Wat zijn VCU gecertificeerde uitzendbureaus?

VCU gecertificeerde uitzendbureaus zijn uitzendondernemingen die gecertificeerd zijn op het gebied van veiligheid en gezondheid voor uitzendorganisaties en kunnen als toeleverancier dienen van tijdelijk personeel voor opdrachtgevers die VCA gecertificeerd zijn. VCU staat voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. De letters VCA staan voor VGM Checklist voor Aannemers, waarbij VGM staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Een hoop afkortingen die duidelijk maken dat het veiligheidsaspect en gezondheidsaspect centraal staan in zowel de VCA certificering als de VCU certificering.

VCA en VCU
De VCA certificering is echter voor aannemers bestemd en de VCU certificering voor uitzendbureaus en andere intermediairs die personeel beschikbaar stellen aan andere bedrijven. Deze uitzendondernemingen of intermediairs vallen onder de WAADI oftewel de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Omdat intermediairs wel de feitelijke werkgever zijn van uitzendkrachten en andere uitleenkrachten maar niet belast zijn met het dagelijkse toezicht op deze flexkrachten heeft de overheid voor deze ondernemingen specifieke richtlijnen opgesteld met betrekking tot de veiligheid en gezondheid voor deze groep werknemers. Deze richtlijnen zijn terug te vinden in de WAADI en in Artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. Omdat deze wetsartikelen van groot belang zijn voor zowel het VCA als het VCU worden ze in de volgende alinea’s behandeld.

VCU en Artikel 11 WAADI
De VCU heeft veel te maken met Artikel 11 van de WAADI. De WAADI is een wet die voluit wordt geschreven als Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Dit betekend dat deze wet gericht is op ondernemingen die werknemers beschikbaar stellen aan opdrachtgevers die als inleners functioneren in de arbeidsbemiddelingsproces. De uitzendbureaus en andere intermediairs die personeel bemiddelen bij opdrachtgevers zijn de feitelijke werkgevers van deze personeelsleden. Deze ondernemingen die personeel uitlenen hebben dit personeel op de loonlijst staan.

Dat zorgt voor een aantal verantwoordelijkheden. Omdat deze feitelijke werkgevers in de dagelijkse praktijk de werknemers niet instrueren op de werkplek en geen toezicht hebben op deze werkplek moeten deze uitzendbureaus hun uitzendkrachten en gedetacheerden voor de aanvang van de uitzendwerkzaamheden goed instrueren op het gebied van veiligheid, gezondheid en de inhoud en aard van het werk. Dit wordt ook wel de doorgeleidingsplicht genoemd. Deze doorgeleidingsplicht is vastgelegd in Artikel 11 van de WAADI.

In Artikel 11 van de WAADI is door de overheid vastgelegd dat de organisatie die de arbeidskrachten ter beschikking stelt informatie moet verschaffen aan deze arbeidskrachten met betrekking tot de beroepskwalificatie die door de opdrachtgever wordt verlangd. Daarnaast wordt in Artikel 11 van de WAADI ook gerefereerd aan Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. Daarover wordt in de volgende alinea meer informatie gegeven. Het VCU certificaat maakt duidelijk dat de informatie waarover Artikel 11 van de WAADI gaat meer is dan alleen de beroepskwalificatie. Het gaat ook om veiligheidsvoorschriften, de aanwezige risico’s en de beheersmaatregelen die genomen dienen te worden door de uitzendkracht met betrekking tot deze risico’s. Daarbij komt het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen aan de orde maar ook het naleven van speciale veiligheidsvoorschriften. Verder controleert het uitzendbureau ook of de uitzendkracht in bezit is van een geldig VCA certificaat want dit wordt (vrijwel) altijd geëist door een opdrachtgever die zelf VCA gecertificeerd is. De opdrachtgever is zelf ook wettelijk verplicht om informatie te verschaffen aan de uitzendonderneming. Dit is bepaald in Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet.

VCU en Artikel 5 lid 5 Arbeidsomstandighedenwet
De Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel Arbowet genoemd en is een Nederlandse wet die gericht is op het optimaliseren van de arbeidsomstandigheden binnen bedrijven en het beschermen van de gezondheid en veiligheid van werknemers. De werkgever is in eerste instantie verantwoordelijk voor het bieden van een zo veilig mogelijke werkplek voor de werknemer. Daarvoor moet een bedrijf de risico’s, die op de werkplek aanwezig (kunnen) zijn, inventariseren doormiddel van een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Uit dit RI&E komt een inventarisatie van de risico’s naar voren. Daarnaast vormt het plan van aanpak voor de geïnventariseerde risico’s ook een wezenlijk onderdeel van het RI&E.

In dit plan van aanpak omschrijft een bedrijf hoe het de risico’s op de werkplek wil verwijderen (bronbestrijding) of beperken. Ook beheersmaatregelen zijn hierbij een belangrijk aspect. Het beheersen van risico’s kan onder andere door het duidelijk instrueren van werknemers op het gebied van veiligheid. De werkgever die personeel inleent is echter niet alleen verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid voor zijn of haar eigen werknemers. Ook de veiligheid en gezondheid van de ingeleende werknemers valt onder de verantwoordelijkheid van de inlener. Daarom moet de inlener ook deze werknemers instrueren op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Daarnaast moeten de ingeleende werknemers ook duidelijke instructies ontvangen met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden. In deze instructies moet onder andere aandacht worden besteed aan de manier waarop machines, gereedschappen en werktuigen dienen te worden gebruikt en welke veiligheidsvoorzieningen daarbij in acht worden genomen.

Een uitzendonderneming dient de hierboven genoemde informatie ook aan de uitzendkracht te verstrekken. Deze informatie kan de uitzendkracht echter alleen ontvangen van de inlener. Daarom heeft de inlener conform artikel 5 lid 5 Arbeidsomstandighedenwet de verplichting om voor de aanvang van de werkzaamheden de uitlener of uitzendbureau op de hoogte te brengen van:

  • De gevaren en risico’s op de werkvloer die uit de Risico Inventarisatie en Evaluatie naar voren komen.
  • De manier waarop de werkgever deze risico’s bestrijd.
  • De verwachtingen die de werkgever op dit gebied heeft van de werknemer/inleenleenkracht.
  • Eventuele bijzondere aspecten omtrent de risico’s waar de werknemer/inleenkracht rekening moet houden bijvoorbeeld aanmelden en afmelden op de werkplek.
  • De benodigde veiligheidsopleidingen, veiligheidstraingen en aanverwante cursussen waarover de werknemer moet beschikken om zijn of haar werk veilig te kunnen uitvoeren. Denk hierbij aan VCA, Veilig Hijsen en Veilig werken met een vorkheftruck.

Deze informatie moet door de (potentiële) inlener worden verstrekt aan de uitzendonderneming zodat deze kan voldoen aan de doorgeleidingsplicht welke is benoemd in Artikel 11 van de WAADI. VCU gecertificeerde uitzendbureaus leven uiteraard de doorgeleidingsplicht na in de volgende alinea wordt hier dieper op ingegaan.

Wat kan je van een VCU gecertificeerd uitzendbureau verwachten?
Een VCU gecertificeerd uitzendbureau is een uitzendbureau die voldoet aan de Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Deze uitzendondernemingen zijn goed op de hoogte van de veiligheidsaspecten die van toepassing zijn op bedrijven die actief zijn in de bouw, techniek, petrochemie, civiele techniek en andere sectoren waarbij er sprake is van een verhoogd veiligheidsrisico op de werkvloer. VCU gecertificeerde uitzendondernemingen zijn in de praktijk meestal gespecialiseerd in een bepaalde sector bijvoorbeeld werktuigbouwkunde of installatietechniek en elektrotechniek. Door deze specialisatie hebben VCU gecertificeerde uitzendbureaus in de praktijk meestal branchespecifieke informatie met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden en de risico’s die daarbij aan de orde (kunnen) komen. Door deze kennis kunnen de VCU uitzendbureaus de klant effectief ondersteunen bij personeelsvraagstukken. Daarnaast kunnen VCU uitzendbureaus ook goed inschatten wat de kwaliteiten zijn van potentiële uitzendkrachten. De zogenaamde ‘match’ of overeenstemming tussen de vereiste kwaliteiten van de opdrachtgever en de capaciteiten van de uitzendkracht kunnen daardoor beter worden gemaakt.

Dit zorgt er niet alleen voor dat opdrachtgevers of inleners beter worden begrepen het draagt ook in belangrijke mate bij aan de veiligheid op de werkvloer. Als een werknemer een voldoende onderricht persoon is of een vakbekwaam persoon dan weet een VCU uitzendbureau wat dit in de praktijk inhoudt en welke klussen wel en welke uitzendwerkzaamheden niet aan de uitzendkracht kunnen worden aangeboden. Tijdens het inventariseren van de opdracht kan een intercedent van VCU gecertificeerde uitzendonderneming vaak door zijn of haar kennis over de (technische) branche goed doorvragen waardoor zowel het inwinnen als het verstrekken van relevante informatie aan de uitzendkracht zo volledig mogelijk kan gebeuren. De intercedent van een VCU gecertificeerd uitzendbureau heeft ook een speciaal certificaat, dit is het VIL VCU certificaat en wordt behandeld in de volgende alinea.

