Wat is een Nul-op-de-Meter woning?

Een Nul-op-de-Meter woning is een woning die op het gebied van energieverbruik en duurzame energiewinning precies in balans is op jaarbasis. Een Nul-op-de-Meter woning wordt ook wel afgekort met een NOM. Net als een balanswoning, nulwoning of energieneutrale woning is ook een Nul-op-de-Meter woning een term die wordt gebruikt om de duurzaamheid van de woning op energiegebied aan te tonen.

Er wordt een berekening gemaakt waarmee inzichtelijk wordt gemaakt of een woning daadwerkelijk een nul op de meter heeft op jaarbasis. Er zullen namelijk momenten zijn waarin woning meer energie verbruikt bijvoorbeeld in de winter als het stevig vriest. Wanneer in de zomer veel zonuren worden gemaakt kunnen zonnepanelen echter veel elektrische energie opwekken. Dat kan voor een deel de verloren energie in de winter compenseren. Een Nul-op-de-Meter woning wordt daarom in de praktijk vaak voorzien van zonnepanelen in combinatie met warmtepompen en andere voorzieningen waarmee energie kan worden opgewekt. Bij de berekening worden al deze duurzame energiebronnen en hun opbrengsten opgeteld. Daarbij wordt ook de duurzame energie opgeteld die buiten het gebouw op een duurzame wijze wordt gewonnen en geleverd aan het gebouw.

Van al deze energiebronnen wordt een totale energielevering berekend. Daar wordt het verbruik van de woning afgetrokken. Dit verbruik is het gebouwgebonden plus gebruikersgebonden energieverbruik. Ook het gebruikersverbonden energieverbruik is belangrijk. Dit verschilt echter per huishouding daarom wordt gebruik gemaakt van een gemiddelde. Dit gemiddelde is vastgelegd in Nederlandse normen. Als men bij de berekening van het energieverbruik en het totaal aan hernieuwbare energie dat de woning ontvangt op gemiddeld nul uitkomt kan men spreken van een Nul-op-de-Meter woning. Dit is in feite het antwoord op de vraag: hoeveel hernieuwbare energie gaat er de woning in en hoeveel energie wordt er verbruikt? Een Nul-op-de-Meter woning is een huis dat evenveel of meer energie opwekt dan de woning nodig heeft voor het huishouden en het huis zelf. Er zijn verschillende producten in de maatschappij die gericht zijn op Nul-op-de-Meter woningen. Zo zijn er ook Nul-op-de-Meter hypotheken.

Wat is een tiny house?

Een tiny house is een compact en klein huis dan geschikt is voor een minimalistische en milieuvriendelijke levensstijl. Een tiny house staat daarmee haaks op consumentisme en kapitalisme. Het principe van ‘tiny house’ is echter ontstaan in een land waar consumentisme en kapitalisme juist door veel mensen worden nagestreefd, namelijk in Amerika. Geheel tegen de heersende opvattingen over het verdienen van veel geld en het wonen in een groot huis met een grote auto is in Amerika de “Tiny House movement” ontstaan. Het concept waarop een tiny house is gebaseerd is niet expliciet beschreven. In plaats daarvan gaat het meer om een manier van leven of een filosofie.

Tiny house is een klein huis
Letterlijk betekent een tiny house niet meer dan een klein huis. Een tiny house is dan ook echt klein. Zo heeft een tiny house een woonoppervlak van maximaal 50 vierkante meter. Het is echter geen caravan maar echt een huis dat op een innovatieve manier is gebouwd. Een tiny huis heb je in verschillende soorten het meest ideale concept is een zelfvoorzienend huisje dat klimaatneutraal en CO2 neutraal is. Men kan hierbij de principes van een nulwoning en een passiefhuis in gedachten nemen.

Een tiny house wordt meestal gebouwd van natuurlijke materialen of materialen die op een ecologisch verantwoorde wijze zijn verkregen. Hierbij kan men denken aan hout, riet en kurk. Hoewel een tiny house klein is wordt er wel zorg besteed aan de architectuur en vormgeving. Misschien is de vormgeving juist extra belangrijk want door alles praktisch in te delen kan veel ruimte worden bespaard. Een tiny huis is niet alleen bedoelt om in te slapen het is een huis waar men daadwerkelijk in leeft.

Tiny house, natuur en milieu
Een tiny house wordt zo gemaakt en zo bewoond dat de mens een zo klein mogelijke belasting vormt voor haar omgeving. Dat houdt in dat een tiny house meestal in een natuurlijke omgeving wordt geplaatst. Omdat een tiny house over het algemeen niet uit steen en andere zware materialen bestaat hoeft men ook geen zware fundering aan te brengen. Een tiny house kan op palen staan maar ook op wielen of trailers zodat de kleine woning makkelijk verplaatst kan worden. Op die manier kan men ook flexibele en onafhankelijk wonen.

Voordelen en nadelen van een tiny house
Een tiny house is klein maar kost daarom ook weinig. Omdat deze kleine huizen idealiter zelfvoorzienend zijn wordt ook op de vaste lasten bespaard. Het wonen in een tiny house is daardoor financieel aantrekkelijk. Ook voor je eigen gevoel kan het wonen in een dergelijke compacte en klimaatneutrale woning interessant zijn. Een tiny house dwingt je echter wel om keuzes te maken. Je kunt niet heel veel materiaal opslaan in een tiny house. De opbergruimte is in deze huisjes veel te gering. Ook met betrekking tot kleding, schoenen, borden, bestek, gereedschappen en materialen die je dagelijks nodig hebt zal je keuzes moeten maken. Wanneer je in je eentje in een tiny house woont is dat op zich wel te regelen maar wanneer je met meerdere mensen in een tiny house woont moet je goede afspraken maken.

Zelfvoorzienend en energieneutraal

Een tiny house is meestal zelfvoorzienend of grotendeels zelfvoorzienend. Dat moet ook wel want een tiny house is meestal niet aangesloten op het aardgasnet. Daarnaast is een tiny house vaak ook niet aangesloten op waterleidingen en het elektriciteitsnet. Dat vereist een grote mate van creativiteit en technisch inzicht van de bewoner. Er kunnen verschillende technische voorzieningen worden aangebracht om het tinyhouse energieneutraal te maken. Daarbij zijn zonnepanelen en zonnekegels een oplossing. Ook warmtepompen zijn een mogelijke oplossing. Soms wordt ook gebruik gemaakt van pelletkachels en pelletketels om het tiny house te verwarmen. Voor de afvoer van het rioolwater moet men ook aparte voorzieningen treffen.

Tiny house in Nederland
In Nederland is het concept Tiny House nog niet goed ingeburgerd. Het is een nieuwe manier van wonen waarop de wet- en regelgeving nog niet is aanpast. Zo zijn tiny houses in Nederland nog niet wettelijk erkend. In plaats daarvan worden deze kleine huisjes als recreatiewoningen beschouwd en dat zorgt er voor dat men een tiny house in Nederland niet een heel jaar mag bewonen. Toch kan ook de Nederlandse overheid de innovatie niet tegen gaan. U
iteindelijk zal ook de overheid goed moeten nadenken over wetten en regels voor tiny houses. De ontwikkeling van deze woningen loopt namelijk parallel met de innovaties die plaatsvinden in het kader van duurzaam, CO2 neutraal en klimaatneutraal wonen. Innovaties die worden toegepast in een nulwoning en passiefhuis worden ook dikwijls op kleine schaal toegepast in een tiny house. Daarom zullen er ook meer regels moeten ontwikkeld waardoor het bouwen en wonen in een tiny house toch mogelijk is in Nederland.

Wat is een energieverbruiksmanager?

Een energieverbruiksmanager is een apparaat of een applicatie (app) waarmee men op een display of digitaal op een smartphone, tablet of pc inzicht kan krijgen in het energieverbruik van een gebouw en de daarin aanwezige energieverbruikende apparaten en installaties. Met een energieverbruiksmanager kan men informatie inwinnen over het energieverbruik. Dit systeem is meestal gekoppeld aan een slimme meter of staat hiermee in contact. De meetgegevens van de slimme meter worden in de energieverbruiksmanager gevisualiseerd aan de gebruiker. De meterstanden die door de slimme meter worden geregistreerd worden vertaald in grafieken en tabellen. Dat maakt het voor mensen mogelijk om inzicht te krijgen in de momenten waarop veel of juist weinig energie wordt verbruikt in een bepaald gebouw.

Energieverbruik managen
Energieverbruiksmanagers zijn er in verschillende soorten. Zo zijn er fysieke kastjes maar er zijn ook digitale energieverbruiksmanagers zoals de eerder genoemde app of de programma’s die men kan bekijken op een tablet of op een pc. De programma’s kunnen heel uitgebreid zijn. Zo kan men in tabellen en grafieken een duidelijk beeld krijgen van het energieverbruik. Dit energieverbruik kan men dikwijls ook vergelijken met verschillende periodes die zijn geweest. Men kan het energieverbruik per dag inzichtelijk krijgen. Sommige dagen maakt men meer gebruik van bepaalde energieverslindende apparaten en dat heeft een effect op de meetresultaten die worden gemeten door de slimme meter. Deze meetgegevens worden vervolgens weer doorgestuurd naar de energieverbruiksmanager.

