Wetenschappers: meer kleine bossen aanplanten om CO2 op te slaan in 2020

Verschillende bedrijven en overheden zijn van mening dat bossen een goede oplossing zijn voor de opslag van CO2. Het is natuurlijk bekend dat bomen de leefbaarheid op deze planeet bevorderen. Toch kijkt men hierbij eigenlijk alleen naar de aanplant van grote bossen. Wetenschappers geven aan dat juist de aanplant van kleine bossen niet vergeten moet worden. Binnen de EU zouden veel meer kleine bossen moeten worden aangeplant. De wetenschappers geven aan dat de Europese Commissie er op moet aansturen door bijvoorbeeld boeren subsidies te geven voor het aanleggen van kleine bossen op of rondom hun land. Het onderzoek waaruit deze aanbeveling naar voren komt is gedaan door twee Vlaamse wetenschappers.

Er zouden volgens deze wetenschappers in Europa ongeveer twee miljard bomen moeten worden geplant. Er is veel te weinig grond beschikbaar om alleen maar grote bossen aan te planten. Daarom moet ook naar kleinere stukken grond worden gekeken. Een van de onderzoekers genaamd Pieter De Frenne geeft aan dat kleinere bossen per vierkante meter veel meer CO2 opslaan dan grote bossen. In kleinere bossen is de temperatuur hoger. Bovendien valt er in kleinere bossen meer licht. Dat zorgt er voor dat bomen sneller groeien en bovendien meer bladeren krijgen. Vanwege deze ontwikkeling kunnen kleinere bossen meer koolstof opslaan per vierkante meter ten opzichte van grote bossen.

Tips om minder aardgas te verbruiken in woningen

De meeste woningen in Nederland zijn nog aangesloten op aardgas en dat zal de komende jaren waarschijnlijk nog wel het geval blijven. Daardoor blijven veel huishoudens afhankelijk van aardgas tenzij men een duurzame verwarmingsbron kan installeren. Veel mensen denken hier over na. Het verstoken van aardgas gebeurd doormiddel van verbranding en daarbij komt CO2 vrij. Daarnaast is aardgas een fossiele brandstof waardoor er bij het verstoken van deze brandstof geen sprake is van duurzame, hernieuwbare energie. De overheid en milieuorganisaties sturen daarom aan op het vervangen van aardgasgestookte verwarmingssystemen.

Dat kost echter vaak veel geld en is ook niet in elk type woning mogelijk. Als men nog geen energietransitie kan maken naar een andere verwarmingsbron kan men echter nog veel doen om het aardgasverbruik te verlagen. Een belangrijke investering die men op dit gebied kan doen is isolatie. In feite begint het laten dalen van het aardgasverbruik en daarmee de energierekening met het goed isoleren van een woning. Dakisolatie, vloerisolatie, spouwisolatie en dubbel- driedubbel glas. Zelfs het gebruik van radiatorfolie en tochtstippen heeft al invloed. Als men al deze stappen heeft gezet kan men echter nog steeds stappen zetten in het verlagen van het aardgasverbruik. Deze tips staan in de volgende alinea’s.

Zet de thermostaat iets lager
Het klinkt misschien wat simpel en dat is het ook, door de temperatuur op de thermostaat een graad lager te zetten bespaart men in de stookkosten. Door de thermostaat 1 graad lager te zetten wordt ongeveer 7 procent bespaard in het aardgasverbruik. Door een iets dikkere warme trui te dragen bespaard men aardgas maar bespaard men ook op de energielasten.

Zorg niet voor kortdurende grote temperatuurverschillen
Het draaien aan de thermostaatknop kan voor sommige mensen ook weer doorslaan naar het andere uiterste. Door de thermostaat voortdurend heel laag te zetten en een paar uur later weer aanzienlijk om hoog te draaien kan men juist het tegenovergestelde effect krijgen. Men gebruikt dan juist meer aardgas. Als men de temperatuur bijvoorbeeld tijdens de nacht op 15 graden of lager zet en vervolgens in de ochtend weer draait naar 20 graden dan zal de cv-installatie in een korte tijd aanzienlijk meer energie moeten verbruiken om de gewenste temperatuur te behalen. Daarom moeten de verschillen in de temperatuur over relatief korte periodes niet te groot zijn.

Niet thuis? Thermostaat lager
Als je echter een hele dag van huis bent of zelfs een weekend dan is het zeker wel gunstig om de temperatuur wat lager te zetten op de thermostaat. Als je dat niet doet zal de temperatuur op thermostaat als uitgangspunt worden gehanteerd voor je verwarmingssysteem. De cv-ketel zal aardgas blijven verstoken zodat de ingestelde temperatuur gehandhaafd blijft.

Voorkom tocht
Ook dit is een bekende methode om veel aardgas te besparen. Tocht is een namelijk een bekend probleem in met name oudere woningen. Koudebruggen, kieren en andere problemen kunnen er voor zorgen dat er tocht ontstaat. Ook het open laten van deuren kan er voor zorgen dat er warmte ‘ontsnapt’. Het is daarom verstandig om eerst de tochtproblemen aan te pakken. Dit kan technisch door tochtstrippen maar ook door gewoon deuren zoveel mogelijk te sluiten.

Verwarm alleen ruimtes die je gebruikt
In een woning worden niet alle ruimtes evenveel gebruikt en zijn er ook ruimtes aanwezig die niet verwarmd hoeven te worden. Denk hierbij aan garages en bijvoorbeeld een zolderruimte. Sommige woningen hebben in bijna alle ruimtes een radiator te staan. Deze hoeft echter niet altijd aan te staan in elke omstandigheid. Daarom is het belangrijk om vooral in een koude winterperiode goed na te gaan welke ruimtes verwarmd moeten worden en welke niet.

Waar staat de thermostaat?
Let ook op de plek waar de thermostaat is geplaatst. Deze ruimte zal vanuit de meet- en regeltechniek van de verwarmingsinstallatie als uitgangspunt worden beschouwd voor het bijstoken van aardgas. Is die ruimte voortdurend koud door tocht en open deuren dan kan naar het verwarmingssysteem regelmatig een signaal worden gegeven om meer aardgas bij te stoken. In dat geval is het verstandig om te kijken of de thermostaat verplaatst kan worden.

CO2-heffing voor vervuilende bedrijven

Een CO2 heffing is een specifieke belasting die moet worden betaald door bedrijven die CO2 uitstoten en is opgenomen in het klimaatakkoord van Nederland in 2019. Bedrijven die veel CO2 uitstoten moesten hierover al belasting betalen via het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Via het ETS moeten bedrijven ongeveer twintig euro betalen per ton CO2 die ze uitstoten. Daar komt de komende jaren een CO2 heffing bovenop. Deze CO2 heffing is alleen van toepassing op elke ton CO2 die wordt uitgestoten boven de ETS-grens die in Europa is vastgelegd. Volgens de overheid zorgt deze CO2 heffing er voor dat klimaatdoelstellingen beter gehaald kunnen worden.

Vervuilende bedrijven moeten vanaf 2021 door de CO2 heffing meer gaan betalen voor hun broeikasgassen. Daarnaast worden bedrijven verplicht om minder CO2 uit te stoten. Zo moeten bedrijven hun CO2 emissie verlagen met ongeveer tien procent. De emissiegrens voor CO2 wordt verlaagd. Als bedrijven de nieuwe lagere grens toch overschrijden dan moeten ze vanaf 2021 per ton CO2 minimaal 30 euro betalen tot maximaal 150 euro per ton CO2 in 2030. De CO2 heffing is van toepassing op bijna alle bedrijven en in bijna elke sector van het Nederlandse bedrijfsleven.

Door de overheid worden alleen de scheepvaart en de luchtvaartsector ontzien. Die zijn namelijk niet meegenomen in het Klimaatakkoord en dragen daardoor niet bij. Ook is er een verschil tussen de activiteiten van bedrijven. Op dit moment staat in het Klimaatakkoord dat de 300 grootste bedrijven in Nederland de heffing gaan betalen als zij de heffingsvrije grens overschrijden. Deze groep van 300 bedrijven is verantwoordelijk voor ongeveer tachtig procent van de uitstoot aan broeikasgassen in de Nederlandse industrie.

Blauwe waterstof gebruiken in de aanloop naar groene waterstof?

Door de benaming, groene, grijze en blauwe waterstof kan de indruk ontstaan dat waterstof in verschillende soorten verkrijgbaar is die op basis van kleur herkend kunnen worden. Dit is echter niet in letterlijke zin het geval. De kleuren die worden gebruikt om waterstof in te delen verwijzen naar de herkomst van de waterstof en de belasting van de milieu van de desbetreffende waterstof.

Grijze waterstof is waterstof die uit fossiele brandstoffen wordt verkregen waarbij tijdens het proces CO2 in de atmosfeer vrij komt. Blauwe waterstof wordt ook uit fossiele brandstoffen verkregen alleen wordt de CO2 die daarbij vrijkomt opgevangen en opgeslagen zodat deze niet in de atmosfeer vrij komt. Groene waterstof wordt verkregen doormiddel van elektrolyse waarbij gebruik wordt gemaakt van duurzame, hernieuwbare energiebronnen zoals windenergie of zonne-energie.

Groene waterstof
Groene waterstof zou mogelijk een effectieve oplossing kunnen vormen voor het aardgasvrij maken van de Nederlandse energievoorziening. In dat geval zal men afscheid moeten nemen van de aardgasgestookte cv-ketel en een waterstofketel moeten installeren. In plaats van aardgas zou door het aardgasleidingnetwerk dan waterstof moeten worden getransporteerd. Daarvoor zijn aanpassingen nodig maar het is technisch gezien wel mogelijk.

Te weinig duurzame energie
Het grote probleem van groene waterstof is dat er te weinig duurzame energie in Nederland wordt opgewekt om huishoudens en bedrijven te voorzien van duurzame elektrische stroom. Als men deze duurzame energie vervolgens ook nog wil inzetten om op grote schaal groene waterstof te produceren dan heeft men helemaal een groot te kort. Men zou dan specifieke windmolenparken moeten bouwen voor het opwekken van groene elektriciteit voor de productie van waterstof.

