Wat is getijdenstroomgenerator of een tidal stream generator?

Een getijden stroomgenerator is een machine die wordt gebruikt om energie op te wekken uit bewegende watermassa’s waaronder de waterverplaatsing tussen eb en vloed. Een getijdenstroomgenerator is in feite een soort propeller die in beweging gebracht wordt door de druk van stromend water. Dit stromend water hoeft overigens niet beslist door eb en vloed te worden veroorzaakt wat de naam tidal energy converter (TEC) eigenlijk doet vermoeden. In feite kan deze stroomgenerator ook worden geplaatst in een rivier of andere situatie waar veel watermassa in beweging is. Hieronder is in een aantal alinea’s meer informatie weergegeven over getijdenenergie en de manier waarop deze energie kan worden opgewekt.

Getijdenstroom of getijdenenergie
De waterkrachtcentrales die worden gebruikt om energie op te wekken uit stromend water vanuit stuwmeren zijn al een oude beproefde methode om elektrische energie op te wekken uit stromend water. Het opwekken van elektrische uit getijden oftewel eb en vloed is echter vrij nieuw. In het Engels wordt dit ook wel tidal stream genoemd wat in het Nederlands vertaald kan worden met getijdenstroom of getijdenenergie. Kenmerkend voor deze manier van duurzame energie opwekken is dat de waterdruk iets in beweging brengt. Waterdruk is kracht en kracht is energie. Men kan energie omzetten in andere vormen van energie als men daarvoor de juiste werktuigen gebruikt. Een bekend werktuig hiervoor is de turbine. Er zijn verschillende soorten turbines zoals de stoomturbine die in kolencentrales aanwezig is en de windturbines die in de praktijk vaak windmolens worden genoemd.

Getijdenstroom opwekken
In feite is het opwekken van getijdenstroom vergelijkbaar met het opwekken van windenergie. Bij het opwekken van getijdenstroom wordt ook gebruik gemaakt van propellers en rotorbladen die in beweging worden gebracht. Alleen wordt deze beweging door waterdruk veroorzaakt in plaats van door windkracht. Getijdenstroomgenerators of getijdenstroomturbines kunnen net als windmolens op de bodem van de zee worden geplaatst alleen komende propellers dan als het goed is niet boven het water uit terwijl windmolens juist wel in de wind worden geplaatst boven het wateroppervlak. Een andere vorm is het bevestigen van een turbine met propeller aan een kabel. Een voorbeeld hiervan is een TidalKite.

TidalKite

Als je getijdenenergie opwekt met behulp van een turbine aan een kabel heb je als het ware een getijdenvlieger. Deze vlieger gaat met de stroom van eb en vloed mee en kan daardoor bij opgaand en afgaand water stroom opwekken. Omdat de getijdenvlieger aan een kabel vast zit zal deze niet boven het water uitkomen en altijd onder het watervlak blijven als de kabel op de juiste plaats verankerd is aan de zeebodem. Een voorbeeld van dit principe is de TidalKite. Deze getijdenvlieger wordt getest vanaf medio 2018 in het water van de Friese Waddenzee. Vanaf de TidalKite loopt er een stroomkabel naar de vaste wal waardoor elektrische stroom naar de wal kan worden getransporteerd. Op die manier kan men aan de wal gebruik maken van de elektrische energie die door de TidalKite is opgewekt.

Getijdenenergie als alternatief voor windenergie
Energie die opgewekt wordt uit eb en vloed zou in de toekomst een groter aandeel kunnen krijgen in de hernieuwbare energievoorziening van Nederland. Een belangrijk voordeel van getijdenstroom en getijdenenergie is dat deze stroming altijd aanwezig is waardoor er sprake is van een vrij constante energieopbrengst. Een ander voordeel is het feit dat deze energievoorziening in tegenstelling tot windturbines vrijwel geheel aan het oog onttrokken wordt waardoor er geen sprake is van horizonvervuiling. Deze steekhoudende argumenten en voordelen kunnen er voor zorgen dat er in de toekomst steeds vaker getijdenstroomgeneratoren worden geplaatst in de zeeën rondom ons.

Wat is een installatieautomaat?

Een installatieautomaat is een beveiligingssysteem voor elektrische bedrading tegen beschadiging die kan ontstaan door te hoge elektrische stromen ten gevolge van overbelasting of kortsluiting. Een installatieautomaat wordt ook wel een zekeringsautomaat genoemd of maximumschakelaar. Als te hoge elektrische stromen worden gemeten zal het elektrische circuit door de installatieautomaat worden onderbroken. Op die manier wordt niet alleen de installatie beschermd maar worden ook de bewoners en gebruikers van het gebouw beschermd tegen calamiteiten die ontstaan door kortsluiting zoals brand.

Hoe werkt een installatieautomaat?
Wanneer er sprake is van overbelasting of kortsluiting zal de installatieautomaat het elektrische circuit onderbreken. De manier waarop de installatieautomaat in werking treed verschilt echter. Als er sprake is van een hoge stroomstoot die bijvoorbeeld ontstaat bij kortsluiting dan zal de installatieautomaat via een elektromagneet in werking treden en de elektrische spanning op het elektriciteitsnet uitschakelen. Als er sprake is van een overbelasting van een bepaalde groep dan vindt uitschakeling via de installatieautomaat plaats doormiddel van een bimetaal. Het grote voordeel van een installatieautomaat ten opzichte van de klassieke porseleinen smeltpatronen is dat schakelaar van de installatieautomaat weer eenvoudig omgezet kan worden als de oorzaak van het probleem is opgelost.

Waar is de installatieautomaat te vinden?
Een installatieautomaat is geplaatst in een groepenkast of meterkast van woningen. Samen met de aardlekschakelaar vormt de installatieautomaat de kern van de beveiliging van de elektrotechnische installatie. De meeste installatieautomaten die tegenwoordig worden aangebracht zijn voor vaste montage. De elektromonteur bevestigd de installatieautomaat aan de achterwand van de installatiekast. Dit gebeurd in de praktijk vaak door middel van een DIN rail. Deze vaste installatieautomaten worden ook wel sockelautomaten genoemd.

