Overheid wil 600 euro compensatie voor ontslagen flexwerkers tijdens de coronacrisis

Flexwerkers hebben het zwaar tijdens de coronacrisis. Over het algemeen worden flexibele arbeidskrachten als eerste naar huis gestuurd als bedrijven minder productie draaien of als er minder omzet en marge binnenkomt. Er zijn verschillende oplossingen bedacht door de overheid om bedrijven en ook zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) te ondersteunen in deze zware tijd maar economische oplossingen voor flexwerkers worden nog niet geboden.

Compensatie voor flexwerkers

Daarom heeft het kabinet een plan uitgewerkt om flexwerkers die door de coronacrisis hun baan hebben verloren tegemoet te komen met een uitkering van 600 euro per maand. Het is echter nog onzeker of de uitkeringsinstantie UWV een dergelijke maatregel kan uitvoeren. Dit werd door bronnen benoemd aan de NOS.

Eisen aan de coronamaatregel

De compensatie voor flexwerkers is bedoeld voor studenten die naast hun studie als flexwerker werkzaam zijn. Ook uitzendkrachten en mensen die net zijn gestart in een flexibele functie op de arbeidsmarkt en hun baan tijdens de coronacrisis zijn verloren. Het is de bedoeling dat er wel voorwaarden worden gesteld aan de compensatie van de ontslagen flexkrachten. Zo moeten de flexwerkers die hun baan hebben verloren tijdens de coronacrisis kunnen aantonen dat ze voor de coronacrisis 600 euro of meer per maand verdienden. Voor veel studenten is deze spreekwoordelijke ‘lat’ te hoog omdat ze bijna nooit meer dan 600 euro per maand hebben bijverdiend als flexkracht.

UWV als uitvoeringsinstantie

Het UWV is volgens het kabinet de aangewezen instantie om uitvoering te geven aan deze maatregel. Er zijn echter twijfels of het UWV deze taak er wel bij kan dragen. Op dit moment wordt onderzocht of deze uitvoeringsinstantie een cruciale bijdrage kan leveren aan het uitvoeren van de voorgenomen maatregel voor flexwerkers. Als een uitvoering door het UWV niet mogelijk blijkt te zijn zal de maatregel voor flexwerkers niet doorgaan. Dan blijven veel flexwerkers dus tijdens de coronacrisis buiten de directe coronahulp vanuit de overheid. Een grote groep kan echter wel aanspraak maken op de WW. De WW is echter geen specifieke coronamaatregel.

Hogere WW-premie voor flexkrachten door WAB

De WW-premie die werkgevers moeten afdragen aan voor flexkrachten gaat omhoog per 1 januari 2020. Vanaf die datum wordt namelijk de Wet Arbeidsmarkt in Balans van kracht (WAB) van kracht. Deze wet heeft naar verwachting een grote invloed op de arbeidsmarkt van Nederland. De overheid wil met de Wet Arbeidsmarkt in Balans zorgen voor meer evenwicht tussen vaste krachten en flexibel personeel. De doelstelling is dat de WAB flexpersoneel duurder maakt en vast personeel goedkoper. Hoe is dit in de WAB precies vastgelegd zal je jezelf misschien afvragen. Een groot deel van de extra kosten voor flexibel personeel zitten in de hogere WW-premies die werkgevers moeten betalen voor flexibel personeel.

Hogere WW-premie
De WW-premie gaat voor flexkrachten met vijf procent omhoog ten opzichte van de WW-premie die werkgevers moeten betalen voor werknemers met een vast contract. Dit wordt door de overheid de WW-premiedifferentiatie genoemd. Dat is een mooi woord voor het verschil in WW-premie die door werkgevers betaald moet worden voor vaste krachten en tijdelijke krachten. De overheid hoopt dat werkgevers door het verschil in WW-premieafdracht er voor kiezen om meer vaste krachten aan te nemen. Dat is echter fictie. Bedrijven zijn in 2019 en 2020 gericht op het beperken van risico’s in plaats van het vergroten van risico’s. De WW-premiedifferentiatie zorgt er voor dat flexkrachten duurder worden. Dat betekent niet dat bedrijven sneller vaste contracten zullen verstrekken. In plaats daarvan zullen ze juist sneller beslissen om afscheid te nemen van flexwerkers. De overheid verstrekt dan helemaal geen vast contract maar laat werknemers verstrekken om risico’s te beperken.

Cumulatiegrond voor ontslag vast personeel
De overheid zal echter beweren dat in de Wet Arbeidsmarkt in Balans er voor heeft gezorgd dat vaste krachten door bedrijven eenvoudiger ontslagen kunnen worden. Dat lijkt natuurlijk wel zo. Er is een cumulatiegrond ingevoerd waardoor bedrijven in hun dossieropbouw meerdere redenen aan elkaar kunnen verbinden om een ontslag mogelijk te maken. Tot het einde van 2019 moest een ontslagdossier zeer nauwkeurig worden opgebouwd en gericht zijn op minimaal 1 ontslaggrond die zeer duidelijk aangetoond kon worden. Hierbij kun je denken aan bedrijfseconomische redenen of disfunctioneren. Dit moest echte bewezen worden in het ontslagdossier. Door de cumulatiegrond hoeft dit niet meer zo nauwkeurig en uitvoerig. De cumulatiegrond zorgt er voor dat er meerdere ontslaggronden gedeeltelijk aangetoond moeten worden in het ontslagdossier. Dan kan alsnog een ontslag worden verstrekt vanuit de kantonrechter. Dit klinkt gunstiger voor werkgevers. Toch is het nog maar de vraag hoe precies de nieuwe ontslagdossier zullen worden beoordeelt. Het lijkt er niet direct op dat werkgevers bijvoorbeeld disfunctionerende werknemers makkelijker kunnen ontslaan.

WAB is negatief voor flexwerkers
De kans is dus groot dat de rekening van de Wet Arbeidsmarkt in Balans volledig bij de flexwerkers komt te liggen. De flexwerkers zullen duurder worden en men zal sneller beslissen om afscheid te nemen van flexibele krachten om personeelskosten te beperken. De WAB zal daardoor in 2020 een zeer negatief effect hebben op de flexibele arbeid terwijl het aantal werknemers in vaste dienst nauwelijks zal toenemen. Bedrijven hebben in 2020 te maken met een vertraagde economische groei met als logisch gevolg minder omzet en minder afzet. Er moeten dus kosten worden bespaard. Ook de onzekerheden in de wereldhandel zorgen er voor dat bedrijven liever geld willen sparen dan uitgeven. Geen wonder dat een groot deel van het spaargeld op Nederlandse banken afkomstig is van ondernemers in het MKB-segment. Bedrijven zullen ook op het gebied van personeel hun kosten willen drukken. Vooral in sectoren zoals de bouw, de agrarische sector en de civiele techniek zijn er veel onzekerheden. Stikstofcrisis en PFAS-problematiek zijn veel gehoorde termen. De overheid heeft het voor ondernemers in deze sectoren al moeilijk genoeg gemaakt. De Wet Arbeidsmarkt in Balans zal het laatste zetje geven om zoveel mogelijk flexwerkers op straat te zetten.

Wat is een vaststellingsovereenkomst?

De vaststellingsovereenkomst is een overeenkomst waarin een bindende regeling is opgenomen om een bestaand geschil op te lossen of een geschil te voorkomen. Een vaststellingsovereenkomst wordt meestal opgemaakt in de vorm van een beëindigingsovereenkomst waarin afspraken worden gemaakt hoe een werknemer de organisatie gaat verlaten. In een vaststellingsovereenkomst staan de voorwaarden met betrekking tot het ontslag van de werknemer. Door deze voorwaarden en afspraken vast te leggen kunnen discussies of geschillen in de toekomst worden voorkomen.

Werkgever en werknemer tekenen
Zowel de werknemer als de werkgever hebben baat bij duidelijkheid als er een ontslag plaatsvind. Daarom is een vaststellingsovereenkomst voor zowel de werkgever als de werknemer een nuttig middel om problemen op te lossen en te voorkomen. Zowel de werknemer als de werkgever moeten de vaststellingsovereenkomst ondertekenen. Wanneer beide de vaststellingsovereenkomst hebben ondertekend is deze geldig anders niet. Als een werknemer de vaststellingsovereenkomst niet heeft ondertekend blijft in de juridische zin zijn of haar dienstverband bestaan.

Een werknemer heeft bovendien twee weken na ondertekening de tijd om van gedachten te veranderen. Daarvoor hoeft de werknemer geen specifieke legitieme redenen op te geven. Werkgevers moeten specifiek aangeven dat de werknemer twee weken bedenktijd heeft. Als de werkgever dat niet doet heeft dat tot gevolg dat de werknemer niet twee maar zelfs drie weken bedenktijd heeft. Wanneer de werknemer besloten heeft om toch niet in te stemmen met de vaststellingsovereenkomst zal dit binnen deze termijn moeten worden aangegeven. Als de instemming tijdig wordt herroepen zal de werknemer weer onder de oude voorwaarden zijn of haar dienstverband kunnen voortzetten bij de werkgever. Het ontslag wordt dan teniet gedaan en het dienstverband blijft bestaan.

Wat staat er in de vaststellingsovereenkomst?
In een vaststellingsovereenkomst staan specifieke afspraken met betrekking tot het beëindigen van het dienstverband van een arbeidscontact van een werknemer. In deze overeenkomst staat wanneer het arbeidscontract wederzijds zal worden opgezegd. Ook is er een eventuele ontslagvergoeding of transitievergoeding opgenomen. De uitbetaling van de reserveringen waaronder de vakantiedagen wordt er ook in benoemd. Soms is iemand een bepaalde periode vrijgesteld van werkzaamheden, dit zal ook in de vaststellingsovereenkomst moeten worden vastgelegd. Verder is er in deze overeenkomst aangegeven welke bedrijfseigendommen zoals laptops, bedrijfswagens, bedrijfskleding, bedrijfstelefoons, gereedschap moeten worden ingeleverd.

Vaststellingsovereenkomst en WW
Veel werknemers die te maken krijgen met ontslag willen weten of ze in aanmerking komen met een uitkering vanuit de Werkloosheidswet oftewel de WW. Een vaststellingsovereenkomst kan een ontslagen werknemer recht geven op een WW uitkering wanneer deze overeenkomst voldoet aan de wettelijke bepalingen en regelgeving. Daarom is het belangrijk dat een vaststellingsovereenkomst getoetst is door een jurist met voldoende kennis over het arbeidsrecht. Op internet zijn er verschillende arbeidsjuristen die hun dienstverlening op dit gebied aanbieden.

Dertig procent WW-ers vond werk via uitzendbureau in 2016-2017

Ongeveer een derde van de mensen die een uitkering ontvangen in het kader van de Werkloosheidswet  gaat als uitzendkracht aan de slag. In 2016 waren dat meer dan 93.000 mensen die vanuit de WW een baan vonden bij een uitzendbureau. Deze cijfers werden bekend gemaakt door uitkeringsinstantie UWV.  Aan de andere kant komen ook uitzendkrachten waarvan het uitzendcontact afloopt verhoudingsgewijs vaker in de WW terecht ten opzicht van werknemers die een vast contract hebben. Deze gegevens werden donderdag 21 december 2017 bekend gemaakt door het UWV. Hoewel deze cijfers gebaseerd zijn op 2016 blijkt uit de enorme toename in het aantal uitzenduren van uitzendbureaus in 2017 dat ook dit jaar er veel werklozen aan het werk zijn gegaan via uitzendbureaus.

