Wat is een recessie?

Recessie is een begrip in de economie dat kan worden gebruikt als er sprake is van een negatieve economische groei in twee opeenvolgende kwartalen en daarna voortzet. Letterlijk betekent recessie ‘terugloop’ of ‘achteruitgang’. Het woord recessie wordt echter voornamelijk in de economie gehanteerd. Het gaat dus om een teruggang of achteruitgang van de economie. Tijdens een recessie is de economisch groei aan het dalen en is het groeicijfer van de economie lager dan gemiddeld. Economen spreken van een recessie als de groei van het bruto nationaal product gedurende twee of meer opeenvolgende kwartalen negatief is. Als men het over economie heeft gebruikt men ook wel de termen hoogconjunctuur en laagconjunctuur. Dit zijn in feite twee uiterste posities waarin de economie zich kan bevinden. De beweging tussen de hoog- en laagconjunctuur noemt men de conjunctuurbeweging. Als men het heeft over een recessie dan is dit een onderdeel dat hoort bij een laagconjunctuur.

Gevolgen van een recessie
Een recessie heeft een negatieve klank bij veel mensen en bedrijven. Dat is logisch want tijdens een recessie vinden er vaak ingrijpende veranderingen plaats. Overheden en bedrijven gaan bezuinigen. In het bedrijfsleven kunnen nieuwe keuzes worden gemaakt en kan men er zelfs toe besluiten om te reorganiseren. In dat geval kunnen er ontslagen vallen die meestal plaatsvinden in het zogenaamde ‘bedrijfseconomische’ belang. Omdat bedrijven tijdens een recessie eerder kosten gaan besparen dan investeren wordt er vaak gesneden in het personeelsbestand. Dat is direct merkbaar in een terugloop in het aantal vacatures op de arbeidsmarkt en ook het aanbod aan werklozen neemt toe. Een recessie is daardoor allerminst een positieve periode.

Uit de recessie
De overheidsfinanciën kunnen in de problemen komen en er kan een financieringstekort ontstaan. Een recessie kan uitmonden in een diepe economische crisis die vaak met veel beleid en verstandige beslissingen overwonnen moet worden. Meestal heeft een overheid ten gevolge van de recessie minder geld te besteden om daadwerkelijk oplossingen in te voeren. Een recessie kan in de praktijk daarom het beste overwonnen worden door samenwerkingsverbanden zoals de Europese Unie. De Europese Centrale Bank (ECB) kan samen met de nationale bank zoals De Nederlandse Bank (DNB) oplossingen bedenken voor een recessie. Samenwerken is belangrijk om een grote recessie te overwinnen. Als één land in Europa namelijk een recessie heeft dan bestaat de kans dat andere landen ook te maken krijgen met een recessie. Om die reden wordt vaak gezamenlijk naar oplossingen gezocht.

Gevolgen van de industriële revolutie en globalisering voor de arbeidsmarkt

Er zijn verschillende factoren die een invloed hebben op de arbeidsmarkt. Deze markt is namelijk net als andere markten onderhevig aan veranderingen. Door de economie en door technologie wordt de arbeidsmarkt sterk beïnvloed. Dit begon in feite al tijdens de industriële revolutie. Tjerk van der Meij heeft tijdens zijn opleiding Personeel en Arbeid de gevolgen van de industriële revolutie en de globalisering voor de arbeidsmarkt in kaart gebracht. In onderstaande alinea’s is beknopt te lezen wat uit dit onderzoek naar voren kwam.

Industriële revolutie
Voor de industriële revolutie was men voornamelijk bezig met landbouw en veeteelt. Dit was zeer arbeidsintensief werk. Veel werk werd nog met de hand gedaan of doormiddel van lastdieren, zoals trekpaarden en stieren. Eind 18e eeuw deed zich binnen dit vakgebied een trend voort. Door de mechanisering van processen kon men meer produceren en werd de spierkracht van mensen en dieren overgenomen door machines. Tot de eerste machines behoorden de stoommachines die doormiddel van stoomkracht in beweging werden gebracht.

Men kon steeds meer produceren met minder mankrachten. Fabrieken hadden meer mensen nodig en niet alleen het aantal producten nam toe ook de diversiteit aan producten werd groter. Door deze ontwikkeling konden mensen die niet meer binnen de agrarische sector hoefden te werken zich bezig houden met een andere productiviteit. Hierdoor groeide andere sectoren, naast de agrarische sector, immens. Er ontstonden nieuwe industriële bedrijven. Daardoor nam het aantal vacatures en functies op de arbeidsmarkt toe. Doordat ook de bevolking in Europa sterk groeide, groeide dus de vraag en het aanbod. De arbeidsmarkt werd complexer maar er was nog steeds een duidelijk verschil merkbaar tussen de arbeiders (fabrieksarbeiders, landarbeiders) en de vakkrachten zoals de (edel)smeden, schoenmakers, loodgieters enz. Er ontstond een verschil tussen specialisten die uniek vakwerk konden produceren en productiekrachten.

De toename in de productie zorgde er voor dat veel producten ook goedkoper werden. Men kon sneller produceren tegen lagere kosten. Daardoor konden ook auto’s (bijvoorbeeld de T-Ford) tegen een lage prijs worden gemaakt. Meer mensen waren in staat om producten te kopen. De koopkracht nam echter voor een bepaalde groep toe. Veel arbeiders hadden het aan het einde van de negentiende eeuw nog niet goed. Toch werden arbeiders mondiger en waren er vanuit de politiek verschillende partijen en personen die zich bekommerden om de positie van de arbeiders. Doordat arbeiders meer inkomenszekerheid kregen en goedkopere massaproducten konden kopen draaiden ook deze arbeidersklasse mee in de economie. Dit booste de economie enorm. Door deze enorme groeiende economie, de toename van industrie en het dalen van de agrarische sector, kwam gepaard met de industriële revolutie de globalisering over de jaren op gang.

Globalisering
Naarmate de geschiedenis vorderde, kon de beschaving zich op technologisch gebied verder ontwikkelen. Er kwam steeds meer geld beschikbaar om de kwaliteit van producten, machines en systemen te verbeteren. Het verbeteren van machines en het optimaliseren van technologie werd ook steeds noodzakelijker. De kenniseconomie deed haar intrede en kennis werd beschouwd als een belangrijk middel om concurrentievoordeel te behalen. Door middel van het voortdurend innoveren van nieuwe technieken werd de wereld spreekwoordelijk kleiner. Dit noemt men globalisatie.

Producten werden verhandeld over de landsgrenzen heen en bedrijven concurreren wereldwijd met elkaar. Door internet, skype en telecommunicatie kunnen bedrijven, afnemers, producenten en andere spelers op de markt wereldwijd met elkaar in contact komen zonder dat men zich fysiek hoeft te verplaatsen. Globalisering betekent ook dat de wereld steeds meer geïntegreerd wordt door nieuwe technieken. De technieken kunnen uit verschillende landen afkomstig zijn. Hierdoor werden afstanden en tijden korter. Daarnaast werd alle handel en productie opgenomen in een, voor ieder soort gelijk, kapitalistisch systeem. Door de snelle toename van de globalisering groeide de economie en daardoor ook de (massa-) industrie. Wegens deze groeiende economie en industrie werden relaties over de hele wereld opgebouwd.
Mensen werden afhankelijker van elkaar, maar ook bedrijven konden niet meer zonder elkaar. De arbeidsmarkt wordt niet nationaal maar juist internationaal. Er is in Europa in grote mate vrij verkeer van producten maar ook van arbeidskrachten mogelijk. Werknemers uit andere landen kunnen ook in Nederland werken en andersom is ook goed mogelijk. Dat zorgt voor nog meer dynamiek op de arbeidsmarkt. Doordat bedrijven de hele wereld kon voorzien van hun product, groeide de industrie sneller dan ooit. Ondanks het enorme opkomen van massa productie werd er door vakmensen nog steeds ambachtelijk werk verricht. Dit is in deze huidige tijd nog steeds in het samenlevingsbeeld terug te zien. Er is op de arbeidsmarkt nog steeds vraag naar specialisten. Dit is duidelijk merkbaar in de techniek, bouw, ICT en andere sectoren waarin technologie een grote rol speelt.

Arbeidsmarkt van de toekomst
Ook in de toekomst zal de arbeidsmarkt zeer dynamisch blijven. De rol van internet is al belangrijk en zal nog belangrijker worden. Uitzendbureaus, headhunters en andere arbeidsbemiddelingsbureaus hebben een groot deel van hun dienstverlening naar het internet verplaatst. Dat zorgt er voor dat solliciteren en het maken van een match op de arbeidsmarkt steeds vaker digitaal gebeurd. Zelfstandigen zonder personeel en opdrachtgevers vinden elkaar ook vaak via digitale wegen. De toekomst van de arbeidsmarkt is sterker afhankelijk van de techniek en automatisering dan ooit te voren. Deze ontwikkeling zal de komende jaren echter in stand blijven en verder worden uitgebouwd.

