Topinkomens in 2017 harder gestegen

In Nederland zijn de topinkomens vorig jaar harder gestegen dan in de jaren daarvoor. Daarnaast is ook de zogenaamde loonkloof tussen de werkvloer en de top toegenomen. Dit kwam naar voren uit een jaarlijks onderzoek van de Volkskrant naar de beloning van de topmanager van 111 toonaangevende bedrijven in Nederland.

De salarissen van de hoogste directeurs namen in 2017 toe met gemiddeld ongeveer 4,2 procent. Dat betekent een stijging van 757.000 euro naar 789.000 euro. De toename in de salarissen heeft vooral te maken met de stijging in de bonussen van de top. Deze bonussen vielen gemiddeld tien procent hoger uit. De bedrijven die door de Volkskrant werden onderzocht hadden echter maar een gemiddelde stijging van 2,8 procent in de loonkosten. Deze loonkosten stegen tot 76.000 euro voor de bedrijven.

Het grootste verschil tussen de top en de werkvloer werd gemeten bij Unilever. De grote Nederlands-Britse multinational had een extreem groot verschil tussen de topman en een gemiddelde werknemer. In 2017 verdiende topman Paul Polman ongeveer 287 keer zo veel als de gemiddelde werknemer. Polman is echter niet de bestbetaalde topman. Hij staat op de tweede plek. In 2017 steeg zijn beloning met bijna een derde tot 11,7 miljoen euro.

De bestbetaalde bestuursvoorzitter was Nancy McKinstry. Deze Amerikaanse topvrouw is werkzaam bij het informatieconcern Wolters Kluwer. Zijn ontving in totaal 14,5 miljoen euro. Dit bedrag is een optelsom van het basissalaris, bonus, pensioen, onkosten en aandelenwinsten.

Verkoop dieselvoertuigen in 2017 met 8 procent afgenomen in Europa

Automobilisten hebben in 2017 verhoudingsgewijs minder dieselvoertuigen gekocht ten opzichte van voertuigen die op benzine rijden. Dit lijkt een positieve ontwikkeling maar de praktijk is toch iets anders. Dieselvoertuigen zijn namelijk ten opzichte van benzinevoertuigen niet veel vervuilender. Er is namelijk een verschil in de emissie. Zo hebben diesels een hoger NOx uitstoot. Dit zijn stikstofoxiden die onder andere zorgen voor zure regen en fijnstof. Benzinevoertuigen zorgen juist voor meer CO2 uitstoot. Door de toename in de verkoop van benzineauto’s neemt ook de CO2 uitstoot van auto’s toe.

De verkoop van dieselvoertuigen is in 2017 afgenomen met ongeveer acht procent. Er werden meer benzineauto’s verkocht maar nauwelijks meer elektrische auto’s. Juist de verkoop van elektrische voertuigen zou moeten worden aangejaagd. Elektrische voertuigen kunnen namelijk worden opgeladen met elektrische energie die verkregen is uit hernieuwbare energiebronnen zoals windkracht en zonlicht. Daarvoor kan bijvoorbeeld een Smartflower worden gebruikt die voorzien is van een oplaadsysteem. Elektrische auto’s blijken echter nog niet populair onder automobilisten. De laadtijd en de actieradius spelen hierbij een rol. Ook is de infrastructuur van oplaadpunten in Nederland nog niet op voldoende dekkingsniveau. Daar wordt echter hard aan gewerkt.

In 2017 werden 62.000 nieuwbouwwoningen gebouwd

Niet alleen het aantal bouwvergunningen nam in 2017 toe. Er werden namelijk in het afgelopen jaar ook veel nieuwe woningen afgebouwd. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zouden er in 2017 in totaal meer dan 62.000 nieuwbouwwoningen zijn afgebouwd. Daardoor is het woningaanbod aanzienlijk toegenomen.

Bouwvergunningen
Toch is er in verschillende grote steden sprake van een tekort aan woningen. Amsterdam heeft bijvoorbeeld nog steeds te maken met een oververhitte woningmarkt. In 2017 zijn in die stad volgens het CBS de meeste vergunningen voor nieuwbouwwoningen verleend. Het totaal aantal vergunningen voor nieuwbouwwoningen kwam daar uit op 3.498. Het valt overigens op dat ruim de helft van de vergunningsaanvragen voor nieuwbouwwoningen bestemd is voor de bouw van huurwoningen.

