Zonnepanelen slecht voor de gezondheid?

Zijn zonnepanelen slecht voor de gezondheid? Dat is een vraag die regelmatig voorbij komt op internet. Toch is het antwoord op de vraag niet makkelijk vindbaar. Zonnepanelen geven een bepaalde straling in de vorm van een elektromagnetisch veld. Dit is een veld met straling dat de zonnepanelen zelf opwekken. Toch is de straling hiervan erg zwak. Zonnepanelen geven laagspanning daarom is een omvormer nodig die de laagspanning geschikt maakt voor het lichtnet. Deze omvormer heeft ook een elektromagnetisch veld.

Elektromagnetisch veld omvormer
Op internet gaat het als men het heeft over de gezondheidsrisico’s van zonnepanelen vooral over het elektromagnetisch veld rondom de omvormer. Toch blijft ook deze elektromagnetische straling ruim onder de zogenaamde blootstellinglimiet. Deze blootstellinglimiet is de maximale dosis aan elektromagnetische straling waaraan een mens blootgesteld kan worden voordat er daadwerkelijk gezondheidsklachten optreden. Bij het bepalen van de blootstellingslimieten is bovendien met een veiligheidsmarge rekening gehouden omdat er nog veel moet worden uitgezocht met betrekking tot de schadelijke effecten van elektromagnetische straling.

Afstand tot elektromagnetisch veld
Het is in ieder geval bekend dat de kracht van een elektromagnetisch veld afneemt naar mate de afstand groter wordt. Hierbij wordt de vuistregel gehanteerd dat de sterkte van een elektromagnetisch veld vier keer zo klein wordt als de daadwerkelijke afstand tussen een object en een elektromagnetisch veld twee keer zo groot wordt. Hoe verder iemand zich dus bij een elektromagnetisch veld uit de buurt bevind hoe minder groot de kans is op eventuele gezondheidsklachten. Men zou daarom een omvormer zo ver mogelijk bij de slaapplekken en huiskamer uit de buurt kunnen plaatsen.

Wetenschappelijk bewijs
Veel wetenschappelijk bewijs is er niet betrekking tot stralingsgevaar vanuit zonnepanelen. Toch zijn er veel mensen met stralingszorgen. De bezorgdheid met betrekking tot de effecten van straling kan voor sommige mensen al stress opleveren. Gelukkig kan men technisch het nodige doen om straling zoveel mogelijk uit de buurt te houden van mensen. Hou er rekening mee dat elektrische apparatuur altijd een bepaalde mate van straling met zich meebrengt. Daar kun je nooit geheel aan ontkomen.

Mocht u over aanvullende informatie over dit onderwerp beschikken, die van belang is om te delen op internet, dan kunt u dit mailen via de contactpagina.

Wat is een ET monteur of een monteur ET?

ET monteur of monteur ET zijn functiebenamingen die door sommige bedrijven worden gebruikt om een elektrotechnisch monteur of monteur elektrotechniek mee aan te duiden. De afkorting ET staat dan voor elektrotechniek. Er worden in de praktijk verschillende varianten benoemd van de functie ET monteur. Zo is er bijvoorbeeld ook een functiebenaming servicemonteur ET of eerste monteur ET in gebruik bij sommige bedrijven. Het is duidelijk dat ook bij deze functies de letters ‘ET’ voor elektrotechniek staan. De werkzaamheden van een monteur ET komen in de praktijk overeen met de werkzaamheden van een elektromonteur waardoor je monteur ET als synoniem zou kunnen gebruiken voor ‘elektromonteur’.

Wat doet een ET monteur?
Een elektromonteur heeft tegenwoordig een hele brede functie. Het aanleggen van elektrische bekabeling, contactdozen, centraaldozen en het installeren van meterkasten behoort tot de standaard werkzaamheden van een monteur ET. Tegenwoordig kunnen er ook specifieke taken bij komen in het kader van de energietechniek. Hierbij kan je denken aan het aanleggen van zonnepanelen en het installeren van slimme meters in de meterkast.

ET monteur ontwikkeling
Door de digitalisering en automatisering in woningen en utiliteit is er een specifieke technisch segment ontstaan genaamd domotica. Ook met domotica kan een ervaren elektromonteur of monteur ET in aanraking komen op de werkvloer. Hierbij kun je denken aan internet of things toepassingen maar ook aan slimme verlichting, DALI toepassingen en BUS-systemen. De ontwikkelingen in de elektrotechniek staan niet stil. Een monteur ET zal tijdens zijn of haar loopbaan regelmatig een nieuwe training, opleiding of cursus krijgen in een specifieke vaktechnische richting.

Elektromonteur worden in 2019?

De elektrotechniek is in Nederland een belangrijke factor voor de energietransitie. Er is echter een groot probleem: het tekort aan elektromonteurs. Dat zorgt er voor dat bedrijven in Nederland dringend op zoek zijn naar ervaren elektromonteurs. Ervaren elektromonteurs zijn echter allemaal aan het werk en desondanks is er nog een tekort in deze sector aan ervaren personeel. Daarom wordt er gekeken naar nieuwe instroom van kandidaten doormiddel van BBL trajecten. Deze BBL trajecten worden door verschillende opleidingsinstituten op het middelbaarberoepsonderwijs (mbo) aangeboden.

Toch is het lastig om te kiezen welke BBL-opleiding in de elektrotechniek het beste bij je past. Er zijn opleidingen voor assistent monteur sterkstroominstallaties, eerste monteur sterkstroom installaties maar er zijn ook opleidingen in de zwakstroom en elektronica. Daarnaast zijn er nog specifieke opleidingen waarin elektrotechniek wordt gecombineerd met mechanica zoals de opleiding mechatronica. De keuze is breed ook de keuze tussen het aantal erkende leerbedrijven waar men een BBL traject zou kunnen volgen is heel groot. Daarom is een goed advies belangrijk. Dat advies kunnen wij bieden. Via de knop ‘BBL Technicum’ kun je een vraag indienen over een BBL opleiding of jezelf aanmelden voor een BBL opleiding in de elektrotechniek.

Cursus monteur zonnepanelen april 2019 groot succes voor Technicum

De cursus monteur zonnepanelen die op dinsdag 2 april 2019 werd gegeven door Technicum in samenwerking met één van haar partners is een groot succes geworden. Er werd gestart met een groep van 7 cursisten in Friesland. Na afloop van de cursus hadden de deelnemers alle basisvaardigheden aangeleerd die nodig zijn voor het veilig en vakkundig plaatsen van zonnepanelen op daken. Deze basiskennis is belangrijk voor iedereen die aan de slag wil als monteur zonnepanelen. De cursus werd succesvol afgerond door alle cursisten van Technicum. Dat betekent dat voor alle deelnemers werk beschikbaar komt in het plaatsen van zonnepanelen.

Veilig en vakkundig
Het tekort aan monteurs voor het plaatsen van zonnepanelen is zo groot dat er gekeken wordt naar effectieve opleidingen en trainingen waarmee ook mensen met een minder technische achtergrond toch getraind kunnen worden in het plaatsen van zonnepanelen. Technicum heeft in overleg met haar partners een ideale cursus voor het plaatsen van zonnepanelen ontwikkeld. Naast deze cursus is ook het VCA certificaat belangrijk voor het veilig plaatsen van zonnepanelen op een bouwlocatie. Ook deze veiligheidscursus wordt door Technicum aangeboden. Zo kunnen de zonnepaneelmonteurs van Technicum veilig en vakkundig aan de slag.

Ook monteur zonnepanelen worden?
Er is voortdurend vraag naar zonnepanelenmonteurs. In de praktijk zijn veel monteurs die werken met zonnepanelen elektromonteurs of werknemers met een elektrotechnische opleiding. Niet iedereen heeft echter in het verleden de keuze gemaakt om een opleiding in de elektrotechniek te volgen. Toch kan de interesse ontstaan om in de zonnepanelen te werken. Als je deze interesse ook hebt neem dan contact op met Technicum door in de menubalk op ‘vacatures Technicum’ te klikken ook kun je op de knop: ‘BBL Technicum’ klikken om via deze knop in contact te komen met een opleidingsadviseur van Technicum. Tot slot kun je ook een bericht indienen via het contactformulier op deze website. Deze vind je door hier te klikken. Wie weet ben je straks aan de slag als een vakkundige monteur zonnepanelen. Dat betekent volop werk in de toekomst.

