Wat is dagloon?

Dagloon is het loon dat door het UWV als basis wordt gebruikt voor de berekening van de hoogte van een WW-uitkering. Voor de berekening van het dagloon kijkt het UWV naar het sociale verzekeringsloon dit wordt ook wel aangeduid met sv-loon. Als het UWV het dagloon gaat berekeningen zal deze uitkeringsinstantie niet alleen kijken naar het sv-loon maar ook naar de referteperiode. Ook deze term is belangrijk om een duidelijk beeld te krijgen van de totstandkoming van het dagloon. Daarom zijn deze begrippen hieronder in een aantal alinea’s uitgewerkt.

SV-loon
Het sv-loon is het loon waarover de sociale premies en de werknemersbelastingen worden betaald. Wanneer een werknemer werkloos wordt en een WW-uitkering aanvraagt bij het UWV dan kijkt het UWV naar het sv-loon dat deze werknemer had verdiend een jaar voordat hij of zij werkloos werd.

Referteperiode
Voor de berekening van het dagloon wordt naast het sv-loon ook de referteperiode gebruikt. De referteperiode is een periode van 1 jaar. De referteperiode eindigt op de laatste dag van de op 1 na laatste volledige maand die een werknemer of werkneemster heeft gewerkt. Daarnaast kan de referteperiode ook eindeigen op 1 na laatste volledige 4-wekenperiode dat iemand heeft gewerkt.

Berekening dagloon
Als het sv-loon duidelijk is en de referteperiode in kaart is gebracht. Dan kan het dagloon worden berekend. Hiervoor wordt het gemiddelde sv-loon over de hele referteperiode (1 jaar) gedeeld door het getal 261. Het getal 261 is het gemiddeld aantal uitkeringsdagen in een jaar. Wanneer het sv-loon over de periode van een jaar gedeeld wordt door 261 is de uitkomst het gemiddelde dagloon.

Dagloon en ziekte
Tot juli 2017 werd door het UWV geen rekening gehouden met het feit of een werknemer wel of niet ziek was in de referteperiode. Ziekte kan er voor zorgen dat het gemiddelde sv-loon in deze periode lager uitvalt. Op woensdag 19 juli 2017 was er echter een uitspraak in een rechtszaak die een uitkeringsgerechtigde aanspande tegen het UWV. Deze werknemer was ook langdurig ziek in de referteperiode en was het niet eens dat daardoor het sv-loon en dus ook het dagloon lager uitviel.

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) gaf de werknemer gelijk. Aangezien er geen hoger beroep kan worden ingediend tegen de CRvB zal er waarschijnlijk op korte termijn jurisprudentie volgen. Wat er voor zorgt dat het UWV ook in de toekomst rekening zou moeten houden met langdurige ziekte van de werknemer in de referteperiode. Het UWV zal dan bijvoorbeeld moeten kijken naar de loonperiode van 4 weken of 1 maand voordat een persoon ziek werd. De kans is groot dat hier nog een officieel bericht van bekend wordt gemaakt door het UWV.

Wat is het LeerWerkLoket?

Het LeerWerkLoket is een samenwerkingsverband in geheel Nederland tussen het UWV (uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen), SBB (stichting beroepsonderwijs bedrijfsleven), scholen, werkgevers, kenniscentra en gemeenten. Het LeerWerkLoket is ontstaan in 2009 en beschikt tegenwoordig over 30 vestigingen die verspreid over heel Nederland ieder hun eigen regio bedienen. Het LeerWerkLoket wordt vanuit de overheid gefinancierd door het ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid (SZW) en partners uit de regio. Deze tekst is geschreven door Tjerk van der Meij tijdens zijn stage HRM die hij heeft uitgevoerd bij Unique Technicum uitzendbureau.

Doel van LeerWerkLoket
Het doel van het LeerWerkLoket is werkzoekenden aan het werk te helpen en aan het werk te houden. Het loket is dus niet alleen gericht op het aan het werk helpen van werkzoekenden maar ook op het aan het werk houden van de werkzoenenden in hun nieuwe baan. Door een visie naar de toekomst proberen de samenwerkende organisaties een strakke aansluiting tussen onderwijs en arbeid te vormen. Het LeerWerkLoket houdt zich voornamelijk bezig met 3 aspecten:

  • Werkend leren
  • Loopbaanadvies
  • Gebruik van Ervaringscertificaten (EVC)

Deze aspecten zijn allemaal gericht op de loopbaanontwikkeling van werkzoekenden. Het stopt namelijk niet bij het vinden van een baan. Het vinden van een baan is meestal een vertrekpunt. Vanaf dat punt zal een werkzoekende een werknemer of werkneemster worden en een bijdrage moeten leveren aan het bedrijf. Daarbij is een voortdurende ontwikkeling van belang voor zowel het bedrijf als de werknemer. De werknemer kan zijn werkervaring en competenties voor een deel verzilveren in Ervaringscertificaten die ook wel afgekort worden EVC. Sommige werkzoekenden hebben loopbaanadvies nodig. Zij worden ondersteund als ze hun loopbaan een andere wending moeten geven of willen geven.

Doelgroep
De doelgroep van het LeerWerkLoket is uiteraard de werkzoekende, maar ook de werkgever. Wanneer je werkzoekende bent kun je het LeerWerkLoket gaan bezoek of je online inschrijven. Vervolgens gaat het LeerWerkLoket aan de slag om een passende vacature voor je zoeken met een bijpassend opleidingstraject. Werkgevers hebben de mogelijkheid om zich in te schrijven bij het LeerWerkLoket om deel uit te maken van het netwerk van organisaties. Op die manier worden via het LeerWerkLoket de werkzoekenden en de werkgevers bij elkaar gebracht.

Werknemers
Werkzoekenden kunnen zich in laten schrijven bij het LeerWerkLoket om in aanmerking te komen voor een leer/werk traject. Werknemers worden hoofdzakelijk geholpen vanuit de gemeente door middel van:

  • Startersbeurs
  • Loonkosten subsidie
  • Begeleiding
  • Proefplaatsing
  • Participatieplaats

Deze verschillende punten zijn hieronder in verschillende alinea’s nader omschreven.

Startersbeurs
De startersbeurs biedt de werkgevers de kans om jongeren (in de leeftijd 18 t/m 26 jaar) in dienst te nemen voor geringe kosten. De startersbeurs is van kracht gedurende de eerst 6 maanden van het dienstverband. Zo kan de startende werknemer zich oriënteren op de arbeidsmarkt en aan zijn of haar kwaliteiten werken. De werknemer krijgt hiervoor een vergoeding van minimaal 500 euro per maand. Werknemers in dit traject kunnen naast de 500 euro ook 100 euro per maand opsparen voor een opleiding. De startersbeurs is niet bij alle gemeenten van toepassing.

Loonkostensubsidie
Werkgevers worden gecompenseerd vanuit de gemeente middels de loonkostensubsidie. Dit is een subsidie die wordt verstrekt om de lonen te verhogen voor werknemers die niet met een fulltime baan op het minimumloon zitten. Met andere woorden de lonen worden opgehoogd naar minimum loon door de gemeente.

Begeleiding
De gemeente verstrekt aan de werknemer begeleiding op het gebied van re-integratie. De werknemer wordt op deze wijze begeleidt door een jobcoach. 

Proefplaatsing
Een proefplaatsing kan ingezet worden als de werknemer aan de slag gaat bij een organisatie en er gegronde redenen zijn om een proefplaatsing in te zetten. De werknemer kan bijvoorbeeld een lange afstand hebben tot de arbeidsmarkt of de werkzaamheden kunnen voor hem of haar dusdanig onbekend zijn dat een bedrijf van te voren niet met zekerheid kan zeggen dat de nieuwe werknemer de werkzaamheden naar behoren kan uitvoeren. In overleg met de gemeente kan dan een proefplaatsing worden aangegaan. Tijdens een proefplaatsing kan de werknemer maximaal de eerste 2 maanden dat de hij of zij werkzaam is bij een bedrijf nog steeds aanspraak op een uitkering. Ook hoeft de werkgever in de proefplaatsing van 2 maanden geen loon te betalen. De overheid controleert echter wel of er geen misbruik van de proefplaatsing wordt gemaakt door de werkgevers.

Participatieplaats
De gemeente biedt een participatieplaats voor WW-gerechtigden, door ze meer kansen te bieden doormiddel van een 2-jarig traject van onbetaalde arbeid om kennis en ervaring op te doen. Hierdoor leren de werknemers op een participatieplaats nieuwe vaardigheden aan.

Werkgevers
Een werkgever krijgt toegang tot allerlei voordelen wanneer hij besluit zich aan te sluiten bij het LeerWerkLoket om werken & leren trajecten te stimuleren bij de organisaties. Een aantal voordelen ondervindt de werkgever in de belastingen. Als een werkgever een leer/werk-traject aan een werkzoekende verschaft kan hij aanspraak maken op het volgende:

  • Mobiliteitsbonus
  • Subsidies voor praktijkleren
  • Subsidies voor taalscholing
  • Lage-inkomstenvoordeel

Al deze verschillende aspecten worden meestal niet in elke situatie verstrekt. Er moet aan bepaalde voorwaarden worden voldaan voordat de werkgever deze subsidies en bonussen ontvangt. Hieronder zijn de verschillende subsidies en bonussen nader omschreven.

Mobiliteitsbonus
Wanneer de werkgever in aanmerking komt voor de mobiliteitsbonus krijgt de desbetreffende werkgever korting op de premies wanneer hij iemand werkzaam heeft die 56 of ouder is. Daardoor vallen de kosten voor het in dienst nemen en in dienst houden van oudere werknemers lager uit.

Subsidies voor praktijkleren
De subsidies voor praktijkleren zijn van kracht wanneer de werkgever praktijkbegeleiding verstrekt aan de werknemers binnen het leer/werk-traject. De werkgever moet namelijk inspanning verrichten om de werknemer in de praktijk een bepaald vak of bepaalde technieken te leren.

Subsidies voor taalscholing
Ook kan de werkgever aanspraak maken op subsidies voor taalscholing wanneer hij taallessen verstrekt binnen zijn organisatie. Deze taallessen kunnen er voor zorgen dat de werknemer ook in de toekomst makkelijker een baan kan vinden of langer zijn of haar baan kan behouden.

Lage-inkomstenvoordeel
Het lage-inkomensvoordeel is een tegemoetkoming voor werkgevers om arbeidsparticipatie te stimuleren binnen de lage klassen van de maatschappij.

Regelingen vanuit het UWV
Voor de werkgevers gelden nog een aantal regelingen van het UWV die het aannemen van personeel bij de werkgever stimuleren. De volgende 4 regelingen zijn getroffen vanuit het UWV:

  • Proefplaatsing (als hiervoor besproken)
  • No riskpolis
  • Protocol scholing
  • Brug-WW

De proefplaatsing is een aantal alinea’s terug al besproken. Daarom is hieronder alleen informatie weergegeven over de overige drie mogelijkheden die werkgevers vanuit het UWV kunnen aanspreken.

No riskpolis
De no riskpolis is van toepassing wanneer een zieke, of gehandicapte werknemer in dienst treedt. Als een werkgever een zieke werknemer aanneemt die in de ziektewet zit, zal het UWV het loon grotendeels betalen. 

Protocol scholing
Een deel van de Nederlandse beroepsbevolking heeft om een groot aantal redenen een afstand tot de arbeidsmarkt. Het UWV maakt het mogelijk voor deze werkzoekenden om de arbeidsmarkt dichterbij te krijgen doormiddel van het protocol scholing. Het UWV voert van uit het protocol school re-integratie werkzaamheden uit om dit deel van de beroepsbevolking op de arbeidsmarkt te helpen.

Brug-WW
Tot slot kennen we de brug-WW. Dit biedt werknemers die zich laten omscholen een mogelijkheid om hun WW-uitkering te kunnen behouden. Zij behouden gedurende twee maanden nog hun WW.

Slotwoord over LeerWerkLoket
Het LeerWerkLoket is een samenwerkingsverband tussen verschillende instanties op de arbeidsmarkt, de overheid en het bedrijfsleven. De doelstelling van dit loket is dat werkzoekenden aan het werk worden geholpen en aan het werk worden gehouden. Daarvoor zijn veel verschillende mogelijkheden bedacht. Deze mogelijkheden kunnen echter veranderen omdat de arbeidsmarkt verandert en de wet en regelgeving ook regelmatig wijzigt. De informatie in deze tekst is gepubliceerd in het eerste kwartaal van 2017. Hou er rekening dat wijzigingen na die datum niet in deze tekst zijn geïmplementeerd.

