Uitzendbureaus, maatschappelijk verantwoord ondernemen en energietransitie

De afgelopen maanden is steeds duidelijker geworden dat investeringsmaatschappijen duidelijke keuzes maken met betrekking tot de bedrijven, projecten en producten waarin ze investeren. Pensioenfondsen zoals Pensioenfonds Metaal & Techniek hebben hun beleggingsportefeuille verduurzaamd en maatschappelijk verantwoord gemaakt door niet meer te beleggen in de tabaksindustrie, bont- en wapenindustrie.

Deze ontwikkeling is logisch want het gaat beter met de economie en zowel investeerders als afnemers hebben meer te besteden en meer te kiezen. Klanten en overheden vinden maatschappelijk verantwoord ondernemen steeds belangrijker en hanteren dit ook steeds vaker als doorslaggevend criterium in de keuze om wel of geen opdrachten te gunnen.

Daarom is 2019 het ideale moment om als uitzendbureau belangrijke stappen te maken in de richting van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Uitzendbureaus kunnen stappen zetten om te verduurzamen en bedrijven te steunen die milieubewust opereren op de markt. Op die manier kunnen duurzame, groene uitzendorganisaties ontstaan. Een transitie richting een duurzame uitzendorganisatie hoeft niet in één stap te worden doorgevoerd, er kunnen deelstappen worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de volgende keuzes/ veranderingen:

Dienstverlening
Geen uitzendpersoneel meer bemiddelen voor de tabaksindustrie en andere ondernemingen die producten verkopen die zeer schadelijk zijn voor de mens en het milieu.

  • Nu technisch personeel schaars is er specifiek voor kiezen om het personeel in te zetten op (extra) duurzame projecten zodat die geen vertraging oplopen.
  • Uitzendkrachten en deta-krachten specifiek opleidingen aanbieden voor duurzame techniek, zoals het plaatsen van zonnepanelen, warmtepompen, vergistingsinstallaties en alle randapparatuur die daar bij hoort zoals slimme meters.
  • Oplaadpunten plaatsen voor elektrische auto’s bij bepaalde vestigingen waarmee het eigen wagenpark en andere auto’s opgeladen kunnen worden.
  • Invoering van een digitale ideeënbus op de website specifiek gericht op verduurzaming.

Materieel

  • De energievoorziening van de bedrijfspanden verduurzamen door het plaatsen van zonnepanelen, warmtepompen en andere installaties voor hernieuwbare energiebronnen.
  • In de marketing aandacht besteden aan relatiegeschenken die duurzaam zijn en van recyclebare materialen zijn gemaakt.
  • Minder printen en meer digitaliseren.
  • Elektrische auto’s invoeren voor intern personeel via een leasemaatschappij.
  • Werkkleding aanbieden die eerlijk is gemaakt met oog voor het loon en de arbeidsomstandigheden van de mensen die het gemaakt hebben.

De bovenstaande voorbeelden kunnen er voor zorgen dat de uitzendbranche in de markt belangrijke stappen zet op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De uitzendbranche is een intermediair. Dat betekent dat deze sector tussen vraag en aanbod in de arbeidsmarkt in staat. Dat zorgt er voor dat de uitzendbranche een belangrijke rol op zich kan nemen door beide kanten van de markt bewust te maken van verduurzaming. Door duidelijke keuzes te maken tussen klanten en markten kunnen ook sollicitanten specifiek richting duurzame techniek wordt begeleid naar werk. De meeste sollicitanten staan daar wel voor open. Sollicitanten zijn namelijk ook consumenten en consumenten worden milieubewuster. Iedereen wil, als hij of zij de keuze krijgt, een bijdrage leveren aan een duurzame maatschappij. Een uitzendbureau kan daarbij helpen als het uitzendbureau tenminste bereid is om bepaalde keuzes te maken. Dat vereist lef, inzicht en visie. De meeste uitzendbureaus hebben echter een afwachtende houding. Ze wachten af tot de concurrent stappen zet op het gebied van verduurzaming. Pas als de concurrent dit met succes doet zullen er veel uitzendbureaus gaan volgen. Toch moet er 1 uitzendorganisatie zijn die de eerste stap zet.

Wat is energietransitie?

Energietransitie is het geheel van inspanningen dat wordt verricht om van het gebruik van een bepaalde energiebron over te gaan op het gebruik van een andere energiebron. Deze definitie heeft schrijver Pieter Geertsma, van technischwerken.nl, geformuleerd om de betekenis het woord energietransitie te verduidelijken. Als men het heeft over energietransitie dan heeft men het meestal over de omschakeling van een milieubelastende energiebron naar een minder milieubelastende energiebron. Het vervangen van fossiele brandstoffen door brandstoffen waarbij minder CO2 uitgestoten wordt rekent men over het algemeen ook tot energietransitie.

Doel van energietransitie
Het doel van de energietransitie is het omschakelen van een milieubelastende energiebron naar een energievoorziening waarbij minder CO2 wordt uitgestoten zonder dat daarbij de energievoorziening in gevaar komt. Energietransitie houdt dus niet per definitie in dat er minder energie wordt verbruikt. Het gaat puur om het gebruiken van een andere, milieuvriendelijker energiebron. Duurzame energiebronnen worden ook wel groene energiebronnen genoemd of hernieuwbare energiebronnen. Dit zijn bijvoorbeeld technische voorzieningen waarmee elektrische energie uit zonlicht of windkracht kan worden gehaald. Ook zijn er warmtepompen, aardwarmte en voorzieningen voor koude en warmteopslag die er voor zorgen dat woningen en utiliteitscomplexen op de juiste temperatuur kunnen worden gebracht zonder dat er brandstoffen worden gebruikt. De energietransitie bevorderd het gebruik van moderne technologie waarmee energie kan worden gewonnen uit onuitputbare bronnen die in de natuur aanwezig zijn.

Noodzaak van energietransitie
Duurzame energievoorzieningen worden steeds belangrijker voor bedrijven, overheden en particulieren omdat de klimaatakkoorden een steeds verplichtender karakter krijgen. De opwarming van de aarde is een feit dat doormiddel van verschillende onderzoeken is aangetoond en onderbouwd. Het verbranden van fossiele brandstoffen zoals steenkool, bruinkool, aardolie en in mindere mate aardgas zorgt voor veel CO2 uitstoot. Dit is een broeikasgas dat de opwarming van de aarde in de hand werkt. Dit broeikasgas zorgt er voor dat grote delen van de wereld verdrogen en de poolkappen smelten. Daardoor ontstaan grote problemen in de wereld. De CO2 uitstoot moet omlaag en daarom is energietransitie van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen noodzakelijk.

Wat is technische levensduur?

Technische levensduur is de periode waarin een product, machine, werktuig of apparaat naar behoren functioneert. Als de technische levensduur verstreken is kan men dit duidelijk merken. Een product kan van versleten zijn of vergaan. Machines functioneren niet meer na het verstrijken van de technische levensduur en ook apparaten zijn dan niet meer bruikbaar.

Technische levensduur of economische levensduur
Vaak wordt in de praktijk de technisch levensduur vergeleken met de economische levensduur. Dikwijls is de technische levensduur langer dan de economische levensduur. Een werktuig, machine of apparaat kan vaak langer worden gebruikt dan de periode dat het economisch interessant is om het te gebruiken. Zo kan men de technische levensduur van veel machines in stand houden of zelfs verlengen door de machines tijdig te reviseren en groot onderhoud te plegen. Onderhoud kost echter geld en legt een zware druk op de technische dienst van een bedrijf. Daardoor kan het economisch verstandiger zijn om de machines te vervangen voor modernere varianten.

Verder kunnen ook technologische ontwikkelingen er voor zorgen dat een machine economisch gezien verouderd is. Door moderne innovatie machines kan men vaak meer produceren in kortere tijd tegen lagere kosten. Denk hierbij aan de automatisering die wordt doorgevoerd in de procesindustrie. Doormiddel van PLC’s en SCADA worden machines nog efficiënter gebruikt en wordt de kwaliteit verhoogd. Daardoor daagt deze automatisering vaak bij aan het lean management en de visie op lean manufacturing van een bedrijf. Het lean management zorgt er echter wel vaak voor dat ook personeelskosten worden bespaard. Dat is economisch gezien interessant maar vanuit maatschappelijk oogpunt is het minder interessant voor de arbeidsmarkt.

