bewoners en gebruikers van het gebouw beschermd tegen calamiteiten die ontstaan door kortsluiting zoals brand.

Hoe werkt een installatieautomaat?
Wanneer er sprake is van overbelasting of kortsluiting zal de installatieautomaat het elektrische circuit onderbreken. De manier waarop de installatieautomaat in werking treed verschilt echter. Als er sprake is van een hoge stroomstoot die bijvoorbeeld ontstaat bij kortsluiting dan zal de installatieautomaat via een elektromagneet in werking treden en de elektrische spanning op het elektriciteitsnet uitschakelen. Als er sprake is van een overbelasting van een bepaalde groep dan vindt uitschakeling via de installatieautomaat plaats doormiddel van een bimetaal. Het grote voordeel van een installatieautomaat ten opzichte van de klassieke porseleinen smeltpatronen is dat schakelaar van de installatieautomaat weer eenvoudig omgezet kan worden als de oorzaak van het probleem is opgelost.

Waar is de installatieautomaat te vinden?
Een installatieautomaat is geplaatst in een groepenkast of meterkast van woningen. Samen met de aardlekschakelaar vormt de installatieautomaat de kern van de beveiliging van de elektrotechnische installatie. De meeste installatieautomaten die tegenwoordig worden aangebracht zijn voor vaste montage. De elektromonteur bevestigd de installatieautomaat aan de achterwand van de installatiekast. Dit gebeurd in de praktijk vaak door middel van een DIN rail. Deze vaste installatieautomaten worden ook wel sockelautomaten genoemd.

Verschillende soorten installatieautomaten
Installatieautomaten zijn er in verschillende varianten. Hieronder volgt een opsomming van de meest gebruikte en de meest bekende installatieautomaten:

  • 1P+N-automaat is eenpolig met afschakelbare nulleider die alleen in de fasepool een set overstroombeveiligingen bevat. De 1P+N-automaat is één van de meest toegepaste installatieautomaten in woningen
  •  2P-automaat. De aanduiding 2P maakt duidelijk dat het om een tweepolige automaat gaat. Elke pool bevat een set overstroombeveiligingen.
  • 3P-automaat. Deze installatieautomaat bevat drie polen met drie sets overstroombeveiligingen.
  • 3P+N-automaat. Deze bevat net als de 3P-automaat drie sets overstroombeveiligingen. Daarnaast bevat de 3P+N-automaat een afschakelbare nulleider.

Deze installatieautomaten hebben verschillende uitschakelkarakteristieken. Deze worden in de volgende alinea nader toegelicht.

Uitschakelkarakteristieken van installatieautomaten
De uitschakelkarakteristieken zijn aangepast aan de specifieke kenmerken van een bepaalde elektrische installatie. Zo moeten sommige installatieautomaten juist wel of juist niet in werking treden bij een piekstroom van een bepaalde hoogte. De uitschakelkarakteristieken hebben allemaal een letter. Hieronder zijn de uitschakelkarakteristieken puntsgewijs genoteerd:

  • B-karakteristiek. Dit is de meest toegepaste automaat bij huisinstallaties.
  • C-karakteristiek. Deze installatieautomaten worden gebruikt bij wat grotere (in)schakelstromen zoals motoren.
  • D-karakteristiek. Installatieautomaten met een D-karakteristiek worden voor bijvoorbeeld transformatoren gebruikt.
  • Overige uitschakelkarakteristieken. Met name voor industriële toepassingen zijn er nog andere uitschakelkarakteristieken dan de hiervoor genoemde. Deze uitschakelkarakteristieken worden speciaal voor de beveiliging van bijvoorbeeld installaties met halfgeleiders aangebracht.

Wat is een aardlekautomaat?

Een aardlekautomaat is een elektrotechnisch beveiligingssysteem waarmee een elektrische installatie wordt beveiligd tegen een hoge lekstroom, kortsluiting en overbelasting van het elektriciteitsnet. Een aardlekautomaat wordt ook wel afgekort met alamat. Net als een aardlekschakelaar behoort ook de aardlekautomaat tot de beveiliging van een elektriciteitsnet. Er bestaan overeenkomsten tussen aardlekautomaten en aardlekschakelaars maar ook verschillen.

Aardlekautomaat of aardlekschakelaar
De aardlekautomaat is niet exact hetzelfde als een aardlekschakelaar omdat de aardlekautomaat naast een aardlekschakelaar ook een zekeringsautomaat of installatieautomaat bevat. Daardoor is de aardlekautomaat een beveiliging die niet alleen reageert op lekstroom maar ook op overstroom die ontstaat door overbelasting. Daarnaast reageert de aardlekautomaat op kortsluiting. Als men een aardlekschakelaar heeft geplaatst zal men ook een zekeringautomaat of installatieautomaat moeten aanbrengen in de meterkast of groepenkast. De aardlekautomaat bevat deze beveiligingen in één compacte behuizing.

Voordeel van een aardlekautomaat
Een aardlekautomaat heeft voordelen en nadelen ten opzichte van een systeem met een aardlekschakelaar en een zekeringautomaat. Het belangrijkste voordeel van een aardlekautomaat is dat deze beveiliging bij een te hoge lekstroom alleen de groep uitschakelt waar de elektrische storing zich bevind. De overige groepen blijven operationeel. Een aardlekschakelaar schakelt bij een elektrische storing alle groepen uit waarop de aardlekschakelaar is aangesloten. Vanwege het feit dat de aardlekautomaat alleen de groep uitschakelt waarin de storing of lekstroom is waargenomen, kan men de storing ook makkelijker lokaliseren. Het is namelijk direct zichtbaar in welke groep de storing zit.

Nadeeldeel van een aardlekautomaat
Een belangrijk nadeel van de aardlekautomaat is dat deze om verschillende redenen de groep spanningsvrij maakt. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van lekstroom maar ook van kortsluiting of een overbelasting van het elektriciteitsnet. De oorzaak van de verstoring in het elektriciteitsnet is daardoor vaak onduidelijk waardoor nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Wel is duidelijk in welke groep het defect is opgetreden. In sommige gevallen kan een storing in een installatie met een aardlekautomaat langer onopgemerkt blijven.

Wat is een aardlekschakelaar?

Een aardlekschakelaar is een schakelaar die automatisch in werking treed en een elektrische installatie spanningsloos maakt, wanneer er een lekstroom gemeten wordt van een bepaalde grootte. Normaal gesproken is er sprake van een stroomkring in een elektrische installatie. Er is een fasedraad en een nuldraad. De fasedraad voert de elektrische spanning aan richting bijvoorbeeld de verlichting en via de nul gaat de niet verbruikte elektrische stroom weer retour.

Wanneer deze stroomkring wordt onderbroken door bijvoorbeeld een slechte isolatie van de elektrische bedrading ontstaat er lekstroom. Als de lekstroom een bepaalde grootte heeft zal de aardlekschakelaar in werking treden en er voor zorgen dat er geen elektrische spanning meer staat op het elektriciteitsnet. Veel woningen en utiliteitscomplexen hebben een aardlekschakelaar in de meterkast of groepenkast. Sommige van deze gebouwen bevatten zelfs meerdere aardlekschakelaars.

