Wat is een duurzaamheidsverslag?

Een duurzaamheidsverslag is een document waarin een bedrijf de prestaties met betrekking tot maatschappelijke verantwoord ondernemen en duurzaamheid weergeeft. Het gaat hierbij om resultaten op het gebied van milieu maar ook op sociaal ethische aspecten. Uiteindelijk wordt in het duurzaamheidsverslag ook gekeken naar de economische resultaten in verhouding tot het maatschappelijk verantwoord ondernemen. In het Engels zou men de inhoud van een duurzaamheidsverslag kunnen samenvatten met de woorden People Planet Profit.

Duurzaamheidsverslag in ontwikkeling
Het duurzaamheidsverslag werd in de jaren negentig van vorige eeuw ingevoerd in de vorm van een milieujaarverslag. Dit werd toen door een aantal bedrijven gedaan om een indruk te geven wat voor invloed de bedrijfsvoering heeft op het milieu. Het milieujaarverslag werd later omvangrijker en zo ontstond het duurzaamheidsverslag. Deze ontwikkeling is in feite het gevolg van het belang dat steeds meer maatschappelijke spelers hechten aan het verduurzamen en de circulaire economie. Bedrijven moeten in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen juist op een verantwoorde manier een bijdrage leveren aan de maatschappij. Dat betekend in de praktijk dat bedrijven het milieu zo weinig mogelijk moeten belasten en dat ze zorgvuldig moeten omgaan met grondstoffen. Ook is er steeds meer aandacht voor energieverbruik en de inzet van hernieuwbare energiebronnen.

Verduurzaming moet
Voor het opstellen van een duurzaamheidsverslag zijn richtlijnen opgesteld. Dit wordt gedaan door de Global Reporting Initiative (GRI). Dit is een internationaal instituut dat gevestigd is in Amsterdam. De GRI ontwikkeld wereldwijde richtlijnen voor duurzaamheidsverslagen. Het opstellen van een duurzaamheidsverslag is natuurlijk slechts één aspect van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Uiteindelijk komt het aan op de uitvoering. Bedrijven zullen milieubewust en maatschappelijk bewust moeten omgaan met mensen en middelen. Verduurzaming is overigens voor veel bedrijven geen vrijwillige keuze. De klimaatdoelstellingen en overige wetgeving met betrekking tot afvalstoffen zorgen er voor dat bedrijven min of meer gedwongen worden om te verduurzamen. De ontwikkelingen op dit gebied kunnen en moeten bedrijven dan bijhouden in het duurzaamheidsverslag.

Wat is The Ocean Cleanup?

The Ocean Cleanup is een groot opvangsysteem waarmee plastic afval uit een gedeelte van de oceanen en zeeën van de wereld kan worden opgevangen. Dit schoonmaaksysteem is specifiek ontwikkeld voor grote wateroppervlakten waarin veel plastic afval aanwezig is. Boyan Slat (1994), een Nederlands uitvinder en milieuactivist, heeft The Ocean Cleanup bedacht en grotendeels ontwikkeld.

Plastic soep
Meestal worden er pas oplossingen bedacht als er problemen worden geconstateerd. Zo is in feite het verhaal van de ontwikkeling van The Ocean Cleanup ook gestart. Net als veel andere mensen stoort ook Boyan Slat zich aan de grote hoeveelheid plastic die hij tegen komt als hij in het water duikt. Dit plastic afval in het water wordt ook wel de ‘plastic soep’ genoemd. Boyan Slat ging toen hij nog vwo-scholier was op vakantie naar Griekenland en daar kwam hij tijdens het duiken heel veel plastic afval tegen. Hij stoorde zich aan dit afval en bedacht dat er een manier moest zijn om de natuur en de wereld van dit afval te verlossen. Na zijn vakantie stelde hij een profielwerkstuk over dit probleem op. Dit werkstuk werd beoordeeld met een tien en was het begin van het ontwikkelen van een concretere oplossing. Het begin van de ontwikkeling van The Ocean Cleanup was een feit. Slat was toen zestien jaar oud en leerling op het Grotius College in Delft.

Ontwikkeling van The Ocean Cleanup
Vanaf dat moment bedacht Boyan Slat verschillende oplossingen en methodes waarmee plastic afval kon worden opgeruimd uit oceanen. In 2012 had de jonge uitvinder een drijvende installatie ontwikkeld die bestond uit lange drijvende armen die in de vorm van een V op strategische plekken in zee zouden kunnen worden geplaatst. De opvangsystemen kunnen worden geplaatst in een gedeelte van de zee of oceaan waar veel stroming is zodat er veel plastic afval de opvangarmen binnen komt. Dit plastic afval wordt vervolgens opgehaald met een grote tanker die het aan wal brengt zodat het plastic afval weer kan wordt gerecycled. Met dit plan won Boyan de prijs voor Best Technical Design aan de Technische Universiteit Delft.

The Ocean Cleanup
De plannen werden steeds beter en concreter. In 2013 werd The Ocean Cleanup door Boyan Slat opgericht. Dit is een stichting waarmee The Ocean Cleanup verder werd ontwikkeld met als uiteindelijke doel de implementatgie. In eerste instantie was er niet veel interesse in The Ocean Cleanup. Door een speech van Boyan bij TEDxDelft, genaamd How the Oceans Can Clean Themselves, nam de interesse in zijn oplossing toe. Via crowdfunding haalde Boyan de benodigde twee miljoen dollar binnen. Dit geld was nodig op een pilot uit te voeren. In november 2014 won Slat de Champions of the Earth-prijs. Dit is een prijs die wordt verstrekt in het kader van het VN-Milieuprogramma (UNEP). De Earth-prijs is een prijs voor inspirerende initiatieven op het gebied van milieu. Slat werd de jongste winnaar van de Earth-prijs ooit. In juni 2016 werd een prototype van The Ocean Cleanup geplaatst bij de kust van Scheveningen In 2017 zou de eerste pilot voor de kust van Tsushima draaien.

The Ocean Cleanup wordt in gebruik genomen
Inmiddels is de organisatie uitgegroeid tot een serieuze onderneming met een kantoorgebouw dat sinds juni 2018 is gevestigd aan de Batavierenstraat 15 te Rotterdam. Na een testperiode van vijf jaar is Boyan Slat op 8 september 2018 gestart met The Ocean Cleanup. Daarmee startte hij met de zogenoemde Great Pacific Garbage Patch. Dit is een van de vijf gyren in de oceaan. Op zaterdag 8 september 2018 werd The Ocean Cleanup daadwerkelijk in gebruik genomen. Een installatie die bestaat uit een zeshonderdmeter lange U-vormige buis werd in de Stille Oceaan geplaatst om daar het plastic op te vangen. Daarvoor hangen onder aan de U-vormige buis een aantal grote repen stof die het plastic tegenhouden en transporteren naar een opvangsysteem. Over een aantal maanden kan men beoordelen hoeveel plastic doormiddel van dit systeem is opgevangen.

Statiegeld op kleine flesjes en blikjes vermindert zwerfafval

Zwerfafval is afval dat men aantreft op straat of in de natuur. Het is hinderlijk afval en bovendien brengt het schade toe aan de natuur. Met name plastic zwerfafval is schadelijk maar ook glas en blik kunnen voor schade zorgen. Denk aan glasscherven die mensen en dieren kunnen verwonden. Statiegeld zou een oplossing kunnen zijn voor al dit zwerfafval. Dat geeft in ieder geval de organisatie Natuur & Milieu aan in een advies aan staatssecretaris Stientje van Veldhoven. Er zal komende donderdag een hoorzitting plaatsvinden in de Tweede Kamer over het onderwerp statiegeld.

Statiegeld
Als de overheid ook statiegeld zal gaan heffen op kleine flesjes en blikjes dan zou het zwerfafval in Nederland flink verminderd kunnen worden. Volgens Geertje van Hooijdonk de woordvoerster van Natuur & Milieu zou het uitbreiden van de huidige regels met betrekking tot statiegeld er voor zorgen dat 90 procent van flesjes en blikjes gescheiden wordt ingeleverd. Dat maakt statiegeld een heel effectief instrument om zwerfafval tegen te gaan. Het is in feite het systeem van de vervuiler betaald. Gemeenten zouden in Nederland jaarlijks gezamenlijk 80 miljoen euro kunnen gaan besparen omdat er minder personeel en materieel hoeft te worden ingezet om zwerfafval op te ruimen.

