Indeling soorten elektrische spanning

Elektrische spanning wordt uitgedrukt in de grootheid Volt (V). Wanneer elektrisch geladen deeltjes ongelijk over twee polen verdeeld zijn en willen bewegen, is er sprake van spanning. Er zijn vier verschillende soorten spanning. Deze verschillende soorten spanning zijn ingedeeld in het aantal Volt. Door deze indeling en benaming wordt inzichtelijk met wat voor type elektrische installatie een elektromonteur werkt.

  • Zeer lage spanning
    Dit zijn elektrische spanningen van 12V tot 24V.
  • Laagspanning
    De categorie laagspanning wordt opgedeeld in twee groepen:
    –             Wisselspanning tot 1000V en
    –             Gelijkspanning tot 1500V.
  • Middenspanning
    Dit zijn elektrische spanningen van 1.000V tot 50.000V.
  • Hoogspanning
    Hieronder vallen elektrische spanningen van 50.000V tot meer dan 380.000V.

Verschil tussen gelijkspanning en wisselspanning
Elektrische spanning wordt ook wel ingedeeld in wisselspanning en gelijkspanning. We leggen het verschil tussen deze twee begrippen kort uit. Bij wisselspanning wisselt de richting van elektronen vandaar de benaming wisselspanning. Als iemand een elektrische schok krijgt van een elektrische installatie met wisselspanning dan veroorzaakt dat een forse stoot, maar de persoon blijft niet vastzitten aan het gedeelte van de elektrische installatie die onder spanning staat.

In een elektrische installatie met gelijkspanning stromen de elektronen steeds in dezelfde richting. Als men een stroomschok krijgt van gelijkspanning dan veroorzaakt dat spierkramp. De persoon blijft na de schok vaak verkrampt vastzitten aan de elektrische installatie. Gelijkspanning veroorzaakt bij kortsluiting grotere vlambogen dan wisselspanning. Als men het heeft over veilig werken met elektriciteit moet men de verschillen in risico’s tussen gelijkspanning en wisselspanning goed weten.

Veilige spanning
Werken met veilige spanning is ook mogelijk in de elektrotechniek. Men heeft het over veilige spanning omdat er bij een bepaalde spanning geen gevaar is voor de veiligheid en gezondheid van de werknemer. Veilige spanning is:

  • Wisselspanning met maximaal 50 V(olt)
  • Gelijkspanning met maximaal 120 V(olt)

In vochtige, nauwe ruimten is men verplicht om veilige spanning toe te passen in elektrische installaties. Daarnaast wordt in speciale instellingen zoals in zwembaden en ziekenhuizen gewerkt met een zeer lage spanning: 12 V(olt).

Werken aan elektrische installaties
Het werk van een elektromonteur brengt gevaren met zich mee. Het bekendste gevaar is een elektrische schok die in een alinea hierboven al even is benoemd. Om te voorkomen dat men een elektrische schok krijgt zal men de spanning van een elektrische installatie moeten uitschakelen. Het werk aan elektrische installaties is overigens het werk van specialisten alleen bevoegde elektromonteurs die een gedegen opleiding hebben gehad mogen aan een elektrische installatie werken. In de NEN 3140 wordt een indeling gegeven op basis van de bevoegdheid van elektromonteurs. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een:

  • Voldoende Onderricht Persoon (VOP) die onder toezicht van een VP nauwkeurig omschreven werkzaamheden mag uitvoeren aan elektrische installaties.
  • Vakbekwaam persoon (VP) mag zelfstandig aan elektrische installaties werken.
  • Installatieverantwoordelijke (IV)
  • Werkverantwoordelijke (WV).

De hierboven genoemde personen mogen in meer en mindere mate zelfstandig aan elektrische installaties werken. Daarvoor krijgen deze personen een schriftelijke aanwijzing van hun leidinggevenden. Personen die geen of onvoldoende elektrotechnische kennis hebben worden ook wel een ‘leek’ genoemd. Een leek mag niet of nauwelijks aan elektrische installaties werken. Een Leek geen aanwijzing en is iemand anders dan een Vakbekwaam Persoon of Voldoende Onderricht Persoon. Een leek kan bijvoorbeeld elektrische bedrading verwijderen bij de sloop van een gebouw. Uiteraard dient deze bedrading dan niet onder spanning te staan.

Veilig werken met een vorkheftruck

Een vorkheftruck is een combinatie van een hefmiddel en transportmiddel en wordt voortbewogen doormiddel van een elektromotor of een verbrandingsmotor. Vorkheftrucks worden in veel logistieke bedrijven gebruikt maar ook in andere bedrijven die magazijnen bevatten. Een vorkheftruck bevat twee lange lepels die uitermate geschikt zijn voor het vervoeren van goederen die op pallets staan. Deze twee lepels zorgen voor een gevorkte vorm waar de vorkheftruck haar naam aan dankt. In magazijnen worden vaak elektrisch aangedreven vorkheftrucks gebruikt. Buiten gebruikt men vaak grotere vorkheftrucks die voorzien zijn van een verbrandingsmotor en lasten kunnen tillen tot een gewicht van tien ton.

Gevaren bij het werken met vorkheftrucks
Heftrucks worden veel gebruikt maar dat zorgt er niet voor dat het eenvoudig is om deze transportvoertuigen te besturen. In een magazijn kunnen allemaal risicovolle factoren aanwezig zijn waardoor het werken met een vorkheftruck gevaren met zich meebrengt. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een bedrijf de risico’s van het bedrijf moeten benoemen en daarbij moeten aangeven hoe de risico’s bestreden kunnen worden in een plan van aanpak. In de Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een bedrijf ook de risico’s moeten beschrijven omtrent de interne transportmiddelen zoals heftrucks. We noemen een aantal veelvoorkomende gevaren en ongelukken die te maken hebben met het verkeerd gebruiken van vorkheftrucks:

  • Kantelen van het voertuig.
  • Vallen of kantelen van de lading.
  • Aanrijden van personen en constructies.
  • Schade aan heftruck en goederen door roekeloos gebruik.
  • Inademen van uitlaatgassen van de dieselmotor bij het werken in een afgesloten ruimte.

Een belangrijk deel van de risico’s kan worden voorkomen door het in acht nemen van veiligheidsaspecten zoals voldoende kennis over het veilig werken met heftrucks en de technische specificaties van de heftruck. Deze twee onderwerpen zijn in de volgende alinea’s beschreven.

Heftruck certificaat
Er zijn een aantal algemene veiligheidsrichtlijnen voor het werken met een vorkheftruck. De bestuurder moet bijvoorbeeld minimaal 18 jaar zijn.
Vanaf 16 jaar mag iemand wel op een heftruck rijden als jde persoon daarvoor deskundig is opgeleid en onder toezicht staat van een verantwoordelijke persoon zoals een leidinggevende.

Het is belangrijk dat de bestuurder van de heftruck voldoende ervaring heeft en op de hoogte is van de bediening van de heftruck. Doormiddel van het behalen van een heftruckcertificaat of certificaat veilig werken met een vorkheftruck kan een (aankomend) bestuurder van een heftruck de belangrijkste (veiligheids-) richtlijnen en instructies leren die nodig zijn voor het dagelijks werken met vorkheftrucks. Een heftruckcertificaat zou men kunnen beschouwen als een soort rijbewijs voor heftrucks. Veel bedrijven stellen een heftruckcertificaat verplicht als een werknemer tijdens de werkzaamheden gebruik moet maken van een heftruck.

Een cursus voor een heftruckcertificaat wordt door een erkend opleidingsinstituut gehouden. Deelnemers moeten de heftruckcursus afronden met een examen. Bij het succesvol afronden van het examen ontvangt de deelnemer het heftruckcertificaat. Met het heftruckcertificaat kan de heftruckchauffeur aantonen dat hij of zij over de basisvaardigheden beschikt om veilig een heftruck te kunnen besturen. Uiteraard dient de heftruckchauffeur hetgeen hij of zij geleerd heeft in de heftruckcursus ook toe te passen in de praktijk. Alleen een heftruckcertificaat biedt geen garantie voor veilig werken de houding, motivatie en concentratie van de heftruckchauffeur is zeer belangrijk voor de veiligheid op de werkvloer.

Werklastdiagram vorkheftruck
Ook zal de bestuurder op de hoogte moeten zijn van de technische specificaties van de heftruck en moeten weten wat de maximale last is die een heftruck kan heffen en verplaatsen. Veel informatie kan de heftruckchauffeur vinden op de typeplaat van de heftruck en de werklastdiagram. De werklastdiagram maakt voor de heftruckchauffeur inzichtelijk of een bepaalde last veilig en verantwoord door de heftruck kan worden opgetild en vervoerd. Op de werklastdiagram staat naast het maximale hefvermogen ook de maximale hefhoogte aangegeven. Daarnaast geeft de werklastdiagram informatie over de stabiliteit van de vorkheftruck.

Veiligheidsrichtlijnen voor werken met een vorkheftruck
Hiervoor zijn een aantal belangrijke aspecten benoemd met betrekking tot het veilig werken met een vorkheftruck. Er zijn echter ook nog een heleboel regels als het gaat om veilig werken met vorkheftrucks. We noemen een aantal belangrijke:

  1. Iedere dag moet voor de start van de werkzaamheden met de heftruck zal de heftruck aan de hand van een checklist moeten worden gecontroleerd. Als de heftruck in technisch goede staat is en veilig is kan men deze gebruiken.
  2. Heftrucks moeten voorzien zijn van een claxon voor het geven van een waarschuwingsgeluid. Ook dient de heftruck voorzien te zijn van een uitneembare sleutel zodat niet iedereen de heftruck kan gebruiken. De plaats van de bestuurder dient beschermd te zijn door een stevige kooi en daarnaast moet de bestuurder gebruik maken van een veiligheidsgordel.
  3. Zorg dat je de veiligheidsregels opvolgt. Kijk ook naar de waarschuwingsborden en afgezette zones. Rijd langzaam met de heftruck door paden waarop personeel zich te voet verplaatst.
  4. Een heftruck is bestemd voor 1 persoon en meerijden van andere personen is niet toegestaan tenzij er een extra stoel is aangebracht op de heftruck.
  5. Met de heftruck mag men niet hijsen tenzij er een speciale hijsvoorziening is gemonteerd op de heftruck.
  6. Er mogen geen personen worden opgehesen met de heftruck. Het staan op de lepels van een heftruck is verboden. Ook wanneer personen op een pallet gaan zitten mogen ze beslist niet met een heftruck worden verplaatst. Het naar boven hijsen van personen mag alleen met een goedgekeurde werkbak.
  7. Een heftruck moet onbelast geparkeerd worden. De moet op de vloer liggen en de mast van de heftruck moet iets voorover hellen.
  8. Zorg er voor dat de opgetilde lasten niet op mensen kunnen vallen. Daarom moet de last niet boven mensen worden getild en getransporteerd.
  9. Snel optrekken en abrupt remmen moet worden vermeden.
  10. Rijd zoveel mogelijk in rechte lijnen en verander niet plotseling van richting met of zonder lading.
  11. In het geval een heling moet worden opgereden met een heftruck dan moet deze heling altijd opwaarts vooruit gereden worden. Bij het naar beneden rijden van een helling moet men achteruit rijden. Dan bevind de last zich dus aan de achterzijde van de heftruck om kantelen van de last te voorkomen.
  12. Het is verboden mobiel te bellen, sms-en en te app-en terwijl men rijd met de heftruck.
  13. Zorg dat je voldoende zicht hebt tijdens het heftruckrijden. Als de last het zicht belemmerd moet men niet vooruit rijden maar juist achteruit om voldoende zicht te blijven houden.
  14. Als een last bestaat uit opgestapelde objecten of materialen dan moeten deze in een stevig verband zijn opgestapeld.
  15. Het contragewicht aan de achterkant van de heftruck mag niet verzwaard worden.

