Wat zijn organische brandstoffen?

Organische brandstoffen zijn energiedragers van organische aard die energie leveren doormiddel van een chemische reactie zoals verbranding of oxidatie. Organische brandstoffen zijn organisch, dat wil onder andere zeggen dat deze brandstoffen koolstofverbindingen bevatten. De energie die door de verbranding of oxidatie van organische brandstoffen ontstaat kan worden gebruikt voor licht, warmte en kinetische energie.

Voorbeelden van organische brandstoffen
Organische brandstoffen worden in de praktijk veel gebruikt. Er zijn door de jaren heen verschillende organische brandstoffen ontwikkeld met specifieke eigenschappen. We noemen een aantal voorbeelden van organische brandstoffen:

  • Aardolie is een fossiele brandstof waaruit verschillende motorbrandstoffen zijn ontwikkeld zoals benzine, diesel en kerosine.
  • Lpg oftewel liquefied petroleum gas. Wordt gemaakt door een behandeling van zowel aardolie als aardgas. Lpg is een fossiele brandstof waarvan ongeveer 60% wordt gewonnen uit en 40% uit raffinage van olie.
  • Aardgas is fossiele brandstof en wordt onder andere als compressed natural gas CNG op de markt gebracht en als: Liquefied/liquid natural gas (lng). Lng is vloeigbaar gemaakt aardgas en is een cryogene brandstof.
  • Steenkool is een fossiele brandstof die onder andere nog veel wordt gebruikt in kolencentrales.
  • Bruinkool is ook een fossiele brandstof die in het verleden veel werd gebruikt.
  • Biobrandstof is een verzamelnaam die wordt gebruikt voor verschillende brandstoffen die een organische oorsprong hebben maar niet bestaan uit fossiele brandstoffen. Biobrandstoffen kunnen vast, vloeibaar of gasvormig zijn en worden vaak geproduceerd uit afval.
  • Biomassa is ook geen fossiele brandstof en bestaat uit zowel plantaardig als dierlijk materiaal.
  • Hout wordt tegenwoordig nog steeds als brandstof gebruikt in bijvoorbeeld een open haard.
  • Houtpellets zijn korreltjes die zijn gemaakt van houtpoeder en worden met name gebruikt voor pelletkachels en pelletketels.
  • Turf is opgedroogd veen en werd in het verleden gebruikt als brandstof.

Zijn pellets milieuvriendelijker dan andere brandstoffen?

Pelletkachels zijn populair. Steeds meer mensen overwegen om een pelletkachel te gebruiken als verwarmingsbron. Omdat pelletkachels nog niet echt ingeburgerd zijn als verwarmingssysteem stellen veel mensen vragen over deze nieuwe vorm van verwarming. Op internet zijn veel websites te vinden die het onderwerp pelletkachel behandelen. Naast pelletkachels heeft men het ook wel over pelletketels.

Pelletkachel of pelletketel
In feite is een pelletketel een biomassaketel die wordt gebruikt voor een centrale verwarmingsinstallatie. Daarom heeft men het ook wel over een pellet cv-ketel. Hierin worden houtpellets verstookt om vervolgens Cv-water te verwarmen. Dit water stroomt naar radiatoren in principe is dit hetzelfde systeem als een gasgestookte cv-installatie alleen wordt bij een pelletketel een ander type ketel gebruikt en een andere brandstof namelijk houtpellets. Pekketketels of biomassaketels worden naast verwarming ook wel gebruikt voor warm water. In dat geval spreekt men ook wel over een combisysteem.

Pelletkachels zijn het beste te vergelijken met houtkachels of een open haard. Dat komt omdat pelletkachels rechtstreeks warmte overbrengen op de omgeving net als een open haard. Wat hierbij opvalt is dat pelletkachels vooral efficiënt zijn in gebruik omdat het rendement zo hoog is van deze vorm van verwarming. Een hoog rendement zorgt er voor dat pelletkachels milieuvriendelijker zijn dan verschillende andere verwarmingsbronnen. Een pelletkachel is in ieder geval een stuk milieuvriendelijker dan een houtkachel of openhaard. Echter is een pelletkachel wel minder sfeervol.

Waarvan worden pellets gemaakt?
Pellets worden gemaakt van hout daarom noemt men pellets ook wel houtpellets. Deze houtpellets worden gemaakt van houtstof dat geproduceerd wordt van zogenaamde kaprijpe bomen. Wanneer kaprijpe bomen niet gekapt zouden worden maar gewoon in de natuur zouden blijven staan om weg te rotten zou er ook veel Koolstofdioxide uitgestoten worden. Dit komt omdat bij rottingsprocessen in de natuur ook een bepaalde hoeveelheid CO2 vrij komt. Volgens sommige berekeningen zou de CO2 die bij het rottingsproces vrijkomt gelijkwaardig zijn aan de CO2 die vrijkomt bij het verstoken van het hout in een houtkachel of openhaard.

Rendement van houtpellets
Het gaat natuurlijk om de warmte die vrijkomt bij het verstoken van hout. De verhouding tussen de hoeveelheid brandstof en de hoeveelheid warmte wordt ook wel rendement genoemd. Pelletmassa is hierbij een veel efficiëntere brandstof dan gewoon haardhout. Een pelletkachel of pelletketel zet ongeveer 85 procent van de energie uit hout om in warmte. Een open haard zet ongeveer 10 procent van de energie uit hout om in warmte.

Wat is de ATEX 153 richtlijn (voorheen ATEX 137)?

Vanuit de ATEX 137 waren bedrijven als verplicht om een ExplosieVeiligheidsDocument (EVD) op te stellen. Deze verplichting blijft gehandhaafd in de ATEX 153 richtlijn. De benaming ATEX 137 was een andere naam die gehanteerd werd de richtlijn 1999/92/EG. Deze naam is nu veranderd in de ATEX 153. Het getal 153 is ontleend aan de hoofdstukken uit het Europese Verdrag van Lissabon.

Doel en toepassing van de ATEX 153 richtlijn
Het doel van de ATEX 153 richtlijn is het maken van een veilige werkomgeving door het voorkomen van risico’s in explosieve atmosferen. De ATEX 153 richtlijn gaat over het voorkomen van de ontwikkeling van een explosieve atmosfeer. Omdat een explosie plaatsvindt op basis van een ontsteking is de ATEX 153 richtlijn ook gericht op het vermijden van ontsteking en ontstekingsbronnen. Ook is de richtlijn gefocust op de beperking van de schadelijke effecten van een explosie en de toepassing van apparatuur op explosiegevaarlijke werkplekken. De ATEX richtlijnen zijn van toepassing op alle bedrijven waarin gewerkt wordt met ontvlambare gassen en vloeistoffen of met fijn stof omdat in deze bedrijven een gevaarlijke explosieve atmosfeer ontstaan.

