Uitzendbureaus, maatschappelijk verantwoord ondernemen en energietransitie

De afgelopen maanden is steeds duidelijker geworden dat investeringsmaatschappijen duidelijke keuzes maken met betrekking tot de bedrijven, projecten en producten waarin ze investeren. Pensioenfondsen zoals Pensioenfonds Metaal & Techniek hebben hun beleggingsportefeuille verduurzaamd en maatschappelijk verantwoord gemaakt door niet meer te beleggen in de tabaksindustrie, bont- en wapenindustrie.

Deze ontwikkeling is logisch want het gaat beter met de economie en zowel investeerders als afnemers hebben meer te besteden en meer te kiezen. Klanten en overheden vinden maatschappelijk verantwoord ondernemen steeds belangrijker en hanteren dit ook steeds vaker als doorslaggevend criterium in de keuze om wel of geen opdrachten te gunnen.

Daarom is 2019 het ideale moment om als uitzendbureau belangrijke stappen te maken in de richting van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Uitzendbureaus kunnen stappen zetten om te verduurzamen en bedrijven te steunen die milieubewust opereren op de markt. Op die manier kunnen duurzame, groene uitzendorganisaties ontstaan. Een transitie richting een duurzame uitzendorganisatie hoeft niet in één stap te worden doorgevoerd, er kunnen deelstappen worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de volgende keuzes/ veranderingen:

Dienstverlening
Geen uitzendpersoneel meer bemiddelen voor de tabaksindustrie en andere ondernemingen die producten verkopen die zeer schadelijk zijn voor de mens en het milieu.

  • Nu technisch personeel schaars is er specifiek voor kiezen om het personeel in te zetten op (extra) duurzame projecten zodat die geen vertraging oplopen.
  • Uitzendkrachten en deta-krachten specifiek opleidingen aanbieden voor duurzame techniek, zoals het plaatsen van zonnepanelen, warmtepompen, vergistingsinstallaties en alle randapparatuur die daar bij hoort zoals slimme meters.
  • Oplaadpunten plaatsen voor elektrische auto’s bij bepaalde vestigingen waarmee het eigen wagenpark en andere auto’s opgeladen kunnen worden.
  • Invoering van een digitale ideeënbus op de website specifiek gericht op verduurzaming.

Materieel

  • De energievoorziening van de bedrijfspanden verduurzamen door het plaatsen van zonnepanelen, warmtepompen en andere installaties voor hernieuwbare energiebronnen.
  • In de marketing aandacht besteden aan relatiegeschenken die duurzaam zijn en van recyclebare materialen zijn gemaakt.
  • Minder printen en meer digitaliseren.
  • Elektrische auto’s invoeren voor intern personeel via een leasemaatschappij.
  • Werkkleding aanbieden die eerlijk is gemaakt met oog voor het loon en de arbeidsomstandigheden van de mensen die het gemaakt hebben.

De bovenstaande voorbeelden kunnen er voor zorgen dat de uitzendbranche in de markt belangrijke stappen zet op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De uitzendbranche is een intermediair. Dat betekent dat deze sector tussen vraag en aanbod in de arbeidsmarkt in staat. Dat zorgt er voor dat de uitzendbranche een belangrijke rol op zich kan nemen door beide kanten van de markt bewust te maken van verduurzaming. Door duidelijke keuzes te maken tussen klanten en markten kunnen ook sollicitanten specifiek richting duurzame techniek wordt begeleid naar werk. De meeste sollicitanten staan daar wel voor open. Sollicitanten zijn namelijk ook consumenten en consumenten worden milieubewuster. Iedereen wil, als hij of zij de keuze krijgt, een bijdrage leveren aan een duurzame maatschappij. Een uitzendbureau kan daarbij helpen als het uitzendbureau tenminste bereid is om bepaalde keuzes te maken. Dat vereist lef, inzicht en visie. De meeste uitzendbureaus hebben echter een afwachtende houding. Ze wachten af tot de concurrent stappen zet op het gebied van verduurzaming. Pas als de concurrent dit met succes doet zullen er veel uitzendbureaus gaan volgen. Toch moet er 1 uitzendorganisatie zijn die de eerste stap zet.

