Een uitzendkracht krijgt een ongeval: wie is aansprakelijk?

Het komt helaas soms voor dat uitzendkrachten te maken krijgen met een ongeval. Een ongeval kan letsel of materiële schade tot gevolg hebben. Uitzendbureaus zijn tijdens de werkzaamheden van de uitzendkracht geen toezichthouder en tevens niet in staat om de arbeidsomstandigheden van de uitzendkracht zo veilig mogelijk te maken. In de Algemene Arbeidsvoorwaarden van de meeste uitzendbureaus is vastgelegd dat de opdrachtgever leiding en toezicht heeft over de werkplek en derhalve aansprakelijk is bij bedrijfsongevallen en schade.

Dit is niet meer dan logisch aangezien uitzendbureaus geen zeggenschap hebben over de arbeidsomstandigheden op de werkplek. In de leveringsvoorwaarden van veel uitzendorganisaties is daarom vastgelegd dat de opdrachtgever ons zal vrijwaren van vorderingen van schade, door de flexmedewerker geleden in het kader van de uitoefening van diens werkzaamheden. De opdrachtgever is, als het goed is voor de tewerkstelling van de uitzendkracht akkoord gegaan met deze voorwaarde door het ondertekenen van de opdrachtbevestiging van de uitzendorganisatie.

Daarnaast wordt de inlener (en niet het uitzendbureau) in de Arbowet aangemerkt als “werkgever” van de uitzendkracht wanneer het gaat om de arbeidsomstandigheden. Het ligt daarom voor de hand dat de werknemer de opdrachtgever en niet het uitzendbureau aansprakelijk stelt als er schade of letsel is ontstaan door een ongeval op de werkplek. De opdrachtgever is, als het goed is, verzekerd voor bedrijfsongevallen. Zij kunnen de schadeclaim van de medewerker doorsturen naar hun ongevallen verzekering die voor de verdere afhandeling zal zorgdragen. Of het daadwerkelijk tot een schadevergoeding komt, bepaalt de verzekeraar of de rechter als het tot een rechtszaak komt.

Toch heeft een uitzendorganisatie ook verplichtingen richting de uitzendkracht. Zo moet een uitzendbureau er voor zorgen dat de uitzendkracht van te voren goed op de hoogte is gebracht van de veiligheidsrisico’s op de werkplek. Ook kan het uitzendbureau met de inlener afspraken maken over wie welke persoonlijke beschermingsmiddelen aan de uitzendkracht verstrekt. Uitzendorganisaties die extra op de veiligheid letten hebben een VCU certificaat. Een VCU uitzendbureau is extra gericht op de veiligheidsrichtlijnen die voortvloeien uit het VCA. Dat wil niet zeggen dat er geen ongelukken kunnen gebeuren. Wel is een goede focus en voorlichting op het gebied van veiligheid een belangrijke stap in het reduceren van ongevallen op de werkplek.

Wat is een Taak Risico Analyse of TRA?

Een Taak Risico Analyse, afgekort als TRA, wordt gebruikt als een middel om tijdig de risico’s te analyseren van werkzaamheden waarvoor geen bestaande werkmethode of werkprocedure is opgesteld.  De Taak Risico Analyse wordt in opdracht van een bedrijf uitgevoerd om ook voor afwijkende werkzaamheden en projecten zo veilig mogelijke arbeidsomstandigheden te creëren. Dit zijn bedrijven namelijk verplicht volgens de Arbeidsomstandighedenwet. Deze Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel Arbowet genoemd en is een kaderwet die allemaal voorschriften en regels aan bedrijven oplegt met betrekking tot veiligheid op de werkvloer.

Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E)
Bedrijven zijn volgens de Arbowet verplicht om een Arbobeleid te voeren. Daarvan maakt de Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E)  een belangrijk onderdeel uit. Deze Risico Inventarisatie & Evaluatie wordt uitgevoerd om de risico’s op de afdelingen en werkplekken binnen een organisatie inzichtelijk te maken. De RI&E wordt vooral gebruikt om de arbeidsomstandigheden binnen het bedrijf te inventariseren. Daarbij gaat het echter om redelijk vaststaande situaties en werkplekken. Door werkzaamheden te standaardiseren en gebruik te maken van vaste duidelijke veiligheidsinstructies kunnen werkprocessen veilig en verantwoord worden uitgevoerd. De risico’s worden namelijk beheersbaar gemaakt.

Dit gebeurd meestal doormiddel van een plan van aanpak dat is opgesteld om de risico’s die geïnventariseerd zijn effectief te bestrijden. Ongeveer 80 procent van de ongevallen wordt veroorzaakt door menselijke handelingen. Daarom kan men door het standaardiseren van veilige handelingen en werkmethoden veel ongevallen worden voorkomen. Er kunnen echter ook taken of werkzaamheden worden uitgevoerd met een verhoogd risico terwijl hiervoor binnen een bedrijf geen gestandaardiseerde werkmethodes zijn opgesteld.  In dat geval voert men een Taak Risico Analyse uit oftewel een TRA.

