Wat is arbeidsproductiviteit?

Arbeidsproductiviteit wordt ook wel de gemiddelde arbeidsproductiviteit genoemd en is de hoeveelheid werk of productie die één arbeider produceert per tijdseenheid. De arbeidsproductiviteit kan bijvoorbeeld per uur in kaart worden gebracht. Hoe hoger de productiviteit is per arbeider hoe minder arbeid er relatief nodig is. De arbeidsproductiviteit is geen vast gegeven. Dat betekent dat de arbeidsproductiviteit kan veranderen.

De arbeidsproductiviteit heeft niet zozeer te maken met het kwantitatieve aspect oftewel de hoeveelheid arbeiders maar meer met het kwalitatieve aspect oftewel de vaardigheden, kennis en competenties van de arbeiders. De arbeidsproductiviteit wordt ook gemeten door per arbeider de toegevoegde waarde te nemen.

Een hoge arbeidsproductiviteit kan verschillende oorzaken en redenen hebben. Zo kan een hoge arbeidsproductiviteit ontstaan door een goede scholing van de arbeidskracht. Ook kan specialisatie een belangrijke invloed hebben. Als werknemers gespecialiseerd zijn in specifieke werkzaamheden kan het werk effectiever worden uitgevoerd waardoor de hoeveelheid werk per uur omhoog gaat kortom de arbeidsproductiviteit gaat omhoog. Specialisatie kan in het kader van arbeidsproductiviteit worden beschouwd als de noodzaak om te ruilen omdat de meeste bedrijven en arbeiders niet zelf alle goederen kunnen produceren waaraan ze behoefte hebben. Bedrijven kunnen gespecialiseerd zijn in de productie van bepaalde producten en halffabricaten die andere bedrijven niet kunnen produceren. Zo kunnen bedrijven ook doordat ze verschillende halffabricaten voor elkaar maken ook een gezamenlijke productieketen vormen.

De arbeidsproductiviteit heeft ook te maken met de manier waarop bedrijven werk en werkzaamheden inrichten en plannen. Uiteindelijk moet een arbeider het werk doen waarvoor hij of zij geschikt is. Opleiding en training kunnen de kwaliteiten van een arbeider verbeteren. Een vakbekwame arbeider heeft een hogere productiviteit dan een arbeider die minder vakbekwaam is. Daarnaast heeft kapitaalintensiteit invloed op de arbeidsproductiviteit. De inzet van veel en vooral ook de juiste kapitaalgoederen zoals goede gereedschappen en machines kan een positief effect hebben op de arbeidsproductiviteit. Met goede veilige machines en gereedschappen kunnen mensen meer produceren.

Wat is een vaststellingsovereenkomst?

De vaststellingsovereenkomst is een overeenkomst waarin een bindende regeling is opgenomen om een bestaand geschil op te lossen of een geschil te voorkomen. Een vaststellingsovereenkomst wordt meestal opgemaakt in de vorm van een beëindigingsovereenkomst waarin afspraken worden gemaakt hoe een werknemer de organisatie gaat verlaten. In een vaststellingsovereenkomst staan de voorwaarden met betrekking tot het ontslag van de werknemer. Door deze voorwaarden en afspraken vast te leggen kunnen discussies of geschillen in de toekomst worden voorkomen.

Werkgever en werknemer tekenen
Zowel de werknemer als de werkgever hebben baat bij duidelijkheid als er een ontslag plaatsvind. Daarom is een vaststellingsovereenkomst voor zowel de werkgever als de werknemer een nuttig middel om problemen op te lossen en te voorkomen. Zowel de werknemer als de werkgever moeten de vaststellingsovereenkomst ondertekenen. Wanneer beide de vaststellingsovereenkomst hebben ondertekend is deze geldig anders niet. Als een werknemer de vaststellingsovereenkomst niet heeft ondertekend blijft in de juridische zin zijn of haar dienstverband bestaan.

Een werknemer heeft bovendien twee weken na ondertekening de tijd om van gedachten te veranderen. Daarvoor hoeft de werknemer geen specifieke legitieme redenen op te geven. Werkgevers moeten specifiek aangeven dat de werknemer twee weken bedenktijd heeft. Als de werkgever dat niet doet heeft dat tot gevolg dat de werknemer niet twee maar zelfs drie weken bedenktijd heeft. Wanneer de werknemer besloten heeft om toch niet in te stemmen met de vaststellingsovereenkomst zal dit binnen deze termijn moeten worden aangegeven. Als de instemming tijdig wordt herroepen zal de werknemer weer onder de oude voorwaarden zijn of haar dienstverband kunnen voortzetten bij de werkgever. Het ontslag wordt dan teniet gedaan en het dienstverband blijft bestaan.

Wat staat er in de vaststellingsovereenkomst?
In een vaststellingsovereenkomst staan specifieke afspraken met betrekking tot het beëindigen van het dienstverband van een arbeidscontact van een werknemer. In deze overeenkomst staat wanneer het arbeidscontract wederzijds zal worden opgezegd. Ook is er een eventuele ontslagvergoeding of transitievergoeding opgenomen. De uitbetaling van de reserveringen waaronder de vakantiedagen wordt er ook in benoemd. Soms is iemand een bepaalde periode vrijgesteld van werkzaamheden, dit zal ook in de vaststellingsovereenkomst moeten worden vastgelegd. Verder is er in deze overeenkomst aangegeven welke bedrijfseigendommen zoals laptops, bedrijfswagens, bedrijfskleding, bedrijfstelefoons, gereedschap moeten worden ingeleverd.

Vaststellingsovereenkomst en WW
Veel werknemers die te maken krijgen met ontslag willen weten of ze in aanmerking komen met een uitkering vanuit de Werkloosheidswet oftewel de WW. Een vaststellingsovereenkomst kan een ontslagen werknemer recht geven op een WW uitkering wanneer deze overeenkomst voldoet aan de wettelijke bepalingen en regelgeving. Daarom is het belangrijk dat een vaststellingsovereenkomst getoetst is door een jurist met voldoende kennis over het arbeidsrecht. Op internet zijn er verschillende arbeidsjuristen die hun dienstverlening op dit gebied aanbieden.

Uitzendbureaus, loopbaanbegeleiding en loopbaanontwikkeling

Dat uitzendbureaus een belangrijke rol vervullen op de arbeidsmarkt is duidelijk. Een uitzendbureau is een intermediair oftewel een tussenpersoon tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Daardoor heeft een uitzendorganisatie een goed beeld van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Uitzendbureaus weten welke vacatures open worden gezet door hun opdrachtgevers en wat opdrachtgevers graag willen zien op de cv’s van beschikbare kandidaten. Omdat uitzendbureaus vaak een groot netwerk hebben van beschikbaar personeel en (potentiële) opdrachtgevers krijgen ze een veel kennis die onder andere gebruikt kan worden voor loopbaanbegeleiding.

Loopbaanbegeleiding door uitzendbureaus
Bij het woord uitzendbureau denkt men in de praktijk vaak niet aan loopbaanbegeleiding, toch hebben de werkzaamheden van intercedenten op een uitzendbureau veel overeenkomsten met de werkzaamheden die een loopbaanbegeleider doet. Intercedenten beginnen voor de arbeidsbemiddeling namelijk met het beoordelen van het cv van de werkzoekenden en daarnaast wordt een intakegesprek gehouden. Tijdens het intakegesprek wordt dieper ingegaan op de informatie die uit het cv naar voren komt. Daarnaast vraagt de intercedent vaak goed door op de werkervaring en de ambities van de werkzoekende. Hierdoor wordt duidelijk wat iemand tijdens zijn of haar loopbaan heeft gedaan en wat hij of zij in de toekomst voor werkzaamheden zoekt. Dit vormt in feite ook de basis voor het gesprek dat loopbaanbegeleiders hebben met hun cliënten.

Intakegesprek als loopbaanoriëntatie

Het intakegesprek vormt in feite een oriëntatie op de loopbaanmogelijkheden van de werkzoekende via het uitzendbureau. Het uitzendbureau maakt een inventarisatie van het opleidingsniveau en de werkervaring van de werkzoekende. Er kunnen competentieprofielen worden opgesteld en eventueel kan zelfs een portfolio worden beoordeeld. Dit alles zorgt er voor dat niet alleen het uitzendbureau een goed beeld krijgt van de capaciteiten en mogelijkheden van de werkzoekende, ook de werkzoekende zelf krijgen een goed beeld van zijn of haar kansen en perspectieven op de arbeidsmarkt. De meeste uitzendorganisaties maken tijdens het intakegesprek ook notities en noteren een profielschets van de werkzoekende en zetten dit boven het cv en in het systeem. Deze profielschets is nuttige informatie voor een uitzendbureau en de opdrachtgevers van de uitzendorganisatie. Het vormt als het ware de indruk die de werkzoekende heeft gemaakt op de intercedent. Tijdens het intakegesprek worden door de intercedent ook vragen gesteld met betrekking tot motivatie. Dit kunnen vragen zijn zoals:

  • Waarom heb je voor die opleiding gekozen?
  • Waarom heb je een opleiding niet afgemaakt?
  • Waarom besluit je verder te solliciteren?
  • Wat is de reden dat je gestopt bent om voor dat bedrijf te werken?
  • Welk werk heeft je meeste interesse?
  • Welk werk geeft je voldoening?
  • Welk werk zou je liever niet meer willen doen?
  • Waar ben je goed in?

Veel van deze vragen worden echter ook gesteld door loopbaanbegeleiders tijdens een loopbaangesprek. Deze vragen zetten de cliënt en werkzoekende aan tot nadenken over zijn of haar eigen loopbaankeuzes en loopbaanmogelijkheden.

Uitzendbureaus als loopbaanbegeleider

Niet alleen de inventarisatie van de loopbaanmogelijkheden wordt door een uitzendbureau gedaan, In de praktijk zijn veel uitzendbureaus bewust en onbewust bezig om als loopbaanbegeleiders iemand aan het werk te helpen. Tijdens het intakegesprek of in een latere fase van de arbeidsbemiddeling worden door veel uitzendbureaus tips en adviezen gegeven waarmee de werkzoekende geholpen kan worden om zijn of haar loopbaan richting te geven. Hierbij kun je denken aan adviezen die gericht zijn op sollicitatie. Hoe kun je bijvoorbeeld je kansen vergroten tijdens een sollicitatieprocedure? Veel bedrijven laten namelijk de uitzendkrachten eerst op sollicitatiegesprek komen voordat ze deze flexkrachten aannemen.
Ook kan een uitzendbureau een werkzoekende adviseren om zich juist wel of niet in een bepaalde richting te specialiseren of te verbreden. De vraag vanuit de arbeidsmarkt vormt daarbij vaak een belangrijk uitgangspunt. Uitzendbureaus weten namelijk waar behoefte aan is op de arbeidsmarkt. Veel loopbaanbegeleiders weten dat vaak niet en gaan puur uit van de intrinsieke motivatie van de werkzoekende. Een uitzendbureau kan daardoor niet alleen de loopbaanwens van de werkzoekende in kaart brengen maar ook de perspectieven op de arbeidsmarkt daar tegen afwegen. Dat zorgt voor een kwalitatief goed totaalbeeld voor de werkzoekende.

