Wat is voedselverspilling?

Voedselverspilling is een verzamelnaam voor het weggooien of niet opeten en drinken van voedsel. Het verspillen van voedsel is een maatschappelijk probleem. Ieder jaar wordt er in Nederland ongeveer 40 kilo aan voedsel per persoon weggegooid. Volgens het Voedingscentrum was de totale hoeveelheid voedselverspilling in Nederland in 2015 tussen 1,77 en 2,55 miljard kilo. Het grootste gedeelte van deze voedselverspilling wordt door consumenten veroorzaakt. Deze groep verspilt op jaarbasis 33% van het totale aantal voedsel dat verspild wordt.

Gemiddeld betekend dit dat een consument ongeveer 13 procent van het voedsel dat hij of zij inkoopt weggooit. Als men het totale aantal kilo’s aan voedsel dat consumenten weggooien gaat optellen dan komt men op een gewicht van 700 miljoen kilo goed voedsel per jaar. Daar kan men duizenden vuilniswagens mee vullen. Naast voedsel worden ook veel vloeibare levensmiddelen weggegooid. Onderzoekers gaan er van uit dat per persoon op jaarbasis 57 liter vloeibare levensmiddelen verloren gaan. Hierbij kun je denken aan koffie, thee, alcoholische dranken en frisdrank. De kosten van de voedselverspilling zijn ongeveer 140 euro per jaar.

Er zijn inmiddels verschillende initiatieven ondernomen waarmee men in Nederland de voedselverspilling wil tegen gaan. Een voorbeeld hiervan is de stichting ‘Samen tegen voedselverspilling’. Deze stichting streeft er naar om de totale hoeveelheid voedselverspilling te halveren in 2030 ten opzichte van 2018. Daarvoor werkt de stichting samen met supermarkten maar ook met milieuorganisaties en de overheid. Het is duidelijk dat het verspillen van voedsel gezamenlijk moet worden tegengegaan. Zowel consumenten als producenten moeten hierbij met elkaar samenwerken. Ook de overheid kan op dit gebied faciliteren met wet- en regelgeving. De overheid wil dat de voedselverspilling wordt tegengegaan omdat het verspillen van voedsel niet past bij de circulaire economie waarin het verkeerd gebruiken van grondstoffen wordt beperkt. Voedsel bestaat namelijk net als andere producten uit grondstoffen waaronder verpakkingsmateriaal dat vaak van plastic is gemaakt. Het beperken van voedselverspilling is daardoor ook het beperken van afval.

MVO en duurzame inzetbaarheid

Maatschappelijk verantwoord ondernemen is een term die men tegenwoordig regelmatig hoort in het bedrijfsleven. Het is bijna een containerbegrip geworden waar men verschillenden aspecten van het milieuverantwoord management van een bedrijf onder verzameld. Kenmerkend voor het maatschappelijk verantwoord ondernemen is dat men niet alleen naar het effect van de bedrijfsvoering op het bedrijf kijkt maar ook daar buiten. Bedrijven zijn geen eilanden meer maar zijn onderdelen van een groter geheel namelijk de maatschappij. Student Tjerk van der Meij heeft in onderstaande tekst getracht maatschappelijk ondernemen in een breed kader te zetten en daarbij ook de brug te slaan met duurzame inzetbaarheid van het personeelsbestand.