Beschutte werkplek of leerwerkplek?

Op de arbeidsmarkt zijn naast reguliere arbeidsplaatsen en functies ook een aantal bijzondere werkplekken ontstaan. Deze werkplekken wijken in doel en uitvoering iets af van de reguliere werkplekken. Voorbeelden hiervan zijn de leerwerkplekken en beschutte werkplekken.  Omdat deze twee verschillende werkplekken regelmatig in het nieuws en op de arbeidsmarkt worden genoemd is het belangrijk om het verschil tussen deze twee werkplekken helder voor ogen te krijgen. Onderstaande alinea’s maken het een en ander duidelijk over het verschil tussen een leerwerkplek en een beschutte werkplek.

Leerwerkplek

Op een leerwerkplek staat naast het uitvoeren van werkzaamheden het leerproces van de werknemer of kandidaat centraal. Het doel van een leerwerkplek is het kennisniveau en de vaardigheden van de werknemer te ontwikkelen zodat zijn of haar waarde op de arbeidsmarkt wordt vergroot.  Meestal is er sprake van een werken en leren. In deze trajecten leert de werknemer op school de theorie van de opleiding en past hij of zij dit op de leerwerkplek toe in de praktijk. Op die manier onstaat een ideale combinatie tussen werken en leren.

Op een leerwerkplek werken en leren vaak jongeren in bijvoorbeeld een BBL traject. Zij werken bijvoorbeeld 4 dagen en gaan 1 of een halve dag naar school. Ook werkzoekenden in omscholingstrajecten kunnen gaan werken en leren om nieuwe competenties en vaardigheden te ontwikkelen. Werknemers op een leerwerkplek krijgen meestal gewoon loon maar vallen dan vaak wel onderin de loonschaal. Dit komt omdat mensen op een leerwerkplek meestal geen of weinig ervaring hebben en ook geen of weinig relevante opleidingen hebben gevolgd of afgerond.

Belangrijk is dat de persoon op een leerwerkplek wel fysiek en mentaal in staat is om de werkzaamheden naar behoren uit te voeren in de praktijk. Er is behalve het gebrek aan kkennis en ervaring geen belemmering om het werk in de desbetreffende beroepsgroep uit te voeren.

Beschutte werkplek

Bij beschut werk is er echter wel sprake van complicaties of ern handicap op fysiek of mentaal gebied. Deze handicap is van dusdanige aard dat de persoon ernstig wordt gehinderd om zijn of haar werk op een reguliere werkplek uit te voeren. Men moet dus aangepast werk doen in een aangepaste werkomgeving.  Deze werkomgeving noemt men ook wel een beschutte werkplek. Het zijn werkplekken waar extra aandacht en begeleiding wordt gegeven aan de arbeidskracht.

De arbeidskrachten op een beschutte werkplek krijgen meestal een uitkering met eventueel een aanvulling om bijvoorbeeld reiskosten te dekken. Iemand op een beschutte werkplek heeft een indicatie.  Het UWV bepaald wie voor beschut werk op een beschutte werkplek in aanmerking komt. Daarvoor krijgt het UWV kandidaten aangeleverd van de gemeente. De gemeente heeft contact met bedrijven in haar regio om te kijken en bespreken of deze bedrijven een beschutte werkplek beschikbaar hebben.

Beschutte werkplek

Beschutte werkplekken zijn in feite werkplekken die gecreëerd zijn ter vervanging van sociale werkvoorziening.  Het aantal sociale werkplaatsen in Nederland zal steeds verder afnemen. Deze sociale werkplaatsen behoren tot de sociale werkvoorziening en hebben altijd tot doel gehad om mensen met een arbeidshandicap de mogelijkheid te bieden om werk te verrichten in de maatschappij.

Dit doel is natuurlijk uitstekend maar sociale werkplaatsen kosten veel geld. Ook was er bij een aantal sociale werkplaatsen sprake van oneerlijke concurrentie ten opzichte van reguliere bedrijven waar vergelijkbare producten werden geproduceerd en de werkgever de werknemers wel een marktconform salaris moest bieden. Uiteindelijk werd besloten om de sociale werkplaatsen stapsgewijs te sluiten. Dan komt men natuurlijk voor de vraag te staan wat men met al die welwillende werknemers met een arbeidshandicap moet doen. Daarvoor zijn de zogenaamde beschutte werkplekken bedacht.

Beschutte werkplek

Een beschutte werkplek is een arbeidsplaats die beschut is in de zin van beschermd en veilig. In het verleden werden complete gebouwen of grote delen van een gebouw omgebouwd tot sociale werkplaatsen, een beschutte werkplek kan echter ook een enkele werkplek zijn in een organisatie.  Dit houdt in dat bedrijven maar ook overheidsinstanties een beschutte werkplek beschikbaar kunnen stellen aan iemand die daarvoor in aanmerking komt.

Aan een beschutte werkplek worden wel eisen gesteld.  Zo moet een werknemer op deze werkplek vaak extra begeleiding kunnen krijgen. Er moet ook rekening worden gehouden met de beperking(en) van de persoon. Indien nodig moeten daarvoor speciale voorzieningen worden aangeboden.  Verder houdt men vaak rekening met het feit dat de werkdruk niet te hoog mag zijn zodat stress en andere complicaties kunnen worden voorkomen.

Voor wie is een beschutte werkplek?

De gemeente voert de regie op het gebied van beschutte werkplekken. Daarover houdt de gemeente contact met het bedrijfsleven in de gemeente. De gemeente selecteert ook de mensen die mogelijk voor een sociale werplek in aanmerking kunnen komen. De gemeente maakt echter niet de definitieve beslissing in dit proces. Dat doet het UWV. Het UWV krijgt van de gemeente de mogelijke kandidaten voor een beschutte werkplek doorgestuurd.  Het UWV beoordeelt deze aanvragen en wijs deze toe of af.

Vergoeding voor werken op een werkervaringsplaats?

Een werkervaringsplaats of werkervaringsplek is een tijdelijke arbeidsplaats waar werkzaamheden kunnen worden verricht door iemand die werkervaring nodig heeft of werkervaring wil onderhouden in een bepaald vakgebied. Voor mensen die langdurig werkloos zijn kan een werkervaringsplek een (tijdelijke) oplossing zijn. Er zijn echter ook andere doelgroepen die gebruik maken van een werkervaringsplek.

Voor welke doelgroepen is een werkervaringsplek?
Mensen die een werkervaringsplek kunnen een verschillende achtergrond hebben. Er zijn laag opgeleide mensen die een werkervaringsplek nodig hebben om zichzelf op een praktische wijze te ontwikkelen richting een bepaald beroep maar er zijn ook hoogopgeleide werkzoekenden die een werkervaringsplek nodig hebben om hun vaardigheden die ze hebben aangeleerd op het hbo of wo te onderhouden. Een aantal afgestudeerden merken dat ze na het succesvol afronden van hun opleiding moeilijk werk kunnen vinden omdat bedrijven werkervaring vragen. Deze werkervaring kan men bijvoorbeeld opdoen op een werkervaringsplek.

Krijg je een vergoeding voor werken op een werkervaringsplek?
Niemand wil voor niets werken men is gewend dat tegenover werk vanuit de werkgever een bepaalde beloning wordt geboden. Bij een werkervaringsplek is deze beloning meestal niet in financiële middelen. Dit houdt in dat de mensen die werken op een werkervaringsplek meestal geen loon krijgen. Er staat inderdaad ‘meestal’ want het komt voor dat er toch een bepaalde stagevergoeding wordt verstrekt. Ook is het mogelijk dat men op een werkervaringsplek tegen minimumloon kan werken. Dit komt in de praktijk vaak niet voor. Meestal werkt men op een werkervaringsplek met behoud van uitkering. Dit kan echter worden aangevuld met een reiskostenvergoeding. Het is echter ook mogelijk dat men geheel geen financiële compensatie krijgt voor de werkzaamheden die op een werkervaringsplek worden uitgevoerd.

Ontvang je helemaal niets op je werkervaringsplek?
De kern van de werkervaringsplaats moet gericht zijn op het ontwikkelen van de kennis en vaardigheden van de arbeidskracht. Deze arbeidskracht moet in ieder geval deze kennis en vaardigheden in zijn of haar eigen tempo aan kunnen leren. Men leert dus op een werkervaringsplek. De kennis en vaardigheden vormen de belangrijkste “beloning” op de werkervaringsplek. Daarnaast kan men ook referenties meekrijgen die een belangrijke meerwaarde vormen op het cv. Het spreekwoordelijke “gat” op het cv is opgevuld door de werkperiode op de werkervaringsplaats.

Uitbuiting op werkervaringsplek?
Men moet er voor waken dat mensen op een werkervaringsplek worden uitgebuit. Dit kan in de praktijk helaas voorkomen. In geval van uitbuiting is het bedrijf niet primair gericht op het ondersteunen en coachen van de arbeidskracht op de werkervaringsplaats of werkervaringsplek. In dat geval is het bedrijf juist van plan om deze kracht als goedkope tijdelijke arbeidskracht te beschouwen. De arbeidskracht krijgt eenvoudig productiematig werk. Hierdoor hoeft de werkgever geen werknemer of tijdelijk kracht zoals een uitzendkracht of zzp’er te betalen. Dat is voor het bedrijf financieel aantrekkelijk maar het mag niet. Als deze vorm van uitbuiting bekend wordt zal dit de naam van het bedrijf niet ten goede komen. 

Plaatsingspremie 50 plussers via het UWV

Vanaf 1 januari 2015 is het niet meer mogelijk voor bedrijven om een premiekorting aan te vragen wanneer ze 50 plussers uit de WW in dienst nemen. De plaatsingspremie is echter wel mogelijk. De plaatsingspremie wordt ook wel plaatsingsfee genoemd en is een regeling die bestemd is voor intermediairs. Bedrijven die al een tussenpersoon optreden op de arbeidsmarkt zoals uitzendbureaus en detacheringsbureaus kunnen in aanmerking komen voor een plaatsingspremie als ze werkzoekenden die ouder zijn dan 50 jaar uit de WW-uitkering aan een baan helpen. Aan de plaatsingspremie zijn echter wel voorwaarden verbonden.

Voorwaarden voor de plaatsingspremie
Een intermediair moet aan een aantal voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor de plaatsingspremie van het UWV. Allereerst moet duidelijk vastgesteld worden dat de intermediair de werkzoekende aan een betaalde baan heeft geholpen. Daarnaast moet de werkzoekende minimaal 50 jaar oud zijn en een WW-uitkering hebben. De intermediair moet de werkzoekende 50 plusser voor minimaal de helft van het aantal uren per week werk bieden waarover hij ook WW-uitkering heeft ontvangen. De ondergrens van het aantal uren is 12 uur per week. De duur van de tewerkstelling moet in ieder geval 3 maanden zijn om de plaatsingspremie te ontvangen. De regeling van de plaatsingspremie of plaatsingsfee is aan een einddatum gebonden. Alleen voor arbeidscontracten van 50 plussers die uiterlijk op 30 september 2016 zijn ingegaan kan een intermediair plaatsingsfee aanvragen en ontvangen.

Hoe hoog is de plaatsingspremie?
De duur van het dienstverband van de geplaatste 50 plusser is bepalend voor de hoogte van de plaatsingsfee of plaatsingspremie. Daarbij is de minimale duur om in aanmerking te komen voor de plaatsingspremie drie maanden. Als een intermediair een 50 plusser uit de WW aan het werk heeft geholpen voor de periode van drie maanden dan kan de intermediair een aanvraag indienen voor de plaatsingsfee. Als deze is goedgekeurd dan wordt een fee of premie verstrekt van 300 euro.

Als de 50 plusser echter kan doorwerken en ten minste zes maanden heeft gewerkt dan kan de intermediair opnieuw een aanvraag indienen voor een plaatsingsfee/ plaatsingspremie. Deze vervolgaanvraag kan een premie opleveren van 700 euro indien deze wordt goedgekeurd door het UWV. Als na een gewerkt half jaar het dienstverband wordt voortgezet tot 12 maanden kan de intermediair een tweede en laatste vervolgaanvraag doen voor de plaatsingspremie. Dan moet de 50 plusser wel vanaf de eerste werkdag nog steeds in dienst zijn via dezelfde intermediair. Als dat het geval is dan kan de tweede vervolgaanvraag worden ingediend voor een plaatsingspremie van 500 euro.