Conjunctuur en uitzendbureaus

Conjunctuur is een term die verband houdt met de economie en wordt gebruikt om veranderingen in de economische groei mee aan te duiden in een bepaalde periode. De economie is allerminst een stabiele factor. In plaats daarvan is de economie onderhevig aan politieke en sociale ontwikkelingen. Ook de aanwezigheid of afwezigheid van grondstoffen hebben een invloed op de economie en daardoor ook een invloed op de conjunctuur. De economie heeft echter op haar beurt weer invloed op de arbeidsmarkt. Als het goed gaat met de economie is het effect daarvan meestal merkbaar in de arbeidsparticipatie van de beroepsbevolking van een land. Juist op dit vlak vormen uitzendbureaus als intermediair op de arbeidsmarkt een belangrijke graadmeter.

Uitzendbureaus bewegen mee met de conjunctuur
Uitzendorganisaties bemiddelen flexibel personeel waaronder uitzendkrachten en gedetacheerd personeel die ook wel detakrachten worden genoemd in het vakjargon van het uitzendbureau. Daarnaast bieden veel uitzendbureaus ook payrollconstructies aan. In deze constructies worden payrollers ingezet bij grote bedrijven wanneer het wat drukker wordt. De meeste bedrijven zien flexkrachten als een effectieve oplossing om piekdrukte op te vangen en grote orders weg te werken. Om die reden worden uitzendbureaus vaak als één van de eerste organisaties benaderd voor extra personeel. Geen wonder dat uitzendbureaus worden beschouwd als graadmeter voor de economie. Wanneer het namelijk beter gaat met de economie en dus ook met de arbeidsmarkt dan zullen uitzendbureaus dat snel merken door de vacaturestroom die ze ontvangen van hun opdrachtgevers.

Beschikbaar personeel op de arbeidsmarkt
De toestroom van vacatures vanuit opdrachtgevers is slechts één aspect waarmee uitzendbureaus te maken krijgen. Uitzendondernemingen zijn een intermediair dat houdt in dat ze als een soort tussenpersoon actief zijn in de markt. Aan de ene kant van de markt staan de opdrachtgevers met de vraag om flexibel personeel en aan de andere kant is het aanbod van personeel in de vorm van werkzoekenden. Deze werkzoekenden kunnen zowel werkloos zijn als een baan hebben maar toe zijn aan een nieuwe (uitdagender) functie. Uitzendbureaus vervullen tussen dit vraag en aanbod van personeel een belangrijke rol. Het bij elkaar brengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt is namelijk niet eenvoudig.
De vraag naar personeel kan groter zijn dan het aanbod en andersom is ook mogelijk. Denk hierbij aan de economische crisis. Rond 2013 was de vraag naar technisch personeel en bouwpersoneel in Nederland rond een dieptepunt beland. Er werden veel ervaren krachten ontslagen of hun contracten werden niet verlengd. Inmiddels is in 2017 en 2018 de situatie omgekeerd en weten bedrijven niet meer waar ze ervaren technische krachten vandaan moeten halen zo druk hebben ze het. Juist dan schakelen bedrijven weer uitzendbureaus in om de zoektocht naar personeel zoveel mogelijk te verbreden.

Uitzendbureaus doen meer
Een uitzendbureau is echter meer dan een zoekmachine naar personeel of vacatures. Deze intermediairs doen veel meer op de arbeidsmarkt. Zo leveren ze ook loopbaanadviezen aan personeel. Uitzendkrachten en werkzoekenden kunnen vaak bij een uitzendbureau advies krijgen over de mogelijkheden die ze hebben op de arbeidsmarkt met hun cv, werkervaring en opleidingsniveau. Dat maakt dat uitzendbureaus een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van de loopbaanperspectieven van werkzoekenden. In de praktijk zijn veel uitzendbureaus actief met het verstrekken van opleidingen en cursussen aan uitzendkrachten om hun meerwaarde voor het uitzendbureau en de arbeidsmarkt te vergroten. Veel uitzendbureaus bieden specifieke opleidingen aan uitzendkrachten. Hierbij kun je denken aan BBL-trajecten maar ook aan opleidingen in de mechatronica, lasopleidingen, lascertificaten en veiligheidscertificaten zoals VCA Basis en VCA VOL. De laatste certificaten werden vooral door VCU uitzendorganisaties aangeboden maar tegenwoordig bieden zowel VCU uitzendbureaus als niet VCU gecertificeerde uitzendbureaus VCA certificaten aan hun uitzendpersoneel. De opleidingen en trainingen zorgen er in ieder geval voor dat uitzendkrachten worden ontwikkeld tot vakmensen die veilig kunnen werken in de bouw en de techniek. Dit zijn echter maar een paar voorbeelden. Er zijn natuurlijk veel meer aspecten waarop technische en niet-technische uitzendbureaus zich op richten.

