Wat zijn refurbished devices en refurbished apparaten?

Refurbished is een Engels woord dat vertaald kan worden met gereviseerd, refurbished divices zijn gereviseerde apparaten of toestellen. Als men een refurbished toestel koopt heeft men in feite een toestel gekocht dat eerder is gebruikt en weer vernieuwd is of opgeknapt is. Er zijn op de markt verschillende toestellen en apparaten beschikbaar die refurbished zijn. Zo zijn er MacBooks, IPhones, IPads, Smartphones en andere toestellen die als refurbished op de markt komen. Er is de afgelopen jaren een ware markt ontstaan voor deze refurbished producten.

Refurbishment en technologie
Speciale bedrijven met technici zorgen er voor dat oude of verouderde apparaten weer opnieuw gebruikt kunnen worden door storingen, schade en mankementen te verhelpen. Tot voor kort dacht men dat een stuk elektronica-apparaat eigenlijk niets meer waard was, daar is nu echter verandering in gekomen. Het blijkt namelijk dat met de juiste kennis en aandacht veel elektronica als refurbished product opnieuw op de markt gebracht kunnen worden. Deze manier van werken bespaart afval en is een stap in de goede richting van de circulaire economie. Bedrijven die zich bezig houden met refurbishment houden zich in belangrijke mate ook bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Componenten vervangen
Een refurbished toestel is niet nieuw en wordt ook niet nieuw op de markt gebracht. Vaak staat er bij dat het om een refurbished toestel gaat of een gereviseerd toestel of machine. Voordat deze producten en machines op de markt zijn gebracht hebben ze een zogenaamd refurbishment proces ondergaan. Dat zorgt er voor dat er controles worden gedaan of alles goed werkt. Tijdens refurbishment worden verschillende componenten van het toestel of apparaat getest en indien nodig vervangen. Meestal gaat het maar om kleine onderdelen zoals een nieuwe batterij of een nieuwe interface of beeldscherm.

Refurbishment is duurzaam en voordelig

Mensen die een refurbished toestel kopen kunnen vaak enorm veel geld besparen ten opzichte van een nieuw toestel. Het gaat soms wel om een verschil van zestig procent in de aanschafprijs. Het aanschaffen van een refurbished toestel is bovendien populair omdat het duurzaam is om toestellen te hergebruiken. De afvalberg wordt kleiner en materialen en onderdelen worden langer en vaker gebruikt. De laatste jaren ontstaan er steeds meer bedrijven die zich bezig houden met refurbishment. Dit begint een steeds populairder begrip te worden omdat consumenten en andere afnemers zich meer bezig houde met verduurzamen en circulaire economie. Sommige bedrijven worden daar wereldberoemd mee zoals het Nederlandse JC-Electronics dat gevestigd is in het Groningse plaatsje Leek.

Uitzendbureaus, maatschappelijk verantwoord ondernemen en energietransitie

De afgelopen maanden is steeds duidelijker geworden dat investeringsmaatschappijen duidelijke keuzes maken met betrekking tot de bedrijven, projecten en producten waarin ze investeren. Pensioenfondsen zoals Pensioenfonds Metaal & Techniek hebben hun beleggingsportefeuille verduurzaamd en maatschappelijk verantwoord gemaakt door niet meer te beleggen in de tabaksindustrie, bont- en wapenindustrie.

Deze ontwikkeling is logisch want het gaat beter met de economie en zowel investeerders als afnemers hebben meer te besteden en meer te kiezen. Klanten en overheden vinden maatschappelijk verantwoord ondernemen steeds belangrijker en hanteren dit ook steeds vaker als doorslaggevend criterium in de keuze om wel of geen opdrachten te gunnen.

Daarom is 2019 het ideale moment om als uitzendbureau belangrijke stappen te maken in de richting van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Uitzendbureaus kunnen stappen zetten om te verduurzamen en bedrijven te steunen die milieubewust opereren op de markt. Op die manier kunnen duurzame, groene uitzendorganisaties ontstaan. Een transitie richting een duurzame uitzendorganisatie hoeft niet in één stap te worden doorgevoerd, er kunnen deelstappen worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de volgende keuzes/ veranderingen:

Dienstverlening
Geen uitzendpersoneel meer bemiddelen voor de tabaksindustrie en andere ondernemingen die producten verkopen die zeer schadelijk zijn voor de mens en het milieu.

  • Nu technisch personeel schaars is er specifiek voor kiezen om het personeel in te zetten op (extra) duurzame projecten zodat die geen vertraging oplopen.
  • Uitzendkrachten en deta-krachten specifiek opleidingen aanbieden voor duurzame techniek, zoals het plaatsen van zonnepanelen, warmtepompen, vergistingsinstallaties en alle randapparatuur die daar bij hoort zoals slimme meters.
  • Oplaadpunten plaatsen voor elektrische auto’s bij bepaalde vestigingen waarmee het eigen wagenpark en andere auto’s opgeladen kunnen worden.
  • Invoering van een digitale ideeënbus op de website specifiek gericht op verduurzaming.

Materieel

  • De energievoorziening van de bedrijfspanden verduurzamen door het plaatsen van zonnepanelen, warmtepompen en andere installaties voor hernieuwbare energiebronnen.
  • In de marketing aandacht besteden aan relatiegeschenken die duurzaam zijn en van recyclebare materialen zijn gemaakt.
  • Minder printen en meer digitaliseren.
  • Elektrische auto’s invoeren voor intern personeel via een leasemaatschappij.
  • Werkkleding aanbieden die eerlijk is gemaakt met oog voor het loon en de arbeidsomstandigheden van de mensen die het gemaakt hebben.

De bovenstaande voorbeelden kunnen er voor zorgen dat de uitzendbranche in de markt belangrijke stappen zet op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De uitzendbranche is een intermediair. Dat betekent dat deze sector tussen vraag en aanbod in de arbeidsmarkt in staat. Dat zorgt er voor dat de uitzendbranche een belangrijke rol op zich kan nemen door beide kanten van de markt bewust te maken van verduurzaming. Door duidelijke keuzes te maken tussen klanten en markten kunnen ook sollicitanten specifiek richting duurzame techniek wordt begeleid naar werk. De meeste sollicitanten staan daar wel voor open. Sollicitanten zijn namelijk ook consumenten en consumenten worden milieubewuster. Iedereen wil, als hij of zij de keuze krijgt, een bijdrage leveren aan een duurzame maatschappij. Een uitzendbureau kan daarbij helpen als het uitzendbureau tenminste bereid is om bepaalde keuzes te maken. Dat vereist lef, inzicht en visie. De meeste uitzendbureaus hebben echter een afwachtende houding. Ze wachten af tot de concurrent stappen zet op het gebied van verduurzaming. Pas als de concurrent dit met succes doet zullen er veel uitzendbureaus gaan volgen. Toch moet er 1 uitzendorganisatie zijn die de eerste stap zet.

Wat is een duurzaamheidsverslag?

Een duurzaamheidsverslag is een document waarin een bedrijf de prestaties met betrekking tot maatschappelijke verantwoord ondernemen en duurzaamheid weergeeft. Het gaat hierbij om resultaten op het gebied van milieu maar ook op sociaal ethische aspecten. Uiteindelijk wordt in het duurzaamheidsverslag ook gekeken naar de economische resultaten in verhouding tot het maatschappelijk verantwoord ondernemen. In het Engels zou men de inhoud van een duurzaamheidsverslag kunnen samenvatten met de woorden People Planet Profit.

