Energietransitie alleen haalbaar door samen te werken vanaf 2019

De energietransitie in Nederland is in werking gezet maar ondanks alle inspanningen blijken de klimaatdoelstellingen nog verder weg dan ooit. De meeste Nederlanders willen wel meer investeren in duurzame energie maar hebben daar het geld of de middelen niet voor. De overheid springt op financieel gebied bij maar dat is vaak niet voldoende. Daarom zijn verschillende organisaties ontstaan waarin burgers en bedrijven met elkaar kunnen samenwerken om duurzame energie mogelijk te maken. Vereniging Eigen Huis is een voorbeeld van een organisatie die hier mee bezig is. Dit soort organisaties zorgt er voor dat woningbezitters met elkaar samenwerken om de kosten en regelingen met elkaar te delen. Dat werkt goed en zorgt er voor dat meerdere mensen gecompenseerd kunnen worden in hun kosten. Ook de baten oftewel de energieopbrengst wordt gedeeld.

Een belangrijk aspect van het welslagen van de energietransitie is dus samenwerken. Het samenwerken en delen van de kosten is echter één deel van de oplossing. Het andere deel is de mensen en de middelen. Juist op dit gebied ontstaat er in Nederland een probleem. Waar haalt men in Nederland voldoende monteurs en installateurs vandaan om alle voorzieningen voor duurzame energie te installeren? Ook op dit gebied moet worden samengewerkt. Technische bedrijven werken met technische uitzendbureaus samen. Dit zijn meestal VCU uitzendorganisaties die veel ervaring hebben in het bemiddelen van technisch personeel. Omdat er weinig technisch personeel beschikbaar is werken veel bedrijven ook met opleidingsinstituten samen. Ze laten zich certificeren als erkend leerbedrijf en nemen BBL-leerlingen aan zodat vakkrachten voor de toekomst ontwikkelt kunnen worden. De aankomende vakkrachten zullen vrijwel zeker een enorm belangrijke factor worden in de energietransitie de komende jaren.

Wil je ook als BBL-er een belangrijke bijdrage leveren aan de energietransitie? Klik dan op de knop ‘BBL Technicum’ voor gratis advies voor een technische BBL opleiding bij jou in de buurt.

Wat is waterstof voor energiedrager?

Waterstof is het lichtste gas en is kleurloos, reukloos en bovendien zeer ontvlambaar. Het is een tweeatomig gas diwaterstof dat wordt aangeduid met H2 waarbij de letter H staat voor het Latijnse Hydrogenium. Deze term is weer afgeleid van het Oudgriekse ‘hudōr dat staat voor ‘water’ en het woord ‘genes’ dat vertaald kan worden met ‘vormen’ en ‘maken’. Men zou Hydrogenium letterlijk kunnen vertalen met watermaken of watermaker. Dit woord maakt duidelijk dat waterstof gebruikt lam worden om bijvoorbeeld water te maken. Water ontstaat tijdens de reactie tussen zuurstof en waterstof. Met waterstof kan men echter veel meer.

Waterstof in de energietransitie
Waterstof wordt in het kader van de energietransitie genoemd als een mogelijke vervanger voor aardgas. In tegenstelling tot zonlicht, windkracht en waterdruk is waterstof een energiedrager. Voordat men waterstof kan gebruiken zal men dit gas eerst moeten produceren. In een later stadium kan me de waterstof verstoken waardoor hitte vrijkomt die kan worden overgedragen op bijvoorbeeld het leidingwater in een centrale verwarmingsinstallatie. In dit systeem zou waterstof een vervanger kunnen worden van aardgas.

Het produceren van waterstof
Waterstof moet geproduceerd worden. Dat is een voordeel maar ook een nadeel. Het voordeel is dat men door het produceren van waterstof voldoende waterstof kan aanmaken om in een bepaalde energiebehoefte te voorzien. Een nadeel van de waterstofproductie is echter dat het veel energie kost. Men kan waterstof halen uit aardgas maar daarbij komt CO2 vrij. Dat is juist niet gewenst in het kader van een duurzame energietransitie. Daarom moet men waterstof winnen uit water. Daarvoor kan men waterstof doormiddel van elektrolyse verkrijgen.

Tijdens deze elektrolyse wordt water gesplitst in waterstof en zuurstof. Dit proces zorgt niet voor schadelijke uitstoot maar kost wel veel elektriciteit. Dat is het grote nadeel van waterstof, de productie kost veel energie. Daarom zullen veel zonnepanelen en windmolens geplaatst moeten worden om de benodigde elektrische energie op te wekken. Als men deze duurzame energiebronnen niet gebruikt moet men elektrische energie uit kolencentrales en gascentrales halen waardoor het duurzame effect van waterstof teniet wordt gedaan.

Is waterstof rendabel?
Waterstof is dus een energiedrager maar niet een hele effectieve als men kijkt naar het rendement. Als men waterstof weer in een andere energievorm wil brengen gaat er altijd energie verloren. Daarom is het over het algemeen effectiever om energie niet eerst om te zetten in waterstof. Als men bijvoorbeeld de elektrische energie van windmolens direct op het lichtnet zet wordt de elektrische energie veel effectiever benut dan wanneer men deze elektrische energie gebruikt om waterstof als energiedrager te benutten. Dat maakt waterstof niet rendabel.

Waterstof en energieopslag

Waterstof heeft molecule (H2) en komt in de natuur niet voor. Dat betekent dat waterstof geproduceerd moet worden. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. Ongeveer 95% van alle waterstof die in de wereld wordt geproduceerd wordt gemaakt doormiddel van reforming van aardgas, steenkool of andere fossiele brandstoffen. Slechts 5% procent van de waterstof wordt geproduceerd doormiddel van elektrolyse. Reforming van aardgas en steenkool is niet Co2 neutraal en minder klimaatbewust dan elektrolyse. Echter moet voor elektrolyse veel elektriciteit worden aangewend. Daardoor is ook elektrolyse niet milieuvriendelijk tenzij men voor dit proces duurzame elektrische energie gebruikt die wordt opwekt door bijvoorbeeld zonlicht of windkracht.

Energiedrager waterstof
Waterstof is geen energiebron zoals windkracht en zonlicht. In plaats daarvan is waterstof een energiedrager, een brandstof die bijvoorbeeld gebruikt kan worden om woningen doormiddel van een waterstofketel te verwarmen. Dit proces kan klimaatvriendelijk worden wanneer men waterstof op een duurzame manier gaan produceren. Om die redenen kunnen waterstof en waterstofketels een nuttige bijdrage leveren aan de energietransitie. Het bijkomende voordeel van waterstof is dat deze als energiedrager ook kan worden gebruikt als energieopslag. Als men bijvoorbeeld te veel elektrische energie opwekt met windmolens en zonnepanelen zou men deze elektrische energie kunnen gebruiken om waterstof te produceren.

Energie opslaan

Dan zou men de energiedrager waterstof in de toekomst kunnen gebruiken als brandstof. Waterstof kan daardoor een deel van de energieopslag oplossen. Duurzame elektriciteit wordt omgezet in waterstof die veel beter is op te slaan dan zuivere elektrische energie. Enorme accu’s die elektrische energie kunnen opslaan zijn er wel maar zijn in de praktijk nog niet een bewezen effectieve oplossing voor het opslaan van elektrische energie. Eventueel zouden woningen kunnen worden uitgerust met brandstofcellen. Daardoor zou men waterstof ook kunnen gebruiken voor het opwekken van lokale elektriciteit. Zo kan waterstof worden gebruikt voor zowel elektriciteit als voor verwarming doormiddel van een waterstofketel.

Energietransitie
Het aardgasleidingnetwerk zou grotendeels gebruikt kunnen worden voor het transport van waterstof. Dat bespaard kosten en zorgt er voor dat de energietransitie snel zou kunnen plaatsvinden. Er zijn echter ook problemen die eerst moeten worden opgelost. Allereerst moet men op grote schaal waterstof gaan produceren en daarnaast moet men de huidige aardgasgestookte cv-ketels ombouwen tot waterstofketels. Dat laatste gaat veel tijd en geld kosten.

Uitzendbureaus, maatschappelijk verantwoord ondernemen en energietransitie

De afgelopen maanden is steeds duidelijker geworden dat investeringsmaatschappijen duidelijke keuzes maken met betrekking tot de bedrijven, projecten en producten waarin ze investeren. Pensioenfondsen zoals Pensioenfonds Metaal & Techniek hebben hun beleggingsportefeuille verduurzaamd en maatschappelijk verantwoord gemaakt door niet meer te beleggen in de tabaksindustrie, bont- en wapenindustrie.

Deze ontwikkeling is logisch want het gaat beter met de economie en zowel investeerders als afnemers hebben meer te besteden en meer te kiezen. Klanten en overheden vinden maatschappelijk verantwoord ondernemen steeds belangrijker en hanteren dit ook steeds vaker als doorslaggevend criterium in de keuze om wel of geen opdrachten te gunnen.

Daarom is 2019 het ideale moment om als uitzendbureau belangrijke stappen te maken in de richting van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Uitzendbureaus kunnen stappen zetten om te verduurzamen en bedrijven te steunen die milieubewust opereren op de markt. Op die manier kunnen duurzame, groene uitzendorganisaties ontstaan. Een transitie richting een duurzame uitzendorganisatie hoeft niet in één stap te worden doorgevoerd, er kunnen deelstappen worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de volgende keuzes/ veranderingen:

Dienstverlening
Geen uitzendpersoneel meer bemiddelen voor de tabaksindustrie en andere ondernemingen die producten verkopen die zeer schadelijk zijn voor de mens en het milieu.