Uitzendbureaus en de economie
Uitzendbureaus merken vaak als eerste dat de economie aantrekt. Veel uitzendondernemingen zien het aantal vacatures voor tijdelijke functies toenemen op de arbeidsmarkt en bemiddelen daar (tijdelijk) personeel voor. Uitzendwerk is voor een steeds grotere groep werkzoekenden interessanter geworden nu de economie aantrekt. Dat komt omdat uitzendkrachten dikwijls vanuit de flexibele schil doorgroeien naar een rechtstreeks dienstverband bij de inlenende organisatie. Steeds meer bedrijven willen namelijk nu het structureel beter lijkt te gaan met de economie ook investeren in een stabiel personeelsbestand. Uitzendkrachten die tijdens hun uitzendfases hebben gewerkt bij een bedrijf kunnen steeds vaker in aanmerking komen voor een tijdelijk contract bij een de inlener maar vaste contracten worden ook vaker verstrekt.

Loopbaanperspectief en uitzendwerk
Uitzendwerk biedt daarom de afgelopen jaren meer loopbaanperspectieven dan de periode van de economische crisis. Geen wonder dat steeds meer mensen vanuit de WW kiezen voor uitzendwerk. Werken bij een uitzendbureau kan laagdrempelig zijn maar dat hoeft niet. Er zijn ook veel specialistische uitzendbureaus met uitdagende vacatures bij diverse opdrachtgevers. Denk hierbij aan een technisch uitzendbureau of een VCU uitzendbureau. Er zijn ook uitzendbureaus die speciaal gericht zijn op de transport of er zijn bouwuitzendbureaus.

Specialistische uitzendbureaus
Gespecialiseerde uitzendbureaus kunnen vaker werkzoekenden met een specifieke achtergrond in een bepaalde sector aan een baan helpen. Uitzendbureaus worden tegenwoordig steeds meer loopbaanbureaus omdat ze ook werkzoekenden helpen met een keuze voor een bepaalde richting of sector. Daarnaast geven uitzendbureaus ook steeds vaker een opleiding aan uitzendkrachten. Daardoor worden uitzendkrachten daadwerkelijk geholpen om structureel aan het werk te blijven en niet meer in de WW terecht te komen.

Technische uitzendbureaus en bouw uitzendbureaus
Met name uitzendbureaus in de techniek en bouw merken dat er steeds meer werk is voor uitzendkrachten. Er zijn veel vacatures in de bouw voor timmermannen, installatiemonteurs en elektromonteurs. Werkzoekenden met een bouwtechnische en metaaltechnische achtergrond zijn nauwelijks nog beschikbaar op de arbeidsmarkt. Dat komt omdat veel van deze personeelsleden zijn uitgestroomd uit de bouw en techniek tijdens de economische crisis en zijn omgeschoold of met pensioen zijn gegaan. Er ontstaat een spreekwoordelijk gat op de arbeidsmarkt dat opgevuld moet worden met nieuwe technische arbeidskrachten. Daarom worden door Technische uitzendbureaus en VCU uitzendbureaus steeds meer opleidingen aangeboden. In de economische crisis waren BBL trajecten nog nauwelijks aan de orde, tegenwoordig is dat heel anders en worden dergelijke opleidingstrajecten veel vaker door uitzendbureaus aangeboden.

Wat is dagloon?

Dagloon is het loon dat door het UWV als basis wordt gebruikt voor de berekening van de hoogte van een WW-uitkering. Voor de berekening van het dagloon kijkt het UWV naar het sociale verzekeringsloon dit wordt ook wel aangeduid met sv-loon. Als het UWV het dagloon gaat berekeningen zal deze uitkeringsinstantie niet alleen kijken naar het sv-loon maar ook naar de referteperiode. Ook deze term is belangrijk om een duidelijk beeld te krijgen van de totstandkoming van het dagloon. Daarom zijn deze begrippen hieronder in een aantal alinea’s uitgewerkt.

SV-loon
Het sv-loon is het loon waarover de sociale premies en de werknemersbelastingen worden betaald. Wanneer een werknemer werkloos wordt en een WW-uitkering aanvraagt bij het UWV dan kijkt het UWV naar het sv-loon dat deze werknemer had verdiend een jaar voordat hij of zij werkloos werd.

Referteperiode
Voor de berekening van het dagloon wordt naast het sv-loon ook de referteperiode gebruikt. De referteperiode is een periode van 1 jaar. De referteperiode eindigt op de laatste dag van de op 1 na laatste volledige maand die een werknemer of werkneemster heeft gewerkt. Daarnaast kan de referteperiode ook eindeigen op 1 na laatste volledige 4-wekenperiode dat iemand heeft gewerkt.

Berekening dagloon
Als het sv-loon duidelijk is en de referteperiode in kaart is gebracht. Dan kan het dagloon worden berekend. Hiervoor wordt het gemiddelde sv-loon over de hele referteperiode (1 jaar) gedeeld door het getal 261. Het getal 261 is het gemiddeld aantal uitkeringsdagen in een jaar. Wanneer het sv-loon over de periode van een jaar gedeeld wordt door 261 is de uitkomst het gemiddelde dagloon.

Dagloon en ziekte
Tot juli 2017 werd door het UWV geen rekening gehouden met het feit of een werknemer wel of niet ziek was in de referteperiode. Ziekte kan er voor zorgen dat het gemiddelde sv-loon in deze periode lager uitvalt. Op woensdag 19 juli 2017 was er echter een uitspraak in een rechtszaak die een uitkeringsgerechtigde aanspande tegen het UWV. Deze werknemer was ook langdurig ziek in de referteperiode en was het niet eens dat daardoor het sv-loon en dus ook het dagloon lager uitviel.

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) gaf de werknemer gelijk. Aangezien er geen hoger beroep kan worden ingediend tegen de CRvB zal er waarschijnlijk op korte termijn jurisprudentie volgen. Wat er voor zorgt dat het UWV ook in de toekomst rekening zou moeten houden met langdurige ziekte van de werknemer in de referteperiode. Het UWV zal dan bijvoorbeeld moeten kijken naar de loonperiode van 4 weken of 1 maand voordat een persoon ziek werd. De kans is groot dat hier nog een officieel bericht van bekend wordt gemaakt door het UWV.

Wat is brug-WW?

Brug-WW is een regeling vanuit de Nederlandse overheid die werkzoekenden met een WW-uitkering kunnen gebruiken om zich te laten omscholen bij een nieuwe werkgever met behoud van de WW-uitkering. De brug-WW is ook een mogelijkheid als een werknemer niet door eigen schuld werkloos of ontslagen dreigt te worden. Er zijn twee verschillende soorten brug-WW:

  • Brug-WW met sectorplan.
  • Brug-WW zonder sectorplan.

Deze verschillende soorten brug-WW worden hieronder in een paar alinea’s toegelicht.

Brug-WW met sectorplan
De brug-WW met sectorplan is alleen mogelijk als een werkgever deelneemt aan een sectorplan. Een sectorplan is een speciaal plan dat werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties hebben opgesteld in verschillende sectoren en regio’s. Sectorplannen worden opgesteld door de hiervoor genoemde organisaties om werknemers te ondersteunen op het gebied van het vinden van werk na ontslag. Ook worden sectorplannen gebruikt om de overstap van werkloosheid naar werk makkelijker te maken voor werknemers.

Iemand kan in aanmerking komen voor een brug-WW met sectorplan indien de persoon een WW-uitkering heeft of binnenkort een WW-uitkering ontvangt. de werknemer zal de opleiding die hij of zij gaat volgen nodig moeten hebben voor de nieuwe baan. Gedurende de opleiding zal de werknemer minimaal 8 uur per week in loondienst moeten zijn bij de nieuwe werkgever.

Een werkgever heeft ook een aantal verplichtingen. Een werkgever moet salaris betalen aan de werknemer over het aantal uren dat een werknemer daadwerkelijk werkzaamheden uitvoert. Voor de uren dat de werknemer activiteiten uitvoert voor de opleiding hoeft de werkgever niets te betalen. Daarvoor ontvangt de werknemer namelijk een WW-uitkering. Dit wordt ook wel de brug-WW uitkering genoemd.

Verder moet de werkgever na het afronden van de opleiding van de werknemer met brug-WW een nieuw contract bieden aan de desbetreffende werknemer. Een werkgever kan daarnaast het huidige contract van de werknemer met brug-WW uitbreiden. Het contract moet in ieder geval met zes maanden worden verlengd. In het contract moet verder minimaal het aantal uren zijn opgenomen dat de werknemer in de brug-WW periode werkte. Ook moeten daarbij het aantal uren worden opgeteld dat de werknemer de opleiding had gevolgd in de burg-WW periode. Dit wordt ook wel de baangarantie genoemd.

Brug-WW zonder sectorplan
Een brug WW is ook mogelijk zonder sectorplan. Dit wordt geregeld door het UWV en zorgt er voor dat een werkzoekende met een WW-uitkering aan de slag kan gaan met een nieuwe baan waarvoor een opleiding gevolgd moet worden. De werkzoekende hoeft tijdens deze opleiding en werkzaamheden niet te solliciteren. De sollicitatieplicht is dan niet van toepassing. De werknemer behoudt de vrijstelling van de sollicitatieplicht gedurende de looptijd van de opleiding of gedurende de looptijd van de WW-uitkering indien deze uitkering eerder afloopt dan de duur van de opleiding.

De voorwaarden voor de brug-WW zonder sectorplan zijn voor de werknemer verder grotendeels hetzelfde als een brug-WW met sectorplan. Mensen die voor de brug-WW in aanmerking willen komen moeten een WW-uitkering hebben of binnen korte tijd in aanmerking komen voor een WW-uitkering. Daarnaast moet de opleiding ook nodig zijn voor de uitoefening van de functie en nieuwe baan. Gedurende de opleiding moet de werknemer in ieder geval 8 uur per week op de loonlijst staan en daadwerkelijk werkzaamheden verrichten bij de werkgever. Daarnaast dient ook in dit geval de werkgever de werknemer een baangarantie te geven. Dit houdt in dat de werkgever na afloop van de opleiding een contract moet verstrekken van minimaal 6 maanden. Dit contract moet lopen voor minimaal het aantal contracturen dat de werknemer in zijn of haar brug-WW periode bij het bedrijf werkte. De uren die in die periode in de opleiding werden geïnvesteerd worden daarbij opgeteld.

Meer weten over brug WW
Als je meer informatie wilt hebben over de brug WW en de voorwaarden daarvan kun je kijken op de website van het UWV of kun je contact opnemen met een jobcoach.

Wat is het LeerWerkLoket?

Het LeerWerkLoket is een samenwerkingsverband in geheel Nederland tussen het UWV (uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen), SBB (stichting beroepsonderwijs bedrijfsleven), scholen, werkgevers, kenniscentra en gemeenten. Het LeerWerkLoket is ontstaan in 2009 en beschikt tegenwoordig over 30 vestigingen die verspreid over heel Nederland ieder hun eigen regio bedienen. Het LeerWerkLoket wordt vanuit de overheid gefinancierd door het ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid (SZW) en partners uit de regio. Deze tekst is geschreven door Tjerk van der Meij tijdens zijn stage HRM die hij heeft uitgevoerd bij Unique Technicum uitzendbureau.