Circulaire economie
De circulaire economie waarbij zo weinig mogelijk nieuwe grondstoffen worden aangewend en bestaande verpakkingen zoveel mogelijk worden hergebruikt en gerecycled is een zeer ambitieus uitgangspunt. Ook de Nederlandse overheid streeft een circulaire economie na maar daarvoor moet de overheid er wel voor zorgen dat het afval gescheiden wordt ingeleverd.
Natuur & Milieu geeft aan dat het statiegeldsysteem er voor zorgt dat er gescheiden afvalstromen ontstaan die hoogwaardig te recyclen zijn.

Aanvullende aanpak
Er zijn echter ook verschillende andere vormen van zwerfafval daardoor is het statiegeldsysteem niet geheel effectief. Er zijn ook snoepverpakkingen en andere verpakkingen zoals plastic verpakkingen van snacks die er voor zorgen dat er zwerfafval ontstaat. Natuur & Milieu is daarom voorstander van een aanvullende aanpak die er voor zorgt dat er minder afval wordt weggegooid in het milieu.

Wat is de Europese verordening REACH?

REACH is een Europese verordening die van toepassing is op de productie en handel in chemische stoffen in Europa. In REACH staat aan welke regels bedrijven en overheden zich moeten houden als het gaat om chemische stoffen. Het woord REACH is een afkorting die staat voor Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen.

Informatie over chemische stoffen
REACH is van toepassing op alle landen die lid zijn van de Europese Unie. REACH is ingevoerd om er voor te zorgen dat er meer informatie beschikbaar komt over de chemische stoffen die zijn verwerkt in producten. De chemische grondstoffen en de eigenschappen daarvan moeten bekend zijn bij de afnemers of klanten zodat deze de producten veilig kunnen gebruiken. Klanten kunnen op basis van de informatie over chemische stoffen de juiste voorzorgsmaatregelen nemen als ze de producten gebruiken. De verantwoordelijkheid voor een effectieve risicobeheersing verschuift door REACH naar het bedrijfsleven.

Doel van REACH
Het doel van REACH is een zo hoog mogelijk veiligheidsniveau voor mens en milieu te waarborgen met betrekking tot het produceren en gebruiken van chemische stoffen of producten waarin chemische stoffen zijn verwerkt. REACH is een Europese verordening die er voor zorgt dat zowel klanten als bedrijven goed op de hoogte worden gebracht van de eigenschappen en schadelijke effecten van chemische stoffen en hoe men zich tegen deze schadelijke effecten beschermen.

Doelgroepen van REACH
De informatie over de chemische grondstoffen in producten wordt van begin tot eind doorgegeven. Dit start bij het begin van het productieproces waarbij de chemische stoffen worden verwerkt of toegevoegd. De fabrikant is dus de eerste schakel in de keten die informatie over de chemische stoffen die zijn verwerkt moet gaan inventariseren en noteren. Deze informatie moet worden doorgegeven aan de volgende schakels. Kort samengevat heeft REACH betrekking op de volgende groepen:

  • Fabrikanten: dit zijn de producenten van de producten waarin chemische stoffen zijn verwerkt.
  • Distributeurs: dit zijn de bedrijven die de goederen vervoeren.
  • Eindgebruikers: dit zijn de afnemers, consumenten of eindgebruikers.

Elk van deze genoemde schakels in de keten hebben een verschillende functie of taak. Dat zorgt er ook voor dat ze bepaalde verplichtingen hebben conform de Europese verordening REACH. Bedrijven die te maken krijgen met REACH zullen van te voren goed moeten inventariseren welke verplichtingen ze hebben. Sommige bedrijven vervullen meerdere rollen omdat ze bijvoorbeeld zowel een fabrikant zijn van chemische stoffen als een distributeur van deze stoffen.

Wat is het Activiteitenbesluit in het kader van milieuwetgeving?

De Wet Milieubeheer is op 1 maart 1993 van kracht geworden. Deze wet verving een aantal specifieke wetten die voor die datum werden gehanteerd op het gebied van geluidshinder, afvalstoffen, chemische afvalstoffen en luchtverontreiniging. Een deel van deze wetten in geïntegreerd in de Wet Milieubeheer. Deze wet is op 1 januari 2008 aangepast door het zogenaamde Activiteitenbesluit. Tot 1 januari 2010 was een zogenaamde overgangstermijn van toepassing maar na die datum is het zogenaamde Activiteitenbesluit van toepassing. Een belangrijke wet dus maar wat houdt deze wet nu precies in. Hieronder is een korte samenvatting weergegeven over het Activiteitenbesluit.

Wat is het Activiteitenbesluit?
Het Activiteitenbesluit is een besluit dat algemene regels bevat met betrekking tot het milieu. Het is een besluit dat van toepassing is voor bedrijven. Niet alle bedrijven vallen echter onder het Activiteitenbesluit. De bedrijven die wel onder de werking van het Activiteitenbesluit vallen hebben in de praktijk meestal geen milieuvergunning nodig. Toen het Activiteitenbesluit in werking trad op 1 januari 2008 is de zogenaamde milieuvergunning in Nederland voor ongeveer 37.000 bedrijven komen te vervallen. Overigens is het Activiteitenbesluit een beknopte benaming voor het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. Deze aanduiding is echter een hele mond vol daarom hanteert men in de praktijk meestal de benaming Activiteitenbesluit. De benaming van dit besluit is per 1 januari 2013 gewijzigd in Activiteitenbesluit milieubeheer.

Activiteitenbesluit milieubeheer
De benaming Activiteitenbesluit milieubeheer refereert aan het feit dat dit besluit per activiteit de milieuonderwerpen regelt. Deze activiteiten kunnen bijvoorbeeld de volgende zijn:

  • Emissie van schadelijke stoffen
  • Avalscheiding
  • Lozing van stoffen
  • Energieverbruik
  • Externe veiligheid

Men kan het Activiteitenbesluit milieubeheer beschouwen als een besluit waarin doelen zijn opgenomen. Deze doelen zijn in feite een soort grenzen waarbinnen de bedrijven hun activiteiten moeten ontplooien. Bedrijven mogen bijvoorbeeld maar een bepaalde hoeveelheid CO2 uitstoten of een bepaalde hoeveelheid decibel aan geluid produceren. Men heeft het hierbij over een bepaalde kwantiteit en daarom noemt men dit ook wel kwantitatieve doelvoorschriften.

Daarnaast moeten bedrijven er ook voor zorgen dat ze niet onnodig het milieu of de omgeving belasten. Dit noemt men binnen het Activiteitenbesluit milieubeheer ook wel de zorgplichtbepaling. Bedrijven verschillen echter onderling sterk in bedrijfsvoering en productieprocessen daarom is in de praktijk maatwerk mogelijk. Dit noemt men ook wel een maatwerkbepaling. Deze kan echter alleen door bevoegd gezag worden opgesteld op verzoek van een bedrijf. Daarbij vindt uiteraard door het bevoegde gezag wel een beoordeling plaats of het redelijk is om een maatwerkbepaling toe te passen of niet. Maatwerkmaatregelen zijn bedrijfsgebonden de meeste bedrijven zullen echter erkende maatregelen moeten nemen. Door erkende maatregelen op te volgen voldoen bedrijven aan een kwantitatief doelvoorschrift.

Drie verschillende typen bedrijven
Er zijn verschillende bedrijven in Nederland en niet elk bedrijf heeft een even grote invloed op het milieu daarom worden bedrijven in verschillende soorten ingedeeld. Het Activiteitenbesluit milieubeheer heeft het daarbij ook wel over verschillende typen. De volgende typen worden binnen het Activiteitenbesluit Milieubeheer gehanteerd:

  • Type A
  • Type B
  • Type C

Deze zijn in volgorde opgesteld van A tot C waarbij type A het minst milieubelastend is en type C het meest milieubelastend is. Hieronder zijn de verschillende typen bedrijven in een paar alinea’s nader omschreven.

