Definitie van lassen

Lassen is het maken van verbinding tussen materialen, door gebruikt te maken van warmte en druk, waarbij de laskanten in een vloeibare of kneedbare vorm worden gebracht en toevoegmateriaal kan worden gebruikt om na uitharding een stevige niet-uitneembare verbinding tot stand te laten komen. Deze definitie van lassen geeft antwoord op de vraag: wat is lassen? Een lasverbinding wordt gemaakt door een lasser. Omdat er verschillende lasverbindingen zijn is ook de functie lasser verschillend in de praktijk.

Lasprocessen verschillen

Toch zijn er ook lasprocessen die niet geheel passen onder deze definitie. Zo hoeft er bij lassen niet altijd gebruik te worden gemaakt van warmte. Bij kouddruklassen worden gedeeltes van een werkstuk aan elkaar verbonden zonder dat daarbij de temperatuur wordt verhoogt. Bij de meeste lasverbindingen wordt de temperatuur echter wel verhoogd door bijvoorbeeld een vlamboog die ontstaat doormiddel van een kunstmatig opgewekte kortsluiting. Dit gebeurd onder andere bij MIG/MAG, TIG en BMBE lassen.

Definitie lassen is breed
Lassen kan echter ook worden gedaan doormiddel van een vlam. Dit gebeurd bij het autogeen lassen. Door de jaren heen zijn allemaal verschillende lastechnieken ontstaan. Zelfs explosielassen is mogelijk. Daarbij worden explosieven gebruikt om warmte en druk te realiseren om twee verschillende soorten metalen met elkaar te vermengen. De diversiteit tussen de lastechnieken zorgt er voor dat het lastig is om geheel sluitende definitie van lassen vast te leggen.

Verschil tussen lassen en solderen
Lassen verschilt met solderen. Bij solderen smelt het uitgangsmateriaal niet, kortom de gedeelten van het werkstuk die aan elkaar verbonden moeten worden smelten niet. Alleen het toevoegmateriaal smelt tijdens het soldeerproces.

Allround samenstellers lassers gevraagd in juni 2019

De vraag naar allround lassers neemt toe in de maand juni van 2019. Allround lasser is een breed begrip. In de praktijk bedoelt men met allrounders in de lastechniek lassers die meerdere lastechnieken beheersen zoals MIG/MAG, TIG en lassen met beklede elektro BMBE. Iemand is helemaal allround inzetbaar wanneer hij of zij de werkstukken ook kan opbouwen doormiddel van constructiebankwerken en het aanbrengen van hechtlassen op basis van technische tekeningen. Allround lassers worden in veel vacatures gevraagd van staalconstructiebedrijven maar ook machinebouwers, scheepsbouwers en jachtenbouwers vragen in 2019 om allround lassers.

Er worden in de vacatures verschillende functiebenamingen gehanteerd voor de functie allround lasser. Zo zijn er bedrijven die in de functie die vermeld is in de vacature vragen om een constructiebankwerker lasser. Weer andere bedrijven hebben het over een samensteller lasser. Ook de term ijzerwerker lasser komt nog wel voor. In de scheepsbouw en jachtbouw gebruikt men ook wel het begrip cascobouwer om aan te geven dat ze op zoek zijn naar iemand die op basis van tekeningen casco’s van schepen en jachten in elkaar kan zetten. Als deze persoon dan ook nog de casco’s moet gaan aflassen heeft men het in de vacature over een cascobouwer / aflasser. Deze functie is heel allround op lastechnisch gebied omdat iemand als allround lasser een gedeelte van de bouw van een schip of jacht vanaf het samenstellen tot het aflassen zelf moet uitvoeren.

Allround lassers zijn in 2019 nauwelijks te vinden op de arbeidsmarkt daarom kiezen steeds meer bedrijven in de metaaltechniek er voor om allround lassers zelf op te leiden of om metaalbewerkers en minder gespecialiseerde lassers doormiddel van lasopleidingen allrounder te maken. Ook technische uitzendbureaus zoals VCU uitzendorganisaties werken hier aan mee. Er worden verschillende opleidingen aangeboden in de meest voorkomende lastechnieken zoals MIG/MAG en TIG lassen. Ook BMBE lassen komt nog wel voor. Ook voor het bedienen van lasrobots en voor het werken met OP lasinstallaties worden opleidingen en certificaten geboden. Zo hopen bedrijven ook voor de komende jaren over voldoende gekwalificeerd personeel te beschikken. Bedrijven bieden ook wel complete BBL opleidingen in het constructiebankwerken lassen aan om ook minder ervaren metaalpersoneel van een degelijke mbo opleiding in de lastechniek te voorzien.

Overzicht functies in de metaaltechniek

De metaaltechniek is een grote sector binnen de techniek. In de metaaltechniek zijn enorm veel verschillende functies ontstaan de afgelopen jaren. Veel functies hebben echter overlapping met elkaar of zijn synoniemen voor elkaar geworden. Er treed soms verwarring op wanneer men Engelse functiebenamingen gebruikt. Zo wordt een engineer meestal als middenkaderfunctie beschouwd voor iemand die machines en constructies bedenkt en ontwerpt. In de offshore is een engineer echter een uitvoerende (onderhouds)monteur. Dat maakt het soms lastig om precies duidelijk te krijgen hoe de functie-indeling in de metaaltechniek precies is. Hieronder is meer informatie weergegeven over de metaaltechniek en de functies die daar toe behoren.

Metaaltechniek of werktuigbouwkunde?
De metaaltechniek is, zoals in de inleiding is aangegeven, een brede sector. Dat betekent dat er verschillende technische vakgebieden onder vallen. Sommige mensen zien metaaltechniek en werktuigbouwkunde als synoniemen voor elkaar maar dat is niet juist. De werktuigbouwkunde is gericht op de het ontwerpen, het ontwikkelen, het samenstellen, het installeren, het inregelen en onderhouden van machines en andere werktuigen. De werktuigbouwkunde valt onder de metaaltechniek maar de metaaltechniek omvat echter veel meer dan alleen de werktuigbouwkunde.

Het begint in feite al met het winnen van metaal uit ijzererts en het gieten van het gewonnen metaal in een bepaalde vorm (bloom). Daarna wordt het metaal bewerkt en bijvoorbeeld gewalst tot platen of verwerkt tot profielstaal en buis of pijp. Al deze bewerkingen behoren tot de metaaltechniek. Ook de bouw van constructies zoals loodsen, balustrades, hekwerken en andere bouwwerken van metaal valt onder de metaaltechniek. De scheepsbouw, jachtbouw en de offshore worden meestal onder de metaaltechniek geplaatst. Dat zorgt er voor dat er een enorme diversiteit is ontstaan aan functies in de metaaltechniek. Hieronder is echter een algemeen overzicht geplaatst van functies in de metaaltechniek.

Functies in de metaaltechniek
In de metaaltechniek zijn verschillende functies aanwezig. Het gaat te ver om alle functies hieronder volledig te benoemen. Daarom wordt een algemeen overzicht geboden van functies die gebruikelijk zijn in de metaaltechniek.

Top van het bedrijf

  • Eigenaar/ directie/ bedrijfsleider: deze zijn belast met de dagelijkse leiding van het bedrijf. De directie neemt beslissingen over de omvang van het personeelsbestand, investeringen, organisatie en reorganisatie.

Middenkader

  • Verkoper/ accountmanager verkoopt de machines, transportmiddelen en constructies van het bedrijf. Deze middenkaderfunctionaris haalt ook de orders en opdrachten binnen.
  • Engineer/ constructeur bedenkt oplossingen voor klanten en berekent de belastbaarheid van de constructie, machine (werktuigbouw), voertuig of vaartuig.
  • Tekenaar werkt de ideeën van de constructeur uit tot werktekeningen voor de productie.
  • Werkvoorbereider verzameld de werktekeningen en verstrekt deze aan de werkvloer. Daarnaast coördineert de werkvoorbereider materialenstroom naar de werkvloer en bewaakt de voortgang.
  • Inkoper heeft contact met de werkvoorbereider en andere middenkaderfunctionarissen zoals de verkoper over de benodigde materialen. Daarnaast heeft de inkoper ook contact met de verantwoordelijke van het magazijn.

Werkvloer

  • Productieleider onderhoud contacten met het middenkader (o.a. werkvoorbereider en tekenaar) over de productie. Coördineert de taakverdeling op de werkvloer richting de verschillende afdelingshoofden (chef). Zorgt er voor dat het productieproces optimaal verloopt.
  • Werkplaatschef of afdelingshoofd is verantwoordelijk voor een specifiek deel van de werkvloer bijvoorbeeld de verspaning, montage, lasafdeling (lasbaas) of reparatie en onderhoud. De werkplaatschef geeft leiding aan deze specifieke afdeling en zorgt er voor dat het personeel goed het werk kan uitvoeren door de materiaalstroom te controleren en tijdig problemen op te lossen op het gebied van personeelsbezetting.
  • Machinebankwerker. Metaalbewerkers in deze functie gebruiken grote niet of nauwelijks verplaatsbare machines om metaal te bewerken. Hierbij kun je denken aan draaibanken, freesbanken, kantbanken, zetbanken, zaaginstallaties, lasersnijmachines, plasmasnijmachines, en grote OP lasinstallaties.
  • Constructiebankwerker. Dit is een algemene benaming voor werknemers die daadwerkelijk productietekeningen gebruiken om een constructie te maken. Er wordt meestal een onderscheid gemaakt tussen assistent constructiebankwerkers en ervaren constructiebankwerkers die zelfstandig aan de slag kunnen met behulp van tekeningen. Constructiebankwerkers moeten in de praktijk vaak kunnen lassen, slijpen, snijden, zagen, knippen, boren en andere metaalbewerkingstechnieken toepassen.
  • Assemblagemedewerker. Deze werknemers stellen machines en constructies samen doormiddel van bout- en moerverbindingen. Vaak werken assemblagemedewerkers met behulp van tekeningen.
  • Magazijnmedewerkers zorgen er voor dat het magazijn op orde blijft en dat de werknemers op de werkvloer de benodigde materialen en gereedschappen ontvangen. Daarnaast rijden magazijnmedewerkers meestal op een heftruck en helpen ze met laden en lossen van materialen voor transport.

Onderhoud en service

  • Servicemonteur. Deze monteur plaatst machines en constructies op locatie bij een klant en zorgt er voor dat deze machine of constructie wordt geïnstalleerd en indien nodig wordt ingeregeld.
  • Storingsmonteur. Brengt storingen in kaart en lost deze effectief op doormiddel van PLC en SCADA programma’s.
  • Onderhoudsmonteurs. Er zijn verschillende soorten onderhoudsmonteurs die vaak in de praktijk worden uitgesplitst in allround onderhoudnsmonteurs die zowel elektrisch- als mechanisch onderhoud kunnen uitvoeren en onderhoudsmonteurs die gespecialiseerd zijn in mechanisch onderhoud of elektrisch onderhoud.

Diversiteit aan functies en functieprofielen
Bovenstaande lijst is niet compleet. Er zijn namelijk nog veel meer functies in de metaaltechniek. Toch biedt deze functielijst met beknopte beschrijving een algemeen overzicht van de functies die je in de metaaltechniek zoal tegen kunt komen. Verschillende functies zoals lasser of slijper behoren bijvoorbeeld tot de constructiebankwerkfunctiecategorie. Mechatronicamedewerkers kunnen tot de assemblage behoren als ze daadwerkelijk de machine bouwen. Ook zou iemand met een mechantronica achtergrond kunnen behoren tot het middenkader als hij of zij de machine ontwerpt of tekent. Zo kunnen veel van de dagelijks gebruikte functies in de metaaltechniek in bovenstaande lijst worden verwerkt. Mochten er nog aanvullingen of tips zijn dan kun je die altijd insturen via het contactformulier op deze website.

