Wat is constructiesnelheid?

Constructiesnelheid is de snelheid waarvoor een vervoersmiddel of voertuig is constructeur oftewel de snelheid waarvoor een voertuig is gemaakt. met het woord constructiesnelheid wordt duidelijk gemaakt dat voertuigen voor een bepaalde snelheid zijn ontworpen en gemaakt. Dit is logisch want voertuigen verschillen en de toepassing van voertuigen verschilt in de praktijk ook. Daarom zijn er door de jaren heen diverse soorten voertuigen ontworpen en geproduceerd. In feite heeft elk voertuig een constructiesnelheid maar meestal heeft men het specifiek bij snorfietsen en brommers over een constructiesnelheid. In deze tekst is nader ingegaan op de term constructiesnelheid en een aantal belangrijke onderwerpen die verband houden met dit begrip.

Constructieve stevigheid
Lang niet alle voertuigen zijn geschikt om er een bepaalde snelheid mee te behalen. Dit heeft te maken met de constructieve stevigheid van het voertuig maar ook met het vermogen van de motor. Wanneer er in een voertuig een zware motor wordt geplaatst maar het frame of de wielen van het voertuig zijn niet geconstrueerd voor een bepaalde snelheid dan kan het voertuig bij een bepaalde snelheid overbelast raken waarbij de zwakke voertuigdelen gaan vervormen, slijten of breken. Dit heeft meestal ernstige gevolgen voor het voertuig en de bestuurder.

Regeling Voertuigen
De Regeling Voertuigen wordt ook wel het Voertuigreglement genoemd en heeft een specifieke bepaling voor bromfietsen en snorfietsen als het gaat om de constructiesnelheid. Voor brom- en snorfietsen is in de Regeling Voertuigen bepaald dat:  “de door de constructie bepaalde maximumsnelheid, niet meer mag bedragen dan de op het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximum constructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h. Voor de meting van deze snelheid moet gebruik worden gemaakt van de daartoe bestemde en geijkte bromfietsrollentestbanken die de maximum constructiesnelheid vaststellen”.

Constructiesnelheid bromfiets
De constructiesnelheid van een bromfiets is vastgesteld op 45 kilometer per uur. Op deze constructiesnelheid is de bromfiets gebouwd. Dan heeft men het niet alleen over het frame van de bromfiets maar ook over de wielen en de remmen. Als men harder gaat rijden met een bromfiets dan deze constructiesnelheid dan kunnen deze onderdelen extra hard gaan slijten of vervormen, scheuren vertonen of gaan breken.

Daarnaast is het ook levensgevaarlijk om harder te rijden dan de constructiesnelheid als men niet zeker weet of de brommer wel op het gewenste moment tot stilstand komt als het remsysteem in werking wordt gezet. Om die reden is het verboden om brommers op te voeren. Brommers kunnen door de politie op een rollentestbank worden getest of ze niet zijn opgevoerd. Brommers mogen niet harder dan 45 kilometer per uur. Daar wordt 5 kilometer per uur bij opgeteld in Nederland. Dit houdt niet in dat iemand met een brommer ook daadwerkelijk 50 kilometer per uur mag rijden. De maximale snelheid voor een brommer op de weg is 45 kilometer per uur plus de wettelijke correctie van drie kilometer per uur.

Dit zorgt voor een totale maximale snelheid van 48 kilometer per uur. Deze maximale snelheid is echter alleen van toepassing in gebieden en wegen waar ook daadwerkelijk deze snelheid gereden mag worden. Op wegen waar bijvoorbeeld 30 kilometer per uur mag gereden worden zal een bromfiets ook niet sneller mogen dan de aangegeven maximumsnelheid. Er kan dus in de praktijk zeker een verschil zijn tussen de constructiesnelheid en de maximale snelheid die op verkeersborden is aangegeven.

Constructiesnelheid snorfiets
Een snorfiets is een voertuig dat in zijn meest eenvoudige vorm bestaat uit een fiets met een hulpmotor. Tegenwoordig zijn er echter ook verschillende andere modellen van snorfietsen ontwikkeld die op brommers en scooters lijken. Daarom heeft men het ook wel over snorscooters. Een snorfiets heeft een maximale constructiesnelheid van 25 km per uur. Deze snelheid staat op het kentekenbewijs of de kentekencard en is bovendien in het kentekenregister genoteerd. Als een snorfiets wordt getest op een rollerbank dan mag deze 4 kilometer per uur harder rijden dan de aangegeven 25 kilometer per uur. Als het voertuig harder kan dan 29 kilometer per uur dan is dat voor de politie een indicatie dat de snorfiets opgevoerd is of dat de snelheidsbegrenzing van bijvoorbeeld de snorscooter is verwijderd of is aangepast.

Dit is uiteraard verboden en de politie zal een boete opleggen aan mensen die hun snorfiets of brommer hebben opgevoerd. In de praktijk mag een snorfiets maximaal 25 kilometer per uur rijden plus een wettelijke correctie van drie kilometer per uur. Met een eenvoudige rekensom is de maximale snelheid die iemand met een snorfiets kan rijden zonder een boete te krijgen 28 kilometer per uur. Uiteraard moet iemand een snorfiets wel gebruiken op de plaatsen op de weg waarop dat mag. Een snorfiets mag uiteraard niet op het trottoir worden gebruikt behalve wanneer men de snorfiets te voet aan de hand meevoert. Een snorfiets wordt in de praktijk vaak op dezelfde manier gebruikt en moet zich aan dezelfde regels houden als een gewone ongemotoriseerde fiets.

Constructiesnelheid en constructieve stevigheid
In de alinea’s hiervoor heb je tussen de regels door kunnen lezen dat de term constructiesnelheid in de letterlijke zin niet altijd van toepassing is. Als men kijkt naar scooters en brommers die een snelheidsbegrenzing bevatten dan is het voertuig constructief sterk genoeg om een hogere snelheid aan te kunnen maar zijn er wijzingen doorgevoerd om dit te voorkomen. Snorfietsen zien er lang niet altijd meer uit als de klassieke Spartamet maar kunnen in plaats van een stevig fietsframe ook bestaan uit een frame van een brommer of scooter. Een dergelijk frame kan natuurlijk zwaarder belast worden en zou in theorie ook een hogere vastgestelde constructiesnelheid moeten hebben.