Type A
Bedrijven die in het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen onder type A hebben nauwelijks een negatieve invloed op het milieu. Daardoor vallen deze bedrijven onder het zogenaamde “lichte regime”. Deze bedrijven hebben geen of nauwelijks een milieubelastende bedrijfsactiviteiten. Daarom vindt handhaving alleen plaats wanneer er krachten of calamiteiten worden gemeld. Bedrijven die onder type A vallen zijn bijvoorbeeld financiële instellingen zoals banken, uitzendbureaus, fintechbedrijven en administratiekantoren. Ook scholen en opleidingsinstituten vallen over het algemeen onder type A. Verder vallen ook veel zorginstellingen, peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en vergelijkbare instellingen onder type A. Als deze bedrijven worden opgericht of iets wijzigen in hun dienstverlening hoeven ze dit meestal niet te melden aan bevoegd gezag.

Type B
Deze bedrijven brengen in hun bedrijfsvoering iets meer risico’s met zich mee dan bedrijven die onder type A vallen. De bedrijven die behoren tot type B moeten wel bij de oprichting melding maken bij bevoegd gezag. Ook als ze iets in hun bedrijfsvoering wijzigen dient dit gemeld te worden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om bedrijven in de installatietechniek of elektrotechniek. Ook metaalbedrijven en andere bedrijven waar technische werkzaamheden worden verricht die niet zwaar belastend zijn voor het milieu vallen in de praktijk meestal onder Type B.

Type C
Bedrijven die onder het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen in type C hebben wel een vergunning nodig voor hun bedrijfsactiviteiten. Deze bedrijven dienen dus voor hun oprichting of voor de aanvang van hun activiteiten eerst een vergunning aan te vragen bij de overheid. Pas wanneer deze vergunning is toegekend kan het bedrijf pas haar activiteiten uitoefenen.

Wat is Stichting Arbo Flexbranche (STAF)?

STAF (Stichting Arbo Flexbranche) is een in 2007 opgerichte onafhankelijke stichting die zich bezig houdt met de arbeidsrisico’s binnen de uitzendbranche, bij zowel uitzendkrachten als vaste medewerkers binnen de flexbranche. Het is een speler op de flexmarkt en onderhoud daardoor veel contacten met andere spelers op deze markt zoals uitzendbureaus.

Tijdens zijn stage bij Unique Technicum Uitzendbureau heeft Tjerk van der Meij een korte samenvatting gemaakt over de Stichting Arbo Flexbranche. Deze tekst is het resultaat. Door de omschrijving over de STAF krijgt men inzicht in de diversiteit aan organisaties waarmee uitzendbureaus zoals Unique Technicum in de praktijk mee te maken krijgen. De uitzendwereld is een omvangrijke proffesionele wereld waarbij verschillende instellingen en stichtingen er voor zorgen dat de kwaliteit van uitzendbureaus gewaarborgd blijft en bovendien de veiligheid en de gezondheid van uitzendkrachten wordt beschermd.

Wat doet de Stichting Arbo Flexbranche?
De STAF zet zich in voor een veilige werkplek maar ook voor een gezonde werkplek waar de uitzendkracht zonder gevaar voor de gezondheid en veiligheid kan werken. Uitzendkrachten werken echter op verschillende locaties. Dit komt omdat uitzendbureaus de uitzendkrachten uitzenden naar verschillende opdrachtgevers. Het is belangrijk dat de uitzendkrachten goed op de hoogte worden gebracht over aspecten die verband houden met hun eigen veiligheid en gezondheid. De Stichting Arbo Flexbranche ondersteund uitzendbureaus bij het bevorderen en beschermen van de veiligheid en gezondheid van de flexkrachten. Dit doet de STAF op verschillende manieren. Zo ze de STAF zich in voor een veilige werkplek, zo weinig mogelijk ziekte verzuim en een optimale re-integratie.

Waaruit bestaat de Stichting Arbo Flexbranche
In de STAF zijn verschillende spelers die actief zijn in het uitzendwezen vertegenwoordigd. Het bestuur van STAF bestaat uit een lid van elk van  de volgende organisaties:

  • CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond)
  • FNV (Federatie Nederlandse Vakbewegingen)
  • De Unie
  • LBV (Landelijke Belangenvereniging)
  • ABU, USG (Algemene Bond Uitzendondernemingen, United Service Group)
  • NBBU, Balans (Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen)
  • ABU, Randstad Groep (Algemene Bond Uitzendondernemingen)

ARBO-checklist voor de uitzendorganisatie
Er zijn verschillende methoden denkbaar om de veiligheid van uitzendkrachten te beschermen. Een belangrijk middel is de bewustheid te bevorderen. Daarvoor moeten uitzendbureaus de risico’s met betrekking tot veiligheid en gezondheid goed in kaart brengen. Hierbij biedt STAF ondersteuning aan uitzendbureaus. Om de risico’s en voorschriften duidelijk bij de uitzendorganisatie in kaart te brengen heeft de STAF een ARBO-checklist ontwikkeld voor het uitzendbureau. Deze checklist verplicht de organisatie bij wet:

  • De uitzendkracht in te lichten over de risico’s op de werkplek
  • PBM’s (persoonlijke beschermingsmiddelen) te verschaffen
  • Toezicht houden op de werkplek en leiding geven

Verder wordt er in het document de gegevens van het bedrijf en de uitzendkracht opgenomen.

ARBO-checklist werknemer
De ARBO-checklist van de werknemer is werkplek gerelateerd en kent voor elk segment een ander karakter. Binnen de uitzendorganisaties fungeert de ARBO-checklist tevens als personeelsinstructieformulier. Op deze manier wordt de veiligheid van de uitzendkracht gewaarborgd door de STAF. Zo is de uitzendkracht goed op de hoogte gebracht van de veiligheidsaspecten en de eventuele risico’s op de werkplek. De ARBO-checklist wordt in de praktijk vaak ondertekend zodat het uitzendbureau desgevraagd kan aantonen dat het bureau de uitzendkracht op de hoogte heeft gebracht van de veiligheidsaspecten.

Wat is een omgevingsvergunning?

Een omgevingsvergunning is een vergunning die door een gemeente wordt verstrekt met betrekking tot het verrichten van activiteiten die invloed hebben op de omgeving zoals bouwactiviteiten en activiteiten in het milieu, de natuur en de ruimte. Op 1 oktober 2010 is de omgevingsvergunning ingevoerd in Nederland.

Omgevingsvergunning
Met de invoering van de omgevingsvergunning worden verschillende vergunningen samengevat onder één vergunningsprocedure namelijk de procedure van de omgevingsvergunning. Nu hoeven bedrijven en particulieren geen losser bouwvergunningen en milieuvergunningen meer aan te vragen. Dit is bovendien effectief omdat men vaak voor het plaatsen van een bouwwerk meerdere vergunningen nodig had. Nu is het indienden van één vergunning voldoende en dat is de omgevingsvergunning. De aanvraag voor deze vergunning kan bij één loket worden ingediend. Er volgt daarop één procedure en de uitkomst daarvan is één besluit. Men kan tegen dit besluit in beroep gaan en ook hier is maar één beroepsprocedure voor. De omgevingsvergunning zorgt er voor dat alles transparanter en makkelijk wordt.

Indienen omgevingsvergunning
Het indienen van een omgevingsvergunning kan men doen bij de gemeente waar men de activiteit wil uitvoeren. Als men bijvoorbeeld een nieuwbouwwoning wil plaatsen op een kavel zal men de aanvraag hiervoor bij de gemeente in kunnen dienen. De omgevingsvergunning kan echter dikwijls via een digitaal omgevingsloket worden aangevraagd. Dat is een website waarop de aanvrager verschillende opties kan aanklikken en diverse vragen kan beantwoorden. Door het programma van de omgevingsvergunning wordt de aanvrager steeds verder geholpen met de aanvraag.

Uiteindelijk is de aanvraag klaar en kan deze worden verzonden. Er zijn echter wel kosten verbonden aan het aanvragen van een omgevingsvergunning. Deze kosten kunnen echter verschillen per gemeente en per jaar.  Als je hier meer informatie over wilt hebben zal er contract moeten worden opgenomen met de desbetreffende gemeente waar de woning gebouwd gaat worden of een andere activiteit wordt ondernomen waar een omgevingsvergunning is vereist.

Wat is CO2-afvang en CO2-opslag?

