Wat is langsnaadlassen?

Langsnaadlassen is een lasproces waarbij een lasmachine gebruikt wordt om een lange lasnaad te lassen. Meestal wordt hierbij een zogenaamde OP lasmachine gebruikt. OP staat voor Onder Poeder lassen. In plaats van beschermgas wordt gebruik gemaakt van een soort poeder. Dit poeder wordt door de hitte van het lasproces verbrand en omgezet in een soort beschermgas dat vergelijkbaar is met het beschermgas dat ontstaat bij het verbranden van de beklede elektrode tijdens het BMBE lassen.

Waar wordt langsnaadlassen toegepast?
Het langsnaadlassen is een lasproces dat veel wordt toegepast bij grote plaatconstructies met lange lasnaden. Om die reden wordt het langsnaadlassen vooral gebruikt in de scheepsbouw en jachtbouw. Ook in de apparatenbouw en de bouw van grote tanks en silo’s komt het langsnaadlassen voor.

Het machinaal langsnaadlassen vereist een speciale machine die kostbaar is in aanschaf en bovendien erg omvangrijk is. Daarom hebben kleinere bedrijven meestal geen ruimte en mogelijkheden om langsnaadlassen op grote schaal uit te voeren. Het langsnaadlassen wordt daarom vaak bij grote plaatbewerkers gedaan. Die kunnen wel als halfabricaten toeleverancier opereren voor de kleinere bedrijven. Langsnaadlassen wordt door veel bedrijven vaak uitbesteed aan bedrijven die hierin gespecialiseerd zijn.

Hoe wordt automatisch langsnaadlassen gedaan?
Het langsnaadlassen kan volledig gemechaniseerd worden uitgevoerd waarbij een machine wordt gebruikt die zelf de lasnaad scant. Vervolgens bepaalt de voorgeprogrammeerde machine de positie van de lastoorts en de instelling van het aantal volts en ampères dat nodig is om het basismateriaal en het lastoevoegmateriaal in een smeltbad samen te brengen.

Semiautomatisch langsnaadlassen
Het langsnaadlassen kan echter ook semiautomatisch worden gedaan. In dat geval is er sprake van een machine die het lasproces uitvoert maar wel onder directe begeleiding van een ervaren lasser. De lasser begeleid het lasproces door de toorts precies over de lasnaad heen te sturen. Daarbij kan de lasser vaak tegelijkertijd met de machine meebewegen. Dit gebeurd meestal met behulp van een machine op rails waarbij de lasser op een karretje mee kan rijden tijdens het lasproces. De lasser kan indien gewenst bijsturing bieden en de lasmachine bedienen.

Langsnaadlassen met de hand
In feite zou men ook met de hand een lastoorts kunnen bedienen tijdens het langsnaadlassen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen met behulp van MIG/MAG lassen omdat daarbij voortdurend lastoevoegmateriaal in de lasrevolver wordt doorgevoerd. BMBE lassen is minder geschikt omdat het aantal elektrodes dat moet worden ingevoerd over een grote lasnaad waarschijnlijk zeer omvangrijk is.

Ook TIG lassen is niet geschikt voor het langsnaadlassen over grote afstanden omdat hierbij met de hand het lastoevoegmateriaal in het smeltbad wordt gebracht. Dat zorgt er voor dat er regelmatig nieuw lastoevoegmateriaal moet worden gepakt waardoor het smeltbad kan afkoelen. Bovendien heb je doordat je het lastoevoegmateriaal met de hand moet toevoegen niet de mogelijkheid om je hand te ondersteunen.

Langsnaadlassen leren
Het langsnaadlassen is niet een heel complex lasproces. Het vereist wel concentratie en discipline. De moeilijkheid van het langsnaadlassen is dat er een las wordt gelegd over een lange afstand tussen twee lange platen. Dat zorgt er voor dat de las nauwkeurig moet zijn en dat de kwaliteit en vorm van de las constant moet zijn. Randinkarteling en een onderuitgezakte las moet worden voorkomen. Dit zijn slechts een paar voorbeelden van wat er fout kan gaan tijdens langsnaadlassen. Uiteindelijk leer je langsnaadlassen met ervaring. Voor OP lassen of Onder Poeder lassen zijn wel specifieke lasopleidingen en lascertificaten.