Wat is een bedrijfsnoodplan?

Een bedrijfsnoodplan wordt ook wel een calamiteitenplan genoemd en is een beschrijving van de maatregelen en voorzieningen die een bedrijf heeft getroffen om zich voor te breiden op calamiteiten en noodsituaties. Doormiddel van een bedrijfsnoodplan wordt inzichtelijk gemaakt hoe een bedrijf zal omgaan met noodsituaties. In dit plan worden de afspraken, procedures en organisatiestructuren weergegeven die van belang zijn wanneer er sprake is van een noodsituatie. Het bedrijfsnoodplan maakt inzichtelijk wie welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft en maakt duidelijk hoe de afstemming met is met hulpdiensten en andere organisaties.

Is een bedrijfsnoodplan verplicht?
Het antwoord op bovenstaande vraag is ‘ja’. Elk bedrijf is in Nederland verplicht om een bedrijfsnoodplan te hebben. Dit is vastgelegd in Artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet. Het doel van bedrijfsnoodplan is om de gevolgen van een noodgeval of calamiteit te bestrijden of te verminderen. Leidinggevenden in een organisatie zullen de inhoud van het bedrijfsnoodplan moeten kennen en moeten weten wat hun verantwoordelijkheden en verplichtingen zijn voor het geval er zich een noodsituatie voordoet.

Ook uitvoerende of operationele medewerkers moeten een bedrijfsnoodplan ontvangen voordat ze een bedrijfsterrein gaan betreden. Deze verplichting is ook van toepassing op tijdelijke krachten zoals uitzendkrachten en gedetacheerd personeel. Door deze verplichte verstrekking van het bedrijfsnoodplan zal elke persoon die een bepaald werkterrein of gebouw betreedt op de hoogte zijn van de acties die moeten worden ondernomen als er een calamiteit of noodsituatie is ontstaan. Het is echter niet overzichtelijk en effectief om iedere werknemer en leidinggevende een dik boek met allemaal regels en verplichtingen te verstrekken.

In plaats daarvan maken bedrijven gebruik van overzichtelijke folders en kleine boekjes waarin met behulp van foto’s is aangegeven welke zaken van belang zijn als er noodsituaties zijn ontstaan. Naast deze overzichtelijke documenten worden vaak borden gebruikt met daarop duidelijke richtlijnen en aanwijzingen waar men heen moet gaan als er een calamiteit heeft plaatsgevonden en waar men dan rekening mee moet houden.

Onderdelen bedrijfsnoodplan
Een bedrijfsnoodplan bestaat uit een aantal onderdelen. De inhoud van een bedrijfsnoodplan kan verschillen tussen organisaties en zal in grote mate worden beïnvloed door de aard van de risico’s en de omvang van het gebouw of werkterrein. Het plan moet in ieder geval de volgende onderdelen bevatten:

Doelstellingen
In dit deel zijn het type noodgevallen en calamiteiten beschreven waar het bedrijfsnoodplan op is gericht. Daarbij wordt een omschrijving gegeven en zijn de scenario’s benoemd en de mogelijke omvang en effecten. Ook de aanwezigheid van schadelijke en gevaarlijke stoffen wordt hierbij benoemd. Ook is aangegeven waar de relevante informatie gevonden kan worden. De doelstellingen dienen zo geformuleerd te zijn dat het bedrijfsnoodplan in de praktijk toepasbaar is, ook tijdens oefeningen.

Organisatiestructuur
In het bedrijfsnoodplan moet een duidelijke structuur worden benoemd waarmee inzichtelijk wordt gemaakt welke rol het personeel heeft dat binnen het bedrijf werkzaam is. Ook de verantwoordelijkheden dienen duidelijk te worden benoemd evenals de bevoegdheden van bepaalde personen zoals bedrijfshulpverleners (BHV-ers) en leidinggevenden. Verder dient duidelijk inzichtelijk te worden gemaakt hoe de afstemming plaatsvind met de gemeentelijke rampenbestrijdingsorganisatie.

Communicatie
Een bedrijfsnoodplan gaat voor een groot deel om communicatie, elk personeelslid, leidinggevende en specialist moet weten wat er van hem of haar wordt verwacht. In een communicatieplan wordt dit duidelijk. Het communicatieplan maakt de procedures inzichtelijk over hoe ambulancepersoneel, brandweer, overheidsdiensten, politie en andere relevante instanties opgevangen moeten worden door de organisatie wanneer de melding is gedaan. Kortom wie houdt op welke manier contact met deze verschillende partijen nadat ze op de werklocaties aanwezig zijn om bijstand te verlenen.

Instructieplan
In het instructieplan wordt duidelijk gemaakt wanneer de werknemers geïnstrueerd worden omtrent het calamiteitenplan. De werknemers dienen namelijk voor het betreden van het werkterrein of gebouw op de hoogte zijn van het bedrijfsnoodplan. Het moment van de instructie en de manier waarop de instructie omtrent het bedrijfsnoodplan plaatsvind is vastgelegd in het instructieplan.

Procedures
Een aantal specifieke procedures die moeten opgevolgd worden in het geval van een calamiteit moeten duidelijk zijn omschreven. Dit gaat om de waarschuwings- en alarmeringsprocedures. Dit deel van het bedrijfsnoodplan bevat informatie over:

  • Welke persoon, op welke manier en door welke verantwoordelijk intern gealarmeerd zal moeten worden.
  • Hoe intern gespecialiseerd personeel moet worden opgeroepen en door wie dat gedaan kan worden.
  • Welke perspoon of personen geautoriseerd om hulpdiensten te alarmeren. De alarmnummers moeten makkelijk vindbaar zijn.
  • Op welke plaats of plaatsen het personeel zich dient te verzamelen. Deze verzamelplekken dienen bij iedereen bekend te zijn.

Tekeningen
Een bedrijfsnoodplan bevat ook tekeningen. Dit kunnen tekeningen zijn van een werkterrein maar ook van een gebouw. In het laatste geval zal van elke laag van een gebouw in een tekening moeten worden aangegeven wat de vluchtwegen zijn, waar de blusmiddelen zijn geplaatst en waar de brandmelders zijn aangebracht.

Medische verzorging
Binnen het bedrijfsnoodplan dient ook aandacht te worden besteed aan hoe gewond personeel kan worden geholpen. Voor slachtoffers dienen ook veilige verzamelplaatsen aanwezig te zijn. De medische noodcentra en faciliteiten moeten bekend zijn.

Wat is SSVV of Stichting Samenwerken voor Veiligheid?

SSVV is een afkorting die staat voor Stichting Samenwerken voor Veiligheid en is een onafhankelijke organisatie die onder andere het VCA-systeem beheert. Binnen deze onafhankelijk stichting zijn alle partijen vertegenwoordigd die bij het VCA-systeem zijn betrokken. Dit zijn onder andere petrochemische bedrijven. Doormiddel van kennis en opleiding wil deze stichting de veiligheid op de werkvloer bevorderen. Veel ongelukken kunnen namelijk worden voorkomen door de veiligheidsrichtlijnen te kennen en daarnaar te handelen. Voor dit doeleinde heeft de SSVV een speciale opleidingsgids ontwikkeld, daarover kun je in de volgende alinea’s meer lezen.

SSVV Opleidingen Gids
Vanuit de SSVV wordt een zogenaamde SSVV Opleidingengids aangeboden. Deze opleidingsgids bevat zogenaamde SOG opleidingen waarbij de letters SOG staan voor SSVV Opleidingen Gids. De SSVV opleidingsgids is bedoelt om informatie te verstrekken aan opdrachtgevers en opdrachtnemers over risicovolle werkzaamheden, risicovolle arbeidsomstandigheden en werkomgevingen waar risico’s zich kunnen voordoen. Onder opdrachtgevers en opdrachtnemers vallen aannemers, onderaannemers, uitzendbureaus en detacheringsbureaus.

Daarnaast biedt de SSVV opleidingengids informatie aan gecertificeerde instellingen met betrekking tot de eisen waaraan de toetsing dient te voldoen. De SSVV opleidingengids maakt daarnaast duidelijk voor welke werkzaamheden en activiteiten in de petrochemische sector aanvullende opleidingen en examinering verplicht is. De examens zullen moeten worden afgelegd bij een SOG-examencentrum dit is een opleidingscentrum dat door de SSVV is erkend.

Verschillende VCA / VCU certificaten voor bedrijven en werknemers

VCA-certificering is bedoeld voor bedrijven die actief zijn in verschillende sector waar risicovolle werkzaamheden op de werkvloer worden verricht. Naast de werkzaamheden kunnen ook de werkomgeving en de arbeidsomstandigheden risico’s met zich meebrengen. Men kan hierbij denken aan bedrijven die actief zijn in de petrochemische sector, de industrie, bouw en elektrotechniek. In al deze sectoren worden verschillende werkzaamheden uitgevoerd. Het VCA is een algemeen veiligheidscertificaat dat voor meerdere sectoren wordt gebruikt. VCA is een afkorting die staat voor VGM Checklist Aannemers. Hierbij staat de afkorting VGM voor staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Deze drie aspecten krijgen aandacht als men een VCA certificaat wil behalen.

Verschillende VCA certificaten
Er zijn echter verschillende soorten VCA certificaten. Het soort VCA certificaat heeft te maken met de verantwoordelijkheid van de werknemer of leidinggevende op de werkplek. Zo is er voor leidinggevenden een VCA VOL. De afkorting VOL staat voor Veiligheid Operationeel Leidinggevende. 

Voor uitvoerende krachten is er een basis VCA of diploma basisveiligheid VCA. Ook voor uitzendondernemingen er een speciale VCA certificering genaamd VCU, omdat uitzendondernemingen als intermediair functioneren en geen direct toezicht hebben op de werkzaamheden van het uitzendpersoneel. Uitzendkrachten die werkzaam zijn voor uitzendbureaus dienen echter wel in het bezit te zijn van een VCA als de opdrachtgever of de inlener dat vereist. In de volgende alinea is meer informatie weergegeven over VCU en VIL VCU.

VCU en VIL VCU
VCU staat voor Veiligheids- en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties (en detacheringbureaus). Intercedenten dienen in bezit te zijn van een VIL VCU. De afkorting VIL VCU staat voor Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden / Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. In feite bestaat de afkorting VIL VCU dus uit twee afkortingen die we voor de duidelijkheid even in twee korte rijtjes hebben neergezet:

  • Veiligheid voor
  • Intercedenten en
  • Leidinggevenden

 

  • Veiligheid, gezondheid en milieu
  • Checklist
  • Uitzendorganisaties

Intercedenten, leidinggevenden en andere interne werknemers van uitzendorganisaties die VCU gecertificeerd zijn dienen in bezit te zijn van een VIL VCU certificaat.