Doel van LeerWerkLoket
Het doel van het LeerWerkLoket is werkzoekenden aan het werk te helpen en aan het werk te houden. Het loket is dus niet alleen gericht op het aan het werk helpen van werkzoekenden maar ook op het aan het werk houden van de werkzoenenden in hun nieuwe baan. Door een visie naar de toekomst proberen de samenwerkende organisaties een strakke aansluiting tussen onderwijs en arbeid te vormen. Het LeerWerkLoket houdt zich voornamelijk bezig met 3 aspecten:

  • Werkend leren
  • Loopbaanadvies
  • Gebruik van Ervaringscertificaten (EVC)

Deze aspecten zijn allemaal gericht op de loopbaanontwikkeling van werkzoekenden. Het stopt namelijk niet bij het vinden van een baan. Het vinden van een baan is meestal een vertrekpunt. Vanaf dat punt zal een werkzoekende een werknemer of werkneemster worden en een bijdrage moeten leveren aan het bedrijf. Daarbij is een voortdurende ontwikkeling van belang voor zowel het bedrijf als de werknemer. De werknemer kan zijn werkervaring en competenties voor een deel verzilveren in Ervaringscertificaten die ook wel afgekort worden EVC. Sommige werkzoekenden hebben loopbaanadvies nodig. Zij worden ondersteund als ze hun loopbaan een andere wending moeten geven of willen geven.

Doelgroep
De doelgroep van het LeerWerkLoket is uiteraard de werkzoekende, maar ook de werkgever. Wanneer je werkzoekende bent kun je het LeerWerkLoket gaan bezoek of je online inschrijven. Vervolgens gaat het LeerWerkLoket aan de slag om een passende vacature voor je zoeken met een bijpassend opleidingstraject. Werkgevers hebben de mogelijkheid om zich in te schrijven bij het LeerWerkLoket om deel uit te maken van het netwerk van organisaties. Op die manier worden via het LeerWerkLoket de werkzoekenden en de werkgevers bij elkaar gebracht.

Werknemers
Werkzoekenden kunnen zich in laten schrijven bij het LeerWerkLoket om in aanmerking te komen voor een leer/werk traject. Werknemers worden hoofdzakelijk geholpen vanuit de gemeente door middel van:

  • Startersbeurs
  • Loonkosten subsidie
  • Begeleiding
  • Proefplaatsing
  • Participatieplaats

Deze verschillende punten zijn hieronder in verschillende alinea’s nader omschreven.

Startersbeurs
De startersbeurs biedt de werkgevers de kans om jongeren (in de leeftijd 18 t/m 26 jaar) in dienst te nemen voor geringe kosten. De startersbeurs is van kracht gedurende de eerst 6 maanden van het dienstverband. Zo kan de startende werknemer zich oriënteren op de arbeidsmarkt en aan zijn of haar kwaliteiten werken. De werknemer krijgt hiervoor een vergoeding van minimaal 500 euro per maand. Werknemers in dit traject kunnen naast de 500 euro ook 100 euro per maand opsparen voor een opleiding. De startersbeurs is niet bij alle gemeenten van toepassing.

Loonkostensubsidie
Werkgevers worden gecompenseerd vanuit de gemeente middels de loonkostensubsidie. Dit is een subsidie die wordt verstrekt om de lonen te verhogen voor werknemers die niet met een fulltime baan op het minimumloon zitten. Met andere woorden de lonen worden opgehoogd naar minimum loon door de gemeente.

Begeleiding
De gemeente verstrekt aan de werknemer begeleiding op het gebied van re-integratie. De werknemer wordt op deze wijze begeleidt door een jobcoach. 

Proefplaatsing
Een proefplaatsing kan ingezet worden als de werknemer aan de slag gaat bij een organisatie en er gegronde redenen zijn om een proefplaatsing in te zetten. De werknemer kan bijvoorbeeld een lange afstand hebben tot de arbeidsmarkt of de werkzaamheden kunnen voor hem of haar dusdanig onbekend zijn dat een bedrijf van te voren niet met zekerheid kan zeggen dat de nieuwe werknemer de werkzaamheden naar behoren kan uitvoeren. In overleg met de gemeente kan dan een proefplaatsing worden aangegaan. Tijdens een proefplaatsing kan de werknemer maximaal de eerste 2 maanden dat de hij of zij werkzaam is bij een bedrijf nog steeds aanspraak op een uitkering. Ook hoeft de werkgever in de proefplaatsing van 2 maanden geen loon te betalen. De overheid controleert echter wel of er geen misbruik van de proefplaatsing wordt gemaakt door de werkgevers.

Participatieplaats
De gemeente biedt een participatieplaats voor WW-gerechtigden, door ze meer kansen te bieden doormiddel van een 2-jarig traject van onbetaalde arbeid om kennis en ervaring op te doen. Hierdoor leren de werknemers op een participatieplaats nieuwe vaardigheden aan.

Werkgevers
Een werkgever krijgt toegang tot allerlei voordelen wanneer hij besluit zich aan te sluiten bij het LeerWerkLoket om werken & leren trajecten te stimuleren bij de organisaties. Een aantal voordelen ondervindt de werkgever in de belastingen. Als een werkgever een leer/werk-traject aan een werkzoekende verschaft kan hij aanspraak maken op het volgende:

  • Mobiliteitsbonus
  • Subsidies voor praktijkleren
  • Subsidies voor taalscholing
  • Lage-inkomstenvoordeel

Al deze verschillende aspecten worden meestal niet in elke situatie verstrekt. Er moet aan bepaalde voorwaarden worden voldaan voordat de werkgever deze subsidies en bonussen ontvangt. Hieronder zijn de verschillende subsidies en bonussen nader omschreven.

Mobiliteitsbonus
Wanneer de werkgever in aanmerking komt voor de mobiliteitsbonus krijgt de desbetreffende werkgever korting op de premies wanneer hij iemand werkzaam heeft die 56 of ouder is. Daardoor vallen de kosten voor het in dienst nemen en in dienst houden van oudere werknemers lager uit.

Subsidies voor praktijkleren
De subsidies voor praktijkleren zijn van kracht wanneer de werkgever praktijkbegeleiding verstrekt aan de werknemers binnen het leer/werk-traject. De werkgever moet namelijk inspanning verrichten om de werknemer in de praktijk een bepaald vak of bepaalde technieken te leren.

Subsidies voor taalscholing
Ook kan de werkgever aanspraak maken op subsidies voor taalscholing wanneer hij taallessen verstrekt binnen zijn organisatie. Deze taallessen kunnen er voor zorgen dat de werknemer ook in de toekomst makkelijker een baan kan vinden of langer zijn of haar baan kan behouden.

Lage-inkomstenvoordeel
Het lage-inkomensvoordeel is een tegemoetkoming voor werkgevers om arbeidsparticipatie te stimuleren binnen de lage klassen van de maatschappij.

Regelingen vanuit het UWV
Voor de werkgevers gelden nog een aantal regelingen van het UWV die het aannemen van personeel bij de werkgever stimuleren. De volgende 4 regelingen zijn getroffen vanuit het UWV:

  • Proefplaatsing (als hiervoor besproken)
  • No riskpolis
  • Protocol scholing
  • Brug-WW

De proefplaatsing is een aantal alinea’s terug al besproken. Daarom is hieronder alleen informatie weergegeven over de overige drie mogelijkheden die werkgevers vanuit het UWV kunnen aanspreken.

No riskpolis
De no riskpolis is van toepassing wanneer een zieke, of gehandicapte werknemer in dienst treedt. Als een werkgever een zieke werknemer aanneemt die in de ziektewet zit, zal het UWV het loon grotendeels betalen. 

Protocol scholing
Een deel van de Nederlandse beroepsbevolking heeft om een groot aantal redenen een afstand tot de arbeidsmarkt. Het UWV maakt het mogelijk voor deze werkzoekenden om de arbeidsmarkt dichterbij te krijgen doormiddel van het protocol scholing. Het UWV voert van uit het protocol school re-integratie werkzaamheden uit om dit deel van de beroepsbevolking op de arbeidsmarkt te helpen.

Brug-WW
Tot slot kennen we de brug-WW. Dit biedt werknemers die zich laten omscholen een mogelijkheid om hun WW-uitkering te kunnen behouden. Zij behouden gedurende twee maanden nog hun WW.

Slotwoord over LeerWerkLoket
Het LeerWerkLoket is een samenwerkingsverband tussen verschillende instanties op de arbeidsmarkt, de overheid en het bedrijfsleven. De doelstelling van dit loket is dat werkzoekenden aan het werk worden geholpen en aan het werk worden gehouden. Daarvoor zijn veel verschillende mogelijkheden bedacht. Deze mogelijkheden kunnen echter veranderen omdat de arbeidsmarkt verandert en de wet en regelgeving ook regelmatig wijzigt. De informatie in deze tekst is gepubliceerd in het eerste kwartaal van 2017. Hou er rekening dat wijzigingen na die datum niet in deze tekst zijn geïmplementeerd.

Wat is een leerwerkplek?

Leerwerkplekken zijn arbeidsplaatsen die door werkgevers ter beschikking worden gesteld voor werknemers die die naast het uitvoeren van werkzaamheden ook leren. Iemand die een leerwerkplek heeft kan zichzelf ontwikkelen. Daarom noemt men dit ook wel een leerbaan. Men heeft immers een baan en leert daarnaast ook doormiddel van een opleiding. Het voordeel is dat iemand meestal loon verdient en tegelijkertijd zijn of haar meerwaarde op de arbeidsmarkt vergroot.

Opleiding tijdens werk
Aan een leerwerkplek of een leerwerkbaan is een opleiding gekoppeld. Daarom is er sprake van werken en leren. De opleiding zorgt met name voor de theoretische basis van de werknemer. Op de leerwerkplek leert men de theorie toepassen en leert men daadwerkelijk vaardigheden te ontwikkelen in een bepaald beroep. De opleidingen kunnen heel divers zijn. Wel is het van belang dat de opleiding past bij de werkzaamheden op een leerwerkplek. Als iemand bijvoorbeeld een opleiding tot lasser volg is het van belang dat hij of zij ook daadwerkelijk laswerkzaamheden kan uitvoeren op de leerwerkplek.

Erkende leerbedrijven
Werknemers kunnen een leerwerkbaan uitoefenen op leerwerkplekken bij verschillende bedrijven in Nederland. Het is wel belangrijk dat het bedrijf een erkend leerbedrijf is. Daardoor is de werknemer verzekerd van een goede begeleiding zodat hij of zij ook daadwerkelijk een goede ontwikkeling kan doormaken tijdens het werk en op de opleiding. Een leerwerkplek kan een goede stap zijn op het gebied van loopbaanontwikkeling daarom moet men echt een bedrijf en opleiding uitkiezen die passend is bij de loopbaanambities.