Wat is VIL VCU?
Uitzendondernemingen en andere intermediairs die personeel bemiddelen bij VCA gecertificeerde ondernemingen zullen VCU gecertificeerd moeten zijn. Echter is het VCU certificaat verbonden aan een organisatie bijvoorbeeld een uitzendbureau of detacheringsbureau. De interne werknemers binnen deze onderneming dienen echter ook persoonlijk gecertificeerd te zijn. VIL is Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden terwijl VCU de Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties is. De intercedenten, consultants, vestigingsmanagers en andere personen die zich bezig houden met het bemiddelen van uitzendkrachten en andere flexkrachten leren tijdens een VIL VCU cursus wat er van hen verwacht wordt in het VCA-VCU proces. Dit is belangrijk wat uiteindelijk zijn intercedenten en hun collega’s het contactpunt voor VCA bedrijven en (potentiële) uitzendkrachten. Binnen een VCU organisatie is door de VIL VCU certificering van de interne medewerkers voldoende kennis aanwezig om VCA gecertificeerde bedrijven te voorzien van voldoende gekwalificeerd personeel.  

Is een RI&E verplicht?

Een Risico Inventarisatie en Evaluatie wordt afgekort met RI&E en is een verplicht onderdeel van het Arbobeleid dat een organisatie moet voeren op basis van de Nederlandse Arbeidsomstandighedenwet. De doelstelling van het RI&E is bestrijden van risico’s op de werkplek door:

  • Het inventariseren van risico’s.
  • Het beoordelen en rangschikken van risico’s.
  • Het maken van een plan van aanpak waarmee risico’s bestreden kunnen worden.
  • Het uitvoeren van het plan van aanpak.
  • Het evalueren van het plan van aanpak.
  • Inventariseren van de risico’s die nog aanwezig zijn (vanaf deze stap lopen de hiervoor genoemde stappen weer van boven naar beneden).

Bedrijven zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om een Risico Inventarisatie en Evaluatie uit te voeren. Deze verplichting geldt sinds 1 januari 1994 in Nederland.

Voor welke bedrijven is een RI&E verplicht?
In de inleiding werd aangegeven dat een Risico Inventarisatie en Evaluatie volgens de Arbowet verplicht moet worden uitgevoerd. Deze verplichting is van toepassing op alle bedrijven behalve voor zelfstandigen die geen personeel in dienst hebben. Deze laatste groep wordt ook wel freelancer genoemd of zzp’ers. De afkorting zzp staat voor zelfstandige zonder personeel. Omdat zzp’ers geen personeel in dienst hebben hoeven ze geen Risico Inventarisatie en Evaluatie uit te voeren. In de praktijk worden zzp’ers vaak ingeleend of ingezet door grotere bedrijven die wel meerdere personeelsleden in dienst hebben. Vanwege het feit dat deze inleners wel meerdere personeelsleden in dienst hebben moeten zij een Risico Inventarisatie en Evaluatie uitvoeren. Daardoor zal de zzp’er in de praktijk vaak werken binnen een bedrijf waar wel degelijk een Arbobeleid wordt gevoerd met een RI&E als onlosmakelijk onderdeel daarvan.

Wat is een RI&E?
Een Risico Inventarisatie en Evaluatie is een middel waarmee de risico’s binnen een bedrijf in kaart moeten worden gebracht. Het in kaart brengen van deze risico’s is van groot belang omdat bedrijven de wettelijke en morele plicht hebben om een zo veilig mogelijke werkplek voor hun personeel te realiseren. Dit kunnen werkgevers zullen voor de uitvoering van de Risico Inventarisatie en Evaluatie bepaalde expertise nodig hebben. Daarom moeten ze een gecertificeerde arbodienst of deskundige preventie inschakelen om dit proces te begeleiden.

Het RI&E moet schriftelijk worden vastgelegd. In de analyse en inventarisatie van de risico’s moet ook duidelijk worden aangeven wat de kans is dat een bepaald gevaar daadwerkelijk zal plaatsvinden. Verder is het plan van aanpak een wezenlijk onderdeel van het RI&E. Risico’s moeten namelijk niet alleen worden geïnventariseerd maar ook worden aangepakt en bestreden. Het plan van aanpak moet duidelijk zijn beschreven en daarnaast ook voorzien zijn van deadlines en/of een tijdsplanning. Verder moet in een RI&E duidelijk naar voren komen wie voor welke taak verantwoordelijk is.

Na de uitvoering van het plan van aanpak stopt het inventariseren en evalueren van risico’s niet. Dit proces blijft continue doorgaan. Bedrijven zullen altijd te maken krijgen met veranderingen en dynamiek. Dat zorgt er voor dat er ook weer nieuwe risico’s kunnen ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van nieuwe machines, werktuigen en andere productiemiddelen. Ook de uitbereiding van een fabriekspand of utiliteitscomplex kan er voor zorgen dat er weer andere risico’s ontstaan. Dat zorgt er voor dat de risico’s steeds weer opnieuw moeten worden geïnventariseerd, geëvalueerd en bestreden.  

Wat is een Risico Inventarisatie en Evaluatie RI&E?

Risico-Inventarisatie en Evaluatie is een verplicht onderdeel van het arbobeleid van een bedrijf waarmee op een gestructureerde wijze periodiek de risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid worden geïnventariseerd, beschreven en geëvalueerd. Bedrijven zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om een zo veilig mogelijke werkplek voor hun werknemers te creëren.

Daarnaast moet de werkplek en de atmosfeer op en rondom de werkplek ook geen schade opleveren voor de gezondheid van werknemers, bezoekers van de werkplek en andere personen die aanwezig kunnen zijn binnen het bedrijf of in de directe omgeving van het bedrijf. Het is echter van belang dat bedrijven een goed beeld hebben van de aanwezige risico’s. Pas wanneer de risico’s goed in kaart zijn gebracht en duidelijk zijn omschreven in een Risico Inventarisatie en Evaluatie kunnen de risico’s effectief worden bestreden. Dit laatste gebeurd in het plan van aanpak dat de organisatie moet opstellen op basis van de risico’s.

Onderdelen van een Risico Inventarisatie en Evaluatie
Een Risico Inventarisatie & Evaluatie moet uit een aantal onderdelen bestaan. Dit is van belang omdat dit RI&E volledig moet zijn. De Arbeidsomstandigheden wet geeft duidelijkheid over de inhoud van de Risico Inventarisatie en Evaluatie. We noemen een aantal voorbeelden van richtlijnen die worden geboden door de Arbowet over de inhoud van de RI&E:

  • In de RI&E moeten rol en taken en het gewenste niveau van de preventiemedewerker zijn omschreven. Ook moet het aantal preventiemedewerkers duidelijk in kaart zijn gebracht. Deze informatie is gebaseerd op de uitkomsten van de RI&E. Voor meer informatie Arbowet art. 13.
  • Artikel 5 van de Arbeidsomstandigheden bepaald dat de werkgever voor het arbeidsomstandighedenbeleid in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk moest vastleggen welke risico’s de arbeid voor de werknemers met zich brengt. Deze risico-inventarisatie en -evaluatie zal ook een beschrijving moeten bevatten van de gevaren en de risico-beperkende maatregelen die worden genomen.
  • Er moet een plan van aanpak worden opgesteld waarin door het bedrijf is aangegeven welke maatregelen genomen zullen worden om de risico’s te bestrijden. Daarnaast moet ook duidelijk worden gemaakt wanneer de maatregelen worden uitgevoerd en hoe. Dit staat in de Arbeidsomstandigheden wet Artikel 5 lid 3.
  • Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht de werkgever mee te werken aan de doorgeleidingsplicht die op basis van de WAADI aan uitzendbureaus is opgelegd. Werkgevers moeten namelijk conform Artikel 5 lid 5 van de Arbowet tijdig aan de intermediair of het uitzendbureau relevante informatie uit de risico-inventarisatie en -evaluatie verstrekken met betrekking tot de gevaren op de werkvloer en risicobeperkende maatregelen die hiervoor zijn getroffen. Ook de risico’s voor de werknemer op de in te nemen arbeidsplaats moeten aan het uitzendbureau bekend worden gemaakt. de doorgeleidingsplicht die het uitzendbureau op basis van de WAADI heeft zorgt er voor dat de uitzendonderneming deze relevante informatie aan de uitzendkracht verstrekt. Zie voor meer informatie het hoofdartikel “ wat is doorgeleidingplicht?” op technischwerken.nl.

Aan de hierboven richtlijnen moeten bedrijven zich houden. Toch hebben bedrijven wel een bepaalde vrijheid met betrekking tot de uitvoering van de Risico Inventarisatie en Evaluatie. Het is belangrijk dat bedrijven een goed inzicht krijgen in de risico’s die op en rondom de werkvloer aanwezig (kunnen) zijn. Een RI&E moet daar een zo goed mogelijk beeld van geven. Daarom moeten de risico’s zo duidelijk mogelijk worden beschreven. Daarbij moet de aard van het risico in kaart zijn gebracht maar ook de omvang van het risico en de mogelijke gevolgen. Er dient een rangschikking te zijn tussen de risico’s en er moet een duidelijke prioriteit in deze rangschikking zijn aangebracht. Verder dienen bedrijven ook een plan van aanpak vast te stellen waarmee het bedrijf de aanwezige risico’s wil wegnemen, beperken of beheersen. De informatie die moet worden genoteerd en verwerkt wordt duidelijk als men kijkt naar de verschillende stappen die een bedrijf moet uitvoeren tijdens de RI&E. In de volgende alinea is het stappenplan van de Risico Inventarisatie en Evaluatie weergegeven.

