Wat is patroongelast staal?

Patroongelast staal is staal dat bestaat uit verschillende samengestelde laagjes die aan elkaar zijn bevestigd doormiddel van verhitting. Door deze verschillende laagjes staal ontstaat een bepaald patroon vandaar dat men het heeft over patroongelast staal. Het lassen van deze laagjes staal gebeurd echter niet doormiddel van een lasproces in plaats daarvan wordt het lassen gedaan door staal te verhitten waardoor het aan elkaar gesmeed kan worden. Daarbij kan het staal ook doormiddel van uitsmeden gevouwen worden. Door het staal meerdere keren te vouwen ontstaan veel laagjes waardoor het patroon complexer wordt. Patroongelast staal is in feite een soort damaststaal. Naast het patroongelast staal is ook wootz een variant van damaststaal. In het Engels noemt met patroongelast staal ‘patternwelded steel’.

Damaststaal en samengesteld staal
Patroongelast staal is samengesteld staal en dit klopt in de meest letterlijke zin. Patroongelast staal bestaat namelijk uit verschillende laagjes staal die in de praktijk ook vaak van verschillende staalsoorten of staallegeringen zijn gemaakt. Er kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van staal met meer of minder koolstof of staal dat verontreinigd is met vanadium. Tijdens het verhitten en uitsmeden van het staal worden de lagen heet staal aan elkaar gesmeed en wordt de koolstof gelijkmatig over het staal verdeeld. Daarnaast wordt het koolstof ook voor een deel verbrand. Ook andere onzuiverheden worden tijdens het smeden voor een deel verwijderd uit het staal. De benaming damaststaal is afgeleid van staal dat ongeveer 400 na Christus in India werd geproduceerd en in het Midden-Oosten werd bewerkt tot damaststalen messen en zwaarden.

Smeedijzer
Voor het maken van patroongelaststaal is het belangrijk om te begrijpen hoe smeedijzer ontstaat. Dit begint met het winnen van ijzer uit ijzererts in een schachtoven. Daarbij zal het smeltpunt van ijzer niet worden bereikt. Hierdoor wordt voorkomen dat het ijzer teveel koolstof zou absorberen waardoor er gietijzer zou ontstaan. Gietijzer bevat teveel koolstof en is daardoor te breekbaar. Gietstaal bevat echter veel onzuiverheden en die moeten er doormiddel van smeden uitgeperst worden. Daarbij wordt het smeedijzer meerdere keren dubbel gevouwen en vervolgens met een hamer plat geslagen. Dit zorgde er voor dat het smeedijzer uit meerdere lagen bestaat. Dit gelaagde ijzer bevat lagen van ongeveer dezelfde soorten ijzer met meer of minder verontreinigingen er in. Dat geeft een bepaald patroon dat zichtbaar is. Een groot deel van het ijzer dat gebruikt werd tot in de middeleeuwen was voorzien van deze gelaagdheid.

Hoe ontstaat het patroon in patroongelast staal?
In de vorige alinea’s werd al duidelijk dat door het vouwen en smeden van smeedijzer verschillende lagen ontstaan. Eventueel kan men het staal chemisch behandelen waardoor de laagjes nog beter zichtbaar zijn. Ook kan koolstof worden toegevoegd aan het ijzer om het staal hardbaar te maken. Dit kan onder andere gedaan worden door dunne ijzeren staafjes te gaan verhitten in een omgeving met veel koolstof. Het koolstof uit deze omgeving lost dan op in de oppervlakte van de ijzeren staafjes. Deze koolstofrijke ijzeren staafjes kunnen vervolgens weer ‘gelast’ worden samen met het andere smeedijzer. Vervolgens kunnen ook deze staafjes met de rest van het smeedstaal uitgesmeed worden en gevouwen worden. Daardoor wordt de koolstof weer verder verdeeld door het staal en ontstaat er een nog duidelijker patroon.

Er kunnen echter nog meer interessante patronen ontstaan door te experimenteren met verschillende verontreinigingen. Zo kunnen donkere lijnen ontstaan of juist lichtere lijnen. Vanaf de 3de eeuw werden zwaarden opgebouwd uit staven gelaagd staal die ook nog eens getordeerd werden. Dit houdt in dat deze lagen gelaagd staal tijdens het verhitten gedraaid werden. Daardoor ontstonden verschillende soorten patronen zoals V- N- of W- patronen. Deze patronen ontstaan door resp. 2, 3 of 4 getordeerde staven te smeden. Het torderen van gelaagd staal zorgt tijdens het smeedproces niet voor een betere kwaliteit. Vermoedelijk werd dit smeedproces ingevoerd voor de sier. Ook tegenwoordig worden nog sierobjecten gemaakt van patroongelast staal.

Modern patroongelast staal
Tegenwoordig is het niet meer nodig om patroongelast staal te maken. Er zijn moderne goedkope productiemethoden waarmee hoogwaardig staal kan worden geproduceerd. Daardoor is patroongelast staal voornamelijk staal dat vanwege de sierwaarde wordt vervaardigd. Er zijn een aantal bedrijven die zich hier nog mee bezig houden. Meestal gaat het om messensmeden en andere kleine smederijen die blanke wapens van hoge sierwaarde fabriceren. Dit is vooral handwerk. Blanke wapens is een verzamelnaam voor messen, zwaarden, dolken en andere snij- en steekwapens. Ook vuurwapens werden vroeger deels van patroongelast staal gemaakt maar dat komt tegenwoordig nog maar zeer zelden voor.  

Wat is wootz gietstaal?

Wootz is een speciaal soort hard gietstaal dat ontstaan is door smeedijzer en gietijzer met elkaar te versmelten en te smeden. Wootz is een variant van damaststaal net als patroongelast staal alleen wordt wootz op een andere manier gemaakt. Wootz wordt en werd als damaststaal gebruikt voor de vervaardiging van messen, zwaarden, bijlen en andere scherpe voorwerpen. Naast goede mechanische eigenschappen heeft wootz ook nog een grote sierwaarde. Hieronder kun je meer lezen over de toepassing, eigenschappen en kenmerken van wootz.

Waar komt de benaming wootz vandaan?
Wootz wordt uitgesproken als  “woets” en is oorspronkelijk afkomstig uit India. Volgens de Oxford English Dictionary is het woord ‘wootz’ mogelijk een drukfout voor wook. Het woord ‘wook’ is de Engelse verbastering van ukku, dit woord wordt uitgesproken met een ‘w’ aan het begin. Het woord ukku is in verschillende Zuid-Indische talen het woord dat wordt gebruikt voor staal. Dit zou betekenen dat wootz eigenlijk staal zou betekenen. Op zich is de keuze voor het woord niet bijzonder want wootz werd vanuit de oudheid al in India geproduceerd. Vervolgens werd een deel daarvan geëxporteerd naar het Midden-Oosten. Daar werd het staal uit India in verschillende lagen op elkaar gesmeed waardoor het zogenaamde damaststaal ontstond. Dit staal zou ongeveer rondom het jaar 300 na Christus ontwikkeld zijn. Er zijn echter ook geschiedkundigen die beweren dat damaststaal al veel ouder is en dat het 200 vóór Christus.