Uitzendbureaus blijven belangrijk in de conjunctuur
De flexibilisering van de arbeidsmarkt is een feit. Kijk maar naar de groei in het aantal zelfstandigen zonder personeel oftewel de zzp’ers. Deze groep wordt steeds groter op de arbeidsmarkt maar de groep werknemers die als uitzendkracht werkt wordt ook steeds groter. Het UWV en andere instanties hebben al regelmatig opgemerkt dat er in tijden van economische groei veel werkzoekenden aan een baan geholpen worden door een uitzendbureau. Dat zal in de toekomst ook het geval blijven.

Uitzendbureaus helpen de arbeidsmarkt vooruit en zorgen er voor dat het aanbod aan personeel en de vraag vanuit de arbeidsmarkt goed met elkaar worden samengesmolten. Daarvoor is ervaring nodig en (loopbaan)begeleiding. Deze begeleiding vormt een aanvulling op de begeleiding die het UWV doet om mensen aan een passende baan te helpen. Deze aanvulling blijkt echter noodzakelijk te zijn omdat uitzendbureaus gezamenlijk een enorm netwerk hebben en daardoor snel kunnen schakelen. Werkzoekenden die een relevante cv hebben kunnen door het juiste uitzendbureau snel aan een schikte baan worden geholpen.

Wat is USG People?

USG People is een organisatie waaronder meerdere uitzendbureaus, payrollers en detacheerders vallen. USG is internationaal actief en heeft meer dan 100.000 werknemers. USG kennen we vandaag de dag als een grote intermediair die hoofdzakelijk actief is in Nederland, België en Frankrijk. Hieronder volgt een korte samenvatting over USG People. Deze samenvatting is opgesteld door Tjerk van der Meij tijdens zijn stage bij Unique Technicum voor zijn opleiding HRM die hij volgt bij de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL).

Unique Technicum vormt een onderdeel van USG daarom heeft Tjerk van der Meij een samenvatting over deze uitzendorganisatie geschreven voor zijn beeldvorming over de organisatie waar hij stage loopt. Onderstaande samenvatting gaat over de geschiedenis, de specialisering, de missie van USG People en USG op de huidige markt. 

Oprichting van Unique
In 1972 werd het uitzend- en detacheringsbureau Unique opgericht in Almere door Alex Mulder. 25 jaar later nam Unique een plaats in op de beurs. In 1997 werd het beursfonds Goudsmit overgenomen. Unique groeide hierna zeer snel, van één vestiging in Almere tot multinationale pionier. Vanaf het begin opereerde Unique hoofdzakelijk binnen Nederland, Frankrijk en België.

Unique wordt USG
In 2001 werd Secretary Plus overgenomen door Unique. Secretary Plus is een bemiddelingsbedrijf dat zich focust op het leveren van managers met een hoge opleidingsachtergrond. Na de overname van Secretary Plus veranderde Unique haar naam in United Services Group dat ook wel afgekort wordt met USG. De visie van USG was om maatwerk te leveren binnen het vakgebied waar de verschillende bureaus zich op focussen.

USG wordt USG People N.V.
In 2002 werd Start overgenomen, een uitzendbureau met een meer algemener veld binnen Nederland, Spanje en Italië. Vervolgens werd in 2005 Solvus overgenomen. Solvus is een organisatie die zich voornamelijk focust op het HR-beleid van hun inleners. Na de overname werd de naam verandert in USG People N.V. Om de Duitse markt te kunnen betreden nam USG het Duitse Allgeier DL over.

Focus op specialisatie
In 2013 nam USG het besluit om zich te kunnen specialiseren binnen een aantal vakgebieden.  Het algemene uitzendwerk werd opgesplitst in 4 hoofdmerken:

  • Startpeople,
  • Unique, hieronder valt ook Unique Technicum,
  • USG professionals, hieronder valt ook USG Engineering,
  • Secretary Plus.

Een jaar later, in 2014, werd het aanbod in de dienstverlening uitgebreid tot 5 dienstverlening bureaus:

  • Solvus,
  • Blue Carpet,
  • Endouble,
  • Adver-Online,
  • Connecting-Expertise.

