Energiebesparing

Energiebesparing is het totaal van maatregelen waarmee het verbruik van energie uit energiebronnen wordt gereduceerd. Het hoeft hierbij niet beslist te gaan over het verminderen van het gebruik van energie uit (fossiele) brandstoffen. Energiebesparing is namelijk veel breder en omvat ook energiebesparende maatregelen waarbij er gebruik wordt gemaakt van duurzame, hernieuwbare energiebronnen zoals elektrische energie die wordt gewonnen uit zonnecellen in zonnepanelen of elektrische energie die is opgewekt uit windturbines.

Efficiënter omgaan met energie
Het besparen van energie kan voornamelijk worden gerealiseerd door energie effectiever te gebruiken en het rendement van energiebronnen te verhogen. Dit houdt in feite in dat men minder energie gaat gebruiken om dezelfde arbeid te verrichten. Als men efficiënter met energie omgaat zorgt dit er ook voor dat er meer met dezelfde hoeveelheid energie kan worden gedaan. Tegenwoordig hebben door energiebesparende maatregelen meerdere woningen voldoende aan een bepaalde hoeveelheid elektrische energie terwijl men met dezelfde hoeveelheid energie vroeger slechts één woning van voldoende elektrische energie kon voorzien.

Dit zorgt er ook voor dat energiebesparing voor een deel de energievraag compenseert die ontstaat door de bevolkingsgroei. Dat zorgt er vervolgens voor dat er ondanks een bevolkingsgroei nauwelijks meer vraag ontstaat naar energie. Meer mensen kunnen met dezelfde hoeveelheid energie in hun energiebehoefte worden voorzien. Efficiënter omgaan met energie zorgt er daardoor ook voor dat er geen of minder elektriciteitscentrales hoeven te worden en/of minder energie uit het buitenland moet worden geïmporteerd. Deze twee methoden om aan energie te komen staan beide ter discussie. Zo zorgt een toename in het aantal kolencentrales er voor dat er meer CO2 wordt uitgestoten en het importeren van energie uit het buitenland maakt een land als Nederland economisch en politiek afhankelijk van andere landen. Het besparen van energie voorkomt deze problemen grotendeels daarom is energiebesparing zo belangrijk.

Redenen voor energiebesparing
Hiervoor zijn al een aantal redenen genoemd voor het besparen van energie. Er zijn in de praktijk verschillende redenen die er voor zorgen dat overheden, bedrijven en burgers minder energie gaan gebruiken. We noemen een aantal belangrijke voorbeelden:

  • Bepaalde energiebronnen raken op zoals fossiele brandstoffen.
  • Het winnen en verbruiken van bepaalde energiebronnen heeft een schadelijk effect op de gezondheid. Denk hierbij aan de emissie van CO2 en andere schadelijke stoffen in de atmosfeer. Daardoor ontstaat niet alleen luchtvervuiling maar ook een broeikaseffect waardoor opwarming van de aarde ontstaat. Ook kan het winnen van energie geluidshinder veroorzaken.
  • Door het winnen van kolen en aardolie wordt ook de natuur schade toegebracht. Het delven van energiebronnen uit de aardbodem zorgt er voor dat landschappen veranderen en zorgt er bovendien voor dat er een verhoogd risico ontstaat op een natuurramp. Denk hierbij aan boorplatformen en olietankers die olie kunnen lekken op zee. Deze risico’s ontstaan dus nog voordat er daadwerkelijk energie wordt verbruikt. Overigens wordt bij het winnen van fossiele energie ook energie verbruikt. Denk hierbij aan het energieverbruik van boorinstallaties. Ook voor het transport van fossiele energiebronnen over land en over zee wordt energie verbruikt.
  • Energie en het winnen van energie kost geld en arbeid. Hoe meer energie verbruikt wordt hoe meer geld geïnvesteerd moet worden in het winnen van energie. Ook het opslaan van fossiele brandstoffen kost geld. Het transporteren van deze brandstoffen kost eveneens geld en tijd. Ook elektrische energie kost geld. Ook wanneer deze energie duurzaam gewonnen kan worden uit windkracht, waterkracht en zonlicht.

