Vind technisch werk bij Technicum uitzendbureau in januari 2020

Technicum uitzendbureau zoekt ook tegen het einde van de maand januari 2020 naar technisch personeel. Meestal start het jaar rustig en worden er aan het begin van januari weinig vacatures open gezet in de techniek. Tegen het einde van de maand neemt het aantal vacatures echter toe. Dat komt omdat de meeste bedrijven een afwachtende houding aannemen tijdens de start van het nieuwe jaar. Technicum merkt deze ontwikkeling en onderhoud goed contact met haar opdrachtgevers. Net als elk jaar neemt de kans op werk geleidelijk toe naarmate januari verstrijkt. Daarom hebben mensen die zich inschrijven bij Technicum in de loop van deze maand steeds meer kans op werk.

Werk zoeken in de techniek is niet eenvoudig. daarvoor kun je best wat ondersteuning gebruiken. Technicum uitzendbureau kent de markt en weet precies welke technische bedrijven het druk hebben en welke niet. Omdat Technicum voor meerdere werkgevers op zoek is naar technisch personeel kan deze uitzendorganisatie vaak meerdere vacatures aan werkzoekenden voorleggen. Zo is er ook nog keuze en dat is wel prettig als je op zoek bent naar de ideale baan. Technicum is bovendien VCU gecertificeerd. Dat betekent dat deze uitzendorganisatie veel aandacht besteed aan veiligheid, gezondheid en milieu in haar arbeidsbemiddeling.
Wil je meer weten over het vacatureaanbod van Technicum klik dan op de knop “Vacatures Technicum”. Deze knop tref je aan op de menubalk van deze website.

Technischwerken.nl zet samenwerking met Technicum uitzendbureau voort in 2020

Het afgelopen jaar heeft Technischwerken.nl succesvol samengewerkt met Technicum uitzendbureau. Deze samenwerking is effectief omdat Technischwerken.nl zich vooral richt op het verstrekken van informatie over de techniek, de arbeidsmarkt en alles wat daarmee samenhangt. Wat Technischwerken.nl echter niet heeft is vacatures voor technische functies en daarnaast heeft Technischwerken.nl ook geen opleidingen in haar dienstverlening. Technicum heeft deze dienstverlening echter wel.

Technicum is een onderdeel van USG people en een VCU gecertificeerd uitzendbureau en legt de nadruk op specialisme en veiligheid in haar arbeidsbemiddeling. Daarom werkt Technicum samen met VCA gecertificeerde bedrijven. Technischwerken.nl vormt in deze samenwerking een bron van informatie over de techniek. Ook wordt op de website van Technischwerken.nl het relevante nieuws over de arbeidsmarkt up-to-date gehouden. De ontwikkelingen die bij Technicum plaatsvinden worden bovendien op Technischwerken.nl gedeeld met een groot publiek. In 2019 heeft Technischwerken.nl ruim 1 miljoen bezoekers gehad op haar website.

Velen daarvan hebben via de vacaturelink naar Technicum een nieuwe baan kunnen vinden. Ook hebben veel bezoekers via de BBL link naar Technicum een nieuwe technisch opleiding kunnen vinden. Ook in 2020 zal deze samenwerking worden voortgezet zodat zoveel mogelijk mensen kennis krijgen van de techniek en een passende opleiding en baan kunnen vinden. Zo wordt de technische arbeidsmarkt verreikt en wordt deze arbeidsmarkt voorzien van nieuwe vakkrachten. Deze vakkrachten zijn hard nodig in de toekomst.

Bedrijfsintroductie Technicum door Loekie Kaper

Technicum is een uitzend-en detacheringsbureau die gespecialiseerd is in de techniek en dan met name in de installatietechniek, elektrotechniek, werktuigbouwkunde en in de bouw. Daarnaast is Technicum ook actief in de mobiliteit sector en de telecombranche. Technicum is de arbeidsmarktspecialist voor technisch specialisten op mbo-niveau. Loekie Kaper heeft tijdens haar HBO stage voor de opleiding Ondernemerschap en Retailmanagement aan de NHL-Stenden onderstaand instellingsverslag over Technicum gemaakt. Dit verslag gaat over wat Technicum doet maar ook over de ontwikkelingsmogelijkheden binnen Technicum. Over dat laatste onderwerp heeft Loekie Kaper ook een adviesrapport gemaakt in 2019.

Wat doet Technicum?
Technicum zoekt, bemiddelt en begeleidt technisch talent in elke fase van zijn of haar carrière en is daardoor specialist in de techniek. Dit specialisme komt ook naar voren in de VCU certificering die het uitzendbureau al jaren heeft en ieder jaar weer update. Door deze VCU certificering is het uitzendbureau de aangewezen partij voor VCA certificeerde bedrijven om mee samen te werken in de arbeidsbemiddeling. Technicum heeft namelijk veiligheid, gezondheid en milieu in haar bedrijfsvoering een belangrijke plaats gegeven. Dat komt ook naar voren in de duidelijke werkinstructies die uitzendkrachten krijgen maar ook door het verstrekken van hoogwaardige persoonlijke beschermingsmiddelen. Technicum uitzendbureau doet vanwege haar professionele arbeidsbemiddeling zaken met toonaangevende bedrijven in de techniek.

Technicum intern
Het personeel binnen Technicum is gedreven, betrokken en hebben een passie voor de techniek. Technicum gelooft in een persoonlijke aanpak en levert maatwerk als het gaat om de begeleiding van de vakspecialisten. Het merk Technicum is onderdeel van USG-People. USG People is een HR-Dienstverlener in Nederland waaronder verschillende merken vallen zoals Start People, Unique, USG Professionals en Secretary Plus. Technicum is weer onderdeel van Unique en heeft landelijk zo’n twintig vestigingen in Nederland.

Persoonlijke ontwikkeling
Volgens de website van Technicum staat binnen deze organisatie het interne personeel van Technicum en de persoonlijke ontwikkeling centraal. Technicum vindt het belangrijk dat het personeel zich ontwikkelt op de manier en in de expertise die het beste bij je past. Het doel hiervan is je de functie te laten uitoefenen waar je op je best bent. Waar je energie van krijgt en waarin je jezelf kunt ontwikkelen tot het gewenste niveau. Dit niveau kan voor iedereen verschillend zijn. Sommige mensen willen doorstromen naar een managementfunctie maar weer andere werknemers willen zich juist specialiseren en ontwikkelen zich tot kennisdrager. Technicum geeft haar personeel een degelijk inwerktraject en loopbaanmogelijkheden. Technicum probeert zowel jong als oud aan te spreken en heeft het doel de werknemers te binden, boeien en de kennis te vergroten. Binnen Technicum staan plezier, resultaat, een goede werksfeer en een collegiale cultuur centraal.

Belangrijke ontwikkelingen voor VCU uitzendbureau eind 2019

VCU uitzendbureaus zijn uitzendbureaus die gecertificeerd zijn om VCA gecertificeerde bedrijven te ondersteunen bij het invullen van vacatures van technisch personeel. In Nederland zijn er verschillende uitzendbureaus die VCU gecertificeerd zijn. Een voorbeeld van een VCU uitzendbureau is Technicum uitzendbureau, een uitzendbureau dat onder USG People valt. Aan het einde van 2019 is duidelijk dat VCU uitzendbureaus in een turbulente arbeidsmarkt zijn beland. Dat heeft onder andere te maken met de Wet Arbeidsmarkt in Balans. Deze wet die ook wel wordt afgekort met WAB treed per 1 januari 2020 in werking en zorgt er voor dat flexibele arbeid in Nederland voor werkgevers duurder wordt. Dat heeft onder andere te maken met de WW-premie differentiatie.

Voor werkgevers betekent de WW-premiedifferentiatie dat men voor flexkrachten vijf procent meer WW-premie moet betalen dan voor vaste krachten. Het gevolg is dat flexkrachten duurder worden dus ook uitzendkrachten en gedetacheerd personeel. Bedrijven in de techniek en de bouw hebben echter tegen het einde van 2019 met meer problemen te maken gehad. De Stikstofcrisis deed haar intrede een paar maanden geleden en heeft diepe sporen nagelaten in de bouw en de civiele techniek. Na een behoorlijke periode drong dat ook door bij het Kabinet en werden noodmaatregelen ingevoerd. Het gevolg was dat een aantal bouwprojecten door kon gaan met forse vertraging. Dat heeft er voor gezorgd dat de bouwsector een moeizame tijd heeft doorgemaakt.

Daar kwam de problematiek rondom de PFAS nog bovenop. Ook op dit gebied bleek de overheid een te strenge normering te hanteren. Het grondverzet in Nederland kwam klem te zitten en ook baggerbedrijven hadden het moeilijk. Na een tijd werd ook op dit gebied de norm aangepast. Het gevolg was dat ook in de civiele techniek, grondwerk en baggerwerk vertraging werd opgelopen. VCU uitzendbureaus merken deze ontwikkelingen door een teruglopende vraag naar technisch personeel. Ook kwamen er meer flexkrachten beschikbaar. Bedrijven in de techniek kijken extra kritisch naar hun personeelsbestand aan het einde van 2019. Met name de flexibele schil wordt bij veel bedrijven aanzienlijk uitgedund vooral nu flexibele arbeid zoveel duurder is geworden door de Wet Arbeidsmarkt in Balans.

VCU uitzendbureaus merken afwachtende houding klanten eind 2019

Aan het einde van 2019 zijn veel bedrijven in de bouw en techniek afwachtend op het gebied van het aannemen van personeel. De vacatures die eerder dit jaar zijn opengezet worden nog niet ingevuld. Vanwege de stikstofproblematiek en de PFAS zijn veel bedrijven in de bouw bezorgt over de toekomst. Veel wetgeving op het gebied van deze onderwerpen is tijdelijk. Zo is de norm van PFAS in de bodem tijdelijk verhoogd en is er voor stikstof een noodwet ingevoerd. De wetgeving kan veranderen en dat heeft direct gevolgen voor de werkgelegenheid. De Nederlandse bedrijven worden in de bureaucratische wurggreep gehouden van de overheid. Dat heeft figuurlijk een verstikkende werking op de bouw en techniek.