Duurzaamheidsverslag in ontwikkeling
Het duurzaamheidsverslag werd in de jaren negentig van vorige eeuw ingevoerd in de vorm van een milieujaarverslag. Dit werd toen door een aantal bedrijven gedaan om een indruk te geven wat voor invloed de bedrijfsvoering heeft op het milieu. Het milieujaarverslag werd later omvangrijker en zo ontstond het duurzaamheidsverslag. Deze ontwikkeling is in feite het gevolg van het belang dat steeds meer maatschappelijke spelers hechten aan het verduurzamen en de circulaire economie. Bedrijven moeten in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen juist op een verantwoorde manier een bijdrage leveren aan de maatschappij. Dat betekend in de praktijk dat bedrijven het milieu zo weinig mogelijk moeten belasten en dat ze zorgvuldig moeten omgaan met grondstoffen. Ook is er steeds meer aandacht voor energieverbruik en de inzet van hernieuwbare energiebronnen.

Verduurzaming moet
Voor het opstellen van een duurzaamheidsverslag zijn richtlijnen opgesteld. Dit wordt gedaan door de Global Reporting Initiative (GRI). Dit is een internationaal instituut dat gevestigd is in Amsterdam. De GRI ontwikkeld wereldwijde richtlijnen voor duurzaamheidsverslagen. Het opstellen van een duurzaamheidsverslag is natuurlijk slechts één aspect van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Uiteindelijk komt het aan op de uitvoering. Bedrijven zullen milieubewust en maatschappelijk bewust moeten omgaan met mensen en middelen. Verduurzaming is overigens voor veel bedrijven geen vrijwillige keuze. De klimaatdoelstellingen en overige wetgeving met betrekking tot afvalstoffen zorgen er voor dat bedrijven min of meer gedwongen worden om te verduurzamen. De ontwikkelingen op dit gebied kunnen en moeten bedrijven dan bijhouden in het duurzaamheidsverslag.

Wat is geplande slijtage of geprogrammeerde veroudering?

Geplande slijtage is het bewust inkorten van de functionele levensduur door bedrijven zodat consumenten genoodzaakt worden om nieuwe producten aan te schaffen. Geplande slijtage wordt ook wel geplande veroudering genoemd. Andere termen hiervoor zijn ingebouwde veroudering of geprogrammeerde veroudering in bijvoorbeeld embedded software. In het Engels noemt men geplande slijtage planned obsolescence. In de tekst hieronder is meer informatie weergegeven over geplande slijtage en in welke vormen dit voor kan komen op de markt.

Geplande slijtage
Het klinkt natuurlijk best gek dat slijtage gepland wordt. Een product moet immer zo lang mogelijk mee gaan toch? Nou dat vinden veel fabrikanten juist niet. Door de levensduur van producten in te korten word een product sneller onbruikbaar en zal de consument gedwongen worden om een nieuw product te kopen.

Vormen van geplande slijtage
Geplande slijtage kan op enorm veel verschillende manieren worden ingezet door de industrie. Zo kan men bijvoorbeeld er voor zorgen een product uit de mode raakt door nieuwere, modernere versies op de markt te brengen. Geraffineerder wordt het wanneer de oudere versies van een apparaat technisch te traag of te weinig capaciteit hebben om modernere programma’s te kunnen gebruiken. Bedrijven kunnen er voor zorgen dat de verouderde versies niet meer een update kunnen krijgen waardoor ze onbruikbaar worden. Daarbij wijzen bedrijven er vaak op dat het repareren of herstellen meer geld gaat kosten dan het aanschaffen van een nieuw apparaat. Ook worden onderdelen onnodig duur gemaakt om herstellen zoveel mogelijk te ontmoedigen.

Bedrijven kunnen in het ontwerp van een apparaat de kabels, aansluitingen en randapparatuur veranderen waardoor de oude apparaten niet meer op de moderne apparaten passen. Nog geraffineerder wordt het wanneer batterijen van bijvoorbeeld smartphones maar een bewust bepaalde beperkte levensduur hebben. Een voorbeeld hiervan zijn de time capsules van Apple’s. Deze timecapsules zorgden er voor dat het apparaat er mee ophield na ongeveer 18 maanden na aankoop. Ook de levensduur van computers wordt bewust verkort. Dit komt onder andere naar voren uit een onderzoek van Arizona State University. De conclusie uit een onderzoek naar de levensduur van desktopcomputers is dat de levensduur van deze computers in de periode tussen 1985 en 2010 ongeveer met tweederde verminderde: van gemiddeld 10,7 tot 3,5 jaar.

Een ander bekend voorbeeld van geplande slijtage treft men aan bij inkjetprinters. Bepaalde printers zouden zijn uitgerust met een telsysteem. Na een bepaalde hoeveelheid prints zou de printer er mee ophouden hoewel de printer verder wel technisch in orde is. Deze vorm van geplande slijtage zou zijn ingevoerd om te voorkomen dat het reservoir om overtollige inkt op te vangen op termijn gaat overlopen. Geplande slijtage is overigens niet iets van de laatst jaren. In december 2010 heeft men in de documentaire The Light Bulb Conspiracy aangegeven dat er al geplande veroudering werd ingevoerd in 1924. Toen hadden de vier grootste gloeilampfabrikanten ter wereld al afspraken gemaakt om de levensduur van hun product doelbewust en gecoördineerd te beperken.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Geplande slijtage staat haaks op verantwoord ondernemen. Geplande veroudering of geprogrammeerde veroudering is in feite een vorm van bedrog. In oktober 2013 werd door het Europees Economisch en Sociaal Comité een oproep gedaan tot een nultolerantie op het gebied van geplande veroudering. Dat betekent dat geplande slijtage niet geaccepteerd wordt. Toch gaan bedrijven regelmatig over deze grens heen. Er werden miljoenen euro’s aan boetes opgelegd aan Apple en Samsung die met softwareupdates apparaten vertraagden. Het mag duidelijk zijn dat deze vorm van bedrog allesbehalve klantvriendelijk is. Bovendien past geplande veroudering niet in een maatschappij die gericht op verduurzaming en circulaire economie.

Wat is een passiefhuis?

Een passiefhuis is een woning die energiezuinig is en daarmee voldoet aan de eisen die zijn weergegeven in het passiefhuis-certificaat. Zowel in Nederland als in België kent men het begrip passiefhuis. In Nederland verbruikt een passiefhuis vier keer minder energie dan een gemiddelde nieuwbouwwoning die in 2011 is gebouwd. Daarnaast stoot een passief huis 54% minder CO2 uit dan een nieuwbouwwoning.

Passiefhuizen en klimaatneutraal wonen
Door de ontwikkeling van passiefhuizen zetten overheden en bewoners een belangrijke stap in de richting van de verduurzaming van het woningaanbod. Ook het behalen van de doelstellingen in wereldwijde en landelijke klimaatakkoorden wordt realistischer wanneer er meer passiefwoningen worden gebouwd. Als men nagaat dat ongeveer dertig procent van de menselijke CO2-emissie in West-Europa en Midden-Europa ontstaat bij het gebruiken van woningen en utiliteit. Veel overheden willen uiteindelijk energieneutraal en klimaatneutraal wonen realiseren maar dat is helaas niet altijd mogelijk. Passiefhuizen zorgen er echter wel voor dat ambities binnen bereik komen.

Ontstaan passiefhuizen
Hoewel men na het jaar 2000 de term passiefhuizen steeds vaker is gaan gebruiken is de term passiefhuis eigenlijk al veel ouder. In de jaren zeventig van vorige eeuw heeft de Zweedse professor Bo Adamson de principes al in kaart gebracht voor een passiefhuis. In 1996 had de Duitse professor Wolfgang Feist het  de Passiv Haus Institut in Darmstadt opgericht. Vanuit dit instituut werd het certificaat met de naam passiefhuis uitgebracht. 