Totaal kan de plaatsingpremie oplopen van 300 euro tot 1500,-. Dat is voor veel intermediairs een belangrijke prikkel om mensen in de leeftijdscategorie 50 plus uit de WW aan een betaalde baan te helpen. Dat is precies de bedoeling die de overheid heeft met de plaatsingspremieregel cq plaatsingsfeeregel.

Wat is een plaatsingsfee voor 50 plussers via het UWV?

De overheid vindt het belangrijk dat werkzoekenden zo snel mogelijk aan het werk komen. Helaas blijken 50 plussers ten opzichte van andere leeftijdscategorieën onder werkzoekenden moeite te hebben om weer een nieuwe baan te bemachtigen. De overheid heeft dit ook bemerkt en daarom zijn er verschillende subsidiemaatregelen ingevoerd om werkgevers er toe te bewegen om 50 plussers uit een uitkering aan een baan te helpen.

Subsidies voor oudere werknemers
Tot 1 januari 2015 was het voor werkgevers mogelijk om voor 50 plussers premiekorting aan te vragen. Hierdoor hoefden werkgevers, indien de premiekortingsaanvraag werd goedgekeurd door het UWV, minder premie af te dragen waardoor ze loonkosten konden besparen. Vanaf 1 januari 2015 is dit echter niet meer mogelijk. De plaatsingsfee is echter wel mogelijk. Deze is specifiek van toepassing voor uitzendbureaus en re-integratiebureaus. In de volgende alinea is meer informatie weergegeven over de plaatsingsfee.

Waarom de plaatsingsfee
De plaatsingsfee is specifiek ingevoerd voor de intermediair. Een intermediair is een tussenpersoon. Binnen het kader van de arbeidsmarkt bedoelt men met een intermediair meestal een uitzendbureau of detacheringsbureau. Deze arbeidsbemiddelingsbureaus bemiddelen (flexibel) personeel bij verschillende opdrachtgevers. Omdat deze bureaus een goed beeld hebben van de vacatures in een bepaalde regio of binnen een bepaald segment zoals de techniek, bouw of zorg, kunnen ze snel mensen aan het werk helpen. De overheid heeft de plaatsingsfee ingevoerd om intermediairs te stimuleren om oudere werkzoekenden uit een uitkeringspositie aan het werk te helpen bij hun klanten.

Wat is de plaatsingsfee?
Als een intermediair zoals een uitzendbureau een werkzoekende van 50 jaar of ouder begeleid naar een betaalde baan dan kan het uitzendbureau nadat de werknemer drie volledige maanden heeft gewerkt in aanmerking komen voor een plaatsingsfee. Deze plaatsingsfee is een subsidie die wordt uitgekeerd op basis van de periode dat de oudere werknemer daadwerkelijk heeft gewerkt. Hierdoor kan misbruik worden voorkomen. Om in aanmerking te komen voor de plaatsingsfee dient de werknemer minimaal drie maanden te hebben gewerkt. De intermediair dient een formulier in te vullen na afloop van de drie maanden. Dit aanvraagformulier voor de plaatsingsfee kan de intermediair vinden op de website van het UWV. In de volgende alinea is informatie weergegeven over de hoogte van de plaatsingsfee.

Wat is de hoogte van de plaatsingsfee?
De hoogte van de plaatsingsfee is afhankelijk van de duur van het dienstverband van de werknemer. De minimale duur om in aanmerking te komen voor een plaatsingsfee is drie maanden. Bij een dienstverband van drie maanden is de plaatsingsfee € 300. Als een medewerker 6 maanden na zijn eerste werkdag nog in dienst is via dezelfde intermediair kan de intermediair een vervolgaanvraag doen voor een extra plaatsingsfee van € 700. De maximale plaatsingsfee kan de intermediair behalen als de werknemer 12 maanden na zijn eerste werkdag nog in dienst is via dezelfde intermediair. Dan kan er nog een tweede vervolgaanvraag worden gedaan voor een plaatsingsfee van € 500.

Wat zijn de voorwaarden voor een plaatsingsfee?
Er zijn een aantal voorwaarden waaraan een intermediair moet voldoen om in aanmerking te komen voor een plaatsingsfee. De intermediair moet de werkzoekende bijvoorbeeld hebben begeleid naar een betaalde baan. De eerste werkdag van de werknemer moet op of na 1 oktober 2013 zijn geweest. Op de eerste werkdag moet de werkzoekende een WW-uitkering hebben en 50 jaar of ouder zijn. De werknemer moet voor minimaal 12 uur per week werk hebben voor een periode van minimaal 3 maanden. Hij of zij moet voor minimaal de helft van het aantal uren waarvoor hij een WW-uitkering krijgt aan het werk worden geholpen. De plaatsingsfee is een tijdelijke regeling. De regeling is van toepassing op arbeidscontracten die uiterlijk op 30 september 2016 ingaan.

Wat is de Wajong en wat betekent Wajong?

Wajong is een uitkering. Het woord Wajong bestaat uit twee delen “Wa” en “jong”. De eerste twee letters zijn een afkorting die staat voor Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening. Het tweede deel is het woord “jong” dat in dit geval staat voor jonggehandicapten. De totale omschrijving van de Wajong is daardoor: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. Dit maakt een beetje duidelijk wat Wajong is en waar het voor staat. Wajong is namelijk een arbeidsongeschiktheidsvoorziening, in feite heeft men het over een uitkering.

Wajong uitkering
Deze uitkering is bedoeld voor jongeren met een arbeidshandicap. Dit betekent dat de jongeren die onder deze uitkering vallen een handicap hebben die er voor zorgt dat ze bepaalde werkzaamheden niet of minder goed kunnen uitvoeren. Deze arbeidshandicap zorgt er voor dat ze minder goede kansen hebben om werk te vinden op de arbeidsmarkt dan werkzoekenden die de desbetreffende arbeidshandicap niet hebben. De overheid vindt dat er aan iedere inwoner in Nederland mogelijkheden moeten worden geboden om inkomsten te ontvangen. Daarom geeft de overheid jongeren die onder de Wajong vallen een uitkering zodat ze in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Niet iedereen kan in aanmerking komen voor een Wajonguitkering. Alleen mensen die vanaf een jonge leeftijd een ziekte of handicap hebben, waardoor ze niet kunnen werken of minder goed kunnen werken, kunnen in aanmerking komen voor een Wajong uitkering.

Vanaf 18 jaar
Deze uitkering is van toepassing op werkloze werkzoekenden in de leeftijd van 18 jaar en ouder. Iemand met een arbeidshandicap kan daarom niet voor de leeftijd van 18 jaar aanspraak maken op deze uitkering. Alleen na het behalen van deze leeftijd kan men in aanmerking komen voor een Wajong uitkering. Dit loopt echter via het UWV. Het UWV zal een arbeidsdeskundige en indien nodig een arts raadplegen. De arts geeft informatie aan het UWV zodat deze uitkeringsinstelling de beslissing kan nemen of het bieden van een Wajonguitkering de juiste oplossing is in de situatie van de jongere. De jongeren kan daarvoor een Beoordeling arbeidsvermogen aanvragen. Als het UWV op basis van de uitkomsten van deze aanvraag concludeert dat iemand onder de Wajong valt dan kan hij of zij een Wajong-uitkering ontvangen.

Moet je met Wajonguitkering werk zoeken?
De Wajong is niet een uitkering die er voor zorgt dat iemand geheel vrijgesteld is van werkzaamheden. Meestal wordt naar passende oplossingen gezocht om mensen die onder de Wajong vallen toch passende werkzaamheden te bieden. Door het uitvoeren van betaald werk vormt iemand een deel van de maatschappij en dat is gezond en belangrijk voor iemand zijn of haar eigenwaarde. Daarom biedt de overheid aan mensen in de Wajong vaak trajecten aan om zichzelf verder te ontwikkelen. Deze trajecten kunnen de inzetbaarheid van de Wajong-er vergroten op de arbeidsmarkt.

Loondispensatie
Ook voor werkgevers worden verschillende regelingen en subsidies geboden als deze besluit om iemand uit de Wajong in dienst te nemen. Een voorbeeld hiervan is loondispensatie. Het bieden van loondispensatie is een mogelijkheid waarmee de financiële lasten van een werkgever worden beperkt. Een werkgever hoeft als hij of zij de loondispensatieregel toepast minder loon te betalen voor een Wajongkracht als deze wordt inzet voor werkzaamheden. Werkgevers kunnen dit echter niet zelf beslissen.

Het UWV bepaalt in elke specifieke situatie hoeveel loondispensatie een werkgever mag toepassen op het loon van de Wajongmedewerker. Daarvoor zet het UWV een arbeidsdeskundige in die een inschatting maakt over het percentage waarvoor Wajongwerknemer is afgekeurd voor bepaalde werkzaamheden. Dit percentage mag vervolgens in mindering worden gebracht op het loon van de Wajongwerknemer. Loondispensatie geldt voor de periode van maximaal vijf jaar.

Wat zit er in een personeelsdossier?

Een personeelsdossier wordt door een werkgever of een staffunctionaris, zoals een personeelsfunctionaris, aangelegd. Dit dossier bevat verschillende gegevens van een bepaald personeelslid die bij een bedrijf in dienst is. een bedrijf houdt in een personeelsdossier bij hoe de desbetreffende werknemer functioneert en of er bepaalde verbeterpunten zijn.

Personeelsdossier is belangrijk
In een personeelsdossier komen veel gegevens samen. Omdat alle belangrijke gegevens over een medewerker in het personeelsdossier  zijn gebundeld is het een belangrijk dossier. Een werkgever zorgt er als het goed is voor dat met het samenstellen van het dossier wordt begonnen zodra men besloten heeft om een bepaalde werknemer in dienst te nemen.

Door tijdig een personeelsdossier aan te leggen kunnen bedrijven een goede basis leggen. Er zijn namelijk verschillende externe instanties zoals bijvoorbeeld de belastingdienst die graag bepaalde gegevens willen weten van personeelsleden. Bij het aanvragen van ontslag wil bijvoorbeeld het UWV weten wat de reden van ontslag is en welke acties een werkgever heeft ondernomen om de werknemer zijn of haar gedrag te verbeteren. Het is daarom belangrijk dat het dossier goed op orde is. zelfs als een werknemer al uit dienst is getreden kan een werkgever van externe instanties vragen krijgen. Daarom moeten personeelsdossiers op orde worden gehouden en een aantal jaren worden bewaard.

Waaruit bestaat een personeelsdossier?
Een personeelsdossier bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Persoonlijke gegevens (stamkaart).
  • Kopie van identiteitsbewijs  (paspoort of id-kaart).
  • Sofinummer/ burgerservicenummer (BSN).
  • Sollicitatiebrief, CV en motivatie.
  • Kopieën van diploma’s en certificaten.
  • NAW gegevens: naam, adres, woonplaats en telefoonnummer(s), geboortedatum, geboorteplaats en huwelijkse staat.
  • Bank- of gironummer
  • Werkvergunning als het een buitenlandse medewerker betreft die een werkvergunning nodig heeft.
  • Rechtspositie.
  • Arbeidsovereenkomst met daarin de schriftelijk vastgelegde en ondertekende afspraken.
  • Ondertekend huishoudelijk reglement indien van toepassing
  • Functieomschrijving van de functie waarin de werknemer werkzaam is.
  • Promotie in het geval de werknemer is doorgegroeid.
  • Verslagen van beoordelingsgesprekken en functioneringsgesprekken.
  • Afspraken over opleidingen en gevolgde opleidingen.
  • Berispingen, boetes, waarschuwingen.
  • Loopbaanontwikkeling zoals de doorstroom (zowel horizontale als verticale doorstroom).
  • Een gedeelte voor diversen waarin overige gegevens kunnen worden opgeslagen zoals speciale prestaties en beloningen.

Wat is verdringing op de arbeidsmarkt?

Verdringing is een term die af en toe wordt genoemd op de arbeidsmarkt. Als men het woord ‘verdringing’ letterlijk gaat omschrijven dan staat het woord voor: wegduwen of wegdrukken. Met verdringing op de arbeidsmarkt doelt met dus op het wegduwen of wegdrukken van arbeidskrachten. Dit maakt op zich nog niet veel duidelijk. Daarom wordt verdringing vaak in één adem genoemd met ‘oneerlijke concurrentie’ op de arbeidsmarkt. Dan begrijpt men vaak wel waar het om gaat. Namelijk dat bepaalde groepen op de arbeidsmarkt op een oneerlijke manier voorrang krijgen op andere werkzoekenden.