VCU uitzendorganisaties zijn gespecialiseerd in het werven en selecteren van flexibel personeel voor bedrijven in de techniek en de bouw. Deze intermediairs merken als eerste spelers op de arbeidsmarkt de ontwikkelingen in werkgelegenheid bij hun opdrachtgevers. Het is voor veel VCU uitzendbureaus duidelijk dat een grote groep opdrachtgevers ‘niet in beweging’ komt tegen het einde van 2019. Als extra druppel die de emmer doet overlopen heeft de overheid ook nog de Wet Arbeidsmarkt in Balans ingevoerd. Deze WAB gaat op 1 januari 2020 van kracht. Het gevolg is dat flexwerk nog duurder wordt voor veel bedrijven. Bedrijven die al twijfelen over de inzet van flexpersoneel zullen nu nog eerder besluiten om de flexibele schil te reduceren en flexkrachten te ontslaan.

Ze kiezen er voor om kosten en risico’s te beperken in plaats van risico’s te vergroten door vaste krachten in dienst te nemen. Daarvoor is de wetgeving te grillig. En wie is verantwoordelijk voor de wetgeving? Precies, de overheid! Het is duidelijk dat de overheid met haar wetgeving er alles aan doet om de arbeidsmarkt op slot te zetten en bouwbedrijven en agrarische bedrijven zoveel mogelijk hindernissen te bieden in hun bedrijfsvoering. De VCU uitzendbureaus en andere uitzendorganisaties merken dit nu al maar vele spelers op de arbeidsmarkt zullen dat het komende jaar gaan merken.

Technicum uitzendbureau doet meer dan alleen uitzendwerk in 2019

Als men denkt aan het woord ‘uitzendbureau’ dan denkt men over het algemeen aan een arbeidsbemiddelingsbureau die uitzendkrachten bemiddeld op de arbeidsmarkt. Technicum uitzendbureau doet echter veel meer dan uitzenden. Dit VCU gecertificeerde uitzendbureau detacheert ook personeel. Daarnaast is Technicum actief in het bemiddelen in BBL-opleidingen. Werkzoekenden die graag aan de slag willen in de techniek maar hiervoor nog geen opleiding hebben gevolgd kunnen ook bij Technicum terecht voor loopbaanadvies en studiebegeleiding.

Inderdaad, Technicum doet aan studiebegeleiding. Het uitzendbureau heeft namelijk opleidingsadviseurs in dienst. Deze opleidingsadviseurs helpen werkzoekenden die graag een technische opleiding willen volgen met het maken van de juiste opleidingskeuze en beroepskeuze. Er is namelijk veel te kiezen in de techniek. Er zijn uiteenlopende functies in de installatietechniek, elektrotechniek, telecom en werktuigbouwkunde. Ook in de civiele techniek en de bouw zijn volop mogelijkheden om aan het werk te gaan. Elke sector heeft specifieke functies waarvoor specifieke opleidingen nodig zijn. Daarover kun je op internet slechts maar een beetje informatie vinden.

Gelukkig kunnen de adviseurs van Technicum je verder helpen als je een opleidingsvraag hebt in de techniek. Ook kun je bij Technicum terecht als je aan de slag wil in een technische functie. Wil je meer weten? Klik dan op de knoppen ‘BBL Technicum’ of ‘Vacatures Technicum’.

VCU uitzendbureaus bieden massaal BBL opleidingen aan in 2019

Een VCU uitzendorganisatie is een uitzendorganisatie die gecertificeerd is om uitzendkrachten te werven en te selecteren voor technische bedrijven die aan de VCA richtlijnen voldoen. Bij VCU certificering gaat het niet alleen om veiligheid maar ook om de gezondheid en het milieu kortom alle aspecten die er voor zorgen dat zowel de werknemer als zijn of haar omgeving veilig en gezond blijven. Uitzendorganisaties die in bezit zijn van een VCU certificering besteden tijdens het instrueren van de uitzendkracht extra aandacht aan de VCA richtlijnen.

Tekort aan technisch personeel
Tegenwoordig is de arbeidsmarkt echter krap. Dat betekent dat er niet veel technische uitzendkrachten beschikbaar zijn. Daarom gaan ook VCU gecertificeerde uitzendbureaus actief werkzoekenden opleiden doormiddel van bijvoorbeeld VCA certificaten maar steeds vaker ook doormiddel van complete technische BBL opleidingen. Dat zorgt er voor dat de BBL-ers zo veilig mogelijk aan de slag kunnen bij hun opdrachtgevers.

Technische BBL opleidingen
Het maakt verschil of iemand een BBL-opleiding installatietechniek, BBL-elektrotechniek of een BBL opleiding in de bouw of metaaltechniek doet. Er zijn namelijk verschillen op het gebied van veiligheid tussen deze verschillende sectoren. Een VCU uitzendbureau weet dat als geen ander. Daarom krijgt elke uitzendkracht en elke BBL-er van deze uitzendorganisatie specifieke informatie over hoe ze zo veilig mogelijk op de werkvloer kunnen werken zonder dat ze daarbij hunzelf of anderen in gevaar brengen.

Aanmelden voor BBL

Als je ook aan de slag wil met een BBL-opleiding via een VCU uitzendbureau kun je klikken op de knop: ‘BBL Technicum’ in de menubalk. Dan kun je jezelf aanmelden voor een BBL opleiding in de techniek. Ook kun je via dit formulier vragen stellen aan een opleidingsadviseur zodat je zeker weet dat je aan de BBL-opleiding begint die bij je past.

Welk technisch uitzendbureau moet ik kiezen in 2019?

Als je aan de slag wilt in de techniek via een technisch uitzendbureau dan heb je in Nederland zoveel keuze uit verschillende uitzendorganisaties dat het kiezen lastig wordt. Gelukkig zijn er een aantal tips die je kunnen helpen om toch een goede keuze te maken voor een uitzendbureau dat bij je past. Allereerst is het voor jezelf belangrijk om te weten welk technisch werk je graag zou willen uitvoeren. Er zijn namelijk ook verschillen tussen technische uitzendbureaus op het gebied van de technische sectoren waarin ze actief zijn. Sommige technische uitzendbureaus zijn bijvoorbeeld sterk gericht op de bouw en weer andere technische uitzendbureaus zijn sterk gericht op de metaaltechniek of procestechniek. Als je van jezelf weet in welke technische sector je wilt werken vallen er al een heleboel uitzendbureaus af.

Loopbaanbemiddeling door uitzendbureau
Zodra je voor jezelf helder hebt in welke technische sector je wilt werken kun je verder gaan met het selecteren van het juiste uitzendbureau. De volgende stap is namelijk de ondersteuning die je verwacht nodig te hebben bij het zoeken naar een passende baan. Als je geen of weinig kennis hebt van de techniek is het belangrijk dat je bij een uitzendbureau binnenstapt die veel kennis en ervaring heeft op het gebied van loopbaanbegeleiding. Ook is het belangrijk voor onervaren sollicitanten dat een uitzendorganisatie opleidingen biedt en trainingen geeft waarmee de kandidaat zijn of haar kansen op de technische arbeidsmarkt vergroot.

Persoonlijke aandacht
Een persoonlijke benadering is voor de ene persoon belangrijker dan voor de andere persoon. Sommige uitzendbureaus nemen nauwelijks de tijd voor een persoonlijk gesprek met kandidaten. Deze uitzendbureaus doen veel communicatie digitaal. Dat is voor bepaalde mensen interessant en makkelijk maar weer andere personen vinden een persoonlijk gesprek en persoonlijke aandacht van groot belang als ze op zoek gaan naar werk. Ook op dit gebied onderscheiden uitzendbureaus zich van elkaar. Sommige uitzendbureaus willen niet eens een intakegesprek aangaan met uitzendkrachten en sollicitanten terwijl andere uitzendbureaus deze gesprekken van groot belang vinden voor de arbeidsbemiddeling.

Veiligheid, gezondheid en milieu
Tot slot is het belangrijk om te weten of een technisch uitzendbureau VCU gecertificeerd is en veiligheid, gezondheid en milieu als belangrijkste voorwaarde heeft voor de arbeidsbemiddeling. Veiligheid moet bovenaan staan in de arbeidsbemiddeling. Dat betekent dat een uitzendbureau veiligheidstrainingen moet aanbieden zoals VCA, veilig werken met een vorkheftruck, hoogwerkercertificaten en NEN opleidingen zoals NEN 1010 en NEN 3140. Deze NEN opleidingen zijn werkafhankelijk en dat zorgt er voor dat uitzendbureaus maatwerkopleidingen moeten aanbieden die passen bij de werkzaamheden die de uitzendkracht moet uitvoeren. Een goed gecertificeerd VCU uitzendbureau in de techniek weet wat er nodig is voor veilig werken in de techniek.

Technicum investeert in technische kennis van consultants in 2019

Technicum uitzendbureau is een intermediair die actief is op de technische arbeidsmarkt. Het uitzendbureau is VCU gecertificeerd en bemiddeld technisch personeel voor verschillende toonaangevende VCA gecertificeerde bedrijven. Net als andere spelers op de arbeidsmarkt merkt ook Technicum dat er een steeds groter tekort ontstaat aan technisch personeel. Vraag en aanbod sluiten op de arbeidsmarkt in veel gevallen niet goed op elkaar aan. In die situaties kan een ervaren consultant van een gespecialiseerd uitzendbureau zoals Technicum het verschil maken. Door een creatieve arbeidsbemiddelingen kunnen vraag en aanbod bij elkaar worden gebracht en kunnen nieuwe arbeidsrelaties ontstaan.

Technische kennis
Een belangrijk aspect bij arbeidsbemiddeling in de techniek is technische kennis. Ten opzichte van andere uitzendorganisaties is bij Technicum veel technische kennis aanwezig. Dat komt onder andere omdat een grote groep consultants langdurig voor Technicum werkt waardoor de kennis en ervaring toeneemt. Deze kennis en ervaring is van belang voor zowel, klanten als werkzoekenden die een uitdagende baan zoeken in de techniek. Daarnaast is kennis over de techniek ook belangrijk voor nieuwe consultants die in deze dynamische sector aan de slag gaan.