Verder heeft het Passiv Haus Institut ook een rekenprogramma ontwikkeld waarmee men kan toetsen in welke mate een woning voldoet aan het certificaat passiefhuis. Dit rekenprogramma is het PassiefHuis ProjecteringsPakket (PHPP). Hoewel men zou denken dat een passiefhuiscertificaat alleen bedoelt is voor woningen wordt het certificaat in de praktijk ook verstrekt aan utiliteitscomplexen zoals kantoren, zorginstellingen, scholen en ziekenhuizen. Als deze gebouwen kunnen in de praktijk het Passiefhuis-certificaat krijgen als ze aan de kenmerken van een passiefhuis voldoen.

Wat is energieneutraal?

Energieneutraal is de balans tussen het energieverbruik en de energieproductie van een gebouw. Deze korte definitie over energieneutraal heeft Pieter Geertsma van de website Technischwerken.nl geformuleerd. Er wordt veel geschreven over onderwerpen die te maken hebben met de verduurzaming van woningen en andere gebouwen. Daarbij komen regelmatig nieuwe populaire termen in teksten naar voren. Denk hierbij aan CO2 neutraal, energietransitie, klimaatneutraal en ook de term energieneutraal hoort in dit rijtje thuis. Gebouwen zijn in feite pas energieneutraal als er op jaarbasis netto geen energietoevoer nodig is van energiebronnen buiten de woning. Zo kan een energieneutrale woning wel elektriciteit afnemen van een energieleverancier maar zal deze woning ook zelf elektrische energie opwekken door bijvoorbeeld de installatie van zonnepanelen. Ook op dit gebied moet er sprake zijn van een balans om energieneutraal te zijn.

Omschrijving energieneutraal
In de definitie in de eerste alinea van deze tekst wordt duidelijk dat men bij energieneutraliteit kijkt naar de balans tussen het verbruik van energie en de hoeveelheid energie die wordt opgewekt. Wanneer een object installaties bevat ten behoeve van, verwarming, verlichting en voorzieningen dan zal het object energie verbruiken. Dit totale energieverbruik is afhankelijk van verschillende factoren. Zo kan men er voor kiezen om LED verlichting te gebruiken zodat er minder energie wordt verbruikt om het gebouw te verlichten.

Verder kan men een gebouw isoleren zodat er minder warmte verloren gaat. Ook kan men het rendement van verwarmingsinstallaties verhogen door gebruik te maken van warmtekrachtkoppelingen en andere systemen. Dit heeft allemaal invloed op het energieverbruik. Om te beoordelen of een complex energieneutraal is zal men ook moeten kijken naar de hoeveelheid energie die wordt opgewekt. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren doormiddel van zonnepanelen waarmee elektrische energie wordt opgewekt. Verder kan men voor de verwarming gebruik maken van pelletkachels en pelletketels die worden gestookt op biomassa.

Ook kan voor de klimaatbeheersing gebruik worden gemaakt van warmtepompen en warmte en koude opslag om de woning te koelen of te verwarmen. Deze systemen hebben te maken met het zelfstandig opwekken van energie. Echter kunnen utiliteitscomplexen en woningen ook aangesloten zijn op collectieve systemen voor het opwekken van energie zoals een zonneveld, windturbines, biogasinstallaties en stadsverwarming. Als er gebruik wordt gemaakt van stadsverwarming, blokverwarming en collectieve lokale energievoorzieningen dan spreekt men echter van een energieneutraal gebied of blok in plaats van een energieneutraal gebouw.

CO2 neutraal
Energieneutraal en CO2 neutraal worden in de praktijk vaak door elkaar heen gebruikt. Toch zijn deze termen geen synoniemen van elkaar en hebben ze dus niet dezelfde betekenis. Bij energieneutraal kijkt men namelijk naar het hoeveelheid energie die wordt opgewekt en verbruikt. Bij CO2 neutraal kijkt men naar de hoeveelheid CO2 die wordt uitgestoten. In theorie zou men bij een energieneutrale woning gebruik kunnen maken van een houtkachel, pelletkachel of pelletketel die wel degelijk CO2 uitstoot. Bij een CO2 neutrale woning zal men echter de focus leggen op de herkomst van de energie en de hoeveelheid CO2 die daar bij vrijkomt. Een houtkachel is dan niet een gewenste optie voor het verwarmen van een woning maar aardwarmte is wel geschikt.

Energieneutraal, CO2 neutraal en andere begrippen
Energieneutraal werd in de eerste alinea van deze tekst doormiddel van een definitie omschreven. Dat is niet voor niets want er zijn in de praktijk verschillende definities en manieren waarop de begrippen die met verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen worden uitgelegd. Dat zorgt voor verwarring. Er zijn ook mensen en organisaties die energieneutraal wonen koppelen aan duurzame energiebronnen waardoor energieneutraal lijkt op CO2 neutraal. Een woning is in die denkwijze energieneutraal wanneer de woning uitsluitend energie verbruikt uit hernieuwbare energiebronnen zoals zonlicht, windkracht en aardwarmte. Dit zijn energiebronnen waarbij geen CO2 emissie vrijkomt.

Energietransitie
Energietransitie is ook een begrip dat steeds meer wordt genoemd. Bij energietransitie heeft met het over de omschakeling van vervuilende, dikwijls fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen. Deze duurzame energiebronnen zijn dezelfde als de hernieuwbare energiebronnen die eerder zijn genoemd. Zonlicht, windkracht, aardwarmte zijn slechts een paar voorbeelden van hernieuwbare of duurzame energiebronnen. Ook waterkracht is een hernieuwbare energiebron. Hierbij maakt men gebruik van een groot rad waarvan de schoepen doormiddel van waterdruk in beweging worden gebracht.

CO2 neutraal uitzendbureau

CO2 neutraal werken is de bedrijfsvoering zo inrichten dat men zo weinig mogelijk CO2 uitstoot en in er voor zorgt dat men zelf zoveel energie opwekt dat men in de eigen energiebehoefte kan voorzien. Veel bedrijven in Nederland zijn bezig met CO2 neutraal werken en produceren. Uitzendbureaus leveren flexibel personeel aan vrijwel alle sectoren van het Nederlandse bedrijfsleven en de non-profitsector. Dat zorgt er voor dat uitzendbureaus indirect betrokken zijn bij de verduurzaming van hun opdrachtgevers.

Opdrachtgevers zijn bezig met energietransitie De rol van uitzendbureaus zal in de toekomst belangrijker worden omdat de arbeidsmarkt steeds flexibeler wordt. Uitzendbureaus zullen echter hun dienstverlening moeten uitbreiden om zich te onderscheiden van hun concurrenten. Er zijn namelijk nogal wat uitzendbureaus in Nederland gevestigd. Naast een goede bemiddeling en scherpe tarieven voor het inlenen van uitzendkrachten zullen ook andere aspecten een rol gaan spelen bij de keuze van een potentiële inlener om juist wel of juist niet zaken te doen met een uitzendbureau. Het maatschappelijk verantwoord ondernemen is daar een belangrijk onderdeel van.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Maatschappelijk verantwoord ondernemen beperkt zich niet alleen tot producenten en leveranciers. Ook dienstverleners zullen een steeds grotere druk ervaren om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Dit houdt niet alleen in dat men ethisch moet handelen maar ook dat men verantwoord moet omgaan met milieu en leefomgeving. Juist deze laatste aspecten krijgen de afgelopen jaren meer aandacht. De emissie van broeikasgassen waaronder CO2 zorgt er voor dat veel bedrijven verantwoord omgaan met hun energieverbruik ook met grondstoffen en afval wordt zorgvuldiger omgegaan dan jaren geleden.

