Energietransitie alleen haalbaar door samen te werken vanaf 2019

De energietransitie in Nederland is in werking gezet maar ondanks alle inspanningen blijken de klimaatdoelstellingen nog verder weg dan ooit. De meeste Nederlanders willen wel meer investeren in duurzame energie maar hebben daar het geld of de middelen niet voor. De overheid springt op financieel gebied bij maar dat is vaak niet voldoende. Daarom zijn verschillende organisaties ontstaan waarin burgers en bedrijven met elkaar kunnen samenwerken om duurzame energie mogelijk te maken. Vereniging Eigen Huis is een voorbeeld van een organisatie die hier mee bezig is. Dit soort organisaties zorgt er voor dat woningbezitters met elkaar samenwerken om de kosten en regelingen met elkaar te delen. Dat werkt goed en zorgt er voor dat meerdere mensen gecompenseerd kunnen worden in hun kosten. Ook de baten oftewel de energieopbrengst wordt gedeeld.

Een belangrijk aspect van het welslagen van de energietransitie is dus samenwerken. Het samenwerken en delen van de kosten is echter één deel van de oplossing. Het andere deel is de mensen en de middelen. Juist op dit gebied ontstaat er in Nederland een probleem. Waar haalt men in Nederland voldoende monteurs en installateurs vandaan om alle voorzieningen voor duurzame energie te installeren? Ook op dit gebied moet worden samengewerkt. Technische bedrijven werken met technische uitzendbureaus samen. Dit zijn meestal VCU uitzendorganisaties die veel ervaring hebben in het bemiddelen van technisch personeel. Omdat er weinig technisch personeel beschikbaar is werken veel bedrijven ook met opleidingsinstituten samen. Ze laten zich certificeren als erkend leerbedrijf en nemen BBL-leerlingen aan zodat vakkrachten voor de toekomst ontwikkelt kunnen worden. De aankomende vakkrachten zullen vrijwel zeker een enorm belangrijke factor worden in de energietransitie de komende jaren.

Wil je ook als BBL-er een belangrijke bijdrage leveren aan de energietransitie? Klik dan op de knop ‘BBL Technicum’ voor gratis advies voor een technische BBL opleiding bij jou in de buurt.

Werking van een warmtepomp ten opzichte van een cv-ketel

Een warmtepomp heeft een andere werking dan een aardgasgestookte cv-ketel. In een cv-ketel wordt aardgas verbrand waarbij veel hitte vrij komt. Deze hitte wordt gebruikt om het leidingwater van de centrale verwarming op een hogere temperatuur te brengen. Het verwarmde water wordt door cv-leidingen getransporteerd naar de radiatoren waar de warmte wordt afgeven aan de omgeving. Wanneer men de cv-ketel zou vervangen door een waterstofketel is de werking van de installatie grotendeels hetzelfde ondanks het feit dat er een ander brandbaar gas wordt gebruikt. Als men echter een warmtepomp installeert is de werking wel geheel anders.

Drukveranderingen in plaats van hittebron

Een warmtepomp maakt namelijk niet gebruik van een hittebron maar van drukveranderingen. Een warmtepomp bevat dus geen verbrandingsketel waarin aardgas of waterstof wordt verbrand. In plaats daarvan wordt een leidingensysteem geïnstalleerd binnen de woning maar ook daar buiten. Aan de buitenkant van de woning is de druk laag, waardoor vloeistof verdampt en de buizen afkoelen. Aan de binnenkant is de druk hoog waardoor vloeistof condenseert en warmte vrijkomt. Deze warmte kan vervolgens worden afgegeven door radiatoren maar ook via vloerverwarming. Omdat er niet veel warmte vrijkomt spreekt men wel van lagetemperatuurverwarming (LTV).

Lagetemperatuurverwarming
Lagetemperatuurverwarming is milieuvriendelijker dan verwarming doormiddel van een cv-installatie die op aardgas of waterstof is gestookt. Er komt namelijk niet direct CO2 vrij in de atmosfeer. Op een indirecte manier kan er wel CO2 worden uitgestoten. Er wordt namelijk gebruik gemaakt van een elektrische pomp om het water rond te pompen. Voor het maken van de drukveranderingen is namelijk elektrische stroom nodig. Deze elektrische stroom kan ook doormiddel van zonnepanelen worden opgewekt waardoor het systeem nog duurzamer wordt. De warmtepompen werken doormiddel van drukverschillen. Het realiseren van de drukverschillen gebeurd in de compressor. De compressor zorgt voor overdruk. Naast een compressor en een pomp heeft de warmtepomp ook een condensor en warmwatertank.

Wat is waterstof voor energiedrager?

Waterstof is het lichtste gas en is kleurloos, reukloos en bovendien zeer ontvlambaar. Het is een tweeatomig gas diwaterstof dat wordt aangeduid met H2 waarbij de letter H staat voor het Latijnse Hydrogenium. Deze term is weer afgeleid van het Oudgriekse ‘hudōr dat staat voor ‘water’ en het woord ‘genes’ dat vertaald kan worden met ‘vormen’ en ‘maken’. Men zou Hydrogenium letterlijk kunnen vertalen met watermaken of watermaker. Dit woord maakt duidelijk dat waterstof gebruikt lam worden om bijvoorbeeld water te maken. Water ontstaat tijdens de reactie tussen zuurstof en waterstof. Met waterstof kan men echter veel meer.

Waterstof in de energietransitie
Waterstof wordt in het kader van de energietransitie genoemd als een mogelijke vervanger voor aardgas. In tegenstelling tot zonlicht, windkracht en waterdruk is waterstof een energiedrager. Voordat men waterstof kan gebruiken zal men dit gas eerst moeten produceren. In een later stadium kan me de waterstof verstoken waardoor hitte vrijkomt die kan worden overgedragen op bijvoorbeeld het leidingwater in een centrale verwarmingsinstallatie. In dit systeem zou waterstof een vervanger kunnen worden van aardgas.

Het produceren van waterstof
Waterstof moet geproduceerd worden. Dat is een voordeel maar ook een nadeel. Het voordeel is dat men door het produceren van waterstof voldoende waterstof kan aanmaken om in een bepaalde energiebehoefte te voorzien. Een nadeel van de waterstofproductie is echter dat het veel energie kost. Men kan waterstof halen uit aardgas maar daarbij komt CO2 vrij. Dat is juist niet gewenst in het kader van een duurzame energietransitie. Daarom moet men waterstof winnen uit water. Daarvoor kan men waterstof doormiddel van elektrolyse verkrijgen.

Tijdens deze elektrolyse wordt water gesplitst in waterstof en zuurstof. Dit proces zorgt niet voor schadelijke uitstoot maar kost wel veel elektriciteit. Dat is het grote nadeel van waterstof, de productie kost veel energie. Daarom zullen veel zonnepanelen en windmolens geplaatst moeten worden om de benodigde elektrische energie op te wekken. Als men deze duurzame energiebronnen niet gebruikt moet men elektrische energie uit kolencentrales en gascentrales halen waardoor het duurzame effect van waterstof teniet wordt gedaan.

Is waterstof rendabel?
Waterstof is dus een energiedrager maar niet een hele effectieve als men kijkt naar het rendement. Als men waterstof weer in een andere energievorm wil brengen gaat er altijd energie verloren. Daarom is het over het algemeen effectiever om energie niet eerst om te zetten in waterstof. Als men bijvoorbeeld de elektrische energie van windmolens direct op het lichtnet zet wordt de elektrische energie veel effectiever benut dan wanneer men deze elektrische energie gebruikt om waterstof als energiedrager te benutten. Dat maakt waterstof niet rendabel.