Wat zijn de eigenschappen DALI in verlichtingstechniek

DALI is een afkorting die steeds vaker wordt gehoord in de elektrotechniek. Met name bij de installatie van verlichting wordt DALI als term regelmatig gebruikt. DALI is een afkorting van Digital Adressable Lighting Interface. Het is een internationale standaard voor het effectief en intelligent installeren en beheren van verlichting. Voor de gebruikers of bewoners van een gebouw met een DALI installatie zijn er een aantal grote voordelen. Het belangrijkste voordeel van DALI is het gebruiksgemak.

Voordelen van DALI
Men kan de verlichting van een gebouw of woning meer aanpassen aan de wensen van de gebruikers. Dat zorgt er voor dat de gebruikers van DALI bijvoorbeeld hun energiekosten kunnen verlagen door structureel alleen de ruimtes te verlichten die benut worden. Daarnaast kan men vanuit DALI meer aandacht besteden aan comfort. Verlichting wordt namelijk vaak buiten beschouwing gelaten als men het heeft over comfort maar toch maakt het er een wezenlijk onderdeel van uit. Door DALI te gebruiken kan men namelijk ook verlichting dimmen en de lichtsterkte per verlichtingspunt bepalen. Ook kan men als men de juiste verlichtingscomponenten gebruikt zelfs de lichtkleur bepalen.

Eigenschappen van DALI
DALI systemen hebben een aantal eigenschappen. Omdat het een internationale standaard is kunnen bijvoorbeeld de verschillende componenten in dit systeem prima worden uitgewisseld. Voor de sturing maakt men gebruik van een interface, deze wordt ook wel de DALI-interface genoemd en zorgt er in feite voor dat een mens kan communiceren met het systeem waarmee de verlichting wordt aangestuurd. Het systeem is schakelbaar via een zogenaamde DALI-lijn. De verschillende verlichtingscomponenten krijgen unieke adressen en het systeem is vrij adresseerbaar. Het DALI-systeem kan naar deze adressen verschillende boodschappen sturen zodat de boodschap aan het juiste adres komt.

Deze boodschappen kunnen verschillend zijn zoals, licht aan, licht uit of verlichting dimmen. Het communicatiesysteem is overigens van 2 kanten want vanuit het adres van het verlichtingscomponent wordt ook naar het centrale systeem informatie gestuurd over de DALI-lijn. Deze informatie is bijvoorbeeld de stand van de verlichting (aan, uit of gedimd). Daarnaast kan vanuit het verlichtingscomponent ook worden aangegeven wat het elektrische verbruik is van dat punt. DALI-verlichting is dimbaar van nul tot honderd procent. De installatie van DALI is voor een ervaren elektromonteur vrij eenvoudig en bovendien is DALI een zeer betrouwbare installatie als het goed geïnstalleerd is.

Wat is een energieverbruiksmanager?

Een energieverbruiksmanager is een apparaat of een applicatie (app) waarmee men op een display of digitaal op een smartphone, tablet of pc inzicht kan krijgen in het energieverbruik van een gebouw en de daarin aanwezige energieverbruikende apparaten en installaties. Met een energieverbruiksmanager kan men informatie inwinnen over het energieverbruik. Dit systeem is meestal gekoppeld aan een slimme meter of staat hiermee in contact. De meetgegevens van de slimme meter worden in de energieverbruiksmanager gevisualiseerd aan de gebruiker. De meterstanden die door de slimme meter worden geregistreerd worden vertaald in grafieken en tabellen. Dat maakt het voor mensen mogelijk om inzicht te krijgen in de momenten waarop veel of juist weinig energie wordt verbruikt in een bepaald gebouw.

Energieverbruik managen
Energieverbruiksmanagers zijn er in verschillende soorten. Zo zijn er fysieke kastjes maar er zijn ook digitale energieverbruiksmanagers zoals de eerder genoemde app of de programma’s die men kan bekijken op een tablet of op een pc. De programma’s kunnen heel uitgebreid zijn. Zo kan men in tabellen en grafieken een duidelijk beeld krijgen van het energieverbruik. Dit energieverbruik kan men dikwijls ook vergelijken met verschillende periodes die zijn geweest. Men kan het energieverbruik per dag inzichtelijk krijgen. Sommige dagen maakt men meer gebruik van bepaalde energieverslindende apparaten en dat heeft een effect op de meetresultaten die worden gemeten door de slimme meter. Deze meetgegevens worden vervolgens weer doorgestuurd naar de energieverbruiksmanager.

Op die manier kan men meer inzicht krijgen in het energieverbruik en kan met het energieverbruik ook gaan managen. Men kan dan namelijk bepalen welke apparaten veel of weinig energie verbruiken. Indien mogelijk kan men de installaties en apparaten die veel energie verbruiken gaan vervangen voor energiezuinige varianten. Op die manier kan men een woning meer klimaatneutraal of CO2 neutraal maken en bovendien besparen op de energielasten.

Slimme meter of energieverbruiksmanager?
Uit de alinea’s hiervoor komt al een beetje naar voren dat een slimme meter en een energieverbruiksmanager twee verschillende apparaten of systemen zijn. Dat is in de praktijk ook zo. Een slimme meter is altijd een fysiek meetinstrument dat dikwijls in de meterkast is geplaatst. Een slimme meter meet het gasverbruik en het elektriciteitsverbruik. Deze meetgegevens zijn in principe voldoende om aan een energieleverancier door te geven. Een slimme meter wordt ook gebruikt om te meten hoeveel energie wordt teruggeleverd op het elektriciteitsnet.

Alleen meetgegevens maken geen tendens inzichtelijk met betrekking tot het energieverbruik. Men kan dus met een slimme meter niet goed inzichtelijk krijgen in welke periode pieken en dalen in het energieverbruik zijn gemeten en welke ontwikkelingen hierin zijn geweest. Dergelijke ontwikkelingen kan men wel inzichtelijk krijgen met een energieverbruiksmanager. Een energieverbruiksmanager staat wel in contact met de slimme meter. Dat is noodzakelijk want de energieverbruiksmanager meet zelf het energieverbruik niet. Het apparaat of de app wordt alleen gebruikt voor het inzichtelijk maken van gegevens.

Wat is een slimme meter?

Een slimme meter is een digitale energiemeter waarmee kan worden bijgehouden hoeveel elektrische stroom of gas is verbruikt. De slimme meter is daardoor een nieuwe soort gasmeter en elektriciteitsmeter in één. Slimme meters zijn geschikt voor het registreren van een zogenaamd dubbeltarief. Daarnaast is een slimme meter ook uitgerust met speciale technologie waardoor deze meterstanden op een afstand kan doorsturen. Deze meters worden ook gebruikt om bij te houden hoeveel elektrische energie wordt terug geleverd op het energienet. Deze terug levering van elektrische energie vindt plaats bij woningen met zonnepanelen of andere systemen waarmee elektrische energie kan worden opgewekt.

Slimme meter is niet slim
Een slimme meter is niet slim in de letterlijke zin. Dit houdt in dat deze meters niet voorzien zijn van hoogwaardige kunstmatige intelligentie. In plaats daarvan is een slimme meter meer een meetinstrument voor de energiesector. Slimme meters zijn echter wel uitgerust met een geheugen waarmee ze het energieverbruik van een gebouw digitaal kunnen opslaan. Dit geheugen is geplaatst in de elektriciteitsmeter. In deze meter worden de elektriciteitsmeterstanden én gasmetersstanden opgeslagen. Dit betekent dat de gasmeter is verbonden met de elektriciteitsmeter.

Naast deze mogelijkheid om gegevens op te slaan is deze energiemeter ook een communicatiesysteem omdat hiermee de meterstanden automatisch naar een energieleverancier kunnen worden gestuurd. Woningeigenaren kunnen echter ook zelf hun energieverbruik doormiddel van een slimme meter in kaart brengen. Daarvoor moet men echter wel een zogenaamde slimme thermostaat met display hebben, een energieverbruiksmanager of een speciale energieverbruik-app.

Dubbeltarief
Zoals hiervoor genoemd kunnen slimme meters worden gebruikt voor de registratie van een enkeltarief en een dubbeltarief. Bij een dubbeltarief is er sprake van een piek en een dal in de tariefopname. Dit is meestal gekoppeld aan een lager tarief gedurende de nacht en een hoger tarief gedurende de dag. Het wordt ook wel een hoog-laag tarief genoemd. De energieleverancier brengt dan twee verschillende tarieven in rekening bij de energieafnemer. Een slimme meter maakt deze gegevens inzichtelijk voor de energiegebruiker en is daardoor een interessant meetinstrument.

