Leren lassen

Lassen is het maken van onuitneembare verbindingen tussen materiaal waarbij de uitgangsmaterialen in elkaar worden versmolten door het verhogen van de temperatuur van de contactvlakken. Deze korte definitie zal je niet in studieboeken over lassen aantreffen omdat deze is opgesteld door Pieter Geertsma van Technischwerken.nl. Toch is de definitie breed genoeg om alle verschillende soorten lasprocessen te omvatten. Er zijn een aantal basisaspecten die je moet weten voordat je kunt leren lassen. Hieronder staan een aantal belangrijke aspecten die van belang zijn als men wil leren lassen. Uiteraard wordt daarbij begonnen met algemene aspecten die bij het lassen aan de orde komen. Voor lassen is namelijk ook theoretische kennis nodig.

Smeltbad tijdens lassen
Als je wilt leren lassen is het belangrijk te weten dat bij lassen het maken van een goed smeltbad tussen het uitgangsmateriaal en eventueel het lastoevoegmateriaal van groot belang is voor het creëren van een kwalitatief goede lasverbinding.Het smeltbad is een term die wordt gebruikt voor het vloeibaar maken van de contactvlakken van de materialen die aan elkaar moeten worden verbonden. Dit smeltbad ontstaat door het verhogen van de temperatuur. Dat kan echter op verschillende manieren gebeuren. Zo maakt men bij autogeen lassen gebruik van een brander en maakt men bij MIG/MAG lassen en BMBE lassen gebruik van een elektrische vlamboog of plasmaboog. In het smeltbad kan men ook lastoevoegmateriaal aanbrengen waardoor het smeltbad groter wordt.

Beschermgas
Het is belangrijk dat het smeltbad niet verontreinigd raakt en goed beschermd wordt doormiddel van een beschermgas of backinggas. Dit gas is bij MAG lassen een actief gas, vandaar ook de Metal Active Gas. Actief gas is meestal CO2. Er zijn ook lasprocessen waarbij gebruik wordt gemaakt van een inert beschermgas. Voorbeelden hiervan zijn MIG lassen (afkorting staat voor: Metal Inert Gas) en TIG lassen (Tungsten Inert Gas). Een inert beschermgas zoals argon of helium beschermt het smeltbad nog beter tegen verontreiniging tijdens het lassen en zorgt er voor dat er geen corrosieve werking optreed tijdens het lassen.

Materialen die je kunt lassen
Bij het woord lassen denkt men meestal aan het maken van een onuitneembare verbinding tussen metalen maar met bepaalde lastechnieken kan men echter ook kunststoffen aan elkaar verbinden. Denk hierbij aan het spiegellassen waarbij de uiteinden van twee kunststofleidingen aan elkaar worden verbonden nadat ze eerst tegen een gloeiendhete ‘spiegel’ zijn aangedrukt. Omdat de meeste mensen lassen en lastechniek koppelen aan de metaalsector wordt in deze tekst de nadruk gelegd op de toepassing in de metaaltechniek. In de metaalsector wordt lassen veelvuldig toegepast wanneer de verbinding niet uitneembaar moet zijn. Metaal kan men over het algemeen beter aan elkaar lassen dan lijmen. Ook is een lasverbinding vaak veel effectiever dan een verbinding die doormiddel van solderen tot stand komt.

Ferro of non-ferro
Lasverbindingen worden in de metaalsector toegepast bij verschillende metaalsoorten. Deze metaalsoorten worden onderverdeeld in ferro en non-ferro. Bij ferro-metalen en legeringen bestaat het hoofdbestandsdeel uit ijzer wat gevoelig is voor corrosie of roest. Een voorbeeld hiervan is koolstofstaal dat veel wordt gebruikt in de staalconstructie vanwege de stevigheid en verhoudingsgewijs gunstige prijs. Bij ferro-metaal en legeringen maakt men over het algemeen gebruik van actief gas.

Non-ferro metalen zijn minder gevoelig voor corrosie of hebben een oxidelaag die het onderliggende materiaal goed beschermd zoals bij zink en aluminium het geval is. Soms zegt men dat non-ferrometalen edeler zijn dan ferro-metalen maar dat is niet altijd het geval. Zo staat zink in het periodiek systeem der elementen lager dan ferro terwijl zink toch veel beter bestand is tegen corrosie. Denk hierbij aan het verzinken van staal waarbij het zinklaagje het onderliggende staal beschermd tegen roest.