Vacatures in de energietransitie in juni 2019

De energietransitie is in Nederland nog lang niet op volle gang gezet en nu al is er sprake van een groot tekort aan personeel. Woningen en utiliteitscomplexen zijn grotendeels nog afhankelijk van aardgasgestookte centrale verwarmingssystemen. Ook krijgen veel woningen en andere gebouwen nog elektriciteit van kolencentrales. Al deze vervuilende energiebronnen moeten echter worden vervangen door warmtepompen, geothermie, zonnepanelen, zonnekegels, hybride ketels en waterstofketels. Er zijn genoeg duurzame alternatieven voor de vervuilende energiebronnen te vinden alleen is er een tekort aan ervaren krachten om deze installaties vakkundig te installeren en te onderhouden. Het gevolg is dat veel bedrijven vacatures hebben opengezet voor monteurs die een bijdrage kunnen leveren aan de energietransitie in Nederland.

Ook werken aan de energietransitie?
De energietransitie is vaak in het nieuws. Steeds meer overheidsinstellingen, bedrijven, woningcorporaties , scholen en particulieren willen hun woning(en) en gebouwen verduurzamen. Er is ook de komende jaren volop werk in de energietransitie en alle technische sectoren die hiermee verbonden zijn. In de praktijk betekent dit dat er veel vacatures open staan voor elektromonteurs en installatiemonteurs. Ook specifieke vacatures worden open gezet zoals vacatures voor monteur zonnepanelen. Mocht je zelf ook interesse hebben in een uitdagende functie in deze boeiende sector stuur dan een reactie via het contactformulier op deze website of klik op de knop ‘vacatures Technicum’. Als je nog geen ervaring hebt in de installatietechniek of elektrotechniek dan kun je ook een BBL opleiding volgen in deze technische sectoren. Klik dan op de knop ‘BBL Technicum’. Dan krijg je vrijblijvend een gesprek met een opleidingscoördinator of consultant van technisch uitzendbureau Technicum.

Elektrisch rijden is in opkomst in 2019

Het elektrisch rijden is in opkomst in Nederland maar ook wereldwijd. De energietransitie die wereldwijd plaatsvindt zorgt er voor dat er minder fossiele brandstoffen zullen worden gebruikt op termijn maar de vraag naar elektrische energie zal waarschijnlijk toenemen. Elektriciteit wordt vaak gebruikt als vervanger voor fossiele brandstof. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het elektrisch rijden. Elektrische voertuigen worden doormiddel van een elektromotor in beweging gebracht. Het elektrisch rijden wordt beschouwd als een duurzame manier van transport. Toch is elektrisch rijden pas echt significant duurzamer wanneer de elektrische stroom die voor het elektrisch rijden wordt gebruikt afkomstig is uit duurzame energiebronnen zoals windkracht en zonlicht.

Om die reden moeten er meer investeringen plaatsvinden op het gebied van windenergie en zonne-energie. In de praktijk betekent dit dat er meer zonnepanelen en windmolens moeten worden geplaatst. De economen van de ING geven aan dat er tot 2050 wereldwijd ongeveer 13 biljoen dollar moet worden geïnvesteerd om deze energietransitie tot een verdeling te laten komen van 64 procent duurzame energie en het overige percentage energie uit niet-duurzame bronnen. Tegen 2040 zal er ieder jaar net zo veel in duurzame energie worden geïnvesteerd als er in 2019 in olie en gas, denken de economen van ING.

Cursus monteur zonnepanelen ingevoerd door Technicum in 2019

Technicum heeft een specifieke opleiding voor mensen die aan de slag willen in het plaatsen en aansluiten van zonnepanelen. Het eerste cursusmoment is op dinsdag 2 april 2019. Tijdens deze cursus die 1 dag duurt leert de deelnemer alle basisvaardigheden die nodig zijn om het werk als zonnepaneelmonteur veilig en vakkundig uit te voeren. Er komen verschillende aspecten aan bod tijdens de cursus monteur zonnepanelen.

Wat leer je op de cursus monteur zonnepanelen?
Tijdens de cursus monteur zonnepanelen leert de deelnemer de verschillen tussen zonnepanelen kennen. Ook wordt er aandacht besteed aan de manier waarop zonnepanelen op het dak bevestigd kunnen worden. Over het algemeen worden hier specifieke ophangbeugels voor gebruikt. Een deelnemer leert tijdens de cursus hoe deze beugels goed en stevig kunnen worden aangebracht. De aankomend monteur zonnepanelen leert ook hoe zonnepanelen aangesloten kunnen worden zodat de elektriciteit die opgewekt wordt goed getransporteerd kan worden naar het lichtnet.

Zonnepanelen zijn belangrijk in de energietransitie
Steeds meer particulieren en bedrijven kiezen er voor om zonnepanelen op hun daken te plaatsen. Het plaatsen van zonnepanelen zorgt er voor dat men een zelf elektrische energie kan opwekken voor eigen gebruik of voor een terug levering aan het lichtnet. Op die manier kan energie worden bespaard en kan men ook geld besparen. Geen wonder dat een toenemend aantal mensen en bedrijven zonnepanelen laat plaatsen. Een belangrijk aspect van het plaatsen van zonnepanelen is echter wel de vakkundigheid. Men heeft ervaren zonnepaneelmonteurs nodig om de zonnepanelen op een vakkundige en veilige manier te plaatsen en aan te sluiten.

Wil je ook de cursus monteur zonnepanelen volgen?
Als je interesse hebt in de cursus monteur zonnepanelen kun je contact met ons opnemen via het contactformulier. Ook kun je rechtstreeks met Technicum in contact komen door op de knop Technicum BBL te klikken. Via die knop kom je op een aanvraagformulier voor een BBL opleiding. Hierop kun je echter ook een aanvraag indienen voor de cursus monteur zonnepanelen. Een opleidingscoördinator zal dan binnen een paar dagen contact met je opnemen om de mogelijkheden te bespreken.

Wat doet een monteur biogasinstallaties?

Een monteur biogasinstallaties is een expert op het gebied van biogasinstallaties. Hij of zij heeft kennis en ervaring met het installeren, onderhouden en repareren van installaties die worden gebruikt om biogas te produceren, te transporteren en te verbruiken.

Wat is een biogasinstallatie?
Een biogasinstallatie is een installatie waarin biomassa wordt vergist door bacteriën. De bacteriën verwerken de organische stof tot biogas. Dit gebeurd in een grote vergistingsinstallatie die een silo bevat waarin het biogas wordt binnengebracht. Het biogas bestaat voornamelijk uit methaan (CH4) en koolstofdioxide (CO2). Doormiddel van een Warmte Kracht Koppeling (WKK) wordt biogas omgezet in duurzame elektriciteit en warmte. Het is ook mogelijk dat het biogas wordt geoptimaliseerd zodat het gebruikt kan worden als aardgas in het gasnetwerk. Een biogasinstallatie bevat ook een pomp maar ook beveiligingsinstallaties en analyseapparatuur. Een biogasinstallatie behoort tot te duurzame energiewinning.

Werkzaamheden monteur biogasinstallatie

Een monteur biogasinstallaties is verantwoordelijk voor het installeren van een biogasinstallatie. Daar komen verschillende werkzaamheden bij aan de orde. Allereerst kan een monteur worden ingezet bij de bouw van een biogasinstallatie. Als deze eenmaal gebouwd is kan de monteur de installatie inregelen. Daar komt meet- en regeltechniek bij aan de orde. Als de installatie in gebruik is genomen zal de monteur revisies uitvoeren indien dit nodig is. Daarvoor worden vaak onderhoudschema’s opgesteld. Verder verhelpt een monteur biogasinstallaties storingen in de installatie en de apparatuur die daarmee verbonden is. Aanpassingswerkzaamheden waaronder (de)montagewerkzaamheden kunnen ook aan de orde komen.