Wat is langsnaadlassen?

Langsnaadlassen is een lasproces waarbij een lasmachine gebruikt wordt om een lange lasnaad te lassen. Meestal wordt hierbij een zogenaamde OP lasmachine gebruikt. OP staat voor Onder Poeder lassen. In plaats van beschermgas wordt gebruik gemaakt van een soort poeder. Dit poeder wordt door de hitte van het lasproces verbrand en omgezet in een soort beschermgas dat vergelijkbaar is met het beschermgas dat ontstaat bij het verbranden van de beklede elektrode tijdens het BMBE lassen.

Waar wordt langsnaadlassen toegepast?
Het langsnaadlassen is een lasproces dat veel wordt toegepast bij grote plaatconstructies met lange lasnaden. Om die reden wordt het langsnaadlassen vooral gebruikt in de scheepsbouw en jachtbouw. Ook in de apparatenbouw en de bouw van grote tanks en silo’s komt het langsnaadlassen voor.

Het machinaal langsnaadlassen vereist een speciale machine die kostbaar is in aanschaf en bovendien erg omvangrijk is. Daarom hebben kleinere bedrijven meestal geen ruimte en mogelijkheden om langsnaadlassen op grote schaal uit te voeren. Het langsnaadlassen wordt daarom vaak bij grote plaatbewerkers gedaan. Die kunnen wel als halfabricaten toeleverancier opereren voor de kleinere bedrijven. Langsnaadlassen wordt door veel bedrijven vaak uitbesteed aan bedrijven die hierin gespecialiseerd zijn.

Hoe wordt automatisch langsnaadlassen gedaan?
Het langsnaadlassen kan volledig gemechaniseerd worden uitgevoerd waarbij een machine wordt gebruikt die zelf de lasnaad scant. Vervolgens bepaalt de voorgeprogrammeerde machine de positie van de lastoorts en de instelling van het aantal volts en ampères dat nodig is om het basismateriaal en het lastoevoegmateriaal in een smeltbad samen te brengen.

Semiautomatisch langsnaadlassen
Het langsnaadlassen kan echter ook semiautomatisch worden gedaan. In dat geval is er sprake van een machine die het lasproces uitvoert maar wel onder directe begeleiding van een ervaren lasser. De lasser begeleid het lasproces door de toorts precies over de lasnaad heen te sturen. Daarbij kan de lasser vaak tegelijkertijd met de machine meebewegen. Dit gebeurd meestal met behulp van een machine op rails waarbij de lasser op een karretje mee kan rijden tijdens het lasproces. De lasser kan indien gewenst bijsturing bieden en de lasmachine bedienen.

Langsnaadlassen met de hand
In feite zou men ook met de hand een lastoorts kunnen bedienen tijdens het langsnaadlassen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen met behulp van MIG/MAG lassen omdat daarbij voortdurend lastoevoegmateriaal in de lasrevolver wordt doorgevoerd. BMBE lassen is minder geschikt omdat het aantal elektrodes dat moet worden ingevoerd over een grote lasnaad waarschijnlijk zeer omvangrijk is.

Ook TIG lassen is niet geschikt voor het langsnaadlassen over grote afstanden omdat hierbij met de hand het lastoevoegmateriaal in het smeltbad wordt gebracht. Dat zorgt er voor dat er regelmatig nieuw lastoevoegmateriaal moet worden gepakt waardoor het smeltbad kan afkoelen. Bovendien heb je doordat je het lastoevoegmateriaal met de hand moet toevoegen niet de mogelijkheid om je hand te ondersteunen.

Langsnaadlassen leren
Het langsnaadlassen is niet een heel complex lasproces. Het vereist wel concentratie en discipline. De moeilijkheid van het langsnaadlassen is dat er een las wordt gelegd over een lange afstand tussen twee lange platen. Dat zorgt er voor dat de las nauwkeurig moet zijn en dat de kwaliteit en vorm van de las constant moet zijn. Randinkarteling en een onderuitgezakte las moet worden voorkomen. Dit zijn slechts een paar voorbeelden van wat er fout kan gaan tijdens langsnaadlassen. Uiteindelijk leer je langsnaadlassen met ervaring. Voor OP lassen of Onder Poeder lassen zijn wel specifieke lasopleidingen en lascertificaten.

OP lascertificaten
De meeste lasverbindingen die met een OP lasmachine moeten worden gemaakt zijn gecertificeerd. Dat betekent dat een lasser die een OP las moet maken vaak op basis van de WPS op LMB (lasmethodebeschrijving) over een OP lascertificaat moet beschikken. Dit zijn persoonsgebonden lascertificaten.

Thermietlassen of exothermisch lassen van spoorrails

Exothermisch lassen is in tegenstelling tot MIG/MAG-, TIG- en BMBE-lassen een vrij onbekend lasproces. Exothermisch lassen wordt in tegenstelling tot de andere lasprocessen ook niet echt door een lasser uitgevoerd. In plaats daarvan vind het exothermisch lassen of het thermietlassen plaats op basis van een chemisch proces. Dit chemische proces komt tot stand door de chemische reacties tussen verschillende stoffen. Deze stoffen worden in poedervorm bij elkaar gebracht en bestaan onder andere uit de oxide van edeler metalen en minder edele metalen. Het mengsel van de stoffen wordt ook wel thermiet genoemd vandaar de benaming thermietlassen. Dit specifieke lasproces heeft voordelen en nadelen die er voor zorgen dat het thermietlassen niet voor alle materialen of lasverbindingen geschikt is. In de volgende alinea lees je meer over de eigenschappen van het thermietlassen.

Eigenschappen van thermietlassen
Het thermietlassen kenmerkt zich door de chemische reactie die plaatsvind door de thermiet te verhitten. Het lasproces is vrij kostbaar en komt tot stand doormiddel van een vlam met een temperatuur van ruim 2500°C. Men gebruikt voor dit lasproces thermiet dat nauwkeurig samengesteld moet worden. De samenstelling van thermiet is afhankelijk van de toepassing, kortom de materialen die aan elkaar moeten worden verbonden. Het poedervormige thermiet gaat onderling een reactie met elkaar aan maar ook met het materiaal dat aan elkaar gelast moet worden. Dat zorgt er voor dat er een smeltbad ontstaat. Dit smeltbad kan echter niet worden bijgestuurd zoals bij de meeste lasprocessen wel het geval is. In plaats daarvan moet men afwachten totdat het exothermisch lassen klaar is. Het proces kan dus niet worden gestopt. Bovendien reageert het lasproces heel heftig op vocht. Daarom kan men onder water beter niet gaan thermietlassen.

Thermietlassen van spoorrails
Thermietlassen wordt onder andere toegepast bij het maken van lasverbindingen tussen spoorrails. Hierbij maakt men gebruik van de reductie van ijzeroxide door aluminium. Aluminium is namelijk edeler materiaal dan ijzer. Bij het lassen van spoorrails gebruikt men een thermietmengsel van ijzer(III)oxide (rood ijzeroxide) en aluminiumpoeder. De lasverbinding komt tot stand bij een zeer hoge temperatuur van ruim 2500°C. Bij het maken van een lasverbinding in een voegloos spoor wordt een keramische mal geplaatst om de twee aan elkaar te lassen spoorstaven. In deze mal wordt het residu van het thermiet geplaats. Dit residu bestaat voornamelijk uit vloeibaar ijzer.
Door de hoge temperatuur van het thermietlassen vermengt het thermiet zich met het ijzer van de spoorstaven. Het is belangrijk dat de laskanten van de spoorstaven zich goed vermengen met het thermiet. Daarom worden de laskanten van de spoorstaven voorgegloeid met gasbranders. Dit voorgloeien gaat door totdat de laskanten roodgloeiend zijn. In totaal duurt het ongeveer vijfenveertig tot zestig minuten vanaf het begin van de voorbereidende werkzaamheden tot het moment dat de rails in gebruik kan worden genomen omdat deze voldoende is afgekoeld na het thermietlassen. Hieronder staan de verschillende stappen die moeten worden doorlopen voor, tijdens en na afloop van het thermietlassen van een spoorrails:

  • De spoorstaven worden uitgelijnd;
  • Rondom de plek waar de las moet worden aangebracht wordt een keramische gietmal aangebracht;
  • Bovenop de gietmal wordt een reactievat geplaatst;
  • Het reactievat wordt gevuld met thermiet dat de juiste samenstelling bevat;
  • De laskanten van de spoorstaven worden verhit met behulp van gasbranders. Dit verhitten gaat door tot de laskanten roodgloeiend zijn, dit is op ongeveer 900°C;
  • Het thermietmengsel wordt ontstoken;
  • De reactie die ontstaat duurt enkele minuten. Tijdens dit thermietlassen loopt de temperatuur op tot meer dan 2500°C;
  • Het staal van de spoorrails wordt vloeibaar, er ontstaat een smeltbad;
  • Het vloeibaar ijzer stroomt tussen de rails in de gietmal; Er ontstaat een slak van aluminiumoxide die blijft drijven op het smeltbad. Deze slak beschermt het hete ijzer tegen verbranding;
  • Na afkoeling worden het reactievat en de gietmal verwijderd;
  • De lasbraam wordt weggeslepen.

Belangrijke aandachtspunten tijdens het thermietlassen van spoorrails
Het thermietlassen is een lasproces dat chemisch is en niet meer gestopt kan worden als het eenmaal in gang is gezet. Dat zorgt er voor dat men zorgvuldig tewerk moet gaan. Een belangrijk aspect hierin is het voorbereiden. Men moet er voor zorgen dat de beide spoorstaven god zijn uitgelijnd. Daarnaast moet ook de keramische mal goed gesloten worden. Verder moet uiteraard ook de lasverbinding goed worden afgekoeld voordat men het spoor in gebruik neemt. Bovendien is ook de samenstelling van het thermiet van doorslaggevend belang voor de kwaliteit van de lasverbinding. Dit heeft onder andere te maken met de daadwerkelijke samenstelling van het materiaal van de las. Door het exothermisch lassen ontstaat namelijk een zuiver materiaal. In de volgende alinea is hiervan een voorbeeld gegeven.

Zuiver ijzer
De chemische reacties die tijdens het thermietlassen ontstaan zorgen er voor dat er zuiver ijzer ontstaat in de lasverbinding. Dit zuiver ijzer is minder sterk dan staal. Dat zorgt er voor dat de lasverbinding een zwakke plek vormt. Dat moet worden voorkomen. En daarom worden er in het thermietmengsel korrels toegevoegd van andere materialen. Deze materialen zijn verrijkt met koolstof en andere toevoegingen. Door dit extra toevoegmateriaal gaat er tijdens het thermietlassen wel warmte verloren maar ontstaat wel de gewenste samenstelling in de lasverbinding. Staal heeft namelijk een klein percentage koolstof waardoor het sterker is dan zuiver ijzer.

Voordelen en nadelen van thermietlassen

Thermietlassen wordt ook wel exothermisch lassen genoemd en is een lasproces dat gebaseerd is op de chemische reactie van verschillende stoffen waaronder metaaloxides van edele en minder-edele metalen. Voor thermietlassen gebruikt men vaak een lasmal die men uithakt in het materiaal. Ook kan men gebruik maken van een keramische lasmal. Een lasmal van keramiek bestaat uit verschillende delen en kan worden hergebruikt. Thermietlassen wordt vooral toegepast bij het lassen van spoorrails. Bij het thermietlassen van spoorrails maakt men gebruik van een thermiet dan bestaat uit ijzer(III)oxide en aluminiumpoeder. Tijdens dit thermietlasproces ontstaat een zeer hoge temperatuur van ruim 2500°C. Thermietlassen heeft verschillende voordelen en nadeel. Deze zijn hieronder weergegeven.

