Wat zijn de executieklassen conform EN1090?

De EN1090 is een Europees geharmoniseerde productnorm die van toepassing is op dragende  constructiedelen die vervaardigd worden van staal of aluminium en gebruikt worden in bouwproducten. Binnen de Europese Unie zijn bedrijven conform de EN1090 verplicht om aan de eisen voor een CE-markering te voldoen. Dit vereist wat van de bedrijfsvoering van las- en constructiebedrijven. De producten die las- en constructiebedrijven maken zijn echter divers. Daarom zijn de eisen die aan de constructies worden gesteld ook verschillend.

Execution Classes of EXC
Aan constructies die bijvoorbeeld in de buurt van mensen worden geplaatst zijn andere eisen gesteld dan aan constructies die geheel niet door mensen in gebruik genomen zullen worden. Daarom  worden constructies ingedeeld in verschillende uitvoeringsklassen. In deze uitvoeringsklassen zijn de eisen waaraan een constructiebedrijf volgens de EN1090 moet voldoen vastgelegd. De uitvoeringsklassen worden in het Engels ook wel Execution Classes of EXC genoemd. De EXC is de internationale aanduiding voor de uitvoeringsklassen waarin de constructiedelen worden ingedeeld. Er zijn in totaal vier verschillende Execution Classes. Deze lopen op van EXC 1 tot en met EXC 4. Constructies worden in deze klassen ingedeeld op basis van een aantal aspecten:

  • Materiaal
  • Lasprocedure
  • Belasting
  • Toepassing
  • Vormgeving
  • Type constrcutie

Het komt in de praktijk ook voor dat er geen uitvoeringsklasse is aangegeven. Als er geen uitvoeringsklasse bij een opdracht is benoemd of gespecificeerd dan gaat men uit van EXC 2. Hieronder zijn de verschillende uitvoeringsklassen nader omschreven.

EXC 1
Uitvoeringsklasse 1 is een uitvoeringsklasse die wordt gebruikt voor constructiedelen die van staal worden gemaakt tot sterkteklasse S275 en statisch worden belast. Daarnaast wordt deze uitvoeringsklasse ook gebruikt voor constructiedelen die vervaardigd zijn van legeringen die aluminium bevatten en eveneens hoofdzakelijk statisch worden belast. De EXC 1 wordt toegepast bij constructies zoals trappen en leuningen die worden toegepast in woningen en gebouwen in de agrarische sector. Daarnaast wordt EXC 1 ook gehanteerd bij constructies die worden toegepast in serres van woningen en vrijstaande huizen met maximaal vier verdiepingen. Ook bij vergelijkbare constructiedelen en constructietoepassingen wordt EXC 1 gebruikt als uitvoeringsklasse-aanduiding.

EXC 2
Uitvoeringsklasse 2 is een uitvoeringsklasse die wordt toegepast als aanduiding voor constructiedelen die van staal zijn gemaakt tot sterkteklasse van S700. Ook wordt EXC 2 gehanteerd voor constructiedelen de gemaakt zijn van aluminiumlegeringen. De constructiedelen die onder EXC 2 vallen worden hoofdzakelijk statisch belast. De delen die niet hoofdzakelijk statisch belast worden zullen worden ingedeeld in een andere uitvoeringsklasse.

EXC 3
Uitvoeringsklasse 3 is van toepassing bij constructie delen van staal tot sterkte klasse S700 en ook voor constructiedelen die gemaakt zijn van aluminiumlegeringen . Ook in deze klasse gaat het om constructiedelen die hoofdzakelijk statisch worden belast. De delen die niet hoofdzakelijk statisch worden belast zullen in een andere uitvoeringsklasse worden ingedeeld. De EXC 3 is van toepassing op gebouwen die hoger zijn dan 15 verdiepingen. Daarnaast wordt EXC 3 ook toegepast op grote dakconstructies en constructies op publieke plaatsen zoals treinstations en busstations. Verder is EXC 3 van toepassing op bruggen en paalconstructies. EXC 3 wordt ook gebruikt voor torens, uitkragende gebouwen en grote schoorstenen voor bijvoorbeeld fabrieken.