Er zijn echter grote verschillen tussen de leerbedrijven. Sommige leerbedrijven besteden veel aandacht aan de begeleiding van de werknemers in een BBL-traject of leerwerktraject. Andere bedrijven beschouwen deze werknemers meer als goedkope productiekrachten. Voordat iemand voor een leerwerkplek kiest is het verstandig dat hij of zij zich goed laat informeren.

Leerwerkplek met baangarantie
Voor sommige doelgroepen is het mogelijk om een leerwerkplek te krijgen met baangarantie. Daarvoor moet iemand wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet de persoon een uitkering hebben. Mensen met de volgende uitkeringen kunnen voor een leerwerkplek met baangarantie in aanmerking komen:

  • Wajong- uitkering,
  • WAO-uitkering,
  • WIA-uitkering,
  • WGA-uitkering,
  • ZW-uitkering.

Verder is het van belang dat iemand actief op zoek is naar een baan en geen werk kan vinden op de reguliere wijze. Men heeft bijvoorbeeld niet de mogelijkheid om de werkzaamheden uit te voeren waar men ervaring in heeft en moet omgeschoold worden. Ook mensen met verouderde diploma’s of diploma’s die zou verouderd zijn dat ze geen waarde meer hebben op de arbeidsmarkt.

Vergoeding voor werken op een werkervaringsplaats?

Een werkervaringsplaats of werkervaringsplek is een tijdelijke arbeidsplaats waar werkzaamheden kunnen worden verricht door iemand die werkervaring nodig heeft of werkervaring wil onderhouden in een bepaald vakgebied. Voor mensen die langdurig werkloos zijn kan een werkervaringsplek een (tijdelijke) oplossing zijn. Er zijn echter ook andere doelgroepen die gebruik maken van een werkervaringsplek.

Voor welke doelgroepen is een werkervaringsplek?
Mensen die een werkervaringsplek kunnen een verschillende achtergrond hebben. Er zijn laag opgeleide mensen die een werkervaringsplek nodig hebben om zichzelf op een praktische wijze te ontwikkelen richting een bepaald beroep maar er zijn ook hoogopgeleide werkzoekenden die een werkervaringsplek nodig hebben om hun vaardigheden die ze hebben aangeleerd op het hbo of wo te onderhouden. Een aantal afgestudeerden merken dat ze na het succesvol afronden van hun opleiding moeilijk werk kunnen vinden omdat bedrijven werkervaring vragen. Deze werkervaring kan men bijvoorbeeld opdoen op een werkervaringsplek.

Krijg je een vergoeding voor werken op een werkervaringsplek?
Niemand wil voor niets werken men is gewend dat tegenover werk vanuit de werkgever een bepaalde beloning wordt geboden. Bij een werkervaringsplek is deze beloning meestal niet in financiële middelen. Dit houdt in dat de mensen die werken op een werkervaringsplek meestal geen loon krijgen. Er staat inderdaad ‘meestal’ want het komt voor dat er toch een bepaalde stagevergoeding wordt verstrekt. Ook is het mogelijk dat men op een werkervaringsplek tegen minimumloon kan werken. Dit komt in de praktijk vaak niet voor. Meestal werkt men op een werkervaringsplek met behoud van uitkering. Dit kan echter worden aangevuld met een reiskostenvergoeding. Het is echter ook mogelijk dat men geheel geen financiële compensatie krijgt voor de werkzaamheden die op een werkervaringsplek worden uitgevoerd.

Ontvang je helemaal niets op je werkervaringsplek?
De kern van de werkervaringsplaats moet gericht zijn op het ontwikkelen van de kennis en vaardigheden van de arbeidskracht. Deze arbeidskracht moet in ieder geval deze kennis en vaardigheden in zijn of haar eigen tempo aan kunnen leren. Men leert dus op een werkervaringsplek. De kennis en vaardigheden vormen de belangrijkste “beloning” op de werkervaringsplek. Daarnaast kan men ook referenties meekrijgen die een belangrijke meerwaarde vormen op het cv. Het spreekwoordelijke “gat” op het cv is opgevuld door de werkperiode op de werkervaringsplaats.

Uitbuiting op werkervaringsplek?
Men moet er voor waken dat mensen op een werkervaringsplek worden uitgebuit. Dit kan in de praktijk helaas voorkomen. In geval van uitbuiting is het bedrijf niet primair gericht op het ondersteunen en coachen van de arbeidskracht op de werkervaringsplaats of werkervaringsplek. In dat geval is het bedrijf juist van plan om deze kracht als goedkope tijdelijke arbeidskracht te beschouwen. De arbeidskracht krijgt eenvoudig productiematig werk. Hierdoor hoeft de werkgever geen werknemer of tijdelijk kracht zoals een uitzendkracht of zzp’er te betalen. Dat is voor het bedrijf financieel aantrekkelijk maar het mag niet. Als deze vorm van uitbuiting bekend wordt zal dit de naam van het bedrijf niet ten goede komen. 

Wat is verdringing op de arbeidsmarkt?

Verdringing is een term die af en toe wordt genoemd op de arbeidsmarkt. Als men het woord ‘verdringing’ letterlijk gaat omschrijven dan staat het woord voor: wegduwen of wegdrukken. Met verdringing op de arbeidsmarkt doelt met dus op het wegduwen of wegdrukken van arbeidskrachten. Dit maakt op zich nog niet veel duidelijk. Daarom wordt verdringing vaak in één adem genoemd met ‘oneerlijke concurrentie’ op de arbeidsmarkt. Dan begrijpt men vaak wel waar het om gaat. Namelijk dat bepaalde groepen op de arbeidsmarkt op een oneerlijke manier voorrang krijgen op andere werkzoekenden.

Verdringing op de arbeidsmarkt in verschillende vormen
Verdringing kan op verschillende manieren plaatsvinden op de arbeidsmarkt. Over het algemeen gaat het bij verdringing om bepaalde groepen werkzoekenden die doormiddel van subsidies of met behoud van uitkering aan de slag kunnen bij een potentiële werkgever. Doordat deze werkzoekenden voor de werkgever financieel aantrekkelijker zijn krijgen ze vaak voorrang op andere werkzoekenden. Een subsidie of andere kostenbesparing wordt echter niet voor niets verstrekt aan een bedrijf. De werknemer die te werk wordt gesteld moet aan een aantal criteria voldoen. Deze criteria hebben te maken met zijn of haar inzetbaarheid. Deze inzetbaarheid is de optelsom van de volgende factoren:

  • Afstand tot de arbeidsmarkt
  • Scholing
  • Leeftijd
  • Fysieke capaciteit
  • Mentale capaciteit

Als verwacht wordt dat iemand moeilijk aan betaald werk kan komen, zal daarvoor een rapportage worden opgesteld door de gemeente, het UWV of een andere instelling. Uit deze rapportage moet duidelijk naar voren komen dat de kandidaat zonder ondersteuning niet aan werk kan komen. Vaak worden voor deze (re-integratie) kandidaten speciale trajecten uitgestippeld. Die trajecten zijn meestal maatwerk en kunnen opleidingen bevatten en/of stages en werkervaringsplekken. Daarnaast wordt van mensen die geruime tijd in een uitkering positie zitten vaak ook een tegenprestatie verwacht in de vorm van vrijwilligerswerk met behoud van uitkering.

Stages werkervaringsplekken en tegenprestaties
Doordat aan stages, werkervaringsplekken en vrijwilligerswerk vrijwel geen kosten kleven voor werkgevers zijn ‘werknemers’ in deze trajecten zeer aantrekkelijk. Ze kunnen namelijk wel een bepaalde productie of prestatie leveren zonder dat het bedrijf daar financieel wat tegenover hoeft te stellen. Bedrijven die tijdelijk een piek hebben in een productie kunnen daar op verschillende manieren mee omgaan. Over het algemeen lenen ze flexkrachten in maar ze kunnen ook werknemers ‘met een afstand tot de arbeidsmarkt’ een werkervaring plek bieden. Als ze voor de laatste optie gaan kunnen ze dat doen vanuit moreel goede overwegingen maar de keuze kan ook gemaakt worden op basis van kostenbesparing en bedrijfseconomische overwegingen. Dit laatste is niet de bedoeling van de overheid die de subsidiemogelijkheden biedt en wordt misbruik van de wet en regelgeving genoemd.

Daarnaast is ook de inzet van vrijwilligers die werken met behoud van uitkering vaak discutabel. Door vrijwilligers in te zetten die op basis van een uitkering werken zorgen bedrijven er voor dat hun kosten worden gereduceerd. Voor de overheid nemen de kosten echter niet af omdat de kracht werkt met behoud van uitkering. De overheid wil daarom weten hoe lang de desbetreffende kracht in een uitkeringspositie blijft. Van bedrijven verlangd de overheid dat er een intentie is om de kracht in dienst te nemen na een bepaalde periode van proefplaatsing. Vrijwilligerswerk kan soms nog langer duren dan de 1 tot 2 maanden die gebruikelijk zijn voor een proefplaatsing.

Oneerlijke concurrentie en verdringing
Door subsidies en andere mogelijkheden om werknemers uit bepaalde doelgroepen aan het werk te helpen, kunnen vaak andere (reguliere) werkzoekenden hinder ondervinden bij het vinden van werk. Vooral laag opgeleide werkzoekenden merken hinder van werknemers die met speciale kostenbesparende trajecten aan het werk worden geholpen. De oneerlijke concurrentie zorgt er voor dat de maatregelen van de overheid juist averechts werken. Daarom probeert de overheid door controles en strenge regelgeving de oneerlijke concurrentie en verdringing tegen te gaan. Dit is in de praktijk minder eenvoudig dan het in de theorie lijkt.

Wat is een uitkering en wat wordt met een uitkeringsgerechtigde bedoelt?

Een uitkering is een bedrag dat iemand ontvangt als hij of zij aan bepaalde voorwaarden voldoet. De term uitkering wordt in Nederland meestal gebruikt als iemand een bepaald bedrag ontvangt van de overheid om ‘rond te kunnen komen’ of om een bepaalde schade te dekken. Het ontvangen van een uitkering is een recht, daarom wordt iemand die in aanmerking kan komen voor een uitkering ook wel een uitkeringsgerechtigde genoemd. De uitkeringsgerechtigde ontvangt de uitkering van een uitkeringsinstelling. De uitkering kan echter ook ontvangen worden vanuit een verzekeringsmaatschappij. Hieronder staan in het kort de verschillen.

Uitkering vanuit de overheid
Een uitkering kan een bedrag zijn dat eenmalig of meermalig wordt betaald namens de overheid in het kader van sociale zekerheid. Hierbij kan men denken aan een werkloosheidsuitkering of een bijstandsuitkering. Ook een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt door de overheid verstrekt al zullen werkgevers voor werknemers in eerste instantie een bepaalde periode (in 2014 was deze periode 2 jaar) de kosten moeten betalen. De uitkeringen worden in Nederland betaald door overheidsinstanties, gemeenten en het UWV. Deze afkorting staat voor Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen.

In België ontvangen werklozen een  werkloosheidsuitkering deze wordt uitbetaald door de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen (HVW). Het is echter ook mogelijk dat een uitkering voor ziekte wordt betaald uit een ziekenfonds waar de desbetreffende werknemer bij aangesloten is.