Voordelen van thermietlassen

  • Thermietlassen is een automatisch lasproces. Dat wil zeggen dat de chemische reactie blijft voortduren totdat het voltooid is. Er hoeft geen lasser aanwezig te zijn om het lasproces te sturen.
  • Voor thermietlassen is geen zuurstof nodig want dat komt uit het materiaal zelf.
  • Met thermietlassen kan men ongelijke metalen aan elkaar lassen. Zo kan men edele en minder edele metalen aan elkaar lassen. Het thermiet bestaat overigens ook uit de oxide van edele en minder edele metalen.

Nadelen van thermietlassen

  • Thermiet lassen is een lasproces dat ten opzichte van andere lasprocessen vrij kostbaar is.
  • Het feit dat het lasproces automatisch verloopt op basis van een chemische reactie kan ook een nadeel zijn. Het lasproces kan namelijk niet meer gestopt worden als het in werking is getreden. Het thermietlassen gaat dus door totdat alle thermiet op is.
  • Voor thermietlassen is geen zuurstof nodig, het lasproces gaat onder water gewoon door. In combinatie met water wordt het lasproces heftiger omdat water door de hitte ontleedt en deel neemt aan de chemische reacties. Thermietlassen is daardoor niet geschikt om als lasproces toe te passen in vochtige omgevingen.
  • De samenstelling van het thermiet moet nauwkeurig worden bepaald. Voor elke specifieke las moet men goed letten op de samenstelling van het thermiet.
  • Het lasproces kan niet gestuurd worden. Daarvoor zal men gebruik moeten maken van een mal.

Zuivere lasverbinding
Wanneer het thermietlasproces tot stilstand komt koelt de lasverbinding af. De lasverbinding bestaat uit een behoorlijk zuiver materiaal meestal is dit ijzer of koper. Deze zuivere lasverbinding kan een gunstig aspect zijn maar soms is een chemisch onzuiver materiaal gewenster. Denk hierbij aan staal dat bestaat uit ijzer en een klein percentage koolstof. Als het materiaal van de lasverbinding niet de gewenste samenstelling heeft zal men de extra stoffen moeten toevoegen. Het smelten van deze extra toevoegingen kost extra energie. Dit energieverlies gaat ten koste van de warmteopbrengst van de exotherme chemische reactie.

Wat is exothermisch lassen, thermietlassen of aluminothermisch lassen?

Exothermisch lassen wordt ook wel aluminothermisch lassen of thermietlassen genoemd en is een lasproces waarbij een lasverbinding wordt gemaakt doormiddel van een thermietreactie die ontstaat door een chemisch mengsel van poedervormige stoffen. Het poedermengsel dat voor thermietlassen wordt gebruikt noemt men thermiet vandaar de benaming thermietlassen. Dit is echter een fijn poeder dat een chemische werking heeft. Het poeder bestaat uit oxide van metalen, een edeler metaal en een minder-edel metaal. Er wordt gebruik gemaakt van een ontbrandingstemperatuur die tot stand komt door een zeer hete vlam. Men kan daarvoor aan het mengsel magnesiumpoeder toevoergen. Bij thermietlassen komt zeer veel energie vrij. Dat zorgt er voor dat het materiaal dat aan elkaar gelast moet worden gesmolten wordt. Zodra dit smeltbad afkoelt ontstaat er een lasverbinding.

Geschiedenis van thermietlassen
Exothermisch lassen is een lasproces ontwikkeld is door Hans Goldschmidt rond 1895. In eerste instantie werd het lasproces gebruikt voor ijzer (ferro). Door Dr. Charles Cadwell werden vanaf 1938 ook mogelijkheden bedacht om andere metalen exothermisch te lassen. Exothermisch lassen heeft procesnummer (ISO 4063) 71.

Lasmal
Thermietlassen is een proces dat gebaseerd is op chemische reacties die voor hitte en een smeltbad zorgen. Wanneer het proces van exothermisch lassen eenmaal in gang is gebracht gaat dit proces door tot het proces voltooid is. Voor een goede lasverbinding moet het thermiet en het smeltbad echter wel op de plek worden gehouden. De gedeeltes die aan elkaar gelast moeten worden zullen in de praktijk vaak in een mal worden geplaatst zodat het thermiet tijdens het thermietlassen op de juiste plaats blijft. De mal kan op verschillende manieren worden aangebracht. Zo kan men een mal samenstellen uit verschillende delen die elkaar goed omsluiten. Deze lasmallen bestaan uit keramisch materiaal.
Na het thermietlassen kan men de lasmal verwijderen zodat men deze kan hergebruiken. Soms wordt een lasmal weggehakt in het materiaal. Deze mal is belangrijk want deze houdt het smeltbad en het thermiet op de plaats en zorgt er tevens voor dat de lasverbinding de juiste vorm krijgt. Een dergelijke mal noemt men ook wel een lasmal.

Samenstellingen van thermiet
In de inleiding werd al aangegeven dat men voor de samenstelling van thermiet verschillende soorten metaaloxides gebruikt. Hierbij worden edele metaalsoorten met minder edele metaalsoorten gemengd. Voorbeelden van reacties die hierbij gebruikt worden:
• Fe2O3 + 2 Al → 2 Fe + Al2O3 + ∆H: 851 kJ/Mol
• 3 CuO + 2 Al → 3 Cu + Al2O3 + ∆H: 1203 kJ/mol
• 3 TiO2 + 4 Al → 3 Ti + 2 Al2O3 + ∆H
Met bovengenoemde samenstellingen kan men exothermisch lassen. Als dit lasproces eenmaal in werking is getreden hoeft er geen externe warmte meer te worden toegevoerd. Het lasproces is dan ook niet meer bij te sturen en gaat door tot alle beschikbare materiaal is omgezet.

Wat is de keelhoogte van lasverbindingen?

Keelhoogte is de hoogte van de lasverbindingen waarbij men kijkt naar het gedeelte van de lasverbinding die boven het plaatmateriaal uitsteekt, kortom de dikte van de lasnaad. De keelhoogte van een lasverbinding wordt ook wel de a-hoogte genoemd en wordt op een tekening vaak met de letter ‘a’ aangegeven. De keelhoogte is een belangrijke maataanduiding voor een lasser. Wanneer een lasser bijvoorbeeld een te kleine keelhoogte hanteert zal de lasverbinding mogelijk niet sterk genoeg zijn. De inbranding of penetratie van het smeltbad van de lasverbinding zijn hierbij echter ook belangrijke factoren. Als de keelhoogte van de lasverbinding veel te hoog is heeft dit meestal gevolgen voor het materiaal dat door de warmte-inbreng kan vervormen. Een lasser moet daarom de juiste keelhoogte hanteren deze informatie vindt de lasser in de lasmethodebeschrijving (LMB) of de Welding Procedure Specification (WPS).

Lasmethodebeschrijving en Welding Procedure Specification
Het maken van een lasverbinding is precies werk. Een lasverbinding is een verbinding die niet-uitneembaar is. Dat houdt in dat een lasverbinding alleen met geweld uit elkaar gehaald kan worden doormiddel van zagen, knippen, slijpen, gutsen of breken. Dit zijn zeer destructieve methoden daarom is een goede voorbereiding op het lassen van groot belang. Gelukkig hoeft een lasser in de praktijk meestal niet zelf alle informatie te verzamelen voor het maken van de juiste lasverbinding.

Meestal wordt bij het werkstuk een lasmethodebeschrijving (LMB) of een Welding Procedure Specification (WPS) geleverd. Daarin staat het lastoevoegmateriaal, de lasmethode, de laspositie en nog meer relevante informatie voor het maken van de lasverbinding. Ook de keelhoogte of a-hoogte wordt in deze documenten aangegeven. De maataanduiding voor de hoogte van de lasverbinding staat meestal ook op de tekening van het werkstuk doormiddel van de letter ‘a’. Na de letter ‘a’ volgt een maataanduiding in millimeters. De letter ‘s’ kan ook worden aangegeven.

Deze letter ‘s’ staat voor de nominale keelhoogte inclusief inbranding en valt net als de aanduiding voor de keelhoogte onder de ISO 2553 / EN 22553 richtlijnen. Met de inbranding wordt de diepte van het smeltbad van het lasproces bedoelt. Dit is de hoeveelheid van het uitgangsmateriaal dat gesmolten wordt tijdens het lassen. Daar komt de keelhoogte nog bovenop om tot de hoogte te komen die met de letter ‘s’ wordt aangeduid.

Indien er onvoldoende documentatie of informatie wordt gegeven over de lasverbinding die gemaakt moet worden dan zal de lasser zich kunnen wenden tot een lasspecialist. Dit kan een European Welding Technologist,  een International Welding Technologist of een Middelbaar lastechnicus zijn. In de volgende alinea wordt hier iets dieper op ingegaan.

Middelbaar Lastechnicus
Niet alle bedrijven hebben een lastechnicus in dienst maar de bedrijven die een dergelijke specialist in dienst hebben zijn wel in het voordeel als het gaat om specifieke kennis over lasprocessen en lasmethoden. Voor lassers is een middelbaar lastechnicus een belangrijke informatiebron als er onduidelijkheden zijn over de lasverbinding die gemaakt moet worden. Ook een International Welding Technologist of een European Welding Technologist zijn specialisten als het gaat om lasverbindingen. Wanneer deze personen echter niet aanwezig zijn en de lasverbinding niet onder certificaat of lasmethodekwalificatie gemaakt hoeft te worden dan kan de lasser bij het bepalen van de keelhoogte of a-hoogte ook een aantal vuistregels hanteren.


Vuistregels keelhoogte lasverbindingen
Vuistregels moeten alleen gebruikt worden als er geen Lasmethodebeschrijving, geen Welding Procedure Specification, geen tekening en geen aanspreekpunt aanwezig is in de vorm van een lastechnicus of voorman aanwezig is. Ook moet er sprake zijn van lasverbindingen die niet onder een lasmethodekwalificatie vallen. Pas als al deze zaken niet aanwezig zijn kan een lasser met vuistregels de keelhoogte of a-hoogte van de lasverbinding bepalen. Er zijn verschillende vuistregels die hiervoor worden gebruikt. Deze vuistregels gaan allemaal uit van de plaatdikte van het materiaal dat gelast moet worden. Een bekende vuistregels is dat de keelhoogte 0,7 maal de minimale plaatdikte moet wezen. Weer een andere vuistregels is dat de keelhoogte gelijk is aan 0,6 keer de minimale plaatdikte. Daarbij wordt uitgegaan van een volledig rondom gelast product dus niet een buis voor de helft aflassen. Er zijn echter ook andere vuistregels voor het bepalen van de keelhoogte zoals de regel dat de keelhoogte gelijk is aan de helft van de plaatdikte plus 1 millimeter.