Toepassing van wootz
Wootz werd tot het begin van de 19
e eeuw geproduceerd en werd vooral toegepast voor de productie van wapens. De unieke manier van smeden zorgde er voor dat een mes of zwaard van damast zowel scherp als hard was. Ook moeten blanke wapens, zoals zwaarden en messen ook wel worden genoemd,  een bepaalde vorm van elasticiteit hebben. Wootz of damaststaal heeft vaak een elastische kern die er voor zorgt dat het wapen minder snel breekt. Naast messen en zwaarden werden ook sabels en dolken van damast gemaakt. De wapens hebben een bijzondere tekening die ontstaat doordat de ijzercarbide (cementiet) in het staal bij het afkoelen uitkristalliseert in speciale lijnen.

Hoe wordt wootz geproduceerd?
Wootz wordt ook wel een kroezenstaal genoemd. Dit houdt in dat bij de vervaardiging van dit staal een smeltkroes wordt gebruikt. In deze smeltkroes wordt in dit geval smeedijzer, dat een laag koolstofgehalte bevat, samengevoegd bij gietijzer, dat een hoog koolstofgehalte bevat. Het is daarbij belangrijk dat het metaal wordt afgeschermd door een vloeibaar glas. Daardoor neemt het metaal geen extra koolstof op. Als dat wel zou gebeuren dan wordt het metaal verandert in gietijzer door het hogere koolstofpercentage. Naast koolstof bevat wootz ook andere verontreinigingen zoals vanadium. Dit zorgt er voor dat wootz heel hard is.

Het smeedijzer moet zacht en buigzaam blijven en daardoor een laag koolstofgehalte bevatten. Het gietijzer is echter veel harder en daardoor ook breekbaarder. Gietijzer bevat echter wel veel koolstof en kan daardoor ook veel scherper worden gemaakt. Als een ervaren smid de juiste verhouding hanteert kan een sterk staalproduct worden gemaakt namelijk wootz. Door de verschillende lagen is het materiaal zowel elastisch als hard. Het staal is goed hardbaar. Doordat vanadium aanwezig is als verontreiniging kan een deel van de koolstof zich afscheiden in zeer harde carbiden.

Deze carbiden zijn van zichzelf behoorlijk bros maar doordat ze in het wootz damast zijn gesmeed in het flexibele staal worden de kwetsbare plekken verminderd. Zo ontstaat een goede combinatie van hardheid en sterkte. In het wootz kun je de combinatie van staal en carbiden zien in de vorm van donkere en lichte tinten wanneer deze zijn ge-etst.

Wootz als modern smeedproces?
In de alinea over de benaming van wootz werd duidelijk dat wootz een oud proces is dat gebruikt werd voor het maken van blanke wapens. De kennis van het oorspronkelijke proces is niet geheel verloren gegaan. John Verhoeven van de Universiteit van Iowa en een Californische smid, genaamd Alfred Pendray, hebben het vermoedelijke recept voor wootz weer herontdekt. Dit gebeurde rond 1980. Zij trokken de conclusie dat een nauwkeurige verhouding van temperatuur en duur van verhitting van belang ik bij het bij het maken van het wootz-staal. Ook de samenstelling van het erts is van cruciaal belang. Zo moet de erts rijk zijn aan fosfor en vooral,  sporen bevatten van vanadium, molybdeen of andere soortgelijke carbide-vormende elementen.

Tegenwoordig zijn er nog siersmeden die het wootzproces nog goed beheersen. Er zijn echter al veel meer moderne methoden ontstaan om sterk en hard staal te verkrijgen. Wootz is daardoor een proces dat niet veel gebruikt wordt. Het is een arbeidsintensief proces dat behoorlijk kostbaar is. Daarom wordt damaststaal zoals wootz door liefhebbers gefabriceerd in manufacturen oftewel kleine fabriekjes aan huis die voorzien zijn van een smederij.  Er zijn nog steeds wapens op de markt die van wootz zijn gemaakt of damaststaal. Het damasteren kan echter ook op andere manieren worden gedaan. Men kan dus niet zeggen dat elk voorwerp van damast wootz is. Het zou ook patroongelast staal kunnen zijn.

Wat is damaststaal of damast?

Damaststaal of damast is benaming voor gevouwen staal en staal dat uit meerdere lagen gesmeed is. Naast de benamingen damast of damaststaal wordt ook wel de benaming Damascusstaal of damasceens staal gebruikt en heeft met het ook wel over gedamasceerd staal. Door het vouwen of damasteren van staal kunnen de eigenschappen van het staal, of het product dat daarvan gemaakt wordt, verbeteren. Dit is een proces dat doormiddel van verhitten en smeden gebeurd. Door het vouwen en uitsmeden van staal ontstaat een sterk product. Er zijn echter twee verschillende methoden die gehanteerd kunnen worden om damaststaal te verkrijgen. Omdat deze methoden van elkaar verschillen ontstaan er ook bepaalde varianten van damaststaal namelijk wootz en patroongelast staal.

Eigenschappen van damaststaal
De eigenschappen van het staal worden verbeterd door het damasteren van staal. Hierbij werd een stuk ruw staal gesmeed in een brede vorm om vervolgens doormiddel van smeden dubbelgevouwen te worden. Daarna kan het staal desgewenst nog meerdere keren worden gevouwen en uitgesmeed worden. Hierdoor kan damaststaal bestaan uit tientallen dunne laagjes staal. Om die reden heeft men het ook wel over gevouwen staal zoals in de inleiding is benoemd. Damast staal kan verschillende eigenschappen hebben.

Deze zijn afhankelijk van het soort staal dat wordt gebruikt tijdens het smeden. Staal met een hoger koolstofpercentage er in zal harder zijn en scherper gemaakt kunnen worden. Staal met minder koolstof is elastischer. Een smid kan de eigenschapen van damaststaal door het vouwen en smeden van het staal aanpassen aan de wensen van de gebruiker. Damaststaal kan dus verschillende eigenschappen hebben. Ook het uiterlijk van een voorwerp van damaststaal kan verschillen. De verschillende metalen laagjes waaruit het voorwerp is gemaakt zijn meestal wel zichtbaar. Door het chemisch en mechanisch bewerken van damaststaal kunnen de laagjes duidelijker zichtbaar worden gemaakt. Die laagjes vormen een belangrijk kenmerk van damaststaal. De laagjes kunnen uit rechte lijnen bestaan maar ook uit verschillende complexe vormen.