Verschillende soorten installatieautomaten
Installatieautomaten zijn er in verschillende varianten. Hieronder volgt een opsomming van de meest gebruikte en de meest bekende installatieautomaten:

  • 1P+N-automaat is eenpolig met afschakelbare nulleider die alleen in de fasepool een set overstroombeveiligingen bevat. De 1P+N-automaat is één van de meest toegepaste installatieautomaten in woningen
  •  2P-automaat. De aanduiding 2P maakt duidelijk dat het om een tweepolige automaat gaat. Elke pool bevat een set overstroombeveiligingen.
  • 3P-automaat. Deze installatieautomaat bevat drie polen met drie sets overstroombeveiligingen.
  • 3P+N-automaat. Deze bevat net als de 3P-automaat drie sets overstroombeveiligingen. Daarnaast bevat de 3P+N-automaat een afschakelbare nulleider.

Deze installatieautomaten hebben verschillende uitschakelkarakteristieken. Deze worden in de volgende alinea nader toegelicht.

Uitschakelkarakteristieken van installatieautomaten
De uitschakelkarakteristieken zijn aangepast aan de specifieke kenmerken van een bepaalde elektrische installatie. Zo moeten sommige installatieautomaten juist wel of juist niet in werking treden bij een piekstroom van een bepaalde hoogte. De uitschakelkarakteristieken hebben allemaal een letter. Hieronder zijn de uitschakelkarakteristieken puntsgewijs genoteerd:

  • B-karakteristiek. Dit is de meest toegepaste automaat bij huisinstallaties.
  • C-karakteristiek. Deze installatieautomaten worden gebruikt bij wat grotere (in)schakelstromen zoals motoren.
  • D-karakteristiek. Installatieautomaten met een D-karakteristiek worden voor bijvoorbeeld transformatoren gebruikt.
  • Overige uitschakelkarakteristieken. Met name voor industriële toepassingen zijn er nog andere uitschakelkarakteristieken dan de hiervoor genoemde. Deze uitschakelkarakteristieken worden speciaal voor de beveiliging van bijvoorbeeld installaties met halfgeleiders aangebracht.

Wat is een aardlekautomaat?

Een aardlekautomaat is een elektrotechnisch beveiligingssysteem waarmee een elektrische installatie wordt beveiligd tegen een hoge lekstroom, kortsluiting en overbelasting van het elektriciteitsnet. Een aardlekautomaat wordt ook wel afgekort met alamat. Net als een aardlekschakelaar behoort ook de aardlekautomaat tot de beveiliging van een elektriciteitsnet. Er bestaan overeenkomsten tussen aardlekautomaten en aardlekschakelaars maar ook verschillen.

Aardlekautomaat of aardlekschakelaar
De aardlekautomaat is niet exact hetzelfde als een aardlekschakelaar omdat de aardlekautomaat naast een aardlekschakelaar ook een zekeringsautomaat of installatieautomaat bevat. Daardoor is de aardlekautomaat een beveiliging die niet alleen reageert op lekstroom maar ook op overstroom die ontstaat door overbelasting. Daarnaast reageert de aardlekautomaat op kortsluiting. Als men een aardlekschakelaar heeft geplaatst zal men ook een zekeringautomaat of installatieautomaat moeten aanbrengen in de meterkast of groepenkast. De aardlekautomaat bevat deze beveiligingen in één compacte behuizing.

Voordeel van een aardlekautomaat
Een aardlekautomaat heeft voordelen en nadelen ten opzichte van een systeem met een aardlekschakelaar en een zekeringautomaat. Het belangrijkste voordeel van een aardlekautomaat is dat deze beveiliging bij een te hoge lekstroom alleen de groep uitschakelt waar de elektrische storing zich bevind. De overige groepen blijven operationeel. Een aardlekschakelaar schakelt bij een elektrische storing alle groepen uit waarop de aardlekschakelaar is aangesloten. Vanwege het feit dat de aardlekautomaat alleen de groep uitschakelt waarin de storing of lekstroom is waargenomen, kan men de storing ook makkelijker lokaliseren. Het is namelijk direct zichtbaar in welke groep de storing zit.

Nadeeldeel van een aardlekautomaat
Een belangrijk nadeel van de aardlekautomaat is dat deze om verschillende redenen de groep spanningsvrij maakt. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van lekstroom maar ook van kortsluiting of een overbelasting van het elektriciteitsnet. De oorzaak van de verstoring in het elektriciteitsnet is daardoor vaak onduidelijk waardoor nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Wel is duidelijk in welke groep het defect is opgetreden. In sommige gevallen kan een storing in een installatie met een aardlekautomaat langer onopgemerkt blijven.

Wat is een aardlekschakelaar?

Een aardlekschakelaar is een schakelaar die automatisch in werking treed en een elektrische installatie spanningsloos maakt, wanneer er een lekstroom gemeten wordt van een bepaalde grootte. Normaal gesproken is er sprake van een stroomkring in een elektrische installatie. Er is een fasedraad en een nuldraad. De fasedraad voert de elektrische spanning aan richting bijvoorbeeld de verlichting en via de nul gaat de niet verbruikte elektrische stroom weer retour.

Wanneer deze stroomkring wordt onderbroken door bijvoorbeeld een slechte isolatie van de elektrische bedrading ontstaat er lekstroom. Als de lekstroom een bepaalde grootte heeft zal de aardlekschakelaar in werking treden en er voor zorgen dat er geen elektrische spanning meer staat op het elektriciteitsnet. Veel woningen en utiliteitscomplexen hebben een aardlekschakelaar in de meterkast of groepenkast. Sommige van deze gebouwen bevatten zelfs meerdere aardlekschakelaars.

Synoniemen voor aardlekschakelaar
De aardlekschakelaar wordt ook wel afgekort met ALS. Er zijn verschillende benamingen die worden gebruikt voor dit beveiligingssysteem. Zo gebruikt men ook wel de term verliesstroomschakelaar omdat de schakelaar in werking treed als een bepaalde hoeveelheid stroom verloren gaat in een elektriciteitsnet. Andere woorden voor de aardlekschakelaar zijn aardwachter of differentieelschakelaar.

Uitvinder van de aardlekschakelaar
In 1903 werd door het bedrijf Siemens-Schuckert een patent aangevraagd op een aardlekschakelaar. Dit Duitse elektrotechnische bedrijf gaf deze uitvinding de naam Summenstromschaltung zur Erdschlußerfassung. De uitvinding werd gepatenteerd onder DRP-Nr. 160.069. De heer K. Kuhlmann die werkzaam was bij die Allgemeine Elektricitäts-Gesellschaft (AEG) had een methode beschreven om aardlekstroom in het Berlijnse netwerk te meten. Voor de huidige techniek die gebruikt wordt voor de aardlekschakelaar werd in 1908 door de Amerikaan Lloyd Nicholsen een octrooi aangevraagd. Dit octrooi werd in 1910 toegekend.

