Arbowet en Arbeidstijdenwet zijn ook van toepassing op flexwerk

De Arbowet en de Arbeidstijdenwet zijn ook van toepassing op werknemers die onder de flexwerkers vallen. Dit zijn bijvoorbeeld uitzendkrachten, gedetacheerd personeel en oproepkrachten. In de praktijk ontstaat er soms verwarring over wie precies verantwoordelijk is voor de veiligheid en gezondheid van werknemers die onder deze groepen vallen. Feitelijk is de werkgever die direct toezicht houdt en leiding geeft aan de werknemer verantwoordelijk voor de veiligheid. Dat is dus het bedrijf dat de uitzendkracht of andere flexwerker heeft ingeleend en wordt ook wel de inlener genoemd.

De inlener moet wel aan de uitlener (uitzendbureau, detacheringsbureau) doorgeven welke veiligheidseisen aan de orde zijn op de werkvloer. Ook de vereiste veiligheidscertificaten moeten bij de uitzendorganisatie en detacheringsbureau bekend zijn. Dan kunnen deze organisaties tijdens het werven en selecteren van kandidaten rekening houden met de veiligheidseisen. Indien gewenst kunnen de intermediairs op de arbeidsmarkt ook kandidaten opleiden op het gebied van veiligheid door het aanbieden van VCA opleidingen of certificaten op het gebied van veilig hijsen en veilig werken met een vorkheftruck. Tot slot hebben uitzendbureaus en andere intermediairs ook een doorgeleidingsplicht. De doorgeleidingsplicht is de wettelijke verplichting om elke kracht die via deze organisaties gaat werken tijdig op de hoogte te brengen van de werkzaamheden en de veiligheidsaspecten die daarbij horen.

Tot slot zijn ook de persoonlijke beschermingsmiddelen van groot belang. Persoonlijke beschermingsmiddelen worden vaak afgekort met pbm’s en zijn alle vormen van bescherming die persoonsgebonden door de werknemer moeten worden gedragen om het werk veilig uit te voeren. Daarbij kun je denken aan veiligheidskleding die indien nodig vlamvertragend is. Ook gehoorbescherming, gelaatbescherming, gezichtsbescherming, adembescherming horen bij de persoonlijke beschermingsmiddelen evenals werkschoenen.

Omdat werkzaamheden verschillen zijn er vaak ook verschillende persoonlijke beschermingsmiddelen van toepassing. Daarom dient een uitzendbureau in het kader van de doorgeleidingsplicht haar flexwerkers op de hoogte te brengen van de persoonlijke beschermingsmiddelen die gedragen moeten worden op de werkplek en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. De daadwerkelijke inlener dient er op toe te zien dat deze persoonlijke beschermingsmiddelen ook daadwerkelijk gedragen worden. Op dat gebied heeft de flexwerker ook een verantwoordelijkheid. Hij of zij zal zich aan de werkinstructie en veiligheidsinstructie moeten houden. Veiligheid draait voor een groot deel om communicatie en het nemen van verantwoordelijkheid. Zowel de intermediair, de opdrachtgever als de flexwerker hebben hierin een belangrijke rol.

Taken en verantwoordelijkheden mangatwacht

Een mangatwacht of een buitenwacht is een functie die met name gericht is op het bevorderen van veilig werken en het voorkomen van ongelukken of het beperken van schade en letsel als er ongelukken plaatsvinden in besloten ruimtes die doormiddel van een mangat kunnen worden betreden. Een mangatwacht werkt meestal in een industriële omgeving. Daarbij werkt een mangatwacht meestal niet alleen. Hij werkt samen met mensen die achter het luik/ mangat werkzaam zijn.

Echter mag hij de besloten ruimte achter het luik niet betreden. In plaats daarvan heeft de mangatwacht de verantwoordelijkheid om met de persoon achter het mangat te communiceren en tijdig hulpdiensten of andere instanties in te schakelen wanneer er een ongeluk of calamiteit plaatsvind. Hoewel het wacht houden bij een mangat op het eerste oog heel passief werk lijkt moet de aandacht van een mangatwacht niet verslappen. Hij of zij moet alert blijven op eventuele problemen of misstanden en moet hier effectief op anticiperen. Daarvoor krijgen een mangatwacht vaak veiligheidstrainingen waaronder VCA. In de volgende alinea zijn de taken en verantwoordelijkheden van een mangatwacht nog even puntsgewijs genoteerd.

Wat doet een mangatwacht?
Een mangatwacht heeft een aantal taken en verantwoordelijkheden. Deze zijn meestal vastgelegd in een werkinstructie of personeelsinstructieformulier. Op deze documenten zijn meestal de volgende taken duidelijk aangegeven:

  • Is verantwoordelijk voor zijn of haar eigen veiligheid en de veiligheid van de collega’s die achter een ‘mangat’ werken.
  • Een mangatwacht mag nooit de werkplek verlaten wanneer er nog een werknemer of meerdere werknemers achter het mangat in de al dan niet afgesloten ruimte werken.
  • Een mangatwacht dient contact te houden met de werknemers die in de afgesloten ruimte werken. Daarvoor dient de mangatwacht de voorgeschreven communicatiemiddelen te gebruiken.
  • Een mangatwacht dient de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken.
  • Bij calamiteiten in de afgesloten ruimte of op in de algehele werkomgeving draagt de mangatwacht er zorg voor dat de werknemers die achter het mangat werken zo snel mogelijk in veiligheid worden gebracht.
  • Een mangatwacht moet bij calamiteiten zo snel mogelijk contact opnemen met de veiligheidsfunctionaris of een andere functionaris die verantwoordelijk is voor de coördinatie van calamiteitenplan/ ontruimingsplan. Deze melding moet gedaan worden zonder het mangat te verlaten.
  • Een mangatwacht mag de besloten ruimte niet betreden, hij of zij dient buiten het mangat te communiceren met de werknemers en andere partijen.
  • De communicatie apparatuur die de mangatwacht ter beschikking krijgt dient alleen voor het werk en de veiligheid van de werknemers gebruikt te worden. Daarom dienen de communicatielijnen zoveel mogelijk vrij te zijn.

Aansprakelijkheid stagiairs tijdens stage

Jaarlijks lopen tienduizenden leerlingen een studenten een stage bij een leerbedrijf. Gelukkig verlopen de meeste stages zonder problemen maar er kunnen calamiteiten of schade ontstaan tijdens de stage. Deze schade of andere problemen kunnen door het personeel van het bedrijf ontstaan, door weersinvloeden en andere invloeden van buitenaf maar ook door de stageloper. Wanneer de stagiair betrokken is geweest bij een ongeval of ander incident met schade dan kan de aansprakelijkheid ter sprake komen.