Voordelen van damaststaal
Naast de sierwaarde die ontstaat door de verschillende laagjes staal heeft damaststaal ook nog een aantal voordelen.

  • Tijdens het vouwen en smeden van damaststaal worden de verontreinigingen die in het staal zitten verdeeld over het stuk staal. Daardoor verdwijnen de zwakke plekken uit het staal. Verder wordt ook de kristalstructuur van het staal verfijnd door het smeden van het staal. Door deze fijnere kristaalstructuur is het product sterker en zal het minder snel breken.
  • Het percentage koolstof uit het staal neemt af door het smeedproces. Het staal wordt regelmatig verhit in het vuur waardoor een deel van het koolstof verdwijnt. Verder wordt de koolstof meer verspreid over het product.

Oorsprong van damaststaal
Oorspronkelijk komt damaststaal uit India. Vanuit dit land werd het staal in de vorm van verschillende ingots verscheept naar het Midden-Oosten. Deze ingots zijn gegoten ‘broodjes’ staal die door smeden gebruikt kunnen worden om ze te vervormen tot bijvoorbeeld zwaarden en messen. Damasceense kooplieden verkochten deze damaststalen messen en zwaarden onder andere in Europa. Zo ontstond de benaming Damasceens staal oftewel damaststaal. Tegenwoordig worden de meeste messen op een andere manier vervaardigd omdat de methoden om hoogwaardig staal te verkrijgen zijn veranderd. Damaststaal heeft echter wel aantrekkelijke eigenschappen en ziet er vaak mooi uit. Daarom worden ook tegenwoordig nog steeds voorwerpen gemaakt van damaststaal. De volgende voorwerpen kunnen worden gemaakt van damaststaal:

  • Messen
  • Zwaarden
  • Dolken
  • Sabels
  • Bijlen

Deze producten kunnen worden gebruikt maar zullen in de meeste gevallen vooral voor de sier worden vervaardigd door siersmeden.

Wootz of patroongelast staal
Tegenwoordig wordt de benaming damast als verzamelnaam gebruikt voor twee soorten staal die door twee verschillende productietechnieken tot stand worden gebracht:

  • Wootz wordt ook wel bulat genoemd. Dit is een soort hard gietstaal dat oorspronkelijk uit India komt. Wootz wordt gemaakt door smeedijzer met laag koolstofgehalte in een smeltkroes samen te smelten met gietijzer met zeer hoog koolstofgehalte. Daarbij wordt vloeibaar glas gebruikt om het metaal af te schermen zodat dit geen koolstof opneemt en haar eigenschappen dus niet veranderen. Smeedijzer is zacht en buigzaam en daardoor elastisch en gietijzer is bros en hard en kan daardoor scherp geslepen worden. Door zowel smeedijzer en gietijzer in de juiste verhouding te verwerken tot Wootz ontstaat een staal dat goed hardbaar is.
  • Patroongelast staal dat ook wel ‘patternwelded’ staal wordt genoemd. Dit is staal dat is samengesteld. Hierbij worden verschillende soorten staal aan elkaar gelast. Dit gebeurd niet met een lasapparaat maar door staal te verhitten op een temperatuur waarbij het mogelijk is om staal aan elkaar te hechten. Hierbij kan staal worden uitgesmeed en gevouwen zodat ook bij dit proces de koolstof gelijk wordt verdeeld over het staalproduct.

Door gebruik te maken van twee of meer verschillende staalsoorten kunnen er verschillende patronen en kleurverschillen worden verkregen. Dit kan bijvoorbeeld door staal te gebruiken met een verschillend koolstofgehalte. Het verschil in koolstofgehalte zorgt er ook voor dat het staal een verschillende hardheid en elasticiteit heeft. Damast staal wordt tegenwoordig op verschillende manieren gemaakt daarom hanteert men voor de verduidelijking meestal de termen patroongelast staal of wootz. Hiermee wordt het verschil in de productietechnieken duidelijk.

Wat is CO2-afvang en CO2-opslag?

CO2-afvang en CO2-opslag is het afvangen, opvangen en opslaan van CO2 bij processen waarbij brandstoffen worden verbrand. Bij het verbranden van brandstoffen komt namelijk CO2 oftewel kooldioxidegas vrij. Dit koolstofdioxidegas of koolzuurgas draagt bij aan de opwarming van de waarde omdat het in de atmosfeer ophoopt waardoor het zonlicht er wel doorheen kan schijnen maar de warmte die weerkaatst wordt door de aarde niet wordt doorgelaten. Het opwarmen van de aarde zorgt voor allemaal klimaatproblemen waardoor men heeft gezocht naar oplossingen om het vrijkomen van CO2 in de atmosfeer te beperken. In eerste instantie probeert men de verbranding van fossiele brandstoffen te beperken maar als dat niet mogelijk is zal men de uitgestoten CO2 moeten afvangen uit de rook en zal men de CO2 moeten opslaan. Dit is dus CO2-afvang en CO2 opslag. Dit wordt internationaal afgekort met CCS dit staat voor carbon capture and storage.

CCS en verbranding van fossiele brandstoffen
CCS een verzameling van technieken waarmee men kan voorkomen dat CO2 in de atmosfeer terecht komt. Door CCS kan men het gebruik van fossiele brandstoffen bijna klimaatneutraal laten plaatsvinden. Uit de verbrandingsgassen wordt het broeikasgas CO2 afgevangen en opgeslagen in ondergrondse reservoirs. Door het opvangen van CO2 kan men schoner fossiele brandstoffen verbranden. Er komen tijdens de verbranding echter wel afvalgassen vrij die men niet doormiddel van CCS opvangt. Daar zitten ook gassen tussen die niet goed zijn voor de atmosfeer.

Waar past men CCS toe?
Als men het heeft over het CO2 afvang en CO2 opslag dan weet men nog niet precies welke techniek of welk systeem men hanteert voor het beperken van de CO2 emissie in de atmosfeer. CCS kan worden beschouwd als een verzamelnaam voor verschillende technieken voor het afvangen, het transporteren en het opslaan van CO2. Men past CCS in verschillende soorten industrie toe. Met name in de industrie wordt veel CO2 uitgestoten, daarom kan in industriële bedrijven CCS echt milieubesparend werken. Men past CCS onder andere in de staalproductie toe of in de productie van andere metalen en metaallegeringen. Ook bij de productie van kunstmest of cement past men CCS toe.