Ondanks dat heeft men het nog steeds over een constructiesnelheid van 25 kilometer per uur voor een snorfiets. De constructiesnelheid lijkt daardoor veel meer verband te houden met de snelheid die genoteerd is in het kentekenbewijs van het voertuig dan de snelheid die constructietechnisch gezien mogelijk is voor het voertuig. Desondanks wordt in de praktijk nog steeds de term constructiesnelheid gebruikt.

Wat is een muurplaat?

Een muurplaat is een balk die in de bouwkunde wordt gebruikt als verbinding tussen de muur en een hellend dak. Een muurplaat is een dragend deel van een constructie. De muurplaat wordt gebruikt om de krachten en belasting die wordt uitgeoefend op een dak door te geven op de muur of de vloer van het gebouw. De muurplaat is een balk en vormt de overgang tussen de muur en een schuin dak.

Een muurplaat is een houten balk die met de brede kant bovenop een muur wordt verankerd. Deze verankering gebeurd traditioneel met een aantal lagen metselwerk. Tegenwoordig wordt de muurplaat ook wel rechtstreeks verankerd op een betonnen vloerrand.

Wanneer het dak wordt aangebracht drukken delen van de dakconstructie rechtstreeks op de muurplaat. Deze dakdelen kunnen bijvoorbeeld de spanten van het dak zijn. De spanten dragen de druk van de dakbedekking (en de overige belasting van het dak) over op de muurplaat. De muurplaat draagt de druk en het gewicht weer over op het lager gelegen fundament van het gebouw.

Wat zijn spanten van gebouwen?

Een spant kan een onderdeel zijn van een gebouw en behoort tot de dakconstructie. De functie van een spant is het dragen van het dak en de belasting die wordt uitgeoefend op de bedekking van het dak. Spanten zijn daarom belangrijke dragende delen van een dakconstructie. Een spant brengt het totaal van de belasting die er op wordt uitgeoefend verticaal over op de constructiedelen die lager in de bouwconstructie zijn aangebracht. Over het algemeen zijn dat de dragende muren. Ook kan er een spant haar belasting overdragen op en borstwering van een zolder waaraan een muurplaat verankerd zit.  Spanten zijn er in verschillende afmetingen en vormen. Dit heeft te maken met de afmetingen van het dak en de hoek waaronder het dak is aangebracht. Er zijn dus spanten voor zowel platte als hellende daken.

Spanten voor een plat dak
Spanten voor platte daken zoals grote loodsen, garages en fabriekshallen moeten vaak grote afstanden overbruggen. Dat vereist wat van het gewicht en het materiaal van de spant. Een voorbeeld van een spant die hiervoor gebruikt wordt is een vakwerkspant. Een vakwerkspant is een spant die bestaat uit allemaal horizontale en diagonale stangen en balken. Een vakwerkspant heeft een aantal lange delen die de gehele afstand van het dak overspannen. Deze lange delen zijn doormiddel van diagonale stangen aan elkaar verbonden. Hierdoor ontstaan stevige driehoekvormen en X-vormen. Die zorgen er voor dat de vakwerkspant inderdaad uit vakken bestaat. Dat maakt dat de spant constructief stevig is zonder dat er veel materiaal in de zin van massa is gebruikt.

Naast vakwerkspanten zijn er ook houten spanten die bestaan uit verschillende lagen hout. Deze gelamineerde of gelijmde houten spanten zijn vervaardigd van verschillende lagen en latten van foutloos hout. Deze zijn zeer stevig aan elkaar vastgelijmd.

Spanten voor een hellend dak
Ook voor hellende daken zijn speciale spanten ontwikkeld die in de bouw worden gebruikt. Een voorbeeld hiervan is de hangspant. Bij boerderijen past men ook wel de zogenaamde Verbeterd-Hollands spant. Ook voor hellende daken kunnen vakwerkspanten worden gebruiken en gelamineerde of verlijmde spanten. Verder worden ook steekspanten gebruikt voor hellende daken.

Wat zijn de executieklassen conform EN1090?

De EN1090 is een Europees geharmoniseerde productnorm die van toepassing is op dragende  constructiedelen die vervaardigd worden van staal of aluminium en gebruikt worden in bouwproducten. Binnen de Europese Unie zijn bedrijven conform de EN1090 verplicht om aan de eisen voor een CE-markering te voldoen. Dit vereist wat van de bedrijfsvoering van las- en constructiebedrijven. De producten die las- en constructiebedrijven maken zijn echter divers. Daarom zijn de eisen die aan de constructies worden gesteld ook verschillend.

Execution Classes of EXC
Aan constructies die bijvoorbeeld in de buurt van mensen worden geplaatst zijn andere eisen gesteld dan aan constructies die geheel niet door mensen in gebruik genomen zullen worden. Daarom  worden constructies ingedeeld in verschillende uitvoeringsklassen. In deze uitvoeringsklassen zijn de eisen waaraan een constructiebedrijf volgens de EN1090 moet voldoen vastgelegd. De uitvoeringsklassen worden in het Engels ook wel Execution Classes of EXC genoemd. De EXC is de internationale aanduiding voor de uitvoeringsklassen waarin de constructiedelen worden ingedeeld. Er zijn in totaal vier verschillende Execution Classes. Deze lopen op van EXC 1 tot en met EXC 4. Constructies worden in deze klassen ingedeeld op basis van een aantal aspecten:

  • Materiaal
  • Lasprocedure
  • Belasting
  • Toepassing
  • Vormgeving
  • Type constrcutie

Het komt in de praktijk ook voor dat er geen uitvoeringsklasse is aangegeven. Als er geen uitvoeringsklasse bij een opdracht is benoemd of gespecificeerd dan gaat men uit van EXC 2. Hieronder zijn de verschillende uitvoeringsklassen nader omschreven.

EXC 1
Uitvoeringsklasse 1 is een uitvoeringsklasse die wordt gebruikt voor constructiedelen die van staal worden gemaakt tot sterkteklasse S275 en statisch worden belast. Daarnaast wordt deze uitvoeringsklasse ook gebruikt voor constructiedelen die vervaardigd zijn van legeringen die aluminium bevatten en eveneens hoofdzakelijk statisch worden belast. De EXC 1 wordt toegepast bij constructies zoals trappen en leuningen die worden toegepast in woningen en gebouwen in de agrarische sector. Daarnaast wordt EXC 1 ook gehanteerd bij constructies die worden toegepast in serres van woningen en vrijstaande huizen met maximaal vier verdiepingen. Ook bij vergelijkbare constructiedelen en constructietoepassingen wordt EXC 1 gebruikt als uitvoeringsklasse-aanduiding.