ExplosieVeiligheidsDocument (EVD)
Zoals in de inleiding is genoemd vormt de verplichting van het ExplosieVeiligheidsDocument (EVD) een belangrijk onderdeel van de ATEX 137. Dit ExplosieVeiligheidsDocument moet een aantal verplichte onderdelen bevatten. Deze verplichte onderdelen zijn:

  • Er moet een indeling zijn van gevarenzones, deze moet actueel zijn. Dit houdt in dat deze indeling niet ouder mag zijn dan vijf jaar.
  • De stofeigenschappen moeten vastliggen.
  • Ook de totstandkoming van de zones voor stof- en/of damp- en gasexplosiegevaar moeten zijn vastgelegd.
  • De (mogelijke) ontstekingsbronnen en de beoordeling van de risico’s daarvan moeten zijn vastgelegd.
  • Er moet inzichtelijk zing gemaakt hoe de risicobeoordeling van de ontstekingsbronnen heeft plaatsgevonden.
  • De getroffen maatregelen moeten daadwerkelijk worden uitgevoerd en geborgd. Deze borging moet inzichtelijk zijn.

Wat is de ATEX 114 richtlijn (voorheen ATEX 95)?

Apparatuur die bestemd is voor een toepassing in een explosiegevaarlijke omgeving en na 20 april 2016 op de markt is gebracht zal moeten voldoen aan de ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU). De letters ATEX zijn een afkorting en staan voor de Franse benaming “ATmosphère EXplosible. In de ATEX 114 zijn richtlijnen beschreven die bedrijven moeten opvolgen om aan de essentiële gezondheidseisen en veiligheidseisen (EHSR’s) te voldoen. Dit zijn specifieke richtlijnen voor zowel elektrische apparaten als niet-elektrische apparaten die worden gebruikt op locatie waar stof- of gasexplosiegevaar kan optreden. In het Besluit Explosiegevaarlijk materiaal is de ATEX 114 opgenomen.

Doel en toepassing van de ATEX 114 richtlijn
De ATEX 114 biedt transparantie en zorgt er voor dat een vrij verkeer van explosieveilige producten tussen Europese lidstaten eerlijk verloopt. Bedrijven die in Europa producten, apparaten en  beveiligingssystemen aanschaffen die onder de ATEX 114 richtlijn vallen kunnen er vanuit gaan dat deze producten aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen voldoen.

ATEX richtlijnen zijn dus van toepassing op alle bedrijven waar gewerkt wordt met ontvlambare gassen, ontvlambare vloeistoffen of met fijn stof. In deze bedrijven kan een explosief mengsel en  gevaarlijke explosieve atmosfeer ontstaan en daarom moet men de speciale richtlijnen van de ATEX 114 opvolgen. Deze richtlijnen zijn overigens niet alleen van toepassing op grote industriële  bedrijven maar ook op andere bedrijven waar brandbare stoffen worden opgeslagen of verwerkt. Samengevat is de ATEX 114 richtlijn van toepassing op: 

  • Fabrikanten van materiaal dat gebruikt wordt in een explosiegevaarlijke omgeving.
  • Het distribueren en importeren van apparatuur die moet worden gebruikt op explosiegevaarlijke plaatsen.
  • Het gebruiken en in gebruik nemen van Elektrische  en niet-elektrisch materialen en apparatuur in een explosiegevoelige omgeving.

Wat doe je bij brand?

Brand is een ongewild vuur en zorgt meestal voor risico’s voor zowel mensen, dieren, gebouwen en het milieu. Het is belangrijk dat men weet hoe men moet handelen bij brand omdat de gevolgen van een brand voor een groot deel te maken hebben met hoe men op een brand reageert. Een aantal aspecten zijn van belang. Iemand die een brand opmerkt moet:

  • Zorgdragen voor zijn of haar eigen veiligheid.
  • De brand melden en alarm slaan.
  • Mensen in de omgeving waarschuwen.
  • Indien mogelijk ramen en deuren sluiten.
  • Zichzelf en anderen in veiligheid brengen.
  • De brand blussen als dat mogelijk is.

Richtlijnen voor het blussen van een brand?
De volgende richtlijnen zijn van belang als men een brand gaat blussen.

  • Zorg voor je eigen veiligheid en de veiligheid van andere mensen.
  • Kies het juiste blusmiddel voor het type brand (A,B,C,D of F brand).
  • Richt blusmiddelen op het brandende voorwerp en niet op de vlammen.
  • Blijf alert, als het vuur gedoofd lijkt kan het weer oplaaien.
  • Als de brand niet onder controle gekregen kan worden zal men zichzelf in veiligheid moeten brengen.

Hoe vlucht je veilig weg voor een brand?
Vluchten klinkt makkelijk maar dat is het in feite niet. Ook voor het vluchten dient men een aantal veiligheidsinstructies op te volgen om de kans op overleven te vergroten:

  • Gebruik de aanwijzingen op borden (nooduitgang, vluchtroute en verzamelplaats). Volg ook de mondelinge instructies van hulpdiensten.
  • Gebruik de trap en nooit de lift. Een lift kan vastlopen.
  • Bij brand vlucht je het veiligste dwars in de windrichting.
  • Ga naar de verzamelplaats en meld je daar bij de verantwoordelijke (leidinggevende)

Wat is energietransitie?

Energietransitie is het geheel van inspanningen dat wordt verricht om van het gebruik van een bepaalde energiebron over te gaan op het gebruik van een andere energiebron. Deze definitie heeft schrijver Pieter Geertsma, van technischwerken.nl, geformuleerd om de betekenis het woord energietransitie te verduidelijken. Als men het heeft over energietransitie dan heeft men het meestal over de omschakeling van een milieubelastende energiebron naar een minder milieubelastende energiebron. Het vervangen van fossiele brandstoffen door brandstoffen waarbij minder CO2 uitgestoten wordt rekent men over het algemeen ook tot energietransitie.