Momenteel wordt CCS nog niet op grote schaal toegepast in Nederland. in plaats daarvan worden onderdelen van CCS  op kleine schaal gebruikt. Complete CCS ketens worden nog niet toegepast. In het Rotterdam Opslag en Afvang Demonstratieproject werkt men er mee. Zo zijn er nog een aantal projecten waarbij men technieken in het kader van CO2 opvangen en opslaan toepast. Verschillende bedrijven en de overheid buigen zich over CCS en onderzoeken en evalueren of dit een probate oplossing is om de Nederlandse industrie (tijdelijk) te verduurzamen.

CCS is echter niet een structurele duurzame oplossing voor het beperken van CO2. In plaats daarvan wordt dit systeem gezien als een tussenoplossing. Men blijft immers schadelijke fossiele brandstoffen verbranden. In plaats dat men deze brandstoffen vervangt beperkt men met CCS de schadelijke effecten/ gevolgen van de verbranding van deze brandstoffen. Door de toepassing van CCS hoopt men tijd te winnen zodat men langer de mogelijkheden kan ontplooien voor echte duurzame energiebesparende en milieubesparende methoden om energie te winnen.

Wat is een koolstofmonoxidemelder of CO-melder?

Een koolstofmonoxidemelder is een detectiesysteem en alarmsysteem waarmee de aanwezigheid van koolmonoxide in een ruimte kan worden waargenomen en waarmee tevens een alarmsignaal wordt afgegeven als de stof gedetecteerd wordt. Een koolmonoxidemelder wordt ook wel een koolmonoxidemelder genoemd. Dit komt omdat de stof die door dit alarmsysteem wordt waargenomen zowel koolstofmonoxide als koolmonoxide wordt genoemd. Er zijn op de markt verschillende koolmonoxidemelders en koolstofmonoxidemelders beschikbaar. Er is echter veel discussie over de kwaliteit van deze melders. Als je van plan bent om een koolstofmonoxidemelder te kopen is het verstandig om je van te voren goed te informeren.

Wat is koolmonoxide of koolstofmonoxide?
Koolstofmonoxide is een giftig gas! Bij inademing van dit gas komt de stof in het bloed terecht en hecht zich vast aan het zuurstoftransport-eiwit hemoglobine in rode bloedcellen. Tijdens dit proces wordt het zuurstofgas (O2) verdrongen. Koolstofmonoxide heeft namelijk een 240 maal zo groot vermogen om zich vast te hechten aan hemoglobine dan zuurstof. Daardoor wordt zuurstof verdrongen in het bloed en zal men na korte duur overlijden bij inademing van koolmonoxide.

De brutoformule van koolstofmonoxide is CO. Koolstofmonoxide is een polaire anorganische verbinding van koolstof en zuurstof. Koolstofmonoxide ontstaat onder andere bij onvolledige verbranding van koolstof en andere fossiele brandstoffen zoals aardgas. Het is een kleurloze gasvormige stof en kan daardoor niet visueel worden waargenomen door een mens. Bovendien kan men koolmonoxide niet proeven en is deze stof reukloos waardoor de stof ook niet geroken kan worden. Mensen kunnen koolstofmonoxide dus niet waarnemen. Daarom is men afhankelijk van systemen die deze stof wel kunnen detecteren en melden zoals een koolmonoxidemelder.

Kolendamp
Koolmonoxide werd in het verleden ook wel kolendamp genoemd omdat men vroeger gebruik maakte van steenkool als brandstof voor de verwarming van huizen en andere gebouwen. Als men de rook van de verbrande kolen niet goed afvoert door bijvoorbeeld schoorstenen kan de rook en daarmee de koolmonoxide blijven hangen in de ruimte. Daardoor kunnen mensen blootgesteld worden aan koolmonoxide en dat is levensgevaarlijk! Vroeger stierven er mensen aan deze kolendamp doordat schoorstenen verstopt waren of slecht werden onderhouden. Ook bij de verbranding van aardgas in kachels en geisers kan koolmonoxide vrij komen. In slecht geventileerde ruimtes kan dit levensgevaarlijke situaties opleveren.

Koolstofmonoxidevergiftiging
Als men koolstofmonoxide via de luchtwegen binnenkrijgt loopt men ernstig gevaar. Zoals in een aantal alinea’s hiervoor is benoemd hecht koolstofmonoxide zich 240 keer beter aan hemoglobine dan zuurstof. Omdat hemoglobine een eiwit is dat zuurstof transporteert zullen de bloedbanen bij inademing van koolmonoxide steeds minder stuurstof kunnen transporteren. Zelfs bij een lage concentratie van koolstofmonoxide in de lucht kan er veel koolstofmonoxide in de bloedbanen terechtkomen. Er zullen dan zeer spoedig vergiftigingsverschijnselen optreden. Dit is de zogenaamde koolstofmonoxidevergiftiging. De eerste symptomen van koolstofmonoxidevergiftiging zijn hoofdpijn en duizeligheid. Ook zal men vermoeid worden en misselijk. Als men langer aan de stof koolmonoxide wordt blootgesteld zal het bloed te weinig zuurstof naar de hersenen kunnen transporteren. Daardoor krijgt men te maken met zuurstofgebrek in de hersenen. Dit zorgt er voor dat men bewusteloos raakt en uiteindelijk zal sterven. Dit proces kan echter zeer snel verlopen. Als men bijvoorbeeld slaapt in een ruimte waarin koolstofmonoxide aanwezig is kan men in zeer korte tijd komen te overlijden. Er zijn door de jaren heen veel van deze tragische ongevallen geweest in Nederland en andere landen. Vaak had dit te maken met te weinig ventilatie in een ruimte waarin een installatie stond die een fossiele brandstof verbrandde. Deze verbrandingsinstallatie kan bijvoorbeeld een cv-ketel, een kolenkachel of een geiser zijn. Daarom worden geisers en ketels regelmatig gecontroleerd.

Koolstofmonoxidevergiftiging voorkomen
Koolstofmonoxidevergiftiging kan men in de meeste gevallen voorkomen. Het voorkomen van koolstofmonoxidevergiftiging begint bij het veilig en vakkundig plaatsen van ketels en andere systemen waarbij verbranding optreed.

Ook moet men goed weten dat men geen vuur of verbranding laat plaatsvinden in een afgesloten ruimte. Brand veroorzaakt namelijk ook koolstofmonoxide. Daarom moet men als men een open haard gebruikt er voor zorgen dat de rook en andere zichtbare en onzichtbare (zoals koolstofmonoxide) gassen worden verwijderd. Dit kan door gebruik te maken van een goed ventilatiesysteem in combinatie met een schoorsteen. Een schoorsteen is een afvoerkanaal en moet voldoende ‘trek’ hebben. Dit houdt in dat het afvoerkanaal de rook en gassen moet wegtrekken naar buiten.