EXC 2
Uitvoeringsklasse 2 is een uitvoeringsklasse die wordt toegepast als aanduiding voor constructiedelen die van staal zijn gemaakt tot sterkteklasse van S700. Ook wordt EXC 2 gehanteerd voor constructiedelen de gemaakt zijn van aluminiumlegeringen. De constructiedelen die onder EXC 2 vallen worden hoofdzakelijk statisch belast. De delen die niet hoofdzakelijk statisch belast worden zullen worden ingedeeld in een andere uitvoeringsklasse.

EXC 3
Uitvoeringsklasse 3 is van toepassing bij constructie delen van staal tot sterkte klasse S700 en ook voor constructiedelen die gemaakt zijn van aluminiumlegeringen . Ook in deze klasse gaat het om constructiedelen die hoofdzakelijk statisch worden belast. De delen die niet hoofdzakelijk statisch worden belast zullen in een andere uitvoeringsklasse worden ingedeeld. De EXC 3 is van toepassing op gebouwen die hoger zijn dan 15 verdiepingen. Daarnaast wordt EXC 3 ook toegepast op grote dakconstructies en constructies op publieke plaatsen zoals treinstations en busstations. Verder is EXC 3 van toepassing op bruggen en paalconstructies. EXC 3 wordt ook gebruikt voor torens, uitkragende gebouwen en grote schoorstenen voor bijvoorbeeld fabrieken.

EXC 4
Uitvoeringsklasse 4 is de uitvoeringsklasse die de zwaarste eisen omvat. De EXC 4 van toepassing op alle constructie delen genoemd in EXC 3. Het verschil is dat er grote consequenties voor de mensen, gebouwen en het milieu in de directe omgeving ontstaan als deze constructies falen. Men past deze uitvoeringsklasse toe in bijvoorbeeld dichtbevolkte woongebieden. Ook in bruggen en andere civiele kunstwerken in (water) wegen. Verder wordt EXC 4 ook toegepast in industriële bouwwerken met een hoog potentieel gevaar hierbij kan men denken aan constructies in nucleaire kracht centrales.

Wat is een inbus, een inbusbout of een inbussleutel?

Inbussleutels

In de techniek gebruikt men verschillende bouten en moeren voor het bevestigen van constructiedelen. Deze delen kunnen bijvoorbeeld van metaal, hout of kunststof zijn gemaakt. Verbindingen die doormiddel van bouten en moeren worden gemaakt zijn uitneembaar. Dit is een voordeel wanneer constructiedelen vervangen moeten worden. Verder zijn verbindingen van bouten en moeren handig wanneer men constructiedelen als bouwpakket aanlevert aan de eindgebruiker. Deze kan dan met behulp van een bepaalde sleutel of sleutels de constructdelen in elkaar zetten. Meestal wordt hierbij ook gebruik gemaakt van een bouwtekening of constructietekening.

Inbus
Bouten en moeren kunnen doormiddel van een inbussysteem worden bevestigd. Een inbus is een zeskantige uitsparing aan de binnenkant van de kop van de bout. De moer heeft geen specifieke vorm. Meestal is de moer gewoon een zeskant met de juiste spoed voor de inbusbout. Daarnaast kan men ook gebruik maken van constructiedelen waar schroefdraad in is gesneden. In deze constructiedelen draait men dan de inbusbout vast. Inbusbouten en inbussleutels zijn er in verschillende maten. Deze worden in twee reeksen ingedeeld:

  • metrisch (maten in millimeters)
  • en in inches.

De maat van de INBUS is de afstand tussen twee tegenover elkaar liggende vlakke zijden van het inbus zeskant.

Betekenis van INBUS
De letters INBUS zijn in feite een Duitse afkorting. Deze afkorting staat voor Innensechskantschraube Bauer und Schaurte. Het woord ‘Innensechskantschraube’ is Duits voor ‘binnenzeskantschroef’. De naam  Bauer und Schaurte (Neuss, Duitsland) heeft dit bevestigingssysteem gepatenteerd.

Inbusbouten
Inbusbouten worden vaak geleverd bij bouwpakketten. Dit kan zowel een kas zijn maar ook voor speelgoed en kleine constructies kunnen inbusbouten worden toegepast als bevestigingsmiddel. De inbusbout heeft meestal een dikke kop. Dat is nodig omdat in deze kop een zeskantige uitsparing is aangebracht waar men de inbussleutel in plaatst. Vervolgens draait men de inbusbout met een inbussleutel de gewenste richting op. Daarbij komt er veel druk op de kop van de bout. Over het algemeen heeft men het niet over inbusbouten maar spreekt men gewoon over een bout of een inbus. Men heeft het ook wel over een schroef alleen dat kan wel voor verwarring zorgen. Daarom heeft men het dan ook over een ‘binnenzeskantschroef’ of ‘binnenzeskantbout’.

Inbussleutel

Inbussleutels
Verschillende formaten inbussleutels
De inbussleutel dient precies binnen de zeskantige uitsparing te vallen. Als men een iets te kleine inbussleutel gebruikt draait men de zes hoeken van de inbussleutel kapot. De hoeken worden dan afgerond en de inbussleutel kan dan niet meer worden gebruikt. De juiste maat inbussleutel dient te worden gebruikt voor de uitsparing in de boutkop. Een inbussleutel is een eenvoudig stuk gereedschap dat bestaat uit een metalen staafje dat een zeskantige doorsnede heeft. In dit staafje is een hoek van 90 graden aangebracht. Soms is één uiteinde van de inbussleutel een beetje rond gemaakt zodat men ook onder een bepaalde hoek de inbusbout kan aandraaien of losdraaien. Veel kracht kan men dan echter niet uitoefenen. Een inbussleutel kan ook in de vorm van een T-sleutel worden aangeschaft. Hierbij is de inbusstaaf niet voorzien van een hoek van 90 graden maar is er op één van de uiteinden een dwarsdeel of T-vormig handvat bevestigd. Daardoor kan men meer kracht zetten.

Wat is een cremona of een cremonadiagram?

Cremonadiagram is een woord dat wordt gebruikt in de constructie en de constructieleer. Het woord is afgeleid van de naam van een Italiaanse wiskundige Luigi Cremona  (Pavia, 7 december 1830 – Rome, 10 juni 1903). Hij bedacht de naam de naam cremonadiagram tijdens de bouw van de Eiffeltoren. Een cremonadiagram wordt ook wel kortweg Cremona genoemd.