Stage en aansprakelijkheid

Student Tjerk van de Meij heeft voor zijn stage bij uitzendbureau Technicum onderzocht hoe de aansprakelijkheid van stagiairs bij de wet is geregeld. Onderstaande informatie heeft hij over dit onderwerp verzameld.

Uit een artikel van de Vrije Universiteit van Amsterdam (2015) blijkt dat de aansprakelijkheid bij (bedrijfs-) ongevallen bij stagiaires overeenkomt met de aansprakelijkheid bij het inlenen van bijstandsgerechtigden en vrijwilligers, dit blijkt uit jurisprudentie van het Hof. Er wordt uitgelegd dat wanneer een stagiair slachtoffer is van een bedrijfsongeval, deze stagiair altijd net als reguliere medewerkers beroep kan doen op het goed werkgeverschap. Dit is benoemd in artikel 611 van het burgerlijk wetboek boek 7.
Net als de reguliere werknemer, moet de werkgever de stagiair voorzien van de in artikel 7:658 BW bepaalde elementen om schade te doen voorkomen.

  • De werkgever moet zorgen dat de werknemer/stagekracht geen schade kan oplopen door het gereedschap waar hij of zij mee werkt. Ook zonder notitie of werkinstructie moet dit gereedschap goed zijn en niet tot schade leiden. Wanneer dit gebeurt is de werkgever of stagegever aansprakelijk.
  • De werkgever is aansprakelijk wanneer de werknemer of stagiair schade ondervind tijdens het uitvoeren van zijn werkzaamheden.
  • De werknemer wordt ten alle tijden beschermd en mag niet worden benadeeld in de procedure met betrekking tot het onderzoek naar de schade en de afwikkeling daarvan.
  • Ook wanneer de werknemer of stagiair geen arbeidsovereenkomst heeft met de werkgever, is de werkgever wel aansprakelijk als er schade voordoet beschreven in de bovenstaande opsomming. De werkgever is aansprakelijk omdat er dan arbeid wordt verricht ten gunste van de werkgever.

Doorgeleidingsplicht
Wanneer een werknemer of stagiair zich roekeloos gedraagt en daardoor schade oploopt, is de werkgever niet aansprakelijk. Dit dient echter wel bewezen te worden. Daarbij is het ook belangrijk dat de werkgever kan aantonen dat hij de werknemer van te voren goed heeft geïnstrueerd. Wanneer een uitzendkracht werkt voor een uitzendbureau bij een ander bedrijf dan zal het uitzendbureau op basis van de doorgeleidingsplicht de stagiair van alle relevante informatie moeten voorzien met betrekking tot de werkzaamheden en de veiligheidsaspecten die daarbij aan de orde kunnen komen. Ook het uitzendbureau kan namelijk aansprakelijk worden gesteld wanneer deze nalatig is geweest op het gebied van de doorgeleidingsplicht voor de stagiair.

Voorkom struikelen, uitglijden en verstappen op de werkplek

Op elke werkplek komen risico’s voor. Deze risico’s kunnen ernstig en minder ernstig zijn dit is afhankelijk van de arbeidsomstandigheden, de sector, gereedschappen, materialen en stoffen waarmee men werkt. Bedrijven geven in een Risico Inventarisatie en Evaluatie aan met welke risico’s werknemers te maken (kunnen) krijgen tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden en hun aanwezigheid binnen het bedrijf. Deze de risico’s die beschreven zijn in de Risico Inventarisatie Evaluatie zijn bedrijfsgebonden.

Struikelen, uitglijden en verstappen
Naast de risico’s die van toepassing zijn op de specifieke arbeidsomstandigheden van het bedrijf zijn er ook algemene risico’s die op de werkplek van alle bedrijven aan de orde kunnen komen. Een voorbeeld van deze algemene risico’s zijn struikelen, verstappen en uitglijden. Deze risico’s komen bij veel bedrijven aan de orde in een Risico Inventarisatie en Evaluatie daarom is het de moeite waard om een aantal tips weer te geven waarmee het risico op struikelen, uitglijden en verstappen kan worden verkleind en de veiligheid van werknemers kan worden verbeterd op dit gebied.

Risico’s wegnemen
Er zijn drie verschillende manieren waarop men de risico’s op de werkvloer kan beperken als het gaat om het voorkomen van struikelen, verstappen en uitglijden. We noemen de volgende drie:

  • Een belangrijk preventiemiddel is zorgen dat het gebouw en de werkplek zo is ontworpen dat de gangpaden breed zijn en dat de vloer stroef is zodat uitglijden normaal gesproken niet mogelijk is. Zorg daarnaast voor duidelijke markeringen en zorg er ook voor dat de vloer geen gaten, kieren of oneffenheden bevat. Ook is het belangrijk dat er binnen het gebouw voldoende verlichting aanwezig is zodat het personeel goed kan zien waar ze lopen.
  • Orde en netheid is ook een belangrijke factor. Zorg er voor dat er geen materialen en losse voorwerpen op de werkvloer blijven liggen. Een schone werkplek voorkomt veel risico’s. Naast materialen moeten er ook geen vetten, grind, ijs en andere materialen over de vloer liggen waar men over kan uitglijden. Ook een te glad opgepoetste vloer kan voor uitglijdgevaar zorgen.
  • Verder is het oplossen van opgemerkte gevaren ook een effectief middel om de werkplek veiliger te maken. Zodra er rommel ligt of als er sprake is van een beschadigde vloer kan men deze problemen oplossen. Dit kan men zelf doen of men kan experts inschakelen. Daarnaast zal men gevaarlijke plekken moeten afzetten zodat ongelukken kunnen worden voorkomen.

Naast de hierboven genoemde maatregelen kunnen werknemers tijdens het uitvoeren van hun werk ook de risico’s verkleinen door maatregelen te nemen. De volgende tips lijken misschien simpel maar kunnen ongelukken voorkomen:

  • Niet rennen of springen op de werkplek.
  • Op de veilige gangpaden blijven lopen.
  • Draag S3 veiligheidsschoenen met een goed profiel.
  • Loop niet onder een ladder door of op andere gevaarlijke plaatsen.

Wat is de Burkhardttheorie?

De Burhardttheorie is een theorie die ontwikkeld is door professor Burkhardt en wordt gebruikt om veilig gedrag op de werkvloer te stimuleren en de risico’s op de werkvloer te beperken. Ongeveer tachtig procent van de ongevallen wordt veroorzaakt door menselijke handelingen. Daarom is het bevorderen van veilig gedrag op de werkvloer één van de belangrijkste aspecten waar een bedrijf aandacht aan kan besteden in het Arbobeleid en de Risico Inventarisatie & Evaluatie. Een theorie waarmee men onveilig gedrag kan beperken en de veiligheid kan bevorderen is de Burkhardttheorie. Deze theorie is in de basis gericht op het stimuleren van veilig gedrag en onveilig gedrag afremmen. Hieronder is de Burkhardttheorie nader omschreven.