Op die manier kan men meer inzicht krijgen in het energieverbruik en kan met het energieverbruik ook gaan managen. Men kan dan namelijk bepalen welke apparaten veel of weinig energie verbruiken. Indien mogelijk kan men de installaties en apparaten die veel energie verbruiken gaan vervangen voor energiezuinige varianten. Op die manier kan men een woning meer klimaatneutraal of CO2 neutraal maken en bovendien besparen op de energielasten.

Slimme meter of energieverbruiksmanager?
Uit de alinea’s hiervoor komt al een beetje naar voren dat een slimme meter en een energieverbruiksmanager twee verschillende apparaten of systemen zijn. Dat is in de praktijk ook zo. Een slimme meter is altijd een fysiek meetinstrument dat dikwijls in de meterkast is geplaatst. Een slimme meter meet het gasverbruik en het elektriciteitsverbruik. Deze meetgegevens zijn in principe voldoende om aan een energieleverancier door te geven. Een slimme meter wordt ook gebruikt om te meten hoeveel energie wordt teruggeleverd op het elektriciteitsnet.

Alleen meetgegevens maken geen tendens inzichtelijk met betrekking tot het energieverbruik. Men kan dus met een slimme meter niet goed inzichtelijk krijgen in welke periode pieken en dalen in het energieverbruik zijn gemeten en welke ontwikkelingen hierin zijn geweest. Dergelijke ontwikkelingen kan men wel inzichtelijk krijgen met een energieverbruiksmanager. Een energieverbruiksmanager staat wel in contact met de slimme meter. Dat is noodzakelijk want de energieverbruiksmanager meet zelf het energieverbruik niet. Het apparaat of de app wordt alleen gebruikt voor het inzichtelijk maken van gegevens.

Wat is een slimme meter?

Een slimme meter is een digitale energiemeter waarmee kan worden bijgehouden hoeveel elektrische stroom of gas is verbruikt. De slimme meter is daardoor een nieuwe soort gasmeter en elektriciteitsmeter in één. Slimme meters zijn geschikt voor het registreren van een zogenaamd dubbeltarief. Daarnaast is een slimme meter ook uitgerust met speciale technologie waardoor deze meterstanden op een afstand kan doorsturen. Deze meters worden ook gebruikt om bij te houden hoeveel elektrische energie wordt terug geleverd op het energienet. Deze terug levering van elektrische energie vindt plaats bij woningen met zonnepanelen of andere systemen waarmee elektrische energie kan worden opgewekt.

Slimme meter is niet slim
Een slimme meter is niet slim in de letterlijke zin. Dit houdt in dat deze meters niet voorzien zijn van hoogwaardige kunstmatige intelligentie. In plaats daarvan is een slimme meter meer een meetinstrument voor de energiesector. Slimme meters zijn echter wel uitgerust met een geheugen waarmee ze het energieverbruik van een gebouw digitaal kunnen opslaan. Dit geheugen is geplaatst in de elektriciteitsmeter. In deze meter worden de elektriciteitsmeterstanden én gasmetersstanden opgeslagen. Dit betekent dat de gasmeter is verbonden met de elektriciteitsmeter.

Naast deze mogelijkheid om gegevens op te slaan is deze energiemeter ook een communicatiesysteem omdat hiermee de meterstanden automatisch naar een energieleverancier kunnen worden gestuurd. Woningeigenaren kunnen echter ook zelf hun energieverbruik doormiddel van een slimme meter in kaart brengen. Daarvoor moet men echter wel een zogenaamde slimme thermostaat met display hebben, een energieverbruiksmanager of een speciale energieverbruik-app.

Dubbeltarief
Zoals hiervoor genoemd kunnen slimme meters worden gebruikt voor de registratie van een enkeltarief en een dubbeltarief. Bij een dubbeltarief is er sprake van een piek en een dal in de tariefopname. Dit is meestal gekoppeld aan een lager tarief gedurende de nacht en een hoger tarief gedurende de dag. Het wordt ook wel een hoog-laag tarief genoemd. De energieleverancier brengt dan twee verschillende tarieven in rekening bij de energieafnemer. Een slimme meter maakt deze gegevens inzichtelijk voor de energiegebruiker en is daardoor een interessant meetinstrument.

Energie terugleveren
Het terugleveren van energie op het energienet wordt een steeds belangrijker onderwerp in de energiesector. Er worden in Nederland steeds meer energiezuinig en CO2 neutrale woningen gebouwd. Hierbij kun je denken aan het type nulwoning of een passiefhuis. Deze woningen gebruiken een groot deel van het jaar niet of nauwelijks energie en kunnen daarom in bijvoorbeeld hele zonnige periodes meer zonne-energie opwekken dan nodig is voor het energieverbruik van de woning. Dit overschot aan energie kan worden teruggeleverd aan het energienet. Niet alleen een passiefhuis of nulwoning kan een energieoverschot hebben.

Ook andere woningen en utiliteit kunnen terugleveren op het energienet. Een slimme meter is daarbij een handig instrument waarmee de teruglevering van energie inzichtelijk wordt gemaakt. Het is belangrijk dat de slimme meter goed werkt omdat energie geld kost en geld oplevert. Door gebruik te maken van een slimme meter kan de energieleverancier zien hoeveel energie daadwerkelijk is afgenomen. Daarvoor kan de energieleverancier de hoeveelheid afgenomen energie in mindering brengen op de hoeveelheid geleverde energie. In de meeste gevallen zal men meer energie afnemen dan terugleveren maar bij een nulwoning of passiefhuis is dat niet altijd het geval.

Energieverbruiksmanager
Het meten van de energieafname is slechts één aspect van energiemanagement. Iemand die echt goed inzicht wil krijgen in het energieverbruik van een gebouw of woning zal een energieverbruiksmanager moeten aanschaffen. Een energieverbruiksmanager geeft inzage in het energieverbruik. Een energieverbruiksmanager bestaat meestal uit een los kastje dat wordt aangesloten op de elektriciteitsmeter en zorgt voor meer informatie over het daadwerkelijke gebruik van gas en elektriciteit. De aansluiting van de energieverbruiksmanager kan rechtstreeks worden gedaan. Dan blijven de gegevens binnen de woning. Voor een dergelijke aansluiting kan men gebruik maken van de zogenaamde P1-poort die inde slimme meter aanwezig is.

Veel energieverbruiksmanagers werken met een softwaresysteem zoals een app. Een energieverbruiksmanager zou je daardoor kunnen rekenen tot domotica of in een bepaalde mate tot internet of things. Toch is de communicatie vanuit een energieverbruiksmanager wel eenzijdig. Men kan een energieverbruiksmanager dus niet programmeren om alle energieverbruikende installaties aan te sturen zodat meer of minder energie wordt verbruikt.

Gegevens van een slimme meter raadplegen

Slimme meters zijn een informatiebron met betrekking tot het energieverbruik van een woning of ander gebouw bijvoorbeeld utiliteit. Het is natuurlijk belangrijk dat men de meetgegevens kan uitlezen. Natuurlijk worden meetgegevens door computersystemen geregistreerd en verwerkt. De taal van computers is echter anders dan de taal van mensen. Daarom wordt gebruik gemaakt van een interface. Deze interface is meestal een display die voorzien is van een paneel met knoppen.

Door de knoppen op de interface kan een mens gegevens opvragen en als het ware communiceren met in dit geval de slimme meter. Men kan doormiddel van een stekker een display in contact brengen met de slimme meter. De display en het bijbehorende kastje is in dit geval de energieverbruiksmanager die ook in de vorige alinea werd benoemd. De energieverbruiksmanager geeft een beter inzicht in het daadwerkelijke energieverbruik van de woning. Een slimme meter kan ook draadloos gegevens doorsturen naar bijvoorbeeld een app op een smartphone of richting een energieleverancier. Uiteraard zal men wel toestemming moeten geven aan een energieleverancier voordat een dergelijke draadloze verbinding tot stand wordt gebracht.

Regie woningbouw meer in handen van de overheid vanaf 2018?

Verschillende spelers op de woningmarkt merken dat er problemen ontstaan tussen de vraag naar woningen en het aanbod aan woningen. Er worden wel nieuwe woningen gebouwd maar het nieuwe woningaanbod is in bepaalde regio’s van Nederland lang niet voldoende ten opzichte van de vraag. Lokale overheden blijken hier moeilijk grip op te kunnen krijgen daardoor zal de landelijke overheid de regie meer in handen willen nemen.

Nieuwbouwlocaties
Er zullen meer woningbouwlocaties moeten worden aangewezen aan de randen van steden en dorpen. Er wordt vanuit de provincies te weinig grond aanwezen die gebruikt kan worden voor het realiseren van nieuwbouwwoningen. In drukke stedelijke gebieden is er daardoor een tekort aan nieuwbouwwoningen. De overheid zou moeten aansturen in dit proces. De vraag is of dit gaat lukken want de landelijke overheid en de regionale overheden communiceren lang niet altijd in dezelfde taal en belangen.