Grote steden
Deze ontwikkeling is niet alleen zichtbaar in Amsterdam. Ook in andere grote steden in Nederland is worden meer bouwvergunningen verleend voor huurwoningen dan voor koopwoningen. In de stad Utrecht werden bijvoorbeeld in 2017 ook veel bouwvergunningen aangevraagd voor huurwoningen. In 71 procent van de bouwvergunningsaanvragen betrof het een aanvraag voor een huurwoning. In Leiden was dat zelfs in 78 procent van de gevallen. Landelijk ligt het gemiddelde op ongeveer 34 procent.

Bouwkosten
Bij de bouwvergunningen kijkt men ook naar de bouwsom oftewel het totaal van alle bouwkosten. Als men naar de totale bouwkosten kijkt dit zijn genoteerd in de verleende vergunningen voor de bouw en verbouw van woningen en bedrijfspanden dan is hierin ook een stijging merkbaar. Deze bouwkosten zijn namelijk in 2017 met 26 procent toegenomen. Daardoor kwam het totaalbedrag uit op ruim 16,9 miljard euro. Dit maakt dat de bouwkosten in 2017 het hoogste zijn geweest ten opzichte van de afgelopen zes jaar.

Siemens brengt Healthineers naar beurs in 2018

Siemens is van plan om haar gezondheidstak Healthineers nog voor de zomer van 2018 naar de beurs te brengen. Dit bericht werd maandag 19 februari 2018 door het bedrijf bekend gemaakt. Healthineers is een bedrijf dat zich bezig houdt met technologie voor ziekenhuizen en de zorgsector. Zo maakt het bedrijf ziekenhuisapparatuur en apparaten die worden gebruikt in de zorgtechnologie. Dat maakt Healthineers een belangrijke concurrent van Philips.

Het Duitse industrieconcern hoopt met de verkoop van een belang van circa 25 procent van Healthineers op de beurs in Frankfurt een bedrag van 6 miljard tot 10 miljard euro te ontvangen. Dit geld zal vervolgens worden gebruikt voor overnames van andere bedrijven. Deze overnames moeten er voor zorgen dat de kernactiviteiten van Siemens worden verstevigd. Siemens heeft onder andere een speerpunt gemaakt van de energiebranche waarin het bedrijf ook sterk vertegenwoordigd.

Eerder had Siemens haar verlichtingsbedrijf Osram afgesplitst. Verder heeft het industriële bedrijf de afgelopen jaren verschillende samenwerkingsverbanden met branchegenoten gesloten. Hierbij kun je denken aan samenwerkingsverbanden voor activiteiten op het gebied van windenergie en projecten met betrekking tot de ontwikkeling van treinen.

Meer flexwerkers ten opzichte van totale beroepsbevolking in kwartaal vier 2017

Flexwerkers vormen een belangrijke groep op de arbeidsmarkt. Vooral wanneer de economie aantrekt ziet men in eerste instantie dat er meer flexwerkers worden ingezet bij bedrijven door uitzendbureaus. Het afgelopen jaar heeft het economisch herstel in Nederland voortgezet dit zorgde er voor dat het aandeel van flexwerkers ten opzichte van de totale beroepsbevolking weer gegroeid. In 2017 groeide het aantal flexwerkers op de arbeidsmarkt. In het laatste kwartaal van 2017 was de toename 2,5 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2016. Het aantal werknemers dat echter een vast contract had nam slechts met 2,2 procent toe ten opzichte van 2016.

Werknemers met vast dienstverband in meerderheid
Ondanks de toename in het aantal werknemers dat op flexibele basis arbeid vericht zijn er in Nederland nog wel meer werknemers die in vaste dienst werken dan flexwerkers. Op het pijlmoment van 31 december 2017 zijn er in Nederland in totaal ongeveer 5,3 miljoen werknemers met een vaste aanstelling genoteerd. Daarnaast waren er op dat moment 2 miljoen flexwerkers oftewel werknemers met een flexibel contract. Tot deze groep behoren ook uitzendkrachten en payrollers. Naast de flexwerkers zijn er ook op 31 december 2017 in totaal 1,1 miljoen zzp’ers genoteerd.