Vier methoden uit de Burkhardttheorie
Zoals eerder benoemd is de kern van de Burkhardttheorie: veilig gedrag stimuleren en onveilig gedrag afremmen. Er zijn vier verschillende methoden of strategieën ontwikkeld waarmee men de Burkhardttheorie in de praktijk kan toepassen, dit zijn de volgende:

  1. Benadrukken van het succes van veilig werken en het benoemen daarvan.
  2. Het verminderen van de nadelen van veilig werken.
  3. Gevolgen van onveilig werken benoemen, informatie verstrekken over de gevaren van onveilig werken.
  4. Onveilig gedrag moeilijk maken en het niet accepteren dat onveilig gedrag wordt goedgepraat.

Doormiddel van deze 4 methoden kunnen bedrijven het veiligheidsbesef binnen de organisatie vergroten. Het vergroten van het veiligheidsbesef is een belangrijk onderdeel van het Arbobeleid. Als werknemers veiliger gaan werken neemt het aantal onveilige situaties op de werkvloer af. Daardoor neemt ook het risico dat er (bijna) ongevallen plaatsvinden af. Het vergroten van de motivatie om veilig te werken op de werkvloer zorgt er bovendien voor dat werknemers eerder geneigd zijn om onveilige situaties te melden bij de daarvoor verantwoordelijke personen.

Op die manier kunnen ongevallen worden voorkomen. Tenslotte dragen zowel de werkgever als de werknemer verantwoordelijkheden als het gaat om veilig werken en een veilige werkplek. De Arbowetgeving is daar heel duidelijk over: de werkgever moet er alles aan doen om de werkplek veilig te maken maar de werknemer dient actief mee te werken aan zijn eigen veiligheid en de veiligheid van andere personeelsleden en bezoekers van de werkplek.

IJsbergtheorie en ongevallendriehoek in ongevallenbestrijding

Er zijn verschillende ijsbergtheorieën ontwikkeld waarmee men tracht situaties, eigenschappen en andere aspecten inzichtelijk te maken. Ook in het bestrijden van ongevallen kan men gebruik maken van een zogenaamde ijsbergtheorie. Men gebruikt hierbij een ijsberg als metafoor, men zou echter beter het woord piramide of driehoek kunnen gebruiken omdat een ijsberg in de meest letterlijke vorm er niet driehoekig uit ziet maar verschillende vormen heeft. De IJsbergtheorie wordt gebruikt om een verband te illustreren tussen het aantal (ernstige) ongevallen, het aantal bijna ongevallen en het aantal onveilige situaties op de werkvloer. Daar valt ook het aantal geregistreerde meldingen onder dat werknemers onveilig werken. Hieronder is meer informatie weergegeven over de IJsbergtheorie.

Benaming IJsbergtheorie
Als men een ijsberg in de zee aantreft dan zal slechts een klein deel boven het water zichtbaar zijn het overige deel bevind zich onder het wateroppervlak. Deze situatie koppelt men in de ijsbergtheorie aan ongevallen en onveilige situaties op de werkvloer. Vaak zijn alleen de (ernstige) ongevallen zichtbaar maar vinden daarnaast ook een groter aantal bijna ongevallen en onveilige handelingen plaats. In de Verenigde Staten heeft men onderzoek gedaan naar het verband tussen de ernstige ongevallen, minder ernstige ongevallen, bijna ongevallen en het aantal onveilige handelingen (onveilig werken) op de werkvloer. Daarbij zijn in totaal ongeveer twee miljoen ongevallen onderzocht. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat er een verband bestaat tussen het aantal bijna ongevallen op de werkvloer en het aantal daadwerkelijke ongevallen dat plaats vond. De onderzoeken hebben er voor gezorgd dat de IJsbergtheorie tot stand kwam.

Verband tussen ongevallen volgens IJsbergtheorie
In de IJsbergtheorie gaat men uit van een verband tussen bijna ongevallen en het aantal ongevallen dat daadwerkelijk plaatsvind. Als we de gegevens volgend deze theorie in kaar brengen dan kan men de ijsberg opbouwen in verschillende lagen. In de top is het aantal dodelijke ongevallen weergegeven. Vanaf die top worden verschillende lagen naar beneden gebouwd waarbij de ernst en gevolgen van de situatie steeds geringer worden en de ijsberg steeds breder wordt. Zo ontstaat een driehoek of piramide.

Zoals eerder genoemd wordt het aantal dodelijke ongevallen in de top neergezet. Dit zijn de ernstigste ongevallen die plaats kunnen vinden binnen bedrijven. In de praktijk vinden er (gelukkig) bij de meeste bedrijven nauwelijks dodelijke ongevallen plaats. Als men voor de verduidelijking het aantal dodelijke ongevallen op 1 zou neerzetten dan is die top heel duidelijk zichtbaar voor het bedrijf. Echter zouden er 30.000 risico’s plaatsvinden op de werkvloer ten gevolge van onveilig werken of onveilige situaties op de werkvloer. Dit verband legt men in de IJsbergtheorie. Daarnaast zouden er ongeveer 3000 bijna ongevallen voorkomen waarbij men hooguit gering letsel oploopt waarbij men nauwelijks of geen verzuim heeft. In deze verhouding zouden er 300 ongevallen plaatsvinden waarbij wel sprake is van werkverzuim. Bij 30 gevallen zou er sprake zijn van ernstig letsel met (langdurig) verzuim of arbeidsongeschiktheid tot gevolg.

Ongevallendriehoek
Bovenstaande cijfers kan men visualiseren in een piramide. Dit resulteert in een piramide die opgebouwd is uit de volgende lagen:

  • 1 dodelijk ongeval
  • 30 ongevallen met ernstig letsel en langdurig verzuim
  • 300 ongevallen met letsel waarbij verzuim noodzakelijk is voor het herstel
  • 3000 ongevallen of bijna ongevallen waarbij er sprake is van gering letsel
  • 30.000 onveilig situaties of onveilige handelingen van werknemers op de werkvloer

De bovengenoemde cijfers en lagen zorgen voor een piramidevorm. Deze noemt men ook wel ongevallendriehoek omdat hiermee het verband tussen ongevallen en onveilige situaties wordt geïllustreerd. De ongevallendriehoek maakt bedrijven bewust van het verband tussen de soorten ongevallen en de onveiligheid op de werkvloer. Niet elk bedrijf heeft (gelukkig) te maken met dodelijke incidenten. Daarom is de piek niet bij elk bedrijf van toepassing. Wel zijn de andere lagen bij veel bedrijven in bijvoorbeeld de bouw of techniek van toepassing. De ongevallendriehoek kan daarom een belangrijke illustratie of visualisatie vormen in het kader van de bewustwording en bestrijding van ongevallen en onveiligheid op de werkvloer.