Synoniemen voor aardlekschakelaar
De aardlekschakelaar wordt ook wel afgekort met ALS. Er zijn verschillende benamingen die worden gebruikt voor dit beveiligingssysteem. Zo gebruikt men ook wel de term verliesstroomschakelaar omdat de schakelaar in werking treed als een bepaalde hoeveelheid stroom verloren gaat in een elektriciteitsnet. Andere woorden voor de aardlekschakelaar zijn aardwachter of differentieelschakelaar.

Uitvinder van de aardlekschakelaar
In 1903 werd door het bedrijf Siemens-Schuckert een patent aangevraagd op een aardlekschakelaar. Dit Duitse elektrotechnische bedrijf gaf deze uitvinding de naam Summenstromschaltung zur Erdschlußerfassung. De uitvinding werd gepatenteerd onder DRP-Nr. 160.069. De heer K. Kuhlmann die werkzaam was bij die Allgemeine Elektricitäts-Gesellschaft (AEG) had een methode beschreven om aardlekstroom in het Berlijnse netwerk te meten. Voor de huidige techniek die gebruikt wordt voor de aardlekschakelaar werd in 1908 door de Amerikaan Lloyd Nicholsen een octrooi aangevraagd. Dit octrooi werd in 1910 toegekend.

Doel van de aardlekschakelaar
Een aardlekschakelaar is een belangrijk onderdeel van een veilige elektrische installatie. Daarom komen aardlekschakelaars veel in huisinstallaties voor. Het belangrijkste doel van een aardlekschakelaar is de veiligheid van het elektriciteitsnetwerk in een woning, utiliteitscomplex of ander gebouw te bevorderen. Een goed werkende aardlekschakelaar kan bij lekstroom grote problemen voorkomen door het elektriciteitsnet spanningsvrij te maken. Op die manier kan de aardlekschakelaar mensen bescherming bieden tegen elektrocutie. Daarnaast kan de aardlekschakelaar voor voorkomen dat er brand ontstaat bij optredende lekstromen naar aarde.

Zoals in de inleiding kort werd benoemd meet een enkelfasige aardlekschakelaar de elektrische stroom die een installatie via de fase opneemt en de hoeveelheid stroom die via de nul terugkomt. Als er sprake is van een verschilstroom zou deze stroom in theorie door de veiligheidsaarde terug moeten lopen. Dit is echter niet het geval bij onder andere de volgende situaties:

  • Niet-geaarde apparaten en toestellen.
  • Toestellen en apparaten die aangesloten zijn op een niet-geaarde wandcontactdoos.

In bovengenoemde gevallen zou bijvoorbeeld door een isolatiedefect of een beschadiging van de elektriciteitsdraad een levensgevaarlijke situatie ontstaan wanneer een mens of dier in contact komt met het gedeelte van de elektrische installatie die onder spanning staat maar onvoldoende is geïsoleerd. In dat geval gaat de stroomdoorgang door het lichaam van het mens of het dier. Een aardlekschakelaar zorgt er echter voor dat een lekstroom wordt gemeten en dat de elektrische installatie spanningsvrij wordt gemaakt zodat gevaarlijke situaties zoals elektrocutie en brand (door een slecht werkende elektrische isolatie) kunnen worden voorkomen.

Een aardlekschakelaar zal echter alleen in werking treden wanneer de stroom naar de aarde weglekt. Als een mens of dier niet geaard contact maakt met zowel de nul- als de fasedraad in een elektrische installatie zal de aardlekschakelaar niet in werking treden. Alleen wanneer de elektrische stroom naar aarde weglekt, zal de aardlekschakelaar de stroomkring onderbreken.

Werking van de aardlekschakelaar
Hiervoor is al aardig wat beschreven over de werking van de aardlekschakelaar. In deze alinea gaan we iets dieper in op de werking van deze schakelaar. Men heeft het hierbij over lekstroom. Dit kun je beschouwen als een soort lekkage in de stroomkring. Als er een bepaalde hoeveelheid stroom in een stroomkring wordt aangevoerd zal er ook een bepaalde hoeveelheid stroom weer terug komen. De hoeveelheid stroom die de elektrische installatie in gaat kan echter groter zijn dan de hoeveelheid stroom die een elektrische installatie weer uitgaat. In dat geval is er sprake van een lekstroom.

Deze lekstroom wordt ook wel een foutstroom of verliesstroom genoemd vandaar de benaming verliesstroomschakelaar. De foutstroom kan ontstaan wanneer de behuizing van bijvoorbeeld een elektrisch toestel onder spanning is komen te staan doordat de isolatie van de elektrische bedrading in het toestel is beschadigd of door een ander defect.

Als het toestel echter geaard is dan is er een aardedraad bevestigd aan de metalen behuizing van het toestel. In dat geval loopt de lekstroom via de aardedraad door de geaarde stekker via het geaarde stopcontact richting de aardlekschakelaar. De aardlekschakelaar zal bij een overschrijding van de aanspreekstroom in werking treden. In dat geval worden de aangesloten groepen spanningsloos gemaakt. Dit is echter het geval bij een compleet geaard systeem, dit bestaat uit:

  • Een geaarde machine of apparaat dat voorzien is van een aardestekker.
  • Een wandcontactdoos die geaard is met een aardedraad richting de aardlekschakelaar.

Indien bovenstaande onderdelen van de installatie niet aanwezig zijn en er sprake is van bijvoorbeeld een ongeaard toestel dat onder spanning staat zal elektrische stroom wanneer deze in contact komt met het lichaam wegvloeien naar de aarde. Wanneer dat gebeurd zal de aardlekschakelaar ook in werking treden en het elektriciteitsnet spanningsvrij maken voordat de situatie levensbedreigend wordt.

Aardlekschakelaar testen
Bovenstaande informatie is natuurlijk alleen van toepassing wanneer de aardlekschakelaar ook daadwerkelijk werkt. Het zou dramatisch zijn wanneer men de werking van een aardlekschakelaar alleen zou kunnen testen door een daadwerkelijk isolatiedefect in een elektriciteitsnet daarom heeft men een testknop ontwikkeld. Deze testknop is in de groepenkast aanwezig die en creëert kunstmatig een kleine lekstroom. Daardoor kan de aardlekschakelaar een verschil in de aangevoerde stroom en de retourstroom meten en het elektriciteitsnet spanningsvrij maken. Het is goed om de aardlekschakelaar periodiek te testen zeker wanneer men meerdere ongeaarde wandcontractdozen in huis heeft.

Meggeren solatieweerstand meten
Lekstroom ontstaat dikwijls doordat de weerstand van de isolatie in een elektrotechnisch systeem te laag is. Deze weerstand kan worden gemeten door een ervaren elektromonteur met een isolatieweerstandsmeter. Deze isolatieweerstandsmeters zijn door verschillende merken ontwikkeld en op de markt gebracht. Het bekendste merk op dit gebied is in Nederland het merk Megger. Dit bedrijf maakt echter meerdere meetinstrumenten voor de elektrotechniek. Ondanks dat wordt het meten van de isolatieweerstand in de elektrotechniek vaak in het vakjargon meggeren genoemd. Als uit dit meggeren blijkt dat de isolatieweerstand in een bepaald elektrotechnisch systeem voldoende is dan is de weerstand van de isolatie in ieder geval voldoende hoog voor de hoeveelheid elektrische stroom die in een systeem wordt getransporteerd. Tijdens het meggeren kan echter ook worden geconstateerd dat dit niet het geval is. Dan kan een elektromonteur tijdig de delen die onvoldoende geïsoleerd zijn vervangen. De aardlekschakelaar zal dan niet in werking treden.