Flexwerkers in opkomst
Het aantal flexwerkers in de totale arbeidspopulatie neemt toe. In 2003 was nog ongeveer 75 procent van de beroepsbevolking werkzaam op basis van een vast contract. Vanaf dat jaar is het aantal werknemers met een vast contract (contract voor onbepaalde tijd) teruggelopen. Het ‘gat’ werd echter opgevuld door flexwerkers. Het aantal zelfstandigen met personeel of meewerkende gezinsleden is in de afgelopen vijftien jaar vrijwel onveranderd gebleven en is bijna 5 procent van de beroepsbevolking.

Arbeidsparticipatie in verschillende Nederlandse regio’s op recordniveau in 2017

De arbeidsparticipatie is in heel Nederland nog niet op het niveau van 2008. In dat jaar was de arbeidsparticipatie in Nederland op een hoog niveau beland. Alleen was daarna het effect van de economische crisis goed merkbaar in de arbeidsdeelname in Nederland. Sinds het dieptepunt in de arbeidsparticipatie is er echter wel een herstel merkbaar. Dit herstel was ook goed merkbaar het afgelopen jaar toen de arbeidsparticipatie volgens het CBS ongeveer 66,7 procent. Dat is altijd meer dan het dieptepunt op het gebied van arbeidsparticipatie dat werd bereikt in 2004 toen er door het CBS 64,9 werd genoteerd.

Verschillen tussen regio’s
Het valt op dat de arbeidsparticipatie in bepaalde regio’s van Nederland meer toeneemt dan andere regio’s. Zo is in vier van de veertig Nederlands regio’s in 2017 de arbeidsparticipatie op het niveau van 2008 gekomen. Dit zijn de regio’s Zuidwest-Drenthe, IJmond, Zeeland (exclusief Zeeuws-Vlaanderen) en de agglomeratie Haarlem. Van alle regio’s was de regio Zuidwest-Drenthe de grootste stijger. In deze regio steeg de arbeidsparticipatie 2008 en 2017 met 0,3 procentpunt. Daarnaast zijn er ook regio’s die het op dit gebied niet goed doen. De regio’s die nog niet in de buurt van 2008 zijn beland zijn de regio’s Flevoland, de agglomeratie ‘s-Gravenhage, Zuidoost-Drenthe en Alkmaar en omgeving. In deze gedeelten van Nederland komt men nog niet in de buurt van 2008 als het gaat om de arbeidsparticipatie.

Arbeidsparticipatie Noord-Overijssel
In Noord-Overijssel kwam de netto-arbeidsdeelname in 2017 uit op 69,5 procent. Daarmee was in deze regio de arbeidsdeelname het hoogste van alle regio’s in Nederland. Als men deze regio opdeelt dan zijn de gemeenten Dalfsen en Staphorst met percentages van ruim 71 procent het meest succesvol geweest op dit gebied.

Arbeidsparticipatie in 2017 nog niet op het niveau van 2008

De arbeidsparticipatie of arbeidsdeelname was vorig jaar in meeste Nederlandse regio’s nog niet zo groot als het niveau van voor de economische crisis. Dat wil zeggen dat in 2008 de arbeidsparticipatie in veel Nederlandse gebieden hoger lag dan in 2017.

Arbeidsparticipatie nog niet op topniveau
De Nederlandse economie is aan het herstellen. Dat zorgt er voor dat bedrijven het drukker krijgen en er meer vacatures open komen te staan. Dat is goed nieuws voor de arbeidsmarkt en de werkgelegenheid. Toch is de werkgelegenheid in Nederland niet dusdanig aan het toenemen dat de arbeidsparticipatie op het niveau van voor de crisis is gekomen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kan de netto-arbeidsdeelname in 2017 uit op 66,7 procent. Dit bericht heeft het CBS vrijdag 16 februari 2018 bekend gemaakt. deze arbeidsparticipatie is nog steeds iets lager dan in 2008 toen een arbeidsdeelname van 67,9 procent werd bereikt. Die arbeidsdeelname in 2008 was echter wel het hoogste punt van de afgelopen decennia.

Berekening arbeidsparticipatie
De berekening van dit cijfer wordt door het CBS gedaan. Hiervoor wordt het aantal werkenden vergeleken met het totaal aantal personen in de leeftijd tussen de 15 en 75 jaar. Het landelijke dieptepunt in de arbeidsparticipatie werd overigens niet in de economische crisis bereikt. Dit dieptepunt was namelijk in 2004 toen bereikte de landelijke arbeidsparticipatie een historisch laag cijfer namelijk 64,9. Vanaf dat moment neemt de arbeidsdeelname weer toe.

