Wat is een Nul-op-de-Meter woning?

Een Nul-op-de-Meter woning is een woning die op het gebied van energieverbruik en duurzame energiewinning precies in balans is op jaarbasis. Een Nul-op-de-Meter woning wordt ook wel afgekort met een NOM. Net als een balanswoning, nulwoning of energieneutrale woning is ook een Nul-op-de-Meter woning een term die wordt gebruikt om de duurzaamheid van de woning op energiegebied aan te tonen.

Er wordt een berekening gemaakt waarmee inzichtelijk wordt gemaakt of een woning daadwerkelijk een nul op de meter heeft op jaarbasis. Er zullen namelijk momenten zijn waarin woning meer energie verbruikt bijvoorbeeld in de winter als het stevig vriest. Wanneer in de zomer veel zonuren worden gemaakt kunnen zonnepanelen echter veel elektrische energie opwekken. Dat kan voor een deel de verloren energie in de winter compenseren. Een Nul-op-de-Meter woning wordt daarom in de praktijk vaak voorzien van zonnepanelen in combinatie met warmtepompen en andere voorzieningen waarmee energie kan worden opgewekt. Bij de berekening worden al deze duurzame energiebronnen en hun opbrengsten opgeteld. Daarbij wordt ook de duurzame energie opgeteld die buiten het gebouw op een duurzame wijze wordt gewonnen en geleverd aan het gebouw.

Van al deze energiebronnen wordt een totale energielevering berekend. Daar wordt het verbruik van de woning afgetrokken. Dit verbruik is het gebouwgebonden plus gebruikersgebonden energieverbruik. Ook het gebruikersverbonden energieverbruik is belangrijk. Dit verschilt echter per huishouding daarom wordt gebruik gemaakt van een gemiddelde. Dit gemiddelde is vastgelegd in Nederlandse normen. Als men bij de berekening van het energieverbruik en het totaal aan hernieuwbare energie dat de woning ontvangt op gemiddeld nul uitkomt kan men spreken van een Nul-op-de-Meter woning. Dit is in feite het antwoord op de vraag: hoeveel hernieuwbare energie gaat er de woning in en hoeveel energie wordt er verbruikt? Een Nul-op-de-Meter woning is een huis dat evenveel of meer energie opwekt dan de woning nodig heeft voor het huishouden en het huis zelf. Er zijn verschillende producten in de maatschappij die gericht zijn op Nul-op-de-Meter woningen. Zo zijn er ook Nul-op-de-Meter hypotheken.

Duurzaam bouwen

Duurzaam bouwen is het geheel van ontwerpactiviteiten en bouwactiviteiten waarbij men gericht is op de ontwikkeling en bouw van een duurzaam bouwwerk en gebruik maakt een duurzaam bouwproces waarbij energie en materiaal zo milieuvriendelijk mogelijk worden gebruikt. Duurzaam bouwen is de toekomst want duurzaam bouwen is bouwen met het oog op de toekomst. Dat houdt in dat men met duurzaam bouwen rekening houdt met het klimaat, het milieu en de herkomst van grondstoffen en materialen. Dit zorgt er voor dat duurzaam bouwen een veelomvattend begrip is dat start met een duurzaam ontwerp en eindigt met een sloop van het gebouw en het hergebruik van de bouwmaterialen.

Aandachtspunten voor duurzaam bouwen
Duurzaam bouwen wordt gestimuleerd vanuit de overheid. De Nederlandse rijksoverheid heeft een aantal kaders genoemd waaraan men zich moet houden bij duurzaam bouwen. Deze kaders zijn als volgt:

  • Bij de bouw moet men gebruik maken van duurzame materialen. De materiaalkeuze moet de gezondheid van de bouwers, bewoners en gebruikers niet benadelen. Ook moet de materiaalkeuze milieuverantwoord zijn dir houdt in dat er materialen moeten worden gebruikt die niet op kunnen raken. Idealiter moet in duurzaam bouwen gebruik worden gemaakt van herbruikbare materialen.
  • Een duurzaam gebouw moet een gezond binnenmilieu hebben. Daarom moet een duurzaam gebouw beschikken over een goede ventilatie en moeten vochtproblemen en schimmel worden voorkomen. Ook de ophoping van schadelijke stoffen moet worden voorkomen.
  • Er moet verantwoord worden omgegaan met water. Het gebruik van water moet zoveel mogelijk worden bespaard.
  • Het gebouw moet niet zorgen voor vervuiling zoals CO2 uitstoot.
  • Het gebouw mag geen hinder opleveren in de vorm van geluidsoverlast, lichtoverlast en de emissie van schadelijke stoffen.
  • Het duurzame gebouw moet ook goed gesloopt kunnen worden zodat de materialen hergebruikt kunnen worden.

Keurmerken voor duurzaam bouwen
Duurzaam bouwen is een heel breed begrip waaraan bouwbedrijven op een verschillende manier invulling kunnen geven zolang de kaders maar gehanteerd worden. Er is echter toch een bepaalde mate van uniformiteit nodig en duidelijkheid met betrekking tot de term duurzaam bouwen. Daarom zijn er in Nederland keurmerken en certificaten ontwikkeld voor de bouwsector. Voorbeelden van deze certificaten en keurmerken zijn de BREEAM, LEED en GPR.

Duurzaam bouwen in ontwikkeling
Duurzaam bouwen zal niet altijd hetzelfde zijn. Door nieuwe innovaties en technische ontwikkelingen kan men steeds duurzamer produceren en duurzamer wonen. Denk hierbij aan systemen waarmee men zelf energie kan opwekken zoals zonnepanelen, warmte pompen, hybride warmtepompen, warmte en koudeopslag, pelletkachels en pelletketels. Deze technologische ontwikkelingen gaan gepaard met de energietransitie. De energietransitie houdt nauw verband met duurzaam bouwen en het duurzaam gebruiken van een woning. Door gebouwen zelfstandig energie op te laten wekken kunnen gebouwen energieneutraal, klimaatneutraal en uiteindelijk ook CO2 neutraal worden.

Passiefhuis, nulwoning en een tiny house
Er zijn nogal wat ontwikkelingen op het gebied van duurzaam bouwen. Zo wordt de term passiefhuis steeds vaker ingevoerd in de bouw. Een passiefhuis is een huis dat voor een groot deel van het jaar niet actief hoeft te worden voorzien van energie van buitenaf. Een nulwoning is een woning die op jaarbasis precies neutraal is op het gebied van CO2 emissie. Daarom wordt een nulwoning ook wel een energieneutrale woning, CO2-neutrale woning of balanswoning genoemd. Dit soort woningen worden steeds vaker gebouwd. Ook een tiny house doet in Nederland haar intrede. Dit zijn kleine compacte woningen die volledig zelfvoorzienend zijn. Momenteel is er echter nog geen wetgeving die er voor zorgt dat een tyny house permanent bewoond mag worden. Een passiefhuis of een nulwoning mogen echter wel permanent bewoond worden.