EXC 4
Uitvoeringsklasse 4 is de uitvoeringsklasse die de zwaarste eisen omvat. De EXC 4 van toepassing op alle constructie delen genoemd in EXC 3. Het verschil is dat er grote consequenties voor de mensen, gebouwen en het milieu in de directe omgeving ontstaan als deze constructies falen. Men past deze uitvoeringsklasse toe in bijvoorbeeld dichtbevolkte woongebieden. Ook in bruggen en andere civiele kunstwerken in (water) wegen. Verder wordt EXC 4 ook toegepast in industriële bouwwerken met een hoog potentieel gevaar hierbij kan men denken aan constructies in nucleaire kracht centrales.

Wat is TTIP of het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag

TTIP is een afkorting die staat voor het Engelse Transatlantic Trade and Investment Partnership. In het Nederlands kan dit vertaald worden met het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag. Dit is een verdrag waarover wordt tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Dit beoogde verdrag staat ter discussie. De belangrijkste voorstanders van dit verdrag zeggen dat het verdrag goed is voor de economische groei van Europa en dus ook voor Nederland. Tegenstanders van het TTIP geven aan dat er te veel macht wordt gegeven aan bedrijven.

Bedrijven kunnen het regeringen lastig maken wanneer regeringen wetten en regels invoeren die door de bedrijven als belemmering kunnen worden beschouwd in hun bedrijfsvoering. Het nationaal belang van regeringen kan in de uitvoering van het TTIP in strijd zijn met het belang van grote bedrijven. Ondanks dat kunnen Nederlandse consumenten en bedrijven volgens de voorstanders profiteren van de uitvoering van dit akkoord.

Wat wil men met het TTIP bereiken
Een belangrijke doelstelling van het TTIP is het verbeteren van de toegang van markten door het afbouwen of afschaffen importtarieven tussen Amerika en Europa. Doordat de importtarieven omlaag gaan worden producten van Amerika in Europa goedkoper en andersom. De betrokken landen moeten door het verdrag meer werkgelegenheid en economische groei kunnen realiseren.

Een andere belangrijke doelstelling is het afstemmen van regels, voorwaarden en standaarden doe gekoppeld zijn aan producten. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan veiligheidseisen die aan producten worden gesteld. Ook kan men denken aan milieueisen van producten. Het testen van producten moet uniform gebeuren zodat er niet twee keer een test hoeft te worden gedaan in Europa en Amerika voor hetzelfde product voordat het verkocht en gebruikt mag worden.

Voor en nadelen van TTIP
Aan het TTIP kleven voor en nadelen. Het plan is nog niet rond en de voor en tegenstanders bestoken elkaar al met voor en tegenargumenten. De aanpassing van de standaards vinden veel milieuorganisaties zorgwekkend omdat Amerika volgens hen lagere standaards hanteerd dan Europa, dat zou ook het geval zijn op het gebied van voedselveiligheid. Verder kunnen landen overheden voor het gerecht dagen indien er wetten en regels worden doorgevoerd die niet gunstig zijn voor bedrijven. Als de internationale rechter aangeeft dat bedrijven in het gelijk zijn, dan zullen overheden in aanmerking kunnen komen voor een schadevergoeding.

Dit zorgt voor veel terughoudendheid bij veel mensen om akkoord te gaan met het TTIP. Mensen voelen zich niet machtig ten opzichte van bedrijven. Daarom gaan ze op internet en ook in de praktijk hun bezwaren kenbaar maken in de hoop dat de onderhandelingen voor het TTIP worden stopgezet of dat de richtlijnen in het verdrag gunstiger worden voor de mens, het milieu, de veiligheid en de lokale overheid. Het TTIP is er(in oktober 2015)  nog niet dus het is nog afwachten en discussiëren. De overheid zal echter wel wat moeten doen met de bezorgdheid van de mensen. Als TTIP er doorheen wordt gedrukt zal de bevolking haar vertrouwen in de overheid verder verliezen en daar is niemand bij gebaat.