Opleidingsprogramma
Om die reden heeft Technicum besloten om haar nieuwe consultants specifiek te ondersteunen op het gebied van technische kennis. De organisatie heeft hiervoor zelf een opleidingsprogramma laten ontwikkelen dat goed aansluit bij de dagelijkse werkzaamheden van consultants in die personeel bemiddelen in de metaaltechniek. Inmiddels is begin maart 2019 de eerste training gegeven welke door de deelnemers met enthousiasme werd gevolgd. De eerste stappen zijn gezet in de technische ontwikkeling van consultants in de metaaltechniek. Binnen korte tijd worden ook specifieke interne trainingen ontwikkeld voor consultants die actief zijn in de installatietechniek en elektrotechniek.

Ervaring delen
De trainingen worden gegeven voor een ervaren consultant die ruim tien jaar actief is bij Technicum en in verschillende sectoren technisch personeel heeft bemiddeld. Op die manier is de toepasbaarheid van de informatie die tijdens de trainingen wordt gegeven gewaarborgd. De trainingen worden voortdurend op niveau gehouden door nieuwe ontwikkelingen waarmee bedrijven en uitzendkrachten in de techniek te maken krijgen te implementeren in de lesstof.

Werken bij Technicum
Technicum investeert in haar personeel zodat de kwaliteit van de arbeidsbemiddeling in de techniek op niveau blijft. Door deze investeringen te doen worden zowel nieuwe collega’s van Technicum ondersteund en kunnen ook bedrijven en werkzoekenden bij elkaar worden gebracht. Werken bij een technisch uitzendbureau is uitdagend en afwisselend. Mocht je zelf interesse hebben in een baan bij Technicum neem dan contact met ons op via het contactformulier.

Goed voornemen voor komend jaar: start een technische BBL opleiding in 2019

Het komende jaar zal de vraag naar personeel in de techniek nog groter worden dan in 2018. De vraag naar BBL-ers neemt ook toe. Dat komt omdat er meer instroom nodig is om het aantal vacatures op te vullen in de techniek. Vooral in de installatietechniek, elektrotechniek en metaaltechniek is er een groot tekort aan personeel en BBL-ers. Mensen die op zoek zijn naar werk zouden er daarom verstandig aan doen om goed na te denken of de techniek of bouw niet een interessante loopbaankeuze zouden zijn. De komende jaren blijft de werkgelegenheid in deze sectoren onverminderd hoog.

VCU en VCA

Daarom hebben bedrijven zoveel vacatures open gezet. Ook worden steeds meer samenwerkingen aangegaan met scholen en technische uitzendbureaus die VCU gecertificeerd zijn. De VCU uitzendorganisaties weten precies waar op gelet moet worden als een BBL-er aan de slag gaat bij een VCA gecertificeerd bedrijf. De meeste bedrijven in de techniek en bouw zijn VCA gecertificeerd. Geen wonder dat veel BBL-ers aan het begin van een BBL traject een VCA certificaat moeten behalen. Dan kunnen ze namelijk veilig op de bouw en in de techniek aan de slag met werken en leren.

Aanmelden voor BBL
Mocht je interesse hebben in een BBL traject dan kun je contact met ons opnemen via het contactformulier. Nadat je dit formulier hebt ingestuurd via de website krijg je binnen twee dagen bericht en wordt je uitgenodigd voor een informatief gesprek over de BBL mogelijkheden in de techniek en bouw bij jou in de buurt.

Taken en verantwoordelijkheden mangatwacht

Een mangatwacht of een buitenwacht is een functie die met name gericht is op het bevorderen van veilig werken en het voorkomen van ongelukken of het beperken van schade en letsel als er ongelukken plaatsvinden in besloten ruimtes die doormiddel van een mangat kunnen worden betreden. Een mangatwacht werkt meestal in een industriële omgeving. Daarbij werkt een mangatwacht meestal niet alleen. Hij werkt samen met mensen die achter het luik/ mangat werkzaam zijn.

Echter mag hij de besloten ruimte achter het luik niet betreden. In plaats daarvan heeft de mangatwacht de verantwoordelijkheid om met de persoon achter het mangat te communiceren en tijdig hulpdiensten of andere instanties in te schakelen wanneer er een ongeluk of calamiteit plaatsvind. Hoewel het wacht houden bij een mangat op het eerste oog heel passief werk lijkt moet de aandacht van een mangatwacht niet verslappen. Hij of zij moet alert blijven op eventuele problemen of misstanden en moet hier effectief op anticiperen. Daarvoor krijgen een mangatwacht vaak veiligheidstrainingen waaronder VCA. In de volgende alinea zijn de taken en verantwoordelijkheden van een mangatwacht nog even puntsgewijs genoteerd.

Wat doet een mangatwacht?
Een mangatwacht heeft een aantal taken en verantwoordelijkheden. Deze zijn meestal vastgelegd in een werkinstructie of personeelsinstructieformulier. Op deze documenten zijn meestal de volgende taken duidelijk aangegeven:

  • Is verantwoordelijk voor zijn of haar eigen veiligheid en de veiligheid van de collega’s die achter een ‘mangat’ werken.
  • Een mangatwacht mag nooit de werkplek verlaten wanneer er nog een werknemer of meerdere werknemers achter het mangat in de al dan niet afgesloten ruimte werken.
  • Een mangatwacht dient contact te houden met de werknemers die in de afgesloten ruimte werken. Daarvoor dient de mangatwacht de voorgeschreven communicatiemiddelen te gebruiken.
  • Een mangatwacht dient de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken.
  • Bij calamiteiten in de afgesloten ruimte of op in de algehele werkomgeving draagt de mangatwacht er zorg voor dat de werknemers die achter het mangat werken zo snel mogelijk in veiligheid worden gebracht.
  • Een mangatwacht moet bij calamiteiten zo snel mogelijk contact opnemen met de veiligheidsfunctionaris of een andere functionaris die verantwoordelijk is voor de coördinatie van calamiteitenplan/ ontruimingsplan. Deze melding moet gedaan worden zonder het mangat te verlaten.
  • Een mangatwacht mag de besloten ruimte niet betreden, hij of zij dient buiten het mangat te communiceren met de werknemers en andere partijen.
  • De communicatie apparatuur die de mangatwacht ter beschikking krijgt dient alleen voor het werk en de veiligheid van de werknemers gebruikt te worden. Daarom dienen de communicatielijnen zoveel mogelijk vrij te zijn.

Beroepsbegeleidende leerweg BBL

De beroepsbegeleidende leerweg wordt ook wel afgekort met de hoofdletters BBL of met bbl en is een praktijkgerichte vorm van het middelbaar beroepsonderwijs oftewel het mbo. BBL wordt ook wel werken en leren genoemd omdat de deelnemer aan deze opleiding grotendeels werkzaam is in de praktijk bij een erkend leerbedrijf. BBL opleidingen worden aangeboden door Regionale OpleidingsCentrums (ROC) en Agrarische OpleidingsCentrums (AOC). Tijdens een BBL-opleiding werkt de leerling ongeveer 80 procent van zijn of haar tijd bij een erkend leerbedrijf. De overige twintig procent van de tijd is de leerling aanwezig op het opleidingsinstituut voor theorielessen, praktijklessen, toetsen en examens.

Werkend leren?
BBL is een combinatie tussen werken en leren. Dat betekend dat er op deze praktijkgerichte opleiding een bepaalde balans is tussen leren in de praktijk en leren op school. Dat is voor bepaalde leerlingen ideaal omdat niet iedereen het beste uit zichzelf haalt op school. Sommige mensen leren beter door te doen. Dat betekent dat deze mensen liever in de praktijk vaardigheden en competenties toepassen in een beroep. Het werkend leren is vooral interessant in echte doe-beroepen waarin assistenten of BBL-ers worden opgeleid tot vakmensen of vakvolwassen werknemers. Bovendien werkt men in de praktijk vaak anders dan in de theorie op school wordt aangegeven. Ervaren krachten hebben in de uitvoering van hun werk vaak vaardigheden en technieken aangeleerd die ze kunnen overbrengen op BBL-ers en andere aankomende vakkrachten. Dat zorgt er voor dat werken en leren in de vorm van BBL er voor zorgt dat er ook technische- en praktijkvaardigheden worden geleerd die niet eens in de theorie vermeld zijn.

Vooropleiding voor BBL
BBL-opleidingen zijn er op verschillende niveaus. Meestal kan je een BBL opleiding in een bepaalde richting volgen van niveau 1 tot en met niveau 4. Voor het instroomniveau is meestal geen vooropleiding vereist. Dit instroomniveau is niveau 1 en zorgt er voor dat je een assistent bent in een bepaalde beroepsgroep. Na niveau 1 volgen de hogere niveaus waarvoor een vmbo opleiding of een Havo opleiding als vooropleiding is vereist. Als je precies wilt weten welke vooropleiding je voor een bepaalde BBL-opleiding nodig hebt kun je dat vragen aan een ROC of AOC waar de desbetreffende BBL-opleiding wordt gegeven.

BBL in de techniek
Technischwerken.nl is een website met informatie over de techniek en de technische arbeidsmarkt. Geen wonder dat op deze website vooral wordt gekeken naar technische BBL opleidingen hoewel er ook andere BBL opleidingen zijn. In de techniek is vooral in de installatietechniek, elektrotechniek en de werktuigbouwkunde een groot tekort aan technisch personeel. De overheid en bedrijven proberen daarom leerlingen te werven voor BBL-trajecten zodat er voor de toekomst meer technisch personeel wordt opgeleid. Daarbij zijn ook vaak technische (VCU) uitzendbureaus aangesloten.