Klimaatneutraal bouwen
De landelijke overheid zou overigens vanuit haar voorgenomen regierol wel sturing kunnen bieden aan het klimaatneutraal en CO2 neutraal bouwen. Als dat goed lukt zullen veel nieuwbouwwoningen bijvoorbeeld een passiefhuis of nulwoning kunnen worden waarbij de klimaatbelasting vrijwel nul is. De klimaatdoelstellingen kunnen dan beter behaald worden in Nederland.

Wat is een hybride ketel?

Een hybride ketel, een hybride HR ketel of een hybride cv-ketel is een gecombineerde verwarmingsinstallatie waarbij naast een gasgestookte ketel ook gebruik wordt gemaakt van een duurzamere en minder milieubelastende warmtebron in de vorm van een hybride warmtepomp. Over het algemeen heeft men het over een hybride warmtepomp in plaats van een hybride ketel. Net als andere producten waarbij men het woord hybride hanteert is er sprake van gecombineerd systeem waarbij een systeem aanwezig is dat werkt op fossiele brandstoffen en een ander systeem dat geen of nauwelijks CO2 uitstoot heeft. Zo bevat een hybride auto een verbrandingsmotor die op benzine werkt en een elektromotor die aangedreven wordt vanuit oplaadbare accu’s.

Hybride ketel of hybride warmtepomp
Een hybride ketel of beter gezegd een hybride warmtepomp bestaat uit een warmtepomp en een gasgestookte hoogrendementsketel (cv-ketel). De centrale verwarming haalt het benodigde warme water daardoor vanuit de warmtepomp en/of de cv-ketel. Omdat voor de werking van een cv-ketel of HR-ketel aardgas moet worden verstookt is een dergelijke verwarming belastend voor het milieu en zorgt deze voor CO2 uitstoot. Om die reden zal een hybride warmtepomp zo worden ingeregeld dat in eerste instantie de warmte wordt gehaald uit de hybride warmtepomp en in tweede instantie pas de cv-ketel in werking zal treden. In de praktijk blijkt vaak dat de cv-ketel in werking treed in koude perioden en wanneer er heet tapwater nodig is.

Hybride warmtepomp ter aanvulling op cv-ketel
Een hybride warmtepomp is een milieubewuste aanvulling op een bestaande cv-installatie. Dit maakt een hybride warmtepomp tot een interessant product voor mensen die een woning hebben met een cv-installatie en toch hun verwarmingssysteem willen verduurzamen. De bestaande centrale verwarmingsinstallatie hoeft er dan namelijk niet uit maar kan gewoon behouden worden en in gebruik blijven. De hybride warmtepomp zal echter een deel van het water voor de cv-installatie gaan verwarmen. Alleen wanneer het heel koud is zal de cv-ketel of hr-ketel worden ingeschakeld om warm water te leveren voor de cv-leidingen.

Wat is een hybride warmtepomp?

Een hybride warmtepomp is een gecombineerd verwarmingssysteem waarbij gebruik wordt gemaakt van een lucht-water warmtepomp en een ander soort verwarmingssysteem meestal in de vorm van een gasgestookte hoogrendementsketel (cv-ketel). In gebouwen waarbij men werkt met hybride verwarmingssysteem is er sprake van een samenwerking tussen een warmtepomp en een cv-ketel of hr-ketel.

Deze installaties worden gezamenlijk gebruikt voor het verwarmen van het gebouw en het verwarmen van het sanitaire water. Een hybride warmtepomp en een cv-ketel vullen elkaar aan op het gebied van verwarming. De buitentemperatuur en de gevraagde hoeveelheid warmte zijn belangrijke factoren die bepalend zijn of de warmte wordt geleverd door de warmtepomp of door de cv-ketel/ hr-ketel.

Waaruit bestaat een hybride verwarmingssysteem?
Een Hybride installatie zal bestaan uit twee verschillende verwarmingssystemen waarbij het ene systeem over het algemeen milieubelastend is en het andere systeem niet of nauwelijks milieubelastend is. Meestal is er een combinatie tussen een gasgestookte cv-ketel of gasgestookte hr-ketel in combinatie met een warmtepomp. Er zijn verschillende soorten warmtepompen
• lucht/water warmtepomp
• brine/water warmtepomp
• ventilatielucht/water warmtepomp
• water/water warmtepomp
Het hybride verwarmingssysteem kan uit twee losse verwarmingstoestellen bestaan maar er zijn ook verwarmingssystemen waarbij de verschillende soorten verwarming gecombineerd zijn en in één behuizing zijn geplaatst. Een dergelijk gecombineerd systeem wordt ook wel een hybride toestel genoemd.

De samenstelling van het verwarmingssysteem is afhankelijk van een aantal factoren waaronder het type warmtepomp. Meestal bestaat het hybride systeem uit een binnenunit waarin de warmtepomp is geplaatst en een buitenunit. Deze units worden gekoppeld aan een hr-ketel of cv-ketel en een slimme thermostaat. Als men gebruikt maakt van een hybridetoestel dan is dit meestal een toestel waarin een lucht/water warmtepomp gecombineerd is met een hr-ketel. De warmtepomp kan dan zowel binnenlucht als buitenlucht gebruiken om warmte te onttrekken.

Werking hybride warmtepomp in combinatie met een hr-ketel
Een warmtepomp werkt op elektriciteit. De elektrische stroom zorgt er voor dat de ventilator in de warmtepomp de (buiten)lucht aanzuigt het systeem in. Uit deze lucht wordt warmte gewonnen. Met behulp van een compressor wordt deze lucht op een hogere temperatuur gebracht. Deze lucht wordt afgegeven op de condensor / wisselaar. Aan de andere kant van de condensor zorgt een circulatiepomp er voor dat het water in het verwarmingssysteem wordt rondgepompt. Aan de bovenkant stroomt het water het buffervat in en onderlangs het buffervat weer uit. Dan gaat het water na afgifte van de warmte weer terug naar de condensor. Met een hybride warmtepomp kan men warm water realiseren maar geen heet water. Als heet water nodig is zal men daarvoor de cv-ketel nodig hebben. Ook wanneer men snel heel warm water nodig heeft zal de cv-ketel in werking treden. Een controller of regelunit zorgt er in combinatie met een slimme thermostaat voor dat in eerste instantie de warmte van de hybride warmtepomp zal worden gebruikt voor de verwarming.

Energie besparen met hybride warmtepomp
Een hybride warmtepomp zorgt voor energiebesparing en minder CO2 uitstoot omdat een gedeelte van de verwarming niet uit de gasgestookte cv-ketel komt maar uit de warmtepomp. Dat maakt dat het kiezen voor een hybride warmtepomp een milieubewuste keuze is. Daarnaast zorgt het systeem er ook voor dat er minder gas wordt verstookt wat weer gunstig is voor het verlagen van de maandelijkse energielasten.

Waarom een hybride verwarmingssysteem?
Men zou zich af kunnen vragen waarom men niet gewoon de cv-ketel of hr-ketel vervangt voor een warmtepomp. Dit zou natuurlijk de meest ideale situatie zijn want dan hoeft men bijvoorbeeld geen gasgestookte cv-ketel of hr-ketel te gebruiken en kan men het gebouw misschien zelfs klimaatneutraal of CO2 neutraal verwarmen.

Helaas is dit echter niet eenvoudig. De meeste woningen in Nederland zijn aangesloten op aardgas en zijn niet zo energiezuinig als een nulwoning of een passiefhuis. In plaats daarvan maken ze nog gebruik van aardgas. Deze fossiele brandstof zal bij een hybride verwarming alleen in de koude wintermaanden worden aangesproken voor de verwarming van het tapwater bijvoorbeeld. Voor de warmere dagen zal de warmtepomp de gevraagde warmte uit de omgevingslucht kunnen onttrekken, dit kan de buitenlucht zijn maar ook de binnenlucht.

De hybride warmtepomp zorgt er overigens voor dat de bestaande verwarming niet geheel vervangen hoeft te worden. In plaats daarvan is de hybride warmtepomp een ideale combinatie waarbij een bestaand verwarmingssysteem energiezuiniger en milieubewuster wordt gemaakt. Hybride warmtepompen kunnen bovendien gebruikt worden in combinatie met de standaard radiatoren die aan centrale verwarmingssystemen zijn gekoppeld. Grote technische aanpassingen zijn meestal niet nodig bij de installatie van een warmtepomp in combinatie met een reeds bestaande cv-installatie. Daardoor hoeft voor de installatie van een hybride warmtepomp meestal geen enorme bedragen te worden betaald.

Wat is een werkgeversverklaring?

Een werkgeversverklaring is een schriftelijk document dat door de werkgever aan de werknemer wordt verstrekt om de inkomenssituatie en arbeidsrelatie inzichtelijk te maken en toe te lichten. Een werkgeversverklaring wordt in de praktijk vaak door werknemers opgevraagd bij hun werkgever om hun inkomenssituatie en kredietwaardigheid inzichtelijk te maken aan een mogelijke hypotheekverstrekker. De werkgeversverklaring kan ook opgevraagd worden door een verhuurder bij het afsluiten van een huurcontract.