Wat is aanvoerstroom en retourstroom in de techniek?

Retourstroom is het geheel van het terugvloeien van elektrische-, vloeistof- en gasstromen in een bepaal systeem. Men heeft het in de techniek meestal over een aanvoerstroom en een retourstroom. Aanvoerstroom is het geheel van aangevoerde vloeistof-, elektrische- en gasstromen in een bepaald systeem. Omdat er in de techniek veel gebruik wordt gemaakt van elektriciteit, gas en vloeistoffen zijn er verschillende systemen te bedenken waarbij men de aanvoerstroom en retourstroom kan illustreren. Meestal heeft men een bron waar vandaan de aanvoerstroom op gang komt. Dat kan een accu zijn of een windturbine als het gaat om elektriciteit. Ook in de installatietechniek maakt men gebruik van een aanvoerstroom bijvoorbeeld van heet water vanaf de cv-ketel naar de radiatoren. Hieronder zijn een aantal voorbeelden nader omschreven.

Aanvoerstroom en retourstroom in elektrotechniek
In de elektrotechniek dan wordt doormiddel van de fasedraad de elektrische stroom (een stroom van elektronen) naar een bepaald apparaat, verlichtingseenheid of contactdoos getransporteerd. De elektrische stroom kan op verschillende manieren worden opgewekt bijvoorbeeld doormiddel van een kolencentrale of zoals steeds vaker gebeurd doormiddel van zonnepanelen en windturbines. Vanaf die stroomvoorzieningen kan elektrische stroom doormiddel van een elektriciteitsnetwerk worden getransporteerd. Dit is echter nog steeds de aanvoerstroom. Zodra de elektrische stroom een bepaalde bewerking heeft verricht in een apparaat, machine of werktuig gaat de resterende elektrische energie via een nuldraad retour. De retourstroom vindt dus plaats doormiddel van de nuldraad.

Aanvoerstroom en retourstroom in lastechniek
Dit werkt ook zo met elektrisch lassen waarbij de elektrische stroom door de lastoorts en laselektrode aangevoerd wordt tussen de laselektrode en het werkstuk ontstaat kortsluiting en een zogenaamde vlamboog die het werkstuk en de het lastoevoegmateriaal laat smelten. Omdat er sprake is van aanvoerstroom richting het werkstuk wordt een klem aangebracht op het geleidende werkstuk. Aan de klem zit een kabel om de elektrische retourstroom af te voeren van het werkstuk.

Aanvoerstroom en retourstroom in de installatietechniek
Ook in de installatietechniek gebruikt men de termen aanvoerstroom en retourstroom. Men heeft het dan over de aanvoerstroom en retourstroom van water. Als men bijvoorbeeld kijkt naar een radiator dan is er sprake van een aanvoerstroom van water en een retourstroom van water. De aanvoerstroom van water is door de cv-ketel verwarmd en zorgt er voor dat de radiator warm wordt. De aanvoerstroom van water komt aan de bovenzijde de radiator binnen. Nadat het water warmte heeft afgegeven in de radiator koel het af en gaat het via de retourstroom weer terug naar de ketel. Dit proces is vrijwel geheel gesloten. De aanvoerstroom en de retourstroom vormen en gesloten circuit.

Aanvoerstroom en retourstroom in spoorwegen en spoorwegtechniek
Een interessante vorm van elektrische aanvoerstroom en retourstroom treft men aan in de spoorwegen. Via elektrische hoogspanningskabels krijgen treinen elektrische voeding. Deze hoogspanningskabels zijn aangesloten op het onderstation. Dit is de aanvoerstroom van elektriciteit. De trein komt in beweging en dat kost (elektrische) energie. De trein verbruikt dus elektriciteit.

Niet alle elektriciteit wordt door een trein verbruikt. Een deel van de elektriciteit zal via de retourstroom worden weggevoerd. Deze retourstroom is het totaal van elektrische stromen die tussen het elektrische spoorwegmaterieel (treinen) en het onderstation door spoorstaven en mogelijk ook door retourstroomgeleiders terugvloeit. Ook bij treinen is dus sprake van aanvoerstroom en retourstroom.

Wat is meggeren in elektrotechniek?

Meggeren is een werkwoord dat is afgeleid van het meten van de weerstand die isolatiemateriaal biedt tegen elektrische stroom met behulp van een isolatieweerstandsmeter (van het merk Megger). Doormiddel van meggeren kan een bevoegd elektromonteur controleren of de weerstand nog voldoende hoog is. Als isolatiemateriaal te weinig weerstand biedt tegen elektrische stroom kan (een gedeelte van) de installatie onder elektrische spanning komen te staan.

Dit kan zeer gevaarlijk zijn en kortsluiting veroorzaken. Ook kunnen mensen een elektrische schok krijgen wanneer ze in contact komen met isolatiemateriaal dat onvoldoende weerstand biedt tegen elektrische stroom. Daarom is meggeren belangrijk, men kan doormiddel van dit meggeren tijdig een indruk krijgen van de isolatieweerstand in een elektrische installatie zodat ongelukken kunnen worden voorkomen.

Megger en meggeren
Het woord meggeren is afgeleid van het woord Megger. Dit is een benaming die wordt gebruikt voor een isolatieweerstandsmeter van het merk Megger. In het vakjargon van elektromonteurs gebruikt men voor deze isolatieweerstandsmeters de benaming Megger. Dat is niet verwonderlijk want het bedrijf Megger Group Ltd produceert al sinds 1889 isolatiemeters voor de elektrotechniek. Ook maakt het bedrijf verschillende andere meetinstrumenten voor de elektrotechniek en telecom. De zogenaamde Megger is ontworpen als isolatieweerstandsmeter voor het meten van weerstanden in het megaohmbereik. Men noemt daarom een megger ook wel een megaohmmeter.

Hoe werkt een megger?
Met dit apparaat wordt gelijkspanning aangelegd op een elektrische installatie. De megger werkt op batterijen en bevat ook een generator. Deze generator wekt een hoge meetspanning op van 500 volt of een nog hoger voltage. Naast de generator bevat daarnaast ook een zeer gevoelige stroommeter. Hiermee worden metingen verricht met een zeer grote nauwkeurigheid die zich in het bereik van microampères bevind. De megger meet alleen de weerstand van de isolatie tegen de elektrische spanning. Een megger wordt dus niet gebruikt om de weerstand tegen elektrische stroom in een installatie zelf te meten.

Meggeren door bevoegd elektromonteur
Het meggeren mag alleen worden gedaan door een bevoegde elektromonteur. In de NEN 3140 en de NEN 1010 staan de richtlijnen voor het verrichten van metingen voor de weerstand van isolatie die wordt gebruikt in elektrische installaties. Voor installaties met nominale spanning van 400/230 Volt is een weerstand van minimaal 500 kOhm vereist, dit kan men ook uitdrukken in 0,5 MOhm.

Wat is een megger of isolatieweerstandsmeter?

