Wat is een machinefabriek en met welke kernprocessen houden deze fabrieken zich bezig?

Binnen de werktuigbouwkunde zijn verschillende bedrijven actief. Hieronder vallen onder andere constructiebedrijven, verspaners en plaatwerkbedrijven. Deze bedrijven maken allemaal producten of halffabricaten. De bedrijven in de werktuigbouwkunde kunnen rechtstreeks aan klanten leveren maar kunnen ook als toeleverancier voor andere werktuigbouwkundige bedrijven actief zijn. Een machinefabriek is een voorbeeld van een type bedrijf dat in de werktuigbouwkunde actief is. In een machinefabriek worden apparaten en machines gemaakt. Van oudsher horen machinefabrieken tot de zware industrie. De machinebouw is echter zeer divers. Er zijn ook kleine bedrijven actief in dit segment van de werktuigbouwkunde. Deze kleinere machinebouwers behoren tot de lichte tot middelzware metaalindustrie. Afhankelijk van de omvang en de complexiteit van de machines die gebouwd worden, kan een machinefabriek alles in eigen beheer maken of machines bouwen in samenwerking met toeleveranciers en andere zakelijke partners

Onstaan van machinefabrieken
In de 19e eeuw ontstonden verschillende bedrijven in Nederland in de industrie. De industriële revolutie deed zijn intrede ook in de metaalsector. Traditionele bedrijven die zich met de metaalbewerking in Nederland bezig hielden waren de gieterijen en smederijen. Deze bedrijven waren echter kleinschalig. De industriële revolutie bracht verschillende grote veranderingen in Nederland. De kleine metaalbedrijven verdwenen langzamerhand en de metaalnijverheid werd een metaalindustrie. Er ontstonden verschillende nieuwe bedrijven waaronder machinefabrieken. Deze fabrieken ontstonden over het algemeen uit smederijen die zich gingen specialiseren in de bouw van werktuigen zoals stoomketels en stoommachines. Deze stoommachines werden ingezet in andere industrieën die daardoor meer konden produceren.  Verder werden ook productiemachines gemaakt door machinefabrieken. Hierbij kan gedacht worden aan textielmachines en transportbanden. Verder werden ook machines vervaardigd voor de landbouwmechanisatie. De landbouwsector werd namelijk ook steeds meer gemechaniseerd. Uiteindelijk werd de mechanisatie in de landbouwsector pas na de Tweede Wereldoorlog geprofessionaliseerd. De machinefabrieken hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de professionalisering van de landbouwsector.

Moderne machinefabrieken
Innovatie en werktuigbouwkunde zijn twee begrippen die tegenwoordig vaak samen worden genoemd. Binnen de werktuigbouwkunde worden voortdurend nieuwe machines, gereedschappen en apparaten ontwikkelt waarmee werkzaamheden, sneller, effectiever en professioneler kunnen worden uitgevoerd. Er zijn verschillende bedrijven die zich een machinefabriek noemen. Er worden door deze bedrijven zeer uiteenlopende machines en apparaten gemaakt. Veel bedrijven bouwen gespecialiseerde productiemachines voor de procesindustrie maar er zijn ook bedrijven in de machinebouw die maatwerkmachines leveren aan klanten in andere segmenten. In het verleden werden vooral stoommachines geproduceerd en machines die een verbrandingsmotor bevatten. Tegenwoordig zijn veel machines elektrisch aangedreven met behulp van een elektromotor.

De nieuwste ontwikkelingen in de machinebouw zijn vooral gericht op automatisering. Hierbij komt veel elektronica en software aan de orde. Verder wordt precisie werk ook belangrijk. Daarom zijn er verschillende machinebouwers die zich richten op fijnmechanica. Hiervoor zijn specialistische machines ontwikkelt die zich richten op eroderen en vonkverspanen. Deze machines zijn nog nauwkeuriger dan de gebruikelijke machines in de verspaning die met beitels werken.