Waarom een werkgeversverklaring?
Doormiddel van de werkgeversverklaring kan de bank of andere hypotheekverstrekker zien hoeveel de werknemer verdient. Dit inkomen vormt dikwijls de belangrijkste basis voor het bepalen van de maximale som die de persoon kan lenen voor een woning. De hoogte van de hypotheek en de hypotheekrente zijn belangrijke uitgangspunten voor het bepalen van de maandelijkse hypotheeklasten. Deze maandelijkse hypotheeklasten worden naast het maandelijkse inkomen neergelegd om te beoordelen of de werknemer zijn of haar financiële verplichtingen kan nakomen aan de hypotheekverstrekker.
Niet alleen het inkomen is belangrijk voor het afsluiten van de hypotheek, ook de duur van het dienstverband is belangrijk. Hypotheekverstrekkers willen namelijk ook graag weten hoe lang iemand een bepaald inkomen zal ontvangen. De hoogte van het inkomen en de duur van het arbeidscontract vormen daarom samen belangrijke informatie voor de hypotheekverstrekker of kredietverstrekker.

Werkgeversverklaring of intentieverklaring
Een werkgeversverklaring wordt meestal verstrekt als een werknemer een vast dienstverband heeft. Als een werknemer een tijdelijk dienstverband heeft of op uitzendbasis werk kan een werkgever een intentieverklaring verstrekken. Vaak spreekt men ook in die gevallen van een werkgeversverklaring. Echter is het dienstverband dat op een intentieverklaring wordt weergegeven minder lang. Daarom wordt op de intentieverklaring vaak een intentie van een werkgever weergegeven. Deze intentie maakt duidelijk welk toekomstbeeld de werknemer heeft bij het bedrijf. In een intentieverklaring staat bijvoorbeeld of de werkgever de werknemer een vast dienstverband wil geven of niet.

Hoe wordt een werkgeversverklaring ingevuld?
Er zijn een aantal belangrijke aandachtspunten bij het invullen van een werkgeversverklaring. Allereerst moet de werkgeversverklaring door een bevoegde leidinggevende, personeelsfunctionaris of andere bevoegde persoon worden ingevuld. De werkgeversverklaring mag maar door één persoon worden ingevuld. Deze persoon dient hiervoor dezelfde pen te hanteren. Een werkgeversverklaring wordt vaak door de hypotheekverstrekker gecontroleerd op het gebied van handschrift. Het handschrift op de werkgeversverklaring moet dus in dezelfde stijl staan.

Verder moet de datum van indiensttreding die op de werkgeversverklaring staat overeenkomen met de datum die op de salarisstroken staat. Wanneer deze informatie niet in overeenstemming is met elkaar zal dit moeten worden toegelicht. Ook de gegevens van de werknemer die op de salarisstrook staan moeten kloppen met de gegevens op de werkgeversverklaring staan. Deze gegevens moeten overigens ook in overeenstemming zijn met de gegevens die de hypotheekaanvrager over zichzelf heeft verstrekt bij de hypotheekaanbieder.

Een werkgeversverklaring en een intentieverklaring zullen door de werkgever ondertekend moeten zijn en moeten in de praktijk ook vaak voorzien zijn van een stempel van het desbetreffende bedrijf.

Hoe krijg je een werkgeversverklaring?
Een werknemer kan een werkgeversverklaring ontvangen van zijn of haar werkgever. Daarvoor moet de werknemer een aanvraag indienen bij het bedrijf waar hij of zij werkzaam is.

Perspectiefverklaring voor uitzendkrachten
Voor uitzendkrachten was het vaak moeilijk om een hypotheek te krijgen van een hypotheekverstrekker. De meeste hypotheekverstrekkers namen niet of nauwelijks genoegen met de intentieverklaring of werkgeversverklaring indien de uitzendkracht op basis van een uitzendbeding werkzaam was bij het uitzendbureau. Verschillende uitzendbureaus hebben daarom in samenwerkging met een aantal hypotheekverstrekkers een nieuw document opgesteld namelijk de perspectiefverklaring. Met de perspectiefverklaring wordt inzichtelijk gemaakt welke perspectieven de desbetreffende uitzendkracht heeft op de arbeidsmarkt. Met een perspectiefverklaring kan een hypotheekverstrekker net als bij de werkgeversverklaring/ intentieverklaring inzichtelijk krijgen of de uitzendkracht (waarschijnlijk) aan zijn of haar betalingsverplichtingen kan voldoen.

Wat is klimaatcompensatie of CO2 compensatie?

Klimaatcompensatie of CO2 compensatie is het compenseren van de emissie van broeikasgassen die tijdens de productie, dienstverlening en consumptie van bedrijven kunnen ontstaan. Vrijwel alle bedrijven hebben een bepaalde afvalstroom en CO2 uitstoot. Deze uitstoot van broeikasgassen is schadelijk voor het milieu en het klimaat omdat de warmte van de zon door de deken van broeikasgassen rondom de aarde nauwelijks de dampkring kan verlaten.

Voor de opwarming van de aarde maakt het niet uit waar de broeikasgassen precies worden uitgestoten of waar deze broeikasgassen worden gecompenseerd. Daarom vindt klimaatcompensatie of CO2 compensatie vaak buiten bedrijven plaats. Doormiddel van CO2 compensatie en klimaatcompensatie kunnen bedrijven hun totale hoeveelheid van broeikasgassen in balans brengen oftewel compenseren met extra milieuvriendelijke investeringen zoals de aanleg van een groot bos.

Waarom klimaatcompensatie of CO2 compensatie?
Door nationale en internationale klimaatakkoorden ontstaan richtlijnen en verplichtingen aan bedrijven met betrekking tot hun CO2 uitstoot. Bedrijven kunnen zelfs emissierechten kopen en verkopen. Deze werkwijze is gebaseerd op het principe dat de vervuiler betaald. Toch is het laten betalen voor CO2 emissie geen duurzame oplossing. Kapitaalkrachtige bedrijven calculeren de kosten van de CO2 emissie gewoon in en veranderen hun vervuilende bedrijfsvoering nauwelijks. Daarom wordt er vanuit overheden steeds meer politieke druk uitgeoefend op bedrijven om hun processen milieuvriendelijker te maken.

Vanuit de markt komt er ook druk. Consumenten willen graag een goed gevoel aan een product en dienst overhouden en willen daarom graag producenten en diensten afnemen van maatschappelijk verantwoorde ondernemingen. Vooral nu de economie aantrekt en prijs van ondergeschikt belang wordt zullen veel mensen en bedrijf bewust kiezen voor organisaties en bedrijven die klimaatneutraal zijn.

Echter kunnen niet alle bedrijven hun bedrijfsprocessen eenvoudig milieuvriendelijker maken. In plaats daarvan kan klimaatcompensatie of CO2 compensatie een verstandige beslissing zijn. Bedrijven die kiezen voor klimaatcompensatie investeren in natuurgebieden waarin bomen voor filtering van de vervuilde atmosfeer zorgen. Hierdoor kan men het klimaat buiten de organisatie een positieve impuls geven. Het investeren in natuur is vaak eenvoudiger en sneller dan het aanpassen van complete bedrijfsprocessen.

Trias Energetica
Door de klimaatverdragen worden bedrijven en ook consumenten voortdurend gestimuleerd en zelfs gedwongen om de emissie van schadelijke stoffen te beperken, kortom de CO2 uistoot te beperken. De laatste jaren krijgen onderwerpen zoals kilmaatneutraal, energieneutraal, CO2 neutraal en klimaatbewust werken meer aandacht. Echter werd er in 1996 al door de TU Delft een driestappenplan ontwikkelt waarmee men duurzaamheid zou kunnen realiseren. Dit stappenplan heeft de naam Trias Energetica gekregen. Er worden in dit stappenplan drie stappen genoemd:
1.Probeer het gebruik van energie te beperken waardoor er ook minder schadelijke stoffen vrij kunnen komen.
2.Als men energie gebruikt moet men deze uit hernieuwbare en duurzame energiebronnen halen.
3.Wanneer men het gebruik van energiebronnen die op kunnen raken niet kan vermijden dan moet men deze energiebronnen in ieder geval zo effectief mogelijk inzetten.

Het principe van Trias Energetica wordt onder andere toegepast bij de bouw van een nulwoning of passiefhuis. Echter wordt in een nulwoning of passiefhuis de klimaatcompensatie in de woning of in de directe omgeving van de woning gerealiseerd. Zo verbruiken deze woningen in de winter vaak meer energie maar wordt dit in de zomer gecompenseerd met bijvoorbeeld een hogere opbrengst vanuit de zonne-energie.

Wat is klimaatneutraal?