Doel van de aardlekschakelaar
Een aardlekschakelaar is een belangrijk onderdeel van een veilige elektrische installatie. Daarom komen aardlekschakelaars veel in huisinstallaties voor. Het belangrijkste doel van een aardlekschakelaar is de veiligheid van het elektriciteitsnetwerk in een woning, utiliteitscomplex of ander gebouw te bevorderen. Een goed werkende aardlekschakelaar kan bij lekstroom grote problemen voorkomen door het elektriciteitsnet spanningsvrij te maken. Op die manier kan de aardlekschakelaar mensen bescherming bieden tegen elektrocutie. Daarnaast kan de aardlekschakelaar voor voorkomen dat er brand ontstaat bij optredende lekstromen naar aarde.

Zoals in de inleiding kort werd benoemd meet een enkelfasige aardlekschakelaar de elektrische stroom die een installatie via de fase opneemt en de hoeveelheid stroom die via de nul terugkomt. Als er sprake is van een verschilstroom zou deze stroom in theorie door de veiligheidsaarde terug moeten lopen. Dit is echter niet het geval bij onder andere de volgende situaties:

  • Niet-geaarde apparaten en toestellen.
  • Toestellen en apparaten die aangesloten zijn op een niet-geaarde wandcontactdoos.

In bovengenoemde gevallen zou bijvoorbeeld door een isolatiedefect of een beschadiging van de elektriciteitsdraad een levensgevaarlijke situatie ontstaan wanneer een mens of dier in contact komt met het gedeelte van de elektrische installatie die onder spanning staat maar onvoldoende is geïsoleerd. In dat geval gaat de stroomdoorgang door het lichaam van het mens of het dier. Een aardlekschakelaar zorgt er echter voor dat een lekstroom wordt gemeten en dat de elektrische installatie spanningsvrij wordt gemaakt zodat gevaarlijke situaties zoals elektrocutie en brand (door een slecht werkende elektrische isolatie) kunnen worden voorkomen.

Een aardlekschakelaar zal echter alleen in werking treden wanneer de stroom naar de aarde weglekt. Als een mens of dier niet geaard contact maakt met zowel de nul- als de fasedraad in een elektrische installatie zal de aardlekschakelaar niet in werking treden. Alleen wanneer de elektrische stroom naar aarde weglekt, zal de aardlekschakelaar de stroomkring onderbreken.

Werking van de aardlekschakelaar
Hiervoor is al aardig wat beschreven over de werking van de aardlekschakelaar. In deze alinea gaan we iets dieper in op de werking van deze schakelaar. Men heeft het hierbij over lekstroom. Dit kun je beschouwen als een soort lekkage in de stroomkring. Als er een bepaalde hoeveelheid stroom in een stroomkring wordt aangevoerd zal er ook een bepaalde hoeveelheid stroom weer terug komen. De hoeveelheid stroom die de elektrische installatie in gaat kan echter groter zijn dan de hoeveelheid stroom die een elektrische installatie weer uitgaat. In dat geval is er sprake van een lekstroom.

Deze lekstroom wordt ook wel een foutstroom of verliesstroom genoemd vandaar de benaming verliesstroomschakelaar. De foutstroom kan ontstaan wanneer de behuizing van bijvoorbeeld een elektrisch toestel onder spanning is komen te staan doordat de isolatie van de elektrische bedrading in het toestel is beschadigd of door een ander defect.

Als het toestel echter geaard is dan is er een aardedraad bevestigd aan de metalen behuizing van het toestel. In dat geval loopt de lekstroom via de aardedraad door de geaarde stekker via het geaarde stopcontact richting de aardlekschakelaar. De aardlekschakelaar zal bij een overschrijding van de aanspreekstroom in werking treden. In dat geval worden de aangesloten groepen spanningsloos gemaakt. Dit is echter het geval bij een compleet geaard systeem, dit bestaat uit:

  • Een geaarde machine of apparaat dat voorzien is van een aardestekker.
  • Een wandcontactdoos die geaard is met een aardedraad richting de aardlekschakelaar.

Indien bovenstaande onderdelen van de installatie niet aanwezig zijn en er sprake is van bijvoorbeeld een ongeaard toestel dat onder spanning staat zal elektrische stroom wanneer deze in contact komt met het lichaam wegvloeien naar de aarde. Wanneer dat gebeurd zal de aardlekschakelaar ook in werking treden en het elektriciteitsnet spanningsvrij maken voordat de situatie levensbedreigend wordt.

Aardlekschakelaar testen
Bovenstaande informatie is natuurlijk alleen van toepassing wanneer de aardlekschakelaar ook daadwerkelijk werkt. Het zou dramatisch zijn wanneer men de werking van een aardlekschakelaar alleen zou kunnen testen door een daadwerkelijk isolatiedefect in een elektriciteitsnet daarom heeft men een testknop ontwikkeld. Deze testknop is in de groepenkast aanwezig die en creëert kunstmatig een kleine lekstroom. Daardoor kan de aardlekschakelaar een verschil in de aangevoerde stroom en de retourstroom meten en het elektriciteitsnet spanningsvrij maken. Het is goed om de aardlekschakelaar periodiek te testen zeker wanneer men meerdere ongeaarde wandcontractdozen in huis heeft.

Meggeren solatieweerstand meten
Lekstroom ontstaat dikwijls doordat de weerstand van de isolatie in een elektrotechnisch systeem te laag is. Deze weerstand kan worden gemeten door een ervaren elektromonteur met een isolatieweerstandsmeter. Deze isolatieweerstandsmeters zijn door verschillende merken ontwikkeld en op de markt gebracht. Het bekendste merk op dit gebied is in Nederland het merk Megger. Dit bedrijf maakt echter meerdere meetinstrumenten voor de elektrotechniek. Ondanks dat wordt het meten van de isolatieweerstand in de elektrotechniek vaak in het vakjargon meggeren genoemd. Als uit dit meggeren blijkt dat de isolatieweerstand in een bepaald elektrotechnisch systeem voldoende is dan is de weerstand van de isolatie in ieder geval voldoende hoog voor de hoeveelheid elektrische stroom die in een systeem wordt getransporteerd. Tijdens het meggeren kan echter ook worden geconstateerd dat dit niet het geval is. Dan kan een elektromonteur tijdig de delen die onvoldoende geïsoleerd zijn vervangen. De aardlekschakelaar zal dan niet in werking treden.

