Waarom een funderingslabel voor woningen vanaf 2020?

Vanaf volgend jaar krijgen woningen in Nederland een zogenaamd funderingslabel. Doormiddel van het funderingslabel wordt inzichtelijk gemaakt hoe groot de kans is dat een woning gaat verzakken. De nieuwe eigenaar kan door een slecht fundament geconfronteerd worden met hoge kosten voor het herstel. In een aantal gevallen kan een fundament worden hersteld maar het is ook mogelijk dat een fundament vervangen moet worden. Fundamenten met een verhoogd risico staan op houten palen. Deze fundamenten zijn stevig zo lang de palen in het grondwater blijven staan. Als de palen boven het grondwater uitkomen kunnen ze door het contact met zuurstof gaan rotten. Dan wordt het risico op verzakking wel heel groot.

Een funderingslabel is van groot belang voor de koper. Veel mensen kopen een woning op basis van wat men kan zien. Wat verborgen is wordt vaak niet meegenomen in de koop. Wat onder de grond zit is echter van groot belang. Als het fundament problemen bevat is de kans groot dat deze problemen vroeg of laat aan licht komen in de muren en andere constructiedelen van de woning. Het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) schat dat er in Nederland ongeveer een miljoen woningen het risico lopen om in de komende dertig jaar te verzakken. Volgens de organisatie is de kans daardoor aanwezig dat iemand die een bestaande woning koopt te maken krijgt met problemen met het fundament.

Met name woningen die voor 1970 zijn gebouwd bevatten gedeeltelijk nog houten funderingen. Deze funderingen bestaan uit houten palen. Door de hete zomers zakt het grondwaterpeil tijdelijk waardoor de funderingen bloot komen te liggen. Woningen met een kwetsbare fundering kunnen daardoor problemen krijgen. Doormiddel van het funderingslabel worden de problemen tijdig in kaart gebracht. Dat voorkomt dat men woningen aanschaf met verborgen problemen in de fundering.

Oxfam: Nederland moet in 2020 meer investeren in klimaatsubsidies voor arme landen

Oxfam Novib heeft onlangs een rapport gepubliceerd met de titel: Oxfam Climate Finance Shadow Report. Dit rapport gaat over de wereldwijde klimaatfinanciering. Volgens het rapport heeft Nederland te weinig geld besteed aan klimaatsubsidies voor arme landen. De organisatie stelt dat de Nederlandse overheid veel investeringen met betrekking tot de klimaatfinanciering over laat aan zogenaamde private partijen. Deze organisaties handelen vanuit een winstbelang. Dat betekent dat vooral het rendement voor de organisatie voorop staat en minder de belangen van de armere landen. Volgens Oxfam hebben de rijkere landen in de wereld afspraken gemaakt om ieder jaar gezamenlijk 100 miljard dollar te investeren in de verduurzaming van armere landen.

Bij de bepaling van de hoogte van de klimaatfinanciering mogen private investeringen worden meegeteld in het totaalbedrag. Het is daardoor mogelijk dat een windmolenproducent voor miljoenen kan investeren in het plaatsen van windmolens in arme landen. Daarvoor kan het windmolenbedrijf gedeeltelijk subsidie aanvragen bij de Nederlandse staat aldus klimaatexpert Bertram Zagema van Oxfam. Zo kan de overheid bijvoorbeeld 2 ton meebetalen aan het project. De gehele som van het project wordt echter wel meegerekend bij het totaalbedrag aan klimaatinvesteringen. Zo ontstaat een verkeerd beeld van de daadwerkelijke investeringen door de overheid op dit gebied. Volgens Oxfam doet de Nederlandse overheid te weinig op het gebied van investeringen in klimaatverbetering in arme landen.

Meer zwerfafval zoals mondkapjes tijdens coronacrisis in 2020

De coronacrisis is een lastige kwestie voor de overheid en de maatschappij. Deze crisis heeft er voor gezorgd dat de maatschappij steeds meer verdeeld is geraakt. Aan het begin van de coronacrisis in het voorjaar van 2020 waren de meeste mensen eensgezind en heeft men gezamenlijk er voor gezorgd dat de coronapandemie in Nederland redelijk snel de kop in werd gedrukt. Over mondkapjes werd toe nauwelijks gesproken. Hoe anders is dat in het najaar van 2020. Er wordt dringend geadviseerd om mondkapjes te dragen. Dit terwijl in het voorjaar het nu van mondkapjes openlijk door het kabinet in twijfel werd getrokken.