In 2016 werd USG uiteindelijk zelf overgenomen door het Japanse Recruit, dit is een grote internationaal actieve HR-dienstverlener. In 2016 werd USG People de organisatie die we vandaag de dag kennen.

Missie
USG People houdt zich bezig mensen aan werk te helpen dat bij hun past. Anderzijds wil de USG natuurlijk organisaties voorzien van passende vakmensen. De USG is momenteel op de arbeidsmarkt een sleutelfiguur als het gaat om kandidaten te koppelen aan een geschikte functie. USG People beschikt over een brede expertise die ze over de afgelopen 45 jaar hebben opgedaan. USG People is uiteraard ook voor het streven en ontwikkelen van hun medewerkers, er zijn vele mogelijkheden voor opleidingen en andere ontwikkelingsmogelijkheden.

USG op de huidige markt
In oktober van het jaar 2015 publiceerde de Telegraaf een artikel over de omzet die USG boekte over het 3
e kwartaal van dat jaar. Met een omzet van 10% hoger dan het voorgaande jaar kwam de omzet uit op 684 miljoen euro. Ook in 2016 groeide de omzet in het eerste kwartaal naar 646,1 miljoen euro. USG bewerkt de markt momenteel zeer effectief. Deze grote uitzend- en detacheringsorganisatie heeft door haar focus op specialisatie weinig belemmering door concurrentie.  

Wanneer moet een uitzendbureau de inlenersbeloning toepassen?

De inlenersbeloning is een veelbesproken onderwerp bij uitzendbureaus. Tot januari hadden uitzendbureaus de mogelijkheid om uitzendkrachten de eerste 26 gewerkte weken conform de ABU-cao te belonen. Uitzendkrachten moesten na 26 werkweken bij dezelfde klant beloond worden conform de cao van de klant. Wanneer een uitzendkracht echter kan worden aangemerkt als vakkracht zal hij of zij vanaf zijn eerste werkdag conform de beloningsmethodiek van de inlener moeten worden beloond.

Vakkrachten en vakkrachtenregeling?
Een uitzendkracht kan als vakkracht worden aangemerkt wanneer hij of zij onder de vakkrachtenregeling valt. Deze regeling is opgenomen in artikel 20 van de CAO-ABU en artikel 37/ bijlage 10 van de NBBU cao. In dit artikel is omschreven aan welke voorwaarden een uitzendkracht moet voldoen als hij of zij als vakkracht moet worden aangemerkt. Daarbij is ook aangegeven wat dit betekent voor de beloning van de uitzendkracht.

Hieronder volgt een citaat van de: ‘cao voor uitzendkrachten 2012-2017, november 2012’.

Artikel 20 Vakkrachten

1. De CAO van de opdrachtgever kan specifieke bepalingen bevatten met betrekking tot de belo­ning van vakkrachten.

2. Partijen betrokken bij de CAO van de opdrachtgever kunnen aan de Beloningscommissie bij deze CAO verzoeken die bepalingen omtrent vakkrachten vanaf de aanvang van de verblijfsduur van de uitzendkracht bij de inlenende onderneming van toepassing te verklaren op uitzend­overeenkomsten. Deze bepalingen treden pas in werking na goedkeuring en publicatie door de Beloningscommissie.

3. De Beloningscommissie toetst of:

a. vakkrachten zijn gedefinieerd in termen van het behalen van een diploma en/of voor de functie relevante vakkennis en/of vakervaring in een sector;

b. de beloning voor vakkrachten is samengesteld uit niet meer dan de zes beloningselementen van de inlenersbeloning zoals bedoeld in artikel 19 lid 5 onder b. van de CAO;

c. de elementen van de aangemelde bepalingen omtrent vakkrachten tezamen dusdanig hoger in waarde zijn dan de elementen van de beloningsregeling van onderhavige CAO dat zij in redelijkheid moeten worden toegepast.

4. Indien de Beloningscommissie overweegt om de aangemelde bepalingen omtrent vakkrachten niet te accepteren zal zij in overleg treden met de partijen die de bepalingen hebben aangemeld.

5. De commissie neemt binnen zes weken een schriftelijk gemotiveerd besluit over het ingediende verzoek, behoudens de situatie zoals genoemd in lid 4. In dit artikel wordt onder schriftelijk verstaan: ‘per brief of per e-mail verzonden’.