Stappenplan van de Risico Inventarisatie en Evaluatie
Een RI&E moet door een bedrijf gestructureerd uitgevoerd moeten worden. Daarbij is een planmatige aanpak belangrijk. Het inventariseren van risico’s en het evalueren daarvan evenals het bestrijden van risico’s met een planmatige aanpak is iets waar bedrijven voortdurend mee bezig moeten zijn. Er kunnen namelijk weer nieuwe risico’s op de werkplek ontstaan als er nieuwe machines worden geplaatst, andere werkzaamheden worden verricht, met meer of juist met minder personeel wordt gewerkt of door slijtage aan machines, constructies en gebouwen. Een bedrijf is daarom nooit klaar met het inventariseren van risico’s. Juist daarom is het belangrijk dat het RI&E proces geconditioneerd wordt. De volgende stappen worden tijden het RI&E door een bedrijf uitgevoerd:

Stap 1: Inventarisatie
In deze eerste stap gaat het bedrijf alle risico’s die in het bedrijf aanwezig zijn in kaart brengen. De risico’s moeten duidelijk worden omschreven. Aan het einde van deze stap zullen alle risico’s in een duidelijke lijst zijn opgesteld. Deze lijst is een belangrijk uitgangspunt voor stap twee.

Stap 2: Evaluatie van de risico’s
Nadat het aantal risico’s is geïnventariseerd zullen bedrijven de risico’s moeten evalueren. Daarbij wordt gekeken naar de waarschijnlijkheid dat een bepaald incident plaats zal vinden en de omvang van de gevolgen als het risico daadwerkelijk zal plaatsvinden. Op basis van de risico evaluatie zal een rangschikking worden gemaakt van de risico’s. Uit deze rangschikking moet naar voren komen welke risico’s het belangrijkste zijn. Dit zijn de risico’s die het grootste gevaar vormen en de grootste kans hebben op het daadwerkelijk plaatsvinden van een incident. Deze rangschikking van risico’s dient eveneens schriftelijk te worden vastgelegd.

Stap 3: Plan van aanpak
Het inventariseren en evalueren van de risico’s vormen de basis voor een effectieve aanpak van de risico’s. Deze aanpak moet planmatig zijn en gestructureerd daarom moet er een duidelijk plan van aanpak worden opgesteld. In het plan van aanpak moet worden beschreven welke maatregelen worden genomen om het risico weg te nemen doormiddel van bronbestrijding. Als bronbestrijding niet mogelijk is zal het bedrijf technische voorzieningen moeten treffen om de mens zoveel mogelijk van de bron van het gevaar te scheiden. Ook beheersmaatregelen kunnen aan de orde komen. Hierbij kan ook gedacht worden aan het verstrekken en gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s). De maatregelen moeten duidelijk worden beschreven en er moet aangegeven worden wanneer de maatregelen worden ingevoerd. Verder moet duidelijk zijn wie voor de invoering van de maatregelen verantwoordelijk is en wie de implementatie controleert.

Stap 4: Toetsen van de RI&E
De Risico Inventarisatie & Evaluatie moet worden getoetst door een arbodienst of arbodeskundige. Deze toetsing is niet verplicht bij bedrijven die minder dan 26 werknemers aan het werk hebben als die gebruik maken van een erkend Branche RI&E instrument. Het uiteindelijke doel is dat er een duidelijke RI&E door het bedrijf is opgesteld dat voldoet aan de wettelijke eisen.

Stap 5: Aan de slag
De laatste stap is de daadwerkelijke uitvoering van het plan van aanpak. Dit houdt in dat de hiervoor genoemde stappen ten uitvoering moeten worden gebracht. Het plan van aanpak moet in de praktijk worden uitgevoerd door de personen en de afdeling(en) die hiervoor verantwoordelijk zijn. Tijdens de uitvoering van het plan van aanpak is het goed mogelijk dat men tegen problemen aanloopt. Bepaalde methoden om risico’s aan te pakken of te beperken kunnen in de praktijk wel moeilijk uitvoerbaar zijn. Daarom moet er ook tijdens het plan van aanpak voortdurend controle worden gehouden en geëvalueerd. Indien bijsturing nodig is zal dit met de verantwoordelijke personen en de preventiemedewerker moeten worden overlegd. Op die manier blijft een plan van aanpak actueel en praktisch toepasbaar.

Wat is ergonomie?

Ergonomie is het ontwerpen, ontwikkelen, aanpassen en gebruiken van machines, werktuigen, meubilair en andere elementen van de werkplek op basis van de eigenschappen en fysieke mogelijkheden van mensen zodat de kans op gezondheidsproblemen zo klein mogelijk wordt gemaakt. Ergonomie kan ook worden beschouwd als de wetenschappelijke studie van mensen in relatie tot hun omgeving. Deze omgeving kan zowel de thuissituatie zijn als de werkomgeving oftewel de arbeidsomstandigheden.

Wat betekend ergonomie?
Het woord ergonomie is ontleend aan de Griekse woorden ‘ergon’ dat vertaald kan worden met het Nederlandse woord ‘werk’ en Griekse woord ‘nomos’ dat staat voor het Nederlandse woord ‘wet’. Men zou ergonomie op basis van deze verklaring letterlijk kunnen vertalen met de: ‘wet van het werk’. Als men het in Nederland heeft over de wet van het werk of arbeidsomstandigheden dan heeft men het over de Arbeidsomstandighedenwet die ook wel Arbowet wordt genoemd.

Arbowet
In de Arbowet heeft de Nederlandse overheid allemaal regels opgesteld met betrekking tot het beschermen van de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de werknemers. Een werkplek en de arbeidsomstandigheden moeten in Nederland dus veilig zijn en de gezondheid van de werknemer niet in gevaar brengen. een goed ergonomisch ontwerp van werktuigen, gereedschappen en meubilair op de werkplek kan in belangrijke mate bijdragen aan het voorkomen van fysieke klachten van werknemers. Daarom zijn bedrijven verplicht om bij het indelen van de werkplek en het beschikbaar stellen van machines en gereedschappen zoveel mogelijk rekening te houden met de capaciteiten en mogelijkheden van de werknemers.

De Arbowet is een raamwet en bevat daardoor algemene regels met betrekking tot de veiligheid van werknemers en welke verplichtingen in dit kader aan werkgevers worden gesteld. Naast de Arbowet is er ook een Arbobesluit dit besluit is gebaseerd op de Arbowetgeving. Een groot deel van de meer dan 400 artikelen over arbeidsomstandigheden in het Arbobesluit gaan over de Europese Arbowetgeving.

De uitwerking van de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbobesluit wordt geboden door de Arboregeling. De Arboregeling bevat een aantal een uitwerking van een aantal onderdelen van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Hierin staan bijvoorbeeld een aantal bepalingen met betrekking tot meubilair, apparatuur en programmatuur. Ook de keuring van hijskranen en andere gereedschappen is hierin vastgelegd evenals de taken van de arbodienst.

Wat is een ergonomisch ontwerp?
Een ergonomisch ontwerp is een ontwerp van een product, machine, werktuig of meubel waarbij zoveel mogelijk is rekening gehouden met de afmetingen, capaciteiten en beperkingen van de persoon die ze gebruikt. Men kan bijvoorbeeld stoelen ontwerpen die perfect aansluiten op het lichaam of juist goed ingesteld kunnen worden zodat mensen de stoel zelf kunnen aanpassen aan de beste zithouding voor hun lichaam. Verder kunnen ook de handvaten van gereedschappen zo worden ontworpen dat er voldoende grip is voor de werknemer die ze hanteert. Werknemers kunnen ook een verschillende werkhoogte hebben waardoor in hoogte verstelbare werktafels bij veel bedrijven een belangrijk onderdeel vormen van het ergonomisch verantwoord werken.

Niet alleen stoffelijke zaken kunnen ergonomisch verantwoord zijn, bedrijven kunnen ook met hun bedrijfsbeleid duidelijk rekening houden met ergonomie en de taken en opdrachten aan de mens aanpassen in plaats van andersom. Op die manier kan ook de bedrijfsvoering ergonomisch zijn ‘ontworpen’. Men kan dus ergonomie in een aantal groepen indelen. In de volgende alinea’s wordt eerst de fysieke ergonomie behandeld, daarna cognitieve ergonomie en tot slot organisatie ergonomie.

Fysieke ergonomie
Fysiek is een ander woord voor lichamelijk. Als men het heeft over fysieke ergonomie dan heeft men het over de daadwerkelijke vormgeving van meubels, gereedschappen en machines. Ook woningen, trappen en deuren vallen onder de fysieke ergonomie. Fysieke ergonomie komt ook aan de orde bij de inrichting van auto’s, vliegtuigen, boten, treinen en andere vervoersmiddelen. Vervoersmiddelen die volledig met spierkracht van een mens worden aangedreven zoals een fiets zullen ontworpen zijn met een goed ergonomisch inzicht.

Op de werkplek wordt als het goed is ook aandacht besteed aan fysieke ergonomie. Werknemers moeten bijvoorbeeld op een ergonomisch verantwoorde bureaustoel werken en moeten een goed beeldscherm hebben. Bij zwaar werk waarbij producten van meer dan 23 kilogram of 25 kilogram worden getild zal een bedrijf hefmiddelen en hijsmiddelen beschikbaar moeten beschikbaar stellen. Werktafels moeten op de ideale werkhoogte van de werknemer(s) worden afgesteld. Een ander belangrijk aspect dat vaak vergeten wordt is verlichting. Een goede verlichting en vooral veel daglicht is goed voor de gezondheid van de werknemers en daarnaast bevorderlijk voor de kwaliteit van het werk omdat werknemers een beter zicht hebben op het werk. Dit is ook het geval met temperatuur en luchtvochtigheid. Ook deze factoren zijn van groot belang voor de gezondheid van de werknemer hoewel deze aspecten niet direct kunnen worden verwerkt in een ergonomisch ontwerp.

