ABU cao en NBBU cao worden samengevoegd in 1 nieuwe cao per 30 december 2019

De brancheorganisaties voor de uitzendbranche in Nederland zijn de ABU en de NBBU. Bij deze brancheorganisaties zijn de meeste uitzendbureaus aangesloten. In ieder geval de grootste uitzendorganisaties zijn bij één van deze brancheorganisaties aangesloten. Beide brancheorganisaties hebben tot het einde van 2019 een eigen cao voor de uitzendbranche maar dat gaat veranderen.

ABU
De ABU oftewel de Algemene Bond Uitzendondernemingen is de grootste brancheorganisatie van de twee. Deze brancheorganisatie heeft ruim 580 leden uit de uitzendbranche en payrollsector. Daardoor vertegenwoordigd de ABU ongeveer 65% van deze markt.

NBBU
DE NBBU is een kleinere brancheorganisatie. De afkorting NBBU staat voor Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen. Bij de NBBU zijn in totaal 1.200 brede dienstverleners aangesloten die in de flexbranche actief zijn. Met de flexbranche doelt deze brancheorganisatie op uitzendbureaus maar ook op payroll ondernemingen en zogenaamde zzp-bemiddelaars. Daarnaast kunnen ook andere intermediairs op de flexibele arbeidsmarkt lid zijn en worden van de NBBU.

Samenvoegen NBBU en ABU cao
Tot en met het einde van 2019 hebben de ABU en de NBBU brancheorganisatie elk een eigen cao. Dat gaat echter veranderen als de conceptcao voor de uitzendbranche daadwerkelijk wordt ingevoerd op 30 december 2019. Dat betekent dat de nieuwe cao zal gaan gelden voor 850.000 uitzendkrachten in Nederland. Daarnaast zal de nieuwe cao op de uitzendmarkt meer transparantie bieden aan uitzendkrachten maar ook aan uitzendondernemingen. Het wordt allemaal veel overzichtelijker voor flexwerkers en intermediairs.

Wat verandert er door de nieuwe uitzendcao?
De nieuwe cao zal er voor zorgen dat uitzendkrachten ook meer gelijkwaardig worden beloond ten opzichte van vaste krachten die bij bedrijven in dienst zijn. Equal pay zal nog beter worden geborgd in het nieuwe cao-akkoord waaraan ook vakbonden naast werkgeversorganisaties hard hebben gewerkt. Flexwerk blijft ook de komende jaren van groot belang voor de arbeidsmarkt daarom is het belangrijk dat de regels en afspraken duidelijk zijn vastgelegd in een nieuwe cao voor de uitzendbranche. De deelnemende partijen hebben het nu al over een historische cao waarin de grootste veranderingen in 25 jaar zijn vastgelegd. De komende maanden zal meer duidelijkheid worden verwacht met betrekking tot de inhoud van de nieuwe cao voor de uitzendbranche.

Organisaties die actief zijn in de uitzendbranche

De uitzendbranche is een grote sector op de Nederlandse arbeidsmarkt. In Nederland zijn honderden uitzendorganisaties actief die gezamenlijk duizenden uitzendkrachten en deta-krachten aan het werk hebben. Vanwege de omvang van de uitzendsector zijn er in de loop der jaren verschillende organisaties in het leven geroepen die de bedrijven die in deze sector actief zijn van informatie voorzien of op andere gebieden ondersteunen. Hieronder is een opsomming van bedrijven en organisaties genoteerd met daarbij de rol van deze spelers op de uitzendmarkt. Deze opsomming is opgesteld door Irma Riemersma in aanloop naar haar SEU-examen. Dit is een examen dat is opgesteld door de Stichting Examens Uitzendbranche (SEU). Daarom wordt hieronder eerst de SEU besproken en daarna de andere organisaties die actief zijn in deze sector.

Stichting Examens Uitzendbranche (SEU)
De SEU is een organisatie die verantwoordelijk is voor het ontwikkelen, uitwerken en afnemen van examens die bestemd zijn voor de uitzendbranche. Deze examens zijn bestemd voor intercedenten, consultants, managers en backoffice medewerkers die op uitzendbureaus, detacheringsbureaus, werving & selectiebureaus, headhunters en payrollingbedrijven werkzaam zijn. Het SEU ontwikkelt en neemt het zogenaamde SEU examen af. Voordat een deelnemer het SEU examen gaat afleggen zal hij of zij eerst digitaal of schriftelijk de nodige informatie moeten doornemen. Deze informatie wordt ook verstrekt door het SEU. In het SEU examen wordt getoetst of de deelnemer het geleerde kan toepassen in de praktijk.