Het hergebruiken van goederen en verpakkingen zorgt er voor dat bedrijven zowel bij de productie als bij het daadwerkelijk afvoeren van producten een belangrijke rol op zich nemen. Uitzendondernemingen leveren uitzendkrachten aan bedrijven die midden in een energietransitie zitten en midden in processen waarin afval wordt beperkt, gerecycled en hergebruikt. Dat zorgt er voor dat uitzendbureaus in de toekomst ook verantwoordelijkheid moeten nemen met betrekking tot de voorlichting van uitzendkrachten op het gebied van maatschappelijk verantwoord werken of milieuverantwoord handelen.

Doorgeleidingsplicht met betrekking tot veiligheid
Vanuit de Arbowetgeving in Nederland zijn uitzendondernemingen al verplicht om hun uitzendkrachten op een duidelijke wijze voor te lichten over de aspecten met betrekking tot veiligheid en gezondheid waar ze mee te maken krijgen als ze tewerk worden gesteld bij een bepaalde inlener. VCA gecertificeerde bedrijven zetten vaak hun uitzendopdrachten uit bij VCU gecertificeerde uitzendondernemingen om dat een VCU uitzendbureau VIL-VCU gecertificeerde intercedenten heeft die door het behalen van het VIL-VCU certificaat goed op de hoogte zijn van de veiligheidsaspecten die bij bepaalde bedrijven een rol spelen.

Bij VCA en VCU spelen ook milieuaspecten een grote rol. Deze aspecten zijn echter met name gericht op het voorkomen van schade en ongelukken aan mens, materieel, gebouwen en milieu. De focus ligt zeker niet op het beperken van energieverspilling en afvalverspilling. Deze aspecten zullen echter wel een grotere rol krijgen in de bedrijfsvoering dan tot op heden het geval was. Er ontstaat behoefte aan een energiecertificaat voor uitzendbureaus en intermediairs.

Energiezuinigheid en VIL-VCU certificaat voor uitzendbureaus
Het klinkt misschien wat vergezocht een milieucertificaat of een energiecertificaat voor uitzendbureaus maar dit zal naar alle waarschijnlijkheid wel realiteit worden de komende jaren of misschien zelfs al de komende maanden. Het VIL-VCU certificaat en het VCU certificaat zijn al voorbeelden van certificeringen waarbij het uitzendwezen haar dienstverlening heeft aangepast aan de richtlijnen waar hun inleners aan zijn onderworpen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu (VGM).

Het is goed denkbaar dat men binnen het VCA een extra onderdeel opneemt dat gericht is op energiebesparing, afvalbeperking en hergebruik van materialen. Als dat het geval is dan zal men binnen het VIL-VCU certificaat ook aandacht moeten hebben voor het beperken van energieverspilling en het juist verwerken en hergebruiken van afval. Dan zullen uitzendbureaus die mogelijk ook moeten meenemen in hun doorgeleiding van deze richtlijnen aan hun uitzendkrachten. Dan weten de uitzendkrachten waar ze op moeten letten als ze aan de slag gaan bij de inlener.

Doorgeleidingsplicht in milieuvriendelijk werken
Uitzendbureaus zijn voornamelijk commerciële dienstverleners die over het algemeen de focus hebben op het behalen van omzet en marge. Uiteraard willen ze daarbij wel dat hun naamsbekendheid vergroot wordt en indien mogelijk verbeterd wordt. Dat is nodig omdat de concurrentie steeds groter wordt tussen uitzendbureaus. De meeste uitzendbureaus voldoen aan de wettelijke regels dus het naleven van de wettelijke verplichting zorgt er niet voor dat uitzendbureaus zich van elkaar onderscheiden. Daarom moeten uitzendbureaus bijvoorbeeld meer doen dan de huidige doorgeleidingsplicht op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu.

Uitzendbureaus die nu al de focus leggen op maatschappelijk verantwoord ondernemen en daarbij hun dienstverlening aanpassen aan de energietransitie die bij hun opdrachtgevers aan de orde is, zullen in de toekomst hun naam in de uitzendmarkt nog steviger kunnen vestigen. In de praktijk betekend dit dat ze meer moeten doen dan de huidige doorgeleidingsplicht. Ze zullen ook aandacht moeten hebben voor welke milieuaspecten een rol spelen bij hun opdrachtgevers. Deze aspecten zullen ze moeten inventariseren en formuleren op instructieformulieren die ze verstrekken aan hun uitzendkrachten.

CO2 neutraal uitzenden is mogelijk
Uitzendbureaus zullen niet alleen naar de bedrijfsvoering van hun opdrachtgevers moeten kijken, ook hun eigen bedrijfsvoering moet voortdurend beoordeeld worden op het gebied van energiezuinigheid en milieuvriendelijkheid. Veel uitzendbureaus hebben schriftelijke processen gedigitaliseerd waardoor er veel papier wordt bespaard. Dit zorgt natuurlijk ook voor een koste besparing. Er hoeft minder papier te worden ingekocht en opgeslagen. Ook hoeft er minder post te worden verzonden want veel communicatie vind al plaats via E-mail. Dit is al een behoorlijke verbetering maar uitzendbureaus kunnen veel meer doen.

Elektrische lease-auto’s
Zo kunnen uitzendbureaus hun intercedenten laten rijden in elektrische auto’s en ze kunnen ook contracten sluiten met leasemaatschappijen over het ter beschikking stellen van elektrische leaseauto’s aan uitzendkrachten. Uitzendondernemingen die nog ambitieuzer zijn kunnen ook investeren in het netwerk van laadpalen door op bepaalde locaties laadpalen te plaatsen. Veel uitzendbureaus verhuizen namelijk van de binnenstad naar industriegebieden waardoor het plaatsen van laadpalen interessanter en effectiever is.

CO2 neutrale materialen
Verder kunnen uitzendbureaus die kleding en persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekken aan uitzendkrachten deze kleding en pbm’s bij bedrijven kopen die maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dit houdt in dat de kleding en pbm’s (zo veel mogelijk) CO2 neutraal geproduceerd en getransporteerd moet zijn.

Uitzendbureaus kunnen ook met het vertrekken van hun promotiemateriaal rekening houden met de herkomst van de materialen die voor de marketingproducten zijn gebruikt. Hierbij kan ook de aandacht worden gelegd op herbruikbare materialen en duurzame producten. Wegwerpgoederen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen.

Investeren in energietransitie
Uitzendbureaus kunnen ook zelf energie opwekken door zonnepanelen te plaatsen op de daken van hun vestigingen. Vooral uitzendbureaus die op industrietereinen gevestigd zijn zouden dit kunnen doen. Daarnaast zouden uitzendbureaus ook met opdrachtgevers van energieprojecten (zoals windmolenparken en zonnevelden) afspraken kunnen maken over het leveren van uitzendkrachten en het tevens investeren van geld door het uitzendbureau in het energieproject. Verduurzamen vereist creativiteit en ondernemerschap. Het investeren in energietransitie hoort daar bij.

Uitzendbureaus en inleners werken samen aan duurzaamheid
Uitzendbureaus zijn intermediairs dat wil zeggen dat ze tussenpersonen zijn. Een uitzendbureau is een schakel tussen personeel en bedrijven. Dat zorgt er voor dat uitzendbureaus veel informatie kunnen inwinnen maar ook veel informatie kunnen verstrekken ook op het gebied van duurzaamheid. Uitzendbureaus die hun taak als intermediair en consultant heel serieus nemen op dit gebied kunnen bedrijven goed ondersteunen om nog duurzamer te worden. Door het gebruik van elektrische auto’s kan de emissie van CO2 worden beperkt.