Wat is zicht installatie?

Zichtinstallatie of ‘installatie in het zicht’ is dat deel van een installatie dat visueel waarneembaar is na de afmontage en de ingebruikname van het gebouw. Deze definitie geeft Pieter Geertsma, de schrijver van Technischwerken, over zicht installatie. De term zicht installatie wordt onder andere gebuikt in de elektrotechniek en installatietechniek. Kenmerkend voor installatie die in het zicht hangt is dat deze installatie met een grotere nauwkeurigheid wordt aangebracht. Omdat de installatie zichtbaar is spreekt men ook wel van zichtwerk.

Zichtwerk is vakwerk
Niet elke elektromonteur of installatiemonteur kan zichtwerkkwaliteit leveren dat is in de meeste gevallen vakwerk vooral wanneer leidingen in bochten gebogen moeten worden en meerdere leidingen naast elkaar, boven elkaar en onder elkaar moeten worden geplaatst. In dat geval is de afstand tussen de leidingen van groot belang ook dienen de leidingen allemaal waterpas en dus recht gemonteerd te worden. Afwijkingen in de installatie vallen namelijk voor ervaren installatiemonteurs en elektromonteurs meteen op omdat ze deze kunnen zien.

Ook een leek ziet al snel of een installatie slordig en onnauwkeurig is gemonteerd of niet. Het is echter goed om te weten dat een installatie er slordig uit kan zien maar wel kan functioneren. Andersom is helaas echter ook mogelijk, sommige installaties lijken heel netjes op het gebied van maatvoering maar zijn niet goed aangesloten en werken ondeugdelijk. Als een zichtinstallatie er goed en nauwkeurig uitziet gaan de meeste mensen er echter al snel van uit dat de installatie ook wel goed en deugdelijk zal werken.

Zichtwerk in de installatietechniek en elektrotechniek kan daardoor vertrouwen scheppen in de kwaliteit van de monteur en het desbetreffende installatiebedrijf. Wanneer een installatiebedrijf aan een opdrachtgever wil aantonen hoever het bedrijf gevorderd is met het installatiewerk wordt er over het algemeen wat zichtwerk geplaatst.

Zichtwerk in elektrotechniek
Zowel in de elektrotechniek als in de installatietechniek wordt zichtwerk geplaatst. Zichtwerk in de installatietechniek ziet er echter wel heel anders uit dan zicht installatie in de elektrotechniek. Dit heeft te maken met het verschil in leidingen, appendages en in geval van elektrotechniek met contactpunten. In elektrotechniek werkt men over het algemeen met kunststof installatiebuis. Dit zijn de bekende gele buizen deze worden onder andere voor zichtinstallaties gebruikt.

De geribbelde flexibele buis wordt niet voor zichtinstallaties gebruikt omdat deze buizen gaan hangen en met veel zadels moeten worden vastgezet om een strak en netjes geheel te krijgen. Zichtinstallaties met installatiebuizen worden vaak op halfsteensmuren aangebracht in bijvoorbeeld garages en schuren. Ook plaatst men dergelijke zichtinstallaties in utiliteitscomplexen met een industriële uitstraling of een industrieel interieur. In de grotere utiliteit gebruikt men echter grote kabelbanen en kabelgoten waarop gebundelde elektriciteitskabels liggen.

De lasdozen en de centraaldozen en contactpunten zijn naast de installatiebuizen ook zichtbaar. Net als elke installatie moet ook zichtinstallatie conform de geldende normen worden geplaatst, geïsoleerd en beschermd. Zichtinstallatie is over het algemeen bereikbaar voor mensen maar deze mogen niet in contact komen met spaninning voerende delen. Als dat gebeurd kunnen mensen onder spanning komen te staan. Uiteraard dient de installatie geaard te worden indien dit is vereist.

Zichtwerk  in installatietechniek
In de installatietechniek worden vloeistoffen zoals warm water en gassen zoals aardgas en stoom getransporteerd binnen woningen, industrie en utiliteitscomplexen. Dit transport gebeurd ook door buizen en leidingen maar die zijn van een andere diameter en een ander materiaal gemaakt dan de installatiebuizen die worden gebruikt in de elektrotechniek. De buizen die voor gas worden gebruikt worden ook wel installatiepijp genoemd de buizen voor stoom worden stoompijp genoemd. Deze pijpen worden doormiddel van flensen en lasverbindingen aan elkaar bevestigd.

Een flens of fitting is een uitneembare verbinding en een lasverbinding is een niet-uitneembare verbinding. Ook deze verbindingen zijn zichtbaar in de zichtinstallatie. Deze leidingen, pijpen en buizen zijn meestal doormiddel van beugels direct onder het plafond geplaatst. Daarbij moet men ook rekening houden met isolatie van leidingen en de veiligheid daarvan. Een installatiesysteem moet in de eerste plaats functioneel zijn en in de tweede plaats aantrekkelijk en netjes om te zien. Als bepaalde leidingen geïsoleerd moeten worden kan dat een lelijk gezicht zijn maar de functionaliteit, veiligheid en energiezuinigheid staan voorop.

Wat is aanvoerstroom en retourstroom in de techniek?

Retourstroom is het geheel van het terugvloeien van elektrische-, vloeistof- en gasstromen in een bepaal systeem. Men heeft het in de techniek meestal over een aanvoerstroom en een retourstroom. Aanvoerstroom is het geheel van aangevoerde vloeistof-, elektrische- en gasstromen in een bepaald systeem. Omdat er in de techniek veel gebruik wordt gemaakt van elektriciteit, gas en vloeistoffen zijn er verschillende systemen te bedenken waarbij men de aanvoerstroom en retourstroom kan illustreren. Meestal heeft men een bron waar vandaan de aanvoerstroom op gang komt. Dat kan een accu zijn of een windturbine als het gaat om elektriciteit. Ook in de installatietechniek maakt men gebruik van een aanvoerstroom bijvoorbeeld van heet water vanaf de cv-ketel naar de radiatoren. Hieronder zijn een aantal voorbeelden nader omschreven.

