CO2-heffing voor vervuilende bedrijven

Een CO2 heffing is een specifieke belasting die moet worden betaald door bedrijven die CO2 uitstoten en is opgenomen in het klimaatakkoord van Nederland in 2019. Bedrijven die veel CO2 uitstoten moesten hierover al belasting betalen via het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Via het ETS moeten bedrijven ongeveer twintig euro betalen per ton CO2 die ze uitstoten. Daar komt de komende jaren een CO2 heffing bovenop. Deze CO2 heffing is alleen van toepassing op elke ton CO2 die wordt uitgestoten boven de ETS-grens die in Europa is vastgelegd. Volgens de overheid zorgt deze CO2 heffing er voor dat klimaatdoelstellingen beter gehaald kunnen worden.

Vervuilende bedrijven moeten vanaf 2021 door de CO2 heffing meer gaan betalen voor hun broeikasgassen. Daarnaast worden bedrijven verplicht om minder CO2 uit te stoten. Zo moeten bedrijven hun CO2 emissie verlagen met ongeveer tien procent. De emissiegrens voor CO2 wordt verlaagd. Als bedrijven de nieuwe lagere grens toch overschrijden dan moeten ze vanaf 2021 per ton CO2 minimaal 30 euro betalen tot maximaal 150 euro per ton CO2 in 2030. De CO2 heffing is van toepassing op bijna alle bedrijven en in bijna elke sector van het Nederlandse bedrijfsleven.

Door de overheid worden alleen de scheepvaart en de luchtvaartsector ontzien. Die zijn namelijk niet meegenomen in het Klimaatakkoord en dragen daardoor niet bij. Ook is er een verschil tussen de activiteiten van bedrijven. Op dit moment staat in het Klimaatakkoord dat de 300 grootste bedrijven in Nederland de heffing gaan betalen als zij de heffingsvrije grens overschrijden. Deze groep van 300 bedrijven is verantwoordelijk voor ongeveer tachtig procent van de uitstoot aan broeikasgassen in de Nederlandse industrie.

Kabinet staat open voor CO2-heffing voor Nederlandse industrie in 2019

Premier Mark Rutte en minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat hebben aangegeven dat ze open staan voor een CO2-heffing voor de Nederlandse industrie. Dit bericht werd gisteravond bekend gemaakt tijdens een het debat over een conceptklimaatakkoord. Wiebes gaf tijdens dit debat aan dat de regering open staat voor alle oplossingen. Daarnaast gaf Rutte aan dat er volgens hem geen taboes zijn. Daarmee doelde de premier op de houding van het kabinet aangaande de poplossingen over het conceptklimaatakkoord. Het kabinet heeft een open houding waarin verschillende oplossingen en ideeën bespreekbaar zijn.

Er zijn verschillende politieke partijen die voorstander zijn voor een CO2-heffing voor bedrijven. Deze CO2-heffing of CO2-taks moet er voor zorgen dat bedrijven meer gaan doen om de CO2 emissie te reduceren. Er zijn verschillende overleggen geweest over de reductie van de CO2 uitstoot tijdens de bijeenkomsten van de zogenaamde klimaattafels. Deze klimaattafel is een orgaan waarin per sector klimaatmaatregelen zijn bedacht. Tijdens de klimaattafels was de optie van een CO2 taks echter niet meegenomen. Oppositiepartijen PvdA, GroenLinks en SP pleitten echter wel voor een CO2-heffing voor bedrijven. Omdat de CO2 taks niet werd meegenomen in de uitkomsten van de klimaattafels werd deze belasting op CO2 uitstoot niet doorgerekend door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) op betaalbaarheid en haalbaarheid.

Volgens Lodewijk Asscher de PvdA-fractievoorzitter zou deze doorrekening alsnog moeten plaatsvinden. Daarvoor heeft hij de planbureaus benaderd. De doelstelling van de CO2 taks is het reduceren van de CO2 emissie en niet het vergroten van de inkomsten van de overheid door een extra belasting voor bedrijven. De CO2 taks is nog niet geheel van tafel maar Wiebes en Rutte zijn nog niet overtuigd. Zo denkt Rutte niet dat “een platte boete” tot de gewenste CO2-reductie zal leiden. Als de CO2 taks er zou komen dan kunnen ondernemers het Nederlandse ondernemingsklimaat als te duur beschouwen en “de grens over rennen” aldus Wiebes. Toch willen Wiebes en Rutte wel naar de plannen voor een CO2 taks kijken.