Loopbaanontwikkeling door uitzendbureaus
Naast de intakegesprekken die als loopbaanoriëntatie kunnen worden beschouwd kunnen uitzendbureaus ook daadwerkelijk ontwikkeltrajecten aanbieden aan werkzoekenden. Deze ontwikkeltrajecten kunnen bestaan uit het bieden van passend werk met een bepaalde opbouw. Zo kan een werkzoekende in eerste instantie bemiddeld worden richting een assistentenfunctie om vervolgens door te groeien tot een zelfstandige vakkracht. Dit gebeurd veel in de techniek. Een uitzendbureau krijgt bovendien vaak feedback van opdrachtgevers over het functioneren van de uitzendkracht en kan dit terugkoppelen aan de uitzendkracht. Daarnaast kan de feedback worden gebruikt in de verdere loopbaankeuzes van de werkzoekende of uitzendkracht. Het uitzendbureau en de uitzendkracht kunnen deze feedback bovendien in een cv verwerken waarmee de uitzendkracht verder bemiddeld kan worden naar een hogere functie of meer gespecialiseerde functie. Ook wanneer de uitzendkracht bepaalde werkzaamheden minder goed heeft uitgevoerd is er sprake van belangrijke informatie. De uitzendkracht kan dan eventueel door de uitzendorganisatie worden geholpen bij zijn of haar ontwikkeling. Dit kan doormiddel van opleidingen en trainingen.

Uitzendbureau als opleider
Opleidingen en opleidingstrajecten worden veelvuldig aangeboden door uitzendorganisaties. Veel uitzendbureaus hebben zelfs contracten en samenwerkingsverbanden gesloten met opleidingsinstituten. Dat zorgt er voor dat er een goede begeleiding is en dat er een goed opleidingsadvies mogelijk is. Vooral wanneer er een krapte aan personeel is op de arbeidsmarkt worden opleidingen belangrijker. De advisering van uitzendbureaus op het gebied van opleidingen is nuttige informatie voor de uitzendkracht ook wanneer de uitzendkracht of werkzoekende niet besluit om voor de uitzendorganisatie te gaan werken. Veel uitzendbureaus betalen echter ook de opleidingen aan de uitzendkrachten wanneer deze voor het uitzendbureau gaan werken bij een opdrachtgever.

Loopbaanbegeleiding en de flexibilisering van de arbeidsmarkt
De combinatie tussen de loopbaanoriëntatie tijdens het intakegesprek en de opleidingsmogelijkheden van een uitzendbureau vormen een totaalpakket waardoor de uitzendorganisatie niet alleen als loopbaanbegeleider kan worden beschouwd maar ook als loopbaanvormer of loopbaanontwikkelaar voor uitzendkrachten en ander flexibel personeel. Op deze manier levert een uitzendorganisatie niet een tijdelijke oplossing voor een uitzendkrachten door ze van passend werk te voorzien maar ook een structurele oplossing waarmee uitzendkrachten in de toekomst ook aan het werk kunnen blijven. Dat laatste is afhankelijk van de loopbaanmogelijkheden en loopbaanperspectieven die steeds belangrijker worden op een flexibele arbeidsmarkt. Veel werknemers werken niet voor altijd bij één opdrachtgever of werkgever maar wisselen tijdens hun loopbaan regelmatig van werkgever. Dat zorgt er voor dat de loopbaan moet worden vormgegeven en ontwikkelt. Een belangrijke rol is hierin weggelegd voor het uitzendbureau.

Hoe ontstaan vacatures?

Een vacature kan op verschillende manieren ontstaan. De reden waarom een vacature is ontstaan kan van belang zijn voor een sollicitant. Als een bedrijf bijvoorbeeld aan het groeien is kan de werkgelegenheid toenemen en kunnen er nieuwe vacatures ontstaan. Het is echter ook mogelijk dat er juist werknemers zijn vertrokken waardoor er weer functies beschikbaar komen en er ook vacatures ontstaan. Dit zijn slechts een paar voorbeelden. In onderstaande alinea’s worden een aantal voorbeelden genoemd van belangrijke oorzaken van het ontstaan van een vacature.

Vacatures bij een startup
Een bedrijf dat net opgestart is en zich bijvoorbeeld richt op een kansrijke markt wordt ook wel een startup genoemd. Een startup in de financiële technologie wordt ook wel een fintech bedrijf genoemd. Deze bedrijven zijn vaak compact en zoeken specialisten die een team enthousiaste collega’s kunnen aanvullen. Vacatures bij deze bedrijven zijn vaak sterk gericht op competenties en teamgerichtheid. Daarnaast vragen startups vaak om werknemers met een specifieke vakkennis. Soms wordt gevraagd aan sollicitanten om zelf ook te investeren in het bedrijf door geld in een maatschap of andere constructie te steken.

Vacatures door groei
Zowel bij startups als bij bedrijven die al jaren bestaan kunnen nieuwe vacatures ontstaan door de groei van de organisatie. Veel bedrijven beginnen als vrij platte organisaties waarbij na verloop van tijd steeds meer ‘lagen’ in de organisatiestructuur worden toegevoegd. Daardoor ontstaan ook staffuncties en verschillende leidinggevende functies. Complexe organisatiestructuren vragen om specialisten met specifieke kennis. Grote groeiende organisaties hebben vaak duidelijke afgebakende functieprofielen terwijl kleine organisaties die groeien juist vaak brede functieprofielen hebben. Dit komt ook naar voren in de vacaturebeschrijvingen van deze organisaties.

Vacatures i.v.m. tijdelijke productietoename
Sommige bedrijven zetten ook vacatures uit vanwege een tijdelijke toename in de productie. Dit kunnen zowel productiebedrijven zoals fabrieken zijn maar ook metaalproductiebedrijven en machinebouwers. Meestal zijn deze vacatures van tijdelijke aard. Daarom worden veel productievacatures uitgezet bij uitzendbureaus. Het kan echter wel voorkomen dat een tijdelijke flexfunctie wordt omgezet in een langdurig dienstverband als de drukte bij het bedrijf blijft aanhouden. Daarom kunnen ook tijdelijke productiefuncties interessant zijn voor werknemers die een langdurig dienstverband zoeken. Er is ook nog een verschil of de werknemer via een uitzendorganisatie of rechtstreeks bij het bedrijf aan de slag gaat. Beide arbeidsverhoudingen hebben voordelen en nadelen.

Als je rechtstreeks bij een bedrijf aan de slag gaat op flexbasis, bijvoorbeeld op een 0-uren contract dan heb je wel een rechtstreeks dienstverband bij een bedrijf dat betekend in de regel meer kans op een langdurig dienstverband bij goed functioneren. Een garantie is er echter niet. Als je via een uitzendorganisatie aan de slag gaat kun je altijd terugvallen op het uitzendbureau met het verzoek om ander (uitzend)werk te zoeken.

Vacatures door verloop en arbeidsongeschiktheid
Er kunnen ook vacatures binnen een bedrijf ook vacatures ontstaan door verloop. Zo kunnen werknemers als ze de pensioengerechtigde leeftijd bereiken de organisatie verlaten waardoor er weer een positie vacant wordt. Ook als een werknemer langdurig arbeidsongeschikt is verklaard zal een bedrijf er voor kunnen kiezen om een vacature open te stellen. Als er sprake is van een opvulling van ziekte of zwangerschap zal er meestal een vacature voor een kort dienstverband open komen te staan. Als werknemers door pensioen de organisatie verlaten kan er echter ook een vacature voor een lang dienstverband open komen te staan.

Vacatures door ontslag
Het komt ook voor dat vacature ontstaat doordat een werknemer vrijwillig of gedwongen de organisatie moet verlaten. Het initiatief kan dan zowel bij de werkgever liggen of bij de werknemer. Als er een arbeidskracht verdwijnt kan er een vacature open komen te staan maar dat hoeft niet. In sommige gevallen moeten bedrijven bezuinigen en zijn er bedrijfseconomische redenen die er voor zorgen dat een functie niet meer ingevuld kan worden. Men gebruikt ook wel de term boventallig, als er te weinig werk is om alle werknemers aan het werk te kunnen houden. Als een boventallige werknemer vertrekt zal er niet snel dezelfde functie worden open gezet voor sollicitanten.

Vacatures door nieuwe technologie en innovatie
In de techniek en industrie kunnen ook vacatures ontstaan door nieuwe technieken en innovatie. Door bijvoorbeeld automatisering van productieprocessen zijn PLC-programmeurs en gespecialiseerde onderhoudsmonteurs nodig. Bovendien zijn er in de techniek ook voortdurend hoogopgeleide krachten nodig die nieuwe systemen, machines, programma’s en andere technologische producten ontwikkelen. Deze engineers en constructeurs kunnen in sommige gevallen ook door organisaties worden binnengehaald puur vanwege de nieuwe kennis. Daardoor kunnen ze dikwijls niet geplaatst worden op reeds bestaande vacatures en functieomschrijvingen maar worden er soms nieuwe vacatures en functieomschrijvingen gemaakt. Dit probleem hebben startups ook bij het binnenhalen van hoogwaardig, specialistisch personeel.

Aandachtspunten bij arbeidsovereenkomsten

In Nederland worden dagelijks arbeidsovereenkomsten gesloten tussen werkgevers en werknemers. Voorafgaand aan het daadwerkelijk sluiten van een arbeidsovereenkomst wordt vaak eerst een zoektocht uitgevoerd naar een geschikte kandidaat. Dit wordt ook wel een wervingsprocedure genoemd en kan worden uitgevoerd door de werkgever zelf, een headhuntersbureau, een werving en selectiebureau of een uitzendbureau. Welke constructie het bedrijf ook kiest uiteindelijk is het de bedoeling dat de juiste kandidaat wordt geselecteerd voor de functie. Als dat gedaan is kan een arbeidsovereenkomst met de werknemer worden aangegaan. In onderstaande alinea’s heeft Tjerk van der Meij in het kort uitgelegd welke aspecten aan de orde komen bij het sluiten van een arbeidsovereenkomst.

Het sluiten van arbeidsovereenkomsten
Een bedrijf zal na een periode van werving en selectie als het goed is de juiste kandidaat hebben gevonden. Althans in ieder geval een kandidaat die geschikt genoeg is om de functie van de vacature te bekleden. Na het opstellen van de arbeidsovereenkomst kan de werknemer starten met zijn of haar werkzaamheden. Het opstellen van de arbeidsovereenkomst is de laatste stap in het aan nemen van de nieuwe werknemer.

Voorafgaand aan het opstellen van de arbeidsovereenkomst vindt een arbeidsvoorwaarden gesprek plaats waarin onder andere het salaris, vakantie dagen, werkuren en andere arbeidsvoorwaarden worden besproken. Na afloop van dit gesprek staat zwart op wit dat de werknemer arbeid verricht in ruil voor een bepaald loon. In de arbeidsovereenkomst wordt de werknemer verplicht gesteld aan arbeid die hij of zij zelf moet doen. Bij een arbeidsovereenkomst is het dus een vereiste dat de werknemer zijn werk niet mag laten doen door een andere persoon. Als dat het geval is zal er sprake zijn van een opdrachtovereenkomst of een aannemersovereenkomst.