Wat is voedselverspilling?

Voedselverspilling is een verzamelnaam voor het weggooien of niet opeten en drinken van voedsel. Het verspillen van voedsel is een maatschappelijk probleem. Ieder jaar wordt er in Nederland ongeveer 40 kilo aan voedsel per persoon weggegooid. Volgens het Voedingscentrum was de totale hoeveelheid voedselverspilling in Nederland in 2015 tussen 1,77 en 2,55 miljard kilo. Het grootste gedeelte van deze voedselverspilling wordt door consumenten veroorzaakt. Deze groep verspilt op jaarbasis 33% van het totale aantal voedsel dat verspild wordt.

Gemiddeld betekend dit dat een consument ongeveer 13 procent van het voedsel dat hij of zij inkoopt weggooit. Als men het totale aantal kilo’s aan voedsel dat consumenten weggooien gaat optellen dan komt men op een gewicht van 700 miljoen kilo goed voedsel per jaar. Daar kan men duizenden vuilniswagens mee vullen. Naast voedsel worden ook veel vloeibare levensmiddelen weggegooid. Onderzoekers gaan er van uit dat per persoon op jaarbasis 57 liter vloeibare levensmiddelen verloren gaan. Hierbij kun je denken aan koffie, thee, alcoholische dranken en frisdrank. De kosten van de voedselverspilling zijn ongeveer 140 euro per jaar.

Er zijn inmiddels verschillende initiatieven ondernomen waarmee men in Nederland de voedselverspilling wil tegen gaan. Een voorbeeld hiervan is de stichting ‘Samen tegen voedselverspilling’. Deze stichting streeft er naar om de totale hoeveelheid voedselverspilling te halveren in 2030 ten opzichte van 2018. Daarvoor werkt de stichting samen met supermarkten maar ook met milieuorganisaties en de overheid. Het is duidelijk dat het verspillen van voedsel gezamenlijk moet worden tegengegaan. Zowel consumenten als producenten moeten hierbij met elkaar samenwerken. Ook de overheid kan op dit gebied faciliteren met wet- en regelgeving. De overheid wil dat de voedselverspilling wordt tegengegaan omdat het verspillen van voedsel niet past bij de circulaire economie waarin het verkeerd gebruiken van grondstoffen wordt beperkt. Voedsel bestaat namelijk net als andere producten uit grondstoffen waaronder verpakkingsmateriaal dat vaak van plastic is gemaakt. Het beperken van voedselverspilling is daardoor ook het beperken van afval.

Wat is een platformeconomie?

Een platformeconomie is een economisch systeem dat gebaseerd en geacteerd wordt doormiddel van online platforms. Op deze platforms worden vraag en aanbod met elkaar in contact gebracht zodat er een overeenstemming ontstaat oftewel een match. In een platformeconomie ontstaat dus als het ware een digitale markt waarin opdrachtgevers met opdrachtnemers in contact komen. Ook op de arbeidsmarkt kan er sprake zijn van een platformen waarin vraag en aanbod met elkaar worden verbonden.

Platformeconomie en arbeidsmarkt
Digitalisering biedt oplossingen voor verschillende functiegroepen op de arbeidsmarkt. Er wordt door sommige economen zelfs gesproken van platformberoepen. Hierbij kun je denken aan beroepen die projectmatig of seizoensgericht zijn. Voorbeelden hiervan zijn taxichauffeurs die bijvoorbeeld via het platform van Uber werken. Ook horecapersoneel kan via online platformen werken evenals schoonmakers en technisch personeel. Over het algemeen werken zelfstandigen zonder personeel via deze online platformen. Daar bieden ze hun profielen aan en kunnen ze opdrachten binnen halen.

Platformen en uitzendbureaus
Digitale platforms nemen in de toekomst een deel van de rol van uitzendbureaus en andere intermediairs over omdat deze platformen vraag en aanbod bij elkaar brengen. Toch zullen de digitale platformen de rol van uitzendorganisaties niet geheel overnemen. Alleen zogenaamde platformberoepen zijn geschikt voor digitale arbeidsbemiddelingsplatforms. Voor zeer specialistische langdurige dienstverbanden worden toch vaak headhunters, intermediairs en andere gespecialiseerde organisaties ingeschakeld.

Conjunctuur en uitzendbureaus

Conjunctuur is een term die verband houdt met de economie en wordt gebruikt om veranderingen in de economische groei mee aan te duiden in een bepaalde periode. De economie is allerminst een stabiele factor. In plaats daarvan is de economie onderhevig aan politieke en sociale ontwikkelingen. Ook de aanwezigheid of afwezigheid van grondstoffen hebben een invloed op de economie en daardoor ook een invloed op de conjunctuur. De economie heeft echter op haar beurt weer invloed op de arbeidsmarkt. Als het goed gaat met de economie is het effect daarvan meestal merkbaar in de arbeidsparticipatie van de beroepsbevolking van een land. Juist op dit vlak vormen uitzendbureaus als intermediair op de arbeidsmarkt een belangrijke graadmeter.

Uitzendbureaus bewegen mee met de conjunctuur
Uitzendorganisaties bemiddelen flexibel personeel waaronder uitzendkrachten en gedetacheerd personeel die ook wel detakrachten worden genoemd in het vakjargon van het uitzendbureau. Daarnaast bieden veel uitzendbureaus ook payrollconstructies aan. In deze constructies worden payrollers ingezet bij grote bedrijven wanneer het wat drukker wordt. De meeste bedrijven zien flexkrachten als een effectieve oplossing om piekdrukte op te vangen en grote orders weg te werken. Om die reden worden uitzendbureaus vaak als één van de eerste organisaties benaderd voor extra personeel. Geen wonder dat uitzendbureaus worden beschouwd als graadmeter voor de economie. Wanneer het namelijk beter gaat met de economie en dus ook met de arbeidsmarkt dan zullen uitzendbureaus dat snel merken door de vacaturestroom die ze ontvangen van hun opdrachtgevers.

Beschikbaar personeel op de arbeidsmarkt
De toestroom van vacatures vanuit opdrachtgevers is slechts één aspect waarmee uitzendbureaus te maken krijgen. Uitzendondernemingen zijn een intermediair dat houdt in dat ze als een soort tussenpersoon actief zijn in de markt. Aan de ene kant van de markt staan de opdrachtgevers met de vraag om flexibel personeel en aan de andere kant is het aanbod van personeel in de vorm van werkzoekenden. Deze werkzoekenden kunnen zowel werkloos zijn als een baan hebben maar toe zijn aan een nieuwe (uitdagender) functie. Uitzendbureaus vervullen tussen dit vraag en aanbod van personeel een belangrijke rol. Het bij elkaar brengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt is namelijk niet eenvoudig.
De vraag naar personeel kan groter zijn dan het aanbod en andersom is ook mogelijk. Denk hierbij aan de economische crisis. Rond 2013 was de vraag naar technisch personeel en bouwpersoneel in Nederland rond een dieptepunt beland. Er werden veel ervaren krachten ontslagen of hun contracten werden niet verlengd. Inmiddels is in 2017 en 2018 de situatie omgekeerd en weten bedrijven niet meer waar ze ervaren technische krachten vandaan moeten halen zo druk hebben ze het. Juist dan schakelen bedrijven weer uitzendbureaus in om de zoektocht naar personeel zoveel mogelijk te verbreden.

Uitzendbureaus doen meer
Een uitzendbureau is echter meer dan een zoekmachine naar personeel of vacatures. Deze intermediairs doen veel meer op de arbeidsmarkt. Zo leveren ze ook loopbaanadviezen aan personeel. Uitzendkrachten en werkzoekenden kunnen vaak bij een uitzendbureau advies krijgen over de mogelijkheden die ze hebben op de arbeidsmarkt met hun cv, werkervaring en opleidingsniveau. Dat maakt dat uitzendbureaus een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van de loopbaanperspectieven van werkzoekenden. In de praktijk zijn veel uitzendbureaus actief met het verstrekken van opleidingen en cursussen aan uitzendkrachten om hun meerwaarde voor het uitzendbureau en de arbeidsmarkt te vergroten. Veel uitzendbureaus bieden specifieke opleidingen aan uitzendkrachten. Hierbij kun je denken aan BBL-trajecten maar ook aan opleidingen in de mechatronica, lasopleidingen, lascertificaten en veiligheidscertificaten zoals VCA Basis en VCA VOL. De laatste certificaten werden vooral door VCU uitzendorganisaties aangeboden maar tegenwoordig bieden zowel VCU uitzendbureaus als niet VCU gecertificeerde uitzendbureaus VCA certificaten aan hun uitzendpersoneel. De opleidingen en trainingen zorgen er in ieder geval voor dat uitzendkrachten worden ontwikkeld tot vakmensen die veilig kunnen werken in de bouw en de techniek. Dit zijn echter maar een paar voorbeelden. Er zijn natuurlijk veel meer aspecten waarop technische en niet-technische uitzendbureaus zich op richten.