Taak Risico Analyse samengevat
Een Taak Risico Analyse is specifiek gericht op bijzondere werkzaamheden, projecten en incidentele handelingen op de werkvloer die risico’s met zich mee brengen. Door tijdig de verwachte risico’s te inventariseren kan men er voor zorgen dat de risico’s beperkt en beheerst worden. Daarnaast wordt de Taak Risico Analyse in de praktijk ook gebruikt om procedures en maatregelen die reeds zijn toegepast te toetsen op veiligheid. Zo kan een bedrijf doormiddel van een gestructureerde aanpak afwijkingen en risico’s op de werkplek en in de werkmethodes in kaart brengen. Vervolgens kunnen bedrijven doormiddel van een plan van aanpak nieuwe beheersmaatregelen implementeren om de veiligheid op de werkvloer te bevorderen.

Nadat een Taak Risico Analyse is uitgevoerd wordt deze op een overzichtelijke manier gearchiveerd. Het is de bedoeling dat voor elke afwijkende taak die risico’s met zich meebrengt een afzonderlijke Taak Risico Analyse wordt opgesteld. Het reproduceren van precies het zelfde verslag is niet de bedoeling en zorgt er tevens voor dat men de analyse niet goed uitvoert. Elke arbeidsomstandigheid en elke handeling of project op de werkvloer heeft namelijk specifieke eigenschappen daarom is een Taak Risico Analyse, zoals de naam al doet vermoeden, gericht op een taak of een handeling. Het is echter mogelijk dat bepaalde projecten of taken in de toekomst vaker op precies dezelfde wijze onder dezelfde omstandigheden zullen plaatsvinden. In dat geval kan men werkprocessen standaardiseren en kan een bedrijf de informatie uit de Taak Risico Analyse gebruiken om specifieke werkinstructies voor bepaalde taken of projecten te schrijven.

Doel van de Taak Risico Analyse
Het doel van de TRA is het inventariseren van risico’s van incidentele taken en projecten om daardoor de risico’s te beheersen, veilig werken te bevorderen en ongevallen te voorkomen. Dit doel kan op twee manieren worden bereikt:

  • Doormiddel van een gestructureerde aanpak de mogelijke risico’s te inventariseren die in relatie staan met de werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden en de omgeving waarin deze worden uitgevoerd.
  • Het op een effectieve wijze aanpakken van de geïnventariseerde risico’s door de risico’s weg te nemen of door de risico’s beheersbaar te maken indien de risico’s niet weggenomen kunnen worden.

Uit welke stappen bestaat een Taak Risico Analyse?
Een gedegen Taak Risico Analyse bestaat uit een aantal stappen. Deze stappen worden hieronder kort benoemd:

Stap 1: vaststellen van het werk of de taak
De eerste stap van de TRA is het vaststellen wat de aard van het werk is. Daarbij wordt ook gekeken naar de arbeidsomstandigheden. Deze arbeidsomstandigheden zijn de werkplek zelf maar ook de omgeving waarin het werk wordt uitgevoerd. Ook wordt er in deze stap gekeken naar de complexiteit van het werk en de condities waaronder het werk moet worden verricht.

Stap 2: bepalen van de risico’s
De tweede stap van de TRA is het bepalen en inventariseren van de risico’s. Daarbij kijkt men naar de reeds aanwezige risico’s maar ook naar eventuele nieuwe risico’s die kunnen ontstaan tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. Soms veranderen risico’s namelijk als men de werkzaamheden gaat uitvoeren bijvoorbeeld als men een elektrische installatie onder spanning zet. Het is belangrijk dat ook de nieuwe (verwachte) risico’s in kaart worden gebracht zodat een volledige TRA ontstaat.

Stap 3: wegnemen of beheersbaar maken van risico’s
Zodra men de risico’s in de vorige stap inzichtelijk heeft gemaakt kan men beschrijven hoe deze risico’s weggenomen kunnen worden. Sommige risico’s kunnen namelijk verholpen worden. Zo kan men een werkplek netjes opruimen zodat de kans op struikelen over materialen wordt verminderd. In sommige gevallen kunnen risico’s niet worden weggenomen. Denk aan een glazenwasser die op hoogte werkt. Doormiddel van valbeveiliging en een veilige hoogwerker kunnen de risico’s die de glazenwasser loopt wel beheersbaar worden gemaakt zodat men van aanvaardbare risico’s kan spreken.