Klimaatneutraal is een term die wordt gebruikt om aan te geven dat een bepaald proces, installatie, bedrijf, woning of ander object geen (negatief) effect heeft op de klimaatverandering. Het gebruik van een klimaatneutraal bouwwerk of installatie draagt niet bij aan de opwarming aan de aarde. In plaats van de benaming klimaatneutraal gebruikt men ook wel de aanduiding CO2-neutraal. Zowel CO2-neutraal als klimaatneutraal worden tegenwoordig in het kader van de energietransitie als belangrijke uitgangspunten gehanteerd bij bouwprocessen, managementprocessen en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Klimaatneutraal en CO2-neutraal
Men kiest er vaak voor om de aanduiding CO2-neutraal te gebruiken omdat de klimaatverandering gekoppeld is aan de emissie van CO2. De uitstoot van CO2 zorgt er namelijk voor dat het broeikaseffect wordt vergroot. Het effect van CO2 op het broeikaseffect kan eenvoudig worden benoemd. Het zonlicht dat door de dampkring de aarde verwarmd wordt gedeeltelijk door de aarde teruggekaatst. De deken van broeikasgassen zorgt er echter voor dat een deel van deze warmte de atmosfeer niet meer kan verlaten. Daardoor wordt de aarde opgewarmd. Wanneer men echter de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen wil gaan beperken zal men klimaatneutraal moeten bouwen en klimaatneutraal moeten leven.

Passiefhuis of nulwoning
De meeste gebouwen en bedrijven verbruiken energie. Het energieverbruik ligt meestal een bepaalde periode van het jaar hoger dan de opbrengst die het desbetreffende bouwwerk op dat moment heeft. Denk bijvoorbeeld aan de winterperiode waarin vaak meer elektriciteit wordt verbruikt voor verlichting en meer verwarmingsbronnen worden aangewend om het gebouw te verwarmen. Ook bij een passiefhuis of nulwoning is er vaak sprake van periodes waarin meer energie wordt gebruikt. Een passiefwoning of nulwoning is vaak in de praktijk klimaatneutraal of CO2-neutraal omdat deze woningen op andere momenten juist meer energie opwekken dan de energiebehoefte van de nulwoning of passiefwoning vereist. In dat geval is er sprake van een energieoverschot dat teruggeleverd kan worden op het energienetwerk.

Klimaatcompensatie en CO2 compensatie
Men kan echter ook CO2 emissie compenseren zodat men toch CO2 neutraal of klimaatneutraal kan worden en werken. Bedrijven kunnen in de praktijk vaak CO2 emissie compenseren. Bedrijven die niet in staat zijn om een grote hoeveelheid CO2 emissie terug te dringen proberen doormiddel van klimaatcompensatie toch zoveel mogelijk klimaatneutraal te worden. In dat geval wordt een bepaalde hoeveelheid CO2 emissie voorkomen op een andere locatie buiten het bedrijf. Zo kunnen bedrijven bijvoorbeeld investeren in de aanleg van een groot natuurgebied waardoor ze (een deel) van hun CO2 emissie kunnen compenseren. Dit is CO2-compensatie en omdat de opwarming van de aarde hiermee in een bepaalde mate wordt beperkt spreekt men ook wel van klimaatcompensatie. De klimaatcompensatie kan er voor zorgen dat bedrijven vrij snel hun CO2 emissie kunnen reduceren terwijl bedrijven doormiddel van het technisch aanpassen van hun energievoorziening en hun uitstoot meestal meer geld en tijd kwijt zijn.

Trias Energetica
Overigens zijn niet alle vormen van klimaatcompensatie aan elkaar gelijk. In 1996 is door TU Delft een driestappenplan ontwikkelt om tot duurzaamheid te komen. Dit stappenplan is te gebruiken voor door bedrijven, overheden en woningen. In het laatste geval zou men de Trias Energetica kunnen gebruiken om een passiefhuis of een nulwoning te bouwen. In het kader van Trias Energetica zouden drie stappen moeten worden genomen:

  1. Gebruik zo weinig mogelijk energie waardoor de emissie van schadelijke stoffen beperkt wordt.
  2. Gebruik energie uit hernieuwbare energiebronnen. Hierbij kun je denken aan zonne-energie, aardwarmte of windenergie.
  3. Gebruik energie van bronnen die op kunnen raken zoals, aardolie, aardgas en kolen zo efficiënt mogelijk.

Wanneer men bij de bouw van bijvoorbeeld een passiefwoning of nulwoning deze principes hanteert kan men een klimaatneutraal bouwwerk realiseren.  

Klimaatneutraal op de markt
Milieubewust en maatschappelijk verantwoord ondernemen krijgen steeds meer aandacht op de markt. Er zijn energielabels en keurmerken die duidelijk maken of een woning of machine klimaatneutraal of juist niet. Een voorbeeld hiervan is ook het certificaat dat wordt verstrekt voor een passiefhuis. Klimaatneutrale producten hebben een aantrekkingskracht voor bedrijven en consumenten. Daardoor zijn in de loop der jaren verschillende producten en diensten ontstaan waar klimaatneutraal bij aan de orde komt. Zo zijn er tegenwoordig:

  • klimaatneutrale producten (bijvoorbeeld boeken)
  • klimaatneutrale verplakkingsmaterialen
  • klimaatneutrale diensten
  • klimaatneutraal gebouw (zoals een nulwoning of passiefhuis)
  • klimaatneutrale organisatie (bijvoorbeeld een bedrijf of overheidsinstelling)
  • klimaatneutraal grondgebied (bijvoorbeeld een gemeente of regio)

Energiebesparing

Energiebesparing is het totaal van maatregelen waarmee het verbruik van energie uit energiebronnen wordt gereduceerd. Het hoeft hierbij niet beslist te gaan over het verminderen van het gebruik van energie uit (fossiele) brandstoffen. Energiebesparing is namelijk veel breder en omvat ook energiebesparende maatregelen waarbij er gebruik wordt gemaakt van duurzame, hernieuwbare energiebronnen zoals elektrische energie die wordt gewonnen uit zonnecellen in zonnepanelen of elektrische energie die is opgewekt uit windturbines.

Efficiënter omgaan met energie
Het besparen van energie kan voornamelijk worden gerealiseerd door energie effectiever te gebruiken en het rendement van energiebronnen te verhogen. Dit houdt in feite in dat men minder energie gaat gebruiken om dezelfde arbeid te verrichten. Als men efficiënter met energie omgaat zorgt dit er ook voor dat er meer met dezelfde hoeveelheid energie kan worden gedaan. Tegenwoordig hebben door energiebesparende maatregelen meerdere woningen voldoende aan een bepaalde hoeveelheid elektrische energie terwijl men met dezelfde hoeveelheid energie vroeger slechts één woning van voldoende elektrische energie kon voorzien.

Dit zorgt er ook voor dat energiebesparing voor een deel de energievraag compenseert die ontstaat door de bevolkingsgroei. Dat zorgt er vervolgens voor dat er ondanks een bevolkingsgroei nauwelijks meer vraag ontstaat naar energie. Meer mensen kunnen met dezelfde hoeveelheid energie in hun energiebehoefte worden voorzien. Efficiënter omgaan met energie zorgt er daardoor ook voor dat er geen of minder elektriciteitscentrales hoeven te worden en/of minder energie uit het buitenland moet worden geïmporteerd. Deze twee methoden om aan energie te komen staan beide ter discussie. Zo zorgt een toename in het aantal kolencentrales er voor dat er meer CO2 wordt uitgestoten en het importeren van energie uit het buitenland maakt een land als Nederland economisch en politiek afhankelijk van andere landen. Het besparen van energie voorkomt deze problemen grotendeels daarom is energiebesparing zo belangrijk.

Redenen voor energiebesparing
Hiervoor zijn al een aantal redenen genoemd voor het besparen van energie. Er zijn in de praktijk verschillende redenen die er voor zorgen dat overheden, bedrijven en burgers minder energie gaan gebruiken. We noemen een aantal belangrijke voorbeelden:

  • Bepaalde energiebronnen raken op zoals fossiele brandstoffen.
  • Het winnen en verbruiken van bepaalde energiebronnen heeft een schadelijk effect op de gezondheid. Denk hierbij aan de emissie van CO2 en andere schadelijke stoffen in de atmosfeer. Daardoor ontstaat niet alleen luchtvervuiling maar ook een broeikaseffect waardoor opwarming van de aarde ontstaat. Ook kan het winnen van energie geluidshinder veroorzaken.
  • Door het winnen van kolen en aardolie wordt ook de natuur schade toegebracht. Het delven van energiebronnen uit de aardbodem zorgt er voor dat landschappen veranderen en zorgt er bovendien voor dat er een verhoogd risico ontstaat op een natuurramp. Denk hierbij aan boorplatformen en olietankers die olie kunnen lekken op zee. Deze risico’s ontstaan dus nog voordat er daadwerkelijk energie wordt verbruikt. Overigens wordt bij het winnen van fossiele energie ook energie verbruikt. Denk hierbij aan het energieverbruik van boorinstallaties. Ook voor het transport van fossiele energiebronnen over land en over zee wordt energie verbruikt.
  • Energie en het winnen van energie kost geld en arbeid. Hoe meer energie verbruikt wordt hoe meer geld geïnvesteerd moet worden in het winnen van energie. Ook het opslaan van fossiele brandstoffen kost geld. Het transporteren van deze brandstoffen kost eveneens geld en tijd. Ook elektrische energie kost geld. Ook wanneer deze energie duurzaam gewonnen kan worden uit windkracht, waterkracht en zonlicht.