  • Nu technisch personeel schaars is er specifiek voor kiezen om het personeel in te zetten op (extra) duurzame projecten zodat die geen vertraging oplopen.
  • Uitzendkrachten en deta-krachten specifiek opleidingen aanbieden voor duurzame techniek, zoals het plaatsen van zonnepanelen, warmtepompen, vergistingsinstallaties en alle randapparatuur die daar bij hoort zoals slimme meters.
  • Oplaadpunten plaatsen voor elektrische auto’s bij bepaalde vestigingen waarmee het eigen wagenpark en andere auto’s opgeladen kunnen worden.
  • Invoering van een digitale ideeënbus op de website specifiek gericht op verduurzaming.

Materieel

  • De energievoorziening van de bedrijfspanden verduurzamen door het plaatsen van zonnepanelen, warmtepompen en andere installaties voor hernieuwbare energiebronnen.
  • In de marketing aandacht besteden aan relatiegeschenken die duurzaam zijn en van recyclebare materialen zijn gemaakt.
  • Minder printen en meer digitaliseren.
  • Elektrische auto’s invoeren voor intern personeel via een leasemaatschappij.
  • Werkkleding aanbieden die eerlijk is gemaakt met oog voor het loon en de arbeidsomstandigheden van de mensen die het gemaakt hebben.

De bovenstaande voorbeelden kunnen er voor zorgen dat de uitzendbranche in de markt belangrijke stappen zet op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De uitzendbranche is een intermediair. Dat betekent dat deze sector tussen vraag en aanbod in de arbeidsmarkt in staat. Dat zorgt er voor dat de uitzendbranche een belangrijke rol op zich kan nemen door beide kanten van de markt bewust te maken van verduurzaming. Door duidelijke keuzes te maken tussen klanten en markten kunnen ook sollicitanten specifiek richting duurzame techniek wordt begeleid naar werk. De meeste sollicitanten staan daar wel voor open. Sollicitanten zijn namelijk ook consumenten en consumenten worden milieubewuster. Iedereen wil, als hij of zij de keuze krijgt, een bijdrage leveren aan een duurzame maatschappij. Een uitzendbureau kan daarbij helpen als het uitzendbureau tenminste bereid is om bepaalde keuzes te maken. Dat vereist lef, inzicht en visie. De meeste uitzendbureaus hebben echter een afwachtende houding. Ze wachten af tot de concurrent stappen zet op het gebied van verduurzaming. Pas als de concurrent dit met succes doet zullen er veel uitzendbureaus gaan volgen. Toch moet er 1 uitzendorganisatie zijn die de eerste stap zet.

Wat is getijdenstroomgenerator of een tidal stream generator?

Een getijden stroomgenerator is een machine die wordt gebruikt om energie op te wekken uit bewegende watermassa’s waaronder de waterverplaatsing tussen eb en vloed. Een getijdenstroomgenerator is in feite een soort propeller die in beweging gebracht wordt door de druk van stromend water. Dit stromend water hoeft overigens niet beslist door eb en vloed te worden veroorzaakt wat de naam tidal energy converter (TEC) eigenlijk doet vermoeden. In feite kan deze stroomgenerator ook worden geplaatst in een rivier of andere situatie waar veel watermassa in beweging is. Hieronder is in een aantal alinea’s meer informatie weergegeven over getijdenenergie en de manier waarop deze energie kan worden opgewekt.

Getijdenstroom of getijdenenergie
De waterkrachtcentrales die worden gebruikt om energie op te wekken uit stromend water vanuit stuwmeren zijn al een oude beproefde methode om elektrische energie op te wekken uit stromend water. Het opwekken van elektrische uit getijden oftewel eb en vloed is echter vrij nieuw. In het Engels wordt dit ook wel tidal stream genoemd wat in het Nederlands vertaald kan worden met getijdenstroom of getijdenenergie. Kenmerkend voor deze manier van duurzame energie opwekken is dat de waterdruk iets in beweging brengt. Waterdruk is kracht en kracht is energie. Men kan energie omzetten in andere vormen van energie als men daarvoor de juiste werktuigen gebruikt. Een bekend werktuig hiervoor is de turbine. Er zijn verschillende soorten turbines zoals de stoomturbine die in kolencentrales aanwezig is en de windturbines die in de praktijk vaak windmolens worden genoemd.

Getijdenstroom opwekken
In feite is het opwekken van getijdenstroom vergelijkbaar met het opwekken van windenergie. Bij het opwekken van getijdenstroom wordt ook gebruik gemaakt van propellers en rotorbladen die in beweging worden gebracht. Alleen wordt deze beweging door waterdruk veroorzaakt in plaats van door windkracht. Getijdenstroomgenerators of getijdenstroomturbines kunnen net als windmolens op de bodem van de zee worden geplaatst alleen komende propellers dan als het goed is niet boven het water uit terwijl windmolens juist wel in de wind worden geplaatst boven het wateroppervlak. Een andere vorm is het bevestigen van een turbine met propeller aan een kabel. Een voorbeeld hiervan is een TidalKite.

TidalKite

Als je getijdenenergie opwekt met behulp van een turbine aan een kabel heb je als het ware een getijdenvlieger. Deze vlieger gaat met de stroom van eb en vloed mee en kan daardoor bij opgaand en afgaand water stroom opwekken. Omdat de getijdenvlieger aan een kabel vast zit zal deze niet boven het water uitkomen en altijd onder het watervlak blijven als de kabel op de juiste plaats verankerd is aan de zeebodem. Een voorbeeld van dit principe is de TidalKite. Deze getijdenvlieger wordt getest vanaf medio 2018 in het water van de Friese Waddenzee. Vanaf de TidalKite loopt er een stroomkabel naar de vaste wal waardoor elektrische stroom naar de wal kan worden getransporteerd. Op die manier kan men aan de wal gebruik maken van de elektrische energie die door de TidalKite is opgewekt.

Getijdenenergie als alternatief voor windenergie
Energie die opgewekt wordt uit eb en vloed zou in de toekomst een groter aandeel kunnen krijgen in de hernieuwbare energievoorziening van Nederland. Een belangrijk voordeel van getijdenstroom en getijdenenergie is dat deze stroming altijd aanwezig is waardoor er sprake is van een vrij constante energieopbrengst. Een ander voordeel is het feit dat deze energievoorziening in tegenstelling tot windturbines vrijwel geheel aan het oog onttrokken wordt waardoor er geen sprake is van horizonvervuiling. Deze steekhoudende argumenten en voordelen kunnen er voor zorgen dat er in de toekomst steeds vaker getijdenstroomgeneratoren worden geplaatst in de zeeën rondom ons.

Waaruit bestaat een geothermie installatie?

Geothermie is aardwarmte en kan worden aangewend als verwarmingsbron of indirect als energieleverancier worden gebruikt waarbij de aardwarmte bijvoorbeeld wordt omgezet in elektrische energie. Geothermie is een effectieve alternatieve energiebron omdat er bij deze installaties nauwelijks CO2 vrij komt in de atmosfeer. Dat maakt geothermie veel milieuvriendelijker dan bijvoorbeeld aardgas. Voordat met een geothermie-installatie gaat bouwen moet met een grondig onderzoek doen. Zo moet men een goed beeld hebben van de aardbodem en de aardlagen waarin warm grondwater aanwezig is. Als men dit in kaart heeft gebracht en de uitkomst interessant genoeg is, kan men gaan bouwen. Een geothermie-installatie bouwt men niet zomaar. Een dergelijke installatie kost miljoenen en moet daarom zorgvuldig worden gebouwd door professionele bedrijven. Een geothermie installatie bestaat uit een aantal onderdelen. Deze onderdelen zijn hieronder in een aantal alinea’s beschreven.

Putten
Allereerst zijn er twee schachten nodig die ook wel putten worden genoemd. Deze putten worden met een grote boorinstallatie geboord en zijn ongeveer 2 kilometer lang. Op 2 kilometer diepte is de aardwarmte ongeveer 60 tot 80 graden Celsius. De put wordt tot onder het grondwater geboord. Er moet dus rekening worden gehouden met de grondwaterstand voordat men gaat boren. Het warme water wordt uit de put omhoog gepompt.

Het is natuurlijk wel belangrijk dat de putten of schachten niet in elkaar storten tijdens het oppompen van het warme grondwater. De ondergrondse druk is hierbij een belangrijke factor. Deze druk kan er voor zorgen dat de schachten in elkaar gedrukt worden. Dat moet worden voorkomen en daarvoor worden buizen geplaatst in het boorgat van de put. Deze buizen worden vervolgens vastgezet met cement. Op die manier zijn de schachten verankert.

De uiteinden van schachten of putten zijn onder de grond ongeveer 1 tot 2 kilometer van elkaar verwijderd. Dat is noodzakelijk want via de ene put wordt warm water opgepompt en via de andere put wordt koud of afgekoeld water weer naar beneden gepompt. Dit koude water wordt vervolgens weer opgewarmd door de aarde en het overige grondwater zodat het weer opgewarmde water naar boven gehaald kan worden in de eerst schacht. Zo ontstaat er een circulair systeem waardoor het volume aan grondwater gelijk blijft en bodemdaling wordt voorkomen of geminimaliseerd.

Warmtewisselaar

Het opgepompte warme water stroomt door buizen in een warmtewisselaar. In deze warmtewisselaar komt het warme grondwater in contact met het water van het verwarmingssysteem. Dit water wordt door het grondwater verwarmt. Er vindt uitwisseling van warmte plaats vandaar de term warmtewisselaar. Het opgewarmde water stroom uit de warmtewisselaar naar de verwarmingssystemen van gebouwen, utiliteit en woningen. Een pomp zorgt er voor dat het afgekoelde grondwater weer naar beneden wordt gepompt via de juiste put. Daardoor komt het afgekoelde grondwater weer op dezelfde diepte waar het ook vandaan werd gepompt via de andere put.