Tot zover de VCA certificering voor werknemers en uitzendorganisaties. Voor reguliere bedrijven zijn er echter ook verschillende soorten VCA certificaten. Deze worden in de alinea hieronder benoemd onder het kopje VCA bedrijfscertificaten.

VCA bedrijfscertificaten
In totaal zijn er drie verschillende VCA bedrijfscertificaten die door bedrijven in de techniek en de bouw kunnen worden behaald. Dit zijn dus bedrijfsgebonden VCA certificaten. We noemen ze hieronder:

  • VCA*
    Dit certificaat bevat één ster. Dit VCA niveau is gericht op de directe VGM- zorg bij de activiteiten die plaatsvinden op de werkvloer. Dit VCA certificaat met één ster is voor bedrijven die minder dan 35 werknemers aan het werk hebben en daarnaast geen hoofdaannemer zijn in hun bedrijfsactiviteiten.
  • VCA**
    Dit VCA certificaat bevat twee sterren. Het is een zwaarder VCA certificaat dan VCA*. Naast de hierboven genoemde aspecten worden bij VCA** ook de veiligheidsstructuren en veiligheidssystemen binnen het bedrijf van de aannemer beoordeeld. VCA met twee sterren is een certificering die bestemd is voor organisaties met meer dan 35 werknemers in dienst en bedrijven die ook als hoofdaannemer actief zijn. Ook als ze minder van 35 werknemers in dienst hebben en hoofdaannemerschap in als bedrijfsactiviteit hebben zullen de bedrijven moeten beschikken over VCA**.
  • VCA-P
    Dit is een speciaal VCA certificaat voor de petrochemie. Bij VCA-P staat de letter P voor petrochemie oftewel de petrochemische sector. Het VCA-P certificaat is bestemd voor bedrijven die werkzaamheden uitvoeren in de petrochemische sector. Dit is de sector waar olie en gas worden gewonnen en verwerkt tot producten. VCA-P is in feite een VCA certificaat met een extra aanvulling gericht op de risico’s van het werken in de petrochemische sector.

VCO certificering
Een VCA certificering die misschien wat minder bekend in de oren zal klinken is de VCO. De afkorting VCO staat voor Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Opdrachtgevers. Dit maakt tevens het doel duidelijk van het VCO certificaat. De VCO-certificatie is namelijk bedoelt voor opdrachtgevers die opdrachten vertrekken aan VCA gecertificeerde bedrijven of bedrijven die VCA gecertificeerd zouden moeten zijn. Doormiddel van VCO wordt aan opdrachtgevers de verplichting opgelegd om zorg te dragen voor de juiste voorwaarden en omstandigheden voor VCA-gecertificeerde aannemers en de uitzendkrachten die voor deze aannemers werken.

De uitzendkrachten die voor VCU- gecertificeerde uitzendorganisaties opdrachten uitvoeren zullen voor een opdrachtgever veilig hun werkzaamheden moeten kunnen uitvoeren en ook hun gezondheid mag tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden niet geschaad worden. Een opdrachtgever is echter lang niet altijd VCA gecertificeerd omdat niet alle opdrachtgevers zelf actief werkzaamheden als aannemer uitvoeren in de bouw. Een particulier kan bijvoorbeeld ook opdracht geven om een bouwproject te laten uitvoeren, datzelfde geldt bijvoorbeeld voor een overheidsinstelling, school of een financieel bedrijf. Deze opdrachtgevers kunnen wel de opdracht geven aan bouwbedrijven en technische uitzendkrachten om technische werkzaamheden uit te voeren.

Doormiddel van een VCO certificaat maakt een opdrachtgever duidelijk dat deze de juiste arbeidsomstandigheden en voorwaarden wil creëren voor VCA-gecertificeerde aannemers als deze bij het VCO gecertificeerde bedrijf risicovolle werkzaamheden uitvoeren.

Oorzaken elektrocutie en kortsluiting

Werken met elektriciteit en elektrische installaties brengt risico’s met zich mee. De belangrijkste gevaren van werken met elektriciteit zijn elektrocutie en kortsluiting. Deze twee gevaren zijn bekend maar ondanks dat komen beide gevaren nog regelmatig voor op de werkplek. Bedrijven zijn verplicht om hun risico’s te inventariseren in een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Bij veel bedrijven wordt in dit RI&E ook elektrocutie en kortsluiting als gevaar genoemd. In een plan van aanpak, dat onderdeel vormt van de Risico Inventarisatie en Evaluatie, wordt door een bedrijf aangegeven hoe de gevaren effectief bestreden kunnen worden. Daarbij kijkt men uiteraard ook naar de oorzaken. Door de oorzaken van de risico’s weg te nemen doet men aan bronbestrijding en dat is de beste preventie. Daarvoor is echter kennis nodig, daarom wordt in deze tekst basisinformatie weergegeven over elektrocutie en kortsluiting. Daarna worden een aantal mogelijke oorzaken benoemd.

Wat is elektrocutie?
Elektrocutie ontstaat wanneer een schadelijke elektrische stroomschok door een menselijk lichaam heen gaat met de dood tot gevolg. Als men niet dood gaat door de elektrische stroom door het lichaam dan spreekt men van elektrisering. Feitelijk is het woord elektrocutie een samenvoeging van de woorden elektro en executie. Tegenwoordig wordt elektrocutie gebruikt voor de doodstraf waarbij gebruik wordt gemaakt van elektrische stroom als voor ongelukken waarbij mensen dodelijk getroffen worden door elektrische stroom nadat ze spanningsvoerende delen van een elektrische installatie hebben aangeraakt. Elektrocutie kan optreden als het menselijk lichaam in contact komt met twee punten die een verschillend elektrisch potentiaal hebben. De elektrische stroom zal dan door het lichaam van een men heen gaan en zal daarbij de weg van de minste weerstand kiezen. Dat is in dit geval de bloedvaten, het hart en de longen. Dat zijn levensbelangrijke organen waardoor elektrocutie zo gevaarlijk is.

De grote van het gevaar is afhankelijk van de volgende factoren:

  • De weg die de elektrische stroom door het lichaam heeft afgelegd.
  • De duur dat een mens onder elektrische stroom heeft gestaan.
  • Isolerende factoren zoals handschoenen en kleding.
  • Het spanningsverschil tussen de contactpunten. Deze wordt weergegeven in Volt.
  • De stroomsterkte. Deze wordt weergegeven in Ampère.

Wat is kortsluiting?
Kortsluiting ontstaat wanneer twee delen van een elektrische installatie die beide onder spanning staan met elkaar in contact komen. Kortsluiting kan op verschillende manieren ontstaan bijvoorbeeld doordat men onvoldoende isolatie heeft aangebracht rondom de spanning voerende delen van de elektrische installatie die daardoor mogelijk met elkaar in contact kunnen komen. Ook de uitwerking van vocht kan kortsluiting veroorzaken omdat het meeste vocht elektrische stroom goed geleid. Kortsluiting kan ook een zogenaamde vlamboog veroorzaken. Bij een vlamboog legt de elektrische stroom een (meestal korte) afstand af door de lucht. Dit proces kan per ongeluk worden veroorzaakt maar er zijn ook situaties waarin bewust een elektrische vlamboog wordt gecreëerd. Denk hierbij aan het elektrisch booglassen. Het elektrisch booglassen is dus in feite een bewust veroorzaakte kortsluiting waarbij de lasser de hitte van de kortsluiting gebruikt om een smeltbad voor een lasverbinding te maken. De meeste kortsluiting ontstaat echter onbedoeld waardoor er vaak nog meer gevaren optreden zoals brand en explosies.

Oorzaken van kortsluiting en elektrocutie
Elektrocutie en elektrisering zijn dodelijk en levensgevaarlijk, kortsluiting hoeft niet altijd levensgevaarlijke gevolgen te hebben maar kan wel voor een kettingreactie aan risicovolle situaties zorgen bijvoorbeeld een defecte elektrische installatie, brand en explosie(s). Dit zijn grote risico’s en moeten daarom bestreden worden. Daarom is het van belang om de oorzaken van deze twee risico’s in kaart te brengen. We noemen de volgende mogelijke oorzaken:

  • Slechte isolatie van de delen waaruit de elektrische installatie bestaat.
  • Gereedschappen die werken op 220 volt zijn onvoldoende geïsoleerd. Deze moeten wettelijk dubbel geïsoleerd zijn (herkenbaar aan het logo met een kleiner vierkant in een groter vierkant.
  • Onjuist handgereedschap. Wanneer men werkt aan een elektrische installatie moet de monteur de elektrische spanning van de installatie afhalen en dit controleren. Voor de zekerheid werkt een monteur ook met speciaal handgereedschap voor elektromonteurs. Dit is goed geïsoleerd gereedschap. Mocht er toch spanning op de installatie komen te staan dan kan dit gereedschap als het goed gebruikt wordt een belangrijke extra veiligheidsmiddel zijn.
  • Machines of gereedschappen zijn beschadigd waardoor de isolatie niet meer werkt en spanningsvoerende delen met elkaar in contact kunnen komen.
  • Onjuiste installatie van elektrische componenten. Er is teveel weerstand tegen de elektrische stroom in de bedrading of in de componenten aanwezig waardoor deze oververhit raken.
  • Men werkt aan elektrische installaties zonder dat men de elektrische installatie eerst spanningsvrij maakt.
  • De installatie of machine is niet geaard of de aarding is onjuist aangelegd waardoor er een aardfout kan ontstaan. Elektrische stroom kan dan via het lichaam naar de aarde stromen waardoor elektrisering optreed of elektrocutie.

Preventieve maatregelen
De hierboven genoemde oorzaken van kortsluiting, elektrisering en elektrocutie kunnen voor een groot deel worden voorkomen als men er voor zorgt dat de elektrische installaties door een vakbekwaam elektromonteur zijn aangelegd. Een vakbekwaam persoon wordt ook wel met de letters VP aangeduid en heeft een erkende elektrotechnische opleiding gehad. Een voldoende opgeleid persoon of voldoende onderricht persoon (VOP) is voldoende geïnstrueerd om eenvoudige duidelijk omschreven werkzaamheden uit te voeren aan elektrische installaties. Een VOP ontvangt daarvoor een aanwijzingsformulier. Wanneer werkzaamheden zijn uitgevoerd aan een elektrische installaties zal de vakbekwaam persoon, meestal een eerste elektromonteur of leidinggevend elektromonteur, de installatie controleren voordat deze in gebruik genomen zal worden.

Daarnaast zal men gebruik moeten maken van dubbel geïsoleerd elektrisch gereedschap en geïsoleerd handgereedschap. Als men werkt met kabelhaspels dan moet de kabelhaspel helemaal worden afgerold. Als er namelijk veel elektrisch vermogen wordt afgenomen zal de elektriciteitskabel in de kabelhaspel heel heet kunnen worden en de elektrische isolatie kunnen gaan smelten en branden.