Uitzendbureaus blijven belangrijk in de conjunctuur
De flexibilisering van de arbeidsmarkt is een feit. Kijk maar naar de groei in het aantal zelfstandigen zonder personeel oftewel de zzp’ers. Deze groep wordt steeds groter op de arbeidsmarkt maar de groep werknemers die als uitzendkracht werkt wordt ook steeds groter. Het UWV en andere instanties hebben al regelmatig opgemerkt dat er in tijden van economische groei veel werkzoekenden aan een baan geholpen worden door een uitzendbureau. Dat zal in de toekomst ook het geval blijven.

Uitzendbureaus helpen de arbeidsmarkt vooruit en zorgen er voor dat het aanbod aan personeel en de vraag vanuit de arbeidsmarkt goed met elkaar worden samengesmolten. Daarvoor is ervaring nodig en (loopbaan)begeleiding. Deze begeleiding vormt een aanvulling op de begeleiding die het UWV doet om mensen aan een passende baan te helpen. Deze aanvulling blijkt echter noodzakelijk te zijn omdat uitzendbureaus gezamenlijk een enorm netwerk hebben en daardoor snel kunnen schakelen. Werkzoekenden die een relevante cv hebben kunnen door het juiste uitzendbureau snel aan een schikte baan worden geholpen.

Wat is bbp of het bruto binnenlands product (bbp)?

Het bruto binnenlands product wordt ook wel afgekort met bbp. Dit is de totale geldwaarde van alle finale goederen en diensten die in een land zijn geproduceerd in een bepaalde periode. De periode waarover men het bbp berekend is meestal een jaar. Over het algemeen bepaald men de bbp tegen de actuele marktprijzen van de producten. Het bbp wordt vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze instantie gebruikt het bbp in verschillende rapporten.

Daarnaast kan men het bbp van Nederland afzetten tegen het bbp van andere landen. Om er voor te zorgen dat landen een eerlijke en duidelijke vergelijking kunnen maken moeten de landen de berekening van het bbp volgens internationale richtlijnen uitvoeren. Op die manier kunnen landen het bbp op eenzelfde wijze meten en daarmee de ontwikkelingen in hun economie publiceren.

Waaruit bestaat het bruto binnenlands product?
Het bbp bestaat uit een aantal delen. Men kijkt daarbij naar de oorsprong van de productie, dus door wat voor bedrijven de producten zijn gemaakt en naar de markt van de producten (afzetgebied). De volgende onderdelen worden opgenomen in de bepaling van het bbp:

  • De totale productie van kapitaalgoederen en consumptiegoederen die is gedaan door bedrijven uit de particuliere sector in een bepaalde periode. Als men kijkt naar de kapitaalgoederen dan kijkt men zowel naar de uitbreidingsinvesteringen als naar de vervangingsinvesteringen.
  • De totale productie van consumptiegoederen en kapitaalgoederen die gedaan is door de overheid. Deze productie wordt ook wel aangeduid met overheidsbestedingen. Deze term moet men niet verwarren met overheidsuitgaven. Als men het heeft over overheidsbestedingen dan staat de productie tegenover de betaling. Als men doelt op overheidsuitgaven dan heeft men het over een breder begrip waar de overdrachtsinkomens en overheidsbestedingen zijn opgenomen.
  • Ook de productie van consumptiegoederen en kapitaalgoederen die bestemd zijn voor het buitenland worden in de bbp opgenomen. Dit zijn de uitvoergoederen oftewel de exportgoederen.
  • Van de uitvoerwaarde van de exportgoederen wordt de invoerwaarde van de goederen afgetrokken. Kortom van de exportwaarde van goederen wordt de importwaarde van de goederen afgetrokken. Hierdoor ontstaat een bepaald bedrag dat meestal het saldo wordt genoemd van de lopende rekening van de betalingsbalans.


 

Wat houdt het afspiegelingsbeginsel in?

Bedrijven kunnen personeel om bedrijfseconomische redenen ontslaan. Ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen wordt door bedrijven aangevraagd omdat ze onvoldoende financiële middelen hebben om het personeel aan het werk te houden en de salarissen uit te betalen. Bedrijfseconomisch ontslag wordt meestal aangevraagd als een laatste redmiddel voor het bedrijf. Dit noodzakelijke ontslag wordt aangevraagd om te voorkomen dat het bedrijf failliet gaat. In de praktijk komt het echter ook voor dat de bedrijven ondanks ontslagrondes toch nog financieel ten onder gaan. Voor de ontslagprocedure is een bedrijf echter gebonden aan regels. Hierbij komt onder andere de term afspiegelingsbeginsel aan de orde. Hieronder is meer informatie weergegeven over de werkwijze die bij het afspiegelingsbeginsel wordt gehanteerd.

Wat is het afspiegelingsbeginsel?
Het afspiegelingsbeginsel is een selectiemethode die een bedrijf verplicht moet toepassen wanneer werknemers worden ontslagen vanwege bedrijfseconomische redenen. Het afspiegelingsbeginsel is ingevoerd op 1 maart 2006. Daarvoor werd voor ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen nog het last in, first out-beginsel gehanteerd.

Het afspiegelingsbeginsel werd in het verleden vooral gebruikt door het UWV Werkbedrijf maar tegenwoordig passen ook kantonrechters dit beginsel toe bij het toetsen van ontslagprocedures. Het afspiegelingsbeginsel is dus zowel bij het UWV Werkbedrijf als bij de kantonrechter een belangrijke toetssteen voor het bepalen van de juridische juistheid van een ontslagronde. De werkgever mag overigens zelf bepalen bij welke erkende  ontslaginstantie de ontslagaanvraag wordt ingediend.

Vijf leeftijdsgroepen
Bij het afspiegelingsbeginsel wordt gekeken naar de leeftijd van de werknemers. De werknemers worden in vijf opeenvolgende leeftijdscategorieën of leeftijdsgroepen ingedeeld:

  • Werknemers van 15 tot 25 jaar
  • Werknemers van 25 tot 35 jaar
  • Werknemers van 35 tot 45 jaar
  • Werknemers van 45 tot 55 jaar
  • Werknemers van 55 jaar en ouder

Dienstverband
Na deze indeling van werknemers in leeftijdsgroepen wordt naar het dienstverband van de werknemers gekeken. De werkgever is verplicht dat de ontslagen gelijkmatig worden verdeeld over de leeftijdsgroepen. Hierdoor blijft de leeftijdsopbouw van het personeelsbestand van een bedrijf grotendeels gelijk. Bij elke leeftijdsgroep wordt voor de werknemer met het kortste dienstverband ontslag aangevraagd. Dit wordt ook wel het last in first out principe genoemd.

Uitwisselbare functies
Een andere term die vaak naar voren komt bij het toepassen van het afspiegelingsbeginsel is de term: ‘uitwisselbare functies’. Met uitwisselbare functies bedoelt men functies die op het gebied van kennis, competenties en vaardigheden van vergelijkbaar niveau zijn ook op het gebied van de beloning.

Bij het afspiegelingsbeginsel worden functies ingedeeld in categorieën. Dit wordt een categorie uitwisselbare functies genoemd. Binnen deze categorie kijkt men naar de leeftijdsopbouw van de werknemers op basis van de eerder genoemde vijf leeftijdsgroepen. Vervolgens kijkt men naar de duur van de dienstverbanden van de werknemers en wordt degene die het laatst is aangenomen het eerst voor ontslag voorgedragen.

Is het afspiegelingsbeginsel eerlijk?
Door bovenstaande tekst kan men zichzelf de vraag stellen of het afspiegelingsbeginsel wel eerlijk is. Er wordt namelijk niet gekeken naar het functioneren van de werknemer zelf en de kwaliteit die de werknemer biedt aan zijn of haar werkgever. In plaats daarvan kijkt men puur naar de leeftijd, de functie en de duur van het dienstverband. Uiteindelijk is het afspiegelingsbeginsel wel een redelijk eerlijk systeem al zullen er altijd werknemers zijn waarvoor dit systeem minder gunstig uitpakt.

Wat is research & development en Onderzoek & Ontwikkeling waarom is dit belangrijk?

