Veel zzp’ers voldoen in 2016 niet aan nieuwe Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties

Door de invoering van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties is er veel verandert voor zzp’ers en hun opdrachtgevers in Nederland. Uitzendbureau Randstad heeft een scan gehouden onder zzp’ers waaruit naar voren is gekomen dat veel zzp’ers die nu nog op basis van VAR-verklaring werken op basis van de nieuwe Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) niet als zelfstandige aan de slag kunnen. Het uitzendbureau benoemd in het rapport een percentage van 90 procent als men het heeft over de zzp’ers die voorlopig niet kunnen werken onder de ingevoerde Wet-DBA . De Wet-DBA is nu twee maanden van kracht.

Waarom voldoen de zzp’ers niet aan de Wet-DBA?
Sinds het moment dat de Wet-DBA van kracht is gegaan is er veel verandert. De zzp’ers die nog met een VAR-verklaring werken hebben dikwijls een verkeerde opdrachtomschrijving of werken te lang voor dezelfde opdrachtgever waardoor er alsnog sprake kan zijn van een schijnconstructie. Juist deze schijnconstructies zouden worden aangepakt door de Wet-DBA. Deze wet schrijft tevens voor dat opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel met elkaar afspraken moeten vastleggen in een zogenoemde modelovereenkomst. Door de modelovereenkomsten kan de overheid sneller en makkelijker controleren of iemand inderdaad als zelfstandig ondernemer werkt. De zzp’er en de opdrachtgever zijn door de nieuwe wet verantwoordelijk voor de juiste afspraken hierover.

Deze modelovereenkomst bevat vaste onderdelen en moet getoetst worden door de belastingdienst. Als de modelovereenkomst is goedgekeurd en men houdt zich in de praktijk ook aan de inhoud van de praktijkovereenkomst dan is er niets aan de hand en hoeft de opdrachtgever geen loonheffingen en andere premies af te dragen. Als er echter geen modelovereenkomst is of men houdt zich niet aan de inhoud van deze overeenkomst dan kan een bedrijf later alsnog door de belastingdienst worden geconfronteerd met naheffingen. Dat kunnen behoorlijke bedragen zijn. Daarom is het belangrijk dat opdrachtgevers en zzp’ers van te voren duidelijke afspraken vastleggen en hun modelovereenkomsten laten toetsen door de belastingdienst.

Het blijkt uit het onderzoek dat veel zzp’ers in feite werkzaamheden uitvoeren als een werknemer en niet als een zelfstandige. Hierdoor is er sprake van een schijnconstructie en wordt er verkapt loon betaald exclusief de loonheffingen en premieafdrachten. Vooral de mate waarin een zzp’er daadwerkelijk zelfstandig opdrachten uitvoert is een belangrijke indicator of en hoeveel belasting betaald moet worden door de werkgever.

Reactie van Technisch Werken
De aanpak van schijnconstructies tussen zzp’ers en hun opdrachtgevers was noodzakelijk omdat de overheid veel inkomsten mis liep. De overheid ontving minder premies voor de werknemersverzekeringen doordat er sprake was van een flinke toename in het aantal zzp’ers in Nederland. Daarom wil de overheid duidelijkheid hebben of iemand daadwerkelijk als een zelfstandige een opdracht uitvoert of feitelijk toch in een soort loondienst functioneert. De modelovereenkomst moet hier duidelijkheid over bieden. Het spreekt voor zich dat bedrijven en zzp’ers zich wel moeten houden aan de inhoud van deze modelovereenkomsten.

Uitzendbureaus die zzp’ers bemiddelen op basis van de Wet DBA

In de praktijk komt het regelmatig voor dat zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) samenwerken met uitzendbureaus. Deze samenwerking is niet onlogisch want zzp’ers werken vaak op projectbasis en uitzendbureaus krijgen meestal projecten en kortstondige opdrachten binnen via hun opdrachtgevers. Als uitzendbureaus of andere intermediairs zelf onvoldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar hebben dan is een zzp’er dikwijls een uitkomst. Zzp’ers kunnen in samenwerking met uitzendbureaus vaak snel nieuwe projecten vinden.

Wat is er veranderd?
Tot 1 mei 2016 werkte men in Nederland met de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Na die datum trad de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) in werking. De Wet DBA schrijft voor de opdrachtgevers en zzp’ers een modelovereenkomst moeten tekenen om duidelijkheid te verschaffen over de arbeidsrelatie. Deze modelovereenkomsten kunnen gevonden worden op de website van de Belastingdienst.