De andere partij, de werkgever, wordt verplicht gesteld om loon te geven in ruil voor deze arbeid. Een derde vereiste of voorwaarde van een arbeidsovereenkomst is dat er sprake moet zijn in de arbeidsovereenkomst van een gezagsverhouding. Dus een verhouding waarin de werkgever boven de werknemer staat, waarin de werknemer verplicht is de opdrachten van de werkgever uit te voeren indien dit redelijkerwijs van de werknemer kan worden verwacht. Uiteindelijk bestaat de overeenkomst uit de onderwerpen die zijn besproken in het arbeidsvoorwaardengesprek.

Gegevensbeheer en wetgeving
Er zijn een aantal regels en wetten voor de werkgever als het op arbeidsovereenkomsten aankomt. Waar onder ander in staat dat de werkgever de arbeidsovereenkomst opslaat in zijn gegevensbeheer. Andere regels met betrekking tot de arbeidsovereenkomsten zijn wettelijk bepaald. Voornamelijk in het burgerlijk wetboek is veel vastgelegd over de proeftijd, vakantie en zaken met betrekking tot de CAO. Andere geregelde zaken zijn de wet minimumloon en vakantiebijslag, wet gelijke behandeling en buitengewoon besluit arbeidsverhoudingen, waarin voornamelijk wordt gesproken over de regels van ontslag.  Van de werkgever wordt vereist een aantal gegevens duidelijk in de overeenkomst op te nemen, bijvoorbeeld: de arbeidsduur, de cao, eventuele proeftijd, de functie van de werknemer, datum waarop werknemer begint, enz.

Wat is een jobhopper?

Jobhopper is een populaire Engelse benaming voor werknemers die voortdurend van baan wisselen. Een jobhopper wordt door een bedrijf over het algemeen niet beschouwd als een loyale arbeidskracht maar veel meer als een opportunist die zijn of haar ogen open houdt voor ander werk om er zelf beter van te worden. Het cv van een echte jobhopper bestaat daarom uit een opsomming van verschillende korte dienstverbanden bij diverse werkgevers. Vaak is er tussen die verschillende werkervaringen een duidelijke lijn zichtbaar van een lagere functie naar een steeds hogere functie. Als dit het geval is kan men zeggen dat de jobhopper in zijn opzet geslaagd is om door te groeien. Toch is dit een voorbarige conclusie.

Risico’s jobhoppen
Veel jobhoppers falen in hun opzet. Omdat ze vaak korte perioden bij bedrijven hebben gewerkt zijn ze vaak niet voldoende ingewerkt en hebben ze nauwelijks op het functieniveau begeven dat op hun cv staat. Ze gebruiken de nieuwe functie vaak om ergens anders een hogere functie te bemachtigen. Al snel komen ze er achter dat de nieuwe functie te zwaar is voor ze en dan zijn ze genoodzaakt om ander werk te zoeken. In dat geval gaat de jobhopper ten onder aan zijn of haar eigen succes. Het resultaat is een cv met heel veel verschillende werkgevers en als ze pech hebben ook nog een slechte referentie. Dat zorgt er voor dat sommige jobhoppers moeilijk aan een andere baan komen nadat ze een paar keer hebben kunnen profiteren van een overstap naar een hogere functie in andere organisatie.

Is jobhoppen verstandig?
De vraag is dan of jobhoppen verstandig is of niet. Dit kan echter alleen per situatie worden bekeken en beoordeeld. In sommige gevallen is het overstappen naar een andere baan of naar een andere werkgever verstandig zijn. In andere gevallen kan men dat juist beter niet doen. Het belangrijkste dat men in deze overweging mee moet nemen is de toekomst en toekomstplannen van de werknemer of sollicitant.

Als het nieuwe bedrijf en de nieuwe functie beter aansluiten bij de opleiding en loopbaanwensen dan is het overstappen wellicht verstandig. Alleen overstappen voor een iets hoger salaris of iets betere arbeidsvoorwaarden is dikwijls niet verstandig. Meestal blijkt pas na de ondertekening van het nieuwe contract dat ook bij de nieuwe werkgever ook aspecten aan de orde komen die minder naar wens zijn. De uitdrukking ‘het gras is altijd groener bij de buren’ is hier dan op zijn plaats.

Flexibele schil of langdurig dienstverband?
De meeste bedrijven willen graag een stabiel personeelsbestand naast een zogenaamde flexibele schil die onder andere bestaat uit uitzendkrachten. Voor veel bedrijven is het geen probleem als er jobhoppers in de flexibele schil van het bedrijf zitten. De meeste werknemers in de flexibele schil werken namelijk voor korte periode bij het bedrijf en zullen daarom vaker om hun heen kijken naar ander werk. Dit wordt ook van flexkrachten geaccepteerd maar van vaste krachten verwachten de meeste bedrijven dat ze niet om zich heen kijken naar ander werk.

Een vaste kracht heeft een contract voor onbepaalde tijd en is in de praktijk meestal doorgegroeid van een bepaalde tijdscontract naar een onbepaaldetijdcontract. Een vast contract biedt zekerheid en werknemers die een dergelijk contract hebben stappen niet snel over op een andere baan. Dat zorgt er voor dat werknemers met een contract voor onbepaalde tijd meestal geen jobhoppers zijn. Werknemers uit de flexibele schil kunnen bij sommige bedrijven doorstromen naar een langdurig dienstverband met vast contract. Daarom is het ook voor uitzendkrachten en andere flexwerkers niet altijd verstandig om op elk aanbod van werk in te gaan als ze al een tijd als flexwerker werkzaam zijn bij een bedrijf.

Wat is jobhoppen?

Jobhoppen is een Engels woord dat letterlijk vertaald kan worden met ‘baan-springen’ en houdt in dat een persoon regelmatig van baan verwisseld. Een persoon die een loopbaan heeft die zich kenmerkt door het jobhoppen wordt ook wel een jobhopper genoemd. Dit is een moderne term voor werknemers die niet lang bij dezelfde werkgever blijven werken. De termen jobhoppen en jobhopper zijn over het algemeen niet positief en worden door de meeste bedrijven als een nadelig aspect beschouwd van iemand zijn of haar cv en loopbaan.

Jobhoppen
De meeste bedrijven zullen aarzelen om iemand aan te nemen die regelmatig van baan verwisseld. Ze vragen zich af wat de reden is geweest waarom iemand zo vaak van baan en werkgever is veranderd. Meestal wordt de oorzaak dan bij de werknemer of werkzoekende neergelegd. Dit is misschien wat kortzichtig van werkgevers maar daarom niet minder logisch. Vooral traditionele bedrijven vereisen meestal een grote mate van loyaliteit van werknemers en zullen daarom niet snel kiezen voor een sollicitant die regelmatig van baan is gewisseld tijdens zijn of haar loopbaan.

Jobhoppen en jobhopper
Het klinkt misschien verwarrend maar niet iedereen die een cv heeft met veel wisselende banen en verschillende werkgevers is een jobhopper. Ook is een persoon die regelmatig ander werk heeft niet altijd aan het jobhoppen. Het verschil zit in de intentie van de werknemer. Als de werknemer er bewust voor kiest om regelmatig op een andere baan te solliciteren en bij een andere werkgever aan de slag te gaan vanwege meer salaris of andere betere arbeidsvoorwaarden dan verspringt hij of zij doelgericht van baan en is er sprake van jobhopping. Er is bij jobhopping dus geen noodzaak om te solliciteren maar de werknemer verwacht het bij een andere werkgever beter te kunnen krijgen. De uitdrukking:  ‘het gras is altijd groener bij de buren’, wordt ook wel eens gebruikt om de mentaliteit van jobhoppers aan te duiden.

Wanneer ben je een jobhopper?
Of je een jobhopper bent of niet heeft dus alles te maken met de mentaliteit die je als werknemer hebt. Ga je voor een beetje extra salaris naar een andere werkgever of niet? Jobhoppers wisselen regelmatig van werkgever waardoor ze vaak korte dienstverbanden hebben. Ze werken vaak maximaal 1 of 2 jaar bij een werkgever en stappen dan over op een andere werkgever. Vooral wanneer de banen ‘voor het oprapen liggen’ veranderen bepaalde werknemers in jophoppers. Dit is meestal aan de orde wanneer de economie aantrekt en de werkgelegenheid toeneemt.

Onvrijwillig van baan verwisselen
Het kan echter ook voor komen dat iemand regelmatig onvrijwillig van baan verwisseld. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als iemand op flexibele basis werkt zoals een uitzendkracht. Werknemers die op basis van een tijdelijk contract werken kunnen te maken krijgen met een verlenging van het contract maar ook met het feit dat een contract niet verlengd wordt. Dit laatste kan verschillende redenen hebben waarvan de oorzaak bij de werknemer kan liggen maar ook bij het bedrijf, de markt of de economie. Als men onvrijwillig regelmatig op zoek moet naar ander werk kun je eigenlijk niet van een jobhopper spreken. Wel kunnen werkgevers twijfelen aan de ervaring en kwaliteiten van de desbetreffende sollicitant.

Voorkomen dat je als jobhopper wordt beschouwd
Omdat jobhoppen niet als iets positiefs wordt ervaren door de meeste bedrijven is het wellicht belangrijk om te voorkomen dat je als jobhopper wordt beschouwd. Dit heb je voor een groot deel zelf in de hand. Het begint bij een goede oriëntatie op de arbeidsmarkt. Kies bewust voor bepaalde bedrijven en een bepaalde functie. Probeer je zoveel mogelijk binnen een bedrijf te ontwikkelen in plaats van jezelf te ontwikkelen door voortdurend op vacatures van andere bedrijven te solliciteren. Vaak zijn binnen het bedrijf waar je werkt ook voldoende mogelijkheden om door te groeien en je te specialiseren. Veel mensen vergeten om bij hun huidige werkgever de mogelijkheden tot zelfontplooiing te onderzoeken en kijken direct om zich heen naar ander werk. Door dit te doen is de kans groot dat je een jobhopper wordt.

Wat is het arbeidsproces?

Arbeidsproces is een algemeen woord waarmee alle handelingen worden bedoelt die onder arbeid vallen. Dit is een algemene omschrijving die heel logisch klinkt toch is het arbeidsproces minder eenvoudig als je op basis van de hiervoor genoemde omschrijving zou vermoeden. Binnen de term arbeidsproces staat het woord ‘arbeid’ centraal. Met arbeid doelt men op werk of werkzaamheden die een bepaald nut hebben voor de arbeider zelf, het bedrijf, de overheid of de maatschappij als geheel. Het uitvoeren van arbeid heeft in meer en mindere mate een bepaald nut en dat is belangrijk om in gedachten te houden als men kijkt naar het arbeidsproces.