Doel van energietransitie
Het doel van de energietransitie is het omschakelen van een milieubelastende energiebron naar een energievoorziening waarbij minder CO2 wordt uitgestoten zonder dat daarbij de energievoorziening in gevaar komt. Energietransitie houdt dus niet per definitie in dat er minder energie wordt verbruikt. Het gaat puur om het gebruiken van een andere, milieuvriendelijker energiebron. Duurzame energiebronnen worden ook wel groene energiebronnen genoemd of hernieuwbare energiebronnen. Dit zijn bijvoorbeeld technische voorzieningen waarmee elektrische energie uit zonlicht of windkracht kan worden gehaald. Ook zijn er warmtepompen, aardwarmte en voorzieningen voor koude en warmteopslag die er voor zorgen dat woningen en utiliteitscomplexen op de juiste temperatuur kunnen worden gebracht zonder dat er brandstoffen worden gebruikt. De energietransitie bevorderd het gebruik van moderne technologie waarmee energie kan worden gewonnen uit onuitputbare bronnen die in de natuur aanwezig zijn.

Noodzaak van energietransitie
Duurzame energievoorzieningen worden steeds belangrijker voor bedrijven, overheden en particulieren omdat de klimaatakkoorden een steeds verplichtender karakter krijgen. De opwarming van de aarde is een feit dat doormiddel van verschillende onderzoeken is aangetoond en onderbouwd. Het verbranden van fossiele brandstoffen zoals steenkool, bruinkool, aardolie en in mindere mate aardgas zorgt voor veel CO2 uitstoot. Dit is een broeikasgas dat de opwarming van de aarde in de hand werkt. Dit broeikasgas zorgt er voor dat grote delen van de wereld verdrogen en de poolkappen smelten. Daardoor ontstaan grote problemen in de wereld. De CO2 uitstoot moet omlaag en daarom is energietransitie van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen noodzakelijk.

Wat is de Wet van behoud van energie?

De Wet van behoud van energie is een natuurwet en wordt ook wel de eerste hoofdwet van de thermodynamica genoemd. De kern van de Wet van behoud van energie is dat energie nooit verloren gaat. In feite is deze wet een behoudswet. Deze wet maakt duidelijk dat het totaal aan energie in een  geïsoleerd systeem altijd constant blijft. Men kan in dit systeem wel energievormen omzetten in andere energievormen maar energie zal niet verdwijnen. Met andere woorden de totale som van de energieën in een geïsoleerd systeem verandert niet.

Uitleg Wet van behoud van energie
De wet van behoud van energie is van groot belang bij onderzoeken en de ontwikkeling van machines en dynamische systemen waarbij energie wordt omgezet. Energie kan nooit verloren gaan of vernietigd worden. Aan de andere kant kan men ook geen extra energie creëren. Een voorbeeld: men kan de energie uit fossiele brandstoffen halen door deze te verbranden in bijvoorbeeld een Mengselmotor (Ottomotor). Dit doet men doormiddel van een vonk van een bougie. De vonk ontsteekt de brandstof en er ontstaat druk. De druk brengt de zuiger in beweging (bewegingsenergie) en de zuigerstang geeft deze energie over op de krukas die gaat draaien. Dit brengt de wielen in beweging en verplaatst de auto. De auto geeft energie af aan haar omgeving in de vorm van warmte (van uitlaatgassen en wrijving van banden op wegdek). In deze keten is voortdurend energie omgezet en is de energie behouden.

Het feit dat bij veel processen en machines een bepaalde hoeveelheid warmte vrij komt is interessant. Warmte kan men namelijk terugwinnen en hergebruiken. Dat is energiezuinig. Denk hierbij aan de stadsverwarming die wordt aangelegd in een aantal wijken in Nederland. In deze leidingen wordt water getransporteerd dat verwarmt is door de verbranding van afval in een afvalverbrandingsoven. Ook zijn er warmteterugwinsystemen ontwikkeld in de installatiebranche. Deze systemen worden ook wel WTW-systemen genoemd en zorgen er ook voor dat er optimaal gebruik wordt gemaakt van de zogenaamde restwarmte die ontstaat in de keteltechniek.

Perpetuum mobile
Een perpetuum mobile is een Latijnse benaming voor een eeuwige machine. Deze machine zou binnen het kader van de Wet van behoud van energie in theorie kunnen bestaan indien de machine in het geheel geen energie zou afgeven aan haar omgeving. Dit is echter in de praktijk onhaalbaar want bij elke machine wordt een deel van de energie afgegeven aan de omgeving door bijvoorbeeld warmte. Daarom hebben alle systemen en machines energiedragers nodig. Dit kunnen bijvoorbeeld (fossiele) brandstoffen zijn maar het kan ook zonlicht zijn of windkracht. Ook bij deze processen is er sprake van energieomzetting.

Men kan het licht en de warmte van de zon bijvoorbeeld omzetten in elektrische energie doormiddel van zonnepanelen maar ook de bewegingsenergie van windturbines kan men in elektrische energie omzetten. Een perpetuum mobile is dus in de praktijk niet haalbaar maar men zonlicht of windkracht kan men wel systemen ontwikkelen waarbij men zonder het verbranden van brandstoffen een systeem draaiende kan houden. Uiteraard wordt ook hierbij energie afgeven aan de omgeving, alleen gebeurd dat niet door de emissie van warme uitlaatgassen die CO2 en andere schadelijke stoffen bevatten. Daarom worden systemen die draaien om zonlicht, windkracht en waterkracht ook wel systemen genoemd die op hernieuwbare energie draaien.

Wat is zelfontbranding in de motortechniek?

Zelfontbranding is een verschijnsel dat onder andere voorkomt in de motortechniek. In de motortechniek heeft men het over zelfontbranding als een brandstof spontaan tot ontbranding komt. Daarbij is de zelfontbrandingstemperatuur van groot belang.  Deze temperatuur is de temperatuur waarop een stof tot ontbranding komt. De manier en het moment waarop zelfontbranding ontstaat is dus afhankelijk van de toestand waarin de brandstof zich bevindt. De optimale toestand waarop een brandstof tot zelfontbranding kan komen kan doormiddel van een verbrandingsmotor tot stand worden gebracht.

Dieselmotor en zelfontbranding

Een dieselmotor is een veelgebruikte verbrandingsmotor in onder andere auto’s en schepen. Het principe waarop een dieselmotor werkt is in 1892 door de Duitse werktuigbouwkundige Rudolf Diesel bedacht. Een dieselmotor maakt gebruik van de zelfontbranding van dieselbrandstof. De diesel wordt in de dieselmotor onder hoge druk samengeperst.  Daarbij loopt de temperatuur van de diesel zo hoog op dat de diesel tot zelfontbranding komt. Een dieselmotor is een zuigermotor.