Aanvoerstroom en retourstroom in elektrotechniek
In de elektrotechniek dan wordt doormiddel van de fasedraad de elektrische stroom (een stroom van elektronen) naar een bepaald apparaat, verlichtingseenheid of contactdoos getransporteerd. De elektrische stroom kan op verschillende manieren worden opgewekt bijvoorbeeld doormiddel van een kolencentrale of zoals steeds vaker gebeurd doormiddel van zonnepanelen en windturbines. Vanaf die stroomvoorzieningen kan elektrische stroom doormiddel van een elektriciteitsnetwerk worden getransporteerd. Dit is echter nog steeds de aanvoerstroom. Zodra de elektrische stroom een bepaalde bewerking heeft verricht in een apparaat, machine of werktuig gaat de resterende elektrische energie via een nuldraad retour. De retourstroom vindt dus plaats doormiddel van de nuldraad.

Aanvoerstroom en retourstroom in lastechniek
Dit werkt ook zo met elektrisch lassen waarbij de elektrische stroom door de lastoorts en laselektrode aangevoerd wordt tussen de laselektrode en het werkstuk ontstaat kortsluiting en een zogenaamde vlamboog die het werkstuk en de het lastoevoegmateriaal laat smelten. Omdat er sprake is van aanvoerstroom richting het werkstuk wordt een klem aangebracht op het geleidende werkstuk. Aan de klem zit een kabel om de elektrische retourstroom af te voeren van het werkstuk.

Aanvoerstroom en retourstroom in de installatietechniek
Ook in de installatietechniek gebruikt men de termen aanvoerstroom en retourstroom. Men heeft het dan over de aanvoerstroom en retourstroom van water. Als men bijvoorbeeld kijkt naar een radiator dan is er sprake van een aanvoerstroom van water en een retourstroom van water. De aanvoerstroom van water is door de cv-ketel verwarmd en zorgt er voor dat de radiator warm wordt. De aanvoerstroom van water komt aan de bovenzijde de radiator binnen. Nadat het water warmte heeft afgegeven in de radiator koel het af en gaat het via de retourstroom weer terug naar de ketel. Dit proces is vrijwel geheel gesloten. De aanvoerstroom en de retourstroom vormen en gesloten circuit.

Aanvoerstroom en retourstroom in spoorwegen en spoorwegtechniek
Een interessante vorm van elektrische aanvoerstroom en retourstroom treft men aan in de spoorwegen. Via elektrische hoogspanningskabels krijgen treinen elektrische voeding. Deze hoogspanningskabels zijn aangesloten op het onderstation. Dit is de aanvoerstroom van elektriciteit. De trein komt in beweging en dat kost (elektrische) energie. De trein verbruikt dus elektriciteit.

Niet alle elektriciteit wordt door een trein verbruikt. Een deel van de elektriciteit zal via de retourstroom worden weggevoerd. Deze retourstroom is het totaal van elektrische stromen die tussen het elektrische spoorwegmaterieel (treinen) en het onderstation door spoorstaven en mogelijk ook door retourstroomgeleiders terugvloeit. Ook bij treinen is dus sprake van aanvoerstroom en retourstroom.

Wat is grijze energie of grijze stroom?

Elektrische stroom is kleurloos, men kan niet zeggen dat de stroom van elektronen een bepaalde kleur heeft. Daarnaast kan men al helemaal niet zeggen dat er sprake is van verschillende kleuren van elektronenstromen. Ondanks dit feit heeft men het in de praktijk vaak over groene stroom en grijze stroom. Over groene stroom is vrij veel informatie te vinden over grijze stroom is minder te vinden op internet. Dit komt omdat groene stroom populair is. Grijze stroom is minder populair en dat heeft voor een deel ook te maken met de benaming. Grijs klinkt nu eenmaal minder populair als groen. Groen wordt gezien als kleur van de verjonging en jeugdigheid. Grijs is de kleur van verouderd of gedateerd. Eigenlijk is dit ook het geval bij de kleuraanduiding voor groene en grijze stroom.

Groene stroom
Groene stroom is de laatste jaren veel in het nieuws. Bij groene stroom hebben veel mensen een duidelijk beeld. Men denkt aan duurzame energie die wordt gewonnen doormiddel van windturbines of de zonnecellen in zonnepanelen. Bij deze energie wordt er gebruik gemaakt van elementen die reeds in de natuur aanwezig zijn zoals zonlicht en windkracht. Ook waterkracht is een bron waaruit men elektrische energie kan winnen. Daarvoor zijn echter wel bepaalde technische voorzieningen nodig die in gebruik misschien niet heel milieubelastend zijn maar wel in de bouw en productie daarvan. Groene energie is vaak duurder dan grijze energie omdat er meer voorzieningen voor nodig zijn. Voordeel van groene energie is dat deze energie duurzaam is en nooit opraakt. Immers zo lang de wind waait, het water stroomt en de zon schijnt kan men energie winnen uit deze elementen en weersinvloeden.

Grijze energie
In tegenstelling tot groene energie worden bij grijze energie wel brandstoffen verbrand. Men heeft het daarbij over het algemeen over fossiele brandstoffen. Tegenwoordig worden echter ook wel houtpallets mee gestookt. Dit stoken gebeurd in kolencentrales. In een kolencentrale wordt voornamelijk steenkool verbrand. Hierdoor ontstaat een enorme hitte waarmee water wordt omgezet in stoom. De stoomdruk brengt turbines in beweging die zeer snel gaan draaien. Zo wordt elektrische energie opgewekt. Het winnen van deze energie is goed te controleren omdat men niet afhankelijk is van het weer. Een nadeel is echter dat de fossiele brandstoffen op den duur op raken. Daarnaast is de CO2 uitstoot van kolencentrales enorm. Daarom wordt grijze energie ook wel niet-duurzame energie of milieubelastende energie genoemd.

Toekomst van grijze energie
Grijze energie is altijd belangrijk geweest voor de energievoorziening van bedrijven en huishoudens. De laatste jaren investeert men echter steeds meer in duurzame energie en worden de grijze energiebronnen zelfs openlijk ter discussie gesteld. Men vraagt zich af of men nog wel fossiele brandstoffen moet gaan verstoken of dat men beter geheel over kan gaan op groene energie. Verschillende overheden zijn al in gesprek met de eigenaren van kolencentrales om te kijken of de kolencentrales geheel gesloten kunnen worden. Vanuit de hele wereld is dit nu bespreekbaar geworden. Toch kan men nog geen duidelijk antwoord geven op de vraag hoe men elektrische energie voor veel afnemers kan opslaan voor het geval de windmolens tijdelijk onvoldoende elektrische energie produceren.

