Wat zijn VCU gecertificeerde uitzendbureaus?

VCU gecertificeerde uitzendbureaus zijn uitzendondernemingen die gecertificeerd zijn op het gebied van veiligheid en gezondheid voor uitzendorganisaties en kunnen als toeleverancier dienen van tijdelijk personeel voor opdrachtgevers die VCA gecertificeerd zijn. VCU staat voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. De letters VCA staan voor VGM Checklist voor Aannemers, waarbij VGM staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Een hoop afkortingen die duidelijk maken dat het veiligheidsaspect en gezondheidsaspect centraal staan in zowel de VCA certificering als de VCU certificering.

VCA en VCU
De VCA certificering is echter voor aannemers bestemd en de VCU certificering voor uitzendbureaus en andere intermediairs die personeel beschikbaar stellen aan andere bedrijven. Deze uitzendondernemingen of intermediairs vallen onder de WAADI oftewel de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Omdat intermediairs wel de feitelijke werkgever zijn van uitzendkrachten en andere uitleenkrachten maar niet belast zijn met het dagelijkse toezicht op deze flexkrachten heeft de overheid voor deze ondernemingen specifieke richtlijnen opgesteld met betrekking tot de veiligheid en gezondheid voor deze groep werknemers. Deze richtlijnen zijn terug te vinden in de WAADI en in Artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. Omdat deze wetsartikelen van groot belang zijn voor zowel het VCA als het VCU worden ze in de volgende alinea’s behandeld.

VCU en Artikel 11 WAADI
De VCU heeft veel te maken met Artikel 11 van de WAADI. De WAADI is een wet die voluit wordt geschreven als Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Dit betekend dat deze wet gericht is op ondernemingen die werknemers beschikbaar stellen aan opdrachtgevers die als inleners functioneren in de arbeidsbemiddelingsproces. De uitzendbureaus en andere intermediairs die personeel bemiddelen bij opdrachtgevers zijn de feitelijke werkgevers van deze personeelsleden. Deze ondernemingen die personeel uitlenen hebben dit personeel op de loonlijst staan.

Dat zorgt voor een aantal verantwoordelijkheden. Omdat deze feitelijke werkgevers in de dagelijkse praktijk de werknemers niet instrueren op de werkplek en geen toezicht hebben op deze werkplek moeten deze uitzendbureaus hun uitzendkrachten en gedetacheerden voor de aanvang van de uitzendwerkzaamheden goed instrueren op het gebied van veiligheid, gezondheid en de inhoud en aard van het werk. Dit wordt ook wel de doorgeleidingsplicht genoemd. Deze doorgeleidingsplicht is vastgelegd in Artikel 11 van de WAADI.

In Artikel 11 van de WAADI is door de overheid vastgelegd dat de organisatie die de arbeidskrachten ter beschikking stelt informatie moet verschaffen aan deze arbeidskrachten met betrekking tot de beroepskwalificatie die door de opdrachtgever wordt verlangd. Daarnaast wordt in Artikel 11 van de WAADI ook gerefereerd aan Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. Daarover wordt in de volgende alinea meer informatie gegeven. Het VCU certificaat maakt duidelijk dat de informatie waarover Artikel 11 van de WAADI gaat meer is dan alleen de beroepskwalificatie. Het gaat ook om veiligheidsvoorschriften, de aanwezige risico’s en de beheersmaatregelen die genomen dienen te worden door de uitzendkracht met betrekking tot deze risico’s. Daarbij komt het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen aan de orde maar ook het naleven van speciale veiligheidsvoorschriften. Verder controleert het uitzendbureau ook of de uitzendkracht in bezit is van een geldig VCA certificaat want dit wordt (vrijwel) altijd geëist door een opdrachtgever die zelf VCA gecertificeerd is. De opdrachtgever is zelf ook wettelijk verplicht om informatie te verschaffen aan de uitzendonderneming. Dit is bepaald in Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet.

VCU en Artikel 5 lid 5 Arbeidsomstandighedenwet
De Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel Arbowet genoemd en is een Nederlandse wet die gericht is op het optimaliseren van de arbeidsomstandigheden binnen bedrijven en het beschermen van de gezondheid en veiligheid van werknemers. De werkgever is in eerste instantie verantwoordelijk voor het bieden van een zo veilig mogelijke werkplek voor de werknemer. Daarvoor moet een bedrijf de risico’s, die op de werkplek aanwezig (kunnen) zijn, inventariseren doormiddel van een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Uit dit RI&E komt een inventarisatie van de risico’s naar voren. Daarnaast vormt het plan van aanpak voor de geïnventariseerde risico’s ook een wezenlijk onderdeel van het RI&E.

In dit plan van aanpak omschrijft een bedrijf hoe het de risico’s op de werkplek wil verwijderen (bronbestrijding) of beperken. Ook beheersmaatregelen zijn hierbij een belangrijk aspect. Het beheersen van risico’s kan onder andere door het duidelijk instrueren van werknemers op het gebied van veiligheid. De werkgever die personeel inleent is echter niet alleen verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid voor zijn of haar eigen werknemers. Ook de veiligheid en gezondheid van de ingeleende werknemers valt onder de verantwoordelijkheid van de inlener. Daarom moet de inlener ook deze werknemers instrueren op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Daarnaast moeten de ingeleende werknemers ook duidelijke instructies ontvangen met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden. In deze instructies moet onder andere aandacht worden besteed aan de manier waarop machines, gereedschappen en werktuigen dienen te worden gebruikt en welke veiligheidsvoorzieningen daarbij in acht worden genomen.

Een uitzendonderneming dient de hierboven genoemde informatie ook aan de uitzendkracht te verstrekken. Deze informatie kan de uitzendkracht echter alleen ontvangen van de inlener. Daarom heeft de inlener conform artikel 5 lid 5 Arbeidsomstandighedenwet de verplichting om voor de aanvang van de werkzaamheden de uitlener of uitzendbureau op de hoogte te brengen van:

  • De gevaren en risico’s op de werkvloer die uit de Risico Inventarisatie en Evaluatie naar voren komen.
  • De manier waarop de werkgever deze risico’s bestrijd.
  • De verwachtingen die de werkgever op dit gebied heeft van de werknemer/inleenleenkracht.
  • Eventuele bijzondere aspecten omtrent de risico’s waar de werknemer/inleenkracht rekening moet houden bijvoorbeeld aanmelden en afmelden op de werkplek.
  • De benodigde veiligheidsopleidingen, veiligheidstraingen en aanverwante cursussen waarover de werknemer moet beschikken om zijn of haar werk veilig te kunnen uitvoeren. Denk hierbij aan VCA, Veilig Hijsen en Veilig werken met een vorkheftruck.

Deze informatie moet door de (potentiële) inlener worden verstrekt aan de uitzendonderneming zodat deze kan voldoen aan de doorgeleidingsplicht welke is benoemd in Artikel 11 van de WAADI. VCU gecertificeerde uitzendbureaus leven uiteraard de doorgeleidingsplicht na in de volgende alinea wordt hier dieper op ingegaan.

Wat kan je van een VCU gecertificeerd uitzendbureau verwachten?
Een VCU gecertificeerd uitzendbureau is een uitzendbureau die voldoet aan de Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Deze uitzendondernemingen zijn goed op de hoogte van de veiligheidsaspecten die van toepassing zijn op bedrijven die actief zijn in de bouw, techniek, petrochemie, civiele techniek en andere sectoren waarbij er sprake is van een verhoogd veiligheidsrisico op de werkvloer. VCU gecertificeerde uitzendondernemingen zijn in de praktijk meestal gespecialiseerd in een bepaalde sector bijvoorbeeld werktuigbouwkunde of installatietechniek en elektrotechniek. Door deze specialisatie hebben VCU gecertificeerde uitzendbureaus in de praktijk meestal branchespecifieke informatie met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden en de risico’s die daarbij aan de orde (kunnen) komen. Door deze kennis kunnen de VCU uitzendbureaus de klant effectief ondersteunen bij personeelsvraagstukken. Daarnaast kunnen VCU uitzendbureaus ook goed inschatten wat de kwaliteiten zijn van potentiële uitzendkrachten. De zogenaamde ‘match’ of overeenstemming tussen de vereiste kwaliteiten van de opdrachtgever en de capaciteiten van de uitzendkracht kunnen daardoor beter worden gemaakt.

Dit zorgt er niet alleen voor dat opdrachtgevers of inleners beter worden begrepen het draagt ook in belangrijke mate bij aan de veiligheid op de werkvloer. Als een werknemer een voldoende onderricht persoon is of een vakbekwaam persoon dan weet een VCU uitzendbureau wat dit in de praktijk inhoudt en welke klussen wel en welke uitzendwerkzaamheden niet aan de uitzendkracht kunnen worden aangeboden. Tijdens het inventariseren van de opdracht kan een intercedent van VCU gecertificeerde uitzendonderneming vaak door zijn of haar kennis over de (technische) branche goed doorvragen waardoor zowel het inwinnen als het verstrekken van relevante informatie aan de uitzendkracht zo volledig mogelijk kan gebeuren. De intercedent van een VCU gecertificeerd uitzendbureau heeft ook een speciaal certificaat, dit is het VIL VCU certificaat en wordt behandeld in de volgende alinea.

Wat is VIL VCU?
Uitzendondernemingen en andere intermediairs die personeel bemiddelen bij VCA gecertificeerde ondernemingen zullen VCU gecertificeerd moeten zijn. Echter is het VCU certificaat verbonden aan een organisatie bijvoorbeeld een uitzendbureau of detacheringsbureau. De interne werknemers binnen deze onderneming dienen echter ook persoonlijk gecertificeerd te zijn. VIL is Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden terwijl VCU de Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties is. De intercedenten, consultants, vestigingsmanagers en andere personen die zich bezig houden met het bemiddelen van uitzendkrachten en andere flexkrachten leren tijdens een VIL VCU cursus wat er van hen verwacht wordt in het VCA-VCU proces. Dit is belangrijk wat uiteindelijk zijn intercedenten en hun collega’s het contactpunt voor VCA bedrijven en (potentiële) uitzendkrachten. Binnen een VCU organisatie is door de VIL VCU certificering van de interne medewerkers voldoende kennis aanwezig om VCA gecertificeerde bedrijven te voorzien van voldoende gekwalificeerd personeel.  

Is een RI&E verplicht?

Een Risico Inventarisatie en Evaluatie wordt afgekort met RI&E en is een verplicht onderdeel van het Arbobeleid dat een organisatie moet voeren op basis van de Nederlandse Arbeidsomstandighedenwet. De doelstelling van het RI&E is bestrijden van risico’s op de werkplek door:

  • Het inventariseren van risico’s.
  • Het beoordelen en rangschikken van risico’s.
  • Het maken van een plan van aanpak waarmee risico’s bestreden kunnen worden.
  • Het uitvoeren van het plan van aanpak.
  • Het evalueren van het plan van aanpak.
  • Inventariseren van de risico’s die nog aanwezig zijn (vanaf deze stap lopen de hiervoor genoemde stappen weer van boven naar beneden).