Energiebesparing heeft een positief effect op bovenstaande punten. Als men energie bespaard hoeft men minder energie te winnen en kan de schade aan het milieu worden beperkt. Ook zal de emissie van CO2 en andere schadelijke stoffen omlaag gaan. Verder zorgt energiebesparing er voor dat er minder geld hoeft geïnvesteerd te worden in het winnen, transporteren en opslaan van energie en energiebronnen. Verder zorgt een reductie in de vraag naar energie er voor dat men ook flexibeler is in de keuze voor de meest gewenste energiebronnen. Bij een grote vraag naar energie zullen bijvoorbeeld kolencentrales noodzakelijker zijn dan wanneer de vraag naar energie afneemt.

Energietransitie
De energietransitie speelt echter ook een rol als men het heeft over de herkomst van energie. Naast energiebesparing zal men in het kader van de energietransitie ook steeds vaker keuzes moeten maken tussen de energiebronnen. Er zal minder energie moeten gewonnen uit fossiele brandstoffen zoals bruinkool, steenkool, aardolie en aardgas. De energiewaarden van deze fossiele brandstoffen is bovendien ook nog eens verschillend. Zo is er bijvoorbeeld laagcalorisch aardgas en hoogcalorisch aardgas. Energietransitie draait voor een groot deel om het afscheid nemen van de hiervoor genoemde energiebronnen en de omschakeling (transitie) naar duurzame energiebronnen zoals:

  • Aardwarmte
  • Zonne-energie
  • Windenergie
  • Energie uit waterkracht
  • Bio-energie

De hiervoor genoemde energiebronnen zullen een steeds groter aandeel krijgen in de energievoorziening van landen die zich hebben gecommitteerd aan internationale klimaatverdragen. Het voldoen aan de richtlijnen die zijn weergegeven in deze klimaatverdragen heeft vooral te maken met het beperken van de CO2 uitstoot. Juist de uitstoot van CO2 wordt tegengegaan omdat dit broeikasgas één belangrijke veroorzaker is van het broeikaseffect. Door hernieuwbare energiebronnen te gebruiken wordt de CO2 emissie beperkt maar door energiebesparing wordt ook automatisch de CO2 emissie gereduceerd. De ideale combinatie is dus een energietransitie in combinatie met energiebesparing.

Passiefhuis, nulwoning en energiebesparing
Dit is ook het geval bij de zogenaamde nulwoning en bij een passiefhuis. Een passiefhuis zal een groot deel van het jaar niet actief verwarmt hoeven te worden door energieverbruikende installaties maar kan passief worden verwarmd door bijvoorbeeld zonlicht. Een nulwoning is een woning die op jaarbasis de perfecte energiebalands heeft tussen het opwekken van energie en het energieverbruik van de woning zelf. Tegenwoordig hoor je steeds vaker dat bouwprojecten nulwoningen realiseren of dat men kiest voor de bouw van een passiefhuis. Een passiefhuis en een nulwoning is in feite de op dit moment meest perfecte vorm van energiebesparing.

Wat is een koudebrug?

Koudebrug is een gedeelte van de buitenschil van een gebouw waar de isolatielaag is onderbroken of dunner is zodat daar de thermische weerstand lager is dan de thermische weerstand in de rest van de buitenschil. Bij een koudebrug ontstaat extra warmteverlies ten opzichte van de rest van de buitenschil van het gebouw. De buitenschil van een gebouw is overigens de gehele buitenlaag, zowel het dak als de gevel. Ook de vloer hoort bij de buitenschil.

In de constructieonderdelen wordt gebruik gemaakt van verschillende materialen en verschillende isolatiematerialen. Dat zorgt er voor dat er meerdere koudebruggen of thermische bruggen kunnen ontstaan. De koudebrug zorgt er voor dat de gehele isolatiewaarde van een gebouw wordt verlaagd. Daarom is het ontstaan of de aanwezigheid van een koudebrug ongewenst. Bij de meeste moderne gebouwen probeert men het ontstaan van een koudebrug te voorkomen maar met name bij de bouw van een passiefhuis of een nulwoning wordt hier extra op gelet.

Waar ontstaat een koudebrug?
Bij het ontwerp van een passiefhuis, nulwoning of ander energiezuinig gebouw wordt extra aandacht besteed aan het voorkomen van tocht en het beperken van het warmteverlies. Uiteraard besteed men bij het ontwerp van deze klimaatneutrale woningen ook aandacht aan het voorkomen van een koudebrug. Een isolatielaag of isolatieschil van een gebouw zorgt er voor dat het binnenklimaat wordt gescheiden van het buitenklimaat. De gehele buitenzijde van de woning wordt als een isolerende laag gebruikt om de kou of juist de warmte buiten te houden. Zo kan het binnenklimaat beter beheerst worden door een klimaatbeheersingssysteem dan onderdeel is van de domotica van een gebouw.

De domotica is in feite woningautomatisering waarmee het woonklimaat en het gebruiksgemak kunnen worden bevorderd. Domotica kan een woning energiezuiniger maken maar bij de aanwezigheid van koudebruggen is dat lastig. Daarom worden koudebruggen zoveel mogelijk voorkomen bij de bouw van een nulwoning en passiefhuis.

Een koudeburg ontstaat bij de overgang tussen een goed isolerend deel van de constructie van een gebouw en een minder goed isolerend deel van de constructie. Denk hierbij aan een goed geïsoleerde muur die gebouwd is tegen een niet goed geïsoleerde vloer. In dat geval ontstaat bij de vloer de koudebrug.

Er ontstaat ook vaak een koudebrug bij ramen omdat muren vaak voorzien zijn van een betere isolatie dan ramen. Daarom zijn ramen vervangen door dubbelglas of thermopane. De isolerende werking hiervan is nog vrij beperkt ten opzichte van driedubbelglas dat in de meeste nulwoningen of passiefhuizen wordt geplaatst om een koudebrug te voorkomen.

Lastiger wordt het om een koudebrug bij deuren te vermijden. Deuren worden regelmatig gesloten en geopend waardoor warmte het gebouw verlaat. Daarnaast zijn deuren vaak minder goed geïsoleerd waardoor veel warmte door de deur heen wordt afgegeven aan de buitentemperatuur.

Voorkomen van een koudebrug
Het voorkomen van een koudebrug doet men tijdens het ontwerpen van de woning. Of het nu gaat om het ontwerp van een passiefhuis, een nulwoning of een andere woning het voorkomen van een koudebrug is beter dan een koudebrug in een reeds bestaande constructie te bestrijden. Er zijn tegenwoordig systemen waarmee men een koudebrug vroegtijdig kan opmerken. Daarvoor maakt men gebruik van een simulatie of analyse. Er dient extra aandacht te worden besteed aan het ontwerp van de overgang tussen muren en vloeren en daken en muren. Ook tussen de muur en de fundering van een balkon kan een koudebrug ontstaan evenals in de overgang tussen muren en kozijnen. Datzelfde is het geval tussen een muur en een zonwering. Ook wanneer constructiedelen met stalen of glazen constructiedelen in aanraking komen kan een koudebrug of warmtebrug ontstaan omdat staal en glas warmte goed geleiden. Als een gebouw eenmaal gebouwd is kan men een koudebrug ontdekken door gebruik te maken van thermografie.

Wat is Trias Energetica of Trias Energica?

Trias Energetica is een door de TU Delft ontwikkelt systeem waarmee men in drie stappen een duurzaam ontwerp te ontwikkelen. Het stappenplan is in 1979 ontwikkeld aan de Technische Universiteit Delft door de studiegroep StadsOntwerp en Milieu (SOM-1). Deze groep studenten stond onder leiding van Kees Duijvestein. Trias Energetica werd eerder ook wel Trias Energica genoemd en werd beschreven in het tijdschrift BOUW. Een aantal jaren later werd het drie stappenstrategie internationaal geïntroduceerd. Dit gebeurde in 1996 door Erik Lysen vanuit de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu (Novem).

Stappenplan van Trias Energetica
De Trias Energetica bestaat uit drie stappen die achter elkaar moeten worden uitgevoerd. Als men deze vuistregels hanteert komt men tot een duurzame ontwikkeling of een duurzaam ontwerp van bijvoorbeeld een gebouw. De stappen van Trias Energetica zijn als volgt:

1. Gebruik zo weinig mogelijk energie. Men moet energieverspilling bestrijden door het gebouw zo te ontwerpen dat er weinig warmte verloren gaat door tocht. Ook moeten de gevels en daken van het gebouw geïsoleerd zijn.  

2. Gebruik duurzame energiebronnen. Dit zijn energiebronnen die altijd aanwezig zijn zoals zonlicht, windkracht, waterkracht en aardwarmte.

3. Als het gebruik van fossiele energiebronnen niet vermeden kan worden moeten deze fossiele brandstoffen zo effectief mogelijk worden gebruikt. Hierbij moet men het optimale rendement uit deze brandstoffen te halen. Denk hierbij aan het nuttig gebruiken van restwarmte en het toepassen van een warmtepomp.