Kanttekening bij vuistregels voor de keelhoogte
Vuistregels moeten alleen worden toegepast als verdere informatie ontbreekt en als de lasverbinding niet op certificaat of certificaatniveau gemaakt hoeft te worden. Daarnaast is er nog een belangrijke andere kanttekening namelijk de dikte van de plaat. Bij hele dikke plaatsen zijn de vuistregels niet meer effectief of kunnen ze zelfs zorgen voor een problematische lasverbinding. Immers een hele dikke plaat zou ook een grote keelhoogte van de lasverbinding tot gevolg hebben. Daardoor kan een enorme dikke laag op de lasnaad worden aangebracht wat voor scheuren en andere beschadigingen aan het werkstuk kan zorgen. Meestal moet in die gevallen de las dieper worden aangebracht door een goed smeltbad aan te brengen. Dit kan echter ook voor scheuren zorgen en vereist dat dikke platen worden voorgegloeid tot een bepaalde temperatuur zodat de temperatuur rondom het smeltbad en de temperatuur van de rest van het (plaat) materiaal niet teveel verschilt. Juist het verschil in temperatuur in één plaat kan voor grote krimp en rek scheuren zorgen. Voor het lassen van dikke plaat worden daarom in de praktijk vrijwel altijd een WPS en/of LMB gehanteerd.

Wat is de A-hoogte bij lassen?

A-hoogte is de hoogte oftewel de dikte van een las deze is meestal vastgelegd op een tekening, lasmethodebeschrijving (LMB) of Welding Procedure Specification (WPS). De A-hoogte is belangrijke informatie voor een lasser. Als de A-hoogte van een las bijvoorbeeld te laag is dan kan de lasverbinding niet sterk genoeg zijn. Een te grote A-hoogte kan echter voor andere problemen zorgen. Zo kan een te grote A-hoogte er voor zorgen dat er teveel warmte in de lasverbinding wordt gebracht waardoor het werkstuk kan vervormen of scheuren. Daarom is het belangrijk dat een lasser zorgvuldig te werk gaat bij het bepalen van de A-hoogte en het maken van een lasverbinding. Hieronder is in een paar alinea’s informatie gegeven rondom de A-hoogte voor lasverbindingen.

A-hoogte of keelhoogte bij lasverbindingen
De informatie in de inleiding maakt duidelijk wat onder een A-hoogte wordt verstaan. In de praktijk wordt in de lastechniek echter ook gesproken over een keelhoogte. In feite wordt hiermee hetzelfde bedoelt als de A-hoogte. Meestal heeft men het dan over een keelhoogte met penetratiediepte. De keelhoogte wordt met een letter ‘a’ aangegeven en de keelhoogte met penetratiediepte wordt aangegeven met de letter ‘s’. De letter ‘s’ is dus de A-hoogte inclusief de penetratiediepte van de las. Dit is dus de totale hoogte van de lasverbinding. Tijdens het lassen ontstaat namelijk een smeltbad waardoor de las een deel van het plaatwerk tot smelten brengt dit wordt ook wel de penetratie van de lasverbinding genoemd. De A-hoogte of keelhoogte komt nog bovenop deze penetratiediepte waardoor de maataanduiding ‘keelhoogte met penetratiediepte’ ontstaat oftewel de maataanduiding die wordt aangegeven met de letter ‘s’.

Informatie over A-hoogte voor lasverbindingen
Voor het bepalen van de juiste A-hoogte zal een lasser in eerste instantie altijd de lasmethodebeschrijving (LMB) of de Welding Procedure Specification (WPS) moeten raadplegen. Indien deze er niet is kan de lasser de tekening nalezen. Op de tekening wordt meestal ook een A-hoogte bij de te maken lasverbinding benoemd. Verder is een middelbaar lastechnicus (MLT-ER) ook een belangrijke informatiebron op het gebied van lassen. De middelbaar lastechnicus heeft een specifieke opleiding gevolgd voor lasverbindingen en is bevoegd om de eerder genoemde lasmethodebeschrijving op te stellen. Daarom kan deze lastechnicus een duidelijk en bindend advies geven over de lasverbindingen en dus ook de gewenste A-hoogte van deze verbindingen. In plaats van de benaming ‘middelbaar lastechnicus’ gebruiken sommige bedrijven de benaming ‘European Welding Technologist’ of ‘International Welding Technologist’.

Deze functies worden ook wel afgekort met EWT en IWT. In het vakjargon spreekt men ook wel over ene MLT-er, een EWT-er en een IWT-er. Welke benaming een bedrijf ook gebruikt voor en lastechnicus het feit blijft bestaan dat dit specialisten zijn waar lassers advies kunnen inwinnen over de te maken lasverbinding. Sommige bedrijven hebben echter geen lasmethodebeschrijvingen en maken geen gebruik van Welding Procedure Specifications omdat de lasverbindingen aan minder strenge eisen moeten voldoen. In dat geval kan een lasser gebruik maken van zogenaamde vuistregels om de A-hoogte van de lasverbindingen te bepalen. In de volgende alinea worden een aantal vuistregels genoemd voor het bepalen van de A-hoogte. Het is belangrijk te weten dat de vuistregels die genoemd worden ondergeschikt zijn aan de informatie die in een WPS of LMB staan met betrekking tot de hoogte van een lasverbinding.

Vuistregels voor bepalen A-hoogte
Er zijn verschillende vuistregels voor het bepalen van de A-hoogte. Zo is een algemene vuistregel dat de A-hoogte 0,7 x de dunste plaatdikte moet zijn. Weer anderen hanteren de vuistregel dat de A-hoogte gelijk is aan 0,6 maal de minimale plaatdikte. Daarbij moet de las geheel rondom worden gelast. Er is ook een vuistregel dat de A-hoogte gelijk moet zijn aan de halve plaatdikte plus 1 mm.

Kanttekening bij vuistregels voor A-hoogte
De bovenstaande vuistregels voor het bepalen van de A-hoogte voor een lasverbinding kunnen in de praktijk worden gehanteerd tot middeldikke plaat wanneer deze vuistregels uiteraard niet in strijd zijn met de informatie die is benoemd in de lasmethodebeschrijving en de Welding Procedure Specification. Wanneer een laser echter dikke plaat gaat lasser zal hij of zij er achter komen dat met deze vuistregels veel te dikke lasverbindingen worden gemaakt met alle gevolgen voor het werkstuk van dien. Daarom moet men bij het lassen van dikke plaat altijd een ervaren specialist inschakelen voor het bepalen van de A-hoogte. Dit is belangrijk om scheuren, vervorming en andere ongewenste aspecten te voorkomen.

Wat is pasteuriseren?

Pasteuriseren is proces waarmee de houdbaarheid van aan bederf onderhevige voedingsmiddelen in de voedingsmiddelenindustrie wordt geoptimaliseerd door de voedingsmiddelen kort te verhitten zodat schadelijke bacteriën worden vernietigt zonder dat daarbij de voedingsmiddelen zelf beschadigd worden. Het woord ‘pasteuriseren’ is afgeleid van de uitvinder van dit proces namelijk Louis Pasteur. Hij was een Franse scheikundige en bioloog en heeft samen met Claude Bernard, een Franse fysioloog, de eerste pasteurisatie uitgevoerd op 20 april 1862. Bij pasteuriseren wordt een voedingsmiddel korte tijd verhit om schadelijke bacteriën te doden. Een andere methode om bacteriën te doden is hogedrukpasteurisatie. Bij hogedrukpasteurisatie wordt het product doormiddel van zeer hoge druk gepasteuriseerd. Net als bij verhitting worden door de hoge druk ook bacteriën gedood.

Pasteuriseren of steriliseren
Pasteuriseren is niet hetzelfde als steriliseren. Tijdens het pasteuriseren worden namelijk niet alle micro-organismen vernietigd. In plaats daarvan worden door het pasteuriseren de micro-organismen in voedingsmiddelen gereduceerd tot een niveau dat de voedingsmiddelen veilig en gezond kunnen worden gebruikt. Dit is een niveau waarbij het onwaarschijnlijk is dat er ziekten kunnen worden veroorzaakt door het nuttigen van het gepasteuriseerde voedingsmiddel. Door het pasteuriseren wordt de houdbaarheid van het product verlengd. Dit neemt echter niet weg dat men de gepasteuriseerde voedingsmiddelen wel gekoeld moet bewaren en moet verbruiken voor de vervaldatum.

Steriliseren is een proces dat met pasteuriseren vergeleken kan worden. Bij het steriliseren maakt men echter gebruik van een veel hogere temperatuur. Deze hoge temperatuur zorgt er echter wel voor dat de smaak van het product wordt gewijzigd. Dit gebeurd doordat de eiwitten tijdens het steriliseren door de hoge temperatuur chemische wijzigingen ondergaan. Omdat bij voedingsmiddelen de smaak erg belangrijk is gebruikt men sterilisering een weinig in de voedingsmiddelenindustrie.

Pasteuriseren van melk
Als men het woord pasteuriseren hoort dan associeert men dit meestal met zuivel of specifieker met gepasteuriseerde melk. Franz von Soxleth heeft in 1886 het pasteuriseren voor het eerst op melk toegepast. Er zijn twee methoden die gebruikt kunnen worden om melk te pasteuriseren:

  • Pasteuriseren doormiddel van een hoge temperatuur gedurende een korte tijd (HTST). De afkorting HTST staat voor de Engelse benaming High-Temperature Short Time. Bij de HTST methode wordt melk verhit tot een temperatuur van 72 °C. Deze verhitting duurt ten minste 15 seconden. Melk die met de HTST methode is gepasteuriseerd heeft een bewaartijd van twee tot drie weken als de melk gekoeld bewaard wordt.
  • Pasteuriseren doormiddel van een ultra hoge temperatuur (UHT). De afkorting UHT staat voor het Engelse Ultra-high temperature of het Nederlandse ultra hoge temperatuur. Tijdens dit pasteurisatieproces wordt de melk verhit tot een temperatuur van 138 °C. De verhitting vindt plaats gedurende een periode van minstens 2 seconden. Melk die doormiddel van UHT pasteurisering is behandeld zal in combinatie met een steriele behandeling en een steriele verpakkingsmethode veel langer houdbaar zijn dan HTST gepasteuriseerde melk. UTH gepasteuriseerde melk kan een langere periode op kamertemperatuur worden bewaard en heeft een houdbaarheid van twee tot drie maanden gemiddeld.

Tijdens het pasteuriseringsproces moet men er voor zorgen dat alle melk evenredig wordt verwarmd. Er moet geen deel van de melk korter of juist langer worden verhit. Het pasteuriseringsproces dient daarom zorgvuldig uitgevoerd te worden.

Pasteuriseren en lassen in de zuiveltechnologie
Pasteuriseren is een technologie die valt onder de voedingsmiddelentechnologie. Binnen de voedingsmiddelentechnologie wordt het pasteuriseren vooral toegepast in de zuiveltechnologie. Het pasteuriseren moet in de zuivelindustrie nauwkeurig worden uitgevoerd. Er zijn echter meer factoren die een grote invloed hebben op de voedselveiligheid van voedingsmiddelen. Machines moeten bijvoorbeeld ook steriel zijn evenals de leidingen waar de zuivel en andere vloeibare voedingsmiddelen doorheen stromen. De leidingen in de voedingsmiddelenindustrie zijn gemaakt van roestvast staal en worden aan elkaar gelast en aan elkaar gefit door specialisten.

Men heeft het ook wel over zuivellassers of lassers die een las op zuivelniveau kunnen maken. In feite worden de meeste lasverbindingen gedaan met behulp van formeren. Tijdens het formeren brengt men backinggas in de leidingen. Dit backinggas zorgt er voor dat er een goede doorlas ontstaat aan de binnenkant van de zuivelleiding. Een goede doorlas is glad en bevat geen corrosie. Daardoor krijgen bacteriën geen kans. Zuivellassers zijn lassers die het TIG lassen beheersen op hoog niveau.

Wat is zuivel?