Cognitieve ergonomie
Cognitieve aspecten hebben te maken met het verstand en het nadenken van mensen. Als men het heeft over cognitieve ergonomie dan doelt men op het aanpassen van informatie en informatiebronnen op het denkvermogen en opleidingsniveau van de werknemers. Ook heeft men het hierbij over een bepaalde logica kortom informatie moet daar kunnen worden aangetroffen waar men logischerwijs naar de informatie zal zoeken. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan handleidingen waarin de benodigde informatie effectief gevonden kan worden en voorzien is van duidelijke afbeeldingen met een begrijpelijke toelichting. Verder zijn ook duidelijke instructies van belang deze instructies kunnen naast mondeling ook schriftelijk worden gegeven en vastgelegd.

Daarnaast is ook afwisseling tussen taken belangrijk voor de gezondheid van werknemers. Eentonig werk moet vermeden worden. Eentonig werk is niet alleen geestdodend het is vaak ook fysiek belastend omdat door langdurig werken in een statische houding ook de statische belasting van het lichaam toeneemt.

Organisatie-ergonomie
In de cultuur van het bedrijf en de beleidsvoering dient ook aandacht te zijn voor ergonomie. Hierbij heeft men het onder andere over een goede werksfeer en goede communicatielijnen tussen uitvoerende werknemers en hun leidinggevenden. Wanneer werknemers hun werkplek willen aanpassen om de fysieke belasting te verminderen dan moet daar binnen de organisatie een mogelijkheid voor zijn. Dat vergt vaak een ergonomisch beleid.

Datzelfde geld voor het werken in ploegendiensten. Werk in ploegendienst en onregelmatige diensten is meestal niet bevorderlijk voor de gezondheid voor de werknemers. Daarom moet een organisatie rekening houden met het dag-nachtritme van een mens. Als dit niet mogelijk is zal een organisatie er voor moeten zorgen dat het werken in ploegen zo weinig mogelijk gezondheidsschade oplevert voor de werknemers. Werknemers moeten voldoende rust krijgen.

In een ideale organisatie-ergonomie kan een werknemer de werkzaamheden aanpassen op zijn of haar privé-situatie. De balans tussen werk en privé wordt steeds belangrijker in de meeste organisaties. Dat zorgt er voor dat werknemers bijvoorbeeld ook thuis kunnen werken. Het thuis werken biedt echter ook nadelen voor de ergonomie. Een werkgever weet namelijk niet hoe iemand thuis werkt achter zijn of haar bureau. Daardoor weet een werkgever ook niet of de werknemer ergonomisch verantwoord werkt.

Ergonomie voor werkgever en werknemer
Ergonomie is echter ook een aspect van het werk waar een werknemer ook effectief mee bezig moet. Werknemers moeten er namelijk voor zorgen dat ze de arbeidsmiddelen die beschikbaar zijn gesteld door de werkgever op de juiste manier gebruiken. Ook persoonlijke beschermingsmiddelen moeten juist worden gebruikt en goed worden afgestemd op het lichaam van de persoon die ze draagt. Een werkgever is volgens de Arbowet verplicht om de werknemer de arbeidsmiddelen te verstrekken die voldoen aan ergonomische richtlijnen en de werknemer zal deze arbeidsmiddelen op de juiste manier moeten gebruiken.

Doelstellingen van V&G-wetgeving

V&G-wetgeving wordt voluit Veiligheids- en Gezondheidswetgeving genoemd. Hieronder valt ook de Arbeidsomstandighedenwet oftewel de Arbowet. De V&G-wetgeving geeft rechten en plichten aan zowel werkgevers en werknemers met betrekking tot veiligheid en gezondheid op de werkplek. Daarbij komen ook de arbeidsomstandigheden aan de orde.

V&G wetgeving is voor alle krachten die in een bedrijf werken
Niet alleen vaste werknemers dienen zich aan de V&G-wetgeving te houden, deze wetgeving is namelijk ook van toepassing op inleenkrachten zoals, uitzendkrachten en detacheringskrachten. Dit houdt in dat een inlenend bedrijf verantwoordelijk is voor de veiligheid van de uitzendkrachten. De uitzendkrachten hebben echter ook dezelfde plichten als de werknemers die op contactbasis bij de werkgever werkzaam zijn.

Verder is deze wetgeving ook van toepassing op vrijwilligers en stagiairs die bij een bepaald bedrijf tijdelijk of voor langere tijd aan het werk zijn. Voor de verduidelijking van de V&G wetgeving is hieronder een kort overzicht weergegeven van de doelstellingen.

Doelstellingen van de V&G-wetgeving
De drie belangrijkste doelstellingen die voortvloeien uit de V&G-wetgeving zijn:

  • Het creëren van de meest gezonde en veilige arbeidsomstandigheden. Dit houdt in de beste arbeidsomstandigheden nastreven die mogelijk zijn.
  • De veiligheid en gezondheid van werknemers verbeteren op de werkplek
  • Het beschermen van de werknemer zodat de risico’s voor werknemer zoveel mogelijk geëlimineerd worden.

Wat is een ongevallenonderzoek?

Werkgevers dienen er alles aan te doen om de werkplek zo veilig en gezond mogelijk te maken voor werknemers, bezoekers en het milieu. Dit zijn werkgevers vanuit de Arbowet verplicht. Ondanks deze duidelijke richtlijn kunnen niet alle risico’s worden weggenomen omdat bij sommige bedrijven het dan niet meer mogelijk is om hun bedrijfsvoering te ontplooien. Bedrijven dienen daarom doormiddel van een Risico Inventarisatie & Evaluatie hun risico’s in kaart te brengen en doormiddel van een plan van aanpak aan te geven hoe ze de geconstateerde risico’s gaan aanpakken. Daarbij dienen zowel leidinggevenden als uitvoerende personeelsleden betrokken te worden. Vooral onveilige situaties kunnen in de praktijk dikwijls effectief worden aangepakt. Desondanks is het mogelijk dat er een ongeval plaatsvind. Als er sprake is van een ernstig ongeval dan dient een bedrijf dit te melden bij de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid. Deze overheidsinspectiedienst kan dan besluiten om een ongevallenonderzoek uit e laten voeren.

Wanneer een ongevallenonderzoek?
Ongevallen dienen in ieder geval bij de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid  wanneer:

  • De betrokkene wordt opgenomen in het ziekenhuis
  • Wanneer iemand is overleden bij het ongeval
  • Wanneer er blijvend letsel wordt opgelopen ten gevolge van het ongeval

In sommige gevallen zal een ongeval ook gemeld moeten worden bij de politie. Bij ernstige ongevallen bijvoorbeeld ongevallen met dodelijke afloop mag de werkplek niet worden gewijzigd of opgeruimd zodat de onderzoekers precies kunnen nagaan wat er heeft plaatsgevonden en wat de mogelijke oorzaken daarvan zijn geweest.

Waarom een ongevallenonderzoek?
De overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid kan een ongevallenonderzoek doen om de oorzaak van het ongeval te achterhalen. Daarbij kan worden verduidelijkt wat de toedracht is geweest van het ongeval en wie daarvoor verantwoordelijk is of verantwoordelijk zijn. Het belangrijkste aspect waarom een ongevallenonderzoek wordt gedaan is het voorkomen dat een dergelijk ongeval weer plaats gaat vinden. Door de oorzaken van het ongeval te achterhalen kan men ook nagaan welke aspecten men moet aanpakken om een herhaling in de toekomst te voorkomen.

Waaruit bestaat een ongevallenonderzoek?
Een ongevallenonderzoek bevat een aantal delen of elementen, dit zijn de volgende:

  • Onderzoek op plaats van het ongeval. Er wordt onderzoek gedaan op de plek waar het ongeval plaats heeft gevonden. Daarbij wordt gekeken naar de materialen, machines, producten en andere objecten die op de plaats van het ongeval aanwezig zijn. Daarom is het belangrijk dat men deze na het ongeval niet gaat veranderen. Een ongevallenonderzoek dient zo snel mogelijk na het ongeval plaats te vinden zodat de plaats van het ongeval niet verandert is. De onderzoekers kunnen gebruik maken van foto’s en schetsen om duidelijk te maken hoe de situatie er uit ziet. Ook kan de onderzoeker bekijken of de benodigde waarschuwingssignalen aanwezig zijn op de werkplek.
  • Interview. Onderzoekers leggen vast wie er wordt geïnterviewd naar aanleiding van het ongeval. De slachtoffers en de getuigen zullen indien mogelijk worden betrokken bij het onderzoek. De personeelsleden en omstanders die het ongeval hebben gezien zullen aan het onderzoek mee moeten werken als dat aan hen wordt gevraagd. Meestal gebeurd dat in een interview waarbij vragen aan de getuige worden gesteld om de oorzaken van het ongeval te achterhalen. Als iemand gevraagd wordt om te getuigen in een onderzoek dan is hij of zij verplicht om daaraan mee te werken. De onderzoeker kan vragen of de werknemers op de hoogte zijn van de risico’s op de werkplek. Ook kan de onderzoeker navragen of de persoon die het ongeval veroorzaakte onveilig heeft gehandeld en de voorschriften naast zich neerlegde of niet. De getuigenverklaringen worden vastgelegd en teruggekoppeld naar de getuigen.
  • Analyse. De onderzoeksresultaten worden geanalyseerd en er wordt gekeken naar verbanden tussen de informatie die uit de vorige stappen naar voren is gekomen. Daarbij kijkt men ook naar de manier waarop leidinggevenden en personeelsleden hebben gehandeld vlak voor het ongeval. Ook kijkt men of de gereedschappen en machines wel veilig genoeg waren of onjuist gebruikt werden (onveilig handelen). De onderzoekers analyseren de getuigenverklaringen. Ook wordt er verband gelegd tussen de directe en indirecte oorzaken van het ongeval.
  • Eindrapport. Tot slot wordt er een eindrapport opgesteld over het ongeval en de oorzaken daarvan. Ook worden aanbevelingen gedaan waarmee dergelijke ongevallen in de toekomst voorkomen zouden moeten worden.