Blauwe waterstof is geen ideaal redmiddel
Blauwe waterstof zou mogelijk een oplossing kunnen zijn tot de tijd dat er voldoende groene waterstof wordt geproduceerd om de woningen en bedrijven te voorzien. Blauwe waterstof is waterstof die momenteel grotendeels wordt geproduceerd van aardgas. Dat betekent dat men nog niet aardgasvrij is.

Wel is het mogelijk om de CO2 emissie op te vangen en deze CO2 op te slaan. Dat is minder milieubelastend dan alle aardgasgestookte cv-installaties in woningen hun CO2 in de atmosfeer laten uitstoten. Blauwe waterstof is niet het ideale redmiddel voor de Nederlandse energietransitie. Het houdt de Nederlandse energievoorziening namelijk nog langer afhankelijk van aardgas en dat is nu juist wat men niet wil.

Alternatieven voor waterstof
Als waterstof niet groen of duurzaam wordt geproduceerd is het niet een ideaal middel voor de Nederlandse energievoorziening tenminste als men de energievoorziening aardgasvrij en CO2 neutraal wil maken. Ook blauwe waterstof die wegens het afvangen van CO2 als CO2 neutraal wordt beschouwd is geen ideale oplossing. Alleen groene waterstof zou effectief zijn. Dan moeten alle woningen die op aardgas zijn aangesloten in de toekomst echter wel worden voorzien van een waterstofketel. Omdat groene waterstof nauwelijks beschikbaar is kan men beter eerst goed nadenken over alternatieven zoals geothermie, warmtepompen en stadverwarming.

Wat is syngas of synthesegas?

Syngas of synthesegas is een gasmengsel dat bestaat uit waterstofgas en koolstofmonoxide, het wordt verkregen doormiddel van een speciaal vergassingsproductieproces. Door steenkool of biomassa te vergassen komt dit syngas vrij. Dit gas is duurzaam omdat het geproduceerd kan worden in tegenstelling tot aardgas dat een fossiele brandstof is. In Amerika past men het Transport Integrated Gassification (TRIG) toe als proces om syngas te verkrijgen. Tijdens dit proces kan men bij een lagere temperatuur vergassen.

Fischer-Tropsch-proces
Doormiddel van het Fischer-Tropsch-proces kunnen uit syngas synthetische koolwaterstoffen worden geproduceerd. Het Fischer-Tropsch-proces werd in het verleden door Duitsland in de Tweede Wereldoorlog gebruikt om motorbrandstoffen te maken. In de Tweede Wereldoorlog had Duitsland te maken met een tekort aan olie. Daarom moest men naar andere brandstoffen zoeken. Zo is het Fischer-Tropsch-proces in de jaren twintig in de crisisjaren voor de Tweede Wereldoorlog ontstaan.

Tijdens het proces wordt koolstofhoudende brandstof, zoals steenkolen, zuurstofarm verbrand waarbij ijzer als katalysator wordt gebruikt. Door deze partiële oxidatie ontstaat koolmonoxide. Door het toevoegen van stoom aan dit proces en het transporteren van het gas langs de ijzer-katalysator ontstaat er, als men het eindproduct zuivert, een gasmengsel van koolmonoxide en waterstof synthesegas. Dit gas wordt ook wel syngas genoemd. Het proces noemt men ook wel reforming of de methaan-stoom-gasreactie.

Steenkooldiesel
Syngas is dus een synthesegas, een kunstmatig geproduceerd brandbaar gas. Hieruit kunnen synthetische koolwaterstoffen geproduceerd worden. Deze stoffen vormen de basis van steenkooldiesel en andere producten. Er zijn nog verschillende andere mogelijkheden die doormiddel van het Fischer-Tropsch-proces onderzocht kunnen worden. Er wordt bijvoorbeeld nog onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om uit water (H2O) en CO2 met behulp van zonne-energie brandstof te maken doormiddel van de Fischer-Tropsch methode. Op die manier kan men op een duurzame manier brandstoffen verkrijgen.

Door CO2 opnieuw te gebruiken kan men de CO2 emissie beperken al zal bij het verbranden van de brandstof altijd opnieuw CO2 vrij komen. Dat zou men kunnen oplossen door CO2 af te vangen. Ook het afvangen van CO2 is een proces dat nader onderzocht wordt. De vraag is dan natuurlijk wat men met het opgevangen CO2 moet doen. Als deze CO2 weer in combinatie met water doormiddel van de Fischer-Tropsch tot nieuwe brandstoffen zou kunnen worden verwerkt is men effectief bezig met het recyclen van CO2 en maakt men forse stappen in een circulaire economie.

Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig?

Zonnepanelen worden steeds vaker aangebracht op woningen, utiliteit en andere bouwwerken. In 2017 zijn bijvoorbeeld ongeveer drie miljoen zonnepanelen geplaatst in Nederland. De meeste zonnepanelen die op woningen worden aangebracht worden grotendeels betaald door de particulieren zelf. Omdat de aanschaf van zonnepanelen een behoorlijke investering is zullen veel mensen zich afvragen hoeveel zonnepanelen ze nodig hebben om flink wat elektrische energie te kunnen opwekken. Nederland is niet een heel zonnig land maar desondanks kan er wel veel elektrische energie worden opgewekt met zonnepanelen.

Een groot voordeel zijn de vrij zachte winters die Nederland heeft ten gevolge van het zeeklimaat. Er is in Nederland voldoende zon aanwezig om zonnepanelen rendabel te kunnen maken. Toch verschild het aantal zonnepanelen op daken in Nederland behoorlijk. Het lijkt er op dat niet iedereen voor dezelfde hoeveelheid zonnepanelen kiest. Er zijn een aantal aspecten die meegenomen moeten worden als men wil bepalen hoeveel zonnepanelen ze op de daken willen aanbrengen. In de volgende alinea kun je lezen welke aspecten van belang zijn voor het bepalen van de juiste hoeveelheid zonnepanelen.

Belangrijk bij de aanschaf van zonnepanelen
Een aantal punten zijn belangrijk bij het bepalen van de hoeveelheid zonnepanelen die je nodig hebt. Allereerst moet je voor jezelf goed nagaan wat je met de elektrische energie wilt doen van zonnepanelen. Als dit alleen voor eigen gebruik is kun je ook het energieverbruik in de woning verlagen door LED-verlichting en energiezuinige apparaten aan te schaffen. Als je dat succesvol doet heb je ook minder elektrische energie nodig en dus ook minder zonnepanelen. Toch is het lastig om je woning volledig energieneutraal of CO2 neutraal te maken door alleen zonnepanelen te gebruiken. Dan zul je in de meeste gevallen veel meer investeringen moeten doen. Veel mensen leveren op bepaalde momenten, waarbij er veel zonlicht is en weinig energie worden afgenomen, ook elektrische energie terug aan het lichtnet. In dat geval spelen veel meer aspecten een rol bij het bepalen van het rendement en het nut van zonnepanelen. Hierbij kun je denken aan:

  • De aanschafprijs van zonnepanelen.
  • Het formaat van de zonnepanelen. Zonnepanelen hebben een standaardformaat van 165×100 cm. Dat zorgt er voor dat er een bepaalde hoeveelheid op een dakvlak kunnen worden aangebracht.
  • De kwaliteit en duurzaamheid van de zonnepanelen.
  • Het elektrische vermogen dat met het zonnepaneel wordt opgewekt.
  • De plek waar de zonnepanelen worden aangebracht. Zuid-Noord-West-Oost enz.
  • De regio waar de zonnepanelen worden aangebracht. In Zeeland en Texel worden bijvoorbeeld verhoudingsgewijs veel zonuren geregistreerd. Dat betekent dat zonnepanelen in die regio’s meer geld opbrengen.
  • Is het dak veel in de zon of juist in de schaduw.
  • De hellingshoek van het dak waar de zonnepanelen worden aangebracht. Een hellingshoek van 35 graden is het meest effectief voor zonnepanelen.

Al deze aspecten kun je meenemen in een berekening. Als je wilt weten wanneer je jouw zonnepanelen echt hebt terugverdient zal je ook moeten kijken naar het aantal zonuren.

Aantal zonuren
Het aantal zonuren met betrekking tot zonnepanelen is in feite het aantal uren dat de zon of zonlicht daadwerkelijk op de zonnepanelen schijnt. Het aantal zonuren dat een zonnepaneel ontvangt heeft niet alleen te maken met de schaduw die wel of niet op het zonnepaneel valt. Zonuren hebben ook veel te maken met het weer. In 2018 was er bijvoorbeeld sprake van een zonnig voorjaar en een zonnige zomer. Dat zorgde er voor dat het rendement van veel zonnepalen hoger lag. Eerder werd al genoemd dat bepaalde regio’s zoals Zeeland en Texel meer zonuren hebben dan andere regio’s daarom is het aanbrengen van zonnepanelen in die regio’s extra effectief. Het rendement van zonnepanelen ligt in Texel en Zeeland ongeveer tien procent hoger dan in andere regio’s van Nederland.

Hoeveel zonnepanelen moet je plaatsen?
Tja en dan nu de vraag hoeveel zonnepanelen je daadwerkelijk nodig hebt. Dat kun je in feite zelf uitrekenen wanneer je weet wat het gemiddeld aantal zonuren van je regio is. Daarbij moet je eerst berekenen wat de aanschafwaarde is van alle zonnepanelen die je wilt plaatsen en wat het rendement daarvan is. Hoe meer zonnepanelen je koopt hoe hoger de investering maar ook hoe hoger het rendement. Als je hulp nodig hebt met de berekening kan een leverancier van zonnepanelen je daarbij helpen. Let wel op dat deze leverancier een commercieel belang heeft en daardoor vaak een iets gunstiger beeld schetst dan de werkelijkheid.