Wat kun je met de ongevallendriehoek of IJsbergtheorie?
In de praktijk kunnen veiligheidsmedewerkers de ongevallendriehoek of IJsbergtheorie gebruiken om de veiligheid en bewustwording op dit gebied te bevorderen binnen het bedrijf. De basisredenering is dat men het aantal ernstige incidenten op de werkplek kan verminderen door het aantal minder ernstige incidenten te reduceren. Kortom door werknemers veiliger te laten werken vinden er minder onveilige situaties plaats. Daardoor vinden er ook minder bijna ongevallen plaats en uiteindelijk ook minder ernstige ongevallen. Op die manier kunnen de ongevallendriehoek en de IJsbergtheorie worden ingezet om een veiligheidsbeleid of een Risico Inventarisatie & Evaluatie te ondersteunen. Deze theorie is echter alleen ter ondersteuning van de Risico Inventarisatie & Evaluatie men kan de cijfers niet als exacte waarheden beschouwen. In de volgende alinea kan men de kanttekening lezen die hoort bij de ongevallendriehoek en IJsbergtheorie.

Kanttekening bij ongevallendriehoek en IJsbergtheorie
Net zoals alle theorieën is ook de IJsbergtheorie iets waarmee men een bepaalde mate van waarschijnlijkheid wil illustreren of aanduiden. In dit geval gaat het om het waarschijnlijke verband tussen ernstige ongevallen, minder ernstige ongevallen en onveilig werken op de werkvloer. Men kan de ongevallendriehoek echter niet overal in exacte cijfers hanteren. Als men kijkt naar bedrijven in de offshore dan is daar vaak een hoger risico op dodelijke ongevallen (op bijvoorbeeld een boorplatvorm) dan wanneer men bedrijven in de financiële dienstverlening beoordeeld op het gebied van veiligheid. Ook zal het aantal onveilige handelingen in de offshore dikwijls grotere gevolgen hebben en een grotere kans op ernstig letsel hebben dan wanneer men werkzaamheden doet binnen de muren van een kantoor. Dit zorgt er voor dat een kanttekening zeker op zijn plaats is als men de ongevallendriehoek of de IJsbergtheorie wil hanteren in een Risico Inventarisatie & Evaluatie of een veiligheidsbeleid van een organisatie.

Begrippen ongeval en bijna-ongeval op de werkplek

Als men het heeft over de veiligheid op de werkplek dan kan men kijken naar het aantal ongevallen dat op de werkplek hebben plaatsgevonden in een bepaalde periode. Als men het heeft over ongevallen dan beoordeelt men de waarschijnlijkheid dat een ongeval zal plaats kunnen vinden op de werkplek. Ook beoordeeld men schadelijke effecten van het ongeval. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie omschrijft een werkgever of laat een werkgever omschrijven welke risico’s op de werkplek aanwezig zijn en hoe deze risico’s kunnen worden weggenomen of hoe de ongewenste effecten daarvan kunnen worden beperkt. Men heeft het over risicobestrijding en ongevallenbeheersing. Omdat bij deze planmatige aanpak de begrippen ongeval en bijna-ongeval een belangrijke rol spelen zijn deze begrippen hieronder nader omschreven.

Wat is een ongeval?
Een ongeval is een ongewenst schadelijk (materiële of immateriële schade/ letselschade) gevolg van een gebeurtenis die bewust of onbewust is veroorzaakt. Ongevallen zijn niet altijd het gevolg van onveilig handelen op de werkvloer. Er kan namelijk ook sprake zijn van materialen en machines die wel correct worden gebruikt door werknemers maar op basis van elektrotechnisch of mechanisch defect toch voor een ongeval zorgen. De kans op een ongeval kan wel worden verkleind door de veiligheidsregels in acht te nemen en de persoonlijke beschermingsmiddelen die vereist zijn goed te gebruiken. Ongevallen worden door verschillende factoren veroorzaakt:

  • Menselijke fouten, dit omvat ook het niet naleven van de veiligheidsregels en onveilig handelen op de werkplek.
  • Organisatorische fouten. Leidinggevenden die verkeerde beslissingen maken met betrekking tot het inzetten van mensen, machines en werktuigen.
  • Gebreken aan machines, werktuigen, constructies en voertuigen.
  • Fouten in systemen en automatisering.

Een ongeval en een ongeluk worden in de praktijk vaak als synoniemen gebruikt maar dat is niet geheel juist. Een ongeluk is een veel breder begrip. Een ongeluk is in feite een ongelukkige of ongunstige situatie die het gevolg is van bepaalde oorzaken. Deze oorzaken hoeven geen letsel of materiële schade tot gevolg te hebben. Bij een ongeval is er wel een schade van een bepaalde aard.

Wat is een bijna-ongeval?
Het antwoord op bovenstaande vraag klinkt heel eenvoudig: als er sprake is van een bijna-ongeval is er net geen schade of letsel opgetreden maar scheelde het weinig. Een bijna-ongeval heeft daardoor gelukkig geen schadelijke gevolgen maar procedurele gevolgen dienen er wel te zijn. Een bijna-ongeval kan door een werknemer of door een bedrijf als een soort waarschuwing worden beschouwd. Een situatie is maar nét goed gegaan maar had ook anders af kunnen lopen. Daarom dienen bedrijven ook bijna-ongevallen te registreren en er actief een oplossing voor te vinden. Bedrijven moeten bijna ongevallen serieus nemen. Werknemers dienen daarom ook bijna-ongevallen bij hun leidinggevenden te melden. De leidinggevenden kunnen met veiligheidsspecialisten oplossingen bedenken waardoor de oorzaak van het bijna-ongeval wordt weggenomen. Ook een bijna-ongeval vormt daardoor een belangrijke situatie die in de ongevallenpreventie en ongevallenbestrijding van een bedrijf effectief zal moeten worden aangepakt.

Wat zijn risico’s op de werkplek?

Werknemers kunnen op de werkplek risico’s lopen. Het begrip risico kan worden beschreven als de mate van waarschijnlijkheid dat er een schadelijk effect zal optreden. Risico’s zijn er echter in verschillende soorten en de gevolgen van risico’s verschillen ook. Daarom moet men bij het inventariseren of beoordelen van de risico’s op de werkplek een tweetal aspecten goed inschatten namelijk de kans of waarschijnlijkheid dat er een ongeval of calamiteit zal plaatsvinden en het effect van het ongeval wanneer het zal plaatsvinden. Deze twee aspecten staan hieronder in twee alinea’s weergegeven.