Een Megger is een benaming die wordt gebruikt voor een isolatieweerstandsmeter van het merk Megger. Dit merk maakt verschillende meetproducten die worden gebruikt in de elektrotechniek, telecom en industrie. Als een elektromonteur het heeft over een megger dan bedoelt hij een  isolatieweerstandsmeter. Deze werkt op batterijen en bevat een generator die een hoge meetspanning van ongeveer 500 volt of hoger opwekt.

Deze isolatieweerstandsmeter bevat daarnaast een zeer gevoelige stroommeter. Deze kan metingen verrichten tot een nauwkeurigheid in microampères. De isolatieweerstandsmeter of megger heeft een hoge meetspanning en de gevoelige stroommeter dit zorgt er voor dat dit meetinstrument beter in staat is om zeer hoge weerstanden te meten dan bijvoorbeeld een universeelmeter.

Een isolatieweerstandsmeter is ontworpen voor het meten van weerstanden in het megaohmbereik, daarom gebruikt men voor dit meetinstrument ook wel de benaming megaohmmeter. Men noemt deze ohmmeter in het vakjargon van elektromonteurs ook wel een Megger, alleen is dat de benaming van het gedeponeerd merk van de Megger Group Ltd. Dit bedrijf ontwikkelt en fabriceert sinds 1889 isolatiemeters

Waar worden isolatieweerstandsmeters voor gebruikt?
Isolatieweerstandsmeters zijn meetinstrumenten die door elektromonteurs en andere bevoegde technici worden gebruikt voor het meten van isolatieweerstanden. Men meet hierbij niet de weerstand in het elektrische circuit maar de weerstand van de isolatie. Als de weerstand van deze isolatie laag is dan kan elektrische stroom door de ze isolatie weglekken en zou men onder spanning kunnen komen te staan.

De isolatieweerstand moet zo hoog mogelijk zijn maar de elektrische weerstand in het circuit moet zo laag mogelijk zijn voor een veilige en goed functionerende elektrische installatie. Voor nieuwe installaties met een nominale spanning van 400/230 Volt dient de isolatieweerstand minimaal 500 kOhm zijn oftewel 0,5 MOhm. In de NEN 3140 en de NEN 1010 zijn de richtlijnen voor de metingen vastgelegd. Voor bestaande installaties is minimaal 1000 Ohm per Volt aan isolatieweerstand vereist.

Wat is getijdenenergie?

Getijdenenergie is energie die men heeft gewonnen door gebruik te maken van eb en vloed. Tussen eb en vloed ontstaat namelijk een verschil in waterhoogte. Dit verschil in waterhoogte kan worden gebruikt om energie op te wekken. De hoeveelheid energie die men door de getijden kan opwekken heeft te maken met het verschil in de waterhoogte. Op een open oceaan zal bijvoorbeeld het verschil tussen eb en vloed slechts enkele centimeters of decimeters verschil zijn. In sommige wateren kan het verschil tussen eb en vloed echter behoorlijk groot zijn en oplopen tot meters verschil.

Dit kan doordat de kust een bepaalde vorm heeft of omdat er een bepaalde stroming is, een combinatie tussen die twee is ook mogelijk. Als er een groot verschil tussen eb en vloed ontstaat kan het water bij vloed achter een dam worden opgevangen en kan men dit bij laag water via turbines terug laten lopen naar de zee. De turbines zijn aangesloten aan generatoren zodat elektrische stroom kan worden opgewekt. In feite werkt men bij het opwekken van getijdenenergie met behulp van waterkracht elektrische energie op.

Getijdencentrale
Elektrische energie kan in verschillende soorten elektriciteitscentrales worden opgewekt. Voorbeelden hiervan zijn kolencentrales, gascentrales en waterkrachtcentrales. Getijdenenergie wordt echter opgewekt in getijdencentrales. Deze centrales bestaan uit een afsluitbare dam. Gedurende de vloed wordt de dam open gezet zodat het vloedwater kan stromen in de waterbekken die zich achter de dam bevinden. Als de hoogste waterstand is bereikt worden de sluisdeuren gesloten. Het water wordt dan in de waterbekken gehouden. Vervolgens wacht men totdat het water zover is weggeëbd dat het water op de laagste stand staat. Dan worden de deuren van de dam open gezet. Het water gaat dan vervolgens langs waterkrachtturbines  terug naar de zee stromen. De druk van het water dat hierbij naar beneden valt zorgt er voor dat de schoepen van de turbines hard gaan draaien. De turbines drijven daarbij de generatoren aan en deze wekken vervolgens elektriciteit op.

Problemen bij getijdenenergie
De hoeveelheid energie die opgewekt wordt is afhankelijk van het watervolume dat door de turbines stroomt en het verschil in de hoogte van het water voor de dam en achter de dam. Een getijdencentrale levert ongeveer 12 uur elektrische energie. Dat zorgt er voor dat er na 12 uur een periode ontstaat waarin geen elektrische energie kan worden opgewekt. Dat zorgt er voor dat een getijdencentrale slechts in een beperkte periode elektrische energie kan leveren. Deze cyclus is afhankelijk van de getijden en daardoor afhankelijk van wat door de natuur geboden wordt. De getijdenstroom valt echter lang niet altijd samen met de vraag naar elektriciteit. Daardoor wordt bijvoorbeeld te weinig of geen elektriciteit geleverd in een periode waarin dat juist wel gewenst is. Het verschil kan worden opgevangen door ook bij de waterstroom van vloedwater elektriciteit op te wekken. Daarvoor zijn echter aangepaste turbines nodig.

Deze turbines zijn duurder en complexer dan de turbines die worden gebruikt bij het laten terugstromen van water tijdens eb. Dit is echter niet het enige probleem dat ontstaat bij getijdenenergie. Het zoute zeewater zorgt er voor dat er corrosie ontstaat aan metalen delen van deze installatie. Verder verstoort de getijdencentrale voor bepaalde zeedieren het verschil tussen eb en vloed. Dat komt omdat deze centrales deze natuurlijke werking verstoren door de opslag van het vloedwater in de waterbekken. 

Wat is energieopslagtechniek?

Energieopslagtechniek is het gebruiken van technische oplossingen en mogelijkheden om elektrische energie op te slaan. Er zijn verschillende energieopslagtechnieken die gebruikt kunnen worden om elektriciteit op te slaan. Deze opslagtechnieken worden vrijwel altijd gebruikt om een balans te realiseren tussen de vraag naar elektriciteit en het aanbod van elektriciteit op een elektriciteitsnetwerk.

Producenten van elektriciteit zoals kolencentrales maar ook grote windparken sturen goedkope overtollige dalurenelektriciteit via het transmissienet naar zogenaamde buffercentrales. Deze buffercentrales worden gebruikt voor tijdelijke opslag van de energie. Buffercentrales spelen tevens een rol bij de grootschalige belastingsverdeling van een onderling verbonden elektriciteitsnetwerk.