Wat is het Lateinersysteem of de dominotheorie?

Het Lateinersysteem is een systeem dat is ontwikkeld door veiligheidskundige Lateiner in samenwerking met de Amerikaanse veiligheidskundige Herbert William Heinrich en is gericht op het achterhalen van de mogelijke oorzaken van ongevallen. Heinrich was onder andere werkzaam als Assistant Superintendent bij de Engineering en Inspection Divison van de Travelers Insurence Company en heeft onder andere met zijn werk: ‘Industrial Accident Prevention: A Scientific Approach uit 1931′ een grote invloed gehad op de veiligheidskunde. In deze tekst gaat het echter over het Lateinersysteem, een systeem dat ook wel de dominotheorie wordt genoemd. Deze theorie beschrijft ongevallen aan de hand van een domino-effect daarom noemt men het Lateinersysteem ook wel de dominotheorie. Doormiddel van de dominotheorie wordt inzichtelijk gemaakt welk patroon achter het ontstaan van ongevallen ligt. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen verschillende stappen, deze stappen worden doormiddel van spreekwoordelijke dominostenen beschreven. Er zijn in totaal 5 dominostenen die worden onderverdeeld in oorzaak en gevolg. De volgende drie stenen worden tot de oorzaak van het ongeval of incident gerekend:

  • Dominosteen 1: achtergrond
  • Dominosteen 2: menselijk falen
  • Dominosteen 3: onveilig handelen en onveilige situatie

De laatste twee dominostenen behoren tot het gevolg van het ongeval. Dit zijn de volgende stenen:

  • Dominosteen 4: het ongeval zelf
  • Dominosteen 5: letsel en schade ten gevolge van het ongeval

De verschillende dominostenen van het Lateinersysteem worden hieronder in verschillende alinea’s behandeld.

Dominosteen 1: achtergrond
De achtergrond van een ongeval vormt de basis waarom iemand het ongeval heeft veroorzaakt en de fout of fouten heeft gemaakt. Hierbij krijgt men naar de specifieke situatie van de werknemer. Een aantal aspecten komen daarbij aan de orde:

  • Thuissituatie
  • Karakter
  • Al dan niet aanwezig zijn van persoonlijke problemen
  • Opleidingsachtergrond
  • Werkervaring
  • Werksituatie en arbeidsomstandigheden
  • Aansturing op het werk, verstrekking van instructies
  • Beschikbaarheid van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Hierboven staan slechts een paar voorbeelden van aspecten die behoren bij de achtergrond van het ontstaan van het ongeval. Er zijn veel meer voorbeelden te benoemen. De verschillende aspecten hebben zowel te maken met de werknemer persoonlijk als met de arbeidsomstandigheden van het bedrijf waar de werknemer werkzaam is.

Dominosteen 2: menselijk falen
Menselijk falen is een fout die door mensen wordt veroorzaakt. Er kunnen verschillende situaties of feiten zijn die er toe leiden dat menselijk falen wordt veroorzaakt. Veel menselijke fouten worden veroorzaakt door een gebrek aan kennis waardoor mensen onbewust een gevaarlijke situatie veroorzaken. Soms weten mensen wel wat ze moeten doen maar handelen ze toch onveilig op de werkvloer. Dit kan te maken hebben met een gebrek aan motivatie of een nonchalante houding van de werknemer. Ook deze aspecten kunnen menselijk falen veroorzaken. Er zijn verschillende soorten menselijk falen bijvoorbeeld een kraan te zwaar belasten of een steiger onveilig opbouwen, geen valbeveiliging dragen of lassen zonder brandvertragende kleding te dragen. Dit zijn allemaal menselijke fouten die een incident tot gevolg kunnen hebben.

Dominosteen 3: onveilig handelen en onveilige situatie
Onveilige handelingen zijn werkzaamheden of activiteiten die direct of indirect een ongeval of incident tot gevolg hebben. Bijvoorbeeld: een werknemer gooit gereedschap van de steiger naar beneden en raakt daarbij onbedoeld een werknemer op het hooft. De onveilige handeling heeft hierbij direct letsel tot gevolg. Er zijn meer onveilige handelingen te bedenken zoals werken zonder persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken terwijl dit wel verplicht is. Vuur ontsteken in een ruimte met explosieve stoffen is ook een voorbeeld van een onveilige handeling die grote gevolgen kan hebben. In totaal kan 80 procent van alle ongevallen worden toegeschreven aan onveilige handelingen en ongeveer 20 procent aan onveilige situaties.

Onveilige situaties zijn omstandigheden op de werkplek of werkvloer die de oorzaak zijn van een ongeval. De werknemer wordt dan de dupe van een situatie die reeds aanwezig is in de werkomgeving. Dit kan bijvoorbeeld een bevroren plas water zijn waarover de werknemer uitglijd of een harde wind die er voor zorgt dat scherp stof van de bouwplaats in zijn ogen waait. Ook rommel op de werkvloer kan een onveilige situatie opleveren. In de ongevallenbeheersing is er veel aandacht voor het voorkomen van onveilige situaties. Werknemers dienen onveilige situaties te melden bij hun direct leidinggevende zodat er actie kan worden ondernomen om de onveiligheid weg te nemen. Daardoor worden risico’s op de werkvloer beheerst en bestreden.

Dominosteen 4: het ongeval
Het ongeval is de ongewenste gebeurtenis die ontstaat door het onveilige handelen of de onveilige situatie. Er zijn zeer veel verschillende soorten ongevallen denkbaar. Ook de gevolgen van ongevallen zijn zeer divers. Deze worden in dominosteen 5 behandeld.

Dominosteen 5: letsel en schade
de laatste dominosteen is het daadwerkelijke gevolg van het ongeval. Dit gevolg kan grofweg in twee groepen worden ingedeeld: letsel en schade. Letsel of verwondingen zijn lichamelijke gevolgen die een werknemer of omstander kan oplopen ten gevolge van een ongeval. Schade is daadwerkelijke waardevermindering van machines, materialen en producten.

Waar leg je de focus op?
De verschillende dominostenen in de dominotheorie bevatten allemaal factoren omtrent het ontstaan van een ongeval en de gevolgen daarvan. Bedrijven zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwerk (Arbowet) verplicht om doormiddel van een Risico Inventarisatie & Evaluatie hun risico’s op de werkvloer in kaart te brengen en te beheersen. Daarbij komt ook een plan van aanpak aan de orde waarmee bedrijven trachten de risico’s nog verder te reduceren of te elimineren. Niet elke factor kan echter even effectief worden aangepakt. Als men kijkt naar de dominotheorie kan vooral de derde dominosteen door bedrijven effectief worden aangepakt. De derde dominosteen bestaat echter uit twee delen namelijk uit: onveilig handelen en onveilige situaties. Vooral het tweede deel, de onveilige situaties, kunnen in de praktijk vaak goed worden bestreden. Daarom leggen veel bedrijven in hun Risico Inventarisatie & Evaluatie de nadruk op het bestrijden en beheersen van onveilige situaties. Door dit te doen zorgen bedrijven er voor dat de gezindheid en het welzijn van werknemers beter wordt gewaarborgd. Daarnaast voldoen bedrijven met een goede Risico Inventarisatie & Evaluatie aan een deel van de voorschriften uit de Arbowet.

Begrippen ongeval en bijna-ongeval op de werkplek

Als men het heeft over de veiligheid op de werkplek dan kan men kijken naar het aantal ongevallen dat op de werkplek hebben plaatsgevonden in een bepaalde periode. Als men het heeft over ongevallen dan beoordeelt men de waarschijnlijkheid dat een ongeval zal plaats kunnen vinden op de werkplek. Ook beoordeeld men schadelijke effecten van het ongeval. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie omschrijft een werkgever of laat een werkgever omschrijven welke risico’s op de werkplek aanwezig zijn en hoe deze risico’s kunnen worden weggenomen of hoe de ongewenste effecten daarvan kunnen worden beperkt. Men heeft het over risicobestrijding en ongevallenbeheersing. Omdat bij deze planmatige aanpak de begrippen ongeval en bijna-ongeval een belangrijke rol spelen zijn deze begrippen hieronder nader omschreven.

Wat is een ongeval?
Een ongeval is een ongewenst schadelijk (materiële of immateriële schade/ letselschade) gevolg van een gebeurtenis die bewust of onbewust is veroorzaakt. Ongevallen zijn niet altijd het gevolg van onveilig handelen op de werkvloer. Er kan namelijk ook sprake zijn van materialen en machines die wel correct worden gebruikt door werknemers maar op basis van elektrotechnisch of mechanisch defect toch voor een ongeval zorgen. De kans op een ongeval kan wel worden verkleind door de veiligheidsregels in acht te nemen en de persoonlijke beschermingsmiddelen die vereist zijn goed te gebruiken. Ongevallen worden door verschillende factoren veroorzaakt:

  • Menselijke fouten, dit omvat ook het niet naleven van de veiligheidsregels en onveilig handelen op de werkplek.
  • Organisatorische fouten. Leidinggevenden die verkeerde beslissingen maken met betrekking tot het inzetten van mensen, machines en werktuigen.
  • Gebreken aan machines, werktuigen, constructies en voertuigen.
  • Fouten in systemen en automatisering.

Een ongeval en een ongeluk worden in de praktijk vaak als synoniemen gebruikt maar dat is niet geheel juist. Een ongeluk is een veel breder begrip. Een ongeluk is in feite een ongelukkige of ongunstige situatie die het gevolg is van bepaalde oorzaken. Deze oorzaken hoeven geen letsel of materiële schade tot gevolg te hebben. Bij een ongeval is er wel een schade van een bepaalde aard.

