Dakisolatie belangrijke stap in woningisolatie

Het isoleren van een dak is een belangrijke en vaak nuttige stap op het gebied van woningisolatie. Dat is niet verwonderlijk want warme lucht stijgt op. Dat betekent dat uiteindelijk veel warme lucht in een woning zich richting het dak zal verplaatsen. Deze warme lucht kan dan inmiddels via de muren, plafonds en ramen zijn afgekoeld maar zal met name in de herfst en winter binnen toch warmer zijn dan buiten. Bij een koud geïsoleerd dak zal de lucht in de woning nog sneller afkoelen waardoor de stookkosten omhoog gaan als men de woning constant op een hogere temperatuur wil houden.

Om die reden is het belangrijk om een woning in eerste instantie aan de bovenkant te isoleren oftewel of het dak. Het isoleren van een dak kan aan de binnenkant en aan de buitenkant vlak onder de dakpannen worden gedaan. Het is belangrijk dat een woning eerst goed wordt beoordeeld op het gebied van de huidige isolatie. Sommige daken zijn al voorzien van isolatie. Dat zorgt er voor dat bepaalde isolatievormen er voor zorgen dat het vocht uit de woning niet meer weg kan komen met schimmel en vochtproblemen tot gevolg. Daarom is het belangrijk dat de juiste isolatiematerialen worden gekozen. Een goed advies van een adviseur op het gebied van woningisolatie is vaak van groot belang om problemen in de toekomst te voorkomen. De eerste stap die men moet nemen voor dakisolatie is de stap om goed advies in te winnen.

Door het dak van gebouwen gaat de meeste warmte verloren

Het isoleren van woningen en andere gebouwen is een belangrijke stap in het verduurzamen. Doormiddel van isolatie kunnen woningen en gebouwen beter de warmte vasthouden. Dat is een belangrijk aspect op het gebied van energieverlies. Hoe minder warmte verloren gaat hoe beter het is. Het dak is met name een deel van de constructie waar veel warmteverlies optreed. Dat geeft ook Andy van den Dobbelsteen, hoogleraar duurzaam bouwen TU Delft, aan in een artikel dat op de nieuwswebsite NU.nl is verschenen op woensdag 23 september 2020. Het is duidelijk dat op het gebied van de dakconstructie veel winst valt te behalen. Geen wonder dat veel mensen besluiten om met name het dak te isoleren.

Daarvoor kunnen verschillende materialen worden aangewend zoals glaswol, PIR en PUR-isolatie. Het is echter wel zo dat er verschillende eigenschappen aan de materialen verbonden zijn. Dat zorgt er voor dat niet elk isolatiemateriaal even geschikt is voor elk dak. Het advies van Technischwerken.nl is daarom ook om een goede erkende adviseur in te schakelen op het moment dat je als woningeigenaar overweegt om isolatiematerialen aan te brengen. Een goed advies kan veel problemen voorkomen. Door verkeerde isolatie kan namelijk niet alleen een beperkt rendement worden behaald maar kunnen ook technische problemen optreden. Denk hierbij aan een verminderde ventilatie en vochtproblemen. Deze problemen kunnen echter worden voorkomen door een goed advies en de juiste materiaalkeuze. Als daaraan wordt voldaan is dakisolatie een effectief middel om de warmte in een woning beter vast te houden.

TU Delft maakt succesvolle testvlucht met schaalmodel energiezuinige Flying V in september 2020

De TU Delft heeft een succesvolle testvlucht gemaakt met een schaalmodel van een nieuw energiezuinig vliegtuig. Dit vliegtuig heeft een bijzondere V-vorm vandaar de naam Flying V. Het is op het eerste oog een futuristisch vliegtuig en dat is het niet alleen aan de buitenkant maar ook aan de binnenkant. Zo is het vliegtuig voorzien van een moderne technologie. Dat moet er voor zorgen dat de Flying V aanzienlijk minder brandstof zal gebruiken dan reguliere vliegtuigen van luchtvaarmaatschappijen. Deze ontwikkeling kost natuurlijk geld en gelukkig is KLM bereid om het project van de TU Delft te ondersteunen. Het is tenslotte nog maar een test met een schaalmodel. KLM heeft echter financiële problemen als gevolg van de coronacrisis.

Flying V voor energiezuinig vliegen

De problemen staan een steun voor dit project vooralsnog niet in de weg. Het ontwerp dat ontwikkeld is door de TU- Delft werd vanochtend gepresenteerd onder toeziend oog van KLM-topman Pieter Elbers. De doelstelling is zuiniger vliegen. De luchtvaartsector staat bekend als grote vervuiler vanwege de emissie van CO2 van grote vrachtvliegtuigen en passagiersvliegtuigen. De Flying V moet zuiniger vliegen mogelijk maken. De V vorm zorgt er voor dat de passagiers en de vracht kunnen worden ondergebracht in twee delen die in een punt bij elkaar komen. Deze bijzondere vorm moet er voor zorgen dat er op vluchten 20 procent minder brandstof wordt uitgestoten. Daarnaast heeft het vliegtuig evenveel laadcapaciteit als de Airbus A350.

Een convectorput of vloerverwarming?

Een convectorput is een verwarmingssysteem dat bestaat uit een aantal verzonken bakken in de vloer waarin convectoren zijn geplaatst. Deze verzonken bakken worden ook wel putten genoemd vandaar de naam convectorputten. Omdat convectorputten verzonken zijn in de vloer zijn ze voor een groot deel aan het oog onttrokken. Dat biedt voordelen. Daarom worden convectorputten vooral geplaatst voor hoge raampartijen waar geen radiatoren voor geplaatst kunnen worden. Ook voor grote schuifpuien of in de buurt van openslaande deuren worden in de praktijk convectorputten geplaatst.

Convectorputten of vloerverwarming
Een convectorput is verwarming die in de vloer is geplaatst maar wordt over het algemeen geen vloerverwarming genoemd. Als men het over vloerverwarming heeft bedoelt men een andere soort verwarming die onder vrijwel de gehele oppervlakte van de vloer is aangebracht. Een convectorput is een convector die in een put is geplaatst terwijl vloerverwarming bestaat uit een patroon van leidingen waar warm water doorheen wordt getransporteerd. Dit zijn echter een paar uiterlijke verschillen tussen convectorputten en vloerverwarming. Ook de warmteafgifte verschilt. Een convectorput werkt doormiddel van convectie waarbij warmte doormiddel van metalen panelen wordt afgegeven aan de lucht in de ruimte terwijl bij vloerverwarming de warmte wordt afgegeven aan het vloeroppervlak.

Verwarming doormiddel van een HR ketel of warmtepomp
In een ruimte met vloerverwarming voelt de vloer warm aan terwijl in een ruimte met convectorputten de vloer niet per definitie warm hoeft aan te voelen. De convectorput verwarmt de vloer vooral lokaal in de directe omgeving van de convectorput. Op die plekken ligt de temperatuur wel aanzienlijk hoger dan in de rest van de ruimte net als bij radiatoren het geval is. Daarom moet een verwarmingssysteem bijvoorbeeld een HR ketel ook warm water tegen een hogere temperatuur produceren voor convectorputten dan bij vloerverwarming nodig is. Vloerverwarming kan ook worden aangesloten op een warmtepomp. Deze verwarmingssystemen verwarmen water doormiddel van de lucht of doormiddel van aardwarmte. Deze temperaturen liggen wel aanzienlijk lager dan de temperaturen van aardgasgestookte cv-installaties. Vloerverwarming die aangesloten is op een warmtepomp wordt daarom ook wel lage temperatuurverwarming genoemd.