Research & development (R&D)is een Engelse term die in het Nederlands kan worden vertaald met Onderzoek & Ontwikkeling (O&O). Research & development is het gehele proces dat binnen een bedrijf plaatsvindt met betrekking tot het onderzoeken en ontwikkelen van nieuwe producten en technologische oplossingen. Soms wordt dit proces ook wel Speur- en Ontwikkelingswerk genoemd, dit wordt afgekort met S&O. Grote bedrijven in de techniek en de maakindustrie kunnen een speciale afdeling hebben voor Research & development. Deze afdelingen worden R&D afdelingen genoemd. Er zijn ook bedrijven die Research loskoppelen van Development.

Waarom is research belangrijk?
Voordat men gaat ontwikkelen zal men eerst onderzoek moeten doen. Tijdens dit onderzoek wordt aandacht besteed aan materialen en ontwerp. Ook wordt gekeken naar de technische specificaties die aan de orde moeten komen bij de vormgeving van het product. Ergonomische aspecten kunnen ook een rol spelen wanneer het een product betreft dat door mensen wordt gebruikt of bediend. Natuurlijk dienen producten die in Nederland worden ontwikkelt ook aan strenge normen te voldoen met betrekking tot veiligheid en kwaliteit. Research is belangrijk omdat een goed onderzoek kan voorkomen dat producten worden ontwikkelt die niet aan de gestelde wensen of eisen voldoen.

Wat verstaat men onder development?
Zodra men de informatie in de onderzoeksfase in kaart heeft gebracht kan men de volgende fase ingaan, dit is development oftewel de ontwikkelingsfase. De overgang tussen de onderzoeksfase naar de ontwikkelingsfase is het maken van verschillende prototypes. De prototypes worden getest en daarnaast wordt er gekeken of deze aan de gestelde normen en eisen voldoen. Als dit het geval is kan men over gaan tot de productie. Development is de daadwerkelijke ontwikkeling van producten. Het is belangrijk dat men bij development de informatie gebruikt die tijdens de researchfase is verzameld.

Research & development en de economie
Innovatie is zeer belangrijk voor de concurrentiepositie van een land. Doormiddel van Research & development wordt gestreefd naar nieuwe producten en diensten waarmee oplossingen kunnen worden geboden die in de behoeften kunnen voorzien van potentiële klanten. Veel bedrijven hechtten dan ook waarde aan R&D afdelingen. Met name bedrijven die in markten actief zijn waarin de technologische ontwikkelingen in een hoog tempo elkaar opvolgen. Hierbij kan gedacht worden aan de computerbranche en de telecomsector.

Niet alleen bedrijven investeren in Research & development, ook regeringen en andere organisaties investeren in het ontwikkelen van nieuwe producten. Overheden kiezen er soms voor om geld beschikbaar te stellen aan bedrijven die nieuwe producten ontwikkelen. Dit geld wordt meestal in de vorm van subsidies beschikbaar gesteld. Hierbij kan gedacht worden aan subsidies van lokale overheden maar ook aan subsidies vanuit Europa.

Opleidingsinstituten zoals technische universiteiten leveren ook een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën en innovaties. Veel bedrijven zoeken daarom de samenwerking met hoge scholen en universiteiten op. Hierdoor wordt niet alleen het kennisniveau voor bedrijven vergroot, de universiteiten krijgen ook praktijkkennis en praktische opdrachten die uitdaging bieden voor hun studenten. Innovatie is iets dat integraal moet worden gestimuleerd in de economie. Alleen dan kan de economische concurrentiepositie van een land structureel worden verbeterd. Innovatie is een wezenlijk onderdeel van de kenniseconomie.

Wat houdt het begrip kenniseconomie in en wat is het verband tussen kennis en innovatie?

Kennis is belangrijk voor een beschaving. Nadat God de aarde en mens had gecreëerd, had de mens de mogelijkheid om de aarde en de daarop aanwezige grondstoffen te benutten. De mens begon zelf met het creëren van eenvoudige werktuigen en gebruiksvoorwerpen. De menselijke beschaving heeft door de eeuwen heen een enorme groei doorgemaakt. Er zijn verschillende beschavingen geweest op aarde die voorop liepen ten opzichte van andere beschavingen in dezelfde periode. De reden waarom bepaalde beschavingen hoger waren dan andere beschavingen had soms te maken met een gunstige ligging, bijvoorbeeld bij vruchtbare grond of een gebied met veel belangrijke grondstoffen. Toch is het belangrijkste onderscheid tussen beschavingen het verschil in techniek en technologie. Door technisch beter ontwikkelt te zijn dan omringende bevolkingsgroepen konden beschavingen invloed uitoefenen in een grote regio. Kennis en macht zijn nauw aan elkaar verbonden. Dat is tot op de dag van vandaag nog steeds het geval.

Kennis en economie zijn aan elkaar verbonden
Belangrijke levensmiddelen en grondstoffen vormden in het prille begin van de mensheid op aarde de belangrijkste ruilmiddelen. Na verloop van tijd werden grondstoffen zoals goud, zilver, brons en andere metalen verwerkt in muntstukken. Geld werd een nieuw ruilmiddel en economieën ontstonden. Edelmetalen zoals goud en zilver waren het meest waardevast omdat deze metalen nauwelijks corroderen. Goud en zilver kon echter niet overal gevonden worden. Om goud en zilver te bemachtigen moest men er voor zorgen dat er producten en werktuigen werden geproduceerd die zo gewenst waren dat men bereid was om er goud en zilver voor te betalen.

Er ontstonden verschillende ambachten. De ambachten gingen na verloop van tijd in Europa samenwerking in gilden. Toen de industrialisatie begon door de uitvinding van de stoommachine werden verschillende productieprocessen gemechaniseerd. Machines namen de taken van mensen over. Landen die gebruik maakten van gemechaniseerde productieprocessen konden veel producten leveren zonder dat er veel arbeidskrachten betaald hoefden te worden. Deze landen hadden technologisch een voorsprong omdat ze de juiste kennis hadden om productieprocessen effectiever te laten verlopen. Door dit hogere kennisniveau konden de landen meer geld verdienen en draaiden hun economieën over het algemeen beter dan landen die een lager kennisniveau hadden. Kennis en economie zijn tot op de dag van vandaag nauw aan elkaar verbonden.

Verband tussen kennis en innovatie
Doordat kennis wordt toegepast kan innovatie worden gerealiseerd. Innovatie houdt verband met het ontwikkelen en implementeren van nieuwe producten en processen. Innovatie is een proces en wordt ook wel innovatieproces genoemd. Het moet voortdurend worden verbetert om een goede concurrentiepositie te behouden. Daarom moet worden geïnvesteerd in kennis. Dit was het grote probleem bij gilden in de middeleeuwen. Mensen die tot een gilde behoorden moesten de producten precies zo maken als de andere leden van het gilde deden. Een gildemeester zorgde er voor dat leerlingen de producten precies zo maakten als in het gilde gebruikelijk was. Ruimte om compleet afwijkende producten te maken was en niet of nauwelijks. Kennis werd doorgegeven maar werd bijna niet verrijkt. Daardoor ontstond bij veel gildes niet of nauwelijks innovatie. Dat was over het algemeen ook niet erg want andere leden van het gilde maakten precies dezelfde producten waardoor concurrentie onderling nauwelijks aanwezig was. Daarnaast hadden gilden bijna of geheel een monopolypositie met betrekking het leveren van bepaalde producten en diensten. Tegenwoordig is dat anders. Binnen de grenzen van een land heerst concurrentie. Ook buiten de grenzen van landen vind concurrentie plaats. Bedrijven zijn niet verzekerd van omzet en afzet. De sterk verbeterde transportmogelijkheden zorgen er voor dat het relatief eenvoudig is om goederen van het ene land naar een ander land te transporteren. Daarom moeten landen er voor zorgen dat ze voldoende kennis hebben voor de ontwikkeling van innovaties. Wanneer dit niet gebeurd wordt de concurrentiepositie na verloop van tijd steeds zwakker.

Innovatie op opleidingsinstituten in Nederland
Nederland is een land van regels en wetten. Dat is natuurlijk goed maar men moet uitkijken voor de vergissingen die in het verleden zijn gemaakt. Het is belangrijk om kennis over te dragen maar er moet ruimte blijven voor innovaties. Door zeer strenge kwaliteitseisen te stellen aan producten en duidelijk voor te schrijven hoe producten er uit dienen te zien bestaat de kans dat innovatie geen ruimte meer krijgt.

Dit kan gebeuren op opleidingsinstituten waar leerlingen en studenten wordt gevraagd om een bepaalde oplossing te bedenken voor een technisch probleem. Docenten die in minder ruime kaders denken zullen de theorie zeer nauwgezet naast de werkstukken van leerlingen leggen. Hierdoor zullen leerlingen geneigd zijn om datgene te produceren wat al eerder beproeft is. Dit is de veilige weg naar een goede beoordeling. Deze leermethode schaad echter het creatief denken van leerlingen en studenten. In het bedrijfsleven wacht hen een enorme uitdaging om buiten de kaders nieuwe producten te ontwikkelen waarmee ze hun bedrijf op een hoger niveau kunnen brengen ten opzichte van de concurrentie.