Stap 4: werkvoorbereiding
Het bedenken van een goede volgorde waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd is een belangrijke activiteit die behoort tot de Taak Risico Analyse. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende delen:

  • Technische werkvoorbereiding. De technische werkvoorbereiding is het deel waarin de het soort werkzaamheden en bewerkingen die moeten worden uitgevoerd in kaart worden gebracht. Daarbij kijkt men naar de meest efficiënte en economisch verantwoorde manier van werken (lean management/ lean manufacturing). Daarbij gebruikt men technische informatie in de vorm van kwaliteitseisen, tekeningen, procedures en specificaties. Ook wordt er gekeken naar de machines en werktuigen die worden ingezet bij het uitvoeren van de taak.
  • Arbeidskundige werkvoorbereiding. Bij dit deel van de werkvoorbereiding kijkt men naar de manier waarop het werk voor de mens zo goed en zo veilig mogelijk uitgevoerd kan worden. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de beperkingen en de werkbelasting waar de werknemers mee te maken krijgen die de taken moeten uitvoeren. Er wordt gekeken naar de gereedschappen en machines die door de werknemer het meest veilig kunnen worden gebruikt. Ook wordt een overzicht gemaakt van de werknemers die de werkzaamheden op basis van opleiding en ervaring het beste kunnen uitvoeren. Een arbeidskundige werkvoorbereiding is goed wanneer de werkzaamheden zo goed mogelijk zijn afgestemd op de capaciteiten van de mens en geen risico vormen voor de veiligheid, gezondheid en welzijn van de mens.

Stap 5: opstellen van een Taak Risico Analyse
Een Taak Risico Analyse kan het beste worden opgesteld door verschillende werknemers met een verschillende expertise. In ieder geval is het belangrijk dat alle werknemers die betrokken zullen zijn bij de uitvoering van de werkzaamheden ook bij het opstellen en uitwerken van de TRA betrokken worden. Ook de werknemers die verantwoordelijk zijn voor de werkvoorbereiding, planning en aansturing van de werknemers (die de beoogde taak gaan uitvoeren) zullen bij de TRA betrokken moeten worden. Door in teamverband een TRA op te stellen kan men een taak van verschillende kanten beoordelen en kan de analyse zo breed mogelijk worden uitgevoerd.

Tijdens de Taak Risico Analyse worden alle veiligheidsaspecten in kaart gebracht. Dit zijn zowel de veiligheidsaspecten van taken met een hoog risico als de veiligheidsaspecten van taken met een laag risico. Vervolgens zal een werkprocedure worden opgesteld.

Stap 6: communicatie
Wanneer men de vorige stappen heeft afgerond is het belangrijk dat de Taak Risico Analyse wordt gecommuniceerd met alle betrokken medewerkers. Dit houdt in dat de uitvoerende medewerkers op de hoogte moeten worden gebracht maar ook de leidinggevenden. Ook andere betrokkenen zoals veiligheidsadviseurs, planners en werkvoorbereiders dienen op de hoogte te worden gebracht. Als het goed is heeft een groot deel van deze groep medewerkers ook een bijdrage geleverd bij de totstandkoming van de Taak Risico Analyse. Daardoor zal veel van de informatie voor hun herkenbaar zijn.

De communicatie dient echter gestructureerd plaats te vinden. Dit kan bijvoorbeeld in een kick off meeting die plaatsvind voordat de werkzaamheden beginnen. Tijdens de kick off meeting zal aandacht besteed moeten worden aan de werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden en de risico’s die daarbij aan de orde komen. Verder dienen de beheersmaatregelen te worden benoemd en de persoonlijke beschermingsmiddelen die vereist zijn.

Stap 7: uitvoering
Als werknemers op de hoogte zijn van de taken die uitgevoerd moeten worden en de risico’s die daarbij aan de orde komen evenals de beheersmaatregelen dan kan het werk beginnen. In de praktijk is echter verstandig om de werknemers van te voren schriftelijk te informeren over het werk, de risico’s en de beheersmaatregelen. Dit kan in stap 6 worden gedaan in de communicatie. Door duidelijke werkinstructies te verstrekken kan een werknemer op een schriftelijk document terugvallen en de werkzaamheden gestructureerd uitvoeren. Daarbij dient de werknemer echter wel verantwoordelijk te zijn voor de taken die hij of zijn uitvoert. De werknemer dient deze taken conform de veiligheidsvoorschriften uit te voeren en dient daarbij geen gevaar te veroorzaken voor zichzelf of anderen. Ook dient de werknemer onveilige situaties te melden en eventueel de aard van de onveilige situatie weg te nemen indien dit veilig kan gedaan worden zonder gevaar of extra risico’s te veroorzaken. Leidinggevenden zullen werknemers controleren tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Daarbij dient zeker ook aandacht te worden besteed aan het naleven van de veiligheidsvoorschriften.