Vloerverwarming en convectorput
Vloerverwarming is om die reden duurzamer dan een convectorput. Met name in de wat oudere woningen tref je nog convectorputten aan. Het heeft niet altijd zin om deze putten te vervangen door vloerverwarming. Daarbij zou namelijk ook gekeken moeten worden naar andere factoren zoals de isolatie maar ook de samenstelling van de vloer. Op internet zijn verschillende informatiebronnen aanwezig waarin de combinatie tussen convectorputten en vloerverwarming wordt besproken. Deze combinatie blijkt in de praktijk nog wel eens problemen op te leveren. Daarbij kun je denken aan een convectorput die nauwelijks warm wordt en net als bij de vloerverwarming ook slechts een lage temperatuur heeft.

Duurzaamheid
Vloerverwarming die aangesloten is op een warmtepomp is de meest duurzame oplossing. Daarbij heeft men het hoogste warmterendement en de laagste CO2 uitstoot. Vraag echter een ervaren installatiebedrijf om de mogelijkheden voor vloerverwarming goed te beoordelen.

Wat zijn de voordelen en nadelen van kunststof kozijnen?

Kunststof kozijnen zijn de afgelopen jaren een populair alternatief geworden voor houten kozijnen. Deze populariteit heeft een aantal oorzaken maar er zijn ook nadelen verbonden aan kunststof kozijnen. De afgelopen jaren is de kwaliteit van kunststof kozijnen toegenomen. Deze kozijnen worden in fabrieken op maat geproduceerd waarbij de kunststof polivinylchloride oftewel PVC als hoofdbestandsdeel wordt gebruikt.

In het verleden waren kunststof kozijnen vrij eenvoudig in vorm en uitstraling maar tegenwoordig zijn kozijnen van kunststof in bijna alle kleuren verkrijgbaar en zijn er verschillende kwaliteiten beschikbaar. Er zijn eenvoudige kunststofkozijnen beschikbaar met een glad en glimmend oppervlak maar er zijn ook kozijnen van kunststof die nauwelijks onderscheiden kunnen worden van luxe houten kozijnen. Kozijnen die gemaakt zijn van PVC kunnen in de praktijk vaak gerecycled worden. Dat maakt kunststof kozijnen duurzamer dan kozijnen die gemaakt zijn van bijvoorbeeld hout of aluminium. Hieronder staan de voordelen en nadelen van kunststofkozijnen.

Voordelen van kunststof kozijnen
Kunststof kozijnen hebben een aantal belangrijke voordelen ten opzichte van andere soorten kozijnen. De meest bekende voordelen zijn:
• Weinig onderhoud omdat kunststof kozijnen niet geschilderd hoeven te worden.
• Kunststof is duurzaam en gaat tot ongeveer 50 jaar mee.
• Kunststof heeft een goede isolerende werking voor geluid en voor warmte.
• Kunststof kozijnen zijn in verschillende kleuren te bestellen.
• De afwerking van kunststof kozijnen kan men zelf bepalen. Zo kan men bijvoorbeeld ook kunststof kozijnen bestellen met een houtnerf.
• Kunststof kozijnen zijn in de praktijk vaak veiliger dan kozijnen van hout en hebben daardoor meestal een politiekeurmerk.

Nadelen van kunststof kozijnen
Net als alle materialen heeft kunststof ook nadelen. Kunststof kozijnen hebben daardoor ook nadelen. De belangrijkste nadelen van kunststof kozijnen zijn:
• Het nabewerken van kunststof kozijnen is nauwelijks mogelijk.
• Kunststof kozijnen kunnen bij breuk en andere beschadigingen nauwelijks worden gerepareerd.
• Kunststof kozijnen kan men niet overschilderen.

Hoewel er duidelijk nadelen zijn aan kunststof kozijnen zijn er een aantal steekhoudende voordelen die er voor zorgen dat het op zijn minst het overwegen waard is om voor kunststof kozijnen te kiezen.

Zoldervloerisolatie: met inblaaswol de zoldervloer isoleren

Er zijn verschillende manieren om een zolder te isoleren. Vaak isoleert men de schuine daken de zolder met isolatieplaten maar het is ook mogelijk om de zoldervloer te isoleren. Het isoleren van een zoldervloer kan op verschillende manieren gebeuren. Een voorbeeld is het aanbrengen van XPS of EPS platen. Daarnaast is het ook mogelijk om een laag PUR isolatieschuim aan te brengen. Een iets minder bekende isolatiemethode is het inspuiten van zogenaamde inblaaswol. Een aantal isolatiebedrijven zijn gespecialiseerd in deze vorm van isolaten.

Aanbrengen van inblaaswol
Het aanbrengen van inblaaswol is niet iets wat een gewone doe-het-zelver kan doen tenzij deze daarvoor een speciaal apparaat huurt waarmee kleine stukjes isolatiewol via een slang worden weggeblazen. Vanuit een grote flexibele slang met een spuitmond worden allemaal kleine witte deeltjes isolatiewol gespoten in open ruimtes tussen bijvoorbeeld Houtskeletbouw constructies. Deze HBS constructies hebben echter alleen open ruimtes als deze niet geïsoleerd zijn. Dat zorgt er voor dat isolatiemateriaal altijd nog in een later stadium kan worden aangebracht. Inblaaswol is een effectief middel voor naisolatie van oudere HBS-woningen. Isolatiewol wordt dan in zoldervloeren, tussenplafonds en de HSB-constructies geblazen.

HR IsoWool PM
Een voorbeeld van een merk inblaaswol is HR IsoWool PM. Dit is een hoogwaardige isolerende inblaaswol die vooral wordt gebruikt in de houtskeletbouw. Deze isolatiewol heeft een hele fijne vezelstructuur. Dat zorgt er voor dat er een goede vulling mogelijk is open ruimtes tussen houten balken en platen. Een ander voordeel is dat isolatiewol niet inklinkt. Men kan deze wol inspuiten door bijvoorbeeld een gat te maken in een plaat en de open ruimte daarachter volledig vol te spuiten met inblaaswol. De kleine gaten worden weer met doppen afgedekt nadat de inblaaswol is aangebracht.

Voordelen van isoleren zoldervloer
Door de zoldervloer te isoleren wordt de warmte nog voor deze het dak bereikt al tegengehouden. Dat zorgt er voor dat de zolder zelf koeler blijft maar er wel meer warmte wordt behouden in de woonlaag direct onder de zolder. Een groot voordeel is dat het inspuiten van isolatiewol een redelijk kleine ingreep is. Daardoor zijn de kosten in de praktijk meestal lager dan andere isolatiemethoden. Verder komen tijdens het aanbrengen van isolatiewol geen schadelijke dampen vrij in de atmosfeer wat bij het opspuiten van PUR wel het geval is.

Wat is bodemisolatie?

Bodemisolatie is het isoleren van de bodem van de kruipruimte met isolatiemateriaal zodat er minder warmte verloren gaat en eventuele vochtproblemen kunnen worden beperkt of opgelost. Ten opzichte van vloerisolatie biedt bodemisolatie minder rendement. Toch heeft bodemisolatie een aantal voordelen ten opzicht van vloerisolatie. Bodemisolatie is namelijk bij uitstek geschikt om vochtproblemen op te lossen op vloeren en muren. Daarnaast kan bodemisolatie er ook voor zorgen dat vloerbalken gaan rotten en kan deze vorm van isolatie de luchtvochtigheid in een woning verlagen.

Hoe ziet bodemisolatie er uit?
Bodemisolatie wordt in verschillende vormen op de markt gebracht. Een materiaal dat veel wordt toegepast is EPS. Dit materiaal wordt in de vorm van korrels op de bodem gebracht. Deze kunststofkorrels worden ook wel EPS parels genoemd en in de volksmond piepschuimkorrels of tempex. Naast EPS parels worden ook zogenaamde isolatiechips gebruikt. Dit materiaal wordt ook wel isochips genoemd en deze chips zijn ook gemaakt van polystyreen oftewel piepschuim. it materiaal treft men ook wel aan als piepschuim verpakking korrels in dozen. aast deze kunststof isolatiematerialen worden ook schelpen of isolatieschelpen gebruikt als isolatiemateriaal en oplossing tegen vochtproblemen. Dit zijn gewoon schelpen uit de zee en hebben een aanzienlijk hoger gewicht dan de kunststof korrels en kunststof chips die hiervoor zijn genoemd.