Verschillende technische opleidingsinstituten begrijpen dat lesstof ruimte moet bieden aan innovaties. Daarom wordt meer vanuit een opdracht of casus gewerkt. Bij de beoordeling van het resultaat wordt gekeken naar technische aspecten en veiligheidsaspecten. Ook de gebruiksvriendelijkheid van nieuwe producten is belangrijk. Studenten en leerlingen krijgen meer ruimte om werkstukken te maken die aan deze algemene eisen voldoen. Dit is van groot belang voor de technologische innovaties die Nederland in de toekomst nodig heeft.

Kenniseconomie en de regering
De regering van Nederland heeft de uitdaging om opleidingsinstituten voldoende te ondersteunen bij het creëren van een uitdagende leeromgeving van studenten en leerlingen. Daarnaast moet de regering ook de wet en regelgeving goed bekijken. Welke wet en regelgeving is noodzakelijk voor een land met betrekking tot het ontwikkelen van innovaties en welke wetten en regels staan een innovatieproces in de weg? Dit zijn vragen die niet alleen van belang zijn voor opleidingsinstituten, ook het bedrijfsleven wil hierop graag antwoorden zien. Bedrijven in opkomende economieën hebben meestal te maken met minder wet en regelgeving waardoor in die landen meer ruimte is voor pionieren, innoveren en uitvinden. In Nederland zou ook een klimaat moeten worden gecreëerd waarin ruimte is voor deze processen. Dan wordt het kennisniveau in Nederland groter en krijgt het land een sterke positie als kenniseconomie.

Wat is de betekenis van het woord industrie en waarom is industrie belangrijk voor een economie?

In een economie zijn verschillende elementen aanwezig die er voor zorgen dat geld wordt verdiend. Een land heeft verschillende sectoren waarmee het zich kan onderscheiden ten opzichte van andere landen. Men spreekt van een sterke concurrentiepositie wanneer een land producten produceert waar veel vraag naar is en weinig andere landen concurrerende producten produceren. Een land met vooruitstrevende technologische ontwikkelingen zal goed in staat zijn om producten te produceren die voorzien in de behoeften van consumenten en bedrijven. Daarom is het belangrijk dat een overheid investeert in de industrie. De industrie is een belangrijk onderdeel van de economie.

Wat is industrie?
Producten kunnen op verschillende manieren worden vervaardigd. Men kan producten ambachtelijk maken in een kleine werkplaats of men kan er voor kiezen om producten seriematig te produceren in fabrieken. In het laatste geval spreekt men over het algemeen van industrie vooral wanneer het productieproces wordt gekenmerkt door robotisering en automatisering. In een industrie draait het om het leveren van producten, materialen en artikelen. Het leveren van diensten hoort tot de dienstverlenende sector. Binnen de industrie kunnen echter wel mensen werkzaam zijn die dienstverlenende werkzaamheden verrichten.

De kern van de industrie is gericht op bedrijven die doormiddel van machines producten maken uit grondstoffen. Het woord industrie is afgeleid van het Latijnse woord  Industria, wat staat voor bedrijvigheid en ijverig. Men spreek van industrialisatie wanner men onderdelen van een productieproces of een compleet productieproces gaat mechaniseren. Hierbij kan gedacht worden aan het invoeren van een fabriekssysteem in een bedrijf. De industrie bestaat uit verschillende branches en industrietakken. Elke branche levert draagt een specifiek gedeelte bij aan de economische productie van een land. Voorbeelden van industrieën zijn farmaceutische industrie, metaalindustrie, procesindustrie, petrochemische industrie en kledingindustrie.

Waarom is de industriële sector belangrijk voor een economie?
Wanneer een land niets produceert zal een land op andere manieren geld moeten verdienen. Vaak moet een land dan eerst producten van andere landen importeren en vervolgens weer transporteren naar een ander land. Een land vormt dan een doorvoerhaven voor producten. Als doorvoerhaven is de positie van een land niet erg stevig. Wanneer een land echter zelfstandig producten produceert zal het land moeten concurreren met de producten van andere landen. Lage loonlanden hebben concurrentievoordeel met betrekking tot lage loonkosten. Westerse landen proberen loonkosten te besparen door verregaande industrialisatie in te voeren in fabrieken. Veel productieprocessen worden daardoor gemechaniseerd. Het is belangrijk dat producten gewild zijn op de markt. De vraag naar producten verandert. De behoeften en wensen van consumenten veranderen ook. Daarom is het belangrijk dat landen investeren in nieuwe technieken, technologieën en oplossingen bedenken waarmee ingespeeld wordt op de behoeften van eventuele afnemers. Dit vergt echter veel kennis en marktinzicht. Een belangrijk deel van een economie draait om kennis. De woorden economie en kennis worden ook wel aan elkaar verbonden. Hierdoor ontstaat het begrip kenniseconomie. De industrie en industrialisatie zijn sterk verbonden aan de kenniseconomie van een land. Veel landen en regeringen verwerken het woord kenniseconomie in beleidsdocumenten waarmee ze duidelijk willen maken dat ze de economie willen stimuleren door de focus te leggen op kennis.

Economische groei in Nederland in 2014 niet hoog

De nieuwswebsite Nu.nl heeft een interview gehad met twee hoogleraren. Dit waren de hoogleraar economie Sweder van Wijnbergen van de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar financiële economie Sylvester Eijffinger van de Universiteit van Tilburg. Het interview ging over de economische verwachtingen voor 2014. Hierbij kwamen ook de cijfers aan bod die door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werden gepubliceerd over 2013. Het CBS gaf in haar rapport aan dat de economie in Nederland in het derde kwartaal met 0,1 procent is gegroeid ten opzichte van kwartaal twee van 2013.

De geïnterviewde hoogleraren gaven aan dat de economie in Nederland niet sterk zal groeien. Vermoedelijk komt het groeipercentage van de economie in 2014 niet boven de 1 procent van het  bruto binnenlands product. Wanneer de economie met een half procent of iets meer zou stijgen mogen we in Nederland al blij zijn. Volgens hoogleraren zit de Nederlandse economie nu op de bodem. De economie zal wel weer gaan groeien maar ze verwachten daarin geen grote sprongen.

De woningbouw speelt een belangrijke rol bij de groei van de economie volgens de hoogleraren. Ze zijn van mening dat het kabinet meer moet doen om de woningbouw te stimuleren. Volgens de hoogleraren lijkt het kabinet niet effectief met de woningmarkt om te gaan. Het geld dat weggehaald wordt bij de woningcorporaties en de moeite waarmee starters een hypotheek kunnen nemen worden als belangrijke oorzaken genoemd. Volgens de hoogleraren kan het geld bij oude hypotheken beter worden weggehaald. Om dit te bewerkstelligen moet de hypotheekrenteaftrek sneller en forser worden beperkt.

Reactie Technisch Werken
De hoogleraren geven een mening waarmee veel mensen het eens zullen zijn in Nederland. Het kabinet moet de woningmarkt stimuleren. Op dit moment gebeurd er nog weinig vanuit het kabinet om de woningmarkt te laten groeien. De grote hoeveelheden mensen die worden ontslagen in de bouwsector tonen aan dat er nog weinig nieuwe woningen en bedrijfspanden worden gebouwd in Nederland. Er vindt nauwelijks doorstroom plaats. Mensen die verhoudingsgewijs veel verdienen blijven daardoor in starterswoningen wonen. Hierdoor ontstaan voor starters weinig kansen op de woningmarkt. Ook het feit dat banken moeizaam hypotheken verstrekken zorgt er voor dat er weinig woningen worden verkocht. Zowel de banken als de overheid moeten structureel iets veranderen anders blijft de woningmarkt een groot probleem vormen voor het economisch herstel van Nederland.

Nederland uit recessie volgens CBS

Donderdag 14 november 2013 publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers over de economische ontwikkelingen in Nederland. Hieruit kan worden geconcludeerd dat Nederland uit de recessie raakt. Nadat de Nederlandse economie over een periode van vier kwartalen een krimp heeft laten zien ontstaat er nu een klein herstel. In het kwartaal drie van 2013 is er een positief groeicijfer  ten opzichte van de periode daarvoor.

Het groeicijfer is echter wel zeer klein. Ten opzichte van het tweede kwartaal is de Nederlandse economie in het derde kwartaal met 0,1 procent gegroeid. Wanneer het derde kwartaal van 2013 echter wordt vergeleken met het derde kwartaal van 2012 dan is de Nederlandse economie alsnog gekrompen met 0,6 procent.