Inmiddels moeten veel burgers in bijvoorbeeld het openbaar vervoer of in winkels mondkapjes dragen. Het gevolg is dat er veel mondkapjes worden verkocht. Dat lijkt een hele goede ontwikkeling maar het zorgt ook voor nieuwe problemen. Veel mensen gooien oude mondkapjes weg of verliezen ze op straat. Het gevolg is meer mondkapjes bij het zwerfafval. Helene van Zutphen, directeur van Nederland Schoon, merkt deze ontwikkeling ook. Haar organisatie zet zich in om zwerfaval in Nederland zoveel mogelijk te bestrijden. Desondanks zal de coronacrisis voor een nieuw soort zwerfafval zorgen. De mondkapjes liggen op de stoep, straat en in de berm.

Vrijwilligers van Supporters van Schoon komen steeds meer afval tegen dat gerelateerd is aan de bestrijding van de COVID-19-uitbraak in Nederland. Vooral aan het begin werden handschoentjes gevonden. Inmiddels zorgt de mondkapjesplicht er voor dat er vooral veel mondkapjes gevonden worden. Veel mensen storen zich aan de mondkapjesvervuiling. Men vind deze kapjes vies en vaak durft men de kapjes ook niet op te pakken om ze vervolgens te verwijderen van straat. Men is bang dat er op de mondkapjes toch een besmetting zit. Daardoor blijven de mondkapjes lang liggen.

Huizen krijgen vanaf 2020 funderingslabel

De kwaliteit van de fundering van een woning is een belangrijk aspect voor de waarde en veiligheid van de woning. Vaak kijkt men bij woningen alleen wat er boven de grond staat en niet wat er in de grond aanwezig is. Dat is jammer want wat er onder de grond aan fundament aanwezig is zou ook inzichtelijke moeten zijn voor kopers. Dan kan een koper een goede beoordeling maken over de waarde en kwaliteit van een woning. Als er sprake is van een slechte fundering kan er verzakking optreden. Daarom wordt er een funderingslabel ingevoerd vanaf volgend jaar. Het funderingslabel wordt bij de taxatie meegenomen. Dit bericht werd maandag 19 oktober 2020 bekend gemaakt door het programma De Monitor van KRO-NCRV. Doormiddel van het funderingslabel wordt weergegeven hoe groot de risico’s zijn dat huizen verzakken.

Funderingslabel voor woningen

De kwaliteit van de fundering van woningen wordt in vijf verschillende categorieën weergegeven volgens een bericht op de site van het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF). Als de fundering niet goed is krijgt men een label waaruit blijkt dat er een verhoogd risico is op verzakking. Als dat aan de orde is vertoond de woning al tekenen van schaden of zakt het pand sneller naar beneden dan de omgeving. Het programma De Monitor geeft aan dat er ongeveer 250.000 huizen in Nederland mogelijk in de probleemgroep zullen worden ingedeeld. Het herstellen van de fundering kost veel geld. Uiteindelijk kunnen hier zelfs tonnen mee gemoeid gaan. Het funderingslabel is volgens het KCAF nog in een testfase. De toetsing van funderingen wordt breed en zorgvuldig opgezet. Zo kijkt men bijvoorbeeld naar droogstand van houten palen en naar bacteriële aantasting en een gebrek aan draagkracht.

Bedrijven kregen 2013 en 2020 regelmatig onterecht hoge boetes van Inspectie SZW

Verschillende werkgevers hebben in de afgelopen zeven jaar onterecht hoge boetes ontvangen van de Inspectie SZW. De inspectie SZW werd in het verleden ook wel de arbeidsinspectie genoemd en is er op gericht om de veiligheid van werknemers en andere mensen op de werkvloer te beschermen. Als bedrijven niet nauwkeurig met de veiligheid omgaan kunnen ze een boete krijgen van de inspectiedienst. De afgelopen jaren zijn er verschillende boetes opgelegd aan bedrijven. De oorzaak van de boete is vaak verschillend. Toch schijnen veel boetes te hoog te zijn geweest. Dat heeft het Het Financieele Dagblad (FD) maandag 19 oktober 2020 geschreven in een artikel. Het artikel is gebaseerd op gerechtelijke stukken en gesprekken met advocaten. Een groot aantal boetes zou voortkomen uit de strengere fraudeaanpak die het kabinet in 2013 invoerde.