Tijdens de compressieslag van de zuiger wordt de lucht gecomprimeerd.  Daarna wordt de diesel in de motor gespoten. De samengeperste diesel en lucht komen spontaan tot zelfontbranding.  Daardoor maakt de zuiger de arbeidsslag. De zuiger brengt de zuigerstang in beweging. De zuigerstang drijft de krukas aan zodat het voertuig in beweging wordt gebracht. Een dieselmotor bestaat uit een zware constructie omdat een dieselmotor de brandstof onder een veel grotere druk samenperst dan bijvoorbeeld de benzine wordt samengeperst in een mengselmotor of Ottomotor.

Cetaangetal

De zelfontbrandbaarheid is voor diesel van groot belang. Daarom wordt de kwaliteit van diesel ook wel aangeduid met een getal waarmee de zelfontbrandbaarheid van het dieselmengsel duidelijk wordt. Dit getal is het cetaangetal. Het dieselmengsel wordt bij het bepalen van het cetaangetal vergeleken met de koolwaterstof hexadecaan. Hoe hoger het cetaangetal hoe sneller de diesel tot zelfontbranding komt. Een hoog cetaangetal maakt duidelijk dat het om een goede dieselkwaliteit gaat.

Mengselmotor of Ottomotor

Voor een dieselmotor is zelfontbranding van brandstof gewenst. Daarvoor is veel druk nodig die wordt veroorzaakt in een dieselmotor. In mengselmotoren kan men een dergelijke druk niet realiseren. Een mengselmotor of Ottomotor is minder stevig geconstrueerd dan een dieselmotor. Bij mengselmotoren maakt men gebruik van een andere brandstof. In een mengselmotor maakt men gebruik van brandstoffen zoals benzine of lpg.

Het benzinemengsel of de lpg in mengselmotoren wordt niet zo sterk gecomprimeerd als bij dieselmotoren. Daarnaast mag benzine of lpg niet spontaan tot ontbranding komen. Men zegt ook wel dat benzine klopvast moet zijn. De klopvastheid van benzine wordt ook wel verduidelijkt met een octaangetal. Diesel heeft dus een cetaangetal en benzine heeft een octaangetal. Diesel moet tot zelfontbranding komen en benzine juist niet.

Benzine moet uiteraard ook tot ontbranding komen anders ontstaat er te weinig druk in de mengselmotor. Benzine komt niet spontaan tot ontbranding maar wordt tot ontbranding gebracht doormiddel van vonken van bougies. Mengselmotoren hebben dus bougies. Een dieselmotor heeft geen bougies omdat het dieselmengsel tot zelfontbranding komt.

Voordelen en nadelen van benzine brandstof ten opzichte van diesel

Benzine is een brandstofmengsel dat wordt gebruikt als brandstof voor benzinemotoren. Een groot deel van de auto’s die op de weg rijden zijn voorzien van een benzinemotor. Deze motoren verschillen van dieselmotoren. Benzinemotoren bevatten bougies die doormiddel van vonken de benzine in brand steken zodat het mengsel tot ontploffing komt en de zuigers naar beneden drukt. De zuigerstang zet de lineaire beweging van de zuiger om in een roterende beweging en zorgt er voor dat de krukas gaat draaien. Een dieselmotor werkt grotendeels hetzelfde alleen komt diesel tot zelfontbranding.

Dit houdt in dat diesel niet doormiddel van bougies wordt ontstoken. In plaats daarvan ontbrand diesel door druk in de aanwezigheid van zuurstof. Door deze verschillende werking kan men geen diesel in een benzinemotor gebruiken en geen benzine in een dieselmotor. Voordat men een auto aanschaft moet men al de keuze hebben gemaakt of men een auto wil aanschaffen die op diesel rijd of een auto die op benzine rijd. Deze tekst brengt de verschillen duidelijk in kaart.

Schone brandstof?
Als men het heeft over brandstoffen dan is de kwaliteit van brandstoffen van groot belang. Een goede kwaliteit van een brandstof zorgt er voor dat de motor goed loopt en daardoor minder slijt. Ook voor het milieu is een hoogwaardige brandstof belangrijk. Benzine bevat een aantal dopes die er voor zorgen dat de brandstof goed kan worden toegepast als brandstof voor benzinemotoren. Schadelijke stoffen zoals zwavelverbindingen zijn inmiddels uit de benzinemengsel verwijderd om de luchtverontreiniging te beperken. Ook de stof benzeen is inmiddels uit benzinemengsels gehaald omdat deze stof kankerverwekkend is.

Cetaangetal en Octaangetal
Diesel komt tot zelfontbranding door de druk of compressie en benzine doormiddel van vonken van de bougie. Benzine moet daarom klopvast zijn. De klopvastheid van benzine wordt aangegeven met een octaangetal. De zelfontbrandbaarheid van diesel wordt aangegeven met een cetaangetal. Hoe klopvaster de benzine hoe hoger het octaangetal en hoe beter de zelfontbranding van het dieselmengsel hoe hoger het cetaangetal. Een goede kwaliteit van het brandstofmengsel is belangrijk voor de effectiviteit en de levensduur van de verbrandingsmotor. Voor het bepalen van de voor en nadelen van brandstoffen hieronder ben ik uitgegaan van de gemiddelde kwaliteit van benzine en diesel zoals men deze tankt bij een pompstation.

Voordelen van benzine ten opzichte van diesel
Benzinemotoren hebben een aantal voordelen ten opzichte van dieselmotoren. Het is van te voren belangrijk om deze voordelen goed inzichtelijk te hebben. Hieronder staat een overzicht van de belangrijkste pluspunten van benzine. De pluspunten van benzine zijn in feite de minpunten van diesel en andersom.

  • De wegenbelasting voor benzineauto’s is het lager dan de wegenbelasting voor dieselauto’s (en LPG auto’s).
  • De aanschafprijs van benzineauto’s zijn over het minder hoog dan dieselauto’s.
  • Benzine is een brandstof die goed verkrijgbaar is.
  • Benzineauto’s stoten minder fijnstof en stikstofoxiden uit dan dieselauto’s.
  • Een benzinemotor is lichter in gewicht dan een dieselmotor omdat dieselmotoren uit een zwaardere constructie bestaan.

Nadelen van benzine ten opzichte van diesel
Benzineauto’s hebben ook een aantal nadelen ten opzichte van dieselauto’s. De bekendste nadelen van benzine zijn:

  • Benzinebrandstof heeft de hoogste literprijs.
  • Benzineauto`s hebben een kortere levensduur dan dieselauto’s
  • Benzineauto`s verbruiken meer brandstof dan dieselauto’s.
  • Benzineauto’s hebben minder koppel dan dieselauto’s.