Energiebesparing heeft een positief effect op bovenstaande punten. Als men energie bespaard hoeft men minder energie te winnen en kan de schade aan het milieu worden beperkt. Ook zal de emissie van CO2 en andere schadelijke stoffen omlaag gaan. Verder zorgt energiebesparing er voor dat er minder geld hoeft geïnvesteerd te worden in het winnen, transporteren en opslaan van energie en energiebronnen. Verder zorgt een reductie in de vraag naar energie er voor dat men ook flexibeler is in de keuze voor de meest gewenste energiebronnen. Bij een grote vraag naar energie zullen bijvoorbeeld kolencentrales noodzakelijker zijn dan wanneer de vraag naar energie afneemt.

Energietransitie
De energietransitie speelt echter ook een rol als men het heeft over de herkomst van energie. Naast energiebesparing zal men in het kader van de energietransitie ook steeds vaker keuzes moeten maken tussen de energiebronnen. Er zal minder energie moeten gewonnen uit fossiele brandstoffen zoals bruinkool, steenkool, aardolie en aardgas. De energiewaarden van deze fossiele brandstoffen is bovendien ook nog eens verschillend. Zo is er bijvoorbeeld laagcalorisch aardgas en hoogcalorisch aardgas. Energietransitie draait voor een groot deel om het afscheid nemen van de hiervoor genoemde energiebronnen en de omschakeling (transitie) naar duurzame energiebronnen zoals:

  • Aardwarmte
  • Zonne-energie
  • Windenergie
  • Energie uit waterkracht
  • Bio-energie

De hiervoor genoemde energiebronnen zullen een steeds groter aandeel krijgen in de energievoorziening van landen die zich hebben gecommitteerd aan internationale klimaatverdragen. Het voldoen aan de richtlijnen die zijn weergegeven in deze klimaatverdragen heeft vooral te maken met het beperken van de CO2 uitstoot. Juist de uitstoot van CO2 wordt tegengegaan omdat dit broeikasgas één belangrijke veroorzaker is van het broeikaseffect. Door hernieuwbare energiebronnen te gebruiken wordt de CO2 emissie beperkt maar door energiebesparing wordt ook automatisch de CO2 emissie gereduceerd. De ideale combinatie is dus een energietransitie in combinatie met energiebesparing.

Passiefhuis, nulwoning en energiebesparing
Dit is ook het geval bij de zogenaamde nulwoning en bij een passiefhuis. Een passiefhuis zal een groot deel van het jaar niet actief verwarmt hoeven te worden door energieverbruikende installaties maar kan passief worden verwarmd door bijvoorbeeld zonlicht. Een nulwoning is een woning die op jaarbasis de perfecte energiebalands heeft tussen het opwekken van energie en het energieverbruik van de woning zelf. Tegenwoordig hoor je steeds vaker dat bouwprojecten nulwoningen realiseren of dat men kiest voor de bouw van een passiefhuis. Een passiefhuis en een nulwoning is in feite de op dit moment meest perfecte vorm van energiebesparing.

Energielabel A zorgt voor snelle verkoop woning

De woningverkoop in Nederland zit in de lift. Toch worden niet alle woningtypen even snel verkocht. Een ander belangrijk aspect is het energielabel. Woningen met energielabel A of B staan gemiddeld genomen korter te koop dan woningen met een minder zuinig energielabel. Gemiddeld zouden woningen met een energielabel A of B een maand minder te koop dan woningen met een energielabel C of hoger. Ook leveren energiezuinige woningen gemiddeld 6000 euro meer op wanneer ze worden verkocht. Dit komt naar voren uit een onderzoek dat is gedaan door de Tilburg University.