Kans op een ongeval
Op een werkplek kunnen er verschillende ongevallen plaatsvinden. De waarschijnlijkheid dat een ongeval plaatsvind is afhankelijk van verschillende factoren zoals de inrichting van de werkplek en de werktuigen die gebruikt worden. Ook de factor ‘mens’ is zeer belangrijk als men de kans op een ongeval wil beoordelen. Personeel moet bijvoorbeeld persoonlijke beschermingsmiddelen en gereedschappen op de juiste manier gebruiken en zich aan de veiligheidsvoorschriften houden. Doet het personeel dit niet dan neemt de kans op ongevallen toe. Personeel dat de veiligheidsregels niet opvolgt verhoogt dus het risico op een ongeval met letsel of schade tot gevolg. De kans op een ongeval op de werkplek kan men echter ook verkleinen door personeel goed voor te lichten. Dat is de werkgever ook verplicht volgens de Arbowet. Daarnaast is het personeel verplicht om aanwezig te zijn tijdens de voorlichtingen van de werkgever. Ook deze verplichting vloeit voort uit de Arbowet.

Effect van het ongeval
Als men risico’s op de werkplek inventariseert dan zal men ook moeten beoordelen wat het effect is van het ongeval. Heeft men het bijvoorbeeld over materiële schade aan bijvoorbeeld machines of gebouwen of heeft men het over immateriële schade? De laatste schadevariant is lichamelijk of psychisch letsel dat mensen op kunnen lopen ten gevolge van een ongeval. De materiële of immateriële schade kan direct zichtbaar worden maar ook op langere termijn. Bij materiële schade kan bijvoorbeeld slijtage of metaalmoeheid optreden waardoor machines en constructies kunnen verzwakken en extra risico’s met zich mee kunnen brengen. Ook immateriële schade kan indirect zijn bijvoorbeeld door werkdruk kan men stress krijgen en dat kan er op termijn voor zorgen dat werknemers niet meer goed kunnen. Ze kunnen oververmoeid raken kunnen daardoor gevaar veroorzaken. Het effect van het ongeval moet daardoor in kaart worden gebracht. Als men werk met radioactief materiaal of chemische en explosieve stoffen kunnen daar ernstige risico’s aan kleven voor het bedrijf maar ook voor de omgeving. Deze effecten moeten duidelijk worden omschreven in een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie.

Risico’s beheersbaar maken
Zowel werknemers als werkgevers dragen verantwoordelijkheid als het gaat om veiligheid op de werkplek. De werkgever dient de werknemer de juiste materialen te verschaffen en ook de persoonlijke beschermingsmiddelen die de werknemer benodigd heeft om zijn of haar werk veilig uit te kunnen voeren. Werknemers dienen deze persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste voorgeschreven wijze te hanteren. Werknemers moeten geen onnodige risico’s nemen. In feite mogen ze helemaal geen risico’s nemen op de werkplek. Er zijn echter werkzaamheden waarbij je een bepaald risico loopt zoals werken op hoogte of werken met gevaarlijke stoffen.

Deze risico’s kunnen werkgevers en werknemers niet wegnemen men kan wel de risico’s beheersen door veilig te werken en gebruik te maken van speciale voorzieningen. Zo is men verplicht om bepaalde valbeveiliging te dragen als men op hoogte werkt of dient een werknemer die met gevaarlijke stoffen zoals asbest werkt beschermende kleding te dragen. Dit zijn slechts een paar voorbeelden, elke werkplek heeft te maken met bepaalde risico’s op een kantoor zijn deze risico’s meestal gering maar op een bouwplaats of op een boorplatform zijn er vaak grote risico’s. Daarom worden de werknemers op bouwplaatsen en in de offshore regelmatig getraind op het gebied van veiligheid. Hun werkomgeving blijft risico’s met zich meebrengen maar men tracht deze risico’s zoveel mogelijk te beheersen. Daarin hebben zowel werknemers als werkgevers taken. Werknemers zullen bijvoorbeeld ook de werkgever moeten wijzen op onveilige situaties. De werkgever kan deze informatie gebruiken om de werkplek voortdurend veiliger te maken.

Factoren die een invloed hebben op het risico op de werkplek
Als men de kans op het ongeval en het effect van het ongeval in kaart wil brengen is het goed om een aantal punten te beoordelen. Er zijn namelijk aspecten die beoordeeld moeten worden om een duidelijk beeld te krijgen van de risico’s op de werkplek. Dit zijn de volgende:

  • De werkplek. Als men werkt op een veilige goed opgeruimde werkplek is de kans op risico’s kleiner dan wanneer men werkt op een werkplek waar veel materialen over het gangpad liggen, de grond oneffen is en gaten niet zijn gemarkeerd en afgezet. Ook dient men gevaarlijke stoffen veilig op te bergen conform de voorschriften. Verder dienen werknemers voldoende licht te hebben om hun werk veilig te kunnen uitvoeren. Dit zijn slechts een paar aspecten met betrekking tot de werkplek die beoordeeld dienen te worden. Werkplekken verschillen echter omdat werkzaamheden verschillen. Elke werkplek heeft specifieke risico’s en die dienen te zijn omschreven in de RI&E oftewel de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie.
  • Aard van de werkzaamheden. Het soort werk dat men uitvoert is een belangrijk aspect met betrekking tot de veiligheid. Sommige werknemers werken op hoogte weer andere werknemers werken met gevaarlijke stoffen. Een lasser loopt bepaalde risico’s en een glazenwasser ook. Een deskundig asbestverwijderaar loopt in de asbestsanering weer andere risico’s. De aard van de werkzaamheden heeft een grote invloed op de risico’s die ontstaan tijdens het uitvoeren van het werk.
  • Gezondheid en welzijn van de werknemer. De werknemer zelf heeft uiteraard ook een zeer grote invloed op de veiligheid op de werkplek. Als een werknemer gezond en alert is kan hij of zij meestal veiliger werken dan wanneer een werknemer last heeft van vermoeidheid door een te grote werkdruk.

Houding van de werknemer. Bovenstaande heeft vooral te maken met de fysieke eigenschappen van de werknemer. Uiteraard is de houding of attitude van de werknemer ook van groot belang. Een werknemer dient zijn of haar werk en veiligheid serieus te nemen. Ook de veiligheid van anderen moet door de werknemer goed in de gaten worden gehouden. Een betrokken werknemer zorgt voor zichzelf maar ook voor zijn collega’s door elkaar te wijzen op onveilige situaties en het goed gebruiken van machines en persoonlijke beschermingsmiddelen. Het maken van ruzie of pesten op de werkplek kunnen zorgen voor extra onveiligheid. Daarom dient een werknemer zich te gedragen op een manier die van een goed werknemer verwacht kan worden.