Technische levensduur en duurzaamheid
Een hoge of lange technische levensduur maakt duidelijk dat het om een duurzaam product of een duurzame machine gaat. Duurzaamheid wordt steeds belangrijker in de economie. Ondanks dat worden nog steeds verschillende vormen van geplande slijtage doorgevoerd in producten. Men kan hierbij denken aan batterijen die na verloop van tijd er “gewoon” mee ophouden. Technologisch is men wel in staat om betere batterijen te plaatsen in apparaten zoals smartphones maar doet men dit niet zodat men vaker een nieuwe batterij moet aanschaffen. Dikwijls zorgen bedrijven er voor dat het vervangen van batterijen zo kostbaar is dat men eerder een nieuwe telefoon gaat kopen.

Op dat moment kun je jezelf gaan afvragen of er sprake is van geplande slijtage waardoor een bedrijf meer producten kan verkopen. Geplande slijtage is een zeer twijfelachtige vorm van handelen van bedrijven op de markt. Ondanks dat is het moeilijk om de bedrijven, die zich met deze onethische praktijken, bezig houden aan te pakken. Uiteindelijk corrigeert de markt zich vanzelf. Bedrijven die producten maken met een lange technische levensduur zullen door consumenten populairder worden.

Producten met een lange technische levensduur zullen daardoor vaker verkocht worden. Bedrijven die hier toch effectief op in willen spelen kunnen er voor kiezen om consumenten regelmatig een aanpassing of een update aan te bieden voor hun producten. Daardoor hoeven ze het bestaande product niet te vervangen maar kunnen ze deze upgraden. Dat komt de technische levensduur ten goede.

Hoe vraag je een energielabel aan voor een woning?

Het aanvragen van ern energielabel is verplicht als men een woning verkoopt of verhuurt.  Het energielabel maakt voor de potentiële koper of potentiële huurder inzichtelijk hoe energiezuinig of miliebelastend een woning is. De verkoper of verhuurder moet dit inzicht bieden aan geïnteresseerden. Daarom moet hij of zij een energielabel aanvragen.

Het aanvragen van een energielabel kan men doen bij de Rijksoverheid. Als men het energielabel niet verstrekt bij de verkoop of verhuur van een woning dan kan men een boete krijgen. De boete kan oplopen tot 405 euro. Bovendien is het natuurlijk als verkoper of verhuurder niet bepaald klantvriendelijk om potentiële kopers en potentiële huurders informatie over de energiezuinigheid van een woningen te onthouden. Daarnaast kost het aanvragen van een energielabel slechts een paar tientjes.

Hoe kun je een energielabel aanvragen?

Een energielabel moet men aanvragen bij de Rijksoverheid. Dit kan op de website energielabelvoorwoningen.nl. Het aanvragen van een energielabel gaat in zes stappen.

  1. De eerste stap is het bezoeken van de website en inloggen met je DigiD.
  2. Vervolgens kan men de gegevens van de woning controleren en aanpassen. Er mogen maximaal tien gegevens worden ingevoerd.
  3. Daarna gaat men bewijzen toevoegen aan het woningdossier.
  4. Dan dient men deskundigen te selecteren die het bewijs over de energiebesparende voorzieningen van de woning gaan controleren.
  5. Tot slot kan men de gegevens versturen.
  6. Dan krijgt men het energielabel ontvangen. Dit gebeurd automatisch via de Rijksoverheid.

 

Wanneer is het energielabel ingevoerd?

Energielabels zijn bijna niet meer weg te denken uit de schappen van de elektronicawinkels en de showrooms van autodealers. Op elektrische apparaten en auto’s wordt doormiddel van energielabels informatie verstrekt over de zuinigheid van het desbetreffende apparaat of auto. Bij de verkoop van woningen worden tegenwoordig ook energielabels verstrekt. Met een energielabel wordt duidelijk hoe energiezuinig, milieuvriendelijk en/of energiebesparend het product, voertuig of gebouw is. Daarnaast staat er op het energielabel vaak informatie over de prestaties van het product. Een energielabel kan bovendien gegevens verstrekken over de materialen die zijn gebruikt bij de productie van de machine of het apparaat.

Invoering van het energielabel
In Nederland is in 2012 de richtlijn voor Energielabels geïmplementeerd als het:

Besluit van 25 februari 2012, houdende regels betreffende de etikettering van het energieverbruik van energiegerelateerde producten (Besluit etikettering energieverbruik energiegerelateerde producten).

Uit bovenstaand besluit komt duidelijk naar voren dat men het heeft over energiegerelateerde producten. Hierbij kan men denken aan elektrische machines en apparaten. Veel machines en apparaten worden gevoed met elektrische stroom. Deze elektrische stroom biedt een bepaald vermogen om arbeid te verrichten. Sommige machines hebben meer elektrisch vermogen nodig om dezelfde arbeid of prestaties te verrichten dan energiezuinige machines. Het energielabel zorgt er voor dat bedrijven geprikkeld worden om voortdurend hun machines en apparaten te verbeteren op het gebied van energiezuinigheid.

Invoering definitief energielabel voor woningen
Voor woningen is ook een specifiek energielabel ingevoerd. In 2013 werd het toemalige systeem voor energielabels van woningen door de Tweede Kamer te ingewikkeld en te duur bevonden. Daarnaast bleek ook de handhaving van de wettelijke energielabelplicht bij woningen te moeilijk uitvoerbaar in de praktijk. Daarom moest de Nederlandse overheid op zoek naar een beter systeem waarmee ze wel konden voldoen aan de Europese richtlijn (EPBD). Het systeem moest eenvoudiger en goedkoper. Dit zorgde er voor dat er een definitief energielabel werd ontwikkeld. Dit definitief energielabel is op 1 januari 2015 ingevoerd in Nederland. Het definitief energielabel is verplicht bij de verkoop en het verhuren van woningen in Nederland.

Wat is een energielabel?

Een energielabel is een label dat wordt gebruikt om de energiezuinigheid van een bepaald product, apparaat of onroerend goed aan te duiden. Het energielabel moet voldoen aan verschillende Europese richtlijnen:

  • 92/75/CEE,
  • 94/2/CE,
  • 95/12/CE,
  • 96/89/CE,
  • 2003/66/CE

Het energielabel moet verplicht worden meegeleverd bij de verkoop van gebouwen, auto’s, elektrische apparaten en lampen. De potentiële koper krijgt door het energielabel extra informatie over het product waar hij of zij interesse in heeft.

Hoe ziet een energielabel er uit?
Het energielabel is een etiket die aan een product wordt bevestigd of op een product wordt geplakt. Op het energielabel zijn een aantal balkjes geplaatst in verschillende kleuren. De balkjes lopen op van donkergroen tot donkerrood. Op de balkjes staan letters die oplopen van de letter ‘A’ tot de letter ‘G’. De letter ‘A’ is in het donkergroen aangegeven en dat maakt duidelijk dat een product die deze aanduiding verdient het meest milieuvriendelijk is. Vanaf deze letter geven de aanduidingen een steeds minder gunstige energiebeoordeling. Producten, apparaten, voertuigen en gebouwen die in de energieklasse ‘G’ vallen kunnen worden beschouwd als het meest milieuonvriendelijke.

Waarom een energielabel?
Allereerst is een energielabel voor een aantal producten en apparaten verplicht. Een energielabel stelt consumenten voor een duidelijke keuze tussen producten. In plaats van het design, de vormgeving en de functionaliteiten van een product wordt ook de energiezuinigheid een aspect waarop consumenten bewust voor een bepaald product, apparaat of woning kunnen kiezen. Men is zich in de wereld steeds meer bewust van het milieu en maatschappelijke aspecten. Een ‘groen’ product heeft aantrekkingskracht voor particulieren en bedrijven.

Veel ondernemers worden door de verplichte energielabels gedwongen na te denken over het ontwikkelen van energiezuiniger producten, machines en apparaten. De energielabels werken twee kanten op: ondernemers maken zuiniger producten en de consumenten waarderen dat door energiezuiniger producten te kopen. Zo ontstaat een cirkel van productontwikkeling die gericht is op milieuvriendelijkheid.