Wat is lekstroom en hoe ontstaat lekstroom?

Lekstroom is een term die wordt gebruikt in de elektrotechniek. Met lekstroom wordt het lekken van spanning of het lekken van stroom bedoelt. Elektrische bedrading en elektrische componenten worden in de praktijk meestal geïsoleerd. De isolatie zorgt er voor dat een installatie veilig is en dat de behuizing van de machine of apparaat niet ongewenst onder spanning kan komen te staan. Daarnaast zorgt de isolatie van elektrische bedrading en elektrische componenten er voor dat het weglekken van spanning wordt beperkt.

Isolatiemateriaal in elektrotechniek
Er zijn verschillende soorten isolatiematerialen die in de elektrotechniek worden gebruikt. Over het algemeen worden kunststoffen gebruikt zoals PVC en XLPE, in de draden en kabels die worden gebruikt in de elektrotechniek. Er zijn echter nog verschillende andere materialen die in de elektrotechniek als isolatiemateriaal kunnen worden aangewend. Zo kan bijvoorbeeld ook keramiek, glas en rubber worden toegepast. De isolerende eigenschappen van deze materialen zijn verschillend. De kwaliteiten van isolatiematerialen worden onder andere aangeduid door de isolatieweerstand. Deze isolatieweerstand is een maat voor de lekstroom die kan worden verwacht wanneer men het desbetreffende isolatiemateriaal gaat gebruiken. De weerstand van een materiaal tegen elektrische stroom wordt aangeduid in ohm. Hoe meer weerstand een isolatiemateriaal biedt hoe hoger de notering is in ohm. Dit kan uiteindelijk gaan tot vele gigaohm.

Lekstroom ondanks isolatiemateriaal
Er bestaat op dit moment nog geen isolatiemateriaal dat 100 procent elektriciteit isoleert. Dit houdt in dat elk isolatiemateriaal dat onder spanning staat wel een klein beetje elektrische stroom doorlaat. Dit doorlaten van elektrische stroom wordt lekstroom genoemd.

Waar komt lekstroom voor?
In elektrische installaties kan uit verschillende componenten stroom weglekken. De lekstromen kunnen onder andere ontstaan in:

  • batterijen,
  • oplaadbare batterijen,
  • loodaccu’s,
  • halfgeleiders,
  • condensators,
  • transformators,
  • isolators,
  • kabels.

Wat is de Kooi van Faraday of de Faraday cage?

De Kooi van Faraday is een benaming voor een behuizing die gemaakt is van materiaal dat elektriciteit geleid.  De behuizing bestaat uit een kooi die gemaakt is van bijvoorbeeld koper of ander materiaal dat elektriciteit goed geleid. Door dat de kooi aan de buitenzijde is voorzien van elektriciteit geleidend materiaal kunnen statische elektrische velden niet tot in de kooi doordringen. Hierdoor biedt de kooi onder andere bescherming tegen een statische ontlading zoals deze ontstaat bij blikseminslag. De volgende punten zijn van belang om te onthouden:

  • De Kooi van Faraday is ook ondoordringbaar door  elektromagnetische straling wanneer de maaswijdte kleiner is dan een tiende van de golflengte van die elektromagnetische straling. De doordringbaarheid is echter afhankelijk van de gewenste uitdoving.
  • De Kooi van Faraday kan wel worden doordrongen door een  aardmagnetisch veld en andere statische magnetische velden.

Waarom de naam Kooi van Faraday?
De Kooi van Faraday is genoemd naar de Britse Natuur- en Scheikundige Michael Faraday (22 september 1791 – 25 augustus 1867). In het Engels wordt deze kooiconstructie van geleidend materiaal ook wel de Faraday cage genoemd.

De Kooi van Faraday tegenwoordig
Tegenwoordig wordt er nog gebruik gemaakt van ruimtes die elektromagnetische straling moeten  buitensluiten. Deze ruimtes worden ook wel elektromagnetisch dode ruimtes genoemd. In feite zijn deze ruimtes gebaseerd op het principe van de Kooi van Faraday. Verder zijn er nog een aantal praktische toepassingen van de Kooi van Faraday:

  • Magnetrons vormen ook een Kooi van Faraday. Dit komt doordat magnetrons bestaan uit een metalen kast. De doorzichtige deur van de magnetron is opgedampt met een metaalfilm. Deze metaalfilm bevat kleine gaatjes zodat men er doorheen kan kijken. De metalen behuizing zorgt er voor dat er geen elektromagnetische straling naar buiten kan ontsnappen. De geleidende metalen behuizing zorgt er daarnaast voor dat er een reflectie ontstaat waardoor een golfpatroon wordt gecreëerd.
  • Een MRI-scanner staat in een ruimte die van de buitenwereld is afgeschermd doormiddel van een Kooi van Faraday.
  • Verder wordt de Kooi van Faraday tegenwoordig nog gebruikt voor het testen en controleren van apparatuur zoals de noodzendertjes voor vliegers bij de Koninklijke Luchtmacht. Deze noodzendertjes worden gecontroleerd en afgeregeld in een elektromagnetisch dode ruimte.
  • Een volledig afgesloten auto of caravan die gemaakt is van geleidend materiaal (bijvoorbeeld metaal) kan het zelfde effect hebben als de Kooi van Faraday. Hierin is men goed beschermd tegen blikseminslag omdat deze de lading van de bliksem via de buitenkant van de auto of caravan wordt afgevoerd. Er kan nog wel sprake zijn van restlading.
  • Een metalen afsluitbare boot kan eveneens dienen als  een kooi van Faraday in geval van bliksem. Men kan dan bij nood schuilen in de kajuit. Het meest veilig zit men uiteraard aan wal. Daarbij komt dat veel boten tegenwoordig van kunststof zijn gemaakt en een mast hebben met metalen er in verwerkt. Deze boten zijn juist zeer onveilig bij onweer.
  • Soms worden horloges ook wel uitgerust met een Kooi van Faraday om deze te beschermen tegen magnetische velden die worden opgewerkt door elektrische apparatuur zoals computers, mobiele telefoons en huishoudelijke apparatuur.

Wat is een potentiaalverschil en hoe ontstaat stroom?