Energie terugleveren
Het terugleveren van energie op het energienet wordt een steeds belangrijker onderwerp in de energiesector. Er worden in Nederland steeds meer energiezuinig en CO2 neutrale woningen gebouwd. Hierbij kun je denken aan het type nulwoning of een passiefhuis. Deze woningen gebruiken een groot deel van het jaar niet of nauwelijks energie en kunnen daarom in bijvoorbeeld hele zonnige periodes meer zonne-energie opwekken dan nodig is voor het energieverbruik van de woning. Dit overschot aan energie kan worden teruggeleverd aan het energienet. Niet alleen een passiefhuis of nulwoning kan een energieoverschot hebben.

Ook andere woningen en utiliteit kunnen terugleveren op het energienet. Een slimme meter is daarbij een handig instrument waarmee de teruglevering van energie inzichtelijk wordt gemaakt. Het is belangrijk dat de slimme meter goed werkt omdat energie geld kost en geld oplevert. Door gebruik te maken van een slimme meter kan de energieleverancier zien hoeveel energie daadwerkelijk is afgenomen. Daarvoor kan de energieleverancier de hoeveelheid afgenomen energie in mindering brengen op de hoeveelheid geleverde energie. In de meeste gevallen zal men meer energie afnemen dan terugleveren maar bij een nulwoning of passiefhuis is dat niet altijd het geval.

Energieverbruiksmanager
Het meten van de energieafname is slechts één aspect van energiemanagement. Iemand die echt goed inzicht wil krijgen in het energieverbruik van een gebouw of woning zal een energieverbruiksmanager moeten aanschaffen. Een energieverbruiksmanager geeft inzage in het energieverbruik. Een energieverbruiksmanager bestaat meestal uit een los kastje dat wordt aangesloten op de elektriciteitsmeter en zorgt voor meer informatie over het daadwerkelijke gebruik van gas en elektriciteit. De aansluiting van de energieverbruiksmanager kan rechtstreeks worden gedaan. Dan blijven de gegevens binnen de woning. Voor een dergelijke aansluiting kan men gebruik maken van de zogenaamde P1-poort die inde slimme meter aanwezig is.

Veel energieverbruiksmanagers werken met een softwaresysteem zoals een app. Een energieverbruiksmanager zou je daardoor kunnen rekenen tot domotica of in een bepaalde mate tot internet of things. Toch is de communicatie vanuit een energieverbruiksmanager wel eenzijdig. Men kan een energieverbruiksmanager dus niet programmeren om alle energieverbruikende installaties aan te sturen zodat meer of minder energie wordt verbruikt.

Gegevens van een slimme meter raadplegen

Slimme meters zijn een informatiebron met betrekking tot het energieverbruik van een woning of ander gebouw bijvoorbeeld utiliteit. Het is natuurlijk belangrijk dat men de meetgegevens kan uitlezen. Natuurlijk worden meetgegevens door computersystemen geregistreerd en verwerkt. De taal van computers is echter anders dan de taal van mensen. Daarom wordt gebruik gemaakt van een interface. Deze interface is meestal een display die voorzien is van een paneel met knoppen.

Door de knoppen op de interface kan een mens gegevens opvragen en als het ware communiceren met in dit geval de slimme meter. Men kan doormiddel van een stekker een display in contact brengen met de slimme meter. De display en het bijbehorende kastje is in dit geval de energieverbruiksmanager die ook in de vorige alinea werd benoemd. De energieverbruiksmanager geeft een beter inzicht in het daadwerkelijke energieverbruik van de woning. Een slimme meter kan ook draadloos gegevens doorsturen naar bijvoorbeeld een app op een smartphone of richting een energieleverancier. Uiteraard zal men wel toestemming moeten geven aan een energieleverancier voordat een dergelijke draadloze verbinding tot stand wordt gebracht.

Wat is een teleruptor?

Teleruptor is een benaming voor een bistabiel relais die op afstand bediend kan worden. Een teleruptor wordt ook wel impulsrelais of afstandschakelaar genoemd waarbij één of meer schakelcontacten van stand veranderen bij elke stroompuls. De stand waarin het schakelcontact is veranderd blijft in stand totdat er een volgende puls heeft plaats gevonden. Teleruptors worden veel in de telektrotechniek gebruikt en onder andere toegepast in verlichtingsinstallaties in woningen en domotica.

Werking van een teleruptor
Net als andere elektromagnetische relais werkt ook de teleruptor volgens een elektromagnetisch principe. Het mechanisme is zo gemaakt dat het schakelcontact van stand veranderd door elke korte stroompuls die door de schakelaar plaatsvind door de ingebouwde spoel. De stand van het relais blijft gehandhaafd totdat er een nieuwe puls plaatsvind. Dit vasthouden kan bijvoorbeeld op mechanische weg geregeld zijn. Men kan hierbij denken aan de schakelaar van verlichting. Men drukt de schakelaar is waardoor een lamp aan gaat. Wanneer ben de knop nogmaals indrukt kan de verlichting uit gaan.  Eén of meer drukknoppen kunnen parallel de teleruptor in de praktijk bedienen. Een teleruptor wordt in de praktijk veelvuldig toegepast en kan onder andere onderdeel vormen van een domotica installatie.

MBV monteur beveiligingsinstallaties

MBV is een opleiding of cursus die voluit geschreven wordt als monteur beveiligingsinstallaties. Deze opleiding wordt door verschillende opleidingsinstituten in Nederland aangeboden en is specifiek gericht op (elektro)monteurs die werkzaamheden verrichten aan beveiligingsinstallaties. Werknemers die in de praktijk werkzaamheden uitvoeren aan beveiligingsinstallaties moeten zelfs volgens de wet in het bezit zijn van het diploma Monteur Beveiligingsinstallaties (MBV). Om die reden wordt het MBV diploma in de praktijk vaak gevraagd in vacatures van installateurs en elektrotechnische bedrijven. Ook technische uitzendbureau (VCU gecertificeerde uitzendbureaus) vragen in hun vacatures regelmatig om elektrotechnisch personeel dat in bezit is van een MBV diploma of MBV-papieren.

Wat leer je in een opleiding MBV?
Hoewel de opleiding MBV door verschillende opleidingsinstituten wordt aangeboden zal de inhoud van deze opleiding of cursus grotendeels hetzelfde zijn. Uiteraard staan de beveiligingsinstallaties hierbij centraal. Deelnemers aan de MBV opleiding zullen binnen een dag of vier alle belangrijke aspecten leren met betrekking tot beveiligingsinstallaties. Het gaat hierbij om het plaatsen en bedienen van beveiligingsinstallaties. Ook het instellen en aanpassen van deze installaties komt aan de orde. Er wordt aandacht besteed aan de techniek van beveiligingsinstallaties waardoor een (toekomstig) beveiligingsmonteur in deze systemen effectiever een storing kan zoeken en oplossen.

Vooral het zoeken naar storingen het deskundig oplossen daarvan is een belangrijke taak van de monteur beveiligingsinstallaties. Daarom wordt aan dit aspect tijdens de MBV opleiding veel aandacht besteed. Storingen kunnen bijvoorbeeld ontstaan door installatiefouten maar ook door invloed van buitenaf. De invloeden van buitenaf kunnen te maken hebben met temperatuur, de invloed van licht of bijvoorbeeld trillingen door machines en veranderingen in de constructie van gebouwen en omringende installaties. De oorzaken van storingen zijn divers en de oplossingen verschillen daardoor ook. Omdat beveiligingsinstallaties een belangrijke taak vervullen is het van groot belang dat deze installaties optimaal functioneren. Daarom wordt in de MBV opleiding aan de deelnemers alle relevante kennis bijgebracht die nodig is om deze installaties zo goed mogelijk te installeren, te onderhouden, te repareren en te vervangen.

Voor wie is de MBV cursus bedoelt?
In de regels van de vorige alinea’s kwam al een beetje naar voren dat de cursus monteur beveiligingsinstallaties voor werknemers bedoelt is die werken aan beveiligingsinstallaties. Dit zijn in de praktijk vaak elektromonteurs maar het kunnen ook onderhoudsmonteurs zijn of servicemonteurs. Werknemers die specifieke kennis hebben van gebouwgebonden installaties zullen in de praktijk ook vaak te maken krijgen met beveiligingsinstallaties en hebben daardoor ook baad bij de opleiding MBV.