Arbeidsproces in een context
De term arbeidsproces wordt in de praktijk in verschillende verbanden gebruikt. De context waarin het woord wordt gebruikt is daarom belangrijk. Men moet zowel het woord arbeidsproces begrijpen als het verband tussen dit woord en de omgeving waarin het gebruikt wordt. Een veel gebruikte uitdrukking is ‘deelname aan het arbeidsproces’. Deze uitdrukking wordt in de praktijk vaak benoemd in de re-integratie van werknemers in het arbeidsproces. Tijdens deze re-integratie leggen jobcoaches en andere loopbaanbegeleiders samen met hun cliënten de focus op het opnieuw betreden van de arbeidsmarkt en het opnieuw deelnemen aan het arbeidsproces. Men zou zich kunnen afvragen waarom deelname aan het arbeidsproces zo belangrijk is. Daarover gaat de volgende alinea.  

Deelname aan het arbeidsproces
Men kan de beroepsbevolking van een land op verschillende manieren indelen. Zo kan men de indeling maken tussen het deel van de beroepsbevolking dat deelneemt aan het arbeidsproces en het gedeelte dat niet deelneemt aan het arbeidsproces. Het gedeelte van de beroepsbevolking dat (nog) niet deelneemt aan het arbeidsproces kan om verschillende redenen nog niet aan het werk. Dit kan wegens het volgen van een fulltime opleiding zijn of vanwege fysieke of mentale beperkingen. Daarnaast is het mogelijk dat er voor een deel van deze mensen geen werk beschikbaar is omdat de opleidingen en werkervaring niet aansluiten bij hetgeen waar de arbeidsmarkt in haar vacatures om vraagt.

De overheid vindt het belangrijk dat een zo groot mogelijke groep van de beroepsbevolking deelneemt aan het arbeidsproces. De mensen die daar aan deelnemen voeren werkzaamheden uit voor bedrijven of overheden. Ze hebben vanuit dat perspectief een bepaald ‘nut’ voor de overheid en maatschappij. Daarnaast zorgt betaald werk er ook voor dat er (meestal) loonheffingen en loonbelasting wordt betaald. Dit is voor de overheid een belangrijke inkomstenbron. Geen wonder dat de overheid wil dat zoveel mogelijk mensen deelnemen aan het arbeidsproces. Dit wordt ook wel arbeidsparticipatie genoemd.

Wat is arbeidsparticipatie?
Arbeidsparticipatie is het participeren aan het arbeidsproces. Dit kan men ook wel omschrijven als het hebben van (betaald) werk. Arbeidsparticipatie is een belangrijk begrip geworden in de politiek en samenleving. De arbeidsparticipatie is namelijk niet alleen van belang voor de overheid maar ook voor mensen zelf. In de vorige alinea werden al een aantal belangrijke aspecten benoemd die het voor de overheid noodzakelijk maken dat zoveel mogelijk mensen aan het arbeidsproces participeren. Voor de werknemer of werkzoekenden is de arbeidsparticipatie echter ook van belang. Veel mensen willen namelijk een bepaald nut hebben in de maatschappij en zogezegd: ‘een steentje bijdragen aan het geheel’. Door te participeren in het arbeidsproces kunnen mensen daadwerkelijk een bepaalde rol spelen in het geheel en meestal in hun eigen inkomen voorzien. Ze hoeven daardoor niet: ‘hun hand op te houden’. Dat laatste vinden veel mensen toch een vorm van gezichtsverlies en daar moet door de overheid en door verschillenden instanties die bij de re-integratie van werknemers betrokken zijn zorgvuldig mee worden omgesprongen. Veel mensen willen deelnemen aan het arbeidsproces maar kunnen het (nog) niet. Deelname aan het arbeidsproces is daardoor niet altijd een keuze, soms is het helemaal niet mogelijk voor een persoon om aan het arbeidsproces deel te nemen. Dat kan voor psychische problemen zorgen omdat men zich nutteloos en schuldig kan voelen als men zonder werk zit terwijl bijna iedereen in de omgeving werk heeft.

Het arbeidsproces als sociaal aspect
Het niet deelnemen aan het arbeidsproces kan er voor zorgen dat mensen in een soort sociaal isolement belanden. Het arbeidsproces is namelijk een systeem waarbij sociale contacten tijdens het uitvoeren van het werk ontstaan. Men levert een bijdrage aan het behalen van de doelen van een organisatie en krijgt daarbij naast eigenwaarde ook dikwijls ondersteuning van collega’s. Dit zal in veel gevallen voor een soort teamverband of teamspirit zorgen. Dit teamverband kan voor werknemers een belangrijke toegevoegde waarde zijn en een motivatiefactor vormen om aan het werk te gaan hoewel de werkzaamheden tegen kunnen vallen. Deelname aan het arbeidsproces is door al deze factoren van belang voor zowel de werknemer, de overheid en organisaties. Dit maakt dat het arbeidsproces een belangrijk onderdeel vormt van de maatschappij.  

Wat is onveilig handelen of onveilig werken op de werkplek?

Onveilig handelen of onveilig werken is het uitvoeren van werkzaamheden waarbij men bewust of onbewust de veiligheidsinstructies niet naleeft en daarmee gevaar voor mens, dier en materieel veroorzaakt. Veiligheid op de werkplek is van groot belang als de werkplek onveilig is kan dat gevolgen hebben voor het personeel maar ook voor de werktuigen, machines, gebouwen en installaties die aanwezig zijn op de werkplek. Veel bedrijven besteden daarom aandacht aan veiligheid op de werkplek. Dit zijn bedrijven conform de Arbeidsomstandighedenwet ook verplicht.

Arbeidsomstandighedenwet/ Arbowet
De Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel Arbowet genoemd en bevat richtlijnen en verplichtingen voor zowel leidinggevenden als uitvoerende werknemers. Zo moet een werkgever er alles aan doen om de werkplek zo veilig mogelijk te maken. De werkgever dient de risico’s op de werkplek te inventariseren doormiddel van een Risico Inventarisatie en Evaluatie oftewel een RI&E. In dit RI&E dient een werkgever naast de inventarisatie van de risico’s op de werkplek ook doormiddel van een plan van aanpak aan te geven hoe de risico’s weggenomen kunnen worden. Als het wegnemen van risico’s niet lukt zal een werkgever de risico’s moeten beperken of beheersbaar moeten maken. Dat kan een werkgever echter niet alleen een werkgever zal samen moeten werken met het personeel om de veiligheid op de werkplek te optimaliseren. Daarom is zowel de werkgever als de werknemer verantwoordelijk voor de veiligheid op de werkvloer.

Verantwoordelijkheden werkgever m.b.t. veiligheid op de werkvloer
Werkgevers zijn in belangrijke mate verantwoordelijk voor de veiligheid van de werknemers op de werkvloer. Zo dient de werkgever de eerder genoemde Risico Inventarisatie en Evaluatie op te stellen en het bijbehorende plan van aanpak voor risicobeheersing en risicobeperking. Werkgevers dienen er voor te zorgen dat de machines en werktuigen op de werkplek veilig zijn en indien nodig tijdig zijn gekeurd. Uiteraard is het belangrijk dat de werknemers weten hoe ze de werktuigen, machines en gereedschappen veilig moeten gebruiken. De werkgever dient daarom kundige werknemers in dienst te nemen en de werknemers te voorzien van duidelijke (veiligheids)instructies. Ook zullen werknemers van de werkgever de persoonlijke beschermingsmiddelen moeten ontvangen indien deze zogenaamde pbm’s er voor zorgen dat de werknemers beschermd worden tegen letsel.

Verantwoordelijkheden werknemer m.b.t. veiligheid op de werkvloer
Werknemers hebben ook verantwoordelijkheden met betrekking tot veiligheid op de werkvloer. Werknemers mogen bijvoorbeeld geen gevaar veroorzaken en hun werkzaamheden veilig uit te voeren. Dit houdt in dat werknemers aandacht moeten hebben voor hun eigen veiligheid maar ook voor de veiligheid van hun collega’s en andere personen die op of om de werkplek aanwezig zijn. Daar horen ook omwonenden bij. Werknemers moeten de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken en elkaar er op wijzen als sommige werknemers dit niet op de juiste manier doen. Verder dienen werknemers de machines, werktuigen en gereedschappen conform de instructies te gebruiken. Daarnaast hebben werknemers de verlichting om onveilige situaties te melden bij de leidinggevende. Op die manier kunnen werknemers het bedrijf ondersteunen om een zo veilig mogelijke werkplek te realiseren.

Hoe ontstaat onveilig handelen?
Op basis van de alinea’s hierboven wordt duidelijk welke verplichtingen werkgevers en werknemers hebben op het gebied van veiligheid op en rondom de werkplek. Onveilig handelen kan echter op veel verschillende manieren ontstaan, dit kan bewust gebeuren maar ook onbewust. De oorzaak kan bij de werkgever liggen maar ook bij de werknemer. Als de werkgever verzuimd om de werknemer veiligheidsinstructies te geven dan kan de werknemer door gebrek aan kennis onveilig werken. Een werknemer kan echter een leidinggevende aanspreken en een instructie eisen zodat de veiligheid wordt bevordert. Het kan echter ook voorkomen dat een werknemer precies weet hoe hij of zij veilig moet werken maar dit niet doet omdat de werknemer sneller denkt te kunnen werken door de veiligheidsregels te omzeilen. Dit is uiteraard verboden en in de meeste gevallen zal een werknemer die onveilig handelt door de leidinggevende of een collega worden aangesproken. Dit zijn echter een paar voorbeelden er zijn nog veel meer situaties te bedenken. Buitenlandse werknemers die de Nederlandse taal niet machtig zijn kunnen door communicatieproblemen ook voor onveilige situaties zorgen. Werknemers en werkgevers dienen er beide voor te zorgen dat onveilig handelen wordt voorkomen en effectief wordt aangepakt als onveilig handelen wordt geconstateerd.

Onveilig handelen op de werkplek bestrijden
Het bestrijden van onveiligheid op de werkplek is heel belangrijk. Als een werkgever zijn of haar verplichtingen nakomt en de werknemers hetzelfde doen zal de onveiligheid op de werkplek afnemen en worden risico’s beheersbaar. Kortom een werkgever moet de risico’s in kaart brengen en zal er voor moeten zorgen dat de risico’s effectief worden aangepakt op basis van een duidelijk omschreven plan van aanpak. Verder dient de werkgever de werknemer duidelijk te instrueren en dient de werkgever aan de werknemer persoonlijke beschermingsmiddelen te verstrekken. De werknemers dienen de instructies op te volgen en op de eigen veiligheid en de veiligheid van anderen te letten. Onveilige situaties dienen bij de werkgever te worden gemeld zodat de onveilige situatie indien mogelijk bij de bron bestreden kan worden. Daarnaast kan een werkgever de risico’s meenemen in het RI&E. Op die manier start de cirkel weer opnieuw. De werkgever kan het geconstateerde risico omschrijven en daarvoor passende oplossingen bedenken. De werknemer zal dan van de werkgever de juiste instructies ontvangen zodat de werknemer kan bijdragen aan de beheersing of het elimineren van het risico.