Bedrijven zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om een Risico Inventarisatie en Evaluatie uit te voeren. Deze verplichting geldt sinds 1 januari 1994 in Nederland.

Voor welke bedrijven is een RI&E verplicht?
In de inleiding werd aangegeven dat een Risico Inventarisatie en Evaluatie volgens de Arbowet verplicht moet worden uitgevoerd. Deze verplichting is van toepassing op alle bedrijven behalve voor zelfstandigen die geen personeel in dienst hebben. Deze laatste groep wordt ook wel freelancer genoemd of zzp’ers. De afkorting zzp staat voor zelfstandige zonder personeel. Omdat zzp’ers geen personeel in dienst hebben hoeven ze geen Risico Inventarisatie en Evaluatie uit te voeren. In de praktijk worden zzp’ers vaak ingeleend of ingezet door grotere bedrijven die wel meerdere personeelsleden in dienst hebben. Vanwege het feit dat deze inleners wel meerdere personeelsleden in dienst hebben moeten zij een Risico Inventarisatie en Evaluatie uitvoeren. Daardoor zal de zzp’er in de praktijk vaak werken binnen een bedrijf waar wel degelijk een Arbobeleid wordt gevoerd met een RI&E als onlosmakelijk onderdeel daarvan.

Wat is een RI&E?
Een Risico Inventarisatie en Evaluatie is een middel waarmee de risico’s binnen een bedrijf in kaart moeten worden gebracht. Het in kaart brengen van deze risico’s is van groot belang omdat bedrijven de wettelijke en morele plicht hebben om een zo veilig mogelijke werkplek voor hun personeel te realiseren. Dit kunnen werkgevers zullen voor de uitvoering van de Risico Inventarisatie en Evaluatie bepaalde expertise nodig hebben. Daarom moeten ze een gecertificeerde arbodienst of deskundige preventie inschakelen om dit proces te begeleiden.

Het RI&E moet schriftelijk worden vastgelegd. In de analyse en inventarisatie van de risico’s moet ook duidelijk worden aangeven wat de kans is dat een bepaald gevaar daadwerkelijk zal plaatsvinden. Verder is het plan van aanpak een wezenlijk onderdeel van het RI&E. Risico’s moeten namelijk niet alleen worden geïnventariseerd maar ook worden aangepakt en bestreden. Het plan van aanpak moet duidelijk zijn beschreven en daarnaast ook voorzien zijn van deadlines en/of een tijdsplanning. Verder moet in een RI&E duidelijk naar voren komen wie voor welke taak verantwoordelijk is.

Na de uitvoering van het plan van aanpak stopt het inventariseren en evalueren van risico’s niet. Dit proces blijft continue doorgaan. Bedrijven zullen altijd te maken krijgen met veranderingen en dynamiek. Dat zorgt er voor dat er ook weer nieuwe risico’s kunnen ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van nieuwe machines, werktuigen en andere productiemiddelen. Ook de uitbereiding van een fabriekspand of utiliteitscomplex kan er voor zorgen dat er weer andere risico’s ontstaan. Dat zorgt er voor dat de risico’s steeds weer opnieuw moeten worden geïnventariseerd, geëvalueerd en bestreden.  

Wat is een Risico Inventarisatie en Evaluatie RI&E?

Risico-Inventarisatie en Evaluatie is een verplicht onderdeel van het arbobeleid van een bedrijf waarmee op een gestructureerde wijze periodiek de risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid worden geïnventariseerd, beschreven en geëvalueerd. Bedrijven zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om een zo veilig mogelijke werkplek voor hun werknemers te creëren.

Daarnaast moet de werkplek en de atmosfeer op en rondom de werkplek ook geen schade opleveren voor de gezondheid van werknemers, bezoekers van de werkplek en andere personen die aanwezig kunnen zijn binnen het bedrijf of in de directe omgeving van het bedrijf. Het is echter van belang dat bedrijven een goed beeld hebben van de aanwezige risico’s. Pas wanneer de risico’s goed in kaart zijn gebracht en duidelijk zijn omschreven in een Risico Inventarisatie en Evaluatie kunnen de risico’s effectief worden bestreden. Dit laatste gebeurd in het plan van aanpak dat de organisatie moet opstellen op basis van de risico’s.

Onderdelen van een Risico Inventarisatie en Evaluatie
Een Risico Inventarisatie & Evaluatie moet uit een aantal onderdelen bestaan. Dit is van belang omdat dit RI&E volledig moet zijn. De Arbeidsomstandigheden wet geeft duidelijkheid over de inhoud van de Risico Inventarisatie en Evaluatie. We noemen een aantal voorbeelden van richtlijnen die worden geboden door de Arbowet over de inhoud van de RI&E:

  • In de RI&E moeten rol en taken en het gewenste niveau van de preventiemedewerker zijn omschreven. Ook moet het aantal preventiemedewerkers duidelijk in kaart zijn gebracht. Deze informatie is gebaseerd op de uitkomsten van de RI&E. Voor meer informatie Arbowet art. 13.
  • Artikel 5 van de Arbeidsomstandigheden bepaald dat de werkgever voor het arbeidsomstandighedenbeleid in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk moest vastleggen welke risico’s de arbeid voor de werknemers met zich brengt. Deze risico-inventarisatie en -evaluatie zal ook een beschrijving moeten bevatten van de gevaren en de risico-beperkende maatregelen die worden genomen.
  • Er moet een plan van aanpak worden opgesteld waarin door het bedrijf is aangegeven welke maatregelen genomen zullen worden om de risico’s te bestrijden. Daarnaast moet ook duidelijk worden gemaakt wanneer de maatregelen worden uitgevoerd en hoe. Dit staat in de Arbeidsomstandigheden wet Artikel 5 lid 3.
  • Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht de werkgever mee te werken aan de doorgeleidingsplicht die op basis van de WAADI aan uitzendbureaus is opgelegd. Werkgevers moeten namelijk conform Artikel 5 lid 5 van de Arbowet tijdig aan de intermediair of het uitzendbureau relevante informatie uit de risico-inventarisatie en -evaluatie verstrekken met betrekking tot de gevaren op de werkvloer en risicobeperkende maatregelen die hiervoor zijn getroffen. Ook de risico’s voor de werknemer op de in te nemen arbeidsplaats moeten aan het uitzendbureau bekend worden gemaakt. de doorgeleidingsplicht die het uitzendbureau op basis van de WAADI heeft zorgt er voor dat de uitzendonderneming deze relevante informatie aan de uitzendkracht verstrekt. Zie voor meer informatie het hoofdartikel “ wat is doorgeleidingplicht?” op technischwerken.nl.

Aan de hierboven richtlijnen moeten bedrijven zich houden. Toch hebben bedrijven wel een bepaalde vrijheid met betrekking tot de uitvoering van de Risico Inventarisatie en Evaluatie. Het is belangrijk dat bedrijven een goed inzicht krijgen in de risico’s die op en rondom de werkvloer aanwezig (kunnen) zijn. Een RI&E moet daar een zo goed mogelijk beeld van geven. Daarom moeten de risico’s zo duidelijk mogelijk worden beschreven. Daarbij moet de aard van het risico in kaart zijn gebracht maar ook de omvang van het risico en de mogelijke gevolgen. Er dient een rangschikking te zijn tussen de risico’s en er moet een duidelijke prioriteit in deze rangschikking zijn aangebracht. Verder dienen bedrijven ook een plan van aanpak vast te stellen waarmee het bedrijf de aanwezige risico’s wil wegnemen, beperken of beheersen. De informatie die moet worden genoteerd en verwerkt wordt duidelijk als men kijkt naar de verschillende stappen die een bedrijf moet uitvoeren tijdens de RI&E. In de volgende alinea is het stappenplan van de Risico Inventarisatie en Evaluatie weergegeven.

Stappenplan van de Risico Inventarisatie en Evaluatie
Een RI&E moet door een bedrijf gestructureerd uitgevoerd moeten worden. Daarbij is een planmatige aanpak belangrijk. Het inventariseren van risico’s en het evalueren daarvan evenals het bestrijden van risico’s met een planmatige aanpak is iets waar bedrijven voortdurend mee bezig moeten zijn. Er kunnen namelijk weer nieuwe risico’s op de werkplek ontstaan als er nieuwe machines worden geplaatst, andere werkzaamheden worden verricht, met meer of juist met minder personeel wordt gewerkt of door slijtage aan machines, constructies en gebouwen. Een bedrijf is daarom nooit klaar met het inventariseren van risico’s. Juist daarom is het belangrijk dat het RI&E proces geconditioneerd wordt. De volgende stappen worden tijden het RI&E door een bedrijf uitgevoerd:

Stap 1: Inventarisatie
In deze eerste stap gaat het bedrijf alle risico’s die in het bedrijf aanwezig zijn in kaart brengen. De risico’s moeten duidelijk worden omschreven. Aan het einde van deze stap zullen alle risico’s in een duidelijke lijst zijn opgesteld. Deze lijst is een belangrijk uitgangspunt voor stap twee.

Stap 2: Evaluatie van de risico’s
Nadat het aantal risico’s is geïnventariseerd zullen bedrijven de risico’s moeten evalueren. Daarbij wordt gekeken naar de waarschijnlijkheid dat een bepaald incident plaats zal vinden en de omvang van de gevolgen als het risico daadwerkelijk zal plaatsvinden. Op basis van de risico evaluatie zal een rangschikking worden gemaakt van de risico’s. Uit deze rangschikking moet naar voren komen welke risico’s het belangrijkste zijn. Dit zijn de risico’s die het grootste gevaar vormen en de grootste kans hebben op het daadwerkelijk plaatsvinden van een incident. Deze rangschikking van risico’s dient eveneens schriftelijk te worden vastgelegd.

Stap 3: Plan van aanpak
Het inventariseren en evalueren van de risico’s vormen de basis voor een effectieve aanpak van de risico’s. Deze aanpak moet planmatig zijn en gestructureerd daarom moet er een duidelijk plan van aanpak worden opgesteld. In het plan van aanpak moet worden beschreven welke maatregelen worden genomen om het risico weg te nemen doormiddel van bronbestrijding. Als bronbestrijding niet mogelijk is zal het bedrijf technische voorzieningen moeten treffen om de mens zoveel mogelijk van de bron van het gevaar te scheiden. Ook beheersmaatregelen kunnen aan de orde komen. Hierbij kan ook gedacht worden aan het verstrekken en gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s). De maatregelen moeten duidelijk worden beschreven en er moet aangegeven worden wanneer de maatregelen worden ingevoerd. Verder moet duidelijk zijn wie voor de invoering van de maatregelen verantwoordelijk is en wie de implementatie controleert.