Immers bij verbranding van fossiele brandstoffen kan koolstofmonoxide vrij komen. Een ketel en andere aardgasinstallaties moeten door een ervaren installateur worden opgehangen. Deze monteurs werken bij gecertificeerde installatiebedrijven. Naast het plaatsen van deze installaties is het belangrijk dat de ketels regelmatig worden onderhouden en gecontroleerd. Het wordt aanbevolen om verbrandingstoestellen ieder jaar te laten controleren.

Ook door een goed onderhouden maar verkeerd gemonteerde cv ketel kan koolmonoxide in de ruimte worden uitgestoten. Daarom is het verstandig om bij elke cv ketel in ieder geval één koolmonoxidemelder te plaatsen. Dit moet ook bij andere mogelijke bronnen van koolmonoxide. Het is belangrijk dat men in dit proces wel de juiste volgorde hanteert. Men moet dus eerst zorgen voor een veilige installatie van verbrandingstoestellen en als extra veiligheidsmiddel koolstofmonoxidemelders plaatsen. Als men start men een onverantwoorde installatie van verbrandingstoestellen neemt men onaanvaardbare risico’s. Zelfs wanneer men koolstofmonoxidemelders zou plaatsen compenseert men daarmee niet de onveilige situatie die ontstaat door het aanbrengen van een onveilige verbrandingsinstallatie zoals een onjuist aangesloten cv-ketel of een slecht onderhouden cv-ketel.

Hoe werkt een koolstofmonoxidemelder?
Een koolstofmonoxidemelder is niet hetzelfde als een rookmelder. Een koolstofmonoxidemelder of co-melder meet de hoeveelheid koolstofmonoxide in de lucht en meet daarnaast de blootstellingsduur. Daarvoor is de co-melder uitgerust met een sensor die een speciale gel bevat. Deze gel bevat onder andere zwavelzuur als elektrolyt. Wanneer de sensor wordt blootgesteld aan hogere concentraties koolmonoxide dan ontstaat een chemische reactie. Een co-melder geeft een alarmsignaal (geluidssignaal) af wanneer het koolmonixideniveau bijna op een gevaarlijk niveau terecht komt. Veel co-melders geven eerst een zogenaamd vooralarm. Dit vooralarm zorgt er voor dat mensen de tijd hebben om zo snel mogelijk het huis te verlaten en baby’s, kinderen en mensen die slecht kunnen lopen te redden. Als de concentratie koolmonoxide blijft stijgen in de ruimte zal op een gegeven moment het hoofdalarm afgaan.

Waar koop je een koolstofmonoxidemelder?
Het aanschaffen van een koolstofmonoxidemelder dient weloverwogen te gebeuren. Er zijn veel ontwikkelingen op het gebied van alarmsystemen en detectiemiddelen. Op de website van www.technischwerken.nl kunnen we daarom niet ingaan op de vraag: “wat is de beste koolstofmonoxidemelder?”. Het antwoord op deze vraag is namelijk lastig te geven. Daarom is het belangrijk dat men een koolstofmonoxidemelder koopt bij een erkend bedrijf. Men dient een nieuwe melder te kopen en dient zich te houden aan de installatievoorschriften die zijn aangegeven op de verpakking van de melder. Er zijn verschillende merken en vormen die op internet worden besproken. Experts geven hun reactie op de kwaliteit van diverse koolstofmonoxidemelders. Deze reacties maken duidelijk wat de kwaliteit van de melders is. Het wordt aanbevolen om deze zogenaamde reviews of testresultaten te lezen. Uiteindelijk moet niet de prijs maar juist de kwaliteit de doorslaggevende factor zijn bij de keuze voor een koolstofmonoxidemelder.

Waar plaats je een koolstofmonoxidemelder?
De aanschaf van een kwalitatief goede koolstofmonoxidemelder is belangrijk maar men moet deze melder ook goed installeren. Daarvoor zijn een aantal tips. Hieronder staan een aantal tips over het plaatsen van een koolstofmonoxidemelder:

  • Plaats een koolstofmonoxidemelder in de buurt van elk verbrandingsapparaat zoals een cv-ketel of geiser.
  • De melder moet niet te dicht worden geplaatst in de buurt van kookapparatuur of een gootsteen.
  • Verder moet een koolstofmonoxidemelder in een stofvrije ruimte worden geplaatst.
  • Zorg er voor dat de ruimte rondom de koolstofmonoxidemelder vrij is. Er moet dus geen kast gordijn of ander object tegen of dicht bij de melder worden geplaatst.
  • Een koolstofmonoxidemelder is effectief bij een temperatuur die niet lager is dan -4,4 graden Celsius en hoger is dan 37,8 graden Celsius. De temperatuur in een ruimte moet daarom hier tussen liggen.
  • Plaats deze koolstofmonoxidemelder op ongeveer 1,5 meter hoogte.
  • Zorg er voor dat kinderen en huisdieren zoals honden en katten er niet aan kunnen komen.

Wat is een puddeloven en waar wordt deze oven voor gebruikt?

De puddeloven is een oven die wordt gebruikt voor het maken van smeedijzer of staal. Het is een liggende vlamoven die is uitgevonden in 1784 door Henry Cort. In een puddeloven wordt ijzer verhit door een vlam die er overheen strijkt. Hierdoor verandert het ijzer in een deegachtige massa die vervolgens in de juiste vorm kan worden gesmeed. Het ijzer wordt dus in een puddeloven niet gesmolten tot een vloeibare massa. Het smeden van het ijzer werd door een smid gedaan voor het vervormen en voor het verwijderen van de slak.

Een puddeloven werd over het algemeen verhit met steenkool. Door steenkool te verbranden ontstaat een groot vuur. De vlammen van het vuur worden gebruikt voor het verhitten van het ijzer dat in de over wordt gebracht. Daardoor wordt de puddeloven een vlamoven genoemd. De puddeloven heeft vroeger de Frischhaard vervangen. De Frischhaard werd vooral gestookt op houtskool. Deze brandstof werd echter steeds schaarser. Steenkool was als brandstof makkelijker verkrijgbaar vandaar dat de puddeloven efficiënter werd dan de Frischhaard.