Duurzaamheid: nieuwe categorie op kennisbank van Technisch Werken

Op de website van Technisch Werken zijn door de jaren heen veel teksten verschenen die raakvlakken hebben met het onderwerp duurzaamheid. Een aantal van deze teksten zijn gebaseerd op nieuwsberichten en het overige deel bestond uit teksten met een louter informatieve inhoud. De informatieve teksten werden daarom bij Technisch Werken ondergebracht op de kennisbank. De kennisbank is in 2015 met verschillende nieuwe categorieën. De categorie duurzaamheid ontbrak echter terwijl duurzaamheid een steeds belangrijker onderdeel wordt van de techniek en het uitvoeren van werk. In december 2015 is de nieuwe categorie ‘duurzaamheid’ daarom ingevoerd op de kennisbank van Technisch Werken.

Categorie duurzaamheid is nodig
Er was op de kennisbank van Technisch Werken tot december 2015 geen specifieke categorie voor duurzaamheid. Daarom werden teksten die gerelateerd zijn aan dit onderwerp ondergebracht onder verschillende andere categorieën van de kennisbank. Een aantal teksten werd onder gebracht onder het segment ‘techniek’. Dit is het geval geweest met teksten die duurzaamheid vanuit een technisch perspectief weergaven. Andere teksten gaven een visie weer op duurzaamheid vanuit management perspectief. Deze teksten werden daarom ondergebracht onder de categorie ‘management’ van de kennisbank.

Duurzaamheid neemt echter een steeds meer centrale positie in als men kijkt naar ondernemen en de maatschappij in zijn geheel. Er is meer aandacht voor duurzaamheid en ook Technisch Werken besteed meer aandacht aan dit onderwerp. Daarom is een specifieke categorie ‘duurzaamheid’ aan de kennisbank toegevoegd.

Kennisbank wordt groter
De kennisbank heeft door de toevoeging van deze nieuwe categorie in totaal tien categorieën. De teksten die eerder op de kennisbank zijn gepubliceerd over duurzaamheid zijn uit de andere categorieën gefilterd en allemaal centraal samengevoegd onder de categorie ‘duurzaamheid’. De kennisbank van Technisch Werken wordt door deze ingreep overzichtelijker en bovendien ook groter. In de zoekfunctie van de website kan men zoeken naar specifieke onderwerpen en begrippen die met duurzaamheid te maken hebben. Als men een tekst aanklikt ziet men aan de rechterkant een aantal titels staan van teksten die doormiddel van tags zijn verbonden aan de tekst die men leest. Hierdoor kan men snel schakelen tussen teksten die met elkaar verband houden. Technisch Werken hoopt op die manier haar lezers te inspireren.

Wat is grijze energie of grijze stroom?

Elektrische stroom is kleurloos, men kan niet zeggen dat de stroom van elektronen een bepaalde kleur heeft. Daarnaast kan men al helemaal niet zeggen dat er sprake is van verschillende kleuren van elektronenstromen. Ondanks dit feit heeft men het in de praktijk vaak over groene stroom en grijze stroom. Over groene stroom is vrij veel informatie te vinden over grijze stroom is minder te vinden op internet. Dit komt omdat groene stroom populair is. Grijze stroom is minder populair en dat heeft voor een deel ook te maken met de benaming. Grijs klinkt nu eenmaal minder populair als groen. Groen wordt gezien als kleur van de verjonging en jeugdigheid. Grijs is de kleur van verouderd of gedateerd. Eigenlijk is dit ook het geval bij de kleuraanduiding voor groene en grijze stroom.

Groene stroom
Groene stroom is de laatste jaren veel in het nieuws. Bij groene stroom hebben veel mensen een duidelijk beeld. Men denkt aan duurzame energie die wordt gewonnen doormiddel van windturbines of de zonnecellen in zonnepanelen. Bij deze energie wordt er gebruik gemaakt van elementen die reeds in de natuur aanwezig zijn zoals zonlicht en windkracht. Ook waterkracht is een bron waaruit men elektrische energie kan winnen. Daarvoor zijn echter wel bepaalde technische voorzieningen nodig die in gebruik misschien niet heel milieubelastend zijn maar wel in de bouw en productie daarvan. Groene energie is vaak duurder dan grijze energie omdat er meer voorzieningen voor nodig zijn. Voordeel van groene energie is dat deze energie duurzaam is en nooit opraakt. Immers zo lang de wind waait, het water stroomt en de zon schijnt kan men energie winnen uit deze elementen en weersinvloeden.

Grijze energie
In tegenstelling tot groene energie worden bij grijze energie wel brandstoffen verbrand. Men heeft het daarbij over het algemeen over fossiele brandstoffen. Tegenwoordig worden echter ook wel houtpallets mee gestookt. Dit stoken gebeurd in kolencentrales. In een kolencentrale wordt voornamelijk steenkool verbrand. Hierdoor ontstaat een enorme hitte waarmee water wordt omgezet in stoom. De stoomdruk brengt turbines in beweging die zeer snel gaan draaien. Zo wordt elektrische energie opgewekt. Het winnen van deze energie is goed te controleren omdat men niet afhankelijk is van het weer. Een nadeel is echter dat de fossiele brandstoffen op den duur op raken. Daarnaast is de CO2 uitstoot van kolencentrales enorm. Daarom wordt grijze energie ook wel niet-duurzame energie of milieubelastende energie genoemd.

Toekomst van grijze energie
Grijze energie is altijd belangrijk geweest voor de energievoorziening van bedrijven en huishoudens. De laatste jaren investeert men echter steeds meer in duurzame energie en worden de grijze energiebronnen zelfs openlijk ter discussie gesteld. Men vraagt zich af of men nog wel fossiele brandstoffen moet gaan verstoken of dat men beter geheel over kan gaan op groene energie. Verschillende overheden zijn al in gesprek met de eigenaren van kolencentrales om te kijken of de kolencentrales geheel gesloten kunnen worden. Vanuit de hele wereld is dit nu bespreekbaar geworden. Toch kan men nog geen duidelijk antwoord geven op de vraag hoe men elektrische energie voor veel afnemers kan opslaan voor het geval de windmolens tijdelijk onvoldoende elektrische energie produceren.

Wat is stadsverwarming en hoe wordt dit verwarmingssysteem toegepast?

Stadsverwarming  of blokverwarming zijn verwarmingssystemen die worden gebruikt om woningen te verwarmen en/ of van warm water te voorzien. Hierbij wordt geen gebruik gemaakt van aardgas. Woningen die aangesloten zijn op stadsverwarming hebben daardoor geen eigen cv-ketel. De woningeigenaren krijgen warm water door een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen. Dit wordt ook wel warmtedistributie genoemd. Het warme water wordt namelijk getransporteerd of gedistribueerd naar de aangesloten woningen en bedrijven. Deze woningen en bedrijven maken dus gebruik van zogenoemde stadswarmte.

Hoe ontstaat stadswarmte of stadsverwarming?
Water wordt uit zichzelf niet warm of koud. Er dient hiervoor een bewerking plaats te vinden. Deze bewerking kan bijvoorbeeld plaatsvinden bij elektriciteitscentrales. In de meeste elektriciteitscentrales worden kolen verbrand met eventueel biomassa zoals houtpallets. De warmte wordt gebruikt om water te verwarmen tot er stoom ontstaat. Deze stoom brengt turbines in beweging zodat elektriciteit kan worden opgewekt. Niet alle warmte wordt tijdens dit proces optimaal benut. Er ontstaat namelijk restwarmte.

Deze restwarmte kan op verschillende manieren worden hergebruikt. Een manier om restwarmte te hergebruiken is het verwarmen van water voor stadsverwarming. Omdat deze verwarming plaatsvindt bij een warmtebron in bijvoorbeeld de eerdere genoemde energiecentrales hoeft er geen gebruik te worden gemaakt van cv-ketels. Dit zorgt er voor dat warmtedistributie energiebesparend en kostenbesparend werkt. Voor het aanleggen van een warmtedistributienetwerk moeten echter wel grote investeringen worden gedaan. Daarnaast kost het aanleggen van een warmtedistributienetwerk ook energie en materiaal.

Huizen die aangesloten zijn op stadswarmte hebben een dubbele waterleiding. Een waterleiding voor koud water en een waterleiding voor verwarmd water. Deze huizen zijn over het algemeen niet aangesloten op het aardgasnet. Doormiddel van een warmtewisselaar wordt het leidingwater door de warmtedistributie verwarmd. Bij woningen met een aparte waterleiding voor warm water wordt het warme tapwater bij het verdeelstation geproduceerd.