Stap 4: Toetsen van de RI&E
De Risico Inventarisatie & Evaluatie moet worden getoetst door een arbodienst of arbodeskundige. Deze toetsing is niet verplicht bij bedrijven die minder dan 26 werknemers aan het werk hebben als die gebruik maken van een erkend Branche RI&E instrument. Het uiteindelijke doel is dat er een duidelijke RI&E door het bedrijf is opgesteld dat voldoet aan de wettelijke eisen.

Stap 5: Aan de slag
De laatste stap is de daadwerkelijke uitvoering van het plan van aanpak. Dit houdt in dat de hiervoor genoemde stappen ten uitvoering moeten worden gebracht. Het plan van aanpak moet in de praktijk worden uitgevoerd door de personen en de afdeling(en) die hiervoor verantwoordelijk zijn. Tijdens de uitvoering van het plan van aanpak is het goed mogelijk dat men tegen problemen aanloopt. Bepaalde methoden om risico’s aan te pakken of te beperken kunnen in de praktijk wel moeilijk uitvoerbaar zijn. Daarom moet er ook tijdens het plan van aanpak voortdurend controle worden gehouden en geëvalueerd. Indien bijsturing nodig is zal dit met de verantwoordelijke personen en de preventiemedewerker moeten worden overlegd. Op die manier blijft een plan van aanpak actueel en praktisch toepasbaar.

Wat is ergonomie?

Ergonomie is het ontwerpen, ontwikkelen, aanpassen en gebruiken van machines, werktuigen, meubilair en andere elementen van de werkplek op basis van de eigenschappen en fysieke mogelijkheden van mensen zodat de kans op gezondheidsproblemen zo klein mogelijk wordt gemaakt. Ergonomie kan ook worden beschouwd als de wetenschappelijke studie van mensen in relatie tot hun omgeving. Deze omgeving kan zowel de thuissituatie zijn als de werkomgeving oftewel de arbeidsomstandigheden.

Wat betekend ergonomie?
Het woord ergonomie is ontleend aan de Griekse woorden ‘ergon’ dat vertaald kan worden met het Nederlandse woord ‘werk’ en Griekse woord ‘nomos’ dat staat voor het Nederlandse woord ‘wet’. Men zou ergonomie op basis van deze verklaring letterlijk kunnen vertalen met de: ‘wet van het werk’. Als men het in Nederland heeft over de wet van het werk of arbeidsomstandigheden dan heeft men het over de Arbeidsomstandighedenwet die ook wel Arbowet wordt genoemd.

Arbowet
In de Arbowet heeft de Nederlandse overheid allemaal regels opgesteld met betrekking tot het beschermen van de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de werknemers. Een werkplek en de arbeidsomstandigheden moeten in Nederland dus veilig zijn en de gezondheid van de werknemer niet in gevaar brengen. een goed ergonomisch ontwerp van werktuigen, gereedschappen en meubilair op de werkplek kan in belangrijke mate bijdragen aan het voorkomen van fysieke klachten van werknemers. Daarom zijn bedrijven verplicht om bij het indelen van de werkplek en het beschikbaar stellen van machines en gereedschappen zoveel mogelijk rekening te houden met de capaciteiten en mogelijkheden van de werknemers.

De Arbowet is een raamwet en bevat daardoor algemene regels met betrekking tot de veiligheid van werknemers en welke verplichtingen in dit kader aan werkgevers worden gesteld. Naast de Arbowet is er ook een Arbobesluit dit besluit is gebaseerd op de Arbowetgeving. Een groot deel van de meer dan 400 artikelen over arbeidsomstandigheden in het Arbobesluit gaan over de Europese Arbowetgeving.

De uitwerking van de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbobesluit wordt geboden door de Arboregeling. De Arboregeling bevat een aantal een uitwerking van een aantal onderdelen van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Hierin staan bijvoorbeeld een aantal bepalingen met betrekking tot meubilair, apparatuur en programmatuur. Ook de keuring van hijskranen en andere gereedschappen is hierin vastgelegd evenals de taken van de arbodienst.

Wat is een ergonomisch ontwerp?
Een ergonomisch ontwerp is een ontwerp van een product, machine, werktuig of meubel waarbij zoveel mogelijk is rekening gehouden met de afmetingen, capaciteiten en beperkingen van de persoon die ze gebruikt. Men kan bijvoorbeeld stoelen ontwerpen die perfect aansluiten op het lichaam of juist goed ingesteld kunnen worden zodat mensen de stoel zelf kunnen aanpassen aan de beste zithouding voor hun lichaam. Verder kunnen ook de handvaten van gereedschappen zo worden ontworpen dat er voldoende grip is voor de werknemer die ze hanteert. Werknemers kunnen ook een verschillende werkhoogte hebben waardoor in hoogte verstelbare werktafels bij veel bedrijven een belangrijk onderdeel vormen van het ergonomisch verantwoord werken.

Niet alleen stoffelijke zaken kunnen ergonomisch verantwoord zijn, bedrijven kunnen ook met hun bedrijfsbeleid duidelijk rekening houden met ergonomie en de taken en opdrachten aan de mens aanpassen in plaats van andersom. Op die manier kan ook de bedrijfsvoering ergonomisch zijn ‘ontworpen’. Men kan dus ergonomie in een aantal groepen indelen. In de volgende alinea’s wordt eerst de fysieke ergonomie behandeld, daarna cognitieve ergonomie en tot slot organisatie ergonomie.

Fysieke ergonomie
Fysiek is een ander woord voor lichamelijk. Als men het heeft over fysieke ergonomie dan heeft men het over de daadwerkelijke vormgeving van meubels, gereedschappen en machines. Ook woningen, trappen en deuren vallen onder de fysieke ergonomie. Fysieke ergonomie komt ook aan de orde bij de inrichting van auto’s, vliegtuigen, boten, treinen en andere vervoersmiddelen. Vervoersmiddelen die volledig met spierkracht van een mens worden aangedreven zoals een fiets zullen ontworpen zijn met een goed ergonomisch inzicht.

Op de werkplek wordt als het goed is ook aandacht besteed aan fysieke ergonomie. Werknemers moeten bijvoorbeeld op een ergonomisch verantwoorde bureaustoel werken en moeten een goed beeldscherm hebben. Bij zwaar werk waarbij producten van meer dan 23 kilogram of 25 kilogram worden getild zal een bedrijf hefmiddelen en hijsmiddelen beschikbaar moeten beschikbaar stellen. Werktafels moeten op de ideale werkhoogte van de werknemer(s) worden afgesteld. Een ander belangrijk aspect dat vaak vergeten wordt is verlichting. Een goede verlichting en vooral veel daglicht is goed voor de gezondheid van de werknemers en daarnaast bevorderlijk voor de kwaliteit van het werk omdat werknemers een beter zicht hebben op het werk. Dit is ook het geval met temperatuur en luchtvochtigheid. Ook deze factoren zijn van groot belang voor de gezondheid van de werknemer hoewel deze aspecten niet direct kunnen worden verwerkt in een ergonomisch ontwerp.

Cognitieve ergonomie
Cognitieve aspecten hebben te maken met het verstand en het nadenken van mensen. Als men het heeft over cognitieve ergonomie dan doelt men op het aanpassen van informatie en informatiebronnen op het denkvermogen en opleidingsniveau van de werknemers. Ook heeft men het hierbij over een bepaalde logica kortom informatie moet daar kunnen worden aangetroffen waar men logischerwijs naar de informatie zal zoeken. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan handleidingen waarin de benodigde informatie effectief gevonden kan worden en voorzien is van duidelijke afbeeldingen met een begrijpelijke toelichting. Verder zijn ook duidelijke instructies van belang deze instructies kunnen naast mondeling ook schriftelijk worden gegeven en vastgelegd.

Daarnaast is ook afwisseling tussen taken belangrijk voor de gezondheid van werknemers. Eentonig werk moet vermeden worden. Eentonig werk is niet alleen geestdodend het is vaak ook fysiek belastend omdat door langdurig werken in een statische houding ook de statische belasting van het lichaam toeneemt.

Organisatie-ergonomie
In de cultuur van het bedrijf en de beleidsvoering dient ook aandacht te zijn voor ergonomie. Hierbij heeft men het onder andere over een goede werksfeer en goede communicatielijnen tussen uitvoerende werknemers en hun leidinggevenden. Wanneer werknemers hun werkplek willen aanpassen om de fysieke belasting te verminderen dan moet daar binnen de organisatie een mogelijkheid voor zijn. Dat vergt vaak een ergonomisch beleid.

Datzelfde geld voor het werken in ploegendiensten. Werk in ploegendienst en onregelmatige diensten is meestal niet bevorderlijk voor de gezondheid voor de werknemers. Daarom moet een organisatie rekening houden met het dag-nachtritme van een mens. Als dit niet mogelijk is zal een organisatie er voor moeten zorgen dat het werken in ploegen zo weinig mogelijk gezondheidsschade oplevert voor de werknemers. Werknemers moeten voldoende rust krijgen.

In een ideale organisatie-ergonomie kan een werknemer de werkzaamheden aanpassen op zijn of haar privé-situatie. De balans tussen werk en privé wordt steeds belangrijker in de meeste organisaties. Dat zorgt er voor dat werknemers bijvoorbeeld ook thuis kunnen werken. Het thuis werken biedt echter ook nadelen voor de ergonomie. Een werkgever weet namelijk niet hoe iemand thuis werkt achter zijn of haar bureau. Daardoor weet een werkgever ook niet of de werknemer ergonomisch verantwoord werkt.

Ergonomie voor werkgever en werknemer
Ergonomie is echter ook een aspect van het werk waar een werknemer ook effectief mee bezig moet. Werknemers moeten er namelijk voor zorgen dat ze de arbeidsmiddelen die beschikbaar zijn gesteld door de werkgever op de juiste manier gebruiken. Ook persoonlijke beschermingsmiddelen moeten juist worden gebruikt en goed worden afgestemd op het lichaam van de persoon die ze draagt. Een werkgever is volgens de Arbowet verplicht om de werknemer de arbeidsmiddelen te verstrekken die voldoen aan ergonomische richtlijnen en de werknemer zal deze arbeidsmiddelen op de juiste manier moeten gebruiken.

Wat is een Taak Risico Analyse of TRA?

Een Taak Risico Analyse, afgekort als TRA, wordt gebruikt als een middel om tijdig de risico’s te analyseren van werkzaamheden waarvoor geen bestaande werkmethode of werkprocedure is opgesteld.  De Taak Risico Analyse wordt in opdracht van een bedrijf uitgevoerd om ook voor afwijkende werkzaamheden en projecten zo veilig mogelijke arbeidsomstandigheden te creëren. Dit zijn bedrijven namelijk verplicht volgens de Arbeidsomstandighedenwet. Deze Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel Arbowet genoemd en is een kaderwet die allemaal voorschriften en regels aan bedrijven oplegt met betrekking tot veiligheid op de werkvloer.

Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E)
Bedrijven zijn volgens de Arbowet verplicht om een Arbobeleid te voeren. Daarvan maakt de Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E)  een belangrijk onderdeel uit. Deze Risico Inventarisatie & Evaluatie wordt uitgevoerd om de risico’s op de afdelingen en werkplekken binnen een organisatie inzichtelijk te maken. De RI&E wordt vooral gebruikt om de arbeidsomstandigheden binnen het bedrijf te inventariseren. Daarbij gaat het echter om redelijk vaststaande situaties en werkplekken. Door werkzaamheden te standaardiseren en gebruik te maken van vaste duidelijke veiligheidsinstructies kunnen werkprocessen veilig en verantwoord worden uitgevoerd. De risico’s worden namelijk beheersbaar gemaakt.

Dit gebeurd meestal doormiddel van een plan van aanpak dat is opgesteld om de risico’s die geïnventariseerd zijn effectief te bestrijden. Ongeveer 80 procent van de ongevallen wordt veroorzaakt door menselijke handelingen. Daarom kan men door het standaardiseren van veilige handelingen en werkmethoden veel ongevallen worden voorkomen. Er kunnen echter ook taken of werkzaamheden worden uitgevoerd met een verhoogd risico terwijl hiervoor binnen een bedrijf geen gestandaardiseerde werkmethodes zijn opgesteld.  In dat geval voert men een Taak Risico Analyse uit oftewel een TRA.

Taak Risico Analyse samengevat
Een Taak Risico Analyse is specifiek gericht op bijzondere werkzaamheden, projecten en incidentele handelingen op de werkvloer die risico’s met zich mee brengen. Door tijdig de verwachte risico’s te inventariseren kan men er voor zorgen dat de risico’s beperkt en beheerst worden. Daarnaast wordt de Taak Risico Analyse in de praktijk ook gebruikt om procedures en maatregelen die reeds zijn toegepast te toetsen op veiligheid. Zo kan een bedrijf doormiddel van een gestructureerde aanpak afwijkingen en risico’s op de werkplek en in de werkmethodes in kaart brengen. Vervolgens kunnen bedrijven doormiddel van een plan van aanpak nieuwe beheersmaatregelen implementeren om de veiligheid op de werkvloer te bevorderen.

Nadat een Taak Risico Analyse is uitgevoerd wordt deze op een overzichtelijke manier gearchiveerd. Het is de bedoeling dat voor elke afwijkende taak die risico’s met zich meebrengt een afzonderlijke Taak Risico Analyse wordt opgesteld. Het reproduceren van precies het zelfde verslag is niet de bedoeling en zorgt er tevens voor dat men de analyse niet goed uitvoert. Elke arbeidsomstandigheid en elke handeling of project op de werkvloer heeft namelijk specifieke eigenschappen daarom is een Taak Risico Analyse, zoals de naam al doet vermoeden, gericht op een taak of een handeling. Het is echter mogelijk dat bepaalde projecten of taken in de toekomst vaker op precies dezelfde wijze onder dezelfde omstandigheden zullen plaatsvinden. In dat geval kan men werkprocessen standaardiseren en kan een bedrijf de informatie uit de Taak Risico Analyse gebruiken om specifieke werkinstructies voor bepaalde taken of projecten te schrijven.

Doel van de Taak Risico Analyse
Het doel van de TRA is het inventariseren van risico’s van incidentele taken en projecten om daardoor de risico’s te beheersen, veilig werken te bevorderen en ongevallen te voorkomen. Dit doel kan op twee manieren worden bereikt:

  • Doormiddel van een gestructureerde aanpak de mogelijke risico’s te inventariseren die in relatie staan met de werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden en de omgeving waarin deze worden uitgevoerd.
  • Het op een effectieve wijze aanpakken van de geïnventariseerde risico’s door de risico’s weg te nemen of door de risico’s beheersbaar te maken indien de risico’s niet weggenomen kunnen worden.

Uit welke stappen bestaat een Taak Risico Analyse?
Een gedegen Taak Risico Analyse bestaat uit een aantal stappen. Deze stappen worden hieronder kort benoemd:

Stap 1: vaststellen van het werk of de taak
De eerste stap van de TRA is het vaststellen wat de aard van het werk is. Daarbij wordt ook gekeken naar de arbeidsomstandigheden. Deze arbeidsomstandigheden zijn de werkplek zelf maar ook de omgeving waarin het werk wordt uitgevoerd. Ook wordt er in deze stap gekeken naar de complexiteit van het werk en de condities waaronder het werk moet worden verricht.

Stap 2: bepalen van de risico’s
De tweede stap van de TRA is het bepalen en inventariseren van de risico’s. Daarbij kijkt men naar de reeds aanwezige risico’s maar ook naar eventuele nieuwe risico’s die kunnen ontstaan tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. Soms veranderen risico’s namelijk als men de werkzaamheden gaat uitvoeren bijvoorbeeld als men een elektrische installatie onder spanning zet. Het is belangrijk dat ook de nieuwe (verwachte) risico’s in kaart worden gebracht zodat een volledige TRA ontstaat.

Stap 3: wegnemen of beheersbaar maken van risico’s
Zodra men de risico’s in de vorige stap inzichtelijk heeft gemaakt kan men beschrijven hoe deze risico’s weggenomen kunnen worden. Sommige risico’s kunnen namelijk verholpen worden. Zo kan men een werkplek netjes opruimen zodat de kans op struikelen over materialen wordt verminderd. In sommige gevallen kunnen risico’s niet worden weggenomen. Denk aan een glazenwasser die op hoogte werkt. Doormiddel van valbeveiliging en een veilige hoogwerker kunnen de risico’s die de glazenwasser loopt wel beheersbaar worden gemaakt zodat men van aanvaardbare risico’s kan spreken.

Stap 4: werkvoorbereiding
Het bedenken van een goede volgorde waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd is een belangrijke activiteit die behoort tot de Taak Risico Analyse. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende delen:

  • Technische werkvoorbereiding. De technische werkvoorbereiding is het deel waarin de het soort werkzaamheden en bewerkingen die moeten worden uitgevoerd in kaart worden gebracht. Daarbij kijkt men naar de meest efficiënte en economisch verantwoorde manier van werken (lean management/ lean manufacturing). Daarbij gebruikt men technische informatie in de vorm van kwaliteitseisen, tekeningen, procedures en specificaties. Ook wordt er gekeken naar de machines en werktuigen die worden ingezet bij het uitvoeren van de taak.
  • Arbeidskundige werkvoorbereiding. Bij dit deel van de werkvoorbereiding kijkt men naar de manier waarop het werk voor de mens zo goed en zo veilig mogelijk uitgevoerd kan worden. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de beperkingen en de werkbelasting waar de werknemers mee te maken krijgen die de taken moeten uitvoeren. Er wordt gekeken naar de gereedschappen en machines die door de werknemer het meest veilig kunnen worden gebruikt. Ook wordt een overzicht gemaakt van de werknemers die de werkzaamheden op basis van opleiding en ervaring het beste kunnen uitvoeren. Een arbeidskundige werkvoorbereiding is goed wanneer de werkzaamheden zo goed mogelijk zijn afgestemd op de capaciteiten van de mens en geen risico vormen voor de veiligheid, gezondheid en welzijn van de mens.

Stap 5: opstellen van een Taak Risico Analyse
Een Taak Risico Analyse kan het beste worden opgesteld door verschillende werknemers met een verschillende expertise. In ieder geval is het belangrijk dat alle werknemers die betrokken zullen zijn bij de uitvoering van de werkzaamheden ook bij het opstellen en uitwerken van de TRA betrokken worden. Ook de werknemers die verantwoordelijk zijn voor de werkvoorbereiding, planning en aansturing van de werknemers (die de beoogde taak gaan uitvoeren) zullen bij de TRA betrokken moeten worden. Door in teamverband een TRA op te stellen kan men een taak van verschillende kanten beoordelen en kan de analyse zo breed mogelijk worden uitgevoerd.

Tijdens de Taak Risico Analyse worden alle veiligheidsaspecten in kaart gebracht. Dit zijn zowel de veiligheidsaspecten van taken met een hoog risico als de veiligheidsaspecten van taken met een laag risico. Vervolgens zal een werkprocedure worden opgesteld.

Stap 6: communicatie
Wanneer men de vorige stappen heeft afgerond is het belangrijk dat de Taak Risico Analyse wordt gecommuniceerd met alle betrokken medewerkers. Dit houdt in dat de uitvoerende medewerkers op de hoogte moeten worden gebracht maar ook de leidinggevenden. Ook andere betrokkenen zoals veiligheidsadviseurs, planners en werkvoorbereiders dienen op de hoogte te worden gebracht. Als het goed is heeft een groot deel van deze groep medewerkers ook een bijdrage geleverd bij de totstandkoming van de Taak Risico Analyse. Daardoor zal veel van de informatie voor hun herkenbaar zijn.

De communicatie dient echter gestructureerd plaats te vinden. Dit kan bijvoorbeeld in een kick off meeting die plaatsvind voordat de werkzaamheden beginnen. Tijdens de kick off meeting zal aandacht besteed moeten worden aan de werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden en de risico’s die daarbij aan de orde komen. Verder dienen de beheersmaatregelen te worden benoemd en de persoonlijke beschermingsmiddelen die vereist zijn.

Stap 7: uitvoering
Als werknemers op de hoogte zijn van de taken die uitgevoerd moeten worden en de risico’s die daarbij aan de orde komen evenals de beheersmaatregelen dan kan het werk beginnen. In de praktijk is echter verstandig om de werknemers van te voren schriftelijk te informeren over het werk, de risico’s en de beheersmaatregelen. Dit kan in stap 6 worden gedaan in de communicatie. Door duidelijke werkinstructies te verstrekken kan een werknemer op een schriftelijk document terugvallen en de werkzaamheden gestructureerd uitvoeren. Daarbij dient de werknemer echter wel verantwoordelijk te zijn voor de taken die hij of zijn uitvoert. De werknemer dient deze taken conform de veiligheidsvoorschriften uit te voeren en dient daarbij geen gevaar te veroorzaken voor zichzelf of anderen. Ook dient de werknemer onveilige situaties te melden en eventueel de aard van de onveilige situatie weg te nemen indien dit veilig kan gedaan worden zonder gevaar of extra risico’s te veroorzaken. Leidinggevenden zullen werknemers controleren tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Daarbij dient zeker ook aandacht te worden besteed aan het naleven van de veiligheidsvoorschriften.

Stap 8: evalueren en documenteren
Als de taak is afgerond of het project klaar is dan kan men gaan evalueren. Het is belangrijk dat bij deze evaluatie alle betrokken werknemers aanwezig zijn. Dit zijn zowel de uitvoerende werknemers als de leidinggevenden. Ook de werkvoorbereiders, planners en betrokken veiligheidskundig(en) zullen moeten deelnemen aan de evaluatie om een zo goed mogelijk beeld te krijgen.