SER: zes weken betaald ouderschapsverlof voor beide ouders

De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft aangegeven dat ze wil dat ouders in de toekomst meer ouderschapsverlof kunnen krijgen bij de geboorte van een kind. Bovendien moet dit ouderschapsverlof ook nog 100 procent worden doorbetaald. In een unaniem advies van de SER aan het kabinet staat dat beide ouders in de toekomst recht moeten hebben op zes weken ouderschapsverlof met honderd procent doorbetaling van het salaris. Dit salaris moet worden betaald door de overheid volgens de SER. Op die manier krijgen de werkgevers geen extra lasten.

Tekort aan arbeidskrachten
De SER denkt dat er door de wijziging in het ouderschapsverlof meer vrouwen aan het werk blijven en op die manier zullen de kosten van het doorbetaalde ouderschapsverlof worden gecompenseerd. De belastinginkomsten zullen toenemen volgens SER-voorzitter Marjet Hamer. Zij gaf haar toelichting op het voorstel in het NOS Radio 1 Journaal. De arbeidsmarkt heeft te maken met een personeelstekort. Dat zorgt er voor dat er meer mensen actief moeten worden op de arbeidsmarkt. De ouders zouden nu de zorg voor hun kind met elkaar moeten delen zodat ook de vrouw langer kan blijven werken. Het is echter wel zo dat het ouderschapsverlof in het eerste jaar van het kind moet worden opgenomen. Dan is het ouderschapsverlof volgens de SER-voorzitter het hardst nodig. Daarnaast worden in het eerste jaar van het kind de zorgtaken verdeeld. Deze verdeling blijft in de periode daarna grotendeels in stand.

Ouderschapsverlof en zwangerschapsverlof
Het ouderschapsverlof komt bovenop het zwangerschapsverlof van zestien weken dat moeders al krijgen. Misschien wordt in de toekomst het nieuwe ouderschapsverlof tot zestien weken uitgebreid. Dan zou Nederland het advies opvolgen van de Europese Commissie. De huidige ouderschapsregeling kan wat betreft de SER ook van kracht blijven. Deze regeling houdt in dat ouders in de eerste acht jaar na de geboorte van het kind een periode minder gaan werken. Dit minder werken zorgt echter wel voor inkomstenderving want ouders moeten dit zelf blijven betalen.

Industrie behaalde in 2017 voor het eerst sinds 2011 hogere jaaromzet

Producenten in de industrie hebben in 2017 in totaal 7,5 procent meer omzet weten te behalen ten opzichte van het jaar daarvoor. Dat maakt 2017 het eerste jaar sinds het jaar 2011 dat de jaaromzet in de industrie is toegenomen. In het laatst kwartaal van 2017 nam de omzet van producenten met 6,7 procent toe. Dit heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag 16 februari 2018 laten weten.

Dit is het vijfde kwartaal achter elkaar dat de producenten hun omzet hebben zien toenemen. De binnenlandse omzet groeide echter minder hard dan de buitenlandse omzet. Dit was de twee voorafgaande kwartalen ook al het geval. Ook de afzetprijzen stegen in het vierde kwartaal van 2017. In dat kwartaal vielen de afzetprijzen 3,8 procent hoger uit. Over heel 2017 vielen de afzetprijzen 5,9 procent hoger uit.

Vrijwel alle industriële branches draaiden in het laatste kwartaal van vorig jaar meer omzet dan een jaar gelden. Vooral de transportmiddelenindustrie viel op. In deze industriële branche groeide de omzet met 14 procent het hardst. Als men kijkt naar deze industrie dan waren het vooral de autoproducenten die zorgden voor een enorme stijging. Deze producenten hadden een plus van 27,7 procent. Naast de autoproductie lieten ook de textielindustrie, kledingindustrie en leerindustrie een behoorlijke omzetstijging zien van gemiddeld 12,8 procent. De meubelindustrie liet als enige industriële sector een daling in de omzet zien.

Productie Nederlandse industrie op topniveau eind 2017

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie blijft maar stijgen. In de maand december van afgelopen jaar lag de gemiddelde dagproductie ongeveer 5,2 procent hoger dan in dezelfde maand in 2016. De productiestijging valt wel iets lager uit dan de stijging die werd genoteerd over de maand november. Het is inmiddels al het tweede jaar dat de industrie in Nederland meer produceert dan de dezelfde periode een jaar daarvoor. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) groeide vooral de productie in de industrie die gericht is op de ontwikkeling en bouw van machines het sterkst in de maand december. Naast de machine-industrie maakte ook de transportmiddelenindustrie een groei door. Ook de farmaceutische industrie, de rubberindustrie en de kunststofindustrie lieten goede groeicijfers zien.