Onderzoek naar verband tussen energielabel en woningverkoop
De Tilburg University heeft haar resultaten gebaseerd op de transactiecijfers van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM). Ook werd er gebruik gemaakt van informatie over energielabels van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). In totaal werden door de onderzoekers 62.000 woningen bestudeerd. Deze woningen werden in de eerste zes maanden van 2017 verkocht. Ongeveer 32 procent van deze woningen was voorzien van een energielabel A of energielabel B. Daarnaast had ongeveer 15 procent van de woningen die verkocht werden in die periode een energielabel F of zelfs een G-label.

Ombouwen woning naar gunstig energielabel
De meeste nieuwbouwwoningen worden met een goed energielabel gebouwd. De bestaande woningvoorraad in Nederland wordt echter nog nauwelijks verduurzaamd. Dat beweert Dirk Brounen. Hij is Professor of Real Estate en hoofd van het onderzoek. Volgens hem zijn het vooral de kosten die er voor zorgen dat er weinig wordt verduurzaamd in Nederlandse woningen. Mensen kijken naar de kosten en de baten van het verduurzamen. Het is voor veel woningbezitters moeilijk om een inschatting te maken van de besparingen op de lange termijn als ze nu investeren in de verduurzaming van de woning. Daarnaast vertrouwen veel mensen er niet op dat de investeringen in de verduurzaming zich zullen terugverdienen. Dit zorgt er voor dat veel mensen aarzelen om een woning met een energielabel D of E om te bouwen tot een energielabel A of B woning.

Woonlasten verlagen
Het energiezuinig wonen is tegenwoordig een belangrijk item. Dit heeft echter niet alleen te maken met de wereldwijde bewustwording die mensen hebben op het gebied van milieu. Energielabels worden een belangrijke informatiebron voor potentiële kopers. Ze hopen namelijk op hun woonlasten te kunnen besparen. Marlon Mintjes van MilieuCentraal geeft ook aan dat een energielabel een belangrijke indicatie geeft van de energiezuinigheid van een woning. Een gunstig energielabel zorgt er voor dat mensen kunnen besparen op hun vaste lasten. De huizenprijzen gaan omhoog door de stijgende vraag naar woningen. dat zorgt er voor dat mensen meer moeten betalen voor de aanschaf van hun woning. Dit heeft tot gevolg dat de hypotheek ook hoger wordt en dat de woonlasten omhoog gaan hoewel de hypotheekrente nog laag is. Mensen proberen echter te bezuinigen op hun vaste lasten door energiezuinige woningen aan te schaffen. Dat stuwt de vraag naar woningen met een energielabel A of een energielabel B.

Waarop let een deskundige bij het uitgeven van een energielabel voor woningen?

Bovenstaande vraag is belangrijk wanneer men een woning gaat verkopen of verhuren. In Nederland is men namelijk verplicht om een energielabel aan te vragen bij de Rijksoverheid als een woning wordt verkocht of verhuurd. De koper of huurder krijgt doormiddel van een energielabel duidelijkheid over de energiezuinigheid van de desbetreffende woning. Deze informatie is belangrijk als men een goede keuze wil maken voor een woning waarvan de energielasten (gas en elektra) laag zijn.

Energiezuinigheid belangrijk
Bijna dagelijks zijn er berichten in het nieuws over energiezuinigheid, duurzaamheid en alle wetten en regels die daaraan verbonden zijn. Mensen en bedrijven zijn zich steeds meer bewust van de verantwoordelijkheid die ze dragen voor hun omgeving en het milieu. Daarnaast zijn mensen zich ook bewust van de financiële kosten die energieverspilling met zich meebrengt. Daarom willen veel mensen energiezuiniger leven. Kortom, ze willen efficiënter met energie omgaan. Het meeste energie verbruikt een mens echter in een woning door het verstoken van gas en het verbruik van elektriciteit. Het is daarom geen wonder dat men in woningen voortdurend nieuwe technieken toepast en verbouwingen uitvoert om de energiezuinigheid te bevorderen. Niet alle investeringen zijn echter even effectief daarom moet men voor de verbouwing veel informatie inwinnen over het effect van de verbouwing op de energielasten van de woning.