CO2-afvang en CO2-opslag is het afvangen, opvangen en opslaan van CO2 bij processen waarbij brandstoffen worden verbrand. Bij het verbranden van brandstoffen komt namelijk CO2 oftewel kooldioxidegas vrij. Dit koolstofdioxidegas of koolzuurgas draagt bij aan de opwarming van de waarde omdat het in de atmosfeer ophoopt waardoor het zonlicht er wel doorheen kan schijnen maar de warmte die weerkaatst wordt door de aarde niet wordt doorgelaten. Het opwarmen van de aarde zorgt voor allemaal klimaatproblemen waardoor men heeft gezocht naar oplossingen om het vrijkomen van CO2 in de atmosfeer te beperken. In eerste instantie probeert men de verbranding van fossiele brandstoffen te beperken maar als dat niet mogelijk is zal men de uitgestoten CO2 moeten afvangen uit de rook en zal men de CO2 moeten opslaan. Dit is dus CO2-afvang en CO2 opslag. Dit wordt internationaal afgekort met CCS dit staat voor carbon capture and storage.

CCS en verbranding van fossiele brandstoffen
CCS een verzameling van technieken waarmee men kan voorkomen dat CO2 in de atmosfeer terecht komt. Door CCS kan men het gebruik van fossiele brandstoffen bijna klimaatneutraal laten plaatsvinden. Uit de verbrandingsgassen wordt het broeikasgas CO2 afgevangen en opgeslagen in ondergrondse reservoirs. Door het opvangen van CO2 kan men schoner fossiele brandstoffen verbranden. Er komen tijdens de verbranding echter wel afvalgassen vrij die men niet doormiddel van CCS opvangt. Daar zitten ook gassen tussen die niet goed zijn voor de atmosfeer.

Waar past men CCS toe?
Als men het heeft over het CO2 afvang en CO2 opslag dan weet men nog niet precies welke techniek of welk systeem men hanteert voor het beperken van de CO2 emissie in de atmosfeer. CCS kan worden beschouwd als een verzamelnaam voor verschillende technieken voor het afvangen, het transporteren en het opslaan van CO2. Men past CCS in verschillende soorten industrie toe. Met name in de industrie wordt veel CO2 uitgestoten, daarom kan in industriële bedrijven CCS echt milieubesparend werken. Men past CCS onder andere in de staalproductie toe of in de productie van andere metalen en metaallegeringen. Ook bij de productie van kunstmest of cement past men CCS toe.

Momenteel wordt CCS nog niet op grote schaal toegepast in Nederland. in plaats daarvan worden onderdelen van CCS  op kleine schaal gebruikt. Complete CCS ketens worden nog niet toegepast. In het Rotterdam Opslag en Afvang Demonstratieproject werkt men er mee. Zo zijn er nog een aantal projecten waarbij men technieken in het kader van CO2 opvangen en opslaan toepast. Verschillende bedrijven en de overheid buigen zich over CCS en onderzoeken en evalueren of dit een probate oplossing is om de Nederlandse industrie (tijdelijk) te verduurzamen.

CCS is echter niet een structurele duurzame oplossing voor het beperken van CO2. In plaats daarvan wordt dit systeem gezien als een tussenoplossing. Men blijft immers schadelijke fossiele brandstoffen verbranden. In plaats dat men deze brandstoffen vervangt beperkt men met CCS de schadelijke effecten/ gevolgen van de verbranding van deze brandstoffen. Door de toepassing van CCS hoopt men tijd te winnen zodat men langer de mogelijkheden kan ontplooien voor echte duurzame energiebesparende en milieubesparende methoden om energie te winnen.

Wat is een circulaire economie?

Circulaire economie is een economie dat zo is ingericht dat grondstoffen en producten zo effectief mogelijk worden hergebruikt zodat afval en andere vormen van waardevernietiging zo weinig mogelijk voorkomen. Het hergebruiken van producten en grondstoffen staat bij een circulaire economie centraal. Daar staat tegenover dat het gebruik van ruwe grondstoffen wordt beperkt. Hieronder is uitgelegd wat ruwe grondstoffen precies zijn en wat het begrip circulaire economie inhoud.

Ruwe grondstoffen
Ruwe grondstoffen zijn materialen die nog bewerkt moeten worden om tot een product te komen. Hierbij kan je denken aan ijzer dat uit erts wordt gewonnen of aan ruwe aardolie. Ruwe grondstoffen zijn als het ware ‘nieuwe grondstoffen’, dit houdt in dat deze grondstoffen nog niet eerder tot een product zijn verwerkt. Deze nieuwe grondstoffen moeten dus nieuw worden gewonnen uit de aardbodem, uit planten of uit dieren. Dit zorgt er voor dat de aarde belast wordt en het milieu onder druk komt te staan.

Afval
Als men produceert of consumeert zal er meestal afval ontstaan. Afval is het materiaal, de stoffen of de producten die niet worden gebruikt of geconsumeerd. Dit afval is in feite kapitaalvernietiging en is bovendien slecht voor het milieu omdat veel afval zoals kunststoffen, petrochemische afval en nucleair afval niet eenvoudig door het milieu kunnen worden afgebroken.

Hergebruik
Het meest gunstige dat men kan doen met afval is het hergebruiken. Afval hergebruiken van afval kan het beste worden geïllustreerd met een voorbeeld. Hergebruiken van afval gebeurd veel bij verpakkingen zoals (plastic) flessen. Dan worden de flessen eerst schoongemaakt voordat ze opnieuw worden gebruikt. Hierdoor wordt materiaal bespaard. Men zal echter wel energie en schoonmaakmiddelen moeten gebruiken om de producent schoon te maken zodat ze hergebruikt kunnen worden.

Recycling
Recycling gaat met name over het opnieuw gebruiken van de materialen waaruit producten bestaan. In het hiervoor genoemde voorbeeld zal de fles eerst worden omgesmolten tot de basisgrondstof om er vervolgens weer een nieuw product of een nieuwe verpakking van te vormen. De grondstoffen worden bij recycling dus gescheiden en bij hergebruik gaat men zonder grote aanpassingen het product of grote delen daarvan opnieuw gebruiken.

Hergebruik en recycling in de circulaire economie
Het hergebruiken van producten is een zeer belangrijk element van een circulaire economie. Hergebruiken is over het algemeen effectiever dan recyclen. Dit komt omdat het recyclen meer energie kost en daarnaast is er ook vaak sprake van downcycling dit komt omdat de kwaliteit van grondstoffen meestal minder goed wordt als het materiaal meerdere malen wordt hergebruikt. Dit is bijvoorbeeld het geval met papier en plastic. Een compleet circulaire economie is heel moeilijk te realiseren. Vaak ontstaat in de productiecirkel wel een bepaalde hoeveelheid afval. In ieder geval wordt er energie verbruikt. Dat verbruik is ook een vorm van afval.

Europees systeem voor emissiehandel (EU ETS)

Europese systeem voor emissiehandel is de benaming voor een groot systeem dat wordt gebruikt voor het verhandelen van emissierechten door bedrijven. het systeem wordt ook wel afgekort met EU ETS. Deze afkorting staat voor European Union Emissions Trading System. Het systeem is niet alleen het eerste systeem dat wordt gebruik voor het verhandelen van uitstootrechten van broeikasgassen ter wereld, het is ook nog het grootste systeem op dit gebied.

Waarom werd de EU ETS ingevoerd?
Het European Union Emissions Trading System werd ingevoerd in 2005 in de Europese Unie. Het doel van de wet is het beperken van de emissie van schadelijke stoffen door bedrijven zodat het aantal broeikasgassen kan worden beperkt. Het beperken van de broekkasgassen zou het broeikaseffect tegen moeten gaan en daarmee de opwarming van de aarde moeten beperken. Er is een groot aantal bedrijven dat onder dit systeem vallen. In 2013 waren dit meer dan 11.000 bedrijven waaronder fabrieken en elektriciteitscentrales die een netto warmteoverschot van 20 MW of meer hadden.

Al deze bedrijven waren verspreid over de 28 lidstaten van de Europese Unie en in Noorwegen , IJsland en Liechtenstein. De genoemde 11.000 bedrijven verbruikten met hun installaties voor ongeveer 50 procent van de CO2-emissies en ongeveer 40% van de totale broeikasgasemissie van de Europese Unie. Het European Union Emissions Trading System moest er voor zorgen dat met name deze vervuilende bedrijven minder schadelijke stoffen uitstoten.

Cap and trade systeem
Het European Union Emissions Trading System is een zogenoemd ‘cap and trade’ systeem. Dit houdt in dat voor bedrijven een maximale uitstoot van broeikasgassen wordt bepaald en vastgelegd. Een bedrijf kan rechten inkopen om CO2 uit te storen. Deze rechten kunnen worden verhandeld en geveild. De installaties van bedrijven moeten verplicht zijn uitgerust met apparatuur waarmee de CO2-emissies gemeten kunnen worden.