Wat is een bijna-ongeval?
Het antwoord op bovenstaande vraag klinkt heel eenvoudig: als er sprake is van een bijna-ongeval is er net geen schade of letsel opgetreden maar scheelde het weinig. Een bijna-ongeval heeft daardoor gelukkig geen schadelijke gevolgen maar procedurele gevolgen dienen er wel te zijn. Een bijna-ongeval kan door een werknemer of door een bedrijf als een soort waarschuwing worden beschouwd. Een situatie is maar nét goed gegaan maar had ook anders af kunnen lopen. Daarom dienen bedrijven ook bijna-ongevallen te registreren en er actief een oplossing voor te vinden. Bedrijven moeten bijna ongevallen serieus nemen. Werknemers dienen daarom ook bijna-ongevallen bij hun leidinggevenden te melden. De leidinggevenden kunnen met veiligheidsspecialisten oplossingen bedenken waardoor de oorzaak van het bijna-ongeval wordt weggenomen. Ook een bijna-ongeval vormt daardoor een belangrijke situatie die in de ongevallenpreventie en ongevallenbestrijding van een bedrijf effectief zal moeten worden aangepakt.

Wat is Stichting Arbo Flexbranche (STAF)?

STAF (Stichting Arbo Flexbranche) is een in 2007 opgerichte onafhankelijke stichting die zich bezig houdt met de arbeidsrisico’s binnen de uitzendbranche, bij zowel uitzendkrachten als vaste medewerkers binnen de flexbranche. Het is een speler op de flexmarkt en onderhoud daardoor veel contacten met andere spelers op deze markt zoals uitzendbureaus.

Tijdens zijn stage bij Unique Technicum Uitzendbureau heeft Tjerk van der Meij een korte samenvatting gemaakt over de Stichting Arbo Flexbranche. Deze tekst is het resultaat. Door de omschrijving over de STAF krijgt men inzicht in de diversiteit aan organisaties waarmee uitzendbureaus zoals Unique Technicum in de praktijk mee te maken krijgen. De uitzendwereld is een omvangrijke proffesionele wereld waarbij verschillende instellingen en stichtingen er voor zorgen dat de kwaliteit van uitzendbureaus gewaarborgd blijft en bovendien de veiligheid en de gezondheid van uitzendkrachten wordt beschermd.

Wat doet de Stichting Arbo Flexbranche?
De STAF zet zich in voor een veilige werkplek maar ook voor een gezonde werkplek waar de uitzendkracht zonder gevaar voor de gezondheid en veiligheid kan werken. Uitzendkrachten werken echter op verschillende locaties. Dit komt omdat uitzendbureaus de uitzendkrachten uitzenden naar verschillende opdrachtgevers. Het is belangrijk dat de uitzendkrachten goed op de hoogte worden gebracht over aspecten die verband houden met hun eigen veiligheid en gezondheid. De Stichting Arbo Flexbranche ondersteund uitzendbureaus bij het bevorderen en beschermen van de veiligheid en gezondheid van de flexkrachten. Dit doet de STAF op verschillende manieren. Zo ze de STAF zich in voor een veilige werkplek, zo weinig mogelijk ziekte verzuim en een optimale re-integratie.

Waaruit bestaat de Stichting Arbo Flexbranche
In de STAF zijn verschillende spelers die actief zijn in het uitzendwezen vertegenwoordigd. Het bestuur van STAF bestaat uit een lid van elk van  de volgende organisaties:

  • CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond)
  • FNV (Federatie Nederlandse Vakbewegingen)
  • De Unie
  • LBV (Landelijke Belangenvereniging)
  • ABU, USG (Algemene Bond Uitzendondernemingen, United Service Group)
  • NBBU, Balans (Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen)
  • ABU, Randstad Groep (Algemene Bond Uitzendondernemingen)

ARBO-checklist voor de uitzendorganisatie
Er zijn verschillende methoden denkbaar om de veiligheid van uitzendkrachten te beschermen. Een belangrijk middel is de bewustheid te bevorderen. Daarvoor moeten uitzendbureaus de risico’s met betrekking tot veiligheid en gezondheid goed in kaart brengen. Hierbij biedt STAF ondersteuning aan uitzendbureaus. Om de risico’s en voorschriften duidelijk bij de uitzendorganisatie in kaart te brengen heeft de STAF een ARBO-checklist ontwikkeld voor het uitzendbureau. Deze checklist verplicht de organisatie bij wet:

  • De uitzendkracht in te lichten over de risico’s op de werkplek
  • PBM’s (persoonlijke beschermingsmiddelen) te verschaffen
  • Toezicht houden op de werkplek en leiding geven

Verder wordt er in het document de gegevens van het bedrijf en de uitzendkracht opgenomen.

ARBO-checklist werknemer
De ARBO-checklist van de werknemer is werkplek gerelateerd en kent voor elk segment een ander karakter. Binnen de uitzendorganisaties fungeert de ARBO-checklist tevens als personeelsinstructieformulier. Op deze manier wordt de veiligheid van de uitzendkracht gewaarborgd door de STAF. Zo is de uitzendkracht goed op de hoogte gebracht van de veiligheidsaspecten en de eventuele risico’s op de werkplek. De ARBO-checklist wordt in de praktijk vaak ondertekend zodat het uitzendbureau desgevraagd kan aantonen dat het bureau de uitzendkracht op de hoogte heeft gebracht van de veiligheidsaspecten.

Wat is een veiligheidshelm en waar wordt deze gebruikt?

Veiligheidshelmen behoren tegenwoordig op veel bouwplaatsen tot de verplichte uitrusting van het bouwpersoneel. Deze helmen worden van verschillende materialen vervaardigd. Een veiligheidshelm kan bijvoorbeeld worden gemaakt van een kunststof zoals PVC. Daarnaast zijn er ook nog veiligheidshelmen die gemaakt zijn van aluminium of composieten. De meeste veiligheidshelmen die in Nederland worden gedragen zijn echter van een kunststof vervaardigd.

Persoonlijk beschermingsmiddel
Een veiligheidshelm is een uitrustingsstuk waarmee de gezondheid en veiligheid van de desbetreffende persoon kan worden beschermd en bevordert. Veiligheidshelmen beschermen de drager tegen hoofdletsel. Deze helmen worden gebruikt op werkplekken en andere locaties waar mogelijk voorwerpen naar beneden kunnen vallen. De veiligheidshelm beschermd de drager tegen letsel ten gevolge van deze vallende voorwerpen. Als voorwerpen echter te groot of te zwaar zijn biedt ook een veiligheidshelm slechts een geringe bescherming aan de drager van de helm.

Een veiligheidshelm wordt ook gedragen als beschermingsmiddel tegen het stoten van het hoofd tegen harde en scherpe objecten. Mensen die in lage ruimtes werken kunnen bijvoorbeeld veel baat hebben bij een veiligheidshelm omdat men in lage ruimtes makkelijk het hoofd kan stoten. Omdat een veiligheidshelm alleen de drager persoonlijk beschermd wordt een veiligheidshelm een persoonlijk beschermingsmiddel genoemd. De benaming ‘persoonlijk beschermingsmiddel’ wordt ook wel afgekort met pbm. De weerstand van de helm tegen klappen en stoten is afhankelijk van het materiaal en de constructie van de helm.

Vormgeving van veiligheidshelmen
De vormgeving van veiligheidshelmen moet aan een aantal eisen voldoen. Tussen de buitenkant van de helm en de bovenkant van het hoofd moet een bepaalde afstand aanwezig zijn. Deze afstand is nodig om een eventuele klap op te vangen. De buitenkant of helmschaal van een veiligheidshelm zit ruim om het hoofd van de drager en wordt doormiddel van een binnenwerk met beugels op een bepaalde afstand boven het hoofd gehouden. De buitenkant van de veiligheidshelm is niet verstelbaar en is vast van vorm. Dit zorgt voor een optimale stevigheid. De hoofdomvang van mensen verschilt echter daarom zijn veiligheidshelmen meestal goed verstelbaar door een verstelbare hoofdband.

Een veiligheidshelm is aan rond van vorm en heeft geen scherpe punten of uitsteeksels. Daarnaast hebben de meeste veiligheidshelmen een aantal ribbels die als versteviging dienen van de helm. Verder hebben sommige veiligheidshelmen ontluchtingsgaatjes of verluchtingsgaatjes. Om er voor te zorgen dat een veiligheidshelm goed blijft zitten kunnen elastische riempjes worden vastgemaakt die onder de kin kunnen worden gedragen. Verder is het bij sommige veiligheidshelmen mogelijk om gehoorbescherming in de vorm van oorkleppen aan de veiligheidshelm te bevestigen.

Zichtbaarheid is een belangrijk aspect van de veiligheid op een werklocatie. Werknemers en andere mensen die op een bouwlocatie, project of in een technische omgeving werken of om een andere reden aanwezig zijn dienen meestal opvallende kleding te dragen. Om die reden worden veiligheidshelmen in de praktijk ook vaak gekleurd. De kleur van de veiligheidshelm kan daarnaast ook onderscheid maken in de functie van de drager. Zo kan bijvoorbeeld een leidinggevende op de bouw een blauwe veiligheidshelm dragen en een ondergeschikte of bezoeker op de bouw een witte of gele veiligheidshelm.

Arbowetgeving en VCA
De veiligheid van werknemers is van groot belang. Bedrijven dienen er volgens de wet alles aan te doen om een zo veilig mogelijke werkplek te realiseren voor werknemers. Daarbij wordt niet alleen gelet op de inrichting van de werkplek en de aanwezige machines, ook de uitrusting en de persoonlijke beschermingsmiddelen zijn een belangrijk aspect van de veiligheid van de werknemer. De Arbowet schrijft in bepaalde situaties voor om veiligheidshelmen te dragen. Het dragen van veiligheidsschoenen, gehoorbescherming en veiligheidshandschoenen kan eveneens verplicht worden gesteld.