Waarop wordt gelet bij een energielabel voor woningen?
Een woningeigenaar kan via de Rijksoverheid digitaal een aanvraag doen voor een energielabel. Bij deze aanvraag dient men ook aan te geven welke deskundigen de controle mogen uitvoeren op de energiebesparende maatregelen en verbouwingen die in de woning zijn gedaan. De experts of deskundigen dienen zogenoemde ‘bewijzen’ te ontvangen van de energiebesparende maatregelen die in de woning zijn getroffen. Er kunnen maximaal 10 belangrijke maatregelen worden aangegeven door de indiener van de aanvraag voor een energielabel.

Op de volgende aspecten let de deskundige:

  • Leidingen en de isolatie van (verwarming) leidingen.
  • Luchtspouw tussen de muren.
  • CV-ketel (CR, VR, HR).
  • Isolatie van de vloer.
  • Isolatie van het dak.
  • Isolatie van de muren, gevel.
  • HR-beglazing (bijv. HR+-glas of HR++-glas).
  • WTW (warmtapwaterbereiding)
  • Warmtepomp.
  • Zonnepanelen.
  • Zonneboiler.
  • Kierdichtheid.
  • Type kozijnen.
  • Circulatieleiding
  • Rc-waarde, U-waarde, ZTA-waarde

Van al deze verschillende aspecten wordt een totaaloordeel gegeven. Dit totaaloordeel bepaald de aanduiding op het definitieve energielabel van de desbetreffende woning. De aanduiding van dit energielabel loopt op van A (het meest energiezuinig) tot G (het meest energieverslindend).

Aanvragen energielabel voor woning verplicht?

Energielabels zijn verplicht voor woningen die te koop of te huur worden aangeboden.  Aan het begin van 2015 hebben veel woningeigenaren van de Rijksoverheid een voorlopig energielabel ontvangen. Dit is een vrij algemeen energielabel dat onder andere gebaseerd is op het bouwjaar van de woning en het type woning. Het voorlopige energielabel was bedoeld om woningeigenaren te laten nadenken over de energiezuinigheid van de woning. De overheid hoopte met dit energielabel de woningeigenaren te stimuleren om meer investeringen te doen in de energiebesparing van hun woning. Hierbij kan men denken aan dubbele beglazing,  muurisolatie, dakisolatie,  zonnepanelen en andere voorzieningen die een woning energiezuiniger maken. Na het voorlopige energielabel werd het definitieve energielabel ingevoerd. Dit energielabel moet verplicht worden vertoond als men een woning te huur of te koop aanbiedt.

Definitief energielabel voor woningen

Een voorlopig energielabel zegt weinig over de specifieke energiezuinige of energieverslindende eigenschappen van een woning. Daarom moet iemand als hij van plan is om een woning te verkopen of te verhuren een definitief energielabel aanvragen. Het definitieve energielabel is verplicht voor woningen die verkocht of verhuurd worden. In het definieve energielabel zijn wel alle technische en bouwkundige voorzieningen opgenomen en daarom biedt het energielabel waardevolle informatie aan de potentiële kopers of potentiële huurders. Bovendien zorgt het verplichten van energielabels er voor dat woningeigenaren beter gaan nadenken over het bevorderen van de energiezuinigheid van de woning. Omdat mensen meer op het milieu en kostenbesparing letten is het vaak verstandig om te investeren in isolatie en zonnepanelen. Deze aanpassingen zorgen er namelijk voor dat woningen in gebruik minder kosten en minder miliebelastend zijn. Dat voelt voor potentiële kopers en huurders goed. Daarom is men vaak bereid om meer te betalen voor een woning in een zuinige energieklasse.

Hoe ziet een energielabel er uit?

Een energielabel is de uitkomst van de som van verschillende energiebesparende en energieverslindende aspecten van een woning. Deze uitkomst wordt in een letter en een kleur aangegeven. De meest energiezuinige woningen krijgen een letter ‘A’ en een donkergroene kleuraanduiding. De letter ‘A’ loopt op tot de letter ‘G’. De letter ‘G’ is donkerrood en staat voor de meest energieverslindende woning. Een verkoper dient een energielabel aan te vragen bij de Rijksoverheid die daarvoor een speciale website heeft gemaajt. Het aanvragen van een energielabel is verplicht maar kost maar een paar tientjes.