Bronnen van stadswarmte
Naast de eerder genoemde elektriciteitscentrales worden ook andere bronnen aangewend voor stadswarmte. Bij afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) ontstaat ook restwarmte die kan worden gebruikt voor warmtedistributie. Naast restwarmte die wordt gewonnen vanuit elektriciteitscentrales en afvalverbrandingsinstallaties is het ook mogelijk om rechtstreeks warmte te winnen door bijvoorbeeld biomassa te verbranden. Hierbij komt echter (ook)  CO2 vrij. Warmtepompen en geothermie zijn over het algemeen beter voor het milieu. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van zonnecollectoren.

Wat is MVO of maatschappelijk verantwoord ondernemen?

MVO is een afkorting die staat voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dit is een visie op de bedrijfsvoering waarbij duurzaamheid een centrale positie inneemt daarom wordt MVO ook wel duurzaam ondernemen genoemd. In de praktijk worden MVO en duurzaam ondernemen vaak door elkaar gebruikt. Met deze termen wil men aangeven dat men in het ondernemen aandacht heeft voor het milieu en maatschappelijke en ethische aspecten. Deze aspecten zijn afgestemd op de economische effecten en het rendement van de onderneming. De belangen van de stakeholders van een organisatie zijn bij maatschappelijk verantwoord ondernemen op aspecten afgestemd in de maatschappelijke omgeving van de organisatie. Hierdoor zal men in de organisatieprocessen voortdurend afwegingen moeten maken tussen winst en de maatschappij.

Door bijvoorbeeld een biobrandstof te kiezen in plaats van een fossiele brandstof kan het productieproces kostbaarder worden maar kan de CO2 uitstoot worden beperkt. Dit is slechts een voorbeeld van een keuze die een bedrijf kan maken. Als men echter beslissingen maakt die de emissie verlagen kan een bedrijf deze ontwikkelingen ook benoemen in de promotie naar potentiële klanten. Hierdoor kan een bedrijf haar positie op de markt verstevigen want maatschappelijk verantwoord ondernemen is voor veel consumenten een belangrijk aspect waarop gelet wordt bij de keuze van producten en merken.

Communicatie
Een onderneming die MVO wil uitdragen zal voortdurend in contact moeten treden met haar omgeving. Daarbij moet de onderneming de belangen goed op elkaar afstemmen. Zo kunnen klanten bepaalde eisen stellen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. Echter, leveranciers kunnen eveneens bepaalde wensen hebben op MVO gebied. Dit zelfde geld voor investeerders en het personeel van de onderneming. Ook de omwonenden rondom de onderneming zullen ongetwijfeld een mening hebben over de bedrijfsvoering. Al deze meningen, reacties en feedback zijn voor een onderneming van groot belang indien zij maatschappelijk verantwoord wil ondernemen.

MVO en de 3 P’s
De invloedssferen die van toepassing zijn op de beslissingen en de koers in maatschappelijk verantwoord ondernemen worden onderverdeeld in drie hoofdcategorieën. Dit zijn de categorieën:

  • Profit
  • Planet
  • People

Deze Engelse termen beginnen allemaal met de letter ‘P’ vandaar dat deze drie termen ook wel de 3 P’s worden genoemd. Deze verschillende categorieën worden in onderstaande alinea’s kort toegelicht.

People
Bij de categorie People wordt aandacht besteed aan de rol die een onderneming vervult voor mensen. Een onderneming kan bepaalde doelgroepen op het oog hebben en producten aanbieden die in een specifieke behoefte van mensen kunnen voorzien. Mensen hebben echter ook belangen, normen en waarden. Sommige aspecten spelen een buitengewoon belangrijke rol zoals mensenrechten, discriminatie, veiligheid, arbeidsomstandigheden en de betrokkenheid van de onderneming bij de maatschappij en samenleving. Een onderneming zal op deze aspecten moeten anticiperen.

Planet
Het Engelse woord ‘planet’ wordt in het Nederlands vertaald met ‘planeet’ of ‘aarde’. Een organisatie dient rekening te houden met het milieu. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de uitstoot of emissie die ontstaat door de productieprocessen van de organisatie. De invloed van de productieprocessen en de producten moet zo weinig mogelijk schade toebrengen aan het milieu en de natuur. Duurzaam ondernemen wordt vaak in verband gebracht met milieuvriendelijk ondernemen. Het beperken van de CO2 uitstoot en CO2 neutrale producten komen hierbij aan de orde. Verder is er aandacht voor hergebruik en recycling.

Profit
Veel organisaties in Nederland hebben een zogenoemd ‘winstoogmerk’. Dit houdt in dat deze organisaties winst willen behalen over de producten en diensten die ze verkopen of aanbieden aan consumenten. Winst is belangrijk voor de continuïteit van het bedrijf, daarnaast zorgt een hoge winst er voor dat er meer investeringen kunnen worden gedaan. Deze investeringen kunnen ook worden gedaan om de organisatie duurzamer te maken en de kwaliteit te verbeteren van producten en diensten. Onder profit wordt niet alleen geld verstaan. Kennis, innovatie en een goede reputatie zijn namelijk eveneens aspecten waarmee een organisatie profijt kan behalen.

Biobrandstoffen ter discussie

Wereldwijd is er sprake van een toenemende vraag naar biobrandstoffen. Dit heeft er toe geleid dat er bijvoorbeeld in 2009 in totaal 1,5 miljoen barrels per dag aan vloeibare biobrandstof werden geproduceerd. Dit kwam neer op 1,8 procent van de totale wereldproductie aan vloeibare brandstof. In 2004 was dit nog 500.000 barrels per dat en dat betrof toen 0,6 procent van de totale vloeibare brandstof die wereldwijd werd geproduceerd. Dit lijkt hoopgevend voor het milieu maar toch is het maar de vraag of biobrandstoffen echt zo goed zijn voor het beperken van de CO2 uitstoot.

In verschillende landen gaat men meer suikerriet, soja en andere gewassen verbouwen om meer biobrandstof te produceren. Daarvoor wordt bijvoorbeeld in Azië en Brazilië veel ongerepte natuur verbrand zoals regenwouden en oerwouden. De schade die hiermee aan de natuur wordt toegebracht is vermoedelijk groter dan de voordelen die de extra productie van biobrandstoffen oplevert voor het milieu. Naast het verliezen van kostbare natuur komt er nog een nadeel bij: de regenwouden en oerwouden zorgen er juist  voor dat CO2 wordt omgezet. Verder zorgt het platbrand van regenwouden juist voor meer CO2 in de lucht. Deze effecten worden echter niet in de ERoEI opgenomen.

Biobrandstoffen zorgen er daarnaast voor dat veel voedsel wordt aangewend voor brandstof in plaats van voor voeding. Dit roept het ethische vraagstuk op of het wel verantwoord is om mais tot biobrandstof te verwerken terwijl er in sommige landen sprake is van voedseltekorten.

Biobrandstoffen kunnen wel degelijk een goede ontwikkeling zijn zolang daarbij verstandige keuzes worden gemaakt waarmee mens en natuur in acht worden genomen.

Wat wordt bedoelt met de term energiebalans in de natuurkunde en duurzame energie?

De term energiebalans wordt zowel in het kader van de duurzame energie gebruikt als in de natuurkunde. Met energiebalans wordt de verhouding bedoelt tussen de energie die ergens in wordt gestopt en de energie die er uit wordt gehaald. Er worden voor het woord energiebalans een aantal afkortingen gebruikt. Zo wordt energiebalans afgekort met ERoEI.

ERoEI Dit is een afkorting die staat voor de Engelse woorden Energy Returned on Energy Invested. Hierbij wordt gedoeld op het rendement. Bij een ERoEI groter dan 1 is er sprake van een zekere winstgevendheid. Als de ERoEI kleiner is dan 1 moet ergens meer energie in worden geïnvesteerd dan er wordt uitgehaald. Dit houdt in dat het productieproces meer energie kost dan het daadwerkelijk oplevert.