Uiteraard dient men de modelovereenkomst wel aan te passen aan de specifieke situatie. Nadat men de modelovereenkomst heeft aangepast zal deze getoetst kunnen worden door de Belastingdienst. Deze toetsing is belangrijk maar niet verplicht. Pas na de toetsing is er sprake van een status als modelovereenkomst. Men dient zich uiteraard in de praktijk wel te houden aan de inhoud van deze modelovereenkomst anders kan men later alsnog worden geconfronteerd met naheffingen.

Twee verschillende manieren
Uitzendbureaus en andere intermediairs kunnen zzp’ers conform de Wet DBA op twee verschillende manieren te werk stellen. Hierbij is de intermediair dienstverlenend naar zowel de opdrachtgevers als naar de zzp’ers. De twee verschillende vormen van tewerkstelling zijn als volgt:

Optie 1. Hierbij is er sprake van een juridische tussenkomst en gaat de intermediair een overeenkomst van opdracht aan met de zelfstandige zonder personeel. Hierdoor is de intermediair de juridische opdrachtgever voor de zzp’er geworden. Daardoor is de intermediair een schakel in een juridische keten van werkgeverschap. De NBBU heeft hiervoor als brancheorganisatie voor uitzendbureaus een Modelovereenkomst tussenkomst zzp-intermediair gemaakt. Deze kan men vinden op de website van de NBBU.

Optie 2. Een intermediair kan ook rechtstreeks een overeenkomst van opdracht aangaan met de opdrachtgever. In deze constructie biedt de intermediair haar dienstverlening aan zowel de opdrachtgever als aan de zzp’er. Voor deze vorm van bemiddeling door intermediairs heeft de NBBU ook een modelovereenkomst opgesteld. Deze is eveneens te vinden op de website van de NBBU.

Waarom was de VAR niet praktisch?

De Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) is op 1 mei 2016 vervangen door de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA). De Wet DBA is ingevoerd omdat de VAR niet een waterdicht middel is gebleken tegen zogenoemde schijnconstructies. Met schijnconstructies bedoelt men constructies waarbij een opdrachtgever op papier een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) heeft ingehuurd terwijl hij deze feitelijk als een werknemer inzet en als dusdanig beschouwd. Er waren tot mei 2016 verschillende VAR verklaringen waaronder de VAR-wuo (Winst Uit Onderneming).

Verschillende opdrachtgevers
In deze VAR verklaring was onder andere opgenomen dat de zzp’er in een jaar tijd ten minst drie verschillende opdrachtgevers zou moeten hebben. Ook moest er duidelijkheid worden verschaft of er sprake was van winst of een winstuitkering uit de onderneming, daarom heet deze verklaring ook VAR-wuo. Deze en andere bepalingen moesten er bij de Belastingdienst en bij de opdrachtgever voor zorgen dat er duidelijkheid was over de  arbeidsrelatie tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer. Maar die duidelijkheid was er in de praktijk vaak niet.

Aanpak schijnconstructies
De Belastingdienst heeft geconcludeerd dat er regelmatig in Nederland zogenoemde schijnconstructies werden toegepast. In plaats van het inlenen van zzp’ers hadden verschillende opdrachtgevers in Nederland feitelijk werknemers in dienst op zzp-basis. Dat zorgde er voor dat deze zzp-werknemers op flexibele basis bij opdrachtgevers aan de slag gingen en als werknemer goedkoop werden ingezet. De opdrachtgevers probeerden met de VAR-wuo te voorkomen dat ze loonheffingen en andere afdrachten hoefden te betalen.

Schijnzekerheid
De constructie met de VAR zorgde voor een schijnzekerheid in Nederland. Verschillende voorwaarden die in de VAR zijn genoteerd kan men op papier wel vastleggen maar zal men in de praktijk moeten uitvoeren. Daardoor was het heel goed mogelijk dat mensen in de praktijk niet conform de VAR handelden. De constructie was dus voor de schijn toegepast en biedt dus ook een schijnzekerheid. Als men zich in de praktijk niet aan de bepalingen in de praktijk hield dan kon je VAR worden ingetrokken. De financiële gevolgen daarvan kwamen voor de rekening van de zzp’er.