VCU uitzendbureaus en BBL
Technische uitzendorganisaties zoals Technicum leveren BBL opleidingen aan hun uitzendkrachten en gedetacheerd personeel. Daarvoor heeft Technicum opleidingscoördinators in dienst die adviezen geven over BBL trajecten en de BBL-ers ook daadwerkelijk begeleiden. Technicum heeft daarnaast ook een groot netwerk aan erkende leerbedrijven waar ze haar BBL-ers aan de slag laat gaan om te werken aan hun vakkennis en praktijkvaardigheden. Technischwerken.nl heeft een samenwerkingsverband met Technicum op het gebied van BBL. Als je interesse hebt in een technisch BBL-traject kun je via het contactformulier je gegevens naar de websitebeheerder sturen of het BBL aanmeldformulier invullen. Dit aanmeldformulier voor BBl kan worden gevonden op de hoofdpagina van de website onder het knopje ‘BBL Technicum’.

BBL afkorting

BBL is een afkorting die staat voor beroepsbegeleidende leerweg of Beroeps Begeleidende Leerweg (met hoofdletters) en is een Nederlandse variant van middelbaar beroepsonderwijs (mbo) in de vorm van werken en leren. In Nederland worden verschillende BBL opleidingen aangeboden door regionale opleidingscentrums die ook wel ROC’s worden genoemd. Ook een agrarisch opleidingscentrum (AOC) kan BBL opleidingen aanbieden op middelbaar beroepsniveau. De afkorting BBL maakt echter nog niet duidelijk welke opleidingsrichting iemand heeft gevolgd. Er zijn veel opleidingen op mbo niveau waar de afkorting BBL voor wordt gezet. Zo kun je bijvoorbeeld de opleiding BBL werktuigbouwkunde volgen of BBL mechatronica. De afkorting BBL maakt echter wel duidelijk op welke manier de leerling de opleiding heeft gevolgd. Daarover lees je hieronder meer.

BBL of leerlingwezen
Tegenwoordig gebruikt men de afkorting BBL wanneer men het over werken en leren of werkend leren heeft. Tot 1997 werd de combinatie van werken en leren ook wel het leerlingwezen of leerlingenstelsel genoemd. Tijdens een BBL-opleiding werkt de BBL-leerling bij een erkend leerbedrijf dat hem of haar ondersteund bij de ontwikkeling tot vakkracht. De BBL-leerling sluit voor zijn of haar opleiding een praktijkovereenkomst af met zowel het erkend leerbedrijf als met het opleidingsinstituut. Soms is er ook nog een derde partij betrokken zoals een uitzendbureau wanneer de BBL’er door het uitzendbureau wordt bemiddeld en betaald.

De BBL’er is door de week vaak op zijn of haar werk aanwezig. Daar worden vaardigheden en competenties ontwikkeld. Bovendien ontwikkelt de BBL’er ook een beroepshouding. Daarbij moeten vaak ook praktijkopdrachten worden gedaan waarin de BBL-leerling de vaardigheden die hij heeft geleerd op school ook in de praktijk kan toepassen. Tijdens een BBL-opleiding is het praktijkdeel ongeveer zestig tot tachtig procent en het gedeelte dat de leerling op school zit twintig tot veertig procent. Naast BBL is er ook de BOL opleidingsvariant. Deze variant van het middelbaar beroepsonderwijs is in de volgende alinea nader omschreven.

BBL of BOL?

Een leerling kan op het middelbaarberoepsonderwijs vaak kiezen om een opleiding in BBL of BOL variant te volgen. BOL is een afkorting die staat voor beroepsopleidende leerweg of Beroeps Opleidende Leerweg (met hoofdletters) en verschilt van BBL op een aantal punten. De BBL variant is de praktijkgerichte variant zoals je hiervoor hebt kunnen lezen. De BOL variant is minder praktijkgericht dan BBL. De verhouding tussen theorie en praktijk liggen bij de BOL variant ook anders. Tijdens de BOL opleiding is de leerling of deelnemer ongeveer tachtig procent van de tijd op school aanwezig om daar theorie maar ook praktijk te leren in een praktijklokaal. De overige twintig procent is het praktijkdeel van de opleiding dat gevolgd wordt tijdens een stage die ook wel beroepspraktijkvorming of bpv wordt genoemd. De stage die een leerling volgt tijdens een BOL opleiding is meestal onbetaald terwijl een BBL-leerling vaak wel loon krijgt over de uren dat hij of zij werkzaam is bij een erkend leerbedrijf. Dit is ook het geval wanneer de BBL’er via een uitzendbureau een BBL opleiding volgt bij een erkend leerbedrijf. In dat geval betaald het uitzendbureau aan de BBL’er een salaris dat is afgestemd met het erkend leerbedrijf waar de BBL’er zijn of haar werkzaamheden uitvoert.

Kiezen tussen BBL of BOL
Leerlingen die van het VMBO afkomen of voortijdig uitstromen uit de HAVO of VWO krijgen vaak de keuze tussen BBL of BOL wanneer ze naar een ROC of andere middelbare opleiding gaan. Veel leerlingen en hun ouders vragen zich dan af wat nu het beste is. Deze vraag kan echter alleen worden beantwoord wanneer men kijkt naar de manier waarop de persoon leert. Er zijn mensen die vooral goed leren door in de praktijk aan de slag te gaan. Deze praktisch ingestelde mensen kunnen wellicht beter op hun plek zijn op een BBL-opleiding. Daarnaast zijn er ook mensen die juist graag theoretisch les willen krijgen. Dit zijn mensen die van nature goed kunnen leren. Deze groep zou eventueel kunnen doorstromen baar een Hbo opleiding. De overstap van BBL naar Hbo is over het algemeen moeilijker dan van een BOL naar het Hbo omdat de leerwijze op het Hbo meer overeenstemming heeft met de leerwijze op het BOL dan met BBL. Ook de toekomstplannen van de (aankomend) leerling spelen daarom een rol bij de keuze tussen BBL en BOL.

Oorzaken en oplossingen voor tekort aan BBL leerlingen in de techniek

Nederland heeft een tekort aan vakkrachten en leerlingen die een BBL-opleiding volgen. Verschillende bedrijven in de techniek en de bouw staan open voor meer BBL leerlingen maar ze merken dat er nauwelijks leerlingen beschikbaar zijn. Juist BBL-ers, zoals BBL leerlingen ook wel worden genoemd, zijn belangrijk voor de toekomst van bedrijven in de uitvoerende techniek en bouw. Het is belangrijk om de oorzaken van het tekort aan BBL-leerlingen te achterhalen voordat men oplossingen gaat bedenken voor het probleem. Allereerst is het natuurlijk van belang om te weten wat BBL is. In de volgende alinea lees je hier meer over.

Wat is BBL?
BBL is de Beroeps Begeleidende Leerweg. Dat betekend dat leerlingen of deelnemers aan een BBL-opleiding vooral praktijkgericht leren. Een BBL opleiding heeft daarvoor een speciale mix van praktijk en theorie. In de praktijk betekend dit dat een leerling op een BBL opleiding voornamelijk werkzaam is bij een erkend leerbedrijf. Een BBL-er zal gemiddeld drie tot vier dagen bij een erkend leerbedrijf werken en ongeveer één dag naar school gaan. Bij het erkende leerbedrijf wordt de BBL leerling ondersteund bij het ontwikkelen van vaardigheden die horen bij de opleiding. Een goede begeleiding vanuit het leerbedrijf is daarbij van groot belang.

Naast het werken bij het leerbedrijf zal de leerling ook wekelijks ongeveer één dag naar school moeten om de theoretische aspecten van de opleiding te leren. Daarnaast wordt de schooldag gebruikt voor praktijklessen waardoor bepaalde competenties en vaardigheden kunnen worden getraind. Op die manier kan de BBL-er zijn of haar meerwaarde voor een bedrijf vergroten. Daarnaast krijgt de BBL-er ook meer voldoening uit zijn of haar opleiding omdat hij of zij in de theorie leert hoe werkzaamheden uitgevoerd moeten worden en daarnaast ook de kans krijgt om deze werkzaamheden in de praktijk toe te passen. Het nut van de theorie bewijst zich daardoor in de praktijk. Veel mensen met een praktische instelling kiezen daarom voor een BBL opleiding.

Tekort aan BBL-ers in de techniek
Vooral in de techniek en de bouw is er sprake van een behoorlijk tekort aan uitvoerende technici en bouwvakkers. De technische sector en de bouw hebben te maken met vergrijzing en er is nauwelijks instroom van jonge vakkrachten. Dit is het gevolg van de economische crisis. De economische crisis kwam hard aan in de bouw en de techniek. De banken werden door de overheid geholpen maar bouwbedrijven, metaalbedrijven en installatiebedrijven werden bijvoorbeeld vaak aan hun lot overgelaten. Dat had tot gevolg dat er in de metaalsector, de bouwsector maar ook in de installatiebranche veel personeel werd ontslagen. Dit ontslag kon plaatsvinden vanwege een reorganisatie maar ook faillissementen kwam regelmatig voor. Vanwege deze ontwikkelingen kwamen de bouw en de techniek meestal niet op de eerste plek als leerlingen voor een specifieke opleidingsrichting moesten kiezen. Dit had een beperkte instroom aan leerlingen op technische opleidingsinstituten op het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) tot gevolg.

Oplossingen voor tekort aan BBL-ers
Er zijn een aantal oplossingen voor het tekort aan BBL-ers. Een belangrijke oplossing is het samenwerken tussen opleidingen die BBL trajecten aanbieden en het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven weet waar behoefte aan is. Dat blijkt onder andere uit het aantal vacatures in een bepaalde sector. Sommige vacatures zijn nu nog vacant maar zouden prima ingevuld kunnen worden doormiddel van een aankomend vakkracht zoals een BBL leerling. Door de samenwerking tussen bedrijven en mbo-instellingen te optimaliseren worden behoeftes beter op elkaar afgestemd. Vraag en aanbod komen bij elkaar. Uiteraard is het daarbij van belang dat er wordt samengewerkt met erkende leerbedrijven.