OP lascertificaten
De meeste lasverbindingen die met een OP lasmachine moeten worden gemaakt zijn gecertificeerd. Dat betekent dat een lasser die een OP las moet maken vaak op basis van de WPS op LMB (lasmethodebeschrijving) over een OP lascertificaat moet beschikken. Dit zijn persoonsgebonden lascertificaten.

Is CO2 lassen het zelfde als MIG/MAG lassen?

CO2 lassen is een lasproces waarbij gebruik wordt gemaakt van een actief gas genaamd koolstofdioxide (CO2). Een andere term die wordt gebruikt voor het CO2 lassen is MAG lassen. Hierbij staat de afkorting MAG voor Metal Active Gas. De laatste twee letters van deze afkorting maken duidelijk dat het om een actief gas gaat. CO2 is een actief gas omdat het gas een reactie aangaat met de atmosfeer in de omgeving van het lasproces en het smeltbad. Om die reden kan CO2 lassen niet worden gebruikt als synoniem voor MIG lassen. Een voordeel van CO2 is dat het een goedkoop beschermgas is. Naast CO2 / MAG lassen is er ook het MIG lassen. Daarover lees je in de volgende alinea meer.

MIG of MAG lassen?
MIG staat voor Metal Inert Gas en is een lasproces waarbij gebruik wordt gemaakt van een inert beschermgas. Een inert gas is een gas dat geen reactie aangaat met de lucht of atmosfeer in de omgeving van het smeltbad van het lasproces. Een actief gas gaat wel een actieve reactie aan met de atmosfeer. Om die reden kan men CO2 lassen (MAG lassen) niet toepassen bij inerte materialen zonder dat daarbij de kans op corrosie en vervuiling van de lasverbinding aanzienlijk toeneemt. Kortom als men een inert materiaal wil lassen zal men ook een inert beschermgas moeten gebruiken en kiest men dus voor MIG lassen. Een voorbeeld van een inert materiaal is aluminium. Dit kan men lassen doormiddel van MIG maar ook doormiddel van TIG. De laatste afkorting staat voor Tungsten Inert Gas. Hoewel dit lasproces verschilt met MIG lassen wordt ook hierbij gebruik gemaakt van inert gas.

CO2 lasproces
Buiten het verschil in beschermgas is er geen verschil tussen CO2/ MAG lassen en MIG lassen. Er wordt gebruik gemaakt van hetzelfde lastoestel met een lastoorts. De lastoorts kan met 1 of met 2 handen worden gehanteerd door de lasser. Door deze lastoorts wordt tijdens het lassen een lasdraad gevoerd richting het smeltbad van het werkstuk. De lasdraad smelt af tijdens het lasproces en versmelt zich met het smeltbad dat tijdens het lassen ontstaat. Het smeltbad is in feite gesmolten metaal. Een deel van het smeltbad ontstaat door het smelten van het uitgangsmateriaal.

Dit uitgangsmateriaal vormt het werkstuk waarin de lasverbinding moet worden aangebracht. Tijdens het lassen ontstaat er een kortsluitingsboog tussen het werkstuk en de lastoorts. Door deze kortsluiting ontstaat een hoge temperatuur waardoor de laskanten smelten. Deze gesmolten laskanten vormen een smeltbad gezamenlijk met het lastoevoegmateriaal/ lasdraad. Als het smeltbad afkoelt wordt het hard en ontstaat een stevige niet-uitneembare lasverbinding.

Thermietlassen of exothermisch lassen van spoorrails

Exothermisch lassen is in tegenstelling tot MIG/MAG-, TIG- en BMBE-lassen een vrij onbekend lasproces. Exothermisch lassen wordt in tegenstelling tot de andere lasprocessen ook niet echt door een lasser uitgevoerd. In plaats daarvan vind het exothermisch lassen of het thermietlassen plaats op basis van een chemisch proces. Dit chemische proces komt tot stand door de chemische reacties tussen verschillende stoffen. Deze stoffen worden in poedervorm bij elkaar gebracht en bestaan onder andere uit de oxide van edeler metalen en minder edele metalen. Het mengsel van de stoffen wordt ook wel thermiet genoemd vandaar de benaming thermietlassen. Dit specifieke lasproces heeft voordelen en nadelen die er voor zorgen dat het thermietlassen niet voor alle materialen of lasverbindingen geschikt is. In de volgende alinea lees je meer over de eigenschappen van het thermietlassen.