Non-ferro metalen worden ook wel inerte metalen genoemd en worden daarom gelast met een inert beschermgas of backinggas. Een aantal voorbeelden van Non-ferro metalen zijn aluminium, nikkel en zink. Sommige legeringen bevatten echter wel ijzer maar worden toch beschouwd als non-ferro zoals roestvaststaal dat ook wel bekend is onder de afkorting rvs. Het materiaal dat gelast wordt noemt men ook wel uitgangsmateriaal en bepaald in belangrijke mate welk lastoevoegmateriaal gebruikt kan worden. Het spreekt voor zich dat men voor inert uitgangsmetaal ook een inert lastoevoegmateriaal (lasdraad) gebruikt.

Lasposities
Een las kan in verschillende posities worden aangebracht. Daarbij kan men bijvoorbeeld denken aan onder de hand lassen maar ook recht omhoog lassen wat ook wel stapelen wordt genoemd. Andere posities zijn uit de zij lassen en boven het hoofd lassen. Dit zijn verschillende lasposities en verschillen ook in complexiteit. Zo is boven het hoofd lassen veel moeilijker dan onder de hand lassen.

MLT en IWT
De hiervoor genoemde alinea’s beschrijven algemene informatie die een lasser moet weten om een goede lasverbinding te kunnen maken. Gelukkig hoeft een lasser op theoretisch vlak niet alles te weten. Daarvoor zijn lasspecialisten oftewel lastechnici. Deze specialisten hebben veel kennis van lastechniek en hebben vaak een opleiding Middelbaar Lastechnicus gevolgd. Deze opleiding wordt ook wel afgekort met MLT. Ook de opleiding IWT is mogelijk, dit staat voor International Welding Technologist. In de praktijk heeft men het ook wel over een IWT-er of een MLT-er. Deze specialisten kunnen een lasmethodebeschrijving opstellen of een welding procedure specification. Daarover lees je in de volgende alinea meer

Lasmethodebeschrijving of welding procedure specification
Lassers moeten weten hoe een lasverbinding tot stand moet worden gebracht. Vooral bij complexere werkstukken van hoogwaardige legeringen is het belangrijk dat een lasser precies weet wat er van hem of haar verwacht wordt. Dat is overigens ook het geval bij constructies die worden gemaakt voor de bouw en offshore waarbij een lasser een uitstekende lasverbinding moet leggen omdat er anders grote gevaren kunnen ontstaan met betrekking tot de constructieve stevigheid van producten en constructies.

Bij dergelijke laswerkzaamheden wordt gebruik gemaakt van een welding procedure specification (wps) of een lasmethodebeschrijving (lmb). Deze duidelijke omschrijvingen zijn meestal opgesteld door een International Welding Technologist of een Middelbaar Lastechnicus. In een lasmethodebeschrijving of welding procedure specification staat informatie over het lastproces dat gehanteerd moet worden door de lasser maar ook het lastoevoegmateriaal, het beschermgas en de laspositie die de lasser moet hanteren voor het maken van de lasverbinding. In de praktijk zullen lassers voor het maken van dergelijke lasverbindingen ook persoonlijk gecertificeerd moeten worden. Dit houdt in dat de lasser een lascertificaat moet behalen die gekoppeld is aan zijn of haar naam.

Lasvaardigheid leren
Uit de alinea’s hierboven komt naar voren dat het maken van een lasverbinding niet eenvoudig is. Er is behoorlijk wat theoretische kennis voor nodig om een goede lasverbinding te maken. Het leren van lasvaardigheid is vooral een kwestie van toepassen. Dat houdt in dat men zelf regelmatig moet oefenen met lassen. Dan leert men namelijk een goed smeltbad maken en leert men ook wat het effect is van warmte op metaal. Er ontstaat namelijk krimp en rek in een werkstuk als men bepaalde gedeelten verwarmt en andere gedeelten niet verwarmt. Het lassen is namelijk vooral het lokaal verhitten van het werkstuk.

Een lasser kan echter ook een gedeelte van het werkstuk voorgloeien. Ook dit is beschreven in de lasmethodebeschrijving of welding procedure specification. Lassers zijn vooral praktijkmensen en daarom is het verstandig om met collega-lassers informatie uit te wisselen over hoe een lasverbinding gemaakt kan worden. Veel lassers hebben door jaren ervaring zichzelf truckjes aangeleerd met betrekking tot het vasthouden van de lastoorts en het instellen van het lasapparaat. Lassen is wat dat betreft echt een beroep dat je in de praktijk moet leren. Veel lassers hebben thuis ook een lastoestel staan waardoor ze ook thuis hun lasniveau op peil kunnen houden.