Wat is een tiny house?

Een tiny house is een compact en klein huis dan geschikt is voor een minimalistische en milieuvriendelijke levensstijl. Een tiny house staat daarmee haaks op consumentisme en kapitalisme. Het principe van ‘tiny house’ is echter ontstaan in een land waar consumentisme en kapitalisme juist door veel mensen worden nagestreefd, namelijk in Amerika. Geheel tegen de heersende opvattingen over het verdienen van veel geld en het wonen in een groot huis met een grote auto is in Amerika de “Tiny House movement” ontstaan. Het concept waarop een tiny house is gebaseerd is niet expliciet beschreven. In plaats daarvan gaat het meer om een manier van leven of een filosofie.

Tiny house is een klein huis
Letterlijk betekent een tiny house niet meer dan een klein huis. Een tiny house is dan ook echt klein. Zo heeft een tiny house een woonoppervlak van maximaal 50 vierkante meter. Het is echter geen caravan maar echt een huis dat op een innovatieve manier is gebouwd. Een tiny huis heb je in verschillende soorten het meest ideale concept is een zelfvoorzienend huisje dat klimaatneutraal en CO2 neutraal is. Men kan hierbij de principes van een nulwoning en een passiefhuis in gedachten nemen.

Een tiny house wordt meestal gebouwd van natuurlijke materialen of materialen die op een ecologisch verantwoorde wijze zijn verkregen. Hierbij kan men denken aan hout, riet en kurk. Hoewel een tiny house klein is wordt er wel zorg besteed aan de architectuur en vormgeving. Misschien is de vormgeving juist extra belangrijk want door alles praktisch in te delen kan veel ruimte worden bespaard. Een tiny huis is niet alleen bedoelt om in te slapen het is een huis waar men daadwerkelijk in leeft.

Tiny house, natuur en milieu
Een tiny house wordt zo gemaakt en zo bewoond dat de mens een zo klein mogelijke belasting vormt voor haar omgeving. Dat houdt in dat een tiny house meestal in een natuurlijke omgeving wordt geplaatst. Omdat een tiny house over het algemeen niet uit steen en andere zware materialen bestaat hoeft men ook geen zware fundering aan te brengen. Een tiny house kan op palen staan maar ook op wielen of trailers zodat de kleine woning makkelijk verplaatst kan worden. Op die manier kan men ook flexibele en onafhankelijk wonen.

Voordelen en nadelen van een tiny house
Een tiny house is klein maar kost daarom ook weinig. Omdat deze kleine huizen idealiter zelfvoorzienend zijn wordt ook op de vaste lasten bespaard. Het wonen in een tiny house is daardoor financieel aantrekkelijk. Ook voor je eigen gevoel kan het wonen in een dergelijke compacte en klimaatneutrale woning interessant zijn. Een tiny house dwingt je echter wel om keuzes te maken. Je kunt niet heel veel materiaal opslaan in een tiny house. De opbergruimte is in deze huisjes veel te gering. Ook met betrekking tot kleding, schoenen, borden, bestek, gereedschappen en materialen die je dagelijks nodig hebt zal je keuzes moeten maken. Wanneer je in je eentje in een tiny house woont is dat op zich wel te regelen maar wanneer je met meerdere mensen in een tiny house woont moet je goede afspraken maken.

Zelfvoorzienend en energieneutraal

Een tiny house is meestal zelfvoorzienend of grotendeels zelfvoorzienend. Dat moet ook wel want een tiny house is meestal niet aangesloten op het aardgasnet. Daarnaast is een tiny house vaak ook niet aangesloten op waterleidingen en het elektriciteitsnet. Dat vereist een grote mate van creativiteit en technisch inzicht van de bewoner. Er kunnen verschillende technische voorzieningen worden aangebracht om het tinyhouse energieneutraal te maken. Daarbij zijn zonnepanelen en zonnekegels een oplossing. Ook warmtepompen zijn een mogelijke oplossing. Soms wordt ook gebruik gemaakt van pelletkachels en pelletketels om het tiny house te verwarmen. Voor de afvoer van het rioolwater moet men ook aparte voorzieningen treffen.

Tiny house in Nederland
In Nederland is het concept Tiny House nog niet goed ingeburgerd. Het is een nieuwe manier van wonen waarop de wet- en regelgeving nog niet is aanpast. Zo zijn tiny houses in Nederland nog niet wettelijk erkend. In plaats daarvan worden deze kleine huisjes als recreatiewoningen beschouwd en dat zorgt er voor dat men een tiny house in Nederland niet een heel jaar mag bewonen. Toch kan ook de Nederlandse overheid de innovatie niet tegen gaan. U
iteindelijk zal ook de overheid goed moeten nadenken over wetten en regels voor tiny houses. De ontwikkeling van deze woningen loopt namelijk parallel met de innovaties die plaatsvinden in het kader van duurzaam, CO2 neutraal en klimaatneutraal wonen. Innovaties die worden toegepast in een nulwoning en passiefhuis worden ook dikwijls op kleine schaal toegepast in een tiny house. Daarom zullen er ook meer regels moeten ontwikkeld waardoor het bouwen en wonen in een tiny house toch mogelijk is in Nederland.

Wat is een energieverbruiksmanager?

Een energieverbruiksmanager is een apparaat of een applicatie (app) waarmee men op een display of digitaal op een smartphone, tablet of pc inzicht kan krijgen in het energieverbruik van een gebouw en de daarin aanwezige energieverbruikende apparaten en installaties. Met een energieverbruiksmanager kan men informatie inwinnen over het energieverbruik. Dit systeem is meestal gekoppeld aan een slimme meter of staat hiermee in contact. De meetgegevens van de slimme meter worden in de energieverbruiksmanager gevisualiseerd aan de gebruiker. De meterstanden die door de slimme meter worden geregistreerd worden vertaald in grafieken en tabellen. Dat maakt het voor mensen mogelijk om inzicht te krijgen in de momenten waarop veel of juist weinig energie wordt verbruikt in een bepaald gebouw.