Stap 8: evalueren en documenteren
Als de taak is afgerond of het project klaar is dan kan men gaan evalueren. Het is belangrijk dat bij deze evaluatie alle betrokken werknemers aanwezig zijn. Dit zijn zowel de uitvoerende werknemers als de leidinggevenden. Ook de werkvoorbereiders, planners en betrokken veiligheidskundig(en) zullen moeten deelnemen aan de evaluatie om een zo goed mogelijk beeld te krijgen.

Daarbij kan een bedrijf nagaan of het werk is uitgevoerd conform de voorschriften en de werkinstructie(s). Men zal ook moeten bespreken of er mogelijke onvoorziene omstandigheden zijn voorgekomen die een verhoogd veiligheidsrisico met zich meebrachten. Als er ongevallen of bijna ongevallen zijn geweest dienen deze eveneens in de evaluatie te worden besproken. Daarbij wordt ook aangegeven hoe men met deze geconstateerde problemen is omgegaan en hoe men deze in de toekomst kan voorkomen.

Ook dient er aandacht te worden besteed aan de documentatie van de TRA. De TRA dient goed te worden opgeslagen en de informatie die uit de evaluatie naar voren komt dient hierin te worden meegenomen. Voor de toekomst is het belangrijk dat een TRA makkelijk en snel kan worden gevonden voor het geval er weer vergelijkbare werkzaamheden of taken moeten worden uitgevoerd. Daarom moet een TRA op een centraal punt worden opgeslagen en beheerd.

Wanneer moet een bedrijf een TRA uitvoeren?
Tot slot nog even een korte opsomming van situaties waarin een TRA dient te worden opgesteld door een bedrijf:

  • Een TRA dient te worden opgesteld als er werkzaamheden worden uitgevoerd met een hoog risico terwijl deze werkzaamheden niet vallen binnen de reeds bestaande werkprocedures of werkinstructies.
  • Er is sprake van nieuwe werkzaamheden die voor het eerst worden uitgevoerd terwijl hiervan de risico’s nog onbekend zijn.
  • Werkprocedures worden geëvalueerd of er worden nieuwe werkprocedures opgesteld.

Wat is een ongevallenregister in het RI&E?

Werkgevers zijn verplicht om de arbeidsomstandigheden in hun organisatie zo veilig mogelijk te maken. Daarvoor moet een bedrijf een Arbeidsomstandighedenbeleid opstellen. Dit wordt ook wel een Arbobeleid genoemd. Het Arbobeleid bestaat uit verschillende onderdelen waaronder de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). Volgens artikel 5 van de Arbowet is een werkgever verplicht om een ongevallenregister bij te houden als onderdeel van de risico-inventarisatie en evaluatie. In dit ongevallenregister dient de werkgever alle ongevallen te noteren die ziekteverzuim tot gevolg hadden.

Rapportageplicht ernstige ongevallen
Naast het bijhouden van ongevallen in een ongevallenregister zullen ook de ernstige ongevallen gemeld moeten worden bij de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid. De volgende ongevallen moeten in ieder geval bij de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid moeten worden gemeld:

  • Ongevallen die de dood tot gevolg hadden.
  • Ongevallen waarbij het slachtoffer blijvend lichamelijk of blijvend psychisch letsel heeft opgelopen.
  • Ongevallen waarbij het slachtoffer wordt opgenomen in het ziekenhuis.
  • Wanneer geconstateerd en bewezen wordt dat een werknemer een beroepsziekte heeft. Deze melding moet vanaf 1 november 1999 worden gemeld door de Arbodienst.

Deze ernstige ongevallen staan bovenin de ongevallendriehoek en vormen de top in de ijsbergtheorie (die verder op technischwerken.nl is behandeld in een ander artikel). Over het algemeen vinden er binnen een bedrijf meestal meer kleine ongevallen plaats dan ernstige ongevallen. De overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid wil echter dat ongevallen worden voorkomen. Door de ernstige ongevallen te melden kan deze inspectiedienst onderzoek doen en eventueel wetswijzigingen aanbevelen om de veiligheid van werknemers verder te waarborgen.