Erkend leerbedrijf
Niet alle bedrijven zijn een erkend leerbedrijf. De Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) speelt hierbij een belangrijke rol. Bedrijven kunnen bij de SBB een aanvraag indienen om een erkend leerbedrijf te worden. De SBB toetst dan of het bedrijf daadwerkelijk een goede leeromgeving biedt voor een BBL leerling. Daarbij wordt gekeken naar de begeleiding van de BBL-er maar ook naar de veiligheid op en rondom de werkplek. Werkt men bijvoorbeeld met veilige machines en zijn er voldoende aanspreekpunten voor de BBL-er wanneer deze vragen heeft met betrekking tot de opleiding of de werkzaamheden. Een goede werkinstructie is belangrijk. Veel bedrijven in de techniek werken daarom op basis van VCA.

VCA en BBL
VCA betekent Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers en is een belangrijk aspect van het veilig en gezond werken in de techniek. Veel bedrijven in de techniek werken op basis van de richtlijnen die worden geboden vanuit het VCA. Deze bedrijven hebben VCA gekoppeld aan hun arbobeleid. Veel bedrijven die VCA gecertificeerd zijn hebben ook van de SBB goedkeuring gekregen om BBL-ers te begeleiden. Dat betekend dat deze VCA gecertificeerde bedrijven vaak erkende leerbedrijven zijn maar dat hoeft niet. Daarom moeten BBL-ers van te voren goed informeren of het daadwerkelijk een erkend leerbedrijf is of niet. Wanneer een BBL-er gaat werken bij een erkend leerbedrijf dat tevens VCA gecertificeerd is zal de BBL-er zelf ook een VCA Basis moeten behalen. Dit kan een onderdeel van de opleiding vormen als je een technische opleiding volgt in bijvoorbeeld de installatietechniek, elektrotechniek maar ook in de bouw.

BBL opleiding volgen via een Technisch uitzendbureau
Als je hebt besloten om een technische BBL opleiding te gaan volgen heb je vaak de keuze uit een enorme hoeveelheid erkende leerbedrijven. De keuze voor een bepaald leerbedrijf kan daardoor heel moeilijk zijn. Steeds meer BBL-ers kiezen er daarom voor om een technisch uitzendbureau of een VCU uitzendbureau te vragen om hulp. Een technisch uitzendbureau heeft vaak een goed beeld van de markt en kan daardoor de BBL-er goed ondersteunen bij het kiezen voor een bedrijf dat goed aansluit bij de wensen en opleiding van de BBL-er. Een technisch uitzendbureau weet daarnaast vaak ook welke bedrijven uitdagende projecten bieden en welke niet. Ook het machinepark en het personeel van een bedrijf is een belangrijk aspect. Veel uitzendbureaus bemiddelen uitzendkrachten bij verschillende bedrijven in de techniek. Vanuit deze uitzendkrachten horen de uitzendbureaus hoe bedrijven met hun personeel omgaan en wat de werksfeer is. Dat is ook een belangrijk aspect om mee te nemen in de keuze voor een erkend leerbedrijf om een BBL opleiding succesvol af te ronden.

BBL opleiding via Technicum uitzendbureau

De website Technischwerken.nl heeft een samenwerkingsverband afgesloten met uitzendbureau Technicum. Dit uitzendbureau is VCU gecertificeerd en is al decennia lang actief in het bemiddelen en detacheren van technisch personeel. Bovendien heeft het uitzendbureau Technicum ook verschillende BBL-ers ondergebracht bij erkende leerbedrijven. De opleidingscoördinators en consultants van Technicum ondersteunen de BBL-ers bij de vorderingen met betrekking tot hun opleiding. Bovendien hebben deze opleidingscoordinators een uitstekend contact met mbo-opleidingsinstituten door heel Nederland. Als je interesse hebt in een BBL traject kun je een bericht sturen via het contact-formulier van Technischwerken.nl of je kunt het speciale aanmeldformulier voor een BBL-traject invullen. Dit aanmeldformulier vind je via de knop ‘BBL’.

Implementatieplan OHSAS 18001

Wanneer een organisatie een goed Arbozorgsysteem wil opzetten om de veiligheid binnen het bedrijf te waarborgen kan er voor gekozen worden om OHSAS 18001 te implementeren. Om een Arbozorgsysteem te implementeren binnen een organisatie heeft de SCCM (Stichting Coördinatie Certificatie Milieu- en Arbomanagementsystemen) een 10-stappenplan ontwikkeld. Door het volgen van deze 10 stappen is een organisatie klaar om gecertificeerd te worden voor OHSAS 18001. Hieronder is het stappenplan van de SCCM uitgewerkt door Douwe Sjoerd Heinsma en Tsjerk van der Meij, die beide studenten HRM zijn aan de NHL Leeuwarden.

Stap 1: Betrokkenheid creëren en concreet bij de directie
De eerste stap van het stappenplan of implementatieplan van OHSAS 18001 draait om de betrokkenheid van de top. Het is van belang dat de directie betrokken is bij het realiseren en bewaken van het arbozorgsysteem. De directie is namelijk verantwoordelijk voor het streven naar een goed werkend arbozorgsysteem. De top van de organisatie moet op de hoogte blijven van de meest voorkomende risico’s in de organisatie. Ook moet de directie de kansen en verwachtingen van de belanghebbenden goed in beeld hebben. Bij elke stap die wordt gezet binnen het Arbozorgsysteem moet de directie keuzes maken. De directie van een organisatie heeft hierin dus een actieve rol en moet snel, goede besluiten kunnen nemen op deze gebieden.

Stap 2: Vastleggen van het toepassingsgebied van het arbozorgsysteem
Na de eerste stap moet bepaald worden op welke activiteiten van de organisatie het arbozorgsysteem betrekking heeft. Tijdens deze stap moet dus onderzocht worden welke activiteiten onder het arbozorgsysteem vallen, met een oog op de verwachtingen van de belanghebbende partijen. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd door de Arbodeskundige in samenwerking met de directie. Uit het onderzoek komt naar voren met welke organisatieaspecten het arbozorgsysteem verband houdt. De uitkomst van het onderzoek is van belang voor de volgende stappen die moeten worden ondernomen.

Stap 3: Uitvoeren van de nodige inventarisaties
Door de implementatie van het Arbozorgsysteem wordt er een nieuw beleid ontwikkeld op het gebied van de arbeidsomstandigheden. Om dit beleid te kunnen ontwikkelen zullen er ook de nodige inventarisaties plaatsvinden om inzicht te krijgen van de belangrijkste punten op het gebied van de arbeidsomstandigheden. Daarin wordt rekening gehouden met de behoeften en verwachtingen van de belanghebbenden gepaard met de eisen uit de wet en regelwetgeving die van toepassing zijn op de arbeidsomstandigheden. Het is de taak van de Arbodeskundige, voor nu en voor de toekomst, om deze inventarisaties uit te voeren.

Stap 4: De risico’s en de kansen bepalen
Na stap 3 kan de organisatie aan de hand van de uitkomsten van de inventarisaties bepalen welke risico’s en kansen er voor de organisatie aanwezig zijn op arbo-gebied en welke er speciale aandacht nodig hebben. Voor de risico’s die nog niet onder controle zijn, zijn extra maatregelen nodig. Hierin moet gekeken worden bij welke risico’s de meeste prioriteit ligt. Uit de inventarisaties van stap 3 kunnen ook kansen gevonden worden. Een kans is bijvoorbeeld een verbetering implementeren die niet per se hoeft. De Arbodeskundige zal deze risico’s en kansen in beeld brengen en deze voorleggen aan de directie.

Stap 5: Het bepalen van het beleid, doelstelling en de planning
Na de bovenstaande stappen is het nu van belang dat de directie keuzes maakt. Deze keuzes zullen gekaderd en vastgelegd worden in het nieuwe arbobeleid. In ieder geval staan hier de vereisten in tot het na leven van de wet- en regelgeving en het continu verbeteren van de Arboprestaties. Daarnaast is het belangrijk dat de directie het beleid concreet maakt. Op basis van keuzes van de directie wordt het beleid gerealiseerd en de doelstellingen er aan gekoppeld.

In stap 5 worden ook de kansen en risico’s vastgelegd in het strategische beleid. Het operationele (uitvoerende) beleid moet hierop aansluiten. Ook moet de voortgang gemonitord worden, dit kan met behulp van indicatoren. Door de indicatoren vast te stellen en hierop controles uit te voeren kan de voortgang worden bewaakt.

Stap 6: De wijze bepalen van beheersing van de Arbo gevaren en risico’s
De Arborisico’s die in de vorige stap zijn ingekaderd worden met behulp van OHSAS beheerst en waar mogelijk verminderd. Dit wordt gedaan doormiddel van verschillende maatregelen. Het is handig om procedures en instructies te realiseren zodat de medewerkers op dezelfde manier gaan werken. Daarnaast is het ook verstandig om maatregelen op technisch vlak vast te stellen. Dit kan doormiddel van metingen of controles. Het is raadzaam om dit toe te passen omdat er veel technische apparaten zijn binnen de fabriek en deze moeten veilig zijn voor de medewerkers en derden die binnen de fabriek werkzaam zijn. Daarnaast is het raadzaam om bepaalde zaken te gaan registreren. Bijvoorbeeld wanneer de accu’s van de heftrucks zijn vervangen of zijn bijgevuld. Door dergelijke zaken te registreren wordt de uitvoering hiervan beheerst. Daarnaast is het geven van training en overleg ook belangrijk zodat de werkzaamheden beheerst worden uitgevoerd. Buiten deze maatregelen zijn er nog meer mogelijkheden welke door de Arbodeskundige moeten worden onderzocht en in samenwerking met de directie worden ingekaderd.

Stap 7: Het invullen van ondersteunende maatregelen
Na het bepalen van de beheersing van Arborisico’s in de vorige stap moet er in stap 7 de ondersteunende maatregelen worden opgenomen. Hierbij valt te denken aan het opleiden van de medewerkers die invloed hebben op het Arbozorgsysteem. Daarnaast moeten er ook maatregelen worden opgenomen omtrent de communicatie binnen het Arbozorgsysteem en welke informatie moet worden gedocumenteerd.