Energieverbruik managen
Energieverbruiksmanagers zijn er in verschillende soorten. Zo zijn er fysieke kastjes maar er zijn ook digitale energieverbruiksmanagers zoals de eerder genoemde app of de programma’s die men kan bekijken op een tablet of op een pc. De programma’s kunnen heel uitgebreid zijn. Zo kan men in tabellen en grafieken een duidelijk beeld krijgen van het energieverbruik. Dit energieverbruik kan men dikwijls ook vergelijken met verschillende periodes die zijn geweest. Men kan het energieverbruik per dag inzichtelijk krijgen. Sommige dagen maakt men meer gebruik van bepaalde energieverslindende apparaten en dat heeft een effect op de meetresultaten die worden gemeten door de slimme meter. Deze meetgegevens worden vervolgens weer doorgestuurd naar de energieverbruiksmanager.

Op die manier kan men meer inzicht krijgen in het energieverbruik en kan met het energieverbruik ook gaan managen. Men kan dan namelijk bepalen welke apparaten veel of weinig energie verbruiken. Indien mogelijk kan men de installaties en apparaten die veel energie verbruiken gaan vervangen voor energiezuinige varianten. Op die manier kan men een woning meer klimaatneutraal of CO2 neutraal maken en bovendien besparen op de energielasten.

Slimme meter of energieverbruiksmanager?
Uit de alinea’s hiervoor komt al een beetje naar voren dat een slimme meter en een energieverbruiksmanager twee verschillende apparaten of systemen zijn. Dat is in de praktijk ook zo. Een slimme meter is altijd een fysiek meetinstrument dat dikwijls in de meterkast is geplaatst. Een slimme meter meet het gasverbruik en het elektriciteitsverbruik. Deze meetgegevens zijn in principe voldoende om aan een energieleverancier door te geven. Een slimme meter wordt ook gebruikt om te meten hoeveel energie wordt teruggeleverd op het elektriciteitsnet.

Alleen meetgegevens maken geen tendens inzichtelijk met betrekking tot het energieverbruik. Men kan dus met een slimme meter niet goed inzichtelijk krijgen in welke periode pieken en dalen in het energieverbruik zijn gemeten en welke ontwikkelingen hierin zijn geweest. Dergelijke ontwikkelingen kan men wel inzichtelijk krijgen met een energieverbruiksmanager. Een energieverbruiksmanager staat wel in contact met de slimme meter. Dat is noodzakelijk want de energieverbruiksmanager meet zelf het energieverbruik niet. Het apparaat of de app wordt alleen gebruikt voor het inzichtelijk maken van gegevens.

Wat is een slimme meter?

Een slimme meter is een digitale energiemeter waarmee kan worden bijgehouden hoeveel elektrische stroom of gas is verbruikt. De slimme meter is daardoor een nieuwe soort gasmeter en elektriciteitsmeter in één. Slimme meters zijn geschikt voor het registreren van een zogenaamd dubbeltarief. Daarnaast is een slimme meter ook uitgerust met speciale technologie waardoor deze meterstanden op een afstand kan doorsturen. Deze meters worden ook gebruikt om bij te houden hoeveel elektrische energie wordt terug geleverd op het energienet. Deze terug levering van elektrische energie vindt plaats bij woningen met zonnepanelen of andere systemen waarmee elektrische energie kan worden opgewekt.

Slimme meter is niet slim
Een slimme meter is niet slim in de letterlijke zin. Dit houdt in dat deze meters niet voorzien zijn van hoogwaardige kunstmatige intelligentie. In plaats daarvan is een slimme meter meer een meetinstrument voor de energiesector. Slimme meters zijn echter wel uitgerust met een geheugen waarmee ze het energieverbruik van een gebouw digitaal kunnen opslaan. Dit geheugen is geplaatst in de elektriciteitsmeter. In deze meter worden de elektriciteitsmeterstanden én gasmetersstanden opgeslagen. Dit betekent dat de gasmeter is verbonden met de elektriciteitsmeter.

Naast deze mogelijkheid om gegevens op te slaan is deze energiemeter ook een communicatiesysteem omdat hiermee de meterstanden automatisch naar een energieleverancier kunnen worden gestuurd. Woningeigenaren kunnen echter ook zelf hun energieverbruik doormiddel van een slimme meter in kaart brengen. Daarvoor moet men echter wel een zogenaamde slimme thermostaat met display hebben, een energieverbruiksmanager of een speciale energieverbruik-app.

Dubbeltarief
Zoals hiervoor genoemd kunnen slimme meters worden gebruikt voor de registratie van een enkeltarief en een dubbeltarief. Bij een dubbeltarief is er sprake van een piek en een dal in de tariefopname. Dit is meestal gekoppeld aan een lager tarief gedurende de nacht en een hoger tarief gedurende de dag. Het wordt ook wel een hoog-laag tarief genoemd. De energieleverancier brengt dan twee verschillende tarieven in rekening bij de energieafnemer. Een slimme meter maakt deze gegevens inzichtelijk voor de energiegebruiker en is daardoor een interessant meetinstrument.

Energie terugleveren
Het terugleveren van energie op het energienet wordt een steeds belangrijker onderwerp in de energiesector. Er worden in Nederland steeds meer energiezuinig en CO2 neutrale woningen gebouwd. Hierbij kun je denken aan het type nulwoning of een passiefhuis. Deze woningen gebruiken een groot deel van het jaar niet of nauwelijks energie en kunnen daarom in bijvoorbeeld hele zonnige periodes meer zonne-energie opwekken dan nodig is voor het energieverbruik van de woning. Dit overschot aan energie kan worden teruggeleverd aan het energienet. Niet alleen een passiefhuis of nulwoning kan een energieoverschot hebben.

Ook andere woningen en utiliteit kunnen terugleveren op het energienet. Een slimme meter is daarbij een handig instrument waarmee de teruglevering van energie inzichtelijk wordt gemaakt. Het is belangrijk dat de slimme meter goed werkt omdat energie geld kost en geld oplevert. Door gebruik te maken van een slimme meter kan de energieleverancier zien hoeveel energie daadwerkelijk is afgenomen. Daarvoor kan de energieleverancier de hoeveelheid afgenomen energie in mindering brengen op de hoeveelheid geleverde energie. In de meeste gevallen zal men meer energie afnemen dan terugleveren maar bij een nulwoning of passiefhuis is dat niet altijd het geval.

Energieverbruiksmanager
Het meten van de energieafname is slechts één aspect van energiemanagement. Iemand die echt goed inzicht wil krijgen in het energieverbruik van een gebouw of woning zal een energieverbruiksmanager moeten aanschaffen. Een energieverbruiksmanager geeft inzage in het energieverbruik. Een energieverbruiksmanager bestaat meestal uit een los kastje dat wordt aangesloten op de elektriciteitsmeter en zorgt voor meer informatie over het daadwerkelijke gebruik van gas en elektriciteit. De aansluiting van de energieverbruiksmanager kan rechtstreeks worden gedaan. Dan blijven de gegevens binnen de woning. Voor een dergelijke aansluiting kan men gebruik maken van de zogenaamde P1-poort die inde slimme meter aanwezig is.