Werkloosheid
De werkloosheid neemt toe. Het derde kwartaal laat een stijging zien van de werkloosheid ten opzichte van kwartaal twee. In totaal verdwenen er in het derde kwartaal 46.000 banen in Nederland in 2013. De stijging van de werkloosheid neemt nog niet af. Sinds 2011 is er nog geen einde gekomen aan de oplopende werkloosheid. Wanneer de werkloosheid van het derde kwartaal van 2013 wordt vergeleken met het derde kwartaal in 2012 is de werkloosheid nog harder gestegen. Een vergelijking van deze kwartalen laat een stijging van de werkloosheid zien van 160.000 banen. Dit zorgt voor een daling van twee procent in kwartaal drie van 2013 ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2012. Het banenverlies in deze periode is daarmee het grootste banenverlies dat in Nederland heeft plaatsgevonden ten opzichte van 1995.

Veel banen zijn verloren gegaan in de bouwsector. De bouw lijkt in Nederland moeilijk te herstellen. Buurland Duitsland heeft daarentegen een groei in de bouw. Ook België doet het verhoudingsgewijs goed. De woningmarkt in Nederland komt nog onvoldoende op gang. Veel mensen aarzelen met de aanschaf van een woning en zijn onzeker of ze de hypotheek wel kunnen betalen. Hierbij speelt het behoud van een baan een belangrijke rol.

Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën geeft als reactie op de cijfers van het CBS dat het herstel van Nederland nog heel pril is. Nederland moet volgens hem opklimmen uit een diep dal. Minister  Dijsselbloem geeft aan dat we nog niet te optimistisch moeten worden over deze cijfers. Er verdwijnen nog banen en daarnaast wordt er door Nederlandse consumenten nog weinig besteed. Ook de overheidsfinanciën zijn nog niet geheel op orde. Dit laatste moet goed op orde worden gebracht om de economie van Nederland echt te laten groeien.

Reactie Technisch Werken
De cijfers van het CBS zijn niet zo positief dat we echt van een herstel kunnen spreken. Een groei van 0,1 procent is niet heel hoog. De economie is sterk afhankelijk van vertrouwen. Dit vertrouwen speelt ook een rol bij de binnenlandse bestedingen. Wanneer mensen daarnaast een vermindering ervaren in de koopkracht is de economie ver weg van een structureel herstel. Berichten over het al dan niet nut hebben van loonmatiging en bezuinigingen zorgen er voor dat Nederland niet unaniem achter het beleid van het Kabinet staat. Het Kabinet lijkt stevige bezuinigingen nog steeds te zien als de beste oplossing om uit de crisis te komen. De bevolking volgt het voorbeeld van de Overheid en bezuinigd ook op de uitgaven. Geen wonder dat de binnenlandse bestedingen niet omhoog gaan. Daar lijden de winkels en bedrijven in de maakindustrie onder.

Nederlandse economie hersteld in 2014 niet volledig

In tegenstelling met de eerdere positieve berichtgeving van de ABN Amro over de economie in 2014 zijn er ook minder positieve berichten die over het komend jaar worden genoemd. Het blijkt voor economen en financiële instanties erg moeilijk om de economische ontwikkelingen voor het komend jaar te voorspellen. De economen van de Rabobank hebben woensdag 13 november 2013 hun beeld over de economie over 2014 in een rapport gepubliceerd.

Het rapport van de Rabobank
Uit het rapport van de economen van de Rabobank komt naar voren dat het op dit moment zeer onverstandig is om extra bezuinigingen in te voeren. Volgens de economen zal in 2014 de economie nog niet volledig zijn hersteld. Hoewel de wereldeconomie langzamerhand verbeteringen laat zien blijft de Nederlandse economie achter. Dit heeft te maken met binnenlandse problemen en een stijgende werkloosheid. De economen van de Rabobank hebben kritiek op het beleid van het kabinet. De voorstellen van het kabinet om in 2014 nog eens zes miljard extra te bezuinigen vallen bij de economen in slechte aarde.

In 2014 moet de overheid er voor zorgen dat economisch alles weer op orde komt. Daar hebben ook de consumenten behoefte aan.

Reactie Technisch Werken
Het bericht van de economen van de Rabobank sluit niet naadloos aan bij berichten die eerder vanuit de ABN Amro naar voren kwamen over de economie in 2014. Economen hebben moeite met hun voorspellingen. De economische crisis werd door veel economen ook niet voorspeld. De manier waarop de economische crisis het beste kan worden opgelost zorgt voor veel discussie. Sommige economen beweren dat bezuinigen de beste methode is terwijl anderen juist aangeven dat mensen moeten worden gestimuleerd om meer uitgaven te doen. Dit zijn twee uitersten die moeilijk bij elkaar kunnen komen.

Nederlandse banken zijn betrouwbaar

De betrouwbaarheid van banken over de wereld wordt door diverse instanties nauwlettend in de gaten gehouden. Dit wordt onder andere door kredietbeoordelaars. Standard & Poor’s is een kredietbeoordelaar die dinsdag 12 november 2013 een rapport uitbracht over de bankensector in Nederland. Volgens S&P zijn de banken in Nederland ten opzichte van andere landen in de wereld zeer betrouwbaar. De banken van Nederland worden topspelers genoemd op de wereldmarkt.

De banken van Nederland zijn volgens  Standard & Poor’s divers en rijk. Daarnaast hebben de banken een ‘open economie’. Banken worden ingedeeld in verschillende risicogroepen, die ook wel risicoschalen worden genoemd. Hiermee wordt inzichtelijk welke bank betrouwbaar is en welke minder aan zijn verplichtingen (kan) voldoen. De risicoschalen lopen van 1 tot en met 10. Hierbij is risicoschaal 1 het hoogst haalbare. Banken met een inschaling op risico 1 zijn uitermate betrouwbaar. Risicoschaal 10 is de aller slechtste score die een bank kan hebben. Wanneer een bank in deze schaal is ingedeeld is de bank niet kredietwaardig en zijn er risico’s verbonden aan het zaken doen met deze banken.

Bij het indelen van banken in risicoschalen wordt door Standard & Poor’s gekeken naar een aantal factoren. In totaal wordt op zes verschillende factoren gelet. Deze factoren zijn als volgt:

  • Economische risico’s
  • Het activiteitenprofiel van de banken
  • De rentabiliteit en het kapitaal van de banken
  • Risicoprofiel van de banken
  • Liquiditeit en financiering
  • De bankindustrie waarin de banken activiteiten onplooien

 

De Nederlandse banken worden door Standard & Poor’s ingeschaald in schaal 3. Hieruit kan de conclusie getrokken worden dat deze banken zeer betrouwbaar zijn. De banken van Nederland staan in dezelfde categorie als de banken van Denemarken, Groot-Brittannië, Nieuw-Zeeland en de VS. Er zijn ook zwakke kanten verbonden aan de Nederlandse banken en de manier waarop de overheid deze banken heeft gecontroleerd (en gered) de afgelopen jaren. De manier waarop gereageerd werd door de toezichthouders gedurende de uitbreiding van banken vanaf de crisisperiode wordt gezien als een zwaktepunt door Standard & Poor’s.

Reactie Technisch Werken
Ondanks de verschillende negatieve nieuwsberichten over Nederlandse banken staan de banken van Nederland wereldwijd nog zeer hoog aangeschreven. Ze staan in dezelfde categorie als toonaangevende landen in de wereldeconomie zoals de VS en Groot-Brittannië. Nederlandse banken zijn daardoor zeer kredietwaardig. Desondanks zijn deze banken zeer terughoudend bij het verstrekken van kredieten aan bedrijven en particulieren. Hierdoor kunnen veel bedrijven en consumenten geen grote investeringen doen. Dit heeft tot gevolg dat de economie in Nederland maar moeizaam op gang komt. Lenen is niet aantrekkelijk door de hoge rentes en de terughoudendheid van banken. De houding van banken is opmerkelijk want banken kunnen zelf vanuit Europa zeer goedkoop lenen. De lage rente waartegen banken kunnen lenen zorgt er echter wel voor dat de spaarrentes onder druk komen te staan. Hierdoor gaat de koopkracht van consumenten nog niet verder omhoog. De banken vormen een belangrijke sleutel om de economie weer in beweging te krijgen.

Faillissementen nemen toe

De laatste maanden wordt er in het nieuws volop gesproken over een opleving van de economie. Bedrijven doen het weer wat beter en het aantal mensen dat uit een WW-positie werk vindt neemt toe. Ook banken zoals de ABN Amro verwachten dat het komende jaar een gunstig jaar zal worden voor Nederland. Er zou in tegenstelling tot 2013 weer een kleine economische groei zichtbaar worden. Daarom zouden banken de voorwaarden om kredieten te verstrekken aan bedrijven en particulieren versoepelen.