Energieopslagtechniek is een oplossing voor black-outs
Wanneer er ten opzichte van de vraag naar elektriciteit te weinig elektriciteit wordt opgewekt dan kan men zich wenden tot de buffercentrales om meer elektrische energie op het elektriciteitsnet te distribueren naar de afnemers. Men zou de buffercentrales dan kunnen beschouwen als energieleveranciers. Door energieopslagtechniek worden de kosten van elektriciteit bij een sterk stijgende vraag naar elektriciteit beperkt. Men kan dan namelijk elektriciteit uit de buffercentrales halen. Als men geen energieopslagtechniek zou gebruiken dan was men genoodzaakt om voortdurend veel elektriciteit te produceren. Dan zou er juist sprake zijn van een overproductie op de elektriciteitsmarkt op momenten met weinig vraag naar elektriciteit.

Als men de productie niet zou gaan verhogen wordt de kans groot dat er zogenaamde back-outs ontstaan op het elektriciteitsnet. Deze black-outs zijn momenten waarop er te weinig stroom beschikbaar is ten opzichte van de vraag. Black-outs kunnen echter worden voorkomen door energieopslagtechniek. Nu steeds meer kolencentrales worden gesloten en men steeds meer gebruik gemaakt maakt van windmolenparken is naast de vraag naar elektriciteit ook het aanbod van elektriciteit niet meer constant.

Men is voor de opbrengsten van elektriciteit immers afhankelijk van de windkracht die aanwezig is om de windturbines in beweging te brengen. Als er te weinig windkracht is kunnen er ook black-outs ontstaan op het elektriciteitsnet als de vraag naar elektriciteit constant blijft of toeneemt. Juist dan is energieopslag van groot belang om voor een constante beschikbaarheid van elektriciteit te zorgen. Dit is echter nog moeilijk realiseerbaar in de praktijk. Men verwacht namelijk enorme schommelingen in de energieproductie van windmolens en zonne-energie. Verschillende engineers zijn op dit moment bezig om een concrete werkbare oplossing te bedenken voor dit probleem.

Wat is een veldbus en waar wordt een veldbus toegepast?

Een veldbus is een term die wordt gebruikt in de elektronica en automatisering. Een veldbus is een soort bus binnen het kader van de elektronica. In de elektronica wordt namelijk onder een bus een gemeenschappelijk transportmedium verstaan dat gebruikt wordt voor het transporteren van elektronische signalen. Een veldbus wordt gebruikt voor het verzenden van taken in een software gecontroleerd systeem.

Dit gebeurd realtime in bijvoorbeeld de besturing van machines en processen in fabrieken in de procesindustrie. Een veldbus is een digitale bus oftewel een digitaal transportmedium. De veldbus werd in de jaren tachtig van vorige eeuw ontwikkeld. De communicatie tussen machinedelen vond toen voornamelijk nog analoog plaats. De veldbustechnologie moest het alternatief worden van deze analoge technologie.

Waarvoor wordt een veldbus gebruikt?
Een veldbus wordt dus gebruikt voor het verzenden van digitale gegevens. Dit zijn bijvoorbeeld gegevens van onderdelen van machines en processen. Veel machines en processen bevatten sensoren en meetinstrumenten die gegevens verzamelen en transporteren naar bijvoorbeeld Programmable Logic Controllers (PLC) of stuurcomputers. Ook kunnen er actuatoren aangesloten zijn evenals een interface waardoor de machineoperator kan communiceren met de computerbesturing van de machine waar hij of zij mee werkt. Door een veldbus toe te passen ontstaat er een storingsvrije en deterministische communicatie tussen machineonderdelen.

Vanaf 1999 heeft men binnen dit proces een standaardisatie ingevoerd. Deze standaardisatie valt onder de IEC 61158 norm: “Digital data communication for measurement and control—Fieldbus for use in industrial control systems”. Er zijn door de jaren heen veel verschillende veldbussen ontwikkelt. Deze zijn onderling niet compatibel. Vaak hebben veldbussen wel specifieke kenmerken doordat ze bijvoorbeeld de nadruk hebben op een bepaalde functionaliteit.

CODESYS
CODESYS is een ontwikkelomgeving waarin softwareprogrammeurs software kunnen testen. CODESYS staat voor Controller Development System en is ontwikkelt door het Duitse softwarebedrijf 3S-Smart Software Solutions. In CODESYS kan een softwareprogrammeur verschillende softwareproducten ontwikkelen en testen.

Binnen CODESYS kunnen bijvoorbeeld verschillende soorten veldbussen worden gebruikt in het programmeersysteem. Daarvoor bevat CODESYS geïntegreerde configuratoren die toegepast kunnen worden voor de meest gebruikte systemen. Hierbij kan men denken aan Profibus, EtherCAT, CANopen en ProfiNet.

Hoe buigt men bochten in pvc-installatiebuis?

Als men een bocht wil buigen in een pvc-installatiebuis doet men er verstandig aan om een binnenbuigveer of een buitenbuigveer te gebruiken. De binnenbuigveer brengt men in de buis die men wilt buigen en de buitenbuigveer schuift men er omheen. Voor de rest van deze tekst gebruiken we het woord ‘buigveer’ in het kader van een binnenbuigveer. In de praktijk worden deze buigveren namelijk het meeste gebruikt door installatiemonteurs.

Hoe maakt men een bocht in een pvc-buis?
Voordat men een bocht gaat buigen in een pvc-buis zal men eerst de plaats moeten bepalen van de bocht. Een bocht in de installatie techniek moet meestal niet in 90 graden worden gebogen omdat men dan in de problemen komt bij het trekken van kabels. In plaats daarvan maakt men meestal bochten van veertig graden. Door deze ‘stompe’  bochten kan men gemakkelijker kabels trekken.

Zodra men de positie van de bocht heeft bepaald brengt men de buigveer in de installatiebuis. De buigveer moet zover worden doorgeschoven dat het midden van de buigveer ongeveer in het midden van de positie is gebracht waar de bocht gemaakt moet worden.

Als men dat heeft gedaan kan men zelf (met de handen) de bocht buigen. Het buigen van bochten vergt weinig kracht. Men kan daarbij de bocht ook buigen over de knie indoen nodig. Men moet de bocht iets verder doorbuigen dan de gewenste hoek. Het pvc veert namelijk altijd een klein beetje terug als men de buis na het buigen loslaat. Het buigen van bochten vereist wat oefening maar op een gegeven moment heeft men in de gaten hoever het pvc terugveert na het buigen.

Aandachtspunten voor het buigen van pvc-buizen
Men dient pvc-buizen een beetje op te warmen als de omgevingstemperatuur kouder is dan 10 °C. Beneden deze temperatuur is het pvc, brozer en kan de buis breken als je deze buigt. Tijdens het buigen mogen de buizen  geen afplatting vertonen. Dit kan men voorkomen door een buigveer met de juiste diameter te gebruiken.

Aan de binnenkant van de bochten mag de diameter van de buis niet kleiner zijn dan drie keer de diameter van de buis. Voordat men de buigveer uit de buis trekt moet men de bocht goed controleren. Dit is belangrijk omdat men na het verwijderen van de buigveer de buigveer heel moeilijk weer door de bocht heen kan trekken. Na het buigen van de bocht in de pvc-buis kan men de buis op de juiste lengte afzagen.

Een bocht in pvc kan niet worden teruggebogen omdat dan het materiaal te zwak wordt en de kans groot is dat de buis breekt.