Verdringing op de arbeidsmarkt in verschillende vormen
Verdringing kan op verschillende manieren plaatsvinden op de arbeidsmarkt. Over het algemeen gaat het bij verdringing om bepaalde groepen werkzoekenden die doormiddel van subsidies of met behoud van uitkering aan de slag kunnen bij een potentiële werkgever. Doordat deze werkzoekenden voor de werkgever financieel aantrekkelijker zijn krijgen ze vaak voorrang op andere werkzoekenden. Een subsidie of andere kostenbesparing wordt echter niet voor niets verstrekt aan een bedrijf. De werknemer die te werk wordt gesteld moet aan een aantal criteria voldoen. Deze criteria hebben te maken met zijn of haar inzetbaarheid. Deze inzetbaarheid is de optelsom van de volgende factoren:

  • Afstand tot de arbeidsmarkt
  • Scholing
  • Leeftijd
  • Fysieke capaciteit
  • Mentale capaciteit

Als verwacht wordt dat iemand moeilijk aan betaald werk kan komen, zal daarvoor een rapportage worden opgesteld door de gemeente, het UWV of een andere instelling. Uit deze rapportage moet duidelijk naar voren komen dat de kandidaat zonder ondersteuning niet aan werk kan komen. Vaak worden voor deze (re-integratie) kandidaten speciale trajecten uitgestippeld. Die trajecten zijn meestal maatwerk en kunnen opleidingen bevatten en/of stages en werkervaringsplekken. Daarnaast wordt van mensen die geruime tijd in een uitkering positie zitten vaak ook een tegenprestatie verwacht in de vorm van vrijwilligerswerk met behoud van uitkering.

Stages werkervaringsplekken en tegenprestaties
Doordat aan stages, werkervaringsplekken en vrijwilligerswerk vrijwel geen kosten kleven voor werkgevers zijn ‘werknemers’ in deze trajecten zeer aantrekkelijk. Ze kunnen namelijk wel een bepaalde productie of prestatie leveren zonder dat het bedrijf daar financieel wat tegenover hoeft te stellen. Bedrijven die tijdelijk een piek hebben in een productie kunnen daar op verschillende manieren mee omgaan. Over het algemeen lenen ze flexkrachten in maar ze kunnen ook werknemers ‘met een afstand tot de arbeidsmarkt’ een werkervaring plek bieden. Als ze voor de laatste optie gaan kunnen ze dat doen vanuit moreel goede overwegingen maar de keuze kan ook gemaakt worden op basis van kostenbesparing en bedrijfseconomische overwegingen. Dit laatste is niet de bedoeling van de overheid die de subsidiemogelijkheden biedt en wordt misbruik van de wet en regelgeving genoemd.

Daarnaast is ook de inzet van vrijwilligers die werken met behoud van uitkering vaak discutabel. Door vrijwilligers in te zetten die op basis van een uitkering werken zorgen bedrijven er voor dat hun kosten worden gereduceerd. Voor de overheid nemen de kosten echter niet af omdat de kracht werkt met behoud van uitkering. De overheid wil daarom weten hoe lang de desbetreffende kracht in een uitkeringspositie blijft. Van bedrijven verlangd de overheid dat er een intentie is om de kracht in dienst te nemen na een bepaalde periode van proefplaatsing. Vrijwilligerswerk kan soms nog langer duren dan de 1 tot 2 maanden die gebruikelijk zijn voor een proefplaatsing.

Oneerlijke concurrentie en verdringing
Door subsidies en andere mogelijkheden om werknemers uit bepaalde doelgroepen aan het werk te helpen, kunnen vaak andere (reguliere) werkzoekenden hinder ondervinden bij het vinden van werk. Vooral laag opgeleide werkzoekenden merken hinder van werknemers die met speciale kostenbesparende trajecten aan het werk worden geholpen. De oneerlijke concurrentie zorgt er voor dat de maatregelen van de overheid juist averechts werken. Daarom probeert de overheid door controles en strenge regelgeving de oneerlijke concurrentie en verdringing tegen te gaan. Dit is in de praktijk minder eenvoudig dan het in de theorie lijkt.

Wat is een uitkering en wat wordt met een uitkeringsgerechtigde bedoelt?

Een uitkering is een bedrag dat iemand ontvangt als hij of zij aan bepaalde voorwaarden voldoet. De term uitkering wordt in Nederland meestal gebruikt als iemand een bepaald bedrag ontvangt van de overheid om ‘rond te kunnen komen’ of om een bepaalde schade te dekken. Het ontvangen van een uitkering is een recht, daarom wordt iemand die in aanmerking kan komen voor een uitkering ook wel een uitkeringsgerechtigde genoemd. De uitkeringsgerechtigde ontvangt de uitkering van een uitkeringsinstelling. De uitkering kan echter ook ontvangen worden vanuit een verzekeringsmaatschappij. Hieronder staan in het kort de verschillen.

Uitkering vanuit de overheid
Een uitkering kan een bedrag zijn dat eenmalig of meermalig wordt betaald namens de overheid in het kader van sociale zekerheid. Hierbij kan men denken aan een werkloosheidsuitkering of een bijstandsuitkering. Ook een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt door de overheid verstrekt al zullen werkgevers voor werknemers in eerste instantie een bepaalde periode (in 2014 was deze periode 2 jaar) de kosten moeten betalen. De uitkeringen worden in Nederland betaald door overheidsinstanties, gemeenten en het UWV. Deze afkorting staat voor Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen.

In België ontvangen werklozen een  werkloosheidsuitkering deze wordt uitbetaald door de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen (HVW). Het is echter ook mogelijk dat een uitkering voor ziekte wordt betaald uit een ziekenfonds waar de desbetreffende werknemer bij aangesloten is.

Uitkering vanuit een verzekeringsmaatschappij
Een verzekeringsmaatschappij kan ook een geldbedrag uitkeren aan personen of bedrijven. In dit geval wordt de uitkering van de verzekeraar gebruikt om een bepaalde schade te vergoeden. Ook kan er sprake zijn van een levensverzekeringskapitaal of een lijfrente-uitkering.

Periodieke uitkering
Er zijn verschillende soorten uitkeringen. Als men bijvoorbeeld een periodieke uitkering heeft dan wordt de uitkering in verschillende betalingsmomenten aan de uitkeringsgerechtigde betaald. Bij deze uitkeringen wordt één betaling ook wel een termijn genoemd. De uitkering wordt dus in termijnen betaald aan de uitkeringsgerechtigde.

Inkomensafhankelijke toeslag
Een inkomensafhankelijke toeslag is een benaming voor een uitkering die gekoppeld is aan de hoogte van iemand zijn of haar inkomen. Hierbij kan ook het gehele inkomen van een gezin of partners worden bekeken door de uitkeringsinstantie.

Wijzigingen ontslag 2015 in Nederland

In 2015 verandert er een hoop in de wet en regelgeving op de Nederlandse arbeidsmarkt. De Wet Werk en Zekerheid is hiervan een bekend voorbeeld. Ook equal pay en de transitievergoeding zijn onderwerpen waarover volop wordt gesproken en gediscussieerd. Naast equal pay en de transitievergoeding zijn er nog meer ontwikkelingen gaande in Nederland. De proeftijd wordt anders en ook het concurrentiebeding verdwijnt uit veel contracten. Verder wordt ook het ontslagrecht aangepast. De overheid wil het ontslagrecht eenvoudiger maken. daarnaast moet het ontslagrecht sneller en eerlijker verlopen. Ook de kosten voor de werkgevers om een werknemer te ontslaan moeten omlaag.

Wat verandert er in 2015 op gebied van ontslag?
Het ontslagrecht in Nederland verandert per 1 juli 2015. Vanaf dat moment wordt er één vaste ontslagroute gehanteerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt over de oorzaak van het ontslag. Als een ontslag bijvoorbeeld om bedrijfseconomische redenen wordt aangevraagd verloopt dit via het UWV. Ook ontslagaanvragen vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid van een werknemer verlopen via het UWV. Als een werknemer echter om andere redenen wordt ontslagen verkoopt de afwikkeling van het ontslag via de kantonrechter.

Transitievergoeding en ontslag
Vanaf de datum 1 juli 2015 wordt de transitievergoeding ingevoerd.  Werknemers die vanaf die datum ontslagen worden kunnen onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op de transitievergoeding. Hier zijn een aantal voorwaarden aan verbonden. Een werknemer moet bijvoorbeeld minimaal twee jaar in dienst zijn geweest bij de werkgever. Daarnaast moet de arbeidsovereenkomst op het initiatief van de werkgever worden beëindigd.

Hoogte van de transitievergoeding
De transitievergoeding vervangt per 1 juli 2015 de kantonrechtersformule. De hoogte van de transitievergoeding is net als bij de kantonrechtersformule afhankelijk van het aantal dienstjaren dat de werknemer heeft gehad bij de desbetreffende werkgever. Daarbij is de hoofdregel dat de werknemer het volgende ontvangt:

  • Een ⅓ maandsalaris per jaar dat de werknemer bij de werkgever is dienst is geweest
  • Een  ½ maandsalaris per dienstjaar dat men langer dan 10 jaar in dienst is geweest. Dit komt bovenop het voorgenoemde bedrag.

De transitievergoeding mag maximaal € 75.000 bedragen. Werknemers die meer verdienen van € 75.000 per jaar mogen maximaal een jaarsalaris meekrijgen.

Wat is deeltijd-WW precies en hoe vraag je dit aan?

De deeltijd-WW is de opvolger van de regeling werktijdverkorting. Een deeltijd-WW kan worden aangevraagd door bedrijven als ze onvoldoende opdrachten hebben om hun eigen personeel aan het werk te houden. Een werknemer met deeltijd-WW blijft officieel in dienst bij het bedrijf. Hij of zij zal echter minder uren bij het bedrijf werken dan in de arbeidsovereenkomst zijn vastgelegd. De contracturen van werknemers kunnen door een bedrijf tot maximaal vijftig procent worden verminderd door gebruik te maken van deeltijd-WW. Een werknemer krijgt de uren die hij bij het bedrijf aanwezig is gewoon in loon uitbetaald. De uren dat hij in deeltijd-WW zit krijgt hij van de WW.

Waarvoor wordt de deeltijd-WW gebruikt?
De deeltijd-WW is een regeling die bedacht is voor de economische crisis. De deeltijd-WW brengt minder verplichtingen met zich mee dan bij de reguliere WW het geval is. De regeling is een noodoplossing die door een bedrijf kan worden aangewend. Een bedrijf kan met de deeltijd-WW veel loonkosten besparen omdat de uren van de werknemer worden afgestemd op de projecten en opdrachten van het bedrijf.

Nadelen van de deeltijd-WW
Deeltijd-WW klinkt als de ideale oplossing voor bedrijven die het in de economische crisis moeilijk hebben. Toch is deeltijd-WW niet zo aanlokkelijk als deze regeling op het eerste oog lijkt. Misbruik van de deeltijd-WW wordt bestraft. Ook krijgen bedrijven een boete als medewerkers tijdens de deeltijd-WW alsnog worden ontslagen. Deze boete is ook van toepassing als een werknemer een paar weken na de deeltijd-WW wordt ontslagen. De medewerker moet na de periode van deeltijd-WW nog minimaal één derde deel van de totale periode van deeltijd-WW bij het bedrijf in dienst blijven. De minimale duur hiervan is drie maanden. Als hieraan niet wordt voldaan zal het bedrijf hiervoor een boete krijgen.

Daarnaast zal een bedrijf de kosten moeten betalen van medewerkers die geen WW-rechten hebben. Werknemers die in de deeltijd-WW zitten merken de gevolgen daarvan in de WW-rechten die ze hebben opgebouwd. Daarnaast worden over de gekorte uren geen extra WW-rechten opgebouwd. Een bedrijf hoeft echter niet voor deeltijd-WW te kiezen als het moeite heeft om het personeel aan het werk te houden. Er zijn namelijk ook andere oplossingen.