Hoe ziet een cremonadiagram er uit?
Een cremonadiagram kan verschillende vormen hebben. Het is een krachtenfiguur dat bestaat uit een aantal knooppunten. In een cremonadiagram is het krachtenverloop van alle knooppunten opgenomen. Hierbij wordt onder andere gebruik gemaakt van driehoekverbindingen (piramides). De piramide is een vormvaste constructie en daardoor wordt deze vorm veel toegepast in vakwerk. Onder vakwerk verstaat men in deze context een samenstelling van staven of buizen. De staven worden onderverdeelt in trekstaven, drukstaven en zogenoemde nulstaven.

Vervorming van een constructie door belasting
De treksterkte van de staven en de sterkte die de staven hebben om een bepaalde druk te dragen kan doormiddel van een cremona worden vastgesteld. Ook de lengte verandering van de staven kan worden verwerkt in een cremona. Een constructie of bouwwerk welke zwaar belast wordt verandert namelijk van vorm. Metalen kunnen namelijk worden opgerekt omdat ze (in beperkte mate) elastisch zijn. Wanneer één metalen deel van een constructie wordt opgerekt heeft dit echter ook gevolgen voor de punten waar dit metalen deel mee in verbinding staat. De belasting wordt dus overgebracht op een groter deel van de constructie. De kracht die op de constructie wordt uitgeoefend wordt daardoor in feite door meerdere delen van de constructie gedragen. De vervormingen van de constructiedelen wordt in een cremona verwerkt. 

Wat wordt bedoelt met vakwerk of een vakwerkconstructie in de civiele techniek of bouwkunde?

Vakwerk is een term die op verschillende manieren kan worden uitgelegd. Zo zijn er mensen die bij het woord ‘vakwerk’ denken aan een product dat vakkundig is gemaakt door een techneut. In de civiele techniek en bouwkunde wordt met ‘vakwerk’ ook een constructie bedoelt. Deze constructie wordt gebruikt om een bepaalde ruimte te overspannen. Bij constructies voor bruggen kan men bijvoorbeeld gebruik maken van verschillende verbindingen waardoor vakken ontstaan.

Meestal gebruikt men daarvoor metalen profielen en buizen maar men kan ook gebruik maken van andere materialen zoals hout. Voorbeelden van vakwerk kan men vinden in vakwerkbruggen en dakstoelen. Daarnaast wordt ook in de audiovisuele techniek gebruik gemaakt van vakwerkconstructies. Deze zijn meestal van aluminium gemaakt. Deze constructies noemt men ook wel bij de Engelse naam ‘truss’. De trussen die gebruikt worden in de theatertechniek zijn meestal uitneembaar en worden gebruikt om er  verlichtingsunits en geluidsunits op te bevestigen.

Toepassen van verbindingen
Als men kijkt naar een truss of een vakwerkbrug dan ziet men dat deze constructies uit allemaal verbindingen zijn samengesteld. Over het algemeen gebruikt men hiervoor driehoeken. De reden waarom driehoekverbindingen worden toegepast ligt in het feit dat driehoeken vormvast zijn.

Het is echter ook mogelijk om bij vakwerk gebruik te maken van een ladderconstructie. Een bekend voorbeeld hiervan is de Vierendeelligger. Deze constructie is vernoemd naar de Belgische ingenieur Arthur Vierendeel. Hierbij worden geen driehoeken gebruikt maar rechthoeken.

Vakwerkconstructies worden overigens niet alleen horizontaal toegepast. Het is namelijk ook goed mogelijk om vakwerkconstructies verticaal toe te passen in bijvoorbeeld grote zendmasten.

Vakwerkconstructie ontwerpen
Uiteraard moet men de constructieprincipes uit de constructieleer in acht nemen als men een vakwerkconstructie ontwerpt. Een constructeur moet daarom meestal verschillende sterkteberekeningen maken voordat het ontwerp van de vakwerkconstructie gereed is en uitgevoerd kan worden.

Wat is een spaceframe en waar wordt deze constructie toegepast?

Spaceframe is een benaming uit het Engels en kan in het Nederlands worden vertaald met ruimtelijke constructie. Deze constructie lijkt een beetje op een vakwerkconstructie waarbij verschillende verbindingen worden gemaakt zodat een grote vrije overspanning mogelijk is.

Hoe ziet een spaceframe er uit?
Een spaceframe kan verschillende vormen en afmetingen hebben. Kenmerkend voor een spaceframe is dat deze uit verschillende verbindingen bestaat om een grote ruimte te voorzien van een bepaalde stevigheid. Over het algemeen wordt gebruik gemaakt van buizen van aluminium of staal. Buizen die gemaakt zijn van staal zijn goedkoper maar wel zwaarder. Daarom wordt regelmatig voor aluminium gekozen. Een spaceframe bestaat uit verschillende (driehoekige) verbindingen. Door de toepassing van aan elkaar geschakelde regelmatige viervlakken kan een sterke constructie worden gemaakt. Naast driehoekige constructies kan men ook gebruik maken van gebogen constructies.

Waar worden spaceframes toegepast?
Spaceframes worden onder andere in de werktuigbouwkunde toegepast bijvoorbeeld bij fietsen, auto’s en motorfietsen als er geen gebruik wordt gemaakt van een zelfdragende carrosserie of monocoque. Een spaceframe is in de voertuigentechniek een buisconstructie of een buisframechassis. Hierbij wordt de motor, de carrosserie en de wielophanging bevestigd aan het spaceframe. In tegenstelling tot de toepassing van een monocoque wordt er bij een spaceframe geen gebruik gemaakt van een carrosserie met structurele sterkte.

Daarnaast worden spaceframes ook toegepast in grote staalconstructies zoals de bouw van grote loodsen en bedrijfshallen. Hierbij moeten vaak grote afstanden worden overbrugd door gebruikt te maken van verschillende driehoekverbindingen om een dak te kunnen dragen. Ook bij grote sportcomplexen en voetbalstadions wordt meestal gekozen voor spaceframs. Hierdoor kunnen bovendien zeer fraaie (kubistische) vormen worden gemaakt waardoor er voor de architect veel mogelijkheden zijn om een gebouw aan te passen aan de esthetische wensen van de opdrachtgever en de omgeving.

Wat is een monocoque en waar wordt deze constructietechniek toegepast?

Monocoque is een woord dat wordt gebruikt in de constructietechniek. Hierbij doelt men op een constructie waarbij het dragende deel aan de buitenzijde zit. Kortom het dragende deel van een constructie is een schaal of buitenhuid die niet voorzien is van inwendige versterkende constructiedelen. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan schaaldieren zoals een kreeft of krab. Deze dieren dragen als het ware hun skelet aan de buitenzijde van hun lichaam. Dit biedt deze dieren stevigheid en tevens bescherming tegen schadelijke invloeden van buitenaf. Ook een kippenei is een voorbeeld van een natuurlijk product dat voorzien is van een harde beschermende laag. Deze beschermende laag is gemaakt van kalk dat harder is dan de binnenkant van het ei en daardoor de binnenzijde beschermd.