Uit het jaarverslag van de inspectiedienst over 2019 kwam naar voren dat in totaal 15 procent van de boetes in 2019 moest worden verlaagd of terugbetaald. De reden van de verlaging of terugbetaling ligt in het feit dat de boete onterecht was. Dat kwam pas aan de orde als bedrijven bezwaar hadden ingediend tegen de boete. Er zijn echter veel bedrijven die niet besluiten om in beroep te gaan. De reden hiervoor zijn vaak de kosten. Het starten van een beroepsprocedure kost geld. Dat schrikt bedrijven af. Nu heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid laten weten aan het FD dat de boetes in een aantal gevallen wel zullen worden verlaagd. Als werkgevers niets te verwijten valt dan zal van een boete worden afgezien. Dat heeft het ministerie bekend gemaakt. De inspectiedienst SZW valt onder het Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Philips behaalde kwartaal 3 van 2020 hogere omzet en marge

Technologiebedrijf Philips heeft in het derde kwartaal van 2020 meer omzet en marge weten te behalen dan in dezelfde periode in 2019. Het bedrijf heeft kunnen profiteren van de stijgende vraag naar medische machines en apparaten. Philips staat inmiddels wereldwijd bekend als een toonaangevende producent van machines voor ziekenhuizen en de zorg. Toch produceert het bedrijf ook nog steeds apparaten voor huishoudelijk gebruikt. Ook op dat gebied heeft het bedrijf het goed gedaan de afgelopen tijd.

Toch is de meest bijzondere ontwikkeling wel de vraag naar beademingsapparatuur. Naar deze apparatuur was meer vraag vanwege de coronacrisis. Ziekenhuizen wereldwijd werden meer voorzien van beademingsapparaten. Ook in Nederland werden meer apparaten ingezet. Het bedrijf Philips kreeg door de stijgende vraag naar medische apperatuur en ook een goede verkoop van consumentenproducten veel meer geld binnen. De omzet van Philips kwam in het derde kwartaal van 2020 uit op 5 miljard euro. In het derde kwartaal van 2019 was dat nog 4,7 miljard euro. Ook de nettowinst van het bedrijf ging omhoog. Deze kwam uit op 340 miljoen euro ten opzichte van 208 miljoen euro vorig jaar. Analisten hadden niet gerekend op deze goede resultaten. Eerder ging Philips uit van een omzet van 4,8 miljard euro, met een nettoresultaat van 274 miljoen euro.

Arbeidsplatformen en platformeconomie niet altijd eerlijk in 2020 aldus SER

Een aantal jaren geleden deed zich een nieuwe trend voor op de arbeidsmarkt en economie. Er werd gesproken over een platformeconomie en zogenaamde arbeidsplatformen. Omdat veel handel zich verplaatste naar online marktplaatsen ontstonden ook platformen waarop vraag en aanbod van arbeid samenkwam. Natuurlijk een interessante ontwikkeling maar er zijn ook kanttekeningen. Zo is er niet altijd duidelijkheid over de afspraken die gemaakt zijn tussen de aanbieders van de platformen en de deelnemers op deze platformen.

Om die reden heeft de Sociaal-Economische Raad (SER) maandag 19 oktober 2020 de resultaten van een onderzoek naar de platformeconomie bekend gemaakt. De SER wil duidelijkheid over veilig werk, sociale bescherming en eerlijk werk. Het aantal online platformen is de afgelopen jaren verder toegenomen. Dit zijn websites waarop werkenden of werkzoekenden kunnen kijken welke opdrachten beschikbaar zijn. Opdrachtgevers kunnen op deze platformen klussen ter beschikking stellen. Dit kunnen verschillende klussen of projecten zijn. Hierbij kun je denken aan vervoersdiensten zoals Uber. Ook zijn er websites voor klussen in woningen en Werkspot. Veel online platformen werken ook met app’s en andere toepassingen. Op zich werken de meeste online-platformen wel effectief en hebben ze een goed bereik. Toch is er veel onduidelijk over de positie van de personen die de klus aannemen.

De SER heeft in het onderzoek diverse bevindingen benoemd. Er moet sprake zijn van eerlijk werk oftewel ‘decent werk’ zoals de SER het noemt. Daarbij moet antwoord worden gegeven of er sprake is van een eerlijk inkomen of mogelijkheden tot scholing. Ook werd gekeken naar de mogelijkheid op inspraak, veiligheid op de werkvloer en sociale bescherming? Volgens de SER wordt zeker niet bij alle platformen evenveel aandacht besteed aan deze onderwerpen. Zo zouden medewerkers op platformen in de schoonmaak, maaltijdbezorgers en chauffeurs weinig zekerheden hebben. Daarnaast zouden deze platformmedewerkers weinig inkomen krijgen en hebben ze bovendien geen recht op sociale zekerheid in de vorm van de WW. Mensen die online werk doen via platformen zouden zelfs nog minder vergoeding krijgen voor hun werk.