Verschillende vormen
Met een buigveer kan men in een pvc-buis verschillende vormen aanbrengen. Naast de gewone bocht in verschillende graden (stompe of scherpe bocht) kan men ook een S-bocht aanbrengen. Dit zijn in feite twee bochten achter elkaar. Daarnaast is een zogenoemde ‘kattenrug’ ook mogelijk. Dit is een kleine bocht waardoor men een buis over een andere buis kan aanbrengen.

Wat is een alternator of wisselstroomdynamo?

Een wisselstroomdynamo of alternator is een machine waarmee men mechanische energie kan omzetten in elektrische wisselstroomenergie. De mechanische energie komt binnen via een draaiende as. Dit is bewegingsenergie oftewel mechanische energie. De bewegingsenergie wordt omgezet in elektrische energie. Men kan beweging dus met behulp van een alternator omzetten in elektriciteit.

Hoe werkt een alternator?
De as, die de mechanische energie overbrengt, is bevestigd aan een rotor. Dit deel draait in een stilstaand gedeelte dat ook wel de stator wordt genoemd. De elektrische geleider aan de rotor beweegt zich door een magnetisch veld waardoor elektrische spanningen worden opgewekt in de geleider. Bij een gesloten kring ontstaat er een stroom die gaat vloeien.

Bij kleine alternatoren wordt het magnetisch veld opgewekt door één of meerdere permanente magneten. Als men gebruik maakt van grotere alternatoren zit er een elektromagneet in de rotor. De stator bevat één of meerder spoelen waarin de gewenste  sinusvormige wisselspanning wordt opgewekt door de rotor.

Waar worden alternatoren toegepast?
Alternatoren worden in verschillende technische installaties toegepast. Hieronder zijn drie bekende voorbeelden genoemd:

  • In elektriciteitscentrales zoals kolencentrales maar ook kerncentrales wekt men elektriciteit op en daarvoor worden alternatoren gebruikt.
  • Veel moderne auto’s bevatten een alternator in plaats van een dynamo. Voor 1960 maakte men in de autotechniek gebruik van dynamo’s. Tegenwoordig maakt men gebruik van een 3 fasen alternator. De opgewekte wisselspanning wordt gelijkgericht met diodebruggen. De aandrijving van de alternator wordt gedaan door de motor van de auto met behulp van een V-snaar of multiriem. Via een spanningsregelaar laadt de alternator de accu van de auto op.
  • Veel aggregaten bevatten een verbrandingsmotor. Met deze verbrandingsmotor wordt de generator aangedreven. De verbrandingsmotor levert energie die doormiddel van de alternator omgezet wordt in elektrische energie. Aggregaten worden daarom vaak gebruikt voor elektrische energievoorziening als er geen netstroom aanwezig is of als er een storing is in het lichtnet.

Wat is een haspel en waar wordt een haspel voor gebruikt?

Een haspel is een eenvoudig apparaat waarop men een snoer of slang kan oprollen en makkelijk kan vervoeren. In vrijwel elke garage staat een haspel. Verder hebben veel technische bedrijven meerdere haspels die worden gebruikt door techneuten en bouwpersoneel. Een haspel is namelijk heel erg handig. Men moet bij een haspel echter wel het gebruik goed voor ogen hebben en bovendien de veiligheid. In dit artikel is hierover informatie weergegeven.

Haspels voor elektrische kabels
Er zijn verschillende haspels. Zo zijn er haspels voor elektrische kabels. Deze haspels bevatten één of meerdere stopcontacten op de as. Deze haspels kunnen als een verlengsnoer dienen waardoor men ook apparaten elektrische voeding kan geven buiten de woning. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan elektrische grasmaaiers die doormiddel van de kabel op een haspel aangesloten kunnen worden op het netstroom.

Haspel voor waterslangen
Er zijn echter ook haspels die worden gebruikt voor slangen. Hierbij kan men denken aan haspels voor tuinslangen en brandslangen. Deze haspels worden aangesloten aan een waterkraan doormiddel van een koppeling. Aan de andere zijde van de slang op de haspel zit meestal een spuitstuk of sproeier. Een haspel met een tuinslang zorgt er voor dat men water eenvoudig over een langere afstand kan transporteren bijvoorbeeld in een tuin. Zo kan men ook ver bij de waterkraan weg voldoende water spuiten op bijvoorbeeld planten.

Voordelen van een haspel
Een haspel heeft echter nog meer voordelen. De kabels en slangen kunnen eenvoudig op een haspel worden gedraaid meestal doormiddel van een kleine hendel. Ook het afrollen gaat eenvoudig. Men kan de kabel of de slang gewoon van de haspel af halen zonder dat men deze hoeft rond te draaien. De haspel draait namelijk om een as en al men aan een kabel of slang trekt draait deze as automatisch mee.

Belangrijke veiligheidsaspecten voor haspels
Het is wel belangrijk dat men er voor zorgt dat er niets is aangesloten aan de haspel als men deze opdraait of afdraait. De draden en slangen kunnen namelijk gaan torderen en knikken als de as ronddraait en er iets aan de as is aangesloten. De elektrische snoeren die bijvoorbeeld in de stopcontacten van de as zijn bevestigd gaan met de as meedraaien en dat is slecht voor de bekabeling en veiligheid.

Bovendien moet men een elektrisch verlengsnoer helemaal van de haspel afrollen indien men deze aansluit op bijvoorbeeld het lichtnet of een andere bron van elektrische voeding. Als men dit niet doet wordt bij een zware belasting te veel warmte gerecreëerd door de weerstand in de kabels tegen de elektronenstroom. Deze warmte kan er voor zorgen dat de kunststof isolatie rondom de koperen draden gaat smelten. Dit zorgt voor grote veiligheidsrisico’s. Als een kabel ‘bloot’ komt te liggen riskeert men een elektrische schok als men de kabel op het ‘ontblote’ deel aanraakt. Daarnaast kunnen de fase en de nul tegen elkaar aankomen zodat kortsluiting ontstaat.

Periodiek keuren van haspels
Het is belangrijk dat men over veilig gereedschap beschikt. Vooral technische bedrijven worden door de arbeidsinspectie veelvuldig gecontroleerd of men zich wel aan de veiligheidsvoorschriften houdt. De overheid hoopt echter dat bedrijven zelf de veiligheid hoog in acht nemen. Veel bedrijven in de bouw en andere technische segmenten zijn zich daarvan bewust. Zij laten hun elektrische gereedschappen keuren conform de NEN 3140, keuring elektrische arbeidsmiddelen. Ook een haspel dient gekeurd te worden conform de NEN 3140. Deze keuring dient minimaal 1 keer per jaar plaats te vinden.

Tijdens de keuring van haspels let men zeer nauwkeurig op de kwaliteit van de elektrische bekabeling en de stekkers die daar aan bevestigd zijn. Er mag geen kabelbreuk zijn opgetreden of andere beschadigingen. Als dat wel het geval is wordt de haspel afgekeurd en mag deze niet meer gebruikt worden. De keuring moet gedaan worden door iemand die keurmeester is in elektrische gereedschappen conform de NEN3140. Als men tijdens het gebruik van een haspel echter zelf beschadigingen opmerkt dient men de haspel niet meer te gebruiken en ter controle af te geven aan iemand die keurmeester elektrische gereedschappen NEN3140 is. De veiligheid staat voorop.