Als men het over duurzaamheid heeft kan men ook denken aan het duurzaam inzetten van personeel en de duurzame inzetbaarheid van uitzendkrachten. Daarbij komt ook loopbaanontwikkeling aan de orde. Duurzaamheid is een breed begrip dat dus niet alleen met het milieu te maken heeft maar ook met het verduurzamen van het personeelsbestand. Bedrijven en uitzendbureaus kunnen ook op dit gebied intensief samenwerken om het arbeidsklimaat in Nederland te verduurzamen. 

MVO en duurzame inzetbaarheid

Maatschappelijk verantwoord ondernemen is een term die men tegenwoordig regelmatig hoort in het bedrijfsleven. Het is bijna een containerbegrip geworden waar men verschillenden aspecten van het milieuverantwoord management van een bedrijf onder verzameld. Kenmerkend voor het maatschappelijk verantwoord ondernemen is dat men niet alleen naar het effect van de bedrijfsvoering op het bedrijf kijkt maar ook daar buiten. Bedrijven zijn geen eilanden meer maar zijn onderdelen van een groter geheel namelijk de maatschappij. Student Tjerk van der Meij heeft in onderstaande tekst getracht maatschappelijk ondernemen in een breed kader te zetten en daarbij ook de brug te slaan met duurzame inzetbaarheid van het personeelsbestand.

Wat is MVO?
Binnen een organisatie die veel aan duurzame inzetbaarheid doet staat het MVO hoog in het vaandel. MVO is de afkorting voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het doel van MVO is dat een bedrijf duurzaam en milieubewust te werk gaat, denk aan het terugdringen van vervuiling en het broeikaseffect. MVO is in andere woorden dus duurzaam ondernemen. Wanneer een organisatie maatschappelijk verantwoord onderneemt, houdt het rekening met de externe factoren en de wensen van de consument. De consument vraagt vandaag de dag om meer duurzame producten vanwege het huidige milieu en klimaat. Daarnaast willen klanten graag centraal staan en hebben ze behoefte aan persoonlijke aandacht en maatwerkoplossingen. Bedrijven moeten hun processen voortdurend aanpassen aan een veranderende markt waarbij consumenten nieuwe eisen stellen en overheden nieuwe wetten en regels invoeren ter bescherming van de consument, de kwaliteit en de veiligheid van producten en diensten. Wanneer een organisatie maatschappelijk verantwoord wil ondernemen kijkt het dus naar de omgeving en de vragen en wensen die in deze omgeving aanwezig zijn van zowel de consument als de omgeving zelf (milieu, klimaat, landschap etc.).

Lean management en MVO
Het lean management en of lean manufacturing is hier ook op gebaseerd. Lean werken gaat namelijk over het tegen gaan van verspilling en het optimaliseren van bedrijfsprocessen zodat alleen werkzaamheden worden gedaan die in het belang zijn van de consument en zo weinig mogelijk nutteloze werkzaamheden worden gedaan. Het ontstaan van afval wordt bestreden met lean management. Hierbij kan men denken aan het beperken van afval tijdens het productieproces maar ook het tegengaan van tijdverspilling en energieverspilling. Om die reden houdt lean management ook verband met maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Beperken van verliezen
Daarnaast is het voor de organisatie van groot belang dat het rekening houdt met de buitenwereld om zijn verliezen in te perken; denk bijvoorbeeld aan het verlies van energie, materialen of grondstoffen. Ook de afvoerkosten van niet biologisch afbreekbaar materiaal zijn een kostenpost waar bedrijven rekening mee moeten houden. Afval dat niet in een circulaire economie kan worden hergebruikt en niet kan worden gerecycled is pure verspilling en daarom een kostenpost. Dergelijke afvalproducten passen niet in een bedrijf met lean management of bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen.

MVO en het personeelsbeleid
Naast het omdenken om het milieu, wordt er binnen het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen ook gedacht besteed aan zaken zoals vergrijzing en betere arbeidsomstandigheden voor de werknemers in het kader van duurzame inzetbaarheid. Binnen het MVO wordt er dus gesproken over het duurzamer maken van de werknemer, product en omgeving. Vanuit een human resource visie zal een organisatie die maatschappelijk verantwoord omgaat met haar personeelsbeleid ook aandacht moeten besteden aan het welzijn van het personeel. Daarbij moet het personeel zowel fysiek als mentaal indien nodig ondersteund worden met hr-tools. En deze hr-tools of ‘gereedschappen’ voor een human resource beleid kunnen zeer divers zijn. Zo kunnen bedrijven speciale aandacht besteden aan de arbeidsomstandigheden. Veel bepalingen hierover zijn al vastgelegd in de arbowetgeving. Toch kunnen bedrijven meer doen.

Door bijvoorbeeld speciale verlichting te plaatsen in het bedrijf en veel ramen te plaatsen zodat daglicht binnen komt. Dit draagt bij aan de gezondheid van het personeel. Ook ergonomische werkplekken, goede stoelen, uitstekende persoonlijke beschermingsmiddelen, sportmogelijkheden en andere aspecten dragen bij aan het welzijn van het personeel. Sommige bedrijven gaan zelfs zo ver dat ze personeel helpen met hun voeding om er voor te zorgen dat ze geen overgewicht krijgen. Ook zijn er bedrijven die personeel helpen om te stoppen met ongezonde gewoontes zoals roken en weinig bewegen.

Al deze aspecten bevorderen de gezondheid van het personeel en zorgen er daarom voor dat personeel langer gezond het werk kan blijven uitvoeren. Dit is dus in feite het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van het personeel. Omdat de pensioengerechtigde leeftijd steeds hoger komt te liggen moeten mensen langer werken. Een focus op duurzame inzetbaarheid van personeel is daarom vaak geen keuze meer maar een absolute noodzaak. Het alternatief is namelijk een hoger ziekteverzuim en bijbehorend capaciteitsverlies. Dit is allerminst wat organisaties willen. Ook is een hoog ziekteverzuim geen goede reclame voor een bedrijf. Een bedrijf met aandacht voor duurzame inzetbaarheid van haar personeel kan echter wel op instemming rekenen van de maatschappij. Duurzame inzetbaarheid van personeel en maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn daarom nauw met elkaar verbonden.

MVO stakeholders
Het is nu duidelijk dat een organisatie die duurzaam onderneemt zijn doelen wil behalen en daarnaast zorg wil dragen om zijn omgeving. Binnen het MVO heeft een organisatie dus 3 richtlijnen waar aandacht aan moet worden besteed namelijk: de mens, de winst en de planeet. Een MVO organisatie moet rekening houden met de stakeholders (belanghebbenden). De stakeholders zijn alle factoren uit je omgeving. Bijvoorbeeld:

  • Klanten
  • Leveranciers
  • Medewerkers
  • Managers
  • Financiers
  • Concurrenten
  • Producenten
  • Overheid
  • Onderwijs

Door rekening te houden met deze stakeholders focust de organisatie zich op culturele, maatschappelijke, ethische, politieke en milieu- factoren. Doormiddel van een stakeholdersbenadering kan een organisatie maatschappelijk ondernemen op een manier die de omgeving van haar vraagt. Uit de visie van de organisatie MVO Nederland komt voort dat het MVO geen project of label is, maar een integrale visie op alle kernactiviteiten binnen het bedrijf. Vaak wordt daarom door een organisatie een beleid geschreven om het MVO te volgen en duurzamer te opereren op de markt in samenhang tussen productieproces en de maatschappij.

Wat is SDE+subsidie?

SDE+ subsidie is een speciale subsidie die de Nederlandse overheid beschikbaar stelt aan zowel bedrijven als instellingen die hernieuwbare energie produceren of van plan zijn om hernieuwbare energie te produceren. De afkorting SDE+ staat voor Stimulering Duurzame Energieproductie. De SDE+subsidie kan zowel aan profit instellingen worden verstrekt als aan non-profit instellingen die hernieuwbare energie (gaan) produceren.