Daarbij kan een bedrijf nagaan of het werk is uitgevoerd conform de voorschriften en de werkinstructie(s). Men zal ook moeten bespreken of er mogelijke onvoorziene omstandigheden zijn voorgekomen die een verhoogd veiligheidsrisico met zich meebrachten. Als er ongevallen of bijna ongevallen zijn geweest dienen deze eveneens in de evaluatie te worden besproken. Daarbij wordt ook aangegeven hoe men met deze geconstateerde problemen is omgegaan en hoe men deze in de toekomst kan voorkomen.

Ook dient er aandacht te worden besteed aan de documentatie van de TRA. De TRA dient goed te worden opgeslagen en de informatie die uit de evaluatie naar voren komt dient hierin te worden meegenomen. Voor de toekomst is het belangrijk dat een TRA makkelijk en snel kan worden gevonden voor het geval er weer vergelijkbare werkzaamheden of taken moeten worden uitgevoerd. Daarom moet een TRA op een centraal punt worden opgeslagen en beheerd.

Wanneer moet een bedrijf een TRA uitvoeren?
Tot slot nog even een korte opsomming van situaties waarin een TRA dient te worden opgesteld door een bedrijf:

  • Een TRA dient te worden opgesteld als er werkzaamheden worden uitgevoerd met een hoog risico terwijl deze werkzaamheden niet vallen binnen de reeds bestaande werkprocedures of werkinstructies.
  • Er is sprake van nieuwe werkzaamheden die voor het eerst worden uitgevoerd terwijl hiervan de risico’s nog onbekend zijn.
  • Werkprocedures worden geëvalueerd of er worden nieuwe werkprocedures opgesteld.

Wat is een ongevallenregister in het RI&E?

Werkgevers zijn verplicht om de arbeidsomstandigheden in hun organisatie zo veilig mogelijk te maken. Daarvoor moet een bedrijf een Arbeidsomstandighedenbeleid opstellen. Dit wordt ook wel een Arbobeleid genoemd. Het Arbobeleid bestaat uit verschillende onderdelen waaronder de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). Volgens artikel 5 van de Arbowet is een werkgever verplicht om een ongevallenregister bij te houden als onderdeel van de risico-inventarisatie en evaluatie. In dit ongevallenregister dient de werkgever alle ongevallen te noteren die ziekteverzuim tot gevolg hadden.

Rapportageplicht ernstige ongevallen
Naast het bijhouden van ongevallen in een ongevallenregister zullen ook de ernstige ongevallen gemeld moeten worden bij de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid. De volgende ongevallen moeten in ieder geval bij de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid moeten worden gemeld:

  • Ongevallen die de dood tot gevolg hadden.
  • Ongevallen waarbij het slachtoffer blijvend lichamelijk of blijvend psychisch letsel heeft opgelopen.
  • Ongevallen waarbij het slachtoffer wordt opgenomen in het ziekenhuis.
  • Wanneer geconstateerd en bewezen wordt dat een werknemer een beroepsziekte heeft. Deze melding moet vanaf 1 november 1999 worden gemeld door de Arbodienst.

Deze ernstige ongevallen staan bovenin de ongevallendriehoek en vormen de top in de ijsbergtheorie (die verder op technischwerken.nl is behandeld in een ander artikel). Over het algemeen vinden er binnen een bedrijf meestal meer kleine ongevallen plaats dan ernstige ongevallen. De overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid wil echter dat ongevallen worden voorkomen. Door de ernstige ongevallen te melden kan deze inspectiedienst onderzoek doen en eventueel wetswijzigingen aanbevelen om de veiligheid van werknemers verder te waarborgen.

Waarom een ongevallenregister?
Het bijhouden van een ongevallenregister is verplicht. Buiten deze verplichting zijn er nog een aantal belangrijke redenen waarom een ongevallenregister een belangrijk onderdeel is van het arbobeleid van een organisatie. Een ongevallenregister dat goed wordt bijgehouden maakt namelijk een aantal aspecten voor een bedrijf inzichtelijk:

  • Er wordt inzicht verkregen in het aantal ongevallen per functie of functiegroep.
  • Er wordt inzicht verkregen in het aantal ongevallen dat plaatsvind op een afdeling of gedeelte van een werkplek.
  • Er wordt door een ongevallenregister duidelijk gemaakt wat de frequentie is van het aantal ongevallen binnen een bedrijf.
  • Het type of soort ongeval wordt duidelijk inzichtelijk.
  • Doordat de ongevalsfrequentie en het soort ongeval inzichtelijk is, evenals de locatie van het ongeval kan een bedrijf effectiever prioriteiten stellen in het bestrijden van de onveilige situaties en onveilige handelingen op de werkplek.

Bedrijven kunnen doormiddel van het ongevallenregister een beter inzicht krijgen in welke ongevallen plaatsvinden en waar deze plaats vinden. Dat zorgt er voor dat het bedrijf in een plan van aanpak de risico’s beter kan proberen te beheersen. Er worden maatregelen genoemd die ongevallen in de toekomst moeten voorkomen.

Onderscheid tussen ongevallen
Bedrijven maken onderscheid tussen verschillende soorten ongevallen en de locatie waar deze ongevallen hebben plaatsgevonden. Hieruit ontstaan drie categorieën:

  • Ongevallen die plaats vinden op de werkplek
  • Ongevallen buiten de werktijd in de privésfeer van de werknemers
  • Verkeersongevallen

Wat staat er in een ongevallenregister?
In een ongevallenregister worden door een bedrijf ongevallen genoteerd. In het register moeten alle ongevallen worden opgenomen die ziekteverzuim tot gevolg hebben. Daarbij wordt het register op een bepaalde manier ingedeeld. De volgende informatie moet in het ongevallenregister per ongeval worden genoteerd:

  • De datum van het ongeval.
  • De locatie van het ongeval.
  • Het soort ongeval: bijvoorbeeld een dodelijk ongeval. Een ongeval dat leidt tot ernstig lichamelijk of psychisch letsel. Of een ongeval dat leidt tot enig letsel.
  • De functie van de persoon of personen die slachtoffer zijn geworden.
  • De machines, apparaten, materieel en werktuigen waar betrokkene op het moment van het ongeval mee werkte.
  • Toedracht van het ongeval.
  • De gevolgen van het ongeval. Deze gevolgen kunnen zowel  immaterieel zijn (fysieke en psychische klachten en ziekteverzuim) of materieel en financieel.
  • Concrete maatregelen die zijn genomen om de situatie te verbeteren.
  • De mate waarin de voorgenomen maatregelen zijn gerealiseerd.

In een ongevallenregister kunnen bedrijven ook de bijna ongevallen opnemen en overige incidenten die voor onveiligheid hebben gezorgd zoals branden, explosies, schade of het vrijkomen van schadelijke stoffen in de atmosfeer, in de grond(water) en het oppervlaktewater.

Bijna ongevallen melden
Personeel en leidinggevenden zullen in de praktijk te maken krijgen met ongevallen maar ook met bijna ongevallen. In de laatste situaties ging het nog maar net goed. Bijna ongevallen kunnen echter belangrijke waarschuwingen vormen voor bedrijven zodat ze op basis daarvan hun Arbobeleid en veiligheidsbeleid kunnen aanpassen. Voor bijna ongevallen moet net als voor daadwerkelijke ongevallen een ongevalsformulier worden ingevuld. Bedrijven kunnen de informatie van de ongevalsformulieren gebruiken om ongevallen en bijna ongevallen te analyseren zodat ongevallen in de toekomst voorkomen kunnen worden.

Taken voor directie en leidinggevenden op basis van Arbobeleid

Bedrijven zijn in Nederland verplicht om er voor te zorgen dat hun werknemers veilig hun werkzaamheden kunnen uitvoeren. Dit houdt in dat een werkplek zo veilig mogelijk moet zijn. Risico’s op de werkplek dienen duidelijk in kaart te worden gebracht in een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). Doormiddel van een plan van aanpak moeten bedrijven de risico’s op de werkplek verkleinen en beheersbaar maken. Het opstellen en onderhouden van een Risico Inventarisatie en Evaluatie is slechts één onderdeel dat tot het Arbobeleid van een bedrijf dient te behoren. Ook de volgende onderdelen dienen in een Arbobeleid te worden opgenomen:

  • Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).
  • Ziekteverzuimbeleid.
  • Bedrijfshulpverlening (BHV).
  • Preventiemedewerker.
  • Periodiek arbeidsgezondheidskundig Onderzoek (PAGO).

De Arbowetgeving schept verplichtingen voor zowel de directie van het bedrijf (het management) als de direct leidinggevenden. In de onderstaande alinea’s zijn de verplichtingen op basis van het Arbobeleid voor beide groepen verder omschreven.

Verplichtingen voor directie/ management
Het management of de directie is de top van de organisatie. In verschillende modellen wordt het management als belangrijkste factor beschouwd met betrekking tot het bevorderen en handhaven van een goed veiligheidsbeleid in een organisatie. Een voorbeeld van een model waarbij men het een management een cruciale positie geeft op dit gebied is het ongevalsmodel dat in een ander artikel op technischwerken.nl is beschreven. Omdat het management zo’n belangrijke positie inneemt is het belangrijk om een aantal punten te benoemen waar het management voor verantwoordelijk is als het gaat om het Arbobeleid. De volgende punten behoren tot de rol van het management:

  • Er voor zorgen dat het Arbeidsomstandighedenbeleid (Arbobeleid) goed wordt georganiseerd zodat iedereen weet wat er van hem of haar wordt verwacht wordt.
  • Er voor zorgen dat binnen het bedrijf een duidelijke overlegstructuur aanwezig is met betrekking tot de arbeidsomstandigheden. Overleg dient met regelmaat plaats te vinden en er dient een duidelijke verslaglegging te worden gehanteerd.
  • Er dient door het management een actieplan te worden opgesteld waarmee de arbeidsomstandigheden worden verbetert.
  • Het management dient een meerjarenbeleidsplan op te stellen voor de arbeidsomstandigheden.
  • Ook dient het management er voor te zorgen dat iedereen met betrekking tot veiligheid op de werkvloer weet wat er verwacht wordt van hem of haar. Taken dienen duidelijk te worden omschreven en gedelegeerd. Dit moet gebeuren op basis van medewerkers maar ook op basis van afdelingen.