Het resultaat van deze metingen moet inzichtelijk worden gemaakt in rapportages. Op basis van deze rapportages kan men concluderen of een bedrijf voldoende emissierechten heeft ingekocht. Als een bedrijf te veel emissierechten heeft ingekocht ten opzichte van de daadwerkelijk geconstateerde CO2-emissie dan kan het overschot aan emissierechten worden verkocht aan andere bedrijven. Als een bedrijf meer CO2 uitstoot dan het rechten heeft, zal het bedrijf er rechten bij moeten kopen.

Marktwerking en beperking van CO2 emissie
Doordat bedrijven het teveel aan emissierechten kunnen verkopen in European Union Emissions Trading System worden bedrijven er toe aangezet om voorzieningen te treffen waarmee de CO2 uitstoot kan worden beperkt. Hoe minder CO2 wordt uitgestoten hoe meer emissierechten het bedrijf overhoudt. Deze rechten leveren geld op. Dat zorgt er voor dat de investeringen in het beperken van de CO2 uitstoot kunnen worden terugverdient en er bovendien nog winst gemaakt kan worden.

Er ontstaat een bepaalde marktwerking in emissierechten. Bedrijven zoeken naar goedkope en effectieve methoden om de CO2 uitstoot te reduceren. Voor de overheid is deze EU ETS methode een effectief middel om zonder veel overheidsinterventie bedrijven na te laten denken over processen die milieuvriendelijker en CO2 neutraler kunnen produceren.

Fases voor het Europees systeem voor emissiehandel
Het Europees systeem voor emissiehandel is in een aantal fases opgedeeld. In totaal zijn er vier verschillende fases. Deze fases zijn gebonden aan een aantal periodes.

  • De eerste fase van het systeem ging van kracht in 2005 toen het systeem werd ingevoerd. De eerste fase liep door tot en met 2007. Deze eerste fase was bedoelt als testfase voor het Europees systeem voor emissiehandel.
  • De tweede ging van kracht in 2008 en liep door tot en met het jaar 2012. Tijdens deze periode werd het Joint Implementation systeem ingevoerd en werd ook het Clean Development Mechanism toegevoegd.
  • De derde fase trad in werking na 2012 en loopt tot 2020. Het jaar 2020 is een belangrijk jaar omdat er dan sprake moet zijn 21% reductie van de uitstoot van broeikasgassen. In deze derde fase wordt de maximaal toegestane uitstoot onder het EU ETS per jaar met 1,74% worden afgebouwd.
  • De vierde fase treed in werking na 2020. Vanaf dat jaar moet de CO2 uitstoot nog sneller naar beneden gebracht worden. De maximale uitstoot van broeikasgassen onder het EU ETS wordt verlaagd met 2,2% per jaar.

Veranderingen in het EU ETS
Niet alleen in de eerste fase, oftewel de testfase van het EU ETS, is er veel veranderd aan dit systeem. De derde fase van het systeem liet bijvoorbeeld een grootschalige handel in emissierechten zien. Bijna alle emissierechten werden geveild en er werden bijna geen rechten weggegeven. Er is een ware handel ontstaan in emissierechten waardoor sommige bedrijven er zelfs op verdienen.

Op dinsdag 15 maart 2016 werd bekend gemaakt dat er grote vervuilende bedrijven zijn die verdienen aan de verkoop van een overschot aan emissierechten. Dit staat in een rapport van CE Delft. Dit rapport is in opdracht van de Britse lobbygroep Carbon Market Watch is gemaakt. De uitkomst van dit rapport zal waarschijnlijk een effect hebben op de verdere uitvoering van de wet en regelgeving omtrent het Europees systeem voor emissiehandel.

In de derde fase worden de regels beter geharmoniseerd. Daarnaast zijn in deze fase ook een aantal andere broeikasgassen toegevoegd die worden gemeten. Lachgas en fluorkoolstoffen zijn hiervan een paar voorbeelden.

In 2012 werd het Europees systeem voor emissiehandel ook toegepast in de luchtvaart. In de luchtvaart wordt namelijk ook veel CO2 uitgestoten door vliegtuigen. Het is goed mogelijk dat het Europees systeem voor emissiehandel in toekomst ook voor andere sectoren gaat gelden.

Hoe vraag je een energielabel aan voor een woning?

Het aanvragen van ern energielabel is verplicht als men een woning verkoopt of verhuurt.  Het energielabel maakt voor de potentiële koper of potentiële huurder inzichtelijk hoe energiezuinig of miliebelastend een woning is. De verkoper of verhuurder moet dit inzicht bieden aan geïnteresseerden. Daarom moet hij of zij een energielabel aanvragen.

Het aanvragen van een energielabel kan men doen bij de Rijksoverheid. Als men het energielabel niet verstrekt bij de verkoop of verhuur van een woning dan kan men een boete krijgen. De boete kan oplopen tot 405 euro. Bovendien is het natuurlijk als verkoper of verhuurder niet bepaald klantvriendelijk om potentiële kopers en potentiële huurders informatie over de energiezuinigheid van een woningen te onthouden. Daarnaast kost het aanvragen van een energielabel slechts een paar tientjes.

Hoe kun je een energielabel aanvragen?

Een energielabel moet men aanvragen bij de Rijksoverheid. Dit kan op de website energielabelvoorwoningen.nl. Het aanvragen van een energielabel gaat in zes stappen.

  1. De eerste stap is het bezoeken van de website en inloggen met je DigiD.
  2. Vervolgens kan men de gegevens van de woning controleren en aanpassen. Er mogen maximaal tien gegevens worden ingevoerd.
  3. Daarna gaat men bewijzen toevoegen aan het woningdossier.
  4. Dan dient men deskundigen te selecteren die het bewijs over de energiebesparende voorzieningen van de woning gaan controleren.
  5. Tot slot kan men de gegevens versturen.
  6. Dan krijgt men het energielabel ontvangen. Dit gebeurd automatisch via de Rijksoverheid.

 

Aanvragen energielabel voor woning verplicht?

Energielabels zijn verplicht voor woningen die te koop of te huur worden aangeboden.  Aan het begin van 2015 hebben veel woningeigenaren van de Rijksoverheid een voorlopig energielabel ontvangen. Dit is een vrij algemeen energielabel dat onder andere gebaseerd is op het bouwjaar van de woning en het type woning. Het voorlopige energielabel was bedoeld om woningeigenaren te laten nadenken over de energiezuinigheid van de woning. De overheid hoopte met dit energielabel de woningeigenaren te stimuleren om meer investeringen te doen in de energiebesparing van hun woning. Hierbij kan men denken aan dubbele beglazing,  muurisolatie, dakisolatie,  zonnepanelen en andere voorzieningen die een woning energiezuiniger maken. Na het voorlopige energielabel werd het definitieve energielabel ingevoerd. Dit energielabel moet verplicht worden vertoond als men een woning te huur of te koop aanbiedt.

Definitief energielabel voor woningen

Een voorlopig energielabel zegt weinig over de specifieke energiezuinige of energieverslindende eigenschappen van een woning. Daarom moet iemand als hij van plan is om een woning te verkopen of te verhuren een definitief energielabel aanvragen. Het definitieve energielabel is verplicht voor woningen die verkocht of verhuurd worden. In het definieve energielabel zijn wel alle technische en bouwkundige voorzieningen opgenomen en daarom biedt het energielabel waardevolle informatie aan de potentiële kopers of potentiële huurders. Bovendien zorgt het verplichten van energielabels er voor dat woningeigenaren beter gaan nadenken over het bevorderen van de energiezuinigheid van de woning. Omdat mensen meer op het milieu en kostenbesparing letten is het vaak verstandig om te investeren in isolatie en zonnepanelen. Deze aanpassingen zorgen er namelijk voor dat woningen in gebruik minder kosten en minder miliebelastend zijn. Dat voelt voor potentiële kopers en huurders goed. Daarom is men vaak bereid om meer te betalen voor een woning in een zuinige energieklasse.

Hoe ziet een energielabel er uit?