Pompen
In de alinea’s hiervoor is een paar keer het woord ‘pomp’ gebruikt. Een geothermische installatie kan niet zonder een paar pompen waarmee het water wordt opgepompt uit de aardbodem en teruggepompt naar de oorspronkelijke diepte. Deze pompen worden net als de warmtewisselaar in een gebouw geplaatst van ongeveer twintig bij twintig meter. Hierin zijn vaak ook filters geplaatst voor het filteren van het grondwater.

Ontgassingsinstallatie
Samen met het grondwater kan ook aardgas naar boven komen. Dit brengt extra risico’s met zich mee in de vorm van brandgevaar en explosiegevaar. Om die reden wordt er meestal een ontgassingsinstallatie met een ontgassingstank. Dit is een veiligheidsvoorziening. Als er aardgas aanwezig is kan er ook een noodfakkel worden aangebracht die er voor zorgt dat het aardgas wordt afgefakkeld.

Technische ruimte
Tot slot is er nog een technische ruimte nodig voor het uitvoeren van revisie, reparatie en onderhoud. Een geothermie installatie heeft net als andere grote installaties onderhoud nodig. Vooral de aanwezigheid van aardgas kan voor extra risico’s zorgen waardoor het onderhoud en de reparaties door specialisten moet gebeuren met een werkvergunning en verschillende veiligheidscertificaten.

Geothermie en duurzaamheid

Geothermie is een ander woord voor aardwarmte en wordt steeds vaker genoemd als een goed alternatief voor aardgas. Dat is geen wonder want geothermie is altijd aanwezig en daardoor een onuitputtelijke duurzame energiebron. Veel woningen hebben nog een centrale verwarming waarin aardgas wordt verbrand om warm cv-leidingwater te realiseren. Het verstoken van aardgas staat echter ter discussie vanwege de CO2 uitstoot maar ook vanwege het feit dat aardgas een fossiele brandstof is die niet onuitputtelijk is.

Aardwarmte is onuitputtelijk duurzaam
Aardwarmte is de warmte die de aarde zelf afgeeft en is daardoor onuitputtelijk. Daarvoor moet men echter wel diep in de aardkorst boren. Hoe dieper men in de aardlagen boort hoe hoger de temperatuur wordt. Dat betekent dat men diep moet boren om voldoende warmte te winnen voor verwarmingsinstallaties van woningen en utiliteitscomplexen. Het boren van een schacht kost miljoenen euro’s. De geothermische dieptemaat is een belangrijke factor in de prijs van het boren naar aardwarmte of geothermie.

Geothermische dieptemaat
Aardwarmte wordt naar boven gehaald doormiddel van grondwater. Grondwater bevind zich in verschillende bodemlagen en heeft daardoor ook een verschillende temperatuur. Gemiddeld wordt de temperatuur van de aardbodem 35 °C tot 40 °C hoger naar mate men dieper boort. De diepte waarop men boort naar aardwarmte wordt ook wel de geothermische dieptemaat genoemd. De dieptemaat waarop men op een bepaalde aardwarmte stuit is echter niet in elk land hetzelfde en ook binnen een land verschilt de warmte die men aantreft in de aardlagen. Dat maakt het lastig om een vaste geothermische dieptemaat te bepalen waarop men een bepaald rendement aan geothermie kan aantreffen. Als men in een bepaalde regio gebruik wil maken van aardwarmte zal men daarom eerst een grondig bodemonderzoek moeten doen naar de aardlagen en de aanwezigheid van (warm) grondwater.

Warmteanomalieën
De geothermische dieptemaat oftewel de aardlaag waar een bepaalde aardwarmte wordt aangetroffen is verschillend zoals in de alinea hierboven beschreven is. Dat betekent dat er positieve en negatieve afwijkingen kunnen zijn in de aanwezige warmte. Deze afwijkingen van de standaard noemt men ook wel warmteanomalieën. Deze afwijkingen kunnen bijvoorbeeld ontstaan door lagen met vulkanische activiteit. Denk hierbij aan de geisers op IJsland waaruit kokend heet water naar boven spuit. Dit is een voorbeeld van geothermie waarbij enorm veel heet water vrij komt. Er zijn echter meerdere locaties waar vulkanische activiteit aanwezig is en het water op een redelijk kleine diepte al kokend heet is. Deze anomalieën zijn waardevol voor geothermie. In de geothermie worden deze beschouwd als hoogenthalpie vindplaatsen.

Direct en indirect gebruik van geothermie
Hoogenthalpie vindplaatsen zijn op verschillende locaties in de wereld aanwezig. Deze locaties worden wereldwijd gebruikt als energiebronnen voor het opwekken van elektrische stroom. Dit gebeurd in een geothermiecentrale. Daarbij maakt men bijvoorbeeld gebruik van een warmte-krachtkoppeling (WKK). Dit is echter een vorm van indirect gebruik van geothermie met een hoog rendement. Men kan echter ook direct gebruik maken van geothermie. Daarbij gaat men het warme grondwater direct door een verwarmingssysteem heen pompen.

Aardbodemdaling door geothermie?
Er zijn risico’s verbonden aan het gebruik van warm grondwater. Door grondwater uit de aardbodem te pompen bestaat er een kans dat de aardbodem gaat dalen als het grondwatervolume aanzienlijk afneemt. Daarom gebruikt men bij geothermie vaak installaties waarbij ook weer afgekoeld water teruggepompt wordt in de aardbodem zodat het volume aan grondwater ongeveer gelijk blijft.

Wat is geothermie?

Geothermie is een ander woord voor aardwarmte en is tevens een verzamelnaam voor technologie waarmee warmte uit verschillende aardlagen wordt gewonnen, getransporteerd en gebruikt om gebouwen en andere voorzieningen te verwarmen. Als men het in het kader van de energietransitie heeft over geothermie dan doelt men meestal op installaties waarmee warm grondwater uit diepere aardlagen naar boven wordt gepompt. Dit warme water wordt vervolgens via verwarmingssystemen overgedragen op de omgeving die daardoor wordt verwarmt. Het water wordt bij deze warmteafgifte afgekoeld. Het afgekoelde water wordt vervolgens weer in de aardbodem gepompt via een andere buis. Daar wordt het water weer door de diepere aardlagen verwarmd en mengt het zich met het overige grondwater. Dit wordt vervolgens opgepompt. Op die manier ontstaat in feite een circulair systeem waardoor bodemdaling wordt voorkomen en er ook geen tekort ontstaat aan water.

Wat betekent geothermie?
Het woord geothermie is een samenvoeging van de Griekse woorden geo (dat vertaald wordt met ‘aarde’) en thermos (dat vertaald kan worden met ‘warmte’). Deze vertaling zorgt er voor dat geothermie letterlijk vertaald kan worden met het woord ‘aardwarmte’. Aardwarmte is een energiebron die tot de duurzame energiebronnen wordt gerekend omdat aardwarmte altijd aanwezig is en dus niet opraakt. Aardwarmte is daardoor duurzamer dan fossiele brandstoffen die overigens uit de aardbodem worden gehaald. Echter worden de fossiele brandstoffen verbrand om warmte te realiseren. Bij het verbranden komt echter CO2 vrij en andere schadelijke stoffen zoals fijnstof. Door direct warmte te transporteren zonder brandstoffen te verbranden bespaard men energie en zorgt men er tevens voor dat er geen schadelijke stoffen in het milieu terecht komen. Toch kunnen er wel gassen vanuit de aardbodem naar boven komen tijdens het winnen van warm grondwater. Daar dient men bij de installatie van een geothermische warmtepomp wel rekening mee te houden.

Wat is een energieverbruiksmanager?

Een energieverbruiksmanager is een apparaat of een applicatie (app) waarmee men op een display of digitaal op een smartphone, tablet of pc inzicht kan krijgen in het energieverbruik van een gebouw en de daarin aanwezige energieverbruikende apparaten en installaties. Met een energieverbruiksmanager kan men informatie inwinnen over het energieverbruik. Dit systeem is meestal gekoppeld aan een slimme meter of staat hiermee in contact. De meetgegevens van de slimme meter worden in de energieverbruiksmanager gevisualiseerd aan de gebruiker. De meterstanden die door de slimme meter worden geregistreerd worden vertaald in grafieken en tabellen. Dat maakt het voor mensen mogelijk om inzicht te krijgen in de momenten waarop veel of juist weinig energie wordt verbruikt in een bepaald gebouw.

Energieverbruik managen
Energieverbruiksmanagers zijn er in verschillende soorten. Zo zijn er fysieke kastjes maar er zijn ook digitale energieverbruiksmanagers zoals de eerder genoemde app of de programma’s die men kan bekijken op een tablet of op een pc. De programma’s kunnen heel uitgebreid zijn. Zo kan men in tabellen en grafieken een duidelijk beeld krijgen van het energieverbruik. Dit energieverbruik kan men dikwijls ook vergelijken met verschillende periodes die zijn geweest. Men kan het energieverbruik per dag inzichtelijk krijgen. Sommige dagen maakt men meer gebruik van bepaalde energieverslindende apparaten en dat heeft een effect op de meetresultaten die worden gemeten door de slimme meter. Deze meetgegevens worden vervolgens weer doorgestuurd naar de energieverbruiksmanager.

Op die manier kan men meer inzicht krijgen in het energieverbruik en kan met het energieverbruik ook gaan managen. Men kan dan namelijk bepalen welke apparaten veel of weinig energie verbruiken. Indien mogelijk kan men de installaties en apparaten die veel energie verbruiken gaan vervangen voor energiezuinige varianten. Op die manier kan men een woning meer klimaatneutraal of CO2 neutraal maken en bovendien besparen op de energielasten.