Milieudefensie wil CO2 belasting invoeren voor burgers en bedrijven vanaf 2018

CO2 belasting is een belasting die moet worden betaald voor de uitstoot van CO2. De aanduiding CO2 is een natuurkundige aanduiding die wordt gebruikt voor koolstofdioxide en wordt ook wel kooldioxide genoemd. De reden waarom CO2 zo vaak in het nieuws is heeft te maken met het feit dat CO2 één van de bekendste broeikasgassen is. Een broekkasgas is een gasvormige stof die in de atmosfeer blijft hangen en de aarde als het waarde omsluit met een gasvormige ‘deken’. Deze ‘deken’ draagt bij aan de opwarming van de aarde want de warmte van het zonlicht kan wel door de broeikasgaslaag heen de aarde bereiken maar de warmte die door het aardoppervlak weer wordt ‘teruggekaatst’ komt nauwelijks door deze laag heen. Kortom de temperatuur onder de laag van broeikasgassen wordt steeds hoger. Dat wordt ook wel de ‘opwarming van de aarde’ genoemd. Vaak heeft men het over de opwarming van de aarde of het voorkomen daarvan wanneer men het over CO2 heeft.

CO2 uitstoot verlagen

Milieudefensie wil de opwarming van de aarde tegen gaan. Alleen kan deze organisatie dat niet alleen. Net als verschillende andere milieuorganisaties neemt Milieudefensie wel initiatieven. Deze zijn onder andere gericht op de energietransitie en het beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen voor het milieu. Milieudefensie kan echter zelf geen beslissingen nemen voor de bevolking en kan puur een advies geven aan bedrijven, overheden en maatschappelijke instellingen. Nederland moet onder andere een energietransitie ondergaan op het gebied van aardgas. Er wordt nog te veel aardgas gebruikt voor onder andere het verwarmen van woningen en utiliteit. Dat moet veranderen vind Milieudefensie. Als er niets verandert is in 2030 slechts 20 procent van de Nederlandse woningen aardgasvrij. Met de plannen van Milieudefensie zou dit volgens de inschatting van deze organisatie ongeveer 80 procent moeten zijn. Daarvoor moeten echter wel maatregelen worden genomen die betrekking hebben op woningbezitters, huurders, verhuurders, overheden en bedrijven.

CO2 belasting
De uitstoot van CO2 wordt al gedeeltelijk belast in Nederland. Zo worden er in Nederland zogenaamde CO2 emissierechten verstrekt aan bedrijven. Dat gebeurd in Europees verband. In feite zijn deze emissierechten een soort inkoopprogramma voor bedrijven om ‘recht’ te hebben op een bepaalde hoeveelheid CO2 uitstoot. Dit ‘recht’ kan echter ook verhandelt worden. Sommige zeer vervuilende bedrijven, die dus veel CO2 uitstoten, krijgen extra CO2 emissierechten toegewezen. Die kunnen deze bedrijven vervolgens weer doorverkopen wanneer ze in de praktijk minder CO2 uitstoten dan waar ze ‘recht’ op hebben. De emissierechtenhandel is een vorm van belasting op CO2. Milieudefensie wil ook in Nederland een CO2-belasting invoeren. Deze belasting zou echter niet alleen voor bedrijven moeten gelden maar ook voor burgers. Met de inkomsten vanuit de CO2-belasting zou de overheid de energietransitie moeten bekostigen.

Energietransitiefonds
Dat betekend dat er als het aan de milieudefensie ligt een energietransitiefonds moet komen waarin de inkomsten vanuit de CO2-belasting moeten worden ingelegd. Op die manier wordt het geld van ‘vervuilers’ geïnvesteerd in de energietransitie naar een schonere energievoorziening. Mensen met minder geld zouden aanspraak moeten kunnen maken op het geld uit het energietransitiefonds om hun woning energiezuiniger en CO2 neutraal te maken. Dit zijn echter plannen van Milieudefensie. De uitvoering hiervan kan deze milieuorganisatie niet regelen. Daarvoor is de overheid noodzakelijk. Die heeft nog geen reactie gegeven op de plannen van Milieudefensie. Toch staat de overheid wel open voor initiatieven waardoor Nederland beter in staat is om haar klimaatdoelstellingen te behalen. Het wordt namelijk ook voor de Nederlandse regering duidelijk dat er maatregelen genomen moeten worden om de energietransitie te bespoedigen.

CO2-opslag onder Noordzee brengt klimaatdoelen in zicht

Nederland heeft moeite om aan de klimaatdoelen te voldoen. Er wordt wel veel geld geïnvesteerd in windmolenparken en andere grote projecten waarmee men duurzame energie kan opwekken maar de uitstoot van CO2 blijft hoog. Er zijn verschillende grote bedrijven die graag de CO2 uitstoot willen beperken maar daarvoor niet het geld of de mogelijkheden hebben. In sommige gevallen is het op korte termijn niet haalbaar om de uitstoot van CO2 te reduceren. In dat geval kan men proberen de CO2 uitstoot op te vangen om deze vervolgens op te slaan. Daarvoor heeft men echter een grote ruimte nodig. Inmiddels zijn er verschillende onderzoeken gedaan naar de opslag van CO2 op de bodem van de zee.

CO2 opslag technisch mogelijk
Uit een onderzoek van het Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en Energiebeheer Nederland komen hoopvolle berichten naar voren. Volgens een haalbaarheidsstudie die in opdracht van deze organisaties is uitgevoerd is het technisch gezien haalbaar om de opslag van CO2 in lege gasvelden diep onder de Noordzee te realiseren. Deze oplossing zou ook kosteneffectief zijn in vergelijking met andere maatregelen die bijdragen aan het realiseren van de klimaatdoelen van het kabinet.

Haalbaarheidsstudie
Volgens de haalbaarheidsstudie zou men op de bodem van de Noordzee ieder jaar zou 2 miljoen tot 5 miljoen ton CO2 kunnen opslaan. hiervoor zou een soort verzamelleiding moeten worden aangebracht door heel het havengebied van Rotterdam. Deze verzamelleiding moet verbonden zijn aan verschillende bedrijven die daarmee hun afgevangen CO2 kunnen transporteren. In feite is deze verzamelleiding een soort riolering voor CO2. Een gedeelte van de afgevangen CO2 zou overigens kunnen worden gebruikt door de glastuinbouw in Zuid-Holland. De glastuinbouw kan namelijk de CO2 gebruiken om de planten in kassen sneller te laten groeien.

Investeringsbeslissing over CO2 opslag
Tijdens de haalbaarheidsstudie zijn verschillende aspecten aan de orde gekomen. Er is onder meer gekeken naar techniek en innovatie die nodig is om het project te realiseren. Ook is gekeken naar de markt en het effect op het milieu. Uiteraard zijn ook de kosten belangrijk en het beleid dat ontwikkeld moet worden. Tot slot is ook het draagvlak onder bedrijven en andere betrokken organisaties in kaart gebracht. De berichten over de haalbaarheidsstudie voor CO2 opslag onder de Noordzee zijn positief. Toch wil dat nog niet zeggen dat een dergelijk project ook daadwerkelijk in beweging wordt gebracht. Er is nog aanvullende informatie nodig. De haalbaarheidsstudie is wel een belangrijke stap. Door het succesvol afronden van deze stap kunnen de partijen zich de komende maanden gaan richten op de financiële en technische onderbouwing van het project. In 2019 wordt een investeringsbeslissing verwacht. Dan is er meer duidelijk of het project daadwerkelijk door zal gaan.

Duurzaam bouwen

Duurzaam bouwen is het geheel van ontwerpactiviteiten en bouwactiviteiten waarbij men gericht is op de ontwikkeling en bouw van een duurzaam bouwwerk en gebruik maakt een duurzaam bouwproces waarbij energie en materiaal zo milieuvriendelijk mogelijk worden gebruikt. Duurzaam bouwen is de toekomst want duurzaam bouwen is bouwen met het oog op de toekomst. Dat houdt in dat men met duurzaam bouwen rekening houdt met het klimaat, het milieu en de herkomst van grondstoffen en materialen. Dit zorgt er voor dat duurzaam bouwen een veelomvattend begrip is dat start met een duurzaam ontwerp en eindigt met een sloop van het gebouw en het hergebruik van de bouwmaterialen.

Aandachtspunten voor duurzaam bouwen
Duurzaam bouwen wordt gestimuleerd vanuit de overheid. De Nederlandse rijksoverheid heeft een aantal kaders genoemd waaraan men zich moet houden bij duurzaam bouwen. Deze kaders zijn als volgt:

  • Bij de bouw moet men gebruik maken van duurzame materialen. De materiaalkeuze moet de gezondheid van de bouwers, bewoners en gebruikers niet benadelen. Ook moet de materiaalkeuze milieuverantwoord zijn dir houdt in dat er materialen moeten worden gebruikt die niet op kunnen raken. Idealiter moet in duurzaam bouwen gebruik worden gemaakt van herbruikbare materialen.
  • Een duurzaam gebouw moet een gezond binnenmilieu hebben. Daarom moet een duurzaam gebouw beschikken over een goede ventilatie en moeten vochtproblemen en schimmel worden voorkomen. Ook de ophoping van schadelijke stoffen moet worden voorkomen.
  • Er moet verantwoord worden omgegaan met water. Het gebruik van water moet zoveel mogelijk worden bespaard.
  • Het gebouw moet niet zorgen voor vervuiling zoals CO2 uitstoot.
  • Het gebouw mag geen hinder opleveren in de vorm van geluidsoverlast, lichtoverlast en de emissie van schadelijke stoffen.
  • Het duurzame gebouw moet ook goed gesloopt kunnen worden zodat de materialen hergebruikt kunnen worden.

Keurmerken voor duurzaam bouwen
Duurzaam bouwen is een heel breed begrip waaraan bouwbedrijven op een verschillende manier invulling kunnen geven zolang de kaders maar gehanteerd worden. Er is echter toch een bepaalde mate van uniformiteit nodig en duidelijkheid met betrekking tot de term duurzaam bouwen. Daarom zijn er in Nederland keurmerken en certificaten ontwikkeld voor de bouwsector. Voorbeelden van deze certificaten en keurmerken zijn de BREEAM, LEED en GPR.