Wat is MVO?
Binnen een organisatie die veel aan duurzame inzetbaarheid doet staat het MVO hoog in het vaandel. MVO is de afkorting voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het doel van MVO is dat een bedrijf duurzaam en milieubewust te werk gaat, denk aan het terugdringen van vervuiling en het broeikaseffect. MVO is in andere woorden dus duurzaam ondernemen. Wanneer een organisatie maatschappelijk verantwoord onderneemt, houdt het rekening met de externe factoren en de wensen van de consument. De consument vraagt vandaag de dag om meer duurzame producten vanwege het huidige milieu en klimaat. Daarnaast willen klanten graag centraal staan en hebben ze behoefte aan persoonlijke aandacht en maatwerkoplossingen. Bedrijven moeten hun processen voortdurend aanpassen aan een veranderende markt waarbij consumenten nieuwe eisen stellen en overheden nieuwe wetten en regels invoeren ter bescherming van de consument, de kwaliteit en de veiligheid van producten en diensten. Wanneer een organisatie maatschappelijk verantwoord wil ondernemen kijkt het dus naar de omgeving en de vragen en wensen die in deze omgeving aanwezig zijn van zowel de consument als de omgeving zelf (milieu, klimaat, landschap etc.).

Lean management en MVO
Het lean management en of lean manufacturing is hier ook op gebaseerd. Lean werken gaat namelijk over het tegen gaan van verspilling en het optimaliseren van bedrijfsprocessen zodat alleen werkzaamheden worden gedaan die in het belang zijn van de consument en zo weinig mogelijk nutteloze werkzaamheden worden gedaan. Het ontstaan van afval wordt bestreden met lean management. Hierbij kan men denken aan het beperken van afval tijdens het productieproces maar ook het tegengaan van tijdverspilling en energieverspilling. Om die reden houdt lean management ook verband met maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Beperken van verliezen
Daarnaast is het voor de organisatie van groot belang dat het rekening houdt met de buitenwereld om zijn verliezen in te perken; denk bijvoorbeeld aan het verlies van energie, materialen of grondstoffen. Ook de afvoerkosten van niet biologisch afbreekbaar materiaal zijn een kostenpost waar bedrijven rekening mee moeten houden. Afval dat niet in een circulaire economie kan worden hergebruikt en niet kan worden gerecycled is pure verspilling en daarom een kostenpost. Dergelijke afvalproducten passen niet in een bedrijf met lean management of bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen.

MVO en het personeelsbeleid
Naast het omdenken om het milieu, wordt er binnen het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen ook gedacht besteed aan zaken zoals vergrijzing en betere arbeidsomstandigheden voor de werknemers in het kader van duurzame inzetbaarheid. Binnen het MVO wordt er dus gesproken over het duurzamer maken van de werknemer, product en omgeving. Vanuit een human resource visie zal een organisatie die maatschappelijk verantwoord omgaat met haar personeelsbeleid ook aandacht moeten besteden aan het welzijn van het personeel. Daarbij moet het personeel zowel fysiek als mentaal indien nodig ondersteund worden met hr-tools. En deze hr-tools of ‘gereedschappen’ voor een human resource beleid kunnen zeer divers zijn. Zo kunnen bedrijven speciale aandacht besteden aan de arbeidsomstandigheden. Veel bepalingen hierover zijn al vastgelegd in de arbowetgeving. Toch kunnen bedrijven meer doen.

Door bijvoorbeeld speciale verlichting te plaatsen in het bedrijf en veel ramen te plaatsen zodat daglicht binnen komt. Dit draagt bij aan de gezondheid van het personeel. Ook ergonomische werkplekken, goede stoelen, uitstekende persoonlijke beschermingsmiddelen, sportmogelijkheden en andere aspecten dragen bij aan het welzijn van het personeel. Sommige bedrijven gaan zelfs zo ver dat ze personeel helpen met hun voeding om er voor te zorgen dat ze geen overgewicht krijgen. Ook zijn er bedrijven die personeel helpen om te stoppen met ongezonde gewoontes zoals roken en weinig bewegen.