Waarom een ongevallenregister?
Het bijhouden van een ongevallenregister is verplicht. Buiten deze verplichting zijn er nog een aantal belangrijke redenen waarom een ongevallenregister een belangrijk onderdeel is van het arbobeleid van een organisatie. Een ongevallenregister dat goed wordt bijgehouden maakt namelijk een aantal aspecten voor een bedrijf inzichtelijk:

  • Er wordt inzicht verkregen in het aantal ongevallen per functie of functiegroep.
  • Er wordt inzicht verkregen in het aantal ongevallen dat plaatsvind op een afdeling of gedeelte van een werkplek.
  • Er wordt door een ongevallenregister duidelijk gemaakt wat de frequentie is van het aantal ongevallen binnen een bedrijf.
  • Het type of soort ongeval wordt duidelijk inzichtelijk.
  • Doordat de ongevalsfrequentie en het soort ongeval inzichtelijk is, evenals de locatie van het ongeval kan een bedrijf effectiever prioriteiten stellen in het bestrijden van de onveilige situaties en onveilige handelingen op de werkplek.

Bedrijven kunnen doormiddel van het ongevallenregister een beter inzicht krijgen in welke ongevallen plaatsvinden en waar deze plaats vinden. Dat zorgt er voor dat het bedrijf in een plan van aanpak de risico’s beter kan proberen te beheersen. Er worden maatregelen genoemd die ongevallen in de toekomst moeten voorkomen.

Onderscheid tussen ongevallen
Bedrijven maken onderscheid tussen verschillende soorten ongevallen en de locatie waar deze ongevallen hebben plaatsgevonden. Hieruit ontstaan drie categorieën:

  • Ongevallen die plaats vinden op de werkplek
  • Ongevallen buiten de werktijd in de privésfeer van de werknemers
  • Verkeersongevallen

Wat staat er in een ongevallenregister?
In een ongevallenregister worden door een bedrijf ongevallen genoteerd. In het register moeten alle ongevallen worden opgenomen die ziekteverzuim tot gevolg hebben. Daarbij wordt het register op een bepaalde manier ingedeeld. De volgende informatie moet in het ongevallenregister per ongeval worden genoteerd:

  • De datum van het ongeval.
  • De locatie van het ongeval.
  • Het soort ongeval: bijvoorbeeld een dodelijk ongeval. Een ongeval dat leidt tot ernstig lichamelijk of psychisch letsel. Of een ongeval dat leidt tot enig letsel.
  • De functie van de persoon of personen die slachtoffer zijn geworden.
  • De machines, apparaten, materieel en werktuigen waar betrokkene op het moment van het ongeval mee werkte.
  • Toedracht van het ongeval.
  • De gevolgen van het ongeval. Deze gevolgen kunnen zowel  immaterieel zijn (fysieke en psychische klachten en ziekteverzuim) of materieel en financieel.
  • Concrete maatregelen die zijn genomen om de situatie te verbeteren.
  • De mate waarin de voorgenomen maatregelen zijn gerealiseerd.

In een ongevallenregister kunnen bedrijven ook de bijna ongevallen opnemen en overige incidenten die voor onveiligheid hebben gezorgd zoals branden, explosies, schade of het vrijkomen van schadelijke stoffen in de atmosfeer, in de grond(water) en het oppervlaktewater.

Bijna ongevallen melden
Personeel en leidinggevenden zullen in de praktijk te maken krijgen met ongevallen maar ook met bijna ongevallen. In de laatste situaties ging het nog maar net goed. Bijna ongevallen kunnen echter belangrijke waarschuwingen vormen voor bedrijven zodat ze op basis daarvan hun Arbobeleid en veiligheidsbeleid kunnen aanpassen. Voor bijna ongevallen moet net als voor daadwerkelijke ongevallen een ongevalsformulier worden ingevuld. Bedrijven kunnen de informatie van de ongevalsformulieren gebruiken om ongevallen en bijna ongevallen te analyseren zodat ongevallen in de toekomst voorkomen kunnen worden.

Wat is een ongevallenonderzoek?

Werkgevers dienen er alles aan te doen om de werkplek zo veilig en gezond mogelijk te maken voor werknemers, bezoekers en het milieu. Dit zijn werkgevers vanuit de Arbowet verplicht. Ondanks deze duidelijke richtlijn kunnen niet alle risico’s worden weggenomen omdat bij sommige bedrijven het dan niet meer mogelijk is om hun bedrijfsvoering te ontplooien. Bedrijven dienen daarom doormiddel van een Risico Inventarisatie & Evaluatie hun risico’s in kaart te brengen en doormiddel van een plan van aanpak aan te geven hoe ze de geconstateerde risico’s gaan aanpakken. Daarbij dienen zowel leidinggevenden als uitvoerende personeelsleden betrokken te worden. Vooral onveilige situaties kunnen in de praktijk dikwijls effectief worden aangepakt. Desondanks is het mogelijk dat er een ongeval plaatsvind. Als er sprake is van een ernstig ongeval dan dient een bedrijf dit te melden bij de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid. Deze overheidsinspectiedienst kan dan besluiten om een ongevallenonderzoek uit e laten voeren.