Monocoque in de constructietechniek
Constructeurs en engineers kijken bij de ontwikkeling van producten en constructies regelmatig naar de natuur. In de natuur is een bijna onuitputtelijke bron van informatie aanwezig die gebruikt kan worden voor de constructie van producten, machines en voertuigen.

Als een constructeur werkt aan een nieuw product zal hij of zij daarbij rekening moeten houden met bepaalde eisen. Een monocoque moet bijvoorbeeld licht zijn en een grote torsieweerstand hebben. Dit houdt in dat het een stevig torsiestijf product moet zijn. Daarnaast moet de monocoque ook eenvoudig en degelijk gemaakt kunnen worden. Tegenwoordig worden bijna alle producten doormiddel van productiemachines gemaakt. Ook daar moet een constructeur rekening mee houden.

De belasting van het desbetreffende object moet worden opgevangen door de buitenkant van het object. Dit is een groot verschil met de meeste constructies waarbij het dragende deel aan de binnenkant zit.

Toepassing van de monocoque
In de jaren 30 van de twintigste eeuw werd voor het eerst een monocoque toegepast. Dit gebeurde in de vliegtuigindustrie. Tegenwoordig wordt de monocoque niet alleen maar in de vliegtuigindustrie toegepast. Ook in de fabricage van motorfietsen wordt de monocoque regelmatig toegepast. Deze heeft meestal de vorm van een doosvormig profiel dat gemaakt is van carbonfiber of aluminium. De monocoque werd voor het eerst toegepast bij racemotorfietsen in de vijftiger jaren van de twintigste eeuw. Tegenwoordig worden ook  steeds meer productiemotorfietsen voorzien van een monocoque. Ook bepaalde moderne auto’s kunnen tegenwoordig op basis van een monocoque zijn geconstrueerd.

Wat wordt in de mechanica bedoelt met buiging en flexuur?

Elk materiaal heeft eigenschappen. Deze eigenschappen maken een materiaal geschikt of juist ongeschikt voor een bepaalde toepassing. De flexuur of buiging is ook een eigenschap van een voorwerp of materiaal. Met buiging doelt men op de mate waarmee een materiaal vervormd of vervormbaar is in de richting die loodrecht staat op de lange as.

De vervorming van een materiaal of voorwerp is een gevolg van een kracht die wordt uitgeoefend. Buiging is een samengestelde vorm van belasting omdat aan de ene kant van het voorwerp trek optreed en aan de andere kant druk. Dit is afhankelijk van de richting waarin het voorwerp buigt. De ene kant van het voorwerp wordt iets langer doordat deze oprekt en de andere kant heeft te maken met druk omdat deze in elkaar wordt geperst.

Doorbuiging of deflectie
De mate waarin doorbuiging van een materiaal plaatsvindt wordt ook wel de mate van deflectie genoemd. Omdat materialen een bepaalde mate van elasticiteit hebben is doorbuiging niet per definitie schadelijk. Een balk die gemaakt is van staal kan in een beperkte mate doorbuigen omdat deze balk over elasticiteit beschikt. De elasticiteitsgrens moet echter niet worden overschreden omdat er dan plastische vervorming optreed. Dan is het materiaal zover doorgebogen dat het niet meer in de oorspronkelijke vorm terugkeert.

Metaalmoeheid
Door regelmatig op metaal een bepaalde druk of kracht uit te oefenen kan een metaal meerdere keren buigen. Hierdoor kan metaalmoeheid optreden. Door het voortdurend ineendrukken en oprekken van het metaal ontstaan kleine scheurtjes die er uiteindelijk voor kunnen zorgen dat de mechanische belastbaarheid van het metaal zo wordt verlaagd dat het materiaal knapt of uiteen getrokken wordt.

Wat zijn de fysische eigenschappen van metalen?

Metalen zijn scheikundige elementen die in het periodiek systeem der elementen zijn ondergebracht in de volgende categorieën: alkalimetalen,  aardalkalimetalen, overgangsmetalen en hoofdgroepmetalen. De indeling van metalen in de verschillende categorieën of groepen is gebaseerd op de fysische en chemische eigenschappen van de elementen. Het periodiek systeem der elementen wordt ook wel de tabel van Mendelejev genoemd omdat hij gezien wordt als de grondlegger van het periodiek systeem. In dit systeem staan alle elementen die bekend zijn. De elementen staan op volgorde van atoomnummer en elementen uit dezelfde periode staan naast elkaar. Elementen uit dezelfde groep staan boven elkaar. Hierdoor ontstaat een duidelijk overzicht voor mensen die een beeld willen krijgen van de eigenschappen van elementen.

Fysische eigenschappen van metalen
Met fysische eigenschappen van een element bedoelt men de eigenschappen die de natuurwetten volgen. Deze eigenschappen worden beïnvloed door de omgeving waarin het element zich bevind. Voorbeelden van omgevingsfactoren die invloed hebben op een element zijn de temperatuur en de vochtigheid. Elk element heeft fysische eigenschappen. Sommige fysische eigenschappen van elementen hebben overeenstemming met elkaar. Metalen hebben de volgende fysische eigenschappen die kenmerkend zijn:

  • Metalen hebben een hoge taaiheid.
  • Metalen zijn pletbaar.
  • Metalen hebben meestal een glimmend uiterlijk.
  • Metalen hebben met meestal een hoog smeltpunt. De meeste metalen zijn vaste stoffen bij standaardtemperatuur en standaarddruk bij kamertemperatuur. Het metaal kwik vormt hierop een uitzondering.
  • Metalen zijn goede geleiders van warmte.
  • Metalen zijn goede geleiders van elektriciteit.

De bovengenoemde eigenschappen gelden in het algemeen voor metalen. De fysische eigenschappen van metalen zijn onderling echter ook verschillend. Sommige metalen zijn zeer corrosiebestendig zoals goud en platina terwijl andere metalen zoals ijzer (ferro) zullen gaan roesten als ze niet tegen zuurstof beschermd worden. Daarnaast kunnen ijzer, nikkel  en een aantal andere metalen magnetisch worden gemaakt. Het smeltpunt van metalen en de mechanische sterkte van metalen is ook verschillend. Al deze eigenschappen zorgen er voor dat een bepaald soort metaal juist wel of juist niet geschikt is voor een bepaalde toepassing. De metallurgie is gericht op het onderzoeken en beschrijven van de eigenschappen van metalen. Mensen die in dit vakgebied werken noemt men metallurgen. De informatie van een metallurg over een metaal of metaallegering kan worden gebruikt door een engineer of constructeur bij sterkteberekeningen voor een bepaalde constructie of machine.