Als een organisatie plannen heeft om hernieuwbare energie te gaan produceren zal men het al snel over de kosten en de baten gaan hebben. Dit doen zowel bedrijven met een winstoogmerk als organisaties zonder winstoogmerk.  Dikwijls moeten er investeringen worden gedaan in bijvoorbeeld zonnepanelen of windturbines. Die investeringen zijn meestal niet of nauwelijks door organisaties zelf op te brengen daarom schiet de overheid te hulp met de SDE+ subsidie.

De SDE+subsidie wordt in verschillende rondes verstrekt door de Rijksoverheid.  Ieder jaar kent zijn eigen regeling en ook de subsidiepot die door de overheid beschikbaar wordt gesteld kan per jaar verschillen. Zodra er een nieuwe regeling is opgesteld wordt deze gepubliceerd in de Staatscourant wordt ook de website geactualiseerd. Actuele iinformatie over dit onderwerp wordt verstrekt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland op de website rvo.nl/sde in de gaten. Op deze website kan men de details van de SDE+subsidie nalezen.

Europees systeem voor emissiehandel (EU ETS)

Europese systeem voor emissiehandel is de benaming voor een groot systeem dat wordt gebruikt voor het verhandelen van emissierechten door bedrijven. het systeem wordt ook wel afgekort met EU ETS. Deze afkorting staat voor European Union Emissions Trading System. Het systeem is niet alleen het eerste systeem dat wordt gebruik voor het verhandelen van uitstootrechten van broeikasgassen ter wereld, het is ook nog het grootste systeem op dit gebied.

Waarom werd de EU ETS ingevoerd?
Het European Union Emissions Trading System werd ingevoerd in 2005 in de Europese Unie. Het doel van de wet is het beperken van de emissie van schadelijke stoffen door bedrijven zodat het aantal broeikasgassen kan worden beperkt. Het beperken van de broekkasgassen zou het broeikaseffect tegen moeten gaan en daarmee de opwarming van de aarde moeten beperken. Er is een groot aantal bedrijven dat onder dit systeem vallen. In 2013 waren dit meer dan 11.000 bedrijven waaronder fabrieken en elektriciteitscentrales die een netto warmteoverschot van 20 MW of meer hadden.

Al deze bedrijven waren verspreid over de 28 lidstaten van de Europese Unie en in Noorwegen , IJsland en Liechtenstein. De genoemde 11.000 bedrijven verbruikten met hun installaties voor ongeveer 50 procent van de CO2-emissies en ongeveer 40% van de totale broeikasgasemissie van de Europese Unie. Het European Union Emissions Trading System moest er voor zorgen dat met name deze vervuilende bedrijven minder schadelijke stoffen uitstoten.

Cap and trade systeem
Het European Union Emissions Trading System is een zogenoemd ‘cap and trade’ systeem. Dit houdt in dat voor bedrijven een maximale uitstoot van broeikasgassen wordt bepaald en vastgelegd. Een bedrijf kan rechten inkopen om CO2 uit te storen. Deze rechten kunnen worden verhandeld en geveild. De installaties van bedrijven moeten verplicht zijn uitgerust met apparatuur waarmee de CO2-emissies gemeten kunnen worden.

Het resultaat van deze metingen moet inzichtelijk worden gemaakt in rapportages. Op basis van deze rapportages kan men concluderen of een bedrijf voldoende emissierechten heeft ingekocht. Als een bedrijf te veel emissierechten heeft ingekocht ten opzichte van de daadwerkelijk geconstateerde CO2-emissie dan kan het overschot aan emissierechten worden verkocht aan andere bedrijven. Als een bedrijf meer CO2 uitstoot dan het rechten heeft, zal het bedrijf er rechten bij moeten kopen.

Marktwerking en beperking van CO2 emissie
Doordat bedrijven het teveel aan emissierechten kunnen verkopen in European Union Emissions Trading System worden bedrijven er toe aangezet om voorzieningen te treffen waarmee de CO2 uitstoot kan worden beperkt. Hoe minder CO2 wordt uitgestoten hoe meer emissierechten het bedrijf overhoudt. Deze rechten leveren geld op. Dat zorgt er voor dat de investeringen in het beperken van de CO2 uitstoot kunnen worden terugverdient en er bovendien nog winst gemaakt kan worden.

Er ontstaat een bepaalde marktwerking in emissierechten. Bedrijven zoeken naar goedkope en effectieve methoden om de CO2 uitstoot te reduceren. Voor de overheid is deze EU ETS methode een effectief middel om zonder veel overheidsinterventie bedrijven na te laten denken over processen die milieuvriendelijker en CO2 neutraler kunnen produceren.

Fases voor het Europees systeem voor emissiehandel
Het Europees systeem voor emissiehandel is in een aantal fases opgedeeld. In totaal zijn er vier verschillende fases. Deze fases zijn gebonden aan een aantal periodes.

  • De eerste fase van het systeem ging van kracht in 2005 toen het systeem werd ingevoerd. De eerste fase liep door tot en met 2007. Deze eerste fase was bedoelt als testfase voor het Europees systeem voor emissiehandel.
  • De tweede ging van kracht in 2008 en liep door tot en met het jaar 2012. Tijdens deze periode werd het Joint Implementation systeem ingevoerd en werd ook het Clean Development Mechanism toegevoegd.
  • De derde fase trad in werking na 2012 en loopt tot 2020. Het jaar 2020 is een belangrijk jaar omdat er dan sprake moet zijn 21% reductie van de uitstoot van broeikasgassen. In deze derde fase wordt de maximaal toegestane uitstoot onder het EU ETS per jaar met 1,74% worden afgebouwd.
  • De vierde fase treed in werking na 2020. Vanaf dat jaar moet de CO2 uitstoot nog sneller naar beneden gebracht worden. De maximale uitstoot van broeikasgassen onder het EU ETS wordt verlaagd met 2,2% per jaar.

Veranderingen in het EU ETS
Niet alleen in de eerste fase, oftewel de testfase van het EU ETS, is er veel veranderd aan dit systeem. De derde fase van het systeem liet bijvoorbeeld een grootschalige handel in emissierechten zien. Bijna alle emissierechten werden geveild en er werden bijna geen rechten weggegeven. Er is een ware handel ontstaan in emissierechten waardoor sommige bedrijven er zelfs op verdienen.

Op dinsdag 15 maart 2016 werd bekend gemaakt dat er grote vervuilende bedrijven zijn die verdienen aan de verkoop van een overschot aan emissierechten. Dit staat in een rapport van CE Delft. Dit rapport is in opdracht van de Britse lobbygroep Carbon Market Watch is gemaakt. De uitkomst van dit rapport zal waarschijnlijk een effect hebben op de verdere uitvoering van de wet en regelgeving omtrent het Europees systeem voor emissiehandel.

In de derde fase worden de regels beter geharmoniseerd. Daarnaast zijn in deze fase ook een aantal andere broeikasgassen toegevoegd die worden gemeten. Lachgas en fluorkoolstoffen zijn hiervan een paar voorbeelden.

In 2012 werd het Europees systeem voor emissiehandel ook toegepast in de luchtvaart. In de luchtvaart wordt namelijk ook veel CO2 uitgestoten door vliegtuigen. Het is goed mogelijk dat het Europees systeem voor emissiehandel in toekomst ook voor andere sectoren gaat gelden.

Duurzaam ondernemen een must of een keuze?