Stap 8: Het invullen van de check & act maatregelen
Een Arbozorgsysteem bestaat uit een plan, do, check en act cyclus. In de voorgaande stappen zijn van deze cyclus de “plan” en de “do” delen behandeld. In stap 8 wordt er invulling gegeven aan de laatste twee onderdelen van deze cyclus, namelijk de “check” en de “act” onderdelen. Het onderdeel “check” bestaat uit het monitoren, meten, analyseren en het evalueren van de laatste twee stappen (6 en 7). Er moet beoordeeld worden of er met deze stappen de doelstellingen behaald kunnen worden. Er moet regelmatig bekeken worden of een organisatie voldoet aan de geïnventariseerde wettelijke en andere eisen, dit is de taak voor de Arbodeskundige. Bij het onderdeel “act” gaat het om het reageren op de afwijkingen, dit is de taak van de directie.

Stap 9: Controleren van OHSAS
Als de afgelopen acht stappen goed zijn doorlopen dan kan de organisatie ervan spreken dat zij een Arbosysteem hebben integreert binnen de organisatie. Om te controleren of dit klopt is het noodzakelijk om aan de hand van de norm OHSAS te bepalen of er ook daadwerkelijk aan alle eisen wordt voldaan en het systeem goed functioneert. Deze controle kan pas na minimaal 3 maanden na het invoeren van het systeem door een interne audit worden gedaan. Hierdoor kan het bedrijf zien in hoeverre men aan de norm voldoet. Daarnaast is het ook raadzaam om een directiebeoordeling te doen. Door deze controles uit te voeren weet de organisatie of het ingevoerde Arbozorgsysteem aan alle normeisen voldoet en functioneert in de praktijk.

Stap 10: Certificeren
Als de vorige stap goed is afgerond, dan functioneert het Arbozorgsysteem binnen de organisatie. Nu kan een certificatie-instelling langs de organisatie komen om het arbozorgsysteem te controleren. Als de auditor van deze certificatie-instelling na zijn controles het arbozorgsysteem volgens de norm OHSAS heeft goed gekeurd dan is het bedrijf officieel OHSAS gecertificeerd.

Samenvattend
Om OHSAS te implementeren binnen een organisatie kunnen de bovenstaande stappen worden doorlopen. Wanneer het bedrijf de implementatie van OHSAS succesvol afrond maakt dat inzichtelijk hoe het bedrijf met arbeidsomstandigheden omgaat en wordt er aan de Arbowetgeving voldaan. Dit betekend een betere veiligheid voor mens en machine. Ook zal de inspectie SZW minder vaak langs hoeven te komen wanneer het OHSAS systeem is ingevoerd.

Begrippen met betrekking tot een Arbozorgsysteem

Wanneer een organisatie een Arbozorgsysteem wil invoeren komen er een hoop begrippen aan de orde. Men stelt zichzelf de vraag: “waar moet een organisatie rekening mee houden bij het invoeren van een Arbozorgsysteem?” Om een keuze te maken voor het juist arbozorgsysteem staan hieronder de relevante begrippen en richtlijnen met uitleg. Deze begrippen zijn verzameld en beschreven door Tjerk van der Meij in het kader van zijn HBO opleiding HRM. Het doel van deze bondige begrippenlijst is helderheid verschaffen met betrekking tot de termen die bij het ontwikkelen van een Arbozorgsysteem aan de orde komen. De hoeveelheid certificeringen en normen kunnen namelijk voor verwarring gaan zorgen. Daarom is het belangrijk dat er transparantie ontstaat.

VCA
VCA is de afkorting voor de Veiligheid en gezondheid Checklist Aannemers. Deze checklist biedt richtlijnen en normen voor bedrijven waarin een verhoogd risico veelvuldig voorkomt. Voorbeelden van dit soort bedrijven zijn bouwbedrijven, fabrieken en werkplaatsen. Deze checklist kan gecertificeerd worden. Werknemers kunnen ook nog persoonlijk gecertificeerd worden op VCA gebied. Leidinggevenden kunnen een VCA VOL behalen en een uitvoerende werknemer een VCA Basis. Voor uitzendorganisaties die personeel bemiddelen voor VCA gecertificeerde organisaties zijn het VCU certificaat voor het uitzendbureau en het VIL-VCU certificaat voor de persoonlijke certificering van de intercedent ingevoerd.

NPR 5001
Is de afkorting voor Nederlandse Praktijk Richtlijn. Zoals de naam als zegt, biedt dit richtlijnen om bedrijven te ondersteunen bij een Arbosysteem. Doordat het richtlijnen biedt stelt deze geen eisen, maar enkel ondersteuning. Deze richtlijn kan daardoor niet gecertificeerd worden.

OHSAS 18001
Dit is de afkorting voor Occupational Health and Safety Asssessment en is een internationale norm die gebaseerd is op de ISO 9001:2000 en de ISO 14001. Naast de eerder genoemde twee basisprincipes heeft OHSAS 18001 nog een principe, namelijk het eisen stellen aan de resultaten van het zorgsysteem. Daarnaast kan deze norm wel gecertificeerd worden.

Inspectie SZW
In Nederland worden controles met betrekking tot de Arboveiligheid, Arbowetgeving en het Arbobesluit uitgevoerd door een speciale inspectiedienst. Dit is de inspectie SZW. De afkorting SZW staat voor Sociale Zaken & Werkgelegenheid. Naast de controles met betrekking tot de Arbeidsomstandighedenwet houdt dit ministerie zich ook bezig met het opsporen van fraude en criminaliteit. Verder is de inspectie SZW actief in het bestrijden van uitbuiting van werknemers.
Zoals al werd genoemd is de inspectie SZW de controlerende macht op het gebied van Arbowetgeving. De inspectie kan controles uitvoeren bij organisatie naar de hoedanigheid van de Arboveiligheid en de RI&E. De inspectie mag boetes uitschrijven aan de werkgever.

RI&E
De RI&E is een risico-inventarisatie en -evaluatie en is sinds 1994 volgens de Arbowetgeving verplicht voor alle werkgevers in Nederland die werknemers in dienst hebben. In de RI&E worden de risico’s binnen de organisatie eerst geïnventariseerd, zoals: fysieke risico’s, veiligheidsrisico’s, het werken met gevaarlijke stoffen, ect.
Nadat alle risico’s zijn geïnventariseerd worden ze geëvalueerd. Binnen de evaluatie wordt er naar een aantal aspecten gekeken, denk aan:

  • Hoe groot is het risico?
  • Komt het risico veelvuldig voor?
  • Lopen werknemers en derden gevaar door dit risico?
  • Wat zijn de consequenties en/of gevolgen van dit risico?
  • Kan het risico schade voorzaken aan mens en materiaal?

Nadat de risico-inventarisatie en evaluatie is afgerond kan de organisatie met het plan van aanpak trachten de risico’s te bestrijden. Het plan van aanpak (PVA) is een van de laatste stappen van de RI&E. In het plan van aanpak komt concreet te staan hoe de risico’s voorkomen of uitgesloten kunnen worden. Vaak wordt bij het plan van aanpak gekeken hoe problemen bij de kern of de oorzaak kunnen worden aangepakt. De inspectie SZW controleert of het plan van aanpak voldoende nageleefd wordt door het bedrijf en het personeel dat dat werkzaam is.

Er zijn verschillende vormen van verplichte RI&E’s:

  • Organisatie met vrijwilligers: dit soort organisaties zijn alleen verplicht tot het opstellen van een RI&E wanneer er gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen;
  • Organisaties zonder fulltime dienstverbanden: deze organisaties zijn verplicht tot een RI&E, maar mogen een verkorte versie hanteren;
  • Organisatie met alleen uitzendkrachten in dienst: wanneer een werkgever alleen uitzendkrachten in dienst heeft is een RI&E verplicht. De uitlenende detacheerder dient hier een kopie van te ontvangen.

De keuze voor het arbozorgsysteem
Om het juiste arbozorgsysteem te realiseren binnen een organisatie moet er gekeken worden naar welke normen en richtlijnen het beste bij de organisatie passen. Hierbij vallen de richtlijnen van de NPR5001 als snel af. Omdat dit enkel ondersteuning biedt aan het arbozorgsysteem worden hier geen eisen aan gesteld. Daardoor kan het NPR niet gecertificeerd worden en zijn deze richtlijnen onvoldoende bruikbaar voor een internationaal bedrijf. Dan blijven er twee mogelijkheden over, het VCA en het OHSAS 18001.

VCA en OHSAS 18001
Ondanks dat beide normen en richtlijnen elkaar veel overlappen zijn er enkele verschillen tussen VCA en OHSAS 18001. Zo is het OHSAS 18001 een internationale norm voor het arbozorgsysteem, terwijl het VCA meer gericht is op alleen Nederland. Daarnaast is VCA ook alleen een checklist die enkel gericht is op de uitvoering van de werkzaamheden. De OHSAS 18001 is een compleet management systeem, dit houdt in dat het de cyclus bevat van beleid maken, uitvoeren, controleren en verbeteren. Daarbij is de wet- en regelgeving een belangrijk onderdeel. Iets wat bij VCA staat buitengesloten. Ook gaat het OHSAS 18001 uit van de gehele organisatie in tegenstelling tot VCA, wat zicht enkel richt op de gebieden waar een hoog risico aan de orde is.

Samenvattend

OHSAS is een Britse norm waar de Nederlandse overheid toezicht op heeft omdat deze norm verband houdt met de Arbowetgeving. Echter, wanneer een bedrijf OHSAS gecertificeerd is zal de inspectie SZW minder frequent controles uitvoeren. Doordat organisaties wegens OHSAS de Arbowet naleven en een RI&E moeten opstellen. Voor organisaties die internationaal opereren is het raadzaam om zich OHSAS te certificeren. VCA is in tegenstelling tot OHSAS een minder ‘harde’ certificering. VCA is een manier om beter aan de Arbowetgeving te voldoen en in het algemeen voor Nederlandse bedrijven voldoende.