Voorwaarden voor deeltijd-WW
Er zijn verschillende voorwaarden gesteld aan het gebruik van deeltijd-WW. Onder personeel moet voldoende draagvlak zijn voor het gebruiken van deze regeling. Daarom moet de vertegenwoordiging van het personeel instemmen met het besluit over deeltijd-WW. Dit moet schriftelijk worden vastgelegd. Daarbij moet worden aangegeven hoe groot de omvang is van de deeltijd-WW. Ook andere afspraken over bijvoorbeeld scholing of detacheringsmogelijkheden dienen schriftelijk vast te worden gelegd. Met detacheringsmogelijkheden worden mogelijkheden bedoelt die het bedrijf kan benutten om haar eigen personeel bij andere bedrijven onder te brengen zodat ze aan het werk kunnen blijven.

Veel bedrijven in onder andere de techniek gaan samenwerkingsverbanden aan met andere bedrijven. Aan de periode van werktijdverkorting is een minimum duur verbonden. Deze minimale duur moet in ieder geval 26 weken zijn. Daarnaast moet de werktijd van de werknemer tenminste met 20 procent worden ingekort door de deeltijd-WW. Een werknemer moet ook daadwerkelijk de afgesproken periode hebben gewerkt. Uren die het bedrijf gebruikt voor deeltijd-WW mogen niet worden gebruikt om te werken. Als dit toch gebeurd wordt dat beschouwd als misbruik van de deeltijd-WW. Op dit misbruik staan sancties. Als er fraude wordt geconstateerd mag het bedrijf geen gebruik meer maken van de deeltijd-WW. Daarnaast moet het bedrijf de totale vergoeding van alle uitkeringen terugbetalen. Verder kan de deeltijd-WW niet worden gebruikt voor werknemers die een tijdelijk arbeidscontract hebben dat in de periode van de deeltijd-WW afloopt.

Hoe kun je deeltijd-WW aanvragen?
Bedrijven kunnen deeltijd-WW aanvragen bij het UWV. Bij de aanvraag moet een kopie worden verstrekt van de afspraken die zijn overeengekomen met de vertegenwoordigers van de medewerkers. Als bijlage dienen de scholingsafspraken per medewerker te worden aangegeven. Verder wenst het UWV een ‘werkgeversverklaring vergoeding WW’ van het bedrijf te ontvangen. Pas wanneer dit allemaal is gelukt zullen de medewerkers van het bedrijf de deeltijd-WW kunnen aanvragen. Deze wordt vervolgens door de werkgever verzonden.

Wat is een mobiliteitsbureau en wat is een mobiliteitscentrum?

De term mobiliteitscentrum wordt regelmatig gebruikt wanneer er ontslagen vallen bij grote bedrijven. Massaontslagen hebben grote gevolgen voor werknemers en de werkgelegenheid in een bepaalde regio. Het aanbod van werkzoekenden op de arbeidsmarkt wordt door faillissementen of het verdwijnen van banen aanzienlijk vergroot op de arbeidsmarkt. Er komen meer mensen beschikbaar en als daar niet binnen afzienbare tijd werk voor wordt gevonden zal het aantal mensen dat gebruik maakt van een uitkering stijgen. Dit zorgt er voor dat het UWV meer uitkeringen moet verstrekken.

Snel nieuw werk vinden
De overheid wil het aantal mensen in een uitkering zoveel mogelijk beperken. Daarom moet er alles aan gedaan worden om mensen uit de uitkering te houden. Het vinden van een passende baan voor ontslagen werknemers is daarbij de meest ideale oplossing. Hiervoor kan door een mobiliteitsbureau een mobiliteitscentrum worden opgericht. Dit gebeurd meestal in opdracht van een bedrijf waar werknemers worden ontslagen.

Sociaal plan
De afspraken en regelingen over het plaatsen van medewerkers bij andere bedrijven staan meestal in een sociaal plan. Een werkgever kan zelf proberen om de werknemers op de arbeidsmarkt een andere functie te laten vinden. Meestal is hiervoor expertise nodig die niet binnen het bedrijf aanwezig is. Daarom kan een bedrijf er voor kiezen om een mobiliteitsbureau in te zetten om de ontslagen medewerkers een andere baan te laten vinden buiten het bedrijf. Een mobiliteitsbureau kan een mobiliteitscentrum oprichten.

Mobiliteitsbureau
Een mobiliteitsbureau is een instantie die werknemers en bedrijven ondersteund bij ontslagprocedures. Verder biedt een mobiliteitsbureau ondersteuning aan bedrijven die werktijdverkortingen toepassen of gebruik willen maken van deeltijd-WW. Een mobiliteitsbureau wordt over het algemeen ingezet wanneer bedrijven problemen hebben met het aan het werk houden van hun eigen personeelsbestand.

Mobiliteitscentrum
Een mobiliteitscentrum is een ruimte die door een bedrijf of andere instantie beschikbaar wordt gesteld. Een bedrijf stelt een mobiliteitsbureau in om een mobiliteitscentrum in te richten. In deze ruimte kan de werknemer op zoek gaan naar vacatures via bijvoorbeeld internet, telefoon of andere middelen. De werknemer wordt tijdens deze zoektocht begeleid door het mobiliteitsbureau. Dit bureau heeft meestal een mobiliteitscentrum in een bedrijf ingericht op een wijze die bij het bedrijf en het personeel past.

Doelstelling van mobiliteitscentrum
De belangrijkste taak van het mobiliteitscentrum is het begeleiden van werknemers naar een andere baan. Hierbij werkt het mobiliteitscentrum samen met alle belanghebbende partijen. Uiteraard wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van de personeelsleden die beschikbaar komen. Het opleidingsniveau, de werkervaring en de competenties van de werknemers worden goed in kaart gebracht zodat een passende functie voor de werknemers kan worden gevonden. De werknemer zal in eerste instantie zelf actief op zoek moeten gaan naar een andere baan. Het mobiliteitscentrum is daarbij een faciliteit die hij of zij kan gebruiken. Daarnaast zijn er meestal verschillende personen die ondersteuning kunnen bieden aan de werkzoekende. In veel gevallen zal de werkzoekende zelf contact moeten opnemen met deze dienstverleners.

Dienstverlening van een mobiliteitsbureau
Het inrichten van een mobiliteitscentrum is niet de enige taak van een mobiliteitsbureau. Een mobiliteitsbureau kan een zeer divers takenpakket hebben dat is afgestemd op de behoeften van het bedrijf en de personeelsleden die worden ontslagen. Een mobiliteitsbureau kan aan ontslagen werknemers verschillende testen aanbieden die de werknemers kunnen helpen bij hun oriëntatie op de arbeidsmarkt. Daarnaast kunnen trainingen worden geboden op het gebied van solliciteren. Dit kunnen bijvoorbeeld trainingen zijn op het gebied van het opstellen van een cv, het schrijven van een sollicitatiebrief en het voeren van sollicitatiegesprekken.

Daarnaast is het mogelijk voor de werkzoekenden om advies te krijgen over hun eigen loopbaanontwikkeling. Soms is bijscholing of omscholing noodzakelijk om de kans op werk te vergroten. Ook hierbij speelt een mobiliteitsbureau een belangrijke rol. Een mobiliteitsbureau weet door de samenwerkingsverbanden die dit bureau heeft met verschillende instanties goed waar behoefte aan is op de arbeidsmarkt. Dit is informatie die belangrijk is bij een loopbaankeuze of opleidingsrichting.

Samenwerkingsverbanden
De in de eerste alinea hierboven maakt duidelijk dat er veel verschillende instanties belang hebben bij het zo snel mogelijk vinden van werk voor werknemers die door massaontslagen en faillissementen zonder werk zijn geraakt. Mobiliteitscentrums werken samen met verschillende partijen. Hierbij kan gedacht worden aan het UWV WERKbedrijf, gemeenten, bedrijven en verschillende andere publieke en private partijen.

Wat is de beste sollicitatieactiviteit die je kunt uitvoeren voor je sollicitatieplicht?

Mensen die in Nederland een WW-uitkering hebben zijn verplicht om te voldoen aan de sollicitatieplicht. De overheid wil met de sollicitatieplicht er voor zorgen dat mensen er alles aan doen om uit de uitkeringspositie te komen. Dit houdt in dat mensen in de WW-uitkering activiteiten moeten ondernemen die de kans op het vinden van werk vergroten. Deze activiteiten worden ook wel sollicitatieactiviteiten genoemd. Er zijn verschillende sollicitatieactiviteiten die men kan ondernemen om aan de sollicitatieplicht te voldoen.

Sollicitatieplicht
Doormiddel van de sollicitatieplicht is een werkloze die gebruik maakt van een WW-uitkering verplicht om te solliciteren. De overheid betaald jaarlijks zeer veel geld aan uitkeringsgerechtigden. Dit zorgt voor een grote kostenpost. Daarom wil de overheid zo weinig mogelijk mensen in een uitkering hebben. De overheid levert hiervoor inspanningen onder andere door het UWV en de inzet van verschillende reïntegratiebedrijven.

De overheid wil echter niet alle verantwoordelijkheid dragen voor het vinden van passend werk voor een werkloze in de uitkering. Mensen in een uitkering moeten niet een afwachtende houding aannemen maar moeten actief op zoek gaan naar passend werk. Helaas is niet iedereen die gebruik maakt van een uitkering even  gedreven om een baan te vinden. De onderlinge verschillen zijn groot. Daarom is de overheid genoodzaakt om een verplichting op te leggen. Deze verplichting is de sollicitatieplicht.

De sollicitatieplicht bestaat uit een aantal verschillende onderdelen. Zo moet een werkzoekende die gebruik maakt van een uitkering ten minste één keer per twee weken een vacaturebank bezoeken. Daar dient de werkzoekende passende vacatures te verzamelen. Deze vacatures moeten worden aangetoond bij het UWV. Vervolgens moet de werkzoekende hierop gericht solliciteren. Ook dit dient aangetoond te worden bij het UWV.

Het UWV kan echter zelf ook vacatures vinden voor de werkzoekende. De werkzoekende is verplicht om wat met deze tips van het UWV te doen. Dit houdt in dat de werkzoekende dient te solliciteren en deze sollicitatie moet aantonen bij het UWV.

Tot slot dient de werkzoekende per week een sollicitatieactiviteit uit te voeren. Er zijn verschillende sollicitatieactiviteiten. Belangrijk bij de beoordeling van sollicitatieactiviteiten is het doel van de activiteit. Het doel van de sollicitatieactiviteit dient op het vergroten van de kans op werk gericht te zijn.

Voorbeelden van sollicitatieactiviteiten voor het UWV
Er worden door het UWV verschillende sollicitatieactiviteiten geaccepteerd. Zo kan iemand zich inschrijven bij een detacheringsbureau of uitzendbureau. Daarnaast kan men deelnemen aan trainingen ten behoeve van sollicitatievaardigheden. Verder is het ook mogelijk om beroepskeuzetesten te doen of psychologische testen waardoor zelfinzicht kan worden verkregen en een duidelijk beeld ontstaat over de loopbaanmogelijkheden. Ook het schrijven van sollicitatiebrieven en het sturen van een sollicitatiemail kan worden beschouwd als een sollicitatieactiviteit. Het voeren van sollicitatiegesprekken en intakegesprekken zijn ook sollicitatieactiviteiten.

Wat is de beste sollicitatieactiviteit?
Er zijn veel verschillende sollicitatieactiviteiten. De vraag die dan aan de orde kan komen is: wat is de beste sollicitatieactiviteit? Het antwoord op deze vraag verschilt per werkzoekende toch is er een duidelijk stappenplan wat men kan hanteren om de kans op werk te vergroten. Immers de sollicitatieplicht moet niet als plicht worden beschouwd, men dient zelf voldoende gemotiveerd te zijn om werk te zoeken. Daarvoor zou een sollicitatieplicht als overbodig moeten worden geacht. Men dient alles in het werk te zetten om een geschikte baan te vinden. Daar komen uiteraard verschillende sollicitatieactiviteiten aan de orde.

Deze activiteiten kunnen het beste in een logische volgorde worden opgebouwd. De beste sollicitatieactiviteit is de sollicitatieactiviteit die op het juiste moment wordt uitgevoerd. Iemand die nog geen beeld van zijn of haar loopbaanmogelijkheden en loopbaanperspectieven heeft kan wel gaan solliciteren maar weet niet op welke functie of bij welk bedrijf. Dat is verspilde moeite. Het volgende globale stappenplan bevat verschillende sollicitatieactiviteiten die op logische wijze op elkaar aansluiten. Sommige activiteiten zijn voor ervaren werkzoekenden overbodig, toch zijn deze voor de volledigheid wel benoemd.