Veel energieverbruiksmanagers werken met een softwaresysteem zoals een app. Een energieverbruiksmanager zou je daardoor kunnen rekenen tot domotica of in een bepaalde mate tot internet of things. Toch is de communicatie vanuit een energieverbruiksmanager wel eenzijdig. Men kan een energieverbruiksmanager dus niet programmeren om alle energieverbruikende installaties aan te sturen zodat meer of minder energie wordt verbruikt.

Gegevens van een slimme meter raadplegen

Slimme meters zijn een informatiebron met betrekking tot het energieverbruik van een woning of ander gebouw bijvoorbeeld utiliteit. Het is natuurlijk belangrijk dat men de meetgegevens kan uitlezen. Natuurlijk worden meetgegevens door computersystemen geregistreerd en verwerkt. De taal van computers is echter anders dan de taal van mensen. Daarom wordt gebruik gemaakt van een interface. Deze interface is meestal een display die voorzien is van een paneel met knoppen.

Door de knoppen op de interface kan een mens gegevens opvragen en als het ware communiceren met in dit geval de slimme meter. Men kan doormiddel van een stekker een display in contact brengen met de slimme meter. De display en het bijbehorende kastje is in dit geval de energieverbruiksmanager die ook in de vorige alinea werd benoemd. De energieverbruiksmanager geeft een beter inzicht in het daadwerkelijke energieverbruik van de woning. Een slimme meter kan ook draadloos gegevens doorsturen naar bijvoorbeeld een app op een smartphone of richting een energieleverancier. Uiteraard zal men wel toestemming moeten geven aan een energieleverancier voordat een dergelijke draadloze verbinding tot stand wordt gebracht.

Regie woningbouw meer in handen van de overheid vanaf 2018?

Verschillende spelers op de woningmarkt merken dat er problemen ontstaan tussen de vraag naar woningen en het aanbod aan woningen. Er worden wel nieuwe woningen gebouwd maar het nieuwe woningaanbod is in bepaalde regio’s van Nederland lang niet voldoende ten opzichte van de vraag. Lokale overheden blijken hier moeilijk grip op te kunnen krijgen daardoor zal de landelijke overheid de regie meer in handen willen nemen.

Nieuwbouwlocaties
Er zullen meer woningbouwlocaties moeten worden aangewezen aan de randen van steden en dorpen. Er wordt vanuit de provincies te weinig grond aanwezen die gebruikt kan worden voor het realiseren van nieuwbouwwoningen. In drukke stedelijke gebieden is er daardoor een tekort aan nieuwbouwwoningen. De overheid zou moeten aansturen in dit proces. De vraag is of dit gaat lukken want de landelijke overheid en de regionale overheden communiceren lang niet altijd in dezelfde taal en belangen.

Klimaatneutraal bouwen
De landelijke overheid zou overigens vanuit haar voorgenomen regierol wel sturing kunnen bieden aan het klimaatneutraal en CO2 neutraal bouwen. Als dat goed lukt zullen veel nieuwbouwwoningen bijvoorbeeld een passiefhuis of nulwoning kunnen worden waarbij de klimaatbelasting vrijwel nul is. De klimaatdoelstellingen kunnen dan beter behaald worden in Nederland.

Wat is een hybride ketel?

Een hybride ketel, een hybride HR ketel of een hybride cv-ketel is een gecombineerde verwarmingsinstallatie waarbij naast een gasgestookte ketel ook gebruik wordt gemaakt van een duurzamere en minder milieubelastende warmtebron in de vorm van een hybride warmtepomp. Over het algemeen heeft men het over een hybride warmtepomp in plaats van een hybride ketel. Net als andere producten waarbij men het woord hybride hanteert is er sprake van gecombineerd systeem waarbij een systeem aanwezig is dat werkt op fossiele brandstoffen en een ander systeem dat geen of nauwelijks CO2 uitstoot heeft. Zo bevat een hybride auto een verbrandingsmotor die op benzine werkt en een elektromotor die aangedreven wordt vanuit oplaadbare accu’s.

Hybride ketel of hybride warmtepomp
Een hybride ketel of beter gezegd een hybride warmtepomp bestaat uit een warmtepomp en een gasgestookte hoogrendementsketel (cv-ketel). De centrale verwarming haalt het benodigde warme water daardoor vanuit de warmtepomp en/of de cv-ketel. Omdat voor de werking van een cv-ketel of HR-ketel aardgas moet worden verstookt is een dergelijke verwarming belastend voor het milieu en zorgt deze voor CO2 uitstoot. Om die reden zal een hybride warmtepomp zo worden ingeregeld dat in eerste instantie de warmte wordt gehaald uit de hybride warmtepomp en in tweede instantie pas de cv-ketel in werking zal treden. In de praktijk blijkt vaak dat de cv-ketel in werking treed in koude perioden en wanneer er heet tapwater nodig is.

Hybride warmtepomp ter aanvulling op cv-ketel
Een hybride warmtepomp is een milieubewuste aanvulling op een bestaande cv-installatie. Dit maakt een hybride warmtepomp tot een interessant product voor mensen die een woning hebben met een cv-installatie en toch hun verwarmingssysteem willen verduurzamen. De bestaande centrale verwarmingsinstallatie hoeft er dan namelijk niet uit maar kan gewoon behouden worden en in gebruik blijven. De hybride warmtepomp zal echter een deel van het water voor de cv-installatie gaan verwarmen. Alleen wanneer het heel koud is zal de cv-ketel of hr-ketel worden ingeschakeld om warm water te leveren voor de cv-leidingen.

Wat is een hybride warmtepomp?

Een hybride warmtepomp is een gecombineerd verwarmingssysteem waarbij gebruik wordt gemaakt van een lucht-water warmtepomp en een ander soort verwarmingssysteem meestal in de vorm van een gasgestookte hoogrendementsketel (cv-ketel). In gebouwen waarbij men werkt met hybride verwarmingssysteem is er sprake van een samenwerking tussen een warmtepomp en een cv-ketel of hr-ketel.

Deze installaties worden gezamenlijk gebruikt voor het verwarmen van het gebouw en het verwarmen van het sanitaire water. Een hybride warmtepomp en een cv-ketel vullen elkaar aan op het gebied van verwarming. De buitentemperatuur en de gevraagde hoeveelheid warmte zijn belangrijke factoren die bepalend zijn of de warmte wordt geleverd door de warmtepomp of door de cv-ketel/ hr-ketel.