Het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen is echter lang niet altijd voldoende. Werknemers moeten ook weten hoe ze de beschermingsmiddelen moeten gebruiken. Daarvoor kunnen ze trainingen krijgen op de werkplek. Ook algemene trainingen met betrekking tot de veiligheid zoals basis VCA of VCA voor leidinggevenden kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het vergroten van het verantwoordelijkheidsgevoel van de werknemer of leidinggevende op de werkplek.  Om die redenen wordt een VCA certificaat bij veel bedrijven of projectlocaties verplicht gesteld.

Waar worden veiligheidshelmen gedragen?
Veiligheidshelmen worden op verschillende locaties en bij verschillende bedrijven gedragen. Over het algemeen worden deze helmen gedragen in een technische omgeving. Hierbij kan gedacht worden aan de bouw. Op de bouw worden veiligheidshelmen ook wel bouwhelmen genoemd. Ook bij sluizen en havendokken kunnen bouwhelmen tot de vaste persoonlijke beschermingsmiddelen behoren van aanwezigen. Offshore worden op boorplatforms, booreilanden en zeeschepen ook vaak veiligheidshelmen gedragen. Verder worden deze helmen ook wel in de bosbouw gedragen en in bepaalde fabrieken.

Wat is het verband tussen de arbobeleidscyclus en het Arbobeleid?

Bedrijven zijn volgens de Arbowet verplicht om een Arbobeleid om te stellen en in hun organisatie door te voeren. Een Arbobeleid is gericht op het beschermen van de gezondheid van werknemers en het bevorderen van de veiligheid op de werkvloer. Een Arbobeleid dat goed is opgesteld en goed wordt uitgevoerd heeft een gunstig effect of de bedrijfsvoering en het reduceren van het ziekteverzuim. De veiligheidsrisicos’en gezondheidsrisico’s worden zoveel mogelijk beperkt en de arbeidsomstandigheden geoptimaliseerd. Daarnaast kan een goed arbobeleid ook een gunstig effect hebben op het bevorderen van de re-integratie van werknemers na ziekteverzuim.

Hoe komt een Arbobeleid tot stand?
De overheid biedt doormiddel van de Arbowet verschillende doelvoorschriften aan bedrijven. Deze doelvoorschriften verwerkt het bedrijf in het Arbobeleid. Het arbobeleid van een organisatie komt tot stand door overleg tussen de werkgevers en werknemers of afgevaardigden daarvan. Tijdens dit overleg worden afspraken geformuleerd over de manier waarop de doelen en doelvoorschriften in het bedrijf kunnen worden geïmplementeerd zodat werknemers veilig en gezond kunnen werken.

Het bedrijf is verplicht om werknemers veilig te laten werken en de gezondheid van de werknemers te beschermen. Een bedrijf moet onder andere aan de Arbeidsinspectie kunnen aantonen dat werknemers goed op de hoogte zijn van de veiligheidsaspecten. Een werkgever kan er voor kiezen om werknemers cursussen te laten volgen die verband houden met veilig werken zoals VCA en NEN 3140. De werknemers dienen net als de werkgever het Arbobeleid uit te voeren en zo veilig mogelijk te werken.

Arbobeleidscyclus
Het Arbobeleid van een organisatie bestaat uit een aantal elementen. Deze elementen staan in een bepaalde beleidscyclus centraal. Deze beleidscyclus wordt ook wel arbobeleidscyclus genoemd en  is opgebouwd uit de volgende vijf onderdelen:

  • Willen. Het gaat hierbij om de intentie om met het arbobeleid aan de slag te gaan en duidelijk de doelen vast te stellen die bereikt moeten worden.
  • Weten. In dit onderdeel worden de risico’s vastgesteld. Hierbij komt onder andere de risico-inventarisatie aan de orde.
  • Wegen. Er wordt beoordeeld welke risico’s het eerste worden aangepakt. Hierbij worden duidelijk prioriteiten vastgesteld en een Plan van Aanpak gemaakt.
  • Werken. Het Plan van Aanpak en de bijbehorende actiepunten worden uitgevoerd.
  • Waken. Bij het laatste onderdeel worden de resultaten van de aanpak beoordeeld en in de gaten gehouden. Indien nodig worden doestellingen aangepast en bijgewerkt zodat het arbobeleid optimaler gaat functioneren.

De bovengenoemde stappen van de Arbobeleidscyclus zijn cyclische stappen. Dit houdt in dat deze stappen met regelmaat terugkeren.  Wanneer weer nieuwe risico’s worden vastgesteld beginnen de stappen of een deel van de stappen weer opnieuw.

Arbozorgsysteem
Het Arbobeleid van een organisatie moet goed worden geborgd. Dit kan een bedrijf onder andere doen door het Arbobeleid vast te leggen in een arbozorgsysteem. Er zijn verschillende arbozorgsystemen. Een bekend model dat veel wordt gebruikt is de OHSAS 18001. Doormiddel van een audit kan men met een bepaalde regelmaat toetsen of het arbozorgsysteem nog effectief is. Een audit kan een bedrijf intern doen maar ook extern. Een combinatie van die twee wordt ook vaak gedaan. Hierbij voert het bedrijf zelf een interne audit uit in een bepaalde periode en wordt een externe partij ingehuurd om een externe audit in het bedrijf uit te voeren. Een externe audit is meestal objectiever dan een interne audit.

Wat is de Arbeidsomstandighedenwet of Arbowet?

De Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel afgekort met Arbowet. Deze Nederlandse wet bevat algemene bepalingen en richtlijnen voor werkgevers en werknemers met betrekking tot het beschermen en bevorderen van een gezond en veilig werkklimaat. Het doel van de Arbowet is het voorkomen van ziekten, ongevallen en fysieke of mentale schade ten gevolge van werk.

De vier delen van Arbowetgeving
De Arbeidsomstandighedenwet is een wet waarin geen concrete regels staan genoteerd. In plaats daarvan zijn in deze Arbowet algemene bepalingen opgenomen en worden richtlijnen aan bedrijven gegeven voor het  arbeidsomstandighedenbeleid. De Arbowetgeving kan worden onderverdeeld in vier delen. Deze delen zijn als volgt:

  • de Arbeidsomstandighedenwet
  • het Arbeidsomstandighedenbesluit, ook wel het Arbobesluit.
  • de Arbeidsomstandighedenregeling, ook wel de Arboregeling.
  • de Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving. Dit worden ook wel de Arbobeleidsregels genoemd.

Arbowet en arbobeleid
De Arbowet kan worden beschouwd als een kaderwet met algemene bepalingen over de inhoud en vormgeving van het arbobeleid van een onderneming. Een onderneming of werkgever is verplicht om een Arbobeleid te maken op basis van de kaders die worden geboden door de Arbowet. Een ondernemer of werkgever heeft een bepaalde mate van vrijheid om deze kaders aan te passen aan de eigen bedrijfsvoering en procedures.

De kaders van de Arbowet worden geboden door zogenoemde doelvoorschriften. Een doelvoorschrift verschaft een duidelijke richtlijn voor een werkgever met betrekking tot de bescherming van de werknemers. Deze doelvoorschriften kunnen met verschillende factoren te maken hebben zoals valbeveiliging als men op hoogte werkt of gehoorbescherming als het geluid in de omgeving van de werknemer boven de 85 decibel komt. Op basis van de doelvoorschriften maakt de werkgever een arbobeleid dat toegespitst is op de organisatie en omgeving waarin de werknemers werken.

Is een arbobeleid verplicht?
Een arbobeleid moet door werkgevers worden opgesteld. Dit is een verplichting vanuit de wet. In het arbobeleid zijn verschillende onderdelen opgenomen zoals het een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), bedrijfshulpverlening, preventie en periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO). Het arbobeleid wordt door de werkgever opgesteld en de werkgever voert dit beleid uit. Uiteraard dienen de werknemers zich wel aan de richtlijnen uit het arbobeleid van het bedrijf te houden. De werknemers doen dit uiteindelijk voor hun eigen gezondheid en welzijn. Een goed arbobeleid is niet alleen belangrijk voor de werknemers. Een bedrijf is ook gebaad bij lage ongevallencijfers en een gezond personeel dat fit genoeg is en goed in staat is om de werkzaamheden van het bedrijf uit te voeren.

Wat is KAM en wat doet een KAM-coördinator?

Bedrijven moeten zich aan verschillende richtlijnen houden. De kwaliteit van de producten en diensten moet continue worden verbeterd om aan de wensen van de markt te voldoen. Daarnaast moeten de arbeidsomstandigheden voor het personeel optimaal zijn zodat beroepsziektes, en ongelukken kunnen worden voorkomen. Daarnaast moet er rekening worden gehouden met de Arbowet. Werknemers moeten werkzaamheden uitvoeren die lichamelijk zo weinig mogelijk belastend zijn. Indien mogelijk moet er gebruik gemaakt worden van hulpmiddelen die de fysieke belasting voor de werknemer moeten verlichten.

Milieu heeft ook een belangrijke rol bij bedrijfsprocessen. Bedrijven moeten maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ze moeten voorkomen dat het milieu schade ondervind van de bedrijfsprocessen die worden uitgevoerd. Afval moet worden beperkt en als er afval ontstaat moet dit op een zo milieuvriendelijke wijze worden behandeld. Hierbij kan gedacht worden aan recycling.

Waarom een KAM-coördinator?
Kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu zijn verschillende onderdelen van het bedrijfsproces. Het is belangrijk dat deze onderdelen goed worden gecoördineerd. Bedrijven hebben hiervoor een KAM-coördinator. De afkorting KAM staat voor kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu.