Wat is effectiever bodemisolatie of vloerisolatie?
De berichten over de effectiviteit van bodemisolatie als isolatiemateriaal zijn op internet wisselend. Sommige bedrijven geven aan dat bodemisolatie een perfecte oplossing is voor het isoleren van een woning andere organisaties zijn sceptisch op dit gebied. Vergeet niet dat door bodemisolatie aan te brengen nog steeds de gehele kruipruimte van bovenaf warmte ontvangt. De omvang van de kruipruimte speelt een belangrijke rol bij de keuze voor bodemisolatie of vloerisolatie. Als een kruipruimte hoger is dan 50 centimeter dan kan via de kruipruimte veel warmte verdwijnen vanaf de vloer. In dat geval is het verstandiger om vloerisolatie aan te brengen. Vloerisolatie is het aanbrengen van isolatiemateriaal aan de onderkant van de vloer. Er zijn echter ook situaties waarin bodemisolatie de voorkeur heeft. Dit is het geval wanneer er sprake is van vocht in de kruipruimte.

Bodemisolatie is effectiever tegen vocht
Bodemisolatie is niet alleen een isolatiemiddel maar ook een middel om optrekkend vocht te remmen en schimmelproblemen op te lossen. Vocht komt namelijk vanuit de bodem omhoog. Door deze bodem te isoleren worden vochtproblemen aangepakt voordat deze problemen zich uitbreiden in de woning. Het is belangrijk dat het juiste isolatiemateriaal wordt aangebracht. Mochten hier twijfels of vragen over zijn dan kan men zich wenden tot één van de vele specialistische bedrijven op dit gebied.

Werking van een warmtepomp ten opzichte van een cv-ketel

Een warmtepomp heeft een andere werking dan een aardgasgestookte cv-ketel. In een cv-ketel wordt aardgas verbrand waarbij veel hitte vrij komt. Deze hitte wordt gebruikt om het leidingwater van de centrale verwarming op een hogere temperatuur te brengen. Het verwarmde water wordt door cv-leidingen getransporteerd naar de radiatoren waar de warmte wordt afgeven aan de omgeving. Wanneer men de cv-ketel zou vervangen door een waterstofketel is de werking van de installatie grotendeels hetzelfde ondanks het feit dat er een ander brandbaar gas wordt gebruikt. Als men echter een warmtepomp installeert is de werking wel geheel anders.

Drukveranderingen in plaats van hittebron

Een warmtepomp maakt namelijk niet gebruik van een hittebron maar van drukveranderingen. Een warmtepomp bevat dus geen verbrandingsketel waarin aardgas of waterstof wordt verbrand. In plaats daarvan wordt een leidingensysteem geïnstalleerd binnen de woning maar ook daar buiten. Aan de buitenkant van de woning is de druk laag, waardoor vloeistof verdampt en de buizen afkoelen. Aan de binnenkant is de druk hoog waardoor vloeistof condenseert en warmte vrijkomt. Deze warmte kan vervolgens worden afgegeven door radiatoren maar ook via vloerverwarming. Omdat er niet veel warmte vrijkomt spreekt men wel van lagetemperatuurverwarming (LTV).

Lagetemperatuurverwarming
Lagetemperatuurverwarming is milieuvriendelijker dan verwarming doormiddel van een cv-installatie die op aardgas of waterstof is gestookt. Er komt namelijk niet direct CO2 vrij in de atmosfeer. Op een indirecte manier kan er wel CO2 worden uitgestoten. Er wordt namelijk gebruik gemaakt van een elektrische pomp om het water rond te pompen. Voor het maken van de drukveranderingen is namelijk elektrische stroom nodig. Deze elektrische stroom kan ook doormiddel van zonnepanelen worden opgewekt waardoor het systeem nog duurzamer wordt. De warmtepompen werken doormiddel van drukverschillen. Het realiseren van de drukverschillen gebeurd in de compressor. De compressor zorgt voor overdruk. Naast een compressor en een pomp heeft de warmtepomp ook een condensor en warmwatertank.

Hybride warmtepompen: een warmtepomp en een cv-installatie gecombineerd

Hybride warmtepompen zijn een vorm van hybride verwarmingstechniek. Meestal denkt men bij hybride aan een gecombineerd systeem waarbij een duurzame technologie en een minder duurzame technologie worden samengevoegd. Dat is ook het geval met hybride warmtepompen. Een hybride warmtepomp wordt namelijk verbonden aan een centrale verwarmingsinstallatie met een cv-ketel. Dat betekent dat een hybride warmtepomp kan worden toegepast in woningen die op aardgas zijn aangesloten en met aardgas worden verwarmd. Het probleem met aardgas is echter dat aardgas een fossiele brandstof is die op kan raken en bovendien komt bij het verbranden van aardgas ook CO2 en andere uitstoot vrij.

Een warmtepomp heeft deze nadelen niet omdat een warmtepomp warmte uit de lucht haalt en eventueel ook uit de aardbodem. Uit de lucht en aardbodem kan echter niet heel veel warmte worden gewonnen. Daarvoor is de temperatuur in de lucht en de aardbodem te laag. Een warmtepomp wordt daarom gebruikt als lagetemperatuurverwarming. Een aardgasgestookte cv-installatie kan echter wel hoge temperaturen produceren. Een conventionele cv-ketel kan het cv-leidingwater wel opstoken tot 80 graden Celsius terwijl een warmtepomp gemiddeld een aanvoerwarmte van 30 tot 35 graden Celsius kan produceren, al zijn er warmtepompen die ook tien graden hoger kunnen produceren.

Een hybrideverwarming in de vorm van een hybride warmtepomp en een hybride ketel combineert te voordelen van de warmtepomp met de voordelen van een aardgasgestookte cv-installatie. In eerste instantie wordt de warmtepomp aangesproken om de basiswarmte te leveren. Bij een piekvraag wanneer het bijvoorbeeld erg koud is en de installatie hoger wordt gezet zal de cv-ketel aardgas gaan verstoken. Dat is ook het geval als men warm water aftapt. Omdat in de meeste gevallen niet hele hoge temperaturen zijn vereist is de warmtepomp als eerste verwarmingsinstallatie voldoende.

Doordat de warmtepomp als eerste wordt aangeslagen zal de CO2 emissie aanzienlijk verlaagd worden. Voor een optimaal rendement is het echter wel van belang dat de woning of het pand goed geïsoleerd is anders gaat er alsnog veel warmte verloren. Met name bij de lagetemperatuursverwarming is een goede isolatie van belang omdat anders alsnog extra moet worden bijgestookt de woning op de gewenste temperatuur te brengen.

CO2-heffing voor vervuilende bedrijven

Een CO2 heffing is een specifieke belasting die moet worden betaald door bedrijven die CO2 uitstoten en is opgenomen in het klimaatakkoord van Nederland in 2019. Bedrijven die veel CO2 uitstoten moesten hierover al belasting betalen via het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Via het ETS moeten bedrijven ongeveer twintig euro betalen per ton CO2 die ze uitstoten. Daar komt de komende jaren een CO2 heffing bovenop. Deze CO2 heffing is alleen van toepassing op elke ton CO2 die wordt uitgestoten boven de ETS-grens die in Europa is vastgelegd. Volgens de overheid zorgt deze CO2 heffing er voor dat klimaatdoelstellingen beter gehaald kunnen worden.