Technieken
Een monteur biogasinstallaties is een veelzijdige functie waarin verschillende technieken aan de orde komen. In de praktijk krijgt een monteur die werkt aan deze installaties te maken met mechanica, elektrotechniek, besturingstechniek, installatietechniek en in een bepaalde mate mechatronica.

Aan de slag als monteur biogasinstallaties?
Als je aan de slag wilt gaan als monteur biogasinstallaties kun je contact met ons opnemen via het contactformulier van de website. Deze vind je door hier te klikken.

Wat is een waterstofauto?

Een waterstofauto is een elektrische auto die in plaats van een batterij gebruik maakt van waterstof als energiebron. In een brandstofcel wordt waterstof met zuurstof (O2) uit de lucht omgezet in water (H2O). Tijdens dit proces wordt elektriciteit geproduceerd. Deze elektriciteit wordt gebruikt voor de aandrijving van de elektromotor van de waterstofauto. De verwerking van waterstof tot water is een behoorlijk milieuvriendelijk en klimaatneutraal proces want er ontstaan geen uitlaatgassen met CO2 of fijnstof. In plaats daarvan ontstaat tijdens het proces dat plaatsvind in de brandstofcel van de waterstofauto alleen warmte en waterdamp als restproduct. Vanwege het feit dat een waterstofauto geen CO2 uitstoot wordt een waterstofauto ook wel een zero-emission voertuig genoemd. Er zijn andere waterstofauto’s die wel zijn uitgerust met een verbrandingsmotor waarin waterstof als brandstof wordt verstookt. Deze waterstofauto’s zijn minder milieuvriendelijk dan de waterstofauto die een elektromotor bevat.

Voordelen van een waterstofauto
Ten opzichte van benzineauto’s en dieselvoertuigen hebben waterstofauto’s grote voordelen met betrekking tot het milieu. Een waterstofauto stoot namelijk geen CO2 uit en is daardoor milieuvriendelijker en klimaatneutraal. Het is dan echter wel van belang dat de waterstof op een milieuvriendelijke manier is geproduceerd dus niet uit steenkool en aardgas maar uit water doormiddel van een proces dat men ook wel elektrolyse noemt. De enorme hoeveelheid elektriciteit die voor dit proces nodig is moet men uit duurzame, hernieuwbare energiebronnen halen wil men een waterstofauto echt volledig klimaatneutraal willen voortbewegen.

Omdat waterstof een brandstof is die men kan produceren is deze brandstof feitelijk onuitputtelijk. In tegenstelling tot fossiele brandstoffen kan waterstof niet op raken. Daardoor zou waterstof de perfecte oplossing zijn voor een brandstoftekort. In de Tweede Wereldoorlog maakten de Duitsers vanwege de fossiele brandstoftekorten ook gebruik van waterstof.

Nadelen van waterstof
Het gebruik van waterstof als autobrandstof heeft niet alleen voordelen, er zijn ook nadelen. Waterstof heeft bijvoorbeeld een hele lage energiedichtheid. Dat betekent dat men voor het opslaan van waterstof grote opslagtanks nodig heeft. Dit is ook afhankelijk van de stand van de techniek. In 2011 kon men kleine auto’s niet effectief voorzien van een waterstoftank maar alleen grote voertuigen zoals een SUV. Deze technologie wijzigt echter voortdurend waardoor het niet ondenkbaar is dat men in de toekomst wel een mogelijkheid heeft om waterstof ook als effectieve brandstof te gebruiken voor kleinere voertuigen. Tankstations hebben overigens hetzelfde probleem en zullen ook enorme opslagtanks moeten ontwikkelen en bouwen voor de opslag van waterstof. Het vervoeren van waterstof is daarbij ook een aanverwant probleem waarvoor een effectieve oplossing gezocht moet worden.

Verder moet men rekening houden met de gevaren van waterstof. Als men waterstof mengt met zuurstof ontstaat een zeer explosief mengsel. Het feit dat waterstof een heel licht gas is zorgt er voor dat bijna nooit de explosiegrens bereikt wordt. Deze explosiegrens is het volumepercentage waarbij het mengsel ontbranden kan en wordt ook wel met Lower Explosion Limit of LEL-waarde aangeduid.
De lage energiewaarde zorgt er ook voor dat er veel waterstof nodig is en dat maakt een waterstofauto niet heel efficiënt. Waterstoftechnologie heeft een efficiency van ongeveer 30 procent in tegenstelling tot een volledig elektrische auto die een efficiency heeft van 70 procent.

Toekomst waterstofauto
Het is nog onduidelijk of de waterstofauto in de toekomst veel gebruikt gaat worden en een toonaangevende positie zal veroveren in de voertuigenbranche. Er zullen nog verschillende oplossingen moeten worden bedacht waarmee een waterstofauto een effectieve bijdrage kan leveren aan de automotive. Ten opzichte van een elektrische auto heeft een waterstofauto nog weinig bekendheid. Dat zorgt er voor dat niet veel consumenten bij duurzaam vervoer denken aan een waterstofauto maar veel meer aan een elektrische auto. Het elektrische rijden is nu eenmaal bekender dan het waterstofrijden. Daarin zal een verandering moeten worden aangebracht. Waterstof wordt overigens in andere sectoren ook als oplossing beschouwd. Denk hierbij aan de waterstofketel. Er zijn verschillende spelers op de installatiemarkt die de waterstofketel beschouwen als de ideale vervanger voor de aardgasgestookte cv-ketel.

Waterstof en energieopslag

Waterstof heeft molecule (H2) en komt in de natuur niet voor. Dat betekent dat waterstof geproduceerd moet worden. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. Ongeveer 95% van alle waterstof die in de wereld wordt geproduceerd wordt gemaakt doormiddel van reforming van aardgas, steenkool of andere fossiele brandstoffen. Slechts 5% procent van de waterstof wordt geproduceerd doormiddel van elektrolyse. Reforming van aardgas en steenkool is niet Co2 neutraal en minder klimaatbewust dan elektrolyse. Echter moet voor elektrolyse veel elektriciteit worden aangewend. Daardoor is ook elektrolyse niet milieuvriendelijk tenzij men voor dit proces duurzame elektrische energie gebruikt die wordt opwekt door bijvoorbeeld zonlicht of windkracht.

Energiedrager waterstof
Waterstof is geen energiebron zoals windkracht en zonlicht. In plaats daarvan is waterstof een energiedrager, een brandstof die bijvoorbeeld gebruikt kan worden om woningen doormiddel van een waterstofketel te verwarmen. Dit proces kan klimaatvriendelijk worden wanneer men waterstof op een duurzame manier gaan produceren. Om die redenen kunnen waterstof en waterstofketels een nuttige bijdrage leveren aan de energietransitie. Het bijkomende voordeel van waterstof is dat deze als energiedrager ook kan worden gebruikt als energieopslag. Als men bijvoorbeeld te veel elektrische energie opwekt met windmolens en zonnepanelen zou men deze elektrische energie kunnen gebruiken om waterstof te produceren.

Energie opslaan

Dan zou men de energiedrager waterstof in de toekomst kunnen gebruiken als brandstof. Waterstof kan daardoor een deel van de energieopslag oplossen. Duurzame elektriciteit wordt omgezet in waterstof die veel beter is op te slaan dan zuivere elektrische energie. Enorme accu’s die elektrische energie kunnen opslaan zijn er wel maar zijn in de praktijk nog niet een bewezen effectieve oplossing voor het opslaan van elektrische energie. Eventueel zouden woningen kunnen worden uitgerust met brandstofcellen. Daardoor zou men waterstof ook kunnen gebruiken voor het opwekken van lokale elektriciteit. Zo kan waterstof worden gebruikt voor zowel elektriciteit als voor verwarming doormiddel van een waterstofketel.