Waaruit bestaat een hybride verwarmingssysteem?
Een Hybride installatie zal bestaan uit twee verschillende verwarmingssystemen waarbij het ene systeem over het algemeen milieubelastend is en het andere systeem niet of nauwelijks milieubelastend is. Meestal is er een combinatie tussen een gasgestookte cv-ketel of gasgestookte hr-ketel in combinatie met een warmtepomp. Er zijn verschillende soorten warmtepompen
• lucht/water warmtepomp
• brine/water warmtepomp
• ventilatielucht/water warmtepomp
• water/water warmtepomp
Het hybride verwarmingssysteem kan uit twee losse verwarmingstoestellen bestaan maar er zijn ook verwarmingssystemen waarbij de verschillende soorten verwarming gecombineerd zijn en in één behuizing zijn geplaatst. Een dergelijk gecombineerd systeem wordt ook wel een hybride toestel genoemd.

De samenstelling van het verwarmingssysteem is afhankelijk van een aantal factoren waaronder het type warmtepomp. Meestal bestaat het hybride systeem uit een binnenunit waarin de warmtepomp is geplaatst en een buitenunit. Deze units worden gekoppeld aan een hr-ketel of cv-ketel en een slimme thermostaat. Als men gebruikt maakt van een hybridetoestel dan is dit meestal een toestel waarin een lucht/water warmtepomp gecombineerd is met een hr-ketel. De warmtepomp kan dan zowel binnenlucht als buitenlucht gebruiken om warmte te onttrekken.

Werking hybride warmtepomp in combinatie met een hr-ketel
Een warmtepomp werkt op elektriciteit. De elektrische stroom zorgt er voor dat de ventilator in de warmtepomp de (buiten)lucht aanzuigt het systeem in. Uit deze lucht wordt warmte gewonnen. Met behulp van een compressor wordt deze lucht op een hogere temperatuur gebracht. Deze lucht wordt afgegeven op de condensor / wisselaar. Aan de andere kant van de condensor zorgt een circulatiepomp er voor dat het water in het verwarmingssysteem wordt rondgepompt. Aan de bovenkant stroomt het water het buffervat in en onderlangs het buffervat weer uit. Dan gaat het water na afgifte van de warmte weer terug naar de condensor. Met een hybride warmtepomp kan men warm water realiseren maar geen heet water. Als heet water nodig is zal men daarvoor de cv-ketel nodig hebben. Ook wanneer men snel heel warm water nodig heeft zal de cv-ketel in werking treden. Een controller of regelunit zorgt er in combinatie met een slimme thermostaat voor dat in eerste instantie de warmte van de hybride warmtepomp zal worden gebruikt voor de verwarming.

Energie besparen met hybride warmtepomp
Een hybride warmtepomp zorgt voor energiebesparing en minder CO2 uitstoot omdat een gedeelte van de verwarming niet uit de gasgestookte cv-ketel komt maar uit de warmtepomp. Dat maakt dat het kiezen voor een hybride warmtepomp een milieubewuste keuze is. Daarnaast zorgt het systeem er ook voor dat er minder gas wordt verstookt wat weer gunstig is voor het verlagen van de maandelijkse energielasten.

Waarom een hybride verwarmingssysteem?
Men zou zich af kunnen vragen waarom men niet gewoon de cv-ketel of hr-ketel vervangt voor een warmtepomp. Dit zou natuurlijk de meest ideale situatie zijn want dan hoeft men bijvoorbeeld geen gasgestookte cv-ketel of hr-ketel te gebruiken en kan men het gebouw misschien zelfs klimaatneutraal of CO2 neutraal verwarmen.

Helaas is dit echter niet eenvoudig. De meeste woningen in Nederland zijn aangesloten op aardgas en zijn niet zo energiezuinig als een nulwoning of een passiefhuis. In plaats daarvan maken ze nog gebruik van aardgas. Deze fossiele brandstof zal bij een hybride verwarming alleen in de koude wintermaanden worden aangesproken voor de verwarming van het tapwater bijvoorbeeld. Voor de warmere dagen zal de warmtepomp de gevraagde warmte uit de omgevingslucht kunnen onttrekken, dit kan de buitenlucht zijn maar ook de binnenlucht.

De hybride warmtepomp zorgt er overigens voor dat de bestaande verwarming niet geheel vervangen hoeft te worden. In plaats daarvan is de hybride warmtepomp een ideale combinatie waarbij een bestaand verwarmingssysteem energiezuiniger en milieubewuster wordt gemaakt. Hybride warmtepompen kunnen bovendien gebruikt worden in combinatie met de standaard radiatoren die aan centrale verwarmingssystemen zijn gekoppeld. Grote technische aanpassingen zijn meestal niet nodig bij de installatie van een warmtepomp in combinatie met een reeds bestaande cv-installatie. Daardoor hoeft voor de installatie van een hybride warmtepomp meestal geen enorme bedragen te worden betaald.

Wat is een werkgeversverklaring?

Een werkgeversverklaring is een schriftelijk document dat door de werkgever aan de werknemer wordt verstrekt om de inkomenssituatie en arbeidsrelatie inzichtelijk te maken en toe te lichten. Een werkgeversverklaring wordt in de praktijk vaak door werknemers opgevraagd bij hun werkgever om hun inkomenssituatie en kredietwaardigheid inzichtelijk te maken aan een mogelijke hypotheekverstrekker. De werkgeversverklaring kan ook opgevraagd worden door een verhuurder bij het afsluiten van een huurcontract.

Waarom een werkgeversverklaring?
Doormiddel van de werkgeversverklaring kan de bank of andere hypotheekverstrekker zien hoeveel de werknemer verdient. Dit inkomen vormt dikwijls de belangrijkste basis voor het bepalen van de maximale som die de persoon kan lenen voor een woning. De hoogte van de hypotheek en de hypotheekrente zijn belangrijke uitgangspunten voor het bepalen van de maandelijkse hypotheeklasten. Deze maandelijkse hypotheeklasten worden naast het maandelijkse inkomen neergelegd om te beoordelen of de werknemer zijn of haar financiële verplichtingen kan nakomen aan de hypotheekverstrekker.
Niet alleen het inkomen is belangrijk voor het afsluiten van de hypotheek, ook de duur van het dienstverband is belangrijk. Hypotheekverstrekkers willen namelijk ook graag weten hoe lang iemand een bepaald inkomen zal ontvangen. De hoogte van het inkomen en de duur van het arbeidscontract vormen daarom samen belangrijke informatie voor de hypotheekverstrekker of kredietverstrekker.