Zuivel is een verzamelnaam voor alle voedingsmiddelen die worden bereid uit rauwe melk. In plaats van zuivel gebruikt men ook wel de benaming melkproducten waarmee benadrukt wordt dat de producten van melk zijn gemaakt. De melk die in de zuivelindustrie wordt verwerkt tot zuivelproducten kan van verschillende zoogdieren afkomstig zijn. Over het algemeen gebruikt men voor de meeste zuivelproducten in Nederland koemelk als belangrijkste grondstof. Geitenmelk wordt in Nederland echter ook wel tot zuivelproducten verwerkt voor bijvoorbeeld geitenkaas. Datzelfde is het geval bij schapenmelk.

Wereldwijd wordt echter zuivel gemaakt en er zijn ook gebieden waar men geen oer-Hollandse bonte koeien heeft. Daarom maakt men in die gebieden  gebruik van andere zoogdieren zoals waterbuffels, kamelen, jaks en paarden.

Zuivelindustrie
In het verleden werden zuivelproducten vooral door kleine boeren gemaakt van de melk van hun koeien. Deze kleinschalige zuivelproductie was meestal net voldoende voor een kleine familie. Naarmate de boerenbedrijfjes groter werden kon ook meer zuivel worden geproduceerd. Boeren gingen zich echter steeds meer toeleggen op het houden van dieren en het winnen van melk. Het produceren van zuivelproducten werd op een gegeven moment zo complex en omvangrijk dat er zuivelfabrieken werden opgericht. Er ontstond een zuivelindustrie waarin steeds meer zuivelproducten werden gemaakt. Ook nam de diversiteit van zuivelproducten toe.

Zuivelproducten
Door de jaren heen zijn steeds meer zuivelproducten ontwikkeld. De diversiteit is enorm geworden door de toevoeging van verschillende soorten smaakstoffen en productiemethoden. Hieronder volgen een aantal voorbeelden van producten die behoren tot de zuivelproducten:

Melk

  • Melk
  • Chocolademelk
  • Karnemelk
  • Jakmelk

Kaas

  • Kaas
  • Schapenkaas
  • Geitenkaas

Dessert

  • Vla
  • Yoghurt
  • Consumptie-ijs
  •  Kwark
  • Pudding
  • Slagroom

Dit zijn slechts een paar voorbeelden. Er zijn veel meer soorten zuivelproducten op de markt. Men kan melk ook in poedervorm brengen waardoor de diversiteit nog verder is toegenomen. Door verschillende technieken zoals pasteuriseren waarbij schadelijke bacteriën worden vernietigt in zuivelproducten zijn deze producten bovendien langer houdbaar.

Zuivelindustrie en techniek
De zuivelindustrie is een industrie waarbij gebruik wordt gemaakt van verschillende machines en processen. Omdat de zuivelindustrie valt onder de voedingsmiddelen industrie worden aan de machines hoge eisen gesteld met betrekking tot de voedselveiligheid. Zuivel moet veilig geproduceerd worden en hygiënisch. Dit houdt in feite in dat de machines en leidingen die worden gebruikt in de zuivelindustrie zo schoon mogelijk moeten zijn en geen mogelijkheid moeten bieden voor het ontstaan van schadelijke bacteriën. Net als in andere industrieën is ook de zuivelindustrie een sector waarin veel wordt geautomatiseerd.

Door automatisering van productieprocessen worden productieprocessen sneller, goedkoper en wordt bovendien de kans op fouten in het productieproces verder gereduceerd. Er zijn echter wel allemaal technici voor nodig om de zuivelproductieprocessen zo goed mogelijk in te regelen en storingen op te lossen. Een zuivelfabriek die een effectief productieproces heeft wordt ook wel lean genoemd. Lean manufacturing is het produceren tegen zo laag mogelijke kosten met zo weinig mogelijk afval waarbij de klant zo goed mogelijk wordt bediend. Lean manufacturing kan echter niet goed plaatsvinden zonder specialisten.

Technische functies in de zuivelindustrie
Het aantal productiefuncties zal in de zuivelindustrie waarschijnlijk de komende jaren afnemen. De werkzaamheden van productiepersoneel zullen in de toekomst steeds vaker door machines worden overgenomen. Machines worden daardoor steeds belangrijker. Machines dienen echter geprogrammeerd worden zodat ze logische schakelingen uitvoeren. Deze logische schakelingen worden in een PLC systeem ingeregeld door er een ervaren softwarespecialist. Deze specialisten kunnen ook storingen uit de PLC-systemen halen. Daarnaast is er bovenop de PLC systemen van de verschillende machine ook een SCADA systeem wat er voor zorgt dat machines onderling met elkaar kunnen communiceren. De machines kunnen dan een duidelijke geautomatiseerde productieketen vormen waardoor procestechnologen en procesoperators beter kunnen monitoren wat de input en output is van machines.

Uiteraard dienen onderhoudsmonteurs er voor te zorgen dat storingen aan machines vakkundig worden opgelost. Het plaatsen van leidingen gebeurd door fitters en lassers die ook wel zuivellassers worden genoemd in het vakjargon. Zuivellassers kunnen een zogenaamde zuivellas leggen. Dit is in feite een las in rvs leidingen die van een dusdanig hoog niveau zijn dat een perfecte doorlas is gerealiseerd aan de binnenzijde van de leiding. Dit wordt ook wel gedaan doormiddel van formeren met backinggas aan de binnenkant van de leiding. Het aanbrengen van backinggas wordt formeren genoemd. Dit is een specifieke vaardigheid die niet alle TIG lassers beheersen. Zuivellassers, of lassers die gewend zijn om zogenaamde zuivellassen te leggen, moeten over het algemeen wel kunnen formeren.

Zuivelindustrie als werkgever
De zuivelindustrie is een belangrijke sector voor Nederland. Ook als het gaat om de werkgelegenheid is de zuivel een belangrijke sector. Niet alleen boeren hebben de zuivelindustrie nodig. Deze sector is ook interessant voor de vele technici die in deze sector een uitdagende baan kunnen vinden. In de vorige alinea zijn slechts een paar functies genoemd die in de zuivelindustrie aanwezig zijn. Het aantal functies is echter veel groter. De cao voor de zuivelindustrie wordt overigens gezien als een hele gunstige cao voor werknemers. Veel mensen in de zuivelindustrie werken echter wel in ploegen omdat de productie van zuivel dag en nacht doorgaat. Ook technici zoals onderhoudsmonteurs en storingsmonteurs (PLC , SCADA) werken vaak in ploegendiensten. Deze ploegen worden over het algemeen goed betaald. Daardoor kunnen veel mensen een goede boterham (of een goed glas melk) verdienen in de zuivel. De zuivelindustrie is daardoor een belangrijke werkgever voor Nederland.

Wat is een laselektrode?

Een laselektrode is een staafvormig stukje metaal dat bij de meeste elektrische lasprocessen wordt gebruikt om zowel het werkstuk als het lastoevoegmateriaal doormiddel van elektrische spanning tot een smeltbad te brengen. Er zijn verschillende soorten laselektroden die in de praktijk in lasprocessen worden gebruikt. Deze laselektroden kunnen worden verdeeld in twee hoofdgroepen namelijk de afsmeltende laselektroden en niet-afsmeltende elektroden.

Afsmeltende elektroden
Afsmeltende laselektroden zijn elektroden die door de hitte van het lasproces afsmelten en in het smeltbad opgaan. Deze afsmeltende elektrodes kunnen mechanisch worden aangevoerd zoals bij MIG/MAG lassen gebeurd maar dat hoeft niet. Bij lassen met beklede elektrode (BMBE) maakt men ook gebruik van een afsmeltende elektrode alleen wordt deze elektrode aan de voorkant van het laspistool geplaatst. De afsmeltende elektrode heeft tijdens het lassen een dubbele functie. De afsmeltende elektrode geleid de stroom die nodig is voor de verhitting van het werkstuk. Daarnaast zorgt de gesmolten elektrode ervoor dat er materiaal wordt toegevoegd aan het lasproces.

Niet afsmeltende elektroden
Laselektroden die niet afsmelten worden ook gebruikt om een elektrische boog te creëren. Deze elektroden worden door de elektrische spanning niet tot smelten gebracht. Het materiaal van de niet afsmeltende laselektrode moet een zeer hoog smeltpunt hebben. Een voorbeeld van dergelijk materiaal is wolfraam. Een wolfraam elektrode wordt gebruikt bij TIG lassen, dit lasproces wordt voluit geschreven als tungsten inert gas. Hierbij staat tungsten voor wolfraam. Er kan ook gebruik worden gemaakt van goed geleidende laselektroden die gekoeld worden zodat ze tijdens het lassen niet smelten.

Stift- en boutlassen
Het stiftlassen of boutlassen is een speciaal lasproces hierbij heeft men op de stift of bout een klein lipje geplaatst dat tot versmelten wordt gebracht en zich zo hecht aan de ondergrond. De elektroden die bij dit lasproces worden gebruikt creëren een spanning die loopt langs de lasbout. Het lipje wordt door deze spanning tot een smeltbad gebracht en hecht zich aan de ondergrond. De lasbout zelf blijft verder geheel in tact. Feitelijk wordt hierbij ook gebruik gemaakt van niet afsmeltende laselektroden in combinatie met een beperkt afsmeltende lasbout waarvan het uiteinde kan worden beschouwd als een druppel lastoevoegmateriaal.

Wat is een lasbox?

Een lasbox is een compartiment van een lasafdeling waarbinnen hoofdzakelijk laswerkzaamheden worden uitgevoerd. Een lasafdeling bevat in de praktijk vaak meerdere lasboxen, waardoor lassers afzonderlijk van elkaar kunnen werken. Dit is onder andere belangrijk omdat het UV-licht dat bij veel lasprocessen ontstaat,  schadelijk is voor ogen indien deze onvoldoende beschermd worden.

De afzonderlijke lasboxen zorgen er voor dat lassers niet gehinderd worden de lasprocessen van elkaar. Bovendien zorgt een opdeling in lasboxen er voor dat een lasser geconcentreerder kan werken en zijn of haar eigen werkplek heeft. Een lasbox wordt vaak afgeschermd doormiddel van lasschermen. In de volgende alinea kun je daarover meer lezen.

Lasscherm of lasgordijn
Als lassers afzonderlijk van elkaar kunnen werken hebben ze geen last van het UV-licht van een collega-lasser als ze met hun werkstuk bezig zijn. Daarom wordt gebruik gemaakt van zogenaamde lasschermen waarmee de lasboxen onderling van elkaar worden gescheiden. De lasschermen zijn vaak eenvoudig verplaatstbaar en bevatten dikke rode kunststof gordijnen waar het UV-licht niet doorheen kan dringen. Een lasscherm dient EN-1598 gekeurd te zijn. Dit keurmerk houdt verband met de gezondheid en veiligheid bij lassen en lasprocessen. Het is speciaal ingevoerd voor doorzichtige lasgordijnen, lasschermen die worden gebruikt voor booglasprocessen.

Hoe ziet een lasbox er uit?
Een lasbox is vaak afgeschermd doormiddel van lasschermen. De afmeting van een lasbox kan verschillen. Meestal is midden in een lasbox een werktafel geplaatst maar deze tafel kan ook tegen de muur staan. Verder is er een gereedschapskast aanwezig voor specifiek gereedschap zoals lasbeitels,  vijlen, kraspennen, slijpschijven en eventueel elektrodes. Een lasbox bevat bovendien minimaal 1 lastoestel en een aantal rollen lasdraad indien het een Mig/Mag lastoestel bevat.

Vaak is aan de werktafel een bankschroef bevestigd waarin materiaal vastgeklemd kan worden. Ook bevat een lasbox vaak ook gereedschap zoals een flex waarmee de lasnaad kan worden nabewerkt. Uiteraard dienen op de werkplek ook persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig te zijn zoals een lashel, lashandschoenen, oorkleppen en dergelijke. Soms kan in een kast ook een vlamvertragende lasoveral worden opgehangen.