Een energielabel is de uitkomst van de som van verschillende energiebesparende en energieverslindende aspecten van een woning. Deze uitkomst wordt in een letter en een kleur aangegeven. De meest energiezuinige woningen krijgen een letter ‘A’ en een donkergroene kleuraanduiding. De letter ‘A’ loopt op tot de letter ‘G’. De letter ‘G’ is donkerrood en staat voor de meest energieverslindende woning. Een verkoper dient een energielabel aan te vragen bij de Rijksoverheid die daarvoor een speciale website heeft gemaajt. Het aanvragen van een energielabel is verplicht maar kost maar een paar tientjes.

Wanneer is het energielabel ingevoerd?

Energielabels zijn bijna niet meer weg te denken uit de schappen van de elektronicawinkels en de showrooms van autodealers. Op elektrische apparaten en auto’s wordt doormiddel van energielabels informatie verstrekt over de zuinigheid van het desbetreffende apparaat of auto. Bij de verkoop van woningen worden tegenwoordig ook energielabels verstrekt. Met een energielabel wordt duidelijk hoe energiezuinig, milieuvriendelijk en/of energiebesparend het product, voertuig of gebouw is. Daarnaast staat er op het energielabel vaak informatie over de prestaties van het product. Een energielabel kan bovendien gegevens verstrekken over de materialen die zijn gebruikt bij de productie van de machine of het apparaat.

Invoering van het energielabel
In Nederland is in 2012 de richtlijn voor Energielabels geïmplementeerd als het:

Besluit van 25 februari 2012, houdende regels betreffende de etikettering van het energieverbruik van energiegerelateerde producten (Besluit etikettering energieverbruik energiegerelateerde producten).

Uit bovenstaand besluit komt duidelijk naar voren dat men het heeft over energiegerelateerde producten. Hierbij kan men denken aan elektrische machines en apparaten. Veel machines en apparaten worden gevoed met elektrische stroom. Deze elektrische stroom biedt een bepaald vermogen om arbeid te verrichten. Sommige machines hebben meer elektrisch vermogen nodig om dezelfde arbeid of prestaties te verrichten dan energiezuinige machines. Het energielabel zorgt er voor dat bedrijven geprikkeld worden om voortdurend hun machines en apparaten te verbeteren op het gebied van energiezuinigheid.

Invoering definitief energielabel voor woningen
Voor woningen is ook een specifiek energielabel ingevoerd. In 2013 werd het toemalige systeem voor energielabels van woningen door de Tweede Kamer te ingewikkeld en te duur bevonden. Daarnaast bleek ook de handhaving van de wettelijke energielabelplicht bij woningen te moeilijk uitvoerbaar in de praktijk. Daarom moest de Nederlandse overheid op zoek naar een beter systeem waarmee ze wel konden voldoen aan de Europese richtlijn (EPBD). Het systeem moest eenvoudiger en goedkoper. Dit zorgde er voor dat er een definitief energielabel werd ontwikkeld. Dit definitief energielabel is op 1 januari 2015 ingevoerd in Nederland. Het definitief energielabel is verplicht bij de verkoop en het verhuren van woningen in Nederland.

Wat is een energielabel?

Een energielabel is een label dat wordt gebruikt om de energiezuinigheid van een bepaald product, apparaat of onroerend goed aan te duiden. Het energielabel moet voldoen aan verschillende Europese richtlijnen:

  • 92/75/CEE,
  • 94/2/CE,
  • 95/12/CE,
  • 96/89/CE,
  • 2003/66/CE

Het energielabel moet verplicht worden meegeleverd bij de verkoop van gebouwen, auto’s, elektrische apparaten en lampen. De potentiële koper krijgt door het energielabel extra informatie over het product waar hij of zij interesse in heeft.

Hoe ziet een energielabel er uit?
Het energielabel is een etiket die aan een product wordt bevestigd of op een product wordt geplakt. Op het energielabel zijn een aantal balkjes geplaatst in verschillende kleuren. De balkjes lopen op van donkergroen tot donkerrood. Op de balkjes staan letters die oplopen van de letter ‘A’ tot de letter ‘G’. De letter ‘A’ is in het donkergroen aangegeven en dat maakt duidelijk dat een product die deze aanduiding verdient het meest milieuvriendelijk is. Vanaf deze letter geven de aanduidingen een steeds minder gunstige energiebeoordeling. Producten, apparaten, voertuigen en gebouwen die in de energieklasse ‘G’ vallen kunnen worden beschouwd als het meest milieuonvriendelijke.

Waarom een energielabel?
Allereerst is een energielabel voor een aantal producten en apparaten verplicht. Een energielabel stelt consumenten voor een duidelijke keuze tussen producten. In plaats van het design, de vormgeving en de functionaliteiten van een product wordt ook de energiezuinigheid een aspect waarop consumenten bewust voor een bepaald product, apparaat of woning kunnen kiezen. Men is zich in de wereld steeds meer bewust van het milieu en maatschappelijke aspecten. Een ‘groen’ product heeft aantrekkingskracht voor particulieren en bedrijven.

Veel ondernemers worden door de verplichte energielabels gedwongen na te denken over het ontwikkelen van energiezuiniger producten, machines en apparaten. De energielabels werken twee kanten op: ondernemers maken zuiniger producten en de consumenten waarderen dat door energiezuiniger producten te kopen. Zo ontstaat een cirkel van productontwikkeling die gericht is op milieuvriendelijkheid.

Wat is sjoemelsoftware?

Sjoemelsoftware is een term waar de meeste mensen voor 2015 nog nooit van gehoord hadden. Tegen het einde van september 2015 werd de term sjoelsoftware gebruikt door verschillende mediabronnen. Men gebruikt het woord sjoemelsoftware in verband met het uitvoeren van autotesten. Sjoemelsoftware wordt gebruikt om testresultaten te beïnvloeden op een niet legitieme manier. Als men software in een auto installeert om de emissie van bijvoorbeeld CO2 positiever te laten lijken dan de werkelijkheid dan sjoemelt men met de testen. Men manipuleert de testresultaten om auto’s aan milieueisen te laten voldoen, althans zo lijkt het want de auto’s voldoen in de praktijk helemaal niet aan de milieueisen.

Waar komt het woord sjoemelsoftware vandaan?
Op 22 september 2015 werd bekend dat autofabrikant Volkswagen in ongeveer 11 miljoen auto’s speciale software had ingebouwd met het doel om milieu-inspecteurs bij emissietesten op een dwaalspoor te zetten. De testresultaten deden vermoeden dat de Volkswagens aan de milieunormen volden terwijl de emissieresultaten bij normaal gebruik op de weg slechter waren. Er werd dus gesjoemeld door Volkswagen.  Door het Duitse blad ‘Blid’ werd voor deze software voor het eerst de benaming Schummel-Software gebruikt op 19 september 2015. Daarna gebruikten ook andere landen en media het woord Schummel-Software in verschillende vertalingen. Sjoemelsoftware werd ook aan het Nederlandse vocabulaire gevoegd. Op 7 november 2015 werd het woord sjoemelsoftware door ‘Onze Taal’ gekozen tot het woord van 2015. Omdat de sjoemelsoftware vooral werd toegepast in dieselvoertuigen wordt ook wel gesproken van het dieselschandaal.

Wat is duurzaamheid?

Duurzaamheid is een term die men tegenwoordig veelvuldig voorbij ziet komen in het nieuws. Het is een breed begrip geworden waarbij men verschillende associaties heeft. Vaak denkt men bij het woord duurzaamheid aan milieu, maatschappij, ecologie en leefbaarheid. Het begrip duurzaamheid omvat echter veel meer dan de termen die hiervoor zijn benoemd. Zo kan het woord duurzaamheid ook worden gebruikt als men het heeft over producten en materialen die zeer slijtvast zijn.

Drie P’s
Het begrip duurzaamheid kan ook worden verklaard aan de hand van de theorie van de drie P’s.  Deze drie P’s staan voor: People (mensen), Profit (winst) en Planet (aarde). Deze drie P’s dienen met elkaar in evenwicht te zijn. In een duurzame wereld leven mensen en milieu met elkaar in harmonie en is er tevens winst te behalen voor ondernemingen zonder dat mens en milieu daarbij geschaad worden.