Verplichtingen voor direct leidinggevenden
Het management staat vaak verder bij de werkvloer vandaan dan de direct leidinggevenden. Alleen blij kleine bedrijven zijn de communicatielijnen meestal zo kort dat de directie ook direct leiding geeft. Vooral bij grotere organisaties is er vaak een grote afstand tussen het management en de werkvloer. Om die reden liggen er belangrijke taken weggelegd voor de direct leidinggevenden als het gaat om het effectief hanteren van een Arbobeleid. Voor direct leidinggevenden zijn er de volgende taken:

  • Direct leidinggevenden moeten er op toezien dat het Arbobeleid op de werkvloer wordt nageleefd. Daarvoor dienen de direct leidinggevenden goed toezicht te houden op het personeel. Daarnaast dienen personeelsleden te worden aangesproken wanneer zij zich niet houden aan de veiligheidsvoorschriften.
  • Er dienen controles en inspecties op de werkplek te worden uitgevoerd. Deze inspecties dienen periodiek te worden uitgevoerd. Daarnaast dient van deze werkplekinspecties ook een duidelijke verslaglegging te worden opgesteld.
  • Als er misstanden, problemen, incidenten of bijna ongevallen worden geconstateerd dienen die aan de juiste personen en afdelingen te worden doorgegeven.
  • De ongevallen en bijna ongevallen dienen op een systematische wijze te worden gerapporteerd.
  • Naast het constateren van mistanden en onveilig situaties dienen deze ook op een planmatige wijze te worden aangepakt. Daarbij dienen door de direct leidinggevende in overleg met verschillende betrokken ook een duidelijke prioriteiten te worden aangebracht in het beleid zodat de ernstige situaties het eerste worden aangepakt en verholpen.
  • Ook in de preventie op het gebied van ongevallen ligt er voor direct leidinggevenden een belangrijke taak. Zo moeten direct leidinggevenden instructies geven aan de werknemers. In deze instructies moeten de (veiligheids-) risico’s met betrekking tot de werkplek en werkzaamheden ook worden benoemd.
  • Ook dient de direct leidinggevende er voor te zorgen dat de werknemers de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen ontvangen.
  • Tijdens het werkoverleg of afdelingsoverleg zal de direct leidinggevende ook eventuele problemen moeten bespreken met betrekking tot het Arbobeleid.
  • Met regelmaat dient er een resultatenevaluatie plaats te vinden met betrekking tot onveilige situaties die geconstateerd zijn op de werkvloer. Ook onveilige handelingen dienen hierbij te worden besproken.

Verantwoordelijkheden voor uitvoerende werknemers
Uiteraard dienen werknemers op de werkvloer ook mee te werken om het Arbobeleid van een organisatie tot een succes te maken. Werknemers dienen er alles aan te doen om hun werk zo veilig mogelijk uit te voeren waarbij ze geen risico’s veroorzaken voor zichzelf en voor anderen. Daarbij dienen werknemers de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken en andere collega’s ook op het gebruik daarvan te wijzen. Werknemers dienen bovendien onveilige situaties, ongevallen en bijna ongevallen zo snel mogelijk te rapporteren bij direct leidinggevenden. Werknemers dienen ook actief deel te nemen aan overleg met betrekking tot veiligheid bijvoorbeeld tijdens een toolboxmeeting.

Wat is een Arbeidsomstandighedenbeleid of Arbobeleid?

Arbobeleid vloeit voort uit de Arbeidsomstandighedenwet en is een door een bedrijf opgesteld om de arbeidsomstandigheden en werkplek op een beleidsmatige manier zo veilig mogelijk te maken en de kans op schade of hinder voor mens en milieu zo klein mogelijk te maken en te houden. Deze definitie van Arbobeleid is geformuleerd door Pieter Geertsma van technischwerken.nl. Arbobeleid is in feite een verkorting van Arbeidsomstandighedenbeleid, net als de Arbowet een verkorting is van de Arbeidsomstandighedenwet. Werkgevers zijn in Nederland verplicht om werknemers te laten werken in een veilige en gezonde werkomgeving. In Nederland heeft de overheid in de Arbowet regels vastgelegd voor bedrijven. Ook het Arbobesluit en de Arboregeling bieden kaders voor bedrijven met betrekking tot het zo veilig mogelijk maken van de werkvloer.

Arbobeleid is verplicht
Een bedrijf dient volgens de wet een Arbobeleid te voeren. Een Arbobeleid dient door de werkgever op gesteld te worden in samenwerking met vertegenwoordigers van de werknemers, dit zijn bijvoorbeeld de vakbonden of een ondernemingsraad.

Wat zijn de onderdelen van een Arbobeleid?
Een Arbobeleid dient volgens de Arbowetgeving uit een aantal onderdelen te bestaan. De volgende onderwerpen moeten in het Arbobeleid van een bedrijf zijn omschreven:

  • Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Werkgevers zijn verplicht om de risico’s op de werkvloer in kaar te brengen in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Naast het in kaart brengen van deze risico’s dienen bedrijven ook doormiddel van een plan van aanpak aan te geven hoe deze risico’s kunnen worden beperkt of beheerst.
  • Ziekteverzuimbeleid. Werkgevers zijn verplicht om zich te laten bijstaan door een bedrijfsarts. Deze onafhankelijke deskundige arts is voor de begeleiding van zieke werknemers. Een werkgever kan hiervoor een contract sluiten met een arbodienst. Daarnaast zijn maatwerkregelingen ook mogelijk maar daarvoor heeft de werkgever wel instemming nodig van de personeelsvertegenwoordiging zoals de ondernemingsraad (OR)
  • Bedrijfshulpverlening (BHV). Omdat ongevallen lang niet altijd uitgesloten kunnen worden moeten er binnen het bedrijf voldoende hulpverleners aanwezig zijn. Dit zijn reguliere werknemers die zich doormiddel van een opleiding ook hebben geschoold tot bedrijfshulpverlener. Deze bedrijfshulpverleners die ook wel BHV-ers worden genoemd zullen in de meeste gevallen de eerste hulp moeten leveren bij ongevallen en calamiteiten. Werkgevers zijn verplicht om er voor te zorgen dat er voldoende bedrijfshulpverleners aanwezig zijn op de werkvloer.
  • Preventiemedewerker. Ongevallen voorkomen is beter dan op ongevallen reageren, daarom is er ook volgens de wet veel aandacht nodig op het gebied van ongevallenpreventie. Een bedrijf dient een preventiemedewerker in dienst te hebben. Deze preventiemedewerker is onder andere betrokken bij de eerder genoemde Risico-inventarisatie en –evaluatie. Verder geeft de preventiemedewerker ook adviezen over een goed arbobeleid aan de personeelsvertegenwoordiging of de ondernemingsraad. Binnen een bedrijf moet in ieder geval 1 preventiemedewerker werkzaam zijn. Als een bedrijf bestaat uit 25 werknemers of minder mag de werkgever echter ook zelf de preventiemedewerker zijn.
  • Periodiek arbeidsgezondheidskundig Onderzoek (PAGO). Werkgevers moeten aan werknemers de mogelijkheid bieden om aan een periodiek arbeidsgezondheidskundig Onderzoek deel te nemen. Dit wordt ook wel afgekort met PAGO. Deelname aan een dergelijk onderzoek is voor werknemers niet verplicht. Tijdens een PAGO wordt door een bedrijfsarts onderzocht of een werknemer gezondheidsproblemen heeft gekregen door het uitvoeren van (bepaalde) werkzaamheden binnen het bedrijf.

Een Arbobeleid dient uiteraard met zorg te worden opgesteld. Bedrijven dienen een dergelijk beleid niet op te stellen om uitsluitend aan de wettelijke verplichtingen te voldoen. In plaats daarvan dient een bedrijf een Arbobeleid ook op te stellen op basis van verantwoordelijkheid naar het personeel toe. Bedrijven dienen betrokken te zijn bij hun personeel en hun verantwoordelijkheid te nemen betrekking tot de veiligheid en gezondheid van personeel op de werkvloer. Een goed Arbobeleid is bovendien over het algemeen ook goed voor de werkgever zelf, hoe dat zit lees je in de volgende alinea.

Effecten van een goed Arbobeleid
Een goed Arbobeleid zorgt er voor dat de arbeidsomstandigheden op het gebied van veiligheid en gezondheid worden geoptimaliseerd zodat er minder onveilige situaties ontstaan en er minder ongevallen gebeuren. Kortom de gezondheidsrisico’s worden door een goed Arbobeleid beperkt. Dit heeft tevens tot gevolg dat het ziekte verzuim wordt gereduceerd en daarnaast zorgt een goed Arbobeleid er in de praktijk ook vaak voor dat een zieke werknemer beter kan re-integreren na een verzuimperiode.

Bovendien zullen werknemers zich beter gewaardeerd voelen wanneer ze merken dat een werkgever geeft om hun gezondheid en veiligheid. Werknemers merken dat een bedrijf betrokken is bij de werkvloer. Dit zorgt er in de praktijk ook vaak voor dat werknemers zich betrokken voelen bij het bedrijf. Ze stellen zich loyaal op en nemen hun verantwoordelijkheden. Dat is bijvoorbeeld ook van belang bij het melden van onveilige situaties door personeel bij leidinggevenden.

Wanneer het personeel merkt dat er ook naar hen geluisterd wordt zorgt dat voor een positieve kettingreactie die er uit eindelijk toe leidt dat het bedrijf als werkgever beter bekend komt te staan. Maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt steeds belangrijker nu de concurrentie wereldwijd is toegenomen. Een bedrijf dat verantwoord met personeel omgaat en haar verantwoordelijkheden neemt kan naast veel gemotiveerde sollicitanten in de praktijk ook veel orders van klanten verwachten.

Uitleg ongevalsmodel

Bedrijven zijn volgens de Arbowet verplicht om de werkplek voor het personeel zo veilig mogelijk te maken. Doormiddel van een Risico Inventarisatie en Evaluatie (ook wel afgekort met RI&E) zullen bedrijven de risico’s op de werkplek inzichtelijk moeten maken en daarnaast een plan van aanpak moeten schrijven hoe de risico’s weggenomen zullen worden. Ondanks een planmatige, structurele aanpak van onveilige situaties kunnen echter nog steeds ongevallen voorkomen bij bedrijven. Doormiddel van het zogenaamde ongevalsmodel kunnen bedrijven de oorzaken, het incident en de gevolgen van het ongeval in kaart brengen. In onderstaande tekst is meer informatie weergegeven over het ongevalsmodel.

Wat is het ongevalsmodel?
Het ongevalsmodel is een schematische weergave van alle factoren die invloed hebben gehad op het ontstaan van het ongeval. Ook de gevolgen van het ongeval worden in kaart gebracht. Er wordt in het ongevalsmodel aangegeven wat de aanleiding is geweest wat het incident heeft veroorzaakt. Dit zijn de directe oorzaken bijvoorbeeld het werken zonder bevoegdheid of het gereedschap onveilig gebruiken. De directe oorzaken zijn echter weer een gevolg van de basisoorzaken. Een basisoorzaak is bijvoorbeeld een persoonlijke factor zoals de eigenschap dat iemand niet onder stress kan werken of onvoldoende kennis en ervaring heeft.

Kenmerkend voor het ongevalsmodel is dat de verantwoordelijkheid voor de basisongevallen voor een groot deel bij het management van het bedrijf wordt neergelegd. Het management is immers verantwoordelijk voor het inzetten van personeel op de juiste manier. Een bedrijf moet rekening houden met de persoonlijke factoren van de werknemer. Een werknemer niet stressbestendig is of onvoldoende kennis heeft moet door een werkgever niet in een stressvolle positie worden ingezet. Ook dient de werknemer de juiste instructies te krijgen en dient de werkgever toezicht te houden op de werknemer. Deze laatste twee aspecten zijn voorbeelden van taakfactoren. In de alinea hieronder wordt dieper ingegaan op het ongevalsmodel.