Wat is een allround lasser?

Een allround lasser is een lasser die verschillende lastechnieken beheerst en daardoor allround ingezet kan worden in het maken van lasverbindingen in verschillende materialen behulp van verschillende lasprocessen. In de metaaltechniek worden verschillende verbindingen toegepast. Men onderscheid hierin de uitneembare verbindingen zoals schroefdraadverbindingen en niet-uitneembare verbindingen waarbij de lasverbinding in de metaaltechniek het bekendste voorbeeld is. Het maken van lasverbindingen vereist kennis en vaardigheid.

Daarbij komt dat lasprocessen onderling sterk verschillen. Dat zorgt er voor dat lassers onderling ook verschillen. Er zijn lassers die veel ervaring hebben met MIG/MAG lassen maar er zijn ook lassers die goed TIG kunnen lassen. Ook BMBE (elektrode) lassen wordt nog veel toegepast. In de installatietechniek gebruikt men daarnaast ook nog het autogeen lassen waarbij men gebruik maakt van een vlam. Een allround lasser beheerst in de praktijk een aantal van de hiervoor genoemde lasprocessen. Lassers die alle gangbare (want er zijn er nog veel meer) lasprocessen beheersen zijn er bijna niet.

Een allround lasser of specialist
Iemand die zich een allround lasser noemt beheerst in de praktijk meestal MIG/MAG en TIG eventueel ook nog BMBE-lassen, dit is lassen met een beklede elektrode. Een lassers is pas allround als hij of zij met deze lasprocessen zelfstandig een werkstuk kan aflassen. Als een lasser ook nog een werkstuk kan samenstellen op basis van een tekening dan spreekt men ook wel over een samensteller lasser. Tekening lezen vereist echter technisch inzicht en niet alle tekeningen zijn gelijk.

Een allround samensteller lasser kan in de praktijk meerdere lasprocessen uitvoeren en kan een diversiteit aan tekeningen lezen zodat deze werknemer een werkstuk van het begin tot het einde in theorie zou moeten kunnen bouwen en aflassen. Allround samenstellers lassers zijn er in de praktijk bijna niet. Veel lassers specialiseren zich in het bouwen of basis van tekeningen of het aflassen.

Daarbij worden veel lassers ook nog gespecialiseerd in een bepaald lasproces en materiaal. Denk hierbij aan de gecertificeerde lassers die bijvoorbeeld dunwandige rvs-leidingen onder een hoeklas van 45 graden (HL-45 of positie G6) kunnen lassen. Deze lassers zijn meestal niet (meer) allround maar juist gespecialiseerde (af)lassers.

Hoe wordt ik een allround lasser?
Niet iedereen kan een allround lasser worden. De theorie met betrekking tot lassen is niet erg complex maar de vaardigheid echter wel. Lassers doen veel werk op basis van inzicht en gevoel en dat is niet voor iedereen weggelegd. Een lasser weet dat tijdens het lasproces warmte wordt ingebracht in het materiaal. Daardoor gaat het materiaal vervormen. Het ene lasproces brengt echter meer warmte in het werkstuk dan het andere. Daarnaast moet een TIG lasser met één hand de lastoorts bedienen om met een andere hand het toevoegmateriaal in het smeltbad te brengen. De lastoorts van een TIG-lasapparaat bevat een niet-afsmeltende wolfraam (tungsten) elektrode. MIG/MAG lassen is weer een heel ander proces waarbij gebruik wordt gemaakt van lasdraad dat automatisch wordt doorgevoerd vanuit het laspistool richting het werkstuk. Bij lassen met een beklede elektrode maakt men niet direct gebruik van een beschermgas, in tegenstelling tot de hiervoor genoemde lasprocessen. In plaats daarvan maakt men gebruik van een elektrode bekleding die tijdens het lassen verbrand waardoor een beschermgas vrij komt. De elektrode smelt dus af waardoor de lastoorts als het ware steeds korter wordt.

Een allround lasser heeft ervaring in meerdere van deze lasprocessen (en eventueel ook andere lasprocessen) en deze ervaring krijg je alleen door heel veel te oefenen. Lassen leer je vooral door te doen. Dit kan in de praktijk zijn maar ook op school als daar een praktijkruimte aanwezig is met verschillende soorten lastoestellen.

Waar werken allround lassers?
Er zijn specifieke bedrijven die regelmatig vacatures publiceren voor allround lassers. Dit zijn vooral bedrijven die verschillende producten maken van diverse materialen. Een bedrijf met een rvs-afdeling en een staalafdeling heeft bijvoorbeeld vaak behoefte aan een allround lasser die zowel MIG/MAG kan lassen voor het staal en TIG kan lassen voor het rvs. Ook bedrijven die werken als toeleverancier voor verschillende opdrachtgevers zoeken vaak flexibel inzetbare lassers in hun vacatures. Een allround lasser is vaak flexibel inzetbaar.

Helemaal mooi is het wanneer de allround lasser ook nog goed kan samenstellen waardoor hij of zij zelfstandig op bepaalde projecten kan worden ingezet. In de praktijk werken allround lassers vaak bij kleine metaalbedrijven. Bij grote metaalbedrijven zijn de lasprocessen vaak gespecialiseerder en werkt men bijvoorbeeld alleen op een rvs-afdeling om daar TIG te lassen of alleen op een staalafdeling om daar MAG (CO2) te lassen. In grote bedrijven wisselt men over het algemeen minder lassers uit tussen afdelingen terwijl dit bij kleinere bedrijven wel gebeurd als er een ander type product wordt gemaakt.

Wat zijn de spanten van een schip?

Spanten zijn onderdelen van een constructie van een schip of jacht. De spanten van het schip zijn dikke gebogen delen en lopen overdwars ten opzichte van de romp of de lengte van het schip. Men zou de spanten daardoor kunnen beschouwen als de ribbenkast van een schip. Als men de positie van de spanten bekijkt lijken dit ook net ribben. Deze ribben hebben een v-vorm, U-vorm of een C-vorm. Spanten werden vroeger van hout gemaakt. Door de gebogen vorm is het lastig om een spant uit één boom te zagen. In plaats daarvan werden de spanten van verschillende houten delen gemaakt. Een spant bestond daardoor uit een buikstuk, twee oplangen en twee sitters. Tegenwoordig worden spanten van metaal gemaakt zoals staal of aluminium.

De spanten worden op een regelmatige afstand geplaatst op de kiel van het schip. In het middelste deel van het schip zijn de spanten U-vormig. Naar mate men meer naar het voorsteven gaat krijgen de spanten meer een V-vorm. De spanten van de meeste schepen zijn van staal en worden door ervaren lassers aan de kiel van het schip vast gelast. Aan de buitenkant van de spanten wordt de scheepshuid vastgelast. Deze scheepshuid bestaat uit huidplaten die ook van staal zijn gemaakt. Het woord ‘spant’ wordt naast de scheepsbouw en jachtbouw ook gebruikt in de bouwkunde. In dat geval bedoelt men met een spant de dragende delen van een dakconstructie. De spanten van een gebouw lijken ook wel een beetje op de ribben van een dak. Aan deze spanten wordt namelijk ook de dakbedekking bevestigd.

Wat is laserlassen?

Laserlassen is een lastechniek die wordt gebruikt om twee delen van hetzelfde materiaal aan elkaar te verbinden door deze doormiddel van een sterk geconcentreerd licht met elkaar te versmelten. Er wordt bij laserlassen gebruik gemaakt van een laserstraal. Dit is een coherente bundel infrarood licht. De energiedichtheid van de laserstraal is dusdanig hoog dat men met deze lasmethode diep in de naad van het werkstuk door kan dringen. Ondanks deze diepe penetratie van de lasnaad kan men toch een hoge voortloopsnelheden behalen. Laserlassen is een lasproces dat al jaren wordt toegepast in de metaalindustrie en metaaltechniek. Het lasproces wordt onder andere toegepast in de auto-industrie.

Wat zijn de eigenschappen van laserlassen?
Laserlassen is een uniek lasproces. Het laserlassen behoort tot het bundellassen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een bundel deeltjes waarmee men gericht op het werkstuk straalt om het werkstuk plaatselijk te laten smelten. Bij laserlassen maakt men gebruik van een zeer sterk geconcentreerde binden van infrarood licht.

Laserlassen verschild van elektronenbundellassen omdat er gebruik wordt gemaakt van een andere bundellastechniek. Bij laserlassen is er geen vacuüm nodig en bij elektronenbundellassen wel. Bij laserlassen is er wel sprake van een veel lagere efficiëntie. Dit komt door de verliezen die ontstaan door reflectie tijdens het proces.

Het laserlasproces zorgt voor een diep smeltbad waardoor een sterke lasverbinding ontstaat die zwaar belast kan worden. Hoewel er sprake is van een diep smeltbad is de oppervlakte waarover gelast wordt maar smal. Een laserstraal van ongeveer een millimeter zorgt voor het smelten van het materiaal. Daarbij kan lastoevoegmateriaal worden gebruikt maar dat hoeft niet. Het resultaat van het laserlassen is een zeer glad en egaal oppervlak. Een laserlas heeft daardoor een hoog afwerkingsniveau. Omdat laserlassen een machinaal proces is kan men dit proces gebruiken voor lange lasnaden en grote series.

Welke materialen kan men laserlassen?
Men kan laserlassen zowel bij dun als dik materiaal toepassen. Daarnaast is het lasproces geschikt voor een enorme diversiteit aan materialen. Men kan laserlassen toepassen bij ferro-materiaal zoals staal maar ook voor aluminium, RVS en koper. Laserlassen in een lastmethode die niet elektrisch is. De machine waarmee men het laserlassen uitvoert is weliswaar elektrisch maar het lasproces zelf niet, er wordt namelijk met infrarood licht gelast en niet met een elektrode. Daarom kan men het laserlassen ook gebruiken bij materialen die niet geleiden zoals kunststoffen.

Hoe wordt laserlassen gedaan?
Laserlassen is een machinaal proces. Dit houdt in dat gedurende het lasproces er geen lasser nodig is om een lastoorts te hanteren over het werkstuk. In plaats daarvan wordt gebruik gemaakt van CNC-machine die wordt geprogrammeerd door bijvoorbeeld een lasrobotprogrammeur. Het is wel belangrijk dat men het laserlasproces goed kent voordat men hiermee aan de slag gaat. Men moet de machine goed kunnen instellen en bovendien ook rekening houden dat er zo weinig mogelijk ruimte is tussen de platen die men aan elkaar wil verbinden. Bij een overlaplasnaad is dit iets minder van belang maar bij een stompe lasnaad is slechts een zeer beperkte ruimte tussen de platen toegestaan. Deze ruimte moet kleiner zijn dan 0,15 millimeter. Dit heeft mede te maken met het feit dat de laser ook zeer smal is. Om een goed smeltbad te maken moeten de delen die aan elkaar gelast worden zo dicht mogelijk tegen elkaar worden gedrukt. Daarom moet men bij laserlassen een lasmal gebruiken. Een goede lasmal zorgt er voor dat er niet of nauwelijks een spleet tussen de te lassen delen aanwezig is. Dit bevordert de kwaliteit van de las. Een lasmal zorgt er daarnaast voor dat men eenvoudiger grote series kan lassen met de laserlasmachine.