Eigenschappen van thermietlassen
Het thermietlassen kenmerkt zich door de chemische reactie die plaatsvind door de thermiet te verhitten. Het lasproces is vrij kostbaar en komt tot stand doormiddel van een vlam met een temperatuur van ruim 2500°C. Men gebruikt voor dit lasproces thermiet dat nauwkeurig samengesteld moet worden. De samenstelling van thermiet is afhankelijk van de toepassing, kortom de materialen die aan elkaar moeten worden verbonden. Het poedervormige thermiet gaat onderling een reactie met elkaar aan maar ook met het materiaal dat aan elkaar gelast moet worden. Dat zorgt er voor dat er een smeltbad ontstaat. Dit smeltbad kan echter niet worden bijgestuurd zoals bij de meeste lasprocessen wel het geval is. In plaats daarvan moet men afwachten totdat het exothermisch lassen klaar is. Het proces kan dus niet worden gestopt. Bovendien reageert het lasproces heel heftig op vocht. Daarom kan men onder water beter niet gaan thermietlassen.

Thermietlassen van spoorrails
Thermietlassen wordt onder andere toegepast bij het maken van lasverbindingen tussen spoorrails. Hierbij maakt men gebruik van de reductie van ijzeroxide door aluminium. Aluminium is namelijk edeler materiaal dan ijzer. Bij het lassen van spoorrails gebruikt men een thermietmengsel van ijzer(III)oxide (rood ijzeroxide) en aluminiumpoeder. De lasverbinding komt tot stand bij een zeer hoge temperatuur van ruim 2500°C. Bij het maken van een lasverbinding in een voegloos spoor wordt een keramische mal geplaatst om de twee aan elkaar te lassen spoorstaven. In deze mal wordt het residu van het thermiet geplaats. Dit residu bestaat voornamelijk uit vloeibaar ijzer.
Door de hoge temperatuur van het thermietlassen vermengt het thermiet zich met het ijzer van de spoorstaven. Het is belangrijk dat de laskanten van de spoorstaven zich goed vermengen met het thermiet. Daarom worden de laskanten van de spoorstaven voorgegloeid met gasbranders. Dit voorgloeien gaat door totdat de laskanten roodgloeiend zijn. In totaal duurt het ongeveer vijfenveertig tot zestig minuten vanaf het begin van de voorbereidende werkzaamheden tot het moment dat de rails in gebruik kan worden genomen omdat deze voldoende is afgekoeld na het thermietlassen. Hieronder staan de verschillende stappen die moeten worden doorlopen voor, tijdens en na afloop van het thermietlassen van een spoorrails:

  • De spoorstaven worden uitgelijnd;
  • Rondom de plek waar de las moet worden aangebracht wordt een keramische gietmal aangebracht;
  • Bovenop de gietmal wordt een reactievat geplaatst;
  • Het reactievat wordt gevuld met thermiet dat de juiste samenstelling bevat;
  • De laskanten van de spoorstaven worden verhit met behulp van gasbranders. Dit verhitten gaat door tot de laskanten roodgloeiend zijn, dit is op ongeveer 900°C;
  • Het thermietmengsel wordt ontstoken;
  • De reactie die ontstaat duurt enkele minuten. Tijdens dit thermietlassen loopt de temperatuur op tot meer dan 2500°C;
  • Het staal van de spoorrails wordt vloeibaar, er ontstaat een smeltbad;
  • Het vloeibaar ijzer stroomt tussen de rails in de gietmal; Er ontstaat een slak van aluminiumoxide die blijft drijven op het smeltbad. Deze slak beschermt het hete ijzer tegen verbranding;
  • Na afkoeling worden het reactievat en de gietmal verwijderd;
  • De lasbraam wordt weggeslepen.

Belangrijke aandachtspunten tijdens het thermietlassen van spoorrails
Het thermietlassen is een lasproces dat chemisch is en niet meer gestopt kan worden als het eenmaal in gang is gezet. Dat zorgt er voor dat men zorgvuldig tewerk moet gaan. Een belangrijk aspect hierin is het voorbereiden. Men moet er voor zorgen dat de beide spoorstaven god zijn uitgelijnd. Daarnaast moet ook de keramische mal goed gesloten worden. Verder moet uiteraard ook de lasverbinding goed worden afgekoeld voordat men het spoor in gebruik neemt. Bovendien is ook de samenstelling van het thermiet van doorslaggevend belang voor de kwaliteit van de lasverbinding. Dit heeft onder andere te maken met de daadwerkelijke samenstelling van het materiaal van de las. Door het exothermisch lassen ontstaat namelijk een zuiver materiaal. In de volgende alinea is hiervan een voorbeeld gegeven.