ABU en NBBU: de twee brancheorganisaties
Vanaf 1961 werd door een twaalftal uitzendorganisaties de ABU (Algemene Bond Uitzendbureaus / Uitzendondernemingen) opgericht. In 1994 stapte een aantal uitzendbureaus uit de ABU. Zij richtten een eigen bond voor werkgevers op: NBBU: Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen. Vanaf dat moment zijn er twee brancheorganisaties actief in de uitzendbranche. Deze organisaties komen op voor de belangen van uitzendbureaus, headhunters, detacheringsbureaus, payrollbedrijven en andere intermediairs op de arbeidsmarkt.

SFU
Stichting Fonds Uitzendbranche (2007). Opgericht in verband met de financiering van bepaalde activiteiten. Het gaat daarbij om de kosten gemaakt in het kader van STOOF, SNCU en STAF. Er is een CAO afgesloten voor de SFU waardoor elke uitzendonderneming een bijdrage aan de SFU verschuldigd is.

STAF
Stichting Arbo Flexbranche. Doel: arbeidsomstandigheden, het vergroten van re-integratiemogelijkheden en het ziekteverzuim van vast personeel & uitzendkrachten te verlagen.

SNCU
Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten. Doel: toezien op de naleving van de CAO voor uitzendkrachten (ook NBBU-leden).

STIPP
Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten. Uitvoering van de pensioenregeling in de CAO voor uitzendkrachten. Alle uitzendondernemingen zijn verplicht aangesloten.

STOOF
Stichting Opleiding & Ontwikkeling Flexbranche. Doel: stimuleert opleidingsbeleid van flexorganisaties voor zowel flexkrachten als vaste medewerkers.

Wat is het uitzendwezen?

Uitzendwezen is het geheel van alle uitzendbureaus, intermediairs, uitzendkrachten en de belangenbehartigers van deze partijen die actief zijn in de flexmarkt op de arbeidsmarkt. Het uitzendwezen is een benaming die ook wel gebruikt wordt voor de uitzendmarkt en uitzendbranche. Een uitzendbureau is dus actief in het uitzendwezen. Er zijn naast uitzendbureaus ook andere intermediairs actief in het bemiddelen van uitzendkrachten. Naast deze commerciële instellingen zijn er binnen het uitzendwezen ook belangenbehartigers actief zoals de werkgeversorganisaties voor uitzendbureaus. Hieronder zijn een aantal belangrijke “spelers” binnen het uitzendwezen nader omschreven.

Uitzendbureaus
Als men het over het uitzendwezen heeft denkt men meestal in eerste instantie aan uitzendbureaus. Uitzendbureaus of uitzendondernemingen bemiddelen uitzendkrachten bij bedrijven. Dit houdt in dat uitzendbureaus de werkgever blijven voor de uitzendkracht maar dat de uitzendkracht zelf daadwerkelijk werkzaamheden uitvoert bij een inlenende partij die ook wel inlener wordt genoemd. Omdat de inlenersbeloning sinds maart 2015 van toepassing is worden uitzendkrachten beloond conform de cao van de inlener. Ondanks dat blijven de ABU cao en de NBBU cao bestaan. Deze cao’s voor de uitzendbranche worden in uitzonderlijke gevallen nog gehanteerd wanneer de inlener bijvoorbeeld niet onder een cao valt.

ABU en NBBU
De namen ABU en NBBU heb je in de vorige alinea al voorbij zien komen. Deze organisaties zijn belangenbehartigers voor de uitzendorganisaties. Binnen het uitzendwezen zijn een aantal bonden actief waarvan de ABU oftewel de Algemene Bond voor Uitzendondernemingen een hele bekende is. De ABU is onder andere bekend vanwege de ABU cao die van toepassing is voor uitzendondernemingen. Naast de ABU is ook de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU) een belangrijke speler binnen het uitzendwezen. Beide partijen behartigen de belangen voor uitzendondernemingen in Nederland.

SNCU
Een andere stichting binnen het uitzendwezen is de SNCU, deze afkorting staat voor Stichting Naleving Cao voor Uitzendkrachten. De SNCU is opgericht door werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties die actief zijn in de uitzendbranche. De werkgeversorganisaties die bij de oprichting betrokken zijn geweest zijn de eerder genoemde ABU en de NBBU. Aan de werknemerszijde zijn de FNV Bondgenoten, CNV Dienstenbond, LBV en De Unie betrokken geweest bij de oprichting van de SNCU.