Wat is een WKO installatie of een KWO installatie?

Voor het verwarmen en koelen van gebouwen kan gebruik worden gemaakt van een WKO-installatie. De afkorting WKO staat voor warmte- en koudeopslag/  warmte-koudeopslag. Daarnaast wordt ook de afkorting KWO gebruikt, deze afkorting staat voor koude- en warmteopslag/ koude-warmteopslag. De afkortingen van deze installaties verschillen toch worden dezelfde installaties bedoelt. Deze installaties worden niet alleen gebruikt voor gebouwen. Tegenwoordig past men WKO-installaties ook toe in de tuinbouw.

Grondwater en WKO-installatie
Een WKO-installatie zorgt er voor dat warmte en koude opgeslagen kunnen worden. Hiervoor gebruikt men het grondwater in de watervoerende lagen van de bodem in de buurt van een gebouw. In de zomer haalt men het koude water uit de aardbodem om de vertrekken van een gebouw te koelen. Het koelen van het een gebouw doormiddel van grondwater kan direct plaatsvinden. Het water wordt in de zomer in de vertrekken van het gebouw langzamerhand warmer door de temperatuur in de vertrekken. Dit verwarmde water wordt vervolgens weer in de bodem gepompt. Het water blijft in de bodem zitten tot de winter.

In de winter wordt het warmere grondwater gebruikt door de WKO-installatie gebruikt voor  het verwarmen van het gebouw. Hierbij is een warmtepomp aangesloten op de bron. Het water uit de grond is meestal niet direct op de gewenste temperatuur en zal daarom extra verwarmd moeten worden. Desondanks zorgt het relatief warme grondwater er voor dat en minder energie nodig is om het grondwater op de gewenste temperatuur te brengen voor de verwarmingsinstallatie.

Energiebesparing doormiddel van WKO en KWO installatie
Het gebruik van warm grondwater voor het verwarmen van gebouwen in de winter zorgt voor een energiebesparing van 40 tot 50 procent. De energiebesparing die kan worden gerealiseerd door koel grondwater te gebruiken voor de koelinstallatie in de zomer is nog groter. Deze energiebesparing kan wel op lopen tot 95 procent. De daadwerkelijke energiebesparing die kan worden behaald is van verschillende factoren afhankelijk. Dit heeft onder andere te maken met de geologie van het gebied waar ondergrondse energieopslag wordt toegepast. De doorlatendheid en de dikte van watervoerende pakketten komen hierbij aan de orde. Het is alleen mogelijk om water uit zandpakketten te halen. Per kubieke meter zand kan een ongeveer 30-35% water worden opgenomen. In sommige gebieden zijn dikke zandpakketten aanwezig die grote korrels bevatten. Dit is een zeer gunstige bodemsamenstelling voor een KWO-systeem. Een KWO-systeem zal in die situatie veel rendement opbrengen. Dunne zandpakketten kunnen weinig water opnemen. Hierdoor zijn KWO-systemen minder rendabel en daarnaast is het terugverdienmodel ongunstig.

Koude-warmteopslag in ondergrondse buffers
Koude-warmteopslag kan worden gedaan in watervoerende lagen maar het is ook mogelijk om gebruik te maken van buffers die in de grond zijn aangebracht. Deze ondergrondse buffers zijn zeer groot en over het algemeen vijf meter diep. De ondergrondse buffers zijn bekleed met folie en daarnaast afgedekt met een isolerend sandwichpaneel. Aan de onderkant en bovenkant van de buffer is een sproeibuis geplaats. Deze wordt gebruikt om water zonder turbulentie in te brengen.