Doel van de Arbowet samengevat

De Arbeidsomstandighedenwet is in 1980 tot stand is gekomen. Vanaf 1983 werd deze wet in verschillende stappen ingevoerd in Nederland. De Arbeidsomstandighedenwet wordt in de praktijk heel vaak Arbowet genoemd. Met de term Arbeidsomstandighedenwet en Arbowet wordt in feite hetzelfde bedoelt de term Arbowet is alleen een verkorte variant van dezelfde wet. De Arbowet verving de Veiligheidswet van 1934. Deze Veiligheidswet was in 1980 verouderd en was daarnaast te beperkt. Steeds meer bedrijven kregen te maken met veiligheidsrisico’s doordat er meer gebruik werd gemaakt van mechanisatie en automatisering. Daarnaast zorgde ook de Europese samenwerking er voor dat de Nederlandse wetgeving op het gebied van veiligheid en gezondheid moest worden aangepast.

Arbeidsomstandigheden
Met de volledige benaming Arbeidsomstandighedenwet wordt duidelijk dat het met deze wet gaat om de arbeidsomstandigheden. In feite zijn de arbeidsomstandigheden de daadwerkelijke omstandigheden waarbinnen de werkzaamheden door werknemers worden verricht. Deze arbeidsomstandigheden veranderen door nieuwe technologieën, machines, werktuigen en automatisering. Daarnaast verschillen de arbeidsomstandigheden tussen bedrijven en sectoren. Zo zijn de arbeidsomstandigheden op de bouwsector anders dan de arbeidsomstandigheden binnen de offshore. Ook verschillen de arbeidsomstandigheden tussen bedrijven in dezelfde sector. Zo kan het ene industriële productiebedrijf te maken hebben met gevaarlijke stoffen terwijl het andere productiebedrijf dat niet heeft en misschien wel met voedingsmiddelen werkt waar ook weer specifieke eisen aan worden gesteld. Omdat arbeidsomstandigheden tussen bedrijven verschillen is het wel van belang dat men op een effectieve manier de veiligheid en gezondheid van de werknemers beschermd.

Wat is het doel van de Arbowet?
Elke wet heeft een bepaald doel of streven zo ook de Arbowet. De volgende omschrijving van het doel van de Arbowet zou kunnen volstaan:

De Arbowet is een wet waarmee de overheid samen met de werkgevers en werknemers tracht een zo veilig en gezond mogelijke omstandigheden te creëren waarbinnen de arbeid wordt verricht.

De bovengenoemde omschrijving van het doel van de Arbowet is afkomstig van Pieter Geertsma de schrijver van technischwerken.nl. Er zijn echter verschillende doelstellingen en omschrijvingen te vinden met betrekking tot de Arbowet. Belangrijk aspect van de hiervoor genoemde omschrijving van de doelstelling van de Arbowet is dat benadrukt is de overheid daadwerkelijk de veiligheid van werknemers wil bevorderen samen met de werkgevers én de werknemers.

De verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de werkvloer ligt volgens deze definitie vooral bij de werkgevers en deze moeten daarvoor ook hun eigen risico’s inventariseren en een plan van aanpak opstellen over de wijze waarop ze deze risico’s op de werkplek willen aanpakken. Dit dwingt bedrijven om een actieve houding aan te nemen en voor oplossingen te zorgen. De overheid controleert op het naleven van de Arbowet. Daarvoor heeft de overheid een inspectie die specifiek controleert op de arbeidsomstandigheden. Dit is de arbeidsinspectie.

Ontstaan Arbowet

De Arbowet is een wet die duidelijke richtlijnen en regels biedt die er voor moeten zorgen dat de werkplek zo veilig mogelijk wordt voor werknemers. In feite is de Arbowet gericht op het bevorderen en beschermen van de gezondheid en veiligheid van de werknemers. Werknemers en uitzendkrachten moeten op een verantwoorde wijze veilig hun arbeid kunnen verrichten. De Arbowet biedt verschillende verplichtingen aan werkgevers zo moeten werkgevers een arbeidsomstandighedenbeleid invoeren. Het arbeidsomstandighedenbeleid is een beleidsmatige aanpak waarmee men ziekteverzuim kan terugdringen. De Arbowet is tegenwoordig niet meer weg te denken als men het heeft over veiligheid op de werkvloer. De wet bestaat al decennia lang. Hieronder is een korte beschrijving genoteerd over de situatie voor de Arbowet.

Veiligheidswet van 1895
Eeuwen geleden werden veel productieprocessen nog door spierkracht en eenvoudige werktuigen uitgevoerd. Door de ontwikkeling van de stoommachine en het gebruik van elektriciteit kon men echter steeds meer werkzaamheden door machines uitvoeren. Ook de verbrandingsmotoren zorgden er voor dat steeds meer processen gemechaniseerd konden worden. Dat bracht natuurlijk extra veiligheidsrisico’s met zich mee. Op bouwplaatsen werd gebruik gemaakt van mechanische hefmachines en in fabrieken werden grote machines geplaatst met transportbanden. De veiligheid van werknemers moest echter wel beschermd worden tegen de vernietigende werking van mechanische krachten. Daarom moesten werkplekken veilig worden gemaakt. Daarvoor was wetgeving nodig.

De eerste Veiligheidswet ter bescherming van volwassen mannen werd van kracht in 1895. Deze Veiligheidswet was alleen van toepassing voor werkplaatsen en fabrieken. De Veiligheidswet was dus niet van toepassing in de landbouwsector en ook niet in de huisnijverheid. De Veiligheidswet was een raamwet en dat zorgde er voor dat de bepalingen voor de uitvoering hoofdzakelijk doormiddel van de Algemene Maatregelen van Bestuur gegeven konden worden. Het parlement hoefde de bepalingen voor de uitvoering van de Veiligheidswet dus niet bij iedere technologische ontwikkeling te herzien.

Veiligheidswet 1934
De hiervoor genoemde Veiligheidswet van 1895 was gericht op de veiligheid van fabrieken en werkplaatsen. Dat zorgde er voor dat de wet niet een heel breed bereik had binnen het bedrijfsleven. Er werd in 1934 een nieuwe Veiligheidswet ingevoerd. Deze Veiligheidswet van 1934 had een veel breder bereik omdat deze wet gold voor zowel de werkplaatsen, fabrieken als voor agrarische bedrijven. Ook was de Veiligheidswet van 1934 van toepassing op het werken met gevaarlijke stoffen en elektriciteit.

Arbeidsomstandighedenwet of Arbowet
Vanaf 1974 kregen kreeg Nederland te maken met de eerste Europese richtlijnen die er voor moesten zorgen dat het aantal ongelukken op de werkvloer zou afnemen. Er werd in Nederland een nieuwe wet ontwikkeld om de Europese richtlijnen te implementeren maar ook de huidige Nederlandse wetgeving te optimaliseren. Dit was de Arbeidsomstandighedenwet die in 1980 tot stand is gekomen. Deze wet werd vanaf 1983 in verschillende stappen ingevoerd in Nederland. De Arbeidsomstandighedenwet verving de Veiligheidswet 1934. De Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel Arbowet genoemd.

Bedrijven kregen door de invoering van de Arbowet meer verantwoordelijkheid en kregen bovendien meer verplichtingen om de veiligheid van hun werknemers te waarborgen. Bedrijven moeten de risico’s op de werkvloer inventariseren en moeten doormiddel van een plan van aanpak aangeven hoe ze ongelukken op de werkvloer willen voorkomen door de risico’s effectief aan te pakken. Dit zorgde er voor dat bedrijven dikwijls een complete andere benadering moesten toepassen op het gebied van veiligheid. Bedrijven moesten namelijk veiligheid niet alleen fysiek waarborgen maar ook administratief, beleidsmatig en planmatig. Dat zorgde voor veel problemen met name bij kleine bedrijven. Gelukkig werden kleine ondernemingen aan het begin van de invoering van de Arbowet ondersteund door de inspecteurs. Deze inspecteurs hielpen de kleine ondernemingen hun bedrijfsrisico’s te inventariseren en een plan van aanpak opstellen.

Herziening Arbowet in 1994
De samenleving verandert evenals de technologie. Daarnaast is Nederland ook steeds meer een onderdeel geworden van een wereldeconomie. Al deze ontwikkelingen zorgen er voor dat wetten veranderen en regelmatig geoptimaliseerd moeten worden om in de praktijk hanteerbaar te blijven. Vanaf 1 januari 1994 is de Arbowet bijvoorbeeld weer ingrijpend gewijzigd. Zo moesten bedrijven verlicht aangesloten zijn bij een arbodienst. Ook zijn bedrijven vanaf 1994 verplicht om een risico-inventarisatie te hanteren. Verder werd de Arbowet in 1994 aangepast op het gebied van de Europese wetgeving zodat de nieuwe Arbowet vanaf 1994 voldeed aan de Europese richtlijn 89/391EEG.

Wijzigingen Arbowet na 1994
De aanpassingen en wijzigingen van de Arbowet zijn niet gestopt na 1994. Zo is werd er in maart 1996 nog een nota opgesteld met de veelzeggende benaming: “Heroriëntatie arbobeleid en Arbowet”. Doormiddel van deze nota heeft de regering van Nederland meer verantwoordelijkheid neergelegd bij werkgevers en werknemers op het gebied van arbobeleid en verzuimbeleid. De administratieve verplichtingen werden beperkt en te gedetailleerde wet- en regelgeving wet geschrapt. Verder werd het handhavingsbeleid van de Arbeidsinspectie aangepast deze inspectie ging zich meer richten op ernstige risico’s en het aanpakken van bedrijven die de regels niet willen naleven. Verder werd een bestuurlijke boete ingevoerd voor bedrijven die zich niet aan de wetgeving houden.

In 1998 werd de Arbowet op basis van deze aanpassingen grond gewijzigd. Op 1 november 1999 trad de nieuwe Arbowet in werking. Vanaf dat moment werden nog regelmatig nieuwe wijzigingen doorgevoerd. Deze wijzingen hebben allemaal tot doen de toepassing en de handhaving van de Arbowet te bevorderen. Daarnaast blijkt ook dat de overheid steeds meer verantwoordelijkheid wil neerleggen bij bedrijven en werknemers als het gaat om het bevorderen en waarborgen van de veiligheid en gezondheid van werknemers op de werkplek.

Wat is het Hawthorne-effect?

Het Hawthorne-effect is een benaming die wordt gebruikt voor het effect dat een onderzoek heeft op een deelnemer die aan het onderzoek meedoet en daarbij uitsluitend beschrijft wat de uitwerking is van de deelname aan het onderzoek op de deelnemer. Het Hawthorne-effect gaat daarbij niet in op het onderzoek zelf. Het feit dat iemand aan een onderzoek mag deelnemen heeft volgens het Hawthorne-effect meestal een positieve uitwerking. Werknemers en leerlingen die aan een onderzoek worden onderworpen zullen vaak beter hun best gaan doen om zo succesvol mogelijk te presteren.

Dit doen de deelnemers aan het onderzoek vaak uit een bepaald soort automatisme en dit staat los van het soort onderzoek dat wordt uitgevoerd. Het Hawthorne-effect is overigens niet alleen merkbaar in onderzoeken. Zo kan het effect ook voorkomen als er meer aandacht is voor een bepaalde groep leerlingen of werknemers. De groep die meer aandacht krijgt van het management of van docenten zal juist vanwege deze aandacht vaak beter gaan presteren. Het Hawthorne-effect is een interessant effect dat binnen het humanresourcemanagement en het managementperspectief human relations ook de nodige aandacht krijgt.