Wet DBA in 2016
De toepassing van de VAR is afgeschaft per 1 mei 2016. In plaats daarvan heeft de overheid de Wet Deregulering Arbeidsrelaties (Wet DBA)  ingevoerd. Hierbij wordt gewerkt met zogenoemde modelovereenkomsten. Dit zijn overeenkomsten die de arbeidsrelatie tussen de opdrachtgever en de zelfstandige zonder personeel moeten verduidelijken. De modelovereenkomst is een overeenkomst die moet bestaan uit vaste onderdelen. Daarom kan men deze overeenkomsten vinden op de website van de Belastingdienst. Men zal echter de modelovereenkomst wel  moeten aanpassen naar de unieke situatie. Bepaalde delen van de modelovereenkomst kunnen echter niet worden aangepast omdat daarmee de juridische verhoudingen veranderen tussen de werkgever en de zzp’er.

Nadat men de modelovereenkomst heeft aangepast heeft men de mogelijkheid om deze te toetsen. Dit kan men doen bij  de belastingdienst maar is niet verplicht. Het is wel verstandig om een toetsing te doen omdat men anders in een later stadium geconfronteerd kan worden met fouten in de overeenkomst waardoor er feitelijk geen sprake is van een opdrachtgever en een zzp-er maar een opdrachtgever en een werknemer. In dat laatste geval zal een werkgever alsnog de heffingen en afdrachten voor de werknemer moeten afdragen. Dat kan grote financiële gevolgen hebben.

Invoering van de Wet DBA in 2016

De Wet deregulering arbeidsrelaties is ingevoerd op 1 mei 2016. Het is een Nederlandse wet die met name duidelijkheid verschaft over de arbeidsrelatie tussen een opdrachtgever en een zelfstandige zonder personeel. De Wet deregulering arbeidsrelaties wordt in de praktijk vaak de Wet DBA genoemd. De Wet DBA vervangt de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) die zzp’ers in Nederland tot 1 mei 2016 gebruikten om hun arbeidsrelatie aan te duiden met hun opdrachtgever.

Arbeidsrelatie
Men kan zich natuurlijk afvragen waarom het zo belangrijk is om duidelijkheid te krijgen over de arbeidsrelatie tussen de zzp’er en de opdrachtgever(s). Dat is een logische vraag. De overheid wil dat zelfstandigen zonder personeel echt op projectbasis worden ingezet en niet als werknemer. Als men formeel als zzp’er te werk wordt gesteld maar in de praktijk als werknemer wordt beschouwd dan spreekt men ook wel van een schijnconstructie.

Deze schijnconstructies zijn illegaal omdat de opdrachtgever dan geen loonheffingen gaat inhouden terwijl dat eigenlijk wel zou moeten. Ook de premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zorgverzekeringswet zouden moeten worden betaald als de zzp’er in feite als werknemer werkzaam is voor een opdrachtgever. De manier waarop een werknemer of zelfstandige door een werkgever wordt ingezet en financieel behandelt heeft te maken met de arbeidsrelatie.

Verklaring arbeidsrelatie (VAR)
Toen de verklaring arbeidsrelatie werd gebruikt was de arbeidsrelatie tussen de opdrachtgever en zzp’er vaak in de praktijk anders dan men in deze verklaring had aangegeven. De Belastingdienst liep door de schijnconstructies geld mis. De afdracht voor de premies voor werknemersverzekeringen en de loonheffingen zijn echter noodzakelijk voor het sociale zekerheidsstelsel van Nederland. Hoe meer geld de overheid binnenkrijgt via deze heffingen en afdrachten hoe beter het sociale zekerheidstelsel in stand kan worden gehouden.

Mensen die uit het werk raken kunnen, indien ze aan de voorgeschreven voorwaarden voldoen, aanspraak maken op geld uit de werknemersverzekeringen. Als er minder geld in deze verzekeringen opgespaard wordt krijgt men op een gegeven moment een probleem met het uitbetalen van uitkeringen aan uitkeringsgerechtigden. Daarom moet de spreekwoordelijke “pot” gevuld blijven. De verklaring arbeidsrelatie bleek hierbij geen effectief middel, daarom heeft de overheid gezocht naar een ander systeem en dit is het de Wet deregulering arbeidsrelaties geworden.

Wet deregulering arbeidsrelaties
De Wet deregulering arbeidsrelaties of Wet DBA schrijft voor dat opdrachtgevers een modelovereenkomst moeten sluiten met de ZZP-er of andere opdrachtnemer. Op de website van de Belastingdienst staan modelovereenkomsten die door opdrachtgevers kunnen worden aanpast. Bepaalde onderdelen van deze modelovereenkomsten kan men echter niet aanpassen. De opdrachtgever kan de modelovereenkomst, nadat deze is aangepast op de specifieke situatie, laten toetsen door de belastingdienst. Dit is echter niet verplicht maar het is wel verstandig om dit te doen.