Het Centaal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakte maandag 11 november 2013 bekend dat het positieve nieuws over de economie voor een aantal bedrijven te laat is gekomen. In de maand oktober van 2013 is het aantal faillissementen bij bedrijven weer toegenomen. Ten opzichte van de maand september nam het aantal faillissementen met 147 toe. Het totaal aantal aan faillissementen in oktober was 743. In dit aantal heeft het CBS het aantal faillissementen van eenmansbedrijven niet meegerekend.

Het aantal faillissementen was in september 2013 op het laagste niveau van het hele jaar. Het totaal aantal faillissementen stond toen op 595 bedrijven en instellingen. Volgens het CBS is de opmerkelijke stijging van het aantal faillissementen in oktober voor een deel te wijten aan een extra zittingsdag waardoor meer faillissementen konden worden uitgesproken.

Het aantal bedrijven dat in 2013 het faillissement moest aanvragen ligt hoger dan in 2012. In de eerste tien maanden van 2013 werden nog 7097 faillissementen uitgesproken over instellingen en bedrijven. Wanneer dit wordt vergeleken met dezelfde periode in 2012 dan komt daar een stijgingspercentage uit voort van 14 procent. Veel bedrijven die onder de faillissementen vallen waren actief in de bouwsector, de handel en de overige zakelijke dienstverlening.

Reactie Technisch Werken
Het is altijd jammer om tussen de positieve berichten over de economie  te worden geconfronteerd met de feiten van een onderzoeksbureau die een andere tendens laten zien. De bouw is een sector die moeite heeft om uit het economische dal te klimmen waar veel bedrijven in zijn geraakt sinds de economische crisis. De bouw is sterk afhankelijk van de koopkracht van consumenten op het gebied van grote uitgaven. De aanschaf van woningen en bedrijfspanden zijn hoge investeringen voor zowel particulieren als bedrijven. Deze investeringen worden vaak uitgesteld wanneer de economie nog niet voldoende aantrekt. De onzekerheid over de eigen financiële positie speelt hierbij een grote rol. Om echt een goed draaiende economie te krijgen is vertrouwen nodig van de burger. Dit vertrouwen moet niet alleen gericht zijn op de eigen inkomsten maar ook op de bankensector en de overheid. Wanneer de overheid en de banksector laten blijken dat ze dit vertrouwen waard zijn zal de economie weer een steuntje in de rug krijgen.

Economische groei in 2014 aldus ABN Amro

De vooruitzichten voor 2014 zijn positief. Verschillende bedrijven proberen voorzichtig een economische groei te voorspellen. Ook de ABN Amro hoort bij de bedrijven die een positief beeld hebben van de economie in 2014. Vrijdag 8 november 2013 bracht de ABN Amro een rapport uit waarin ze de verwachtingen voor 2014 uiteen heeft gezet.

In dit rapport is beschreven dat de Nederlandse economie zal groeien in 2014 dit in tegenstelling tot 2013. In 2013 is er nog sprake van een krimp in de economie. Deze krimp is 1 procent. Voor het jaar 2014 wordt een groei verwacht van een half procent door de ABN Amro.

De ABN Amro geeft aan dat in het derde kwartaal van 2013 al een groei merkbaar is in de economie. Dit is volgens de bank vooral te danken aan de export. De ABN sprak van een einde van de recessie waarmee Nederland te maken heeft gehad tot op dit moment.  Nu zijn de economische indicatoren duidelijk gunstiger dan eerder dit jaar.

Centraal Planbureau en
Naast de ABN Amro is ook het Centraal Planbureau (CPB) gunstig gestemd over de economische ontwikkelingen. De raming van het CPB en de ABN Amro komen met elkaar overeen. Het Centraal Bureau voor de Statistieken CBS kan nog meer duidelijkheid verschaffen over de economische ontwikkelingen in Nederland. Donderdag 14 november 2013 worden door het CBS de cijfers bekend gemaakt over de economische groei van Nederland in het derde kwartaal van 2013. Vanuit Europa wordt ook in Nederland een groei verwacht. De Europese Commissie raamt de groei van de Nederlandse economie op een lichte stijging van twee tiende procent in 2014.

Nederland ten opzichte van Europa
Ondanks de lichte groei die in 2014 wordt verwacht voor Nederland doet ons land het nog niet goed ten opzichte van andere landen in Europa. De groei die verwacht wordt in de economie van Nederland is lager dan andere landen. Echter moet de economie in andere landen in Europa soms ook vanuit een dieper dal opklimmen.  In de gehele Eurozone wordt een gemiddelde groei verwacht van 1,3 procent in 2014 door de ABN Amro.

Reactie Technisch Werken
De cijfers vanuit de ABN Amro komen overeen met de ontwikkelingen die in andere nieuwsberichten naar voren komen. Daaruit blijkt onder andere dat het aantal werkzoekenden dat in 2013 aan het werk is gekomen is gestegen. Daarnaast blijken uitzendbureaus over het dieptepunt heen te zijn met betrekking tot het aantal uitzenduren dat uitzendkrachten hebben gewerkt. De positieve berichtgeving vanuit banken zorgt er voor dat veel mensen een positieve kijk hebben op de marktontwikkelingen en bereid zijn om investeringen te doen. De banken hebben in eerdere berichten aangegeven dat ze ook soepeler zullen zijn met het verstrekken van financieringen. Hierdoor kunnen bedrijven meer investeringen doen.

Minder bedrijfskredieten door Nederlandse banken

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft vrijdag 25 oktober 2013 gemeld dat er minder bedrijfskredieten worden verstrekt door banken in Nederland. September 2013 is het aantal kredieten dat aan bedrijven in Nederland is verstrekt met 1,3 procent gedaald ten opzichte van het aantal kredieten dat is verstrekt in september 2012.

In augustus 2013 was het totaal aan kredieten dat door banken in Nederland verstrekt was aan bedrijven 6 miljard euro hoger dan de maand september. Het totaal van de kredieten van Nederlandse bedrijven was bij banken aan het einde van de maand september 345 miljard euro. De daling is al een aantal maanden bezig. Zo was in de daling van het aantal bedrijfskredieten tussen de maand juli en augustus ook vier miljard.

De Nederlandsche Bank (DNB) noemt twee hoofdoorzaken van de daling. De voorwaarden, die aan het verstrekken van krediet verbonden zijn,  zouden volgens de centrale bank zijn verscherpt. Bedrijven komen hierdoor minder snel in aanmerking voor een krediet. Banken hebben de voorwaarden voor kredietverstrekking verscherpt omdat ze daarmee de risico’s die hieraan verbonden zijn willen beperken. Een andere oorzaak voor de daling van het aantal kredietverstrekkingen is volgens de Nederlandsche Bank (DNB) dat bedrijven minder snel een krediet aanvragen. Bedrijven willen minder kredieten aanvragen omdat ze de schuldenlast niet willen verhogen.

Reactie van Technisch Werken
Een daling van het aantal kredieten is aan de ene kant goed nieuws, de schuldenlast wordt hierdoor immers verlaagd. Aan de andere kant kan de conclusie worden getrokken dat er minder investeringen plaatsvinden door het bedrijfsleven in Nederland. Dit is een minder gunstige ontwikkeling. Ook de terughoudende houding van bedrijven om kredieten aan te vragen kan een teken zijn dat bedrijven het vermoeden hebben dat ze de schulden niet (volledig) kunnen afbetalen. Bedrijven en banken zijn in ieder geval voorzichtiger geworden. Deze voorzichtigheid wordt bewust en onbewust door consumenten overgenomen. De koopkracht is al aan het dalen. Het consumenten vertrouwen stabiliseert maar moet wel worden verbetert als men de economie weer wil laten groeien.

Wat zijn edelmetalen en waar worden ze voor gebruikt?

Men spreekt van een edelmetaal wanneer men het over metaal heeft dat niet of nauwelijks door oxidatie wordt aangetast. De bestendigheid tegen oxideren zorgt er voor dat een edelmetaal over een vaste kwalitatieve massa beschikt. Edelmetalen behouden daardoor hun kwaliteit en daarmee hun waarde. Deze eigenschap maakt dat edelmetalen een lange geschiedenis hebben in de handel. Niet alleen muntstukken werden vervaardigd van verschillende edelmetalen, zoals bijvoorbeeld goud en zilver, edelmetaal werd en wordt ook nu nog gebruikt als onderliggende waarde voor het geld dat in de omloop is gebracht. Denk hierbij aan de internationale gouden standaard die in de periode 1871 tot 1900 tot stand werd gebracht en sindsdien voortdurend onderwerp was van internationale handel en discussie. De gouden standaard is een muntsysteem waarbij de waarde van geld verbonden is aan een bepaald gewicht in goud.