Deze stichting is gericht op het bevorderen van de naleving van de cao’s in de uitzendbranche. De manier waarop de SNCU de naleving van de cao’s bevorderd is tweeledig. Zo geeft deze stichting voorlichting over de cao’s maar voor deze stichting ook controles bij uitzendbureaus uit. De SNCU zet zich zowel in voor de belangen van uitzendkrachten als voor de belangen van uitzendbureaus. Uitzendkrachten moeten namelijk datgene ontvangen waarop ze volgens de cao recht hebben. Uitzendbureaus willen echter ook dat elke intermediair zich aan deze cao’s houdt zodat er geen oneerlijk concurrentie binnen het uitzendwezen ontstaat.

STOOF
STOOF is een afkorting die staat voor Stichting Opleiding & Ontwikkeling Flexbranche (STOOF). Deze organisatie is in 2003 opgericht door de volgende organisaties:

  • ABU,
  • FNV Bondgenoten,
  • CNV Dienstenbond
  • De Unie.

Vanaf 1 januari 2008 zijn ook de NBBU en de LBV vertegenwoordigd binnen het STOOF-bestuur. STOOF is een stichting die zich inzet voor alle organisaties in de flexbranche die afdragen aan de Stichting Fonds Uitzendbranche (SFU). Het belangrijkste aspect waar STOOF zich op richt is de opleiding en ontwikkeling van uitzendkrachten en overige flexkrachten die werkzaam zijn binnen het uitzendwezen. Daarnaast stimuleert STOOF ook de ontwikkeling en opleidingsmogelijkheden voor vaste medewerkers die werken binnen de uitzendbranche. Voor uitzendbureaus is STOOF een adviesorgaan op het gebied van opleidingen. Daarnaast biedt STOOF ook financiële ondersteuning en heeft deze organisatie kennis is huis met betrekking tot subsidies en vergoedingen voor opleidingen. STOOF maakt ook gebruik van pilotprojecten en biedt hulp bij implementatie van beleidsaspecten die verband houden met opleiding en ontwikkeling van uitzendkrachten. Dit laatste kan doormiddel van praktische ondersteuning, financiële ondersteuning en door informatie uit netwerken. 

STAF
Veiligheid en gezondheid zijn belangrijke aspecten op de werkvloer. Binnen het uitzendwezen is daarvoor een speciale stichting opgericht. Dit is de Stichting Arbo Flexbranche (STAF). Deze stichting faciliteert de uitzendbranche op het gebied van het bevorderen van een veilige werkvloer waarop flexkrachten en andere werknemers hun werk kunnen uitvoeren zonder dat hun gezondheid of veiligheid daarmee in gevaar komt.

De Arbowet schept verplichtingen voor werkgevers. Omdat uitzendbureaus meestal geen direct toezicht hebben op de arbeidsomstandigheden van hun uitzendkrachten hebben ze praktische instrumenten nodig om de veiligheid en het welzijn van hun uitzendkrachten te bevorderen en te beschermen. STAF vertaald de richtlijnen die door de Arbowet aan zowel de werknemers als aan de werkgevers worden gesteld naar praktische handvaten voor de uitzendbranche. STAF heeft voor vaste medewerkers de branche RI&E en de arbocatalogus ontwikkeld. Deze documenten vormen een belangrijke basis voor het arbeidsomstandighedenbeleid van uitzendbureaus.

Uitzendbureaus maken gebruik van arbochecklists waarmee de intercedent de risico’s van het werk bij de inlener kan opvragen en inventariseren. Vervolgens wordt deze informatie ook aan de uitzendkracht verstrekt. De arbochecklist maakt aan de uitzendkracht duidelijk welk werk er uitgevoerd dient te worden en welke veiligheidsrisico’s daaraan verbonden zijn. Omdat in de techniek vaak met machines wordt gewerkt zijn de arbochecklists in deze sector behoorlijk uitgebreid. Dat is niet voor niets want door uitzendkrachten te wijzen op de risico’s die ze tijdens het uitzendwerk lopen kan het veiligheidsbesef worden vergroot.