Werkgeversverklaring of intentieverklaring
Een werkgeversverklaring wordt meestal verstrekt als een werknemer een vast dienstverband heeft. Als een werknemer een tijdelijk dienstverband heeft of op uitzendbasis werk kan een werkgever een intentieverklaring verstrekken. Vaak spreekt men ook in die gevallen van een werkgeversverklaring. Echter is het dienstverband dat op een intentieverklaring wordt weergegeven minder lang. Daarom wordt op de intentieverklaring vaak een intentie van een werkgever weergegeven. Deze intentie maakt duidelijk welk toekomstbeeld de werknemer heeft bij het bedrijf. In een intentieverklaring staat bijvoorbeeld of de werkgever de werknemer een vast dienstverband wil geven of niet.

Hoe wordt een werkgeversverklaring ingevuld?
Er zijn een aantal belangrijke aandachtspunten bij het invullen van een werkgeversverklaring. Allereerst moet de werkgeversverklaring door een bevoegde leidinggevende, personeelsfunctionaris of andere bevoegde persoon worden ingevuld. De werkgeversverklaring mag maar door één persoon worden ingevuld. Deze persoon dient hiervoor dezelfde pen te hanteren. Een werkgeversverklaring wordt vaak door de hypotheekverstrekker gecontroleerd op het gebied van handschrift. Het handschrift op de werkgeversverklaring moet dus in dezelfde stijl staan.

Verder moet de datum van indiensttreding die op de werkgeversverklaring staat overeenkomen met de datum die op de salarisstroken staat. Wanneer deze informatie niet in overeenstemming is met elkaar zal dit moeten worden toegelicht. Ook de gegevens van de werknemer die op de salarisstrook staan moeten kloppen met de gegevens op de werkgeversverklaring staan. Deze gegevens moeten overigens ook in overeenstemming zijn met de gegevens die de hypotheekaanvrager over zichzelf heeft verstrekt bij de hypotheekaanbieder.

Een werkgeversverklaring en een intentieverklaring zullen door de werkgever ondertekend moeten zijn en moeten in de praktijk ook vaak voorzien zijn van een stempel van het desbetreffende bedrijf.

Hoe krijg je een werkgeversverklaring?
Een werknemer kan een werkgeversverklaring ontvangen van zijn of haar werkgever. Daarvoor moet de werknemer een aanvraag indienen bij het bedrijf waar hij of zij werkzaam is.

Perspectiefverklaring voor uitzendkrachten
Voor uitzendkrachten was het vaak moeilijk om een hypotheek te krijgen van een hypotheekverstrekker. De meeste hypotheekverstrekkers namen niet of nauwelijks genoegen met de intentieverklaring of werkgeversverklaring indien de uitzendkracht op basis van een uitzendbeding werkzaam was bij het uitzendbureau. Verschillende uitzendbureaus hebben daarom in samenwerkging met een aantal hypotheekverstrekkers een nieuw document opgesteld namelijk de perspectiefverklaring. Met de perspectiefverklaring wordt inzichtelijk gemaakt welke perspectieven de desbetreffende uitzendkracht heeft op de arbeidsmarkt. Met een perspectiefverklaring kan een hypotheekverstrekker net als bij de werkgeversverklaring/ intentieverklaring inzichtelijk krijgen of de uitzendkracht (waarschijnlijk) aan zijn of haar betalingsverplichtingen kan voldoen.

Wat is klimaatcompensatie of CO2 compensatie?

Klimaatcompensatie of CO2 compensatie is het compenseren van de emissie van broeikasgassen die tijdens de productie, dienstverlening en consumptie van bedrijven kunnen ontstaan. Vrijwel alle bedrijven hebben een bepaalde afvalstroom en CO2 uitstoot. Deze uitstoot van broeikasgassen is schadelijk voor het milieu en het klimaat omdat de warmte van de zon door de deken van broeikasgassen rondom de aarde nauwelijks de dampkring kan verlaten.

Voor de opwarming van de aarde maakt het niet uit waar de broeikasgassen precies worden uitgestoten of waar deze broeikasgassen worden gecompenseerd. Daarom vindt klimaatcompensatie of CO2 compensatie vaak buiten bedrijven plaats. Doormiddel van CO2 compensatie en klimaatcompensatie kunnen bedrijven hun totale hoeveelheid van broeikasgassen in balans brengen oftewel compenseren met extra milieuvriendelijke investeringen zoals de aanleg van een groot bos.

Waarom klimaatcompensatie of CO2 compensatie?
Door nationale en internationale klimaatakkoorden ontstaan richtlijnen en verplichtingen aan bedrijven met betrekking tot hun CO2 uitstoot. Bedrijven kunnen zelfs emissierechten kopen en verkopen. Deze werkwijze is gebaseerd op het principe dat de vervuiler betaald. Toch is het laten betalen voor CO2 emissie geen duurzame oplossing. Kapitaalkrachtige bedrijven calculeren de kosten van de CO2 emissie gewoon in en veranderen hun vervuilende bedrijfsvoering nauwelijks. Daarom wordt er vanuit overheden steeds meer politieke druk uitgeoefend op bedrijven om hun processen milieuvriendelijker te maken.

Vanuit de markt komt er ook druk. Consumenten willen graag een goed gevoel aan een product en dienst overhouden en willen daarom graag producenten en diensten afnemen van maatschappelijk verantwoorde ondernemingen. Vooral nu de economie aantrekt en prijs van ondergeschikt belang wordt zullen veel mensen en bedrijf bewust kiezen voor organisaties en bedrijven die klimaatneutraal zijn.

Echter kunnen niet alle bedrijven hun bedrijfsprocessen eenvoudig milieuvriendelijker maken. In plaats daarvan kan klimaatcompensatie of CO2 compensatie een verstandige beslissing zijn. Bedrijven die kiezen voor klimaatcompensatie investeren in natuurgebieden waarin bomen voor filtering van de vervuilde atmosfeer zorgen. Hierdoor kan men het klimaat buiten de organisatie een positieve impuls geven. Het investeren in natuur is vaak eenvoudiger en sneller dan het aanpassen van complete bedrijfsprocessen.

Trias Energetica
Door de klimaatverdragen worden bedrijven en ook consumenten voortdurend gestimuleerd en zelfs gedwongen om de emissie van schadelijke stoffen te beperken, kortom de CO2 uistoot te beperken. De laatste jaren krijgen onderwerpen zoals kilmaatneutraal, energieneutraal, CO2 neutraal en klimaatbewust werken meer aandacht. Echter werd er in 1996 al door de TU Delft een driestappenplan ontwikkelt waarmee men duurzaamheid zou kunnen realiseren. Dit stappenplan heeft de naam Trias Energetica gekregen. Er worden in dit stappenplan drie stappen genoemd:
1.Probeer het gebruik van energie te beperken waardoor er ook minder schadelijke stoffen vrij kunnen komen.
2.Als men energie gebruikt moet men deze uit hernieuwbare en duurzame energiebronnen halen.
3.Wanneer men het gebruik van energiebronnen die op kunnen raken niet kan vermijden dan moet men deze energiebronnen in ieder geval zo effectief mogelijk inzetten.