Edelmetalen zijn belangrijk voor de economie. Toch is de prijs van edelmetalen niet constant. De waarde van bijvoorbeeld goud kan stijgen en dalen. Edelmetalen zijn daardoor onderhevig aan de ontwikkelingen in de economie. Een stijgende vraag naar een edelmetaal zorgt er voor dat de prijs van dat edelmetaal stijgt. Wanneer het aanbod van een edelmetaal op de markt groter wordt zorgt dat er voor dat de waarde van het edelmetaal daalt. Een edelmetaal blijft kwalitatief even veel waard maar de prijs kan verschillen.

Verschillende edelmetalen
Er zijn verschillende edelmetalen bekend. Goud en platina zijn daarvan bekende voorbeelden. Deze edelmetalen zijn zeer goed bestand tegen oxidatie. Ook zilver is een bekend edelmetaal maar is wel gevoeliger voor oxidatie. Zilver kan na verloop van tijd een zwarte aanslag krijgen die met zilverpoets weer weggepoetst kan worden. Minder bekend zijn de edelmetalen Osmium, Rhodium, Iridium, Palladium en Ruthenium. Deze edelmetalen hebben allemaal unieke eigenschappen. Deze unieke eigenschappen zorgen er voor dat edelmetalen op verschillende manieren toegepast kunnen worden in de techniek.

Toepassing goud in sieraden
Edelmetalen zijn kostbaar en blijven kwalitatief in dezelfde staat. Dit maakt edelmetalen naast ruilmiddel in de handel ook geschikt voor sieraden. Goud komt bijvoorbeeld veel voor in sieraden, denk bijvoorbeeld maar aan een trouwring. Goud is roestvrij en is een dicht maar zacht materiaal. Wanneer het toegepast wordt in sierraden wordt de zuiverheid van goud aangegeven in karaat. Zuiver goud is 24 karaat. Dit is echter vrij zacht materiaal en daarom wordt goud vaak gelegeerd. Hierdoor wordt goud minder zuiver maar de legering zorgt er voor dat het sieraad wel sterker wordt. In Nederland zie je verschillende zuiverheidsgraden op de markt voor goud. Zo zijn er sieraden met 22 karaat goud, deze bevatten 91,7 procent goud. Ook 18 karaat goud komt voor, deze legeringen bestaan uit 75 procent goud. Daarnaast is ook 14 karaat in de omloop, dit bestaat voor 58,3 procent uit goud. Hieronder staan nog een aantal toepassingen van edelmetalen in de techniek.

Edelmetalen in de techniek
edelmetalen worden niet alleen gebruikt voor sieraden. Ook in de techniek worden ze toegepast vanwege de speciale eigenschappen die deze edelmetalen bevatten. Hieronder volgen een aantal voorbeelden van toepassingen van edelmetalen in de techniek:

  • Goud wordt onder andere gebruikt voor elektronische componenten en hoogwaardige elektrische schakelaars en connectoren.
  • Platina wordt bijvoorbeeld gebuikt in de petrochemische industrie. Hierbij  wordt platina gebruikt  in de raffinage van ruwe olie.
  • Zilver beschikt over een goede elektrische geleiding. Hierdoor is zilver geschikt om te verwerken in elektrische en elektronische producten zoals circuits. Ook voor het verbinden van componenten wordt zilver of worden zilverlegeringen gebruikt.
  • Rhodium wordt gebruikt in de chemische industrie als katalysator. Ook wordt het gebuikt als anodemateriaal in röntgentoestellen.
  • Osmium wordt als onderdeel van een legering gebruikt voor elektrische contacten.
  • Palladium wordt in de organische chemie gebruikt als katalysator.
  • Iridium is bestand tegen hoge temperaturen waardoor het geschikt is voor onder andere smeltkroezen of voor machineonderdelen die aan zeer hoge temperaturen bloot staan.
  • Ruthenium wordt gebruikt in verschillende legeringen (bijvoorbeeld met titanium of palladium) om deze harder en slijtvaster te maken.

Edelmetalen zijn kostbaar
Edelmetalen hebben bijzondere eigenschappen en  dat maakt ze gewild. Hierdoor wordt de prijs van edelmetalen opgedreven. Binnen de techniek worden edelmetalen, zoals hiervoor te lezen is, ook gebruikt. Vaak worden edelmetalen gebruikt in de techniek omdat onedele metalen zoals ijzer en zink niet over de gewenste eigenschappen beschikken. Wanneer edelmetalen in een product zijn verwerkt zorgt dat wel voor hogere grondstofkosten. Dit heeft weer tot gevolg dat de producten waarin edelmetalen zijn verwerkt kostbaar zijn.

Recessie duurt voort

De recessie duurt nog tot medio 2014 volgens het economisch bureau van de Rabobank. Dit bracht de Rabobank donderdag 12 september 2013 naar buiten. Volgens de bank zal de recessie nog tot juni 2014 voortduren. In 2013 zal de groei in de Nederlandse economie nog met 1,25 procent krimpen. Voor 2014 wordt een stabilisatie verwacht. Dan zal de groei ongeveer op nul staan. De Nederlandse economie bestaat echter uit verschillende sectoren. Niet elke sector zal de komende tijd even slecht draaien.

Nederlandse economie
De export van Nederland lijkt zich redelijk te herstellen. Toch is er nog geen sprake van echter groei in de Nederlandse economie. Volgens de bank wordt ongeveer 70 procent van de economische activiteiten bepaald door binnenlandse bestedingen. De huishoudens van Nederland moeten meer geld te besteden krijgen. Door een toename van deze koopkracht kunnen mensen meer producten aanschaffen en dat is goed voor het bedrijfsleven en de economie. Bron: nu.nl

Reactie technisch werken
Met de nieuwe bezuinigingen in het vooruitzicht zal de koopkracht van de Nederlanders niet in grote mate toenemen. Daarnaast is de werkeloosheid ook nog een probleem dat structureel moet worden aangepakt.

Uitzendsector hersteld langzaam

Volgens het economisch bureau van ABN Amro zal de uitzendsector in 2014 moeizaam herstellen. ABN Amro maakte haar verwachtingen over de uitzendmarkt dinsdag 10 september 2013 bekend door de  publicatie van een rapport. De komende tijd zal volgens het economisch bureau geen groot herstel plaatsvinden in de uitzendbranche. Het afgelopen jaar is de markt voor flexwerkers kleiner geworden. De krimp in de uitzendbranche is in 2013 tot op heden ongeveer 3 procent. Er lijkt in eerste instantie een einde te komen aan de krimp. Toch zal het herstel niet met grote sprongen plaatsvinden.

Uitzendbranche 2014
Voor 2014 zal de groei in werkgelegenheid voor uitzendpersoneel gestaag toenemen.  Een maximale groei van een half procent wordt verwacht voor de uitzendbranche. Dit heeft volgens de economen van de ABN Amro te maken met de langzame groei van de economie van Nederland. In 2014 zal deze groei ongeveer 0,4 procent zijn. De langzame groei heeft te maken met de bezuinigingen van het kabinet. Daarnaast neemt de werkloosheid onder de Nederlandse beroepsbevolking toe.

Uitzendbranche als economische graadmeter
Bedrijven gebruiken uitzendkrachten om flexibel in te spelen op de economische ontwikkelingen. Hierdoor vormt deze branche een goede graadmeter voor de economie. Wanneer het echter minder goed gaat met de economie zal de uitzendbranche dat ook als eerste merken. Daarom krimpt deze branche de afgelopen tijd. Ondanks dat geeft de ABN Amro aan dat de uitzendbranche bij een economisch herstel met vertraging reageert. Volgens de ABN zouden bedrijven in eerste instantie hun eigen personeel beter proberen in te zetten. Dit zou kosten besparen.

Personeelsplanning
Bovenstaande informatie van de ABN Amro maakt duidelijk waarom de krimp op de uitzendbranche plaatsvind en waarom het herstel zo moeizaam is. Daarnaast wordt duidelijk waarom bedrijven steeds hogere eisen stellen aan personeel. Personeel in de Technische sector moet bijvoorbeeld heel specialistisch zijn of juist heel breed opgeleid. Met specialisten kunnen hoogwaardige producten worden vervaardigd en met breed onderlegd en opgeleid personeel kan meer worden ‘geschoven’ op de werkvloer. Personeelsplanning is in een periode van economische krimp een uitdaging.

Uitzendkrachten blijven oplossing
Wanneer bedrijven echter onvoldoende mogelijkheden hebben om klussen af te ronden kunnen ze er voor kiezen om werk uit te besteden. De prijzen hiervoor staan wel onder druk in de meeste branches. Daarnaast is er natuurlijk de mogelijkheid om uitzendkrachten, gedetacheerd personeel of zzp-ers in dienst te nemen. Hoewel dat middel vaak als laatste wordt aangewend is het wel een middel dat werkt. In een economisch moeizame periode is er ruime keuze aan vakkrachten op de arbeidsmarkt.