Uitkering vanuit een verzekeringsmaatschappij
Een verzekeringsmaatschappij kan ook een geldbedrag uitkeren aan personen of bedrijven. In dit geval wordt de uitkering van de verzekeraar gebruikt om een bepaalde schade te vergoeden. Ook kan er sprake zijn van een levensverzekeringskapitaal of een lijfrente-uitkering.

Periodieke uitkering
Er zijn verschillende soorten uitkeringen. Als men bijvoorbeeld een periodieke uitkering heeft dan wordt de uitkering in verschillende betalingsmomenten aan de uitkeringsgerechtigde betaald. Bij deze uitkeringen wordt één betaling ook wel een termijn genoemd. De uitkering wordt dus in termijnen betaald aan de uitkeringsgerechtigde.

Inkomensafhankelijke toeslag
Een inkomensafhankelijke toeslag is een benaming voor een uitkering die gekoppeld is aan de hoogte van iemand zijn of haar inkomen. Hierbij kan ook het gehele inkomen van een gezin of partners worden bekeken door de uitkeringsinstantie.

Welke werknemersverzekeringen zijn er in Nederland?

Werknemersverzekeringen zijn publiekrechtelijke verzekeringen voor werknemers en mensen die aan hen gelijk gesteld zijn. Deze verzekeringen zijn in Nederland opgelegd om er voor te zorgen dat werknemers een uitkering kunnen ontvangen wanneer er sprak is van arbeidsongeschiktheid of een andere vorm van onvrijwillige werkloosheid. De werknemersverzekeringen zijn in Nederland in de wet vastgelegd. Werknemersverzekeringen zijn een verplichting voor werknemers. Dit houdt in dat werknemers geen vrijwillige keuze hebben om wel of niet verzekerd te worden. Werknemers zijn in Nederland dus verplicht verzekerd via de werknemersverzekeringen. De werknemersverzekeringen horen bij de publiekrechtelijke verzekeringen deze verzekeringen worden ook wel sociale verzekeringen genoemd.

Werknemersverzekeringen in Nederland
In het Europese deel van Nederland, dus niet beslist in de overzeese gebieden, zijn een aantal werknemersverzekeringen verplicht. Dit zijn de volgende verzekeringen:

  • Werkloosheidswet deze wet wordt ook wel afgekort met WW. Deze wet zorgt er voor dat een voormalig werknemer bij onvrijwillige werkloosheid een uitkering kan ontvang. Deze uitkering zorgt voor een inkomensvoorziening.
  • Ziektewet, afgekort met ZW. De ZW is ingevoerd om een inkomensvoorziening te verschaffen wanneer een werknemer ziek raakt en daardoor ongeschikt is om arbeid te verrichten. Dit wordt ook wel arbeidsongeschiktheid genoemd. Doordat werkgevers nu (in 2015) twee jaar lang het loon dienen door te betalen bij ziekte is het bereik van de Ziektewet aanzienlijk verminderd.
  • Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, afgekort met WIA.  De WIA is een wet die er voor zorgt dat langdurige arbeidsongeschikten een inkomensvoorziening hebben in geval men over geruime periode niet in staat is om te kunnen werken.
  • Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, afgekort met WAO. Deze wet is de voorloper van de bovengenoemde WIA. De WAO is van toepassing op werknemers die ten tijde van de invoering van de WIA een uitkering uit de WAO ontvingen.

Wat is deeltijd-WW precies en hoe vraag je dit aan?

De deeltijd-WW is de opvolger van de regeling werktijdverkorting. Een deeltijd-WW kan worden aangevraagd door bedrijven als ze onvoldoende opdrachten hebben om hun eigen personeel aan het werk te houden. Een werknemer met deeltijd-WW blijft officieel in dienst bij het bedrijf. Hij of zij zal echter minder uren bij het bedrijf werken dan in de arbeidsovereenkomst zijn vastgelegd. De contracturen van werknemers kunnen door een bedrijf tot maximaal vijftig procent worden verminderd door gebruik te maken van deeltijd-WW. Een werknemer krijgt de uren die hij bij het bedrijf aanwezig is gewoon in loon uitbetaald. De uren dat hij in deeltijd-WW zit krijgt hij van de WW.

Waarvoor wordt de deeltijd-WW gebruikt?
De deeltijd-WW is een regeling die bedacht is voor de economische crisis. De deeltijd-WW brengt minder verplichtingen met zich mee dan bij de reguliere WW het geval is. De regeling is een noodoplossing die door een bedrijf kan worden aangewend. Een bedrijf kan met de deeltijd-WW veel loonkosten besparen omdat de uren van de werknemer worden afgestemd op de projecten en opdrachten van het bedrijf.

Nadelen van de deeltijd-WW
Deeltijd-WW klinkt als de ideale oplossing voor bedrijven die het in de economische crisis moeilijk hebben. Toch is deeltijd-WW niet zo aanlokkelijk als deze regeling op het eerste oog lijkt. Misbruik van de deeltijd-WW wordt bestraft. Ook krijgen bedrijven een boete als medewerkers tijdens de deeltijd-WW alsnog worden ontslagen. Deze boete is ook van toepassing als een werknemer een paar weken na de deeltijd-WW wordt ontslagen. De medewerker moet na de periode van deeltijd-WW nog minimaal één derde deel van de totale periode van deeltijd-WW bij het bedrijf in dienst blijven. De minimale duur hiervan is drie maanden. Als hieraan niet wordt voldaan zal het bedrijf hiervoor een boete krijgen.

Daarnaast zal een bedrijf de kosten moeten betalen van medewerkers die geen WW-rechten hebben. Werknemers die in de deeltijd-WW zitten merken de gevolgen daarvan in de WW-rechten die ze hebben opgebouwd. Daarnaast worden over de gekorte uren geen extra WW-rechten opgebouwd. Een bedrijf hoeft echter niet voor deeltijd-WW te kiezen als het moeite heeft om het personeel aan het werk te houden. Er zijn namelijk ook andere oplossingen.

Voorwaarden voor deeltijd-WW
Er zijn verschillende voorwaarden gesteld aan het gebruik van deeltijd-WW. Onder personeel moet voldoende draagvlak zijn voor het gebruiken van deze regeling. Daarom moet de vertegenwoordiging van het personeel instemmen met het besluit over deeltijd-WW. Dit moet schriftelijk worden vastgelegd. Daarbij moet worden aangegeven hoe groot de omvang is van de deeltijd-WW. Ook andere afspraken over bijvoorbeeld scholing of detacheringsmogelijkheden dienen schriftelijk vast te worden gelegd. Met detacheringsmogelijkheden worden mogelijkheden bedoelt die het bedrijf kan benutten om haar eigen personeel bij andere bedrijven onder te brengen zodat ze aan het werk kunnen blijven.

Veel bedrijven in onder andere de techniek gaan samenwerkingsverbanden aan met andere bedrijven. Aan de periode van werktijdverkorting is een minimum duur verbonden. Deze minimale duur moet in ieder geval 26 weken zijn. Daarnaast moet de werktijd van de werknemer tenminste met 20 procent worden ingekort door de deeltijd-WW. Een werknemer moet ook daadwerkelijk de afgesproken periode hebben gewerkt. Uren die het bedrijf gebruikt voor deeltijd-WW mogen niet worden gebruikt om te werken. Als dit toch gebeurd wordt dat beschouwd als misbruik van de deeltijd-WW. Op dit misbruik staan sancties. Als er fraude wordt geconstateerd mag het bedrijf geen gebruik meer maken van de deeltijd-WW. Daarnaast moet het bedrijf de totale vergoeding van alle uitkeringen terugbetalen. Verder kan de deeltijd-WW niet worden gebruikt voor werknemers die een tijdelijk arbeidscontract hebben dat in de periode van de deeltijd-WW afloopt.

Hoe kun je deeltijd-WW aanvragen?
Bedrijven kunnen deeltijd-WW aanvragen bij het UWV. Bij de aanvraag moet een kopie worden verstrekt van de afspraken die zijn overeengekomen met de vertegenwoordigers van de medewerkers. Als bijlage dienen de scholingsafspraken per medewerker te worden aangegeven. Verder wenst het UWV een ‘werkgeversverklaring vergoeding WW’ van het bedrijf te ontvangen. Pas wanneer dit allemaal is gelukt zullen de medewerkers van het bedrijf de deeltijd-WW kunnen aanvragen. Deze wordt vervolgens door de werkgever verzonden.

Wat is een mobiliteitsbureau en wat is een mobiliteitscentrum?

De term mobiliteitscentrum wordt regelmatig gebruikt wanneer er ontslagen vallen bij grote bedrijven. Massaontslagen hebben grote gevolgen voor werknemers en de werkgelegenheid in een bepaalde regio. Het aanbod van werkzoekenden op de arbeidsmarkt wordt door faillissementen of het verdwijnen van banen aanzienlijk vergroot op de arbeidsmarkt. Er komen meer mensen beschikbaar en als daar niet binnen afzienbare tijd werk voor wordt gevonden zal het aantal mensen dat gebruik maakt van een uitkering stijgen. Dit zorgt er voor dat het UWV meer uitkeringen moet verstrekken.

Snel nieuw werk vinden
De overheid wil het aantal mensen in een uitkering zoveel mogelijk beperken. Daarom moet er alles aan gedaan worden om mensen uit de uitkering te houden. Het vinden van een passende baan voor ontslagen werknemers is daarbij de meest ideale oplossing. Hiervoor kan door een mobiliteitsbureau een mobiliteitscentrum worden opgericht. Dit gebeurd meestal in opdracht van een bedrijf waar werknemers worden ontslagen.

Sociaal plan
De afspraken en regelingen over het plaatsen van medewerkers bij andere bedrijven staan meestal in een sociaal plan. Een werkgever kan zelf proberen om de werknemers op de arbeidsmarkt een andere functie te laten vinden. Meestal is hiervoor expertise nodig die niet binnen het bedrijf aanwezig is. Daarom kan een bedrijf er voor kiezen om een mobiliteitsbureau in te zetten om de ontslagen medewerkers een andere baan te laten vinden buiten het bedrijf. Een mobiliteitsbureau kan een mobiliteitscentrum oprichten.

Mobiliteitsbureau
Een mobiliteitsbureau is een instantie die werknemers en bedrijven ondersteund bij ontslagprocedures. Verder biedt een mobiliteitsbureau ondersteuning aan bedrijven die werktijdverkortingen toepassen of gebruik willen maken van deeltijd-WW. Een mobiliteitsbureau wordt over het algemeen ingezet wanneer bedrijven problemen hebben met het aan het werk houden van hun eigen personeelsbestand.

Mobiliteitscentrum
Een mobiliteitscentrum is een ruimte die door een bedrijf of andere instantie beschikbaar wordt gesteld. Een bedrijf stelt een mobiliteitsbureau in om een mobiliteitscentrum in te richten. In deze ruimte kan de werknemer op zoek gaan naar vacatures via bijvoorbeeld internet, telefoon of andere middelen. De werknemer wordt tijdens deze zoektocht begeleid door het mobiliteitsbureau. Dit bureau heeft meestal een mobiliteitscentrum in een bedrijf ingericht op een wijze die bij het bedrijf en het personeel past.