Wat is een benzinemotor of mengselmotor?

Een benzinemotor is een verbrandingsmotor. Deze motor verricht mechanische arbeid door het verbranden van de brandstof benzine. De meeste benzinemotoren bevatten cilinders met zuigers. Motoren die zuigers bevatten worden ook wel zuigermotoren genoemd. Het aantal zuigers verschilt per type zuigermotor. Er zijn zuigermotoren die volgens het tweetaktprincipe werken en er zijn zuigermotoren die bijvoorbeeld werken op een viertaktprincipe. De laatste wordt ook wel de ottomotor genoemd naar de ontwerper Nikolaus Otto die deze motor in 1876 uitvond. Naast de hiervoorgenoemde motoren zijn er ook wankelmotoren. Deze motoren werken over het algemeen ook op benzine.

Mengselmotoren
Vrijwel alle benzinemotoren zijn mengselmotoren. Op een aantal oude motoren na zijn tegenwoordig alle mengselmotoren die worden geproduceerd bedoelt voor het verbranden van benzine. Om deze reden worden benzinemotoren ook wel mengselmotoren genoemd en andersom. De meeste benzinemotoren kunnen naast benzine ook op andere brandstoffen werken. Hierbij kan gedacht worden aan lpg, waterstof en ethanol. Hiervoor moeten echter wel een aantal aanpassingen worden aangebracht.

Het brandstofmengsel dat deze verbrandingsmotor bevat wordt in de cilinder gebracht. De bobine levert de bougie een hoogspanning waardoor deze gaat vonken. De vonk brengt het brandstofmengsel tot ontsteking waardoor een soort explosie ontstaat. Deze explosie zorgt voor druk. Deze druk brengt de zuiger in de cilinder naar beneden. De zuiger brengt de krukas in beweging.

Wat is een viertaktmotor of ottomotor en hoe werkt deze motor?

Tegenwoordig zijn veel auto’s nog voorzien van een verbrandingsmotor. Een verbrandingsmotor verband brandstoffen en zet deze om in bewegingsenergie oftewel mechanische energie. Hiervoor worden meestal fossiele brandstoffen gebruikt. Deze zijn verwerkt in benzine en diesel. Deze brandstoffen wordt gebruikt om een motor in beweging te krijgen. Een veelgebruikte motor waarbij dit proces plaatsvind is de viertakt-ottomotor. Deze motor word in ongeveer tachtig procent van alle personenauto’s toegepast.

Wat is een viertaktmotor of ottomotor?
Ottomotor of viertaktmotor is een verschillende benaming voor het dezelfde motor. Deze motor werd uitgevonden in 1876 door Nikolaus Otto. Hij bedacht de viertaktmengselmotor omdat hij deze motor had bedacht werd de motor ook wel Ottomotor genoemd. De viertaktmotor werd later dat jaar door Wilhelm Maybach verbeterd. Aan het einde van het jaar 1876 werd de viertaktmotor in grote aantallen geproduceerd.

De viertaktmotor is een verbrandingsmotor en bevat zuigers. Deze zuigers worden in beweging gebracht door de verbranding van brandstof. De brandstof die voor een viertaktmotor kan worden gebruikt is divers. Een veelgebruikte brandstof is benzine, daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van aardgas of LPG. De viertaktmotor word tegenwoordig in bijna alle auto’s toegepast.

Hoe werkt een viertaktmotor?
Hiervoor werd aangegeven dat een viertaktmotor zuigers bevat. Deze zuigers worden in beweging gebracht door de verbranding van een brandstofmengsel. De zuiger word door deze verbranding naar beneden gestuwd. Omdat de zuigers bevestigd zijn aan een krukas wordt deze ook in beweging gebracht. De zuiger in de viertaktmotor brengt tijdens de zogenoemde arbeidsslag de krukas in beweging en zorgt er voor dat deze as twee omwentelingen maakt. Er word bij een viertaktmotor gebruik gemaakt van verschillende ‘slagen’ die door de zuiger worden gemaakt. Deze zogenoemde slagen zijn in de volgende alinea behandeld.

Slagen van een viertaktverbrandingsmotor
Bij een viertaktmotor maken de cilinders elk vier slagen. Daar is de naam viertaktmotor ook van afgeleid. De slagen van deze motor zijn als volgt:

  • Inlaatslag. Dit is de eerste slag die door de zuiger word gemaakt. De uitlaatklep is afgesloten en de zuiger zakt naar beneden. Hierdoor ontstaat een aanzuigkracht. Door deze zuigkracht word een lucht-brandstofmengsel aangetrokken via de inlaatklep in de cilinder.
  • Compressieslag. Dit is de tweede slag die word gemaakt door de zuiger. Hierbij komt de zuiger doormiddel van de krukas weer naar boven. Daarbij drukt de zuiger het brandstofmengsel samen. Dit wordt ook wel compressie genoemd. Vandaar de naam compressieslag.
  • Arbeidsslag. Dit is de derde slag die door de zuiger wordt gemaakt. De zuiger bevind zich op zijn hoogste niveau in de cilinder. Het brandstofmengel, dat in de vorige slag werd gecomprimeerd, word ontstoken door een bougievonk. Door deze verbranding ontstaat een ontploffing en word druk gerealiseerd. De zuiger wordt met deze druk naar beneden gebracht en brengt de krukas in beweging. De krukas maakt twee omwentelingen.
  • Uitlaatslag. De vierde slag die door de zuiger wordt gemaakt is de uitlaatslag. Het verbrande brandstofmengsel moet ook weer de cilinder verlaten. Hiervoor zorgt de uitlaatslag. De zuiger bevind zich aan het begin van deze slag onderaan de cilinder. De zuiger komt weer omhoog door de draaibeweging van krukas en stuwt daardoor de verbrandingsgassen door een uitlaatklep uit de cilinder. De uitlaatslag is de laatste slag die wordt gemaakt in een viertaktmotor. Daarna begint het proces weer opnieuw.

De viertaktmotor zorgt er voor dat de krukas in beweging wordt gebracht. Hierdoor kan een voertuig worden aangedreven. De viertaktmotor moet hiervoor wel voortdurend worden voorzien van nieuwe brandstof. Deze brandstof zorgt er tijdens de verbranding voor dat CO2 wordt uitgestoten. Deze CO2 uitstoot is schadelijk voor het milieu. Daarom word in de autotechniek gekeken naar alternatieve brandstoffen en milieuvriendelijker motoren. Ondanks dat wordt de viertaktmotor nog veel toegepast binnen de automotive.