Vervuilende bedrijven moeten vanaf 2021 door de CO2 heffing meer gaan betalen voor hun broeikasgassen. Daarnaast worden bedrijven verplicht om minder CO2 uit te stoten. Zo moeten bedrijven hun CO2 emissie verlagen met ongeveer tien procent. De emissiegrens voor CO2 wordt verlaagd. Als bedrijven de nieuwe lagere grens toch overschrijden dan moeten ze vanaf 2021 per ton CO2 minimaal 30 euro betalen tot maximaal 150 euro per ton CO2 in 2030. De CO2 heffing is van toepassing op bijna alle bedrijven en in bijna elke sector van het Nederlandse bedrijfsleven.

Door de overheid worden alleen de scheepvaart en de luchtvaartsector ontzien. Die zijn namelijk niet meegenomen in het Klimaatakkoord en dragen daardoor niet bij. Ook is er een verschil tussen de activiteiten van bedrijven. Op dit moment staat in het Klimaatakkoord dat de 300 grootste bedrijven in Nederland de heffing gaan betalen als zij de heffingsvrije grens overschrijden. Deze groep van 300 bedrijven is verantwoordelijk voor ongeveer tachtig procent van de uitstoot aan broeikasgassen in de Nederlandse industrie.

Groenestroomcertificaten uit het buitenland

Nederlandse energiebedrijven kunnen groene stroom uit het buitenland kopen. Dit gaat doormiddel van groenestroomcertificaten. Deze certificaten kopen energiebedrijven voor een paar euro uit voornamelijk Noorwegen. In dit Scandinavische land wordt bijna alle elektrische stroom duurzaam opgewekt door bijvoorbeeld gebruik te maken van waterkrachtcentrales. Deze energiecentrales bevatten grote schoepenraden die doormiddel van water in beweging worden gebracht. De druk van het water brengt een schoepenrad in beweging zoals een propellers van een windturbine door de kracht van wind in beweging wordt gebracht. Noorwegen wekt veel duurzame energie op en kan daardoor ook groene stroom exporteren naar andere landen die minder groene stroom opwekken.

Dat gebeurd onder andere doormiddel van groenestroomcertificaten die door energieproducenten worden aangekocht. Deze energieproducenten gebruiken de aankoop van groene stroom vervolgens in hun campagnes naar afnemers. De handel in groenstroomcertificaten is niet heel transparant waardoor er zogenaamde ‘sjoemelstroom’ wordt aangeboden. Dit is in feite grijze stroom of gedeeltelijk grijze stroom die toch als groene stroom op de markt wordt verkocht. Verschillende energieleveranciers zouden zich volgens de Klimaatstichting schuldig maken aan het verkopen van sjoemelstroom. De Klimaatstichting wil meer transparantie op de energiemarkt en wil dat alleen echte groene stroom van Nederlandse bodem (of zee) wordt aangeboden als groene stroom aan consumenten en bedrijven.

Top 10 keurmerken voor voedsel van Milieu Centraal en het Voedingscentrum

Consumenten hebben in Nederland veel te kiezen ook als het gaat om voedsel. Duurzaamheid, milieuvriendelijk, klimaatneutraal en diervriendelijk worden steeds vaker meegenomen in de keuze voor bepaalde producten. Om consumenten te helpen zijn er specifieke keurmerken ontwikkeld en ingevoerd die duidelijkheid moeten geven over de kwaliteit van het voedsel maar ook over de milieuvriendelijkheid en diervriendelijkheid. Er is echter een grote wirwar aan verschillende keurmerken ontstaan de afgelopen jaren. Dat zorgt er voor dat het kiezen voor de juiste producten voor consumenten alsnog lastig wordt.

Milieu Centraal heeft daarom met medewerking van het Voedingscentrum in totaal een lijst van tien topkeurmerken geselecteerd. Deze lijst zou volgens deze organisaties keurmerken bevatten die betrouwbaar zijn en bovendien onafhankelijk gecontroleerd worden. Bij de samenstelling van de lijst zijn de keurmerken op een aantal aspecten beoordeeld. Factoren die meegenomen zijn dierenwelzijn, milieu, eerlijke handel, transparantie van het keurmerk en controle. Hieronder staat de top tien keurmerken die zijn samengesteld door Milieu Centraal en het Voedingscentrum.

  • ASC
  • Beter Leven keurmerk (2 en 3 sterren)
  • Demeter
  • EKO
  • Europees keurmerk voor biologische landbouw
  • Fair Trade/Max Havelaar
  • On the way to PlanetProof
  • MSC
  • Rainforest Alliance
  • UTZ

Wat is geplande slijtage of geprogrammeerde veroudering?

Geplande slijtage is het bewust inkorten van de functionele levensduur door bedrijven zodat consumenten genoodzaakt worden om nieuwe producten aan te schaffen. Geplande slijtage wordt ook wel geplande veroudering genoemd. Andere termen hiervoor zijn ingebouwde veroudering of geprogrammeerde veroudering in bijvoorbeeld embedded software. In het Engels noemt men geplande slijtage planned obsolescence. In de tekst hieronder is meer informatie weergegeven over geplande slijtage en in welke vormen dit voor kan komen op de markt.

Geplande slijtage
Het klinkt natuurlijk best gek dat slijtage gepland wordt. Een product moet immer zo lang mogelijk mee gaan toch? Nou dat vinden veel fabrikanten juist niet. Door de levensduur van producten in te korten word een product sneller onbruikbaar en zal de consument gedwongen worden om een nieuw product te kopen.

Vormen van geplande slijtage
Geplande slijtage kan op enorm veel verschillende manieren worden ingezet door de industrie. Zo kan men bijvoorbeeld er voor zorgen een product uit de mode raakt door nieuwere, modernere versies op de markt te brengen. Geraffineerder wordt het wanneer de oudere versies van een apparaat technisch te traag of te weinig capaciteit hebben om modernere programma’s te kunnen gebruiken. Bedrijven kunnen er voor zorgen dat de verouderde versies niet meer een update kunnen krijgen waardoor ze onbruikbaar worden. Daarbij wijzen bedrijven er vaak op dat het repareren of herstellen meer geld gaat kosten dan het aanschaffen van een nieuw apparaat. Ook worden onderdelen onnodig duur gemaakt om herstellen zoveel mogelijk te ontmoedigen.

Bedrijven kunnen in het ontwerp van een apparaat de kabels, aansluitingen en randapparatuur veranderen waardoor de oude apparaten niet meer op de moderne apparaten passen. Nog geraffineerder wordt het wanneer batterijen van bijvoorbeeld smartphones maar een bewust bepaalde beperkte levensduur hebben. Een voorbeeld hiervan zijn de time capsules van Apple’s. Deze timecapsules zorgden er voor dat het apparaat er mee ophield na ongeveer 18 maanden na aankoop. Ook de levensduur van computers wordt bewust verkort. Dit komt onder andere naar voren uit een onderzoek van Arizona State University. De conclusie uit een onderzoek naar de levensduur van desktopcomputers is dat de levensduur van deze computers in de periode tussen 1985 en 2010 ongeveer met tweederde verminderde: van gemiddeld 10,7 tot 3,5 jaar.

Een ander bekend voorbeeld van geplande slijtage treft men aan bij inkjetprinters. Bepaalde printers zouden zijn uitgerust met een telsysteem. Na een bepaalde hoeveelheid prints zou de printer er mee ophouden hoewel de printer verder wel technisch in orde is. Deze vorm van geplande slijtage zou zijn ingevoerd om te voorkomen dat het reservoir om overtollige inkt op te vangen op termijn gaat overlopen. Geplande slijtage is overigens niet iets van de laatst jaren. In december 2010 heeft men in de documentaire The Light Bulb Conspiracy aangegeven dat er al geplande veroudering werd ingevoerd in 1924. Toen hadden de vier grootste gloeilampfabrikanten ter wereld al afspraken gemaakt om de levensduur van hun product doelbewust en gecoördineerd te beperken.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Geplande slijtage staat haaks op verantwoord ondernemen. Geplande veroudering of geprogrammeerde veroudering is in feite een vorm van bedrog. In oktober 2013 werd door het Europees Economisch en Sociaal Comité een oproep gedaan tot een nultolerantie op het gebied van geplande veroudering. Dat betekent dat geplande slijtage niet geaccepteerd wordt. Toch gaan bedrijven regelmatig over deze grens heen. Er werden miljoenen euro’s aan boetes opgelegd aan Apple en Samsung die met softwareupdates apparaten vertraagden. Het mag duidelijk zijn dat deze vorm van bedrog allesbehalve klantvriendelijk is. Bovendien past geplande veroudering niet in een maatschappij die gericht op verduurzaming en circulaire economie.