Biobrandstoffen De wereld moet duurzamer worden. Hierbij kijkt men onder andere naar middelen om de CO2 uitstoot te beperken. De keuze van de meest CO2 neutrale brandstoffen is echter lastig te maken. Dit komt omdat verschillende biologische brandstoffen of biobrandstoffen met veel moeite kunnen worden aangewend. Zogenoemde biobrandstoffen haalt men onder andere uit plantaardige oliën. Er zijn echter grote verschillen in het productieproces en verwerkingsproces van planten en vruchten tot daadwerkelijke bio-ethanol. Zo heeft bijvoorbeeld:

  • Bio-ethanol uit maïs een ERoEI van 1,3
  • Bio-ethanol uit suikerriet een ERoEI van 8,0.
  • Biodiesel die wordt geproduceerd uit koolzaad een ERoEI van 2,5

Wat is recyclen en recycling?

Recycling is in Nederland een term die wordt gebruikt voor het opnieuw gebruiken van materialen en grondstoffen van producten. In  Vlaanderen wordt dit proces ook wel recyclage genoemd. In tegenstelling tot hergebruiken worden bij het recyclen geen producten of onderdelen van producten opnieuw gebruikt. in plaats daarvan wordt een afvalstof omgezet in een nieuw producten. Voor recycling heeft men dus afval nodig. Uit het afval worden grondstoffen gehaald die gebruikt kunnen worden voor de fabricage van nieuwe producten. Recyclen kan worden vertaald met het opnieuw in de omloop brengen van grondstoffen. Dit proces kan op verschillende manieren gebeuren. Grofweg kan men recycling verdelen in twee verschillende groepen:

  • Recycling van de grondstoffen voor een vergelijkbaar doel. Bij deze vorm van recycling verwerkt men grondstoffen zoals glas, papier en plastic  tot nieuwe producten die van deze materialen gemaakt zijn. Bij sommige producten die door deze vorm van recyclen ontstaan worden van lagere kwaliteit. Dit is bijvoorbeeld het geval bij producten die van gerecycled papier of plastic worden gemaakt. Als de kwaliteit van  gerecyclede producten lager is dan de kwaliteit van de oorspronkelijke grondstof dan spreekt men ook wel van downcycling.
  • Recycling van de grondstoffen voor andere doeleinden komt ook voor. Zo kan men bijvoorbeeld plastic maken van aardolie en vervolgens het plastic verbanden om energie te krijgen. Dit zou men bijvoorbeeld ook kunnen doen met hout. Houtpallets kunnen worden gebruikt in energiecentrales als bijstookhout of biomassa.

Inzamelen en sorteren van afval
Het is belangrijk dat de grondstoffen goed gescheiden zijn zodat men deze stoffen effectief kan gebruiken in productieprocessen voor nieuwe producten. Daarom is een goede recycling afhankelijk van het scheiden van afval. Dit scheiden van afval gebeurd op basis van de grondstoffen. Glas wordt in een glasbak gedaan, groente fruit en tuinafval in een GFT container en plastic wordt in speciale containers voor plastic gedaan. Ook papier wordt gescheiden ingezameld.

Afval wordt niet overal in Nederland op dezelfde manier gescheiden ingezameld. Bepaalde gemeenten zijn hierin verder ontwikkelt dan andere gemeenten. Hierdoor zijn er in Nederland een grote diversiteit aan containers. Deze containers kunnen zowel van particulieren zelf zijn als van bedrijven die het afval produceren. Daarnaast zijn er verschillenden afvalcontainers en afvalbakken die van de gemeente zijn en in straten of parken zijn geplaatst.

Afval kan het beste gescheiden worden in containers maar het is soms ook mogelijk om afval na inzameling te scheiden. Door bijvoorbeeld gebruik te maken van magneten kan men metalen uit het afval scheiden. Voor glas, papier en plastic is het scheiden na inzameling aanzienlijk moeilijker en arbeidsintensiever.

Wat is een roetmeting en viergasmeting tijdens een APK?

De Algemene Periodieke Keuring voor voertuigen is in Nederland vooral bekend als afkorting APK. Deze keuring is vanuit Europa als verplichting opgelegd. De verplichte APK moet de verkeersveiligheid bevorderen en daarnaast moeten de voertuigen doormiddel van deze keuring gecontroleerd worden op een aantal milieutechnische aspecten.

De APK wordt gedaan door een keuringsbedrijf dat door de RDW erkend is. Deze bedrijven hebben een bord met daarop RDW erkend. De eisen aan auto’s worden steeds strenger. Dit heeft onder andere te maken met de strengere eisen die worden gesteld aan de verkeersveiligheid. Ook het milieu is wereldwijd een belangrijk aandachtspunt.

De CO2 uitstoot van auto’s moet zoveel mogelijk worden beperkt. Daarom worden ook de milieueisen die aan de orde komen bij de APK steeds strenger. Hierbij wordt onder andere aandacht besteed aan de roetmeting en de viergasmeting. Daarover is hieronder in twee alinea’s informatie weergegeven.

Wat is de roetmeting?
De roetmeting is sinds 1 januari 1997 ingevoerd. Deze meting wordt gedaan bij auto’s die een dieselmotor hebben en daarnaast een bouwjaar hebben van 1980 of later. Tijdens de roetmeting wordt door een APK-keurmeester de hoeveelheid roet gecontroleerd die een auto uitstoot. Hierbij wordt de motor van de auto aangezet en laat men de motor eerst onbelast draaien en vervolgens volgas. Tijdens de roetmeting meet men optisch de hoeveelheid roet die wordt uitgestoten. De roetmeting duurt maar een paar seconden. Desondanks moet de roetmeting wel goed worden uitgevoerd. Er zijn motoren die een Comprexlader bevatten deze motoren zijn uitgesloten van de roetmeting.

Veel auto’s hebben tegenwoordig een OBD. Deze afkorting staat voor On-Board Diagnostics. Dit is een systeem in de auto-elektronica en vormt het voertuigmanagementsysteem van de auto. Daarnaast vormen de On-Board Diagnostics een interface die gebruikt kan worden voor het uitlezen van verschillende technische aspecten van het voertuig. De OBD is ingevoerd in de jaren tachtig. De hoeveelheid informatie die in een OBD kan worden opgevraagd is sinds de invoering toegenomen. De nieuwste variant van OBD is OBD II. Een roetmeting hoeft niet te worden uitgevoerd wanneer een OBD de hoeveelheid roetuitstoot aangeeft. Als een OBD echter een foutmelding heeft moet de roetmeting alsnog worden gedaan.

Wat is een viergasmeting?
Auto’s met een bouwjaar van 1993 of later die zijn uitgerust met een benzinemotor of LPG-motor met een ‘geregelde’ katalysator moeten sinds 1 januari 1998 een zogenoemde viergasmeting ondergaan tijdens de APK. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een viergastester. Met behulp van dit instrument wordt door de APK keurmeester gecontroleerd of de uitlaatgassen niet de wettelijk vastgestelde percentages overschrijden. Als de viergastester aangeeft dat de percentages van bepaalde gassen worden overschreden kan de oorzaak daarvan liggen in een defecte katalysator. De katalysator van een voertuig zet namelijk de meeste schadelijke stoffen om die door de motor worden uitgestoten.

Met de viergasmeting worden vier verschillende gassen die uit de uitlaat komen gemeten. Dit zijn de gassen:

  • Koolmonoxide, dit wordt aangegeven met CO
  • Kooldioxide, dit wordt aangegeven met CO2
  • Koolwaterstoffen, dit wordt aangegeven met HC
  • Zuurstof, dit wordt aangegeven met O2

Door deze gassen te meten kan de APK keurmeester tevens controleren of de werking van de  lambdasonde, de katalysator en het regelsysteem goed is. In de huidige eisen voor de APK is een maximaal toelaatbaar CO2-gehalte vastgelegd dat gemeten wordt in het uitlaatgas. Dit CO2 gehalte wordt gemeten achter de katalysator. Daarnaast heeft men het bij de APK ook over een lambdawaarde. De lambdawaarde kan worden gepaald door het meten van meerdere uitlaatgascomponenten. Daarom is de APK keurmeester verplicht om een 4-gastester te gebruiken.

Wat is emissie en imissie?

Het woord emissie wordt regelmatig gebruikt in de context van milieu en duurzaamheid. Emissie is in dat verband een verzamelnaam voor uitstoot of lozing van verontreinigende stoffen. Er zijn verschillende emissiebronnen. Deze bronnen die uitstoot van schadelijke stoffen veroorzaken kunnen zowel van particulieren als van bedrijven zijn. Emissie in de vorm van luchtvervuiling kan bijvoorbeeld plaatsvinden door de schoorsteen van een woning of door de uitstoot van de schoorsteen van een fabriek.