VCU uitzendbureau en VCU certificering in 2018

VCU staat voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Dit is een certificering die specifiek ontwikkeld is voor uitzendbureaus en is afgeleid van VCA. Veel technische bedrijven en bouwbedrijven werken onder het VCA certificaat. Dit is geen wettelijke verplichting maar is wel een belangrijke indicatie dat het de bouwonderneming extra veel aandacht en zorg besteed aan veiligheid gezondheid en milieu oftewel VGM. De afkorting VCA staat dan ook voor VGM Checklist Aannemers. Uitzendbureaus kunnen niet VCA gecertificeerd zijn maar wel VCU gecertificeerd worden. Deze VCU certificering wordt steeds belangrijker vooral nu het drukker wordt in de bouw en de techniek.

VCU en de doorgeleidingsplicht
Een uitzendbureau kan VCU gecertificeerd worden door een daartoe bevoegde instelling. Deze instelling zal extra controle plegen op het gebied van de Arbowetgeving en de implementatie daarvan in de systemen en werkwijze van de uitzendorganisaties. De doorgeleidingsplicht van de uitzendorganisatie is daarvan een belangrijk aspect. Deze doorgeleidingsplicht houdt in dat uitzendbureaus de wettelijke verplichting hebben om alle veiligheidsaspecten waarmee een uitzendkracht te maken krijgt te inventariseren bij de opdrachtgever en te communiceren naar de uitzendkracht. Dit gebeurd over het algemeen doormiddel van personeelsinstructieformulieren. Een VCU uitzendorganisatie biedt extra veel zorg aan de doorgeleidingsplicht en zal er bovendien voor zorgen dat uitzendkrachten een VCA certificaat gaan behalen wanneer dat vereist is.

VIL VCU
Daarvoor zijn natuurlijk intercedenten nodig die goed weten waar ze over spreken. Om die reden worden intercedenten van (technische) uitzendbureaus ook persoonlijk gecertificeerd doormiddel van het VIL VCU certificaat. De afkorting VIL VCU bestaat uit twee delen. Het eerste deel VIL staat voor: Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden en het tweede deel staat voor: Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Uitzendbureaus. Een intercedent kan met een VIL VCU training alle belangrijke veiligheidsaspecten van VCA aanleren en krijgt bovendien aanvullende informatie over de rol van de uitzendorganisatie in de arbeidsbemiddeling van uitzendkrachten bij een VCA gecertificeerde opdrachtgever.

VCU, VIL VCU en VCA in 2018
Juist nu de arbeidsmarkt in de bouw en de techniek aantrekt is het belangrijk dat de veiligheid niet uit het oog wordt verloren. Dat zorgt er voor dat VCU uitzendbureaus een belangrijke rol hebben op de arbeidsmarkt. Zij kunnen als geen andere arbeidsbemiddelaar de VCA gecertificeerde bedrijven ondersteunen bij het vinden van flexibel personeel voor de talloze vacatures die in de bouw en techniek open staan.
De werkdruk in deze sectoren is hoog maar de veiligheid moet altijd op de eerste plaats staan. Een uitzendbureau met een VCU certificering weet dit en zal hier naar handelen. Daarom zijn deze uitzendorganisaties voor veel bedrijven een oplossing voor hun personeelsvraagstukken.

VCU uitzendbureau voor uitzendkrachten
Ook voor uitzendkrachten zijn VCU uitzendbureaus een betrouwbare gesprekspartner in de zoektocht naar een passende technische functie of een functie in de bouw. Het feit dat een VCU uitzendbureaus ook VCA opleidingen aanbied aan personeel en dikwijls ook andere veiligheidscertificaten zoals een heftruckcertificaat, een hoogwerkercertificaat of een certificaat veilig hijsen zorgt er voor dat uitzendkrachten daadwerkelijk ook betere veiligheidsinstructies krijgen waardoor ze veiliger hun werkzaamheden kunnen uitvoeren.

Vacatureaanbod voor technisch personeel blijft groeien in 2018 aldus UWV

Vacatures is de techniek zijn er genoeg maar het vinden van voor vakmensen voor technische vacatures is de afgelopen tijd steeds moeilijker geworden. In twee jaar tijd zou het aantal vacatures in de techniek zijn opgelopen met zestien procent. Dit bericht werd dinsdag 6 februari 2018 bekend gemaakt door uitkeringsinstantie UWV. Volgens het UWV zal er de komende tijd nog geen balans ontstaan tussen de vraag naar technisch personeel en het aanbod van technisch personeel op de arbeidsmarkt. In plaats daarvan zal de behoefte aan vakmensen in de techniek de komende jaren alleen maar groter worden.

Cijfers werkgelegenheid technisch personeel
Het UWV publiceerde cijfers over de ontwikkelingen op de technische arbeidsmarkt. Hieruit blijkt dat het aantal nieuwe WW-uitkeringen dat werd verstrekt aan technici en personeel met een technische achtergrond de afgelopen jaren sterk is gedaald. Zo werden door het UWV in 2013 nog 125.000 nieuwe uitkeringen aan de beroepsgroep verstrekt. In 2017 werden echter nog maar 58.000 uitkeringen verstrekt aan mensen met een technische achtergrond.

Technisch personeel vind snel werk
Ongeveer vijfenzeventig procent van de werkloze mensen met een technisch beroep gaat binnen een jaar weer aan het werk. Bij alle beroepen is het percegentage dat binnen een jaar weer aan de slag gaat vijfenzestig procent. In kwartaal drie van 2017 stonden in de techniek maar liefst 61.000 vacatures in Nederland open voor technische beroepen. Dat aantal ligt zestien procent hoger dan het aantal vacatures dat voor technisch personeel open stond aan het begin van 2016.

Vacatures in de bouw en techniek

Er staan in verschillende technische sectoren vacatures open. Onder andere op de bouw is er veel vraag naar vakspecialisten. Hierbij kun je denken aan bouwvakkers zoals metselaars, schilders, installatiemonteurs, elektromonteurs en bouwmonteurs. Ook in de metaalindustrie is een steeds groter tekort aan technisch personeel merkbaar. Machinebouwers, onderhoudsmonteurs, lassers en verspaners worden veel gevraagd op de arbeidsmarkt. Ook is er veel vraag naar plc-programmeurs en andere gespecialiseerde monteurs die een bijdrage kunnen leveren aan de automatisering in de industrie en machinebouw.

VCU uitzendbureau

Een technisch uitzendbureau kan anno 2018 rekenen op veel vacatures. In tegenstelling tot de periode van de economische crisis stromen de vacatures voor technisch personeel bij uitzendbureaus binnen. Veel bedrijven kiezen er voor om deze vacatures bij een technisch uitzendbureau en een VCU uitzendbureau uit te zetten. Een technisch uitzendbureau/ VCU uitzendbureau heeft namelijk een groot netwerk van VCA gecertificeerd technisch personeel. Daarnaast hebben de VIL VCU gecertificeerde intercedenten vaak een goed beeld van de functies en werkzaamheden die in de techniek worden uitgevoerd en welke veiligheidsaspecten daarbij aan de orde komen. Het invullen van vacatures in belangrijk maar de veiligheid moet voorop blijven staan.

Leren lassen

Lassen is het maken van onuitneembare verbindingen tussen materiaal waarbij de uitgangsmaterialen in elkaar worden versmolten door het verhogen van de temperatuur van de contactvlakken. Deze korte definitie zal je niet in studieboeken over lassen aantreffen omdat deze is opgesteld door Pieter Geertsma van Technischwerken.nl. Toch is de definitie breed genoeg om alle verschillende soorten lasprocessen te omvatten. Er zijn een aantal basisaspecten die je moet weten voordat je kunt leren lassen. Hieronder staan een aantal belangrijke aspecten die van belang zijn als men wil leren lassen. Uiteraard wordt daarbij begonnen met algemene aspecten die bij het lassen aan de orde komen. Voor lassen is namelijk ook theoretische kennis nodig.

Smeltbad tijdens lassen
Als je wilt leren lassen is het belangrijk te weten dat bij lassen het maken van een goed smeltbad tussen het uitgangsmateriaal en eventueel het lastoevoegmateriaal van groot belang is voor het creëren van een kwalitatief goede lasverbinding.Het smeltbad is een term die wordt gebruikt voor het vloeibaar maken van de contactvlakken van de materialen die aan elkaar moeten worden verbonden. Dit smeltbad ontstaat door het verhogen van de temperatuur. Dat kan echter op verschillende manieren gebeuren. Zo maakt men bij autogeen lassen gebruik van een brander en maakt men bij MIG/MAG lassen en BMBE lassen gebruik van een elektrische vlamboog of plasmaboog. In het smeltbad kan men ook lastoevoegmateriaal aanbrengen waardoor het smeltbad groter wordt.

Beschermgas
Het is belangrijk dat het smeltbad niet verontreinigd raakt en goed beschermd wordt doormiddel van een beschermgas of backinggas. Dit gas is bij MAG lassen een actief gas, vandaar ook de Metal Active Gas. Actief gas is meestal CO2. Er zijn ook lasprocessen waarbij gebruik wordt gemaakt van een inert beschermgas. Voorbeelden hiervan zijn MIG lassen (afkorting staat voor: Metal Inert Gas) en TIG lassen (Tungsten Inert Gas). Een inert beschermgas zoals argon of helium beschermt het smeltbad nog beter tegen verontreiniging tijdens het lassen en zorgt er voor dat er geen corrosieve werking optreed tijdens het lassen.

Materialen die je kunt lassen
Bij het woord lassen denkt men meestal aan het maken van een onuitneembare verbinding tussen metalen maar met bepaalde lastechnieken kan men echter ook kunststoffen aan elkaar verbinden. Denk hierbij aan het spiegellassen waarbij de uiteinden van twee kunststofleidingen aan elkaar worden verbonden nadat ze eerst tegen een gloeiendhete ‘spiegel’ zijn aangedrukt. Omdat de meeste mensen lassen en lastechniek koppelen aan de metaalsector wordt in deze tekst de nadruk gelegd op de toepassing in de metaaltechniek. In de metaalsector wordt lassen veelvuldig toegepast wanneer de verbinding niet uitneembaar moet zijn. Metaal kan men over het algemeen beter aan elkaar lassen dan lijmen. Ook is een lasverbinding vaak veel effectiever dan een verbinding die doormiddel van solderen tot stand komt.