Wanneer is energie duurzaam?

Energie is duurzaam wanneer het wordt opgewekt uit energiebronnen die niet op kunnen raken. Voorbeelden van duurzame energiebronnen zijn windkracht, zonlicht en aardwarmte. Verder kan ook het stomen van water in rivieren en in de zee worden gebruikt als duurzame energiebron. Denk hierbij aan onder andere getijdenenergie. In plaats van duurzame energie Duurzame energie wordt meestal omgezet in een andere energievorm. Daarvoor zijn installaties nodig. Zo wordt zonlicht bijvoorbeeld doormiddel van zonnecellen omgezet in elektrische energie.

Voorbeelden van duurzame energiebronnen
Windkracht brengt de schoepen van windmolens in beweging die vervolgens doormiddel van een grote dynamo elektrische energie opwekt. Dit proces lijkt sterk op de manier waarop de druk van water wordt gebruikt om de schoepen van een waterrad in beweging te brengen en zodoende ook via een dynamo elektrische energie op te wekken. Ook aardwarmte kan worden gebruikt als energiebron. Hierbij wordt de warmteafgifte over het algemeen gedaan via water. Koud water wordt verwarmd door het diep in de aardkorst te transporteren. Nadat het water is opgewarmd wordt het opgepompt om woningen en utiliteit te verwarmen. Op die manier hoeft men geen aardgas te gebruiken om het water van centrale verwarmingsinstallaties op te warmen.

Niet-duurzame energiebronnen
Naast duurzame energiebronnen zijn er ook niet-duurzame energiebronnen. Deze energiebronnen worden meestal doormiddel van een chemische reactie in werking gezet. Hierbij kun je denken aan fossiele brandstoffen zoals steenkool, bruinkool, aardolie en aardgas. Deze energiebronnen bevinden zich niet onbeperkt in de aardkost en kunnen dus op raken. Daarnaast worden deze energiebronnen over het algemeen verbrand om de hitte die daarbij vrijkomt te gebruiken om water te verwarmen of om op te koken. In een steenkoolcentrale water verwarmd tot stoom zodat de stoomdruk schoepen in beweging kan brengen van een grote stoomturbine. Op die manier werkt een elektriciteitscentrale elektrische energie op.

Biomassa
Duurzame energie is minder milieubelastend dan energie die uit fossiele bronnen wordt gewonnen. Ook biomassa zoals houtsnippers en mest zijn feitelijk niet duurzaam omdat deze energiebronnen in theorie wel op kunnen raken en bovendien in de praktijk vaak worden verband om energie op te wekken hoewel vergisting ook mogelijk is. Het gebruik van biomassa staat daarom al geruime tijd ter discussie.

Wat is The Ocean Cleanup?

The Ocean Cleanup is een groot opvangsysteem waarmee plastic afval uit een gedeelte van de oceanen en zeeën van de wereld kan worden opgevangen. Dit schoonmaaksysteem is specifiek ontwikkeld voor grote wateroppervlakten waarin veel plastic afval aanwezig is. Boyan Slat (1994), een Nederlands uitvinder en milieuactivist, heeft The Ocean Cleanup bedacht en grotendeels ontwikkeld.

Plastic soep
Meestal worden er pas oplossingen bedacht als er problemen worden geconstateerd. Zo is in feite het verhaal van de ontwikkeling van The Ocean Cleanup ook gestart. Net als veel andere mensen stoort ook Boyan Slat zich aan de grote hoeveelheid plastic die hij tegen komt als hij in het water duikt. Dit plastic afval in het water wordt ook wel de ‘plastic soep’ genoemd. Boyan Slat ging toen hij nog vwo-scholier was op vakantie naar Griekenland en daar kwam hij tijdens het duiken heel veel plastic afval tegen. Hij stoorde zich aan dit afval en bedacht dat er een manier moest zijn om de natuur en de wereld van dit afval te verlossen. Na zijn vakantie stelde hij een profielwerkstuk over dit probleem op. Dit werkstuk werd beoordeeld met een tien en was het begin van het ontwikkelen van een concretere oplossing. Het begin van de ontwikkeling van The Ocean Cleanup was een feit. Slat was toen zestien jaar oud en leerling op het Grotius College in Delft.

Ontwikkeling van The Ocean Cleanup
Vanaf dat moment bedacht Boyan Slat verschillende oplossingen en methodes waarmee plastic afval kon worden opgeruimd uit oceanen. In 2012 had de jonge uitvinder een drijvende installatie ontwikkeld die bestond uit lange drijvende armen die in de vorm van een V op strategische plekken in zee zouden kunnen worden geplaatst. De opvangsystemen kunnen worden geplaatst in een gedeelte van de zee of oceaan waar veel stroming is zodat er veel plastic afval de opvangarmen binnen komt. Dit plastic afval wordt vervolgens opgehaald met een grote tanker die het aan wal brengt zodat het plastic afval weer kan wordt gerecycled. Met dit plan won Boyan de prijs voor Best Technical Design aan de Technische Universiteit Delft.

The Ocean Cleanup
De plannen werden steeds beter en concreter. In 2013 werd The Ocean Cleanup door Boyan Slat opgericht. Dit is een stichting waarmee The Ocean Cleanup verder werd ontwikkeld met als uiteindelijke doel de implementatgie. In eerste instantie was er niet veel interesse in The Ocean Cleanup. Door een speech van Boyan bij TEDxDelft, genaamd How the Oceans Can Clean Themselves, nam de interesse in zijn oplossing toe. Via crowdfunding haalde Boyan de benodigde twee miljoen dollar binnen. Dit geld was nodig op een pilot uit te voeren. In november 2014 won Slat de Champions of the Earth-prijs. Dit is een prijs die wordt verstrekt in het kader van het VN-Milieuprogramma (UNEP). De Earth-prijs is een prijs voor inspirerende initiatieven op het gebied van milieu. Slat werd de jongste winnaar van de Earth-prijs ooit. In juni 2016 werd een prototype van The Ocean Cleanup geplaatst bij de kust van Scheveningen In 2017 zou de eerste pilot voor de kust van Tsushima draaien.

The Ocean Cleanup wordt in gebruik genomen
Inmiddels is de organisatie uitgegroeid tot een serieuze onderneming met een kantoorgebouw dat sinds juni 2018 is gevestigd aan de Batavierenstraat 15 te Rotterdam. Na een testperiode van vijf jaar is Boyan Slat op 8 september 2018 gestart met The Ocean Cleanup. Daarmee startte hij met de zogenoemde Great Pacific Garbage Patch. Dit is een van de vijf gyren in de oceaan. Op zaterdag 8 september 2018 werd The Ocean Cleanup daadwerkelijk in gebruik genomen. Een installatie die bestaat uit een zeshonderdmeter lange U-vormige buis werd in de Stille Oceaan geplaatst om daar het plastic op te vangen. Daarvoor hangen onder aan de U-vormige buis een aantal grote repen stof die het plastic tegenhouden en transporteren naar een opvangsysteem. Over een aantal maanden kan men beoordelen hoeveel plastic doormiddel van dit systeem is opgevangen.

Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig?

Zonnepanelen worden steeds vaker aangebracht op woningen, utiliteit en andere bouwwerken. In 2017 zijn bijvoorbeeld ongeveer drie miljoen zonnepanelen geplaatst in Nederland. De meeste zonnepanelen die op woningen worden aangebracht worden grotendeels betaald door de particulieren zelf. Omdat de aanschaf van zonnepanelen een behoorlijke investering is zullen veel mensen zich afvragen hoeveel zonnepanelen ze nodig hebben om flink wat elektrische energie te kunnen opwekken. Nederland is niet een heel zonnig land maar desondanks kan er wel veel elektrische energie worden opgewekt met zonnepanelen.

Een groot voordeel zijn de vrij zachte winters die Nederland heeft ten gevolge van het zeeklimaat. Er is in Nederland voldoende zon aanwezig om zonnepanelen rendabel te kunnen maken. Toch verschild het aantal zonnepanelen op daken in Nederland behoorlijk. Het lijkt er op dat niet iedereen voor dezelfde hoeveelheid zonnepanelen kiest. Er zijn een aantal aspecten die meegenomen moeten worden als men wil bepalen hoeveel zonnepanelen ze op de daken willen aanbrengen. In de volgende alinea kun je lezen welke aspecten van belang zijn voor het bepalen van de juiste hoeveelheid zonnepanelen.

Belangrijk bij de aanschaf van zonnepanelen
Een aantal punten zijn belangrijk bij het bepalen van de hoeveelheid zonnepanelen die je nodig hebt. Allereerst moet je voor jezelf goed nagaan wat je met de elektrische energie wilt doen van zonnepanelen. Als dit alleen voor eigen gebruik is kun je ook het energieverbruik in de woning verlagen door LED-verlichting en energiezuinige apparaten aan te schaffen. Als je dat succesvol doet heb je ook minder elektrische energie nodig en dus ook minder zonnepanelen. Toch is het lastig om je woning volledig energieneutraal of CO2 neutraal te maken door alleen zonnepanelen te gebruiken. Dan zul je in de meeste gevallen veel meer investeringen moeten doen. Veel mensen leveren op bepaalde momenten, waarbij er veel zonlicht is en weinig energie worden afgenomen, ook elektrische energie terug aan het lichtnet. In dat geval spelen veel meer aspecten een rol bij het bepalen van het rendement en het nut van zonnepanelen. Hierbij kun je denken aan:

  • De aanschafprijs van zonnepanelen.
  • Het formaat van de zonnepanelen. Zonnepanelen hebben een standaardformaat van 165×100 cm. Dat zorgt er voor dat er een bepaalde hoeveelheid op een dakvlak kunnen worden aangebracht.
  • De kwaliteit en duurzaamheid van de zonnepanelen.
  • Het elektrische vermogen dat met het zonnepaneel wordt opgewekt.
  • De plek waar de zonnepanelen worden aangebracht. Zuid-Noord-West-Oost enz.
  • De regio waar de zonnepanelen worden aangebracht. In Zeeland en Texel worden bijvoorbeeld verhoudingsgewijs veel zonuren geregistreerd. Dat betekent dat zonnepanelen in die regio’s meer geld opbrengen.
  • Is het dak veel in de zon of juist in de schaduw.
  • De hellingshoek van het dak waar de zonnepanelen worden aangebracht. Een hellingshoek van 35 graden is het meest effectief voor zonnepanelen.

Al deze aspecten kun je meenemen in een berekening. Als je wilt weten wanneer je jouw zonnepanelen echt hebt terugverdient zal je ook moeten kijken naar het aantal zonuren.

Aantal zonuren
Het aantal zonuren met betrekking tot zonnepanelen is in feite het aantal uren dat de zon of zonlicht daadwerkelijk op de zonnepanelen schijnt. Het aantal zonuren dat een zonnepaneel ontvangt heeft niet alleen te maken met de schaduw die wel of niet op het zonnepaneel valt. Zonuren hebben ook veel te maken met het weer. In 2018 was er bijvoorbeeld sprake van een zonnig voorjaar en een zonnige zomer. Dat zorgde er voor dat het rendement van veel zonnepalen hoger lag. Eerder werd al genoemd dat bepaalde regio’s zoals Zeeland en Texel meer zonuren hebben dan andere regio’s daarom is het aanbrengen van zonnepanelen in die regio’s extra effectief. Het rendement van zonnepanelen ligt in Texel en Zeeland ongeveer tien procent hoger dan in andere regio’s van Nederland.

Hoeveel zonnepanelen moet je plaatsen?
Tja en dan nu de vraag hoeveel zonnepanelen je daadwerkelijk nodig hebt. Dat kun je in feite zelf uitrekenen wanneer je weet wat het gemiddeld aantal zonuren van je regio is. Daarbij moet je eerst berekenen wat de aanschafwaarde is van alle zonnepanelen die je wilt plaatsen en wat het rendement daarvan is. Hoe meer zonnepanelen je koopt hoe hoger de investering maar ook hoe hoger het rendement. Als je hulp nodig hebt met de berekening kan een leverancier van zonnepanelen je daarbij helpen. Let wel op dat deze leverancier een commercieel belang heeft en daardoor vaak een iets gunstiger beeld schetst dan de werkelijkheid.

Gemeenteraadsverkiezingen 21 maart 2018 draaien op duurzaamheid

Duurzaamheid, CO2 neutraal, klimaatneutraal en energietransitie. Het zijn allemaal woorden die vooral de laatste jaren veel gebruikt worden. Men heeft het over een koolstofarme economie of een circulaire economie en andere interessante termen om uitdrukking te geven aan hoe duurzaam of maatschappelijk verantwoord men onderneemt, werkt of leeft. Deze termen zijn niet alleen populair ze zijn ook nog voor een deel ingebouwd in beleidsdocumenten van bedrijven, overheden en klimaatverdragen. Dat zorgt er voor dat deze termen in steeds meer organisaties worden gebruikt. Ook politieke partijen zijn zich massaal gaan richten op duurzaamheid. Ze willen bijvoorbeeld duurzaam bouwen stimuleren door bijvoorbeeld aan te sturen op projecten met nulwoningen of passiefhuizen. Of ze willen dat er windmolenparken worden gebouwd en zonneparken.

Gemeenteraadsverkiezingen 21 maart 2018
Duurzame energie of hernieuwbare energie wordt al lang niet meer alleen landelijk of provinciaal gestimuleerd. Ook lokale politiek en politieke partijen begeven zich steeds meer op het vlak van de verduurzaming op het gebied van energie oftewel de energietransitie. In Groningen is dit al geruime tijd zo vanwege de problemen met de aardgaswinning. Het is duidelijk geworden dat aardgas en andere fossiele brandstoffen geen oplossing zijn voor onze energiebehoefte. Er moet minder energie worden verbruikt en de energie die wordt verbruikt moet uit hernieuwbare energiebronnen komen zoals zonlicht en windkracht.

Dit weten politieke partijen ook en die spelen er handig op in. Vrijwel alle politieke partijen die in maart 2017 meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen hebben het onderwerp energie of verduurzaming opgenomen in hun verkiezingsprogramma. Dit is lang niet meer alleen het geval bij de groene partijen.

Aardgasvrij bouwen
Zo zijn ook de VVD en andere politieke partijen bezig met de energietransitie. Dagblad Trouw geeft aan dat sommige lokale VVD partijen het bouwen van woningen zonder aardgasaansluiting stimuleren. Nieuwe woningen die in Nederland worden gebouwd zouden per direct klimaatneutraal moeten worden gebouwd volgens veel politieke partijen. Daarmee lopen ze vooruit op 2021 want dat is de officiële datum waarop volledig klimaatneutraal gebouwd moet worden. De komst van windmolens vinden veel politieke partijen minder interessant. Sommige lokale politieke partijen pleiten voor kleine windmolens die het beeld van het landschap niet heel veel ‘schade’ toebrengen. In Midden-Delfland zouden bijvoorbeeld kleine windmolens geplaatst kunnen worden volgens sommigen. Leefbaar Capelle en Bosch Belang willen alleen windmolens ver buiten de eigen gemeente namelijk op zee.