Slotwoord over het uitzendwezen
Zoals je hierboven hebt kunnen lezen zijn er behoorlijk wat verschillende partijen op de uitzendmarkt actief. Er zijn organisaties die opkomen door de belangen van uitzendondernemingen zoals de ABU en de NBBU maar er zijn ook vakbonden zoals de FNV, CNC en de Unie die zich inzetten voor een goede cao. Daarnaast is er een stichting die de naleving van deze cao’s controleert namelijk de SNCU. De organisatie STOOF stimuleert en motiveert het aanbieden van opleidingen aan uitzendkrachten en het ontwikkelen van flexpersoneel. De organisatie STAF is echter gericht op het naleven van veiligheidsvoorschriften en de implementatie van de wet- en regelgeving van de Arbowet binnen het uitzendwezen. 

Wat is de NBBU cao?

Bijna alle uitzendorganisaties zijn aangesloten bij de Algemene Bond voor Uitzendondernemingen die ook wel ABU genoemd wordt. Het is echter mogelijk om hiervoor dispensatie aan te vragen en je als uitzendbureau vervolgens aan te sluiten bij de NBBU. De NBBU focust zich vooral op de MKB-bedrijven en heeft een cao die op een aantal punten afwijkt van de ABU-cao. Tjerk van der Meij heeft tijdens zijn stage bij Unique Technicum de verschillen tussen de ABU-cao en de NBBU-cao uitgewerkt in onderstaande tekst. Deze tekst heeft hij als samenvatting geschreven voor zijn stageverslag over de stageperiode bij Unique Technicum. In een aantal alinea’s hieronder heeft Tjerk beschreven wat de verschillen zijn tussen de ABU-cao en de NBBU-cao. Zoals je zult lezen zit een groot deel tussen de verschillen in de fasenopbouw.

Wat is de NBBU-cao
De NBBU is een organisatie die evenals de ABU een bond is voor uitzendorganisaties. Voor de organisaties aangesloten bij de NBBU (Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen) is NBBU cao van kracht. In de cao (collectieve arbeidsovereenkomst) staan alle rechten en afspraken voor werknemers, in dit geval uitzendkrachten, vast. In NBBU cao staat het recht op loon, vrije dagen, ziekte, opleiding en het fasensysteem beschreven. Het fasensysteem kent men van de ABU-cao maar ook bij de NBBU is er sprake van een fasensysteem. Het fasensysteem van de NBBU verschilt echter van de ABU-cao.

Verschillen tussen de ABU-cao en de NBBU-cao
Zowel bij de ABU als bij de NBBU zal een werknemer een fasensysteem doorlopen tijdens zijn of haar dienstverband bij het uitzendbureau. Binnen de ABU-cao kennen we 3 fasen (fase A,B & C), binnen de NBBU-cao kennen we 4 fasen:

  • Fase 1
  • Fase 2
  • Fase 3
  • Fase 4

Per 1 juli 2016 is het fasensysteem in het voordeel van de werknemer gewijzigd. De fasen zien er vanaf deze datum als volgt uit:

Fase 1: De uitzendkracht werkt gedurende de eerst 26 weken in fase 1, deze is te vergelijken met fase A van de ABU-cao. In fase 1 maakt het niet uit hoeveel uren je werkt per week, als dit maar minimaal 1 uur per week is. Ook is in fase 1 het uitzendbeding van kracht, dit betekend dat alleen de daadwerkelijk gewerkte uren aan de werknemer worden uitbetaald.

Fase 2: Als je als uitzendkracht aan de eis van 26 weken van fase 1 hebt voldaan ga je over naar fase 2. In fase 2 kende een duur van 104 weken maar deze duur is per 1 juli 2016 gehalveerd naar 52 weken. Net als in fase 1 is in fase 2 het uitzendbeding van kracht.

Fase 3: Wanneer de uitzendkracht de duur van fase 2 heeft voltooid, stroomt hij of zij door naar fase 3. Deze fase valt te vergelijken met fase B van het ABU-systeem en heeft dezelfde duur. Fase 3 heeft namelijk ook een duur van maximaal 4 jaar of 6 bepaalde tijds contracten. In fase 3 wordt er gewerkt met een contract voor bepaalde tijd. De begindatum en einddatum worden van te voren in het contract vastgesteld. Binnen de contracten van fase 3 is het uitzendbeding niet meer van toepassing en heeft de uitzendkracht een recht op doorbetaling bij feestdagen of wegvallen van werk voor het aantal uren per week dat in het contract is vastgelegd. Wanneer de uitzendkracht de 6 contracten heeft doorlopen in een kortere tijd dan 4 jaar is fase 3 ook ten einde gekomen. 