6. Nadat de Beloningscommissie de vakkrachtenmelding heeft goedgekeurd, zal de vakkrachten­melding worden gepubliceerd op www.sncu.nl.

7. Na publicatie is de vakkrachtenmelding direct van toepassing op nieuwe en lopende terbeschik­kingstellingen. Het besluit van de Beloningscommissie heeft geen terugwerkende kracht.

8. De Beloningscommissie is paritair samengesteld en bestaat uit drie vertegenwoordigers van werknemerszijde en drie vertegenwoordigers van werkgeverszijde en stelt haar eigen reglement vast. De Beloningscommissie heeft als opdracht te oordelen over zaken aangaande de leden 1 en 2 van dit artikel.

Welke uitzendkrachten zijn vakkrachten?
Elk cao-partij kan in de praktijk een vakkrachtenmelding doen. Deze vakkrachtenmeldingen kunnen worden gedaan bij de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU). Deze stichting publiceert de vakkrachtenmelding op hun website zodat alle werkgevers de vakkrachtenmelding kunnen lezen. Bedrijven en uitzendbureaus doen er verstandig aan om regelmatig de website van de SNCU te bekijken of er nieuwe relevante vakkrachtenmeldingen zijn gedaan. In deze vakkrachtenmelding staat aan welke eisen de werknemer moet voldoen indien hij als vakkracht aangemerkt moet worden. Deze eisen zijn gericht op relevante werkervaring, opleidingsrichting en opleidingsniveau.

De vakkrachtenmelding is opgenomen in een cao. De cao’s zijn gekoppeld aan bedrijven of bedrijfstakken. De medewerkers die in de ene cao als vakkrachten worden aangemerkt kunnen mogelijk in een andere cao niet als vakkracht worden aangemerkt. Een vakkracht heeft namelijk relevante werkervaring en een relevante opleiding nodig die gericht is op het desbetreffende bedrijf of bedrijfstak.

Wat moet een uitzendbureau met de vakkrachtenmelding doen?
Uitzendbureaus moeten bij de inlener navragen onder welke cao het bedrijf valt. Vervolgens moet het uitzendbureau in de desbetreffende cao nagaan of er een vakkrachtenmelding is opgenomen. Dit kan ook worden bekeken op de website van de SNCU. Als een uitzendbureau uitzendkrachten bemiddelt bij een inlener die onder een cao valt met een vakkrachtenmelding, dient het uitzendbureau goed na te gaan of de uitzendkrachten die het uitzendbureau bemiddelt als vakkrachten kunnen worden aangemerkt. Als dat wel het geval is zullen de uitzendkrachten conform de beloningsmethodiek van de inlener beloond moeten worden. De inlenersbeloning dient te worden toegepast ten gunste van de uitzendkracht. Als de uitzendkracht bijvoorbeeld een contract voor bepaalde tijd heeft via het uitzendbureau kan hij of zij niet meer in salaris worden teruggezet.

Let op vanaf 1 januari 2015 moeten alle uitzendkrachten vanaf de eerste werkdag op basis van inlenersbeloning worden beloond.

Wat is een vakdiploma en wat kun je er mee?

Een vakdiploma heeft meerwaarde op de arbeidsmarkt. Doormiddel van een vakdiploma kan een werknemer of sollicitant aantonen dat hij of zij over een bepaald opleidingsniveau beschikt in een specifieke opleidingsrichting. Een vakdiploma is gekoppeld aan een bepaald beroep of beroepsgroep. Met een vakdiploma kan een werkzoekende of uitzendkracht aanspraak maken op een vakkrachtenregeling in een cao. Daarover hieronder meer.

Vakkrachtenregeling
De overheid van Nederland wil dat werknemers die hetzelfde werk doen ook hetzelfde worden beloond. De vakkrachtenregeling is een middel om deze gelijkheid te bewerkstelligen. In verschillende cao’s is een artikel opgenomen met betrekking tot vakkrachten. In de ABU-cao is dit bijvoorbeeld artikel 20. Ook in de NBBU cao artikel 37/ bijlage 10 is het onderwerp vakkrachten beschreven.