Wat is NOGEPA en wat betekend deze organisatie voor de olie en gas industrie?

Het winnen van gas en olie uit de Nederlandse aardbodem is geen eenvoudig werk. Er zijn verschillende partijen betrokken bij dit proces. Niet alleen de landelijke en lokale overheden oefenen invloed uit op de manier waarop deze fossiele brandstoffen worden gewonnen. Er zijn verschillende technische bedrijven en instanties die zich inzetten voor een verantwoorde manier van olie en gas winnen. NOGEPA is één van de instanties die bij dit proces betrokken is.

NOGEPA
De afkorting van NOGEPA wordt als volgt voluit geschreven: Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie. De organisatie is opgericht in 1974. NOGEPA is een organisatie die verschillende bedrijven vertegenwoordigd. De bedrijven die door NOGEPA worden vertegenwoordigd hebben vergunningen voor het opsporen van olie en gas en het winnen van deze fossiele brandstoffen. Het gaat hierbij om werkzaamheden binnen de grenzen van Nederland en het deel van de Noordzee wat onder Nederland valt. NOGEPA streeft er naar dat er zorgvuldig met de olievoorraden en gasvoorraden van Nederland wordt omgegaan. NOGEPA vind het belangrijk dat gas en olie efficiënt en veilig uit de aardbodem worden gehaald. Daarnaast moet ook het milieu volgens NOGEPA als belangrijke factor niet uit het oog worden verloren.

NOGEPA en belangenpartijen
NOGEPA vertegenwoordigd in dit proces de maatschappijen in Nederland die zich bezig houden met de productie van olie en gas en daarvoor vergunningen hebben. Deze organisaties hebben bepaalde belangen die moeten worden afgestemd op andere belangenpartijen die verbonden zijn aan het winnen van olie en gas. NOGEPA betrekt verschillende overheden en andere belangenorganisaties bij de plannen voor het winnen van olie en gas. Hierbij staat deze organisatie voor een goede communicatie die gebaseerd is op een open dialoog.

Er zijn verschillende maatschappelijke belangen verbonden aan het winnen van fossiele brandstoffen.  De locatie waar de olie en gas uit de grond wordt gehaald heeft natuurlijk lokale bewoners. Deze kunnen zich zorgen maken om hun veiligheid en gezondheid. Deze vragen probeert NOGEPA te beantwoorden namens de partijen waarvan ze de belangen behartigen. Dat hierbij ook overleg wordt gepleegd buiten de landsgrenzen van Nederland is belangrijk. Het uiteindelijke doel van NOGEPA is het winnen van olie op een veilige, efficiënte en milieuverantwoorde manier. Dit doel moet worden bereikt zonder de maatschappelijke context uit het oog te verliezen. Daarbij kijkt NOGEPA ook naar de positie die het Nederlandse gas inneemt als bijdrage voor de energiebehoefte van de Nederlandse bevolking en het Nederlandse bedrijfsleven.

Duurzaamheid en milieu
Duurzaamheid en milieuverantwoord beleid nemen een steeds belangrijker plaats in bij het ontwikkelen van plannen door ondernemingen in Nederland. Deze onderwerpen komen ook aan de orde bij het winnen van olie en gas. Er moet gestreefd worden naar een beleid dat economisch aantrekkelijk is en daarnaast aandacht heeft voor duurzaamheid. Tussen deze onderwerpen moet een balans worden gevonden. NOGEPA zet zich in om een bijdrage te leveren aan een beleid waarmee deze balans kan worden gerealiseerd.

Er word door NOGEPA gekeken naar verschillende mogelijkheden om gas en olie te winnen. De exploitatie en productie  van gas en olie kan op verschillende manieren gebeuren. NOGEPA onderzoekt zowel naar traditionele als onconventionele oplossingen voor vraagstukken omtrent deze productie en exploitatie. Ook wordt door NOGEPA onderzocht hoe de lege gasvelden en olievelden kunnen worden hergebruikt. De beïnvloeding en het overleg dat door NOGEPA wordt gevoerd is breed.

Wat is aardgas en hoe wordt aardgas uit de aardbodem gehaald?

Op aarde wordt door bedrijven en particulieren veelvuldig gebruik gemaakt van fossiele brandstoffen. Vroeger werd veel gebruik gemaakt van steenkool. Tegenwoordig wordt steenkool minder gebruikt behalve bij grote kolencentrales voor de opwekking van elektriciteit. Aardolie en aardgas worden in toenemende mate gebruikt voor verschillende doeleinden. Meer dan zestig procent van de elektriciteit in Nederland wordt uit aardgas gehaald. Aardgas is voor Nederland van groot belang. Hieronder wordt meer informatie gegeven over aardgas.

Hoe ontstaat aardgas?
Aardgas is net als bijvoorbeeld aardolie een fossiele brandstof. Met de term ‘fossiel’ wordt aangegeven dat aardgas zeer oud is. Aardgas ontstaat uit resten van planten en dieren die vele jaren onder de grond aanwezig zijn geweest. Door de druk die in de aardlagen ontstaat en de aanwezige bestandsdelen van dieren en planten ontstaan verschillende stoffen. Eerst veranderen de planten en dierenresten door de druk in steenkool. Wanneer de druk op steenkool toeneemt wordt de steenkool warmer en ontstaat er gas: aardgas. Vaak wordt aardgas in de buurt van aardolie gevonden. Dit hoeft niet het geval te zijn want aardgas heeft een ander gewicht dan olie. Olie is veel zwaarder dan aardgas en daardoor kan aardgas in andere aardlagen doordringen dan olie. Tussen de zandlagen door kan aardgas opstijgen naar hogere lagen. Het opstijgen van aardgas gaat door tot er een ondoordringbare laag wordt bereikt. Dit kan bijvoorbeeld een dikke laag zout zijn. Aardgas verzamelt zich onder deze ondoordringbare laag en vormt een gasbel.