Aardlekautomaat
Elektrische installaties moeten uiteraard worden voorzien van de verplichte beschermingssystemen waaronder een aardlekautomaat. Deze beschermd de elektrische installatie tegen overbelasting, kortsluiting en een hoge lekstroom in het elektriciteitsnet. De aardlekautomaat wordt ook wel afgekort met alamat. Een aardlekautomaat bevat verschillende kleine hendeltjes of knopjes dienaar beneden klikken als er in een bepaalde grote een fout wordt geconstateerd. De aardlekautomaat is de vervanger van de oude stoppenkast die zekeringen of stoppen bevatten met een smeltveiligheid.

Aardlekschakelaar
Aardlekschakelaars vormen een elektrische beveiliging als er in een elektrische installatie een lekstroom optreed. In dat geval schakelt de aardlekschakelaar de elektrische spanning uit en wordt een installatie spanningsloos gemaakt. Een aardlekschakelaar is iets anders dan een aardlekautomaat. Een aardlekautomaat is namelijk een combinatie van een aardlekschakelaar en een installatieautomaat. Als men dus een elektrische installatie heeft zonder aardlekautomaat dan is de kans groot dat er een installatieautomaat is geplaatst. De installatieautomaat wordt ook wel een zekeringautomaat of maximumschakelaar genoemd. Als er een installatieautomaat is geplaatst dan dient er voor de veiligheid een aardlekschakelaar aanwezig te zijn.

Arbeidsomstandigheden en werkplek
Het is uiteraard belangrijk dat men rekening houdt met de werkplek waarin men werkt aan elektrische installaties. Als deze werkplek vochtig is zal de kans op elektrocutie of elektrisering toenemen evenals de kans op kortsluiting. Dit is ook het geval wanneer men werkt aan machines en ruimten die van geleidend materiaal zijn gemaakt. verder dient men rekening te houden met het feit dat vonken die ontstaan door bijvoorbeeld kortsluiting een brandbaar mengsel kunnen ontsteken. In ruimten waar deze brandbare of explosieve stoffen aanwezig zijn gelden speciale richtlijnen voor elektrische installaties en mag niemand aan deze elektrische installaties werken tenzij hiervoor een specifieke werkvergunning is afgegeven.

Veilig autogeen lassen

Autogeen lassen is een lasproces waarbij een lasser gebruik maakt van een gas in combinatie met zuurstof om een vlam te creëren waarmee metaal op een smeltpunt wordt gebracht zodat een lasverbinding kan worden gemaakt. Bij autogeen lassen wordt gebruik gemaakt van acetyleen. Door gebruik te maken van de oxy-acetyleen vlam kan men zeer hoge temperaturen bereiken. Deze hoge temperaturen kunnen oplopen tot 3.200 graden Celsius. Het oxy-acetyleen gasmengsel is een mengsel waarmee een temperatuur kan worden behaald die hoog genoeg is om staal te laten smelten zodat de lasser een lasverbinding kan maken. Autogeen lassen wordt onder andere toegepast in het lassen van dikwandige stalen cv-leidingen. Natuurlijk is een hoge temperatuur belangrijk als men met gas wil lassen maar het brengt ook gevaren met zich mee. Hieronder staan de belangrijkste gevaren die van toepassing zijn op autogeen lassen.

Gevaren van autogeen lassen
Autogeen lassen is een lasproces waarbij men gebruik maakt van een vlam. Men heeft het daarom ook wel over lassen met vlam in plaats van het lassen met een elektrische boog. Het lassen met vlam heeft een aantal specifieke risico’s waar men rekening mee dient te houden:

  • Kans op brand door de hoge temperaturen die tijdens het lassen en het verbranden van het oxy-acetyleen mengsel ontstaan.
  • Lasspetters die tijdens het lassen kunnen ontstaan zorgen ook voor risico’s op verbranding.
  • De cilinders waar het brandbare gas onder druk wordt opgeslagen zorgen voor een risico op explosie brand en oxideren.
  • Vlamterugslag kan voorkomen bij het lassen met acetyleen. Tijdens de vlamterugslag stroomt het brandbare gasmengsel terug in de brander waardoor er een groot gevaar is voor een explosie.
  • Er bestaat kans op lekkage van zuurstof met brand tot gevolg.
  • Ook brandbaar gas kan lekken en een enorm risico veroorzaken op brand.
  • De gassen die worden gebruikt zijn zwaarder dan lucht en kunnen daardoor onder in ruimten blijven hangen. Vooral wanneer men werkt in een kruipruimte of kelder, kortom de laagste ruimtes in een gebouw, loopt men gevaar. Het gas blijft in deze ruimten hangen en zorgt er voor dat men kan stikken.
  • Acetyleen wordt opgeslagen in een aceton opgelost mengsel in een poreuze massa. Dit mengsel moet rechtop worden vervoerd. Als dit niet gebeurd en de fles liggend wordt vervoerd worden de componenten gescheiden en is het mengsel zeer explosiegevaarlijk en mag beslist niet meer gebruikt worden voor het lasproces.

Autogeen lassen zorgt voor grote risico’s die met name verbonden zijn aan het brandbare mengsel waarmee men last. Er zijn echter ook een aantal algemene aspecten waarmee men rekening dient te houden voordat men autogeen gaat lassen. Deze aspecten zijn in de volgende alinea benoemd.

Veiligheidsinstructies voor autogeen lassen
De volgende veiligheidsinstructies bevatten instructies voor het autogeen lassen specifiek. Daarnaast zijn ook een aantal algemene veiligheidsinstructies benoemd die van toepassing zijn op vrijwel alle lasprocessen waaronder elektrisch booglassen:

  • Draag de voorgeschreven brandvertragende lasoveral.
  • Draag een veilige lasbril die specifiek voor autogeen lassen is ontwikkeld.
  • Verwijder brandbare materialen rondom de lasplek.
  • Scherm de lasplek goed af.
  • Draag de juiste lashandschoenen.
  • Stel de vlam goed in een conische vlam is het beste. Als men een verkeerde ‘punt’ heeft op de vlam zal het lassen moeilijk worden en kan er schade aan het werkstuk ontstaan en mogelijk meer spetters en brand.
  • Zorg er voor dat brandbare stoffen waaronder acetyleen, zuurstof niet in de buurt van vuur komen en goed zijn afgesloten. Ook dienen de slangen goed zijn aangesloten op de lasapparatuur.
  • Zorg daarnaast voor een nette opgeruimde werkplek waarbij jezelf maar ook anderen niet kunnen struikelen over materialen op de werkvloer.
  • Vervoer een acetyleenfles altijd rechtop zodat het mengsel in de fles niet tot een gevaarlijke explosieve massa wordt gemengd.
  • Ook tijdens het lassen dient de acetyleenfles rechtop te staan.
  • Zorg er voor dat de lasdampen die tijdens autogeen lassen ontstaan worden afgezogen door een speciale afzuiginstallatie.
  • Mocht een acetyleenfles omvallen dan dient deze zo snel mogelijk weer rechtop gezet te worden en mag men daar de eerste vier dagen niet mee lassen.
  • Houdt blusmiddelen binnen handbereik.

Tot slot nog de opmerking dat autogeen lassen geen lasproces is voor beginners. Zorg er voor dat je goede instructies krijgt van een ervaren autogeen lasser. Werk in ieder geval onder toezicht als je voor het eerst autogeen last. Het autogeen lassen is een lasproces dat je leert door ervaring en dat kost tijd en veel oefening. Men moet echter rekening houden met de risico’s als men dat niet doet is autogeen lassen levensgevaarlijk.

Veilig elektrisch lassen

Elektrisch lassen is een verzamelnaam voor verschillende lasprocessen waarbij men elektriciteit gebruikt om een lasverbinding tot stand te brengen. De bekendste categorie hiervan is het elektrisch booglassen waar ook het lassen met booglassen met beklede elektrode (afgekort BMBE lassen) en het MIG/ MAG lassen (afkortingen: Metal Inert Gas en Metal Active Gas) toe behoren.

Toepassing elektrisch lassen
Elektrisch lassen komt veel voor in de techniek. Doormiddel van de verschillende soorten lasprocessen kunnen onuitneembare lasverbindingen tot stand worden gebracht. Daarbij is niet alleen het lasproces van belang maar ook de lasdraad (lastoevoegmateriaal) en het beschermgas dat ook wel backinggas wordt genoemd. Voor het lassen van staal gebruikt men over het algemeen goedkope actieve gassen. Voor het lassen van RVS, aluminium en hoogwaardige roestvaste legeringen gebruikt men over het algemeen inerte gassen zodat het smeltbad goed beschermd is tegen de corrosieve werking van zuurstof en andere invloeden uit de atmosfeer. 

Vaak wordt BMBE lassen elektrisch lassen genoemd of elektrodelassen. Dit is echter niet geheel juist want er zijn verschillende elektrische lasprocessen. Zo behoort ook TIG-lassen (TIG=Tungsten Inert Gas) tot het elektrisch lassen alleen smelt hierbij de Wolfram elektrode niet af. Bij BMBE lassen smelt de elektrode wel af evenals bij MIG/MAG lassen waarbij de elektrode tevens de lasdraad is. Kortom er zijn verschillende elektrische lasprocessen. Omdat elektrisch lassen zo vaak wordt gedaan in de techniek is het belangrijk om een aantal veiligheidsaspecten te benoemen zodat de veiligheid op de werkvloer wordt bevorderd. In de volgende alinea zijn eerst een aantal specifieke gevaren genoemd met betrekking tot lassen en dan met name elektrisch boog lassen.

Gevaren van elektrisch lassen
Elektrisch lassen kent een aantal specifieke en een aantal algemene gevaren waar men mee rekening dient te houden voordat men gaat lassen. We noemen de volgende:

  • Men werkt met elektriciteit waardoor er gevaar is op elektrocutie.
  • Er is brandgevaar vanwege de lasspetters die van de meeste lasprocessen af komen.
  • Er is ook explosiegevaar wanneer men last in een omgeving met mogelijke explosieve stoffen en explosieve mengsels.
  • De Uv-straling die bij de lasprocessen ontstaat kan de ogen beschadigden (lasogen)
  • De infraroodstraling die vrijkomt bij de lasprocessen is eveneens slecht voor de ogen.
  • Ook de huid kan verbranden door de Uv-straling.
  • De lasspetters kunnen daarnaast ook brandwonden veroorzaken.
  • De lasdampen kunnen longaandoeningen veroorzaken.

Dit zijn slechts een aantal gevaren die aanwezig kunnen zijn tijdens het elektrisch lassen. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie zullen bedrijven de specifieke risico’s op de werkplek in kaart moeten brengen. Als binnen een bedrijf wordt gelast dan zal het bedrijf ook deze lasprocessen moeten beschrijven met de bijbehorende risico’s. Dit alles staat in de Risico Inventarisatie en Evaluatie van het bedrijf. Dit RI&E vormt een belangrijk deel van het arbobeleid van het bedrijf. Bedrijven zijn verplicht om een arbobeleid te voeren en zijn daardoor eveneens verplicht om een Risico Inventarisatie en Evaluatie te houden. Bovendien moeten bedrijven in een plan van aanpak aangeven hoe ze de risico’s willen verwijderen, reduceren en beheersen. Veiligheidsvoorschriften en een duidelijke werkinstructie zijn daarbij van belang. Ook kan een bedrijf werken met werkvergunningen waarbij men duidelijk binnen veiligheidskaders zal moeten werken om gevaren op de werkvloer te voorkomen. Hieronder staan nog een aantal belangrijke veiligheidsinstructies die van toepassing zijn op (elektrisch) lassen.