Na afloop van de opdracht of tewerkstelling zal de Belastingdienst gaan controleren of de opdrachtgever en opdrachtnemer zich hebben gehouden aan de inhoud van de modelovereenkomst en er geen sprake was van een werknemer-werkgever arbeidsrelatie. Op basis hiervan zal de Belastingdienst concluderen of de werkgever/ opdrachtgever al dan niet de loonheffingen had moeten inhouden. Deze werkwijze is volgens de overheid betrouwbaarder en effectiever tegen schijnconstructies dan de VAR. Bedrijven in Nederland lopen grote financiële en juridische risico’s als ze toch een schijnconstructie trachten door te voeren en zich niet aan de modelovereenkomst houden. Dan moeten bedrijven namelijk de premies en afdrachten alsnog betalen voor de zzp’er die toch volgens de Belastingdienst als werknemer is ingezet.

Wat is de Wet DBA?

De Wet DBA is sinds 1 mei 2016 van kracht in Nederland. De Wet DBA, voluit de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties, is een vervanger van de Verklaring Arbeidsrelatie, VAR of VAR-verklaring. De Wet DBA schrijft voor dat opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) een modelovereenkomst moeten gebruiken om zekerheid en duidelijkheid te bieden over de voorgenomen arbeidsrelatie. De modelovereenkomsten die hiervoor gebruikt kunnen worden zijn te vinden op de website van de Belastingdienst. Deze modelovereenkomsten kunnen naar de specifieke situatie worden aangepast maar bevatten ook bepalingen en gedeeltes die niet aangepast of gewijzigd kunnen worden. Als een bedrijf een overeenkomst heeft aangepast kan deze worden getoetst door de belastingdienst.

Het toetsen van een overeenkomst is niet verplicht maar wel verstandig. Door de toetsing kan een overeenkomst kan deze worden bestempeld als een modelovereenkomst. Doormiddel van de modelovereenkomst wordt duidelijk gemaakt dat er bij de tewerkstelling geen sprake is van loondienst. Voor opdrachtgevers is dan duidelijk dat ze geen loonheffingen hoeven in te houden en te betalen.

Modelovereenkomst is niet vrijblijvend
De opdrachtgevers van zzp’ers moeten zich echter wel houden aan de modelovereenkomst. Als men in de praktijk anders handelt dan men heeft vastgelegd in de modelovereenkomst dan kan een opdrachtgever van een zzp’er later alsnog worden geconfronteerd met naheffingen. De Belastingdienst zal dan trachten misgelopen loonheffingen alsnog te verhalen op de opdrachtgever. Dat kan enorme financiële en juridische gevolgen hebben voor een bedrijf. Als er namelijk sprake is van een werkgever-werknemer arbeidsrelatie dan zal de werkgever ook nog gehouden kunnen worden aan de juiste cao-toepassing en de faseopbouw voor contracten. Ook loondoorbetaling bij ziekte kan dan aan de orde zijn.

Wet DBA ter vervanging van de VAR
De VAR werd tot 1 mei 2016 gebruikt als een verklaring waarmee zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) konden aantonen dat ze geen dienstbetrekking onderhielden met een opdrachtgever. Ze konden daardoor bij opdrachtgevers werken als zelfstandigen.

Het kwam echter regelmatig voor dat men een schijnconstructie in stand hield. Over de zzp’er werden namelijk geen sociale premies afgedragen door de opdrachtgever. Dit was gunstig voor de opdrachtgevers die  flexibele arbeidskrachten in dienst hadden tegen verhoudingsgewijs lage kosten. Een zzp’er werd daarnaast vaak voor langere tijd ingeleend door een opdrachtgever en was daardoor zeker van zijn of haar geld en een constante inkomensstroom. Bovendien kon een zzp’er met deze constructie vaak een behoorlijke verdienste overhouden.

Aanpak van schijnzekerheid
Als een opdrachtgever een zzp’er voor langere tijd in dienst heeft en deze feitelijk als werknemer functioneerde spreekt men ook wel van schijnzelfstandigheid. Een schijnzelfstandigheid is in feite een schijnconstructie waarbij een persoon formeel een zzp’er is maar in de praktijk als werknemer wordt ingezet. De overheid liep door deze schijnconstructies geld (loonheffingen) mis en daarom is de Wet DBA vanaf 1 mei 2016 van kracht gegaan in Nederland.