Puddelstaal
Het verwerkingsproces van gietijzer naar smeedijzer of staal wordt ook wel puddelen genoemd. Het product dat door dit proces wordt vervaardigd noemt men ook wel puddelijzer. Henry Cort vond in 1784 het dry puddling uit. Later werd in 1839 door Joseph Hall het wet puddling-procedé ontwikkelt. Hierbij werd aan het puddelen ook schroot toegevoegd en later ook ijzerschilfers. Door deze toevoeging werd het puddelproces heftiger en verliep het sneller en efficiënter. Er kon meer worden geproduceerd.

Puddelijzer bevatte in eerste instantie meer koolstof dan smeedijzer. Pas sinds 1835 werd het mogelijk om tijdens het puddelen het koolstofpercentage zover om laag te brengen dat puddelstaal ontstond. Puddelstaal heeft een lager koolstofpercentage dan puddelijzer en gietijzer. De bereiding van puddelstaal vond pas sinds 1850 op industriële schaal plaats. Toch is puddelstaalbereiding nooit heel populair geworden. Er werden namelijk nieuwe processen ontwikkelt voor de bereiding van staal.

Bessemerprocedé
In 1855 deed het Bessemerprocedé zijn intrede. Dit proces werd ontwikkeld door Henry Bessemer (1813-1898’. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een convertor die ook wel Bessemerconverter wordt genoemd. Deze wordt met ruwijzer gevuld dat uit hoogovens afkomstig is. Tijdens het Bessemerprocedé wordt dit ruwijzer omgezet in staal. Het koolstofpercentage wordt omlaag gebracht door de koolstof te laten oxideren. Daarvoor wordt lucht door het gesmolten ruwijzer geblazen. Hierdoor verbrand de koolstof en dient de koolstof tevens als brandstof. Dit is een zeer economisch systeem. Als het proces eenmaal in werking werd gezet bleef het op gang.

Vlamoven
Vlamovens werden echter steeds beter en efficiënter. Uiteindelijk zouden vlamovens het Bessemerproces verdringen. Hierbij worden ruwijzer uit de hoogoven vermengd met ijzererts en schroot. De verhoudingen tussen deze verschillende onderdelen van het mengsel dienen zo optimaal mogelijk te zijn. Als dat het geval is verdwijnt een groot deel van de koolstof en zuurstof uit het mengsel in de vorm van koolstofmonoxide. Dit gas werd vervolgens gebruikt om de luchtstroom te verhitten.

Siemens-Martinproces
In 1865 werd het voor het eerst het Siemens-Martinproces toegepast op industriële schaal. Dit is een  raffinageproces waarbij gebruik wordt gemaakt van een oven. Deze oven wordt op temperatuur gehouden door warmte extern toe te voegen. Hiervoor wordt brandstof in de vorm van olie of gas verstookt. De oven wordt gevuld met schroot, kalksteen en ruwijzer. De kalksteen zorgt er voor dat de silicaten uit het ganggesteente worden gebonden tot een slak. De slak drijft op het vloeibare staal en wordt afgegoten in een slakkenpan. Door de oxidatie en verbranding reduceert het koolstofpercentage van het gesmolten ruwijzer en schroot. Hierdoor ontstaat staal.

Oxystaalproces
Het oxystaalproces heeft in de twintigste eeuw vrijwel geheel het Siemens-Martinproces vervangen. Tijdens dit proces wordt oxystaal vervaardigd. Dit wordt ook wel geschreven als oxistaal. Dit staal wordt vervaardigd in een convector die gevuld is met staalschroot en vloeibaar ruwijzer. Het percentage schroot is vijfentwintig procent en de overige vijfenzeventig procent bestaat uit vloeibaar ruwijzer. Aan de bovenkant van de convector wordt met een lans zuiver zuurstof op het gesmolten schroot en ruwijzer geblazen. Dit zorgt er voor dat de koolstof oxideert en verbrand. Dit gebeurd ook met de magnesium en silicium die zich in het mengsel bevinden. Het oxystaalproces verloopt heel snel. Daardoor kan ik een korte tijd veel oxystaal worden geproduceerd. De snelle productie zorgt er voor dat een groot deel van het staal in de wereld wordt vervaardigd doormiddel van het oxystaalproces.

Wat is constructiestaal en waar wordt dit staal voor gebruikt?

Constructiestaal is staal dat wordt gebruikt voor de productie van schepen, loodsen, gebouwen, bruggen en andere staalconstructies. Onder de verzamelnaam constructiestaal vallen verschillende laaggelegeerde staalsoorten. Deze staalsoorten hebben verhoudingsgewijs een hoog koolstofgehalten ten opzicht van bijvoorbeeld roestvast staal (RVS). Het hoofdbestandsdeel van staal is ijzer, dit wordt ook wel met de Latijnse naam ferro aangeduid.

Ferro is een scheikundig element met atoomnummer 26 in het periodiek systeem der elementen. Het materiaal heeft een grijze kleur en is een overgangsmetaal. Door aan  ijzer een klein percentage koolstof te voegen worden de mechanische eigenschappen van het materiaal aanzienlijk verbeterd. IJzerlegeringen met een koolstofgehalte van minder dan 1,9% procent worden staal genoemd. Staal heeft een lager koolstofpercentage dan gietijzer. Het laatste materiaal bevat 2,5%-6,67% koolstof en is daardoor brosser.

Constructiestaalsoorten
Staal bestaat uit een legering tussen ijzer een percentage koolstof dat lager is dan 1,9%. Het percentage koolstof in constructiestaal is maximaal 0,25%. Dit is afhankelijk van de toepassing van het materiaal en de chemische samenstelling. Er zijn verschillende soorten staal die onder constructiestaal vallen zoals bijvoorbeeld S235, S275 en S355. Naast deze staalsoorten zijn er nog verschillende andere staalsoorten die als constructiestaal kunnen worden beschouwd. De letter ‘S’ in de staalaanduiding staat voor het Engelse woord ”structural”. Dit woord kan in het Nederlands worden vertaald met staal of constructiestaal. De cijfers die er achter staan geven de vloeigrens aan van 16 mm staal in megapascal in N/mm².  Staal met de aanduiding S275 zal met een trekkracht van 275 megapascal gaan vloeien. Door het overschrijden van de vloeigrens zal het staal plastisch vervormen. Dit houdt in dat het staal dusdanig is opgerekt dat het bij het wegnemen van de belasting niet meer in de oorspronkelijk vorm terugkeert.

Eigenschappen van constructiestaal
Constructiestaal heeft  verschillende eigenschappen die het materiaal geschikt maken voor staalconstructies. Het materiaal heeft een laag koolstofgehalte en heeft een behoorlijk grote treksterkte en rek. Daarnaast kan constructiestaal goed worden gelast en is het materiaal goed te bewerken. Constructiestaal kan goed worden vervormd doormiddel van koude of warme bewerkingen. Verder is constructiestaal goedkoop en is het, ten opzichte van edele metalen, corrosiegevoelig. Daarom moet constructiestaal worden beschermd tegen de uitwerking van zuurstof en chemische stoffen.