Duurzaam bouwen in ontwikkeling
Duurzaam bouwen zal niet altijd hetzelfde zijn. Door nieuwe innovaties en technische ontwikkelingen kan men steeds duurzamer produceren en duurzamer wonen. Denk hierbij aan systemen waarmee men zelf energie kan opwekken zoals zonnepanelen, warmte pompen, hybride warmtepompen, warmte en koudeopslag, pelletkachels en pelletketels. Deze technologische ontwikkelingen gaan gepaard met de energietransitie. De energietransitie houdt nauw verband met duurzaam bouwen en het duurzaam gebruiken van een woning. Door gebouwen zelfstandig energie op te laten wekken kunnen gebouwen energieneutraal, klimaatneutraal en uiteindelijk ook CO2 neutraal worden.

Passiefhuis, nulwoning en een tiny house
Er zijn nogal wat ontwikkelingen op het gebied van duurzaam bouwen. Zo wordt de term passiefhuis steeds vaker ingevoerd in de bouw. Een passiefhuis is een huis dat voor een groot deel van het jaar niet actief hoeft te worden voorzien van energie van buitenaf. Een nulwoning is een woning die op jaarbasis precies neutraal is op het gebied van CO2 emissie. Daarom wordt een nulwoning ook wel een energieneutrale woning, CO2-neutrale woning of balanswoning genoemd. Dit soort woningen worden steeds vaker gebouwd. Ook een tiny house doet in Nederland haar intrede. Dit zijn kleine compacte woningen die volledig zelfvoorzienend zijn. Momenteel is er echter nog geen wetgeving die er voor zorgt dat een tyny house permanent bewoond mag worden. Een passiefhuis of een nulwoning mogen echter wel permanent bewoond worden.

Koolstofdioxide-equivalent

Koolstofdioxide-equivalent is een aanduiding waarmee men doormiddel van een equivalente concentratie CO2 inzichtelijk maakt in welke mate een bepaalde hoeveelheid broeikasgas een bijdrage levert aan de opwarming van de aarde. Koolstofdioxide-equivalent is een rekeneenheid waarmee men de bijdrage van broeikasgassen aan de opwarming van de aarde onderling kan vergelijken.

Aanduidingen voor koolstofdioxide-equivalent
Koolstofdioxide-equivalent wordt in het Engels Carbon Dioxide Equivalent (CDE) genoemd. In Nederland wordt koolstofdioxide-equivalent ook wel aangeduid met CO2-eq, CO2eq of CO2e. Koolstofdioxide wordt ook wel kooldioxide of koolzuurgas genoemd en heeft als brutoformule CO2. Om die reden wordt CO2 in de afkortingen van koolstofdioxide-equivalent genoemd. Het woord ‘equivalent’ kan men in dit verband vertalen met ‘gelijkwaardig aan’ of ‘gelijk aan’. Met het koolstofdioxide-equivalent wordt dus beoordeeld in welke mate een bepaald broeikasgas een vergelijkbaar negatief effect heeft op de opwarming van de aarde als koolstofdioxide dat heeft.

CO2- equivalent of GWP

Over het algemeen wordt de emissie van broeikasgassen uitgedrukt in CO2-equivalenten. Door de aanduiding in CO2-eq kan men de schadelijke effecten van bepaalde stoffen voor de opwarming van de aarde goed met elkaar vergelijken. Het rekenprincipe dat gehanteerd wordt om tot het Koolstofdioxide-equivalent is gebaseerd op het ‘Global Warming Potential’ (GWP). Het GWP is een aanduiding waarmee men inzichtelijk maakt in welke mate een gas bijdraagt aan het broeikaseffect. De werkwijze die men hanteert bij het Global Warming Potential is ontwikkeld door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC).

Wat zijn organische brandstoffen?

Organische brandstoffen zijn energiedragers van organische aard die energie leveren doormiddel van een chemische reactie zoals verbranding of oxidatie. Organische brandstoffen zijn organisch, dat wil onder andere zeggen dat deze brandstoffen koolstofverbindingen bevatten. De energie die door de verbranding of oxidatie van organische brandstoffen ontstaat kan worden gebruikt voor licht, warmte en kinetische energie.

Voorbeelden van organische brandstoffen
Organische brandstoffen worden in de praktijk veel gebruikt. Er zijn door de jaren heen verschillende organische brandstoffen ontwikkeld met specifieke eigenschappen. We noemen een aantal voorbeelden van organische brandstoffen:

  • Aardolie is een fossiele brandstof waaruit verschillende motorbrandstoffen zijn ontwikkeld zoals benzine, diesel en kerosine.
  • Lpg oftewel liquefied petroleum gas. Wordt gemaakt door een behandeling van zowel aardolie als aardgas. Lpg is een fossiele brandstof waarvan ongeveer 60% wordt gewonnen uit en 40% uit raffinage van olie.
  • Aardgas is fossiele brandstof en wordt onder andere als compressed natural gas CNG op de markt gebracht en als: Liquefied/liquid natural gas (lng). Lng is vloeigbaar gemaakt aardgas en is een cryogene brandstof.
  • Steenkool is een fossiele brandstof die onder andere nog veel wordt gebruikt in kolencentrales.
  • Bruinkool is ook een fossiele brandstof die in het verleden veel werd gebruikt.
  • Biobrandstof is een verzamelnaam die wordt gebruikt voor verschillende brandstoffen die een organische oorsprong hebben maar niet bestaan uit fossiele brandstoffen. Biobrandstoffen kunnen vast, vloeibaar of gasvormig zijn en worden vaak geproduceerd uit afval.
  • Biomassa is ook geen fossiele brandstof en bestaat uit zowel plantaardig als dierlijk materiaal.
  • Hout wordt tegenwoordig nog steeds als brandstof gebruikt in bijvoorbeeld een open haard.
  • Houtpellets zijn korreltjes die zijn gemaakt van houtpoeder en worden met name gebruikt voor pelletkachels en pelletketels.
  • Turf is opgedroogd veen en werd in het verleden gebruikt als brandstof.

Energiebesparing

Energiebesparing is het totaal van maatregelen waarmee het verbruik van energie uit energiebronnen wordt gereduceerd. Het hoeft hierbij niet beslist te gaan over het verminderen van het gebruik van energie uit (fossiele) brandstoffen. Energiebesparing is namelijk veel breder en omvat ook energiebesparende maatregelen waarbij er gebruik wordt gemaakt van duurzame, hernieuwbare energiebronnen zoals elektrische energie die wordt gewonnen uit zonnecellen in zonnepanelen of elektrische energie die is opgewekt uit windturbines.

Efficiënter omgaan met energie
Het besparen van energie kan voornamelijk worden gerealiseerd door energie effectiever te gebruiken en het rendement van energiebronnen te verhogen. Dit houdt in feite in dat men minder energie gaat gebruiken om dezelfde arbeid te verrichten. Als men efficiënter met energie omgaat zorgt dit er ook voor dat er meer met dezelfde hoeveelheid energie kan worden gedaan. Tegenwoordig hebben door energiebesparende maatregelen meerdere woningen voldoende aan een bepaalde hoeveelheid elektrische energie terwijl men met dezelfde hoeveelheid energie vroeger slechts één woning van voldoende elektrische energie kon voorzien.

Dit zorgt er ook voor dat energiebesparing voor een deel de energievraag compenseert die ontstaat door de bevolkingsgroei. Dat zorgt er vervolgens voor dat er ondanks een bevolkingsgroei nauwelijks meer vraag ontstaat naar energie. Meer mensen kunnen met dezelfde hoeveelheid energie in hun energiebehoefte worden voorzien. Efficiënter omgaan met energie zorgt er daardoor ook voor dat er geen of minder elektriciteitscentrales hoeven te worden en/of minder energie uit het buitenland moet worden geïmporteerd. Deze twee methoden om aan energie te komen staan beide ter discussie. Zo zorgt een toename in het aantal kolencentrales er voor dat er meer CO2 wordt uitgestoten en het importeren van energie uit het buitenland maakt een land als Nederland economisch en politiek afhankelijk van andere landen. Het besparen van energie voorkomt deze problemen grotendeels daarom is energiebesparing zo belangrijk.

Redenen voor energiebesparing
Hiervoor zijn al een aantal redenen genoemd voor het besparen van energie. Er zijn in de praktijk verschillende redenen die er voor zorgen dat overheden, bedrijven en burgers minder energie gaan gebruiken. We noemen een aantal belangrijke voorbeelden:

  • Bepaalde energiebronnen raken op zoals fossiele brandstoffen.
  • Het winnen en verbruiken van bepaalde energiebronnen heeft een schadelijk effect op de gezondheid. Denk hierbij aan de emissie van CO2 en andere schadelijke stoffen in de atmosfeer. Daardoor ontstaat niet alleen luchtvervuiling maar ook een broeikaseffect waardoor opwarming van de aarde ontstaat. Ook kan het winnen van energie geluidshinder veroorzaken.
  • Door het winnen van kolen en aardolie wordt ook de natuur schade toegebracht. Het delven van energiebronnen uit de aardbodem zorgt er voor dat landschappen veranderen en zorgt er bovendien voor dat er een verhoogd risico ontstaat op een natuurramp. Denk hierbij aan boorplatformen en olietankers die olie kunnen lekken op zee. Deze risico’s ontstaan dus nog voordat er daadwerkelijk energie wordt verbruikt. Overigens wordt bij het winnen van fossiele energie ook energie verbruikt. Denk hierbij aan het energieverbruik van boorinstallaties. Ook voor het transport van fossiele energiebronnen over land en over zee wordt energie verbruikt.
  • Energie en het winnen van energie kost geld en arbeid. Hoe meer energie verbruikt wordt hoe meer geld geïnvesteerd moet worden in het winnen van energie. Ook het opslaan van fossiele brandstoffen kost geld. Het transporteren van deze brandstoffen kost eveneens geld en tijd. Ook elektrische energie kost geld. Ook wanneer deze energie duurzaam gewonnen kan worden uit windkracht, waterkracht en zonlicht.