Uiteraard is het verstandig om een lasopleiding te volgen bij een opleidingsinstituut dat goed bekend staat. Veel technische mbo-scholen bieden lasopleidingen aan. Daarnaast heeft ook het Nederlands Instituut voor Lastechnieken (NIL) veel informatie over lastechniek. Lasopleidingen  die erkend zijn door het NIL hebben meerwaarde op de arbeidsmarkt.

Veiligheid en lassen
Lassen is overigens een beroep met risico’s. Tijdens het lassen maakt men gebruik van hoge temperaturen waardoor er een risico is op brand. Daarnaast wordt tijdens het lassen ook een zeer schadelijk UV-licht geproduceerd waartegen de ogen beschermd moeten worden. Lassers moeten in de praktijk altijd de voorschreven persoonlijke beschermingsmiddelen dragen. Dit houdt in dat ze een vlamvertragende lasoverall moeten dragen en een lashelm. De lasdampen moeten worden afgezogen doormiddel van een goed ventilatiesysteem of een lasdampafzuiginstallatie.

Veiligheidsinstructie en personeelsinstructieformulier
Lassers moeten daarnaast ook andere materialen zoals slijptollen en slijpmachines gebruiken conform de veiligheidsvoorschriften. Bedrijven zijn volgens de arbowetgeving verplicht hun werknemers te wijzen op veilig en verantwoord werken. Uitzendbureaus die lassers als uitzendkracht bemiddelen moeten de doorgeleidingsplicht hanteren. Dit houdt in dat deze uitzendbureaus bij de opdrachtgever de veiligheidsvoorschriften en de risico’s op de werkvloer moeten opvragen en doorgeven aan de uitzendkrachten die als lasser gaan werken. Op die manier worden lassers voor de aanvang van de werkzaamheden op de hoogte gebracht van de veiligheidsrisico’s die aan het laswerk verbonden zijn en de manier waarop de veiligheidsrisico’s beperkt kunnen worden. Dit gebeurd onder andere door een personeelsinstructieformulier die veel VCU gecertificeerde uitzendbureaus hanteren.

 

Veiligheid en gezondheid met betrekking tot het lasproces

Lassen wordt regelmatig gedaan in de metaaltechniek en de werktuigbouwkunde. Doormiddel van lassen worden metalen of kunststoffen onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Er zijn verschillende lasprocessen die in de praktijk door een lasser kunnen worden uitgevoerd. De keuze van het lasproces is afhankelijk van de metaalsoort, de materiaaldikte en de kwaliteitseisen die aan het werkstuk worden gesteld. Lassen is een productieproces dat niet zonder risico’s is voor de lasser zelf en zijn of haar naaste omgeving. Daarom moet een lasser een aantal veiligheidsvoorschriften goed in acht nemen.

Veiligheid en gezondheid bij lasprocessen bevorderen
Het bevorderen van veilig werken tijdens het lassen is belangrijk om letsel te voorkomen. Tijdens het lassen kunnen gloeiendhete metaalspetters vrijkomen die brandwonden kunnen veroorzaken. Daarom is het belangrijk dat lassers zich goed tegen deze lasspetters beschermen. Brandwerende handschoenen die speciaal voor lassers zijn ontworpen moeten daarom te allen tijde door lassers worden gedragen. Ook brandwerende of brandvertragende kleding voor lassers is verplicht. De isolatie van de handschoenen van de lasser en het schoeisel van de lassers is extra belangrijk bij elektrische lasprocessen.

In de directe omgeving van de lasser mag tijdens het lassen geen brandbaar materiaal aanwezig zijn. Door de lasspetters kan brandbaar materiaal zoals karton of synthetische kleding eenvoudig vlam vatten. Hierdoor kan een grote brand ontstaan.

Verder dient de lasser rekening te houden met schadelijke gassen die tijdens het lasproces vrijkomen. Lasrook dient doormiddel van een goede afzuiginstallatie van de werkplek van de lasser weggezogen te worden.