  1. Weet wie je bent en wat voor mogelijkheden je hebt op de arbeidsmarkt. Doormiddel van verschillende psychologische testen en beroepskeuzetesten kun je in kaart krijgen welke beroepen bij je passen.
  2. Stel een duidelijk cv op met daarin je werkervaring en opleidingsniveau. Laat dit cv door verschillende bedrijven en instanties voorzien van feedback en tips zodat een professioneel cv ontstaat. Indien nodig kun je bij de meeste UWV’s een training volgen voor het opstellen van een goed cv.
  3. Maak profielen aan op social media waarin je een duidelijk professioneel beeld van je zelf laat zien. Stel deze profielen zo op dat bedrijven geïnteresseerd raken en contact met je op kunnen nemen.
  4. Kijk op vacaturebanken, in kranten, in vakbladen en andere media naar vacatures die passen bij jouw profiel. Vraag indien nodig een adviseur die kan beoordelen of bepaalde vacatures en functiegroepen bij je passen.
  5. Solliciteer vervolgens gericht op de vacatures. Dit kan op verschillende manieren. Sommige bedrijven prefereren een sollicitatiebrief terwijl andere bedrijven liever reacties per mail ontvangen. Volg deze wensen van de bedrijven op. Laat indien nodig een sollicitatiebrief of sollicitatiemail lezen door een ervaren persoon. Als het schrijven van sollicitatiebrieven toch moeilijker is dan gedacht kan men in veel gevallen een aanvullende training volgen. Vraag bij het UWV om meer informatie.
  6. Als je wordt uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek heb je een belangrijke stap gezet in de richting van een baan. Deze stap is voor sommige mensen best spannend. Een goede voorbereiding is daarom belangrijk. Dit kan door meer informatie in te winnen over het bedrijf. Deze informatie kan worden gevonden op internet maar ook in vakbladen. Vergeet niet om in je kenniskring te vragen of mensen ervaringen hebben met een bepaald bedrijf. Al deze informatie draagt bij aan je beeldvorming over een bedrijf. Deze beeldvorming is een belangrijke voorbereiding op een sollicitatiegesprek.  Als sollicitatiegesprekken toch lastig zijn omdat men niet goed weet hoe deze gesprekken in zijn werk gaan is het mogelijk om ook hiervoor aanvullende trainingen te volgen. Ook hierover heeft het UWV meer informatie.
  7. Wat de uitkomst van een sollicitatiegesprek ook is, jouw beeld vorming is belangrijk. Ook van een afwijzing kun je een hoop leren. Ga naar waarom je bent afgewezen en gebruik deze informatie voor de sollicitatiegesprekken die je in de toekomst hebt. Daarnaast is de informatie uit een sollicitatiegesprek belangrijk voor iemand zijn of haar beroepskeuze of keuze voor bepaalde bedrijven. Bij deze oriëntatie kunnen verschillende professionals ondersteuning bieden aan de sollicitant. Hierbij kan gedacht worden aan loopbaancoaches, jobcoaches, werkcoaches en loopbaanbegeleiders.

Sollicitatieactiviteiten hebben een bepaalde volgorde
De volgorde van sollicitatieactiviteiten is het belangrijkste voor een succesvolle zoektocht naar een baan. De verschillende stappen dienen zorgvuldig uitgevoerd te worden. Voorbereiding is van groot belang. Gelukkig sta je er niet alleen voor. De overheid en verschillende andere instanties zijn bereid om je te ondersteunen. De sollicitatieplicht is geen last maar is alleen bedoelt voor mensen die niet uit zichzelf bereid zijn om inspanningen te leveren voor hun sollicitatie. Bij deze groep moet jij niet willen horen. Je moet zelf de regie nemen over je loopbaan en de bedrijven benaderen waar je echt aan het werk wilt. Een gerichte sollicitatie met een passend cv en een sollicitatiebrief waar de motivatie vanaf straalt is voor veel bedrijven van doorslaggevend belang voor een verdere sollicitatieprocedure. Solliciteren is een uitdaging.

Wat is sollicitatietraining en waarom worden sollicitatietrainingen aangeboden?

Mensen kunnen door verschillende redenen beschikbaar komen op de arbeidsmarkt. Zo kan het afronden van een opleiding er voor zorgen dat iemand werk moet zoeken. Daarnaast kunnen mensen om verschillende redenen worden ontslagen of kan hun contract zijn afgelopen bij hun huidige werkgever. De meeste werkzoekenden willen zo snel mogelijk een baan die bij hun wensen en hun opleidingsniveau aansluit. Het contact zoeken met een potentiële werkgever voor het krijgen van een baan wordt solliciteren genoemd. Solliciteren is voor veel mensen niet eenvoudig. Met name in een periode van economische crisis is het aanbod van personeel op de arbeidsmarkt meestal groter dan de vraag naar personeel bij bedrijven. Dit kan natuurlijk per functiegroep en per regio verschillen. Desondanks hebben bedrijven over het algemeen de keuze uit meerdere sollicitanten wanneer ze iemand zoeken voor een vacature.

Een sollicitant moet zich positief onderscheiden van andere sollicitanten. Door dit positieve onderscheid kan de sollicitant zijn of haar kans op de baan vergroten. Hieronder volgen een aantal alinea’s met praktische informatie over solliciteren. Daarna volgen een paar alinea’s die specifiek gericht zijn op sollicitatietraining. Voor een sollicitatietraining wordt vaak een beroep gedaan op professionals. Het is goed dat sollicitanten gebruik kunnen maken van de expertise van deze professionals. Als men echter voldoende heeft aan algemene tips over solliciteren is dat misschien efficiënter en daarnaast bespaart het tijd en kosten voor de sollicitant.

Wees eerlijk over je sollicitatieprofiel
Als je solliciteert kun je er vanuit gaan dat je niet de enige sollicitant bent die bij een bepaald bedrijf op een bepaalde functie solliciteert. Er zijn meestal meerdere sollicitanten die hetzelfde belang hebben als jij. Dit belang is het bemachtigen van een baan die bij je past. Een baan is tegenwoordig meer dan alleen een inkomstenbron. Een baan is voor veel mensen een belangrijk onderdeel van hun loopbaan. Daarnaast ontlenen veel werknemers een bepaald statusgevoel of eigenwaarde aan hun baan. Sommige banen spreken meer tot de verbeelding dan andere banen. Veel sollicitanten willen wel een baan hebben met een bepaalde status, doorgroeimogelijkheden en uitstekende arbeidsvoorwaarden maar hebben daarvoor niet een geschikt sollicitatieprofiel.

De eerste stap die een werkzoekende moet zetten is een duidelijke inschatting maken van zijn of haar kansen op de arbeidsmarkt. Hierbij kan een cv als uitgangspunt worden genomen. Ook ervaringen die zijn opgedaan tijdens opleidingen en verschillende banen kunnen een inzicht geven in de kwaliteiten van de werkzoekende. De werkzoekende moet vooral eerlijk naar zichzelf of haarzelf kijken en goed in kaart hebben wat hij of zij goed kan en aan welke eigenschappen nog gewerkt moet worden om de kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren. Hierbij kan de werkzoekende ook gebruik maken van de expertise van een loopbaanbegeleider.

Wanneer een werkzoekende langdurig zonder werk zit kan ook de hulp worden ingeschakeld van een re-integratieconsulent. Zowel de loopbaanbegeleider als de  re-integratieconsulent kan de werkzoekende ondersteunen bij het in kaart brengen van het sollicitatieprofiel. Hierbij wordt tegenwoordig naast opleidingen en werkervaring ook gekeken naar karaktereigenschappen en competenties. Daarnaast kunnen ook verschillende psychologische testen worden gehouden en beroepskeuzetesten om een nog beter beeld te vormen van de werkzoekende. Wanneer het sollicitatieprofiel is opgesteld heeft de werkzoekende een goed beeld van de eigenschappen en kwaliteiten waarover hij of zij beschikt. Dan kan de werkzoekende gericht op zoek gaan naar een baan.

Hoe onderscheid je jezelf als sollicitant?
Solliciteren naar een functie is voor veel mensen spannend. Een sollicitant wil graag zijn of haar kwaliteiten zo goed mogelijk kenbaar maken bij een bedrijf. Het uiteindelijke doel is het bemachtigen van de baan waarop is gesolliciteerd. Bedrijven hebben meestal de keuze uit meerdere sollicitanten daarom moet je jezelf goed kunnen onderscheiden van andere werkzoekenden. Hierbij kun je jezelf als uitganspunt nemen maar ook het bedrijf. Wanneer je jezelf als uitganspunt neemt zal je moeten uitgaan van je eigen kracht en hopen dat een bedrijf jouw sollicitatie aantrekkelijk genoeg vindt om je uit te nodigen voor een gesprek. Het is over het algemeen verstandiger om je van te voren goed te verdiepen in het bedrijf waar de vacature open staat. Hierbij moeten de behoeftes van het bedrijf goed in kaart worden gebracht. Een sollicitant doet er verstandig aan om goed in te schatten welke ontwikkelingen zich afspelen bij het bedrijf waar een vacature open staat. Vervolgens moet de sollicitant goed gaan inschatten of deze ontwikkelingen en bedrijfsprocessen aansluiten bij het sollicitatieprofiel. Wanneer de sollicitant de conclusie trekt dat er duidelijk overeenstemming is tussen de wensen en ambities van het bedrijf en de vaardigheden van de sollicitant kan hij of zij een gerichte sollicitatie sturen. Ondanks de zorgvuldige voorbereiding kan het voor de sollicitant nog moeilijk zijn om te solliciteren. Soms moet een werkzoekende deze sollicitatieangst overwinnen door de eerste stap te zetten en contact op te nemen met bedrijven. Het is echter ook mogelijk dat de een werkzoekende  niet goed weet hoe hij of zij moet solliciteren en er alleen niet uit komt. In dat geval zijn er verschillende sollicitatietrainingen die gevolgd kunnen worden.

Wat is een sollicitatietraining?
Een sollicitatietraining wordt aangeboden door verschillende instanties en is bedoelt om werkzoekenden handvaten te geven waarmee ze hun kansen op werk kunnen vergroten. Deze trainingen kunnen worden aangeboden door het UWV of reïntegratiebedrijven. Een sollicitatietraining kan een onderdeel zijn van een re-integratietraject. Daarnaast kunnen ook loopbaanbegeleiders in veel gevallen een sollicitatietraining aanbieden aan cliënten. In een sollicitatietraining leert iemand verschillende vaardigheden aan. Dit kan bijvoorbeeld het opstellen van een cv zijn of het schrijven van een sollicitatiebrief. Dit lijkt misschien eenvoudig maar is voor veel mensen toch moeilijk. Het is belangrijk dat een werkzoekende goed in staat is om zijn of haar vaardigheden, competenties, opleidingen en werkervaring zo goed mogelijk op papier te zetten. Dit kan tijdens een sollicitatietraining worden geleerd. Tijdens deze training leert de werkzoekende ook de moderne indeling van een sollicitatiebrief en cv. Deze indeling verandert na verloop van tijd. Zo zijn veel moderne cv’s tegenwoordig voorzien van een korte inleiding waarin de inhoud van de cv kort wordt samengevat en de ambities van de sollicitant worden benadrukt.

De meeste sollicitatietrainingen worden in lokalen gehouden waarbij een re-integratieconsulent of een loopbaanbegeleider een groep werkzoekenden instructies geeft. Daarbij kan degene die de sollicitatietraining geeft vragen beantwoorden en voorbeelden tonen van bijvoorbeeld sollicitatiebrieven en cv’s die in de praktijk worden gebruikt voor sollicitatie. Een sollicitatietraining is niet altijd vrijblijvend. Het is mogelijk dat een uitkeringsinstantie zoals het UWV mensen die gebruik maken van een uitkering verplicht een sollicitatietraining laat volgen. Een sollicitatietraining kan daardoor een verplichting zijn waaraan een uitkeringsgerechtigde moet voldoen net als de sollicitatieplicht.  Deze sollicitatietrainingen hebben geen vrijblijvend karakter en het doel van deze sollicitatietrainingen is tweeledig. Aan de ene kant moet de werkzoekende zo snel mogelijk een betaalde baan bemachtigen en aan de andere kant wil de uitkeringsinstantie de werkzoekende zo snel mogelijk uit de uitkeringspositie hebben. Dit laatste zorgt er voor dat de uitkeringsinstantie minder geld aan uitkeringsgerechtigden hoeft te verstrekken. De reden waarom een sollicitatietraining wordt gegeven kan verschillen ook de inhoud van de sollicitatietrainingen kan onderling variëren.