Hawthorne-experimenten
Het Hawthorne-effect was eigenlijke een ‘bijvangst’ van de zogenaamde Hawthorne-experimenten die werden uitgevoerd van 10 mei 1927 tot 4 mei 1933. Deze Hawthorne-experimenten waren onderzoeken die door Elton Mayo en Fritz Roethlisberger werden uitgevoerd in de Hawthorne-fabrieken van Western Electric. Tijdens deze onderzoeken werd door Elton Mayo onderzocht wat het effect op werknemers is als de arbeidsomstandigheden worden veranderd. Daarbij werd bijvoorbeeld de verwarming of de verlichting in de werkplaats veranderd. In het onderzoek werd gekeken naar de productiviteit van werknemers als de omstandigheden waaronder ze arbeid moesten verrichten werd veranderd. Daarbij werd gekeken naar de snelheid waarmee de werknemers produceerden en ook naar de kwaliteit.

Tijdens de Hawthorne-experimenten werd gewerkt met twee groepen werknemers: de onderzoeksgroep en de controlegroep. De onderzoeksgroep is de een groep van werknemers waarbij de arbeidsomstandigheden werden gemanipuleerd door bijvoorbeeld de werkplek meer of minder te verwarmen. De controlegroep was de groep werknemers die dezelfde werkzaamheden moest uitvoeren zonder dat de arbeidsomstandigheden werden gewijzigd of gemanipuleerd. Bij de controlegroep bleven de arbeidsomstandigheden constant maar werd de output eveneens geregistreerd.

Met de Hawthorne-experimenten trachten de onderzoekers aan te tonen dat betere arbeidsomstandigheden ook zorgen voor een hogere productie en meer kwaliteit van de producten. De wijzigingen in de arbeidsomstandigheden van de onderzoeksgroep werden vaak zonder aankondiging doorgevoerd. De output van beide groepen toonde tijdens de onderzoeken een verschil. Het bleek dat de onderzoeksgroep en de controlegroep ongeveer dezelfde stijgende lijn in de output toonden. Bij de controlegroep werden echter de arbeidsomstandigheden niet gewijzigd.  Dat maakt het echter bijzonder dat ook bij de controlegroep een positief effect werd gemeten. Dat vonden de onderzoekers merkwaardig.

Hawthorne-effect
De onderzoekers hadden niet verwacht dat de controlegroep net als de onderzoeksgroep tijdens de onderzoeken ook een verbetering liet zien in de productie zowel in kwaliteit als in kwantiteit. Dit effect verbaasde de onderzoekers en ze probeerden het te verklaren. Het effect klopte namelijk niet met de logisch beredeneerde hypothese. Ze wilden graag een antwoord op de vraag waarom er geen aantoonbaar verschil was in de output van de twee groepen. Doormiddel van gesprekken met de arbeiders van zowel de controlegroep als de onderzoeksgroep werd duidelijk dat de belangstelling die de onderzoekers en de betrokken hiërarchische chefs toonden een motiverend en stimulerend effect veroorzaakte bij de arbeiders uit beide groepen. Daarnaast zorgde de belangstelling er ook voor dat er een groepsgevoel ontstond bij de controlegroep en de onderzoeksgroep. De arbeiders uit beide groepen stimuleerden elkaar om samen goede prestaties neer te zetten. Beide groepen werden als groep nauwgezet geobserveerd. Daarom hadden de arbeiders onderling het gevoel dat ze een extra goede prestatie moesten neerzetten. De werknemers bleven een stijgende output genereren of de fysieke arbeidsomstandigheden nu aangepast waren of niet. Dit werd ook wel het Hawthorne-effect genoemd.

Wat maakte het Hawthorne-effect duidelijk?
Het Hawthorne-effect maakte duidelijk dat de aandacht en interesse in de werknemers een positief effect teweeg brengt. De wens om gerespecteerd te worden en de wens om gezamenlijk als groep een resultaat te behalen werd door het Hawthorne-effect aangetoond. Men kan het gedrag van werknemers positief beïnvloeden door aandacht aan werknemers te geven en ze het gevoel te geven dat ze bijzonder zijn. Oprechte belangstelling is al geruim tijd een bekend aspect dat positieve effecten teweeg kan brengen in organisaties en samenwerkingsverbanden tussen mensen onderling. Het is echter wel belangrijk dat men de belangstelling en de uitdaging voor werknemers blijft hanteren in de werkprocessen. Als deze aandacht voor het personeel afneemt zal het Hawthorne-effect ook afnemen.

Wat is de Ambtenarenwet?

De Ambtenarenwet is een Nederlandse wet waarin alle rechten en plichten van ambtenaren zijn vastgelegd met als doel de rechtspositie van ambtenaren te regelen. De Ambtenarenwet is vastgesteld in 1929. Deze rechtspositie van ambtenaren is in een aparte wet geregeld omdat ambtenaren niet onder de burgerlijke wet vallen. Ambtenaren worden door de overheid of een overheidsinstelling eenzijdig aangesteld.

Een aanstelling of arbeidsovereenkomst
Met een ambtenaar wordt dus geen arbeidsovereenkomst in de burgerlijke zin gesloten. Arbeidsovereenkomsten worden gesloten door bedrijven tussen werknemers en werkgevers en zijn tweezijdig. Dit houdt in dat arbeidsovereenkomsten door de twee partijen gezamenlijk worden ondertekend. Een ambtenaar wordt door de overheid eenzijdig aangesteld maar dat gebeurd uiteraard wel in overleg met de (toekomstige) ambtenaar. Dit houdt in dat er met (kandidaat) ambtenaren of mensen die solliciteren bij de overheid ook sollicitatiegesprekken worden gevoerd.

Verschillen in rechtspositie
Een ambtenaar heeft in de praktijk een andere rechtspositie dan werknemers met een arbeidsovereenkomst. De verschillen zitten in de volgende punten:

  • Ambtenaren worden door de overheid aangesteld en deze aanstelling is eenzijdig.
  • Ambtenaren hebben een rechtsbescherming via de bestuursrechter. Werknemers die werken op basis van een arbeidscontract hebben rechtsbescherming via de kantonrechter.
  • Er zijn voor ambtenaren publiekrechtelijke regelingen met betrekking tot de  arbeidsvoorwaarden. Werknemers die werkzaam zijn bij reguliere bedrijven op basis van een arbeidscontract werken op basis van een CAO.

Sollicitatiegesprek en arbeidsvoorwaardengesprek
Tijdens sollicitatiegesprekken voor overheidsfuncties worden de arbeidsvoorwaarden besproken en heeft de sollicitant uiteraard de mogelijkheid om hierop te reageren. Tijdens een arbeidsvoorwaardengesprek zullen de arbeidsvoorwaarden nogmaals worden benoemd. Het arbeidsvoorwaardengesprek vind meestal plaats met de (toekomstig) ambtenaar wanneer deze succesvol de sollicitatieronde is doorgekomen. Niet voor alle overheidsfunctionarissen gelden dezelfde bepalingen. Zo zijn er voor burgemeesters en ministers vaak afwijkende bepalingen.

Verplichtingen voor de overheid
De ambtenarenwet zorgt er voor dat overheden aan bepaalde verplichtingen moeten voldoen. Deze verplichtingen zorgen er voor dat het werken bij de overheid eerlijker en transparanter kan verlopen. Ook tracht men vriendjespolitiek en andere ongewenste zaken te vermijden. Daarom is een overheidsinstelling verplicht om de volgende aspecten door te voeren:

  • een gedragscode
  • een integriteitsbeleid
  • een ambtseed bij aanstelling
  • een klokkenluidersregeling
  • openbaarmaking nevenfuncties
  • een terugkommogelijkheid als men de politiek ingaat

Wat is een open sollicitatie?

Een open sollicitatie is een sollicitatie van een sollicitant naar een baan zonder dat daarvoor een vacature is gepubliceerd door het bedrijf. De sollicitant heeft geen vacature gezien maar hoopt met zijn of haar cv en motivatie toch het bedrijf te kunnen overtuigen van zijn of haar geschiktheid voor een bepaalde functie of voor het bedrijf in zijn algemeenheid.

Verschil tussen een open sollicitatie en gesloten sollicitatie
Een open sollicitatie verschilt van een gesloten sollicitatie. Bij een ‘gesloten sollicitatie’ wordt in de praktijk bijna nooit zo genoemd. Meestal heeft men het dan gewoon over een sollicitatie gericht op een vacature. Dit is ook het belangrijkste verschil met een open sollicitatie namelijk dat men een vacature heeft gezien en men besloten heeft om hier gericht op te solliciteren. Een gesloten sollicitatie heeft daarnaast vaak een sluitingsdatum. Dit houdt in dat sollicitanten vaak voor een bepaalde einddatum of deadline hun cv en motivatie(brief) dienen aan te leveren aan het bedrijf.

Open sollicitatie
Een open sollicitatie is vaak minder eenvoudig dan een ‘gesloten sollicitatie’. Dit komt omdat de sollicitant niet gericht op een bepaalde vacature kan schrijven. Toch kan een open sollicitatie een uitkomst zijn wanneer er weinig vacatures worden gevonden. Open solliciteren vereist echter wel speciale vaardigheden. Allereerst zal de sollicitant het bedrijf moeten overtuigen van zijn of haar geschiktheid voor het bedrijf en voor een bepaalde functie. Daarvoor moet de sollicitant zich verdiepen in het bedrijf.

De interesse in het bedrijf moet heel duidelijk kenbaar worden gemaakt in de motivatie. Naast de motivatie voor het bedrijf moet in een open sollicitatie ook heel duidelijk naar voren komen welke functie de sollicitant ambieert. De functiebenaming kan echter per bedrijf verschillen en heeft soms te maken met vakjargon. Het is belangrijk dat de sollicitant dezelfde taal spreekt als het bedrijf waar de open sollicitatie aan is gericht. Het bedrijf moet kunnen begrijpen waarom de sollicitant zijn of haar sollicitatie juist aan dit bedrijf richt en op een bepaalde functie of functiegroep.

Ook moet de sollicitant in een open sollicitatie duidelijk aangeven wat zijn meerwaarde is voor het bedrijf. De competenties van de sollicitant moeten goed aansluiten op het profiel van het bedrijf en de visie en de missie van het bedrijf. Het bedrijf moet overtuigd zijn van deze vaardigheden. Soms is het verstandig om een digitale portfolio mee te sturen of een link naar een digitale protfolio zodat het bedrijf kan zien wat de kwaliteiten zijn van de sollicitant.

Waaruit bestaat een open sollicitatie
Er is geen ideale manier waarop een open sollicitatie kan worden gedaan. De manier waarop men een open sollicitatie doet kan per bedrijf, per sollicitant en per situatie verschillen. Zo kan men een open sollicitatie per mail versturen of per post. Er zit veel verschil in een digitale open sollicitatie en een schriftelijke open sollicitatie. Digitaal kan een sollicitant gemakkelijke een portfolio opsturen of linkjes mee sturen naar websites, projecten of Social Media zoals Facebook en LinkedIn. Daardoor kan een bedrijf nog beter een beeld vormen van de sollicitant.