Recht op werkonderbreking in Arbowet

De Arbowet is een belangrijke wet die zich richt op het beschermen van de veiligheid en gezondheid van werknemers op en rondom de werkplek. De Arbowet is een wet die zowel aan de werkgever als aan de werknemer een aantal verplichtingen stelt. Een paar voorbeelden hiervan zijn dat de werkgever alles in het werk moet stellen om de werkplek zo veilig mogelijk te maken. Daarnaast moet een werkgever ook de risico’s op de werkplek inventariseren en doormiddel van een plan van aanpak aangeven hoe hij deze risico’s wil wegnemen.

Een werkgever moet daarnaast de werknemers duidelijke (veiligheids)instructies geven. Dit kan bij voorbeeld tijdens een werkoverleg of in een toolboxmeeting. Werknemers zijn verplicht om deze toolboxmeetings bij te wonen en moeten daarnaast verplicht de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s) gebruiken. Deze worden meestal door de werkgever of indien van toepassing door een uitzendorganisatie verstrekt.

Een werknemer dient overigens ook onveilige situaties te melden aan de leidinggevende. Dit is slechts een kleine greep uit verplichtingen die werkgevers en werknemers op  basis van de Arbowet oftewel de Arbeidsomstandigheden wet hebben. Er zijn echter ook rechten en een voorbeeld hiervan is het recht op werkonderbreking, daarover kun je hieronder meer lezen.

Recht op werkonderbreking op basis van Arbowet
Zoals hiervoor genoemd dienen werknemers onveilige situaties te melden. Dit is slechts een klein maar heel belangrijk aspect van veilig werken. Deze meldingsplicht is een onderdeel van iets dat veel belangrijker is namelijk samen zorgdragen voor een veilige werkplek. De overheid kan niet altijd tijdig aanwezig zijn om te controleren of er sprake is van een gevaarlijke situatie. Op dit gebied hebben werknemers en werkgevers een verantwoordelijkheid. Meestal krijgen werknemers veiligheidsinstructies en dat is ook verplicht maar dat neemt niet weg dat er soms onveilige situaties kunnen ontstaan. Werknemers kunnen vaak goed inschatten of een situatie onveilig is of niet. Dit kunnen ze op basis van de informatie die ze uit veiligheidstrainingen hebben gekregen en/of op basis van gezond verstand.

Volgens de Arbowet hebben werknemers het recht om het werk stil te leggen als er sprake is van een ernstig gevaar. De Arbowet heeft het dan over een “redelijk oordeel” van de werknemer. Een werknemer mag niet zomaar het werk stil leggen als er sprake is van een geringe vorm van onveiligheid die snel en veilig verholpen kan worden door de werknemer zelf en/of zijn collega. Het recht op werkonderbreking mag daarom alleen worden gebruikt als er sprake is van ernstig gevaar waarvoor je jezelf en anderen op en rondom de werkplek wil behoeden. De werknemer dient in dit geval direct alle betrokken werknemers te waarschuwen en tevens direct de leidinggevende te informeren.

Een voorbeeld van een dergelijke ernstige situatie is dat een kraan een deel van een steiger raakt waarbij de steigerbuizen zijn verplaatst en een paar planken zijn vervallen. In dat geval kan de verzegeling van de steiger worden verwijdert en zal men de leidinggevende moeten waarschuwen. Die zal vervolgens gecertificeerde steigerbouwers moeten inschakelen om de steiger vakkundig te herstellen. Pas wanneer dit is gebeurd kan men de werkzaamheden op de steiger hervatten. De leidinggevende kan natuurlijk wel van zijn of haar personeel verlangen dat ze op een andere veilige werkplek de werkzaamheden voortzetten.

Loondoorbetaling bij werkonderbreking
De overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid zal in veel gevallen worden ingeschakeld om de (on)veiligheid van een situatie te beoordelen. Een werknemer behoud overigens het recht op salaris zolang de onveilige situatie niet is hersteld. Zodra de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid heeft geoordeeld dat de situatie (weer) veilig is zal de werknemer zijn of haar werk moeten hervatten en is de werkgever niet verplicht het loon door te betalen indien de werknemer de werkonderbreking ongegrond laat voortduren.

Ontstaan Arbowet

De Arbowet is een wet die duidelijke richtlijnen en regels biedt die er voor moeten zorgen dat de werkplek zo veilig mogelijk wordt voor werknemers. In feite is de Arbowet gericht op het bevorderen en beschermen van de gezondheid en veiligheid van de werknemers. Werknemers en uitzendkrachten moeten op een verantwoorde wijze veilig hun arbeid kunnen verrichten. De Arbowet biedt verschillende verplichtingen aan werkgevers zo moeten werkgevers een arbeidsomstandighedenbeleid invoeren. Het arbeidsomstandighedenbeleid is een beleidsmatige aanpak waarmee men ziekteverzuim kan terugdringen. De Arbowet is tegenwoordig niet meer weg te denken als men het heeft over veiligheid op de werkvloer. De wet bestaat al decennia lang. Hieronder is een korte beschrijving genoteerd over de situatie voor de Arbowet.

Veiligheidswet van 1895
Eeuwen geleden werden veel productieprocessen nog door spierkracht en eenvoudige werktuigen uitgevoerd. Door de ontwikkeling van de stoommachine en het gebruik van elektriciteit kon men echter steeds meer werkzaamheden door machines uitvoeren. Ook de verbrandingsmotoren zorgden er voor dat steeds meer processen gemechaniseerd konden worden. Dat bracht natuurlijk extra veiligheidsrisico’s met zich mee. Op bouwplaatsen werd gebruik gemaakt van mechanische hefmachines en in fabrieken werden grote machines geplaatst met transportbanden. De veiligheid van werknemers moest echter wel beschermd worden tegen de vernietigende werking van mechanische krachten. Daarom moesten werkplekken veilig worden gemaakt. Daarvoor was wetgeving nodig.

De eerste Veiligheidswet ter bescherming van volwassen mannen werd van kracht in 1895. Deze Veiligheidswet was alleen van toepassing voor werkplaatsen en fabrieken. De Veiligheidswet was dus niet van toepassing in de landbouwsector en ook niet in de huisnijverheid. De Veiligheidswet was een raamwet en dat zorgde er voor dat de bepalingen voor de uitvoering hoofdzakelijk doormiddel van de Algemene Maatregelen van Bestuur gegeven konden worden. Het parlement hoefde de bepalingen voor de uitvoering van de Veiligheidswet dus niet bij iedere technologische ontwikkeling te herzien.