Veiligheidsinstructies voor elektrisch lassen
Elektrisch lassen zorgt voor bepaalde risico’s dat heb je in de vorige alinea kunnen lezen. Er zijn echter nauwelijks mogelijkheden om elektrisch lassen te vervangen voor een verbindingsproces met dezelfde kwaliteiten. Daarom kan men het risico van elektrisch lassen nooit geheel wegnemen. Men kan wel trachten de risico’s zoveel mogelijk te beheersen. Dit kan door beheersmaatregelen, waaronder het verstrekken van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en het verstrekken van werkinstructies. Hieronder staan een aantal belangrijke instructies die de veiligheid bevorderen wanneer men elektrisch gaat lassen:

  • Draag de voorgeschreven brandvertragende lasoveral.
  • Draag werkschoenen die speciaal voor lassers zijn ontworpen met een flap over de veters zodat deze niet kunnen verbranden. Ook laslaarzen zijn een veilige optie.
  • Draag een veilige laskap het liefst met een beademing er aan vast zodat men geen giftige lasdampen inhaleert.
  • Zorg voor ventilatie.
  • Maak gebruik van een afzuigsysteem voor lasdampen.
  • Verwijder brandbare materialen rondom de lasplek.
  • Scherm de lasplek goed af met bijvoorbeeld lasschermen zodat andere mensen die geen lashelm dragen geen last krijgen van de Uv-straling en infraroodstraling.
  • Bedek de hals en andere delen van het lichaam goed als je last in verband met het Uv-licht en de lasspetters.
  • Draag de juiste lashandschoenen.
  • Stel het lastoestel goed in.
  • Zorg er voor dat brandbare stoffen waaronder zuurstof niet in de buurt van vuur komen en goed zijn afgesloten en goed zijn aangesloten op de lasapparatuur.
  • Zorg daarnaast voor een nette opgeruimde werkplek waarbij jezelf maar ook anderen niet kunnen struikelen over materialen op de werkvloer.
  • Houd blusmiddelen binnen handbereik

Wat is handlassen?

Handlassen is werkwoord dat wordt gebruikt voor alle lasprocessen die door een lasser met de hand met behulp van een lastoorts worden uitgevoerd. Het handlassen is de tegenhanger van geautomatiseerd lassen. Bij geautomatiseerd lassen worden vaak lasrobots gebruikt, zoals laserlasrobots maar er zijn ook lasrobots die lasverbindingen maken met behulp van het TIG-lasproces en MIG/MAG-lasproces. Ook orbitaal lassen is een vorm van een geautomatiseerd lasproces. Bij OP-lassen (onder poederdek lassen) wordt ook in bepaalde mate gebruik gemaakt van geautomatiseerd lassen.

Al deze lasprocessen verschillen van handlassen omdat met handlassen de lasser zelf de toorts boven het smeltbad beweegt en zelf indien nodig lastoevoegmateriaal in het smeltbad aanbreng. Daardoor heeft een handlasser grote invloed op de kwaliteit van de lasverbinding. Een handlasser moet over een goede lastechniek beschikken.

Handlassen is vakwerk
In tegenstelling tot geautomatiseerde lasprocessen is lassen met de hand echt vakwerk. Dit houdt in dat de lasser over speciale (hand)vaardigheid moet beschikken. Lassers die bedreven zijn in handlassen zijn vakmensen. Het is overigens niet zo dat elke handlasser op dezelfde manier last. De snelheid waarmee ze lassen kan verschillen en ook de positie van de lastoorts ten opzichte van het smeltbad kan verschillen. Daarnaast kunnen handlassers ook hun lasapparaat op verschillende manieren instellen. Sommigen kiezen voor veel ampère om sneller te lassen en andere lassers kiezen juist voor wat minder ampères om langzamer en zorgvuldiger te lassen.

Een handlasser werkt overigens niet alleen met zijn of haar handen. Ze moeten ook goed nadenken over de warmte-inbreng in het werkstuk. Warmte zorgt namelijk voor vervorming en daarmee moet rekening worden gehouden. Vanwege de kwaliteitsnormen die steeds strenger worden moeten veel lasprocessen voldoen aan lasmethodekwalificaties. Deze lasmethodekwalificaties zijn bedrijfsgebonden. Vaak moet een lasser ook gekwalificeerd worden doormiddel van een lasserkwalificatie. Een handlasser leest in de lasmethodebeschrijving hoe de lasverbinding gemaakt dient te worden in het werkstuk. In deze lasmethodebeschrijving staat ook werk lastoevoegmateriaal gehanteerd moet worden en welk lasproces moet worden gebruikt. ook de laspositie is aangegeven.

Stereolassen
Stereolassen is een voorbeeld van een lasproces dat eigenlijk alleen met de hand kan worden uitgevoerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van twee TIG lassers die een groot RVS werkstuk moeten lassen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een inert beschermingsgas. Dit wordt aan de achterkant van de lasverbinding door een handlasser op het smeltbad aangebracht zodat het smeltbad beschermd wordt tegen schadelijke invloeden uit de omgeving en de atmosfeer. De andere handlasser maakt met zijn lastoorts het smeltbad en voegt met de hand het lastoevoegmateriaal toe. De twee handlassers die het stereolassen uitvoeren moeten echt vakmannen zijn die goed met elkaar kunnen samenwerken.

Handlassers zijn niet altijd allround
Een handlasser kan uit de hand lassen maar dat houdt niet in dat hij of zij elk lasproces kan uitvoeren. Er zijn bijvoorbeeld handlassers die uitstekend MIG/MAG kunnen lassen maar er zijn ook handlassers die goed TIG kunnen lassen. Deze lasprocessen zijn veel voorkomend en er zijn handlassers die beide lasprocessen beheersen hoewel ze wel in uitvoering en toepassing verschillen. Verder is lassen met beklede elektrode (BMBE) lassen een lasproces dat vaak met de hand wordt uitgevoerd. Ook autogeen lassen (met vlam) is een handlasproces.

Handlassen als tegenhanger van geautomatiseerd lassen
Ten opzichte van automatische lasprocessen heeft handlassen een aantal voordelen en nadelen. Handlassen biedt meer vrijheid voor de lasser. De lasser zal zelf zijn of haar lastoorts in positie moeten brengen en kan daardoor op plekken komen waar een grote lasrobotarm meestal niet bij kan. Voor moeilijk laswerk is daarom een handlasser geschikter dan een geautomatiseerd lasproces. Daarnaast moet een lasrobot geprogrammeerd worden en dat kost tijd. Daarom is een geautomatiseerd lasproces geschikter voor grotere series omdat men anders voor elk nieuw afwijkend product weer een nieuwe programmering moet invoeren.

Handlassen is echter wel een langzamer proces dan een geautomatiseerd lasproces. Daarom is handlassen weer minder geschikt voor grote series. Verder biedt een geautomatiseerd lasproces constant een bepaalde kwaliteit en dat kan bij handlassen verschillen omdat dat de kwaliteit van de handlassen in sterke mate afhankelijk is van de vaardigheden van de handlasser. Dat probeert men te ondervangen met lascertificaten die een lasser zou moeten behalen om aan bepaalde werkstukken te mogen lassen.

Wat is een allround lasser?

Een allround lasser is een lasser die verschillende lastechnieken beheerst en daardoor allround ingezet kan worden in het maken van lasverbindingen in verschillende materialen behulp van verschillende lasprocessen. In de metaaltechniek worden verschillende verbindingen toegepast. Men onderscheid hierin de uitneembare verbindingen zoals schroefdraadverbindingen en niet-uitneembare verbindingen waarbij de lasverbinding in de metaaltechniek het bekendste voorbeeld is. Het maken van lasverbindingen vereist kennis en vaardigheid.

Daarbij komt dat lasprocessen onderling sterk verschillen. Dat zorgt er voor dat lassers onderling ook verschillen. Er zijn lassers die veel ervaring hebben met MIG/MAG lassen maar er zijn ook lassers die goed TIG kunnen lassen. Ook BMBE (elektrode) lassen wordt nog veel toegepast. In de installatietechniek gebruikt men daarnaast ook nog het autogeen lassen waarbij men gebruik maakt van een vlam. Een allround lasser beheerst in de praktijk een aantal van de hiervoor genoemde lasprocessen. Lassers die alle gangbare (want er zijn er nog veel meer) lasprocessen beheersen zijn er bijna niet.

Een allround lasser of specialist
Iemand die zich een allround lasser noemt beheerst in de praktijk meestal MIG/MAG en TIG eventueel ook nog BMBE-lassen, dit is lassen met een beklede elektrode. Een lassers is pas allround als hij of zij met deze lasprocessen zelfstandig een werkstuk kan aflassen. Als een lasser ook nog een werkstuk kan samenstellen op basis van een tekening dan spreekt men ook wel over een samensteller lasser. Tekening lezen vereist echter technisch inzicht en niet alle tekeningen zijn gelijk.

Een allround samensteller lasser kan in de praktijk meerdere lasprocessen uitvoeren en kan een diversiteit aan tekeningen lezen zodat deze werknemer een werkstuk van het begin tot het einde in theorie zou moeten kunnen bouwen en aflassen. Allround samenstellers lassers zijn er in de praktijk bijna niet. Veel lassers specialiseren zich in het bouwen of basis van tekeningen of het aflassen.

Daarbij worden veel lassers ook nog gespecialiseerd in een bepaald lasproces en materiaal. Denk hierbij aan de gecertificeerde lassers die bijvoorbeeld dunwandige rvs-leidingen onder een hoeklas van 45 graden (HL-45 of positie G6) kunnen lassen. Deze lassers zijn meestal niet (meer) allround maar juist gespecialiseerde (af)lassers.

Hoe wordt ik een allround lasser?
Niet iedereen kan een allround lasser worden. De theorie met betrekking tot lassen is niet erg complex maar de vaardigheid echter wel. Lassers doen veel werk op basis van inzicht en gevoel en dat is niet voor iedereen weggelegd. Een lasser weet dat tijdens het lasproces warmte wordt ingebracht in het materiaal. Daardoor gaat het materiaal vervormen. Het ene lasproces brengt echter meer warmte in het werkstuk dan het andere. Daarnaast moet een TIG lasser met één hand de lastoorts bedienen om met een andere hand het toevoegmateriaal in het smeltbad te brengen. De lastoorts van een TIG-lasapparaat bevat een niet-afsmeltende wolfraam (tungsten) elektrode. MIG/MAG lassen is weer een heel ander proces waarbij gebruik wordt gemaakt van lasdraad dat automatisch wordt doorgevoerd vanuit het laspistool richting het werkstuk. Bij lassen met een beklede elektrode maakt men niet direct gebruik van een beschermgas, in tegenstelling tot de hiervoor genoemde lasprocessen. In plaats daarvan maakt men gebruik van een elektrode bekleding die tijdens het lassen verbrand waardoor een beschermgas vrij komt. De elektrode smelt dus af waardoor de lastoorts als het ware steeds korter wordt.

Een allround lasser heeft ervaring in meerdere van deze lasprocessen (en eventueel ook andere lasprocessen) en deze ervaring krijg je alleen door heel veel te oefenen. Lassen leer je vooral door te doen. Dit kan in de praktijk zijn maar ook op school als daar een praktijkruimte aanwezig is met verschillende soorten lastoestellen.