Wanneer een ongevallenonderzoek?
Ongevallen dienen in ieder geval bij de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid  wanneer:

  • De betrokkene wordt opgenomen in het ziekenhuis
  • Wanneer iemand is overleden bij het ongeval
  • Wanneer er blijvend letsel wordt opgelopen ten gevolge van het ongeval

In sommige gevallen zal een ongeval ook gemeld moeten worden bij de politie. Bij ernstige ongevallen bijvoorbeeld ongevallen met dodelijke afloop mag de werkplek niet worden gewijzigd of opgeruimd zodat de onderzoekers precies kunnen nagaan wat er heeft plaatsgevonden en wat de mogelijke oorzaken daarvan zijn geweest.

Waarom een ongevallenonderzoek?
De overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid kan een ongevallenonderzoek doen om de oorzaak van het ongeval te achterhalen. Daarbij kan worden verduidelijkt wat de toedracht is geweest van het ongeval en wie daarvoor verantwoordelijk is of verantwoordelijk zijn. Het belangrijkste aspect waarom een ongevallenonderzoek wordt gedaan is het voorkomen dat een dergelijk ongeval weer plaats gaat vinden. Door de oorzaken van het ongeval te achterhalen kan men ook nagaan welke aspecten men moet aanpakken om een herhaling in de toekomst te voorkomen.

Waaruit bestaat een ongevallenonderzoek?
Een ongevallenonderzoek bevat een aantal delen of elementen, dit zijn de volgende:

  • Onderzoek op plaats van het ongeval. Er wordt onderzoek gedaan op de plek waar het ongeval plaats heeft gevonden. Daarbij wordt gekeken naar de materialen, machines, producten en andere objecten die op de plaats van het ongeval aanwezig zijn. Daarom is het belangrijk dat men deze na het ongeval niet gaat veranderen. Een ongevallenonderzoek dient zo snel mogelijk na het ongeval plaats te vinden zodat de plaats van het ongeval niet verandert is. De onderzoekers kunnen gebruik maken van foto’s en schetsen om duidelijk te maken hoe de situatie er uit ziet. Ook kan de onderzoeker bekijken of de benodigde waarschuwingssignalen aanwezig zijn op de werkplek.
  • Interview. Onderzoekers leggen vast wie er wordt geïnterviewd naar aanleiding van het ongeval. De slachtoffers en de getuigen zullen indien mogelijk worden betrokken bij het onderzoek. De personeelsleden en omstanders die het ongeval hebben gezien zullen aan het onderzoek mee moeten werken als dat aan hen wordt gevraagd. Meestal gebeurd dat in een interview waarbij vragen aan de getuige worden gesteld om de oorzaken van het ongeval te achterhalen. Als iemand gevraagd wordt om te getuigen in een onderzoek dan is hij of zij verplicht om daaraan mee te werken. De onderzoeker kan vragen of de werknemers op de hoogte zijn van de risico’s op de werkplek. Ook kan de onderzoeker navragen of de persoon die het ongeval veroorzaakte onveilig heeft gehandeld en de voorschriften naast zich neerlegde of niet. De getuigenverklaringen worden vastgelegd en teruggekoppeld naar de getuigen.
  • Analyse. De onderzoeksresultaten worden geanalyseerd en er wordt gekeken naar verbanden tussen de informatie die uit de vorige stappen naar voren is gekomen. Daarbij kijkt men ook naar de manier waarop leidinggevenden en personeelsleden hebben gehandeld vlak voor het ongeval. Ook kijkt men of de gereedschappen en machines wel veilig genoeg waren of onjuist gebruikt werden (onveilig handelen). De onderzoekers analyseren de getuigenverklaringen. Ook wordt er verband gelegd tussen de directe en indirecte oorzaken van het ongeval.
  • Eindrapport. Tot slot wordt er een eindrapport opgesteld over het ongeval en de oorzaken daarvan. Ook worden aanbevelingen gedaan waarmee dergelijke ongevallen in de toekomst voorkomen zouden moeten worden.

Begrippen ongeval en bijna-ongeval op de werkplek

Als men het heeft over de veiligheid op de werkplek dan kan men kijken naar het aantal ongevallen dat op de werkplek hebben plaatsgevonden in een bepaalde periode. Als men het heeft over ongevallen dan beoordeelt men de waarschijnlijkheid dat een ongeval zal plaats kunnen vinden op de werkplek. Ook beoordeeld men schadelijke effecten van het ongeval. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie omschrijft een werkgever of laat een werkgever omschrijven welke risico’s op de werkplek aanwezig zijn en hoe deze risico’s kunnen worden weggenomen of hoe de ongewenste effecten daarvan kunnen worden beperkt. Men heeft het over risicobestrijding en ongevallenbeheersing. Omdat bij deze planmatige aanpak de begrippen ongeval en bijna-ongeval een belangrijke rol spelen zijn deze begrippen hieronder nader omschreven.