Werkgelegenheid in de techniek
De metaalproductenindustrie groeide ook sterker dan de gemiddelde groei in de industrie. Dat blijkt ook uit het aantal vacatures dat in de metaalsector is ontstaan. Er werden in de loop van 2017 steeds meer samenstellers, lassers en verspaners gevraagd. Ook vacatures voor plaatbewerkers, zoals kanters, zetters en plaatsnijders werden door bedrijven open gezet. Technische uitzendbureaus merkten ook dat dat er meer productie werd gedraaid in de machinebouw. Zo werden er meer monteurs gevraagd en was er veel vraag naar kandidaten met een mechatronica achtergrond.

Vacatureaanbod technische uitzendbureaus
Een technisch uitzendbureau in Nederland heeft in 2017 goed kunnen merken dat er zowel in de bouwproductenindustrie meer vraag was naar personeel maar ook in overige industrieën. De vraag naar personeel nam toe in de metaalsector en de machinebouw. Het grote probleem is echter dat veel vacatures in de industrie niet ingevuld kunnen worden wegens een tekort aan technisch personeel.
Onderhoudsmonteurs die productiemachines onderhouden en repareren worden bijvoorbeeld in alle industrieën gevraagd maar zijn in de praktijk niet of nauwelijks te vinden op de arbeidsmarkt. Voor uitzendbureaus betekend dit dat er meer gezocht moet worden in hun eigen bestanden naar geschikte kandidaten. Daarnaast zijn steeds meer uitzendbureaus bezig met het opleiden van uitzendkrachten tot vakspecialisten. Op die manier vervult een technisch uitzendbureau een belangrijke rol op de arbeidsmarkt. Structurele personeelstekorten in de industrie kunnen worden aangepakt door de bestaande werkloosheid om te zetten in arbeidspotentieel voor de techniek en industrie.

Verkoop elektrische auto’s fors toegenomen in 2017

Het afgelopen jaar is de verkoop van volledig elektrisch aangedreven auto’s in Nederland behoorlijk toegenomen. Ten opzichte van 2016 is de verkoop van elektrische auto’s met maar liefst 132 procent gestegen. Dit komt naar voren uit de verkoopcijfers die de Europese brancheorganisatie ACEA heeft gepubliceerd. Volgens deze organisatie was er in de hele Europese Unie een behoorlijke stijging merkbaar in de verkoop van elektrische auto’s.

Elektrische auto’s
Er werden in Nederland in het afgelopen jaar ongeveer 10.000 nieuwe volledig elektrisch aangedreven auto’s verkocht. Dit is ruim een verdubbeling ten opzichte van het aantal elektrische auto’s dat in 2016 werd verkocht. In dat jaar werden namelijk nog slechts 4268 aan de man gebracht. Nederland is echter niet het enige land waarin een groei werd gemeten in de verkoop van elektrische auto’s in het afgelopen jaar. Binnen de hele Europese Unie werd een groei gemeten van ongeveer vijftig procent. Daardoor kwam het totaal aantal verkochte elektrische auto’s in Europa ongeveer uit op 133.000 het afgelopen jaar.

Hybride auto’s
Het is interessant om te zien dat elektrische auto’s en hybride auto’s elkaar beconcurreren. Dat betekend dat in landen waar de verkoop van elektrische auto’s omhoog ging de verkoop van hybride auto’s met een stekker juist stagneerde. Zo werden in Nederland in 2017 nog maar 1158 hybride auto’s verkocht. Dit is een daling van ongeveer 94 procent op jaarbasis. Binnen de grenzen van Europa zijn hybride auto’s, die voorzien zijn van een stekker en dus elektrisch opgeladen kunnen worden, nog wel populair. In Europa was in het segment hybride auto’s met een stekker een verkoopstijging merkbaar van 33 procent. Daardoor kwam het totale aantal hybrideauto’s dat verkocht werd op 142.709 auto’s in 2017.