Zuiver ijzer
De chemische reacties die tijdens het thermietlassen ontstaan zorgen er voor dat er zuiver ijzer ontstaat in de lasverbinding. Dit zuiver ijzer is minder sterk dan staal. Dat zorgt er voor dat de lasverbinding een zwakke plek vormt. Dat moet worden voorkomen. En daarom worden er in het thermietmengsel korrels toegevoegd van andere materialen. Deze materialen zijn verrijkt met koolstof en andere toevoegingen. Door dit extra toevoegmateriaal gaat er tijdens het thermietlassen wel warmte verloren maar ontstaat wel de gewenste samenstelling in de lasverbinding. Staal heeft namelijk een klein percentage koolstof waardoor het sterker is dan zuiver ijzer.

Voordelen en nadelen van thermietlassen

Thermietlassen wordt ook wel exothermisch lassen genoemd en is een lasproces dat gebaseerd is op de chemische reactie van verschillende stoffen waaronder metaaloxides van edele en minder-edele metalen. Voor thermietlassen gebruikt men vaak een lasmal die men uithakt in het materiaal. Ook kan men gebruik maken van een keramische lasmal. Een lasmal van keramiek bestaat uit verschillende delen en kan worden hergebruikt. Thermietlassen wordt vooral toegepast bij het lassen van spoorrails. Bij het thermietlassen van spoorrails maakt men gebruik van een thermiet dan bestaat uit ijzer(III)oxide en aluminiumpoeder. Tijdens dit thermietlasproces ontstaat een zeer hoge temperatuur van ruim 2500°C. Thermietlassen heeft verschillende voordelen en nadeel. Deze zijn hieronder weergegeven.

Voordelen van thermietlassen

  • Thermietlassen is een automatisch lasproces. Dat wil zeggen dat de chemische reactie blijft voortduren totdat het voltooid is. Er hoeft geen lasser aanwezig te zijn om het lasproces te sturen.
  • Voor thermietlassen is geen zuurstof nodig want dat komt uit het materiaal zelf.
  • Met thermietlassen kan men ongelijke metalen aan elkaar lassen. Zo kan men edele en minder edele metalen aan elkaar lassen. Het thermiet bestaat overigens ook uit de oxide van edele en minder edele metalen.

Nadelen van thermietlassen

  • Thermiet lassen is een lasproces dat ten opzichte van andere lasprocessen vrij kostbaar is.
  • Het feit dat het lasproces automatisch verloopt op basis van een chemische reactie kan ook een nadeel zijn. Het lasproces kan namelijk niet meer gestopt worden als het in werking is getreden. Het thermietlassen gaat dus door totdat alle thermiet op is.
  • Voor thermietlassen is geen zuurstof nodig, het lasproces gaat onder water gewoon door. In combinatie met water wordt het lasproces heftiger omdat water door de hitte ontleedt en deel neemt aan de chemische reacties. Thermietlassen is daardoor niet geschikt om als lasproces toe te passen in vochtige omgevingen.
  • De samenstelling van het thermiet moet nauwkeurig worden bepaald. Voor elke specifieke las moet men goed letten op de samenstelling van het thermiet.
  • Het lasproces kan niet gestuurd worden. Daarvoor zal men gebruik moeten maken van een mal.

Zuivere lasverbinding
Wanneer het thermietlasproces tot stilstand komt koelt de lasverbinding af. De lasverbinding bestaat uit een behoorlijk zuiver materiaal meestal is dit ijzer of koper. Deze zuivere lasverbinding kan een gunstig aspect zijn maar soms is een chemisch onzuiver materiaal gewenster. Denk hierbij aan staal dat bestaat uit ijzer en een klein percentage koolstof. Als het materiaal van de lasverbinding niet de gewenste samenstelling heeft zal men de extra stoffen moeten toevoegen. Het smelten van deze extra toevoegingen kost extra energie. Dit energieverlies gaat ten koste van de warmteopbrengst van de exotherme chemische reactie.

Wat is exothermisch lassen, thermietlassen of aluminothermisch lassen?