Slimme meter of energieverbruiksmanager?
Uit de alinea’s hiervoor komt al een beetje naar voren dat een slimme meter en een energieverbruiksmanager twee verschillende apparaten of systemen zijn. Dat is in de praktijk ook zo. Een slimme meter is altijd een fysiek meetinstrument dat dikwijls in de meterkast is geplaatst. Een slimme meter meet het gasverbruik en het elektriciteitsverbruik. Deze meetgegevens zijn in principe voldoende om aan een energieleverancier door te geven. Een slimme meter wordt ook gebruikt om te meten hoeveel energie wordt teruggeleverd op het elektriciteitsnet.

Alleen meetgegevens maken geen tendens inzichtelijk met betrekking tot het energieverbruik. Men kan dus met een slimme meter niet goed inzichtelijk krijgen in welke periode pieken en dalen in het energieverbruik zijn gemeten en welke ontwikkelingen hierin zijn geweest. Dergelijke ontwikkelingen kan men wel inzichtelijk krijgen met een energieverbruiksmanager. Een energieverbruiksmanager staat wel in contact met de slimme meter. Dat is noodzakelijk want de energieverbruiksmanager meet zelf het energieverbruik niet. Het apparaat of de app wordt alleen gebruikt voor het inzichtelijk maken van gegevens.

Wat is een slimme meter?

Een slimme meter is een digitale energiemeter waarmee kan worden bijgehouden hoeveel elektrische stroom of gas is verbruikt. De slimme meter is daardoor een nieuwe soort gasmeter en elektriciteitsmeter in één. Slimme meters zijn geschikt voor het registreren van een zogenaamd dubbeltarief. Daarnaast is een slimme meter ook uitgerust met speciale technologie waardoor deze meterstanden op een afstand kan doorsturen. Deze meters worden ook gebruikt om bij te houden hoeveel elektrische energie wordt terug geleverd op het energienet. Deze terug levering van elektrische energie vindt plaats bij woningen met zonnepanelen of andere systemen waarmee elektrische energie kan worden opgewekt.

Slimme meter is niet slim
Een slimme meter is niet slim in de letterlijke zin. Dit houdt in dat deze meters niet voorzien zijn van hoogwaardige kunstmatige intelligentie. In plaats daarvan is een slimme meter meer een meetinstrument voor de energiesector. Slimme meters zijn echter wel uitgerust met een geheugen waarmee ze het energieverbruik van een gebouw digitaal kunnen opslaan. Dit geheugen is geplaatst in de elektriciteitsmeter. In deze meter worden de elektriciteitsmeterstanden én gasmetersstanden opgeslagen. Dit betekent dat de gasmeter is verbonden met de elektriciteitsmeter.

Naast deze mogelijkheid om gegevens op te slaan is deze energiemeter ook een communicatiesysteem omdat hiermee de meterstanden automatisch naar een energieleverancier kunnen worden gestuurd. Woningeigenaren kunnen echter ook zelf hun energieverbruik doormiddel van een slimme meter in kaart brengen. Daarvoor moet men echter wel een zogenaamde slimme thermostaat met display hebben, een energieverbruiksmanager of een speciale energieverbruik-app.

Dubbeltarief
Zoals hiervoor genoemd kunnen slimme meters worden gebruikt voor de registratie van een enkeltarief en een dubbeltarief. Bij een dubbeltarief is er sprake van een piek en een dal in de tariefopname. Dit is meestal gekoppeld aan een lager tarief gedurende de nacht en een hoger tarief gedurende de dag. Het wordt ook wel een hoog-laag tarief genoemd. De energieleverancier brengt dan twee verschillende tarieven in rekening bij de energieafnemer. Een slimme meter maakt deze gegevens inzichtelijk voor de energiegebruiker en is daardoor een interessant meetinstrument.

Energie terugleveren
Het terugleveren van energie op het energienet wordt een steeds belangrijker onderwerp in de energiesector. Er worden in Nederland steeds meer energiezuinig en CO2 neutrale woningen gebouwd. Hierbij kun je denken aan het type nulwoning of een passiefhuis. Deze woningen gebruiken een groot deel van het jaar niet of nauwelijks energie en kunnen daarom in bijvoorbeeld hele zonnige periodes meer zonne-energie opwekken dan nodig is voor het energieverbruik van de woning. Dit overschot aan energie kan worden teruggeleverd aan het energienet. Niet alleen een passiefhuis of nulwoning kan een energieoverschot hebben.

Ook andere woningen en utiliteit kunnen terugleveren op het energienet. Een slimme meter is daarbij een handig instrument waarmee de teruglevering van energie inzichtelijk wordt gemaakt. Het is belangrijk dat de slimme meter goed werkt omdat energie geld kost en geld oplevert. Door gebruik te maken van een slimme meter kan de energieleverancier zien hoeveel energie daadwerkelijk is afgenomen. Daarvoor kan de energieleverancier de hoeveelheid afgenomen energie in mindering brengen op de hoeveelheid geleverde energie. In de meeste gevallen zal men meer energie afnemen dan terugleveren maar bij een nulwoning of passiefhuis is dat niet altijd het geval.

Energieverbruiksmanager
Het meten van de energieafname is slechts één aspect van energiemanagement. Iemand die echt goed inzicht wil krijgen in het energieverbruik van een gebouw of woning zal een energieverbruiksmanager moeten aanschaffen. Een energieverbruiksmanager geeft inzage in het energieverbruik. Een energieverbruiksmanager bestaat meestal uit een los kastje dat wordt aangesloten op de elektriciteitsmeter en zorgt voor meer informatie over het daadwerkelijke gebruik van gas en elektriciteit. De aansluiting van de energieverbruiksmanager kan rechtstreeks worden gedaan. Dan blijven de gegevens binnen de woning. Voor een dergelijke aansluiting kan men gebruik maken van de zogenaamde P1-poort die inde slimme meter aanwezig is.

Veel energieverbruiksmanagers werken met een softwaresysteem zoals een app. Een energieverbruiksmanager zou je daardoor kunnen rekenen tot domotica of in een bepaalde mate tot internet of things. Toch is de communicatie vanuit een energieverbruiksmanager wel eenzijdig. Men kan een energieverbruiksmanager dus niet programmeren om alle energieverbruikende installaties aan te sturen zodat meer of minder energie wordt verbruikt.

Gegevens van een slimme meter raadplegen

Slimme meters zijn een informatiebron met betrekking tot het energieverbruik van een woning of ander gebouw bijvoorbeeld utiliteit. Het is natuurlijk belangrijk dat men de meetgegevens kan uitlezen. Natuurlijk worden meetgegevens door computersystemen geregistreerd en verwerkt. De taal van computers is echter anders dan de taal van mensen. Daarom wordt gebruik gemaakt van een interface. Deze interface is meestal een display die voorzien is van een paneel met knoppen.

Door de knoppen op de interface kan een mens gegevens opvragen en als het ware communiceren met in dit geval de slimme meter. Men kan doormiddel van een stekker een display in contact brengen met de slimme meter. De display en het bijbehorende kastje is in dit geval de energieverbruiksmanager die ook in de vorige alinea werd benoemd. De energieverbruiksmanager geeft een beter inzicht in het daadwerkelijke energieverbruik van de woning. Een slimme meter kan ook draadloos gegevens doorsturen naar bijvoorbeeld een app op een smartphone of richting een energieleverancier. Uiteraard zal men wel toestemming moeten geven aan een energieleverancier voordat een dergelijke draadloze verbinding tot stand wordt gebracht.

Wat is een hybride ketel?

Een hybride ketel, een hybride HR ketel of een hybride cv-ketel is een gecombineerde verwarmingsinstallatie waarbij naast een gasgestookte ketel ook gebruik wordt gemaakt van een duurzamere en minder milieubelastende warmtebron in de vorm van een hybride warmtepomp. Over het algemeen heeft men het over een hybride warmtepomp in plaats van een hybride ketel. Net als andere producten waarbij men het woord hybride hanteert is er sprake van gecombineerd systeem waarbij een systeem aanwezig is dat werkt op fossiele brandstoffen en een ander systeem dat geen of nauwelijks CO2 uitstoot heeft. Zo bevat een hybride auto een verbrandingsmotor die op benzine werkt en een elektromotor die aangedreven wordt vanuit oplaadbare accu’s.

Hybride ketel of hybride warmtepomp
Een hybride ketel of beter gezegd een hybride warmtepomp bestaat uit een warmtepomp en een gasgestookte hoogrendementsketel (cv-ketel). De centrale verwarming haalt het benodigde warme water daardoor vanuit de warmtepomp en/of de cv-ketel. Omdat voor de werking van een cv-ketel of HR-ketel aardgas moet worden verstookt is een dergelijke verwarming belastend voor het milieu en zorgt deze voor CO2 uitstoot. Om die reden zal een hybride warmtepomp zo worden ingeregeld dat in eerste instantie de warmte wordt gehaald uit de hybride warmtepomp en in tweede instantie pas de cv-ketel in werking zal treden. In de praktijk blijkt vaak dat de cv-ketel in werking treed in koude perioden en wanneer er heet tapwater nodig is.

Hybride warmtepomp ter aanvulling op cv-ketel
Een hybride warmtepomp is een milieubewuste aanvulling op een bestaande cv-installatie. Dit maakt een hybride warmtepomp tot een interessant product voor mensen die een woning hebben met een cv-installatie en toch hun verwarmingssysteem willen verduurzamen. De bestaande centrale verwarmingsinstallatie hoeft er dan namelijk niet uit maar kan gewoon behouden worden en in gebruik blijven. De hybride warmtepomp zal echter een deel van het water voor de cv-installatie gaan verwarmen. Alleen wanneer het heel koud is zal de cv-ketel of hr-ketel worden ingeschakeld om warm water te leveren voor de cv-leidingen.