KAM in kleine bedrijven
In kleine bedrijven wordt het coördineren op het gebied van KAM meestal als neventaak beschouwd. Iemand in het middenkader van het bedrijf kan KAM coördineren naast de overige taken die hij of zij in het bedrijf doet. Dit zorgt voor diversiteit in de taken van het desbetreffende personeelslid. Er bestaat echter de kans dat KAM minder aandacht krijgt dan de overige taken die het personeelslid uitoefent. Hierdoor krijgt KAM niet altijd een gestructureerde vorm in kleine bedrijven.

KAM in middelgrote bedrijven
Middelgrote bedrijven hebben meestal een fulltime KAM-coördinator in dienst. Deze is verantwoordelijk voor alle processen op het gebied van kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu. Hierbij werkt de KAM-coördinator uiteraard wel samen met verschillende afdelingen. Veel middelgrote bedrijven hebben bijvoorbeeld een afdeling kwaliteit die goed samen kan werken met de KAM-coördinator. Door één iemand verantwoordelijk te houden voor de coördinatie op het gebied van KAM ontstaat duidelijkheid. Aan de andere kant maakt deze situatie een organisatie ook kwetsbaar. De kennis van de KAM-coördinator moet goed worden geborgd en verspreid. Wanneer de KAM-coördinator het bedrijf zou verlaten moet het bedrijf niet in de problemen komen.

KAM in grote bedrijven
Zeer grote bedrijven kiezen er meestal voor om een complete KAM-afdeling in het bedrijf vorm te geven. De manier waarom deze afdeling wordt vormgegeven laat duidelijk zien hoeveel belang een bedrijf hecht aan KAM. Bedrijven waarin veel risico’s aanwezig zijn moeten een degelijke KAM-afdeling hebben waarin verschillende specialisten de risico’s analyseren en doormiddel van probate oplossingen de risico’s reduceren. De risico’s binnen een bedrijf kunnen zowel van toepassing zijn voor personeel als materieel en milieu. Deze verschillende aspecten van het bedrijf vereisen allemaal een unieke maatwerk aanpak. Daarom is een grote KAM afdeling met verschillende specialisten een grote meerwaarde voor het bedrijf en de processen die daarin worden uitgevoerd.

Wat zijn de hoofdtaken van een KAM-coördinator?
Een KAM-coördinator heeft verschillende taken. Allereerst zal hij of zij een KAM-zorgsysteem in een bedrijf moeten implementeren indien dat nog niet gestalte heeft gekregen. Na de implementatie van dit systeem is de KAM-coördinator verantwoordelijk voor het beheer van dit zorgsysteem en de optimalisering daarvan. De bijsturing en optimalisering zal voortduren plaats moeten vinden omdat de wet en regelgeving verandert en strenger wordt op het gebied van kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu. Met name de Arbowet en de milieuwetgeving hebben een grote invloed op het KAM-beleid van een organisatie. Deze wetten moeten door bedrijven worden nageleefd. Daarom is een KAM-beleid en het bijbehorende KAM-zorgsysteem niet alleen belangrijk voor het bedrijf, het is ook een manier om gestalte te geven aan de wet- en regelgeving op het gebied van Arbo en milieu.

De eisen die aan het KAM-beleid en KAM-zorgsysteem worden gesteld komen niet alleen vanuit de overheid. Ook potentiële klanten en opdrachtgevers hebben invloed op KAM. Veel klanten en opdrachtgevers stellen eisen aan bedrijven waar ze producten of diensten afnemen. Met name de milieuaspecten nemen tegenwoordig een belangrijke rol in. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is een term die regelmatig wordt gehoord. Een bedrijf draagt niet alleen verantwoordelijkheid voor haar eigen personeel en materieel. Een bedrijf staat midden in de maatschappij en zal daar rekening mee moeten houden.

De maatschappij verandert echter en de normen en waarden veranderen mee. Dit uit zich in de wet en regelgeving die voortdurend verandert. Meestal wordt de wet- en regelgeving strenger. Er worden nieuwe normen ontwikkelt op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu. Deze normen kunnen zowel nationaal als internationaal zijn. Een bekende norm is de ISO 9001 voor het kwaliteitsbeleid. Daarnaast is de ISO 14001 bestemd voor de milieuzorg. Voor de arbozorg is de OHSAS 18001 norm gebruikelijk. Bedrijven in de techniek maken ook gebruik van VCA certificering. VCA staat voor Veiligheid Checklist Aannemers. Deze normen zijn van invloed op bedrijfsprocessen. De KAM-coördinator dient goed op de hoogte te zijn van de wet- en regelgeving en de normen die daaruit voortkomen.

Wat voor werk doet een KAM-coördinator
De KAM-coördinator zal regelmatig nieuwe verbeteringen met betrekking tot kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu moeten voorstellen. Daarvoor moet de KAM-coördinator zelf goed op de hoogte blijven van de wet- en regelgeving. De voorstellen die de KAM-coördinator doet zullen echter ook ingevoerd moeten worden. Hierbij heeft hij of zij een coördinerende en adviserende rol.

Regelmatig zal de KAM-coördinator risico-inventarisaties uitvoeren en daarnaast ook interne audits houden. Verder worden werkplekinspecties gedaan op de daadwerkelijke werkplek van de werknemers op de werkvloer. Doormiddel van deze taken wordt inzichtelijk of het bedrijf de kwaliteit en veiligheid goed op orde heeft. De kwaliteit en veiligheid worden echter niet alleen intern gecontroleerd en getoetst, ook externe toetsing vindt regelmatig plaats. Dit wordt onder andere gedaan door externe audits. Een KAM-coördinator zal er voor moeten zorgen dat het bedrijf alle aspecten met betrekking tot kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu goed op orde heeft. Indien dit niet het geval is kan een externe controleur een slechte beoordeling geven over het bedrijf. Dit kan gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering. Daarnaast is een slechte beoordeling geen goede ‘reclame’ voor een bedrijf.

De KAM-coördinator zal regelmatig administratieve taken moeten uitvoeren. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan het maken van rapportages over de uitkomsten van audits en onderzoeken. Deze rapportages zal de KAM-coördinator aan de directie van het bedrijf moeten verstrekken en indien nodige moeten toelichten.

Wat is het KAM-zorgsysteem en waarvoor wordt dit systeem gebruikt?

De afkorting KAM staat voor kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu. Dit zijn belangrijke aspecten voor de moderne bedrijfsvoering. Sommige bedrijven hebben een KAM-coördinator die fulltime verantwoordelijk is voor KAM, andere bedrijven hebben medewerkers in dienst die KAM als nevenfunctie hebben. Zeer grote bedrijven maken gebruik van een complete KAM afdeling voor de ontwikkeling, controle en bijsturing van het KAM-zorgsysteem. Dit systeem is de basis voor een bedrijf op het gebied van KAM.

Hoe komt een KAM-zorgsysteem tot stand?
Een KAM-coördinator zal een KAM-zorgsysteem moeten opzetten binnen een bedrijf als dat nog niet aanwezig is. Zodat het KAM-zorgsysteem geïmplementeerd is zal de KAM-coördinator dit systeem moeten beheersen. Het KAM-zorgsysteem zal echter voortdurend geoptimaliseerd en verbeterd moeten worden om aan de steeds strengere eisen te voldoend op het gebied van kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu.

Eisen aan een KAM-zorgsysteem
Deze eisen staan onder andere in de Arbowetgeving en de milieuwetgeving. Het naleven van deze wetten is verplicht, daarom is een goed KAM-zorgsysteem noodzakelijk voor een bedrijf. Verder zijn er ook specifieke eisen op het gebied van Arbo en milieu die door verschillende partijen worden gesteld aan het bedrijf en de bedrijfsvoering. Hierbij kan gedacht worden aan de wensen van klanten en potentiële opdrachtgevers die alleen producten en diensten willen aanschaffen bij bedrijven die verantwoord met milieu en veiligheid omgaan. Ook het personeel kan een grote invloed hebben op het gebied van veilig werken.

Een KAM-coördinator houdt rekening met deze invloeden en zorgt er voor dat het KAM-zorgsysteem zo wordt vormgegeven dat het systeem gestalte geeft aan de wet en regelgeving en de wensen van belangrijke betrokkenen op het gebied van kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu.

KAM-zorgsysteem is dynamisch
Het KAM-zorgsysteem is niet statisch maar dynamisch omdat het voortdurend aangepast moet worden aan de veranderende wetten en richtlijnen. Ook moet het KAM-zorgsysteem oplossingen bieden voor calamiteiten. Ongelukken moeten voorkomen worden. Wanneer er onverhoopt toch ongelukken gebeuren moet het KAM-zorgsysteem duidelijk aangeven wie verantwoordelijk is voor de bedrijfshulpverlening en de eventuele ontruiming van het pand. Door een effectief calamiteitenplan kunnen de schadelijke effecten van ongelukken worden beperkt. 

Een KAM-zorgsysteem maakt inzichtelijk welke activiteiten uitgevoerd moeten worden. Dit gebeurd in een duidelijk planmatig overzicht. Het KAM-zorgsysteem is een duidelijk beleid dat zijn uitwerking heeft op de overige bedrijfsprocessen in de organisatie. Ondanks dat zullen de activiteiten regelmatig geëvalueerd worden. Hierbij wordt getoetst of de activiteiten wel het gewenste effect hebben en voldoende nut hebben voor het KAM-beleid van de organisatie. Indien nodig worden de activiteiten verbeterd of geoptimaliseerd. Hierdoor voldoet het KAM-zorgsysteem altijd aan de moderne eisen en wetgeving.