Het lassen vindt plaats doormiddel van een laserstraal, deze straal wordt opgewekt in een laserbron. Deze infrarood straal wordt gebundeld door een glasvezelkabel. Men kan ook gebruik maken van een stelsel van spiegels, lenzen of prisma’s om de laserstraal te bundelen. Doormiddel van de machine wordt het gebundelde licht geleid naar een watergekoelde optiek. Met dit systeem kan de programmeur het brandpunt (smeltpunt) van de laserstraal gaan bepalen. Als de laserstraal optimaal wordt gericht kan lokaal een zeer hoge temperatuur ontstaan waardoor het materiaal gaat smelten. Dit smeltbad kan tot diep in de lasnaad worden aangebracht waardoor een goede doorlassing kan ontstaan.

Voordelen van laserlassen
Laserlassen is een lasproces dat afwijkt van andere lasprocessen. Daardoor heeft dit lasproces een aantal unieke eigenschappen. Dit zorgt er voor dat laserlassen voor bepaalde lasverbindingen wel geschikt is en voor andere lasverbindingen een minder voor de hand liggende keuze is. Kortom het lasproces heeft een aantal voordelen en een aantal nadelen. Laten we beginnen met de voordelen van lasserlassen:

  • Laserlassen is een lasproces dat zeer geschikt is voor lasrobots en het lassen van grote series.
  • Doormiddel van laserlassen kunnen uiteenlopende materialen worden gelast. Dit kunnen geleidbare materialen zijn zoals metalen maar ook kunststoffen en andere materialen die wel gesmolten kunnen worden maar niet-geleidend zijn.
  • Er kan een zeer smalle lasverbinding worden gemaakt
  • De lasverbinding is zeer stevig
  • De warmte-inbreng is laag en kort. Daardoor is de warmte-beïnvloede zone erg klein. Dit zorgt er ook voor dat er minder spanning in de plaat of het materiaal wordt gebracht. Er treed weinig vervorming op na het lassen.
  • Laserlassen is een lasproces dat heel geschikt is voor dun plaatmateriaal.
  • De lassnelheid van laserlassen is hoog.
  • Men kan de laser gebruiken voor snijden en lassen. Hierdoor kan men meerdere processen met dezelfde machine worden uitgevoerd.
  • Het afwerkingsniveau van een laserlas is hoogwaardig.

Nadelen van laserlassen
Alle bewerkingsprocessen hebben voordelen en nadelen. Dat is ook het geval bij lasprocessen. Laserlassen heeft ook een aantal nadelen ten opzichte van andere lasprocessen. De nadelen van dit lasproces zijn:

  • De CNC-laserlasmachine heeft een hoge aanschafwaarde.
  • Het lasproces kan alleen worden uitgevoerd als er praktisch geen spleet tussen de te lassen materialen aanwezig is.
  • Men dient zich tijdens het laserlassen goed te beschermen tegen de straling die tijdens dit lasproces vrij komt. Tussen de tachtig en negentig procent van de straling reflecteert op het lasoppervlak dat wordt gelast.
  • Ten opzichte van handmatig lassen zijn de opstartkosten hoog. De CNC-laserlasrobot moet namelijk geprogrammeerd worden. Ook dient men een lasmal te gebruiken om de ruimte tussen de materiaaldelen zoveel mogelijk te beperken. Door deze opstartkosten en voorbereiding is het laserlassen voornamelijk geschikt voor het lassen van grotere series.

Wat is een fitting tussen pijpen?

Een fitting is een uitneembare verbinding tussen twee onderdelen door bijvoorbeeld gebruik te maken van schroefdraad. Een fitting is een ruim begrip dat onder andere in de elektrotechniek wordt gebruikt voor het bevestigen van een lamp. Het gedeelte waar de lampvoet in bevestigd wordt is de fitting. Het woord ‘fitting’ wordt echter ook gebruikt in de onderhoudstechniek, installatietechniek en leidingbouw. In dat geval gebruikt men het wordt fitting als verbinding tussen pijpen. Daarom noemt men die verbindingen ook wel pijpfittingen. Iemand die pijpfittingen aanbrengt wordt ook wel een pijpfitter genoemd. Voordat men weet wat een pijpfitting precies is moet men weten wat een pijp is. Hierover gaat de volgende alinea.

Wat is een pijp?
Men gebruikt in de praktijk regelmatig de termen buis en pijp regelmatig door elkaar. Er is echter een wezenlijk verschil tussen een pijp en buis. Dit heeft te maken met de maatvoering. De maat van een pijp wordt aangegeven op basis van de binnendiameter, met andere woorden een pijp is aan de binnenzijde getolereerd (DN).

Over het algemeen geeft men de maatvoering van pijp aan in inches. De buitenkant van pijp ruw en de wanddikte en de rondheid kunnen in geringe mate afwijkingen vertonen.

Bekende soorten pijp zijn gaspijp, stoompijp en vlampijp. Veel pijpen en fittingen worden met elkaar verbonden doormiddel van smeltlasverbindingen. Daarnaast kan men ook gebruik maken van schroefdraadverbindingen. Dit gebeurd met pijpen met diameters tot 3 inch. Naast schroefdraadverbindingen kan men ook flensverbindingen gebruiken voor pijpstukken.

Wat is een buis?
Op pijp kan men tot een bepaalde diameter schroefdraad snijden. Daarvoor is een buis echter niet geschikt. Een buis heeft een veel geringere wanddikte dan pijp. Buizen worden op een andere manier aan elkaar verbonden. Hierbij maakt men gebruik van zogenoemde buisfittingen. Deze fittingen schuift men over de buizen heen. Vervolgens kan men een knelverbinding maken met een apparaat maar er zijn ook persfittingen. De kwaliteit van de verbinding is voor een groot deel afhankelijk van de wand. De wand van een buis ziet er anders uit dan de wand van een pijp. Een buis is ook aan de buitenkant glad en precies rond. De wanddikte van de buis is, zoals eerder benoemd, ook geringer dan een pijp.

De maat van een buis wordt op basis van een buitendiameter aangegeven. Dit wordt in Nederland in mm aangeduid. Men zegt ook wel dat een buis aan de buitenzijde is getolereerd.

Wat is een pijpfitting?
Een pijpfitting is een verbinding tussen twee pijpen. Deze verbinding is uitneembaar maar men treft wel speciale voorzieningen die er voor zorgen dat de pijpfitting niet uiteen kan gaan door de vloeistoffen of het gas die er door getransporteerd worden. Een pijpfitting wordt door een pijpfitter aangebracht. Dit kan een loodgieter of cv-monteur zijn. De schroefdraad kan indien gewenst op de buizen of pijpen worden gesneden door een schroefdraadsnijder. Om er voor te zorgen dat de pijpen niet uit elkaar kunnen raken en geheel waterdicht zijn maakt men gebruik van teflon tape, hennep of fitterskit. Deze afdichtmaterialen worden over het schroefdraad heen aangebracht, vervolgens wordt het andere deel van de leiding (sok, bocht of T-stuk) over het schroefdraad met het afdichtmiddel heen gedraaid. Zo ontstaat, als het goed is, een waterdichte verbinding tussen twee leidingdelen.

Naast fittingen die gebaseerd zijn op schroefdraad zijn er ook fittingen die tot stand komen door zogenoemde persverbindingen. Hierbij worden de leidingen doormiddel van een speciaal persapparaat aan elkaar geperst. Als men persverbindingen aanbrengt vervormt men de pijp meestal permanent. Het materiaal dat men voor de pijp gebruikt moet dus vervormbaar zijn. Het ene deel wordt bijvoorbeeld in het andere deel geschoven om vervolgens de leidingen aan elkaar te persen met een speciaal daarvoor ontworpen apparaat.

Fitten of lassen
Men gebruikt vaak naast het woord fitter ook het woord lasser. Deze twee beroepen komen allebei in de installatietechniek en leidingbouw voor. Over het algemeen wordt in dit verband met een fitter iemand bedoelt die de leidingen aan elkaar koppelt met een fitting. Ook kan een fitter de leidingen met een kleine hechtlas aan elkaar verbinden. In dat geval volgt een lasser die de leiding aflast zodat er een permanente lasverbinding ontstaat. Een lasverbinding is in beginsel niet uitneembaar en moet daarom door een specialistische lasser worden aangebracht.

Lasverbindingen in de installatietechniek worden doormiddel van het autogeen of TIG lasproces aangebracht. In de procesindustrie zoals de zuivelindustrie maakt men veel gebruik van roestvaststalen leidingen. Deze leidingen worden doormiddel van het TIG lasproces aangebracht. In de zuivel worden zeer hoge eisen gesteld aan de binnenkant van de leidingen. De lassen moeten door de zuivellasser zo worden aangebracht dan de binnenkant goed uitvloeit zodat er geen bacteriën achter de lasnaad kunnen achterblijven.

Er zijn verschillende technieken zoals het wikken (ook wel walking the cup genoemd) om deze lasverbindingen te realiseren. De meeste lasverbindingen in de zuivel moeten conform een bepaalde lasmethodekwalificatie (LMK) worden aangebracht. Een lasser dient dan een lascertificaat te behalen waarin is aangegeven dat hij of zij een dergelijke las met een specifiek lasproces in een bepaalde positie (meestal G6 of HL-45) mag aanbrengen.

Koppel fitter en lasser
Lassers die over een dergelijk lascertificaat beschikken worden in de praktijk meestal alleen als lassers ingezet en niet als fitter. Over het algemeen maakt men een ‘koppel’ van een fitter en een lasser. De fitter gaat voor de lasser uit om de leidingen in te meten en de tijdelijke hechtlas aan te leggen. De lasser maakt het leidingwerk vervolgens met hoogwaardige lasverbindingen af. Op die manier werkt men samen aan een professionele leiding en wordt iedereen in zijn of haar vakdiscipline ingezet. Men kijkt bij het fitten en lassen vaak naar de wanddikte van de pijp. Om die reden geeft een leidinglasser vaak aan dat hij of zij ervaring heeft met dikwandige (stoompijp) of dunwandige leidingen.

Wat is een wikker en wat doet een wikker (TIG-lasser)?

Het woord ‘wikker’ is een aanduiding voor bepaalde lassers die meestal werkzaam zijn in de zuivelindustrie en voedingsmiddelen industrie. Wikker is afgeleid van wikken. Het wikken is een lastechniek die kan worden toegepast met het TIG lasproces. In het Engels wordt wikken ook wel walking the cup genoemd. Met deze aanduiding wordt duidelijk dat men op een bepaalde manier met de lastoorts beweegt om een las tot stand te brengen.

Wat doet een wikker?
Tijdens het wikken maakt de lasser met de lastoorts 8 vormige bewegingen over de lasnaad heen. Daarbij draait de lastoorts in een continue proces over het smeltbad heen. Er wordt tijdens het wikken een extra slag gemaakt over het smeltbad omdat de toorts iets teruggedraaid wordt. Daardoor blijft het smeltbad langer vloeibaar. Dit heeft tot gevolg dat de las beter uitvloeit aan de bovenkant maar ook aan de onderkant. Als men zowel aan de bovenkant als aan de onderkant voldoende backinggas aanbrengt op het lasproces dan vloeit de las mooi uit en wordt een hoogwaardige lasverbinding tot stand gebracht.

Is een wikker een zuivellasser?
De hoogwaardige lasverbinding die in de vorige alinea is benoemt is van belang voor de zuivelindustrie. In deze industrie moet men onder strenge hygiënische normen werken. De leidingen die worden gebruikt voor het transporteren van zuivel mogen geen oneffenheden of gaten bevatten omdat daar voedingsresten achter kunnen blijven die vervolgens kunnen gaan rotten. De ontwikkeling van bacteriën moet worden voorkomen in leidingen.