Wat is een hybride warmtepomp?

Een hybride warmtepomp is een gecombineerd verwarmingssysteem waarbij gebruik wordt gemaakt van een lucht-water warmtepomp en een ander soort verwarmingssysteem meestal in de vorm van een gasgestookte hoogrendementsketel (cv-ketel). In gebouwen waarbij men werkt met hybride verwarmingssysteem is er sprake van een samenwerking tussen een warmtepomp en een cv-ketel of hr-ketel.

Deze installaties worden gezamenlijk gebruikt voor het verwarmen van het gebouw en het verwarmen van het sanitaire water. Een hybride warmtepomp en een cv-ketel vullen elkaar aan op het gebied van verwarming. De buitentemperatuur en de gevraagde hoeveelheid warmte zijn belangrijke factoren die bepalend zijn of de warmte wordt geleverd door de warmtepomp of door de cv-ketel/ hr-ketel.

Waaruit bestaat een hybride verwarmingssysteem?
Een Hybride installatie zal bestaan uit twee verschillende verwarmingssystemen waarbij het ene systeem over het algemeen milieubelastend is en het andere systeem niet of nauwelijks milieubelastend is. Meestal is er een combinatie tussen een gasgestookte cv-ketel of gasgestookte hr-ketel in combinatie met een warmtepomp. Er zijn verschillende soorten warmtepompen
• lucht/water warmtepomp
• brine/water warmtepomp
• ventilatielucht/water warmtepomp
• water/water warmtepomp
Het hybride verwarmingssysteem kan uit twee losse verwarmingstoestellen bestaan maar er zijn ook verwarmingssystemen waarbij de verschillende soorten verwarming gecombineerd zijn en in één behuizing zijn geplaatst. Een dergelijk gecombineerd systeem wordt ook wel een hybride toestel genoemd.

De samenstelling van het verwarmingssysteem is afhankelijk van een aantal factoren waaronder het type warmtepomp. Meestal bestaat het hybride systeem uit een binnenunit waarin de warmtepomp is geplaatst en een buitenunit. Deze units worden gekoppeld aan een hr-ketel of cv-ketel en een slimme thermostaat. Als men gebruikt maakt van een hybridetoestel dan is dit meestal een toestel waarin een lucht/water warmtepomp gecombineerd is met een hr-ketel. De warmtepomp kan dan zowel binnenlucht als buitenlucht gebruiken om warmte te onttrekken.

Werking hybride warmtepomp in combinatie met een hr-ketel
Een warmtepomp werkt op elektriciteit. De elektrische stroom zorgt er voor dat de ventilator in de warmtepomp de (buiten)lucht aanzuigt het systeem in. Uit deze lucht wordt warmte gewonnen. Met behulp van een compressor wordt deze lucht op een hogere temperatuur gebracht. Deze lucht wordt afgegeven op de condensor / wisselaar. Aan de andere kant van de condensor zorgt een circulatiepomp er voor dat het water in het verwarmingssysteem wordt rondgepompt. Aan de bovenkant stroomt het water het buffervat in en onderlangs het buffervat weer uit. Dan gaat het water na afgifte van de warmte weer terug naar de condensor. Met een hybride warmtepomp kan men warm water realiseren maar geen heet water. Als heet water nodig is zal men daarvoor de cv-ketel nodig hebben. Ook wanneer men snel heel warm water nodig heeft zal de cv-ketel in werking treden. Een controller of regelunit zorgt er in combinatie met een slimme thermostaat voor dat in eerste instantie de warmte van de hybride warmtepomp zal worden gebruikt voor de verwarming.

Energie besparen met hybride warmtepomp
Een hybride warmtepomp zorgt voor energiebesparing en minder CO2 uitstoot omdat een gedeelte van de verwarming niet uit de gasgestookte cv-ketel komt maar uit de warmtepomp. Dat maakt dat het kiezen voor een hybride warmtepomp een milieubewuste keuze is. Daarnaast zorgt het systeem er ook voor dat er minder gas wordt verstookt wat weer gunstig is voor het verlagen van de maandelijkse energielasten.

Waarom een hybride verwarmingssysteem?
Men zou zich af kunnen vragen waarom men niet gewoon de cv-ketel of hr-ketel vervangt voor een warmtepomp. Dit zou natuurlijk de meest ideale situatie zijn want dan hoeft men bijvoorbeeld geen gasgestookte cv-ketel of hr-ketel te gebruiken en kan men het gebouw misschien zelfs klimaatneutraal of CO2 neutraal verwarmen.

Helaas is dit echter niet eenvoudig. De meeste woningen in Nederland zijn aangesloten op aardgas en zijn niet zo energiezuinig als een nulwoning of een passiefhuis. In plaats daarvan maken ze nog gebruik van aardgas. Deze fossiele brandstof zal bij een hybride verwarming alleen in de koude wintermaanden worden aangesproken voor de verwarming van het tapwater bijvoorbeeld. Voor de warmere dagen zal de warmtepomp de gevraagde warmte uit de omgevingslucht kunnen onttrekken, dit kan de buitenlucht zijn maar ook de binnenlucht.

De hybride warmtepomp zorgt er overigens voor dat de bestaande verwarming niet geheel vervangen hoeft te worden. In plaats daarvan is de hybride warmtepomp een ideale combinatie waarbij een bestaand verwarmingssysteem energiezuiniger en milieubewuster wordt gemaakt. Hybride warmtepompen kunnen bovendien gebruikt worden in combinatie met de standaard radiatoren die aan centrale verwarmingssystemen zijn gekoppeld. Grote technische aanpassingen zijn meestal niet nodig bij de installatie van een warmtepomp in combinatie met een reeds bestaande cv-installatie. Daardoor hoeft voor de installatie van een hybride warmtepomp meestal geen enorme bedragen te worden betaald.

Wat is klimaatcompensatie of CO2 compensatie?

Klimaatcompensatie of CO2 compensatie is het compenseren van de emissie van broeikasgassen die tijdens de productie, dienstverlening en consumptie van bedrijven kunnen ontstaan. Vrijwel alle bedrijven hebben een bepaalde afvalstroom en CO2 uitstoot. Deze uitstoot van broeikasgassen is schadelijk voor het milieu en het klimaat omdat de warmte van de zon door de deken van broeikasgassen rondom de aarde nauwelijks de dampkring kan verlaten.

Voor de opwarming van de aarde maakt het niet uit waar de broeikasgassen precies worden uitgestoten of waar deze broeikasgassen worden gecompenseerd. Daarom vindt klimaatcompensatie of CO2 compensatie vaak buiten bedrijven plaats. Doormiddel van CO2 compensatie en klimaatcompensatie kunnen bedrijven hun totale hoeveelheid van broeikasgassen in balans brengen oftewel compenseren met extra milieuvriendelijke investeringen zoals de aanleg van een groot bos.

Waarom klimaatcompensatie of CO2 compensatie?
Door nationale en internationale klimaatakkoorden ontstaan richtlijnen en verplichtingen aan bedrijven met betrekking tot hun CO2 uitstoot. Bedrijven kunnen zelfs emissierechten kopen en verkopen. Deze werkwijze is gebaseerd op het principe dat de vervuiler betaald. Toch is het laten betalen voor CO2 emissie geen duurzame oplossing. Kapitaalkrachtige bedrijven calculeren de kosten van de CO2 emissie gewoon in en veranderen hun vervuilende bedrijfsvoering nauwelijks. Daarom wordt er vanuit overheden steeds meer politieke druk uitgeoefend op bedrijven om hun processen milieuvriendelijker te maken.

Vanuit de markt komt er ook druk. Consumenten willen graag een goed gevoel aan een product en dienst overhouden en willen daarom graag producenten en diensten afnemen van maatschappelijk verantwoorde ondernemingen. Vooral nu de economie aantrekt en prijs van ondergeschikt belang wordt zullen veel mensen en bedrijf bewust kiezen voor organisaties en bedrijven die klimaatneutraal zijn.

Echter kunnen niet alle bedrijven hun bedrijfsprocessen eenvoudig milieuvriendelijker maken. In plaats daarvan kan klimaatcompensatie of CO2 compensatie een verstandige beslissing zijn. Bedrijven die kiezen voor klimaatcompensatie investeren in natuurgebieden waarin bomen voor filtering van de vervuilde atmosfeer zorgen. Hierdoor kan men het klimaat buiten de organisatie een positieve impuls geven. Het investeren in natuur is vaak eenvoudiger en sneller dan het aanpassen van complete bedrijfsprocessen.

Trias Energetica
Door de klimaatverdragen worden bedrijven en ook consumenten voortdurend gestimuleerd en zelfs gedwongen om de emissie van schadelijke stoffen te beperken, kortom de CO2 uistoot te beperken. De laatste jaren krijgen onderwerpen zoals kilmaatneutraal, energieneutraal, CO2 neutraal en klimaatbewust werken meer aandacht. Echter werd er in 1996 al door de TU Delft een driestappenplan ontwikkelt waarmee men duurzaamheid zou kunnen realiseren. Dit stappenplan heeft de naam Trias Energetica gekregen. Er worden in dit stappenplan drie stappen genoemd:
1.Probeer het gebruik van energie te beperken waardoor er ook minder schadelijke stoffen vrij kunnen komen.
2.Als men energie gebruikt moet men deze uit hernieuwbare en duurzame energiebronnen halen.
3.Wanneer men het gebruik van energiebronnen die op kunnen raken niet kan vermijden dan moet men deze energiebronnen in ieder geval zo effectief mogelijk inzetten.