Diploma MBV
De opleiding MBV wordt afgerond met een examen. Na het succesvol afronden van het examen ontvangt de deelnemer het certificaat MBV praktijk. Daarnaast moet ook het MBV theorie worden behaald. MBV theorie en MBV praktijk vormen samen het MBV diploma. Met dit diploma kan de werknemer aan werkgevers duidelijk maken dat hij of zij zelfstandig een beveiligingsinstallatie kan inregelen, wijzigingen kan aanbrengen en storingen in deze systemen kan verhelpen.

Vooropleiding voor MBV
De meeste opleidingsinstituten die de MBV opleiding aanbieden vinden het belangrijk dat de deelnemers aan de opleiding over voldoende basiskennis over elektrotechniek beschikken. Dit kan blijken uit een vooropleiding in de elektrotechniek of aantoonbare werkervaring in de elektrotechniek. De potentiële deelnemer moet hiermee aantonen dat hij of zij over basismontagevaardigheden beschikt. Als dit voldoende inzichtelijk gemaakt kan worden zullen de meeste opleidingsinstituten iemand laten deelnemen aan de opleiding MBV.

Wat is een installatieautomaat?

Een installatieautomaat is een beveiligingssysteem voor elektrische bedrading tegen beschadiging die kan ontstaan door te hoge elektrische stromen ten gevolge van overbelasting of kortsluiting. Een installatieautomaat wordt ook wel een zekeringsautomaat genoemd of maximumschakelaar. Als te hoge elektrische stromen worden gemeten zal het elektrische circuit door de installatieautomaat worden onderbroken. Op die manier wordt niet alleen de installatie beschermd maar worden ook de bewoners en gebruikers van het gebouw beschermd tegen calamiteiten die ontstaan door kortsluiting zoals brand.

Hoe werkt een installatieautomaat?
Wanneer er sprake is van overbelasting of kortsluiting zal de installatieautomaat het elektrische circuit onderbreken. De manier waarop de installatieautomaat in werking treed verschilt echter. Als er sprake is van een hoge stroomstoot die bijvoorbeeld ontstaat bij kortsluiting dan zal de installatieautomaat via een elektromagneet in werking treden en de elektrische spanning op het elektriciteitsnet uitschakelen. Als er sprake is van een overbelasting van een bepaalde groep dan vindt uitschakeling via de installatieautomaat plaats doormiddel van een bimetaal. Het grote voordeel van een installatieautomaat ten opzichte van de klassieke porseleinen smeltpatronen is dat schakelaar van de installatieautomaat weer eenvoudig omgezet kan worden als de oorzaak van het probleem is opgelost.

Waar is de installatieautomaat te vinden?
Een installatieautomaat is geplaatst in een groepenkast of meterkast van woningen. Samen met de aardlekschakelaar vormt de installatieautomaat de kern van de beveiliging van de elektrotechnische installatie. De meeste installatieautomaten die tegenwoordig worden aangebracht zijn voor vaste montage. De elektromonteur bevestigd de installatieautomaat aan de achterwand van de installatiekast. Dit gebeurd in de praktijk vaak door middel van een DIN rail. Deze vaste installatieautomaten worden ook wel sockelautomaten genoemd.

Verschillende soorten installatieautomaten
Installatieautomaten zijn er in verschillende varianten. Hieronder volgt een opsomming van de meest gebruikte en de meest bekende installatieautomaten:

  • 1P+N-automaat is eenpolig met afschakelbare nulleider die alleen in de fasepool een set overstroombeveiligingen bevat. De 1P+N-automaat is één van de meest toegepaste installatieautomaten in woningen
  •  2P-automaat. De aanduiding 2P maakt duidelijk dat het om een tweepolige automaat gaat. Elke pool bevat een set overstroombeveiligingen.
  • 3P-automaat. Deze installatieautomaat bevat drie polen met drie sets overstroombeveiligingen.
  • 3P+N-automaat. Deze bevat net als de 3P-automaat drie sets overstroombeveiligingen. Daarnaast bevat de 3P+N-automaat een afschakelbare nulleider.

Deze installatieautomaten hebben verschillende uitschakelkarakteristieken. Deze worden in de volgende alinea nader toegelicht.

Uitschakelkarakteristieken van installatieautomaten
De uitschakelkarakteristieken zijn aangepast aan de specifieke kenmerken van een bepaalde elektrische installatie. Zo moeten sommige installatieautomaten juist wel of juist niet in werking treden bij een piekstroom van een bepaalde hoogte. De uitschakelkarakteristieken hebben allemaal een letter. Hieronder zijn de uitschakelkarakteristieken puntsgewijs genoteerd:

  • B-karakteristiek. Dit is de meest toegepaste automaat bij huisinstallaties.
  • C-karakteristiek. Deze installatieautomaten worden gebruikt bij wat grotere (in)schakelstromen zoals motoren.
  • D-karakteristiek. Installatieautomaten met een D-karakteristiek worden voor bijvoorbeeld transformatoren gebruikt.
  • Overige uitschakelkarakteristieken. Met name voor industriële toepassingen zijn er nog andere uitschakelkarakteristieken dan de hiervoor genoemde. Deze uitschakelkarakteristieken worden speciaal voor de beveiliging van bijvoorbeeld installaties met halfgeleiders aangebracht.

Wat is een aardlekautomaat?

Een aardlekautomaat is een elektrotechnisch beveiligingssysteem waarmee een elektrische installatie wordt beveiligd tegen een hoge lekstroom, kortsluiting en overbelasting van het elektriciteitsnet. Een aardlekautomaat wordt ook wel afgekort met alamat. Net als een aardlekschakelaar behoort ook de aardlekautomaat tot de beveiliging van een elektriciteitsnet. Er bestaan overeenkomsten tussen aardlekautomaten en aardlekschakelaars maar ook verschillen.

Aardlekautomaat of aardlekschakelaar
De aardlekautomaat is niet exact hetzelfde als een aardlekschakelaar omdat de aardlekautomaat naast een aardlekschakelaar ook een zekeringsautomaat of installatieautomaat bevat. Daardoor is de aardlekautomaat een beveiliging die niet alleen reageert op lekstroom maar ook op overstroom die ontstaat door overbelasting. Daarnaast reageert de aardlekautomaat op kortsluiting. Als men een aardlekschakelaar heeft geplaatst zal men ook een zekeringautomaat of installatieautomaat moeten aanbrengen in de meterkast of groepenkast. De aardlekautomaat bevat deze beveiligingen in één compacte behuizing.

Voordeel van een aardlekautomaat
Een aardlekautomaat heeft voordelen en nadelen ten opzichte van een systeem met een aardlekschakelaar en een zekeringautomaat. Het belangrijkste voordeel van een aardlekautomaat is dat deze beveiliging bij een te hoge lekstroom alleen de groep uitschakelt waar de elektrische storing zich bevind. De overige groepen blijven operationeel. Een aardlekschakelaar schakelt bij een elektrische storing alle groepen uit waarop de aardlekschakelaar is aangesloten. Vanwege het feit dat de aardlekautomaat alleen de groep uitschakelt waarin de storing of lekstroom is waargenomen, kan men de storing ook makkelijker lokaliseren. Het is namelijk direct zichtbaar in welke groep de storing zit.

Nadeeldeel van een aardlekautomaat
Een belangrijk nadeel van de aardlekautomaat is dat deze om verschillende redenen de groep spanningsvrij maakt. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van lekstroom maar ook van kortsluiting of een overbelasting van het elektriciteitsnet. De oorzaak van de verstoring in het elektriciteitsnet is daardoor vaak onduidelijk waardoor nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Wel is duidelijk in welke groep het defect is opgetreden. In sommige gevallen kan een storing in een installatie met een aardlekautomaat langer onopgemerkt blijven.

Wat is een aardlekschakelaar?

Een aardlekschakelaar is een schakelaar die automatisch in werking treed en een elektrische installatie spanningsloos maakt, wanneer er een lekstroom gemeten wordt van een bepaalde grootte. Normaal gesproken is er sprake van een stroomkring in een elektrische installatie. Er is een fasedraad en een nuldraad. De fasedraad voert de elektrische spanning aan richting bijvoorbeeld de verlichting en via de nul gaat de niet verbruikte elektrische stroom weer retour.

Wanneer deze stroomkring wordt onderbroken door bijvoorbeeld een slechte isolatie van de elektrische bedrading ontstaat er lekstroom. Als de lekstroom een bepaalde grootte heeft zal de aardlekschakelaar in werking treden en er voor zorgen dat er geen elektrische spanning meer staat op het elektriciteitsnet. Veel woningen en utiliteitscomplexen hebben een aardlekschakelaar in de meterkast of groepenkast. Sommige van deze gebouwen bevatten zelfs meerdere aardlekschakelaars.