Lange wachttijd en hoge huur voor huurwoningen in 2020

Het gaat niet goed met de woningmarkt. De woningmarkt wordt steeds ongezonder. De krapte aan beschikbare koopwoningen heeft er voor gezorgd dat de prijzen van koopwoningen zijn gestegen. Niet alleen woningkopers merken de problemen op de woningmarkt, ook huurders merken dat de woningmarkt niet gezond is. Het beperkte aanbod aan huurwoningen heeft namelijk ook gezorgd voor een stijgende huurprijs. Daarnaast is er sprake van vaak lange wachttijden. Huurders zijn een steeds groter deel van hun inkomsten kwijt aan het betalen van de huur en andere woonlasten. Volgens de Woonbond is dit het gevolg van het beleid dat is ingevoerd tijdens drie kabinetten van Rutte. De Woonbond is een belangenvereniging voor huurders.

Deze organisatie analyseerde de ontwikkelingen op de markt voor huurwoningen in de afgelopen jaren. Het beeld dat daaruit naar voren komt is niet bepaald gunstig. Zo zijn de huurprijzen voor huurwoningen de afgelopen jaren gemiddeld genomen met ongeveer 35 procent toegenomen. Het besteedbare inkomen van veel huurders bleef echter in die periode gelijk. Twee jaar gelden waren huurders ongeveer 38,1 procent van hun inkomen kwijt aan woonlasten. Dat was in 2013 nog ongeveer 33,8 procent. Verder liep ook de wachttijd verder op. Met name in de grote steden van Nederland is de wachttijd op een huurwoning toegenomen. In de vier grote huurregio’s is de wachttijd op een huurwoning in de afgelopen vier jaar tussen de 1 en de 2,6 jaar langer geworden.

Minder olie en steenkool verwerkt door Nederlandse zeehavens in eerste helft 2020

In de eerste zes maanden van 2020 werden in de Nederlandse zeehavens aanzienlijk minder steenkool en aardolie verwerkt. Daarnaast werd er in de havens ook minder erts aangevoerd en afgevoerd. Dat was ook het geval met voertuigen. Dit bericht werd maandag 19 oktober 2020 bekend gemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De havens die voor de berekening zijn meegenomen zijn onder andere de havens Rotterdam, Terneuzen en Amsterdam. In deze havens is de hoeveelheid goederen gedaald met tien procent ten opzichte van de eerste zes maanden van 2019.

In het afgelopen jaar werd nog voor 311 miljoen ton goederen geladen en gelost in de havens. Dit aantal is in de eerste zes maanden van 2020 gedaald naar 281 miljoen ton. Van alle goederen die minder werden geladen en gelost was steenkool was de hardste daler. Van deze fossiele brandstof werd ongeveer 36 procent minder vervoerd via de haven. Daarnaast was er ook duidelijk een daling merkbaar bij andere fossiele brandstoffen. Zo werd er 6,5 minder ruwe olie vervoerd. Ook bij olieproducten was een daling merkbaar, deze kwam uit op 13,4 procent. Bij voertuigen kwam de daling uit op 16 procent.

Vraag naar onderhoudsmonteurs blijft groot in oktober 2020

Het is opvallend dat bepaalde vacatures in 2020 open blijven staan wegens een gebrek aan geschikte kandidaten. Vooral op het gebied van onderhoud van machines en apparaten blijven veel vacatures open staan. Het gaat hierbij om vacatures voor onderhoudsmonteurs op elektrotechnisch gebied, mechanisch gebied en servicemonteurfuncties. Bedrijven hebben voortdurend behoefte aan nieuwe vakkrachten op dit gebied. Voor productiebedrijven zijn onderhoudsmonteurs van groot belang. Deze monteurs kunnen er namelijk voor zorgen dat machines goed door kunnen draaien. Het is bijzonder dat er veel te weinig ervaren onderhoudsmonteurs beschikbaar zijn. Gelukkig volgen nog steeds veel leerlingen een opleiding in de werktuigbouwkunde of mechatronica.