Veiligheidswet 1934
De hiervoor genoemde Veiligheidswet van 1895 was gericht op de veiligheid van fabrieken en werkplaatsen. Dat zorgde er voor dat de wet niet een heel breed bereik had binnen het bedrijfsleven. Er werd in 1934 een nieuwe Veiligheidswet ingevoerd. Deze Veiligheidswet van 1934 had een veel breder bereik omdat deze wet gold voor zowel de werkplaatsen, fabrieken als voor agrarische bedrijven. Ook was de Veiligheidswet van 1934 van toepassing op het werken met gevaarlijke stoffen en elektriciteit.

Arbeidsomstandighedenwet of Arbowet
Vanaf 1974 kregen kreeg Nederland te maken met de eerste Europese richtlijnen die er voor moesten zorgen dat het aantal ongelukken op de werkvloer zou afnemen. Er werd in Nederland een nieuwe wet ontwikkeld om de Europese richtlijnen te implementeren maar ook de huidige Nederlandse wetgeving te optimaliseren. Dit was de Arbeidsomstandighedenwet die in 1980 tot stand is gekomen. Deze wet werd vanaf 1983 in verschillende stappen ingevoerd in Nederland. De Arbeidsomstandighedenwet verving de Veiligheidswet 1934. De Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel Arbowet genoemd.

Bedrijven kregen door de invoering van de Arbowet meer verantwoordelijkheid en kregen bovendien meer verplichtingen om de veiligheid van hun werknemers te waarborgen. Bedrijven moeten de risico’s op de werkvloer inventariseren en moeten doormiddel van een plan van aanpak aangeven hoe ze ongelukken op de werkvloer willen voorkomen door de risico’s effectief aan te pakken. Dit zorgde er voor dat bedrijven dikwijls een complete andere benadering moesten toepassen op het gebied van veiligheid. Bedrijven moesten namelijk veiligheid niet alleen fysiek waarborgen maar ook administratief, beleidsmatig en planmatig. Dat zorgde voor veel problemen met name bij kleine bedrijven. Gelukkig werden kleine ondernemingen aan het begin van de invoering van de Arbowet ondersteund door de inspecteurs. Deze inspecteurs hielpen de kleine ondernemingen hun bedrijfsrisico’s te inventariseren en een plan van aanpak opstellen.

Herziening Arbowet in 1994
De samenleving verandert evenals de technologie. Daarnaast is Nederland ook steeds meer een onderdeel geworden van een wereldeconomie. Al deze ontwikkelingen zorgen er voor dat wetten veranderen en regelmatig geoptimaliseerd moeten worden om in de praktijk hanteerbaar te blijven. Vanaf 1 januari 1994 is de Arbowet bijvoorbeeld weer ingrijpend gewijzigd. Zo moesten bedrijven verlicht aangesloten zijn bij een arbodienst. Ook zijn bedrijven vanaf 1994 verplicht om een risico-inventarisatie te hanteren. Verder werd de Arbowet in 1994 aangepast op het gebied van de Europese wetgeving zodat de nieuwe Arbowet vanaf 1994 voldeed aan de Europese richtlijn 89/391EEG.

Wijzigingen Arbowet na 1994
De aanpassingen en wijzigingen van de Arbowet zijn niet gestopt na 1994. Zo is werd er in maart 1996 nog een nota opgesteld met de veelzeggende benaming: “Heroriëntatie arbobeleid en Arbowet”. Doormiddel van deze nota heeft de regering van Nederland meer verantwoordelijkheid neergelegd bij werkgevers en werknemers op het gebied van arbobeleid en verzuimbeleid. De administratieve verplichtingen werden beperkt en te gedetailleerde wet- en regelgeving wet geschrapt. Verder werd het handhavingsbeleid van de Arbeidsinspectie aangepast deze inspectie ging zich meer richten op ernstige risico’s en het aanpakken van bedrijven die de regels niet willen naleven. Verder werd een bestuurlijke boete ingevoerd voor bedrijven die zich niet aan de wetgeving houden.

In 1998 werd de Arbowet op basis van deze aanpassingen grond gewijzigd. Op 1 november 1999 trad de nieuwe Arbowet in werking. Vanaf dat moment werden nog regelmatig nieuwe wijzigingen doorgevoerd. Deze wijzingen hebben allemaal tot doen de toepassing en de handhaving van de Arbowet te bevorderen. Daarnaast blijkt ook dat de overheid steeds meer verantwoordelijkheid wil neerleggen bij bedrijven en werknemers als het gaat om het bevorderen en waarborgen van de veiligheid en gezondheid van werknemers op de werkplek.

Voor welke gereedschappen geldt de Stand der Techniek?

De Stand der Techniek kan worden omschreven als het hoogste niveau van technische ontwikkeling voor bijvoorbeeld een bepaald stuk gereedschap. De Stand der Techniek is vanaf juni 2013 van toepassing op verschillende gereedschappen. De gereedschappen waarop de Stand der Techniek wordt toegepast zijn gereedschappen waarmee stof vrij kan komen zoals stof van hout en respirabel kwarts. Doel van de Stand der Techniek is het scheppen van strenge technische eisen waaraan gereedschappen moeten voldoen die stof kunnen veroorzaken. De strenge technische eisen moeten er voor zorgen dat werknemers minder stofdeeltjes kunnen inademen door het gebruik van het gereedschap. Het verspreiden van stof moet zoveel mogelijk bij de bron bestreden worden.

Welke gereedschappen vallen onder de richtlijnen van de Stand der Techniek?
De Stand der Techniek is van toepassing op een aantal gereedschappen die worden gebruikt voor het bewerken van steen, beton en kalkzandsteen. Dit zijn de volgende gereedschappen:

  • Combihamers;
  • Hak- en sloophamers;
  • Pneumatische hakhamers;
  • Haakse slijpers;
  • Diamantboormachines.

Ook voor machines die worden gebruikt voor het bewerken van hout is de Stand der Techniek van toepassing. Dit is het geval bij de volgende machines:

  • Schuurmachines;
  • Decoupeerzagen;
  • Handschaafmachines;
  • Invalcirkelzagen.

Wat is de ‘Stand der Techniek’ met betrekking tot stofvrije gereedschappen?

De ‘Stand der Techniek’ is een uitdrukking die kan worden omschreven als de het hoogste niveau van een technische ontwikkeling dat op een bepaald moment wordt bereikt. Als men deze uitdrukking toepast op stofvrije gereedschappen doelt men op gereedschappen waarmee tijdens het gebruik de grenswaarden van schadelijke stoffen niet worden overschreden. Stofvrije gereedschappen dragen bij aan het beschermen van de gezondheid van werknemers die ze gebruiken of die in de nabije omgeving aanwezig zijn. Werkgevers dienen er alles aan te doen om de gezondheid van werknemers te beschermen. Daarom dient de stand der techniek van stofvrij gereedschap in orde te zijn.