Wat leer je in een sollicitatietraining?
Tijdens een sollicitatietraining of een training solliciteren kan gebruik worden gemaakt van verschillende middelen die de sollicitatievaardigheden van de deelnemers bevorderen. Zo kan er gebruik worden gemaakt van computers. Op deze computers kunnen de deelnemers leren hoe ze een brief of een cv kunnen opstelling in tekstverwerkingsprogramma’s. Daarnaast kunnen de computers ook worden gebruikt om de deelnemer te laten oefenen met het versturen van een sollicitatie per e-mail. Tegenwoordig wordt ook veel gebruik gemaakt van vacaturewebsites waarop tevens digitale cv’s kunnen worden geplaatst door werkzoekenden. In een sollicitatietraining kan een loopbaanbegeleider of re-integratieconsultant laten zien aan de hand van voorbeelden hoe de deelnemers een cv op deze websites kunnen neerzetten. Het is zelfs mogelijk dat tijdens de sollicitatietraining de deelnemers hun cv’s daadwerkelijk op een paar toonaangevende vacaturesites gaan plaatsen. Dit is voor de deelnemer een zichtbaar resultaat van de training. Het cv van de deelnemer is door het plaatsen van een cv op een vacaturesite zichtbaar voor veel bedrijven die een account hebben van een vacaturesite. Dit vergroot de kansen van de werkzoekende deelnemer op een baan.

Een ander tastbaar resultaat van een sollicitatietraining is de sollicitatiebrief die tijdens een training door de deelnemer onder begeleiding kan worden opgesteld. Deze sollicitatiebrief kan door de werkzoekende  deelnemer als voorbeeld gebruikt voor verschillende andere sollicitaties. Het is ook mogelijk dat de deelnemer voorafgaand aan de sollicitatietraining een vacature moest meenemen waar daadwerkelijk een gerichte sollicitatiebrief naar geschreven moest worden. In dit geval is het resultaat van de sollicitatietraining een gerichte sollicitatie naar een vacature bij een bedrijf die de sollicitant zelf heeft uitgezocht.

Een goed opgesteld modern cv kan ook een tastbaar resultaat zijn van een sollicitatietraining. Deze cv wordt tijdens de training onder begeleiding opgesteld door de deelnemer zelf. De deelnemer leert waarom een goed cv belangrijk is voor een sollicitatie bij een bedrijf. Hij of zij leert het cv conform de moderne richtlijnen opstellen en houdt daarnaast aan de training een goed opgesteld cv over dat direct naar bedrijven gestuurd kan worden waar een passende vacature open staat.

Minder tastbare resultaten van een sollicitatietraining zijn sollicitatievaardigheden die aangeleerd kunnen worden. Hierbij kan gedacht worden aan gespreksvoering. Deelnemers kunnen onder begeleiding van een loopbaanbegeleider of re-integratiecoach (re-integratieconsulent) verschillende sollicitatiegesprekken oefenen. Dit kan aan de hand van een rollenspel worden gedaan. Indien nodig kan het rollenspel worden opgenomen op een videocamera. Hierdoor kan de deelnemer de beelden van het sollicitatiegesprek later terugzien en gericht feedback krijgen over de rol die hij of zij in het gesprek heeft gehad. Daarbij kan aandacht worden besteed aan de verbale en non-verbale communicatievaardigheden. Ook kan men oefenen met het formuleren van de juiste antwoorden op de vragen die tijdens een sollicitatiegesprek aan de sollicitant worden gesteld.

Er kan gebruik worden gemaakt van verschillende cases die als voorbeeld dienen.  Daarnaast kan een deelnemer van een sollicitatietraining vaak ook zelf voorbeelden inbrengen over sollicitatiegesprekken die goed verliepen of sollicitatiegesprekken die beter hadden kunnen verlopen. Deze gespreksvaardigheden maken een belangrijk deel uit van een sollicitatietraining. Een sollicitatiegesprek is meestal ook het onderdeel van de sollicitatie waar de sollicitant het meeste tegenop ziet. Sommige sollicitanten hebben zelfs sollicitatieangst. Door te oefenen met sollicitatiegesprekken kunnen deelnemers hun angst voor deze gesprekken verminderen of zelfs geheel wegnemen. Het volgen van een sollicitatietraining kan voor de deelnemers van groot belang zijn voor hun toekomst.

Waarom is een sollicitatietraining belangrijk?
Als iemand sollicitatieangst heeft of niet weet hoe hij of zij moet solliciteren vormt dat een belangrijke beperking voor zijn of haar toekomst. Werk vormt een belangrijk deel van de dagbesteding voor de beroepsbevolking. Een goede baan is voor veel mensen belangrijk omdat ze daarmee geld kunnen verdienen en een bepaalde status hebben. Het verliezen van een baan wordt door veel mensen als zeer vervelend ervaren. Men ondergaat vaak een onzekere periode waarin men op zoek zal moeten naar een nieuwe baan. Het is belangrijk dat die nieuwe baan voldoet aan de kennis en mogelijkheden van de werkzoekende. Als een werkzoekende ondanks een geschikt sollicitatieprofiel niet weet hoe hij of zij moet solliciteren kunnen er veel banen aan zijn of haar neus voorbij gaan. Dit is natuurlijk jammer. Een goede sollicitatietraining kan er voor zorgen dat iemand precies weet hoe hij of zij op de juiste manier zijn sollicitatie bij een bedrijf kenbaar moet maken en de kans op het bemachtigen van de functie kan vergroten.

Een sollicitatietraining blijft echter een training. Het is geen garantie dat doormiddel van een sollicitatietraining ook daadwerkelijk een baan wordt verkregen. Andere factoren spelen bij een sollicitatie ook een rol. Hierbij kan gedacht worden aan werkervaring, opleiding, competenties, vervoersmogelijkheden en woonlocatie. Er kunnen echter meerdere sollicitanten zijn met een vergelijkbaar sollicitatieprofiel. In dat geval kan iemand die goed getraind is in solliciteren een voordeel hebben in de sollicitatieprocedure. Met name mensen die nauwelijks of nooit een sollicitatie hebben gedaan kunnen doormiddel van een sollicitatietraining hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten. Als je de kans krijg moet je niet aarzelen: volg een sollicitatietraining.

Heeft solliciteren bij een uitzendbureau zin?

Iemand die werkloos is heeft verschillende mogelijkheden om naar een baan te zoeken. Wanneer de persoon een uitkering heeft zal de overheid hem of haar verplicht stellen om er alles voor te doen om zo spoedig mogelijk een baan te vinden. Deze druk wordt door veel werkzoekenden als onprettig ervaren. Toch is het goed te begrijpen dat de overheid zo snel mogelijk mensen vanuit de uitkeringspositie naar een baan wil laten uitstromen. Hierdoor kan de overheid de enorme financiële kostenpost aan WW uitkeringen en andere uitkeringen beperken. De overheid faciliteert mensen nauwelijks bij het zoeken naar een baan. Daarvoor neemt de overheid over het algemeen instanties in de arm die sollicitatietrainingen bieden en daarnaast opleidingen verstrekken om de kans op werk voor mensen in een uitkering te vergroten. Deze instanties worden uiteraard door de overheid betaald. De overheid meestal een lokale gemeente biedt langdurige werklozen aan bij een reïntegratiebureau. Dit bureau is dan vervolgens verantwoordelijk voor het begeleiden van de werklozen naar een baan. Reïntegratiebureaus werken hierbij vaak samen met uitzendbureaus. Gezamenlijk hebben ze hetzelfde belang namelijk het zo snel mogelijk vinden van een baan voor iemand die afhankelijk is van een uitkering.

Hoe je niet moet solliciteren bij een uitzendbureau?
Veel werkzoekenden krijgen via het UWV of het reïntegratiebureau te horen dat ze moeten solliciteren. Daarbij worden ze gewezen op het feit dat inschrijven bij een uitzendbureau ook een sollicitatie is. Het is jammer dat een aantal werkzoekenden sceptisch is over de mogelijkheden om via een uitzendbureau een baan te vinden. Deze sceptische houding is over het algemeen de oorzaak van een moeizame bemiddeling via een uitzendbureau. Iemand die met een sceptische houding solliciteert bij een uitzendbureau komt over het algemeen ongemotiveerd over. Deze sollicitanten hebben een uitstraling dat het toch allemaal geen zin heeft. Ze zijn negatief over hun kansen op de arbeidsmarkt. Een uitzendbureau bemiddelt over het algemeen mensen die juist een goede kans maken op werk. Uitzendbureaus hebben een commercieel belang en zullen daarom een selectie maken tussen goed bemiddelbare uitzendkrachten en uitzendkrachten waarvoor minder snel een baan gevonden kan worden.

Verplichte sollicitanten nemen vaak hun cv en diploma’s niet eens mee naar het uitzendbureau. Ze vullen een inschrijfkaart in om aan hun sollicitatieverplichting te voldoen en verwachten verder niets. Deze groep mensen is er ook altijd op gebrand om een visitekaartje mee te krijgen van de intercedent. Ze zijn niet van plan om de intercedent ook maar één keer serieus op te bellen over de stand van zaken met betrekking tot de sollicitatie. Dit heeft tot gevolg dat de intercedent de sollicitant weinig aandacht geeft en zijn of haar inschrijfkaart ter zijde legt zodra de sollicitant het pand heeft verlaten. Intercedenten die meerdere malen geconfronteerd zijn met verplichte sollicitaties zullen zelfs weigeren om een visitekaartje mee te geven wanneer een sollicitant ongemotiveerd overkomt.

Hoe moet je wel solliciteren bij een uitzendbureau?
Sollicitatie draait om motivatie. In de vorige alinea is overduidelijk naar voren gekomen hoe men niet dient te solliciteren bij een uitzendbureau of bij elke andere werkgever. Ook bij een sollicitatie bij uitzendbureau is het belangrijk dat men zich goed voorbereid. Er zijn verschillende uitzendbureaus in Nederland en België. Deze uitzendbureau kunnen algemeen zijn en verschillende doelgroepen en functies bemiddelen. Er zijn ook uitzendbureaus die zich juist richten op één of enkele doelgroepen en functiegroepen. Voordat iemand zich gaat laten inschrijven bij een uitzendbureau moet hij of zij de doelgroep goed voor ogen hebben. Een sollicitant moet goed nagaan of hij of zij past in de functies die over het algemeen worden aangeboden bij het uitzendbureau. Het heeft geen zin om je te laten inschrijven bij een technisch uitzendbureau wanneer je totaal geen opleiding of werkervaring hebt gehad in de richting van techniek. Iemand met een aantoonbare technische kennis doormiddel van hobby’s zoals het sleutelen aan auto’s en machines vormt daar een uitzondering op.

Naarmate de arbeidsmarkt minder vacatureaanbod biedt zullen bedrijven kritischer kijken naar iemand zijn of haar cv en werkervaring. Dit doen uitzendbureaus ook. Met een passend cv en relevante werkervaring is het altijd verstandig om je te laten inschrijven bij een uitzendbureau die zich richt op de doelgroep waar jij toe behoort.

Wanneer je overtuigd bent dat je jezelf laat inschrijven bij een geschikt uitzendbureau zal je dat vertrouwen over het algemeen ook uitstralen naar de intercedent die jouw inschrijving behandelt. Dit is een belangrijk voordeel. Zorg er daarnaast voor dat je alle relevante diploma’s en certificaten meeneemt. Uiteraard dien je bij een sollicitatie bij een uitzendbureau ook je cv te overhandigen. Daarnaast wordt vaak ook een kopie gemaakt van je identiteitskaart of je paspoort.  Deze documenten dien je daarom altijd mee te nemen naar het uitzendbureau. Zorg dat je van te voren ook een aantal referenties paraat hebt die benadert kunnen worden door het uitzendbureau. Met deze voorbereiding maak je een goede kans om de juiste indruk te wekken bij het uitzendbureau.

Het is ook belangrijk dat je tijdens het intakegesprek positief bent over je mogelijkheden om werk te vinden. Uitzendbureaus hebben een commercieel belang bij het plaatsen van uitzendkrachten. Ze zullen daarom altijd gericht zijn op uitzendkrachten die een goede kans hebben op het vinden van een baan. Wanneer je zelf positief bent over je mogelijkheden zal je een intercedent ook kunnen motiveren om zijn of haar best te doen voor jou.