Lockheed Martin behaalde hogere omzet in vierde kwartaal 2017

Het bedrijf Lockheed Martin is een Amerikaans defensieconcern en verkoopt onder andere de F-35 Lightning II. Dit gevechtsvliegtuig is beter bekend als de Joint Strike Fighter (JSF). Door de stijging in de verkoop van deze JSF heeft Lockheed Martin een hogere omzet behaald in het vierde kwartaal van 2017.

In het vierde kwartaal werd door Lockheed een omzet van 15,1 miljard dollar geboekt. Dit is omgerekend ongeveer 12,2 miljard euro. Een jaar geleden was dit echter nog 13,8 miljard dollar. De omzet van de F-35 steeg met 570 miljoen dollar. Verder verkocht Lockheed meer vrachttoestellen van het type C-130 Hercules. Bovendien werden er ook meer raketsystemen verkocht door het defensieconcern. Over heel 2017 heeft Lockheed Martin een omzet behaald van 51 miljard dollar en daarnaast behaalde het bedrijf een winst van twee miljard dollar.

Techbedrijf Tencent wil Twitter overnemen in 2018?

Het Chinese technologische bedrijf Tencent heeft mogelijk interesse in Twitter. Tencent zou Twitter willen overnemen maar een duidelijke beslissing hierover is nog niet genomen. Toch zorgden speculaties hierover al voor een stijging in de koers van Twitteraandeel op de beurs in New York. In een positief rapport van Citron Research werd 2018 genoemd als het jaar voor Twitter. Dat zorgde er voor dat het aandeel van Twitter aanzienlijk ging stijgen.
Er zijn naast Tencent verschillende andere bedrijven die interesse hebben in Twitter.

Zo zou het techbedrijf Salesforce eerder ook genoemd zijn als overnamepartij voor Twitter. Toch leidde deze ontwikkeling uiteindelijk niet tot een overname. Volgens Salesforce zou Twitter toch niet passen bij hun strategische beleid. Salesforce verkoopt onder andere cloudsoftware. Verder zouden ook Google en entertainmentconcern Walt Disney interesse hebben gehad in Twitter. Ook deze partijen zetten hun overnameplannen uiteindelijk niet door.

In oktober kwam Twitter met goede resultaten naar buiten. Deze resultaten hadden een aantal mensen op de markt weten te verassen. Dat zorgde er bovendien voor dat verschillende marktanalisten een positiever beeld kregen van het techbedrijf Twitter. Deze positieve beeldvorming zorgde er tevens voor dat het aandeel van Twitter steeg op de beurs.

Brexit levert Nederland extra banen op vanaf 2018

Nu Groot-Brittannië heeft besloten om uit de Europese Unie te vertrekken overwegen veel bedrijven om Groot-Brittannië te verlaten en zich te vestigen in andere Europese landen die wel tot de EU behoren. Dat is niet goed voor de Britse economie en arbeidsmarkt maar andere landen kunnen hiervan profiteren.

Ook Nederland zal waarschijnlijk van deze ontwikkeling kunnen profiteren. Inmiddels zouden achttien bedrijven hebben aangegeven dat ze gaan verhuizen van het Verenigd Koninkrijk naar Nederland. Dit zou Nederland al bijna vijfhonderd banen hebben opgeleverd.

Het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) denkt dat de Nederlandse arbeidsmarkt de komende jaren nog meer zal kunnen profiteren van het vertrek van de Britten uit de EU. De NFIA is een organisatie die namens de Nederlandse regering probeert om zoveel mogelijk bedrijven te interesseren om zich in Nederland te vestigen. Inmiddels zoude NFIA in onderhandeling zijn met meer dan tweehonderd bedrijven die zouden willen verhuizen.

Autoproducent Ford Motor behaald flink meer winst in 2017

Autoconcern Ford Motor heeft in 2017 behoorlijk meer winst weten te maken ten opzichte van het jaar daarvoor. De autoproducent had vooral profijt weten te behalen uit de Amerikaanse automarkt. Deze Amerikaanse automarkt is de thuismarkt voor Ford. Aan het slot van de handel op Wall Street maakte Ford het bericht bekend over haar winst.
In 2017 steeg de nettowinst van Ford met 65 procent. Daardoor kwam de winst uit op 7,6 miljard dollar, dit is omgerekend 6,1 miljard euro. Ook de omzet ging omhoog. De omzetstijging was drie procent en dat resulteerde in een totale omzet van 156,8 miljard dollar.