Energiebesparing heeft een positief effect op bovenstaande punten. Als men energie bespaard hoeft men minder energie te winnen en kan de schade aan het milieu worden beperkt. Ook zal de emissie van CO2 en andere schadelijke stoffen omlaag gaan. Verder zorgt energiebesparing er voor dat er minder geld hoeft geïnvesteerd te worden in het winnen, transporteren en opslaan van energie en energiebronnen. Verder zorgt een reductie in de vraag naar energie er voor dat men ook flexibeler is in de keuze voor de meest gewenste energiebronnen. Bij een grote vraag naar energie zullen bijvoorbeeld kolencentrales noodzakelijker zijn dan wanneer de vraag naar energie afneemt.

Energietransitie
De energietransitie speelt echter ook een rol als men het heeft over de herkomst van energie. Naast energiebesparing zal men in het kader van de energietransitie ook steeds vaker keuzes moeten maken tussen de energiebronnen. Er zal minder energie moeten gewonnen uit fossiele brandstoffen zoals bruinkool, steenkool, aardolie en aardgas. De energiewaarden van deze fossiele brandstoffen is bovendien ook nog eens verschillend. Zo is er bijvoorbeeld laagcalorisch aardgas en hoogcalorisch aardgas. Energietransitie draait voor een groot deel om het afscheid nemen van de hiervoor genoemde energiebronnen en de omschakeling (transitie) naar duurzame energiebronnen zoals:

  • Aardwarmte
  • Zonne-energie
  • Windenergie
  • Energie uit waterkracht
  • Bio-energie

De hiervoor genoemde energiebronnen zullen een steeds groter aandeel krijgen in de energievoorziening van landen die zich hebben gecommitteerd aan internationale klimaatverdragen. Het voldoen aan de richtlijnen die zijn weergegeven in deze klimaatverdragen heeft vooral te maken met het beperken van de CO2 uitstoot. Juist de uitstoot van CO2 wordt tegengegaan omdat dit broeikasgas één belangrijke veroorzaker is van het broeikaseffect. Door hernieuwbare energiebronnen te gebruiken wordt de CO2 emissie beperkt maar door energiebesparing wordt ook automatisch de CO2 emissie gereduceerd. De ideale combinatie is dus een energietransitie in combinatie met energiebesparing.

Passiefhuis, nulwoning en energiebesparing
Dit is ook het geval bij de zogenaamde nulwoning en bij een passiefhuis. Een passiefhuis zal een groot deel van het jaar niet actief verwarmt hoeven te worden door energieverbruikende installaties maar kan passief worden verwarmd door bijvoorbeeld zonlicht. Een nulwoning is een woning die op jaarbasis de perfecte energiebalands heeft tussen het opwekken van energie en het energieverbruik van de woning zelf. Tegenwoordig hoor je steeds vaker dat bouwprojecten nulwoningen realiseren of dat men kiest voor de bouw van een passiefhuis. Een passiefhuis en een nulwoning is in feite de op dit moment meest perfecte vorm van energiebesparing.

Wat is een STEG of een STEG-centrale?

STEG is een afkorting die staat voor Stoom(turbine) en Gas(turbine) en wordt in de praktijk gebruikt als voorzetsel voor STEG-centrale waarmee duidelijk wordt dat er sprake is van een elektriciteitscentrale die draait op stoom en gas. In een stoom- en gascentrale oftewel STEG-centrale wordt gebruik gemaakt van twee turbines:

  • De eerste turbine is een gasturbine. Deze turbine wordt in beweging gebracht door de verbranding van aardgas of door de zogenaamde  vergassing van steenkool. Ook kan er gas ontstaan door vergassing van biomassa.
  • De tweede turbine van de STEG-centrale is de stoomturbine. Deze turbine wordt aangedreven door stoom. Dit is in feite water dat wordt verhit door de verbranding van de gassen van de gasturbine.

In de meeste STEG-centrales zitten de gasturbine en de stoomturbine aan dezelfde as bevestigd. Daardoor drijven ze dezelfde generator aan. Als dit het geval is dan noemt men dat singleshaftconfiguratie. Door de stoomturbine wordt vaak doormiddel een synchronous self-shifting koppeling het vermogen aan de generator geleverd. Er kan ook sprake zijn van een multishaftconfiguratie. In dat geval hebben de gasturbine(s) en de stoomturbine(s) elk een eigen generator.

Restwarmte benutten van de STEG-installatie
In de koude maanden van het jaar wordt bij sommige STEG-installaties ook de restwarmte benut. Tijdens het verstoken van de brandstoffen ontstaat naast druk ook warmte. De druk is belangrijk voor het in beweging brengen van de turbines maar de warmte kan ook gebruikt worden als energiebron. In dat geval kan men deze restwarmte distribueren. Men gaat doormiddel van warmtedistributie de warmte transporteren naar bijvoorbeeld woningen of kassen. Men heeft het dan ook wel over stadsverwarming of blokverwarming. Gebouwen die op stadswarmte aangesloten zijn hoeven in principe geen gebruik te maken van een cv-ketel en cv-installatie. Door gebruik te maken van warmtekrachtkoppelingen kan het rendement worden verhoogd tot boven de 80%.

STEG-centrales in Europa
In Europa worden niet veel nieuwe elektriciteitscentrales gebouwd vanwege de energietransitie. Deze energietransitie zorgt er voor dat de meeste landen er voor kiezen om windmolenparken aan te leggen. Als er toch elektriciteitscentrales worden gebouwd dan zijn dat meestal STEG-centrales. Deze centrales hebben naast een hoger rendement ook nog een aantal andere eigenschappen. Zo is de emissie van schadelijke stoffen bij STEG-centrales minder groot dan kolencentrales. STEG-centrales stoten minder rookgassen met koolstofdioxide, zwaveloxide, koolwaterstoffen en fijnstof dan kolencentrales. Ook kan een STEG-centrale effectiever worden ingezet als er plotseling een vraag ontstaat naar piekstroom. Doordat STEG-centrales ook kunnen draaien op vergassing van steenkool en biomassa kunnen deze centrales langer worden gebruikt dan centrales die draaien op de verbranding van steenkool en aardgas.  

Wat is energieneutraal?

Energieneutraal is de balans tussen het energieverbruik en de energieproductie van een gebouw. Deze korte definitie over energieneutraal heeft Pieter Geertsma van de website Technischwerken.nl geformuleerd. Er wordt veel geschreven over onderwerpen die te maken hebben met de verduurzaming van woningen en andere gebouwen. Daarbij komen regelmatig nieuwe populaire termen in teksten naar voren. Denk hierbij aan CO2 neutraal, energietransitie, klimaatneutraal en ook de term energieneutraal hoort in dit rijtje thuis. Gebouwen zijn in feite pas energieneutraal als er op jaarbasis netto geen energietoevoer nodig is van energiebronnen buiten de woning. Zo kan een energieneutrale woning wel elektriciteit afnemen van een energieleverancier maar zal deze woning ook zelf elektrische energie opwekken door bijvoorbeeld de installatie van zonnepanelen. Ook op dit gebied moet er sprake zijn van een balans om energieneutraal te zijn.

Omschrijving energieneutraal
In de definitie in de eerste alinea van deze tekst wordt duidelijk dat men bij energieneutraliteit kijkt naar de balans tussen het verbruik van energie en de hoeveelheid energie die wordt opgewekt. Wanneer een object installaties bevat ten behoeve van, verwarming, verlichting en voorzieningen dan zal het object energie verbruiken. Dit totale energieverbruik is afhankelijk van verschillende factoren. Zo kan men er voor kiezen om LED verlichting te gebruiken zodat er minder energie wordt verbruikt om het gebouw te verlichten.

Verder kan men een gebouw isoleren zodat er minder warmte verloren gaat. Ook kan men het rendement van verwarmingsinstallaties verhogen door gebruik te maken van warmtekrachtkoppelingen en andere systemen. Dit heeft allemaal invloed op het energieverbruik. Om te beoordelen of een complex energieneutraal is zal men ook moeten kijken naar de hoeveelheid energie die wordt opgewekt. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren doormiddel van zonnepanelen waarmee elektrische energie wordt opgewekt. Verder kan men voor de verwarming gebruik maken van pelletkachels en pelletketels die worden gestookt op biomassa.

Ook kan voor de klimaatbeheersing gebruik worden gemaakt van warmtepompen en warmte en koude opslag om de woning te koelen of te verwarmen. Deze systemen hebben te maken met het zelfstandig opwekken van energie. Echter kunnen utiliteitscomplexen en woningen ook aangesloten zijn op collectieve systemen voor het opwekken van energie zoals een zonneveld, windturbines, biogasinstallaties en stadsverwarming. Als er gebruik wordt gemaakt van stadsverwarming, blokverwarming en collectieve lokale energievoorzieningen dan spreekt men echter van een energieneutraal gebied of blok in plaats van een energieneutraal gebouw.

CO2 neutraal
Energieneutraal en CO2 neutraal worden in de praktijk vaak door elkaar heen gebruikt. Toch zijn deze termen geen synoniemen van elkaar en hebben ze dus niet dezelfde betekenis. Bij energieneutraal kijkt men namelijk naar het hoeveelheid energie die wordt opgewekt en verbruikt. Bij CO2 neutraal kijkt men naar de hoeveelheid CO2 die wordt uitgestoten. In theorie zou men bij een energieneutrale woning gebruik kunnen maken van een houtkachel, pelletkachel of pelletketel die wel degelijk CO2 uitstoot. Bij een CO2 neutrale woning zal men echter de focus leggen op de herkomst van de energie en de hoeveelheid CO2 die daar bij vrijkomt. Een houtkachel is dan niet een gewenste optie voor het verwarmen van een woning maar aardwarmte is wel geschikt.

Energieneutraal, CO2 neutraal en andere begrippen
Energieneutraal werd in de eerste alinea van deze tekst doormiddel van een definitie omschreven. Dat is niet voor niets want er zijn in de praktijk verschillende definities en manieren waarop de begrippen die met verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen worden uitgelegd. Dat zorgt voor verwarring. Er zijn ook mensen en organisaties die energieneutraal wonen koppelen aan duurzame energiebronnen waardoor energieneutraal lijkt op CO2 neutraal. Een woning is in die denkwijze energieneutraal wanneer de woning uitsluitend energie verbruikt uit hernieuwbare energiebronnen zoals zonlicht, windkracht en aardwarmte. Dit zijn energiebronnen waarbij geen CO2 emissie vrijkomt.