Toepassing Trias Energetica
Zoals je in de inleiding hebt kunnen lezen is Trias Energetica al in 1979 ontwikkelt. Vanaf dat moment zijn er wereldwijd echter verschillende systemen bedacht waarmee men zonlicht, windkracht en andere natuurlijke energiebronnen kan omzetten in elektrische energie en warmte. Ook zijn er steeds betere isolerende materialen ontwikkelt. Dat alles zorgt er voor dat woningen steeds milieuvriendelijk worden. Denk hierbij aan nulwoningen of aan een passiefhuis. Er worden in Nederland steeds meer klimaatneutrale en energieneutrale woningen gebouwd waaronder nulwoningen en passiefhuizen.

Dat zorgt er voor dat de principes van Trias Energetica goed in de bouwsector zijn ‘ingeburgerd’. In de toekomst zullen steeds vaker CO2 neutrale woningen worden gebouwd om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen. Wereldwijd zijn er klimaatverdragen afgesloten die in feite vereisen dat woningen nulwoningen of passiefhuizen worden. Ook in Nederland stimuleert de overheid deze ontwikkeling en is er zelfs een Taskforce Bouw die er op toeziet dat het woningaanbod en de gebouwen in Nederland daadwerkelijk energieneutraal worden. Ook hierbij heeft men het uiteindelijk over de voltooiing van Trias Energetica.

Wat is een nulwoning of energieneutrale woning?

Een nulwoning is een woning die op jaarbasis evenveel energie opwekt als de woning verbruikt bij een normaal leefpatroon van de bewoners met voldoende wooncomfort. Een nulwoning heeft verschillende benamingen zo wordt deze woning ook wel een balanswoning genoemd of energieneutrale woning. Ook de termen klimaatneutrale woning en CO2-neutrale woning worden in de praktijk als synoniemen voor een nulwoning gebruikt. De verschillende termen maken duidelijk dat het bij nulwoningen gaat om een balans tussen energieverbruik en het opwekken van energie.

Op jaarbasis een nulwoning
Nulwoningen moeten op jaarbasis energieneutraal zijn. Dit betekend dat er in dat jaar wel verschillen kunnen optreden in het energieverbruik. De woning is dus niet altijd energieneutraal. De jaargetijden en de temperatuur spelen hierbij onder andere een rol. Zo kan een nulwoning in de zomer veel elektrische energie opwekken door zonnepanelen en deze energie terugleveren aan het elektriciteitsnet. In de winter zal de woning echter vaak meer energie opnemen dat de nulwoning kan opwekken met haar installaties. Er wordt dus gestreefd naar een balans op jaarbasis.

Bouwen van een nulwoning
Voor het bouwen van een nulwoning is veel kennis nodig van het opwekken van energie en besparen van energie. Een goede voorbereiding op de bouw is van groot belang. Tegenwoordig worden er steeds betere systemen ontwikkelt om duurzame energie op te wekken. Daarnaast zijn er ook innovaties op het gebied van woningisolatie. Denk hierbij aan driedubbel glas in plaats van het bekende dubbelglas of thermopane. Deze ontwikkelingen zorgen er voor dat het bouwen van een nulwoning op verschillende manieren kan gebeuren. In ieder geval zal men het energieverbruik moeten minimaliseren.

Er moet zo weinig mogelijk warmte uit de woning ontsnappen. Dat zorgt er ook voor dat een nulwoning kierdicht en tochtvrij moet worden gemaakt. Hierbij kan men denken aan de aspecten die ook aan de orde komen bij een passiefhuis. Het passiefhuis wordt in de volgende alinea beschreven. Een nulwoning moet naast het beperken van energieverlies ook in staat zijn om zelf energie op te wekken. Deze energie moet in ieder geval voldoende zijn om in de gemiddelde energiebehoefte van de woning op jaarbasis te voorzien. Daarom zijn op en in een nulwoning verschillende installaties aangebracht waaronder zonnepanelen maar ook warmtepompen, aardwarmte en warmteopslag zijn systemen die toegepast kunnen worden in een nulwoning.

Passiefhuis
De term passiefhuis is in de tekst hierboven al een keer benoemd. Een passiefhuis voldoet grotendeels aan de hiervoor genoemde beschrijvingen. Het woord ‘passief’ in passiefhuis maakt duidelijk dat de woning een bepaald deel van het jaar niet ‘actief’ verwarmt of gekoeld hoeft te worden doormiddel van verwarmingsinstallaties of koelinstallaties. In plaats daarvan wordt een passiefhuis doormiddel van zonlicht verwarmt en andere passieve energiebronnen.

Een passiefhuis is daarom zo gebouwd dat er zoveel mogelijk zonlicht de woning instraalt. Dat betekend dat er vooral veel ramen aan de zuidzijde, westzijde en oostzijde zijn geplaatst maar nauwelijks aan de noordzijde. Een passiefhuis is pas officieel een passiefhuis indien daarvoor een passiefhuis-certificaat is verstrekt. Dit certificaat wordt afgegeven door de nationale Passiefhuis Stichting. Voordat dit certificaat wordt verstrekt zal de woningen aan een aantal eisen moeten voldoen. Zo moet het ontwerp van de woning voldoen aan de eisen die zijn omschreven in het ontwerpcertificaat voor het passiefhuis.

De woning of het gebouw moet bijvoorbeeld zeer goed geïsoleerd zijn. Hetenergieverbruik mag op jaarbasis maximaal 120 kWh/m²  bedragen. Daarnaast moet het gebouw een luchtdichtheid hebben van maximaal n50 < 0,6 h-1. Dit houdt in dat maximaal 60 procent van de lucht uit de woning mag stromen door de kieren in één uur tijd bij een luchtdrukverschil van 50Pa. Naast eisen aan warmte en tochtdichtheid zijn er ook eisen aan de eventuele oververhitting van het gebouw. Bij oververhitting zou men namelijk gebruik moeten maken van een koelinstallatie en dat moet voorkomen worden vanwege het energieverbruik. De nationale Passiefhuis Stichting controleert na de bouw of het passiefhuis inderdaad aan de richtlijnen voldoet. Dan wordt het uitvoeringscertificaat verstrekt. Als het ontwerpcertificaat en uitvoeringcertificaat zijn behaald is het gebouw een passiefhuis.

Richtlijnen voor passiefhuizen

Passiefhuizen zijn huizen die aan heel energiezuinig zijn en voldoen aan de eisen die genoteerd staan in het passiefhuis-certificaat. Dit certificaat wordt uitgegeven door de nationale Passiefhuis Stichting. Deze stichting verstrekt zowel het ontwerpcertificaat als het uitvoeringscertificaat voor passiefhuizen. Niet alleen woningen kunnen overigens aangemerkt worden als een passiefhuis ook gebouwen die vallen in de categorie utiliteit kunnen een passiefhuiscertificaat ontvangen.

Eigenschappen van passiefhuizen
Een passiefhuis wordt een bepaald gedeelte van het jaar niet actief verwarmt of gekoeld met installaties. In plaats daarvan wordt gebruik gemaakt van onder andere zonlicht om de woning te verwarmen. De woning wordt zo op het kavel gebouwd dat de meeste ramen aan de zonzijde geplaatst zijn en zo weinig mogelijk ramen aan de noordzijde.

Het is ook belangrijk dat de warmte binnen blijft en de woning zo weinig mogelijk warmte afstaat aan de omgeving. Dit houdt in dat een passiefhuis extra geïsoleerd is en dat de ventilatie vaak via een mechanisch systeem plaatsvind. Ook de temperatuurbeheersing wordt vaak ingeregeld in een gebouwbeheersysteem dat bijvoorbeeld gebaseerd is op domotica.

Er wordt meestal gebruik gemaakt van driedubbel isolatieglas en daarnaast is er extra zorg besteed aan het isoleren van de daken en de muren. Er is een luchtdichte en koudebrugvrije thermische schil om de woning aangebracht. Oververhitting moet echter ook worden voorkomen. Volgens de officiële richtlijnen mag de oververhitting slechts tien procent zijn boven de 25 graden Celsius. Zowel in Nederland als België zijn er eisen opgesteld voor passiefhuizen. Deze eisen zijn in de volgende alinea weergegeven.

Eisen die gesteld worden aan passiefhuizen
De volgende eisen voor passiefhuizen zijn van toepassing in zowel Nederland als  België:

  • Het primair energieverbruik mag maximaal 120 kWh/m² per jaar bedragen. Men berekent het primaire energieverbruik door al het energieverbruik van het gebouw op te tellen. Het gaat dan om de energie die wordt verbruikt door installaties die aangebracht zijn om de ruimten verwarmen en ruimten te koelen. Ook alle energie die wordt gebruikt door elektrische apparatuur, hulpenergie en tapwater verwarming wordt bij het totale primaire energieverbruik opgeteld.
  • Op jaarbasis mag men voor het verwarmen van het gebouw tot 20 graden Celsius niet meer energie verbruiken dan 15 kWh/m² per jaar.
  • Een passiefhuis moet een luchtdichtheid hebben van maximaal n50 < 0,6 h-1. Dat betekend dat maximaal 60% van de lucht uit de woning in één uur via kieren naar buiten mag stromen bij een luchtdrukverschil van 50Pa.
  • Daarnaast moet ook oververhitting worden voorkomen in de zomer. Zo moet een passiefhuis zonder koelinginstallatie een oververhittingfrequentie van 10% of lager halen. De oververhittingfrequentie maakt inzichtelijk welk percentage of welke periode van het jaar de binnentemperatuur boven de 25 graden komt.
  • Daarnaast mag een passiefhuis met koelinginstallatie op jaarbasis niet meer dan 15 kWh/m² verbruiken aan koeling.