Exothermisch lassen wordt ook wel aluminothermisch lassen of thermietlassen genoemd en is een lasproces waarbij een lasverbinding wordt gemaakt doormiddel van een thermietreactie die ontstaat door een chemisch mengsel van poedervormige stoffen. Het poedermengsel dat voor thermietlassen wordt gebruikt noemt men thermiet vandaar de benaming thermietlassen. Dit is echter een fijn poeder dat een chemische werking heeft. Het poeder bestaat uit oxide van metalen, een edeler metaal en een minder-edel metaal. Er wordt gebruik gemaakt van een ontbrandingstemperatuur die tot stand komt door een zeer hete vlam. Men kan daarvoor aan het mengsel magnesiumpoeder toevoergen. Bij thermietlassen komt zeer veel energie vrij. Dat zorgt er voor dat het materiaal dat aan elkaar gelast moet worden gesmolten wordt. Zodra dit smeltbad afkoelt ontstaat er een lasverbinding.

Geschiedenis van thermietlassen
Exothermisch lassen is een lasproces ontwikkeld is door Hans Goldschmidt rond 1895. In eerste instantie werd het lasproces gebruikt voor ijzer (ferro). Door Dr. Charles Cadwell werden vanaf 1938 ook mogelijkheden bedacht om andere metalen exothermisch te lassen. Exothermisch lassen heeft procesnummer (ISO 4063) 71.

Lasmal
Thermietlassen is een proces dat gebaseerd is op chemische reacties die voor hitte en een smeltbad zorgen. Wanneer het proces van exothermisch lassen eenmaal in gang is gebracht gaat dit proces door tot het proces voltooid is. Voor een goede lasverbinding moet het thermiet en het smeltbad echter wel op de plek worden gehouden. De gedeeltes die aan elkaar gelast moeten worden zullen in de praktijk vaak in een mal worden geplaatst zodat het thermiet tijdens het thermietlassen op de juiste plaats blijft. De mal kan op verschillende manieren worden aangebracht. Zo kan men een mal samenstellen uit verschillende delen die elkaar goed omsluiten. Deze lasmallen bestaan uit keramisch materiaal.
Na het thermietlassen kan men de lasmal verwijderen zodat men deze kan hergebruiken. Soms wordt een lasmal weggehakt in het materiaal. Deze mal is belangrijk want deze houdt het smeltbad en het thermiet op de plaats en zorgt er tevens voor dat de lasverbinding de juiste vorm krijgt. Een dergelijke mal noemt men ook wel een lasmal.

Samenstellingen van thermiet
In de inleiding werd al aangegeven dat men voor de samenstelling van thermiet verschillende soorten metaaloxides gebruikt. Hierbij worden edele metaalsoorten met minder edele metaalsoorten gemengd. Voorbeelden van reacties die hierbij gebruikt worden:
• Fe2O3 + 2 Al → 2 Fe + Al2O3 + ∆H: 851 kJ/Mol
• 3 CuO + 2 Al → 3 Cu + Al2O3 + ∆H: 1203 kJ/mol
• 3 TiO2 + 4 Al → 3 Ti + 2 Al2O3 + ∆H
Met bovengenoemde samenstellingen kan men exothermisch lassen. Als dit lasproces eenmaal in werking is getreden hoeft er geen externe warmte meer te worden toegevoerd. Het lasproces is dan ook niet meer bij te sturen en gaat door tot alle beschikbare materiaal is omgezet.

Indeling soorten elektrische spanning

Elektrische spanning wordt uitgedrukt in de grootheid Volt (V). Wanneer elektrisch geladen deeltjes ongelijk over twee polen verdeeld zijn en willen bewegen, is er sprake van spanning. Er zijn vier verschillende soorten spanning. Deze verschillende soorten spanning zijn ingedeeld in het aantal Volt. Door deze indeling en benaming wordt inzichtelijk met wat voor type elektrische installatie een elektromonteur werkt.

  • Zeer lage spanning
    Dit zijn elektrische spanningen van 12V tot 24V.
  • Laagspanning
    De categorie laagspanning wordt opgedeeld in twee groepen:
    –             Wisselspanning tot 1000V en
    –             Gelijkspanning tot 1500V.
  • Middenspanning
    Dit zijn elektrische spanningen van 1.000V tot 50.000V.
  • Hoogspanning
    Hieronder vallen elektrische spanningen van 50.000V tot meer dan 380.000V.