Het principe van Trias Energetica wordt onder andere toegepast bij de bouw van een nulwoning of passiefhuis. Echter wordt in een nulwoning of passiefhuis de klimaatcompensatie in de woning of in de directe omgeving van de woning gerealiseerd. Zo verbruiken deze woningen in de winter vaak meer energie maar wordt dit in de zomer gecompenseerd met bijvoorbeeld een hogere opbrengst vanuit de zonne-energie.

Wat is klimaatneutraal?

Klimaatneutraal is een term die wordt gebruikt om aan te geven dat een bepaald proces, installatie, bedrijf, woning of ander object geen (negatief) effect heeft op de klimaatverandering. Het gebruik van een klimaatneutraal bouwwerk of installatie draagt niet bij aan de opwarming aan de aarde. In plaats van de benaming klimaatneutraal gebruikt men ook wel de aanduiding CO2-neutraal. Zowel CO2-neutraal als klimaatneutraal worden tegenwoordig in het kader van de energietransitie als belangrijke uitgangspunten gehanteerd bij bouwprocessen, managementprocessen en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Klimaatneutraal en CO2-neutraal
Men kiest er vaak voor om de aanduiding CO2-neutraal te gebruiken omdat de klimaatverandering gekoppeld is aan de emissie van CO2. De uitstoot van CO2 zorgt er namelijk voor dat het broeikaseffect wordt vergroot. Het effect van CO2 op het broeikaseffect kan eenvoudig worden benoemd. Het zonlicht dat door de dampkring de aarde verwarmd wordt gedeeltelijk door de aarde teruggekaatst. De deken van broeikasgassen zorgt er echter voor dat een deel van deze warmte de atmosfeer niet meer kan verlaten. Daardoor wordt de aarde opgewarmd. Wanneer men echter de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen wil gaan beperken zal men klimaatneutraal moeten bouwen en klimaatneutraal moeten leven.

Passiefhuis of nulwoning
De meeste gebouwen en bedrijven verbruiken energie. Het energieverbruik ligt meestal een bepaalde periode van het jaar hoger dan de opbrengst die het desbetreffende bouwwerk op dat moment heeft. Denk bijvoorbeeld aan de winterperiode waarin vaak meer elektriciteit wordt verbruikt voor verlichting en meer verwarmingsbronnen worden aangewend om het gebouw te verwarmen. Ook bij een passiefhuis of nulwoning is er vaak sprake van periodes waarin meer energie wordt gebruikt. Een passiefwoning of nulwoning is vaak in de praktijk klimaatneutraal of CO2-neutraal omdat deze woningen op andere momenten juist meer energie opwekken dan de energiebehoefte van de nulwoning of passiefwoning vereist. In dat geval is er sprake van een energieoverschot dat teruggeleverd kan worden op het energienetwerk.

Klimaatcompensatie en CO2 compensatie
Men kan echter ook CO2 emissie compenseren zodat men toch CO2 neutraal of klimaatneutraal kan worden en werken. Bedrijven kunnen in de praktijk vaak CO2 emissie compenseren. Bedrijven die niet in staat zijn om een grote hoeveelheid CO2 emissie terug te dringen proberen doormiddel van klimaatcompensatie toch zoveel mogelijk klimaatneutraal te worden. In dat geval wordt een bepaalde hoeveelheid CO2 emissie voorkomen op een andere locatie buiten het bedrijf. Zo kunnen bedrijven bijvoorbeeld investeren in de aanleg van een groot natuurgebied waardoor ze (een deel) van hun CO2 emissie kunnen compenseren. Dit is CO2-compensatie en omdat de opwarming van de aarde hiermee in een bepaalde mate wordt beperkt spreekt men ook wel van klimaatcompensatie. De klimaatcompensatie kan er voor zorgen dat bedrijven vrij snel hun CO2 emissie kunnen reduceren terwijl bedrijven doormiddel van het technisch aanpassen van hun energievoorziening en hun uitstoot meestal meer geld en tijd kwijt zijn.

Trias Energetica
Overigens zijn niet alle vormen van klimaatcompensatie aan elkaar gelijk. In 1996 is door TU Delft een driestappenplan ontwikkelt om tot duurzaamheid te komen. Dit stappenplan is te gebruiken voor door bedrijven, overheden en woningen. In het laatste geval zou men de Trias Energetica kunnen gebruiken om een passiefhuis of een nulwoning te bouwen. In het kader van Trias Energetica zouden drie stappen moeten worden genomen:

  1. Gebruik zo weinig mogelijk energie waardoor de emissie van schadelijke stoffen beperkt wordt.
  2. Gebruik energie uit hernieuwbare energiebronnen. Hierbij kun je denken aan zonne-energie, aardwarmte of windenergie.
  3. Gebruik energie van bronnen die op kunnen raken zoals, aardolie, aardgas en kolen zo efficiënt mogelijk.

Wanneer men bij de bouw van bijvoorbeeld een passiefwoning of nulwoning deze principes hanteert kan men een klimaatneutraal bouwwerk realiseren.  

Klimaatneutraal op de markt
Milieubewust en maatschappelijk verantwoord ondernemen krijgen steeds meer aandacht op de markt. Er zijn energielabels en keurmerken die duidelijk maken of een woning of machine klimaatneutraal of juist niet. Een voorbeeld hiervan is ook het certificaat dat wordt verstrekt voor een passiefhuis. Klimaatneutrale producten hebben een aantrekkingskracht voor bedrijven en consumenten. Daardoor zijn in de loop der jaren verschillende producten en diensten ontstaan waar klimaatneutraal bij aan de orde komt. Zo zijn er tegenwoordig:

  • klimaatneutrale producten (bijvoorbeeld boeken)
  • klimaatneutrale verplakkingsmaterialen
  • klimaatneutrale diensten
  • klimaatneutraal gebouw (zoals een nulwoning of passiefhuis)
  • klimaatneutrale organisatie (bijvoorbeeld een bedrijf of overheidsinstelling)
  • klimaatneutraal grondgebied (bijvoorbeeld een gemeente of regio)

Energiebesparing

Energiebesparing is het totaal van maatregelen waarmee het verbruik van energie uit energiebronnen wordt gereduceerd. Het hoeft hierbij niet beslist te gaan over het verminderen van het gebruik van energie uit (fossiele) brandstoffen. Energiebesparing is namelijk veel breder en omvat ook energiebesparende maatregelen waarbij er gebruik wordt gemaakt van duurzame, hernieuwbare energiebronnen zoals elektrische energie die wordt gewonnen uit zonnecellen in zonnepanelen of elektrische energie die is opgewekt uit windturbines.

Efficiënter omgaan met energie
Het besparen van energie kan voornamelijk worden gerealiseerd door energie effectiever te gebruiken en het rendement van energiebronnen te verhogen. Dit houdt in feite in dat men minder energie gaat gebruiken om dezelfde arbeid te verrichten. Als men efficiënter met energie omgaat zorgt dit er ook voor dat er meer met dezelfde hoeveelheid energie kan worden gedaan. Tegenwoordig hebben door energiebesparende maatregelen meerdere woningen voldoende aan een bepaalde hoeveelheid elektrische energie terwijl men met dezelfde hoeveelheid energie vroeger slechts één woning van voldoende elektrische energie kon voorzien.

Dit zorgt er ook voor dat energiebesparing voor een deel de energievraag compenseert die ontstaat door de bevolkingsgroei. Dat zorgt er vervolgens voor dat er ondanks een bevolkingsgroei nauwelijks meer vraag ontstaat naar energie. Meer mensen kunnen met dezelfde hoeveelheid energie in hun energiebehoefte worden voorzien. Efficiënter omgaan met energie zorgt er daardoor ook voor dat er geen of minder elektriciteitscentrales hoeven te worden en/of minder energie uit het buitenland moet worden geïmporteerd. Deze twee methoden om aan energie te komen staan beide ter discussie. Zo zorgt een toename in het aantal kolencentrales er voor dat er meer CO2 wordt uitgestoten en het importeren van energie uit het buitenland maakt een land als Nederland economisch en politiek afhankelijk van andere landen. Het besparen van energie voorkomt deze problemen grotendeels daarom is energiebesparing zo belangrijk.

Redenen voor energiebesparing
Hiervoor zijn al een aantal redenen genoemd voor het besparen van energie. Er zijn in de praktijk verschillende redenen die er voor zorgen dat overheden, bedrijven en burgers minder energie gaan gebruiken. We noemen een aantal belangrijke voorbeelden:

  • Bepaalde energiebronnen raken op zoals fossiele brandstoffen.
  • Het winnen en verbruiken van bepaalde energiebronnen heeft een schadelijk effect op de gezondheid. Denk hierbij aan de emissie van CO2 en andere schadelijke stoffen in de atmosfeer. Daardoor ontstaat niet alleen luchtvervuiling maar ook een broeikaseffect waardoor opwarming van de aarde ontstaat. Ook kan het winnen van energie geluidshinder veroorzaken.
  • Door het winnen van kolen en aardolie wordt ook de natuur schade toegebracht. Het delven van energiebronnen uit de aardbodem zorgt er voor dat landschappen veranderen en zorgt er bovendien voor dat er een verhoogd risico ontstaat op een natuurramp. Denk hierbij aan boorplatformen en olietankers die olie kunnen lekken op zee. Deze risico’s ontstaan dus nog voordat er daadwerkelijk energie wordt verbruikt. Overigens wordt bij het winnen van fossiele energie ook energie verbruikt. Denk hierbij aan het energieverbruik van boorinstallaties. Ook voor het transport van fossiele energiebronnen over land en over zee wordt energie verbruikt.
  • Energie en het winnen van energie kost geld en arbeid. Hoe meer energie verbruikt wordt hoe meer geld geïnvesteerd moet worden in het winnen van energie. Ook het opslaan van fossiele brandstoffen kost geld. Het transporteren van deze brandstoffen kost eveneens geld en tijd. Ook elektrische energie kost geld. Ook wanneer deze energie duurzaam gewonnen kan worden uit windkracht, waterkracht en zonlicht.