Evenwicht is belangrijk
De aarde biedt grondstoffen voor de mens en de mens kan deze grondstoffen omzetten in producten en daar winst uit behalen. Als de mensheid echter teveel grondstoffen van de aarde verlangd dan kan er een te kort aan grondstoffen ontstaan waardoor de mens in de problemen komt. Het milieu moet daarbij ook niet uit het oog worden verloren. De mens vormt onderdeel van het milieu en heeft daar invloed op. Het milieu oftewel de leefomgeving bestaat uit flora en fauna. Door een overschot aan afval wordt het milieu geschaad. Afval is meer dan alleen stoffelijk uitschot dat wordt gedumpt in het milieu. Emissie, dit is de uitstoot van schadelijke gassen, is ook afval. Het milieu en de atmosfeer kan een bepaalde hoeveelheid afvalstoffen verwerken.

CO2 reductie
Afvalstoffen zoals het broeikasgas CO2 zorgen bovendien voor een broeikaseffect. Daardoor heeft CO2 een dubbele schadelijke werking. Het zorgt voor de opwarming van de aarde en kan voor een onaangename atmosfeer zorgen waarbij ademhalen wordt bemoeilijkt. Bij duurzaamheid denkt men daarom in de praktijk ook vaak aan het reduceren van de emissie van CO2.

De kern van duurzaamheid
Als men duurzaamheid in de kern zou moeten samenvatten dan is alles wat met duurzaamheid te maken heeft gericht op het zo lang mogelijk gebruiken van de grondstoffen die op aarde aanwezig zijn en het veraangenamen van de leefomgeving van alles wat op aarde leeft. De mens kan dus niet meer consumeren dan de aarde kan bieden. De mens kan de aarde ook niet meer vervuilen dan de maximale vervuiling die de aarde kan afbreken.  Als de mensheid zich niet houdt aan deze ‘regels’ dan komt ze vroeg of laat in de problemen.

Definitie van duurzaamheid volgens Technisch Werken
Pieter Geertsma de schrijver van deze website (Technisch Werken) definieert duurzaamheid als volgt:

Het streven naar duurzaamheid is het geheel van inspanningen die worden verricht om de aarde en atmosfeer te beschermen tegen uitputting en vervuiling zonder dat men daarbij de hedendaagse behoeften en het economisch gewin uit het oog verliest. 

Wat is een afvalverbrandingsinstallatie (AVI)?

Een afvalverbrandingsinstallatie is, zoals de naam al doet vermoeden, een installatie die ontworpen en bestemd is voor het effectief verbanden van afval. Het verbranden van afval lijkt eenvoudiger dan het is. bij het verbanden van afval komen namelijk verschillende stoffen vrij, waaronder schadelijke stoffen. Deze stoffen kunnen schadelijk zijn voor het milieu indien deze in de atmosfeer worden uitgestoten. De schadelijke emissie door afvalverbrandingsinstallaties wordt beperkt door omvangrijke techniek die gericht is op het zuiveren van rookgas. Door de rookgaszuiveringen die plaats vinden in afvalverbrandingsinstallaties worden schadelijke zuren verwijdert uit de gassen die ontstaan gedurende het verbrandingsproces. Deze schadelijke stoffen zijn bijvoorbeeld:

  • stikstofoxides,
  • waterstofchloride,
  • waterstoffluoride,
  • zwavelzuur.

Ook zware metalen zoals bijvoorbeeld cadmium, kwik en lood kunnen in de emissie van afvalverbrandingsinstallaties voorkomen. Verder vormen ook organische stoffen zoals dioxines en onderdeel van de uitstoot van afvalverbrandingsinstallaties. Deze stoffen zijn allemaal in meer en mindere mate schadelijk voor de gezondheid van mensen en het milieu. Daarom tracht men de emissie van deze stoffen zoveel mogelijk te beperken.

Afvalverbrandingsinstallaties en milieu
Afvalverbrandingsinstallaties en het milieu vormen een interessant spanningsveld. Men tracht voor een zo goed mogelijke afstemming te zorgen tussen het verbranden van afval en het beperken van de schade voor het milieu. Afval is een verzamelnaam van bijproducten of producten die reeds zijn verbruikt en door de oorspronkelijke eigenaar zijn weggegooid. Afval bestaat uit verschillende grondstoffen. Tegenwoordig zamelt
men de veel afval gescheiden in zodat de grondstoffen kunnen worden hergebruikt of gerecycled. Door afval te hergebruiken en te recyclen wordt er minder afval verbrand waardoor er automatisch minder emissie ontstaat.

Ondanks deze milieuvriendelijker ontwikkelingen wordt er nog steeds afval verbrand. Ook bij het verbranden van afval kan men milieubesparend te werk gaan. Tijdens verbrandingsprocessen komt namelijk warmte vrij. Deze warmte kan worden gebruikt voor warmtedistributie of stadsverwarming. Daarnaast kan het worden toegepast in de industrie of voor het opwekken van elektriciteit. In de stad Amsterdam worden bijvoorbeeld de straatverlichting en de tram gevoed door elektriciteit dat opgewekt is uit restafval van de stad. Er zijn plannen om in de toekomst veel meer gebruik te gaan maken van de warmte die vrijkomt uit afvalverbrandingsinstallaties in Nederland en België.

Wat is MVO of maatschappelijk verantwoord ondernemen?

MVO is een afkorting die staat voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dit is een visie op de bedrijfsvoering waarbij duurzaamheid een centrale positie inneemt daarom wordt MVO ook wel duurzaam ondernemen genoemd. In de praktijk worden MVO en duurzaam ondernemen vaak door elkaar gebruikt. Met deze termen wil men aangeven dat men in het ondernemen aandacht heeft voor het milieu en maatschappelijke en ethische aspecten. Deze aspecten zijn afgestemd op de economische effecten en het rendement van de onderneming. De belangen van de stakeholders van een organisatie zijn bij maatschappelijk verantwoord ondernemen op aspecten afgestemd in de maatschappelijke omgeving van de organisatie. Hierdoor zal men in de organisatieprocessen voortdurend afwegingen moeten maken tussen winst en de maatschappij.

Door bijvoorbeeld een biobrandstof te kiezen in plaats van een fossiele brandstof kan het productieproces kostbaarder worden maar kan de CO2 uitstoot worden beperkt. Dit is slechts een voorbeeld van een keuze die een bedrijf kan maken. Als men echter beslissingen maakt die de emissie verlagen kan een bedrijf deze ontwikkelingen ook benoemen in de promotie naar potentiële klanten. Hierdoor kan een bedrijf haar positie op de markt verstevigen want maatschappelijk verantwoord ondernemen is voor veel consumenten een belangrijk aspect waarop gelet wordt bij de keuze van producten en merken.

Communicatie
Een onderneming die MVO wil uitdragen zal voortdurend in contact moeten treden met haar omgeving. Daarbij moet de onderneming de belangen goed op elkaar afstemmen. Zo kunnen klanten bepaalde eisen stellen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. Echter, leveranciers kunnen eveneens bepaalde wensen hebben op MVO gebied. Dit zelfde geld voor investeerders en het personeel van de onderneming. Ook de omwonenden rondom de onderneming zullen ongetwijfeld een mening hebben over de bedrijfsvoering. Al deze meningen, reacties en feedback zijn voor een onderneming van groot belang indien zij maatschappelijk verantwoord wil ondernemen.

MVO en de 3 P’s
De invloedssferen die van toepassing zijn op de beslissingen en de koers in maatschappelijk verantwoord ondernemen worden onderverdeeld in drie hoofdcategorieën. Dit zijn de categorieën:

  • Profit
  • Planet
  • People

Deze Engelse termen beginnen allemaal met de letter ‘P’ vandaar dat deze drie termen ook wel de 3 P’s worden genoemd. Deze verschillende categorieën worden in onderstaande alinea’s kort toegelicht.

People
Bij de categorie People wordt aandacht besteed aan de rol die een onderneming vervult voor mensen. Een onderneming kan bepaalde doelgroepen op het oog hebben en producten aanbieden die in een specifieke behoefte van mensen kunnen voorzien. Mensen hebben echter ook belangen, normen en waarden. Sommige aspecten spelen een buitengewoon belangrijke rol zoals mensenrechten, discriminatie, veiligheid, arbeidsomstandigheden en de betrokkenheid van de onderneming bij de maatschappij en samenleving. Een onderneming zal op deze aspecten moeten anticiperen.