Fase 4: Tot slot kent de NBBU-cao fase 4 die goed te vergelijken is met fase C van de ABU-cao. In fase 4 wordt tussen de uitzendorganisatie en de uitzendkracht een contract aangegaan van onbepaalde tijd. Net als in fase 3 is in fase 4 geen uitzendbeding van toepassing en heeft de uitzendkracht recht op loondoorbetaling over het aantal uren per week dat is vastgelegd in het contract.

Onderbreking
Net als de ABU-cao kent de NBBU-cao een regelement voor onderbrekingen. Evenals het fasensysteem verschilt het onderbrekingssysteem tussen de beide cao’s. Binnen fase 1, 2 en 3 geldt een termijn van 26 weken. Wanneer de uitzendkracht na het aflopen van de fasen binnen 26 weken weer werkzaam is bij dezelfde uitzendorganisatie zal hij of zij het fasensysteem verder doorlopen. Wanneer de onderbreking langer duurt dan 26 weken gaat de uitzendkracht weer terug naar begin fase 1, dit geldt zowel in fase 1, 2 als 3.

Inlenersbeloning
De inlenersbeloning is op 30 maart 2015 ingevoerd in Nederland. De richtlijn met betrekking tot de inlenersbeloning van de NBBU-cao is gelijkwaardig aan die van de ABU-cao. Dit houdt in dat zowel uitzendbureaus die aangesloten zijn bij de ABU als bij de NBBU zich moeten houden aan de inlenerbeloning. De uitzendkracht beloond moeten worden conform de cao van het inlenende bedrijf. Dit betekent in de praktijk dat de uitzendkracht of inlener hetzelfde loon zal moeten ontvangen als een werknemer van de inlener binnen dezelfde functie. Ook heeft de uitzendkracht recht op dezelfde ADV/ATV vergoedingen, loonsverhogingen, toeslagen en overige onkostenvergoedingen als een medewerker met een gelijke functie.  Wanneer de uitzendkracht binnen de cao van de inlener beloond zal worden is nog wel via het fasensysteem van toepassing die is vastgesteld in de NBBU-cao.

Certificering NBBU

NBBU is in Nederland de brancheorganisatie voor uitzendbureaus en andere ondernemingen die zich richten op arbeidsbemiddeling. De afkorting NBBU staat voor Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen. Anno 2017 komt de NBBU op voor de belangen van meer dan 1.000 dienstverleners die actief zijn in de uitzendbranche of de algehele flexbranche. Hiertoe behoren ongeveer 800 uitzendondernemingen. De NBBU behartigd niet alleen de belangen van uitzendbureaus maar de belangen van verschillende ondernemingen:

  • Uitzendbureaus
  • Intermediairs
  • Payroll bedrijven
  • Bedrijven die zzp-ers bemiddelen

Deze ondernemingen zijn actief op de flexmarkt. De flexmarkt is het deel van de arbeidsbemiddeling dat gericht is op flexibele arbeid. Bedrijven binnen de flexmarkt bemiddelen vaak tijdelijke krachten die ook wel flexibel personeel of flexpersoneel worden genoemd.

Certificering voor NBBU
De NBBU staat voor kwaliteit in de flexmarkt. Voor uitzendbedrijven en andere organisaties in de flexmarkt is het interessant en zeker ook goede reclame om aangesloten te zijn bij de NBBU. Men kan echter niet zomaar worden aangesloten bij de NBBU daarvoor is een certificering nodig. Bedrijven die aangesloten zijn bij de NBBU zijn dus gecertificeerd en zijn bovendien verplicht om zich binnen een bepaalde tijd te laten controleren door een daartoe bevoegde instelling.

Een NBBU-certificering zorgt er voor dat het uitzendbureaus aan haar klanten en aan haar uitzendkrachten kan tonen dat ze over een goede kwaliteit van haar dienstverlening beschikt. Verder wordt met het NBBU certificaat duidelijk gemaakt dat de onderneming een COA heeft en dat de administratie volledig is en voldoet aan de wetgeving zoals de wet op de privacy.

VRO Certification
De organisatie VRO is een stichting en voert in opdracht van de NBBU controles uit bij uitzendondernemingen en andere bedrijven die aangesloten zijn bij de NBBU. De VRO controleert op basis van de NEN 4400-1 en de NEN 4400-2. Dit gebeurd tijdens audits die eens in een bepaalde tijd plaatsvinden. Tijdens deze controles of audits wordt door een werknemer van VRO gecontroleerd of het uitzendbureau de cao goed naleeft en of het bureau de afdrachten aan de belastingen en sociale lasten wel goed doet. Ook wordt beoordeeld of de organisatie zich aan de aanvullende eisen houdt die gelden voor het lidmaatschap van de NBBU.