Doelstelling van mobiliteitscentrum
De belangrijkste taak van het mobiliteitscentrum is het begeleiden van werknemers naar een andere baan. Hierbij werkt het mobiliteitscentrum samen met alle belanghebbende partijen. Uiteraard wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van de personeelsleden die beschikbaar komen. Het opleidingsniveau, de werkervaring en de competenties van de werknemers worden goed in kaart gebracht zodat een passende functie voor de werknemers kan worden gevonden. De werknemer zal in eerste instantie zelf actief op zoek moeten gaan naar een andere baan. Het mobiliteitscentrum is daarbij een faciliteit die hij of zij kan gebruiken. Daarnaast zijn er meestal verschillende personen die ondersteuning kunnen bieden aan de werkzoekende. In veel gevallen zal de werkzoekende zelf contact moeten opnemen met deze dienstverleners.

Dienstverlening van een mobiliteitsbureau
Het inrichten van een mobiliteitscentrum is niet de enige taak van een mobiliteitsbureau. Een mobiliteitsbureau kan een zeer divers takenpakket hebben dat is afgestemd op de behoeften van het bedrijf en de personeelsleden die worden ontslagen. Een mobiliteitsbureau kan aan ontslagen werknemers verschillende testen aanbieden die de werknemers kunnen helpen bij hun oriëntatie op de arbeidsmarkt. Daarnaast kunnen trainingen worden geboden op het gebied van solliciteren. Dit kunnen bijvoorbeeld trainingen zijn op het gebied van het opstellen van een cv, het schrijven van een sollicitatiebrief en het voeren van sollicitatiegesprekken.

Daarnaast is het mogelijk voor de werkzoekenden om advies te krijgen over hun eigen loopbaanontwikkeling. Soms is bijscholing of omscholing noodzakelijk om de kans op werk te vergroten. Ook hierbij speelt een mobiliteitsbureau een belangrijke rol. Een mobiliteitsbureau weet door de samenwerkingsverbanden die dit bureau heeft met verschillende instanties goed waar behoefte aan is op de arbeidsmarkt. Dit is informatie die belangrijk is bij een loopbaankeuze of opleidingsrichting.

Samenwerkingsverbanden
De in de eerste alinea hierboven maakt duidelijk dat er veel verschillende instanties belang hebben bij het zo snel mogelijk vinden van werk voor werknemers die door massaontslagen en faillissementen zonder werk zijn geraakt. Mobiliteitscentrums werken samen met verschillende partijen. Hierbij kan gedacht worden aan het UWV WERKbedrijf, gemeenten, bedrijven en verschillende andere publieke en private partijen.

Heb ik een sollicitatieplicht als ik een WW-uitkering of een bijstandsuitkering heb?

Iedereen die een WW-uitkering heeft in Nederland zal er alles aan moeten doen om uit de uitkeringspositie te komen. Uitkeringen vormen een grote kostenpost voor de overheid daarom wil de overheid zo weinig mogelijk mensen in een uitkeringspositie. De mensen die gebruik maken van een uitkering moeten daar van de overheid zo snel mogelijk uit.

WW-uitkering en de sollicitatieplicht
Mensen met een WW-uitkering hebben een sollicitatieplicht. Ze moeten verschillende sollicitatieactiviteiten ondernemen om zo snel mogelijk weer aan het werk te komen. Ze kunnen hierbij worden ondersteund door het UWV en een jobcoach. Desondanks is de persoon in de uitkering zelf verantwoordelijk voor het vinden van een baan. Hoe langer men in de WW zit hoe minder rekening wordt gehouden met de eisen van de werkzoekende. Uiteindelijk moet de persoon in de WW elk werk aannemen waarvoor hij of zij in aanmerking kan komen.

Bijstandsuitkering en de sollicitatieplicht
Ook mensen die een bijstandsuitkering hebben dienen te solliciteren. Men moet niet alleen zoeken naar werk dat naadloos aansluit op het cv en de loopbaanwensen. Ook werk dat minder goed aansluit bij je opleiding en je werkervaring dient te worden aangenomen als je in een uitkering zit. Mensen in de bijstand hebben sollicitatieplicht.

Vijftig plus en sollicitatieplicht
Werklozen die ouder zijn dan vijftig jaar hebben in Nederland net zo goed als jongere werkzoekenden een sollicitatieplicht. Voor deze groep werkzoekenden blijkt het soms lastig om weer werk te vinden. Daarom zijn er vanuit de gemeente meestal aanvullende trainingen en trajecten die door deze groep werklozen kunnen worden gevolgd.

Sollicitatieplicht en sollicitatieactiviteiten
Gedurende de periode dat iemand een uitkering ontvangt zal hij of zij zich op verschillende manieren moeten inzetten om werk te vinden. Allereerst dient de werkloze zich in te schrijven bij het UWV Werkbedrijf. Verder dient de werkloze verschillende sollicitatieactiviteiten te ondernemen. Een voorbeeld van een sollicitatieactiviteit is het inschrijven bij uitzendbureaus en detacheringsbureaus. Verder dienen mensen in een uitkering voortdurend nieuwe vacatures te zoeken op vacaturebanken, in kranten en andere media. Op deze vacatures dienen ze gericht te solliciteren.

Het is ook mogelijk dat het werk zoeken lastig verloopt. Er zijn verschillende trajecten die door het UWV en andere instanties in opdracht van de gemeente worden aangeboden aan werklozen die in een uitkering zitten. Deelnemen aan deze trajecten is meestal verplicht.

Wat is de beste sollicitatieactiviteit die je kunt uitvoeren voor je sollicitatieplicht?

Mensen die in Nederland een WW-uitkering hebben zijn verplicht om te voldoen aan de sollicitatieplicht. De overheid wil met de sollicitatieplicht er voor zorgen dat mensen er alles aan doen om uit de uitkeringspositie te komen. Dit houdt in dat mensen in de WW-uitkering activiteiten moeten ondernemen die de kans op het vinden van werk vergroten. Deze activiteiten worden ook wel sollicitatieactiviteiten genoemd. Er zijn verschillende sollicitatieactiviteiten die men kan ondernemen om aan de sollicitatieplicht te voldoen.

Sollicitatieplicht
Doormiddel van de sollicitatieplicht is een werkloze die gebruik maakt van een WW-uitkering verplicht om te solliciteren. De overheid betaald jaarlijks zeer veel geld aan uitkeringsgerechtigden. Dit zorgt voor een grote kostenpost. Daarom wil de overheid zo weinig mogelijk mensen in een uitkering hebben. De overheid levert hiervoor inspanningen onder andere door het UWV en de inzet van verschillende reïntegratiebedrijven.

De overheid wil echter niet alle verantwoordelijkheid dragen voor het vinden van passend werk voor een werkloze in de uitkering. Mensen in een uitkering moeten niet een afwachtende houding aannemen maar moeten actief op zoek gaan naar passend werk. Helaas is niet iedereen die gebruik maakt van een uitkering even  gedreven om een baan te vinden. De onderlinge verschillen zijn groot. Daarom is de overheid genoodzaakt om een verplichting op te leggen. Deze verplichting is de sollicitatieplicht.

De sollicitatieplicht bestaat uit een aantal verschillende onderdelen. Zo moet een werkzoekende die gebruik maakt van een uitkering ten minste één keer per twee weken een vacaturebank bezoeken. Daar dient de werkzoekende passende vacatures te verzamelen. Deze vacatures moeten worden aangetoond bij het UWV. Vervolgens moet de werkzoekende hierop gericht solliciteren. Ook dit dient aangetoond te worden bij het UWV.

Het UWV kan echter zelf ook vacatures vinden voor de werkzoekende. De werkzoekende is verplicht om wat met deze tips van het UWV te doen. Dit houdt in dat de werkzoekende dient te solliciteren en deze sollicitatie moet aantonen bij het UWV.

Tot slot dient de werkzoekende per week een sollicitatieactiviteit uit te voeren. Er zijn verschillende sollicitatieactiviteiten. Belangrijk bij de beoordeling van sollicitatieactiviteiten is het doel van de activiteit. Het doel van de sollicitatieactiviteit dient op het vergroten van de kans op werk gericht te zijn.

Voorbeelden van sollicitatieactiviteiten voor het UWV
Er worden door het UWV verschillende sollicitatieactiviteiten geaccepteerd. Zo kan iemand zich inschrijven bij een detacheringsbureau of uitzendbureau. Daarnaast kan men deelnemen aan trainingen ten behoeve van sollicitatievaardigheden. Verder is het ook mogelijk om beroepskeuzetesten te doen of psychologische testen waardoor zelfinzicht kan worden verkregen en een duidelijk beeld ontstaat over de loopbaanmogelijkheden. Ook het schrijven van sollicitatiebrieven en het sturen van een sollicitatiemail kan worden beschouwd als een sollicitatieactiviteit. Het voeren van sollicitatiegesprekken en intakegesprekken zijn ook sollicitatieactiviteiten.

Wat is de beste sollicitatieactiviteit?
Er zijn veel verschillende sollicitatieactiviteiten. De vraag die dan aan de orde kan komen is: wat is de beste sollicitatieactiviteit? Het antwoord op deze vraag verschilt per werkzoekende toch is er een duidelijk stappenplan wat men kan hanteren om de kans op werk te vergroten. Immers de sollicitatieplicht moet niet als plicht worden beschouwd, men dient zelf voldoende gemotiveerd te zijn om werk te zoeken. Daarvoor zou een sollicitatieplicht als overbodig moeten worden geacht. Men dient alles in het werk te zetten om een geschikte baan te vinden. Daar komen uiteraard verschillende sollicitatieactiviteiten aan de orde.

Deze activiteiten kunnen het beste in een logische volgorde worden opgebouwd. De beste sollicitatieactiviteit is de sollicitatieactiviteit die op het juiste moment wordt uitgevoerd. Iemand die nog geen beeld van zijn of haar loopbaanmogelijkheden en loopbaanperspectieven heeft kan wel gaan solliciteren maar weet niet op welke functie of bij welk bedrijf. Dat is verspilde moeite. Het volgende globale stappenplan bevat verschillende sollicitatieactiviteiten die op logische wijze op elkaar aansluiten. Sommige activiteiten zijn voor ervaren werkzoekenden overbodig, toch zijn deze voor de volledigheid wel benoemd.