Wat is construeren en wat is een constructie?

Construeren is een werkwoord dat verband houdt met het bedenken, ontwerpen en maken van constructies. Hierbij komt onder andere constructieleer aan de orde. Constructieleer is een wetenschap die gericht is op het maken van constructies. Constructleer wordt toegepast bij het ontwerpen van verschillende constructies zoals bruggen, wolkenkrabbers en woningen. In de bouwkunde, civiele techniek, werktuigbouwkunde en mechanica is de constructieleer een onderdeel van de functie en het takenpakket van een constructeur. De hoofdtaak van een constructeur is construeren.

Wat is construeren?
Een ontwerp van een constructie ontstaat uit construeren. Het construeren wordt in eerste instantie gedaan door een constructeur. Deze persoon bedenkt hoe een constructie er uit moet zien. Hierbij komen verschillende zaken aan de orde. Allereerst moet de constructeur rekening houden met de eigenschappen die een constructie moet hebben. Hierbij maakt de constructeur onder andere gebruik van constructieprincipes. Deze constructieprincipes zijn vastgestelde feiten met betrekking tot constructies. Hierbij wordt onder andere aandacht besteed aan de verbindingen en profielen die gebruikt kunnen worden voor een constructie.

Daarnaast houdt een constructeur ook rekening met het materiaal gebruik. Een constructie bestaat uit één of meerdere materialen. Aan deze materialen worden eisen gesteld. Zo worden metalen onder andere beoordeeld op hun treksterkte en hun corrosievastheid. Een constructeur maakt berekeningen over de sterkte van de verschillende onderdelen van een constructie. Het maken van berekeningen en het uitwerken van formules is een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden van een constructeur.

Verder moet een constructeur ook vaak rekening houden met esthetische aspecten. Tijdens het construeren moet de constructeur er voor zorgen dat de constructie er mooi uit ziet. Meestal heeft de klant duidelijke wensen met betrekking tot de vormgeving van een constructie. De constructeur moet echter gaan toetsen of de gewenste vormen technisch wel haalbaar zijn. In de bouw zal een constructeur ook regelmatig een bouwbesluit of een bestemmingsplan moeten raadplegen tijdens het construeren. Het ontwerp van een constructie moet namelijk wel volgens de regels worden vormgegeven en gemaakt.

Construeren wordt in Nederland op verschillende manieren gebruikt. hiervoor werd construeren vooral omschreven als het bedenken en ontwerpen van een constructie. Construeren kan echter ook worden omschreven als het daadwerkelijk samenvoegen van onderdelen van een constructie. Hierdoor is construeren in soort synoniem van bouwen.

Wat is een constructie?
Een constructie is in feite het product dat door construeren is ontstaan. Een montagemedewerker, constructiemedewerker of bouwvakker kan een constructie bouwen. Dit kan deze persoon doen aan de hand van tekeningen die door de constructeur of tekenaar zijn gemaakt. De constructie wordt in de bouwkunde in belangrijke mate bepaald door de dragers die worden gebruikt in een bouwwerk. Deze constructieonderdelen geven een gebouw of bouwwerk stevigheid en zorgen er voor dat het gebouw stabiel is. De dragers kunnen van verschillende materialen worden gemaakt. In de staalbouw maakt men vaak gebruik van stalen H-profielen en T-profielen. In de bouwkunde voor woningen en utiliteit maakt men onder andere gebruik van betonelementen en houten balken.

Er wordt in de bouwkunde onderscheid gemaakt tussen dragende constructiedelen en de inbouw. Een binnenwand kan een dragend constructieonderdeel zijn en is daardoor constructief. Een kozijn is geen dragend deel en is daardoor niet constructief.

Wat zijn constructieprincipes in de werktuigbouwkunde en waarom zijn constructieprincipes belangrijk?

Constructieprincipes zijn verbonden aan vakgebieden. Elk vakgebied heeft bepaalde basisprincipes waar constructies aan moeten voldoen om technisch en constructief stevig genoeg te zijn voor het doel waarvoor de constructie is ontworpen. Constructeurs houden met het ontwerp van constructies rekening met de constructieprincipes. Constructeurs die constructies ontwerpen voor de bouw hebben meestal te maken met andere constructieprincipes dan de werktuigbouwkunde. Dit heeft voor een deel te maken met het verschil in de materialen die worden gebruikt. Daarnaast hebben constructieprincipes ook te maken met de krachten die invloed uitoefenen op de constructie. Constructieprincipes vormen belangrijke wetenswaardigheden voor het ontwerp en het bouwen van constructies. Deze wetenswaardigheden zijn door de jaren heen geleerd.

Constructieprincipes in de werktuigbouwkunde
In de werktuigbouwkunde wordt veel gebruik gemaakt van verschillende metalen. En veel toegepast metaal is staal. Wanneer staal niet behandeld is tegen roesten kan een stalen constructie door corrosie op den duur verzwakken. Daarom moet aandacht worden besteed aan het beschermen van een constructie en de verschillende elementen van een constructie tegen corrosie.

Ook de vorm van een constructie is belangrijk. Binnen de werktuigbouwkunde worden verschillende methodes toegepast om staal harder te maken. Naast het thermisch harden worden ook andere methodes toegepast. Zo worden metalen bijvoorbeeld in een bepaalde vorm gebracht, hierdoor ontstaat profielstaal. Voorbeelden hiervan zijn H-balken en T-balken. Deze profielen geven een constructie stevigheid. Naast het gebruik van profielen moet men ook aandacht besteden aan het ontwerp van een constructie. In veel bruggen en andere constructies zijn driehoekverbindingen verwerkt. Een driehoek is een stabiele vorm en wordt daardoor als constructieprincipe gebruikt. Daarnaast kan men voor de toepassing van cilindrische vormen en bogen ook gebruik maken van constructieprincipes. Verschillende schrijvers hebben boeken geschreven over constructieprincipes en de toepassing daarvan in de werktuigbouwkunde en andere constructies. In technische opleidingen bijvoorbeeld op het gebied van werktuigbouwkunde en bouwkunde wordt aandacht besteed aan deze theorie.