CO2 uitstoot
De hoeveelheid luchtvervuiling in kubieke meters verschilt per uitstootbron. Auto’s zorgen bijvoorbeeld voor CO2 uitstoot. CO2 is een schadelijke stof die in belangrijke mate verantwoordelijk is voor het opwarmen van de aarde.  De hoeveelheid CO2 die in de lucht wordt uitgestoten is afhankelijk van het soort  brandstof die de auto gebruikt. Daarnaast hebben auto’s een verschillend gewicht waardoor meer vermogen nodig is om de auto in beweging te brengen. Dit zorgt er voor dat de hoeveelheid brandstof ook per auto verschilt.

Verspreiding van luchtvervuiling
Ook de manier waarop de luchtverontreiniging wordt verspreid is afhankelijk van verschillende factoren. Hierbij kan bijvoorbeeld gekeken worden naar de windsnelheid en de windrichting. Daarnaast is de temperatuur van invloed en de turbulenties. Dit zijn echter natuurlijke factoren. De mens heeft ook invloed op de verspreiding van luchtvervuiling bijvoorbeeld door de hoogte van schoorstenen aan te passen en de snelheid van de uitstootgassen te reguleren.

Imissie en emissie
Na verloop van tijd komen de schadelijke stoffen op de leefhoogte terecht. De leefhoogte is anderhalve meter hoog vanaf de grond gemeten. Het is belangrijk dat de lucht op die hoogte zo schoon mogelijk is omdat veel mensen en dieren deze lucht inademen. De stoffen uit de lucht die op de leefhoogte gemeten worden vormen de imissie.

Emissiepatroon
De verhouding tussen de imissie en de emissie wordt ook wel emissiepatroon genoemd. De emissiepatronen kunnen verschillend zijn in een jaar. De tijd van het jaar kan bijvoorbeeld van invloed zijn, wordt er bijvoorbeeld in de zomer of in de winter een emissiemeting verricht. Ook de afkomst van de verontreiniging is van invloed op de meetresultaten. In het verkeer zorgen bewegelijke uitstootbronnen voor veel emissie. Deze emissie vindt dicht bij de grond plaats. De verhouding tot emissie en imissie is daardoor in verkeer is zeer groot.

Bij huizenverwarming is de verhouding tussen emissie en imissie redelijk groot omdat de schoorstenen van woningen verhoudingsgewijs laag zijn. Hierdoor komt de schadelijke emissie relatief snel op imissie hoogte.

Bij grote industriële bedrijven wordt de uitstoot vaak via lange schoorstenen in de lucht gebracht. Hierdoor komt de luchtverontreiniging minder snel op imissie niveau. De verhouding tussen emissie en imissie is hierdoor kleiner dan bij huisverwarmingen het geval is. Dit houdt echter niet in dat de luchtverontreiniging door industriële bedrijven lager is dan de verontreiniging van huizen. De CO2 uitstoot van industriële bedrijven is in de praktijk meestal juist vele malen groter dan de uitstoot van woningen. Dit komt omdat bedrijven veel meer kubieke meters uitstoten dan woningen.

Wat is aardwarmte en wat is het belang van aardwarmte in de energievoorziening?

Aardwarmte wordt ook wel geothermie genoemd. Deze warmte kan worden gebruikt voor het winnen van energie. Aardwarmte is een temperatuurverschil tussen de oppervlakte van de aarde en de aardlagen die onder het oppervlakte zitten. De term aardwarmte wordt vooral gebruikt voor het winnen van warmte in ondiepe aardlagen. Als warmte wordt gewonnen uit diepere aardlagen wordt gesproken over geothermie. Bij geothermie is de temperatuur van de warmte die gewonnen wordt uit de aardbodem over het algemeen hoger dan bij aardwarmte. De aardkorst is niet overal even dik. In sommige gebieden nabij actieve vulkanen hoeft men de warmte niet heel diep uit de aardkorst te halen om een significant temperatuurverschil te krijgen. In vulkanische gebieden zoals bijvoorbeeld IJsland is de geothermische warmte zeer ondiep in de aardkorst te winnen. Het winnen van energie uit deze warmte is daardoor rendabel.

Aardwarmte is goed voor het milieu
Aardwarmte is een goede ontwikkeling. Er zijn verschillende voordelen die aardwarmte interessant maken voor de winning van energie. Zo is aardwarmte duurzaam omdat het niet op kan raken. Het is ook veilig omdat er geen verbranding plaatsvindt. Daarnaast is aardwarmte milieuvriendelijk juist omdat er geen verbranding plaatsvind. Hierdoor zorgt het toepassen van aardwarmte er voor dat er geen gebruik gemaakt hoeft te worden van fossiele brandstoffen zoals gas. Ook een elektrische verwarming draagt bij aan een verhoging van de CO2 uitstoot omdat in Nederland veel elektriciteit nog afkomstig is van kolencentrales zwaar kolen worden verbrand. Bij de verbranding van kolen komt ook CO2 vrij. Aardwarmte komt uit de aarde en zorgt er voor dat de voorraad fossiele brandstoffen minder snel opraakt. Doordat er geen CO2 vrijkomt tijdens het aardwarmteproces is aardwarmte milieuvriendelijk.

Aardwarmte in Nederland
In Nederland en andere Europese landen is de toepassing van aardwarmte in de energievoorziening nog in een beginstadium. Verwacht wordt dat deze techniek wel verder zal worden uitgebreid en meer worden toegepast. De toepassing van aardwarmte gebeurd nu nog veel in gebouwen en kassen. De bedoeling is dat ook woningen gebruik gaan maken van aardwarmte als verwarming. Den Haag is de eerste stad van Nederland waar aardwarmte voor woningen wordt gebruikt.

Warmte en koude opslag
Koude- en warmteopslag is ook een techniek die wordt gebruikt voor energieproductie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van grondwater. Dit wordt in Nederland vanaf een diepte van 100 meter opgepompt. Dit water is warmer dan het oppervlaktewater dat zich op de aarde bevindt. Doordat het grondwater warmer is kan dit water warmte afgeven. In de winter of koude periode kan dit grondwater worden gebruikt om gebouwen en utiliteit te voorzien van een basisverwarming. Nadat het water de warmte in de gebouwen en utiliteit heeft afgegeven wordt het water koeler. Het afgekoelde grondwater wordt vervolgens weer in de aardbodem gepompt om vervolgens weer door de aarde opgewarmd te worden. In de zomer kan men minder warm grondwater ook gebruiken als koelwater.

Wat is biomassa en waar wordt biomassa voor gebruikt?

Biomassa kan worden gebruikt als brandstof voor het maken van een vuur. Tot op de dag van vandaag wordt biomassa voornamelijk in ontwikkelingslanden voor dit doel gebruikt. Het vuur kan dienen als verwarming maar ook om eten op te koken en te braden. Vuur kan ook worden gemaakt op basis van fossiele brandstoffen zoals olie en gas. Biomassa bestaat echter uit organisch materiaal. Hout is een veelgebruikte soort biomassa.

Daarnaast kunnen ook plantenresten en andere organische materialen al biomassa worden gebruikt. Mensen maken al heel lang gebruik van hout als brandstof voor vuur. De mens heeft als enige van alle levende wezens geleerd om vuur te maken en te beheersen. Door de jaren heen hebben mensen echter steeds weer nieuwe brandstoffen ontdekt en uitgevonden. Het gebruik van biomassa is echter nooit verdwenen. Ook nu wordt biomassa nog veel gebruikt.

Wat is biomassa precies?
Hout en houtsnippers zijn veel voorkomende vormen van biomassa. Vooral hout van snelgroeiende bomen wordt veel gebruikt. Hierbij kan gedacht worden aan het hout van de populier en de wilg. Naast deze soorten van biomassa worden ook andere organismen gebruikt zoals olifantsgras. Ook meststoffen kunnen worden gebruikt als biomassa. In de praktijk wordt de mest van varkens, koeien en kippen gebruikt. Deze meststoffen zijn de afvalstoffen van boerderijen, veehouderijen en andere agrarische bedrijven. Deze afvalstoffen worden als biomassa hergebruikt. Dit is een soort recycling van afvalstoffen.