Verschil geothermie en koude-warmteopslag
Er is een belangrijk verschil tussen koude-warmteopslag en geothermie. Bij geothermie wordt gebruik gemaakt van de warmte die in de aardbodem aanwezig. Geothermie is in feite het temperatuurverschil tussen de temperatuur van het aardoppervlak en de aardlagen die onder de oppervlakte aanwezig zijn.   Deze aardwarmte wordt gebruikt om water te verwarmen. Dit door de aarde verwarmde water zorgt er voor dat er een energiebesparing kan worden gerealiseerd.

Bij koude-warmteopslag wordt water in de bodem opgeslagen. Het koude water wordt direct gebruikt en het warme water wordt meestal extra verwarmt. Het water wordt bij koude-warmteopslag dus niet door de aardbodem verwarmd. De opslagbuffer is zelfs voorzien van extra isolatie.

Er bij beide energiebesparende systemen gebruik gemaakt van warmtepompen. Er wordt bij een KWO-installatie gebruik gemaakt van een warmtepomp deze nemen bij een lage temperatuur warmte op. Bij een hoge temperatuur geeft een warmtepomp weer warmte af. Bij geothermie maakt men gebruik van een elektrisch aangedreven geothermische warmtepomp.

Wat is een gebouwbeheersysteem GBS en waarvoor wordt dit systeem gebruikt?

Een gebouwbeheersysteem is een systeem waarmee verschillende installaties van een gebouw worden aangestuurd. Het gaat hierbij vooral om werktuigbouwkundige installaties en elektrische installaties. Deze installaties worden ook wel E&W installaties genoemd. Een gebouwbeheersysteem wordt tegenwoordig veel toegepast in utiliteit. Het systeem wordt afgekort met de volgende afkorting: GBS. Een GBS bestaat uit één of enkele programmable logic controllers oftewel PLC’s. Deze staan in verbinding met een computersysteem. Hierdoor kunnen de aanwezige installaties van een gebouw worden aangestuurd en op elkaar worden afgestemd. Daarvoor wisselen de installaties gegevens met elkaar uit via het centrale computersysteem. Dit computersysteem wordt ook wel de beheercomputer genoemd en zorgt voor de centrale aansturing van alle installaties. Het is echter ook technisch mogelijk om een GBS op lokaal niveau aan te sturen. Hiervoor moet een verbinding worden gemaakt tussen het regelsysteem en de beheercomputer. Deze toepassing vind onder andere plaats in complexe installaties waarin meerdere regelsystemen aanwezig zijn.

Voordelen van een gebouwbeheersysteem
Een gebouwbeheersysteem dat goed is aangelegd en juist wordt behandeld heeft grote voordelen. Met een GBS kan veel energie worden bespaard voor de eigenaren of gebruikers van een gebouw. Dit is belangrijk want de energiekosten vormen voor een bedrijf belangrijke vaste lasten. Wanneer deze structureel kunnen worden verlaagd zorgt dit voor een structurele besparing. Daarnaast wordt er vanuit de overheid druk uitgeoefend op bedrijven om de energiekosten terug te dringen. Bedrijven krijgen ook vanuit de maatschappij te horen dat ze milieuverantwoord moeten ondernemen. Dit alles heeft invloed op bedrijven en de keuzes die ze maken met betrekking tot investeringen. Een GBS verdient zichzelf uiteindelijk ruimschoots terug. Het is hierbij vooral van belang dat het systeem zo is ingeregeld dat de juiste temperatuur en de juiste elektrische voorzieningen worden geboden op het gewenste moment. De besparing vind vooral plaats wanneer het systeem bepaalde voorzieningen uitschakelt of op een lagere temperatuur zet wanneer het gebouw niet in gebruik is. Na sluitingstijd of wanneer slechts enkele vertrekken van een gebouw worden gebruikt kan een GBS zo worden ingeregeld dat de ruimten die niet benut worden ook niet worden verwarmd en verlicht.