Wat is oxystaal en hoe verloopt het oxystaalproces?

Oxystaal en het oxystaalproces hebben te maken met de productie van staal uit ruwijzer. Voordat men staal heeft moet men ruwijzer zuiveren. Ruwijzer komt uit hoogovens. Dit is echter nog niet geschikt op producten van te vervaardigen. De reden hiervoor is dat ruwijzer een te hoog koolstofgehalte heeft. Het koolstofpercentage van ruwijzer ligt tussen de 3 tot 4,5 procent. Dit hoge koolstofpercentage zorgt er voor dat ruwijzer veel te breekbaar en te bros is om in constructies te verwerken. Daarnaast bevat ruwijzer nog andere elementen die de kwaliteit van dit ijzer nadelig beïnvloeden. Voorbeelden van deze elementen zijn magnesium, zwavel, silicium en fosfor. Deze ongunstige elementen moeten uit het ruwijzer worden verwijdert daarnaast moet het koolstofpercentage omlaag worden gebracht.

Toevoegen van zuurstof
Voor het reduceren van het koolstofpercentage en het verwijderen van ongunstige elementen laat men zuurstof op het vloeibare en hete ruwijzer inwerken. De toevoeging van zuurstof kan op twee verschillende manieren gebeuren.

  • De eerste manier is het toevoegen van zuurstof in een reactievat. Dit vat wordt ook wel convector genoemd. Bij deze zuurstoftoevoeging vind geen warmtetoevoer plaats van buitenaf.
  • De tweede manier waarop zuurstof kan worden toegevoerd is in een oven. Hierbij wordt wel uitwendige warmte toegevoerd.

De eerste methode van zuurstoftoevoeging wordt gebruikt voor de vervaardiging van oxystaal.

Hoe verloopt het oxystaalproces?
Oxystaal wordt ook wel geschreven als oxistaal en is het product dat ontstaat na de toepassing van het oxystaalprocedé. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een convector. Deze convector wordt gevuld met vloeibaar ruwijzer en staalschroot. De verhouding die hierbij wordt toegepast is 75 procent vloeibaar ruwijzer en 25 procent schroot. Na het vullen en rechtzetten van de convector wordt de volgende stap in het oxystaalproces uitgevoerd. Dit is het toevoegen van zuurstof. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een watergekoelde holle lans. Met deze lans wordt aan de bovenkant van de convector zuivere zuurstof geblazen op het mengsel dat zich in de convector bevind. Hierdoor oxideert en verbrand een groot deel van het koolstof dat zich in het mengsel bevindt. Ook het magnesium en het silicium verbranden door de toevoeging van zuiver zuurstof. Bij het oxystaalproces komt door de toevoeging van zuiver zuurstof zeer veel warmte vrij. De temperatuur is zo hoog dat het niet nodig is om van buitenaf warmte toe te voegen om het mengsel in de convector vloeibaar te houden. Het schroot wat is toegevoegd zorgt er tevens voor dat de temperatuur in de convector niet te hoog wordt.

Wat is staal
Staal wat vervaardigt is volgens het oxystaalproces wordt oxystaal genoemd. Staal heeft betere eigenschappen dan ruwijzer. Er zitten minder ongunstige elementen in omdat deze door het oxystaalproces zijn verwijdert. Daarnaast is het koolstofpercentage gereduceerd waardoor de mechanische eigenschappen zijn verbetert. Staal bevat in tegenstelling tot ruwijzer een laag koolstofpercentage. Het koolstofpercentage van staal is 0,1 tot maximaal 1,7 procent. Hierdoor is staal sterk, goed smeedbaar en taai. Staal wordt in de werktuigbouwkunde en metaaltechniek veel toegepast in uiteenlopende constructies, machines en werktuigen. Staal bevat ijzer (ferro)  daardoor kan staal wel oxideren. Vaak wordt op staalprofielen en staalproducten een beschermlaag aangebracht die het staal beschermen zodat het geen reactie kan aangaan met zuurstof. Dit zorgt er voor dat staal niet oxideert en de levensduur van staalproducten aanzienlijk langer wordt.

Oxystaalovengas
Het oxystaalproces wordt gebruikt voor het produceren van staal. Het belangrijkste product is staal. Daarnaast komt tijdens het oxystaalproces veel koolmonoxide vrij. Dit komt doordat de aanwezige koolstof in het vloeibare ruwijzer slechts gedeeltelijk kan worden geoxideerd en verbrand. De koolstofmonoxide die vrijkomt tijdens het oxystaalproces wordt ook wel oxystaalovengas genoemd. Dit gas kan worden teruggewonnen. Het oxystaalovengas wordt verstookt en kan daarbij worden gebruikt voor het opwekken van elektriciteit of proceswarmte. Daarbij wordt oxystaalovengas meestal gemengd met hoogovengas en cokesovengas.

Voordeel van het oxystaalproces
Het oxystaalproces heeft een belangrijk voordeel. Het proces verloopt zeer snel. In een tijdsbestek van 20 minuten kan 200 ton oxystaal worden geproduceerd. Wanneer men echter ook het inladen en het aftappen van de convector meerekent kan men in minder dan een uur tijd ongeveer 250 ton staal van goede kwaliteit produceren via het oxystaalproces. In 1958 ging in Nederland bij de Koninklijke Hoogovens de eerste oxystaalfabriek in productie. Daarna heeft het oxystaalproces het gebruikelijke Siemens-Martinprocedé vervangen. Tegenwoordig wordt ongeveer 70 procent van al het staal dat wordt gefabriceerd via het oxystaalproces gedaan.

Wat is CO2 en waarom moet de CO2 uitstoot zoveel mogelijk worden beperkt?

CO2 is een kleurloos en reukloos gas. Het wordt ook wel kooldioxide of koolstofdioxide genoemd en komt voor in de atmosfeer van de aarde. CO2 is de bruto formule van een anorganische verbinding tussen zuurstof een koolstof. De hoeveelheid CO2 neemt op aarde jaarlijks toe. Dit draagt bij aan de opwarming van de aarde. Deze opwarming van de aarde moet zoveel mogelijk worden beperkt. Daarom wordt er wereldwijd veel aandacht besteed aan het beperken van de CO2 uitstoot. In internationale verdragen proberen landen onderling afspraken vast te leggen waarin een maximum is vastgesteld aan de CO2 die een land jaarlijks in de atmosfeer mag uitstoten.