Verder is in sommige cao’s beschreven welke werknemers onder de vakkrachtenregeling vallen. De aanmerking van een bepaalde groep werknemers als vakkracht heeft gevolgen voor de bedrijven die de vakkrachten tewerk stellen. Daarnaast zullen ook uitzendbureaus zich moeten houden aan de richtlijnen met betrekking tot vakkrachten wanneer ze deze bij bedrijven voorstellen die in hun cao speciale richtlijnen omtrent deze groep arbeidskrachten hebben opgenomen. Uitzendbureaus dienen bijvoorbeeld uitzendkrachten die behoren tot de vakkrachten vanaf de eerste dag conform de inlenersbeloning te belonen. De vakkrachten krijgen daardoor dezelfde beloning als personeel dat rechtstreeks bij de organisatie werkzaam is.

De Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) ziet toe op het naleven van onder andere de vakkrachtenregeling. Daarnaast kunnen cao-partijen bij de SNCU een vakkrachtenmelding indienen. Dit is een schriftelijke omschrijving van wat een bepaalde beroepsgroep onder vakkrachten verstaat. Deze vakkrachtenmeldingen worden op de website van de SNCU gepubliceerd. Het is verstandig dat uitzendbureaus regelmatig de website van de SNCU bekijken zodat ze weten welke werknemers onder vakkrachten vallen en welke werknemers de eerste 26 weken conform de ABU-cao kunnen worden beloond. Na 1 januari 2015 dient elke uitzendkracht op de eerste werkdag en daarna conform de inlenersbeloning te worden beloond.

Vakdiploma en vakkrachtenregeling
De vakkrachtenregeling is een regeling ten gunste van de arbeidskracht die als vakkracht kan worden aangemerkt. Hij of zij kan door de vakkrachtenregeling een gelijkwaardige beloning krijgen als andere werknemers die conform de cao van de inlener worden beloond. Bij een nadere bestudering van de vakkrachtenmeldingen blijkt in veel gevallen een bepaald diploma vereist te zijn. Dit is meestal een diploma in een specifieke beroepsrichting zoals: schilderen, timmeren en installatietechniek.

Beoordeling vakkracht
Het behalen van een vakdiploma is daarom van groot belang voor de ‘waarde’ van een arbeidskracht op de arbeidsmarkt. Een vakdiploma is echter niet het enige aspect waarop wordt beoordeeld of een arbeidskracht een vakkracht is of niet. In sommige cao’s zoals de cao voor Bouwnijverheid wordt een arbeidskracht ook beoordeeld op relevante werkervaring in een bepaalde sector in dit geval de bouw. Ook het volgen van een vakopleiding kan in sommige gevallen al voldoende zijn om iemand aan te merken als vakkracht.

Wat zijn vakkrachten en wat is de vakkrachtenregeling?

Voor het vaststellen van de beloning van werknemers is het onder andere van belang om te weten of de desbetreffende werknemer een vakkracht is of niet. Dit is onder andere van belang voor uitzendbureaus die werknemers conform de inlenersbeloning moeten inschalen. Uitzendbureaus dienen vanaf de eerste werkdag uitzendkrachten die onder de categorie vakkrachten vallen te belonen conform de cao van het bedrijf waar de uitzendkracht tewerk wordt gesteld. Uitzendbureaus dienen na 1 januari 2015 alle uitzendkrachten op de eerste werkdag en daarna conform de beloningsmethodieken  van de inlener te belonen. Voor vakkrachten is dient dit dus al te gebeuren voor 1 januari 2015.

Doel vakkrachtenregeling
De doelstelling van deze vakkrachtenregeling is dat uitzendkrachten die onder de categorie vakkrachten vallen op dezelfde wijze worden beloond als de werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij de inlener. Over deze vakkrachtenregeling is een artikel opgenomen in de ABU-cao dit is artikel 20. Ook in  artikel 37/ bijlage 10 NBBU cao wordt naar de vakkrachtenregel gerefereerd.

Vakkrachtenregeling voor verschillende sectoren
In de vakkrachtenregeling zijn duidelijke voorwaarden beschreven waaraan een uitzendkracht moet voldoen om als een vakkracht te kunnen worden aangemerkt. Daarnaast is ook aangegeven wat de aanmerking vakkracht betekend voor de beloning van de uitzendkracht. De aanmerking vakkracht is niet alleen van toepassing in de bouw. Ook in andere sectoren wordt de aanduiding vakkracht gebruikt voor personeel. Het is voor een cao-partij mogelijk om een vakkrachtenmelding te doen. Deze melding wordt gedaan bij SNCU.

