Wat is het STAP-budget of StimuleringArbeidsmarktPositie?

STAP-budget is een budget dat door de overheid beschikbaar wordt gesteld in het kader van de StimuleringArbeidsmarktPositie waarmee werkzoekenden en werknemers zichzelf kunnen blijven ontwikkelen om een meerwaarde te blijven vormen op de arbeidsmarkt. De afkorting STAP staat voor de eerdergenoemde StimuleringArbeidsmarktPositie waardoor duidelijk wordt dat de overheid de positie van werkzoekenden en werknemers op de arbeidsmarkt belangrijk vind. Het is belangrijk dat mensen worden gestimuleerd om zich te blijven ontwikkelen. In de huidige kenniseconomie zijn naast kennis ook vaardigheden en competenties van groot belang. Deze ontwikkelt een werknemer niet alleen in het werk maar ook tijdens opleidingen, cursussen en trainingen. Daarom vind de overheid het belangrijk dat er voldoende geld en tijd beschikbaar wordt gemaakt om mensen op de arbeidsmarkt de mogelijkheid te geven om zichzelf te ontwikkelen.

STAP-budget ter StimuleringArbeidsmarktPositie
Ieder jaar zal de overheid een bedrag van 1000 tot 2000 euro beschikbaar stellen voor mensen die tot de beroepsbevolking horen. Dit bedrag wordt ook wel het STAP-budget genoemd. het STAP-budget is specifiek bedoelt om de inzetbaarheid en het kennisniveau van mensen op de arbeidsmarkt te ontwikkelen. Minister Koolmees van Sociale Zaken en minister Van Engelshoven van Onderwijs hebben er gezamenlijk voor gezorgd dat het STAP-budget werd ontwikkeld. Het is medio 2019 nog onduidelijk wanneer het STAP-budget beschikbaar wordt gesteld. Als het STAP-budget beschikbaar wordt gesteld heeft dat wel consequenties voor de aftrekpost voor scholing die momenteel nog kan worden ingevuld bij de belastingaangifte. Deze aftrekpost zal namelijk verdwijnen zodra het STAP-budget wordt ingevoerd. Daarnaast wordt het STAP-budget ook niet standaard aan iedereen op de arbeidsmarkt beschikbaar gesteld. Jaarlijks kunnen tussen de 100.000 en 200.000 personen aanspraak maken op een STAP-budget.

STAP-budget aanvragen
Het aanvragen van een STAP-budget kan digitaal worden gedaan. Mensen die een dergelijk budget willen ontvangen kunnen via een website van de overheid aangeven voor welke opleiding ze een STAP-budget zouden willen ontvangen. Deze website is echter nog niet in de lucht omdat het STAP-budget nog niet is ingevoerd. Wanneer de aanvraag goedgekeurd zou worden door de overheid dan krijgt niet de aanvrager maar de opleidingsinstelling het STAP-budget uitgekeerd. Daarmee wil de overheid misbruik van het STAP-budget voorkomen.

Wat is het LeerWerkLoket?

Het LeerWerkLoket is een samenwerkingsverband in geheel Nederland tussen het UWV (uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen), SBB (stichting beroepsonderwijs bedrijfsleven), scholen, werkgevers, kenniscentra en gemeenten. Het LeerWerkLoket is ontstaan in 2009 en beschikt tegenwoordig over 30 vestigingen die verspreid over heel Nederland ieder hun eigen regio bedienen. Het LeerWerkLoket wordt vanuit de overheid gefinancierd door het ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid (SZW) en partners uit de regio. Deze tekst is geschreven door Tjerk van der Meij tijdens zijn stage HRM die hij heeft uitgevoerd bij Unique Technicum uitzendbureau.