Welke brancheorganisaties zijn actief in de uitzendbranche?

In Nederland is de uitzendbranche in de jaren vijftig van de vorige eeuw ontstaan. In Amerika was de uitzendbranche al sinds de jaren twintig van de vorige eeuw actief. De uitzendbranche is voornamelijk gericht op het bemiddelen van (tijdelijke) krachten voor haar opdrachtgevers. Uitzendbureaus vormen intermediairs, dit zijn tussen personen die in dit geval werkzoekenden bemiddelen naar een (nieuwe)  baan. Er zijn verschillende organisaties ontstaan in de afgelopen jaren die de uitzendondernemingen ondersteunen om hun werk zo goed en professioneel mogelijk te doen.

Het doel van de belangenorganisaties in de uitzendwereld is: algemene belangenbehartiging van de leden, waaronder het afsluiten van CAO voor uitzendkrachten.

Hieronder staan een aantal belangrijke belangenorganisaties die zich inzetten voor uitzendbureaus. Bij elke organisatie is benoemd wat haar belangrijkste takengebied is en voor wie de belangen behartigd.

ABU: Algemene Bond Uitzendbureaus (vanaf 1961)

  • door 12 uitzendorganisaties
  • Meest recente CAO: 2012
  • Werknemers vertegenwoordigd door: CNV, GNV, LBV en de Unie.

NBBU: Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (vanaf 1994)

  • Meest recente CAO: 1 juni 2014
  • Werknemers vertegenwoordigd door: LBV.

VPO: Vereniging Payroll Ondernemingen (vanaf 1 sept 2006)

  • Behartigt belangen van aaneengesloten payroll-ondernemingen

SFU: Stichting Fonds Uitzendbranche (vanaf 2007)

  • Doel: financieren van projecten mbt opleidingen, arbeidsomstandigheden en naleving van de CAO voor uitzendkrachten.
  • Elke uitzendonderneming is een bijdrage aan de SFU verschuldigd.Voor deze projecten zijn er 3 stichtingen: STOOF: fonds voor opleidingen binnen de uitzendbranche,  STAF: fonds dat zich richt op de arbeidsomstandigheden SNCU: fonds dat zorgt voor naleving van de CAO voor uitzendkrachten -> hier kan melding gedaan worden door uitzendkrachten en ondernemers bij malafides.

STIPP: Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten

  • Verzorgt pensioenregeling in de CAO voor uitzendkrachten.
  • Elke uitzendonderneming en uitzendkracht is verplicht aangesloten bij de STIPP.

Uitzendbureaus die zzp’ers bemiddelen op basis van de Wet DBA

In de praktijk komt het regelmatig voor dat zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) samenwerken met uitzendbureaus. Deze samenwerking is niet onlogisch want zzp’ers werken vaak op projectbasis en uitzendbureaus krijgen meestal projecten en kortstondige opdrachten binnen via hun opdrachtgevers. Als uitzendbureaus of andere intermediairs zelf onvoldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar hebben dan is een zzp’er dikwijls een uitkomst. Zzp’ers kunnen in samenwerking met uitzendbureaus vaak snel nieuwe projecten vinden.

Wat is er veranderd?
Tot 1 mei 2016 werkte men in Nederland met de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Na die datum trad de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) in werking. De Wet DBA schrijft voor de opdrachtgevers en zzp’ers een modelovereenkomst moeten tekenen om duidelijkheid te verschaffen over de arbeidsrelatie. Deze modelovereenkomsten kunnen gevonden worden op de website van de Belastingdienst.

Uiteraard dient men de modelovereenkomst wel aan te passen aan de specifieke situatie. Nadat men de modelovereenkomst heeft aangepast zal deze getoetst kunnen worden door de Belastingdienst. Deze toetsing is belangrijk maar niet verplicht. Pas na de toetsing is er sprake van een status als modelovereenkomst. Men dient zich uiteraard in de praktijk wel te houden aan de inhoud van deze modelovereenkomst anders kan men later alsnog worden geconfronteerd met naheffingen.