Schadelijke stofdeeltjes in de techniek

In de techniek wordt met verschillende materialen gewerkt. Zo worden onder andere houtsoorten, metalen en uiteenlopende steensoorten bewerkt tot producten. Schadelijke stofdeeltjes zijn bijvoorbeeld: houtstof van hardhout en respirabel kwarts. Deze stofdeeltjes zijn schadelijk wanneer ze in de luchtwegen terecht komen. Stofdeeltjes kunnen klachten veroorzaken zoals bronchitis en sommige stofdeeltjes zijn zo gevaarlijk dat er een kans bestaat op kanker wanneer de stofdeeltjes vaak worden inademend. Werknemers moeten beschermd worden tegen de schadelijke effecten van stof.

Stand der Techniek van stofvrij gereedschap
De Stand der Techniek van stofvrije gereedschappen wordt door een aantal aspecten bepaald. Deze verschillende technische aspecten kunnen in combinatie met elkaar voor een optimale Stand der Techniek zorgen. Allereerst de mate van compartimentering belangrijk. Compartimenteren van de bron waar het stof ontstaat is de beste bescherming omdat daarmee zo veel mogelijk de verspreiding van stof naar de ademhalingsorganen van de werknemers wordt voorkomen. Een goede compartimentering zorgt er voor dat de verspreiding van stof bij de bron wordt tegengegaan waardoor er minder technische systemen hoeven te worden toegepast om het reeds verspreide stof op te vangen. Als de compartimentering onvoldoende is zal er een stofafzuigsysteem aan of in het gereedschap moeten worden aangebracht.

De effectieve capaciteit van het stofafzuigsysteem is een belangrijk aspect van de Stand der Techniek van stofvrij gereedschap. Daarnaast dient ook de kwaliteit van het filtersysteem in orde te zijn. Het stof dat door de stofzuiger wordt afgezogen moet namelijk goed gefilterd worden door stoffilters. Verder dienen deze stoffilters regelmatig gereinigd te worden anders is het effect van de filtering gering. Dit reinigen van filters kan mechanisch worden gedaan, automatisch en handmatig.

Er worden ook wel andere beheersmaatregelen toegepast zoals het toevoegen van water in de vorm van nevel. Dit zorgt er voor dat stof in het water wordt opgenomen. Ten opzichte van de toepassing van water is een goed afzuigsysteem een effectiever middel tegen het verspreiden van stof. De effectiviteit van de verschillende beheersmaatregelen moet worden onderzocht en door onderzoek worden gevalideerd. Een voorbeeld van het onderzoeken van de beheersmaatregelen is de TNO Prestatietoets.

Wat is actieve veiligheid bij machines en voertuigen?

Actieve veiligheid is een term die wordt gebruikt voor alle technische systemen en constructies die aanwezig zijn in en rond een voertuig of machine met het doel: het voorkomen van letsel en ongevallen. Passieve veiligheid verschilt met actieve veiligheid omdat passieve veiligheid gericht is op het beperken van de schadelijke gevolgen tijdens een ongeval. Met name in de voertuigindustrie is actieve veiligheid een zeer bekende term. Actieve veiligheid wordt echter ook toegepast bij machines.

Voorbeelden van actieve veiligheid
Als men het heeft over actieve veiligheid bij auto’s en bedrijfswagens heeft men het meestal over een enorme diversiteit aan technieken en systemen die geïntegreerd kunnen zijn in auto’s.  Zo zijn bijvoorbeeld de banden, wielophanging en vering belangrijk voor de wegligging van het voertuig. Dit heeft invloed op de veiligheid omdat het contact met de weg van groot belang is. Ook het remsysteem is belangrijk, systemen zoals rembekrachtiging, gescheiden remsysteem en antiblokkeersysteem (ABS) zorgen er voor dat de veiligheid wordt vergroot.

Ook een electronic stability program (ESP) vergroot de veiligheid evenals de stuurbekrachtiging. Verlichting zorgt er ook voor dat de veiligheid wordt verbetert en ongelukken worden voorkomen. Door een goede verlichting heeft de bestuurder een beter zicht op het omringende verkeer. Daarnaast is het voertuig ook voor de overige verkeersdeelnemers beter zichtbaar. Een derde remlicht zorgt er voor dat achteropkomende voertuigen goed kunnen zien dat de bestuurder op de rem trapt. Hierdoor kunnen andere weggebruikers tijdig anticiperen.

Ook bij motorfietsen wordt aandacht besteed aan actieve veiligheid.  Ook hierbij is het integraal remsysteem belangrijk evenals het antiblokkeersysteem. Verder zijn spiegels belangrijk voor het zicht van de motorrijder. Verlichting is voor motorfietsen ook van groot belang, omdat het verhoudingsgewijs kleine voertuigen zijn op de weg. Daarom moeten ze goed zichtbaar zijn voor de overige weggebruikers. Verder kunnen motorfietsen ook worden uitgerust met een tyre-pressure monitoring system, een startbeveiliging, tractiecontrole en een slipkoppeling ter verbetering van de veiligheid.

Bij machines kunnen speciale veiligheidssystemen worden aangebracht met behulp van camera’s en sensors die kunnen zien of mensen in de buurt van scherpe of roterende machinedelen komen. De machine kan dan automatisch uitschakelen. Verder kunnen roterende of snijdende machinedelen worden afgeschermd met beschermkappen. Ook is het mogelijk om machines zo te ontwerpen dat ze met twee handen bediend moeten worden zodat mensen niet met één hand in de snijdende delen terecht kunnen komen.

Actieve veiligheid is geen garantie
Actieve veiligheid biedt geen garantie tegen ongelukken. Uiteindelijk zal de bestuurder of de machinebediener zelf een doorslaggevende rol spelen bij het reduceren van de kans op ongelukken. Veiligheid begint bij de mensen zelf. Zij dienen de machines en voertuigen veilig te gebruiken en regelmatig te onderhouden. Goed onderhoud zorgt er namelijk voor dat de kans op ongelukken klein blijft. Daarom is voor auto’s de Algemene Periodieke Keuring APK ingevoerd. Ook machines moeten regelmatig door een erkende instantie worden gekeurd. In Nederland dient men in bezit te zijn van een geldig rijbewijs en dienen machinebedieners van te voren goed geïnstrueerd te zijn over de werking van machines en de risico’s die daaraan verbonden zijn.