Waar werken allround lassers?
Er zijn specifieke bedrijven die regelmatig vacatures publiceren voor allround lassers. Dit zijn vooral bedrijven die verschillende producten maken van diverse materialen. Een bedrijf met een rvs-afdeling en een staalafdeling heeft bijvoorbeeld vaak behoefte aan een allround lasser die zowel MIG/MAG kan lassen voor het staal en TIG kan lassen voor het rvs. Ook bedrijven die werken als toeleverancier voor verschillende opdrachtgevers zoeken vaak flexibel inzetbare lassers in hun vacatures. Een allround lasser is vaak flexibel inzetbaar.

Helemaal mooi is het wanneer de allround lasser ook nog goed kan samenstellen waardoor hij of zij zelfstandig op bepaalde projecten kan worden ingezet. In de praktijk werken allround lassers vaak bij kleine metaalbedrijven. Bij grote metaalbedrijven zijn de lasprocessen vaak gespecialiseerder en werkt men bijvoorbeeld alleen op een rvs-afdeling om daar TIG te lassen of alleen op een staalafdeling om daar MAG (CO2) te lassen. In grote bedrijven wisselt men over het algemeen minder lassers uit tussen afdelingen terwijl dit bij kleinere bedrijven wel gebeurd als er een ander type product wordt gemaakt.

Wat is BMBE lassen en waar wordt dit lasproces voor gebruikt?

BMBE lassen is een lasproces dat wordt gebruikt in de metaaltechniek. BMBE is een afkorting die staat voor booglassen met beklede elektrode. Het BMBE lassen wordt soms ook wel elektrisch lassen genoemd. Dit is echter een algemene term, er zijn namelijk verschillende elektrische lasprocessen waar BMBE lassen er slechts één van is. In het Engels wordt de afkorting SMAW gebruikt. Deze afkorting staat voor “Shielded Metal Arc Welding”. Ook in Nederland wordt de afkorting SMAW steeds vaker gebruikt. Dit heeft onder andere te maken met de Amerikaanse normering waar Nederlandse werkstukken aan moeten voldoen. Hierbij kan gedacht worden aan de Amerikaanse normeringen ASME en ASTM.

Beklede elektrode
Booglassen met een beklede elektrode is een elektrisch lasproces dat hoort bij elektrisch booglassen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een elektrode die afsmelt. De kern van de elektrode bestaat uit een metalen draad. Deze metalen draad geleid stroom. Daarnaast dient de metalen draad tevens als toevoegmateriaal. In tegenstelling tot bijvoorbeeld MIG/MAG lassen en TIG-lassen wordt bij elektrode geen beschermgas toegevoegd. Het beschermgas ontstaat uit de bekleding die rondom de elektrode aanwezig is en tijdens het lassen verbrand. Daarbij vormt zich een beschermgas. Er zijn drie verschillende hoofdgroepen waarin de elektrodebekleding kan worden ingedeeld: rutiel, basisch en cellulose.

Rutiel beklede elektrode
De rutielbekleding wordt het meeste toegepast. Er ontstaat een zachte lasboog waar door er verhoudingsgewijs weinig spatten ontstaan. Met rutiel beklede elektrode kan men in verschillende lasposities lassen. De elektrode kan men makkelijk ontsteken daarnaast vloeit de metalen draad (elektrode) als toevoegmateriaal goed in het smeltbad dat tijdens het lasproces ontstaat. BMBE Lassen met rutiel beklede elektrode zorgt voor een sterke lasverbinding.

Basisch beklede elektrode
Elektrodes die bekleed zijn met basisch materiaal hebben een hoog gehalte aan krijt en fluoriet. Door deze bekleding ontstaat een smeltbad met weinig waterstof. Hierdoor ontstaat een zeer grote kerftaaiheid. Daarnaast is BMBE lassen met basisch beklede elektrodes een lasproces dat zorgt voor een schoon smeltbad. De las die ontstaat is echter wel grover dan lassen met een rutiel beklede elektrode. Ook is de slak op de las minder makkelijk te verwijderen. Het lasproces met basisch beklede is minder eenvoudig dan BMBE lassen met een rutiel elektrode.

Cellulose beklede elektrode
BMBE lassen met elektrodes die met cellulose zijn bekleed is ook mogelijk. Meestal is de cellulose rondom de elektrode voor een groot deel gemaakt van houtmeel. Hierdoor ontstaan tijdens het lassen veel spatten en daarnaast is er veel rookontwikkeling. Het lasproces is echter wel snel en kan daarnaast in verschillende posities worden uitgevoerd. BMBE lassen met cellulose elektrode is geschikt om verhoudingsgewijs grote openingen te overbruggen. BMBE lassen met cellulose elektrode wordt veel gebruikt bij het aan elkaar lassen van pijpleidingen. Dit noemt men ook wel fleetwelding. Cellulose elektrodes worden door fleetwelders ook wel ‘diepe-inbrand-elektrode’ of fleetweldelektrode genoemd.

Hoe wordt BMBE lassen uitgevoerd?
De manier waarom BMBE lassen wordt uitgevoerd is voor een groot deel afhankelijk van de elektrodebekleding die wordt gebruikt. Er zijn echter wel een aantal algemene kenmerken van BMBE lassen. Daarom kan een algemene beschrijving worden gegeven van dit lasproces.

Tijdens het BMBE lassen ontstaat een elektrische boog tussen het werkstuk en de beklede elektrode. Deze elektrische boog zorgt voor zeer veel hitte. De hitte zorgt er voor dat de elektrode en het werkstuk gaan smelten. De bekleding wordt verbrand en daarbij komen gassen vrij. Deze gassen zijn beschermgassen die er voor zorgen dat de boog is stand wordt gehouden. Daarnaast zorgt het beschermgas dat uit de elektrodebekleding ontstaat er voor dat schadelijke invloeden van buitenaf het materiaal niet nadelig kunnen beïnvloeden.

Uit de bekleding van de elektrode ontstaat daarnaast een slak  die over de las heen komt te liggen. Tijdens het afkoelen van de las dient deze slak als bescherming tegen de invloeden van de omgeving. De slak wordt na het afkoelen van de las meestal verwijdert. De lasser moet er echter voor zorgen dat tijdens het lassen geen insluitsels ontstaan in de las. Hiermee wordt bedoelt dat er geen delen van de slak in het smeltbad ingesloten kunnen worden. Deze insluitsels zorgen er namelijk voor dat de kwaliteit van de las nadelig wordt beïnvloed.

Voor en nadelen van BMBE lassen
BMBE lassen heeft een aantal belangrijke voordelen en nadelen ten opzichte van andere lasprocessen. Een groot voordeel van BMBE lassen is het feit dat de lasapparatuur niet omvangrijk is. Hierdoor kan men BMBE lassen gebruiken voor het aanbrengen  van reparatielassen en andere lassen waar men met bijvoorbeeld MIG/MAG-lastoestellen niet kan komen. Aan MIG/MAG-lastoestellen en TIG-lastoestellen zijn grote gasflessen verbonden om beschermgas te bieden tijdens het lasproces. Dat is voor het BMBE lassen niet nodig omdat de bekleding rondom de elektrode het beschermgas biedt. Daarom is elektrode lasapparatuur ook voordeliger in aanschaf. Daarnaast is elektrode lassen een eenvoudig lasproces om te leren wanneer men rutiel elektrodes gebruikt.

Nadelen van BMBE lassen zijn het hoge stroomverbruik. Daarnaast moet de slak na het lasproces verwijdert worden. Dit zijn extra handelingen die de lasser moet verrichten. Verder ontstaat het risico op insluitsels van de slak tijdens het lassen. De elektrodes worden telkens op nieuw in de lastoorts aangebracht. In tegenstelling tot MIG/MAG lassen waar de lasdraad op een rol wordt aangevoerd is elektrode wel arbeidsintensiever. De lasser zal regelmatig de afgesmolten elektrode moeten vervangen. Dit is één van de redenen waarom BMBE lassen niet geautomatiseerd kan worden.

Veiligheid en gezondheid met betrekking tot het lasproces

Lassen wordt regelmatig gedaan in de metaaltechniek en de werktuigbouwkunde. Doormiddel van lassen worden metalen of kunststoffen onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Er zijn verschillende lasprocessen die in de praktijk door een lasser kunnen worden uitgevoerd. De keuze van het lasproces is afhankelijk van de metaalsoort, de materiaaldikte en de kwaliteitseisen die aan het werkstuk worden gesteld. Lassen is een productieproces dat niet zonder risico’s is voor de lasser zelf en zijn of haar naaste omgeving. Daarom moet een lasser een aantal veiligheidsvoorschriften goed in acht nemen.

Veiligheid en gezondheid bij lasprocessen bevorderen
Het bevorderen van veilig werken tijdens het lassen is belangrijk om letsel te voorkomen. Tijdens het lassen kunnen gloeiendhete metaalspetters vrijkomen die brandwonden kunnen veroorzaken. Daarom is het belangrijk dat lassers zich goed tegen deze lasspetters beschermen. Brandwerende handschoenen die speciaal voor lassers zijn ontworpen moeten daarom te allen tijde door lassers worden gedragen. Ook brandwerende of brandvertragende kleding voor lassers is verplicht. De isolatie van de handschoenen van de lasser en het schoeisel van de lassers is extra belangrijk bij elektrische lasprocessen.

In de directe omgeving van de lasser mag tijdens het lassen geen brandbaar materiaal aanwezig zijn. Door de lasspetters kan brandbaar materiaal zoals karton of synthetische kleding eenvoudig vlam vatten. Hierdoor kan een grote brand ontstaan.

Verder dient de lasser rekening te houden met schadelijke gassen die tijdens het lasproces vrijkomen. Lasrook dient doormiddel van een goede afzuiginstallatie van de werkplek van de lasser weggezogen te worden.

Tot slot dient de lasser zijn of haar ogen te beschermen tegen het felle licht dat tijdens het lasproces vrijkomt. Een plasmaboog geeft tijdens het lassen fel licht dat schadelijke uv-stralen bevat. Daarom moet een lasser een lashelm of laskap dragen met een donker glaasje. Er zijn tegenwoordig ook flitskappen waarvan het glas automatisch donker wordt wanneer men gaat lassen.

De omgeving van de lasser moet echter ook geen last hebben van het uv-licht dat tijdens het lasproces vrijkomt. Daarom dient een lasser zijn of haar werkplek af te schermen met lasschermen. Door lasschermen te gebruiken kunnen mensen in de omgeving van de lasser niet in de plasmaboog kijken.

Een lasser moet zijn werkplek goed opruimen en moet er voor zorgen dat er geen ongelukken kunnen gebeuren terwijl de lasser aan het lassen is. Door het gebruik van een laskap kan een lasser namelijk weinig van zijn of haar omgeving waarnemen. Naderende heftrucks of personeel dat langs loopt wordt nauwelijks opgemerkt.

Veiligheid op de werkplek
Als een lasser de veiligheidsvoorschriften goed in acht neemt kan het lasproces goed worden uitgevoerd. Veiligheid en gezondheid is echter niet alleen iets dat de lasser zelf moet bewerkstelligen. Het bedrijf waar de lasser werkzaam is moet er voor zorgen dat de lasser de juiste materialen, gereedschappen en kleding krijgt om het werk professioneel uit te kunnen voeren. De arbeidsinspectie in Nederland ziet er op toe dat dit ook gebeurd.