Synoniemen voor aardlekschakelaar
De aardlekschakelaar wordt ook wel afgekort met ALS. Er zijn verschillende benamingen die worden gebruikt voor dit beveiligingssysteem. Zo gebruikt men ook wel de term verliesstroomschakelaar omdat de schakelaar in werking treed als een bepaalde hoeveelheid stroom verloren gaat in een elektriciteitsnet. Andere woorden voor de aardlekschakelaar zijn aardwachter of differentieelschakelaar.

Uitvinder van de aardlekschakelaar
In 1903 werd door het bedrijf Siemens-Schuckert een patent aangevraagd op een aardlekschakelaar. Dit Duitse elektrotechnische bedrijf gaf deze uitvinding de naam Summenstromschaltung zur Erdschlußerfassung. De uitvinding werd gepatenteerd onder DRP-Nr. 160.069. De heer K. Kuhlmann die werkzaam was bij die Allgemeine Elektricitäts-Gesellschaft (AEG) had een methode beschreven om aardlekstroom in het Berlijnse netwerk te meten. Voor de huidige techniek die gebruikt wordt voor de aardlekschakelaar werd in 1908 door de Amerikaan Lloyd Nicholsen een octrooi aangevraagd. Dit octrooi werd in 1910 toegekend.

Doel van de aardlekschakelaar
Een aardlekschakelaar is een belangrijk onderdeel van een veilige elektrische installatie. Daarom komen aardlekschakelaars veel in huisinstallaties voor. Het belangrijkste doel van een aardlekschakelaar is de veiligheid van het elektriciteitsnetwerk in een woning, utiliteitscomplex of ander gebouw te bevorderen. Een goed werkende aardlekschakelaar kan bij lekstroom grote problemen voorkomen door het elektriciteitsnet spanningsvrij te maken. Op die manier kan de aardlekschakelaar mensen bescherming bieden tegen elektrocutie. Daarnaast kan de aardlekschakelaar voor voorkomen dat er brand ontstaat bij optredende lekstromen naar aarde.

Zoals in de inleiding kort werd benoemd meet een enkelfasige aardlekschakelaar de elektrische stroom die een installatie via de fase opneemt en de hoeveelheid stroom die via de nul terugkomt. Als er sprake is van een verschilstroom zou deze stroom in theorie door de veiligheidsaarde terug moeten lopen. Dit is echter niet het geval bij onder andere de volgende situaties:

  • Niet-geaarde apparaten en toestellen.
  • Toestellen en apparaten die aangesloten zijn op een niet-geaarde wandcontactdoos.

In bovengenoemde gevallen zou bijvoorbeeld door een isolatiedefect of een beschadiging van de elektriciteitsdraad een levensgevaarlijke situatie ontstaan wanneer een mens of dier in contact komt met het gedeelte van de elektrische installatie die onder spanning staat maar onvoldoende is geïsoleerd. In dat geval gaat de stroomdoorgang door het lichaam van het mens of het dier. Een aardlekschakelaar zorgt er echter voor dat een lekstroom wordt gemeten en dat de elektrische installatie spanningsvrij wordt gemaakt zodat gevaarlijke situaties zoals elektrocutie en brand (door een slecht werkende elektrische isolatie) kunnen worden voorkomen.

Een aardlekschakelaar zal echter alleen in werking treden wanneer de stroom naar de aarde weglekt. Als een mens of dier niet geaard contact maakt met zowel de nul- als de fasedraad in een elektrische installatie zal de aardlekschakelaar niet in werking treden. Alleen wanneer de elektrische stroom naar aarde weglekt, zal de aardlekschakelaar de stroomkring onderbreken.

Werking van de aardlekschakelaar
Hiervoor is al aardig wat beschreven over de werking van de aardlekschakelaar. In deze alinea gaan we iets dieper in op de werking van deze schakelaar. Men heeft het hierbij over lekstroom. Dit kun je beschouwen als een soort lekkage in de stroomkring. Als er een bepaalde hoeveelheid stroom in een stroomkring wordt aangevoerd zal er ook een bepaalde hoeveelheid stroom weer terug komen. De hoeveelheid stroom die de elektrische installatie in gaat kan echter groter zijn dan de hoeveelheid stroom die een elektrische installatie weer uitgaat. In dat geval is er sprake van een lekstroom.

Deze lekstroom wordt ook wel een foutstroom of verliesstroom genoemd vandaar de benaming verliesstroomschakelaar. De foutstroom kan ontstaan wanneer de behuizing van bijvoorbeeld een elektrisch toestel onder spanning is komen te staan doordat de isolatie van de elektrische bedrading in het toestel is beschadigd of door een ander defect.

Als het toestel echter geaard is dan is er een aardedraad bevestigd aan de metalen behuizing van het toestel. In dat geval loopt de lekstroom via de aardedraad door de geaarde stekker via het geaarde stopcontact richting de aardlekschakelaar. De aardlekschakelaar zal bij een overschrijding van de aanspreekstroom in werking treden. In dat geval worden de aangesloten groepen spanningsloos gemaakt. Dit is echter het geval bij een compleet geaard systeem, dit bestaat uit:

  • Een geaarde machine of apparaat dat voorzien is van een aardestekker.
  • Een wandcontactdoos die geaard is met een aardedraad richting de aardlekschakelaar.

Indien bovenstaande onderdelen van de installatie niet aanwezig zijn en er sprake is van bijvoorbeeld een ongeaard toestel dat onder spanning staat zal elektrische stroom wanneer deze in contact komt met het lichaam wegvloeien naar de aarde. Wanneer dat gebeurd zal de aardlekschakelaar ook in werking treden en het elektriciteitsnet spanningsvrij maken voordat de situatie levensbedreigend wordt.

Aardlekschakelaar testen
Bovenstaande informatie is natuurlijk alleen van toepassing wanneer de aardlekschakelaar ook daadwerkelijk werkt. Het zou dramatisch zijn wanneer men de werking van een aardlekschakelaar alleen zou kunnen testen door een daadwerkelijk isolatiedefect in een elektriciteitsnet daarom heeft men een testknop ontwikkeld. Deze testknop is in de groepenkast aanwezig die en creëert kunstmatig een kleine lekstroom. Daardoor kan de aardlekschakelaar een verschil in de aangevoerde stroom en de retourstroom meten en het elektriciteitsnet spanningsvrij maken. Het is goed om de aardlekschakelaar periodiek te testen zeker wanneer men meerdere ongeaarde wandcontractdozen in huis heeft.

Meggeren solatieweerstand meten
Lekstroom ontstaat dikwijls doordat de weerstand van de isolatie in een elektrotechnisch systeem te laag is. Deze weerstand kan worden gemeten door een ervaren elektromonteur met een isolatieweerstandsmeter. Deze isolatieweerstandsmeters zijn door verschillende merken ontwikkeld en op de markt gebracht. Het bekendste merk op dit gebied is in Nederland het merk Megger. Dit bedrijf maakt echter meerdere meetinstrumenten voor de elektrotechniek. Ondanks dat wordt het meten van de isolatieweerstand in de elektrotechniek vaak in het vakjargon meggeren genoemd. Als uit dit meggeren blijkt dat de isolatieweerstand in een bepaald elektrotechnisch systeem voldoende is dan is de weerstand van de isolatie in ieder geval voldoende hoog voor de hoeveelheid elektrische stroom die in een systeem wordt getransporteerd. Tijdens het meggeren kan echter ook worden geconstateerd dat dit niet het geval is. Dan kan een elektromonteur tijdig de delen die onvoldoende geïsoleerd zijn vervangen. De aardlekschakelaar zal dan niet in werking treden.

Wat is meggeren in elektrotechniek?

Meggeren is een werkwoord dat is afgeleid van het meten van de weerstand die isolatiemateriaal biedt tegen elektrische stroom met behulp van een isolatieweerstandsmeter (van het merk Megger). Doormiddel van meggeren kan een bevoegd elektromonteur controleren of de weerstand nog voldoende hoog is. Als isolatiemateriaal te weinig weerstand biedt tegen elektrische stroom kan (een gedeelte van) de installatie onder elektrische spanning komen te staan.

Dit kan zeer gevaarlijk zijn en kortsluiting veroorzaken. Ook kunnen mensen een elektrische schok krijgen wanneer ze in contact komen met isolatiemateriaal dat onvoldoende weerstand biedt tegen elektrische stroom. Daarom is meggeren belangrijk, men kan doormiddel van dit meggeren tijdig een indruk krijgen van de isolatieweerstand in een elektrische installatie zodat ongelukken kunnen worden voorkomen.