Tot slot dient de lasser zijn of haar ogen te beschermen tegen het felle licht dat tijdens het lasproces vrijkomt. Een plasmaboog geeft tijdens het lassen fel licht dat schadelijke uv-stralen bevat. Daarom moet een lasser een lashelm of laskap dragen met een donker glaasje. Er zijn tegenwoordig ook flitskappen waarvan het glas automatisch donker wordt wanneer men gaat lassen.

De omgeving van de lasser moet echter ook geen last hebben van het uv-licht dat tijdens het lasproces vrijkomt. Daarom dient een lasser zijn of haar werkplek af te schermen met lasschermen. Door lasschermen te gebruiken kunnen mensen in de omgeving van de lasser niet in de plasmaboog kijken.

Een lasser moet zijn werkplek goed opruimen en moet er voor zorgen dat er geen ongelukken kunnen gebeuren terwijl de lasser aan het lassen is. Door het gebruik van een laskap kan een lasser namelijk weinig van zijn of haar omgeving waarnemen. Naderende heftrucks of personeel dat langs loopt wordt nauwelijks opgemerkt.

Veiligheid op de werkplek
Als een lasser de veiligheidsvoorschriften goed in acht neemt kan het lasproces goed worden uitgevoerd. Veiligheid en gezondheid is echter niet alleen iets dat de lasser zelf moet bewerkstelligen. Het bedrijf waar de lasser werkzaam is moet er voor zorgen dat de lasser de juiste materialen, gereedschappen en kleding krijgt om het werk professioneel uit te kunnen voeren. De arbeidsinspectie in Nederland ziet er op toe dat dit ook gebeurd.

Wat zijn lasogen en hoe kunnen lasogen worden voorkomen?

Lasogen ontstaan wanneer ogen teveel blootgesteld worden aan ultraviolette stralen. Dit kan onder andere gebeuren door te lang in de zon te kijken, of te lang onder de hoogtezon te zitten zonder de ogen voldoende te beschermen tegen UV stralen. Ook in poolgebieden kunnen ogen worden aangetast door UV straling wanneer men te lang in de zon over de sneeuw kijkt. Dit wordt ook wel sneeuwblindheid genoemd.

Lasogen in de techniek
In de techniek kan hetzelfde effect ontstaan wanneer iemand last zonder voldoende bescherming voor de ogen te gebruiken. Men spreekt dan van lasogen. Het hoornvlies van het oog is ontstoken door de inwerking van UV straling. Het hoornvlies wordt ook wel cornea genoemd en is het doorzichtige deel van het oog aan de buitenkant. Hierdoor valt het licht naar binnen. Wanneer het hoornvlies is ontstoken door UV straling spreekt men over lasogen.

Hoe zien lasogen er uit?
Lasogen zien er aan de buitenkant niet bijzonder afwijkend uit. Het oogwit van lasogen kan rood gekleurd zijn. Dit komt door de vaatverwijding. Voor degene die lasogen heeft is het echter pijnlijk. Mensen met lasogen kunnen nauwelijks licht verdragen en hebben het gevoel dat de ogen minder vocht bevatten. Hierdoor voelt het of de oogleden over de ogen heen schuren als iemand met lasogen knippert. Het draaien en bewegen van de ogen kan gepaard gaan met stekende pijn.

Hoe kunnen lasogen herstellen?
Lasogen herstellen over het algemeen binnen één tot twee dagen. Het is mogelijk om doormiddel van oogdruppels de pijn tijdelijk te stillen. Hierdoor vertraagt de genezing echter. Daarom worden oogdruppels meestal niet toegepast. Verder kan iemand met lasogen zelf wel pijnstillers gebruiken. Daarnaast is het raadzaam om een doek over de ogen te leggen. Mensen met lasogen doen er goed aan om fel licht te vermijden.

Hoe kunnen lasogen voorkomen worden?
Voorkomen is beter dan genezen, daarom is het belangrijk om de ogen zo goed mogelijk te beschermen tegen UV straling. In een omgeving met veel zon dient een zonnebril te worden gedragen met voldoende UV bescherming. Wanneer men last moet men er voor zorgen dat men een lashelm of laskap gebruikt met de juiste beschermingsglaasjes. Verder is het belangrijk dat je niet in de vlamboog kijkt van andere lassers. Daarom kan op de werkplek gebruik worden gemaakt van lasschermen of andere objecten waardoor de omstanders geen last hebben van de UV straling die van het lasproces afkomt. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met spiegels en andere objecten die het licht van het lasproces kunnen reflecteren. Draag altijd de voorgeschreven oogbescherming op de werkplek.