Doel van LeerWerkLoket
Het doel van het LeerWerkLoket is werkzoekenden aan het werk te helpen en aan het werk te houden. Het loket is dus niet alleen gericht op het aan het werk helpen van werkzoekenden maar ook op het aan het werk houden van de werkzoenenden in hun nieuwe baan. Door een visie naar de toekomst proberen de samenwerkende organisaties een strakke aansluiting tussen onderwijs en arbeid te vormen. Het LeerWerkLoket houdt zich voornamelijk bezig met 3 aspecten:

  • Werkend leren
  • Loopbaanadvies
  • Gebruik van Ervaringscertificaten (EVC)

Deze aspecten zijn allemaal gericht op de loopbaanontwikkeling van werkzoekenden. Het stopt namelijk niet bij het vinden van een baan. Het vinden van een baan is meestal een vertrekpunt. Vanaf dat punt zal een werkzoekende een werknemer of werkneemster worden en een bijdrage moeten leveren aan het bedrijf. Daarbij is een voortdurende ontwikkeling van belang voor zowel het bedrijf als de werknemer. De werknemer kan zijn werkervaring en competenties voor een deel verzilveren in Ervaringscertificaten die ook wel afgekort worden EVC. Sommige werkzoekenden hebben loopbaanadvies nodig. Zij worden ondersteund als ze hun loopbaan een andere wending moeten geven of willen geven.

Doelgroep
De doelgroep van het LeerWerkLoket is uiteraard de werkzoekende, maar ook de werkgever. Wanneer je werkzoekende bent kun je het LeerWerkLoket gaan bezoek of je online inschrijven. Vervolgens gaat het LeerWerkLoket aan de slag om een passende vacature voor je zoeken met een bijpassend opleidingstraject. Werkgevers hebben de mogelijkheid om zich in te schrijven bij het LeerWerkLoket om deel uit te maken van het netwerk van organisaties. Op die manier worden via het LeerWerkLoket de werkzoekenden en de werkgevers bij elkaar gebracht.

Werknemers
Werkzoekenden kunnen zich in laten schrijven bij het LeerWerkLoket om in aanmerking te komen voor een leer/werk traject. Werknemers worden hoofdzakelijk geholpen vanuit de gemeente door middel van:

  • Startersbeurs
  • Loonkosten subsidie
  • Begeleiding
  • Proefplaatsing
  • Participatieplaats

Deze verschillende punten zijn hieronder in verschillende alinea’s nader omschreven.

Startersbeurs
De startersbeurs biedt de werkgevers de kans om jongeren (in de leeftijd 18 t/m 26 jaar) in dienst te nemen voor geringe kosten. De startersbeurs is van kracht gedurende de eerst 6 maanden van het dienstverband. Zo kan de startende werknemer zich oriënteren op de arbeidsmarkt en aan zijn of haar kwaliteiten werken. De werknemer krijgt hiervoor een vergoeding van minimaal 500 euro per maand. Werknemers in dit traject kunnen naast de 500 euro ook 100 euro per maand opsparen voor een opleiding. De startersbeurs is niet bij alle gemeenten van toepassing.

Loonkostensubsidie
Werkgevers worden gecompenseerd vanuit de gemeente middels de loonkostensubsidie. Dit is een subsidie die wordt verstrekt om de lonen te verhogen voor werknemers die niet met een fulltime baan op het minimumloon zitten. Met andere woorden de lonen worden opgehoogd naar minimum loon door de gemeente.

Begeleiding
De gemeente verstrekt aan de werknemer begeleiding op het gebied van re-integratie. De werknemer wordt op deze wijze begeleidt door een jobcoach. 

Proefplaatsing
Een proefplaatsing kan ingezet worden als de werknemer aan de slag gaat bij een organisatie en er gegronde redenen zijn om een proefplaatsing in te zetten. De werknemer kan bijvoorbeeld een lange afstand hebben tot de arbeidsmarkt of de werkzaamheden kunnen voor hem of haar dusdanig onbekend zijn dat een bedrijf van te voren niet met zekerheid kan zeggen dat de nieuwe werknemer de werkzaamheden naar behoren kan uitvoeren. In overleg met de gemeente kan dan een proefplaatsing worden aangegaan. Tijdens een proefplaatsing kan de werknemer maximaal de eerste 2 maanden dat de hij of zij werkzaam is bij een bedrijf nog steeds aanspraak op een uitkering. Ook hoeft de werkgever in de proefplaatsing van 2 maanden geen loon te betalen. De overheid controleert echter wel of er geen misbruik van de proefplaatsing wordt gemaakt door de werkgevers.