Het principe van Trias Energetica wordt onder andere toegepast bij de bouw van een nulwoning of passiefhuis. Echter wordt in een nulwoning of passiefhuis de klimaatcompensatie in de woning of in de directe omgeving van de woning gerealiseerd. Zo verbruiken deze woningen in de winter vaak meer energie maar wordt dit in de zomer gecompenseerd met bijvoorbeeld een hogere opbrengst vanuit de zonne-energie.

Wat is klimaatneutraal?

Klimaatneutraal is een term die wordt gebruikt om aan te geven dat een bepaald proces, installatie, bedrijf, woning of ander object geen (negatief) effect heeft op de klimaatverandering. Het gebruik van een klimaatneutraal bouwwerk of installatie draagt niet bij aan de opwarming aan de aarde. In plaats van de benaming klimaatneutraal gebruikt men ook wel de aanduiding CO2-neutraal. Zowel CO2-neutraal als klimaatneutraal worden tegenwoordig in het kader van de energietransitie als belangrijke uitgangspunten gehanteerd bij bouwprocessen, managementprocessen en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Klimaatneutraal en CO2-neutraal
Men kiest er vaak voor om de aanduiding CO2-neutraal te gebruiken omdat de klimaatverandering gekoppeld is aan de emissie van CO2. De uitstoot van CO2 zorgt er namelijk voor dat het broeikaseffect wordt vergroot. Het effect van CO2 op het broeikaseffect kan eenvoudig worden benoemd. Het zonlicht dat door de dampkring de aarde verwarmd wordt gedeeltelijk door de aarde teruggekaatst. De deken van broeikasgassen zorgt er echter voor dat een deel van deze warmte de atmosfeer niet meer kan verlaten. Daardoor wordt de aarde opgewarmd. Wanneer men echter de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen wil gaan beperken zal men klimaatneutraal moeten bouwen en klimaatneutraal moeten leven.

Passiefhuis of nulwoning
De meeste gebouwen en bedrijven verbruiken energie. Het energieverbruik ligt meestal een bepaalde periode van het jaar hoger dan de opbrengst die het desbetreffende bouwwerk op dat moment heeft. Denk bijvoorbeeld aan de winterperiode waarin vaak meer elektriciteit wordt verbruikt voor verlichting en meer verwarmingsbronnen worden aangewend om het gebouw te verwarmen. Ook bij een passiefhuis of nulwoning is er vaak sprake van periodes waarin meer energie wordt gebruikt. Een passiefwoning of nulwoning is vaak in de praktijk klimaatneutraal of CO2-neutraal omdat deze woningen op andere momenten juist meer energie opwekken dan de energiebehoefte van de nulwoning of passiefwoning vereist. In dat geval is er sprake van een energieoverschot dat teruggeleverd kan worden op het energienetwerk.

Klimaatcompensatie en CO2 compensatie
Men kan echter ook CO2 emissie compenseren zodat men toch CO2 neutraal of klimaatneutraal kan worden en werken. Bedrijven kunnen in de praktijk vaak CO2 emissie compenseren. Bedrijven die niet in staat zijn om een grote hoeveelheid CO2 emissie terug te dringen proberen doormiddel van klimaatcompensatie toch zoveel mogelijk klimaatneutraal te worden. In dat geval wordt een bepaalde hoeveelheid CO2 emissie voorkomen op een andere locatie buiten het bedrijf. Zo kunnen bedrijven bijvoorbeeld investeren in de aanleg van een groot natuurgebied waardoor ze (een deel) van hun CO2 emissie kunnen compenseren. Dit is CO2-compensatie en omdat de opwarming van de aarde hiermee in een bepaalde mate wordt beperkt spreekt men ook wel van klimaatcompensatie. De klimaatcompensatie kan er voor zorgen dat bedrijven vrij snel hun CO2 emissie kunnen reduceren terwijl bedrijven doormiddel van het technisch aanpassen van hun energievoorziening en hun uitstoot meestal meer geld en tijd kwijt zijn.

Trias Energetica
Overigens zijn niet alle vormen van klimaatcompensatie aan elkaar gelijk. In 1996 is door TU Delft een driestappenplan ontwikkelt om tot duurzaamheid te komen. Dit stappenplan is te gebruiken voor door bedrijven, overheden en woningen. In het laatste geval zou men de Trias Energetica kunnen gebruiken om een passiefhuis of een nulwoning te bouwen. In het kader van Trias Energetica zouden drie stappen moeten worden genomen:

  1. Gebruik zo weinig mogelijk energie waardoor de emissie van schadelijke stoffen beperkt wordt.
  2. Gebruik energie uit hernieuwbare energiebronnen. Hierbij kun je denken aan zonne-energie, aardwarmte of windenergie.
  3. Gebruik energie van bronnen die op kunnen raken zoals, aardolie, aardgas en kolen zo efficiënt mogelijk.

Wanneer men bij de bouw van bijvoorbeeld een passiefwoning of nulwoning deze principes hanteert kan men een klimaatneutraal bouwwerk realiseren.  

Klimaatneutraal op de markt
Milieubewust en maatschappelijk verantwoord ondernemen krijgen steeds meer aandacht op de markt. Er zijn energielabels en keurmerken die duidelijk maken of een woning of machine klimaatneutraal of juist niet. Een voorbeeld hiervan is ook het certificaat dat wordt verstrekt voor een passiefhuis. Klimaatneutrale producten hebben een aantrekkingskracht voor bedrijven en consumenten. Daardoor zijn in de loop der jaren verschillende producten en diensten ontstaan waar klimaatneutraal bij aan de orde komt. Zo zijn er tegenwoordig:

  • klimaatneutrale producten (bijvoorbeeld boeken)
  • klimaatneutrale verplakkingsmaterialen
  • klimaatneutrale diensten
  • klimaatneutraal gebouw (zoals een nulwoning of passiefhuis)
  • klimaatneutrale organisatie (bijvoorbeeld een bedrijf of overheidsinstelling)
  • klimaatneutraal grondgebied (bijvoorbeeld een gemeente of regio)

Energiebesparing

Energiebesparing is het totaal van maatregelen waarmee het verbruik van energie uit energiebronnen wordt gereduceerd. Het hoeft hierbij niet beslist te gaan over het verminderen van het gebruik van energie uit (fossiele) brandstoffen. Energiebesparing is namelijk veel breder en omvat ook energiebesparende maatregelen waarbij er gebruik wordt gemaakt van duurzame, hernieuwbare energiebronnen zoals elektrische energie die wordt gewonnen uit zonnecellen in zonnepanelen of elektrische energie die is opgewekt uit windturbines.