Natte en droge biomassa
Biomassa kan worden onderverdeeld in droge en natte biomassa. Droge biomassa bestaat uit droog hout zoals afvalhout en droog groenafval. Droge biomassa kan goed worden verbrand. Natte biomassa is bijvoorbeeld mest maar ook slib. Daarnaast kan GFT (groene fruit en tuin) afval worden gebruikt als natte biomassa. Deze biomassa kan worden gedroogd zodat het kan worden verbrand. Daarnaast wordt natte biomassa ook wel vergist. Doormiddel van vergisting kan natte biomassa namelijk ook worden omgezet in energie.  

Toepassing van biomassa
Biomassa wordt tegenwoordig niet alleen maar gebruikt als brandstof voor een eenvoudig vuur. Doormiddel van vergassing en verbranding kan biomassa ook worden omgezet in energie. In kolencentrales wordt tegenwoordig ook een deel biomassa verstookt. Door biomassa in kolencentrales te verbranden hoeven minder kolen te worden gebruikt. Daarnaast hoeven er ook geen aparte centrales gebouwd te worden die energie kunnen opwekken uit biomassa. De regering van Nederland wil het meestoken van biomassa in kolencentrales verplichtten. Hierdoor worden minder kolen verstookt. Ondanks dat zorgt het verstoken van biomassa ook voor een hogere CO2 uitstoot.

Biomassa is CO2 neutraal
Biomassa zorgt bij verbanding voor een CO2 uitstoot. Dit gebeurd ook bij het verbranden van fossiele brandstoffen. Bij fossiele brandstoffen wordt echter puur CO2 in de lucht geblazen tijdens de verbranding. Bij biomassa heeft het organisme zoals bijvoorbeeld de boom eerst geleefd. Tijdens dit leven hebben bomen en planten eerst CO2 opgenomen uit de lucht. De broeikasgassen worden door bomen en platen omgezet in zuurstof. Na verbranding stoten ze weer CO2 uit waardoor het gecompenseerd. Biomassa is hierdoor in feite CO2 neutraal.

Waarom wordt koolstofdioxide CO2 als natuurlijk koudemiddel toegepast?

Koolstofdioxide wordt ook wel aangeduid met CO2 en is net als ammoniak een natuurlijk koudemiddel. In tegenstelling tot ammoniak is CO2 niet giftig. Daarnaast is het niet brandbaar en ook niet explosief. Dit zijn eigenschappen die er voor zorgen dat CO2 veiliger gebruikt kan worden dan ammoniak. In koelers van productieruimtes en in opslagruimtes kan men gebruik maken van CO2. Mochten er bepaalde ongelukken gebeuren in het bedrijf zoals brand dan zorgt de aanwezigheid van CO2 niet voor een verhoogd risico voor de werknemers, het bedrijfspand en de directe omgeving. Naast de toepassing van CO2 als koudemiddel kan CO2 ook worden gebruikt als koudedrager. Bij deze toepassing wordt het CO2 deel gekoeld door gebruik te maken van een cascade installatie. In deze installaties wordt CO2 rondgepompt en samengeperst door compressoren.

Eigenschappen van CO2 in koelinstallaties
CO2 wordt als natuurlijk koudemiddel populairder. Dit heeft te maken met de veiligheid van dit koudemiddel en daarnaast ook met de milieuvriendelijkheid. In tegenstelling tot chemische koudemiddelen is CO2 niet schadelijk voor het milieu. De Europese eisen omtrent (F-gassen) worden steeds strenger. Freon-12  is een chloorfluorkoolstofverbinding  (cfk’s) die in het verleden wel werd gebruikt in koelinstallaties omdat ammoniak te gevaarlijk zou zijn. Freon-12 is echter zeer schadelijk voor de ozonlaag daarom mag Freon niet meer worden gebruikt in koelinstallaties. De wet en regelgeving omtrent koeltechniek stelt eisen aan de milieuvriendelijkheid van koelinstallaties. Deze strengere regelgeving zorgt er voor dat veel bedrijven naar andere koelmiddelen zoeken dan de chemische koelmiddelen die nog (te) veel worden gebruikt. Toch is CO2 niet in alle gevallen een uitstekende oplossing. Zo is de toepassing van CO2 als koudedrager in een vriesinstallatie ongeveer 10 tot 15 procent duurder dan wanneer ammoniak wordt toegepast. Daarnaast kunnen andere koelmiddelen betere (koel)eigenschappen hebben die ze geschikt maken voor een bepaalde toepassing. De overheid subsidieert momenteel het gebruik van CO2 als koelmiddel om de kosten van dit koelmiddel voor bedrijven aantrekkelijker te maken. Hierdoor hoopt de overheid te stimuleren dat CO2 als koelmiddel wordt gebruikt in plaats van milieuonvriendelijke koelmiddelen.

Wat is CO2 en waarom moet de CO2 uitstoot zoveel mogelijk worden beperkt?

CO2 is een kleurloos en reukloos gas. Het wordt ook wel kooldioxide of koolstofdioxide genoemd en komt voor in de atmosfeer van de aarde. CO2 is de bruto formule van een anorganische verbinding tussen zuurstof een koolstof. De hoeveelheid CO2 neemt op aarde jaarlijks toe. Dit draagt bij aan de opwarming van de aarde. Deze opwarming van de aarde moet zoveel mogelijk worden beperkt. Daarom wordt er wereldwijd veel aandacht besteed aan het beperken van de CO2 uitstoot. In internationale verdragen proberen landen onderling afspraken vast te leggen waarin een maximum is vastgesteld aan de CO2 die een land jaarlijks in de atmosfeer mag uitstoten.

Hoe ontstaat CO2 uitstoot?
Het overgrote deel van de CO2 uitstoot in de atmosfeer wordt veroorzaakt door de verbranding van verschillende fossiele brandstoffen. Fossiele brandstoffen worden gebruikt om als brandstof te dienen voor bijvoorbeeld auto’s, machines en elektriciteitscentrales. Hierbij worden de fossiele brandstoffen verbrand. Voorbeelden van fossiele brandstoffen die veel worden gebruikt zijn aardolie, aardgas en steenkool. Door het verbanden van deze fossiele brandstoffen kan warmte worden gecreëerd en daarnaast kan de fossiele brandstof bij verbranding worden omgezet in elektriciteit en mechanische energie.  Een nadeel van deze verbranding is wel dat er CO2 wordt uitgestoten in de atmosfeer.

Wat is het broeikaseffect?
Dit effect, wordt zoals de naam al aangeeft, vergeleken met een broei kas. Broeikassen zijn glazen of plastic overkappingen die meestal in de buitenlucht worden geplaatst. De zon schijnt met haar stralen door het glas of het plastic heen. Hierdoor krijgen de planten in de kas warmte door kortgolvige straling. De warmtestraling wordt echter ook teruggekaatst door alles wat in de kas aanwezig is. Deze teruggekaatste straling is echter langgolvige staling. Echter het glas of plastic van de kas zorgt er voor dat de langgolvige straling slechts in beperkte mate wordt teruggekaatst naar de omgeving buiten de kas. Hierdoor blijft een groot deel van de warmte in de kas aanwezig. Zo werkt het ook met de aarde. CO2 absorbeert  infrarode straling. Hierdoor wordt de langgolvige uitstraling van de zonnewarmte die wordt teruggekaatst naar de ruimte vermindert. Doordat de langgolvige straling van de zon niet geheel meer wordt teruggekaatst naar de ruimte houdt de aarde een deel van de warmte in haar atmosfeer. Het gevolg is dat de aarde opwarmt.

Wat zijn de gevolgen van een opwarming van de aarde?
Wereldwijd zijn er verschillende instanties die zich bezig houden met de klimaatontwikkelingen op aarde. Een bekende instantie die zich bezig houdt met de klimaatontwikkelingen is het Intergovernmental Panel on Climate Change IPCC. Dit is een organisatie van de Verenigde Naties en is in 1988 opgericht. Deze instantie doet zelf geen onderzoeken maar evalueert onderzoeken over klimaatontwikkelingen op aarde. Naast het IPCC zijn er verschillende andere instanties over de wereld verspreid die de gevolgen van CO2 uitstoot onderzoeken. Ze proberen de gevolgen van het broeikaseffect in kaart te brengen. Dat de aarde opwarmt is duidelijk maar de gevolgen van deze opwarming zijn moeilijk vast te stellen. Hieronder heerst tussen de onderzoeksinstanties verdeeldheid.