Energietransitie
Het aardgasleidingnetwerk zou grotendeels gebruikt kunnen worden voor het transport van waterstof. Dat bespaard kosten en zorgt er voor dat de energietransitie snel zou kunnen plaatsvinden. Er zijn echter ook problemen die eerst moeten worden opgelost. Allereerst moet men op grote schaal waterstof gaan produceren en daarnaast moet men de huidige aardgasgestookte cv-ketels ombouwen tot waterstofketels. Dat laatste gaat veel tijd en geld kosten.

Kan een aardgasgestookte cv-ketel omgebouwd worden tot waterstofketel?

Nederland zal de komende jaren afscheid gaan nemen van aardgas als verwarmingsbron. In plaats daarvan worden andere energiebronnen aangewend die duurzamer zijn. Dit wordt ook wel de energietransitie genoemd. Waterstof wordt binnen deze energietransitie steeds vaker genoemd als vervangende brandstof voor aardgas. Dat betekent dat men in de toekomst geen aardgasgestookte cv-ketels gaat gebruiken maar zogenaamde waterstofketels. Een aantal vragen kunnen dan ontstaan.

Allereerst de vraag of waterstof wel gebruikt kan worden in een cv-installatie. Het antwoord op deze vraag is ‘ja’. Waterstof kan worden gebruikt voor een cv-installatie alleen moet men dan wel een andere ketel gebruiken. De waterstofketel is speciaal ontworpen voor het verstoken van waterstof in een cv installatie. Dan is er natuurlijk nog de vraag of een aardgasgestookte cv-installatie kan worden omgebouwd tot waterstofketel. Deze vraag wordt in de volgende alinea behandeld.

Aardgasgestookte cv-ketels ombouwen tot waterstofketels

Aardgas is een fossiele brandstof en waterstof is een brandbaar gas dat men kan produceren. Beide brandstoffen kunnen worden gebruikt om cv-leidingwater te verwarmen. Toch is er wel een duidelijk verschil. Zo heeft waterstof een hogere verbrandingssnelheid dan aardgas. Dat is een aspect dat er voor zorgt dat men een aardgasgestookte cv-ketel niet kan gebruiken voor het verstoken van waterstof. Er zullen een aantal componenten moeten worden veranderd.

Componenten vervangen
Allereerst moeten de branders van de cv-ketel worden vervangen door branders die zijn ontworpen voor het verstoken van waterstof. De dichtheid van waterstof is ook anders evenals de vlamtemperatuur die hoger is. Om die reden moet de gebruikelijke aardgasgestookte cv-ketel verschillende aanpassingen ondergaan. Dat zorgt er voor dat het in de toekomst bijna ondoenlijk is om alle aardgasgestookte cv-ketels om te bouwen tot waterstofketels. Om die reden worden steeds vaker ketels in woningen gebouwd die voor aardgas en waterstof geschikt zijn. Deze ketels zijn alvast geplaatst voor het geval we in Nederland geen aardgas meer gaan gebruiken maar waterstof.

Is een waterstofketel de oplossing?
Toch is het nog maar de vraag of waterstof daadwerkelijk gebruikt gaat worden als vervangende brandstof voor aardgas om woningen te verwarmen. Om die reden wordt nog gewacht met de grote klus om alle woningen in Nederland te voorzien van een cv-ketel die ook als waterstofketel kan worden gebruikt. Het grote voordeel is wel dat er niet heel veel aanpassingen hoeven te worden gedaan aan het aardgasleidingnetwerk. In principe zou men ook door deze leidingen waterstof naar waterstofketels kunnen transporteren. Toch is waterstof niet de perfecte oplossing. Aardwarmte en warmtepompen zijn veel betere oplossingen omdat deze duurzamer zijn en woningen zelf in hun eigen energie kunnen laten voorzien zoals bij nulwoningen, balanswoningen en passiefhuizen het geval is.

Proef met waterstofketels

Verschillende installatiebedrijven doen in Nederland echter al mee aan projecten waarin woningen worden gebouwd die doormiddel van waterstof verwarmd worden. Deze projecten kunnen een voorproefje zijn van de toekomst. Door projecten te bouwen met waterstofketels raken mensen meer met het idee vertrouwt en kunnen ze in de toekomst hun ervaringen met waterstofketels delen in de social media. Dat kan er voor zorgen dat de acceptatie en populariteit van waterstofketels toeneemt.

Uitzendbureaus, maatschappelijk verantwoord ondernemen en energietransitie

De afgelopen maanden is steeds duidelijker geworden dat investeringsmaatschappijen duidelijke keuzes maken met betrekking tot de bedrijven, projecten en producten waarin ze investeren. Pensioenfondsen zoals Pensioenfonds Metaal & Techniek hebben hun beleggingsportefeuille verduurzaamd en maatschappelijk verantwoord gemaakt door niet meer te beleggen in de tabaksindustrie, bont- en wapenindustrie.

Deze ontwikkeling is logisch want het gaat beter met de economie en zowel investeerders als afnemers hebben meer te besteden en meer te kiezen. Klanten en overheden vinden maatschappelijk verantwoord ondernemen steeds belangrijker en hanteren dit ook steeds vaker als doorslaggevend criterium in de keuze om wel of geen opdrachten te gunnen.

Daarom is 2019 het ideale moment om als uitzendbureau belangrijke stappen te maken in de richting van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Uitzendbureaus kunnen stappen zetten om te verduurzamen en bedrijven te steunen die milieubewust opereren op de markt. Op die manier kunnen duurzame, groene uitzendorganisaties ontstaan. Een transitie richting een duurzame uitzendorganisatie hoeft niet in één stap te worden doorgevoerd, er kunnen deelstappen worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de volgende keuzes/ veranderingen:

Dienstverlening
Geen uitzendpersoneel meer bemiddelen voor de tabaksindustrie en andere ondernemingen die producten verkopen die zeer schadelijk zijn voor de mens en het milieu.

  • Nu technisch personeel schaars is er specifiek voor kiezen om het personeel in te zetten op (extra) duurzame projecten zodat die geen vertraging oplopen.
  • Uitzendkrachten en deta-krachten specifiek opleidingen aanbieden voor duurzame techniek, zoals het plaatsen van zonnepanelen, warmtepompen, vergistingsinstallaties en alle randapparatuur die daar bij hoort zoals slimme meters.
  • Oplaadpunten plaatsen voor elektrische auto’s bij bepaalde vestigingen waarmee het eigen wagenpark en andere auto’s opgeladen kunnen worden.
  • Invoering van een digitale ideeënbus op de website specifiek gericht op verduurzaming.

Materieel

  • De energievoorziening van de bedrijfspanden verduurzamen door het plaatsen van zonnepanelen, warmtepompen en andere installaties voor hernieuwbare energiebronnen.
  • In de marketing aandacht besteden aan relatiegeschenken die duurzaam zijn en van recyclebare materialen zijn gemaakt.
  • Minder printen en meer digitaliseren.
  • Elektrische auto’s invoeren voor intern personeel via een leasemaatschappij.
  • Werkkleding aanbieden die eerlijk is gemaakt met oog voor het loon en de arbeidsomstandigheden van de mensen die het gemaakt hebben.