Participatieplaats
De gemeente biedt een participatieplaats voor WW-gerechtigden, door ze meer kansen te bieden doormiddel van een 2-jarig traject van onbetaalde arbeid om kennis en ervaring op te doen. Hierdoor leren de werknemers op een participatieplaats nieuwe vaardigheden aan.

Werkgevers
Een werkgever krijgt toegang tot allerlei voordelen wanneer hij besluit zich aan te sluiten bij het LeerWerkLoket om werken & leren trajecten te stimuleren bij de organisaties. Een aantal voordelen ondervindt de werkgever in de belastingen. Als een werkgever een leer/werk-traject aan een werkzoekende verschaft kan hij aanspraak maken op het volgende:

  • Mobiliteitsbonus
  • Subsidies voor praktijkleren
  • Subsidies voor taalscholing
  • Lage-inkomstenvoordeel

Al deze verschillende aspecten worden meestal niet in elke situatie verstrekt. Er moet aan bepaalde voorwaarden worden voldaan voordat de werkgever deze subsidies en bonussen ontvangt. Hieronder zijn de verschillende subsidies en bonussen nader omschreven.

Mobiliteitsbonus
Wanneer de werkgever in aanmerking komt voor de mobiliteitsbonus krijgt de desbetreffende werkgever korting op de premies wanneer hij iemand werkzaam heeft die 56 of ouder is. Daardoor vallen de kosten voor het in dienst nemen en in dienst houden van oudere werknemers lager uit.

Subsidies voor praktijkleren
De subsidies voor praktijkleren zijn van kracht wanneer de werkgever praktijkbegeleiding verstrekt aan de werknemers binnen het leer/werk-traject. De werkgever moet namelijk inspanning verrichten om de werknemer in de praktijk een bepaald vak of bepaalde technieken te leren.

Subsidies voor taalscholing
Ook kan de werkgever aanspraak maken op subsidies voor taalscholing wanneer hij taallessen verstrekt binnen zijn organisatie. Deze taallessen kunnen er voor zorgen dat de werknemer ook in de toekomst makkelijker een baan kan vinden of langer zijn of haar baan kan behouden.

Lage-inkomstenvoordeel
Het lage-inkomensvoordeel is een tegemoetkoming voor werkgevers om arbeidsparticipatie te stimuleren binnen de lage klassen van de maatschappij.

Regelingen vanuit het UWV
Voor de werkgevers gelden nog een aantal regelingen van het UWV die het aannemen van personeel bij de werkgever stimuleren. De volgende 4 regelingen zijn getroffen vanuit het UWV:

  • Proefplaatsing (als hiervoor besproken)
  • No riskpolis
  • Protocol scholing
  • Brug-WW

De proefplaatsing is een aantal alinea’s terug al besproken. Daarom is hieronder alleen informatie weergegeven over de overige drie mogelijkheden die werkgevers vanuit het UWV kunnen aanspreken.

No riskpolis
De no riskpolis is van toepassing wanneer een zieke, of gehandicapte werknemer in dienst treedt. Als een werkgever een zieke werknemer aanneemt die in de ziektewet zit, zal het UWV het loon grotendeels betalen. 

Protocol scholing
Een deel van de Nederlandse beroepsbevolking heeft om een groot aantal redenen een afstand tot de arbeidsmarkt. Het UWV maakt het mogelijk voor deze werkzoekenden om de arbeidsmarkt dichterbij te krijgen doormiddel van het protocol scholing. Het UWV voert van uit het protocol school re-integratie werkzaamheden uit om dit deel van de beroepsbevolking op de arbeidsmarkt te helpen.

Brug-WW
Tot slot kennen we de brug-WW. Dit biedt werknemers die zich laten omscholen een mogelijkheid om hun WW-uitkering te kunnen behouden. Zij behouden gedurende twee maanden nog hun WW.

Slotwoord over LeerWerkLoket
Het LeerWerkLoket is een samenwerkingsverband tussen verschillende instanties op de arbeidsmarkt, de overheid en het bedrijfsleven. De doelstelling van dit loket is dat werkzoekenden aan het werk worden geholpen en aan het werk worden gehouden. Daarvoor zijn veel verschillende mogelijkheden bedacht. Deze mogelijkheden kunnen echter veranderen omdat de arbeidsmarkt verandert en de wet en regelgeving ook regelmatig wijzigt. De informatie in deze tekst is gepubliceerd in het eerste kwartaal van 2017. Hou er rekening dat wijzigingen na die datum niet in deze tekst zijn geïmplementeerd.