Energiebesparing heeft een positief effect op bovenstaande punten. Als men energie bespaard hoeft men minder energie te winnen en kan de schade aan het milieu worden beperkt. Ook zal de emissie van CO2 en andere schadelijke stoffen omlaag gaan. Verder zorgt energiebesparing er voor dat er minder geld hoeft geïnvesteerd te worden in het winnen, transporteren en opslaan van energie en energiebronnen. Verder zorgt een reductie in de vraag naar energie er voor dat men ook flexibeler is in de keuze voor de meest gewenste energiebronnen. Bij een grote vraag naar energie zullen bijvoorbeeld kolencentrales noodzakelijker zijn dan wanneer de vraag naar energie afneemt.

Energietransitie
De energietransitie speelt echter ook een rol als men het heeft over de herkomst van energie. Naast energiebesparing zal men in het kader van de energietransitie ook steeds vaker keuzes moeten maken tussen de energiebronnen. Er zal minder energie moeten gewonnen uit fossiele brandstoffen zoals bruinkool, steenkool, aardolie en aardgas. De energiewaarden van deze fossiele brandstoffen is bovendien ook nog eens verschillend. Zo is er bijvoorbeeld laagcalorisch aardgas en hoogcalorisch aardgas. Energietransitie draait voor een groot deel om het afscheid nemen van de hiervoor genoemde energiebronnen en de omschakeling (transitie) naar duurzame energiebronnen zoals:

  • Aardwarmte
  • Zonne-energie
  • Windenergie
  • Energie uit waterkracht
  • Bio-energie

De hiervoor genoemde energiebronnen zullen een steeds groter aandeel krijgen in de energievoorziening van landen die zich hebben gecommitteerd aan internationale klimaatverdragen. Het voldoen aan de richtlijnen die zijn weergegeven in deze klimaatverdragen heeft vooral te maken met het beperken van de CO2 uitstoot. Juist de uitstoot van CO2 wordt tegengegaan omdat dit broeikasgas één belangrijke veroorzaker is van het broeikaseffect. Door hernieuwbare energiebronnen te gebruiken wordt de CO2 emissie beperkt maar door energiebesparing wordt ook automatisch de CO2 emissie gereduceerd. De ideale combinatie is dus een energietransitie in combinatie met energiebesparing.

Passiefhuis, nulwoning en energiebesparing
Dit is ook het geval bij de zogenaamde nulwoning en bij een passiefhuis. Een passiefhuis zal een groot deel van het jaar niet actief verwarmt hoeven te worden door energieverbruikende installaties maar kan passief worden verwarmd door bijvoorbeeld zonlicht. Een nulwoning is een woning die op jaarbasis de perfecte energiebalands heeft tussen het opwekken van energie en het energieverbruik van de woning zelf. Tegenwoordig hoor je steeds vaker dat bouwprojecten nulwoningen realiseren of dat men kiest voor de bouw van een passiefhuis. Een passiefhuis en een nulwoning is in feite de op dit moment meest perfecte vorm van energiebesparing.

Wat is een passiefhuis?

Een passiefhuis is een woning die energiezuinig is en daarmee voldoet aan de eisen die zijn weergegeven in het passiefhuis-certificaat. Zowel in Nederland als in België kent men het begrip passiefhuis. In Nederland verbruikt een passiefhuis vier keer minder energie dan een gemiddelde nieuwbouwwoning die in 2011 is gebouwd. Daarnaast stoot een passief huis 54% minder CO2 uit dan een nieuwbouwwoning.

Passiefhuizen en klimaatneutraal wonen
Door de ontwikkeling van passiefhuizen zetten overheden en bewoners een belangrijke stap in de richting van de verduurzaming van het woningaanbod. Ook het behalen van de doelstellingen in wereldwijde en landelijke klimaatakkoorden wordt realistischer wanneer er meer passiefwoningen worden gebouwd. Als men nagaat dat ongeveer dertig procent van de menselijke CO2-emissie in West-Europa en Midden-Europa ontstaat bij het gebruiken van woningen en utiliteit. Veel overheden willen uiteindelijk energieneutraal en klimaatneutraal wonen realiseren maar dat is helaas niet altijd mogelijk. Passiefhuizen zorgen er echter wel voor dat ambities binnen bereik komen.

Ontstaan passiefhuizen
Hoewel men na het jaar 2000 de term passiefhuizen steeds vaker is gaan gebruiken is de term passiefhuis eigenlijk al veel ouder. In de jaren zeventig van vorige eeuw heeft de Zweedse professor Bo Adamson de principes al in kaart gebracht voor een passiefhuis. In 1996 had de Duitse professor Wolfgang Feist het  de Passiv Haus Institut in Darmstadt opgericht. Vanuit dit instituut werd het certificaat met de naam passiefhuis uitgebracht. 

Verder heeft het Passiv Haus Institut ook een rekenprogramma ontwikkeld waarmee men kan toetsen in welke mate een woning voldoet aan het certificaat passiefhuis. Dit rekenprogramma is het PassiefHuis ProjecteringsPakket (PHPP). Hoewel men zou denken dat een passiefhuiscertificaat alleen bedoelt is voor woningen wordt het certificaat in de praktijk ook verstrekt aan utiliteitscomplexen zoals kantoren, zorginstellingen, scholen en ziekenhuizen. Als deze gebouwen kunnen in de praktijk het Passiefhuis-certificaat krijgen als ze aan de kenmerken van een passiefhuis voldoen.

Wat is energieneutraal?

Energieneutraal is de balans tussen het energieverbruik en de energieproductie van een gebouw. Deze korte definitie over energieneutraal heeft Pieter Geertsma van de website Technischwerken.nl geformuleerd. Er wordt veel geschreven over onderwerpen die te maken hebben met de verduurzaming van woningen en andere gebouwen. Daarbij komen regelmatig nieuwe populaire termen in teksten naar voren. Denk hierbij aan CO2 neutraal, energietransitie, klimaatneutraal en ook de term energieneutraal hoort in dit rijtje thuis. Gebouwen zijn in feite pas energieneutraal als er op jaarbasis netto geen energietoevoer nodig is van energiebronnen buiten de woning. Zo kan een energieneutrale woning wel elektriciteit afnemen van een energieleverancier maar zal deze woning ook zelf elektrische energie opwekken door bijvoorbeeld de installatie van zonnepanelen. Ook op dit gebied moet er sprake zijn van een balans om energieneutraal te zijn.

Omschrijving energieneutraal
In de definitie in de eerste alinea van deze tekst wordt duidelijk dat men bij energieneutraliteit kijkt naar de balans tussen het verbruik van energie en de hoeveelheid energie die wordt opgewekt. Wanneer een object installaties bevat ten behoeve van, verwarming, verlichting en voorzieningen dan zal het object energie verbruiken. Dit totale energieverbruik is afhankelijk van verschillende factoren. Zo kan men er voor kiezen om LED verlichting te gebruiken zodat er minder energie wordt verbruikt om het gebouw te verlichten.

Verder kan men een gebouw isoleren zodat er minder warmte verloren gaat. Ook kan men het rendement van verwarmingsinstallaties verhogen door gebruik te maken van warmtekrachtkoppelingen en andere systemen. Dit heeft allemaal invloed op het energieverbruik. Om te beoordelen of een complex energieneutraal is zal men ook moeten kijken naar de hoeveelheid energie die wordt opgewekt. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren doormiddel van zonnepanelen waarmee elektrische energie wordt opgewekt. Verder kan men voor de verwarming gebruik maken van pelletkachels en pelletketels die worden gestookt op biomassa.

Ook kan voor de klimaatbeheersing gebruik worden gemaakt van warmtepompen en warmte en koude opslag om de woning te koelen of te verwarmen. Deze systemen hebben te maken met het zelfstandig opwekken van energie. Echter kunnen utiliteitscomplexen en woningen ook aangesloten zijn op collectieve systemen voor het opwekken van energie zoals een zonneveld, windturbines, biogasinstallaties en stadsverwarming. Als er gebruik wordt gemaakt van stadsverwarming, blokverwarming en collectieve lokale energievoorzieningen dan spreekt men echter van een energieneutraal gebied of blok in plaats van een energieneutraal gebouw.

CO2 neutraal
Energieneutraal en CO2 neutraal worden in de praktijk vaak door elkaar heen gebruikt. Toch zijn deze termen geen synoniemen van elkaar en hebben ze dus niet dezelfde betekenis. Bij energieneutraal kijkt men namelijk naar het hoeveelheid energie die wordt opgewekt en verbruikt. Bij CO2 neutraal kijkt men naar de hoeveelheid CO2 die wordt uitgestoten. In theorie zou men bij een energieneutrale woning gebruik kunnen maken van een houtkachel, pelletkachel of pelletketel die wel degelijk CO2 uitstoot. Bij een CO2 neutrale woning zal men echter de focus leggen op de herkomst van de energie en de hoeveelheid CO2 die daar bij vrijkomt. Een houtkachel is dan niet een gewenste optie voor het verwarmen van een woning maar aardwarmte is wel geschikt.