Wat is de Europese Detacheringsrichtlijn of RICHTLIJN 96/71/EG?

In het Europese Verdrag (EU-verdrag) zijn  vier vrijheden vastgelegd voor Europese landen. Het gaat hierbij om een vrij verkeer van:

  • Goederen
  • Diensten
  • Kapitaal
  • Personen

Het vrij verkeer van personen maakt arbeidsmigratie tussen verschillende landen mogelijk omdat hieronder ook het vrij verkeer van werknemers valt. Verder valt onder vrij verkeer van personen ook de bedrijfs- en beroepsuitoefening. Het vrij verkeer van werknemers zorgt er voor dat werknemers uit de Europese landen vrij zijn om (tijdelijk )naar andere landen te reizen om daar werkzaamheden uit te voeren voor een lokale werkgever. Met de Detacheringsrichtlijn heeft Europa getracht een wettelijk kader te scheppen tussen de sociale bescherming van werknemers aan de ene kant en het vrij verkeer van diensten en werknemers aan de andere kant.

Wat is vastgelegd in de Detacheringsrichtlijn: Richtlijn 96/71/EG?
In de Europese Detacheringsrichtlijn is onder andere vastgelegd dat de Europese lidstaten er op toe moeten zien dat werknemers die tijdelijk in een andere lidstaat worden gedetacheerd de belangrijkste arbeidsvoorwaarden van het land waar ze werken ontvangen. Het gaat hierbij onder andere om de volgende arbeidsvoorwaarden:

  • Het loon van de arbeidsmigranten mag niet lager zijn dan het minimum loon dat wettelijk is vastgelegd in het land waar ze werken.
  • De maximale werktijden van arbeidsmigranten mogen niet langer zijn dan de werktijden die wettelijk zijn vastgelegd in het land waar ze werken.
  • Arbeidsmigranten hebben recht op het minimum aantal vakantiedagen dat is vastgelegd in het land waar ze werken.

Deze aspecten zijn vastgelegd in de Richtlijn 96/71/EG, die ook wel Europese Detacheringsrichtlijn wordt genoemd. Deze Europese wetgeving kwam tot stand in 1996 en moet er volgens Europa voor zorgen dat er een goed arbeidsklimaat ontstaat voor werknemers die gedetacheerd worden over de grenzen van EU lidstaten.

Detacheringsrichtlijn en de WAGA
De Europese lidstaten vertalen en verwerken de Europese wetgeving meestal in eigen wetten waarin de Europese richtlijnen zijn opgenomen. De Europese Detacheringsrichtlijn is bijvoorbeeld in Nederland op 2 december 1999 opgenomen in  de Wet Arbeidsvoorwaarden Grensoverschrijdende Arbeid. Deze wet wordt ook wel afgekort met WAGA. In de WAGA is onder andere vastgelegd in Artikel 3 dat de bepalingen die door cao’s algemeen verbinden zijn verklaard ook moeten worden toegepast op arbeidsovereenkomsten die worden beheerst door vreemd recht.

In de WAGA wordt in het zesde lid duidelijkheid gegeven over de bepalingen van de cao’s die van toepassing zijn op arbeidsovereenkomsten die worden beheerst door een ander recht dan het Nederlandse recht. Hierin worden richtlijnen genoemd waaraan de werkgevers en detacheringsbureaus zich moeten houden die werknemers ter beschikking stellen die uit een andere Europese lidstaat komen dan Nederland. De volgende bepalingen zijn hierin opgenomen:

  • De minimale rusttijden en maximale werktijden die werknemers mogen werken;
  • Het minimum aantal vakantiedagen waarop de werknemers recht hebben en de werkgever verplicht is om het loon door te betalen.
  • De minimumlonen waarop de werknemers recht hebben. Deze lonen zijn inclusief vergoedingen voor overwerk.
  • De voorwaarden met betrekking tot het ter beschikking stellen van werknemers.
  • Voorwaarden met betrekking tot de gezondheid, veiligheid en hygiëne op het werk.
  • Daarnaast zijn beschermende maatregelen opgenomen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden voorkinderen, jongeren en van zwangere werkneemsters of werkneemsters die pas bevallen zijn.