Megger en meggeren
Het woord meggeren is afgeleid van het woord Megger. Dit is een benaming die wordt gebruikt voor een isolatieweerstandsmeter van het merk Megger. In het vakjargon van elektromonteurs gebruikt men voor deze isolatieweerstandsmeters de benaming Megger. Dat is niet verwonderlijk want het bedrijf Megger Group Ltd produceert al sinds 1889 isolatiemeters voor de elektrotechniek. Ook maakt het bedrijf verschillende andere meetinstrumenten voor de elektrotechniek en telecom. De zogenaamde Megger is ontworpen als isolatieweerstandsmeter voor het meten van weerstanden in het megaohmbereik. Men noemt daarom een megger ook wel een megaohmmeter.

Hoe werkt een megger?
Met dit apparaat wordt gelijkspanning aangelegd op een elektrische installatie. De megger werkt op batterijen en bevat ook een generator. Deze generator wekt een hoge meetspanning op van 500 volt of een nog hoger voltage. Naast de generator bevat daarnaast ook een zeer gevoelige stroommeter. Hiermee worden metingen verricht met een zeer grote nauwkeurigheid die zich in het bereik van microampères bevind. De megger meet alleen de weerstand van de isolatie tegen de elektrische spanning. Een megger wordt dus niet gebruikt om de weerstand tegen elektrische stroom in een installatie zelf te meten.

Meggeren door bevoegd elektromonteur
Het meggeren mag alleen worden gedaan door een bevoegde elektromonteur. In de NEN 3140 en de NEN 1010 staan de richtlijnen voor het verrichten van metingen voor de weerstand van isolatie die wordt gebruikt in elektrische installaties. Voor installaties met nominale spanning van 400/230 Volt is een weerstand van minimaal 500 kOhm vereist, dit kan men ook uitdrukken in 0,5 MOhm.

Wat is een megger of isolatieweerstandsmeter?

Een Megger is een benaming die wordt gebruikt voor een isolatieweerstandsmeter van het merk Megger. Dit merk maakt verschillende meetproducten die worden gebruikt in de elektrotechniek, telecom en industrie. Als een elektromonteur het heeft over een megger dan bedoelt hij een  isolatieweerstandsmeter. Deze werkt op batterijen en bevat een generator die een hoge meetspanning van ongeveer 500 volt of hoger opwekt.

Deze isolatieweerstandsmeter bevat daarnaast een zeer gevoelige stroommeter. Deze kan metingen verrichten tot een nauwkeurigheid in microampères. De isolatieweerstandsmeter of megger heeft een hoge meetspanning en de gevoelige stroommeter dit zorgt er voor dat dit meetinstrument beter in staat is om zeer hoge weerstanden te meten dan bijvoorbeeld een universeelmeter.

Een isolatieweerstandsmeter is ontworpen voor het meten van weerstanden in het megaohmbereik, daarom gebruikt men voor dit meetinstrument ook wel de benaming megaohmmeter. Men noemt deze ohmmeter in het vakjargon van elektromonteurs ook wel een Megger, alleen is dat de benaming van het gedeponeerd merk van de Megger Group Ltd. Dit bedrijf ontwikkelt en fabriceert sinds 1889 isolatiemeters

Waar worden isolatieweerstandsmeters voor gebruikt?
Isolatieweerstandsmeters zijn meetinstrumenten die door elektromonteurs en andere bevoegde technici worden gebruikt voor het meten van isolatieweerstanden. Men meet hierbij niet de weerstand in het elektrische circuit maar de weerstand van de isolatie. Als de weerstand van deze isolatie laag is dan kan elektrische stroom door de ze isolatie weglekken en zou men onder spanning kunnen komen te staan.

De isolatieweerstand moet zo hoog mogelijk zijn maar de elektrische weerstand in het circuit moet zo laag mogelijk zijn voor een veilige en goed functionerende elektrische installatie. Voor nieuwe installaties met een nominale spanning van 400/230 Volt dient de isolatieweerstand minimaal 500 kOhm zijn oftewel 0,5 MOhm. In de NEN 3140 en de NEN 1010 zijn de richtlijnen voor de metingen vastgelegd. Voor bestaande installaties is minimaal 1000 Ohm per Volt aan isolatieweerstand vereist.

Wat is meet- en regeltechniek?

Meet- en regeltechniek is een verzamelnaam voor alle technieken die worden gebruikt voor het meten en regelen van dynamische systemen. Kenmerkend voor de meet- en regeltechniek is dat deze techniek in feite bestaat uit twee groepen: de meettechniek en de regeltechniek. De meettechniek is een vervolgens weer een verzamelnaam van verschillende technische systemen waarmee metingen kunnen worden gedaan, zoals het meten van druk, inhoud en temperatuur. De regeltechniek wordt bijvoorbeeld gebruikt om de druk te bepalen of de temperatuur in te regelen.

Voorbeeld werking meet- en regeltechniek
In de meet- en regeltechniek komen twee groepen samen meettechniek en regeltechniek. De meettechniek meet bijvoorbeeld dat de temperatuur in een ruimte 18 graden Celsius is. Dit is informatie die doormiddel van software (zoals een PLC) wordt doorgeven aan een computersysteem die regeltechniek bevat. Het computersysteem is door een programmeur met behulp van een interface ingeregeld en bevat dus regeltechniek. Als in het computersysteem is vastgelegd dat de temperatuur in de ruimte 20 graden Celsius moet zijn dan regelt het systeem bijvoorbeeld dat de ketel van de centrale verwarming in werking moet treden zodat de temperatuur omhoog gaat. Vervolgens meet de meettechniek dat de temperatuur daadwerkelijk op 20 graden is beland en geeft dit door aan de regeltechniek (computer). De computer zorgt er vervolgens voor dat de ketel afslaat. Op die manier houden de meettechniek en de regeltechniek met elkaar verband.

Wat is meettechniek?
Voordat men de regeltechniek een bepaalde bewerking kan laten uitvoeren heeft men informatie nodig. Deze informatie wordt geleverd door de meettechniek. De meettechniek meet eerst een bepaalde grootheid dit kan bijvoorbeeld tijd, luchtdruk, temperatuur, inhoud en snelheid zijn. Een grootheid is een meetbare eigenschap en het resultaat van de meeting wordt over het algemeen in een numerieke waarde vastgelegd. Daarnaast wordt de grootheid uitgedrukt in een bijpassende eenheid zoals bijvoorbeeld decibel wordt aangeduid symbool dB.

Het is niet altijd eenvoudig om metingen goed uit te voeren doormiddel van meetapparatuur. Verschillende omgevingsfactoren kunnen een ongunstige uitwerking hebben op het meetproces. Doormiddel van sensoren of voelers kan een meetsysteem informatie ontvangen. Deze informatie geeft aan wat er gemeten is. Of deze informatie juist is kan men pas bepalen als men zeker weet dat het meetinstrument goed functioneert en goed in contact staat met hetgene dat gemeten moet worden. Het is van groot belang dat de meettechniek goed werkt omdat de regeltechniek anticipeert op de informatie die de meettechniek aanlevert.

Wat is regeltechniek?
Regeltechniek is de techniek die wordt toegepast om een bepaalde bewerking uit te voeren. De informatie die uit de meettechniek naar voren is gekomen wordt doormiddel van een softwaresysteem vergeleken met de gewenste waarde. De gewenste waarde is meestal door een softwareprogrammeur vastgelegd in een softwaresysteem doormiddel van een interface. Een interface stelt een mens in staat om met een computer te communiceren. Een interface kan bijvoorbeeld een paneel zijn met een aantal knoppen er op. Door een knop in te drukken kan een systeem een bepaalde bewerking uitvoeren. Als het systeem echter goed is geprogrammeerd zal men nauwelijks de interface hoeven te gebruiken. Het systeem gebruikt dan de informatie van de meettechniek als input voor de computersoftware. Deze vergelijkt de informatie van de meettechniek met de gewenste waarde. Als hierin een afwijking is ontstaan kan de regeltechniek het systeem bijsturen. Over het algemeen kost de bewerking tijd. In geval van het hiervoor genoemde voorbeeld zal het even tijd kosten voordat de ketel voldoende warmte heeft geproduceerd om de temperatuur naar het gewenste niveau te laten stijgen.