Deze opleidingen vormen een goede basis voor de technische werkzaamheden die een onderhoudsmonteur moet uitvoeren in de dagelijkse praktijk. Toch is er vaak ook aanvullende praktijkkennis nodig om een functie als onderhoudsmonteur goed uit te kunnen voeren. Een aantal jaar ervaring is vaak wat men terugleest in de functie-eisen van bedrijven die onderhoudsmonteurs zoeken. Juist op dit gebied schieten veel potentiële kandidaten tekort. Dat is jammer want men moet ergens beginnen om ervaring op te bouwen. Gelukkig staan steeds meer bedrijven open voor aankomende vakkrachten. Ook wordt op het gebied van onderhoudstechniek steeds vaker een BBL mogelijkheid aangeboden. Hierbij kun je denken aan BBL werktuigbouwkunde of BBL mechatronica. Overweeg je ook om een BBL traject te volgen in de techniek? Laat je dan informeren door Technicum via de knop BBL Technicum kom je achter het BBL beleid van deze technische intermediair. De knop BBL Technicum tref je aan in de menubalk.

Omscholen naar technisch beroep niet eenvoudig in 2020

Het is in 2020 niet eenvoudig om jezelf om te laten scholen tot een technische beroepskracht als je geheel geen achtergrond in de techniek hebt. Het probleem op dit gebied zit in de beperkte middelen die bedrijven hebben om nieuwe vakkrachten goed in te werken. Bedrijven hebben hun eigen personeel hard nodig om mee te bewegen op de bewegingen in de economie. Vraag en aanbod stijgt en daalt in 2020 omdat de markt schommelt. Een belangrijke factor is de coronacrisis en de maatregelen die daaruit zijn voortgevloeid. Veel bedrijven merken dat er minder vraag is naar producten, machines en apparaten. Toch kan de vraag ook in korte tijd toenemen als er meer vertrouwen op de markt ontstaat. In dat geval zetten bedrijven juist meer krachten in. Meestal kiezen bedrijven dan voor ervaren technisch personeel. Het inzetten van aankomende vakkrachten wordt door veel bedrijven niet als effectief beschouwd. Er is te weinig tijd om onervaren technisch personeel te begeleiden.

Het omscholen van mensen zonder technische achtergrond naar een technische functie is daardoor eigenlijk niet realistisch. Een dergelijk omscholingstraject had eigenlijk al in 2019 moeten plaatsvinden. Dan kon men nu in 2020 volledig aan de slag in een ondersteunende functie in de techniek. Vraag naar lassers en samenstellers is nog volop aanwezig in 2020. Ook verspaners, onderhoudsmonteurs en monteurs in de mechatronica worden nog veel gevraagd. In deze sectoren kunnen opleidingen worden gevolgd. Dat kan bijvoorbeeld in een BOL variant maar ook in een BBL variant. De laatste variant is werken en leren. Dat is een midden dat wordt ingezet in omscholingstrajecten. Het is dan echter wel belangrijk dat je over voldoende basiskennis beschikt en dat je niet van leek naar vakkracht hoeft te worden opgeleid. Bedrijven worden ook steeds kritischer bij het aannemen van BBL-ers.  Mocht je interesse hebben in BBL in de techniek neem dan contact op met Technicum via de knop BBL Technicum in de menubalk.

Meer thuiswerken in oktober 2020 voorkomt coronabesmettingen

De overheid wil dat Nederlanders meer gaan thuiswerken. Eigenlijk zou het thuiswerken eerder regel moeten worden dan uitzondering. Door werknemers thuis te laten werken worden contactmomenten tussen werknemers onderling aanzienlijk verkleind. Deze maatregelen van het kabinet zijn logisch maar worden toch lang niet door alle bedrijven en medewerkers opgevolgd. Veel werknemers moeten gewoon naar het werk toe gaan ondanks de kans op coronabesmettingen. Als werknemers besluiten om thuis te blijven of thuis te werken hebben ze wat uit te leggen aan de werkgever. Het lijkt soms wel de omgekeerde wereld.

Voor veel werknemers is deze situatie erg frustrerend. Ze doen er bijvoorbeeld privé alles aan om de coronamaatregelen op te volgen terwijl werkgevers de regels niet zo nauw nemen. Ondernemers zijn vaak onterecht bang dat ze veel geld gaan verliezen als werknemers thuis werken. De gedachte is dat werknemers op het werk harder werken dan thuis. Dat kan bij individuele gevallen wel aan de orde zijn maar dan heb je een andere discussie. Het gaat nu om de veiligheid van de werknemers en maatschappij. Deze veiligheid kan worden gewaarborgd als het aantal contactmomenten tussen mensen onderling zoveel mogelijk worden beperkt. Thuiswerken kan coronabesmettingen dus inderdaad voorkomen.