Wat is SDE+subsidie?

SDE+ subsidie is een speciale subsidie die de Nederlandse overheid beschikbaar stelt aan zowel bedrijven als instellingen die hernieuwbare energie produceren of van plan zijn om hernieuwbare energie te produceren. De afkorting SDE+ staat voor Stimulering Duurzame Energieproductie. De SDE+subsidie kan zowel aan profit instellingen worden verstrekt als aan non-profit instellingen die hernieuwbare energie (gaan) produceren.

Als een organisatie plannen heeft om hernieuwbare energie te gaan produceren zal men het al snel over de kosten en de baten gaan hebben. Dit doen zowel bedrijven met een winstoogmerk als organisaties zonder winstoogmerk.  Dikwijls moeten er investeringen worden gedaan in bijvoorbeeld zonnepanelen of windturbines. Die investeringen zijn meestal niet of nauwelijks door organisaties zelf op te brengen daarom schiet de overheid te hulp met de SDE+ subsidie.

De SDE+subsidie wordt in verschillende rondes verstrekt door de Rijksoverheid.  Ieder jaar kent zijn eigen regeling en ook de subsidiepot die door de overheid beschikbaar wordt gesteld kan per jaar verschillen. Zodra er een nieuwe regeling is opgesteld wordt deze gepubliceerd in de Staatscourant wordt ook de website geactualiseerd. Actuele iinformatie over dit onderwerp wordt verstrekt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland op de website rvo.nl/sde in de gaten. Op deze website kan men de details van de SDE+subsidie nalezen.

Wat is een plaatsingsfee voor 50 plussers via het UWV?

De overheid vindt het belangrijk dat werkzoekenden zo snel mogelijk aan het werk komen. Helaas blijken 50 plussers ten opzichte van andere leeftijdscategorieën onder werkzoekenden moeite te hebben om weer een nieuwe baan te bemachtigen. De overheid heeft dit ook bemerkt en daarom zijn er verschillende subsidiemaatregelen ingevoerd om werkgevers er toe te bewegen om 50 plussers uit een uitkering aan een baan te helpen.

Subsidies voor oudere werknemers
Tot 1 januari 2015 was het voor werkgevers mogelijk om voor 50 plussers premiekorting aan te vragen. Hierdoor hoefden werkgevers, indien de premiekortingsaanvraag werd goedgekeurd door het UWV, minder premie af te dragen waardoor ze loonkosten konden besparen. Vanaf 1 januari 2015 is dit echter niet meer mogelijk. De plaatsingsfee is echter wel mogelijk. Deze is specifiek van toepassing voor uitzendbureaus en re-integratiebureaus. In de volgende alinea is meer informatie weergegeven over de plaatsingsfee.

Waarom de plaatsingsfee
De plaatsingsfee is specifiek ingevoerd voor de intermediair. Een intermediair is een tussenpersoon. Binnen het kader van de arbeidsmarkt bedoelt men met een intermediair meestal een uitzendbureau of detacheringsbureau. Deze arbeidsbemiddelingsbureaus bemiddelen (flexibel) personeel bij verschillende opdrachtgevers. Omdat deze bureaus een goed beeld hebben van de vacatures in een bepaalde regio of binnen een bepaald segment zoals de techniek, bouw of zorg, kunnen ze snel mensen aan het werk helpen. De overheid heeft de plaatsingsfee ingevoerd om intermediairs te stimuleren om oudere werkzoekenden uit een uitkeringspositie aan het werk te helpen bij hun klanten.