Nationale Passiefhuis Stichting
Een passiefhuiscertificering zal men moeten aanvragen bij de nationale Passiefhuis Stichting. Deze stichting hanteert een PHPP-rekenprogramma waarmee de jaarlijkse warmtevraag wordt berekend. Ook de koelbehoefte wordt doormiddel van dit PHPP-rekenprogramma in kaart gebracht. Deze koelbehoefte is gekoppeld aan de oververhittingfrequentie van het gebouw. De nationale Passiefhuis Stichting heeft haar passiefhuiscertificering opgedeeld in twee certificaten namelijk het ontwerpcertificaat en het uitvoeringscertificaat.

Ontwerpcertificaat
Voor het aanvragen van een ontwerpcertificaat dient men de uitdraai van de PHPP-berekening evenals een omschrijving van het gebouw en de installaties verstrekken aan de nationale Passiefhuis Stichting. Deze informatie moet voorzien zijn van tekeningen. Als deze gegevens allemaal voldoen aan de richtlijnen voor een passiefhuis krijgt men het ontwerpcertificaat.

Uitvoeringscertificaat
Naast het ontwerpcertificaat voor een passiefhuis zal men ook een uitvoeringcertificaat moeten bemachtigen. Deze wordt ook verstrekt door de nationale Passiefhuis Stichting. Daarvoor gaat deze stichting echter controleren of het gebouw daadwerkelijk is gebouwd conform de tekeningen en gegevens waarvoor het ontwerpcertificaat is verstrekt. Daarvoor al onder andere de Blower-Door-Test worden gebruikt om te beoordelen of het gebouw voldoende luchtdicht is. Als de Blower-Door-Test goed is verlopen en de overige testen ook wordt het uitvoeringscertificaat verstrekt en heeft men een passiefhuis.

Kenmerken van een passiefhuis

Passiefhuizen zijn huizen die een passiefhuis-certificaat hebben en daarmee voldoen aan de richtlijnen die zijn opgesteld voor dit certificaat. Dit houdt onder andere in dat deze woningen in een jaar niet meer dan 15 kWh/m² verbruiken voor de verwarming aan ruimten van het gebouw. Daarnaast mag het passiefhuis jaarlijks een maximaal  primair energiegebruik van 120 kWh/m² hebben. Deze richtlijnen voor passiefhuizen zijn van toepassing in zowel Nederland als België.

Passiefhuis kenmerken
Een passiefhuis heeft een aantal kenmerken. De term ‘passief’ is in dit verband gekoppeld aan het feit dat een passiefhuis gedurende een bepaalde periode per jaar niet actief hoeft te worden verwarmd met verwarmingssystemen. In plaats daarvan wordt de warmte verkregen uit passieve warmtebronnen. Een belangrijke passieve warmtebron is de zon maar ook apparaten en zelfs bewoners zijn passieve warmtebronnen.

Passievewoningen worden zo op het kavel geplaatst dat er zoveel mogelijk zonlicht in de woning kan stralen. Op die manier wordt deze woning natuurlijk verwarmd en daarnaast is natuurlijke lichtinval voor de bewoners ook wel prettig. Daarom hebben  passievewoningen de meeste ramen aan de zuidzijde, westzijde en oostzijde van de woning. Er worden zo weinig mogelijk ramen geplaatst op de noordzijde van de woning. De ramen zijn ook bijzonder want in plaats van dubbel glas maakt men bij passiefhuizen vaak gebruik van drievoudig glas voor nog hogere isolatiewaarden. Bij drievoudig glas treed er geen koudeval op. Woningen die zeer goed zijn geïsoleerd verliezen vaak veel warmte bij koudebruggen, dat wordt dus met drievoudig glas zoveel mogelijk voorkomen. Passievewoningen zijn daarnaast heel goed geïsoleerd. Er zijn passiefhuizen met gevels met Rc-waardes van 10 m²K/W.

Een belangrijk aspect van passiefhuizen is het luchtdicht of kierdicht maken van de woning er mag geen tocht ontstaan. Er wordt in een passiefhuis zo goed als geen gebruik gemaakt van natuurlijke ventilatie al kunnen in de meeste passiefhuizen de ramen wel geopend worden. Er wordt regelmatig gebruik gemaakt van mechanische ventilatie en andere speciale ventilatiesystemen die ingeregeld kunnen worden. Dit wordt ook wel balansventilatie genoemd. Daarnaast hebben passiefhuizen ook vaak een WarmteTerugWinningsunit (WTW).

Ontwerpcertificaat en uitvoeringscertificaat voor passiefhuis
Niet alleen woningen kunnen in aanmerking komen voor een certificering als passiefhuis ook andere gebouwen zoals utiliteitscomplexen kunnen als passiefhuis worden aangemerkt. Hiervoor moet echter zowel een ontwerpcertificaat als een uitvoeringscertificaat worden ontvangen van de nationale Passiefhuis Stichting. Deze stichting hanteert een speciaal controle-instrument en ontwerpinstrument bij het bepalen of een gebouw een passiefhuis is. Daarvoor maakt de nationale Passiefhuis Stichting gebruik van een PHPP-rekenprogramma.

In dit PHPP-rekenprogramma wordt de jaarlijkse warmtevraag berekend. Daarnaast wordt ook het primaire energieverbruik en de koelbehoefte / oververhittingfrequentie in kaart gebracht. De bouwtekeningen moeten worden goedgekeurd evenals de tekeningen voor het installatiewerk. De PHPP-uitdraai en de tekeningen dienen gezamenlijk te worden beoordeeld door de nationale Passiefhuis Stichting, indien goedgekeurd zal het gebouw het ontwerpcertificaat toegewezen.

Het uitvoeringscertificaat wordt verstrekt door de nationale Passiefhuis Stichting nadat er een speciale test is gedaan na de oplevering van het gebouw. Dit is de Blower-Door-Test die gebruikt wordt om te controleren of de luchtdichtheidseis van het gebouw wordt gehaald. Daarnaast wordt door er ook een algehele controle uitgevoerd door de nationale Passiefhuis Stichting. In deze controle wordt beoordeeld of het gerealiseerde gebouw daadwerkelijk overeenkomt met de gegevens die zijn ingevoerd in het PHPP-computerprogramma. Wanneer zowel het ontwerpcertificaat als een uitvoeringscertificaat zijn bepaald is er officieel sprake van een passiefhuis.

Wat is een passiefhuis?

Een passiefhuis is een woning die energiezuinig is en daarmee voldoet aan de eisen die zijn weergegeven in het passiefhuis-certificaat. Zowel in Nederland als in België kent men het begrip passiefhuis. In Nederland verbruikt een passiefhuis vier keer minder energie dan een gemiddelde nieuwbouwwoning die in 2011 is gebouwd. Daarnaast stoot een passief huis 54% minder CO2 uit dan een nieuwbouwwoning.

Passiefhuizen en klimaatneutraal wonen
Door de ontwikkeling van passiefhuizen zetten overheden en bewoners een belangrijke stap in de richting van de verduurzaming van het woningaanbod. Ook het behalen van de doelstellingen in wereldwijde en landelijke klimaatakkoorden wordt realistischer wanneer er meer passiefwoningen worden gebouwd. Als men nagaat dat ongeveer dertig procent van de menselijke CO2-emissie in West-Europa en Midden-Europa ontstaat bij het gebruiken van woningen en utiliteit. Veel overheden willen uiteindelijk energieneutraal en klimaatneutraal wonen realiseren maar dat is helaas niet altijd mogelijk. Passiefhuizen zorgen er echter wel voor dat ambities binnen bereik komen.

Ontstaan passiefhuizen
Hoewel men na het jaar 2000 de term passiefhuizen steeds vaker is gaan gebruiken is de term passiefhuis eigenlijk al veel ouder. In de jaren zeventig van vorige eeuw heeft de Zweedse professor Bo Adamson de principes al in kaart gebracht voor een passiefhuis. In 1996 had de Duitse professor Wolfgang Feist het  de Passiv Haus Institut in Darmstadt opgericht. Vanuit dit instituut werd het certificaat met de naam passiefhuis uitgebracht. 

Verder heeft het Passiv Haus Institut ook een rekenprogramma ontwikkeld waarmee men kan toetsen in welke mate een woning voldoet aan het certificaat passiefhuis. Dit rekenprogramma is het PassiefHuis ProjecteringsPakket (PHPP). Hoewel men zou denken dat een passiefhuiscertificaat alleen bedoelt is voor woningen wordt het certificaat in de praktijk ook verstrekt aan utiliteitscomplexen zoals kantoren, zorginstellingen, scholen en ziekenhuizen. Als deze gebouwen kunnen in de praktijk het Passiefhuis-certificaat krijgen als ze aan de kenmerken van een passiefhuis voldoen.