Ferro of non-ferro
Lasverbindingen worden in de metaalsector toegepast bij verschillende metaalsoorten. Deze metaalsoorten worden onderverdeeld in ferro en non-ferro. Bij ferro-metalen en legeringen bestaat het hoofdbestandsdeel uit ijzer wat gevoelig is voor corrosie of roest. Een voorbeeld hiervan is koolstofstaal dat veel wordt gebruikt in de staalconstructie vanwege de stevigheid en verhoudingsgewijs gunstige prijs. Bij ferro-metaal en legeringen maakt men over het algemeen gebruik van actief gas.

Non-ferro metalen zijn minder gevoelig voor corrosie of hebben een oxidelaag die het onderliggende materiaal goed beschermd zoals bij zink en aluminium het geval is. Soms zegt men dat non-ferrometalen edeler zijn dan ferro-metalen maar dat is niet altijd het geval. Zo staat zink in het periodiek systeem der elementen lager dan ferro terwijl zink toch veel beter bestand is tegen corrosie. Denk hierbij aan het verzinken van staal waarbij het zinklaagje het onderliggende staal beschermd tegen roest.

Non-ferro metalen worden ook wel inerte metalen genoemd en worden daarom gelast met een inert beschermgas of backinggas. Een aantal voorbeelden van Non-ferro metalen zijn aluminium, nikkel en zink. Sommige legeringen bevatten echter wel ijzer maar worden toch beschouwd als non-ferro zoals roestvaststaal dat ook wel bekend is onder de afkorting rvs. Het materiaal dat gelast wordt noemt men ook wel uitgangsmateriaal en bepaald in belangrijke mate welk lastoevoegmateriaal gebruikt kan worden. Het spreekt voor zich dat men voor inert uitgangsmetaal ook een inert lastoevoegmateriaal (lasdraad) gebruikt.

Lasposities
Een las kan in verschillende posities worden aangebracht. Daarbij kan men bijvoorbeeld denken aan onder de hand lassen maar ook recht omhoog lassen wat ook wel stapelen wordt genoemd. Andere posities zijn uit de zij lassen en boven het hoofd lassen. Dit zijn verschillende lasposities en verschillen ook in complexiteit. Zo is boven het hoofd lassen veel moeilijker dan onder de hand lassen.

MLT en IWT
De hiervoor genoemde alinea’s beschrijven algemene informatie die een lasser moet weten om een goede lasverbinding te kunnen maken. Gelukkig hoeft een lasser op theoretisch vlak niet alles te weten. Daarvoor zijn lasspecialisten oftewel lastechnici. Deze specialisten hebben veel kennis van lastechniek en hebben vaak een opleiding Middelbaar Lastechnicus gevolgd. Deze opleiding wordt ook wel afgekort met MLT. Ook de opleiding IWT is mogelijk, dit staat voor International Welding Technologist. In de praktijk heeft men het ook wel over een IWT-er of een MLT-er. Deze specialisten kunnen een lasmethodebeschrijving opstellen of een welding procedure specification. Daarover lees je in de volgende alinea meer

Lasmethodebeschrijving of welding procedure specification
Lassers moeten weten hoe een lasverbinding tot stand moet worden gebracht. Vooral bij complexere werkstukken van hoogwaardige legeringen is het belangrijk dat een lasser precies weet wat er van hem of haar verwacht wordt. Dat is overigens ook het geval bij constructies die worden gemaakt voor de bouw en offshore waarbij een lasser een uitstekende lasverbinding moet leggen omdat er anders grote gevaren kunnen ontstaan met betrekking tot de constructieve stevigheid van producten en constructies.

Bij dergelijke laswerkzaamheden wordt gebruik gemaakt van een welding procedure specification (wps) of een lasmethodebeschrijving (lmb). Deze duidelijke omschrijvingen zijn meestal opgesteld door een International Welding Technologist of een Middelbaar Lastechnicus. In een lasmethodebeschrijving of welding procedure specification staat informatie over het lastproces dat gehanteerd moet worden door de lasser maar ook het lastoevoegmateriaal, het beschermgas en de laspositie die de lasser moet hanteren voor het maken van de lasverbinding. In de praktijk zullen lassers voor het maken van dergelijke lasverbindingen ook persoonlijk gecertificeerd moeten worden. Dit houdt in dat de lasser een lascertificaat moet behalen die gekoppeld is aan zijn of haar naam.

Lasvaardigheid leren
Uit de alinea’s hierboven komt naar voren dat het maken van een lasverbinding niet eenvoudig is. Er is behoorlijk wat theoretische kennis voor nodig om een goede lasverbinding te maken. Het leren van lasvaardigheid is vooral een kwestie van toepassen. Dat houdt in dat men zelf regelmatig moet oefenen met lassen. Dan leert men namelijk een goed smeltbad maken en leert men ook wat het effect is van warmte op metaal. Er ontstaat namelijk krimp en rek in een werkstuk als men bepaalde gedeelten verwarmt en andere gedeelten niet verwarmt. Het lassen is namelijk vooral het lokaal verhitten van het werkstuk.

Een lasser kan echter ook een gedeelte van het werkstuk voorgloeien. Ook dit is beschreven in de lasmethodebeschrijving of welding procedure specification. Lassers zijn vooral praktijkmensen en daarom is het verstandig om met collega-lassers informatie uit te wisselen over hoe een lasverbinding gemaakt kan worden. Veel lassers hebben door jaren ervaring zichzelf truckjes aangeleerd met betrekking tot het vasthouden van de lastoorts en het instellen van het lasapparaat. Lassen is wat dat betreft echt een beroep dat je in de praktijk moet leren. Veel lassers hebben thuis ook een lastoestel staan waardoor ze ook thuis hun lasniveau op peil kunnen houden.

Uiteraard is het verstandig om een lasopleiding te volgen bij een opleidingsinstituut dat goed bekend staat. Veel technische mbo-scholen bieden lasopleidingen aan. Daarnaast heeft ook het Nederlands Instituut voor Lastechnieken (NIL) veel informatie over lastechniek. Lasopleidingen  die erkend zijn door het NIL hebben meerwaarde op de arbeidsmarkt.

Veiligheid en lassen
Lassen is overigens een beroep met risico’s. Tijdens het lassen maakt men gebruik van hoge temperaturen waardoor er een risico is op brand. Daarnaast wordt tijdens het lassen ook een zeer schadelijk UV-licht geproduceerd waartegen de ogen beschermd moeten worden. Lassers moeten in de praktijk altijd de voorschreven persoonlijke beschermingsmiddelen dragen. Dit houdt in dat ze een vlamvertragende lasoverall moeten dragen en een lashelm. De lasdampen moeten worden afgezogen doormiddel van een goed ventilatiesysteem of een lasdampafzuiginstallatie.

Veiligheidsinstructie en personeelsinstructieformulier
Lassers moeten daarnaast ook andere materialen zoals slijptollen en slijpmachines gebruiken conform de veiligheidsvoorschriften. Bedrijven zijn volgens de arbowetgeving verplicht hun werknemers te wijzen op veilig en verantwoord werken. Uitzendbureaus die lassers als uitzendkracht bemiddelen moeten de doorgeleidingsplicht hanteren. Dit houdt in dat deze uitzendbureaus bij de opdrachtgever de veiligheidsvoorschriften en de risico’s op de werkvloer moeten opvragen en doorgeven aan de uitzendkrachten die als lasser gaan werken. Op die manier worden lassers voor de aanvang van de werkzaamheden op de hoogte gebracht van de veiligheidsrisico’s die aan het laswerk verbonden zijn en de manier waarop de veiligheidsrisico’s beperkt kunnen worden. Dit gebeurd onder andere door een personeelsinstructieformulier die veel VCU gecertificeerde uitzendbureaus hanteren.

 

Aantal uitzendbanen neemt toe in 2018

Uitzendbureaus zijn belangrijk voor de arbeidsmarkt. Veel mensen die zonder werk zijn geraakt vinden via een uitzendorganisatie weer een betaalde baan. Meestal is dit in eerste instantie op flexibele basis bijvoorbeeld doormiddel van een plaatsing op basis van uitzendbeding. Uitzendbureaus verstekken echter ook steeds vaker uitzendcontracten en bepaaldetijdscontracten aan uitzendkrachten die daardoor in feite detacheringskrachten worden. Uitzendkrachten vangen vaak de piekdrukte in de productie van bedrijven op maar worden ook steeds vaker ingezet op structurele beschikbare FTE’s.

Meer vraag naar uitzendkrachten
Het gaf donderdag 21 december 2017 aan dat ongeveer dertig procent van de mensen in de WW via een uitzendbureau een baan vond in 2016. Voor de komende jaren heeft het UWV de verwachting uitgesproken dat het aantal banen via uitzendbureaus met 4,5 procent zal toenemen. Het aantal uitzenduren zal daardoor waarschijnlijk ook toenemen evenals de omzet en de marge die uitzendbureaus zullen behalen in 2018.

Sectorgerichte uitzendbureaus
Er zijn in Nederland algemene uitzendbureaus gevestigd maar ook gespecialiseerde uitzendbureaus die specifiek personeel aanbieden in een bepaalde sector. Deze sectorgerichte uitzendbureaus kunnen hun specialisme en hun kennis van een bepaald marktsegment inzetten om uitzendkrachten en opdrachtgevers op een zo goed mogelijke wijze bij elkaar te brengen. Vooral technische uitzendbureaus en VCU gecertificeerde uitzendbureaus merken dat er steeds meer vraag is naar technisch personeel op zowel flexibele als vaste basis. Met andere worden er is zowel vraag naar flexkrachten zoals uitzendkrachten maar is ook vraag naar techneuten die in vast dienstverband willen en kunnen treden. Deze kans op werk in de techniek en bouw is groter in 2017 dan tijdens de economische crisis.