Europees systeem voor emissiehandel (EU ETS)

Europese systeem voor emissiehandel is de benaming voor een groot systeem dat wordt gebruikt voor het verhandelen van emissierechten door bedrijven. het systeem wordt ook wel afgekort met EU ETS. Deze afkorting staat voor European Union Emissions Trading System. Het systeem is niet alleen het eerste systeem dat wordt gebruik voor het verhandelen van uitstootrechten van broeikasgassen ter wereld, het is ook nog het grootste systeem op dit gebied.

Waarom werd de EU ETS ingevoerd?
Het European Union Emissions Trading System werd ingevoerd in 2005 in de Europese Unie. Het doel van de wet is het beperken van de emissie van schadelijke stoffen door bedrijven zodat het aantal broeikasgassen kan worden beperkt. Het beperken van de broekkasgassen zou het broeikaseffect tegen moeten gaan en daarmee de opwarming van de aarde moeten beperken. Er is een groot aantal bedrijven dat onder dit systeem vallen. In 2013 waren dit meer dan 11.000 bedrijven waaronder fabrieken en elektriciteitscentrales die een netto warmteoverschot van 20 MW of meer hadden.

Al deze bedrijven waren verspreid over de 28 lidstaten van de Europese Unie en in Noorwegen , IJsland en Liechtenstein. De genoemde 11.000 bedrijven verbruikten met hun installaties voor ongeveer 50 procent van de CO2-emissies en ongeveer 40% van de totale broeikasgasemissie van de Europese Unie. Het European Union Emissions Trading System moest er voor zorgen dat met name deze vervuilende bedrijven minder schadelijke stoffen uitstoten.

Cap and trade systeem
Het European Union Emissions Trading System is een zogenoemd ‘cap and trade’ systeem. Dit houdt in dat voor bedrijven een maximale uitstoot van broeikasgassen wordt bepaald en vastgelegd. Een bedrijf kan rechten inkopen om CO2 uit te storen. Deze rechten kunnen worden verhandeld en geveild. De installaties van bedrijven moeten verplicht zijn uitgerust met apparatuur waarmee de CO2-emissies gemeten kunnen worden.

Het resultaat van deze metingen moet inzichtelijk worden gemaakt in rapportages. Op basis van deze rapportages kan men concluderen of een bedrijf voldoende emissierechten heeft ingekocht. Als een bedrijf te veel emissierechten heeft ingekocht ten opzichte van de daadwerkelijk geconstateerde CO2-emissie dan kan het overschot aan emissierechten worden verkocht aan andere bedrijven. Als een bedrijf meer CO2 uitstoot dan het rechten heeft, zal het bedrijf er rechten bij moeten kopen.

Marktwerking en beperking van CO2 emissie
Doordat bedrijven het teveel aan emissierechten kunnen verkopen in European Union Emissions Trading System worden bedrijven er toe aangezet om voorzieningen te treffen waarmee de CO2 uitstoot kan worden beperkt. Hoe minder CO2 wordt uitgestoten hoe meer emissierechten het bedrijf overhoudt. Deze rechten leveren geld op. Dat zorgt er voor dat de investeringen in het beperken van de CO2 uitstoot kunnen worden terugverdient en er bovendien nog winst gemaakt kan worden.

Er ontstaat een bepaalde marktwerking in emissierechten. Bedrijven zoeken naar goedkope en effectieve methoden om de CO2 uitstoot te reduceren. Voor de overheid is deze EU ETS methode een effectief middel om zonder veel overheidsinterventie bedrijven na te laten denken over processen die milieuvriendelijker en CO2 neutraler kunnen produceren.

Fases voor het Europees systeem voor emissiehandel
Het Europees systeem voor emissiehandel is in een aantal fases opgedeeld. In totaal zijn er vier verschillende fases. Deze fases zijn gebonden aan een aantal periodes.

  • De eerste fase van het systeem ging van kracht in 2005 toen het systeem werd ingevoerd. De eerste fase liep door tot en met 2007. Deze eerste fase was bedoelt als testfase voor het Europees systeem voor emissiehandel.
  • De tweede ging van kracht in 2008 en liep door tot en met het jaar 2012. Tijdens deze periode werd het Joint Implementation systeem ingevoerd en werd ook het Clean Development Mechanism toegevoegd.
  • De derde fase trad in werking na 2012 en loopt tot 2020. Het jaar 2020 is een belangrijk jaar omdat er dan sprake moet zijn 21% reductie van de uitstoot van broeikasgassen. In deze derde fase wordt de maximaal toegestane uitstoot onder het EU ETS per jaar met 1,74% worden afgebouwd.
  • De vierde fase treed in werking na 2020. Vanaf dat jaar moet de CO2 uitstoot nog sneller naar beneden gebracht worden. De maximale uitstoot van broeikasgassen onder het EU ETS wordt verlaagd met 2,2% per jaar.

Veranderingen in het EU ETS
Niet alleen in de eerste fase, oftewel de testfase van het EU ETS, is er veel veranderd aan dit systeem. De derde fase van het systeem liet bijvoorbeeld een grootschalige handel in emissierechten zien. Bijna alle emissierechten werden geveild en er werden bijna geen rechten weggegeven. Er is een ware handel ontstaan in emissierechten waardoor sommige bedrijven er zelfs op verdienen.