Wat is grijze energie of grijze stroom?

Elektrische stroom is kleurloos, men kan niet zeggen dat de stroom van elektronen een bepaalde kleur heeft. Daarnaast kan men al helemaal niet zeggen dat er sprake is van verschillende kleuren van elektronenstromen. Ondanks dit feit heeft men het in de praktijk vaak over groene stroom en grijze stroom. Over groene stroom is vrij veel informatie te vinden over grijze stroom is minder te vinden op internet. Dit komt omdat groene stroom populair is. Grijze stroom is minder populair en dat heeft voor een deel ook te maken met de benaming. Grijs klinkt nu eenmaal minder populair als groen. Groen wordt gezien als kleur van de verjonging en jeugdigheid. Grijs is de kleur van verouderd of gedateerd. Eigenlijk is dit ook het geval bij de kleuraanduiding voor groene en grijze stroom.

Groene stroom
Groene stroom is de laatste jaren veel in het nieuws. Bij groene stroom hebben veel mensen een duidelijk beeld. Men denkt aan duurzame energie die wordt gewonnen doormiddel van windturbines of de zonnecellen in zonnepanelen. Bij deze energie wordt er gebruik gemaakt van elementen die reeds in de natuur aanwezig zijn zoals zonlicht en windkracht. Ook waterkracht is een bron waaruit men elektrische energie kan winnen. Daarvoor zijn echter wel bepaalde technische voorzieningen nodig die in gebruik misschien niet heel milieubelastend zijn maar wel in de bouw en productie daarvan. Groene energie is vaak duurder dan grijze energie omdat er meer voorzieningen voor nodig zijn. Voordeel van groene energie is dat deze energie duurzaam is en nooit opraakt. Immers zo lang de wind waait, het water stroomt en de zon schijnt kan men energie winnen uit deze elementen en weersinvloeden.

Grijze energie
In tegenstelling tot groene energie worden bij grijze energie wel brandstoffen verbrand. Men heeft het daarbij over het algemeen over fossiele brandstoffen. Tegenwoordig worden echter ook wel houtpallets mee gestookt. Dit stoken gebeurd in kolencentrales. In een kolencentrale wordt voornamelijk steenkool verbrand. Hierdoor ontstaat een enorme hitte waarmee water wordt omgezet in stoom. De stoomdruk brengt turbines in beweging die zeer snel gaan draaien. Zo wordt elektrische energie opgewekt. Het winnen van deze energie is goed te controleren omdat men niet afhankelijk is van het weer. Een nadeel is echter dat de fossiele brandstoffen op den duur op raken. Daarnaast is de CO2 uitstoot van kolencentrales enorm. Daarom wordt grijze energie ook wel niet-duurzame energie of milieubelastende energie genoemd.

Toekomst van grijze energie
Grijze energie is altijd belangrijk geweest voor de energievoorziening van bedrijven en huishoudens. De laatste jaren investeert men echter steeds meer in duurzame energie en worden de grijze energiebronnen zelfs openlijk ter discussie gesteld. Men vraagt zich af of men nog wel fossiele brandstoffen moet gaan verstoken of dat men beter geheel over kan gaan op groene energie. Verschillende overheden zijn al in gesprek met de eigenaren van kolencentrales om te kijken of de kolencentrales geheel gesloten kunnen worden. Vanuit de hele wereld is dit nu bespreekbaar geworden. Toch kan men nog geen duidelijk antwoord geven op de vraag hoe men elektrische energie voor veel afnemers kan opslaan voor het geval de windmolens tijdelijk onvoldoende elektrische energie produceren.

Wat is een kabelboom en waar worden kabelbomen toegepast?

Een kabelboom behoort tot de elektrotechnische onderdelen van machines en voertuigen. Een kabelboom bestaat uit een samenvoeging van verschillende elektrische draden en connectoren. Deze draden zijn aan elkaar verbonden doormiddel van verschillende bandjes. Kenmerkend voor een kabelboom is een centrale bundeling. Deze centrale bundeling bevat alle draden die naar verschillende componenten van de machine of het voertuig worden geleid.

Vorm van een kabelboom
Vanuit de centrale bundeling zijn verschillende ‘aftakkingen’. Deze ‘aftakkingen’ zijn kleine groepen of losse draden die vanaf de centrale bundeling naar specifieke delen worden getrokken. De draden hebben voor het overzicht verschillende kleuren. Hierdoor kan men zien waar de draad de kabelboom ingaat en waar deze naar toe leid. Doordat de kern van de kabelboom gevormd wordt door verhoudingsgewijs de dikste bundeling spreekt men van een kabelboom. Het dikste deel van deze kabelboom bevindt zich het dichtste bij het gedeelte van de machine of het voertuig waarvandaan de elektrische voeding komt. Dit kan bijvoorbeeld de accu of batterij zijn.

Kabelbomen worden complexer
Kabelbomen worden steeds uitgebreider. Dit komt onder andere omdat voertuigen en machines steeds complexer worden. Moderne auto’s bevatten voertuigmanagementsystemen en bevatten meerdere elektrotechnische systemen zoals, elektrische ramen, stuurbekrachtiging en elektrisch bedienbare spiegels. Daarnaast zijn er parkeersensoren en zelfs systemen waarmee voertuigen doormiddel van sensoren andere voertuigen op een bepaalde afstand kunnen volgen zodat er geen botsingen of files kunnen ontstaan. Al deze verschillende elektrotechnische systemen en componenten moeten gevoed worden met elektrische stroom.

Daarom moeten meer draden worden verwerkt in een kabelboom. Kabelbomen worden groter en bevatten meer aftakkingen. Daarom moeten monteurs die de kabelbomen samenstellen complexere werkzaamheden verrichten. De kabelbomen moeten namelijk wel overzichtelijk worden samengesteld.

Waar worden kabelbomen aangebracht?
Kabelbomen worden aangebracht in voertuigen en machines. Toch zien de eindgebruikers hiervan de elektrische bedrading meestal niet. Dit komt omdat de bedrading verstopt wordt achter bijvoorbeeld panelen en dashboarddelen.  Bij auto’s loopt de kabelboom van het dashboard naar de achterverlichting. De kabelboom wordt over de vloer van de auto aangebracht en wordt vervolgens weggewerkt onder de bekleding.

Waarom heet een spaarlamp een spaarlamp?

Een spaarlamp is een compact fluorescentie lamp en wordt afgekort met CFL. Deze lamp is in de jaren zeventig ontwikkeld en is in de jaren tachtig op de markt gekomen. De eerste spaarlampen waren vrij kostbaar in de aanschaf. Daarnaast hadden de oude spaarlampen niet een beduidend hoger rendement dan de gloeilampen. Met een spaarlamp ‘bespaarde’ je dus niet veel meer energie dan een gloeilamp. De ontwikkeling van spaarlampen stond echter niet stil. Er ontstonden verschillende generaties spaarlampen. De huidige generatie spaarlampen wordt ook wel de vierde generatie spaarlampen genoemd. Deze spaarlampen zijn wel beduidend energiezuiniger dan de gloeilampen.