Vaak hoeft er niet een complete brief geschreven te worden een duidelijke motivatie is meestal voldoende zolang de inhoud daarvan maar goed is gericht op het bedrijf. Het is bovendien verstandig dat de sollicitant weer aan wie de open sollicitatie dient te worden gestuurd. Een naam van een personeelsfunctionaris of leidinggevende is belangrijk om een open sollicitatie tenminste aan een specifiek persoon te richten. Dat zorgt er voor dat de sollicitatie in ieder geval bij een bepaald persoon terecht komt. Meestal staan de namen van relevante personen wel op de website van het bedrijf anders kan men via Social Media vaak ook namen achterhalen. Nog beter is het wanneer de sollicitant iemand kent bij het bedrijf waar hij of zij wil solliciteren. Dat is een bron van informatie die bovendien kan worden gebruikt in de motivatie die wordt geschreven in de open sollicitatie.

Wat is arbeidsparticipatie?

Arbeidsparticipatie is een woord dat wordt gebruikt om aan te geven welk deel van een bevolking actief deel neemt aan het arbeidsproces. Men zou ook kunnen zeggen dat de arbeidsparticipatie het werkende deel van een bepaalde bevolking is. Meestal geeft men bij het bepalen van de arbeidsparticipatie bepaalde kaders aan. Dit kunnen bijvoorbeeld leeftijdscategorieën zijn maar ook bepaalde regio’s. Als men het heeft over arbeidsparticipatie heeft men het ook vaak over de bruto arbeidsparticipatie en de netto arbeidsparticipatie. Deze termen zijn hieronder van een uitleg voorzien.

Bruto arbeidsparticipatie
Met de bruto arbeidsparticipatie doelt men op het deel van een bevolking dat tot de beroepsbevolking hoort. Deze mensen worden ook wel de beroepsgeschikte bevolking genoemd. Ook hierbij heeft men het over leeftijden. Dit zijn in Nederland mensen in de leeftijdscategorie van 15 tot 65 jaar die reeds in bezit zijn van een betaalde baan van minimaal 12 uur per week. Ook de personen binnen deze leeftijdsgroep die op zoek zijn naar een betaalde baan voor minimaal 12 uur per week worden tot de bruto arbeidsparticipatie gerekend. De werklozen die werk zoeken worden dus meegerekend bij de bruto arbeidsparticipatie.

Netto arbeidsparticipatie
De netto arbeidsparticipatie is het deel van de beroepsgeschikte bevolking dat ook daadwerkelijk betaald werk heeft en dus daadwerkelijk aan het arbeidsproces deelneemt. Bij de netto arbeidsparticipatie rekent men de werklozen niet mee. Daarom is het percentage van de bruto arbeidsparticipatie hoger dan het percentage van de netto arbeidsparticipatie dat is berekend over een bepaalde bevolkingsgroep, land of regio.

Hoge arbeidsparticipatie is gewenst
De meeste politieke partijen wensen een hoge arbeidsparticipatie omdat daardoor meer inkomstenbelasting binnenkomt. Hoe meer mensen werken hoe beter het is voor de ‘schatkist’ van de overheid. Ook kost een hoge werkloosheid veel geld. Een grote groep werklozen krijgen namelijk een WW-uitkering en dat kost de overheid geld.  Daarnaast is een hoge arbeidsparticipatie belangrijk om de kosten voor de vergrijzing te betalen.

Wat beïnvloed de arbeidsparticipatie?
Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op de arbeidsparticipatie van een bepaalde bevolking. Een factor is bijvoorbeeld de studieduur. Mensen die lang studeren stromen later uit op de arbeidsmarkt. Ook de pensioenleeftijd en de leeftijd waarop men met de VUT kan gaan spelen een rol. Dit is de leeftijd waarop men aanspraak kan maken op pensioen of een VUT regeling  en dus kan uitstromen van de arbeidsmarkt. Verder is ook de arbeidsongeschiktheid een factor. In een populatie met veel arbeidsongeschikten zullen ook veel mensen niet geschikt zijn om arbeid te kunnen uitvoeren. Dit zijn in feite arbeidsongeschikten. Deze dient men in mindering te brengen op de beroepsbevolking en beroepsgeschikte bevolking .

Wat is de beroepsbevolking?

De beroepsbevolking is een verzamelnaam voor alle personen die binnen wettelijk vastgestelde leeftijdsgrenzen arbeid verrichten of beschikbaar zijn voor het verrichten van arbeid. Als men het heeft over de beroepsbevolking in het algemeen dan bedoelt men dus zowel de werkenden als de mensen die niet werken maar wel in de leeftijdscategorie vallen waarop geacht kan worden dat men arbeid zou kunnen uitvoeren.  De beroepsbevolking bestaat dus uit werklozen en werknemers.

Definitie beroepsbevolking
Het bepalen van de omvang van de beroepsbevolking is aan een aantal kaders gebonden. Deze kaders kunnen door overheden en onderzoeksbureaus worden geschetst als ze cijfers publiceren over de beroepsbevolking. Over het algemeen hanteert men een minimale leeftijd van 15 jaar als men het heeft over minimum leeftijd om tot de beroepsbevolking te behoren. Soms hanteert men ook wel lagere leeftijden. Daarnaast wordt ook vaak een maximale leeftijd genoemd. Deze leeftijd kan per land verschillen.

In Nederland is deze maximale leeftijd (nog) op 65 jaar vastgesteld. Het woord ‘nog’ staat tussen haakjes omdat de overheid verwacht dat werknemers langer moeten doorwerken. Inmiddels is de pensioengerechtigde leeftijd vastgesteld op 67 jaar. Dit kan echter nog hoger worden maar eventueel ook lager. Dat is afhankelijk van de politiek. Om de beroepsbevolking te bepalen zal men ook moeten kijken naar de arbeidsinzet van personen, deze moeten namelijk in staat zijn om kunnen werken. Dit is niet altijd leeftijdsgebonden.

Er kan namelijk ook sprake zijn van fysieke en psychische aspecten die er voor zorgen dat men medisch niet in staat kan worden geacht om arbeid te verrichten. Al deze factoren zorgen er voor dat men naast een definitie van de beroepsbevolking ook duidelijke kaders moet scheppen over welke mensen wel en welke mensen niet bij de beroepsbevolking horen. Onderzoeksbureaus zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geven daarom ook vaak een omschrijving over wat ze verstaan onder het begrip beroepsbevolking.

Beroepsbevolking volgens het CBS
Het Centraal Bureau voor de Statistiek is in Nederland verantwoordelijk voor het verzamelen van gegevens en het uitvoeren van onderzoeken. Het CBS publiceert regelmatig de resultaten van onderzoeken en deze resultaten worden vaak als zeer nuttig beschouwd door zowel de overheid, bedrijven als consumenten. Het CBS voert ook regelmatig onderzoeken uit met betrekking tot de arbeidsmarkt. De term beroepsbevolking is daardoor bij het CBS goed bekend. Het onderzoeksbureau heeft dit begrip zelf ook ingekaderd. Het CBS verstaat het volgende onder de beroepsbevolking (volgens het CBS op 4 februari 2016):

  • Alle personen in Nederland tussen de 15 en 65 jaar die;
  • minimaal twaalf uur werk verrichten per week of die;
  • Werk hebben aanvaard waardoor ze minimaal twaalf uur per week gaan werken.
  • Mensen die hebben aangegeven dat ze in ieder geval 12 uur of meer per week kunnen werken en daar actief naar op zoek zijn en ondanks dat nog geen werk gevonden hebben.
  • Mensen in de leeftijd tussen de 15 en 65 jaar die niet werken of minder dan 12 uur per week werken en daarbij niet op zoek zijn naar werk worden volgens het CBS niet tot de beroepsbevolking gerekend.

Het CBS maakt een tweedeling tussen de werkende beroepsbevolking en de werkloze beroepsbevolking. De werkzame beroepsbevolking is het deel van de beroepsbevolking dat per week minimaal 12 uur werkt. Het werkloze deel van de beroepsbevolking is het deel dat geen werk heeft of minder dan twaalf uur per week werkt en daarbij wel (geregistreerd) op zoek is naar werk voor meer dan 12 uur per week. De beroepsbevolking vormt de som van de werkende personen en de niet werkende personen die aan de hiervoor genoemde criteria voldoen.

Wat is werk voor langere tijd?

Veel uitzendkrachten en andere flexkrachten krijgen te horen dat een uitzendbureau of werkgever “werk voor langere tijd” heeft. Dit “werk voor langere tijd” wordt meestal niet duidelijk gedefinieerd. Men weet dus vaak niet hoe lang een klus precies duurt als men te horen krijgt dat het werk is voor langere tijd. Deze onduidelijkheid kan bij uitzendkrachten voor onzekerheid zorgen. Er zullen uitzendkrachten zijn die uitgaan van het beste scenario en dat is dat ze uiteindelijk overgenomen zullen worden door het bedrijf waar ze werken.

Andere uitzendkrachten hechten geen waarde aan de opmerking dat het werk voor langere tijd is. Deze groep ziet wel hoe lang de klus daadwerkelijk duurt. De groep uitzendkrachten die deze houding heeft ten opzichte van het uitzendwerk spreekt vaak uit ervaring. Het komt in de praktijk namelijk helaas vaak voor dat uitzendkrachten wel de belofte krijgen dat ze voor langere tijd kunnen werken maar dat ze na een paar weken te horen krijgen dat de klus bijna is afgerond. Uitzendkrachten kunnen door deze ervaringen teleurgesteld en wantrouwend worden naar uitzendbureaus en opdrachtgevers.

Als je dus hoort dat er werk wordt geboden voor langere tijd dan is het belangrijk dat je duidelijk krijgt hoe lang het werk precies duurt tenzij je deze onzekere factor accepteert. Als je geen genoegen neemt met de uitdrukking “werk voor langere tijd” dan zal je moeten proberen om een bepaalde tijdsduur vast te leggen op papier. Dat doen ze meestal niet voor uitzendkrachten maar als je overtuigd bent dat jij een grote toegevoegde waarde hebt voor het bedrijf en dat de vacature moeilijk met iemand anders ingevuld kan worden dan heb je een goede onderhandelingspositie.

Je kunt dan trachten zekerheid af te dwingen bij het uitzendbureau of het inlenende bedrijf vooral wanneer je meerdere aanbiedingen van andere uitzendbureaus en andere werkgevers hebt gekregen. In dat geval kun je proberen om in een detacheringscontract voor bepaalde tijd de arbeidsduur vast te leggen. Dan heb je zekerheid voor een bepaalde periode. Voor de meeste flexkrachten is deze zekerheid een zeer welkome factor.

Wat is een werkervaringsplek of werkervaringsplaats?