De bovenstaande voorbeelden kunnen er voor zorgen dat de uitzendbranche in de markt belangrijke stappen zet op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De uitzendbranche is een intermediair. Dat betekent dat deze sector tussen vraag en aanbod in de arbeidsmarkt in staat. Dat zorgt er voor dat de uitzendbranche een belangrijke rol op zich kan nemen door beide kanten van de markt bewust te maken van verduurzaming. Door duidelijke keuzes te maken tussen klanten en markten kunnen ook sollicitanten specifiek richting duurzame techniek wordt begeleid naar werk. De meeste sollicitanten staan daar wel voor open. Sollicitanten zijn namelijk ook consumenten en consumenten worden milieubewuster. Iedereen wil, als hij of zij de keuze krijgt, een bijdrage leveren aan een duurzame maatschappij. Een uitzendbureau kan daarbij helpen als het uitzendbureau tenminste bereid is om bepaalde keuzes te maken. Dat vereist lef, inzicht en visie. De meeste uitzendbureaus hebben echter een afwachtende houding. Ze wachten af tot de concurrent stappen zet op het gebied van verduurzaming. Pas als de concurrent dit met succes doet zullen er veel uitzendbureaus gaan volgen. Toch moet er 1 uitzendorganisatie zijn die de eerste stap zet.

Aandeel groene energie is in 2018 gestegen naar 7,3 procent

Het aandeel groene energie ten opzichte van het totale energieverbruik is in 2018 gegroeid van 6,6 procent naar 7,3 procent. Dit is afgelopen maandag naar voren gekomen uit cijfers van Energieopwek.nl. Volgens de informatie op deze website werd er in 2018 vooral meer stroom geproduceerd met zonnepanelen. Er zijn aanzienlijk meer zonnepanelen geplaatst op woningen en utiliteit. Daardoor is ook de productie van groene energie uit zonnepanelen aanzienlijk toegenomen. Volgens de cijfers van Energieopwek.nl is de productie van groene energie doormiddel van zonnepanelen gestegen met 50 procent in 2018.

In tegenstelling tot de stijging in de energieproductie van zonnepanelen is de afgelopen tijd de productie van energie uit windmolens ongeveer gelijk gebleven. Daarnaast is de elektrische stroomproductie door het bijstoken van biomassa gestegen met meer dan 20 procent. Dat komt omdat er meer biomassa werd bijgestookt in kolencentrales. Inmiddels wordt biomassa voor ongeveer 5 procent van het elektriciteitsverbruik in Nederland gebruikt als brandstof. Ten opzichte van het totale elektriciteitsverbruik is het aandeel duurzame stroom gestegen van 15 naar 17 procent.

Daarnaast steeg de totale productie van energie uit hernieuwbare bronnen van 140 petajoule in 2017 naar 154 petajoule in 2018. Als men deze cijfers afzet tegen het totale energieverbruik in Nederland dan komt dat neer op een stijging van 6,6 procent tot 7,3 procent van het energieverbruik. De website Energieopwek.nl is opgericht na het Energieakkoord door verschillende organisaties die actief zijn in de energiesector, zoals Netbeheer Nederland en TenneT. Op de website worden de ontwikkelingen op het gebied van de energieproductie bijgehouden. Zo worden de ontwikkelingen in de energietransitie inzichtelijk gemaakt.

Twee miljoen voor scholing installatiepersoneel in duurzame energie in Noord Nederland

Het Rijk heeft besloten om 2 miljoen euro te investeren in onderwijs voor vakkrachten die actief zijn in de energiesector in Noord Nederland. Veel vakmensen in de energiesector werken in de installatietechniek en elektrotechniek. Dat zijn sectoren die direct betrokken zijn bij de energietransitie. De energietransitie komt echter nauwelijks op gang. In de praktijk worden nog steeds veel gasgestookte cv-ketels geplaatst in woningen. Ook in nieuwe woningen worden vaak nog gasgestookte centrale verwarmingssystemen geplaatst terwijl er voldoende duurzame alternatieven zijn.

Kennis van duurzame energiebronnen
Dat zorgt voor een vertraging van de energietransitie. In klimaatafspraken is vastgelegd dat bedrijven en consumenten zoveel mogelijk van fossiele brandstoffen af moeten. In plaats daarvan moeten juist duurzame milieuvriendelijke energiebronnen worden gebruikt. Voor het installeren en onderhouden van duurzame energiebronnen is echter kennis nodig. De overheid heeft besloten om te investeren in deze kennis. Er wordt twee miljoen euro van de overheid geïnvesteerd in het onderwijzen van vaklieden in het noorden.

Voorbereiding op de energietransitie
Door de investering in het onderwijs worden installatiemonteurs en elektromonteurs beter voorbereid op de overstap van fossiele naar duurzame energie. Het geld dat beschikbaar wordt gesteld door de overheid gaat naar mbo-scholen maar ook het bedrijfsleven en gemeenten in het noorden van Nederland krijgen een deel. In totaal moet met het geld in vier jaar tijd een groot aantal vakmensen worden opgeleid in duurzame energie. In die periode moeten volgens de overheid 3400 installatiemonteurs en elektromonteurs worden ontwikkeld tot monteurs die goed op de hoogte zijn van duurzame energiebronnen zodat ze deze kunnen installeren en onderhouden.

Tekort aan technisch personeel
Het tekort aan technisch personeel vormt een groot probleem voor de energietransitie. Het slagen van de energietransitie wordt een groot probleem als er te weinig technici beschikbaar zijn om de duurzame energiebronnen te installeren. Dit werd ook bekend gemaakt door de Sociaal-Economische Raad (SER) die duidelijk problemen op dit terrein voorziet. In het Noorden van Nederland is er sprake van een krimpende bevolking terwijl er daarnaast juist ook extra vakmensen nodig zijn om alle woningen en gebouwen technisch aan te passen voor de energietransitie. De bedrijven en consumenten moeten af van het aardgas uit Groningen en hebben duurzame energiebronnen nodig zoals warmtepompen. Door de installateurs en elektromonteurs tijdig op te leiden hoeft kennis straks geen belemmering te vormen voor de ontwikkelingen in de energietransitie.

Scholing van technici
De overheid gaat scholen en 45 bedrijven in de provincies Drenthe, Groningen en Friesland opleiden in duurzame energie. Het gaat in totaal om 2400 studenten die de nieuwste kennis over duurzame energie krijgen in specifieke opleidingen. De naam van de opleiding is nog niet bekend gemaakt. Er zullen ook duizend werknemers van technische bedrijven en driehonderd docenten worden bijgeschoold in de duurzame energie. Er zal uiteindelijk een stabiele stroom moeten ontstaan in de techniekstudenten in Nederland.

Zonnepanelen hadden hoge opbrengst in juli 2018

De maand juli in 2018 is bijzonder zonnig geweest. Daardoor hebben eigenaren van zonnepanelen enkele tientallen euro’s extra verdient met de opbrengst van deze panelen. In de afgelopen vijf jaar is er geen enkele maand geweest waarin de opbrengst van zonnepanelen zo hoog is geweest als de julimaand van 2018. Er wordt al gesproken over een record. Dit bericht werd bekend gemaakt door energiebedrijf Essent. Volgens deze energie-organisatie hebben zonnepanelen in de maand juli ongeveer 91 euro opgeleverd. Dat is 21 euro meer opbrengst dan er in een gemiddelde julimaand werd gerealiseerd in de periode tussen 1981 en 2010. Natuurlijk zijn zonnepanelen de afgelopen jaren ook beter en efficiënter geworden. Daardoor wordt het rendement van zonnepanelen hoger.

Berekening opbrengst zonnepanelen
Voor de berekeningen heeft Essent gebruik gemaakt van een systeem van 2.600 wattpiek. Dat is ongeveer acht tot tien zonnepanelen, met een efficiëntie van 88 procent. Deze zonnepanelen dienen dan wel in een ideale opstelling te hebben en naar het zuiden te zijn gericht. In 2018 leveren zonnepanelen verhoudingsgewijs veel geld op. Niet alleen de julimaand is namelijk erg zonnig geweest ook de maanden februari, mei en juni hebben veel zonuren gehad. Eigenaren van zonnepanelen die gebaseerd zijn op het hiervoor genoemde systeem hebben in 2018 tot nu toe al 372 euro extra verdient aan hun zonnepanelen en het jaar is nog lang niet om. Tot nu toe ligt de opbrengst al 54 euro hoger dan de gemiddelde opbrengst in de afgelopen jaren. Gemiddeld leverden zonnepanelen gebaseerd op het eerder genoemde systeem tussen de 450 euro tot 500 euro per jaar op.