SNCU
De SNCU is een afkorting die voluit als volgt wordt geschreven: Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten. Deze stichting is gericht op het geven van voorlichting over de inhoud van collectieve arbeidsovereenkomsten. Daarnaast bevordert de SNCU het naleven van de arbeidsovereenkomsten. Hierbij is de SNCU met name gericht op de uitzendbranche. De SNCU is een stichting waar ook duidelijk informatie kan worden ingewonnen over vakkrachtenmeldingen.

Vakkrachtenmelding
De SNCU meld op haar website in welke cao’s vakkrachtenmeldingen zijn opgenomen. Deze meldingen geven duidelijk aan wanneer een uitzendkracht onder een vakkracht kan worden aangemerkt en aan welke voorwaarden de uitzendkracht dan moet voldoen. Deze voorwaarden houden over het algemeen verband met het opleidingsniveau en de opleidingsrichting. Op de website staan verschillende vakkrachtenmeldingen die van toepassing zijn op verschillende sectoren. Het uitzendbureau waarvoor de vakkracht als uitzendkracht aan het werk is dient de beloningsmethodiek van de opdrachtgever/inlener  toe te passen.

Waaruit bestaat de inlenersbeloning?

De inlenersbeloning is in feite het afstemmen van de beloning van een uitzendkracht op de beloningsmethodiek van de inlener waar de uitzendkracht aan tewerk wordt gesteld. In het verleden diende een uitzendbureau de inlenersbeloning verplicht toe te passen nadat de uitzendkracht 26 weken had gewerkt bij dezelfde opdrachtgever. Het uitzendbureau diende dan het salaris van de uitzendkracht aan te passen aan het salaris van de werknemers die reeds bij het bedrijf in dienst waren.

De aanpassing in het salaris vond alleen plaats wanneer deze aanpassing ten gunste was van de uitzendkracht. Als de uitzendkracht geen voordeel ondervond van de nieuwe inschaling bleef zijn of haar salaris staan.

Uitzendbureaus konden er in het verleden voor kiezen om vanaf de eerste werkdag van de uitzendkracht de inlenersbeloning te hanteren bij het bepalen van het salaris van de uitzendkracht. Dit was echter niet verplicht. Vanaf 1 januari 2015 hebben uitzendbureaus wel de verplichting om uitzendkrachten direct te belonen volgens de beloningsmethodiek van de inlener. De beloningsmethodiek is echter meer dan alleen het brutoloon van de werknemers.

Onderdelen van de beloningsmethodiek
Een uitzendbureau dient bij de inlenersbeloning de beloningsmethodiek van de inlener over te nemen. Het uitzendbureau moet voor een juiste salarisinschaling van de uitzendkracht weten onder welke cao de inlener of opdrachtgever valt. Op basis daarvan kan het uitzendbureau de uitzendkracht inschalen. Bij de inschaling zijn meestal een aantal aspecten van belang waaronder:

  • De leeftijd van de uitzendkracht
  • De diploma’s van de uitzendkracht
  • Het aantal jaren relevante werkervaring van de uitzendkracht

De bovengenoemde aspecten zijn van invloed op het brutoloon van de uitzendkracht. Meestal rekent een uitzendbureau dit brutoloon om naar een bruto uurloon. Het bruto uurloon is echter slechts een onderdeel van de totale beloningsmethodiek die het uitzendbureau over dient te nemen.

Volgens de de ABU-cao (artikel 19, lid 5b, cao 2012- 2017) en NBBU-cao (artikel 22, lid 2, cao 2014 – 2019) bestaat de inlenersbeloning uit zes componenten. Deze componenten zijn als volgt:

  • Het geldende periodeloon in de schaal.
  • De van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting in een bepaalde periode.
  • Toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid, feestdagentoeslag en ploegentoeslag.
  • Initiële loonsverhogingen waarvan de hoogte en het moment bepaald zijn door de opdrachtgever.
  • Kostenvergoedingen die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van de functie.
  • Periodieken. De hoogte en het moment waarop de periodiek wordt ingevoerd wordt door de opdrachtgever bepaald.

De inlenersbeloning is volgens de ABU-cao en de NBBU-cao veel breder dan alleen het afstemmen van het brutoloon. De arbeidsduurverkorting dient ook meegenomen te worden in de bepaling van de beloning van de uitzendkracht. Als een uitzendkracht 38 uur bij een inlener werkzaam is zal zijn of haar brutoloon per maand moeten worden teruggerekend naar 38 uur in plaats van 40 uur. Hierdoor zal het bruto uurloon hoger zijn.