Zonnepanelen in zonneparken
Verschillende politieke partijen willen het plaatsen van zonneparken wel overwegen maar er is wel veel discussie over plannen om weilanden vol te zetten met zonnepanelen. De VVD ziet dat in Woerden wel als een mogelijkheid om gestalte te geven aan de lokale energietransitie. De lokale partij JESS in Schagen is het daar niet geheel mee eens en wijst op het risico dat het “buitengebied wordt volgeplempt met zonneweides”. Daarnaast is het volgens Trouw voor het CDA in Zaltbommel lastig uit te leggen dat de zonneweides moeten worden aangelegd op landbouwgrond omdat het CDA over het algemeen een partij is die opkomt voor boeren en boerenbelangen.

Woorden en daden
Zo blijven de politieke partijen in Nederland worstelen met duurzaamheid en verduurzaming van de bouw. Ook de energietransitie die daar bij hoort vormt een belangrijk onderwerp. Het is op zich geen probleem dat er discussie plaatsvind op deze vlakken. Het is namelijk belangrijk dat men eerst over deze onderwerpen spreekt. Dan kan men daarna tot oplossingen komen die breed gedragen worden. Het tijdstip waarop knopen doorgehakt moeten worden nadert echter al snel.

Duurzaam bouwen

Duurzaam bouwen is het geheel van ontwerpactiviteiten en bouwactiviteiten waarbij men gericht is op de ontwikkeling en bouw van een duurzaam bouwwerk en gebruik maakt een duurzaam bouwproces waarbij energie en materiaal zo milieuvriendelijk mogelijk worden gebruikt. Duurzaam bouwen is de toekomst want duurzaam bouwen is bouwen met het oog op de toekomst. Dat houdt in dat men met duurzaam bouwen rekening houdt met het klimaat, het milieu en de herkomst van grondstoffen en materialen. Dit zorgt er voor dat duurzaam bouwen een veelomvattend begrip is dat start met een duurzaam ontwerp en eindigt met een sloop van het gebouw en het hergebruik van de bouwmaterialen.

Aandachtspunten voor duurzaam bouwen
Duurzaam bouwen wordt gestimuleerd vanuit de overheid. De Nederlandse rijksoverheid heeft een aantal kaders genoemd waaraan men zich moet houden bij duurzaam bouwen. Deze kaders zijn als volgt:

  • Bij de bouw moet men gebruik maken van duurzame materialen. De materiaalkeuze moet de gezondheid van de bouwers, bewoners en gebruikers niet benadelen. Ook moet de materiaalkeuze milieuverantwoord zijn dir houdt in dat er materialen moeten worden gebruikt die niet op kunnen raken. Idealiter moet in duurzaam bouwen gebruik worden gemaakt van herbruikbare materialen.
  • Een duurzaam gebouw moet een gezond binnenmilieu hebben. Daarom moet een duurzaam gebouw beschikken over een goede ventilatie en moeten vochtproblemen en schimmel worden voorkomen. Ook de ophoping van schadelijke stoffen moet worden voorkomen.
  • Er moet verantwoord worden omgegaan met water. Het gebruik van water moet zoveel mogelijk worden bespaard.
  • Het gebouw moet niet zorgen voor vervuiling zoals CO2 uitstoot.
  • Het gebouw mag geen hinder opleveren in de vorm van geluidsoverlast, lichtoverlast en de emissie van schadelijke stoffen.
  • Het duurzame gebouw moet ook goed gesloopt kunnen worden zodat de materialen hergebruikt kunnen worden.

Keurmerken voor duurzaam bouwen
Duurzaam bouwen is een heel breed begrip waaraan bouwbedrijven op een verschillende manier invulling kunnen geven zolang de kaders maar gehanteerd worden. Er is echter toch een bepaalde mate van uniformiteit nodig en duidelijkheid met betrekking tot de term duurzaam bouwen. Daarom zijn er in Nederland keurmerken en certificaten ontwikkeld voor de bouwsector. Voorbeelden van deze certificaten en keurmerken zijn de BREEAM, LEED en GPR.

Duurzaam bouwen in ontwikkeling
Duurzaam bouwen zal niet altijd hetzelfde zijn. Door nieuwe innovaties en technische ontwikkelingen kan men steeds duurzamer produceren en duurzamer wonen. Denk hierbij aan systemen waarmee men zelf energie kan opwekken zoals zonnepanelen, warmte pompen, hybride warmtepompen, warmte en koudeopslag, pelletkachels en pelletketels. Deze technologische ontwikkelingen gaan gepaard met de energietransitie. De energietransitie houdt nauw verband met duurzaam bouwen en het duurzaam gebruiken van een woning. Door gebouwen zelfstandig energie op te laten wekken kunnen gebouwen energieneutraal, klimaatneutraal en uiteindelijk ook CO2 neutraal worden.

Passiefhuis, nulwoning en een tiny house
Er zijn nogal wat ontwikkelingen op het gebied van duurzaam bouwen. Zo wordt de term passiefhuis steeds vaker ingevoerd in de bouw. Een passiefhuis is een huis dat voor een groot deel van het jaar niet actief hoeft te worden voorzien van energie van buitenaf. Een nulwoning is een woning die op jaarbasis precies neutraal is op het gebied van CO2 emissie. Daarom wordt een nulwoning ook wel een energieneutrale woning, CO2-neutrale woning of balanswoning genoemd. Dit soort woningen worden steeds vaker gebouwd. Ook een tiny house doet in Nederland haar intrede. Dit zijn kleine compacte woningen die volledig zelfvoorzienend zijn. Momenteel is er echter nog geen wetgeving die er voor zorgt dat een tyny house permanent bewoond mag worden. Een passiefhuis of een nulwoning mogen echter wel permanent bewoond worden.

Wat is een tiny house?

Een tiny house is een compact en klein huis dan geschikt is voor een minimalistische en milieuvriendelijke levensstijl. Een tiny house staat daarmee haaks op consumentisme en kapitalisme. Het principe van ‘tiny house’ is echter ontstaan in een land waar consumentisme en kapitalisme juist door veel mensen worden nagestreefd, namelijk in Amerika. Geheel tegen de heersende opvattingen over het verdienen van veel geld en het wonen in een groot huis met een grote auto is in Amerika de “Tiny House movement” ontstaan. Het concept waarop een tiny house is gebaseerd is niet expliciet beschreven. In plaats daarvan gaat het meer om een manier van leven of een filosofie.

Tiny house is een klein huis
Letterlijk betekent een tiny house niet meer dan een klein huis. Een tiny house is dan ook echt klein. Zo heeft een tiny house een woonoppervlak van maximaal 50 vierkante meter. Het is echter geen caravan maar echt een huis dat op een innovatieve manier is gebouwd. Een tiny huis heb je in verschillende soorten het meest ideale concept is een zelfvoorzienend huisje dat klimaatneutraal en CO2 neutraal is. Men kan hierbij de principes van een nulwoning en een passiefhuis in gedachten nemen.

Een tiny house wordt meestal gebouwd van natuurlijke materialen of materialen die op een ecologisch verantwoorde wijze zijn verkregen. Hierbij kan men denken aan hout, riet en kurk. Hoewel een tiny house klein is wordt er wel zorg besteed aan de architectuur en vormgeving. Misschien is de vormgeving juist extra belangrijk want door alles praktisch in te delen kan veel ruimte worden bespaard. Een tiny huis is niet alleen bedoelt om in te slapen het is een huis waar men daadwerkelijk in leeft.