Wat doet een meet- en regeltechnicus?
Het inregelen van meet- en regeltechniek wordt over het algemeen gedaan door een meet- en regeltechnicus. Deze technici hebben verstand van zowel de hardware als de software van meetsystemen en regelsystemen. Een meet- en regeltechnicus kan bij verschillende bedrijven werkzaam zijn. Over het algemeen werkt deze technicus bij een elektrotechnisch bedrijf of een bedrijf dat gericht is op industrieel onderhoud. Een meet-  en regeltechnicus kan een opleiding Onderhoudstechnicus Instrumentatie OTI hebben gevolgd.

Technici met deze opleidingsachtergrond werken bijvoorbeeld in de procesindustrie om daar regelaars en meetinstrumenten te plaatsen. In de woningbouw en utiliteit kunnen echter ook meet- en regeltechnici werken. Deze technici kunnen bijvoorbeeld gebouwbeheersystemen inregelen. Deze systemen bepalen bijvoorbeeld de temperatuur in de vertrekken van de gebouwen. Afhankelijk van de omvang van het gebouwbeheersysteem kan zelfs de (brand)beveiliging en de verlichting worden geregeld doormiddel van software.

Een meet- en regeltechnicus brengt de hardware aan zoals een interface met een display. Daarnaast brengt deze techneut ook de bedrading aan en de sensoren en overige meettechniek. Tot slot regelt de meet- en regeltechnicus het softwaresysteem in op basis van de wensen van de eindgebruiker. De eindgebruiker is de persoon die het gebouw, installatie of machine in gebruik neemt.

Wat is een duspol of tweepolige spanningzoeker?

Duspol is een merk voor een tweepolige spanningzoeker. Het merk duspol is een geregistreerde handelsmerk voor een meetinstrument dat in de elektrotechniek gebruikt wordt. Een duspol bevat twee meetpennen die over het algemeen een rode kleur hebben. Deze pennen zijn aan elkaar verbonden doormiddel van een soepel, dun snoer dat een donkergrijze of zwarte kleur heeft.

Meetpennen van een duspol
Een duspol heeft twee meetpennen maar de omvang van deze pennen verschilt. De handgreep van één van de pennen is groter dan het handvat van de andere pen. De dikkere meetpen heeft een ingebouwde spanningsindicatie. Over het algemeen bestaat deze spanningsindicatie leds. Bij de leds is een duidelijke omschrijving aangegeven van hetgeen gemeten wordt. Het is echter ook mogelijk dat men in het dikkere handvat een digitaal afleesscherm heeft aangebracht waar men de waardes van kan aflezen.

Hoe werkt een duspal
Een duspal wordt gebruikt als meetinstrument voor de elektrotechniek. Het is een spanningszoeker wat in feite inhoudt dan men met een duspal kan meten of op een bepaald elektrotechnisch component spanning staat of niet. Men kan een duspal bijvoorbeeld gebruiken om de spanning te meten in een wandcontactdoos. Als een wandcontactdoor is voorzien van een aardcontact dan kan men het beste eerst de beide spanningvoerende contactpolen controleren met de duspal. Als men vervolgens de contactpolen om de beurt op de aarde gaat meten kan men bepalen welke contactpool de stroom aanvoert en welke de nul is.

Lekstroom
Een aardlekschakelaar wordt ingeschakeld wanneer er sprake is van zogenoemde lekstroom. Een spanningzoeker zoals een duspal trekt stroom. Als men de duspal gaat gebruiken om de spanning te meten tussen de fase en de aarde dan zal er een lekstroom gaan lopen. Als de elektrische installatie goed functioneert zal de aardlekschakelaar vanwege de lekstroom worden ingeschakeld. Als dat gebeurd wordt de levering van elektrische spanning stopgezet. Om dit te voorkomen hebben sommige tweepolige spanningzoekers een speciale testfunctie met een hoge impedantie. Deze testfunctie wordt gebruikt om de lekstromen te onderdrukken.

Meetbereik van duspal spanningzoeker
Het meetbereik van spanningszoekers kan verschillen. Een tweepolige spanningzoeker heeft over het algemeen een bereik van ongeveer 6 Volt tot 400 Volt. Het aantal Volt wordt in verschillende waarden aangegeven. Deze waardes lopen op en zijn vermeld op de spanningsindicatie van het dikke handvat van de duspal. Een duspal of tweepolige spanningzoeker is geschikt voor het meten van zowel gelijkspanning als wisselspanning.

Wat is een eenpolige spanningzoeker?

Een spanningzoeker is gereedschap waarmee men kan meten of ergens elektrische spanning op staat. Elektromonteurs en installateurs gebruiken vaak een spanningszoeker om te meten of er bijvoorbeeld spanning staat op contactpolen voordat ze daadwerkelijk hun werkzaamheden gaan verrichten. Men moet namelijk spanningsvrij werken om te voorkomen dat men onder elektrische spanning komt te staan tijdens werkzaamheden.

Het onder spanning komen te staan van een persoon wordt ook wel een elektrische schok genoemd en is zeer gevaarlijk voor de gezondheid. Men kan zelfs overlijden ten gevolge van een elektrische schok. Daarom moet men van te voren goed meten of ergens elektrische spanning op staat. Men kan hiervoor een eenpolige spanningszoeker of een tweepolige spanningzoeker (ook wel duspal genoemd) gebruiken. In onderstaande tekst is de werking van een eenpolige spanningzoeker beschreven.

Eenpolige spanningszoeker
Een eenpolige spanningszoeker is de meest eenvoudige en goedkope spanningzoeker die een elektromonteur kan gebruiken. Deze spanningzoeker bestaat uit één pen die in een contactpool kan worden gestoken om te meten of deze onder elektrische spanning staat of niet. Een bekend voorbeeld van de eenpolige spanningszoeker is de fittingschroevendraaier met neonlampje. Dit zijn kleine doorzichtige schroevendraaiertjes die aan het uiteinde een platte schroefkop hebben.

Vanaf deze platte schroefkop is de schroevendraaier geheel geïsoleerd. Deze isolatie voorkomt dat de gebruiker van de spanningszoeker onder elektrische spanning komt te staan tijdens het verrichten van metingen met de spanningszoeker. Het is belangrijk dat deze isolatie niet beschadigd wordt. In de spanningzoeker zit een klein neonlampje dat oplicht als de spanningszoeker een spanning voerend deel van de elektrische installatie raakt met het metalen uiteinde (platte schroevendraaierkop).

Hoe wordt een eenpolige spanningszoeker gebruikt?
Een eenpolige spanningszoeker wordt gebruikt voor het meten van de aanwezigheid van een wisselspanning tussen de 110 V en 240 V. Over het algemeen wordt de eenpolige spanningszoeker gebruikt als fasetester als men werkzaamheden gaat verrichten aan lichtnetinstallaties in bijvoorbeeld woningen of utiliteit.

De eenpolige spanningszoeker wordt met de punt in contact gebracht met een deel van een elektrische installatie. Men moet daarbij de vinger op het uiteinde van het kunststof heft houden. Als het gedeelte dat geraakt wordt met de spanningszoeker ook daadwerkelijk spanning voert dan zal het neonlampje in de spanningszoeker gaan branden. Het  neonlampje gaat branden door de elektrische spanning. Er is echter ook een hoogohmige weerstand aanwezig in de spanningszoeker die zorgt er voor dat het lampje door de elektrische spanning niet kapot brand.

Belangrijke informatie over spanningszoeker
Het branden van het lampje van de spanningzoeker geeft aan dat er spanning staat op het onderdeel van de elektrische installatie. De exacte hoogte van de spanning wordt door de eenpolige spanningsmeter niet aangegeven. Het lampje gaat over het algemeen branden als er een spanning wordt gemeten van 110 Volt tot 240 Volt.

Als het neonlampje niet brand is dat niet een garantie dat een geleider spanningsloos is. Er zijn namelijk een aantal factoren die van invloed zijn op de werking en het aflezen van de spanningszoeker. Allereerst kan de elektromonteur de spanningzoeker niet goed hanteren waardoor het lampje niet gaat branden. Hij of zij kan de spanningzoeker niet stevig genoeg tegen de geleider aanhouden waardoor de spanningzoeker de spanning niet goed kan meten.

Ook kan de geleider of de spanningszoeker bevuild zijn wat het meten en aflezen bemoeilijkt. Het lampje kan bovendien kapot zijn of er is een te grote overgangsweerstand tussen de vinger en contactplaatje waardoor het licht van het lampje te zwak is. Om er zo zeker mogelijk van te zijn dat de spanningzoeker werkt kan men de spanningszoeker het beste van te voren testen door de spanningzoeker in een contactpool te steken van een wandcontactdoos waar spanning op staat.