Slimme meters
Doormiddel van een zogenaamde slimme meter wordt berekend en weergegeven hoeveel zonnepaneeleigenaren terugleveren aan het energienet. Op zonnige dagen geven slimme meters beduidend meer opbrengst aan dan de energieafname van de woningeigenaar. Op die manier wordt de woning energieneutraal en CO2 neutraal. De opbrengst van zonnepanelen is afhankelijk van de kwaliteit en het rendement van zonnepanelen. Daarnaast is dit een hernieuwbare energievoorziening die sterk afhankelijk is van het weer. Het aantal zonuren en de instraling van de zon bepalen de hoeveelheid zonne-energie die wordt opgewekt. Als men kijkt naar de eerste zeven maanden van 2018 dan ziet men dat het aantal zonuren ongeveer 25 procent hoger lag dan het langjarige gemiddelde op dit gebied.

Zonnepanelen zijn populair
De instraling van de zon ligt in die zelfde periode ongeveer 16 procent hoger vergeleken met het gemiddelde van de afgelopen jaren. Mensen die een slimme meter in de meterkast hebben hangen kunnen duidelijk zien dat ze meer rendement hebben gehaald uit zonlicht via hun zonnepanelen dan de afgelopen jaren. Dat zorgt er voor dat de populariteit van zonnepanelen alleen maar toeneemt. Geen wonder dat er steeds meer zonnepanelen worden aangebracht op woningen en utiliteit. Zonnepanelen vormen een belangrijk onderdeel van de energietransitie in Nederland.

Aanmelden voor BBL installatietechniek/ elektrotechniek en na de bouwvak 2018 beginnen!

Installatietechniek en elektrotechniek worden steeds belangrijker branches binnen de techniek in Nederland. Dat heeft onder andere te maken met de grote rol die installatiemonteurs en elektromonteurs spelen in de energietransitie. De energietransitie is een veelbesproken begrip in Nederland en houdt in feite in dat men de omschakeling van vervuilende energiebronnen naar schone hernieuwbare energiebronnen gaat maken. Installateurs plaatsen en onderhouden nog steeds veel gasgestookte cv-ketels maar dat gaat veranderen. Er worden hybride warmtepompen en geothermie installaties aangebracht. Er worden steeds meer duurzame installaties ontwikkelt, geproduceerd en geïnstalleerd door ervaren monteurs. Er is echter een tekort aan ervaren vakkrachten in de installatietechniek. Juist daarom is er veel aandacht voor BBL opleidingen waaronder een BBL opleiding in de installatietechniek.

Waarom een BBL opleiding installatietechniek?
Van alle technische sectoren waarin een bijdrage wordt geleverd aan de verduurzaming van Nederland staan de installatietechniek en elektrotechniek toch wel in de top. Omdat er steeds meer aandacht is voor verduurzaming, milieubewust bouwen en CO2 neutraal wonen is het installatievakgebied aanzienlijk uitdagender geworden. Het plaatsen van zonnepanelen en warmtepompen is iets dat veel mensen overwegen maar er is een gebrek aan kennis. De mensen die deze kennis wel hebben aangeleerd op een opleiding (BBL of BOL) zijn daarom zeer populair op de arbeidsmarkt. De werkgelegenheid in de installatietechniek is explosief gegroeid. Daarom is het verstandig om een loopbaan te overwegen in deze uitdagende branche. Bovendien staan bedrijven nu open voor het inwerken van leerlingen en BBL-ers. Installatiebedrijven weten namelijk dat het tekort aan personeel in deze sector alleen kan worden opgelost door nieuwe instroom.

Aanmelden voor BBL in de installatietechniek of elektrotechniek?
Aanmelden voor een BBL-opleiding is eenvoudig. Als je hier klikt voor het aanmeldformulier dan kun je deze ingevuld sturen naar de webbeheerder van technischwerken.nl. Hij zal er dan voor zorgen dat er contact met je opgenomen wordt door een opleidingsadviseur. Aanmelden voor BBL is kosteloos en iedereen mag zich aanmelden. Leeftijd en achtergrond maakt niet uit. Het is wel belangrijk dat je wat technische ervaring of affiniteit hebt. Door basiskennis in de techniek en een goed technisch inzicht kun je namelijk op een BBL opleiding sneller dit uitdagende vakgebied en alle facetten die er bij horen aanleren.

CO2 neutraal maken huurwoningen kost ruim 108 miljard euro

Nederland wil van aardgas af en wil het woningbestand verduurzamen. Deze ambitie heeft de Nederlandse overheid niet alleen voor koopwoningen, ook huurwoningen moeten worden verduurzaamd. Dat kost per woning ongeveer 52.000 euro volgens Aedes. De organisatie Aedes is de koepelorganisatie van woningcorporaties. De organisatie heeft de totale kosten in kaart gebracht en raamt deze op 108 miljard euro. Nederland heeft 2,1 miljoen huurwoningen die voor dit bedrag zouden kunnen worden verduurzaamd aldus Aedes. Dit bericht over het de kosten van het gasloos en CO2-neutraal te maken van huurwoningen werd dinsdag 29 mei 2018 aan de media bekend gemaakt.

Verduurzamen huurwoningen
Aedesvoorzitter Marnix Norder heeft aangegeven dat de woningcorporaties deze investering onmogelijk alleen kunnen opbrengen. Als dat van de woningcorporaties zou worden verwacht betekent dit dat de huur aanzienlijk omhoog moet. Dat vinden de huurders niet bepaald prettig. Toch moet er wat gedaan worden om de huurwoningen te verduurzamen. De Nederlandse woningcorporaties hebben zich gebonden aan de doelstelling om al hun huurwoningen voor 2050 CO2-neutraal te maken. De woningcorporaties hebben elk afzonderlijk bekeken wat ze zouden moeten doen om een dergelijke doelstelling te kunnen behalen.

Verschillen tussen huurwoningen
Er blijken grote verschillen te zitten in de energiezuinigheid van huurwoningen. Sommige huurwoningen zouden investeringen nodig hebben op het gebied van isolatie en zonnepanelen. Weer andere huizen zouden een grondige renovatie en energietransitie nodig hebben om te voldoen aan de gestelde eisen. De meeste huurwoningen zijn voor wat betreft de verwarming afhankelijk van aardgas. Doormiddel van hybride warmtepompen en hybride ketels zou de afhankelijkheid van aardgas kunnen worden beperkt. Door het plaatsen van warmtepompen, warmte en koudeopslag, stadsverwarming en blokverwarming kunnen huurwoningen geheel aardgasvrij worden gemaakt.

Installatiebedrijven en overheid
Niet alleen woningcorporaties zullen inspanningen moeten verrichten met betrekking tot de energietransitie van huurwoningen. Ook overheden moeten een bijdrage leveren evenals bouwbedrijven. Netbeheerders, nutsbedrijven, installatiebedrijven en andere ondernemingen moeten ook meewerken om de energietransitie in de huurwoningbouw succesvol te laten verlopen.

Waaruit bestaat een geothermie installatie?