Wat is de plaatsingsfee?
Als een intermediair zoals een uitzendbureau een werkzoekende van 50 jaar of ouder begeleid naar een betaalde baan dan kan het uitzendbureau nadat de werknemer drie volledige maanden heeft gewerkt in aanmerking komen voor een plaatsingsfee. Deze plaatsingsfee is een subsidie die wordt uitgekeerd op basis van de periode dat de oudere werknemer daadwerkelijk heeft gewerkt. Hierdoor kan misbruik worden voorkomen. Om in aanmerking te komen voor de plaatsingsfee dient de werknemer minimaal drie maanden te hebben gewerkt. De intermediair dient een formulier in te vullen na afloop van de drie maanden. Dit aanvraagformulier voor de plaatsingsfee kan de intermediair vinden op de website van het UWV. In de volgende alinea is informatie weergegeven over de hoogte van de plaatsingsfee.

Wat is de hoogte van de plaatsingsfee?
De hoogte van de plaatsingsfee is afhankelijk van de duur van het dienstverband van de werknemer. De minimale duur om in aanmerking te komen voor een plaatsingsfee is drie maanden. Bij een dienstverband van drie maanden is de plaatsingsfee € 300. Als een medewerker 6 maanden na zijn eerste werkdag nog in dienst is via dezelfde intermediair kan de intermediair een vervolgaanvraag doen voor een extra plaatsingsfee van € 700. De maximale plaatsingsfee kan de intermediair behalen als de werknemer 12 maanden na zijn eerste werkdag nog in dienst is via dezelfde intermediair. Dan kan er nog een tweede vervolgaanvraag worden gedaan voor een plaatsingsfee van € 500.

Wat zijn de voorwaarden voor een plaatsingsfee?
Er zijn een aantal voorwaarden waaraan een intermediair moet voldoen om in aanmerking te komen voor een plaatsingsfee. De intermediair moet de werkzoekende bijvoorbeeld hebben begeleid naar een betaalde baan. De eerste werkdag van de werknemer moet op of na 1 oktober 2013 zijn geweest. Op de eerste werkdag moet de werkzoekende een WW-uitkering hebben en 50 jaar of ouder zijn. De werknemer moet voor minimaal 12 uur per week werk hebben voor een periode van minimaal 3 maanden. Hij of zij moet voor minimaal de helft van het aantal uren waarvoor hij een WW-uitkering krijgt aan het werk worden geholpen. De plaatsingsfee is een tijdelijke regeling. De regeling is van toepassing op arbeidscontracten die uiterlijk op 30 september 2016 ingaan.

Wat is een Scholingsvoucher van het UWV?

Werkzoekenden die 55 jaar of ouder zijn hebben vaak moeite met het vinden van een baan. Wanneer een werkgever een werknemer in dienst neemt die 55 jaar of ouder is dan wil de overheid de drempel om deze medewerker in dienst te nemen verlagen. Eén van de middelen die daarvoor gebruikt worden is de scholingsvoucher. De scholingsvoucher is een subsidievorm. Hieronder wordt aangegeven wat de scholingsvoucher is en onder welke voorwaarden deze kan worden aangevraagd.

Scholingsvoucher
Als een werkzoekende 55jaar of ouder is kan een bedrijf subsidie aanvragen wanneer deze de werknemer in dienst neemt. De subsidie is bedoelt voor scholing en bedraagt maximaal € 750 (inclusief btw). De naam van de subsidie is scholingsvoucher. Met deze scholingsvoucher kunnen bedrijven een opleiding voor de 55plusser betalen. Door deze opleiding kan de oudere werknemer zijn opleidingsniveau verhogen en daarmee de meerwaarde voor een bedrijf.

Voorwaarden voor de scholingsvoucher
Aan het toekennen van de scholingsvoucher zijn een aantal voorwaarden aan verbonden. Zo moet de werknemer die in dienst genomen wordt 55 jaar of ouder zijn op de dag dat deze voor het eerst van zijn of haar WW-uitkering gebruik maakt. Daarnaast moet de werknemer minimaal 3 maanden een WW-uitkering hebben ontvangen.

De werknemer moet door het bedrijf daadwerkelijk in dienst worden genomen. Hiervoor moet een schriftelijk getekend arbeidscontract zijn opgesteld tussen de werkgever en de werknemer. De medewerker moet uiterlijk de eerste dag van de maand na de maand waarin de opleiding is afgerond bij het bedrijf in dienst treden.