Professioneel gebruik eenpolige spanningzoeker is niet toegestaan
Een eenpolige spanningszoeker kan wel door elektromonteurs worden gebruikt maar ze zijn niet toegestaan voor professioneel gebruik. Om de hierboven genoemde redenen wordt een eenpolige spanningszoeker onvoldoende betrouwbaar geacht. De Nederlandse norm voor veilige bedrijfsvoering van werkzaamheden aan elektrische installaties is de NEN 3140. Hierin staan richtlijnen voor het veilig werken aan elektrische installaties. In de NEN 3140 is vastgelegd dat men voor het aantonen van spanningafwezigheid een tweepolige meting dient te doen. Hiervoor maakt men gebruik van een tweepolige spanningzoeker zoals een duspal. Een duspal is een merk van een tweepolige spanningzoeker.

Wat is een contactloze spanningszoeker?

Voor het meten van elektrische spanning gebruikt men over het algemeen een enkelpolige of tweepolige spanningszoeker zoals een duspal. Een enkelpolige spanningszoeker mag niet professioneel worden gebruikt omdat deze minder betrouwbaar is dan een tweepolige spanningzoeker. Dit is vastgelegd in de NEN 3140. Zowel een enkelpolige spanningszoeker als een tweepolige spanningszoeker worden gebruikt om metingen te verrichten aan onderdelen van elektrische installaties. Daarbij moet echter wel contact worden gemaakt met de geleiders van de installatie. Er zijn echter ook spanningszoekers waarbij geen direct contact gemaakt hoeft te worden met de installatie of onderdelen daarvan. Deze spanningszoekers worden ook wel contactloze spanningzoekers genoemd.

Hoe werkt een contactloze spanningzoeker?
Een contactloze spanningzoeker bevat een sensor waarmee een  elektrische veldsterkte om een spanningvoerende geleider wordt gedetecteerd. Contactloze spanningszoekers zijn alleen geschikt voor het opsporen van een wisselspanning. Er zijn verschillende soorten contacloze spanningzoekers en het meetbereik van deze meetinstrumenten kan verschillen. Over het algemeen kan men deze spanningzoekers gebruiken om een spanning te meten van 100 tot 1000 volt.

Een contactloze spanningzoeker hoeft geen daadwerkelijk contact te maken met een blanke geleider. In plaats daarvan kan men met de contactloze spanningzoeker elektrische spanning meten door de spanningszoeker in de buurt van een contactdoos, stroomdraad of contactstrip te houden. Het is zelfs mogelijk om met een contactloze spanningszoeker elektrische spanning te meten die stroomt door een geïsoleerde draad. Men kan hierdoor vaak eenvoudig onderbrekingen van elektrische spanning opsporen in kabels.

Hoe kan men een contactloze spanningzoeker aflezen?
Een contactloze spanningzoeker bevat een led. Deze led gaat branden als de sensor elektrische spanning meet. Daarnaast is er ook vaak een akoestische signalering met een pieptoon. In tegenstelling tot een eenpolige spanningszoeker bevat een contactloze spanningszoeker elektronica. Daarvoor is voedingsspanning nodig die wordt geleverd door twee potloodbatterijen (AAA).

Hoe buigt men bochten in pvc-installatiebuis?

Als men een bocht wil buigen in een pvc-installatiebuis doet men er verstandig aan om een binnenbuigveer of een buitenbuigveer te gebruiken. De binnenbuigveer brengt men in de buis die men wilt buigen en de buitenbuigveer schuift men er omheen. Voor de rest van deze tekst gebruiken we het woord ‘buigveer’ in het kader van een binnenbuigveer. In de praktijk worden deze buigveren namelijk het meeste gebruikt door installatiemonteurs.

Hoe maakt men een bocht in een pvc-buis?
Voordat men een bocht gaat buigen in een pvc-buis zal men eerst de plaats moeten bepalen van de bocht. Een bocht in de installatie techniek moet meestal niet in 90 graden worden gebogen omdat men dan in de problemen komt bij het trekken van kabels. In plaats daarvan maakt men meestal bochten van veertig graden. Door deze ‘stompe’  bochten kan men gemakkelijker kabels trekken.

Zodra men de positie van de bocht heeft bepaald brengt men de buigveer in de installatiebuis. De buigveer moet zover worden doorgeschoven dat het midden van de buigveer ongeveer in het midden van de positie is gebracht waar de bocht gemaakt moet worden.

Als men dat heeft gedaan kan men zelf (met de handen) de bocht buigen. Het buigen van bochten vergt weinig kracht. Men kan daarbij de bocht ook buigen over de knie indoen nodig. Men moet de bocht iets verder doorbuigen dan de gewenste hoek. Het pvc veert namelijk altijd een klein beetje terug als men de buis na het buigen loslaat. Het buigen van bochten vereist wat oefening maar op een gegeven moment heeft men in de gaten hoever het pvc terugveert na het buigen.

Aandachtspunten voor het buigen van pvc-buizen
Men dient pvc-buizen een beetje op te warmen als de omgevingstemperatuur kouder is dan 10 °C. Beneden deze temperatuur is het pvc, brozer en kan de buis breken als je deze buigt. Tijdens het buigen mogen de buizen  geen afplatting vertonen. Dit kan men voorkomen door een buigveer met de juiste diameter te gebruiken.

Aan de binnenkant van de bochten mag de diameter van de buis niet kleiner zijn dan drie keer de diameter van de buis. Voordat men de buigveer uit de buis trekt moet men de bocht goed controleren. Dit is belangrijk omdat men na het verwijderen van de buigveer de buigveer heel moeilijk weer door de bocht heen kan trekken. Na het buigen van de bocht in de pvc-buis kan men de buis op de juiste lengte afzagen.

Een bocht in pvc kan niet worden teruggebogen omdat dan het materiaal te zwak wordt en de kans groot is dat de buis breekt.

Verschillende vormen
Met een buigveer kan men in een pvc-buis verschillende vormen aanbrengen. Naast de gewone bocht in verschillende graden (stompe of scherpe bocht) kan men ook een S-bocht aanbrengen. Dit zijn in feite twee bochten achter elkaar. Daarnaast is een zogenoemde ‘kattenrug’ ook mogelijk. Dit is een kleine bocht waardoor men een buis over een andere buis kan aanbrengen.

Wat is een buigveer en waar wordt een buigveer voor gebruikt?

Een buigveer is een gereedschap dat wordt gebruikt voor het maken van bochten in kunststofbuis. Daarnaast wordt een buigveer ook gebruikt voor buizen van zacht koper. Door een buigveer te gebruiken voorkomt men dat men een knik krijgt in de buis tijdens het buigen. Daarom wordt de buigveer in de buis geplaatst voordat men gaat buigen. Het is belangrijk dat men de juiste buigveer hanteert voor de buizen als men deze wil buigen. Buigveren zijn er in verschillende diameters. Men schuift de buigveer in een buis of trekt de buis over de buigveer heen.

Hoe ziet een buigveer er uit?
Een buigveer is gemaakt van staal. Het is een dunne spiraalvormig geheel dat in verschillende bochten bewogen kan worden. De windingen van deze spiraalveer zitten zeer dicht tegen elkaar aan. Daardoor ontstaat er zo weinig mogelijk ruimte als men de spiraalveer buigt. Naast verschillende diameters zijn buigveren ook verkrijgbaar in verschillende lengtes. Buigveren zijn beschikbaar voor alle gangbare maten voor buizen.

Binnenbuigveren en buitenbuigveren
Meestal denkt men aan een buigveer die men in een buis moet aanbrengen. Dit zijn de zogenoemde binnenbuigveren. Er zijn echter ook buitenbuigveren. Deze buigveren schuit men niet in de buis, in plaats daarvan schuift men de buitenbuigveer over de buis heen.

Waarvoor gebruikt men een buigveer?
Buigveren worden veel gebruikt door installatiemonteurs. Zij buigen bijvoorbeeld pvc-installatiebuis ten behoeve van elektrische installaties. Deze buizen mogen tijdens het buigen niet knikken omdat men dan de elektrische bedrading niet door de buis heen kan trekken. In de installatietechniek maakt men voornamelijk gebruik van binnenbuigveren van 5/8 en 3/4 inch (16 en 19 mm). De lengte van de buigveren in de installatietechniek is ongeveer 1 meter. Over het algemeen hebben de buigveren aan beide uiteinden van de veer een oog. Aan dit oog kan men indien nodig een touw of installatiedraad bevestigen. Hierdoor kan men ook in lange buizen een buigveer in de juiste positie trekken.