Uit de bovenstaande opsomming komt duidelijk naar voren dat de wetgeving vanuit de Europese Detacheringsrichtlijn is verwerkt in de WAGA. Werknemers uit andere Europese landen dienen conform deze richtlijnen behandelt te worden in Nederland. Hierdoor tracht men uitbuiting van arbeidsmigranten te voorkomen. Ook oneerlijke concurrentie tussen arbeidsmigranten en de werknemers in het land waar de werkzaamheden worden verricht tracht men te voorkomen. De vraag is echter of deze wetgeving daarvoor toereikend is.

EU-subsidiegeld misgelopen door Mark Rutte

CDA-Europarlementariër Lambert van Nistelrooij heeft aan NU.nl gemeld dat Mark Rutte onvoldoende zijn best heeft gedaan bij onderhandelingen over het toekennen van subsidiegeld in Europa. De Europese fractie van het CDA geeft aan dat Nederland er erg op achteruit is gegaan. Na Denemarken is Nederland er het meest op achteruitgegaan in het structuurfonds. In het structuurfonds wordt 322 miljard euro verdeeld tussen de EU-landen. Doordat Nederland niet goed heeft onderhandeld missen we een grote bron aan Europese subsidiegelden.

Vrijdag werd openbaar gemaakt dat Nederland voor de periode 2014 tot 2020 veel minder geld krijgt dan de afgelopen zeven jaar. Het nieuwe bedrag is 1,25 miljard euro. De afgelopen zeven jaar was het geld nog 1,9 miljard euro. Lambert van Nistelrooij was zelf hoofdonderhandelaar bij de totstandkoming van het structuurfonds.

Coalitie bijna akkoord over 6 miljard bezuinigen

De nieuwsberichten vandaag laten zien dat de De regeringspartijen VVD en PvdA het eens zijn over de extra bezuinigingen. Deze extra bezuinigingen van 6 miljard euro staan gepland voor 2014. Het is nog niet duidelijk wat de regeringspartijen precies hebben vastgelegd. Volgens bronnen zouden de afspraken van juli 2013 voor een belangrijk deel blijven bestaan. Nadat de plannen formeel zijn vastgesteld worden ze op Prinsjesdag naar buiten gebracht. De volgende punten worden in het nieuws al genoemd’.

  • De lonen in de overheidssector worden bevroren. Ministers  worden gekort in hun budgetten.
  • De verspilling in de zorg wordt aangepakt.
  • Stamrechtbv’s worden aangepakt om belastingontduiking te voorkomen.
  • De woningmarkt wordt aangepakt. Mensen die hun levensverzekering gebruiken om de hypotheek af te lossen moeten geen extra belasting betalen over hun kapitaal.

De hierboven genoemde bezuinigingen komen bovenop de reeds aanwezige bezuinigingen. Ze zijn nodig om het begrotingstekort verder terug te dringen en daarmee aan de eisen van Europa te voldoen. Het begrotingstekort zou door de bezuinigingen op 3,3 procent komen in plaats van 3,9 procent zoals het Centraal Planbureau de begroting op dit moment zonder de extra bezuinigingen in 2014 voorziet. De EU heeft echter een maximaal begrotingstekort voor Nederland vastgesteld op 3 procent. Toch zullen ze volgens bronnen akkoord gaan met de bezuinigingen van 6 miljard die nu gepland zijn.