Geothermie is aardwarmte en kan worden aangewend als verwarmingsbron of indirect als energieleverancier worden gebruikt waarbij de aardwarmte bijvoorbeeld wordt omgezet in elektrische energie. Geothermie is een effectieve alternatieve energiebron omdat er bij deze installaties nauwelijks CO2 vrij komt in de atmosfeer. Dat maakt geothermie veel milieuvriendelijker dan bijvoorbeeld aardgas. Voordat met een geothermie-installatie gaat bouwen moet met een grondig onderzoek doen. Zo moet men een goed beeld hebben van de aardbodem en de aardlagen waarin warm grondwater aanwezig is. Als men dit in kaart heeft gebracht en de uitkomst interessant genoeg is, kan men gaan bouwen. Een geothermie-installatie bouwt men niet zomaar. Een dergelijke installatie kost miljoenen en moet daarom zorgvuldig worden gebouwd door professionele bedrijven. Een geothermie installatie bestaat uit een aantal onderdelen. Deze onderdelen zijn hieronder in een aantal alinea’s beschreven.

Putten
Allereerst zijn er twee schachten nodig die ook wel putten worden genoemd. Deze putten worden met een grote boorinstallatie geboord en zijn ongeveer 2 kilometer lang. Op 2 kilometer diepte is de aardwarmte ongeveer 60 tot 80 graden Celsius. De put wordt tot onder het grondwater geboord. Er moet dus rekening worden gehouden met de grondwaterstand voordat men gaat boren. Het warme water wordt uit de put omhoog gepompt.

Het is natuurlijk wel belangrijk dat de putten of schachten niet in elkaar storten tijdens het oppompen van het warme grondwater. De ondergrondse druk is hierbij een belangrijke factor. Deze druk kan er voor zorgen dat de schachten in elkaar gedrukt worden. Dat moet worden voorkomen en daarvoor worden buizen geplaatst in het boorgat van de put. Deze buizen worden vervolgens vastgezet met cement. Op die manier zijn de schachten verankert.

De uiteinden van schachten of putten zijn onder de grond ongeveer 1 tot 2 kilometer van elkaar verwijderd. Dat is noodzakelijk want via de ene put wordt warm water opgepompt en via de andere put wordt koud of afgekoeld water weer naar beneden gepompt. Dit koude water wordt vervolgens weer opgewarmd door de aarde en het overige grondwater zodat het weer opgewarmde water naar boven gehaald kan worden in de eerst schacht. Zo ontstaat er een circulair systeem waardoor het volume aan grondwater gelijk blijft en bodemdaling wordt voorkomen of geminimaliseerd.

Warmtewisselaar

Het opgepompte warme water stroomt door buizen in een warmtewisselaar. In deze warmtewisselaar komt het warme grondwater in contact met het water van het verwarmingssysteem. Dit water wordt door het grondwater verwarmt. Er vindt uitwisseling van warmte plaats vandaar de term warmtewisselaar. Het opgewarmde water stroom uit de warmtewisselaar naar de verwarmingssystemen van gebouwen, utiliteit en woningen. Een pomp zorgt er voor dat het afgekoelde grondwater weer naar beneden wordt gepompt via de juiste put. Daardoor komt het afgekoelde grondwater weer op dezelfde diepte waar het ook vandaan werd gepompt via de andere put.

Pompen
In de alinea’s hiervoor is een paar keer het woord ‘pomp’ gebruikt. Een geothermische installatie kan niet zonder een paar pompen waarmee het water wordt opgepompt uit de aardbodem en teruggepompt naar de oorspronkelijke diepte. Deze pompen worden net als de warmtewisselaar in een gebouw geplaatst van ongeveer twintig bij twintig meter. Hierin zijn vaak ook filters geplaatst voor het filteren van het grondwater.

Ontgassingsinstallatie
Samen met het grondwater kan ook aardgas naar boven komen. Dit brengt extra risico’s met zich mee in de vorm van brandgevaar en explosiegevaar. Om die reden wordt er meestal een ontgassingsinstallatie met een ontgassingstank. Dit is een veiligheidsvoorziening. Als er aardgas aanwezig is kan er ook een noodfakkel worden aangebracht die er voor zorgt dat het aardgas wordt afgefakkeld.

Technische ruimte
Tot slot is er nog een technische ruimte nodig voor het uitvoeren van revisie, reparatie en onderhoud. Een geothermie installatie heeft net als andere grote installaties onderhoud nodig. Vooral de aanwezigheid van aardgas kan voor extra risico’s zorgen waardoor het onderhoud en de reparaties door specialisten moet gebeuren met een werkvergunning en verschillende veiligheidscertificaten.

Geothermie en duurzaamheid

Geothermie is een ander woord voor aardwarmte en wordt steeds vaker genoemd als een goed alternatief voor aardgas. Dat is geen wonder want geothermie is altijd aanwezig en daardoor een onuitputtelijke duurzame energiebron. Veel woningen hebben nog een centrale verwarming waarin aardgas wordt verbrand om warm cv-leidingwater te realiseren. Het verstoken van aardgas staat echter ter discussie vanwege de CO2 uitstoot maar ook vanwege het feit dat aardgas een fossiele brandstof is die niet onuitputtelijk is.

Aardwarmte is onuitputtelijk duurzaam
Aardwarmte is de warmte die de aarde zelf afgeeft en is daardoor onuitputtelijk. Daarvoor moet men echter wel diep in de aardkorst boren. Hoe dieper men in de aardlagen boort hoe hoger de temperatuur wordt. Dat betekent dat men diep moet boren om voldoende warmte te winnen voor verwarmingsinstallaties van woningen en utiliteitscomplexen. Het boren van een schacht kost miljoenen euro’s. De geothermische dieptemaat is een belangrijke factor in de prijs van het boren naar aardwarmte of geothermie.

Geothermische dieptemaat
Aardwarmte wordt naar boven gehaald doormiddel van grondwater. Grondwater bevind zich in verschillende bodemlagen en heeft daardoor ook een verschillende temperatuur. Gemiddeld wordt de temperatuur van de aardbodem 35 °C tot 40 °C hoger naar mate men dieper boort. De diepte waarop men boort naar aardwarmte wordt ook wel de geothermische dieptemaat genoemd. De dieptemaat waarop men op een bepaalde aardwarmte stuit is echter niet in elk land hetzelfde en ook binnen een land verschilt de warmte die men aantreft in de aardlagen. Dat maakt het lastig om een vaste geothermische dieptemaat te bepalen waarop men een bepaald rendement aan geothermie kan aantreffen. Als men in een bepaalde regio gebruik wil maken van aardwarmte zal men daarom eerst een grondig bodemonderzoek moeten doen naar de aardlagen en de aanwezigheid van (warm) grondwater.

Warmteanomalieën
De geothermische dieptemaat oftewel de aardlaag waar een bepaalde aardwarmte wordt aangetroffen is verschillend zoals in de alinea hierboven beschreven is. Dat betekent dat er positieve en negatieve afwijkingen kunnen zijn in de aanwezige warmte. Deze afwijkingen van de standaard noemt men ook wel warmteanomalieën. Deze afwijkingen kunnen bijvoorbeeld ontstaan door lagen met vulkanische activiteit. Denk hierbij aan de geisers op IJsland waaruit kokend heet water naar boven spuit. Dit is een voorbeeld van geothermie waarbij enorm veel heet water vrij komt. Er zijn echter meerdere locaties waar vulkanische activiteit aanwezig is en het water op een redelijk kleine diepte al kokend heet is. Deze anomalieën zijn waardevol voor geothermie. In de geothermie worden deze beschouwd als hoogenthalpie vindplaatsen.

Direct en indirect gebruik van geothermie
Hoogenthalpie vindplaatsen zijn op verschillende locaties in de wereld aanwezig. Deze locaties worden wereldwijd gebruikt als energiebronnen voor het opwekken van elektrische stroom. Dit gebeurd in een geothermiecentrale. Daarbij maakt men bijvoorbeeld gebruik van een warmte-krachtkoppeling (WKK). Dit is echter een vorm van indirect gebruik van geothermie met een hoog rendement. Men kan echter ook direct gebruik maken van geothermie. Daarbij gaat men het warme grondwater direct door een verwarmingssysteem heen pompen.