Daarnaast zal een intercedent graag in contact willen blijven met gemotiveerde arbeidskrachten die passen bij de doelgroep van het uitzendbureau. Intercedenten zullen aan gemotiveerde arbeidskrachten zeker een visitekaartje verstrekken en verwachten dat de ingeschreven sollicitant ook daadwerkelijk contact onderhoud met het uitzendbureau.

Heeft  solliciteren bij een uitzendbureau zin?
Hiervoor is in twee alinea’s beschreven wat iemand moet doen wanneer hij of zij zich gaat laten inschrijven bij een uitzendbureau. Nu rest ons nog antwoord te geven op de vraag of solliciteren bij een uitzendbureau zin heeft of niet. Het antwoord ligt niet bij het uitzendbureau maar bij de werkzoekende. Wanneer iemand serieus solliciteert bij een uitzendbureau en een geschikt uitzendbureau uitkiest heeft de sollicitatie zeker zin. De sollicitant moet van te voren goed nagaan of het uitzendbureau vacatures aanbied waar de sollicitant doorgaans voor in aanmerking zou kunnen komen.

Sollicitanten die zich niet goed voorbereiden op hun sollicitatie bij een uitzendbureau doen er verstandig aan om geheel niet bij uitzendbureaus te solliciteren. Een verplichte sollicitant wordt door een intercedent snel herkend. In het ergste geval kan een verplichte sollicitatie de irritatie opwekken van de intercedent waardoor hij of zij de sollicitant zonder al te veel tijdverspilling de deur uitstuurt. De sollicitant die dit overkomt zal nog meer verbitterd worden en tijdens de volgende sollicitatie bij een uitzendbureau nog minder goed zijn of haar best doen. Een nutteloze vicieuze  cirkel van irritatie en zinloosheid.

Solliciteren bij een uitzendbureau heeft zin als men zich goed voorbereid. Weet voor welke functies en beroepenvelden je in aanmerking wilt komen. Onderscheid je van andere sollicitanten door een portfolio te maken. Hierin kun je bijvoorbeeld foto’s opnemen van werkstukken die je hebt gemaakt. Denk in mogelijkheden dan zal een intercedent ook in mogelijkheden denken. Als je een flexibele houding aanneemt met betrekking tot reisafstanden en vergoedingen zullen uitzendbureau vanuit hun kant ook flexibel zijn. Door dit wederzijds aanpassingsvermogen ontstaat een samenwerking tussen de intercedent en de sollicitant. Een dergelijke sollicitatieprocedure bij een uitzendbureau heeft zeker zin. De kans om werk te vinden bij een gerichte sollicitatie bij een uitzendbureau is doorgaans groter dan het rechtstreeks zoeken naar werk bij andere bedrijven. Uitzendbureaus weten welke bedrijven het druk hebben of druk gaan krijgen. Daar kan een uitzendkracht van meeprofiteren. Mocht je werk zoeken en nog niet ingeschreven zijn bij een uitzendbureau dan heb je een mooie kans late liggen. Het is echter nog niet te laat. Zoek één of enkele uitzendbureaus op via internet en kijk naar de functies die deze uitzendbureaus open hebben staan. Mochten deze functies aansluiten op je cv dan kun je met de tips uit deze tekst aan de slag.

Meer werklozen vinden een baan desondanks stijgen de WW aanvragen!

De uitvoeringsinstantie UWV heeft donderdag 7 november 2013 cijfers bekend gemaakt over het aantal werklozen dat een baan heeft gevonden in de periode van januari tot en met augustus van 2013.De belangrijkste conclusie is een stijgend aantal aanvragen voor de WW en daarnaast een grote uitstroom van WW-ers die een baan hebben gevonden.

Meer werklozen vinden werk
In de periode van januari tot en met augustus 2013 hebben in totaal 168.600 werklozen een nieuwe baan gevonden. Dit is een opmerkelijk hoog aantal ondanks de economische crisis.  Het aantal werkzoekenden dat in 2013 een baan heeft gevonden is hoger dan het aantal dat over dezelfde periode in 2012 een baan heeft gevonden. Een groot deel van de werkzoekenden die een baan heeft gevonden in 2013 maakte gebruik van een WW uitkering. Dit aantal is 158.400 van de 168.600.

Stijgend aantal WW aanvragen
Ondanks het feit dat meer werkzoekenden een baan hebben gevonden is ook het aantal mensen dat in de WW terecht kwam gestegen. Het aantal aanvragen voor de WW uitkering nam in 2013 toe ten opzichte van 2012. Ook hier werd gekeken naar de periode van januari tot en met augustus. Wanneer in deze periode het aantal aanvragen van 2013 werd vergeleken met 2012 dan komt daar een stijging van 24 procent uit naar voren. In totaal werden in 2013 meer dan vierhonderdduizend nieuwe uitkeringen verstrekt aan werklozen.

Reactie Technisch Werken
De arbeidsmarkt komt weer in beweging. Er vinden verschuivingen plaats tussen werknemers. Deze dynamiek is goed nieuws. Het stijgende aantal werklozen is minder gunstig. Het zou interessant zijn wanneer het UWV ook cijfers naar buiten bracht over de gemiddelde duur dat iemand gebruik maakt van de WW. Wanneer deze gemiddelde duur korter wordt houdt dat in dat werklozen vrij snel weer een baan vinden. Hoe langer iemand in de WW zit hoe moeilijker het vaak wordt om een baan te vinden. Dit heeft vooral te maken met het ‘gat’ in de cv dat ontstaat wanneer iemand geruime tijd geen betaald werk heeft verricht. Dit gat moet zo klein mogelijk worden. Daarom moeten werkzoekenden zo snel mogelijk weer een plek op de arbeidsmarkt vinden.

Wat is een Scholingsvoucher van het UWV?

Werkzoekenden die 55 jaar of ouder zijn hebben vaak moeite met het vinden van een baan. Wanneer een werkgever een werknemer in dienst neemt die 55 jaar of ouder is dan wil de overheid de drempel om deze medewerker in dienst te nemen verlagen. Eén van de middelen die daarvoor gebruikt worden is de scholingsvoucher. De scholingsvoucher is een subsidievorm. Hieronder wordt aangegeven wat de scholingsvoucher is en onder welke voorwaarden deze kan worden aangevraagd.

Scholingsvoucher
Als een werkzoekende 55jaar of ouder is kan een bedrijf subsidie aanvragen wanneer deze de werknemer in dienst neemt. De subsidie is bedoelt voor scholing en bedraagt maximaal € 750 (inclusief btw). De naam van de subsidie is scholingsvoucher. Met deze scholingsvoucher kunnen bedrijven een opleiding voor de 55plusser betalen. Door deze opleiding kan de oudere werknemer zijn opleidingsniveau verhogen en daarmee de meerwaarde voor een bedrijf.

Voorwaarden voor de scholingsvoucher
Aan het toekennen van de scholingsvoucher zijn een aantal voorwaarden aan verbonden. Zo moet de werknemer die in dienst genomen wordt 55 jaar of ouder zijn op de dag dat deze voor het eerst van zijn of haar WW-uitkering gebruik maakt. Daarnaast moet de werknemer minimaal 3 maanden een WW-uitkering hebben ontvangen.

De werknemer moet door het bedrijf daadwerkelijk in dienst worden genomen. Hiervoor moet een schriftelijk getekend arbeidscontract zijn opgesteld tussen de werkgever en de werknemer. De medewerker moet uiterlijk de eerste dag van de maand na de maand waarin de opleiding is afgerond bij het bedrijf in dienst treden.

De 55plusser heeft voor het in dienst treden gebruik gemaakt van een WW uitkering voor de duur van ten minste 3 maanden. De WW is gebaseerd op een aantal uren per week. Bij het in dienst treden bij een bedrijf moet de 55plusser minimaal voor de helft van het aantal uren waarover hij een WW uitkering kreeg werkzaamheden verrichten en betaald krijgen door het bedrijf. Het UWV wil door de scholingsvoucher bewerkstelligen dat een oudere werknemer doormiddel van een opleiding ten minste voor de helft uit de WW raakt en aan het werk gaat.

Daarnaast zijn er voorwaarden gesteld aan de opleiding die wordt betaald voor de 55plusser. De opleiding mag maximaal een jaar duren. Daarnaast moet de opleiding worden afgerond met een erkend diploma of certificaat.

Hoe vraag ik een scholingsvoucher aan?
Een scholingsvoucher kan zowel door het bedrijf als door de (toekomstig) werknemer worden aangevraagd bij het UWV. De aanvraag kan worden ingediend doormiddel van een formulier die op internet te vinden is op de site van het UWV. Het formulier kan na het invullen worden opgestuurd naar het UWV in Amsterdam. Per werknemer kan maximaal één aanvraag worden ingediend voor een scholingsvoucher. Het is belangrijk dat het UWV kan zien dat de werknemer daadwerkelijk voor een opleiding is aangemeld. Daarom moet bij de aanvraag een bewijs van inschrijving worden gevoegd. Ook de opleidingskosten moeten middels een factuur inzichtelijk worden gemaakt. Deze factuur moet afkomstig zijn van het opleidingsinstituut waar de medewerker is aangemeld voor het volgen van een opleiding. Ook wil het UWV er zeker van zijn dat er een arbeidscontract is getekend tussen de werkgever en de werknemer. Daarom moet er een ondertekend arbeidscontract worden meegezonden. De aanvraag dient uiterlijk tot 30 september 2015 te geschieden.

Tot wanneer kan een scholingsvoucher worden aangevraagd?
Bedrijven kunnen een scholingsvoucher aanvragen tot en met 30 september 2015. Het UWV geeft aan dat het budget voor de scholingsvoucher beperkt is. Daarom moeten bedrijven zo snel mogelijk een scholingsvoucher aanvragen wanneer ze een medewerker in dienst nemen die 55 jaar of ouder is en aan de voorwaarden voldoet. Hoe eerder de aanvraag voor de subsidie is ingediend hoe groter de kans dat er geld beschikbaar is om te verstrekken aan het bedrijf.

Wat doet het UWV  na de aanvraag voor de scholingsvoucher?
Wanneer het bedrijf de gewenste informatie per post naar het UWV heeft gezonden, wordt er door het UWV een ontvangstbevestiging gestuurd. Hierdoor weet het bedrijf dat de aanvraag voor de scholingsvoucher in behandeling is. De behandeling duurt een aantal weken voordat er een uitslag is gevormd. Bedrijven moeten rekening houden met acht weken. Binnen acht weken moet er vanuit het UWV een bericht zijn gestuurd waarin aangegeven is of een bedrijf en een medewerker gebruik kunnen maken van een scholingsvoucher of niet.

Informatiebijeenkomst Stimuleringsmaatregelen voor de 55plus

Op 1 oktober gaf minister Asscher het startsein aan het ‘Actieplan 55plus’. Doelstelling: binnen 2 jaar 22 duizend 55 plussers aan een baan helpen! Hiervoor stelt de minister 67 miljoen beschikbaar aan stimuleringsmaatregelen. Intermediairs kunnen recht hebben op een Scholingsvoucher voor de 55plus kandidaat en/of een Plaatsingsfee! Het UWV heeft een speciale informatiebijeenkomst over Stimuleringsmaatregelen voor de 55plus. Hieronder staat de uitnodiging weergegeven voor intermediairs.

Uitnodiging
Datum en tijdstip: maandag 4 november van 14:00 uur – 16:00 uur
Waar: Congrescentrum HanzePlaza, Protonstraat 16, Groningen.

Programma
14.00 uur Welkomstwoord
14.10 uur Inspiratie: wat doet een netwerkbijeenkomst met een werkzoekende?
14.40 uur Stimuleringsmaatregelen 55plus: plaatsingsfee en scholingsvoucher
15.10 uur Pauze
15.20 uur Convenant: geef vorm aan samenwerking
16.00 uur Afsluiting

Aanmelden
Wanneer een uitzendbureau interesse heeft om bij deze bijeenkomst aanwezig te zijn moet deze zich aanmelden vóór 31 oktober 2013 bij het UWV.

UWV Werkbedrijf
Werkgeversservicepunt Arbeidsmarktregio Groningen
Eendrachtskade Z.Z. 2
9726 CW Groningen