Tiny house, natuur en milieu
Een tiny house wordt zo gemaakt en zo bewoond dat de mens een zo klein mogelijke belasting vormt voor haar omgeving. Dat houdt in dat een tiny house meestal in een natuurlijke omgeving wordt geplaatst. Omdat een tiny house over het algemeen niet uit steen en andere zware materialen bestaat hoeft men ook geen zware fundering aan te brengen. Een tiny house kan op palen staan maar ook op wielen of trailers zodat de kleine woning makkelijk verplaatst kan worden. Op die manier kan men ook flexibele en onafhankelijk wonen.

Voordelen en nadelen van een tiny house
Een tiny house is klein maar kost daarom ook weinig. Omdat deze kleine huizen idealiter zelfvoorzienend zijn wordt ook op de vaste lasten bespaard. Het wonen in een tiny house is daardoor financieel aantrekkelijk. Ook voor je eigen gevoel kan het wonen in een dergelijke compacte en klimaatneutrale woning interessant zijn. Een tiny house dwingt je echter wel om keuzes te maken. Je kunt niet heel veel materiaal opslaan in een tiny house. De opbergruimte is in deze huisjes veel te gering. Ook met betrekking tot kleding, schoenen, borden, bestek, gereedschappen en materialen die je dagelijks nodig hebt zal je keuzes moeten maken. Wanneer je in je eentje in een tiny house woont is dat op zich wel te regelen maar wanneer je met meerdere mensen in een tiny house woont moet je goede afspraken maken.

Zelfvoorzienend en energieneutraal

Een tiny house is meestal zelfvoorzienend of grotendeels zelfvoorzienend. Dat moet ook wel want een tiny house is meestal niet aangesloten op het aardgasnet. Daarnaast is een tiny house vaak ook niet aangesloten op waterleidingen en het elektriciteitsnet. Dat vereist een grote mate van creativiteit en technisch inzicht van de bewoner. Er kunnen verschillende technische voorzieningen worden aangebracht om het tinyhouse energieneutraal te maken. Daarbij zijn zonnepanelen en zonnekegels een oplossing. Ook warmtepompen zijn een mogelijke oplossing. Soms wordt ook gebruik gemaakt van pelletkachels en pelletketels om het tiny house te verwarmen. Voor de afvoer van het rioolwater moet men ook aparte voorzieningen treffen.

Tiny house in Nederland
In Nederland is het concept Tiny House nog niet goed ingeburgerd. Het is een nieuwe manier van wonen waarop de wet- en regelgeving nog niet is aanpast. Zo zijn tiny houses in Nederland nog niet wettelijk erkend. In plaats daarvan worden deze kleine huisjes als recreatiewoningen beschouwd en dat zorgt er voor dat men een tiny house in Nederland niet een heel jaar mag bewonen. Toch kan ook de Nederlandse overheid de innovatie niet tegen gaan. U
iteindelijk zal ook de overheid goed moeten nadenken over wetten en regels voor tiny houses. De ontwikkeling van deze woningen loopt namelijk parallel met de innovaties die plaatsvinden in het kader van duurzaam, CO2 neutraal en klimaatneutraal wonen. Innovaties die worden toegepast in een nulwoning en passiefhuis worden ook dikwijls op kleine schaal toegepast in een tiny house. Daarom zullen er ook meer regels moeten ontwikkeld waardoor het bouwen en wonen in een tiny house toch mogelijk is in Nederland.

Voordelen van een pelletketel ten opzichte van een gasgestookte cv-installatie

Pelletketels worden tegenwoordig steeds vaker toegepast in een centrale verwarmingsinstallatie. Soms verward men het begrip pelletketel wel met het begrip pelletkachel. Er is echter een verschil tussen een pelletketel en een pelletkachel. Een pelletketel maakt namelijk onderdeel uit van een cv-installatie en een pelletkachel kan meer worden beschouwd als een autonoom verwarmingssysteem zoals een houtkachel of openhaard alleen is een pelletkachel veel milieuvriendelijker. In deze tekst wordt echter een pelletketel van een cv-installatie vergeleken met een gasgestookte ketel van een cv-installatie.

Waarvoor worden ketels gebruikt in een cv-installatie?
In feite worden cv-ketels gebruikt voor het verwarmen van leidingwater van een cv installatie. Dit houdt in dat ketels brandstof verbranden zodat er hitte ontstaat waarmee het water van een cv-installatie kan worden verwarmd. Een ketel is een centraal punt waar het water wordt opgewarmd en waar vandaan het water naar de radiatoren wordt getransporteerd. In de radiatoren wordt de hitte van het opgewarmde water afgestaan aan de omgeving. Daardoor wordt de omgeving warmer maar het cv-leidingwater kouder.

Het afgekoelde cv-water stroomt weer naar de cv-ketel waar het water door de verbranding van een brandstof weer wordt verhit en naar de radiatoren wordt getransporteerd. Dit is een cyclisch en gesloten systeem. Echter de brandstof moet wel voortdurend toegevoerd worden. De duurzaamheid van de cv-installatie heeft met de brandstof te maken maar ook met het zogenaamde rendement dat de cv-installatie weet te behalen uit de brandstof. Er moet namelijk zo weinig mogelijk energie verloren gaan. Dit houdt in dat er een optimale warmteoverdracht moet plaatsvinden en zoveel mogelijk van de brandstof moet worden omgezet in energie. Juist deze aspecten zijn belangrijk als je een afweging wilt maken of je een pelletketel wilt gebruiken of een gasgestookte ketel.

Voordelen van een pelletketel
Het grote voordeel van een pelletketel is dat deze milieuvriendelijker is dan een gasgestookte ketel van een cv-installatie. Pelletketels verstoken houtpellets van kaprijpe bomen die als ze zouden verrotten evenzogoed CO2 zouden uitstoten. Daarom wordt een pelletinstallatie als redelijk energieneutraal beschouwd. Verder heeft een pelletketel een hoog rendement van wel 85 procent volgens de meeste leveranciers van dit verwarmingssysteem.

Een ander belangrijk voordeel is dat men niet afhankelijk is van een gasaansluiting (tenzij men nog op aardgas kookt). Veel woningen en utiliteitscomplexen zijn afhankelijk van een dergelijke aansluiting. Hierdoor zijn deze gebouwen altijd afhankelijk van de levering van aardgas en juist dat zal steeds moeilijker worden. Vooral nu het kabinet (terecht) heeft besloten om minder (laagcalorisch) aardgas te produceren uit de Groningse gasvelden komt er minder laagcalorische aardgas beschikbaar. De overheid staat nu voor de keuze of ze kopen hoogcalorisch aardgas over de grens en passen alle gas-verbruikende installaties aan of ze gaan mensen stimuleren om meer alternatieve verwarmingssystemen en brandstoffen te gebruiken. In dat laatste geval zullen pelletketels, biomassaketels en pelletkachels alleen maar meer worden gebruikt.

Verder zorgen ook de doelstellingen met betrekking tot de CO2 reductie er voor dat pelletkachels populairder of zelfs noodzakelijker worden. Dat heeft tot gevolg dat overheden doormiddel van subsidies er alles aan zullen doen om pelletkachels en pelletketels zo goedkoop mogelijk te maken van consumenten. Het belangrijkste nadeel van pelletketels is namelijk dat ze nog relatief nieuw op de markt zijn en daardoor redelijk prijzig zijn. Ook moet men er rekening mee houden dat er voortdurend nieuwe houtpellets moeten worden aangevoerd. Dat kan logistieke problemen met zich meebrengen. Een bigbag pellets moet ook geleverd kunnen worden en dat vereist transport. Als al deze drempels worden overwonnen en pelletketels meer worden ingeburgerd in de verwarmingstechniek zullen steeds meer mensen kiezen voor een pelletketel.