Twee verschillende manieren
Uitzendbureaus en andere intermediairs kunnen zzp’ers conform de Wet DBA op twee verschillende manieren te werk stellen. Hierbij is de intermediair dienstverlenend naar zowel de opdrachtgevers als naar de zzp’ers. De twee verschillende vormen van tewerkstelling zijn als volgt:

Optie 1. Hierbij is er sprake van een juridische tussenkomst en gaat de intermediair een overeenkomst van opdracht aan met de zelfstandige zonder personeel. Hierdoor is de intermediair de juridische opdrachtgever voor de zzp’er geworden. Daardoor is de intermediair een schakel in een juridische keten van werkgeverschap. De NBBU heeft hiervoor als brancheorganisatie voor uitzendbureaus een Modelovereenkomst tussenkomst zzp-intermediair gemaakt. Deze kan men vinden op de website van de NBBU.

Optie 2. Een intermediair kan ook rechtstreeks een overeenkomst van opdracht aangaan met de opdrachtgever. In deze constructie biedt de intermediair haar dienstverlening aan zowel de opdrachtgever als aan de zzp’er. Voor deze vorm van bemiddeling door intermediairs heeft de NBBU ook een modelovereenkomst opgesteld. Deze is eveneens te vinden op de website van de NBBU.

Wat is het StiPP Pensioenfonds voor Personeelsdiensten?

Werknemers die in Nederland voor een uitzendbureau werken worden over het algemeen uitzendkrachten of gedetacheerd personeel genoemd. Deze personeelsleden werken in dienst van een uitzendbureau bij één of meerdere inleners. De inlener is de partij die de uitzendkracht in dienst neemt en het dagelijks toezicht op deze kracht heeft. Een uitzendbureau neemt veel taken op zich zoals de verloning van de uitzendkracht en het inhouden en uitbetalen van de reserveringen die over het loon worden betaald of ingehouden. Ook payrollbedrijven voeren deze taken uit voor hun werknemers die ook wel payrollers worden genoemd.

Wie zijn aangesloten bij het StiPP Pensioenfonds?
Vanaf 1 januari doo4 moeten alle uitzendbureaus, payrollondernemingen en detacheringsbureaus in Nederland zich aansluiten bij de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten dit wordt ook wel afgekort met StiPP. Tot 31 december 2003 was dit anders geregeld en waren alleen uitzendbureaus die op dat moment lid waren van de Algemene Bond voor Uitzendondernemingen (ABU) verplicht om zich mij StiPP aan te sluiten.

Het bestuur van StiPP Pensioenfonds
Een aantal vertegenwoordigers van de ABU vormen het bestuur van StiPP. Daarnaast zijn ook vertegenwoordigers van de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU), de FNV Bondgenoten, De Unie en de CNV Dienstenbond in het bestuur opgenomen.

Wat biedt het StiPP Pensioenfonds?
Het StiPP is een pensioenfonds. Deze stichting biedt een pensioenregeling volgens het beschikbare-premiesysteem aan. De administratie van StiPP is uitbesteed aan Syntrus. Syntrus is een onderdeel van Achmea. Duizenden uitzendkrachten in Nederland zijn aangesloten bij het StiPP Pensioenfonds.

SEU Examen verplicht?

Het SEU examen is opgesteld door de Stichting Examens Uitzendbranche. Deze stichting heeft sinds 1998 de verantwoordelijkheid om vestigingsmedewerkers van uitzendbranche  te examineren doormiddel van een branche-examen. Door deze jarenlange verantwoordelijkheid heeft de Stichting Examens Uitzendbranche veel ervaring met het bieden van kwalitatief hoogwaardige examens aan medewerkers van uitzendbureaus. De medewerkers waar de examens aan worden aangeboden kunnen zowel een leidinggevende functie als een uitvoerende functie hebben op een uitzendbureau. In Nederland hebben vele duizenden uitzendmedewerkers een SEU examen gehaald in opdracht van honderden uitzendbureaus. Met het behalen van een SEU examen beheerst de uitzendmedewerker belangrijke basiskennis voor de uitoefening van zijn of haar functie op een uitzendbureau.

Is het SEU examen verplicht?
De waarde van het SEU examen in de uitzendbranche wordt breed gedragen. Uitzendbureaus willen er zeker van zijn dat uitzendmedewerkers in hun dienstverlening de wet en regelgeving naleven. Het SEU vormt hier een belangrijke basis voor. Daarom is het behalen van een SEU examen voor vaste medewerkers op een uitzendbureau verplicht gesteld door de cao van de Algemene Bond Uitzendondernemingen, deze cao wordt ook wel de ABU cao genoemd. Met name voor beginnende uitzendmedewerkers is dit SEU examen een verplichting.