Wat is een ongeval?
Een ongeval is een ongewenst schadelijk (materiële of immateriële schade/ letselschade) gevolg van een gebeurtenis die bewust of onbewust is veroorzaakt. Ongevallen zijn niet altijd het gevolg van onveilig handelen op de werkvloer. Er kan namelijk ook sprake zijn van materialen en machines die wel correct worden gebruikt door werknemers maar op basis van elektrotechnisch of mechanisch defect toch voor een ongeval zorgen. De kans op een ongeval kan wel worden verkleind door de veiligheidsregels in acht te nemen en de persoonlijke beschermingsmiddelen die vereist zijn goed te gebruiken. Ongevallen worden door verschillende factoren veroorzaakt:

  • Menselijke fouten, dit omvat ook het niet naleven van de veiligheidsregels en onveilig handelen op de werkplek.
  • Organisatorische fouten. Leidinggevenden die verkeerde beslissingen maken met betrekking tot het inzetten van mensen, machines en werktuigen.
  • Gebreken aan machines, werktuigen, constructies en voertuigen.
  • Fouten in systemen en automatisering.

Een ongeval en een ongeluk worden in de praktijk vaak als synoniemen gebruikt maar dat is niet geheel juist. Een ongeluk is een veel breder begrip. Een ongeluk is in feite een ongelukkige of ongunstige situatie die het gevolg is van bepaalde oorzaken. Deze oorzaken hoeven geen letsel of materiële schade tot gevolg te hebben. Bij een ongeval is er wel een schade van een bepaalde aard.

Wat is een bijna-ongeval?
Het antwoord op bovenstaande vraag klinkt heel eenvoudig: als er sprake is van een bijna-ongeval is er net geen schade of letsel opgetreden maar scheelde het weinig. Een bijna-ongeval heeft daardoor gelukkig geen schadelijke gevolgen maar procedurele gevolgen dienen er wel te zijn. Een bijna-ongeval kan door een werknemer of door een bedrijf als een soort waarschuwing worden beschouwd. Een situatie is maar nét goed gegaan maar had ook anders af kunnen lopen. Daarom dienen bedrijven ook bijna-ongevallen te registreren en er actief een oplossing voor te vinden. Bedrijven moeten bijna ongevallen serieus nemen. Werknemers dienen daarom ook bijna-ongevallen bij hun leidinggevenden te melden. De leidinggevenden kunnen met veiligheidsspecialisten oplossingen bedenken waardoor de oorzaak van het bijna-ongeval wordt weggenomen. Ook een bijna-ongeval vormt daardoor een belangrijke situatie die in de ongevallenpreventie en ongevallenbestrijding van een bedrijf effectief zal moeten worden aangepakt.

Aansprakelijkheid bij ongeval uitzendkracht

Als een uitzendkracht te maken krijgt met een ongeval op de werkplek dan zal hij of zij naast de materiële en immateriële schade ook vaak geconfronteerd worden met het begrip aansprakelijkheid. Het begrip aansprakelijkheid zou je in dit verband kunnen verklaren met de vraag: ‘wie kan er aangesproken worden op het feit dat de uitzendkracht te maken heeft gehad met een ongeval’. Kortom de aansprakelijkheid heeft te maken met de verantwoordelijkheid die iemand draagt over de uitzendkracht. Deze verantwoordelijkheid is op de intermediaire arbeidsmarkt verdeeld.

De feitelijke werkgever is de uitzendonderneming maar de functionele werkgever is de inlener. Men heeft het in dit verband ook wel over feitelijk werkgeverschap en functioneel werkgeverschap. Zowel de feitelijke werkgever als de functionele werkgever hebben verplichtingen naar de uitzendkracht als het gaat om veiligheid en gezondheid, dus ook als het gaat om het voorkomen van ongelukken. Vooral dat laatste aspect is belangrijk als men binnen het kader van aansprakelijkheid de schuldvraag bij één van de twee ondernemingen wil neerleggen.

Arbodocument
Het voorkomen van ongevallen is natuurlijk heel belangrijk. Veel ongevallen kunnen worden voorkomen door de juiste informatie tijdig te verschaffen. De uitzendkracht moet voor hij of zij met de werkzaamheden begint weten welke veiligheidsrisico’s aanwezig zijn op de werkvloer. Ook dient de uitzendkracht van te voren te weten hoe deze risico’s zoveel mogelijk bepekt kunnen worden en hoe hij of zij zich tegen de risico’s kan beschermen met persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s). Zowel Artikel 11 van de Wet Allocatie Arbeidskrachten Door Intermediairs (WAADI) als wel de Arbowet schrijven voor dat de uitzendkracht doormiddel van een Arbodocument op de hoogte moet worden gebracht van alle aspecten die relevant zijn voor de veiligheid en gezondheid van de uitzendkracht op de werkvloer.