Duurzaamheid is een begrip geworden. Met zou het wel een containerbegrip kunnen noemen. Onder duurzaamheid kan men veel aspecten plaatsen. Men kan bij duurzaamheid denken aan de levensduur van producten maar ook aan energieverbruik en het gebruik van grondstoffen zoals fossiele brandstoffen die op kunnen raken. Duurzaam ondernemen lijkt een keuze, een keuze voor ondernemers en voor particulieren,  maar langzamerhand komen we er achter dat het streven naar duurzaamheid al lang geen keuze meer is. Duurzaam ondernemen is een must.

Duurzaam ondernemen een kwestie van moeten

Ondernemers moeten tegenwoordig wel duurzaam ondernemen. Men noemt dit ook wel maatschappelijk verantwoord ondernemen, oftewel MVO. Klanten willen tegenwoordig met een goed gevoel de winkel uitlopen als het gast om de milieuvriendelijkheid van een product. Bovendien zijn veel potentiële kopers bereid om meer te betalen voor producten met een gunstige uitslag op het energielabel. Dat geldt niet alleen voor elektrische producten en auto’s.  Ook woningen zijn al geruime tijd voorzien van een verplicht definitief energielabel.

Mensen die een woning verkopen of verhuren moeten verplicht een definitief energielabel aanvragen bij de Rijksoverheid. Ook bouwbedrijven moeten voldoen aan strenge richtlijnen op het gebied van de energiezuinigheid van woningen. Ingenieurs, constructeurs en andere hoogopgeleide technici bedenken voortdurend verbeteringen op het gebied van het winnen van duurzame energie uit zonlicht, windkracht en aardwarmte. Zelfs uit mestvergisting haalt men energie en er zullen vast nog meer creatieve ideeën komen. Men moet wel, de Europese richtlijnen op het gebied van CO2 reductie zijn streng. Het broeikaseffect moet worden aangepakt om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Men kiest niet meer voor verduurzamen men doet het uit plichtsbesef voor zichzelf en de komende generaties.

 

Wat is duurzaam ondernemen?

In de maand december van 2015 is op de website van Technisch Werken een categorie toegevoegd aan de kennisbank. Dit is de categorie ‘duurzaamheid’. Deze categorie lijkt in eerste instantie wat ver gezocht voor een website die zich richt op alles wat met techniek en werken te maken heeft, maar toch is het onderwerp duurzaamheid juist voor deze website interessant. Duurzaamheid begint een doel op zich te worden voor ondernemingen. Ondernemingen in Nederland en andere landen investeren in duurzaamheid door nieuwe technologieën en technieken toe te passen, ook de werkmethoden worden aangepast. Het duurzaam ondernemen krijgt vorm maar wat is duurzaam ondernemen nu eigenlijk?

Wat is duurzaam ondernemen?

In het artikel ‘wat is duurzaamheid’ is een definitie gegeven van het streven naar duurzaamheid. Dit streven naar duurzaamheid kan een natuurlijk persoon doen maar ook een rechtspersoon zoals een onderneming. Een onderneming kan duurzaamheid als een belangrijk speerpunt benoemen in het beleid van de onderneming. Ook hier is een definitie o zijn plaats. Pieter Geertsma, de schrijver vsn Technisch Werken, definieert duurzaam ondernemen als volgt:

Het ontwikkelen, implementeren, uitdragen, monitoren en evalueren van een organisatiebeleid dat gericht is op het voortdurend reduceren van afval en het efficiënter benutten van grondstoffen zodat de onderneming haar processen kan uitvoeren en haar doelen kan bereiken en het milieu hiervan  zo weinig mogelijk hinder ondervindt”.

Toelichting op definitie duurzaam ondernemen

Met deze definitie wordt duidelijk dat duurzaamheid een proces is dat ‘voortduurt’. Dit houdt in dat een onderneming in feite nooit duurzaam genoeg is. Er wordt altijd een bepaalde mate van afval geproduceerd en er is ook altijd spraje van emissie. Denk maar aan het feit dat vrijwel geen enkele onderneming zonder elektriciteit en verwarming/gas kan functioneren. Er zijn tegenwoordig steeds meer ondernemingen die deze energie zelf opwekken uit duurzame energiebronnen zoals zonlicht en windkracht. Toch worden bij die duurzame ondernemingen ook grondstoffen gebruikt en verbruikt zoals papier, inkt, computers, machines, inventaris enz. Al deze producten en werktuigen slijten op de duur. Dan moeten ze meestal vervangen worden waardoor er weer afval ontstaat.  Daar dient men vervolgens op een verantwoorde manier mee om te gaan. Met deze eenvoudige wordt duidelijk dat afval bijna altijd aanwezig is In een onderneming.

Ook grondstoffen zijn bijna altijd noodzakelijk voor het proces van een onderneming. Grondstoffen kunnen duurzamer worden gemaakt zoals biobrandstof als vervanger voor fossiele branfstof. Een overschot aan grondstoffen dient ook zorgvuldig te worden behandeld zodat het milieu niet wordt belast. Een onderneming moet voortdurend het duurzaamheidsbeleid evalueren, aanpassen en opnieuw implementeren of bijsturen.

Duurzaam ondernemen neemt toe

De wens om duurzaam te ondernemen komt niet alleen bij bedrijven vandaan. Voor bedrijven betekent duurzaam ondernemen vaak investeringen doen die niet direct bijdragen aan een vergroting van het economisch rendement van de organisatie. Indirect kan het rendement echter wel worden vergroot als een bedrijf op de juiste manier met duurzaamheid omgaat. In de maatschappij waarin het bedrijf haar producten verkoopt zijn streeds meer potentiële klanten te vinden die duurzame producten willen kopen. Duurzame producten zijn populair.

Gerustgesteld

Op een bepaalde manier zorgen duurzame producten er voor dat mensen zich gerustgesteld voelen. Ze hoeven zich niet voor de aanschaf van een product te schamen maar kunnen er juist trots op zijn dat ze een bewuste keuze hebben gemaakt voor duurzame producten. Voor bedrijven kan duurzaamheid daardoor een interessante impuls worden voor de marketing.

Druk vanuit overheden

Bedrijven die niets met duurzaamheid te maken willen hebben zijn er maar weinig. De meeste bedrijven zijn zich er van bewust dat ze maatschappelijk verantwoord moeten ondernemen. Voor de bedrijven die zich daar minder van bewust zijn heeft de overheid regels opgesteld die duurzaam ondernemen afdwingen. Dit gebeurd niet alleen op landelijk niveau, ook in Europees en wereldverband worden afspraken gemaakt over duurzaamheid. Dit alles zorgt voor een behoorlijke druk op ondernemers die duurzaamheid geen interessant onderwerp vinden.

Controle op duurzaam ondernemen

De controle op de naleving van de regels omtrent duurzaamheid doet niet alleen de overheid. Verschillende milieuorganisaties zijn zeer ijverig in het controleren van ondernemers als het gaat om een duurzaam beleid en duurzame producten. Door internet kunnen deze organisaties zeer snel hun bevindingen aan de wereld kenbaar maken. Dit is een machtsmiddel dat de komende jaren voor nog meer druk op ondernemingen zal zorgen. De positieve kant van deze ontwikkeling is dat ondernemers die wel succesvol duurzaam ondernemen doormiddel van de milieuorganisaties en consumentenbladen effectief hun eigen duurzaamheid kunnen promoten.

Definitie van duurzaamheid volgens Technisch Werken

Duurzaamheid is een woord dat men tegenwoordig regelmatig hoort. Het woord ‘duurzaamheid’ wordt onder andere gebruikt als men het heeft over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Onder het woord ‘duurzaamheid’ worden zeer veel begrippen geplaatst zoals, milieu, omgeving, slijtvastheid en natuur. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Als men goed nadenkt kan duurzaamheid in een zeer breed spectrum worden gebruikt. Dat maakt het lastig om dit woord goed te kunnen verklaren. Omdat de website Technisch Werken in december 2015 ook een nieuwe categorie in de kennisbank heeft aangemaakt met de naam ‘duurzaamheid’ is het van belang om te weten wat deze website onder dit begrip verstaat.