De 55plusser heeft voor het in dienst treden gebruik gemaakt van een WW uitkering voor de duur van ten minste 3 maanden. De WW is gebaseerd op een aantal uren per week. Bij het in dienst treden bij een bedrijf moet de 55plusser minimaal voor de helft van het aantal uren waarover hij een WW uitkering kreeg werkzaamheden verrichten en betaald krijgen door het bedrijf. Het UWV wil door de scholingsvoucher bewerkstelligen dat een oudere werknemer doormiddel van een opleiding ten minste voor de helft uit de WW raakt en aan het werk gaat.

Daarnaast zijn er voorwaarden gesteld aan de opleiding die wordt betaald voor de 55plusser. De opleiding mag maximaal een jaar duren. Daarnaast moet de opleiding worden afgerond met een erkend diploma of certificaat.

Hoe vraag ik een scholingsvoucher aan?
Een scholingsvoucher kan zowel door het bedrijf als door de (toekomstig) werknemer worden aangevraagd bij het UWV. De aanvraag kan worden ingediend doormiddel van een formulier die op internet te vinden is op de site van het UWV. Het formulier kan na het invullen worden opgestuurd naar het UWV in Amsterdam. Per werknemer kan maximaal één aanvraag worden ingediend voor een scholingsvoucher. Het is belangrijk dat het UWV kan zien dat de werknemer daadwerkelijk voor een opleiding is aangemeld. Daarom moet bij de aanvraag een bewijs van inschrijving worden gevoegd. Ook de opleidingskosten moeten middels een factuur inzichtelijk worden gemaakt. Deze factuur moet afkomstig zijn van het opleidingsinstituut waar de medewerker is aangemeld voor het volgen van een opleiding. Ook wil het UWV er zeker van zijn dat er een arbeidscontract is getekend tussen de werkgever en de werknemer. Daarom moet er een ondertekend arbeidscontract worden meegezonden. De aanvraag dient uiterlijk tot 30 september 2015 te geschieden.

Tot wanneer kan een scholingsvoucher worden aangevraagd?
Bedrijven kunnen een scholingsvoucher aanvragen tot en met 30 september 2015. Het UWV geeft aan dat het budget voor de scholingsvoucher beperkt is. Daarom moeten bedrijven zo snel mogelijk een scholingsvoucher aanvragen wanneer ze een medewerker in dienst nemen die 55 jaar of ouder is en aan de voorwaarden voldoet. Hoe eerder de aanvraag voor de subsidie is ingediend hoe groter de kans dat er geld beschikbaar is om te verstrekken aan het bedrijf.

Wat doet het UWV  na de aanvraag voor de scholingsvoucher?
Wanneer het bedrijf de gewenste informatie per post naar het UWV heeft gezonden, wordt er door het UWV een ontvangstbevestiging gestuurd. Hierdoor weet het bedrijf dat de aanvraag voor de scholingsvoucher in behandeling is. De behandeling duurt een aantal weken voordat er een uitslag is gevormd. Bedrijven moeten rekening houden met acht weken. Binnen acht weken moet er vanuit het UWV een bericht zijn gestuurd waarin aangegeven is of een bedrijf en een medewerker gebruik kunnen maken van een scholingsvoucher of niet.

EU-subsidiegeld misgelopen door Mark Rutte

CDA-Europarlementariër Lambert van Nistelrooij heeft aan NU.nl gemeld dat Mark Rutte onvoldoende zijn best heeft gedaan bij onderhandelingen over het toekennen van subsidiegeld in Europa. De Europese fractie van het CDA geeft aan dat Nederland er erg op achteruit is gegaan. Na Denemarken is Nederland er het meest op achteruitgegaan in het structuurfonds. In het structuurfonds wordt 322 miljard euro verdeeld tussen de EU-landen. Doordat Nederland niet goed heeft onderhandeld missen we een grote bron aan Europese subsidiegelden.

Vrijdag werd openbaar gemaakt dat Nederland voor de periode 2014 tot 2020 veel minder geld krijgt dan de afgelopen zeven jaar. Het nieuwe bedrag is 1,25 miljard euro. De afgelopen zeven jaar was het geld nog 1,9 miljard euro. Lambert van Nistelrooij was zelf hoofdonderhandelaar bij de totstandkoming van het structuurfonds.