Stikstofproblematiek belemmert de woningbouw vlakbij Natura 2000-gebieden in 2020

Er zijn in Nederland strenge stikstofrestricties die er voor zorgen dat in bepaalde gebieden geen of nauwelijks bouwactiviteiten mogen plaatsvinden. Het gaat hierbij om kwetsbare Natura 2000-gebieden. Door een verhoogde stikstofemissie tijdens het bouwen en in de periode daarna kan de flora en fauna in diversiteit en kwaliteit achteruit gaan. Daarom zijn de stikstofrestricties zo streng. De Nederlandse maatregelen op het gebied van stikstofreductie hebben een grote invloed op de bouw.

Ons land is vrij dichtbevolkt ten opzichte van veel andere Europese landen. Dat zorgt er voor dat de Europese wetgeving op het gebied van stikstofreductie een groot effect heeft op de bouwactiviteiten in Nederland. Het aantal bouwprojecten vlakbij Natura 2000-gebieden is gedaald. Deze daling is in bepaalde gebieden zelfs hoger dan twintig procent. Dat is niet goed voor de woningbouw in Nederland. Zo nam de bouw van woningen in Overijssel zelfs met 22,5 procent af. Dit hebben de ABN AMRO en de Geodienst van de Rijksuniversiteit Groningen vrijdag 16 oktober 2020 in een rapport bekend gemaakt. In totaal zouden ruim honderd gemeenten in Nederland te maken hebben met een daling in de woningbouw ten gevolge van de stikstofproblematiek.

Woningprijs lag in het derde kwartaal van 2020 bijna 12 procent hoger dan kwartaal 3 van 2019

De woningprijzen blijven in Nederland maar stijgen. Zelfs tijdens de coronacrisis gaan de prijzen van woningen verder omhoog. Dat komt omdat er meer geld op woningen wordt geboden. Er heerst nog steeds een schaarste aan aanbod van woningen. Deze schaarste heeft een opdrijvend effect op de woningmarkt. Dat betekent dat de woningprijzen hoger liggen dan het geval zou zijn geweest als vraag en aanbod meer in balans was.

Toch zijn er in aantallen ook veel woningen verkocht. Zo werden in het derde kwartaal van 2020 in totaal 41.500 woningen verkocht. Dat aantal is hoger dan ooit te voren werd gemeten. De gemiddelde prijs voor een woning lag in het derde kwartaal op 354.000 euro. Die prijs is gemiddeld  11,6 procent hoger dan een jaar eerder. Dit bericht werd bekend gemaakt door de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) op donderdag 15 oktober 2020. Volgens de NVM is het ruim twintig jaar geleden dat de huizenprijs zo hard is gestegen binnen een periode van een jaar.

Aantal werklozen in Nederland gedaald in september

Voor het eerst sinds de maand maart is het aantal werklozen in Nederland gedaald. De maand september is daardoor de maand waarin de werkgelegenheid in Nederland lijkt toe te nemen. Dit kwam donderdag 15 oktober 2020 naar voren uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In totaal kwam het aantal werklozen in september uit op 413.000 personen. Naast de afname in het aantal werklozen is ook in de WW-uitkeringen een daling merkbaar.

Het aantal mensen dat zonder werk is geraakt nam aanzienlijk toe tijdens de coronacrisis. De coronapandemie heeft in Nederland diepe sporen nagelaten op de arbeidsmarkt. Deze sporen oftewel gevolgen zijn vooral merkbaar in de horeca en de evenementenbranche. Ook toeleveranciers van deze ondernemingen hebben de effecten gemerkt in een terugloop in het aantal orders en de omvang van de orders. Met name in de maand juni is het aantal werklozen toegenomen. In die maand steeg het aantal werklozen met ongeveer 74.000 personen. De stijging in het aantal werklozen nam echter in de zomermanden steeds meer af. Uiteindelijk was er sprake van een toename van 22.000 over een periode van twee maanden. In de maand september was er bovendien sprake van een daling van dertienduizend minder werklozen ten opzichte van de maand augustus.

Tweede coronagolf zal voor meer faillissementen zorgen eind 2020 aldus de ABN AMRO

Inmiddels wordt er gesproken over een tweede coronagolf. Deze nieuwe golf van het coronavirus zorgt er voor dat veel bedrijven voor nieuwe problemen komen te staan. De overheid heeft namelijk nieuwe coronamaatregelen aangekondigd. Deze maatregelen lijken in eerste instantie vooral de horeca en de evenementenbranche te treffen. Echter worden ook toeleveranciers voor deze sectoren getroffen. Hierbij kun je denken aan producenten van koffie maar ook andere bedrijven in de voedingsmiddelen zoals bierproducenten, bakkerijen en groothandels in voedingsmiddelen.