Samenstelling van aardgas
Aardgas is naast fossiel ook een brandstof. Aardgas is namelijk zeer brandbaar. Het hoofdbestandsdeel van aardgas is methaan. Methaan wordt geproduceerd door bacteriën. Wanneer methaan op een bepaalde temperatuur wordt gebracht kan deze stof een verbinding aangaan met zuurstof. Hierdoor ontstaat een vlam. Methaan zorgt er voor dat aardgas kan worden gebruikt om vuur te creëren. Aardgas is voornamelijk methaangas. Naast methaan bestaat aardgas ook voor een deel uit propaan en ethaan. Daarnaast zijn er ook andere verbindingen aanwezig die uit de koolstoflagen ontstaan. De aardgaslagen zitten in Nederland op een diepte van drie tot vier kilometer. De omvang en samenstelling van de moleculen van de gasvelden kan verschillen. Aardgas is geurloos en dat maakt het gas extra gevaarlijk. Wanneer gas niet voorzien zou worden van een geurstof zouden gaslekken niet opgemerkt kunnen worden waardoor de kans op brand of explosiegevaar wordt vergroot. Daarom wordt aardgas voorzien van een vieze lucht.

Hoe wordt aardgas uit de aardbodem gehaald?
Aardgas zit in de aardbodem. Wanneer gasvelden zijn ontdekt wordt er gekeken of het aardgas uit de bodem kan worden gehaald zonder dat daarbij het milieu of de lokale bevolking schade ondervinden. Wanneer eenmaal toestemming is verleend wordt een boortoren geplaatst boven de gasbel of als het niet anders kan in de buurt van de gasbel. Aardgas kan op verschillende dieptes in de aarde zitten. In Nederland is dit gemiddeld ongeveer 3 tot 4 kilometer. Vanuit de boortoren wordt een lange buis naar de gasbel gebracht. Wanneer de buis de gasbel heeft bereikt wordt er een afsluitsysteem aangebracht in de vorm van een kraan. Deze moet voorkomen dat het gas ongecontroleerd kan verdwijnen.

Gas probeert altijd een weg naar boven te vinden. Wanneer er een buis naar de gasbel wordt gebracht zal het gas deze opening gebruiken om zo snel mogelijk naar de aardoppervlakte te gaan. Gas hoeft daardoor niet gepompt te worden. Er kunnen meerdere buizen worden geplaatst in een gasbel om gas naar boven te halen. Toch moet gas niet te snel uit de bodem worden gehaald. Wanneer gas namelijk te snel uit de bodem verdwijnt treed er verzakking op in de aardlagen daarboven. Ook het aardoppervlak zelf kan verzakken waardoor de natuur schade kan ondervinden maar vooral ook woningen en utiliteitspanden. Deze kunnen door de bodemverzakking schade ondervinden. De meest extreme vorm van bodemverzakking is een aardbeving.

Aardgas dat uit de bodem naar boven komt is nog verontreinigd en kan niet meteen worden gebruikt voor huishoudens en de industrie. Schadelijke stoffen, zandkorrels en water moeten uit het gas worden gehaald om het gas goed bruikbaar te maken. Daarnaast wordt er, zoals eerder genoemd, een vieze geur toegevoegd om gas een bepaalde reuk te geven. Wanneer het gas eenmaal gefilterd is en voorzien van een geur kan het gas naar de woningen en bedrijven worden getransporteerd.

Groene stroom vormt bedreiging voor energiebedrijf

Groene stroom is sterk in opmars. Niet alleen in Nederland maar vooral ook in buurland Duitsland. In Duitsland wordt door de aanleg van nieuwe windmolenparken zoveel groene stroom opgewekt dat er een overschot aan opgewekte energie dreigt te ontstaan. Elektrische stroom kan niet worden opgeslagen en daarom moet naar een oplossing worden gezocht om deze energie te distribueren. Dit transport van elektrische stroom zal vermoedelijk niet alleen binnen Duitsland plaatsvinden.

Prijs van groene stroom
Ook Nederland zal in de toekomst meer groene stroom van Duitsland ontvangen. De prijs van Duitse groene stroom is daarnaast veel lager dan stroom die door Nederlandse energieleveranciers wordt aangeboden. Elektriciteit is in Duitsland goedkoper dan in Nederland. Hierdoor kunnen Duitse bedrijven goedkoper produceren wat de concurrentiepositie van Duitse bedrijven versterkt ten opzichte van bijvoorbeeld Nederland.

Nederlandse bedrijfsleven afhankelijk van stroom
Het Nederlandse bedrijfsleven heeft belang bij goedkope energie of deze nu ‘groen’ is of niet. Bedrijven hebben elektrische energie nodig om machines in beweging te houden en computers te laten werken. Zonder elektriciteit kunnen de meeste bedrijven de deuren sluiten. Hoe goedkoper de energie is hoe lager deze productiekosten zijn voor een bedrijf. Het bericht over goedkope groene stroom wordt door veel bedrijven met gejuich ontvangen. Dat deze stroom ook nog ‘groen’ is zorgt voor veel bedrijven voor een leuke bijkomstigheid. Hierdoor kunnen ze ook nog stappen maken op het gebied van milieuverantwoord of maatschappelijk verantwoord ondernemen. Toch is niet elke bedrijvensector in Nederland tevreden over de ontwikkelingen met betrekking tot groene stroom. De energiebedrijven raken door de goedkope groene stroom in financiële moeilijkheden. De bedrijven kunnen niet tegen de stuntprijzen van groene stroom op concurreren.

Groene stroom is niet continue
Daarnaast is groene stroom niet continue aanwezig. Er zijn periodes dat er weinig windkracht en zonlicht is waardoor het opwekken van groene stroom niet een hoog rendement heeft. Energiebedrijven vangen deze tekorten op door in energiecentrales fossiele brandstoffen om te zetten in stroom. Door het gebruik van fossiele brandstoffen is men minder afhankelijk van de weersomstandigheden en kan men, mist er een voortdurende aanvoer is van fossiele brandstoffen, continue elektrische stroom produceren. Wanneer energiecentrales vanwege groene stroom minder fossiele brandstoffen om gaan zetten zorgt dit er voor dat de productie van deze centrales afneemt. Energiecentrales kunnen zelfs overwegen om te sluiten omdat de productie te gering is om rendabel te zijn.

Energiebedrijven in problemen
Het probleem met betrekking tot de daling van de productie van energiecentrales vindt niet alleen in Nederland plaats. maandag 21 oktober 2013 melde PwC dat energiebedrijven in Europa zich zorgen maken over de ontwikkelingen op het gebied van groene stroom. PwC is een accountantsbedrijf en deed onderzoek naar energiebedrijven uit 35 landen. Hiervoor werden 53 bestuurders van verschillende energiebedrijven benadert.