  • Een belangrijk gevolg van de opwarming van de aarde is dat de zeespiegel zal stijgen. Dit heeft te maken met het smelten van de poolkappen. Daardoor zullen meer mensen getroffen kunnen worden door overstromingen wanneer er niet tijdig dijken worden verhoogd.
  • Bepaalde gebieden in de wereld kunnen gaan uitdrogen. Er zullen door de opwarming van de aarde waarschijnlijk meer woestijnen ontstaan. Dit zal voornamelijk gebeuren in gebieden die op dit moment al warm zijn zoals het Midden-Oosten en India.
  • Daarnaast zal de opwarming van de aarde er toe bijdragen dat het klimaat over de hele wereld verandert. Dit heeft niet alleen met een toename van de temperatuur te maken. Ook het neerslagpatroon zal waarschijnlijk veranderen.
  • Door het veranderen van het klimaat en het weer zullen verschillende ecosystemen verdwijnen of opschuiven. Hierdoor kunnen diersoorten uitsterven of zich naar andere gebieden verplaatsen.
  • Daarnaast zal er wereldwijd veel verzuring optreden. Het zeewater zal verzuren waardoor het leven in het zeewater wordt aangetast. Koraalriffen zullen met uitsterven worden bedreigd.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de gevolgen van een broeikaseffect op aarde. Deze voorbeelden worden in verschillende publicaties genoemd. Het is echter onduidelijk in welke mate deze gevolgen zullen plaatsvinden en bij welke temperatuurtoename. Feit is wel dat de opwarming van de aarde de leefomstandigheden voor veel mensen en dieren verslechtert. Nederland zal door de verwachte stijging van de waterspiegel aanzienlijk moeten investeren in haar deltawerken waaronder het verstevigen en verhogen van haar dijken.

Wat kan tegen het broeikaseffect worden gedaan?
Nederland is hard bezig om zo zuinig mogelijk met fossiele brandstoffen om te gaan. De CO2 uitstoot wordt zoveel mogelijk beperkt. Mensen maken gebruik van zonnepanelen waardoor ze voor een deel hun eigen energie opwekken. Hierdoor hoeven kolencentrales minder energie te produceren. Er zijn zelfs plannen om het Waddeneiland Ameland geheel zelfvoorzienend te laten zijn op het gebied van energie. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in de ontwikkeling van energiezuinige, lichte elektrische auto’s.

Ook het recyclen van afval behoort tot een belangrijk element van het beperken van de CO2 uitstoot. Veel afval bestaat uit grondstoffen die uit het aardoppervlak worden gehaald. Voorbeelden hiervan zijn plastics maar ook metalen. Wanneer deze materialen worden hergebruikt hoeven er minder delfstoffen uit de aarde worden gehaald. Daarnaast kost recyclen vaak minder energie dan het gehele proces waarbij delfstoffen gewonnen moeten worden en vervolgens in de juiste vorm moeten worden gebracht. Plastics zijn daarnaast zeer duurzaam. Dit is een voordeel want het gaat lang mee. Een nadeel hiervan is dat plastics in de natuur nauwelijks oplossen. Daarom is het goed dat plastics worden gerecycled.

Nederland loopt hierin niet voorop maar doet wel mee. Nederland is wereldwijd echter een klein dichtbevolkt land en kan in haar eentje nauwelijks de totale CO2 uitstoot van de wereld beperken. Grote landen zoals China, Rusland en de VS hebben meer invloed op de totale uitstoot. Gelukkig hebben deze landen langzamerhand ook een positieve houding gecreëerd ten opzichte van duurzame energie. Wanneer die landen eenmaal duurzaamheid hoog op de agenda zetten is de kans groot dat de CO2 uitstoot omlaag gaat. Dit is van belang voor de leefbaarheid van de gehele aarde en alles wat daarop leeft.

Duurzaamheid op de werkvloer

Duurzaamheid op de werkvloer is naar mijn mening niet samen te vatten in één daad maar meer in een pakket van daden en activiteiten die verspilling tegen gaan. Het is hierbij van belang om na te gaan welke activiteiten op de werkvloer plaatsvinden en in welke mate deze nut hebben. De verspilling op kantoor kan zich richten op een tweetal hoofdgebieden: verspilling van grondstoffen en de verspilling van energie. Deze verschillende gebieden kunnen verder worden uitgewerkt.

Verspilling van grondstoffen
Wanneer we naar de grondstoffen kijken bij kantoorwerkzaamheden zijn er slechts een paar facetten waarop bezuinigd kan worden. Veel kantoorwerk draait naast een computersysteem nog om papier. Een vergroting van digitale opslagcapaciteit kan het papierwerk verminderen. Daarnaast kan een standaard programmering van de printer op dubbelzijdig papier worden gezet. Veel papierwerk wordt op kantoor nog op enkelzijdig gezet. Dubbelzijdig afdrukken kan het gebruik van papier halveren. Ook personeelsdossiers, inschrijfkaarten en andere personeelsgegeven  zouden volledig digitaal kunnen worden gemaakt al maakt dat een bedrijf wel afhankelijk van een computersysteem.

Verder zijn er op kantoor weinig grondstoffen waarop bespaard kan worden. Materialen en machines zouden misschien beperkt kunnen worden ingezet of van duurzame recyclebare grondstoffen worden gemaakt. Als telefoons, computers en andere materialen op kantoor niet meer aan de eisen voldoen kunnen deze misschien worden ingeleverd bij een instantie die deze materialen kan hergebruiken. Oude kantoormaterialen worden nog regelmatig gewoon weggegooid. Dit is jammer want andere bedrijven kunnen er misschien nog mee werken. Ook 2de en 3de wereldlanden kunnen vaak nog gebruik maken van oude materialen en gereedschappen van het Nederlandse bedrijfsleven.

Daarbij kan op kantoor meer aandacht worden besteed aan afvalscheiding. Veel kantoorpersoneel is nauwelijks bezig met afvalscheiding. Papierafval en plastic wordt vaak achteloos in dezelfde container gegooid. Het belang van afvalscheiding wordt bij veel bedrijven nog nauwelijks onder de aandacht gebracht.

Verspilling van energie
Verspilling van energie op kantoor richt zich op twee hoofdgroepen: de verspilling van gas en de verspilling van elektriciteit. Wanneer we ons richten op gas kun je de vraag stellen of het kantoor wel altijd verwarmd moet zijn. Wordt elke ruimte wel gebruikt en  moet elke ruimte wel worden verwarmd? Hoe zit het met de isolatie van een kantoorpand? Klimaatbeheersingssystemen waarbij deuren en ramen zoveel mogelijk gesloten blijven zijn nuttige energiebesparende systemen wanneer deze goed zijn ingeregeld.

Op elektrisch gebied zijn ook veel besparingsmaatregelen door te voeren. Dit is echter sterk gekoppeld aan de betrokkenheid van de personeelsleden zelf. Waarom een computer in stand-by laten staan als je voor langere tijd het kantoor verlaat? Moet elke ruimte wel verlicht worden wanneer je slechts een beperkt aantal ruimtes gebruikt? Gebruik maken van spaarlampen en led verlichting is natuurlijk vanzelfsprekend en belangrijke bezuinigingsmaatregel. Daarnaast is het verstandig om na te gaan of de printers en kopieerapparaten wel zuinig in gebruik zijn. Zijn er niet zuiniger, milieuvriendelijker varianten op de markt die dezelfde kwaliteit leveren. Dit geld ook voor koffieautomaten die dag en nacht aan staan en water koken om voldoende warm water beschikbaar te hebben voor thee. Dit voortdurend water koken zorgt er voor dat er ook s ’nachts veel energie wordt verbruikt. Op veel kantoren wordt gebruik gemaakt van afwasmachines deze verbruiken ook veel energie. Alleen laten draaien wanneer deze machines voldoende gevuld zijn.

Conclusie
Duurzaamheid kan door een bedrijf worden aangemoedigd maar echte duurzaamheid moet door de gebruiker worden gerealiseerd. Het is een bewuste manier van leven. Dit moet bij veel mensen aangeleerd worden. Een bedrijf zou overzichten kunnen publiceren van het energieverbruik dat een vestiging per vierkante meter vloeroppervlak heeft om zo inzichtelijk te maken wie het meeste energie verbruikt. Daar zou een duurzaamheidsprijs aan kunnen worden verbonden.