Het Arbodocument dient door de inlener aan de uitzendonderneming te worden verstrekt. De uitzendonderneming heeft een doorgeleidingsplicht. Dit houdt in dat de uitzendonderneming verplicht is om de informatie uit het Arbodocument van de inlener tijdig te verstrekken aan de uitzendkracht. Vaak laten uitzendondernemingen de uitzendkracht tekenen voor de ontvangst van het Arbodocument. Dit Arbodocument heeft in de praktijk soms een andere naam zoals Arbochecklist. Of men nu het woord Arbodocument of Arbochecklist gebruikt de informatie die er in vermeld is moet afkomstig zijn en van toepassing zijn op de arbeidsomstandigheden van de functioneel werkgever oftewel de inlener.

Aansprakelijkheid bij ongevallen
In de praktijk komt helaas voor dat uitzendkrachten naast reguliere werknemers ook betrokken kunnen raken bij ongevallen. Als dit gebeurd zal al snel de aansprakelijkheidsvraag worden gesteld: ‘wie is er aansprakelijk voor het ongeval?’ Het uitzendbureau moet als formeel werkgever kunnen aantonen dat het aan har verplichtingen heeft voldaan. Dat is in dit geval het tijdig verstrekken van het Arbodocument aan de uitzendkracht. Voor de aanvang van de werkzaamheden moet de uitzendkracht precies op de hoogte zijn van alle veiligheidsaspecten en gezondheidsaspecten die voor hem of haar relevant zijn.

Als een uitzendonderneming niet kan aantonen dat ze deze gegevens tijdig heeft verstrekt dan kan de uitzendonderneming aansprakelijk worden gesteld voor de materiële en immateriële schade die de uitzendkracht heeft opgelopen ten gevolge van het ongeval bij de inlener. Als de uitzendonderneming wel tijdig het Arbodocument aan de uitzendkracht heeft verstrekt dan kan men de aansprakelijkheidsvraag neerleggen bij de inlener die de functioneel werkgever is. Omdat de inlener belast is met het dagelijks toezicht op de uitzendkracht en de arbeidsomstandigheden zal in de praktijk vaak naar de inlener worden gekeken als aansprakelijke bij een ongeval. Vee uitzendondernemingen wijzen hun opdrachtgevers in de praktijk in hun Algemene Voorwaarden op hun verantwoordelijkheden en aansprakelijkheid met betrekking tot ongevallen. Dat zorgt er overigens niet voor dat uitzendondernemingen in de praktijk alle verantwoordelijkheid kunnen neerleggen bij de opdrachtgevers of inleners. Uitzendondernemingen hebben natuurlijk de doorgeleidingsplicht en kunnen daarnaast met hun opdrachtgevers afspraken maken over het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen aan de uitzendkracht. Ook zal een regelmatig de werkplek van de inlener moeten bezoeken en moeten controleren of de uitzendkracht inderdaad de werkzaamheden uitvoert conform het Arbodocument. Daarnaast zal het uitzendbureau de inlener moeten wijzen op eventuele mistanden en onveilige situaties indien deze tijdens een werkplekinspectie worden geconstateerd.

Conclusie
Een uitzendbureau moet na een ongeval kunnen aantonen dat ze haar uiterste best heeft gedaan om tijdig de juiste informatie te verstrekken aan de opdrachtgever. Ook de opdrachtgever moet kunnen bewijzen dat deze alles heeft gedaan om de werkplek zo veilig mogelijk te maken voor de uitzendkracht. Vaak zorgen uitzendbureaus en inleners er voor dat werknemers en uitzendkrachten doormiddel van instructies en trainingen goed op de hoogte worden gesteld van specifieke veiligheidsaspecten. Dit kan bijvoorbeeld door het VCA certificaat. VCA staat voor VGM (Veiligheid Gezondheid en Milieu) Checklist Aannemers. Ook zijn er specifieke veiligheidstrainingen zoals veilig werken met een vorkheftruck, veilig hijsen of veilig werken met elektrische installaties waarvan NEN3140 een voorbeeld van is. Veel werkgevers en uitzendbureaus laten uitzendkrachten en werknemers deze certificaten behalen om de veiligheid te bevorderen. Daarnaast zorgen deze certificaten er voor dat de uitzendbureaus kunnen aantonen dat ze hun werknemers en uitzendkrachten tijdig en voldoende hebben geïnstrueerd. Dit is belangrijk als men de aansprakelijkheid wil beoordelen.