  1. Weet wie je bent en wat voor mogelijkheden je hebt op de arbeidsmarkt. Doormiddel van verschillende psychologische testen en beroepskeuzetesten kun je in kaart krijgen welke beroepen bij je passen.
  2. Stel een duidelijk cv op met daarin je werkervaring en opleidingsniveau. Laat dit cv door verschillende bedrijven en instanties voorzien van feedback en tips zodat een professioneel cv ontstaat. Indien nodig kun je bij de meeste UWV’s een training volgen voor het opstellen van een goed cv.
  3. Maak profielen aan op social media waarin je een duidelijk professioneel beeld van je zelf laat zien. Stel deze profielen zo op dat bedrijven geïnteresseerd raken en contact met je op kunnen nemen.
  4. Kijk op vacaturebanken, in kranten, in vakbladen en andere media naar vacatures die passen bij jouw profiel. Vraag indien nodig een adviseur die kan beoordelen of bepaalde vacatures en functiegroepen bij je passen.
  5. Solliciteer vervolgens gericht op de vacatures. Dit kan op verschillende manieren. Sommige bedrijven prefereren een sollicitatiebrief terwijl andere bedrijven liever reacties per mail ontvangen. Volg deze wensen van de bedrijven op. Laat indien nodig een sollicitatiebrief of sollicitatiemail lezen door een ervaren persoon. Als het schrijven van sollicitatiebrieven toch moeilijker is dan gedacht kan men in veel gevallen een aanvullende training volgen. Vraag bij het UWV om meer informatie.
  6. Als je wordt uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek heb je een belangrijke stap gezet in de richting van een baan. Deze stap is voor sommige mensen best spannend. Een goede voorbereiding is daarom belangrijk. Dit kan door meer informatie in te winnen over het bedrijf. Deze informatie kan worden gevonden op internet maar ook in vakbladen. Vergeet niet om in je kenniskring te vragen of mensen ervaringen hebben met een bepaald bedrijf. Al deze informatie draagt bij aan je beeldvorming over een bedrijf. Deze beeldvorming is een belangrijke voorbereiding op een sollicitatiegesprek.  Als sollicitatiegesprekken toch lastig zijn omdat men niet goed weet hoe deze gesprekken in zijn werk gaan is het mogelijk om ook hiervoor aanvullende trainingen te volgen. Ook hierover heeft het UWV meer informatie.
  7. Wat de uitkomst van een sollicitatiegesprek ook is, jouw beeld vorming is belangrijk. Ook van een afwijzing kun je een hoop leren. Ga naar waarom je bent afgewezen en gebruik deze informatie voor de sollicitatiegesprekken die je in de toekomst hebt. Daarnaast is de informatie uit een sollicitatiegesprek belangrijk voor iemand zijn of haar beroepskeuze of keuze voor bepaalde bedrijven. Bij deze oriëntatie kunnen verschillende professionals ondersteuning bieden aan de sollicitant. Hierbij kan gedacht worden aan loopbaancoaches, jobcoaches, werkcoaches en loopbaanbegeleiders.

Sollicitatieactiviteiten hebben een bepaalde volgorde
De volgorde van sollicitatieactiviteiten is het belangrijkste voor een succesvolle zoektocht naar een baan. De verschillende stappen dienen zorgvuldig uitgevoerd te worden. Voorbereiding is van groot belang. Gelukkig sta je er niet alleen voor. De overheid en verschillende andere instanties zijn bereid om je te ondersteunen. De sollicitatieplicht is geen last maar is alleen bedoelt voor mensen die niet uit zichzelf bereid zijn om inspanningen te leveren voor hun sollicitatie. Bij deze groep moet jij niet willen horen. Je moet zelf de regie nemen over je loopbaan en de bedrijven benaderen waar je echt aan het werk wilt. Een gerichte sollicitatie met een passend cv en een sollicitatiebrief waar de motivatie vanaf straalt is voor veel bedrijven van doorslaggevend belang voor een verdere sollicitatieprocedure. Solliciteren is een uitdaging.

Ik ben werkloos, hoe vind ik zo snel mogelijk een baan?

Werkloosheid wordt door de meeste mensen als onprettig ervaren. Iemand is werkloos als hij of zij geen betaald werk heeft maar dat wel zou willen of zou moeten. Door het verliezen van werk raken mensen de belangrijkste inkomstenbron kwijt. Daarnaast wordt werk ook gekoppeld aan status. Deze status gaat grotendeels verloren als men werkloos raakt. Een uitkering zoals de WW dekt voor een deel de financiële gevolgen die verbonden zijn aan het verliezen van een baan. Toch vinden veel mensen het niet prettig om van een uitkering afhankelijk te zijn. Werkloos zijn doe je meestal niet uit vrije wil. Ook solliciteren wordt meestal niet uit vrije wil gedaan. Als werklozen in een uitkering te weinig doen om werk te vinden zorgt de overheid er voor dat werklozen doormiddel van trainingen of zelfs sancties worden gestimuleerd. Deze druk is niet prettig maar de overheid heeft geen andere keuze. De kosten die gepaard gaan met het verstrekken van uitkeringen zijn enorm. Hoe sneller iemand een baan heeft hoe beter het is. De vraag: “hoe vind ik een baan”, wordt daarom regelmatig gesteld.

Hoe vind ik werk?
Het vinden van werk is niet eenvoudig als er weinig werk op de arbeidsmarkt beschikbaar is. Als er weinig vacatures zijn en er veel mensen werkloos zijn wordt het moeilijk om een baan te bemachtigen. Een aantal tips kunnen echter van pas komen:

  • Maak een volledig cv met een duidelijke beschrijving van je werkervaring en opleidingen. Schrijf alleen die informatie op die echt van belang is voor potentiële werkgevers.
  • De meeste sollicitanten hebben een cv daarom is het belangrijk om origineel te zijn. Een portfolio kan er voor zorgen dat een bedrijf naast het cv nog meer inzicht krijgt in de vaardigheden van een kandidaat. Bij het maken van een portfolio moet je goed voor ogen houden wat mogelijke werkgevers interessant zullen vinden.
  • Schrijf sollicitatiebrieven zelf. Het is belangrijk dat bedrijven een goed beeld van iemand kunnen vormen. Daarom is het verstandig om de communicatie naar bedrijven zoveel mogelijk zelf te doen. Sollicitatiebrieven moeten daarom zoveel mogelijk door de werkzoekende zelf worden geschreven. Uiteraard kan daarbij natuurlijk gebruik worden gemaakt van tips op internet of van personen uit de omgeving van de werkzoekende.
  • Gebruik social media en laat daarbij een professioneel beeld van jezelf zien. Steeds meer bedrijven maken gebruik van social media om kandidaten te zoeken. Daarnaast vergelijken bedrijven de profielen die op social media staan vaak met het beeld dat zij krijgen van een sollicitant op basis van het cv en de sollicitatiebrief.
  • Uitzendbureaus hebben een groot netwerk van bedrijven waar ze kandidaten voor zoeken. Daarom is het belangrijk dat werkzoekenden zich inschrijven bij uitzendbureaus. Het is wel verstandig dat werkzoekenden zich bij het juiste uitzendbureau laten inschrijven. Er zijn uitzendbureaus die gespecialiseerd zijn in een bepaald vakgebied zoals techniek, offshore of enginering. Door je in te schrijven bij een uitzendbureau die ervaring heeft in jouw vakgebied vergroot je de kans op passend uitzendwerk.

Tot slot is het belangrijk om een netwerk op te bouwen met bedrijven en uitzendbureaus. Probeer te achterhalen welke bedrijven interessant voor je zijn. Hou de ontwikkelingen van deze bedrijven goed in de gaten door de internpagina’s regelmatig te bezoeken. De meeste bedrijven plaatsen berichten in de media als ze nieuwe projecten hebben binnengehaald. Dit kan betekenen dat bedrijven het drukker gaan krijgen. Hoe drukker een bedrijf het heeft hoe meer kans op werk er is. Als een bedrijf al een goede indruk van je heeft kan dat er voor zorgen dat ze sneller aan je gaan denken als er een vacature vrij komt. Werk zoeken is tegenwoordig sterk verbonden met netwerken.

Werkloosheid daalt

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakte donderdag 21 november 2013 bekend dat de werkloosheid in Nederland is gedaald. In oktober is de werkloosheid afgenomen met ongeveer elfduizend personen. Hierdoor komt het totaal aantal werklozen in de maand oktober op 674.000. Van de beroepsbevolking zit nu ongeveer 8,5 procent zonder werk.

De werkloosheid was in de maand september van 2013 nog 8,6 procent. Ten opzichte van oktober was de werkloosheid toen nog één tiende procent hoger. De maand juli van 2013 was de werkloosheid het allerhoogste. Toen zat 8,7 procent van de beroepsbevolking zonder werk. Dit was het hoogste percentage werklozen in de afgelopen twee jaar. Na juli is de werkloosheid met kleine stappen afgenomen. Wanneer ontwikkelingen van de werkloosheid de afgelopen drie maanden bekeken worden dan is de conclusie dat gemiddeld per maand zevenduizend mensen minder werkloos zijn geworden. Vooral mannen en jongeren ging het goed af op de arbeidsmarkt. Onder deze groepen daalde de werkloosheid het meest.

WW uitkeringen
Ondanks de daling in het aantal werklozen nam het aantal mensen dat gebruik maakt van een WW-uitkering wel toe in de maand oktober. In totaal maakten in oktober achtduizend mensen meer gebruik van de WW-uitkering ten opzichte van de maand september. Het totaal aantal mensen in de WW komt daarmee op 408.000. Dit aantal is 2 procent hoger dan in de maand september.

Reactie van Technisch Werken
Er komen langzamerhand meer positieve berichten over de arbeidsmarkt. Het is belangrijk dat deze positieve ontwikkeling wordt doorgezet. Veel consumenten verwachten dat 2014 een beter jaar wordt dan 2013. Deze verwachtingen worden door verschillende onderzoeksinstanties ondersteun. Deze positieve beeldvorming kan er goed voor zorgen dat het consumentenvertrouwen stijgt. Dit consumentenvertrouwen is nodig om de binnenlandse bestedingen omhoog gaan. Wanneer dit gebeurd kunnen de bedrijven in de maakindustrie van Nederland meer produceren. Dit is belangrijk voor het behoud van banen. De positieve cirkel is dan rond. Hoe beter het gaat met bedrijven hoe minder mensen gebruik hoeven te maken van een uitkering. Hoe minder uitkeringen worden verstrekt hoe minder kosten de overheid heeft. Als de overheid minder kosten heeft hoeft er minder bezuinigd te worden en kunnen mensen weer meer besteden. Het klinkt simpel maar dit is wel de kern waarom het draait.

Meer werklozen vinden een baan desondanks stijgen de WW aanvragen!

De uitvoeringsinstantie UWV heeft donderdag 7 november 2013 cijfers bekend gemaakt over het aantal werklozen dat een baan heeft gevonden in de periode van januari tot en met augustus van 2013.De belangrijkste conclusie is een stijgend aantal aanvragen voor de WW en daarnaast een grote uitstroom van WW-ers die een baan hebben gevonden.

Meer werklozen vinden werk
In de periode van januari tot en met augustus 2013 hebben in totaal 168.600 werklozen een nieuwe baan gevonden. Dit is een opmerkelijk hoog aantal ondanks de economische crisis.  Het aantal werkzoekenden dat in 2013 een baan heeft gevonden is hoger dan het aantal dat over dezelfde periode in 2012 een baan heeft gevonden. Een groot deel van de werkzoekenden die een baan heeft gevonden in 2013 maakte gebruik van een WW uitkering. Dit aantal is 158.400 van de 168.600.

Stijgend aantal WW aanvragen
Ondanks het feit dat meer werkzoekenden een baan hebben gevonden is ook het aantal mensen dat in de WW terecht kwam gestegen. Het aantal aanvragen voor de WW uitkering nam in 2013 toe ten opzichte van 2012. Ook hier werd gekeken naar de periode van januari tot en met augustus. Wanneer in deze periode het aantal aanvragen van 2013 werd vergeleken met 2012 dan komt daar een stijging van 24 procent uit naar voren. In totaal werden in 2013 meer dan vierhonderdduizend nieuwe uitkeringen verstrekt aan werklozen.