Machinerichtlijn (2006/42/EG)
De voortdurende ontwikkelingen zorgen er voor dat er steeds complexere machines worden ontwikkelt en geproduceerd. Het is echter wel belangrijk dat machines aan strenge eisen voldoen. Machines zijn arbeidsmiddelen en zijn bedoelt om werknemers te ondersteunen bij werkzaamheden. Een machine is daarmee een middel om arbeid te verrichten of om arbeid te vergemakkelijken. Voor machines is de Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen van toepassing. Hierin staan richtlijnen met betrekking tot de veiligheid van arbeidsmiddelen. Daarnaast is de Machinerichtlijn (2006/42/EG) van toepassing in de machinebouw. In deze richtlijn staan eveneens verschillende eisen waaraan bedrijven in de machinebouw zich moeten houden. Deze eisen van de Machinerichtlijn zijn gericht op de veiligheid van verschillende aspecten in de machinebouw en kent het volgende toepassingsgebied:

  • Machines
  • Verwisselbare uitrustingsstukken
  • Veiligheidscomponenten
  • Hijs- en hefgereedschappen
  • Kettingen, kabels en banden
  • Verwijderbare mechanische overbrengsystemen
  • Niet voltooide machines

Wat is de machinerichtlijn (2006/42/EG) en waarop is deze van toepassing?

De machinerichtlijn (2006/42/EG) is een richtlijn die in Europa van toepassing is op de machine-industrie. Deze richtlijn is van toepassing op de machines die in Europa worden gebouwd en gebruikt. De machinerichtlijn gaat met name over de veiligheidscriteria waaraan machines moeten voldoen. Machines zijn arbeidsmiddelen en moeten voldoen aan strenge richtlijnen met betrekking tot veiligheid.

Machines bevatten meestal meerdere draaiende delen. Deze delen moeten worden afgeschermd omdat kledingstukken en haren doormiddel van de draaiende delen naar de machine kunnen worden getrokken en voor letsel en schade kunnen zorgen. Naast het afschermen van draaiende delen dienen op de machinedelen die niet kunnen worden afgeschermd waarschuwingsmarkeringen te worden aangebracht.

Sommige machines produceren zaagsel en spaantjes van hout of metaal. Deze stukjes materiaal kunnen mensen in de omgeving van de machine verwonden. Daarom moeten machines zo zijn vormgegeven dat deze spaanjes en het zaagsel goed worden afgevoerd en niet in contact kunnen komen met de werknemers in de omgeving van de machinebankwerker. Fijn stof moet worden afgezogen en gefilterd met een luchtfilterinstallatie zodat het stof niet in de luchtkanalen van de werknemers terecht kan komen.

De machinerichtlijn schrijft voor dat elk veiligheidsrisico dat weggenomen kan worden ook daadwerkelijk weggenomen moet worden. Kortom machines moeten zo veilig mogelijk worden gemaakt.

Wat is het toepassingsgebied van de machinerichtlijn?
De machinerichtlijn heeft verschillende toepassingsgebieden. Op de volgende toepassingsgebieden geldt de machinerichtlijn:

  • Machines
  • Verwisselbare uitrustingsstukken
  • Veiligheidscomponenten
  • Hijs- en hefgereedschappen
  • Kettingen, kabels en banden
  • Verwijderbare mechanische overbrengsystemen
  • Niet voltooide machines

Moet gereedschap gekeurd worden?

Gereedschap behoort tot de arbeidsmiddelen van de werknemer. Door het gebruiken van gereedschap zal het gereedschap slijten en daarnaast zal door intensief gebruik of verkeerd gebruik van gereedschap de kans op defecten toenemen. De veiligheidstechnische staat van bepaalde gereedschap kan door gebruik achteruit gaan. Bij gereedschappen waarbij dit aan de orde is zal men regelmatig een keuring moeten uitvoeren. Deze keuring moet over het algemeen één maal per jaar plaatsvinden. De keuring van gereedschap moet door een erkende instantie worden uitgevoerd.

Eventueel kan de keuring van gereedschap ook door een medewerker van hetzelfde bedrijf worden gedaan maar dan zal deze medewerker ook over de juist papieren moeten beschikken en voldoende ervaring moeten hebben. Een arbeidsmiddel dat gekeurd is moet voorzien zijn van een sticker of andere aanduiding zodat de gebruiker van het arbeidsmiddel kan zien wanneer het gereedschap gekeurd is en wat het resultaat is van de keuring (goedgekeurd of afgekeurd).