Energieneutraal, CO2 neutraal en andere begrippen
Energieneutraal werd in de eerste alinea van deze tekst doormiddel van een definitie omschreven. Dat is niet voor niets want er zijn in de praktijk verschillende definities en manieren waarop de begrippen die met verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen worden uitgelegd. Dat zorgt voor verwarring. Er zijn ook mensen en organisaties die energieneutraal wonen koppelen aan duurzame energiebronnen waardoor energieneutraal lijkt op CO2 neutraal. Een woning is in die denkwijze energieneutraal wanneer de woning uitsluitend energie verbruikt uit hernieuwbare energiebronnen zoals zonlicht, windkracht en aardwarmte. Dit zijn energiebronnen waarbij geen CO2 emissie vrijkomt.

Energietransitie
Energietransitie is ook een begrip dat steeds meer wordt genoemd. Bij energietransitie heeft met het over de omschakeling van vervuilende, dikwijls fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen. Deze duurzame energiebronnen zijn dezelfde als de hernieuwbare energiebronnen die eerder zijn genoemd. Zonlicht, windkracht, aardwarmte zijn slechts een paar voorbeelden van hernieuwbare of duurzame energiebronnen. Ook waterkracht is een hernieuwbare energiebron. Hierbij maakt men gebruik van een groot rad waarvan de schoepen doormiddel van waterdruk in beweging worden gebracht.

Energietransitie zal tot 2030 en daarna investeringen vereisen

De Nederlandse energietransitie zal de komende jaren nogal wat geld kosten. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gaat uit van een investering van 5 tot 6 miljard euro. Dat geld zal geïnvesteerd moeten worden om de energietransitie en andere klimaatbesparende maatregelen door te voeren in Nederland. Gemiddeld zou de energietransitie en alle maatregelen die daarmee verband houden volgens het PBL een kostenpost van 50 tot 60 euro per maand in 2030 met zich meebrengen. Dit komt naar voren uit berekeningen die het Planbureau voor de Leefomgeving heeft gemakt.

Kosten energietransitie lopen op
De berekeningen heeft het PBL gemaakt in opdracht van de NOS. De NOS wil graag weten wat de financiële gevolgen zijn van de klimaatmaatregelen die de overheid heeft genomen. In het jaar 2030 zou Nederland tussen de 5 en 6 miljard euro extra uitgeven aan klimaatmaatregelen. Dit bedrag houdt verband met de klimaatdoelstellingen van het kabinet. Dit kabinet wil in 2030 de helft minder CO2 uitstoten dan nu het geval is. Toch is Nederland na 2030 niet klaar met de energietransitie. Waarschijnlijk zal Nederland ook na dit jaar kosten moeten maken voor de energietransitie. Deze kosten zullen naar verwachting ook nog verder oplopen. Dit geeft ook Robert Koelemeijer van het PBL aan tegen de NOS. “Pas als we de hele energietransitie hebben gehad, en bijvoorbeeld alle woningen zijn geïsoleerd en alle windparken op zee gebouwd, dan zullen de kosten wel weer gaan dalen.”

Problemen energietransitie
Het is natuurlijk logisch dat de energietransitie geld zal kosten. De huidige energievoorziening is afhankelijk van aardgas (laagcalorisch aardgas) en van kolencentrales die als elektriciteitscentrales dienst doen. Deze energievoorziening is decennia oud en kan niet binnen een paar jaar eenvoudig worden vervangen door een verduurzaamde energievoorziening die gebaseerd is op hernieuwbare energiebronnen zoals zonlicht en windkracht.

Er zijn windmolenparken nodig die voorzien zijn van windturbines ook zijn er warmtepompen, warmte- en koude opslag, stadswarmte en andere voorzieningen nodig om woningen en gebouwen te verwarmen. Dit alles kost geld en daarnaast ook de nodige denkkracht. Het is namelijk niet eenvoudig om over te schakelen op duurzame energie zonder dat men de kans loopt dan men tijdens de energietransitie in de problemen komt door black-outs die kunnen ontstaan als er te weinig elektrische energie wordt opgewekt ten opzichte van de vraag naar elektrische energie vanuit huishoudens en bedrijven.

Energietransitie is een kwestie van moeten
Toch is niets doen ook geen optie. Als men geen energietransitie laat plaatsvinden en geen investeringen doet op dit gebied dan zal het Groningse aardgas opraken en zal Nederland afhankelijk worden van het hoogcalorische aardgas vanuit het buitenland. Dat maakt Nederland ook politiek afhankelijk en dat is geen prettige situatie. Verder zal de aarde verder opwarmen door de broeikasgassen wanneer er geen energietransitie zal worden doorgevoerd. Dat laatste is een nog veel groter probleem. Bovendien neemt ook de voorraad fossiele brandstof af wereldwijd. Dat maakt dat er vroeg of laat een punt komt dat de mensheid te weinig olie en aardgas uit de bodem haalt om zichzelf te kunnen verwarmen en andere toepassingen te realiseren die gebaseerd zijn op fossiele brandstoffen.

 

Energietransitie kost ongeveer 5 miljard vanaf 2017 tot 2030

Nederland is nog voor een groot deel afhankelijk van (Gronings) aardgas als belangrijkste warmtebron. Het Groningse aardgas is echter laagcalorisch aardgas en de installatie die daarop aangesloten zijn kunnen niet zomaar worden omgezet naar het gebruik en verbruik van buitenlands hoogcalorisch aardgas. In Groningen gaat de gaskraan echter steeds verder dicht en dat zorgt er voor dat men langzaam maar zeker de conclusie trekt dat er een energietransitie moet plaatsvinden van aardgas naar een andere verwarmingsbron zoals stadsverwarming, blokverwarming of het gebruik van aardwarmte.

Elektriciteit en energietransitie
Ook op het gebied van elektriciteit moet een energietransitie plaatvinden en zal men afscheid moeten nemen van kolencentrales en gascentrales die verhoudingsgewijs veen CO2 uitstoten. In plaats daarvan moeten windmolenparken en zonnepanelen elektriciteit opwekken uit windkracht en zonlicht. Op dit moment zijn deze voorzieningen onvoldoende aanwezig om in de energiebehoefte van Nederlandse huishoudens en bedrijven te voorzien. De regering heeft daarom een regeringsbeleid geformuleerd met een duidelijke focus op energietransitie en energiebesparing. Dit brengt echter wel kosten met zich mee.

Kosten Nederlandse klimaatbeleid
Het zogenaamde klimaatbeleid van Nederland is gericht op het verduurzamen van de energievoorziening en het reduceren van de CO2 emissie. Zo wil het kabinet dat in 2030 de helft minder CO2 wordt uitgestoten in Nederland. Er vloeien echter kosten voort uit dit regeringsbeleid. Het spreekt voor zich dat he afbouwen van de fossiele energieopwekking en het tevens opbouwen van een duurzame energievoorziening veel investeringen vereist. Er zullen windmolenparken aangelegd moeten worden op zee. Daarnaast zullen ook apparaten zuiniger moeten worden gemaakt en zullen ook woningen en gebouwen energiezuiniger moeten worden.

Dat gaat vaak ook gepaard met woningautomatisering, domotica en gebouwbeheersystemen. Ook productieprocessen in de chemie zullen meer lean moeten worden zodat er bespaard wordt op afval en emissie. Lean management en maatschappelijk verantwoord ondernemen staan al bij veel bedrijven centraal in de bedrijfsvoering echter zullen ook veel gezinnen en huishoudens maatschappelijk verantwoord moeten omgaan met energie en afval. Nederland zal volgens het Planbureau voor de Leefomgeving in 2030 ongeveer tussen de 5 en 6 miljard euro extra uitgeven aan klimaatmaatregelen.

Wat kost energietransitie maandelijks in 2030?

Energietransitie is het omschakelen van vervuilende energiebronnen naar duurzame energiebronnen. Dit houdt in dat er afscheid genomen moet worden van fossiele brandstoffen zoals aardolie, steenkolen, aardgas en bruinkool. De energietransitie van deze vervuilende brandstoffen naar minder vervuilende brandstoffen brengt echter kosten met zich mee. Ook het besparen van energie door bijvoorbeeld gebouwen te isoleren en het rendement van energiebronnen te verhogen kost geld. Uiteraard zorgen energiebesparende maatregelen ook voor een kostenbesparing maar daar gaat in de praktijk meestal een investering aan vooraf.

Kosten energietransitie
Het is niet eenvoudig om een duidelijke raming te maken van de kosten die verbonden zijn aan de energietransitie. Dat komt omdat er veel verschillende kosten zijn en verschillende technische mogelijkheden gerealiseerd kunnen worden om de energietransitie plaats te laten vinden. De overheid noemt de maatregelen met betrekking tot de energietransitie ook wel klimaatmaatregelen omdat de transitie van energie uiteindelijk het klimaat moeten bevorderen op aarde. Dat wil eigenlijk zeggen dat de opwarming van de aarde moet worden beperkt door de CO2 uitstoot te reduceren. De klimaatmaatregelen vereisten echter ook geld en dat moet voor een deel van de burgers komen.

Kosten energietransitie per huishouden
In 2030 zullen de huishoudens in Nederland maandelijks gemiddeld tussen de 50 en 60 euro meer kwijt zijn aan energie dan nu. Dit heeft het Planbureau voor de Leefomgeving berekend op basis van een verzoek van de NOS. Het Planbureau voor de Leefomgeving geeft aan dat de hoogte van deze raming kan veranderen wanneer de politiek er bijvoorbeeld voor kiest om bedrijven zwaarder te belasten voor het verbruik van energie als nu het geval is. Daarnaast kunnen ook andere keuzes worden gemaakt door bijvoorbeeld de rijkere mensen meer te laten betalen voor de energie dan de armere mensen.