De ABN AMRO gaat er vanuit dat het aantal faillissementen in Nederland de komende tijd verder zal toenemen. Volgens ABN AMRO-econoom Philip Bokeloh kan het niet anders dan dat het aantal faillissementen gaat oplopen de komende tijd. Doordat restaurants en cafés gesloten worden en in veel grote zalen maar maximaal dertig personen mogen samenkomen lopen veel bedrijven inkomsten mis. Hoewel de zorgen over het aantal faillissementen toenemen is het aantal faillissementen in 2020 nog meegevallen. Het aantal bedrijven dat failliet werd verklaard ligt zelfs lager dan in 2019 tot nu toe. De nieuwe lockdownmaatregelen vormen echter een extra klap. Veel mensen hadden de hoop dat de vorige maatregelen een tijdelijke onderbreking waren maar nu lijkt het er op dat ook de nieuwe maatregelen niet zomaar voorbij zullen zijn. Bedrijven zijn niet snel uit de problemen. De duur van de problemen is wellicht langer. Bij een aantal bedrijven is de rek er echter uit. Dat heeft gevolgen voor het voortbestaan van deze bedrijven maar ook voor de economie en werkgelegenheid.

Europese Commissie wil 35 miljoen energieverslindende gebouwen verduurzamen vanaf 2020

De Europese Commissie heeft op woensdag 14 oktober 2020 een voorstel gedaan voor een zogenaamde renovatiegolf van energieverslindende gebouwen. De renovaties zouden moeten worden uitgevoerd bij ongeveer 35 miljoen woningen de komende tijd. Dit zou een eerste grote stap moeten vormend in de Green Deal die dit jaar werd gesloten. De Green Deal omvat een aantal afspraken waarmee de Europese Commissie Europa wil verduurzamen. In Europa zijn verschillende grote energieverslindende gebouwen aanwezig. Deze gebouwen verliezen veel warmte en energie en dat is nu precies wat men niet wil.

Het versneld energiezuinig maken van gebouwen is niet alleen goed voor de verduurzaming maar ook voor de bouwsector. Die sector kan door de maatregelen rekenen op extra werkgelegenheid. Vermoedelijk ontstaan er de komende tien jaar in Europa ongeveer 160.000 extra banen in de bouwsector. De lidstaten die willen investeren in de verduurzaming van de gebouwen kunnen gebruikmaken van het Europees herstelfonds. De Europese Commissie heeft een plan opgesteld waarmee het tempo van de renovatie in Europa ruim verdubbeld zou moeten worden.

In een periode van tien jaar zouden ongeveer 35 miljoen woningen energiezuinig kunnen worden gemaakt. Volgens de Europese Commissie kan op dit gebied een belangrijke stap worden gezet. Uit onderzoek komt naar voren dat gebouwen 40 procent van alle energie in de Europese Unie gebruiken en dat deze gebouwen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor 36 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen. Volgens schattingen is ongeveer 75 procent van de gebouwen binnen de EU nog niet energiezuinig. Er is dus volop ruimte voor verbetering.

Grensgemeenten willen dat uitwisselen duurzame energie met buurlanden mogelijk wordt vanaf 2020

Duurzame energie is de toekomst maar de toekomst moet wel klaar gemaakt worden voor duurzame energie. Dat betekent dat er afspraken moeten worden gemaakt. Windenergie en zonne-energie zijn afhankelijk van zonlicht en windkracht. Deze factoren zijn weersafhankelijk en zorgen er voor dat de opbrengst niet altijd hetzelfde is. Daarom worden veel kolencentrales en gascentrales in bedrijf gehouden. Dat is zonde want daardoor blijft de uitstoot van deze centrales nog heel hoog. Het delen van duurzame energie kan een oplossing zijn als het opslaan van duurzame energie niet mogelijk is. In Nederland wordt duurzame energie uiteraard al behoorlijk goed gedeeld. Het delen met buurlanden lijkt echter een minder grote vanzelfsprekendheid.

De provincies Drenthe, Limburg en Overijssel en de gemeenten Kerkrade, Losser en Emmen worden zogenaamde grensgemeenten genoemd en hebben een oproep gedaan aan minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat. In deze oproep vragen de gemeenten aan de minister om meer mogelijkheden te creëren om energie uit duurzame energiebronnen te delen. De duurzame energie zou moeten worden gedeeld met Duitse buurgemeenten. Het elektriciteitsnet van zowel Nederland als Duitsland is aan beide kanten regelmatig overbelast omdat er verschillen zijn in het vraag en aanbod van energie. Als men het mogelijk maakt om duurzame energie uit te wisselen kunnen deze problemen wellicht worden verholpen. Momenteel mag elektriciteit alleen via het hoogspanningsnet worden getransporteerd over grenzen.