Wereldwijd werden er door Ford in 2017 ongeveer 6,6 miljoen auto’s aan de man gebracht. In Amerika wist Ford veel geld te verdienen aan de verkoop van pick-uptrucks. Deze voertuigen leverden verhoudingsgewijs veel winst op. In 2018 zal de winst van Ford waarschijnlijk iets gaan dalen. Dit komt volgens de autoproducent door de stijgende grondstofprijzen. Daardoor blijkt er minder winst of marge over voor Ford.

VEH: voorbehoud bouwkundige keuring in koopcontract opnemen is verstandig

Vanaf 1 februari 2018 kunnen huizenkopers in hun koopcontract een voorbehoud opnemen met betrekking tot een bouwkundige keuring. Tot voor kort werd vooral een voorbehoud met betrekking tot de financiering opgenomen. Een voorbehoud m.b.t. financiering houdt in dat potentiële kopers onder het koopcontract uit kunnen komen als ze de hypotheek niet rond kunnen krijgen.

Door een voorbehoud van bouwkundige keuring in het koopcontract op te nemen kunnen consumenten extra beschermd worden. Woningkopers kunnen namelijk het koopcontract ontbinden wanneer er uit een bouwkundige keuring naar voren komt dat er technische en constructieve problemen zijn aan de woning.

Vereniging Eigen Huis
De Vereniging Eigen Huis (VEH) geeft aan dat er in de toekomst waarschijnlijk vaker een voorbehoud van bouwkundige keuring zal worden opgenomen in een koopcontract. Juridisch beleidsadviseur Steven Wayenberg zegt hierover dat als de koper dit voorbehoud niet wordt gegund er wel duidelijkheid bestaat over de mogelijke risico’s die dat met zich meebrengt.

Bouwkundige keuring
Als iemand een bouwkundige keuring laat uitvoeren voordat hij of zij een woning koopt dan is dat een verstandige beslissing. Een bouwkundige keuring maakt namelijk goed inzichtelijk wat iemand koopt. Veel kopers hebben zelf onvoldoende verstand van bouwkundige aspecten om een duidelijk oordeel te vormen over de staat van onderhoud van een woning. Daarom is het laten uitvoeren van een bouwkundige keuring over het algemeen een verstandige beslissing. Een bouwkundig rapport van een expert kan het verschil betekenen tussen kopen en niet kopen van een woning.

Vraag naar plezierjachten neemt toe in 2018

Afgelopen jaar is de vraag naar tweedehands plezierjachten toegenomen. Er werden meer zeiljachten maar ook meer motorjachten verkocht in 2017. Daarnaast is ook de gemiddelde prijs voor jachten in 2017 hoger uitgevallen dan in 2016. Dit bericht werd door de brancheorganisatie HISWA bekendgemaakt en de jachtmakelaars die hierbij zijn aangesloten.

Toch is het verkopen van een motorjacht niet eenvoudig. Een verkoper moet behoorlijk geduld hebben als hij of zij een motorjacht verkoopt. Gemiddeld staat een motorjacht 352 dagen te koop in Nederland. Zeiljachten staan gemiddeld 282 dagen te koop. Waarschijnlijk heeft dit ook te maken met de prijs van motorjachten.

Een motorjacht kostte in 2017 gemiddeld 112.000 euro daarnaast kostte een zeiljacht gemiddeld 81.000 euro. Voor zowel motorjachten als zeiljachten is er sprake een prijsstijging. In 2016 kostte een zeiljacht nog gemiddeld 64.000 euro. En een motorjacht nog 78.000 althans dat was de gemiddelde verkoopprijs. Het kan zijn dat die jachten ook eenvoudigere uitvoeringen zijn dan de jachten die in 2017 zijn verkocht. Omdat de economie ook in 2018 verder aan het herstellen is zijn de verwachtingen voor de jachtverkoop dit komende jaar ook positief.

Excellente scholen nemen toe in 2018

In Nederland mogen 49 extra scholen de eretitel ‘excellent’ voeren. Daardoor komt het aantal excellente scholen in Nederland uit op 248. Vooral in het voortgezet onderwijs is er sprake van een toename in het aantal uitblinkende scholen. Er werd door een onafhankelijke jury bepaald dat 31 middelbare scholen of schoolafdelingen het predicaat ‘excellent’ mogen ontvangen. Daardoor komt het aantal excellente middelbare scholen uit op 141.