Hoe ziet het ongevalsmodel er uit?
Hiervoor is aangegeven dat het ongevalsmodel bestaat uit een schematische weergave met informatie omtrent het ontstaan van het ongeval, het ongeval zelf en de gevolgen daarvan. In het ongevalsmodel worden deze aspecten als volgt genoteerd:

Gebrek aan beheersing
– onvoldoende activiteiten
– onvoldoende criteria
– niet naleven van criteria

Basisoorzaken
– persoonlijke factoren
– taak factoren

Directe oorzaken
– substandaard handeling
– substandaard situatie

Incident
– ongeluk/ ongewenste gebeurtenis

Verlies
– mensen/ letsel
– machines/ schade
– materiaal/ schade
– gebouw/ schade
– milieu/ schade

Het bijzondere van het ongevallenschema is dat men niet het incident bovenaan heeft geplaatst en van daaruit de oorzaken heeft uitgewerkt. In plaats daarvan zet men duidelijk gebrek aan beheersing bovenaan. Dat wordt in het ongevalsmodel gezien als de basis van de bestrijding van ongevallen. De verschillende delen van het schema worden hieronder in een aantal alinea’s verduidelijkt.

Gebrek aan beheersing
Risico’s op de werkvloer kunnen niet altijd weggenomen worden daarom besteed een bedrijf in de Risico Inventarisatie & Evaluatie veel aandacht aan het beheersbaar maken van risico’s. Daar ligt een grote verantwoordelijkheid voor het bedrijf. Een gebrek aan beheersing van risico’s kan ontstaan door:

  • Het management besteed te weinig aandacht aan het inventariseren van risico’s en het wegnemen van risico’s. Het RI&E van het bedrijf is onvolledig en bevat bijvoorbeeld geen duidelijk plan van aanpak. Bedrijven hebben geen duidelijk omschreven beleid met betrekking tot veiligheid en risicobeheersing.
  • Het management van een bedrijf heet onvoldoende richtlijnen waarmee ongevallen worden bestreden. Er is bijvoorbeeld een gebrek aan ongevallenpreventie of er zijn nauwelijks repressieve maatregelen om ongevallen te bestrijden. Daardoor weten leidinggevenden niet precies wie voor welke activiteit verantwoordelijk is en wat men op een bepaald moment moet doen om ongevallen te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken.
  • Het kan ook voorkomen dat er duidelijk is vastgelegd wat er moet worden gedaan maar dat de richtlijnen door de leidinggevenden en het personeel niet worden nageleefd. In dat geval is de ongevallenbestrijding theoretisch wel op orde maar in de praktijk niet. Dat kan eveneens voor gevaarlijke situaties zorgen.

Basisoorzaken
Het gebrek aan beheersing kan worden toegeschreven aan het management maar ook de basisoorzaken zijn voor een groot deel aan een gebrekkig management te wijten. Dit begint volgens het ongevalsmodel in de top. Vanuit de top kan het management al sturing bieden aan kwaliteit en veiligheid binnen de organisatie. Ook op het uitvoerende niveau draagt het management verantwoordelijkheid als het gaat om het inzetten van het juiste personeel op de juiste plaats. Dit houdt in dat een bedrijf rekening moet houden en verantwoordelijk is voor de volgende persoonlijke factoren:

  • Personeel voldoende kennis moet hebben over de werkzaamheden.
  • Personeel voldoende gemotiveerd moet zijn om het werk veilig en goed uit te voeren.
  • Personeel emotioneel en fysiek in staat moet zijn om de werkzaamheden veilig uit te voeren.
  • Personeel de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen moet krijgen van het bedrijf om het werk veilig uit te kunnen voeren.
  • Personeel het juiste gereedschap moet krijgen om het werk veilig uit te kunnen voeren. Dit houdt in dat het gereedschap veilig moet zijn en indien nodig zijn gekeurd.

Verder is zowel het bedrijf als het personeel verantwoordelijk voor de volgende taakfactoren. Deze taakfactoren zijn bijvoorbeeld:

  • Werkmethoden dienen duidelijk te zijn omschreven en ontworpen.
  • Gereedschap dient op de juiste manier gebruikt te worden.
  • Er dient voldoende toezicht te zijn op het personeel.
  • Gereedschap moet gekeurd zijn indien dat is voorgeschreven.
  • Gereedschap en andere middelen dienen op de voorgeschreven wijze onderhouden te worden.

De basisoorzaken leiden uiteindelijk tot de directe oorzaken van een ongeval of incident. Deze directe oorzaken zijn in de volgende alinea nader omschreven.

Directe oorzaken
De directe oorzaken zijn de oorzaken die direct hebben geleid tot het incident of ongeval. De vorige alinea’s behandelen de factoren die weer de mogelijkheid hebben geboden om de directe oorzaken te laten ontstaan. De directe oorzaken worden onverdeeld in substandaard handeling en substandaard situatie. Zowel handelingen en condities vormend dus de directe oorzaken die tot een ongeluk kunnen leiden of die tot een ongeluk geleid hebben. Hieronder staan van elk deze substandaards een aantal voorbeelden:

Substandaard handelingen
– werken met onveilig gereedschap
– verkeerd gebruik van gereedschap
– negeren van veiligheidsborden
– buiten werking stellen van beveiligingen
– geen of onvoldoende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken
– ruzie op de werkplek
– gebrekkige communicatie op de werkplek
– taalbarrières waardoor men elkaar niet begrijpt
– materiaal onveilig
– te snel werken
– onjuist tillen
– werken zonder bevoegdheid
– werken onder invloed van medicijnen, alcohol of drugs

Naast substandaard handelingen zijn er ook substandaard condities. Deze condities hebben te maken met de omgeving en werkplek waarde werkzaamheden worden verricht. Hieronder staat een lijst met voorbeelden van substandaard condities.

Substandaard condities
– aanwezigheid van gevaarlijke stoffen op de werkplek
– te weinig ventilatie
– onjuiste temperatuur om werk te verrichten
– te weinig verlichting
– te hoog geluidsniveau
– aanwezigheid van hoge straling
– defecte alarmeringssystemen
– defect gereedschap
– defect materiaal
– te weinig bewegingsruimte om werk uit te voeren
– een rommelige werkplek

De bovengenoemde handelingen en condities kunnen de oorzaak van een ongeluk zijn. Vaak is er sprake van een zogenaamde samenloop van omstandigheden die er voor zorgt dat een ongeluk plaatsvind. Zo kan een medewerker met onvoldoende kennis onbewust gereedschappen en machines verkeerd gebruiken waardoor er extra gevaar ontstaat op de werkvloer.

Incident
Het incident of het ongeluk is in feite de ongewenste gebeurtenis die men tracht te voorkomen door de risico’s op de werkvloer te beheersen of weg te nemen. Ongelukken kunnen door mensen worden veroorzaakt maar ook de omgeving zoals een harde storm. Niet elk risico op de werkvloer kan worden weggenomen door aandacht te besteden aan de hiervoor genoemde aspecten van het ongevalsmodel.

Verlies
Ongevallen of incidenten hebben gevolgen die op verschillende manieren zichtbaar worden. Zo kan er lichamelijk letsel optreden bij personeel of bij andere bezoekers van de werkplek. Ook kan er schade ontstaan aan gebouwen, machines, werktuigen en materialen. Verder kan ook een schadelijk effect optreden voor het milieu. In het laatste geval kunnen bijvoorbeeld schadelijke stoffen in de atmosfeer vrij komen of in het grondwater of oppervlaktewater.

Conclusie ongevallenmodel
Het ongevallenmodel is een middel om duidelijk inzichtelijk te krijgen welke oorzaken tot ongelukken kunnen leiden. Het model maakt duidelijk waar men in de Risico Inventarisatie en Evaluatie extra aandacht moet besteden zodat ongelukken in de toekomst zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen. Het is belangrijk dat bedrijven er voor zorgen dat ze veiligheidsvoorschriften standaardiseren. Door werkzaamheden te standaardiseren kan een werkgever de werknemers beter instructies verlenen en beter toezicht houden op de uitvoering daarvan. De condities waaronder werkzaamheden moeten worden uitgevoerd dienen ook zoveel mogelijk gestandaardiseerd te worden. Afwijkingen die voor onveiligheid kunnen zorgen dienen direct bij de juiste personen/ leidinggevenden te worden gemeld zodat men deze situaties effectief kan oplossen voor de toekomst. Een Risico Inventarisatie en Evaluatie moet namelijk doormiddel van een plan van aanpak elke onveilige situatie gaan omzetten naar een situatie die onder controle is, kortom een beheersbare situatie. Dat is risicobeheersing.

Wat is onveilig handelen of onveilig werken op de werkplek?

Onveilig handelen of onveilig werken is het uitvoeren van werkzaamheden waarbij men bewust of onbewust de veiligheidsinstructies niet naleeft en daarmee gevaar voor mens, dier en materieel veroorzaakt. Veiligheid op de werkplek is van groot belang als de werkplek onveilig is kan dat gevolgen hebben voor het personeel maar ook voor de werktuigen, machines, gebouwen en installaties die aanwezig zijn op de werkplek. Veel bedrijven besteden daarom aandacht aan veiligheid op de werkplek. Dit zijn bedrijven conform de Arbeidsomstandighedenwet ook verplicht.

Arbeidsomstandighedenwet/ Arbowet
De Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel Arbowet genoemd en bevat richtlijnen en verplichtingen voor zowel leidinggevenden als uitvoerende werknemers. Zo moet een werkgever er alles aan doen om de werkplek zo veilig mogelijk te maken. De werkgever dient de risico’s op de werkplek te inventariseren doormiddel van een Risico Inventarisatie en Evaluatie oftewel een RI&E. In dit RI&E dient een werkgever naast de inventarisatie van de risico’s op de werkplek ook doormiddel van een plan van aanpak aan te geven hoe de risico’s weggenomen kunnen worden. Als het wegnemen van risico’s niet lukt zal een werkgever de risico’s moeten beperken of beheersbaar moeten maken. Dat kan een werkgever echter niet alleen een werkgever zal samen moeten werken met het personeel om de veiligheid op de werkplek te optimaliseren. Daarom is zowel de werkgever als de werknemer verantwoordelijk voor de veiligheid op de werkvloer.

Verantwoordelijkheden werkgever m.b.t. veiligheid op de werkvloer
Werkgevers zijn in belangrijke mate verantwoordelijk voor de veiligheid van de werknemers op de werkvloer. Zo dient de werkgever de eerder genoemde Risico Inventarisatie en Evaluatie op te stellen en het bijbehorende plan van aanpak voor risicobeheersing en risicobeperking. Werkgevers dienen er voor te zorgen dat de machines en werktuigen op de werkplek veilig zijn en indien nodig tijdig zijn gekeurd. Uiteraard is het belangrijk dat de werknemers weten hoe ze de werktuigen, machines en gereedschappen veilig moeten gebruiken. De werkgever dient daarom kundige werknemers in dienst te nemen en de werknemers te voorzien van duidelijke (veiligheids)instructies. Ook zullen werknemers van de werkgever de persoonlijke beschermingsmiddelen moeten ontvangen indien deze zogenaamde pbm’s er voor zorgen dat de werknemers beschermd worden tegen letsel.