Laswerk is vakwerk in de metaaltechniek

Metaaltechniek is een interessante branche waarin verschillende beroepen kunnen worden uitgevoerd. Het beroep lasser is een zeer bekend beroep dat tot de verbeelding spreekt. Ondanks het feit bepaald laswerk ook door lasrobots kan worden gedaan blijft het vakwerk van de lasser onmisbaar voor de werktuigbouwkunde. Ook in de toekomst zal altijd behoefte blijven bestaan aan uitstekende lassers. Dit komt omdat lasrobots lang niet in alle posities kunnen lassen. Daarnaast is een lasrobot over het algemeen vrij omvangrijk en moeilijk verplaatsbaar. In schepen en jachten kunnen lasrobots daarom niet of nauwelijks worden ingezet. De ruimtes aan boord van schepen en jachten zijn daarvoor eenvoudigweg te klein. Ook in andere branches van de techniek zullen lassers nodig blijven vanwege het positielaswerk.

Wat maakt lassers uniek in de werktuigbouwkunde?
Lassen is zwaar werk dat niet altijd in een ideale positie aan een werkbank kan worden gedaan. Er wordt binnen de laswereld wel veel aan prefab gedaan maar dan is niet altijd mogelijk. Een lasser moet ook regelmatig in verschillende posities lassen. Een las is een verbinding die niet uitneembaar is. Een lasser zal daarom goed moeten weten hoe een las gemaakt moet worden voordat hij of zij daadwerkelijk met de lastoorts de las maakt.

Bij lassen komt veel technische kennis aan de orde. Het is niet eenvoudigweg twee stukken staal aan elkaar bakken. Dunne platen kunnen doormiddel van veel warmte inbreng tijdens het lassen krom gaan trekken. Daarnaast zullen zeer dikke platen juist voorverwarmd moeten worden om scheuren en barsten in het materiaal te voorkomen. Elke metaalsoort en metaallegering heeft specifieke eigenschappen die er voor zorgen dat bepaalde lasprocessen wel of juist niet geschikt zijn. Daarnaast kan ook de oxide op metaal een belangrijke rol spelen voor het lasproces. De oxidehuid van aluminium is bijvoorbeeld erg hard, harder dan het aluminium zelf. Daarom moet aluminium voordat men gaat lassen goed geslepen worden. De oxidehuid moet op de plaats waar de las moet komen worden verwijdert.

Een lasser moet goed kunnen slijpen. Dit is een belangrijk onderdeel van de voorbewerkging die hoort bij het lassen. Een las wordt meestal gelegd in een bepaalde naad. Voorbeelden hiervan zijn de I-naad, K-naad en de V-naad. De laatste naad wordt in de praktijk veel gebruikt. Hierbij moeten twee metalen objecten aan de kant waar ze gelast worden schuin worden geslepen met een slijper of gesneden met bijvoorbeeld een autogeen snijder.

De lasser moet ook rekening houden met de vooropening van de twee platen of andere objecten die gelast moeten worden. Dit is erg belangrijk omdat tijdens het lassen de metaalplaten gaan ‘werken’. De metaalplaten, buizen of profielen moeten goed in een mal worden geplaatst zodat ze niet te veel ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Na afloop van het lasproces kan een staalconstructie slechts in geringe mate in de juiste vorm of hoek worden gericht. Dit is specialistisch werk. Meestal kiezen lassers er voor om de hoek in de mal iets stomper te maken dan is vereist. Tijdens het lassen zorgt het lasproces er voor dat de hoek scherper wordt.

Lassen draait om gevoel
Lassen is één van de werkzaamheden in de metaaltechniek die naast techniek ook veel om gevoel draait. De in de vorige alinea’s weergegeven informatie maakt duidelijk dat een lasser niet alleen met lastechniek een goede las kan leggen. De lasser zal ook gevoel moeten hebben voor het maken van een goede las. Dit gevoel komt al aan de orde tijdens het instellen van het lastoestel. Wanneer de lasser hier al een fout maakt wordt het maken van een goede las al erg moeilijk. Lassen is zwaar werk maar wel precies werk. Ondanks de moeilijke posities zal de lasser een goede vaste hand moeten hebben om de las zo goed mogelijk te leggen. Soms is het zicht op de plaats waar de las gelegd moet worden geheel ontnomen. Dit kan worden verholpen door te lassen met behulp van spiegels. Hierbij komt nog meer gevoel voor het lasproces aan de orde. Een goede lasser wordt je niet door alleen naar school te gaan en een lasopleiding te volgen. Lassen leer je vooral in de praktijk. Sommige mensen hebben het lassen in de ‘vingers’ terwijl andere lassers nooit een goede lasser zullen worden omdat ze eenvoudigweg het gevoel er niet voor hebben.

Hoe kan ik leren lassen en waar moet ik met lassen op letten?

Regelmatig worden er in op de technische arbeidsmarkt lassers gevraagd. Iemand die goed kan lassen lijkt vrijwel verzekerd van een leven lang werk. Dit is echter niet altijd het geval. Er is een groot verschil tussen de verschillende lasprocessen en de materialen die gelast moeten worden. Een lasser is meestal ervaren in één of enkele lasprocessen zoals bijvoorbeeld MIG/MAG, TIG, Elektrode of autogeen. Tussen deze lasprocessen zijn grote verschillen. Niet elk lasproces verloopt even snel, TIG lassen verloopt over het algemeen langzamer dan MIG/MAG lassen. Bij sommige lasprocessen moet men zelf handmatig het toevoegmateriaal aanbrengen zoals bij TIG en autogeen lassen en bij andere lasprocessen zoals MIG/MAG lassen wordt het las toevoegmateriaal automatisch via de lastoorts aangevoerd. Ook het gas dat bij lasprocessen wordt gebruikt. Zo kan er gebruik worden gemaakt van actieve gassen (MAG-lassen) en inerte gassen (TIG-lassen). Deze gassen hebben invloed op het lasproces en het materiaal.

De specifieke eigenschappen van lasprocessen zorgen er voor dat een bepaald lasproces wel of niet geschikt is voor een materiaalsoort, laspositie of plaatdikte. Kortom er zijn grote verschillen tussen de lasprocessen. Daar wordt hier niet verder op ingegaan. Er is voor geïnteresseerden meer informatie over lasprocessen te vinden op deze site. Gebruik hiervoor de zoekfunctie. Het is wel van belang om te weten dat de lasmethode die gebruikt moet worden om een bepaalde las te leggen bij veel bedrijven is beschreven in een lasmethodebeschrijving of een WPS (Welding Procedure Specification). Deze beschrijvingen kunnen worden opgesteld door een International Welding Technologist (IWT) of een Middelbaar Lastechnicus (MLT). Deze personen zijn bevoegd om lasprocedures te beschrijven en weer te geven in officiële documenten. Sommige bedrijven noemen deze personen bij de afkorting. Hierdoor ontstaan de functiebenamingen IWT-er en MLT-er.

Algemene informatie over lassen
Lassen is zoals in de inleiding gelezen kan worden niet een eenvoudig beroep. Een las is een verbinding die niet uitneembaar is. Dit houdt in dat een las een definitieve verbinding is die alleen uitelkaar genomen kan worden door het werkstuk te vernielen. Een las kan onder andere worden verwijdert doormiddel van slijpen met een slijptol, zagen of gutsen. Dit kost extra tijd en het werkstuk wordt er niet fraaier op. Daarom moet een lasser goed weten wat hij of zij doet. Een lasser kan verschillende lasopleidingen volgen. Het volgen van deze opleidingen garandeert niet dat de lasser daadwerkelijk ook hoogstaande kwaliteit levert. Daarvoor hebben lassers meestal specifieke lascertificaten nodig. Op een lascertificaat is aangegeven welk lasproces een lasser beheerst, welk materiaal gelast mag worden, wat voor lastoevoegmateriaal gebruikt mag worden, welke plaatdikte en positie mag worden gebruikt. In de eerder genoemde WPS of lasmethodebeschrijving is aangegeven of een certificaat vereist is of niet. Lassers die op gecertificeerd niveau lassen behoren tot de beste in hun vakgebied. Dit is echter niet voor iedereen bestemd. Sommige lassers zullen nooit op gecertificeerd niveau kunnen lassen omdat ze daar eenvoudigweg te weinig aanleg voor hebben.

De eerste stap voordat je gaat leren lassen
Het is belangrijk dat je de keuze voor het beroep lasser weloverwogen maakt. Lasser is een mooi maar ook een zwaar beroep. Werken in verschillende moeilijke posities kan aan de orde komen. Daarnaast zijn ook de lasdampen schadelijk voor de gezondheid. Een lasser kan daarnaast ook last krijgen van de vonken die van het lasproces vrij kunnen komen. Hierdoor kunnen brandwonden ontstaan als de lasser niet de geschikte brandvertragende kleding draagt. Verder dient een lasser zijn of haar ogen te beschermen tegen de schadelijke straling die vrijkomt uit de lasboog. Wanneer de lasser dit niet doet kan de lasser lasogen krijgen. Dit is zeer pijnlijk. Als deze nadelen goed onder ogen worden gezien kan men besluiten om een andere vakgebied te kiezen.

Toch zijn er veel mensen die voor het beroep lasser kiezen. Het is een vakgebied waarbij, kwaliteit, gevoel, inzicht en vakmanschap aan de orde komen. Een gedeelte van de lassen kan worden gelegd door robots. Toch is voor met name het lastige positiewerk altijd een lasser nodig die goed is in het vak. Zodra iemand besluit om het vak lasser te leren zal hij of zij goed moeten kiezen welk lasproces het beste bij hem of haar past.

Er zijn verschillende lasprocessen die voor specifieke werkstukken geschikt zijn. Een aankomend lasser moet daarom zichzelf de vraag stellen in welke omgeving hij of zij later wil lassen. Is dat bijvoorbeeld de machinebouw, staalconstructie, scheepsbouw of in de voedingsmiddelenindustrie. De producten die in deze verschillende gebieden van de werktuigbouwkunde worden gemaakt zijn zeer divers en kunnen soms niet met elkaar worden vergeleken. Daarom zal een aankomend lasser een goede keuze moeten maken. Dit kan door bij lasbedrijven langs te gaan en informatie in te winnen bij scholen waar lasopleidingen worden gegeven. Ook internet is een belangrijke informatiebron. Op internet zijn veel filmpjes te vinden waarin uitleg wordt gegeven over verschillende lasprocessen en verschillende soorten bedrijven. Pas wanneer deze informatie goed is bekeken en overwogen kan men een bepaald lasproces kiezen.

Een lasopleiding kiezen
Stel dat men uit de vorige stap de conclusie heeft getrokken dat men graag als MIG/MAG lasser aan de slag wil. Als iemand overtuigd is dat dit een lasproces is waar men  aanleg voor heeft is het verstandig om een opleidingsinstituut uit te zoeken waar een goede MIG/MAG opleiding wordt gegeven. Tussen opleidingsinstituten zitten vaak grote verschillen met betrekking tot de kwaliteit van lasopleidingen. Veel lasbedrijven weten met welk opleidingsinstituut ze goede ervaringen hebben. Deze adviezen kun je gebruiken om een verstandige keuze te maken.  