Duurzaamheid is belangrijk
Technisch Werken is een website die het belang van duurzaam ondernemen onderschrijft. Het is belangrijk dat mensen zich meer bewust worden van de gevolgen van hun handelen op het milieu. Als men onzorgvuldig met het milieu omgaat wordt de leefomgeving van de huidige generatie aangetast maar vaak ook de leefomgeving van de komende generaties. Het is belangrijk dat men zo lang mogelijk met de aarde en de daarop en daarin aanwezige grondstoffen doet. Dit bevordert uiteindelijk de levensduur van de mens. Daarom is het goed om te streven naar duurzaamheid.

Definitie van duurzaamheid
Over duurzaamheid zijn verschillende definities te vinden. Het is in de beleving van Pieter Geertsma, de schrijver van deze website Technisch Werken, belangrijk om goed bij jezelf na te gaan wat duurzaamheid precies betekend. Daarom heeft hij het streven naar duurzaamheid zelf gedefinieerd aan de hand van de volgende definitie:

Het streven naar duurzaamheid is het geheel van inspanningen die worden verricht om de aarde en atmosfeer te beschermen tegen uitputting en vervuiling zonder dat men daarbij de hedendaagse behoeften en het economisch gewin uit het oog verliest”.

Toelichting op de definitie van duurzaamheid
Deze definitie omvat volgens Technisch Werken het begrip duurzaamheid. Er is in de definitie duidelijk een onderscheid gemaakt tussen de aarde en de atmosfeer. Dit onderscheid is bewust gemaakt omdat men de aarde meestal ziet als de planeet waar men op woont. De atmosfeer bevindt zich daar omheen en is onder andere lucht die men in en uitademt. Als men met de fabrieken op aarde grondstoffen van de aarde verbruikt kan men in de atmosfeer broeikasgassen uitstoten. De aarde en atmosfeer zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Uitputting en vervuiling vindt dan ook zowel op aarde als in de atmosfeer plaats. Vanuit de atmosfeer kunnen roetdeeltjes en zure regen weer op aarde dalen met het gevolg dat mensen, dieren, bomen en planten er last van hebben.

Discussie over duurzaamheid is belangrijk
In de omschrijving van het begrip duurzaamheid leest men ook dat men de hedendaagse behoeften niet uit het oog moet verliezen als men gaat verduurzamen. De wensen van mensen en het economisch belang moeten ook in ogenschouw worden genomen als men het heeft over verduurzamen. Dit is een interessant spanningsveld wat men vaak in discussies tussen bedrijven, overheden en milieuorganisaties naar voren ziet komen. Deze discussies zijn niet per definitie verkeerd. Als men discussie voert over duurzaamheid denkt men er ook over na. Daardoor blijft het onderwerp in de gedachten van ondernemers en overheden. De maatschappij heeft vaak een corrigerend effect op bedrijven en overheden als deze niet verantwoord met duurzaamheid en verduurzaming omgaan. Daarom gebruiken ondernemers ook voor de afkorting  ‘MVO’, dit staat voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Wat is MVO of maatschappelijk verantwoord ondernemen?

MVO is een afkorting die staat voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dit is een visie op de bedrijfsvoering waarbij duurzaamheid een centrale positie inneemt daarom wordt MVO ook wel duurzaam ondernemen genoemd. In de praktijk worden MVO en duurzaam ondernemen vaak door elkaar gebruikt. Met deze termen wil men aangeven dat men in het ondernemen aandacht heeft voor het milieu en maatschappelijke en ethische aspecten. Deze aspecten zijn afgestemd op de economische effecten en het rendement van de onderneming. De belangen van de stakeholders van een organisatie zijn bij maatschappelijk verantwoord ondernemen op aspecten afgestemd in de maatschappelijke omgeving van de organisatie. Hierdoor zal men in de organisatieprocessen voortdurend afwegingen moeten maken tussen winst en de maatschappij.

Door bijvoorbeeld een biobrandstof te kiezen in plaats van een fossiele brandstof kan het productieproces kostbaarder worden maar kan de CO2 uitstoot worden beperkt. Dit is slechts een voorbeeld van een keuze die een bedrijf kan maken. Als men echter beslissingen maakt die de emissie verlagen kan een bedrijf deze ontwikkelingen ook benoemen in de promotie naar potentiële klanten. Hierdoor kan een bedrijf haar positie op de markt verstevigen want maatschappelijk verantwoord ondernemen is voor veel consumenten een belangrijk aspect waarop gelet wordt bij de keuze van producten en merken.

Communicatie
Een onderneming die MVO wil uitdragen zal voortdurend in contact moeten treden met haar omgeving. Daarbij moet de onderneming de belangen goed op elkaar afstemmen. Zo kunnen klanten bepaalde eisen stellen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. Echter, leveranciers kunnen eveneens bepaalde wensen hebben op MVO gebied. Dit zelfde geld voor investeerders en het personeel van de onderneming. Ook de omwonenden rondom de onderneming zullen ongetwijfeld een mening hebben over de bedrijfsvoering. Al deze meningen, reacties en feedback zijn voor een onderneming van groot belang indien zij maatschappelijk verantwoord wil ondernemen.

MVO en de 3 P’s
De invloedssferen die van toepassing zijn op de beslissingen en de koers in maatschappelijk verantwoord ondernemen worden onderverdeeld in drie hoofdcategorieën. Dit zijn de categorieën:

  • Profit
  • Planet
  • People

Deze Engelse termen beginnen allemaal met de letter ‘P’ vandaar dat deze drie termen ook wel de 3 P’s worden genoemd. Deze verschillende categorieën worden in onderstaande alinea’s kort toegelicht.

People
Bij de categorie People wordt aandacht besteed aan de rol die een onderneming vervult voor mensen. Een onderneming kan bepaalde doelgroepen op het oog hebben en producten aanbieden die in een specifieke behoefte van mensen kunnen voorzien. Mensen hebben echter ook belangen, normen en waarden. Sommige aspecten spelen een buitengewoon belangrijke rol zoals mensenrechten, discriminatie, veiligheid, arbeidsomstandigheden en de betrokkenheid van de onderneming bij de maatschappij en samenleving. Een onderneming zal op deze aspecten moeten anticiperen.

Planet
Het Engelse woord ‘planet’ wordt in het Nederlands vertaald met ‘planeet’ of ‘aarde’. Een organisatie dient rekening te houden met het milieu. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de uitstoot of emissie die ontstaat door de productieprocessen van de organisatie. De invloed van de productieprocessen en de producten moet zo weinig mogelijk schade toebrengen aan het milieu en de natuur. Duurzaam ondernemen wordt vaak in verband gebracht met milieuvriendelijk ondernemen. Het beperken van de CO2 uitstoot en CO2 neutrale producten komen hierbij aan de orde. Verder is er aandacht voor hergebruik en recycling.

Profit
Veel organisaties in Nederland hebben een zogenoemd ‘winstoogmerk’. Dit houdt in dat deze organisaties winst willen behalen over de producten en diensten die ze verkopen of aanbieden aan consumenten. Winst is belangrijk voor de continuïteit van het bedrijf, daarnaast zorgt een hoge winst er voor dat er meer investeringen kunnen worden gedaan. Deze investeringen kunnen ook worden gedaan om de organisatie duurzamer te maken en de kwaliteit te verbeteren van producten en diensten. Onder profit wordt niet alleen geld verstaan. Kennis, innovatie en een goede reputatie zijn namelijk eveneens aspecten waarmee een organisatie profijt kan behalen.