Waarom zijn constructieprincipes belangrijk?
Door de eeuwen heen heeft de menselijke beschaving verschillende gebouwen en constructies bedacht en gemaakt. de materialen en technieken die daarvoor zijn gebruikt zijn zeer divers. Elk materiaal heeft specifieke eigenschappen die het materiaal geschikt of ongeschikt maken voor een bepaalde toepassing. Dit is ook zo met constructies en verbindingen. Door schade en schande is de mensheid op het gebied van constructies wijzer geworden. Het is onverstandig om deze lessen uit het verleden ter zijde te schuiven wanneer men een constructie ontwerpt. De kans bestaat dan op herhaling van fouten uit het verleden. Daarom moeten constructeurs, tekenaars en andere ontwerpers van constructies de informatie uit het verleden verwerken in nieuwe constructies. Hierdoor wordt de kwaliteit en veiligheid van constructies verbeterd. Daarnaast is het zo dat men ook spaarzamer met materiaal om kan gaan. Bepaalde holle constructies en holle profielen zijn net zo stevig of zelfs steviger dan massieve staven en massieve constructies. Constructieprincipes vormen een belangrijke bron van informatie die een constructeur veel tijd kan besparen. Hij of zij kan de ervaring van anderen gebruiken en daar een voordeel mee doen.

Wat is een constructeur en wat doet een constructeur?

Constructeurs zijn ontwerpers van constructies. Een constructeur kan in de werktuigbouwkunde werker maar kan ook werkzaam zijn in de bouw. Een constructeur geeft vorm aan een constructie door deze te tekenen. Daarbij maakt een constructeur gebruik van verschillende berekeningen. Deze berekeningen zijn nodig omdat de hoeveelheid materiaal die benodigd is in kaart moet worden gebracht. Daarnaast worden door een constructeur berekeningen gemaakt met betrekking tot de sterkte van verbindingen en profielen. Een constructeur zorgt er voor dat de constructie die ontworpen wordt voldoet aan de veiligheidseisen en mechanische eisen die er aan worden gesteld.

Standaardisering vanuit ISO en NEN
Een constructeur hoeft echter zelf niet te analyseren waaruit het materiaal bestaat dat voor een constructie wordt gebruikt. Wanneer gebruik wordt gemaakt van metalen profielen is de kwaliteit van deze profielen bekend. De kwaliteit is gestandaardiseerd door de ISO. Dit is een Internationale Organisatie voor Standaardisatie is een wereldwijd normen vastlegt. De NEderlands Norm NEN verwerkt de internationale ISO normen naar landelijke richtlijnen voor producten. Door het gebruik van strengen normen kan een constructeur er op vertrouwen dat de kwaliteit en eigenschappen van  producten die hij gebruikt voor zijn constructie van te voren goed getest zijn en vast liggen.

Metallurg en constructeur
De eigenschappen van veel metalen zijn van te voren bekend wanneer metalen worden ingekocht. Ook de eigenschappen van profielen ligt van te voren vast. Wanneer er echter nog onduidelijkheden zijn over de samenstelling van metalen en metaallegeringen kan een constructeur een beroep doen op de kennis van een metallurg. Een metallurg heeft specifieke kennis van de samenstelling van metalen en legeringen. Hij of zij kan indien nodig metalen analyseren op het gebied van samenstelling en eigenschappen. Met name de mechanische eigenschappen zijn voor een constructeur van belang.

Wat doet een constructeur?
bij het ontwerpen van machines, gebouwen en andere constructies moet een constructeur met verschillende aspecten rekening houden. Een aantal belangrijke aspecten worden hieronder puntsgewijs genoemd:

  • Een constructeur moet naast de materialen ook goed weten waarvoor de constructie is bedoelt. Dit wordt ook wel de utilitas genoemd. Hiervan is het woord utiliteit afgeleid. Met utilitas wordt het doel of het nut van het gebouw of de machine die door de constructeur ontworpen word bedoelt.
  • Daarnaast wordt gekeken naar de eisen die aan de constructie worden gesteld op het gebied van kracht. Hiervoor wordt het woord firmitas gebruikt.
  • Tot slot wordt gekeken naar eventuele esthetische aspecten. Dit zijn eisen op het gebied van vormgeving. Bij het ontwerp van woningen komt architectuur aan de orde. De esthetische en architectonische aspecten vallen onder de term venustas.

Wanneer de constructeur een goed beeld heeft van het doel van de constructie, de benodigde kracht en de esthetische aspecten, kan de constructeur verder met het uitwerken van de plannen.  Hiervoor moet een constructeur ook weten welke materialen toegepast moeten worden.

Zodra deze gegevens zijn verzamelt kan hij of zij berekeningen maken over de manier waarop de onderdelen van de constructie het beste met elkaar verbonden kunnen worden. Wanneer echter al tekeningen zijn gemaakt door een tekenaar kan een constructeur ook de berekeningen achteraf maken. Hierbij gaat de constructeur omgekeerd te werk. Het hele bouwwerk wordt ontleed zodat uiteindelijk alleen de dragende delen naar voren komen. Dit zijn onder andere de kolommen en de dragende profielen die nodig zijn om de constructie haar stevigheid te bieden. In de bouw wordt hierbij ook gekeken naar  het fundament, de vloeren, de muren en het dak.

De constructeur bepaald welke materialen nodig zijn voor de dragende delen. Daarnaast bepaald de constructeur ook hoe de onderdelen van de draagconstructie aan elkaar verbonden moeten worden. Door de ontwerpen te schematiseren kan de constructeur de constructie toetsen. Hierbij wordt gekeken naar de uitwerking die verschillende krachten op de constructie kunnen hebben.   

Wat moet een constructeur kunnen?
Een constructeur heeft een belangrijke functie. Wanneer een constructeur fouten maakt in de berekeningen van een constructie kunnen de gevolgen ervan enorm zijn. Woningen kunnen instorten of balkons kunnen afbreken. Ook in de werktuigbouwkunde kan de schade heel groot zijn wanneer de constructeur zijn of haar werkzaamheden niet goed uitvoert.

Een constructeur moet over een gedegen opleiding beschikken. Meestal is voor de functie constructeur een HBO of universitaire opleiding vereist. Daarnaast moet een constructeur goed technische tekeningen kunnen lezen en over een behoorlijke materiaalkennis beschikken. Omdat er veel berekeningen moeten worden gemaakt moet een constructeur een goed wiskundig inzicht hebben. Ook het maken van tekeningen kan aan de orde komen. Deze tekenprogramma’s zijn tegenwoordig bijna allemaal digitaal. Een constructeur moet daarom goed met computers overweg kunnen.