Andere voordelen van een gebouwbeheersysteem
Naast energiebesparing zijn er ook andere voordelen aan een geautomatiseerd systeem om de installaties van een gebouw te beheren. De leveranciers van gebouwbeheersystemen geven aan dat het leefklimaat van een gebouw aanzienlijk gezonder en behaaglijker zal worden wanneer geïnvesteerd is in een GBS. Een gebouwbeheersysteem is daarnaast eenvoudig in gebruik wanneer het systeem door technici goed is aangebracht. Via panelen kan de temperatuur worden afgelezen. Ook andere data kan worden afgelezen. Gebouwbeheersystemen worden echter niet alleen gebruikt voor het regelen van de temperatuur of verlichting.

Waarvoor kan een gebouwbeheersysteem worden gebruikt?
Een gebouwbeheersysteem beheert verschillende installaties van een gebouw. De installatie van een gebouw zijn echter zeer divers. Naast verwarming en verlichting kunnen in een gebouw nog verschillende andere installaties aanwezig zijn. Hierbij kan gedacht worden aan beveiligingssystemen tegen inbraak. Het openen en sluiten van deuren en ramen kan daardoor elektronisch worden geregeld.

HVAC-systemen
HVAC-systemen kunnen ook worden aangestuurd door een gebouwbeheersysteem. Een HVAC-systeem regelt zowel de warmte, de ventilatie als de verkoeling van lucht. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van luchtbehandelingskasten. Deze kasten worden ook wel LBK genoemd en worden geplaatst in grote bedrijfspanden en luxe grote woningen.

Brandbeveiligingsinstallaties en ontruimingsinstallaties
Ook systemen voor brandbeveiliging kunnen aan een GBS worden gekoppeld. Naast deze brandmeldinstallaties kunnen er ook blussystemen en sprinklerinstallaties gekoppeld worden aan het GBS. Voor het ontruimen van een gebouw kan gebruik worden gemaakt van ontruimingsinstallaties. Zelfs sanitaire installaties kunnen verbonden zijn aan een GBS. Vrijwel alles met betrekking tot de veiligheid, registratie en het binnenklimaat van een gebouw kan doormiddel van een GBS worden aangestuurd.

Het rendement van een gebouwbeheersysteem
Een gebouwbeheersysteem vergt natuurlijk een investering. Deze investering moet worden terugverdient. Doordat het systeem verbonden is aan verschillende installaties die gebruik maken van elektriciteit en gas kan een GBS goed registreren hoeveel energie er wordt verbruikt. Deze gegevens kunnen uit het systeem worden gehaald. Zo kan inzichtelijk worden gemaakt wat het rendement is van het gebouwbeheersysteem en of dat resultaat aan de verwachtingen voldoet. Er kan dan gebruik worden gemaakt van een gebouwmanagementsysteem dit systeem wordt ook wel afgekort met GMS. Hieruit kunnen zelfs grafieken van bepaalde metingen worden gehaald om te kijken wanneer het energieverbruik hoog of juist heel laag was. Dit kan per installatiedeel inzichtelijk worden gemaakt.

NHL cursus: Hoe verduurzaam ik mijn woning

De Noordelijke Hogeschool Leeuwarden heeft een nieuwe cursus ontwikkeld over duurzaamheid. In de media is in toenemende mate aandacht voor duurzaamheid en energie besparing. Door de cursus hoopt de NHL geïnteresseerden kennis te vertrekken waarmee ze energie kunnen besparen en zodoende hun woonlasten kunnen verlagen. De cursus bestaat uit vijf avonden. Deze avonden worden gevuld met kennisoverdracht door docenten. Ook gastsprekers zullen deelnemen aan deze informatieve bijeenkomsten.

Onderdelen van de NHL duurzaamheidscursus
Er wordt onder andere aandacht besteed aan bouwmaterialen en constructies. Ook wordt gekeken naar warmte en isolatiemogelijkheden voor een woning. Aan de hand van rekenmodellen kunnen besparingen in kaart worden gebracht. Je hoeft geen vooropleiding voor deze cursus te hebben gehad. Als je interesse hebt in het duurzaam renoveren van woningen kun je contact opnemen met de NHL. Op de website van deze Hogeschool is een apart onderdeel gewijd aan duurzame woning.