Energietransitie
Energietransitie is ook een begrip dat steeds meer wordt genoemd. Bij energietransitie heeft met het over de omschakeling van vervuilende, dikwijls fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen. Deze duurzame energiebronnen zijn dezelfde als de hernieuwbare energiebronnen die eerder zijn genoemd. Zonlicht, windkracht, aardwarmte zijn slechts een paar voorbeelden van hernieuwbare of duurzame energiebronnen. Ook waterkracht is een hernieuwbare energiebron. Hierbij maakt men gebruik van een groot rad waarvan de schoepen doormiddel van waterdruk in beweging worden gebracht.

Zijn pellets milieuvriendelijker dan andere brandstoffen?

Pelletkachels zijn populair. Steeds meer mensen overwegen om een pelletkachel te gebruiken als verwarmingsbron. Omdat pelletkachels nog niet echt ingeburgerd zijn als verwarmingssysteem stellen veel mensen vragen over deze nieuwe vorm van verwarming. Op internet zijn veel websites te vinden die het onderwerp pelletkachel behandelen. Naast pelletkachels heeft men het ook wel over pelletketels.

Pelletkachel of pelletketel
In feite is een pelletketel een biomassaketel die wordt gebruikt voor een centrale verwarmingsinstallatie. Daarom heeft men het ook wel over een pellet cv-ketel. Hierin worden houtpellets verstookt om vervolgens Cv-water te verwarmen. Dit water stroomt naar radiatoren in principe is dit hetzelfde systeem als een gasgestookte cv-installatie alleen wordt bij een pelletketel een ander type ketel gebruikt en een andere brandstof namelijk houtpellets. Pekketketels of biomassaketels worden naast verwarming ook wel gebruikt voor warm water. In dat geval spreekt men ook wel over een combisysteem.

Pelletkachels zijn het beste te vergelijken met houtkachels of een open haard. Dat komt omdat pelletkachels rechtstreeks warmte overbrengen op de omgeving net als een open haard. Wat hierbij opvalt is dat pelletkachels vooral efficiënt zijn in gebruik omdat het rendement zo hoog is van deze vorm van verwarming. Een hoog rendement zorgt er voor dat pelletkachels milieuvriendelijker zijn dan verschillende andere verwarmingsbronnen. Een pelletkachel is in ieder geval een stuk milieuvriendelijker dan een houtkachel of openhaard. Echter is een pelletkachel wel minder sfeervol.

Waarvan worden pellets gemaakt?
Pellets worden gemaakt van hout daarom noemt men pellets ook wel houtpellets. Deze houtpellets worden gemaakt van houtstof dat geproduceerd wordt van zogenaamde kaprijpe bomen. Wanneer kaprijpe bomen niet gekapt zouden worden maar gewoon in de natuur zouden blijven staan om weg te rotten zou er ook veel Koolstofdioxide uitgestoten worden. Dit komt omdat bij rottingsprocessen in de natuur ook een bepaalde hoeveelheid CO2 vrij komt. Volgens sommige berekeningen zou de CO2 die bij het rottingsproces vrijkomt gelijkwaardig zijn aan de CO2 die vrijkomt bij het verstoken van het hout in een houtkachel of openhaard.

Rendement van houtpellets
Het gaat natuurlijk om de warmte die vrijkomt bij het verstoken van hout. De verhouding tussen de hoeveelheid brandstof en de hoeveelheid warmte wordt ook wel rendement genoemd. Pelletmassa is hierbij een veel efficiëntere brandstof dan gewoon haardhout. Een pelletkachel of pelletketel zet ongeveer 85 procent van de energie uit hout om in warmte. Een open haard zet ongeveer 10 procent van de energie uit hout om in warmte.

Wat is CO2-afvang en CO2-opslag?

CO2-afvang en CO2-opslag is het afvangen, opvangen en opslaan van CO2 bij processen waarbij brandstoffen worden verbrand. Bij het verbranden van brandstoffen komt namelijk CO2 oftewel kooldioxidegas vrij. Dit koolstofdioxidegas of koolzuurgas draagt bij aan de opwarming van de waarde omdat het in de atmosfeer ophoopt waardoor het zonlicht er wel doorheen kan schijnen maar de warmte die weerkaatst wordt door de aarde niet wordt doorgelaten. Het opwarmen van de aarde zorgt voor allemaal klimaatproblemen waardoor men heeft gezocht naar oplossingen om het vrijkomen van CO2 in de atmosfeer te beperken. In eerste instantie probeert men de verbranding van fossiele brandstoffen te beperken maar als dat niet mogelijk is zal men de uitgestoten CO2 moeten afvangen uit de rook en zal men de CO2 moeten opslaan. Dit is dus CO2-afvang en CO2 opslag. Dit wordt internationaal afgekort met CCS dit staat voor carbon capture and storage.

CCS en verbranding van fossiele brandstoffen
CCS een verzameling van technieken waarmee men kan voorkomen dat CO2 in de atmosfeer terecht komt. Door CCS kan men het gebruik van fossiele brandstoffen bijna klimaatneutraal laten plaatsvinden. Uit de verbrandingsgassen wordt het broeikasgas CO2 afgevangen en opgeslagen in ondergrondse reservoirs. Door het opvangen van CO2 kan men schoner fossiele brandstoffen verbranden. Er komen tijdens de verbranding echter wel afvalgassen vrij die men niet doormiddel van CCS opvangt. Daar zitten ook gassen tussen die niet goed zijn voor de atmosfeer.

Waar past men CCS toe?
Als men het heeft over het CO2 afvang en CO2 opslag dan weet men nog niet precies welke techniek of welk systeem men hanteert voor het beperken van de CO2 emissie in de atmosfeer. CCS kan worden beschouwd als een verzamelnaam voor verschillende technieken voor het afvangen, het transporteren en het opslaan van CO2. Men past CCS in verschillende soorten industrie toe. Met name in de industrie wordt veel CO2 uitgestoten, daarom kan in industriële bedrijven CCS echt milieubesparend werken. Men past CCS onder andere in de staalproductie toe of in de productie van andere metalen en metaallegeringen. Ook bij de productie van kunstmest of cement past men CCS toe.

Momenteel wordt CCS nog niet op grote schaal toegepast in Nederland. in plaats daarvan worden onderdelen van CCS  op kleine schaal gebruikt. Complete CCS ketens worden nog niet toegepast. In het Rotterdam Opslag en Afvang Demonstratieproject werkt men er mee. Zo zijn er nog een aantal projecten waarbij men technieken in het kader van CO2 opvangen en opslaan toepast. Verschillende bedrijven en de overheid buigen zich over CCS en onderzoeken en evalueren of dit een probate oplossing is om de Nederlandse industrie (tijdelijk) te verduurzamen.

CCS is echter niet een structurele duurzame oplossing voor het beperken van CO2. In plaats daarvan wordt dit systeem gezien als een tussenoplossing. Men blijft immers schadelijke fossiele brandstoffen verbranden. In plaats dat men deze brandstoffen vervangt beperkt men met CCS de schadelijke effecten/ gevolgen van de verbranding van deze brandstoffen. Door de toepassing van CCS hoopt men tijd te winnen zodat men langer de mogelijkheden kan ontplooien voor echte duurzame energiebesparende en milieubesparende methoden om energie te winnen.

Wat is een koolstofmonoxidemelder of CO-melder?

Een koolstofmonoxidemelder is een detectiesysteem en alarmsysteem waarmee de aanwezigheid van koolmonoxide in een ruimte kan worden waargenomen en waarmee tevens een alarmsignaal wordt afgegeven als de stof gedetecteerd wordt. Een koolmonoxidemelder wordt ook wel een koolmonoxidemelder genoemd. Dit komt omdat de stof die door dit alarmsysteem wordt waargenomen zowel koolstofmonoxide als koolmonoxide wordt genoemd. Er zijn op de markt verschillende koolmonoxidemelders en koolstofmonoxidemelders beschikbaar. Er is echter veel discussie over de kwaliteit van deze melders. Als je van plan bent om een koolstofmonoxidemelder te kopen is het verstandig om je van te voren goed te informeren.

Wat is koolmonoxide of koolstofmonoxide?
Koolstofmonoxide is een giftig gas! Bij inademing van dit gas komt de stof in het bloed terecht en hecht zich vast aan het zuurstoftransport-eiwit hemoglobine in rode bloedcellen. Tijdens dit proces wordt het zuurstofgas (O2) verdrongen. Koolstofmonoxide heeft namelijk een 240 maal zo groot vermogen om zich vast te hechten aan hemoglobine dan zuurstof. Daardoor wordt zuurstof verdrongen in het bloed en zal men na korte duur overlijden bij inademing van koolmonoxide.

De brutoformule van koolstofmonoxide is CO. Koolstofmonoxide is een polaire anorganische verbinding van koolstof en zuurstof. Koolstofmonoxide ontstaat onder andere bij onvolledige verbranding van koolstof en andere fossiele brandstoffen zoals aardgas. Het is een kleurloze gasvormige stof en kan daardoor niet visueel worden waargenomen door een mens. Bovendien kan men koolmonoxide niet proeven en is deze stof reukloos waardoor de stof ook niet geroken kan worden. Mensen kunnen koolstofmonoxide dus niet waarnemen. Daarom is men afhankelijk van systemen die deze stof wel kunnen detecteren en melden zoals een koolmonoxidemelder.

Kolendamp
Koolmonoxide werd in het verleden ook wel kolendamp genoemd omdat men vroeger gebruik maakte van steenkool als brandstof voor de verwarming van huizen en andere gebouwen. Als men de rook van de verbrande kolen niet goed afvoert door bijvoorbeeld schoorstenen kan de rook en daarmee de koolmonoxide blijven hangen in de ruimte. Daardoor kunnen mensen blootgesteld worden aan koolmonoxide en dat is levensgevaarlijk! Vroeger stierven er mensen aan deze kolendamp doordat schoorstenen verstopt waren of slecht werden onderhouden. Ook bij de verbranding van aardgas in kachels en geisers kan koolmonoxide vrij komen. In slecht geventileerde ruimtes kan dit levensgevaarlijke situaties opleveren.