Verantwoordelijkheden werknemer m.b.t. veiligheid op de werkvloer
Werknemers hebben ook verantwoordelijkheden met betrekking tot veiligheid op de werkvloer. Werknemers mogen bijvoorbeeld geen gevaar veroorzaken en hun werkzaamheden veilig uit te voeren. Dit houdt in dat werknemers aandacht moeten hebben voor hun eigen veiligheid maar ook voor de veiligheid van hun collega’s en andere personen die op of om de werkplek aanwezig zijn. Daar horen ook omwonenden bij. Werknemers moeten de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken en elkaar er op wijzen als sommige werknemers dit niet op de juiste manier doen. Verder dienen werknemers de machines, werktuigen en gereedschappen conform de instructies te gebruiken. Daarnaast hebben werknemers de verlichting om onveilige situaties te melden bij de leidinggevende. Op die manier kunnen werknemers het bedrijf ondersteunen om een zo veilig mogelijke werkplek te realiseren.

Hoe ontstaat onveilig handelen?
Op basis van de alinea’s hierboven wordt duidelijk welke verplichtingen werkgevers en werknemers hebben op het gebied van veiligheid op en rondom de werkplek. Onveilig handelen kan echter op veel verschillende manieren ontstaan, dit kan bewust gebeuren maar ook onbewust. De oorzaak kan bij de werkgever liggen maar ook bij de werknemer. Als de werkgever verzuimd om de werknemer veiligheidsinstructies te geven dan kan de werknemer door gebrek aan kennis onveilig werken. Een werknemer kan echter een leidinggevende aanspreken en een instructie eisen zodat de veiligheid wordt bevordert. Het kan echter ook voorkomen dat een werknemer precies weet hoe hij of zij veilig moet werken maar dit niet doet omdat de werknemer sneller denkt te kunnen werken door de veiligheidsregels te omzeilen. Dit is uiteraard verboden en in de meeste gevallen zal een werknemer die onveilig handelt door de leidinggevende of een collega worden aangesproken. Dit zijn echter een paar voorbeelden er zijn nog veel meer situaties te bedenken. Buitenlandse werknemers die de Nederlandse taal niet machtig zijn kunnen door communicatieproblemen ook voor onveilige situaties zorgen. Werknemers en werkgevers dienen er beide voor te zorgen dat onveilig handelen wordt voorkomen en effectief wordt aangepakt als onveilig handelen wordt geconstateerd.

Onveilig handelen op de werkplek bestrijden
Het bestrijden van onveiligheid op de werkplek is heel belangrijk. Als een werkgever zijn of haar verplichtingen nakomt en de werknemers hetzelfde doen zal de onveiligheid op de werkplek afnemen en worden risico’s beheersbaar. Kortom een werkgever moet de risico’s in kaart brengen en zal er voor moeten zorgen dat de risico’s effectief worden aangepakt op basis van een duidelijk omschreven plan van aanpak. Verder dient de werkgever de werknemer duidelijk te instrueren en dient de werkgever aan de werknemer persoonlijke beschermingsmiddelen te verstrekken. De werknemers dienen de instructies op te volgen en op de eigen veiligheid en de veiligheid van anderen te letten. Onveilige situaties dienen bij de werkgever te worden gemeld zodat de onveilige situatie indien mogelijk bij de bron bestreden kan worden. Daarnaast kan een werkgever de risico’s meenemen in het RI&E. Op die manier start de cirkel weer opnieuw. De werkgever kan het geconstateerde risico omschrijven en daarvoor passende oplossingen bedenken. De werknemer zal dan van de werkgever de juiste instructies ontvangen zodat de werknemer kan bijdragen aan de beheersing of het elimineren van het risico.

Wat is het verband tussen de arbobeleidscyclus en het Arbobeleid?

Bedrijven zijn volgens de Arbowet verplicht om een Arbobeleid om te stellen en in hun organisatie door te voeren. Een Arbobeleid is gericht op het beschermen van de gezondheid van werknemers en het bevorderen van de veiligheid op de werkvloer. Een Arbobeleid dat goed is opgesteld en goed wordt uitgevoerd heeft een gunstig effect of de bedrijfsvoering en het reduceren van het ziekteverzuim. De veiligheidsrisicos’en gezondheidsrisico’s worden zoveel mogelijk beperkt en de arbeidsomstandigheden geoptimaliseerd. Daarnaast kan een goed arbobeleid ook een gunstig effect hebben op het bevorderen van de re-integratie van werknemers na ziekteverzuim.

Hoe komt een Arbobeleid tot stand?
De overheid biedt doormiddel van de Arbowet verschillende doelvoorschriften aan bedrijven. Deze doelvoorschriften verwerkt het bedrijf in het Arbobeleid. Het arbobeleid van een organisatie komt tot stand door overleg tussen de werkgevers en werknemers of afgevaardigden daarvan. Tijdens dit overleg worden afspraken geformuleerd over de manier waarop de doelen en doelvoorschriften in het bedrijf kunnen worden geïmplementeerd zodat werknemers veilig en gezond kunnen werken.

Het bedrijf is verplicht om werknemers veilig te laten werken en de gezondheid van de werknemers te beschermen. Een bedrijf moet onder andere aan de Arbeidsinspectie kunnen aantonen dat werknemers goed op de hoogte zijn van de veiligheidsaspecten. Een werkgever kan er voor kiezen om werknemers cursussen te laten volgen die verband houden met veilig werken zoals VCA en NEN 3140. De werknemers dienen net als de werkgever het Arbobeleid uit te voeren en zo veilig mogelijk te werken.

Arbobeleidscyclus
Het Arbobeleid van een organisatie bestaat uit een aantal elementen. Deze elementen staan in een bepaalde beleidscyclus centraal. Deze beleidscyclus wordt ook wel arbobeleidscyclus genoemd en  is opgebouwd uit de volgende vijf onderdelen:

  • Willen. Het gaat hierbij om de intentie om met het arbobeleid aan de slag te gaan en duidelijk de doelen vast te stellen die bereikt moeten worden.
  • Weten. In dit onderdeel worden de risico’s vastgesteld. Hierbij komt onder andere de risico-inventarisatie aan de orde.
  • Wegen. Er wordt beoordeeld welke risico’s het eerste worden aangepakt. Hierbij worden duidelijk prioriteiten vastgesteld en een Plan van Aanpak gemaakt.
  • Werken. Het Plan van Aanpak en de bijbehorende actiepunten worden uitgevoerd.
  • Waken. Bij het laatste onderdeel worden de resultaten van de aanpak beoordeeld en in de gaten gehouden. Indien nodig worden doestellingen aangepast en bijgewerkt zodat het arbobeleid optimaler gaat functioneren.

De bovengenoemde stappen van de Arbobeleidscyclus zijn cyclische stappen. Dit houdt in dat deze stappen met regelmaat terugkeren.  Wanneer weer nieuwe risico’s worden vastgesteld beginnen de stappen of een deel van de stappen weer opnieuw.

Arbozorgsysteem
Het Arbobeleid van een organisatie moet goed worden geborgd. Dit kan een bedrijf onder andere doen door het Arbobeleid vast te leggen in een arbozorgsysteem. Er zijn verschillende arbozorgsystemen. Een bekend model dat veel wordt gebruikt is de OHSAS 18001. Doormiddel van een audit kan men met een bepaalde regelmaat toetsen of het arbozorgsysteem nog effectief is. Een audit kan een bedrijf intern doen maar ook extern. Een combinatie van die twee wordt ook vaak gedaan. Hierbij voert het bedrijf zelf een interne audit uit in een bepaalde periode en wordt een externe partij ingehuurd om een externe audit in het bedrijf uit te voeren. Een externe audit is meestal objectiever dan een interne audit.

Wat is de Arbeidsomstandighedenwet of Arbowet?

De Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel afgekort met Arbowet. Deze Nederlandse wet bevat algemene bepalingen en richtlijnen voor werkgevers en werknemers met betrekking tot het beschermen en bevorderen van een gezond en veilig werkklimaat. Het doel van de Arbowet is het voorkomen van ziekten, ongevallen en fysieke of mentale schade ten gevolge van werk.

De vier delen van Arbowetgeving
De Arbeidsomstandighedenwet is een wet waarin geen concrete regels staan genoteerd. In plaats daarvan zijn in deze Arbowet algemene bepalingen opgenomen en worden richtlijnen aan bedrijven gegeven voor het  arbeidsomstandighedenbeleid. De Arbowetgeving kan worden onderverdeeld in vier delen. Deze delen zijn als volgt:

  • de Arbeidsomstandighedenwet
  • het Arbeidsomstandighedenbesluit, ook wel het Arbobesluit.
  • de Arbeidsomstandighedenregeling, ook wel de Arboregeling.
  • de Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving. Dit worden ook wel de Arbobeleidsregels genoemd.

Arbowet en arbobeleid
De Arbowet kan worden beschouwd als een kaderwet met algemene bepalingen over de inhoud en vormgeving van het arbobeleid van een onderneming. Een onderneming of werkgever is verplicht om een Arbobeleid te maken op basis van de kaders die worden geboden door de Arbowet. Een ondernemer of werkgever heeft een bepaalde mate van vrijheid om deze kaders aan te passen aan de eigen bedrijfsvoering en procedures.

De kaders van de Arbowet worden geboden door zogenoemde doelvoorschriften. Een doelvoorschrift verschaft een duidelijke richtlijn voor een werkgever met betrekking tot de bescherming van de werknemers. Deze doelvoorschriften kunnen met verschillende factoren te maken hebben zoals valbeveiliging als men op hoogte werkt of gehoorbescherming als het geluid in de omgeving van de werknemer boven de 85 decibel komt. Op basis van de doelvoorschriften maakt de werkgever een arbobeleid dat toegespitst is op de organisatie en omgeving waarin de werknemers werken.

Is een arbobeleid verplicht?
Een arbobeleid moet door werkgevers worden opgesteld. Dit is een verplichting vanuit de wet. In het arbobeleid zijn verschillende onderdelen opgenomen zoals het een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), bedrijfshulpverlening, preventie en periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO). Het arbobeleid wordt door de werkgever opgesteld en de werkgever voert dit beleid uit. Uiteraard dienen de werknemers zich wel aan de richtlijnen uit het arbobeleid van het bedrijf te houden. De werknemers doen dit uiteindelijk voor hun eigen gezondheid en welzijn. Een goed arbobeleid is niet alleen belangrijk voor de werknemers. Een bedrijf is ook gebaad bij lage ongevallencijfers en een gezond personeel dat fit genoeg is en goed in staat is om de werkzaamheden van het bedrijf uit te voeren.