Hoe ontstaat CO2 uitstoot?
Het overgrote deel van de CO2 uitstoot in de atmosfeer wordt veroorzaakt door de verbranding van verschillende fossiele brandstoffen. Fossiele brandstoffen worden gebruikt om als brandstof te dienen voor bijvoorbeeld auto’s, machines en elektriciteitscentrales. Hierbij worden de fossiele brandstoffen verbrand. Voorbeelden van fossiele brandstoffen die veel worden gebruikt zijn aardolie, aardgas en steenkool. Door het verbanden van deze fossiele brandstoffen kan warmte worden gecreëerd en daarnaast kan de fossiele brandstof bij verbranding worden omgezet in elektriciteit en mechanische energie.  Een nadeel van deze verbranding is wel dat er CO2 wordt uitgestoten in de atmosfeer.

Wat is het broeikaseffect?
Dit effect, wordt zoals de naam al aangeeft, vergeleken met een broei kas. Broeikassen zijn glazen of plastic overkappingen die meestal in de buitenlucht worden geplaatst. De zon schijnt met haar stralen door het glas of het plastic heen. Hierdoor krijgen de planten in de kas warmte door kortgolvige straling. De warmtestraling wordt echter ook teruggekaatst door alles wat in de kas aanwezig is. Deze teruggekaatste straling is echter langgolvige staling. Echter het glas of plastic van de kas zorgt er voor dat de langgolvige straling slechts in beperkte mate wordt teruggekaatst naar de omgeving buiten de kas. Hierdoor blijft een groot deel van de warmte in de kas aanwezig. Zo werkt het ook met de aarde. CO2 absorbeert  infrarode straling. Hierdoor wordt de langgolvige uitstraling van de zonnewarmte die wordt teruggekaatst naar de ruimte vermindert. Doordat de langgolvige straling van de zon niet geheel meer wordt teruggekaatst naar de ruimte houdt de aarde een deel van de warmte in haar atmosfeer. Het gevolg is dat de aarde opwarmt.

Wat zijn de gevolgen van een opwarming van de aarde?
Wereldwijd zijn er verschillende instanties die zich bezig houden met de klimaatontwikkelingen op aarde. Een bekende instantie die zich bezig houdt met de klimaatontwikkelingen is het Intergovernmental Panel on Climate Change IPCC. Dit is een organisatie van de Verenigde Naties en is in 1988 opgericht. Deze instantie doet zelf geen onderzoeken maar evalueert onderzoeken over klimaatontwikkelingen op aarde. Naast het IPCC zijn er verschillende andere instanties over de wereld verspreid die de gevolgen van CO2 uitstoot onderzoeken. Ze proberen de gevolgen van het broeikaseffect in kaart te brengen. Dat de aarde opwarmt is duidelijk maar de gevolgen van deze opwarming zijn moeilijk vast te stellen. Hieronder heerst tussen de onderzoeksinstanties verdeeldheid.

  • Een belangrijk gevolg van de opwarming van de aarde is dat de zeespiegel zal stijgen. Dit heeft te maken met het smelten van de poolkappen. Daardoor zullen meer mensen getroffen kunnen worden door overstromingen wanneer er niet tijdig dijken worden verhoogd.
  • Bepaalde gebieden in de wereld kunnen gaan uitdrogen. Er zullen door de opwarming van de aarde waarschijnlijk meer woestijnen ontstaan. Dit zal voornamelijk gebeuren in gebieden die op dit moment al warm zijn zoals het Midden-Oosten en India.
  • Daarnaast zal de opwarming van de aarde er toe bijdragen dat het klimaat over de hele wereld verandert. Dit heeft niet alleen met een toename van de temperatuur te maken. Ook het neerslagpatroon zal waarschijnlijk veranderen.
  • Door het veranderen van het klimaat en het weer zullen verschillende ecosystemen verdwijnen of opschuiven. Hierdoor kunnen diersoorten uitsterven of zich naar andere gebieden verplaatsen.
  • Daarnaast zal er wereldwijd veel verzuring optreden. Het zeewater zal verzuren waardoor het leven in het zeewater wordt aangetast. Koraalriffen zullen met uitsterven worden bedreigd.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de gevolgen van een broeikaseffect op aarde. Deze voorbeelden worden in verschillende publicaties genoemd. Het is echter onduidelijk in welke mate deze gevolgen zullen plaatsvinden en bij welke temperatuurtoename. Feit is wel dat de opwarming van de aarde de leefomstandigheden voor veel mensen en dieren verslechtert. Nederland zal door de verwachte stijging van de waterspiegel aanzienlijk moeten investeren in haar deltawerken waaronder het verstevigen en verhogen van haar dijken.

Wat kan tegen het broeikaseffect worden gedaan?
Nederland is hard bezig om zo zuinig mogelijk met fossiele brandstoffen om te gaan. De CO2 uitstoot wordt zoveel mogelijk beperkt. Mensen maken gebruik van zonnepanelen waardoor ze voor een deel hun eigen energie opwekken. Hierdoor hoeven kolencentrales minder energie te produceren. Er zijn zelfs plannen om het Waddeneiland Ameland geheel zelfvoorzienend te laten zijn op het gebied van energie. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in de ontwikkeling van energiezuinige, lichte elektrische auto’s.

Ook het recyclen van afval behoort tot een belangrijk element van het beperken van de CO2 uitstoot. Veel afval bestaat uit grondstoffen die uit het aardoppervlak worden gehaald. Voorbeelden hiervan zijn plastics maar ook metalen. Wanneer deze materialen worden hergebruikt hoeven er minder delfstoffen uit de aarde worden gehaald. Daarnaast kost recyclen vaak minder energie dan het gehele proces waarbij delfstoffen gewonnen moeten worden en vervolgens in de juiste vorm moeten worden gebracht. Plastics zijn daarnaast zeer duurzaam. Dit is een voordeel want het gaat lang mee. Een nadeel hiervan is dat plastics in de natuur nauwelijks oplossen. Daarom is het goed dat plastics worden gerecycled.

Nederland loopt hierin niet voorop maar doet wel mee. Nederland is wereldwijd echter een klein dichtbevolkt land en kan in haar eentje nauwelijks de totale CO2 uitstoot van de wereld beperken. Grote landen zoals China, Rusland en de VS hebben meer invloed op de totale uitstoot. Gelukkig hebben deze landen langzamerhand ook een positieve houding gecreëerd ten opzichte van duurzame energie. Wanneer die landen eenmaal duurzaamheid hoog op de agenda zetten is de kans groot dat de CO2 uitstoot omlaag gaat. Dit is van belang voor de leefbaarheid van de gehele aarde en alles wat daarop leeft.