Daarom moeten de lasverbindingen goed vloeien aan de binnenkant. Wikkers gebruiken daarvoor een speciale techniek. Deze techniek hoeft echter niet beslist te worden toegepast om tot een goede zuivellas te komen. Een wikker zou aan de slag kunnen in de zuivelindustrie maar dat hoeft niet. Daarom is niet elke zuivellasser een wikker en wordt niet elke las in de zuivel doormiddel van wikken aangebracht.

Wat doet een zuivellasser?

Zuivellasser is een benaming die soms wordt gebruikt voor lassers die in de zuivelindustrie werken. Niet iedereen gebruikt de benaming ‘zuivellasser’ voor lassers die in deze industrie werkzaam zijn. Desondanks is het belangrijk om wel te weten wat men onder een zuivellasser verstaat wanneer men het over dit beroep of deze functie heeft. Pas wanneer men weet wat er van een zuivellasser verwacht wordt kan men een duidelijk functieprofiel voor dit beroep opstellen en kan men aan de hand daarvan sollicitanten selecteren die in aanmerking willen komen voor dit beroep.

Wat zijn zuivellassen

Voordat men een duidelijk beeld kan krijgen over het beroep zuivellasser zal men eerst een beeld moeten krijgen van zuivellassen. Men kan namelijk verwachten dat het maken van zogenoemde ‘zuivellassen’  tot de kerntaken zal behoren van de zuivellasser. In de zuivelindustrie produceert men zuivelproducten.  Dit zijn voedingsmiddelen die gefabriceerd worden van koeienmelk.

Omdat zuivelproducten tot de voedingsmiddelen van mensen behoren zijn de eisen die aan deze producten worden gesteld zeer streng. De voedselveiligheid is van groot belang. Daarom doet men er alles aan om zuivelproducten veilig te produceren.  Dit gebeurt in zuivelfabrieken. In deze fabrieken zijn veel leidingen aangebracht waardoor vloeibare zuivelproducten heen worden gepompt.  Deze zuivelleidingen zijn gemaakt van een corrosievast materiaal, zoals roestvaststaal (RVS). De zuivelleidingen worden op verschillende manieren aan elkaar verbonden. Dit verbinden noemt men ook wel fitten. Een uitneembare verbinding tussen leidingen kan tot stand worden gebracht doir gebruik te maken van zogenaamde zuivelkoppelingen. Een onuitneembare verbinding tussen zuivelleidingen komt tot stand doormiddel van een lasverbinding. Aan deze lasverbinding worden hoge eisen gesteld. De las moet geheel waterdicht en luchtdicht zijn. Daarnaast moet de las gelijkmatig zijn en aan de binnenkant van de leiding goed vloeien zodat er geen opstaande rand ontstaat en geen gaatjes.  Achter een opstaande rand kunnen zich namelijk bacteriën hechten. Daardoor zou de zuivelleiding vervuild kunnen worden waardoor de voedselveiligheid in het geding kan komen.

Hoe komt een zuivellas tot stand?

Een zuivellas wordt doormiddel van het TIG proces tot stand worden gebracht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een elektrische boog waarmee de laskanten van de leidingen onder hoge temperatuur tot smelten worden gebracht. De zuivellasser kan gebruik maken van lastoevoegmateriaal wat hij in het smeltband van het lasproces kan aanbrengen. Een ervaren zuivellasser kan echter ook zonder lastoevoegmateriaal zogenoemde vloeilassen aanbrengen. Dit zijn zeer smalle ondiepe lasverbindingen die eigenlijk alleen geschikt zijn voor dunwandige zuivelleidingen.

TIG lassen wordt gedaan met een inert beschermgas. Dit gas zorgt er voor dat het smeltbad is beschermd en de las niet wordt vervuild. Een zuivellas wordt meestal tussen zuivelleidingen aangebracht. Daarnaast kunnen ook bochten en T-stukken doormiddel van een zuivellas aan een zuivelleiding worden verbonden. Verder kan men zuivelkoppelingen vastlassen aan de uiteinden van zuivelleidingen. Hierdoor kan de zuivelleiding aan een andere zuivelleiding met zuivelkoppeling worden gefit. Een zuivellas wordt soms met een camera aan de binnenkant gecontroleerd om na te gaan of de doorlas van acceptabel niveau is om de leiding voor de zuivelindustrie te gebruiken. Het werk van een zuivellasser kan zo worden gecontroleerd.

Hoe wordt je een gecertificeerde zuivellasser

Een zuivellasser brengt de hiervoor genoemde lassen aan in zuivelleidingen. Daarvoor kan een lascertificaat vereist zijn. Dit lascertificaat is persoonsgebonden.  Op een lascertificaat is aangeven voor welk lasproces de lasser gecertificeerd is en onder welke positie hij of zij de las heeft aangebracht tijdens de lasproef. De lasproef wordt gedaan onder toezicht van een onafhankelijke getuige. Nadat de las conform de lasmethode is aangebracht wordt het werkstuk gecontroleerd in een testlaboratorium. Daar wordt de las meestal aan een aantal testen onderworpen. Deze testen kunnen bestaan uit een Niet Destructief Onderzoek, zoals röntgenfoto’s en geluidsgolven maar Destructief Onderzoek komt ook voor zoals zaagsnedes en trekproeven. Bij Destructief Onderzoek wordt de lasverbinding tijdens het onderzoek vernietigd en bij Niet Destructief Onderzoek niet. Als de testen succesvol zijn verlopen wordt een rapport opgemaakt. Dit rapport is de basis voor het lascertificaat. Zodra de lasser dit certificaat in handen heeft is hij of zij een gecertificeerde lasser.

Werkzaamheden van een zuivellasser

Het aanbrengen van een zogenaamde zuivellas is slechts een aspect van de werkzaamheden van een zuivellasser. Een zuivellasser doet zijn werk in de praktijk vaak onder wisselende omstandigheden.  Zo kunnen de zuivelleidingen ‘in het werk’ worden gelast, dit wordt ook wel ‘in positie lassen’ genoemd. Dit is complex werk omdat zuivelleidingen op verschillende plekken in een zuivelfabriek kunnen zijn aangebracht.  Daardoor zal de zuivellasser ook vaak in moeilijke hoeken zijn lassen aan moeten brengen. Bovendien moeten die lassen ook van hoogwaardige kwaliteit zijn. Een zuivellasser moet dus in alle omstandigheden kwaliteit leveren.

Eenvoudiger wordt het wanneer de lasser zijn zuivellas prefab kan aanbrengen aan bijvoorbeeld een werkbank. Bij het maken van prefab lassen kan de lasser zijn laspositie zelf bepalen en daardoor wordt het werk eenvoudiger en is het bovendien makkelijjer om aan de gewenste kwaliteit te voldoen. Vaak moet een zuivellasser zelf ook de laskanten bewerken van de zuivelleidingen zodat de las er goed in aangebracht kan worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met de vooropening. Dit is de plaats in de lasnaad waar de lasser begint met lassen. Een zuivellasser werkt in de praktijk vaak samen met een fitter. De fitter meet de leidingen in en legt indien nodig een hechtlas. De zuivellasser gaat achter de fitter aan om het werk oo zuivelniveau af te lassen. Sommige zuivellassers kunnen ook fitten maar die combinatie is zeldzaam.

Wat is een zuivellas in de zuivelindustrie?

De termen zuivellas en zuivellasser hoor je soms in de zuivelindustrie en de werktuigbouwkunde. Hoewel deze termen regelmatig worden benoemd kan men niet zeggen dat ze tot een officieel vakjargon behoren. Het zijn meer termen die door de jaren heen zijn ontstaan. Hieronder zijn de termen zuivelindustrie en zuivellas nader omschreven. In een andere tekst op deze website is een duidelijke omschrijving gegeven van het beroep ‘zuivellasser’.

Wat is de zuivelindustrie

Zuivelproducten behoren tot de voedingsmiddelenindustrie. Deze industie is opgedeeld in verschillende segmenten of sectoren. De zuivelindustrie is slechts een van deze sectoren. In de zuivelindustrie worden voornamelijk voedingsmiddelen gemaakt van (koeien)melk. Daaraan zijn strenge eisen verbonden.  De voedselveiligheid is in Nederland een belangrijk aspect van de bedrijfsvoering in de voedingsmiddelenindustrie.  Dit houdt in dat er alles aan gedaan moet worden om de kwaliteit en veiligheid van voedsel te waarborgen. Zuivelfabrieken worden onder strenge eisen gebouwd en in gebruik genomen.  Alle instrumenten,  installaties en werktuigen binnen de zuivelindustrie moeten streng gecontroleerd worden. Pas dan kan men veilig voedsel produceren. In de zuivelindustrie produceert men niet alleen melk. Ook andere producten zoals kaas, yoghurt en vla worden in de zuivelindustrie geproduceerd.

Wat is een zuivellas?

Een zuivellas bestaat eigenlijk niet in de letterlijke zin. Zuivelproducten kan men niet lassen. Wel zijn in de zuivelindustrie veel leidingen geplaatst in fabrieken waar zuivelproducten in vloeibare vorm doorheen stromen zoals bijvoorbeeld melk. De leidingen moeten goed schoongemaakt en schoon gehouden kunnen worden om de groei van schadelijke bacteriën en schimmels tegen te gaan. Daarom worden in de zuivel speciale zuivelkoppelingen gebruikt om zuivelleidingen aan elkaar te verbinden. Verbindingen doormiddel van een zuivelkoppeling zijn uitneembaar. Soms is het vereist dat er een onuitneembare verbinding wordt gemaakt zoals een lasverbinding. Deze lasverbindingen worden meestal tussen twee roestvaststalen leidingen gemaakt. Deze roestvaststalen (RVS) leidingen kunnen een verschillende diameter en wanddikte hebben. Meestal is de wanddikte van deze leidingen slechts een paar millimeter.

Zuivelleidingen worden meestal doormiddel van het TIG lasproces aan elkaar gelast. Bij TIG lassen gebruikt men een inert gas waardoor het smeltbad goed beschermd is tegen schadelijke invloeden van de omringende lucht. Niet alleen het smeltbad moet goed beschermd zijn. Ook de las moet aan de binnenkant goed vloeien. Er moet sprake zijn van een goede doorlas. Er mag aan de binnenkant van de leiding geen opstaande lasnaad aanwezig zijn en er mogen ook geen gaten of andere oneffenheden in de las aanwezig zijn om dat daar bacteriën kunnen ontstaan. Een zuivellas is dus in feite een TIG las die op een dusdanig niveau is aangebracht dat deze in de zuivelindustrie gebruikt mag worden in een zuivelinstallatie. Vaak moet men voor het aanbrengen van een zuivellas van te voren kunnen aantonen dat men over een voldoende lasniveau beschikt. Men moet dus een gekwalificeerde lasservzijn. Deze lassers dienen over het algemeen een lascertificaat te hebben.

Lascertificaat in de zuivelindustrie

Op het lascertificaat staat aangegeven welk materiaal de lasser mag lassen. Dit is niet alleen de staalsoort,  ook de plaatdikte is aangegeven. Ook het lasproces is genoteerd op het lascertificaat evenals het gebruikte beschermgas en het toevoegmateriaal. De laspositie is conform Europese Norm meestal HL45. Dat staat voor een hoeklas van een pijp of buis onder 45 graden. Een lasser krijgt pas een lascertificaat wanneer hij of zij de voorgeschreven las zelfstandig in ern proefstuk heeft aangebracht onder toezicht van een zogenoemde ‘getuige’, De las wordt vervolgens ook nog gecontroleerd door bijvoorbeeld een röntgenfoto.  Daarom worden zuivellassen ook wel fotolassen genoemd of lassen op fotoniveau.