Voor overwerk zal de uitzendkracht gelijkwaardig beloont moeten worden als de werknemers die rechtstreeks bij het bedrijf in dienst zijn. Hierbij dient rekening gehouden te worden met overwerktoeslagen die meestal in percentages worden uitgedrukt.

Soms voeren inleners initiële loonsverhogingen door voor hun werknemers. Uitzendkrachten die bij deze inleners werkzaam zijn zullen hiervan ook moeten meeprofiteren.

Dat is ook het geval met kostenvergoedingen voor bijvoorbeeld overnachting, reiskosten en kosten voor het gebruik van eigen kleding en gereedschap.

Wat is inlenersbeloning en moet een uitzendbureau de inlenersbeloning naleven?

Inlenersbeloning is een term die regelmatig wordt genoemd in de uitzendbranche bij de bemiddeling van personeel. De term ‘Inlenersbeloning’ is beschreven in de ABU cao voor uitzendkrachten. In het verleden had het uitzendbureau de mogelijkheid om bij de bemiddeling van uitzendkrachten de eerste 26 weken de uitzendkracht te belonen volgens de ABU cao.

Het uitzendbureau kon er echter ook voor kiezen om meteen vanaf de eerste werkdag van de uitzendkracht de cao van de inlener te gebruiken bij het vaststellen van de beloning voor de arbeid. In ieder geval moest het uitzendbureau in de oude situatie de inlenersbeloning toepassen na 26 weken.

Deze situatie is veranderd met ingang van 1 januari 2015. Vanaf 1 januari 2015 is een uitzendbureau verplicht om de inlenersbeloning vanaf de eerste werkdag van de uitzendkracht toe te passen. De regering heeft dit besluit in de wet vastgelegd om het verschil in beloning tussen uitzendkrachten en personeel met een rechtstreeks dienstverband tegen te gaan.

Wat is inlenersbeloning?
De inlenersbeloning wordt genoemd in de ABU- en NBBU-cao. Dit onderdeel is gericht op het toepassen van de beloningsmethodiek van de inlenende partij. De inlener of inlenende partij is de klant van het uitzendbureau. Deze klant neemt de uitzendkracht in dienst via een uitzendbureau en betaald aan het uitzendbureau een tarief voor de uitzendkracht. Dit tarief is onder andere gebaseerd op het uurloon en het gewerkte aantal uren van de uitzendkracht.

De inlenersbeloning is er op gericht dat de uitzendkracht hetzelfde salaris verdient en ook daadwerkelijk ontvangt als de overige personeelsleden van de inlener die dezelfde werkzaamheden uitvoeren en volgens de cao van de inlener worden betaald.

Uitzendbureaus dienen alleen de arbeidsvoorwaarden van de inlener te hanteren die onder de beloningsmethodiek van de inlener vallen. De overige arbeidsvoorwaarden die onder de cao van de inlener vallen hoeven niet te worden overgenomen. Dit houdt in dat de rest van de arbeidsvoorwaarden nog conform de ABU cao zijn.

Uitzendbureaus kunnen uitzendkrachten doorplaatsen van de ene opdrachtgever/ inlener naar de andere inlener. Als een uitzendkracht een fase B of fase C contract heeft bij het uitzendbureau staat daarin een salaris dat de uitzendkracht is overeengekomen met het uitzendbureau. Indien de uitzendkracht door het uitzendbureau bij een inlener wordt bemiddeld waar een lager cao-salaris gehanteerd wordt, zal het salaris van de desbetreffende uitzendkracht niet naar beneden worden bijgesteld.

De aanpassing in de beloningssystematiek zal alleen worden doorgevoerd wanneer de uitzendkracht daardoor voordeel behaald.

Inlenersbeloning als het bedrijf geen cao heeft
Sommige bedrijven hebben geen cao. In dat geval zal de uitzendorganisatie ook de beloningsmethodiek moeten toepassen van het bedrijf waar de uitzendkracht tewerk wordt gesteld. Hierbij wordt gekeken naar de salarissen van medewerkers van het bedrijf die dezelfde functie vervullen en dezelfde werkzaamheden verrichten. Ook hierbij geldt dat het salaris van de uitzendkracht alleen wordt aangepast ten gunste van de uitzendkracht.