CE markering en goedkeuringsteken
Voor machines die in Europa worden geproduceerd en gebruikt is de machinerichtlijn (2006/42/EG) van toepassing. Deze Europese richtlijn schrijft voor aan welke veiligheidscriteria de machine-industrie moet voldoen. Goedgekeurde machines worden voorzien van een CE-markering. Deze markering maakt duidelijk dat de machine of het arbeidsmiddel conform Europese richtlijnen is geproduceerd.

Door het gebruiken van de machines en overige arbeidsmiddelen kan de werking verminderen en kan ook de veiligheid van de machine achteruit gaan. In dat geval kan een arbeidsmiddel wel een CE-markering hebben maar is het arbeidsmiddel feitelijk niet meer veilig. Daarom moeten arbeidsmiddelen gekeurd worden en na afloop van de keuring worden voorzien van een duidelijke sticker. Over het algemeen worden twee soorten stickers gehanteerd: een sticker met afgekeurd en een sticker met een datum waarop het gereedschap is goedgekeurd.

Van de keuring van de arbeidsmiddelen moeten schriftelijke bewijstukken worden opgesteld. Deze bewijsstukken moeten op de werkplek aanwezig zijn.

Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen
De regels omtrent de veiligheid en gezondheid van werknemers is in Nederland onder andere in het Arbobesluit vastgelegd. Vanuit Europa zijn er echter ook richtlijnen vastgelegd omtrent de veiligheid van arbeidsmiddelen. Deze kan men onder andere vinden in de Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen. Hierin staat onder andere dat een werkgever er voor moet zorgen dat het gebruik van een arbeidsmiddel geen gevaar mag opleveren voor de gezondheid en veiligheid van de werknemer.

Wie is verantwoordelijk voor de veiligheid van arbeidsmiddelen?
De werkgever die werknemers in dienst heeft en arbeidsmiddelen aan hen verstrekt is verantwoordelijk voor de technische veiligheid van de arbeidsmiddelen. Ook de huurder of lener van gereedschap is verantwoordelijk voor de veiligheid van het arbeidsmiddel. Uitzendbureaus met technisch personeel dienen zich ook te houden aan de richtlijnen met betrekking tot de veiligheid van arbeidsmiddelen. Uitzendbureaus die arbeidsmiddelen verstrekken zullen daarom ook regelmatig het gereedschap van de technische uitzendkrachten moeten laten keuren. Elektrisch gereedschap moet bijvoorbeeld voldoen aan de richtlijnen uit de NEN 3140.

Zeven risicoklassen
Arbeidsmiddelen zijn er in verschillende soorten. Handgereedschappen, elektrische gereedschappen, machines, apparaten en installaties behoren allemaal tot de arbeidsmiddelen. Bepaalde arbeidsmiddelen leveren meer arbeidsrisico’s dan andere arbeidsmiddelen. Daarom worden arbeidsmiddelen in verschillende risicoklassen ingedeeld. In totaal zijn er zeven risicoklassen. Arbeidsmiddelen die in een lage risicoklasse worden ingedeeld brengen minder arbeidsrisico’s met zich mee. Arbeidsmiddelen met een hoger arbeidsrisico worden in een hogere risicoklasse ingedeeld.

Mag een werkgever zijn eigen gereedschappen keuren?
Arbeidsmiddelen worden in zeven risicoklassen ingedeeld. Het gaat te ver om in deze tekst een opsomming te geven van alle arbeidsmiddelen en de klassen waartoe deze behoren. Hoe hoger de risicoklasse van het arbeidsmiddel hoe zwaarder de eisen zijn die aan de keurmeesters worden gesteld. Tot categorie 4 tot 6 behoren bijvoorbeeld bepaalde hijsmachines en hefmachines. De arbeidsmiddelen die in de drie hoogste risicoklassen (categorie 5, 6 en 7) zijn ingedeeld worden gekeurd door onafhankelijke deskundigen. Arbeidsmiddelen in lagere risicoklassen mogen echter wel door werknemers van het desbetreffende bedrijf zelf worden gekeurd mits ze daarvoor een gedegen opleiding hebben gevolgd.