Een spaarlamp bespaard
Met een spaarlamp bespaard men omdat deze lamp verhoudingsgewijs weinig energie verbruikt. Daarnaast produceert een spaarlamp ook veel minder warmte dan bijvoorbeeld een gloeilamp. Een gloeilamp is in feite een soort staalkachel die in een fitting past. Omdat gloeilampen zoveel energie verbruiken, is het gebruik van deze lampen in de EU inmiddels verboden. Dat is niet verwonderlijk want lampen verbruiken verhoudingsgewijs veel energie in woningen. Sinds 2012 kan een consument geen spaarlampen meer aanschaffen.

Wat is een spaarlamp precies?
Een spaarlamp is in feite een soort tl lamp. Deze is echter in een speciale vorm geproduceerd. Een spaarlamp past in een normale lampfitting met schroefdraadverbinding. Een spaarlamp is aangesloten op het lichtnet of op een fitting met een andere stroombron. De elektrische stroom gaat door een glazen buis die gevuld is met kwikdamp. De elektronen uit de elektrische stroom botsen tegen de kwikatomen aan en daarbij worden andere elektronen uit de baan gestoten. Bij het terugvallen vande aangeslagen toestand naar de grondtoestand komt energie vrij in de vorm van ultraviolette straling. Deze straling is echter onzichtbaar. Daarom zit aan de binnenkant van de glazen buizen een dun laagje wit poeder. Deze zorgt voor verschillende fluorescenties vandaar de naam compact fluorescentie lamp. De naam spaarlamp wordt gebruikt omdat deze lamp energiebesparend is.

Wat is een voorschakelapparaat (VSA) en waar wordt deze voor gebruikt?

Een voorschakelapparaat is een apparaat dat wordt gebruikt om elektrische stroom door een gasontladingslamp te begrenzen. Meestal wordt er gebruik gemaakt van een smoorspoel. Door het begrenzen van elektrische stroom bij een spoel ontstaan weinig elektrische verliezen. Het voorschakelapparaat wordt gebruikt om er voor te zorgen dat de lamp voldoende stroom krijgt maar niet te veel. Zodra de lamp eenmaal licht afgeeft zal de hoeveelheid elektrische stroom worden verlaagd. Als dat niet gebeurd kan, in bijvoorbeeld een tl-verlichting, een buis uiteenspatten vanwege de te hoge elektrische spanning.

Toepassing van voorschakelapparatuur
Voorschakelapparaat worden in de armaturen van verschillende lampen of verlichtingsbronnen toegepast. Een voorbeeld hiervan is de tl-lamp dit is een gasontladingslamp die is aangesloten op het lichtnet. Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van een starter. De starter en het VSA zorgen voor een korte stroomdoorgang in twee gloeidraden. De starter zorgt er voor dat er een piekspanning ontstaat zodat de lamp ontbrand. Maar de piekspanning moet niet te lang duren omdat dan de lamp kapot knalt. Om dit te voorkomen is er een VSA aanwezig. Deze VSA zorgt er voor dat de spanning niet te hoog wordt en binnen de norm blijft. Als er VSA zou worden toegepast in een gasontladingslamp zou de spanning zo hoog worden dat deze er voor zorgt dat de tl-buizen uitelkaar spatten. De VSA is dus een belangrijk onderdeel van de tl-verlichting.

Naast de toepassing in tl-verlichting worden VSA’s ook geplaatst in armaturen voor metaalhalidelampen. Dit zijn hogedrukgasontladingslampen. Verder worden deze apparaten toegepast in fluorescentielampen en in de voet van spaarlampen.

Wat is een TL-starter en hoe werkt deze?

Voor het functioneren van een fluorescentielamp zijn verschillende onderdelen nodig. De starter vormt samen met het voorschakelapparaat een belangrijk onderdeel van de armatuur van de fluorescentielamp. De starter van een TL bestaat uit een buisje waarin een bepaalde vulling is aangebracht. Deze vulling kan neon zijn of kwikdamp. Daarnaast zijn er twee contacten die gemaakt zijn van bimetaal.

Hoe werkt een TL-starter?
Een TL-starter treed in werking bij een elektrische spanning van ten minste 200 volt. Door deze spanning ontstaat er een gasontlading. De gasontlading zorgt er voor dat de bimetalen contacten worden verwarmd. De bimetalen bestaan uit twee verschillende soorten metalen waarbij het ene deel sneller buigt door hitte dan het andere deel van het contact. De bimetalen contacten zijn zo geplaatst dat ze naar elkaar toe buigen door verhitting. Uiteindelijk raken de contactdelen elkaar door de toenemende hitte van de gasontlading.

Kortsluiting
Doordat de twee contacten elkaar raken ontstaat er een gewenste “kortsluiting”. Deze kortsluiting zorgt er voor dat de gasontlading dooft. Vervolgens zullen de bimetalen contactpunten weer afkoelen en naar de oorspronkelijke positie terugkeren.

De kortsluiting die ontstaat is echter gewenst omdat deze kortsluiting er voor zorgt dat er voldoende stroom door de gloeidraden van de gasontladingbuis loopt. Deze stroom zorgt er voor dat de gloeidraden zeer heet worden en gaan gloeien. Hierdoor wordt een elektronenemissie gestart.

Het gloeien van de gasontladingslamp
Als de bimetalen contacten ver genoeg zijn afgekoeld keren ze terug naar de oorspronkelijke positie en wordt het contact dus geopend. Door het openen van het contact ontstaat in samenwerking met het voorschakelapparaat een hoge spanningspuls. Deze zorgt er voor dat de ontlading in de gas-ontladingslamp op gang wordt gebracht. Als deze ontlading goed in werking is getreden zal de spanning over de starter dalen naar 115V. Deze spanning is echter te laag om de gasontlading in de starter opnieuw tot ontsteking te brengen.

Wat is een transistor en waar worden transistors voor gebruikt?

Een transistor wordt in de elektronica gebruikt als halfgeleidercomponent. Transistors worden voornamelijk gebruikt voor het schakelen en versterken van elektronische signalen. De naamgeving van dit component is volgens een technisch memorandum van Bell Labs uit 1948 een samentrekking van de volgende Engelse woorden:

  • Transfer (of transconductance) dit betekend overbrengen of overdracht.
  • Varistor (variabele weerstand, variable resistor).

Door de woorden transfer en varistor te combineren ontstaat de omschrijving van een apparaat dat iets kan overbrengen met een variabele weerstand.

Waarvoor wordt een transistor gebruikt?
Doormiddel van een transistor kunnen elektronische worden versterkt of geschakeld. Om die reden worden transistors in veel elektronische schakelingen ingebouwd. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan computers. Een transistor is een fundamentele bouwsteen voor geïntegreerde schakelingen. Deze schakelingen worden ook wel in het Engels Integrated Circuit (IC) genoemd en zijn in heel veel apparaten terug te vinden. Naast computers en laptop’s zijn er bijvoorbeeld ook geïntegreerde schakelingen aanwezig in telefoons, wasmachines, drogers en voertuigen zoals auto’s.

Twee verschillende uitvoeringen van transistors
Transistors kunnen worden onderverdeeld in twee verschillende basistypen. Dit zijn de:

  • bipolaire transistor
  • veldeffecttransistor (FET)

De bipolaire transistor wordt aangestuurd doormiddel van een elektrische stroom. De veldeffecttransistor (FET) wordt aangestuurd doormiddel van spanning.