Efficiënter omgaan met energie
Het besparen van energie kan voornamelijk worden gerealiseerd door energie effectiever te gebruiken en het rendement van energiebronnen te verhogen. Dit houdt in feite in dat men minder energie gaat gebruiken om dezelfde arbeid te verrichten. Als men efficiënter met energie omgaat zorgt dit er ook voor dat er meer met dezelfde hoeveelheid energie kan worden gedaan. Tegenwoordig hebben door energiebesparende maatregelen meerdere woningen voldoende aan een bepaalde hoeveelheid elektrische energie terwijl men met dezelfde hoeveelheid energie vroeger slechts één woning van voldoende elektrische energie kon voorzien.

Dit zorgt er ook voor dat energiebesparing voor een deel de energievraag compenseert die ontstaat door de bevolkingsgroei. Dat zorgt er vervolgens voor dat er ondanks een bevolkingsgroei nauwelijks meer vraag ontstaat naar energie. Meer mensen kunnen met dezelfde hoeveelheid energie in hun energiebehoefte worden voorzien. Efficiënter omgaan met energie zorgt er daardoor ook voor dat er geen of minder elektriciteitscentrales hoeven te worden en/of minder energie uit het buitenland moet worden geïmporteerd. Deze twee methoden om aan energie te komen staan beide ter discussie. Zo zorgt een toename in het aantal kolencentrales er voor dat er meer CO2 wordt uitgestoten en het importeren van energie uit het buitenland maakt een land als Nederland economisch en politiek afhankelijk van andere landen. Het besparen van energie voorkomt deze problemen grotendeels daarom is energiebesparing zo belangrijk.

Redenen voor energiebesparing
Hiervoor zijn al een aantal redenen genoemd voor het besparen van energie. Er zijn in de praktijk verschillende redenen die er voor zorgen dat overheden, bedrijven en burgers minder energie gaan gebruiken. We noemen een aantal belangrijke voorbeelden:

  • Bepaalde energiebronnen raken op zoals fossiele brandstoffen.
  • Het winnen en verbruiken van bepaalde energiebronnen heeft een schadelijk effect op de gezondheid. Denk hierbij aan de emissie van CO2 en andere schadelijke stoffen in de atmosfeer. Daardoor ontstaat niet alleen luchtvervuiling maar ook een broeikaseffect waardoor opwarming van de aarde ontstaat. Ook kan het winnen van energie geluidshinder veroorzaken.
  • Door het winnen van kolen en aardolie wordt ook de natuur schade toegebracht. Het delven van energiebronnen uit de aardbodem zorgt er voor dat landschappen veranderen en zorgt er bovendien voor dat er een verhoogd risico ontstaat op een natuurramp. Denk hierbij aan boorplatformen en olietankers die olie kunnen lekken op zee. Deze risico’s ontstaan dus nog voordat er daadwerkelijk energie wordt verbruikt. Overigens wordt bij het winnen van fossiele energie ook energie verbruikt. Denk hierbij aan het energieverbruik van boorinstallaties. Ook voor het transport van fossiele energiebronnen over land en over zee wordt energie verbruikt.
  • Energie en het winnen van energie kost geld en arbeid. Hoe meer energie verbruikt wordt hoe meer geld geïnvesteerd moet worden in het winnen van energie. Ook het opslaan van fossiele brandstoffen kost geld. Het transporteren van deze brandstoffen kost eveneens geld en tijd. Ook elektrische energie kost geld. Ook wanneer deze energie duurzaam gewonnen kan worden uit windkracht, waterkracht en zonlicht.

Energiebesparing heeft een positief effect op bovenstaande punten. Als men energie bespaard hoeft men minder energie te winnen en kan de schade aan het milieu worden beperkt. Ook zal de emissie van CO2 en andere schadelijke stoffen omlaag gaan. Verder zorgt energiebesparing er voor dat er minder geld hoeft geïnvesteerd te worden in het winnen, transporteren en opslaan van energie en energiebronnen. Verder zorgt een reductie in de vraag naar energie er voor dat men ook flexibeler is in de keuze voor de meest gewenste energiebronnen. Bij een grote vraag naar energie zullen bijvoorbeeld kolencentrales noodzakelijker zijn dan wanneer de vraag naar energie afneemt.

Energietransitie
De energietransitie speelt echter ook een rol als men het heeft over de herkomst van energie. Naast energiebesparing zal men in het kader van de energietransitie ook steeds vaker keuzes moeten maken tussen de energiebronnen. Er zal minder energie moeten gewonnen uit fossiele brandstoffen zoals bruinkool, steenkool, aardolie en aardgas. De energiewaarden van deze fossiele brandstoffen is bovendien ook nog eens verschillend. Zo is er bijvoorbeeld laagcalorisch aardgas en hoogcalorisch aardgas. Energietransitie draait voor een groot deel om het afscheid nemen van de hiervoor genoemde energiebronnen en de omschakeling (transitie) naar duurzame energiebronnen zoals:

  • Aardwarmte
  • Zonne-energie
  • Windenergie
  • Energie uit waterkracht
  • Bio-energie

De hiervoor genoemde energiebronnen zullen een steeds groter aandeel krijgen in de energievoorziening van landen die zich hebben gecommitteerd aan internationale klimaatverdragen. Het voldoen aan de richtlijnen die zijn weergegeven in deze klimaatverdragen heeft vooral te maken met het beperken van de CO2 uitstoot. Juist de uitstoot van CO2 wordt tegengegaan omdat dit broeikasgas één belangrijke veroorzaker is van het broeikaseffect. Door hernieuwbare energiebronnen te gebruiken wordt de CO2 emissie beperkt maar door energiebesparing wordt ook automatisch de CO2 emissie gereduceerd. De ideale combinatie is dus een energietransitie in combinatie met energiebesparing.

Passiefhuis, nulwoning en energiebesparing
Dit is ook het geval bij de zogenaamde nulwoning en bij een passiefhuis. Een passiefhuis zal een groot deel van het jaar niet actief verwarmt hoeven te worden door energieverbruikende installaties maar kan passief worden verwarmd door bijvoorbeeld zonlicht. Een nulwoning is een woning die op jaarbasis de perfecte energiebalands heeft tussen het opwekken van energie en het energieverbruik van de woning zelf. Tegenwoordig hoor je steeds vaker dat bouwprojecten nulwoningen realiseren of dat men kiest voor de bouw van een passiefhuis. Een passiefhuis en een nulwoning is in feite de op dit moment meest perfecte vorm van energiebesparing.