Koolstofmonoxidevergiftiging
Als men koolstofmonoxide via de luchtwegen binnenkrijgt loopt men ernstig gevaar. Zoals in een aantal alinea’s hiervoor is benoemd hecht koolstofmonoxide zich 240 keer beter aan hemoglobine dan zuurstof. Omdat hemoglobine een eiwit is dat zuurstof transporteert zullen de bloedbanen bij inademing van koolmonoxide steeds minder stuurstof kunnen transporteren. Zelfs bij een lage concentratie van koolstofmonoxide in de lucht kan er veel koolstofmonoxide in de bloedbanen terechtkomen. Er zullen dan zeer spoedig vergiftigingsverschijnselen optreden. Dit is de zogenaamde koolstofmonoxidevergiftiging. De eerste symptomen van koolstofmonoxidevergiftiging zijn hoofdpijn en duizeligheid. Ook zal men vermoeid worden en misselijk. Als men langer aan de stof koolmonoxide wordt blootgesteld zal het bloed te weinig zuurstof naar de hersenen kunnen transporteren. Daardoor krijgt men te maken met zuurstofgebrek in de hersenen. Dit zorgt er voor dat men bewusteloos raakt en uiteindelijk zal sterven. Dit proces kan echter zeer snel verlopen. Als men bijvoorbeeld slaapt in een ruimte waarin koolstofmonoxide aanwezig is kan men in zeer korte tijd komen te overlijden. Er zijn door de jaren heen veel van deze tragische ongevallen geweest in Nederland en andere landen. Vaak had dit te maken met te weinig ventilatie in een ruimte waarin een installatie stond die een fossiele brandstof verbrandde. Deze verbrandingsinstallatie kan bijvoorbeeld een cv-ketel, een kolenkachel of een geiser zijn. Daarom worden geisers en ketels regelmatig gecontroleerd.

Koolstofmonoxidevergiftiging voorkomen
Koolstofmonoxidevergiftiging kan men in de meeste gevallen voorkomen. Het voorkomen van koolstofmonoxidevergiftiging begint bij het veilig en vakkundig plaatsen van ketels en andere systemen waarbij verbranding optreed.

Ook moet men goed weten dat men geen vuur of verbranding laat plaatsvinden in een afgesloten ruimte. Brand veroorzaakt namelijk ook koolstofmonoxide. Daarom moet men als men een open haard gebruikt er voor zorgen dat de rook en andere zichtbare en onzichtbare (zoals koolstofmonoxide) gassen worden verwijderd. Dit kan door gebruik te maken van een goed ventilatiesysteem in combinatie met een schoorsteen. Een schoorsteen is een afvoerkanaal en moet voldoende ‘trek’ hebben. Dit houdt in dat het afvoerkanaal de rook en gassen moet wegtrekken naar buiten.

Immers bij verbranding van fossiele brandstoffen kan koolstofmonoxide vrij komen. Een ketel en andere aardgasinstallaties moeten door een ervaren installateur worden opgehangen. Deze monteurs werken bij gecertificeerde installatiebedrijven. Naast het plaatsen van deze installaties is het belangrijk dat de ketels regelmatig worden onderhouden en gecontroleerd. Het wordt aanbevolen om verbrandingstoestellen ieder jaar te laten controleren.

Ook door een goed onderhouden maar verkeerd gemonteerde cv ketel kan koolmonoxide in de ruimte worden uitgestoten. Daarom is het verstandig om bij elke cv ketel in ieder geval één koolmonoxidemelder te plaatsen. Dit moet ook bij andere mogelijke bronnen van koolmonoxide. Het is belangrijk dat men in dit proces wel de juiste volgorde hanteert. Men moet dus eerst zorgen voor een veilige installatie van verbrandingstoestellen en als extra veiligheidsmiddel koolstofmonoxidemelders plaatsen. Als men start men een onverantwoorde installatie van verbrandingstoestellen neemt men onaanvaardbare risico’s. Zelfs wanneer men koolstofmonoxidemelders zou plaatsen compenseert men daarmee niet de onveilige situatie die ontstaat door het aanbrengen van een onveilige verbrandingsinstallatie zoals een onjuist aangesloten cv-ketel of een slecht onderhouden cv-ketel.

Hoe werkt een koolstofmonoxidemelder?
Een koolstofmonoxidemelder is niet hetzelfde als een rookmelder. Een koolstofmonoxidemelder of co-melder meet de hoeveelheid koolstofmonoxide in de lucht en meet daarnaast de blootstellingsduur. Daarvoor is de co-melder uitgerust met een sensor die een speciale gel bevat. Deze gel bevat onder andere zwavelzuur als elektrolyt. Wanneer de sensor wordt blootgesteld aan hogere concentraties koolmonoxide dan ontstaat een chemische reactie. Een co-melder geeft een alarmsignaal (geluidssignaal) af wanneer het koolmonixideniveau bijna op een gevaarlijk niveau terecht komt. Veel co-melders geven eerst een zogenaamd vooralarm. Dit vooralarm zorgt er voor dat mensen de tijd hebben om zo snel mogelijk het huis te verlaten en baby’s, kinderen en mensen die slecht kunnen lopen te redden. Als de concentratie koolmonoxide blijft stijgen in de ruimte zal op een gegeven moment het hoofdalarm afgaan.

Waar koop je een koolstofmonoxidemelder?
Het aanschaffen van een koolstofmonoxidemelder dient weloverwogen te gebeuren. Er zijn veel ontwikkelingen op het gebied van alarmsystemen en detectiemiddelen. Op de website van www.technischwerken.nl kunnen we daarom niet ingaan op de vraag: “wat is de beste koolstofmonoxidemelder?”. Het antwoord op deze vraag is namelijk lastig te geven. Daarom is het belangrijk dat men een koolstofmonoxidemelder koopt bij een erkend bedrijf. Men dient een nieuwe melder te kopen en dient zich te houden aan de installatievoorschriften die zijn aangegeven op de verpakking van de melder. Er zijn verschillende merken en vormen die op internet worden besproken. Experts geven hun reactie op de kwaliteit van diverse koolstofmonoxidemelders. Deze reacties maken duidelijk wat de kwaliteit van de melders is. Het wordt aanbevolen om deze zogenaamde reviews of testresultaten te lezen. Uiteindelijk moet niet de prijs maar juist de kwaliteit de doorslaggevende factor zijn bij de keuze voor een koolstofmonoxidemelder.

Waar plaats je een koolstofmonoxidemelder?
De aanschaf van een kwalitatief goede koolstofmonoxidemelder is belangrijk maar men moet deze melder ook goed installeren. Daarvoor zijn een aantal tips. Hieronder staan een aantal tips over het plaatsen van een koolstofmonoxidemelder:

  • Plaats een koolstofmonoxidemelder in de buurt van elk verbrandingsapparaat zoals een cv-ketel of geiser.
  • De melder moet niet te dicht worden geplaatst in de buurt van kookapparatuur of een gootsteen.
  • Verder moet een koolstofmonoxidemelder in een stofvrije ruimte worden geplaatst.
  • Zorg er voor dat de ruimte rondom de koolstofmonoxidemelder vrij is. Er moet dus geen kast gordijn of ander object tegen of dicht bij de melder worden geplaatst.
  • Een koolstofmonoxidemelder is effectief bij een temperatuur die niet lager is dan -4,4 graden Celsius en hoger is dan 37,8 graden Celsius. De temperatuur in een ruimte moet daarom hier tussen liggen.
  • Plaats deze koolstofmonoxidemelder op ongeveer 1,5 meter hoogte.
  • Zorg er voor dat kinderen en huisdieren zoals honden en katten er niet aan kunnen komen.

Europees systeem voor emissiehandel (EU ETS)

Europese systeem voor emissiehandel is de benaming voor een groot systeem dat wordt gebruikt voor het verhandelen van emissierechten door bedrijven. het systeem wordt ook wel afgekort met EU ETS. Deze afkorting staat voor European Union Emissions Trading System. Het systeem is niet alleen het eerste systeem dat wordt gebruik voor het verhandelen van uitstootrechten van broeikasgassen ter wereld, het is ook nog het grootste systeem op dit gebied.

Waarom werd de EU ETS ingevoerd?
Het European Union Emissions Trading System werd ingevoerd in 2005 in de Europese Unie. Het doel van de wet is het beperken van de emissie van schadelijke stoffen door bedrijven zodat het aantal broeikasgassen kan worden beperkt. Het beperken van de broekkasgassen zou het broeikaseffect tegen moeten gaan en daarmee de opwarming van de aarde moeten beperken. Er is een groot aantal bedrijven dat onder dit systeem vallen. In 2013 waren dit meer dan 11.000 bedrijven waaronder fabrieken en elektriciteitscentrales die een netto warmteoverschot van 20 MW of meer hadden.

Al deze bedrijven waren verspreid over de 28 lidstaten van de Europese Unie en in Noorwegen , IJsland en Liechtenstein. De genoemde 11.000 bedrijven verbruikten met hun installaties voor ongeveer 50 procent van de CO2-emissies en ongeveer 40% van de totale broeikasgasemissie van de Europese Unie. Het European Union Emissions Trading System moest er voor zorgen dat met name deze vervuilende bedrijven minder schadelijke stoffen uitstoten.

Cap and trade systeem
Het European Union Emissions Trading System is een zogenoemd ‘cap and trade’ systeem. Dit houdt in dat voor bedrijven een maximale uitstoot van broeikasgassen wordt bepaald en vastgelegd. Een bedrijf kan rechten inkopen om CO2 uit te storen. Deze rechten kunnen worden verhandeld en geveild. De installaties van bedrijven moeten verplicht zijn uitgerust met apparatuur waarmee de CO2-emissies gemeten kunnen worden.