Aardbodemdaling door geothermie?
Er zijn risico’s verbonden aan het gebruik van warm grondwater. Door grondwater uit de aardbodem te pompen bestaat er een kans dat de aardbodem gaat dalen als het grondwatervolume aanzienlijk afneemt. Daarom gebruikt men bij geothermie vaak installaties waarbij ook weer afgekoeld water teruggepompt wordt in de aardbodem zodat het volume aan grondwater ongeveer gelijk blijft.

Wat is geothermie?

Geothermie is een ander woord voor aardwarmte en is tevens een verzamelnaam voor technologie waarmee warmte uit verschillende aardlagen wordt gewonnen, getransporteerd en gebruikt om gebouwen en andere voorzieningen te verwarmen. Als men het in het kader van de energietransitie heeft over geothermie dan doelt men meestal op installaties waarmee warm grondwater uit diepere aardlagen naar boven wordt gepompt. Dit warme water wordt vervolgens via verwarmingssystemen overgedragen op de omgeving die daardoor wordt verwarmt. Het water wordt bij deze warmteafgifte afgekoeld. Het afgekoelde water wordt vervolgens weer in de aardbodem gepompt via een andere buis. Daar wordt het water weer door de diepere aardlagen verwarmd en mengt het zich met het overige grondwater. Dit wordt vervolgens opgepompt. Op die manier ontstaat in feite een circulair systeem waardoor bodemdaling wordt voorkomen en er ook geen tekort ontstaat aan water.

Wat betekent geothermie?
Het woord geothermie is een samenvoeging van de Griekse woorden geo (dat vertaald wordt met ‘aarde’) en thermos (dat vertaald kan worden met ‘warmte’). Deze vertaling zorgt er voor dat geothermie letterlijk vertaald kan worden met het woord ‘aardwarmte’. Aardwarmte is een energiebron die tot de duurzame energiebronnen wordt gerekend omdat aardwarmte altijd aanwezig is en dus niet opraakt. Aardwarmte is daardoor duurzamer dan fossiele brandstoffen die overigens uit de aardbodem worden gehaald. Echter worden de fossiele brandstoffen verbrand om warmte te realiseren. Bij het verbranden komt echter CO2 vrij en andere schadelijke stoffen zoals fijnstof. Door direct warmte te transporteren zonder brandstoffen te verbranden bespaard men energie en zorgt men er tevens voor dat er geen schadelijke stoffen in het milieu terecht komen. Toch kunnen er wel gassen vanuit de aardbodem naar boven komen tijdens het winnen van warm grondwater. Daar dient men bij de installatie van een geothermische warmtepomp wel rekening mee te houden.

SER: er moeten specifieke opleidingen komen voor de energietransitie vanaf 2018

De energietransitie is in feite de omschakeling van een vervuilende, milieubelastende energievoorziening naar een meer klimaat neutrale en schonere energievoorziening. Deze omschakeling of transitie krijgt wereldwijd meer aandacht. Ook in Nederland gaat er veel aandacht uit naar de energietransitie. Er worden innovatieve oplossingen bedacht waardoor de mensheid in de toekomst op een schonere manier aan energie kan komen en bovendien energie kan besparen. Daarvoor is technische kennis nodig en innovatieve slagkracht. Er moet ruimte zijn voor creativiteit en daarnaast zijn ook mensen nodig die daadwerkelijk over de juiste competenties beschikken om een bijdrage te leveren aan de engineering maar ook aan de uitvoering van alle aspecten die met de energietransitie gepaard gaan. De Sociaal Economische Raad (SER) heeft donderdag 19 april 2018 een advies uitgebracht met betrekking tot de energietransitie. Daarin is onder andere benoemd dat er meer aandacht moet worden besteed aan het opleiden van mensen in specifieke beroepen die nodig zijn om de energietransitie te laten slagen.

Opleiden voor een succesvolle energietransitie
De SER pleit in haar rapport voor meer opleidingen in het kader van de energietransitie. Volgens de Sociaal Economische Raad moeten er mensen omgeschoold, bijgeschoold en opgeleid worden voor specifieke beroepen. Voor sommige beroepen moeten er volgens de SER in de toekomst duizenden vacatures worden ingevuld. Hierbij kun je denken aan beroepen die gericht zijn op het plaatsen en aansluiten van zonnepanelen. Ook voor het bouwen van windmolens en warmtepompen zijn specialisten nodig die op dit moment nog veel te weinig aanwezig zijn op de arbeidsmarkt. Naast deze grote installaties zijn er nog verschillende beroepen die ook ontstaan uit de energietransitie. Hierbij kun je denken aan servicemonteurs die slimme meters plaatsen in woningen. Deze slimme meters maken het energieverbruik inzichtelijk en geven vaak ook duidelijk aan hoeveel energie wordt teruggeleverd aan het energienetwerk. Dat is belangrijk voor de energieafnemer maar ook voor de energieleverancier.

Naast het bouwen, installeren en onderhouden van installaties en andere energievoorzieningen zijn er ook meer bedrijven nodig die zich richten op isolatie van woningen en utiliteit zodat er ook minder energieverspilling optreed. Al deze bedrijven en technologieën vereisen echter vakkrachten. Deze vakkrachten zijn onvoldoende aanwezig om de energietransitie echt te laten werken. Er zijn ook in 2018 nog te weinig leerlingen die kiezen voor opleidingen die belangrijk zijn voor de energietransitie. Een tekort aan personeel is al aanwezig in de techniek en dit tekort zal alleen maar oplopen vanwege de toename in het aantal projecten in bijvoorbeeld en energietechniek, installatietechniek en elektrotechniek. In deze sectoren worden al BBL-trajecten gestart om jongeren te laten werken en leren in de techniek zodat er meer vakkrachten komen op de arbeidsmarkt.

BBL en BOL opleidingen in de energietransitie
Het plaatsen van zonnepanelen, het aanbrengen van hybride warmtepompen, hybrideketels, pelletketels en andere installaties is het werk van installateurs. Deze bedrijven hebben in 2018 al een aanzienlijk tekort aan gekwalificeerd personeel. Daarvan heeft brancheorganisatie UNETO VNI ook regelmatig een melding gedaan. Het tekort aan personeel ontstaat al door de toenamen in het aantal woningbouwprojecten vanaf 2017. Door de energietransitie wordt de werkdruk in de installatietechniek nog groter. Veel installatiebedrijven zijn erkende leerbedrijven en hebben BBL-ers in dienst zodat ze ook voor de toekomst gekwalificeerd personeel opleiden. De aandacht voor BBL is groot omdat deze mbo-leerlingen meteen kunnen meewerken met het ervaren installatiepersoneel van het bedrijf. Dat zorgt er voor dat het personeel ondersteund wordt en de BBL-er meteen een vak leert in de praktijk.
Naast BBL is er ook een mogelijkheid voor BOL. Bij deze opleiding is er geen sprake van werken en leren maar is er wel een praktijkstage die ook wel beroepspraktijkvorming wordt genoemd. Deze beroepspraktijkvorming is echter van korte duur. Installatiebedrijven leggen daarom de focus vaak op BBL. Er zijn echter nog niet veel BBL opleidingen die gericht zijn op de energietransitie in plaats daarvan zijn veel BBL-opleidingen nog algemene opleidingen richting de installatietechniek en elektrotechniek. uiteraard wordt er in die opleidingen wel steeds meer aandacht besteed aan bijvoorbeeld zonnepanelen, warmtepompen en andere energievoorzieningen. Bij het leerbedrijf leert de BBL-er ook in de praktijk deze energievoorzieningen te installeren. Zo worden vakkrachten ontwikkeld voor de toekomst.