Op dinsdag 15 maart 2016 werd bekend gemaakt dat er grote vervuilende bedrijven zijn die verdienen aan de verkoop van een overschot aan emissierechten. Dit staat in een rapport van CE Delft. Dit rapport is in opdracht van de Britse lobbygroep Carbon Market Watch is gemaakt. De uitkomst van dit rapport zal waarschijnlijk een effect hebben op de verdere uitvoering van de wet en regelgeving omtrent het Europees systeem voor emissiehandel.

In de derde fase worden de regels beter geharmoniseerd. Daarnaast zijn in deze fase ook een aantal andere broeikasgassen toegevoegd die worden gemeten. Lachgas en fluorkoolstoffen zijn hiervan een paar voorbeelden.

In 2012 werd het Europees systeem voor emissiehandel ook toegepast in de luchtvaart. In de luchtvaart wordt namelijk ook veel CO2 uitgestoten door vliegtuigen. Het is goed mogelijk dat het Europees systeem voor emissiehandel in toekomst ook voor andere sectoren gaat gelden.

Wat is TTIP of het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag

TTIP is een afkorting die staat voor het Engelse Transatlantic Trade and Investment Partnership. In het Nederlands kan dit vertaald worden met het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag. Dit is een verdrag waarover wordt tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Dit beoogde verdrag staat ter discussie. De belangrijkste voorstanders van dit verdrag zeggen dat het verdrag goed is voor de economische groei van Europa en dus ook voor Nederland. Tegenstanders van het TTIP geven aan dat er te veel macht wordt gegeven aan bedrijven.

Bedrijven kunnen het regeringen lastig maken wanneer regeringen wetten en regels invoeren die door de bedrijven als belemmering kunnen worden beschouwd in hun bedrijfsvoering. Het nationaal belang van regeringen kan in de uitvoering van het TTIP in strijd zijn met het belang van grote bedrijven. Ondanks dat kunnen Nederlandse consumenten en bedrijven volgens de voorstanders profiteren van de uitvoering van dit akkoord.

Wat wil men met het TTIP bereiken
Een belangrijke doelstelling van het TTIP is het verbeteren van de toegang van markten door het afbouwen of afschaffen importtarieven tussen Amerika en Europa. Doordat de importtarieven omlaag gaan worden producten van Amerika in Europa goedkoper en andersom. De betrokken landen moeten door het verdrag meer werkgelegenheid en economische groei kunnen realiseren.

Een andere belangrijke doelstelling is het afstemmen van regels, voorwaarden en standaarden doe gekoppeld zijn aan producten. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan veiligheidseisen die aan producten worden gesteld. Ook kan men denken aan milieueisen van producten. Het testen van producten moet uniform gebeuren zodat er niet twee keer een test hoeft te worden gedaan in Europa en Amerika voor hetzelfde product voordat het verkocht en gebruikt mag worden.

Voor en nadelen van TTIP
Aan het TTIP kleven voor en nadelen. Het plan is nog niet rond en de voor en tegenstanders bestoken elkaar al met voor en tegenargumenten. De aanpassing van de standaards vinden veel milieuorganisaties zorgwekkend omdat Amerika volgens hen lagere standaards hanteerd dan Europa, dat zou ook het geval zijn op het gebied van voedselveiligheid. Verder kunnen landen overheden voor het gerecht dagen indien er wetten en regels worden doorgevoerd die niet gunstig zijn voor bedrijven. Als de internationale rechter aangeeft dat bedrijven in het gelijk zijn, dan zullen overheden in aanmerking kunnen komen voor een schadevergoeding.

Dit zorgt voor veel terughoudendheid bij veel mensen om akkoord te gaan met het TTIP. Mensen voelen zich niet machtig ten opzichte van bedrijven. Daarom gaan ze op internet en ook in de praktijk hun bezwaren kenbaar maken in de hoop dat de onderhandelingen voor het TTIP worden stopgezet of dat de richtlijnen in het verdrag gunstiger worden voor de mens, het milieu, de veiligheid en de lokale overheid. Het TTIP is er(in oktober 2015)  nog niet dus het is nog afwachten en discussiëren. De overheid zal echter wel wat moeten doen met de bezorgdheid van de mensen. Als TTIP er doorheen wordt gedrukt zal de bevolking haar vertrouwen in de overheid verder verliezen en daar is niemand bij gebaat.

EU-subsidiegeld misgelopen door Mark Rutte

CDA-Europarlementariër Lambert van Nistelrooij heeft aan NU.nl gemeld dat Mark Rutte onvoldoende zijn best heeft gedaan bij onderhandelingen over het toekennen van subsidiegeld in Europa. De Europese fractie van het CDA geeft aan dat Nederland er erg op achteruit is gegaan. Na Denemarken is Nederland er het meest op achteruitgegaan in het structuurfonds. In het structuurfonds wordt 322 miljard euro verdeeld tussen de EU-landen. Doordat Nederland niet goed heeft onderhandeld missen we een grote bron aan Europese subsidiegelden.

Vrijdag werd openbaar gemaakt dat Nederland voor de periode 2014 tot 2020 veel minder geld krijgt dan de afgelopen zeven jaar. Het nieuwe bedrag is 1,25 miljard euro. De afgelopen zeven jaar was het geld nog 1,9 miljard euro. Lambert van Nistelrooij was zelf hoofdonderhandelaar bij de totstandkoming van het structuurfonds.