Al deze aspecten bevorderen de gezondheid van het personeel en zorgen er daarom voor dat personeel langer gezond het werk kan blijven uitvoeren. Dit is dus in feite het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van het personeel. Omdat de pensioengerechtigde leeftijd steeds hoger komt te liggen moeten mensen langer werken. Een focus op duurzame inzetbaarheid van personeel is daarom vaak geen keuze meer maar een absolute noodzaak. Het alternatief is namelijk een hoger ziekteverzuim en bijbehorend capaciteitsverlies. Dit is allerminst wat organisaties willen. Ook is een hoog ziekteverzuim geen goede reclame voor een bedrijf. Een bedrijf met aandacht voor duurzame inzetbaarheid van haar personeel kan echter wel op instemming rekenen van de maatschappij. Duurzame inzetbaarheid van personeel en maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn daarom nauw met elkaar verbonden.

MVO stakeholders
Het is nu duidelijk dat een organisatie die duurzaam onderneemt zijn doelen wil behalen en daarnaast zorg wil dragen om zijn omgeving. Binnen het MVO heeft een organisatie dus 3 richtlijnen waar aandacht aan moet worden besteed namelijk: de mens, de winst en de planeet. Een MVO organisatie moet rekening houden met de stakeholders (belanghebbenden). De stakeholders zijn alle factoren uit je omgeving. Bijvoorbeeld:

  • Klanten
  • Leveranciers
  • Medewerkers
  • Managers
  • Financiers
  • Concurrenten
  • Producenten
  • Overheid
  • Onderwijs

Door rekening te houden met deze stakeholders focust de organisatie zich op culturele, maatschappelijke, ethische, politieke en milieu- factoren. Doormiddel van een stakeholdersbenadering kan een organisatie maatschappelijk ondernemen op een manier die de omgeving van haar vraagt. Uit de visie van de organisatie MVO Nederland komt voort dat het MVO geen project of label is, maar een integrale visie op alle kernactiviteiten binnen het bedrijf. Vaak wordt daarom door een organisatie een beleid geschreven om het MVO te volgen en duurzamer te opereren op de markt in samenhang tussen productieproces en de maatschappij.

Wat is een afvalverbrandingsinstallatie (AVI)?

Een afvalverbrandingsinstallatie is, zoals de naam al doet vermoeden, een installatie die ontworpen en bestemd is voor het effectief verbanden van afval. Het verbranden van afval lijkt eenvoudiger dan het is. bij het verbanden van afval komen namelijk verschillende stoffen vrij, waaronder schadelijke stoffen. Deze stoffen kunnen schadelijk zijn voor het milieu indien deze in de atmosfeer worden uitgestoten. De schadelijke emissie door afvalverbrandingsinstallaties wordt beperkt door omvangrijke techniek die gericht is op het zuiveren van rookgas. Door de rookgaszuiveringen die plaats vinden in afvalverbrandingsinstallaties worden schadelijke zuren verwijdert uit de gassen die ontstaan gedurende het verbrandingsproces. Deze schadelijke stoffen zijn bijvoorbeeld:

  • stikstofoxides,
  • waterstofchloride,
  • waterstoffluoride,
  • zwavelzuur.

Ook zware metalen zoals bijvoorbeeld cadmium, kwik en lood kunnen in de emissie van afvalverbrandingsinstallaties voorkomen. Verder vormen ook organische stoffen zoals dioxines en onderdeel van de uitstoot van afvalverbrandingsinstallaties. Deze stoffen zijn allemaal in meer en mindere mate schadelijk voor de gezondheid van mensen en het milieu. Daarom tracht men de emissie van deze stoffen zoveel mogelijk te beperken.

Afvalverbrandingsinstallaties en milieu
Afvalverbrandingsinstallaties en het milieu vormen een interessant spanningsveld. Men tracht voor een zo goed mogelijke afstemming te zorgen tussen het verbranden van afval en het beperken van de schade voor het milieu. Afval is een verzamelnaam van bijproducten of producten die reeds zijn verbruikt en door de oorspronkelijke eigenaar zijn weggegooid. Afval bestaat uit verschillende grondstoffen. Tegenwoordig zamelt
men de veel afval gescheiden in zodat de grondstoffen kunnen worden hergebruikt of gerecycled. Door afval te hergebruiken en te recyclen wordt er minder afval verbrand waardoor er automatisch minder emissie ontstaat.