Wat is een constructie en wat is constructieleer?

Binnen de techniek wordt veel gebruik gemaakt van constructies. Vrijwel overal in de metaaltechniek en werktuigbouwkunde wordt gebruik gemaakt van constructies die worden samengesteld uit meerdere onderdelen. Voor het samenstellen van constructies is echter ook kennis nodig. Deze kennis komt onder andere aan de orde in het vak constructieleer. Hieronder is beschreven wat een constructie precies is en wat wordt verstaan onder construeren. Tot slot is ook informatie weergegeven over de leer van constructies oftewel de constructieleer.

Wat is een constructie?
Constructies zijn objecten die bestaan uit twee of meerdere onderdelen. Deze onderdelen zijn herleidbaar en onderling met elkaar verbonden. Een object dat uit één deel bestaat zoals bijvoorbeeld een gegoten halterschijf is geen constructie. Als men het heeft over de constructie van een loods bedoelt men de manier waarop de onderdelen van de loods aan elkaar verbonden zitten. Een constructie is in feite het resultaat van construeren. Hieronder wordt aangegeven wat construeren precies is.

Wat is construeren?
Construeren wordt in de praktijk ook wel samenstellen, assembleren of bouwen genoemd. Er zijn verschillende definities die voor construeren worden gebruikt. Over het algemeen komen de definities van construeren neer op het volgende:

Construeren is het samenstellen van een werkstuk doormiddel van het verbinden van verschillende elementen en onderdelen.

Tijdens het construeren worden verschillende onderdelen van een constructie met elkaar verbonden. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Er zijn uitneembare verbindingen die bijvoorbeeld doormiddel van bouten tot stand kunnen worden gebracht. Daarnaast zijn er niet uitneembare verbindingen die doormiddel van lijmen of lassen kunnen worden gemaakt. De manier waarop onderdelen van een constructie met elkaar verbonden worden heeft gevolgen voor de kwaliteit en duurzaamheid van een constructie. Daarom is het van belang dat er van te voren goed wordt nagedacht over hoe een constructie moet worden samengesteld. Hierbij komt constructieleer aan de orde.

Wat is constructieleer?
Constructieleer wordt op verschillende technische opleidingen gegeven. In dit vak leren leerlingen en studenten welke eigenschappen een constructie kan hebben. Daarbij wordt aandacht besteed aan de krachten die op een constructie druk kunnen uitoefenen. Aan constructies die op een zachte ondergrond staan worden andere eisen gesteld dan aan constructies die op een stevige ondergrond zijn aangebracht. Niet alleen de constructie zelf moet stevig zijn, er moet ook rekening worden gehouden met de omgeving waarin de constructie zal worden geplaatst. Ook de materialen waaruit de constructie bestaat zijn van belang. Sommige materialen zoals staal zijn wel stevig maar kunnen door corrosie (roestvorming) na verloop van tijd hun stevigheid verliezen. Bij constructieleer wordt aandacht besteed aan alle eigenschappen en factoren die van invloed zijn op een constructie. De opleidingen werktuigbouwkunde, mechanica en civiele techniek besteden onder andere aandacht aan constructieleer.

Wat is werktuigbouwkunde?

De werktuigbouwkunde (afgekort met WTB) heeft binnen de techniek een bijzondere positie omdat de WTB naast veelzijdig en breed ook specialistisch is. De werktuigbouwkunde richt zich op het ontwerpen en fabriceren van machines en werktuigen. De producten en machines die in de werktuigbouwkunde worden ontworpen en geproduceerd zijn divers en voeren verschillende bewerkingen uit op grondstoffen of objecten. Zo zijn er machines die objecten kunnen wegen en meten. Daarnaast worden er ook machines ontwikkeld die zichzelf of andere machines en objecten kunnen verplaatsen. Ook machines die kunnen persen en verspanen, dieptrekken en extruderen behoren tot de werktuigbouw. Onder de werktuigbouwkunde worden verschillende functies in deelgebieden geplaatst. Technisch Werken maakt voor de duidelijkheid een onderverdeling. Een transparante onderverdeling is echter niet eenvoudig omdat functies zoals lasser ook onder plaatwerking kunnen worden geplaatst en onder apparatenbouw. De onderstaande verdeling wordt door Technisch Werken in grote lijnen aangehouden:

Middenkader                                    
Ingenieurs/ constructeurs
Werkvoorbereiders
Tekenaars
Calculators
Chef werkplaats

Plaatbewerking
Zagers/ knippers
Kanters/ zetters
Operators voor lasersnijmachines
Operators voor walsmachines

Constructie
Samenstellers / ijzerwerkers
Lassers Mig/Mag, Tig en Elektrode, OP-lassen
Scheepsbouwer / jachtbouwer
Sleutelaars staalconstructie

Verspaning
CNC frezen en draaien
Conventioneel draaien en frezen
Draadvonken
Boren en tappen

Monteurs
Assemblagemedewerkers
Onderhoudsmonteurs elektrotechnisch
Softwareprogrammeurs
Onderhoudsmonteur mechanisch

Voertuigentechniek
Monteur landbouwvoertuigen
Monteur treinen/ bussen
Monteur bedrijfswagens
Monteur vliegtuigen

Apparatenbouw en piping
Tankenbouwers
Pijpfitters
Flensmonteurs

Nabewerking
Spuiters
Polijsters
Slijpers

Offshore
De offshore is een aparte tak binnen de werktuigbouwkunde. Het is werk uit de kust en daar zijn aparte regels aan verbonden. Veiligheid is daarbij net als werk aan de wal erg  belangrijk maar de veiligheidsrisico’s zijn groter. Daarom krijgt offshorepersoneel vaak aanvullende trainingen. De offshore is een eigen cultuur met eigen functiebenamingen die veelal in het Engels zijn:

General Roustabout: ongeschoolde arbeider
Maintenance Roustabout: deck schoon houden en kleine reparaties
Roughneck: lichtbekwame arbeider
Toolpusher: licht administratief werk
Painters: schilder
Floorhand: onderhoudswerkzaamheden
Derrickman / Derrickhand: hulpje van de Driller
Driller / Assistant Driller: pertroleum uit de aarde halen
Crane Operator / Assistant Crane Operator: kraan bedienen
Radio Operators: radiocommunicatie

In een ander artikel van de kennisbank word nader ingegaan op de offshore en de functies die daar onder vallen.