Reactie Technisch Werken
De arbeidsmarkt komt weer in beweging. Er vinden verschuivingen plaats tussen werknemers. Deze dynamiek is goed nieuws. Het stijgende aantal werklozen is minder gunstig. Het zou interessant zijn wanneer het UWV ook cijfers naar buiten bracht over de gemiddelde duur dat iemand gebruik maakt van de WW. Wanneer deze gemiddelde duur korter wordt houdt dat in dat werklozen vrij snel weer een baan vinden. Hoe langer iemand in de WW zit hoe moeilijker het vaak wordt om een baan te vinden. Dit heeft vooral te maken met het ‘gat’ in de cv dat ontstaat wanneer iemand geruime tijd geen betaald werk heeft verricht. Dit gat moet zo klein mogelijk worden. Daarom moeten werkzoekenden zo snel mogelijk weer een plek op de arbeidsmarkt vinden.

Wat is sollicitatieplicht en wat zijn sollicitatieactiviteiten?

Wanneer je in Nederland werkloos bent en daarvoor een WW-uitkering ontvangt ben je verplicht om te solliciteren naar passend werk. De overheid wil dat werkzoekenden die gebruik maken van een WW-uitkering zo snel mogelijk aan het werk komen. Het betalen van uitkeringen kost de overheid jaarlijks veel geld en drukt sterk op de begroting. Vooral wanneer de werkloosheid in Nederland toeneemt wordt de druk op werkzoekenden in de WW om werk te vinden vergroot. Doormiddel van een sollicitatieplicht wil de overheid werklozen er toe bewegen om zoveel mogelijk inspanningen te verrichten die er toe leiden dat er binnen korte tijd passend werk gevonden wordt. Wanneer een werkloze echter geen gebruik maakt van een uitkering en zelf voldoende financiële middelen heeft om rond te kunnen komen is er uiteraard geen verplichting vanuit de overheid om snel passend werk te zoeken en aan te nemen. De verplichting om te solliciteren is alleen van toepassing wanneer de overheid de werkloze doormiddel van een uitkering in inkomsten voorziet. Hieronder wordt aangegeven wat een werkzoekende moet doen om zijn of haar sollicitatieplicht na te komen. Ook wordt aangegeven wat onder passend werk of passende arbeid wordt verstaan.

Wat is sollicitatieplicht?
De sollicitatieplicht is een verplichting om te solliciteren. Deze verplichting is van toepassing bij werkzoekenden die gebruik maken van een uitkering die door de overheid wordt verstrekt. De overheid wil er zeker van zijn dat mensen in een uitkeringpositie niet een afwachtende houding aannemen op de arbeidsmarkt maar zelf actief op zoek gaan naar werk. De sollicitatieplicht bestaat uit een aantal activiteiten die door de werkzoekenden moeten worden ondernomen. Dit komt in de praktijk op het volgende neer:

  • Een werkzoekende moet minimaal 1 keer per 14 dagen een vacaturebank bezoeken en daar vacatures verzamelen die voor hem of haar geschikt zijn.
  • Wanneer het UWV/WERKbedrijf een werkgever heeft gevonden of een passende vacature, is de werkzoekende verplicht om wat met deze informatie te doen. Een werkzoekende moet dan solliciteren en de sollicitatie aantonen bij het UWV/WERKbedrijf.
  • Per week moet een werkzoekende een sollicitatieactiviteit uitvoeren. De sollicitatieactiviteit die uitgevoerd wordt kan verschillen maar moet duidelijk tot doelstelling hebben zo snel mogelijk passend werk te vinden.

Wanneer een werkzoekende zich niet houdt aan de regels omtrent de sollicitatieplicht loopt hij of zij de kans dat de overheid het betalen van de WW uitkering opschort of vermindert. De sollicitatieplicht is dus niet een loze verplichting, het heeft daadwerkelijk ‘financiële’ gevolgen voor degene die geen gehoor geeft aan de verplichtingen die er aan verbonden zijn. Een belangrijke vraag die hierbij gesteld kan worden is wat een acceptabele sollicitatieactiviteit is in de ogen van het UWV/WERKbedrijf. Hierop wordt in de volgende alinea ingegaan.

Wat is een sollicitatieactiviteit ?
Het uitvoeren van een sollicitatieactiviteit is één van de verplichtingen waaraan een werkzoekende moet voldoen wanneer hij of zij de WW uitkering wil behouden. Iedere week dat een werkzoekende gebruik maakt van een WW uitkering moet hij of zij een sollicitatieactiviteit uitvoeren. Er zijn verschillende sollicitatieactiviteiten die uitgevoerd kunnen worden. Hieronder volgen een aantal activiteiten die onder een sollicitatieactiviteit vallen:

  • Inschrijven bij een uitzendbureau of detacheringsbureau.
  • Psychologische testen doen die onderdeel vormen van een sollicitatieprocedure bij een bedrijf.
  • Deelnemen aan een assessment.
  • Het voeren van een sollicitatiegesprek of intakegesprek.
  • Een sollicitatiebrief schrijven naar aanleiding van een vacature bij een bedrijf.
  • Een open sollicitatiebrief schrijven naar bedrijf.
  • Rechtstreeks contact opnemen met een bedrijf om te vragen of er werk is doormiddel van een bedrijfsbezoek.

Uit deze opsomming blijkt dat de werkzoekende verschillende activiteiten kan ondernemen om aan de verplichting van sollicitatieactiviteiten te voldoen. Een werkzoekende kan in de praktijk deze sollicitatieactiviteiten hebben uitgevoerd maar daarmee kan hij of zij het UWV/ WERKbedrijf niet overtuigen. Het UWV/ WERKbedrijf wil graag weten of de activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd door de werkzoekende. Daarom verlangt het UWV/ WERKbedrijf dat de werkzoekende met een ‘bewijs’ komt dat hij of zij de activiteit daadwerkelijk heeft ondernomen. Voor de werkzoekende is het daarom van belang dat hij of zij een reactie krijgt van een bedrijf op de sollicitatiebrief of de cv die per post of mail is verzonden. Bij een bezoek aan uitzendbureaus verlangen werkzoekenden vaak een visitekaartje waarmee ze naar het UWV/ Werkbedrijf gaan om aan te tonen dat ze bij een uitzendbureau langs zijn geweest voor een inschrijving of intakegesprek.

Bewijs voor sollicitatieactiviteit
Hoewel het UWV/ WERKbedrijf wel van de werkzoekenden verlangt dat ze een ‘bewijs’ overhandigen waarmee de sollicitatieactiviteit aan getoond kan worden, verifieert het UWV/ WERKbedrijf in de praktijk zelden of het ‘bewijsmateriaal’ klopt of op de juiste manier is verkregen. Hierdoor wordt de sollicitatieplicht in de praktijk een formaliteit waarmee sluwe werkzoekenden, die niet van plan zijn om te werken, handig om kunnen gaan. Het ontbreken van een strakke regie en controle zorgt er ondanks de doelstelling van de verplichting alsnog voor dat een bepaalde categorie werkzoekenden lang misbruik kan maken van de WW uitkering. Dit tot grote frustratie van bedrijven, uitzendbureaus en werkzoekenden die wel met oprechte bedoelingen willen solliciteren om zo snel mogelijk een passende baan te vinden.

Wanneer heb je een sollicitatieplicht?
Een werkzoekende heeft uiteraard geen sollicitatieplicht wanneer hij of zij geen gebruik maakt van een uitkering die door de overheid wordt betaald. Ook heeft een werkzoekende geen sollicitatieplicht wanneer een werkzoekende op de eerste dag van de werkloosheid 64 jaar of ouder is. Hieronder staan nog een aantal voorbeelden van situaties waarin iemand (tijdelijk) geen sollicitatieplicht heeft.

  • Een werkzoekende is bezig met het opstarten van een eigen bedrijf en heeft daarvoor toestemming gekregen van het UWV/ WERKbedrijf.
  • Door weersomstandigheden of werktijdverkorting heeft de werkzoekende niet de mogelijkheid om te werken.
  • Een werkzoekende heeft werk op basis van een proefplaatsing aangenomen en hoeft daardoor eerst niet verder te solliciteren.
  • De werkzoekende volgt een opleiding of cursus die door het UWV/ WERKbedrijf als noodzakelijk wordt geacht om weer passend werk te vinden op de arbeidsmarkt.
  • Een werkzoekende verleent noodzakelijke mantelzorg aan een zieke of gehandicapte in zijn of haar naaste omgeving. De mantelzorger moet hiervoor meer energie investeren dan bij een normale ziekenzorg. Dit is mede ter beoordeling van het UWV/ WERKbedrijf.
  • Een werkzoekende verricht vrijwilligerswerk om daarmee nieuwe vaardigheden en kansen te creëren  op de arbeidsmarkt. Vrijwilligerswerk is onbetaald werk in bijvoorbeeld een zorginstelling of een liefdadigheidsinstelling. De werkzoekende moet per week minimaal 20 uur aan geschikt vrijwilligerswerk besteden om niet meer andere sollicitatieactiviteiten te hoeven ondernemen. Of vrijwilligerswerk geschikt wordt geacht is ter beoordeling van het UWV/WERKbedrijf en de daar aanwezige werkcoach.
  • Daarnaast is er een mogelijkheid om een speciale ontheffing van de sollicitatieplicht te krijgen wanneer een werkzoekende te maken krijgt met ernstige problemen of een crisissituatie in de privésfeer.

De bovengenoemde situaties waarin de werkzoekende niet aan zijn sollicitatieverplichtingen hoeft te voldoen zijn uitzonderingen. Over het algemeen zal van de werkzoekende die gebruik maakt van een uitkering worden verlangt dat hij of zij de sollicitatieactiviteiten uitvoert. Wanneer een werkzoekende denkt dat hij of zij in aanmerking komt voor bovengenoemde uitzonderingen zal hij of zij dat eerst moeten navragen bij het UWV/WERKbedrijf. Deze instantie is uiteindelijk de beslisser. Wanneer een werkzoekende overigens passend werk heeft gevonden en geen gebruikt meer maakt van een uitkering is uiteraard de sollicitatieplicht ook voorbij. Maar wat is passend werk? Daarover gaat de volgende alinea.

Wat is passen werk of passende arbeid?
Het UW/WERKbedrijf verlangt van werkzoekenden dat ze ‘passend werk’ aannemen. Wanneer wordt werk als passend beschouwd? Hierover kunnen de meningen van de werkzoekende en het UWV/WERKbedrijf verschillen. Het is belangrijk om duidelijk te krijgen wat door het UWV/WERKbedrijf als ‘passend werk’ wordt beschouwd want dit werk moet door de werkzoekende verplicht worden aangenomen omdat het anders consequenties heeft voor zijn of haar uitkering.

Passend werk is volgens het UWV/WERKbedrijf werk dat op het gebied van niveau en aard aansluit op de opleiding en werkervaring van de werkzoekende. Een hoogopgeleide werkzoekende kan bijvoorbeeld in de eerste periode van zijn of haar WW trachten een passende baan te vinden op HBO niveau. Wanneer de werkloosheidsperiode voortduurt en er geen passend werk is gevonden zal de hoogopgeleide ook werk beneden zijn of haar niveau moeten aanvaarden als hij of zij hiermee uit de uitkeringspositie komt.

Hoe langer werkzoekenden in een uitkeringspositie zitten hoe meer ze de eisen, die ze aan passend werk hebt gesteld, moet bijstellen.