In de elektriciteitswet uit 1998 ligt vast dat het niet is toegestaan om via het laagspanningsnet elektriciteit over de grens te transporteren. Als men dat wel zou doen zouden er problemen kunnen ontstaan met betrekking tot wet en regelgeving, belastingen en vergoedingen. Deze hindernissen moeten worden weggenomen om er voor te zorgen dat verhandelen van duurzame energie makkelijker wordt. Er moeten daarnaast ook extra technische maatregelen worden genomen. De elektriciteitslijn die tussen de landen wordt gebruikt kan vrij gemakkelijk worden overbelast. Dat moet juist worden voorkomen. Er moeten dus nog verschillende aanpassingen worden doorgevoerd voordat het uitwisselen van duurzame energie in de praktijk echt mogelijk is.

IMF: Nederlandse economie zal in 2020 krimpen met 5,4 procent

Gisteren heeft het Internationaal Monetair Fonds (IMF) informatie gegeven over de economische ontwikkelingen van verschillende landen. Deze informatie werd gepubliceerd in de World Economic Outlook. Ook de ontwikkelingen in Nederland werden hierin besproken. Nederland is een uniek land dat vooral een belangrijke rol speelt in import en export. Nederland is voor haar economische situatie voor een groot deel afhankelijk van de ontwikkelingen van andere landen. Een coronapandemie wordt daardoor ook in Nederland ook goed gevoeld. Helaas heeft dat ook gevolgen voor de economie. De Nederlandse economie zal in 2020 helaas niet kunnen ontkomen aan een krimp. Deze krimp komt uit op 5,4 procent.

Deze vooruitzichten zijn wel wat negatiever dan de vooruitzichten die de ABN AMRO en de Rabobank hebben gegeven over de economische krimp in 2020. Beide banken gaan uit van een economische krimp van 5,2 procent. De ING gaat zelfs uit van een lager krimppercentage namelijk van vijf procent. Het IMF is dus minder positief gestemd over de economische ontwikkelingen in Nederland. Ook over de export heeft het IMF niet veel goeds te melden. Er zal minder geëxporteerd worden. Het exportvolume zal in 2020 ongeveer 9,7 procent lager uitkomen dan een jaar eerder. De export vormt een belangrijke factor in de economie van Nederland maar is natuurlijk niet de enige factor. In verschillende sectoren in Nederland is men weer wat positiever geworden over de toekomst. Het vertrouwen van ondernemers stijgt weer.

IMF: werkloosheid loopt in Nederland op tot 5,5 procent in 2020

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft afgelopen dinsdag de World Economic Outlook gepresenteerd. Hierin staat informatie over de economische ontwikkelingen in verschillende landen in de wereld. Ook Nederland werd hierin besproken. Volgens het IMF zal de werkloosheid in Nederland gaan toenemen. In totaal zal de werkloosheid waarschijnlijk uitkomen op ongeveer 5,5 procent.

Het is niet verwonderlijk dat de werkloosheid toeneemt in Nederland. Verschillende sectoren hebben last gehad van de coronacrisis en de maatregelen die de overheid heeft doorgevoerd om de coronacrisis te beteugelen. De coronacrisis is nog lang niet voorbij en verschillende sectoren worstelen nog om te overleven. Meer ontslagen zullen de komende tijd waarschijnlijk niet uitgesloten kunnen worden. De ontslagen zullen onder andere vallen in de horeca maar ook in de evenementenbranche. Ook in bepaalde dienstverlenende sectoren zullen waarschijnlijk meer mensen noodgedwongen ontslagen worden de komende tijd. Het is echter opvallend dat sommige sectoren het juist goed doen in de coronacrisis. De woonwinkels en doe-het-zelfspeciaalzaken doen het bijvoorbeeld bijzonder goed tijdens de coronacrisis.

Die sectoren profiteren van het feit dat steeds meer mensen thuis moeten blijven in verband met de coronamaatregelen. Meer thuis blijven zorgt ook voor meer aandacht voor de woning en de woninginrichting. Ook bouwbedrijven profiteren daarvan. Er worden woningen uitgebouwd, verbouwd en gerenoveerd. Ook de verduurzaming van woningen krijgt meer aandacht. Op die manier worden woningen verbetert en behaaglijker gemaakt daarvoor zijn natuurlijk ook vakkrachten nodig in de techniek en bouw. In die sectoren blijft de werkgelegenheid nog redelijk stabiel.