Planet
Het Engelse woord ‘planet’ wordt in het Nederlands vertaald met ‘planeet’ of ‘aarde’. Een organisatie dient rekening te houden met het milieu. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de uitstoot of emissie die ontstaat door de productieprocessen van de organisatie. De invloed van de productieprocessen en de producten moet zo weinig mogelijk schade toebrengen aan het milieu en de natuur. Duurzaam ondernemen wordt vaak in verband gebracht met milieuvriendelijk ondernemen. Het beperken van de CO2 uitstoot en CO2 neutrale producten komen hierbij aan de orde. Verder is er aandacht voor hergebruik en recycling.

Profit
Veel organisaties in Nederland hebben een zogenoemd ‘winstoogmerk’. Dit houdt in dat deze organisaties winst willen behalen over de producten en diensten die ze verkopen of aanbieden aan consumenten. Winst is belangrijk voor de continuïteit van het bedrijf, daarnaast zorgt een hoge winst er voor dat er meer investeringen kunnen worden gedaan. Deze investeringen kunnen ook worden gedaan om de organisatie duurzamer te maken en de kwaliteit te verbeteren van producten en diensten. Onder profit wordt niet alleen geld verstaan. Kennis, innovatie en een goede reputatie zijn namelijk eveneens aspecten waarmee een organisatie profijt kan behalen.

Wat is emissie en imissie?

Het woord emissie wordt regelmatig gebruikt in de context van milieu en duurzaamheid. Emissie is in dat verband een verzamelnaam voor uitstoot of lozing van verontreinigende stoffen. Er zijn verschillende emissiebronnen. Deze bronnen die uitstoot van schadelijke stoffen veroorzaken kunnen zowel van particulieren als van bedrijven zijn. Emissie in de vorm van luchtvervuiling kan bijvoorbeeld plaatsvinden door de schoorsteen van een woning of door de uitstoot van de schoorsteen van een fabriek.

CO2 uitstoot
De hoeveelheid luchtvervuiling in kubieke meters verschilt per uitstootbron. Auto’s zorgen bijvoorbeeld voor CO2 uitstoot. CO2 is een schadelijke stof die in belangrijke mate verantwoordelijk is voor het opwarmen van de aarde.  De hoeveelheid CO2 die in de lucht wordt uitgestoten is afhankelijk van het soort  brandstof die de auto gebruikt. Daarnaast hebben auto’s een verschillend gewicht waardoor meer vermogen nodig is om de auto in beweging te brengen. Dit zorgt er voor dat de hoeveelheid brandstof ook per auto verschilt.

Verspreiding van luchtvervuiling
Ook de manier waarop de luchtverontreiniging wordt verspreid is afhankelijk van verschillende factoren. Hierbij kan bijvoorbeeld gekeken worden naar de windsnelheid en de windrichting. Daarnaast is de temperatuur van invloed en de turbulenties. Dit zijn echter natuurlijke factoren. De mens heeft ook invloed op de verspreiding van luchtvervuiling bijvoorbeeld door de hoogte van schoorstenen aan te passen en de snelheid van de uitstootgassen te reguleren.

Imissie en emissie
Na verloop van tijd komen de schadelijke stoffen op de leefhoogte terecht. De leefhoogte is anderhalve meter hoog vanaf de grond gemeten. Het is belangrijk dat de lucht op die hoogte zo schoon mogelijk is omdat veel mensen en dieren deze lucht inademen. De stoffen uit de lucht die op de leefhoogte gemeten worden vormen de imissie.

Emissiepatroon
De verhouding tussen de imissie en de emissie wordt ook wel emissiepatroon genoemd. De emissiepatronen kunnen verschillend zijn in een jaar. De tijd van het jaar kan bijvoorbeeld van invloed zijn, wordt er bijvoorbeeld in de zomer of in de winter een emissiemeting verricht. Ook de afkomst van de verontreiniging is van invloed op de meetresultaten. In het verkeer zorgen bewegelijke uitstootbronnen voor veel emissie. Deze emissie vindt dicht bij de grond plaats. De verhouding tot emissie en imissie is daardoor in verkeer is zeer groot.

Bij huizenverwarming is de verhouding tussen emissie en imissie redelijk groot omdat de schoorstenen van woningen verhoudingsgewijs laag zijn. Hierdoor komt de schadelijke emissie relatief snel op imissie hoogte.

Bij grote industriële bedrijven wordt de uitstoot vaak via lange schoorstenen in de lucht gebracht. Hierdoor komt de luchtverontreiniging minder snel op imissie niveau. De verhouding tussen emissie en imissie is hierdoor kleiner dan bij huisverwarmingen het geval is. Dit houdt echter niet in dat de luchtverontreiniging door industriële bedrijven lager is dan de verontreiniging van huizen. De CO2 uitstoot van industriële bedrijven is in de praktijk meestal juist vele malen groter dan de uitstoot van woningen. Dit komt omdat bedrijven veel meer kubieke meters uitstoten dan woningen.

Wat is biomassa en waar wordt biomassa voor gebruikt?

Biomassa kan worden gebruikt als brandstof voor het maken van een vuur. Tot op de dag van vandaag wordt biomassa voornamelijk in ontwikkelingslanden voor dit doel gebruikt. Het vuur kan dienen als verwarming maar ook om eten op te koken en te braden. Vuur kan ook worden gemaakt op basis van fossiele brandstoffen zoals olie en gas. Biomassa bestaat echter uit organisch materiaal. Hout is een veelgebruikte soort biomassa.

Daarnaast kunnen ook plantenresten en andere organische materialen al biomassa worden gebruikt. Mensen maken al heel lang gebruik van hout als brandstof voor vuur. De mens heeft als enige van alle levende wezens geleerd om vuur te maken en te beheersen. Door de jaren heen hebben mensen echter steeds weer nieuwe brandstoffen ontdekt en uitgevonden. Het gebruik van biomassa is echter nooit verdwenen. Ook nu wordt biomassa nog veel gebruikt.

Wat is biomassa precies?
Hout en houtsnippers zijn veel voorkomende vormen van biomassa. Vooral hout van snelgroeiende bomen wordt veel gebruikt. Hierbij kan gedacht worden aan het hout van de populier en de wilg. Naast deze soorten van biomassa worden ook andere organismen gebruikt zoals olifantsgras. Ook meststoffen kunnen worden gebruikt als biomassa. In de praktijk wordt de mest van varkens, koeien en kippen gebruikt. Deze meststoffen zijn de afvalstoffen van boerderijen, veehouderijen en andere agrarische bedrijven. Deze afvalstoffen worden als biomassa hergebruikt. Dit is een soort recycling van afvalstoffen.

Natte en droge biomassa
Biomassa kan worden onderverdeeld in droge en natte biomassa. Droge biomassa bestaat uit droog hout zoals afvalhout en droog groenafval. Droge biomassa kan goed worden verbrand. Natte biomassa is bijvoorbeeld mest maar ook slib. Daarnaast kan GFT (groene fruit en tuin) afval worden gebruikt als natte biomassa. Deze biomassa kan worden gedroogd zodat het kan worden verbrand. Daarnaast wordt natte biomassa ook wel vergist. Doormiddel van vergisting kan natte biomassa namelijk ook worden omgezet in energie.  

Toepassing van biomassa
Biomassa wordt tegenwoordig niet alleen maar gebruikt als brandstof voor een eenvoudig vuur. Doormiddel van vergassing en verbranding kan biomassa ook worden omgezet in energie. In kolencentrales wordt tegenwoordig ook een deel biomassa verstookt. Door biomassa in kolencentrales te verbranden hoeven minder kolen te worden gebruikt. Daarnaast hoeven er ook geen aparte centrales gebouwd te worden die energie kunnen opwekken uit biomassa. De regering van Nederland wil het meestoken van biomassa in kolencentrales verplichtten. Hierdoor worden minder kolen verstookt. Ondanks dat zorgt het verstoken van biomassa ook voor een hogere CO2 uitstoot.

Biomassa is CO2 neutraal
Biomassa zorgt bij verbanding voor een CO2 uitstoot. Dit gebeurd ook bij het verbranden van fossiele brandstoffen. Bij fossiele brandstoffen wordt echter puur CO2 in de lucht geblazen tijdens de verbranding. Bij biomassa heeft het organisme zoals bijvoorbeeld de boom eerst geleefd. Tijdens dit leven hebben bomen en planten eerst CO2 opgenomen uit de lucht. De broeikasgassen worden door bomen en platen omgezet in zuurstof. Na verbranding stoten ze weer CO2 uit waardoor het gecompenseerd. Biomassa is hierdoor in feite CO2 neutraal.