Ondanks deze milieuvriendelijker ontwikkelingen wordt er nog steeds afval verbrand. Ook bij het verbranden van afval kan men milieubesparend te werk gaan. Tijdens verbrandingsprocessen komt namelijk warmte vrij. Deze warmte kan worden gebruikt voor warmtedistributie of stadsverwarming. Daarnaast kan het worden toegepast in de industrie of voor het opwekken van elektriciteit. In de stad Amsterdam worden bijvoorbeeld de straatverlichting en de tram gevoed door elektriciteit dat opgewekt is uit restafval van de stad. Er zijn plannen om in de toekomst veel meer gebruik te gaan maken van de warmte die vrijkomt uit afvalverbrandingsinstallaties in Nederland en België.

Wat is recyclen en recycling?

Recycling is in Nederland een term die wordt gebruikt voor het opnieuw gebruiken van materialen en grondstoffen van producten. In  Vlaanderen wordt dit proces ook wel recyclage genoemd. In tegenstelling tot hergebruiken worden bij het recyclen geen producten of onderdelen van producten opnieuw gebruikt. in plaats daarvan wordt een afvalstof omgezet in een nieuw producten. Voor recycling heeft men dus afval nodig. Uit het afval worden grondstoffen gehaald die gebruikt kunnen worden voor de fabricage van nieuwe producten. Recyclen kan worden vertaald met het opnieuw in de omloop brengen van grondstoffen. Dit proces kan op verschillende manieren gebeuren. Grofweg kan men recycling verdelen in twee verschillende groepen:

  • Recycling van de grondstoffen voor een vergelijkbaar doel. Bij deze vorm van recycling verwerkt men grondstoffen zoals glas, papier en plastic  tot nieuwe producten die van deze materialen gemaakt zijn. Bij sommige producten die door deze vorm van recyclen ontstaan worden van lagere kwaliteit. Dit is bijvoorbeeld het geval bij producten die van gerecycled papier of plastic worden gemaakt. Als de kwaliteit van  gerecyclede producten lager is dan de kwaliteit van de oorspronkelijke grondstof dan spreekt men ook wel van downcycling.
  • Recycling van de grondstoffen voor andere doeleinden komt ook voor. Zo kan men bijvoorbeeld plastic maken van aardolie en vervolgens het plastic verbanden om energie te krijgen. Dit zou men bijvoorbeeld ook kunnen doen met hout. Houtpallets kunnen worden gebruikt in energiecentrales als bijstookhout of biomassa.

Inzamelen en sorteren van afval
Het is belangrijk dat de grondstoffen goed gescheiden zijn zodat men deze stoffen effectief kan gebruiken in productieprocessen voor nieuwe producten. Daarom is een goede recycling afhankelijk van het scheiden van afval. Dit scheiden van afval gebeurd op basis van de grondstoffen. Glas wordt in een glasbak gedaan, groente fruit en tuinafval in een GFT container en plastic wordt in speciale containers voor plastic gedaan. Ook papier wordt gescheiden ingezameld.

Afval wordt niet overal in Nederland op dezelfde manier gescheiden ingezameld. Bepaalde gemeenten zijn hierin verder ontwikkelt dan andere gemeenten. Hierdoor zijn er in Nederland een grote diversiteit aan containers. Deze containers kunnen zowel van particulieren zelf zijn als van bedrijven die het afval produceren. Daarnaast zijn er verschillenden afvalcontainers en afvalbakken die van de gemeente zijn en in straten of parken zijn geplaatst.

Afval kan het beste gescheiden worden in containers maar het is soms ook mogelijk om afval na inzameling te scheiden. Door bijvoorbeeld gebruik te maken van magneten kan men metalen uit het afval scheiden. Voor glas, papier en plastic is het scheiden na inzameling aanzienlijk moeilijker en arbeidsintensiever.