Een potentiaalverschil kan het omschreven worden als een verschil in potentiële energie een verschil in potentiële energie per lading. Het woord potentiaalverschil wordt in elektrotechniek veel gebruikt. Wanneer men de eerder genoemde omschrijving van potentiaalverschil hanteert in de elektrotechniek heeft men het over het algemeen over de hoeveelheid arbeid die per ladingseenheid verricht dient te worden om elektrische lading van één bepaald punt naar een ander punt te verplaatsen.

Elektrisch potentiaalverschil en stroom
Men spreekt van een elektrisch potentiaalverschil als de hoeveelheid elektronen aan beide polen verschillend is. Hierdoor kan het elektrisch potentiaalverschil aanleiding geven tot een elektrische spanning tussen twee polen. Elektrische spanning is het verschil in elektrische potentiële energie per lading tussen twee punten, zoals in de eerste alinea is aangegeven. Tussen deze punten ontstaat een elektrische stroom uitgedrukt door de verplaatsing van positieve lading. Deze elektrische stroom kan tot stand worden gebracht wanneer deze goed wordt geleid van de ene pool naar de andere pool. Dit kan bijvoorbeeld doormiddel van elektrolytisch koper of door gebruik te maken van plasmagas zoals bijvoorbeeld gebeurd met plasmalassen. De stroom elektronen zal net zolang door blijven stromen totdat de hoeveelheid elektronen tussen beide polen weer in evenwicht is. Zodra dit evenwicht tot stand is gekomen is het potentiaalverschil nul.

Een potentiaalverschil tussen twee polen leid niet automatisch tot een stroom elektronen. Deze stroom komt, zoals eerder genoemd, alleen tot stand wanneer deze stroom wordt geleid. Dit geleiden gebeurd door materialen of gassen die weinig weerstand bieden aan elektronen. Het genoemde plasmagas en elektrolytisch koper zijn bekende voorbeelden die worden gebruikt in de techniek. Wanneer er materialen worden gebruikt die een sterke oneindige weerstand bieden tegen elektronen zal het potentiaalverschil niet leiden tot een stroom elektronen. Het potentiaalverschil zal dan blijven bestaan mits men niet door andere factoren de hoeveelheid elektronen van de beide polen verandert.

Energieprijzen in Nederland zijn hoog

Het Financiële Dagblad melde maandag 28 oktober 2013 dat Nederlandse ondernemers meer geld moeten betalen dan ondernemers in de landen rondom Nederland. Volgens het Financiële Dagblad zijn Nederlandse bedrijven ongeveer dertig procent duurder uit dan bedrijven in buurland Duitsland. Deze conclusie trok het Financiële Dagblad nadat ze een overzicht van de elektriciteitsbeurs APX had bestudeerd. In dit overzicht zijn de prijzen weergegeven  die stroomproducten gemiddeld met elkaar overeenkomen in verschillende landen.

Nederland is duur
Wanneer de buurlanden van Nederland met elkaar worden vergeleken op het gebied van energieprijzen dan valt op Nederland het duurste is. De landen die hierbij met elkaar vergeleken worden zijn Nederland, Duitsland, Frankrijk en België. Duitsland is in deze energievergelijking het goedkoopste. Hierdoor kunnen Duitse bedrijven goedkoper aan energie komen. Dit is een belangrijk concurrentievoordeel ten opzichte van andere Europese landen. Vooral bedrijven die veel energie verbruiken hebben concurrentievoordeel in Duitsland.

Reactie Technisch Werken
Het is niet bijzonder dat Duitsland het goedkoopste energie aan haar bedrijven biedt. Duitsland heeft de laatste jaren veel geïnvesteerd in duurzame energie. Door gebruik te maken van de zon en vooral de wind kan Duitsland goedkoop aan energie komen. Dit is naast goedkoop ook nog eens goed voor het milieu. Nederland is het duurste op het gebied van energie en dat is voor een land dat haar concurrentiepositie wil verbeteren niet bepaald gunstig. Nederland loopt achter ten opzichte van Duitsland. Op dit moment worden er plannen ontwikkelt die het mogelijk maken om goedkope energie uit Duitsland te transporteren naar Nederland. Dit zou een goede oplossing zijn voor de Nederlandse bedrijven. Alleen de kolencentrales krijgen hierdoor problemen. Zij kunnen moeilijk tegen de goedkope energieprijzen leveren.

Groene stroom vormt bedreiging voor energiebedrijf

Groene stroom is sterk in opmars. Niet alleen in Nederland maar vooral ook in buurland Duitsland. In Duitsland wordt door de aanleg van nieuwe windmolenparken zoveel groene stroom opgewekt dat er een overschot aan opgewekte energie dreigt te ontstaan. Elektrische stroom kan niet worden opgeslagen en daarom moet naar een oplossing worden gezocht om deze energie te distribueren. Dit transport van elektrische stroom zal vermoedelijk niet alleen binnen Duitsland plaatsvinden.

Prijs van groene stroom
Ook Nederland zal in de toekomst meer groene stroom van Duitsland ontvangen. De prijs van Duitse groene stroom is daarnaast veel lager dan stroom die door Nederlandse energieleveranciers wordt aangeboden. Elektriciteit is in Duitsland goedkoper dan in Nederland. Hierdoor kunnen Duitse bedrijven goedkoper produceren wat de concurrentiepositie van Duitse bedrijven versterkt ten opzichte van bijvoorbeeld Nederland.

Nederlandse bedrijfsleven afhankelijk van stroom
Het Nederlandse bedrijfsleven heeft belang bij goedkope energie of deze nu ‘groen’ is of niet. Bedrijven hebben elektrische energie nodig om machines in beweging te houden en computers te laten werken. Zonder elektriciteit kunnen de meeste bedrijven de deuren sluiten. Hoe goedkoper de energie is hoe lager deze productiekosten zijn voor een bedrijf. Het bericht over goedkope groene stroom wordt door veel bedrijven met gejuich ontvangen. Dat deze stroom ook nog ‘groen’ is zorgt voor veel bedrijven voor een leuke bijkomstigheid. Hierdoor kunnen ze ook nog stappen maken op het gebied van milieuverantwoord of maatschappelijk verantwoord ondernemen. Toch is niet elke bedrijvensector in Nederland tevreden over de ontwikkelingen met betrekking tot groene stroom. De energiebedrijven raken door de goedkope groene stroom in financiële moeilijkheden. De bedrijven kunnen niet tegen de stuntprijzen van groene stroom op concurreren.