Werkervaringsplekken of werkervaringsplaatsen zijn tijdelijke arbeidsplaatsen die voornamelijk bedoeld zijn om een arbeidskracht werkervaring op te laten doen. Werkervaring is van groot belang voor de kans op betaald werk. Als een student van school af komt of iemand langdurig werkloos is dan is het opdoen van werkervaring belangrijk. Door werkervaring heb je namelijk kennis en vaardigheden in een bepaald vakgebied opgedaan. Dat zorgt er voor dat je in dat vakgebied of in een bepaalde functie meerwaarde hebt op de arbeidsmarkt. Een werkervaringsplek of werkervaringsplaats kan een effectief middel zijn om werkervaring op te doen of werkervaring te onderhouden.

Wat is een werkervaringsplek?
Een werkervaringsplek is een tijdelijke arbeidsplaats. Dit houdt in dat het de bedoeling is dat de arbeidskracht die deze plek vervult op een gegeven moment gaat doorstromen of uitstromen. Men kan daardoor niet een arbeidsleven lang op een werkervaringsplek werkzaam zijn. Er zijn verschillende bedrijven die werkervaringsplekken aanbieden.

Daardoor is een grote diversiteit ontstaan aan de werkervaring die werkzoekenden kunnen opdoen op werkervaringsplekken. Een werkervaringsplek is niet alleen een effectief middel om vaardigheden aan te leren in een bepaald beroep of vakgebied. Men leert ook sociale vaardigheden aan die in elke arbeidsrelatie van pas kunnen komen. Verder komt men ook in een zogenoemd werkritme. Dit houdt in dat men leert om binnen een bepaald werkrooster te functioneren. Dat zorgt voor werkervaring en leert de persoon bovendien al om zich aan te passen aan een werksituatie.

Het is in de praktijk mogelijk dat iemand vanuit een werkervaringsplek doorstroomt naar een contract bij hetzelfde bedrijf. Dit komt echter niet heel vaak voor maar is wel dikwijls de hoop van degene die op de werkervaringsplek werkervaring aan het opdoen is.

Wie bieden werkervaringsplekken aan?
Werkervaringsplekken worden aangeboden door reguliere bedrijven maar ook overheidsinstellingen kunnen deze plekken aanbieden. Verder zijn er door reïntegratiebedrijven in een bepaalde setting ook werkplaatsen gebouwd die als werkervaringsplek kunnen dienen.

Onder welke voorwaarden kun je werken op een werkervaringsplek?
De kern van het werken op een werkervaringsplek is gericht op het opdoen van werkervaring. Een werkgever die een werkervaringsplek ter beschikking stelt moet dat voor ogen houden. Dit houdt in dat je op een werkervaringsplek vaardigheden aanleert en competenties moet ontwikkelen die voor de toekomst en loopbaan van belang zijn. Hierbij kan men denken aan het omgaan met machines en gereedschappen of het werken met bepaalde computerprogramma’s.

Mensen die op een werkervaringsplek werkzaam zijn krijgen daarvoor meestal geen financiële compensatie. Dit houdt in dat je geen loon of salaris krijgt. Als men in een uitkeringspositie zit kan men wel met de uitkeringsinstantie afstemmen of men de uitkering kan behouden en tijdens het werken op een werkervaringsplek de uitkering doorbetaald krijgt. Dit noemt men ook wel werken met behoud van uitkering.

De periode dat men kan werken op een werkervaringsplek is meestal maximaal zes maanden. Over het algemeen is men minimaal drie maanden werkzaam op een werkervaringsplek omdat men een kortere periode meestal onvoldoende vaardigheden aanleert.

Voor wie is een werkervaringsplek bedoeld?
Niet iedereen kan en hoeft te werken op een werkervaringsplek. De naam “werkervaringsplek” maakt voor een deel al duidelijk voor wie deze tijdelijke arbeidsplaatsen bedoeld zijn: namelijk voor mensen die geen of nauwelijks werkervaring hebben. Dit kunnen bijvoorbeeld werklozen zijn of mensen die om bepaalde redenen een compleet ander vak moeten leren terwijl ze in een uitkeringspositie zitten. Ook schoolverlaters of afgestudeerden kunnen onder bepaalde voorwaarden voor een werkervaringsplek in aanmerking komen.

Een werkervaringsplek zorgt er voor dat deze personen geen spreekwoordelijk “gat” krijgen in hun cv. Een “gat” in het cv is een periode dat men geen opleiding, werk of werk gerelateerde activiteiten heeft ondernomen. Als een “gat” in het cv dreigt te ontstaan door langdurige werkloosheid kan men met lokale overheidsinstellingen zoals de gemeente of het UWV overleggen of het mogelijk is om een werkervaringsplek te krijgen. Deze instanties weten vaak of die mogelijkheden er zijn en onder welke voorwaarden je daarvoor in aanmerking kunt komen.

Werkervaringsplekken noodzakelijk?
Een werkervaringsplek is voor de meeste werkzoekenden niet noodzakelijk. Men kan vaak zelf werk vinden via vacature-banken of social media. Soms heeft men ondersteuning nodig bij het zoeken naar werk. Dat is echter iets anders dan een werkervaringsplek. Een dergelijke tijdelijke werkplek is alleen een effectief middel als er in het geheel geen werkervaring aanwezig is of slechts beperkt aanwezig is.

Wat is arbeidsethos?

Arbeidsethos is een term die wordt gebruikt om iemand zijn of haar bereidwilligheid om te werken mee aan te duiden. Men definieert arbeidsethos ook wel als de betekenis die mensen aan arbeid toekennen of het geheel van waarden en normen met betrekking tot arbeid. Het arbeidsethos van iemand komt voort uit de wil om arbeid te verrichten. Dit heeft ook te maken met de motivatie die iemand heeft om te werken. Het arbeidsethos is persoonsgebonden het is een eigenschap van iemand met betrekking tot zijn of haar werk. Daarom kan het arbeidsethos per persoon verschillen.

Goed of slecht arbeidsethos
Of iemand een goed of slecht arbeidsethos heeft is moeilijk te meten. Er is geen eenheid of index waarmee iemand zijn of haar arbeidsethos in kaart kan worden gebracht. Binnen bedrijven kan men wel onderzoek doen naar de motivatie van het personeel. Dit kan men bijvoorbeeld meten aan de hand van het ziekteverzuim en de arbeidsproductiviteit. Toch is dit echter niet geheel transparant. Er kunnen namelijk veel meer factoren dan alleen het arbeidsethos een invloed hebben op het verzuimpercentage en de arbeidsproductiviteit. Hierbij kan men denken aan de machines waarmee men moet werken en de arbeidsomstandigheden.

Voldoening
Als iemand veel voldoening uit zijn of haar werk haalt is de kans groter dat hij of zij een goed arbeidsethos heeft. Werk dat doorgroeimogelijkheden en uitdaging biedt kan er voor zorgen dat de mentaliteit van het personeel goed is. Dit zijn echter externe factoren die het arbeidsethos beïnvloeden. Het effect van deze factoren kan per persoon verschillen. Er zijn ook mensen die veel voldoening halen uit activiteiten buiten het werk om. Daardoor kunnen deze mensen minder aandacht en minder waarde hechten aan hun werk. Deze persoonlijke omstandigheden hebben ook invloed op het arbeidsethos en daarom blijft het arbeidsethos persoonsgebonden.

Wat is de Arbeidsinspectie?

De arbeidsinspectie is een organisatie die gericht is op het controleren en inspecteren of bedrijven en werknemers zich houden aan de wet en regelgeving omtrent arbeidsomstandigheden. Een arbeidsinspectie is een ambtelijke dienst. Dit houdt in dat medewerkers van de arbeidsinspectie in feite ambtenaren zijn en dus in dienst zijn van de overheid. Zij zijn verantwoordelijk voor de naleving van de Arbeidsomstandighedenwetgeving van een land. Niet elk land heeft een arbeidsinspectie. Nederland en België hebben in ieder geval wel een arbeidsinspectie.

Arbeidsinspectie in Nederland
Tot 2012 was er in Nederland één dienst die verantwoordelijk was voor de arbeidsinspectie. Deze dienst vormde tot 2012 een onderdeel van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Vanaf 1 januari 2012 heet de arbeidsinspectie in Nederland de Inspectie SZW. De Inspectie SZW is een samenvoeging van de organisaties en activiteiten van de volgende instanties:

  • voormalige Arbeidsinspectie (AI),
  • Inspectie Werk en Inkomen (IWI)
  • Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD)

Deze instanties behoren allemaal tot het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Wat doet de arbeidsinspectie?
In Nederland wordt de arbeidsomstandighedenwet ook wel arbowet genoemd. Deze wet omvat regels en richtlijnen voor werkgevers dei gericht zijn op het bieden van een zo veilig mogelijke werkplek voor werknemers. Werkgevers moeten er voor zorgen dat werknemers geen schade aan de gezondheid of veiligheid oplopen tijdens het uitvoeren van hun werk of bij het aanwezig zijn op hun werkplek. De arbeidsinspectie is verantwoordelijk voor de handhaving van wetten en regels uit de arbowet. De arbeidsinspectie heet tegenwoordig de Inspectie SZW maar wordt in de volksmond nog vaak arbeidsinspectie genoemd.

De taken van de Inspectie SZW
In de vorige alinea staat een algemene omschrijving van de verantwoordelijkheden van de Inspectie SZW. Hieruit vloeien een aantal taken voort:

  • Onderzoek doen na ernstige ongevallen. De werkgevers in Nederland zijn volgens de Arbowet verplicht om ongevallen te melden bij de Inspectie SZW. Deze inspectie doet vervolgens onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van het ongeval. Dit wordt vastgelegd in een rapport. Het is mogelijk dat de Inspectie SZW de zaak voor een rechter laat komen.
  • Sancties opleggen bij overtreding van de Arbowet. De Inspectie SZW kan boetes aan bedrijven opleggen en waarschuwingen geven als bedrijven zich niet aan de Arbowet houden. Het is ook mogelijk dat de Inspectie SZW het bedrijf stillegt indien de arbeidsomstandigheden de veiligheid en gezondheid van de werknemers ernstig in gevaar brengen.
  • Inspecties uitvoeren is, zoals de naam “Inspectie SZW” al doet vermoeden, een belangrijke verantwoordelijkheid voor deze instantie. Er worden zogenaamde inspectieprojecten uitgevoerd die over het algemeen gericht zijn op een complete bedrijfstak. De Inspectie SZW voert vaker inspecties uit in sectoren met hoge veiligheidsrisico’s en gezondheidsrisico’s. In sectoren met minder grote risico’s voor de veiligheid en gezondheid worden over het algemeen alleen inspecties uitgevoerd als er klachten, ongevallen of speciale meldingen zijn gemaakt.
  • Meldpunt voor klachten en meldingen. De Inspectie SZW is een meldpunt voor klachten van werknemers, ondernemingsraden en vakbonden. Al deze personen en instanties hebben het recht om een klacht bij de Inspectie SZW in te dienen. Deze klacht dient te gaan over werkgevers die nalaten of weigeren om een onveilige of ongezonde situatie op de werkplek aan te pakken.

De Inspectie SZW vormt, zoals uit bovenstaande is op te maken, een belangrijke spil in de gezondheid en veiligheid van werknemers. Deze instantie dient onafhankelijk te opereren en objectief arbeidssituaties te beoordelen en eventueel sancties uit te delen als de situatie dat vereist.