Het volgen van een lasopleiding
Zodra iemand een opleidingsinstituut heeft uitgekozen kan hij of zij  voor de zekerheid een proefles aanvragen om te kijken of bijvoorbeeld het MIG/MAG lasproces daadwerkelijk een lasproces is waar men mee verder wil. Als men na het volgen van deze proefles nog steeds overtuigd is van de keuze kan de opleiding worden aangevraagd. Meestal zal worden gestart met MIG/MAG niveau 1. Het is echter ook mogelijk dat iemand tijdens de proefles heeft laten zien dat hij of zij over zeer goede lasvaardigheden beschikt. In dat geval kan men vaak niveau 1 verkort doen en gelijk MIG/MAG niveau 2 volgen. De voorwaarden die hiervoor gelden kunnen verschillen per opleidingsinstituut. Met niveau 1 leert de cursist onder andere een werkstuk onder de hand te lassen. Dit is de meest eenvoudige laspositie. Het werkstuk ligt hierbij meestal horizontaal op de werkbank. Dit zorgt er voor dat de lasser er goed zich op heeft. Dit is belangrijk voor de controle op het smeltbad en het werkstuk. Daarnaast leert de cursist in niveau 1 de basistheorie die hoort bij het lasproces waarvoor de cursist de opleiding volgt. In de lasopleiding voor niveau 2 leert men moeilijker lasposities en krijgt de cursist ook meer theorie over lastechniek. Voor veel lasfuncties is niveau 2 het minimale vereiste waaraan een lasser moet voldoen. Veel lassers beheersen een lasproces op niveau 2 of hoger. Als een lasser zich verder wil specialiseren in lassen zal hij of zij verder moeten gaan met het behalen van niveau 3. Hierbij wordt aandacht besteed aan verschillende hoeknaden waaronder binnenhoeknaden. Het aantal posities waarin gelast wordt is nog uitgebreider. Ook de kwaliteit van de las wordt streng beoordeeld. De las wordt niet alleen visueel beoordeeld maar ook radiografisch. Hierdoor kan gekeken worden of de las niet alleen aan de buitenkant goed is maar ook aan de binnenkant geen onvolkomenheden heeft. Als de cursist niveau 3 heeft afgerond kan hij of zij verder met niveau 4. Dit is een heel hoog niveau. Lassers die een bepaald lasproces op niveau 4 beheersen kunnen in vrijwel alle posities dat lasproces uitstekend uitvoeren. Niveau 4 besteed ook aandacht aan hoe verschillende laslagen over elkaar heen gelegd kunnen worden. Daarnaast wordt de kwaliteit van de las nog strenger beoordeeld. Met niveau 4 van een bepaald lasproces kan een lasser in de praktijk zich op papier goed onderscheiden van andere lassers die een lager niveau op de opleiding hebben behaald. Er zijn maar weinig lassers die uiteindelijk niveau 4 halen van een bepaald lastproces.

Niveau 4 is het hoogste niveau dat op een lasopleiding kan worden gehaald. Toch mogen lassers met niveau 4 in de praktijk niet alles lassen. Er zijn werkstukken, schepen, constructies en machines waarvoor een lascertificaat vereist is. Dit is een specifiek certificaat waarmee aangetoond kan worden dat iemand een bepaalde las uitstekend kan leggen. Hierbij wordt ook aangegeven onder welke positie de las door de lasser gelegd kan worden en welk toevoegmateriaal daarvoor gebruikt mag worden. Ook de plaatdikte en de materiaalsoort wordt aangegeven. Een lascertificaat heeft een bepaalde dekking. Deze dekking is nodig om aan de eisen te voldoen die in een WPS of lasmethodebeschrijving zijn vermeld. Één van de moeilijkste lasposities is het lassen van een pijp onder een hoek van 45 graden. Dit wordt ook wel HL 45 of positie G6 genoemd. Lassers die dit certificaat halen behoren tot de beste lassers die op de arbeidsmarkt actief zijn. Voordat een lasser dit niveau haalt is hij of zij over het algemeen al een aantal jaren actief als lasser.

Ervaring in de praktijk is belangrijk bij lassen
De lasopleiding is natuurlijk een goed begin. Toch kan men met een lasopleiding nog niet zeggen dat men daadwerkelijk een ervaren lasser is. Ervaring is voor lassers van groot belang. Deze ervaring leert de lasser in de praktijk. Dit kan onder andere door bij verschillende bedrijven te werken aan verschillende producten. Veel lassers werken als uitzendkracht aan het begin van hun loopbaan. Hierdoor kunnen ze bij diverse bedrijven ervaren hoe het is om aan bepaalde producten en materialen te lassen. Lassers die thuis zelf een lastoestel hebben kunnen hun vaardigheid zeer goed op pijl houden al is er meestal niemand die hun laskwaliteit kan beoordelen wanneer ze werkstukken thuis hebben gemaakt.

De ideale combinatie is dat men met een basislasopleiding eerst in de praktijk aan de slag gaat. Daar kan de lasser het beste zo jong mogelijk mee beginnen. Wanneer de lasser wat ouder is zal de lasser over meer ervaring moeten beschikken. Daarom moet de oudere lasser over meer papieren beschikken. Deze kan hij of zij door de ervaring in de praktijk over het algemeen zonder veel moeite halen. Toch zal de lasser er niet aan ontkomen dat ook bij lasopleidingen theorie aan de orde komt. Dit moet elke lasser behalen.

Een leven lang lassen kunnen maar weinig lassers. Het is net als bij stratenmakers een zwaar beroep dat voor een behoorlijke fysieke belasting zorgt. Daarom groeien veel lassers op de duur liever door naar een lastechnische functie zoals middelbaar lastechnicus of lasbaas. Ook de positie van voorman of lasinstructeur is voor veel ervaren lassers interessant. Het is echter wel jammer dat veel bedrijven maar weinig mensen op deze positie nodig hebben. Dit is wel van belang om goed te weten.

Wat zijn de voordelen en nadelen van het beroep lasser in de werktuigbouwkunde?

Voordat iemand besluit om lasser te worden is het belangrijk om een goed beeld te hebben van het beroep lasser. Dit is zeker een interessant beroep. Er komt veel vakwerk, gevoel en inzicht in dit vakgebied aan de orde. Toch kleven er ook nadelen aan het beroep lasser. Het is een zwaar beroep waarbij men ook regelmatig in moeilijke posities moet werken. Deze posities zijn niet altijd even ergonomisch verantwoord. Zo kan een lasser gedurende lange tijd voorovergebogen een las leggen. Ook lasposities waarbij men op de knieën moet werken komen aan de orde. Boven het hoofd lassen is ook een lastige positie waarbij de vonken, die bij het lasproces vrijkomen, ook nog op de lasser zelf kunnen neerdalen. Een lasser kan door deze vonken ook brandwonden krijgen. Daarom moet een lasser zichzelf goed beschermen met brandvertragende kleding. Ook lasogen is een risico waarmee lassers te maken kunnen krijgen. Lasogen ontstaan wanneer men in de vlamboog kijkt zonder dat men de ogen voldoende tegen de schadelijke straling beschermd. Lasogen worden als zeer pijnlijk beschouwd en het duurt een dag of twee voordat men daarvan geheel is hersteld.

De las als handtekening
Bovenstaande risico’s schrikken de mensen die een passie hebben voor lassen echter niet af. Lassers die een passie hebben voor lassen willen niets anders dan een zo mooi mogelijke las leggen en zo weinig mogelijk de las nabewerken. Ze beschouwen hun las als een handtekening en die moet netjes zijn. Het slijpen van een las wordt door de meeste lassers beschouwd als een teken dat de las niet netjes gelegd is. Er kunnen echter ook andere redenen zijn om een las te slijpen.

Lassen is niet eenvoudig
Hoewel lassen uitvoerend werk is kan lassen niet als eenvoudig werk worden beschouwd. Een lasser moet met veel verschillende factoren rekening houden tijdens het lasproces. Zo moet een lasser het lastoestel goed kunnen instellen. Dit instelling van het lastoestel heeft te maken met de snelheid waarmee gelast kan worden. Daarnaast moet de lasser ook rekening houden met de warmte inbreng. Teveel warmte inbreng kan er voor zorgen dat het werkstuk vervormd. In sommige gevallen zal men de platen die men aan elkaar last van te voren op een bepaalde temperatuur moeten brengen. Dit wordt door sommige lassers ook wel voorstoken genoemd. Wanneer dit niet gebeurd is het temperatuurverschil tussen de plaats waar de las wordt aangebracht en de rest van de plaat te groot. Hierdoor kunnen door krimp en rek scheuren ontstaan in het werkstuk. In een Welding Procedure Specification WPS of lasmethodebeschrijving is aangegeven in welke mater er voorgestookt moet worden en op welke temperatuur. Deze documenten kunnen onder andere worden opgesteld door een middelbaar lastechnicus of een IWT, International Welding Technologist. De lasser zal de lasmethodebeschrijving of WPS regelmatig moeten lezen en de  temperatuur van het werkstuk goed moeten meten. Ook zal er rekening gehouden moeten worden met het afkoelen van bepaalde werkstukken. Hiervoor kunnen speciale warmhouddekens worden gebruikt.

Afstemmen van factoren in lasproces
Een lasser die op hoog niveau last moet goed in staat zijn om met alle factoren goed op elkaar af te stemmen en het lasproces perfect uit te voeren. Hieraan zijn meestal specifieke lascertificaten verbonden. Een lasser is verplicht om deze certificaten te halen wanneer hij aan hoogwaardige werkstukken werkt die gekeurd worden. Omdat er verschillende lasprocedures, metalen, plaatdiktes, lasposities en toevoegmaterialen worden gebruikt zijn er verschillende lascertificaten. Daarnaast zijn er ook nog verschillende benamingen zoals de Europese Norm en de Amerikaanse norm die met AWS wordt aangeduid. Een lasser die op gecertificeerd niveau last zal goed bij moeten houden hoe lang zijn lascertificaat geldig is en welke posities daarmee gelast mogen worden.

Gecertificeerd lassen
Gecertificeerde lassen worden meestal gekeurd. Dit kan gebeuren via een niet destructief onderzoek (NDO) of een destructief onderzoek. Een NDO onderzoek wordt uitgevoerd door een NDO-er die daarvoor geleerd heeft. Het NDO kan onder andere visueel plaatsvinden, via een röntgen onderzoek aan de hand van foto’s of met bijvoorbeeld geluidsgolven. Een destructief onderzoek kan bijvoorbeeld worden gedaan door de las door te zagen of door een trekproef uit te voeren. Deze testen maken inzichtelijk of de lasser op het niveau last dat in het certificaat is aangegeven. Gecertificeerd lassen is niet voor iedereen weggelegd. Er zijn veel lassers die wel op gecertificeerd niveau willen lassen maar dat in de praktijk niet kunnen. Voor het lassen op gecertificeerd niveau is veel vaardigheid en inzicht vereist. Daarnaast komt er ook veel gevoel voor het lasproces bij kijken. Dat hebben niet alle lassers. De meeste lassers beginnen echter op een laag niveau.