Groene stroom is niet continue
Daarnaast is groene stroom niet continue aanwezig. Er zijn periodes dat er weinig windkracht en zonlicht is waardoor het opwekken van groene stroom niet een hoog rendement heeft. Energiebedrijven vangen deze tekorten op door in energiecentrales fossiele brandstoffen om te zetten in stroom. Door het gebruik van fossiele brandstoffen is men minder afhankelijk van de weersomstandigheden en kan men, mist er een voortdurende aanvoer is van fossiele brandstoffen, continue elektrische stroom produceren. Wanneer energiecentrales vanwege groene stroom minder fossiele brandstoffen om gaan zetten zorgt dit er voor dat de productie van deze centrales afneemt. Energiecentrales kunnen zelfs overwegen om te sluiten omdat de productie te gering is om rendabel te zijn.

Energiebedrijven in problemen
Het probleem met betrekking tot de daling van de productie van energiecentrales vindt niet alleen in Nederland plaats. maandag 21 oktober 2013 melde PwC dat energiebedrijven in Europa zich zorgen maken over de ontwikkelingen op het gebied van groene stroom. PwC is een accountantsbedrijf en deed onderzoek naar energiebedrijven uit 35 landen. Hiervoor werden 53 bestuurders van verschillende energiebedrijven benadert.

Uitkomst onderzoek PwC over energiebedrijven
Van de 53 ondervraagde bestuurders van energiebedrijven gaf negentig procent aan dat de traditionele verdienmodellen van energiebedrijven in de toekomst niet meer haalbaar zijn. Bedrijven zullen in de toekomst meer zelfstandig energie produceren en verkopen. Dit komt doordat bedrijven steeds vaker investeren in zonnepanelen om daarmee stroom voor eigen gebruik op te wekken. Daarnaast investeren bedrijven ook in windenergie door het plaatsen van windmolens. Hierdoor besparen bedrijven energiekosten maar lopen energiebedrijven ook inkomsten mis. Door dit gemis aan inkomsten kan niet meer geïnvesteerd worden in energiecentrales. Hoewel deze centrales vervuilender zijn dan groene stroom zorgen deze centrales wel voor een continuïteit. Schommelingen die ontstaan in zonne-energie en windenergie kunnen niet langer worden opgevangen. Het gevolg zou kunnen zijn dat bepaalde delen van Nederland of andere landen tijdelijk zonder stroom komen te zitten. Dit worden ook wel black-outs genoemd. Volgens PwC moet de sector van energiebedrijven zichzelf aanpassen. De vraag is of ze daar nog voldoende tijd voor hebben.

Reactie van Technisch Werken
De ontwikkelingen van groene stroom zijn goed nieuws voor de natuur en zorgen er voor dat het leefklimaat door een dalende luchtvervuiling verbetert. Op dit moment is men in Nederland en vele Westerse landen nog afhankelijk van vervuilende kolencentrales of andere systemen waarin fossiele brandstoffen worden omgezet in elektrische energie. Dit is natuurlijk goed voor energiebedrijven die daardoor verzekerd zijn van een bepaalde afname. Wanneer deze afname daalt door het toenemende gebruik van groene stroom is dit voor deze bedrijven een kwalijke ontwikkeling.

Het grote probleem is echter niet het voortbestaan van de energiecentrales. Deze zullen langzamerhand toch plaats moeten maken voor groene stroom. De kern van het probleem is: ‘hoe kunnen we elektrische energie opslaan?’ Wanneer antwoord gegeven kan worden op deze vraag kan een overschot aan groene stroom worden opgeslagen voor periodes dat de natuur het even laat afweten om voldoende wind en zonlicht ter beschikking te stellen.

Wanneer technici zich gaan inzetten om antwoord te geven op de vraag: ‘hoe kunnen we elektrische energie opslaan’ kan daarmee gestreefd worden naar één van de grootste doorbraken op het gebied van energietechnologie. Een uitdaging die veel technici moet aanspreken.

Stroom wordt goedkoper?

Er wordt geïnvesteerd in de verbindingscapaciteit van het hoogspanningsnet tussen Nederland en Duitsland. Dit doet TenneT omdat er door deze investeringen meer stoom uit Duitsland kan worden geïmporteerd. Stroom in Duitsland is goedkoper waardoor ook Nederlandse stroomgebruikers in de toekomst goedkoper stroom kunnen inkopen. Dit effect zal pas over een paar jaar merkbaar zijn.

Nieuwe verbinding
Er wordt verwacht dat in 2016 tussen Doetinchem en Wesel een nieuwe internationale verbinding in gebruik kan worden genomen. Deze nieuwe verbindingslijn moet 2635 megawattuur (MWh) kunnen transporteren. Dit is ruim 2000 MWh meer dan een Nederlandse energiecentrale gemiddeld produceert.

Investering in bestaand netwerk
Naast de hiervoor genoemde verbinding wordt er ook geïnvesteerd in de verbinding tussen Meeden in de provincie Groningen en Dielen in Duitsland. Deze investeringen zullen binnen drie tot vijf jaar worden gedaan.  Hierdoor kan nog meer stroom uit Duitsland naar Nederland worden getransporteerd.

Nieuwe software en procedures
Naast de investeringen in de internationale verbinding wordt er ook geïnvesteerd op andere gebieden om het transport en distributie zo goed mogelijk te laten verlopen. Hiervoor zijn nieuwe procedures ontwikkeld. Daarnaast wordt er op korte termijn ook geïnvesteerd in nieuwe softwaresystemen. De aanpassing in de procedures en de optimalisering van de softwaresystemen moeten er voor zorgen dat de leveringen van stoom tussen de landen verder wordt verbeterd.

Prijsverschil
Het prijsverschil voor energie tussen Nederland en Duitsland is groot. In Duitsland betaald een consument ongeveer 40 euro per MWh. In Nederland is dit ongeveer 50 euro per MWh. Dit is een groot prijsverschil. Een Nederlander is twintig procent duurder uit voor energie. Een gevolg van de import van Duitse groene energie zorgt er wel voor dat de Nederlandse gas- en kolencentrales over een paar jaar minder zullen produceren. Volgens het economisch bureau van ABN Amro zal de energiesector hiervan de gevolgen ondervinden. Dit is niet goed voor die centrales maar wel voor het milieu.