Uitkomst onderzoek PwC over energiebedrijven
Van de 53 ondervraagde bestuurders van energiebedrijven gaf negentig procent aan dat de traditionele verdienmodellen van energiebedrijven in de toekomst niet meer haalbaar zijn. Bedrijven zullen in de toekomst meer zelfstandig energie produceren en verkopen. Dit komt doordat bedrijven steeds vaker investeren in zonnepanelen om daarmee stroom voor eigen gebruik op te wekken. Daarnaast investeren bedrijven ook in windenergie door het plaatsen van windmolens. Hierdoor besparen bedrijven energiekosten maar lopen energiebedrijven ook inkomsten mis. Door dit gemis aan inkomsten kan niet meer geïnvesteerd worden in energiecentrales. Hoewel deze centrales vervuilender zijn dan groene stroom zorgen deze centrales wel voor een continuïteit. Schommelingen die ontstaan in zonne-energie en windenergie kunnen niet langer worden opgevangen. Het gevolg zou kunnen zijn dat bepaalde delen van Nederland of andere landen tijdelijk zonder stroom komen te zitten. Dit worden ook wel black-outs genoemd. Volgens PwC moet de sector van energiebedrijven zichzelf aanpassen. De vraag is of ze daar nog voldoende tijd voor hebben.

Reactie van Technisch Werken
De ontwikkelingen van groene stroom zijn goed nieuws voor de natuur en zorgen er voor dat het leefklimaat door een dalende luchtvervuiling verbetert. Op dit moment is men in Nederland en vele Westerse landen nog afhankelijk van vervuilende kolencentrales of andere systemen waarin fossiele brandstoffen worden omgezet in elektrische energie. Dit is natuurlijk goed voor energiebedrijven die daardoor verzekerd zijn van een bepaalde afname. Wanneer deze afname daalt door het toenemende gebruik van groene stroom is dit voor deze bedrijven een kwalijke ontwikkeling.

Het grote probleem is echter niet het voortbestaan van de energiecentrales. Deze zullen langzamerhand toch plaats moeten maken voor groene stroom. De kern van het probleem is: ‘hoe kunnen we elektrische energie opslaan?’ Wanneer antwoord gegeven kan worden op deze vraag kan een overschot aan groene stroom worden opgeslagen voor periodes dat de natuur het even laat afweten om voldoende wind en zonlicht ter beschikking te stellen.

Wanneer technici zich gaan inzetten om antwoord te geven op de vraag: ‘hoe kunnen we elektrische energie opslaan’ kan daarmee gestreefd worden naar één van de grootste doorbraken op het gebied van energietechnologie. Een uitdaging die veel technici moet aanspreken.

Definitie van energie, wat is energie?

Binnen de techniek wordt veel gebruik gemaakt van energie. Machines, voertuigen en werktuigen hebben energie nodig om een bepaalde bewerking te kunnen uitvoeren of om zich te verplaatsen. Zonder energiebronnen komt de maatschappij vrijwel geheel tot stilstand want ook ziekenhuizen, woningen en bedrijven maken volop gebruik van energiebronnen. Er zijn verschillende energiebronnen in de maatschappij aanwezig. Deze worden voor verschillende doeleinden gebruikt. Energie is een belangrijk onderwerp van gesprek in nationaal en internationaal verband. Aan het woord energie worden ook vaak de woorden duurzaamheid, milieubewust en verantwoord ondernemen gekoppeld.

Definitie van energie
Energie kan als volgt worden gedefinieerd:

Energie is het vermogen of de mogelijkheid om arbeid te verrichten of een verandering te bewerkstelligen.

Energie brengt zowel mensen, dieren en planten in beweging maar ook materiële zaken zoals auto’s, machines en werktuigen. Energie is een grootheid in de natuurkunde. Joule is de SI-eenheid waarmee energie wordt aangeduid. 

Techniek helpt de mens
Duizenden jaren geleden bewerkte men het land voornamelijk met de hand en een eenvoudige ploeg die door een mens of een trekdier werd voortbewogen. Hiervoor had de mens of het trekdier energie nodig. Naarmate de mens voorderingen maakte op het gebied van de bouw van werktuigen kon de mens het zware werk meer aan machines en voertuigen overlaten. De stoommachine die door James Watt (1736-1819) werd uitgevonden zorgde voor een cruciale doorbraak. Warmte (chemische energie) kon met een stoommachine worden omgezet in beweging (mechanische energie). Het industriële tijdperk werd een feit. De mens zou in toenemende mate afhankelijk worden van werktuigen. De energiebronnen die deze werktuigen nodig hadden werden belangrijke grondstoffen in de wereldhandel.

Energiebronnen
Er zijn verschillende bronnen waaruit energie gehaald kan worden. Deze energiebronnen worden ook wel energiedragers genoemd. Er zijn verschillende energiebronnen die in de praktijk worden gebruikt. Er zijn duurzame energiebronnen die altijd aanwezig zullen zijn maar ook fossiele brandstoffen die op kunnen raken. Een aantal voorbeelden van energiebronnen zijn:

  • Wind
  • Zonlicht
  • Aardolie
  • Aardgas
  • Uranium

Naast energiebronnen bestaan er ook verschillende energievormen. Deze worden in de volgende alinea weergegeven.

Energievormen
Er zijn verschillende soorten energie. Dit worden ook wel energievormen genoemd. Hieronder volgen een aantal voorbeelden van energievormen die veel in de praktijk voorkomen:

  • Elektromagnetische energie
  • Elektrische energie
  • Chemische energie
  • Nucleaire energie/  Kernenergie
  • Thermische energie
  • Kinetische energie
  • Straling

Binnen de werktuigbouwkunde wordt veel gebruik gemaakt van verschillende energievormen. De energievorm die wordt gebruikt voor een machine of voertuig is afhankelijk van de eisen die aan de machine of voertuig worden gesteld. Uiteindelijk leidt energie tot een bepaalde activiteit of beweging.

Machines die energie in een bruikbare vorm omzetten
Er zijn verschillende machines die energie kunnen omzetten zodat er beweging of druk ontstaat. Een aantal voorbeelden hiervan zijn de stoomketels waarbij warmte er verdampt water er voor zorgt dat er druk ontstaat. Deze druk kan schoepen in beweging brengen waardoor een as kan worden aangedreven. Stoom waarmee schoepen in beweging worden gebracht worden ook wel stoomturbines genoemd. Er zijn ook machines in de energietechniek aanwezig die gebruik maken van elektriciteit zoals elektromotoren en ventilatoren. Daarnaast zijn er nog de verbrandingsmotoren die gebruik maken van fossiele brandstoffen.