Soorten excellente scholen
In het basisonderwijs werden in totaal 16 predicaten verstrekt voor excellente basisscholen. Het totale aantal excellente basisscholen komt daardoor uit op 83. Voor kleinere scholen in het speciaal onderwijs zijn twee nieuwe scholen voorzien van het predicaat excellent. Daardoor zijn er in Nederland nu 24 kleinere scholen in het speciaal onderwijs die zich excellent mogen noemen.

Excellente school
Een excellente school biedt uiteraard goed onderwijs maar dat is niet alles. Deze scholen moeten ook op een bepaalde manier ‘meer’ bieden aan de leerlingen of de maatschappij. Zo kunnen excellente scholen bijvoorbeeld speciaal onderwijs aanbieden dat zich onderscheid van andere scholen. Sommige excellente scholen hebben bijzondere inspirerende leerkrachten met een achtergrond in de praktijk. Verder zijn er excellente scholen die een zeer goede samenwerking hebben met de buurt of het bedrijfsleven. Excellente scholen verschillen dus in de praktijk van elkaar en zijn op een verschillende manier excellent.

Woningverkoop in kwartaal 4 van 2017 op recordniveau

In het vierde kwartaal van 2017 zijn in Nederland in totaal 66.188 bestaande woningen verkocht. Dit verkoopaantal is het hoogste verkoopniveau dat ooit in een kwartaal is behaald op de Nederlandse woningmarkt. In de laatste drie maanden van 2017 zijn er in Nederland in totaal voor een bedrag van 18 miljard euro aan woningen verkocht op de woningmarkt.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster maakten maandag 22 januari 2018 de gegevens over de woningmarkt bekend. De woningprijs zou in Nederland zijn gestegen. Voor bestaande koopwoningen werd gemiddeld 7,6 meer betaald dan in 2016. Aan het einde van het jaar waren de koopwoningen verhoudingsgewijs het duurste. In december 2017 steeg de prijs met 8,2 procent op jaarbasis. Daardoor is de prijsstijging in die maand gelijkwaardig aan de prijsstijging die werd gemeten in de maanden oktober en november.

Toch zijn de prijzen van woningen nog niet op het niveau beland van voor de economische crisis. De prijzen zijn in 2017 nog ongeveer drie procent lager dan augustus 2008 toen de woningprijzen op de hoogste piek ooit waren beland. In 2013 belanden de prijzen voor woningen echter in een diep dal. Ten opzichte van dit diepe dal liggen de woningprijzen nu 23 procent hoger. Dat zorgt er voor dat de woningmarkt van Nederland langzaam maar zeker steeds dichter bij het hoogste prijsniveau van woningen ooit komt. Ten opzichte van de afgelopen jaren is het prijsniveau voor koopwoningen in december 2017 vergelijkbaar met het prijsniveau van juli 2007.

Investeringen in vastgoed opgelopen tot 19,5 miljard in 2017

In 2017 is voor 19,5 miljard euro geïnvesteerd in vastgoed in Nederland. Deze totale investering is een nieuw record. Dit komt naar voren uit cijfers van de internationale vastgoedadviseur CBRE. Nederland zou volgens de CBRE behoren tot de Europese investeringsmarkten die het beste presteren. Ook voor 2018 zijn de prognoses gunstig. Volgens de CBRE zouden vastgoedbeleggers de komende tijd hun strategie veranderen. Zo zouden beleggers in het vastgoed ook gaan beleggen in gebouwen op ongebruikelijke locaties en minder voor de hand liggende beleggingscategorieën.

In 2016 werd in Nederland nog voor 14 miljard euro geïnvesteerd in vastgoed. Dat bedrag was toen al een record. In 2017 kwam de totale som uit op 19,5 miljard en dat is aanzienlijk hoger. Een groot deel van de investeringen in het vastgoed werd gedaan door buitenlandse investeerders. Dit was bij 70 procent van de investeringen het geval.

Er werd met name geïnvesteerd in utiliteit zoals kantoorcomplexen en hotels. Ook in gebouwen met een logistieke functie werd geïnvesteerd evenals in zorgvastgoed en woningen. De huidige investeringen zouden volgens het CBRE wel gezonder zijn dan de vorige investeringspiek die plaatsvond tussen 2005 en 2007. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat er nu strengere regels worden gehanteerd over de schulden waarmee aankopen gefinancierd mogen worden. In het verleden kon men investeringen met meer risico’s aangaan.