Doel van het SEU
Het doel dat de Stichting Examens Uitzendbranche met het SEU examen voor ogen heeft is een bijdrage leveren aan het niveau en de kwaliteit van de medewerkers die werkzaam zijn of aan het werk willen in de uitzendbranche. De kwaliteit en het niveau van medewerkers die in de uitzendbranche gaan werken wordt getoetst doormiddel van het SEU examen. Dit examen wordt branchebreed gedragen.

Wat wordt in het SEU examen getoetst?
Op het SEU examen wordt de kennis van de deelnemer getoetst op het gebied van wet en regelgeving die verbonden is met de werkzaamheden op een uitzendbureau. Daarnaast komen de richtlijnen aan bod die in uitzend-CAO’s worden benoemd. Er wordt aandacht besteed aan arbeidsvoorwaarden, gedragsregels, aansprakelijkheid, marktbewerking en arbeidscommunicatie. Het examen voor een “uitzendmedewerker” duurt  ongeveer 2,25 uur. De duur en inhoud van het examen kan na verloop van tijd verschillen omdat de wet en regelgeving door de overheid kan worden aangepast en daarmee ook de examenstof. Het SEU examen kan op verschillende locaties in Nederland worden afgelegd. Daarbij wordt een computer gebruikt.

Het bestuurd van de SEU
De kennis die doormiddel van het SEU examen wordt getoetst moet van voldoende inhoud en niveau zijn. Daarom krijgt de inhoud van het examen voortdurend een update. Er zijn verschillende organisaties betrokken bij de ontwikkeling van het SEU examen. Ook in het bestuur van het SEU zijn verschillende organisaties vertegenwoordigd. Het bestuur van het SEU wordt gevormd door de werkgeverskoepels ABU en NBBU en daarnaast door de vakorganisaties CNV Dienstenbond, FNV Bondgenoten en De Unie.

SEU examen verandert

De ABU en de NBBU hebben aangegeven dat de eindtermen zoals die op dit moment benoemd zijn wel wat meer op de praktijk gericht mogen worden. De Stichting Examens Uitzendbranche heeft de eindtermen nu aangepast in samenwerking met verschillende partijen uit de branche. De wijzigingen moeten ingaan per 1 januari 2014.

Stichting Examens Uitzendbranche
Barbara Kramer- van Amerongen is sinds mei 2013 de nieuwe Operationeel Manager van de Stichting Examens Uitzendbranche. Ze geeft aan dat de verhoudingen tussen de vragen op het SEU examen veranderen. In de examenvariant van 2004 was 70 procent van de vragen gericht op kennis. Daarnaast was 30 procent van de vragen gericht op toepassing. In de SEU examenvariant voor 2014 zijn deze percentages omgedraaid.

Wet en regelgeving uitzendbranche
Kennis over wet en regelgeving in de uitzendbranche blijft een belangrijk onderdeel van het SEU examen. Alleen gaat het bij het nieuwe examen meer om de juiste toepassing van de wet en regelgeving. Veel informatie kunnen intercedenten in de uitoefening van hun functie op internet vinden. De wet en regelgeving verandert daarnaast voortdurend. Het is belangrijk dat nieuwe intercedenten aanleren om kennis goed toe te passen.

Meer vragen op het SEU
Er werden in de oude SEU examens 30 vragen aan de deelnemers gesteld. In de nieuwe SEU examens worden 70 vragen aan de medewerkers gesteld. De open vragen zijn vervangen door invulvragen. Deze invulvragen kunnen alleen met korte reacties worden beantwoord. Een groot deel van de overige vragen is multiple choice of multiple select.

Automatisering
Stichting Examens Uitzendbranche kan door de aanpassingen in de vraagstelling de examens sneller beoordelen. Op dit moment worden de examens nog handmatig nagekeken. Hierdoor duurt het nakijken van examens nu nog twee weken. Vanaf januari 2014 moeten de examens volledig worden nagekeken door computersystemen. Door dit geautomatiseerd nakijken wordt veel tijd bespaard. Het is de doelstelling dat een deelnemer na afronding van zijn of haar examen meteen de uitslag te zien krijgt.

SEU examen
Barbara Kramer- van Amerongen benadrukt dat het SEU examen niet eenvoudiger is geworden voor de deelnemers. De complexiteit blijft gelijk ondanks de aanpassing in de vraagstelling. Door het behalen van het SEU examen kunnen intercedenten aantonen dat ze over de basiskennis beschikken die ze in de uitoefening van hun beroep nodig hebben. De inhoud van het SEU examen kan worden aangepast wanneer de betrokken partijen daarover overeenstemming bereiken.