Het resultaat van deze metingen moet inzichtelijk worden gemaakt in rapportages. Op basis van deze rapportages kan men concluderen of een bedrijf voldoende emissierechten heeft ingekocht. Als een bedrijf te veel emissierechten heeft ingekocht ten opzichte van de daadwerkelijk geconstateerde CO2-emissie dan kan het overschot aan emissierechten worden verkocht aan andere bedrijven. Als een bedrijf meer CO2 uitstoot dan het rechten heeft, zal het bedrijf er rechten bij moeten kopen.

Marktwerking en beperking van CO2 emissie
Doordat bedrijven het teveel aan emissierechten kunnen verkopen in European Union Emissions Trading System worden bedrijven er toe aangezet om voorzieningen te treffen waarmee de CO2 uitstoot kan worden beperkt. Hoe minder CO2 wordt uitgestoten hoe meer emissierechten het bedrijf overhoudt. Deze rechten leveren geld op. Dat zorgt er voor dat de investeringen in het beperken van de CO2 uitstoot kunnen worden terugverdient en er bovendien nog winst gemaakt kan worden.

Er ontstaat een bepaalde marktwerking in emissierechten. Bedrijven zoeken naar goedkope en effectieve methoden om de CO2 uitstoot te reduceren. Voor de overheid is deze EU ETS methode een effectief middel om zonder veel overheidsinterventie bedrijven na te laten denken over processen die milieuvriendelijker en CO2 neutraler kunnen produceren.

Fases voor het Europees systeem voor emissiehandel
Het Europees systeem voor emissiehandel is in een aantal fases opgedeeld. In totaal zijn er vier verschillende fases. Deze fases zijn gebonden aan een aantal periodes.

  • De eerste fase van het systeem ging van kracht in 2005 toen het systeem werd ingevoerd. De eerste fase liep door tot en met 2007. Deze eerste fase was bedoelt als testfase voor het Europees systeem voor emissiehandel.
  • De tweede ging van kracht in 2008 en liep door tot en met het jaar 2012. Tijdens deze periode werd het Joint Implementation systeem ingevoerd en werd ook het Clean Development Mechanism toegevoegd.
  • De derde fase trad in werking na 2012 en loopt tot 2020. Het jaar 2020 is een belangrijk jaar omdat er dan sprake moet zijn 21% reductie van de uitstoot van broeikasgassen. In deze derde fase wordt de maximaal toegestane uitstoot onder het EU ETS per jaar met 1,74% worden afgebouwd.
  • De vierde fase treed in werking na 2020. Vanaf dat jaar moet de CO2 uitstoot nog sneller naar beneden gebracht worden. De maximale uitstoot van broeikasgassen onder het EU ETS wordt verlaagd met 2,2% per jaar.

Veranderingen in het EU ETS
Niet alleen in de eerste fase, oftewel de testfase van het EU ETS, is er veel veranderd aan dit systeem. De derde fase van het systeem liet bijvoorbeeld een grootschalige handel in emissierechten zien. Bijna alle emissierechten werden geveild en er werden bijna geen rechten weggegeven. Er is een ware handel ontstaan in emissierechten waardoor sommige bedrijven er zelfs op verdienen.

Op dinsdag 15 maart 2016 werd bekend gemaakt dat er grote vervuilende bedrijven zijn die verdienen aan de verkoop van een overschot aan emissierechten. Dit staat in een rapport van CE Delft. Dit rapport is in opdracht van de Britse lobbygroep Carbon Market Watch is gemaakt. De uitkomst van dit rapport zal waarschijnlijk een effect hebben op de verdere uitvoering van de wet en regelgeving omtrent het Europees systeem voor emissiehandel.

In de derde fase worden de regels beter geharmoniseerd. Daarnaast zijn in deze fase ook een aantal andere broeikasgassen toegevoegd die worden gemeten. Lachgas en fluorkoolstoffen zijn hiervan een paar voorbeelden.

In 2012 werd het Europees systeem voor emissiehandel ook toegepast in de luchtvaart. In de luchtvaart wordt namelijk ook veel CO2 uitgestoten door vliegtuigen. Het is goed mogelijk dat het Europees systeem voor emissiehandel in toekomst ook voor andere sectoren gaat gelden.

Wat is duurzaamheid?

Duurzaamheid is een term die men tegenwoordig veelvuldig voorbij ziet komen in het nieuws. Het is een breed begrip geworden waarbij men verschillende associaties heeft. Vaak denkt men bij het woord duurzaamheid aan milieu, maatschappij, ecologie en leefbaarheid. Het begrip duurzaamheid omvat echter veel meer dan de termen die hiervoor zijn benoemd. Zo kan het woord duurzaamheid ook worden gebruikt als men het heeft over producten en materialen die zeer slijtvast zijn.

Drie P’s
Het begrip duurzaamheid kan ook worden verklaard aan de hand van de theorie van de drie P’s.  Deze drie P’s staan voor: People (mensen), Profit (winst) en Planet (aarde). Deze drie P’s dienen met elkaar in evenwicht te zijn. In een duurzame wereld leven mensen en milieu met elkaar in harmonie en is er tevens winst te behalen voor ondernemingen zonder dat mens en milieu daarbij geschaad worden.

Evenwicht is belangrijk
De aarde biedt grondstoffen voor de mens en de mens kan deze grondstoffen omzetten in producten en daar winst uit behalen. Als de mensheid echter teveel grondstoffen van de aarde verlangd dan kan er een te kort aan grondstoffen ontstaan waardoor de mens in de problemen komt. Het milieu moet daarbij ook niet uit het oog worden verloren. De mens vormt onderdeel van het milieu en heeft daar invloed op. Het milieu oftewel de leefomgeving bestaat uit flora en fauna. Door een overschot aan afval wordt het milieu geschaad. Afval is meer dan alleen stoffelijk uitschot dat wordt gedumpt in het milieu. Emissie, dit is de uitstoot van schadelijke gassen, is ook afval. Het milieu en de atmosfeer kan een bepaalde hoeveelheid afvalstoffen verwerken.

CO2 reductie
Afvalstoffen zoals het broeikasgas CO2 zorgen bovendien voor een broeikaseffect. Daardoor heeft CO2 een dubbele schadelijke werking. Het zorgt voor de opwarming van de aarde en kan voor een onaangename atmosfeer zorgen waarbij ademhalen wordt bemoeilijkt. Bij duurzaamheid denkt men daarom in de praktijk ook vaak aan het reduceren van de emissie van CO2.

De kern van duurzaamheid
Als men duurzaamheid in de kern zou moeten samenvatten dan is alles wat met duurzaamheid te maken heeft gericht op het zo lang mogelijk gebruiken van de grondstoffen die op aarde aanwezig zijn en het veraangenamen van de leefomgeving van alles wat op aarde leeft. De mens kan dus niet meer consumeren dan de aarde kan bieden. De mens kan de aarde ook niet meer vervuilen dan de maximale vervuiling die de aarde kan afbreken.  Als de mensheid zich niet houdt aan deze ‘regels’ dan komt ze vroeg of laat in de problemen.

Definitie van duurzaamheid volgens Technisch Werken
Pieter Geertsma de schrijver van deze website (Technisch Werken) definieert duurzaamheid als volgt:

Het streven naar duurzaamheid is het geheel van inspanningen die worden verricht om de aarde en atmosfeer te beschermen tegen uitputting en vervuiling zonder dat men daarbij de hedendaagse behoeften en het economisch gewin uit het oog verliest. 

Wat is een afvalverbrandingsinstallatie (AVI)?

Een afvalverbrandingsinstallatie is, zoals de naam al doet vermoeden, een installatie die ontworpen en bestemd is voor het effectief verbanden van afval. Het verbranden van afval lijkt eenvoudiger dan het is. bij het verbanden van afval komen namelijk verschillende stoffen vrij, waaronder schadelijke stoffen. Deze stoffen kunnen schadelijk zijn voor het milieu indien deze in de atmosfeer worden uitgestoten. De schadelijke emissie door afvalverbrandingsinstallaties wordt beperkt door omvangrijke techniek die gericht is op het zuiveren van rookgas. Door de rookgaszuiveringen die plaats vinden in afvalverbrandingsinstallaties worden schadelijke zuren verwijdert uit de gassen die ontstaan gedurende het verbrandingsproces. Deze schadelijke stoffen zijn bijvoorbeeld:

  • stikstofoxides,
  • waterstofchloride,
  • waterstoffluoride,
  • zwavelzuur.

Ook zware metalen zoals bijvoorbeeld cadmium, kwik en lood kunnen in de emissie van afvalverbrandingsinstallaties voorkomen. Verder vormen ook organische stoffen zoals dioxines en onderdeel van de uitstoot van afvalverbrandingsinstallaties. Deze stoffen zijn allemaal in meer en mindere mate schadelijk voor de gezondheid van mensen en het milieu. Daarom tracht men de emissie van deze stoffen zoveel mogelijk te beperken.

Afvalverbrandingsinstallaties en milieu
Afvalverbrandingsinstallaties en het milieu vormen een interessant spanningsveld. Men tracht voor een zo goed mogelijke afstemming te zorgen tussen het verbranden van afval en het beperken van de schade voor het milieu. Afval is een verzamelnaam van bijproducten of producten die reeds zijn verbruikt en door de oorspronkelijke eigenaar zijn weggegooid. Afval bestaat uit verschillende grondstoffen. Tegenwoordig zamelt
men de veel afval gescheiden in zodat de grondstoffen kunnen worden hergebruikt of gerecycled. Door afval te hergebruiken en te recyclen wordt er minder afval verbrand waardoor er automatisch minder emissie ontstaat.

Ondanks deze milieuvriendelijker ontwikkelingen wordt er nog steeds afval verbrand. Ook bij het verbranden van afval kan men milieubesparend te werk gaan. Tijdens verbrandingsprocessen komt namelijk warmte vrij. Deze warmte kan worden gebruikt voor warmtedistributie of stadsverwarming. Daarnaast kan het worden toegepast in de industrie of voor het opwekken van elektriciteit. In de stad Amsterdam worden bijvoorbeeld de straatverlichting en de tram gevoed door elektriciteit dat opgewekt is uit restafval van de stad. Er zijn plannen om in de toekomst veel meer gebruik te gaan maken van de warmte die vrijkomt uit afvalverbrandingsinstallaties in Nederland en België.