Verschil tussen gelijkspanning en wisselspanning
Elektrische spanning wordt ook wel ingedeeld in wisselspanning en gelijkspanning. We leggen het verschil tussen deze twee begrippen kort uit. Bij wisselspanning wisselt de richting van elektronen vandaar de benaming wisselspanning. Als iemand een elektrische schok krijgt van een elektrische installatie met wisselspanning dan veroorzaakt dat een forse stoot, maar de persoon blijft niet vastzitten aan het gedeelte van de elektrische installatie die onder spanning staat.

In een elektrische installatie met gelijkspanning stromen de elektronen steeds in dezelfde richting. Als men een stroomschok krijgt van gelijkspanning dan veroorzaakt dat spierkramp. De persoon blijft na de schok vaak verkrampt vastzitten aan de elektrische installatie. Gelijkspanning veroorzaakt bij kortsluiting grotere vlambogen dan wisselspanning. Als men het heeft over veilig werken met elektriciteit moet men de verschillen in risico’s tussen gelijkspanning en wisselspanning goed weten.

Veilige spanning
Werken met veilige spanning is ook mogelijk in de elektrotechniek. Men heeft het over veilige spanning omdat er bij een bepaalde spanning geen gevaar is voor de veiligheid en gezondheid van de werknemer. Veilige spanning is:

  • Wisselspanning met maximaal 50 V(olt)
  • Gelijkspanning met maximaal 120 V(olt)

In vochtige, nauwe ruimten is men verplicht om veilige spanning toe te passen in elektrische installaties. Daarnaast wordt in speciale instellingen zoals in zwembaden en ziekenhuizen gewerkt met een zeer lage spanning: 12 V(olt).

Werken aan elektrische installaties
Het werk van een elektromonteur brengt gevaren met zich mee. Het bekendste gevaar is een elektrische schok die in een alinea hierboven al even is benoemd. Om te voorkomen dat men een elektrische schok krijgt zal men de spanning van een elektrische installatie moeten uitschakelen. Het werk aan elektrische installaties is overigens het werk van specialisten alleen bevoegde elektromonteurs die een gedegen opleiding hebben gehad mogen aan een elektrische installatie werken. In de NEN 3140 wordt een indeling gegeven op basis van de bevoegdheid van elektromonteurs. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een:

  • Voldoende Onderricht Persoon (VOP) die onder toezicht van een VP nauwkeurig omschreven werkzaamheden mag uitvoeren aan elektrische installaties.
  • Vakbekwaam persoon (VP) mag zelfstandig aan elektrische installaties werken.
  • Installatieverantwoordelijke (IV)
  • Werkverantwoordelijke (WV).

De hierboven genoemde personen mogen in meer en mindere mate zelfstandig aan elektrische installaties werken. Daarvoor krijgen deze personen een schriftelijke aanwijzing van hun leidinggevenden. Personen die geen of onvoldoende elektrotechnische kennis hebben worden ook wel een ‘leek’ genoemd. Een leek mag niet of nauwelijks aan elektrische installaties werken. Een Leek geen aanwijzing en is iemand anders dan een Vakbekwaam Persoon of Voldoende Onderricht Persoon. Een leek kan bijvoorbeeld elektrische bedrading verwijderen bij de sloop van een gebouw. Uiteraard dient deze bedrading dan niet onder spanning te staan.

Veilig werken met een vorkheftruck

Een vorkheftruck is een combinatie van een hefmiddel en transportmiddel en wordt voortbewogen doormiddel van een elektromotor of een verbrandingsmotor. Vorkheftrucks worden in veel logistieke bedrijven gebruikt maar ook in andere bedrijven die magazijnen bevatten. Een vorkheftruck bevat twee lange lepels die uitermate geschikt zijn voor het vervoeren van goederen die op pallets staan. Deze twee lepels zorgen voor een gevorkte vorm waar de vorkheftruck haar naam aan dankt. In magazijnen worden vaak elektrisch aangedreven vorkheftrucks gebruikt. Buiten gebruikt men vaak grotere vorkheftrucks die voorzien zijn van een verbrandingsmotor en lasten kunnen tillen tot een gewicht van tien ton.

Gevaren bij het werken met vorkheftrucks
Heftrucks worden veel gebruikt maar dat zorgt er niet voor dat het eenvoudig is om deze transportvoertuigen te besturen. In een magazijn kunnen allemaal risicovolle factoren aanwezig zijn waardoor het werken met een vorkheftruck gevaren met zich meebrengt. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een bedrijf de risico’s van het bedrijf moeten benoemen en daarbij moeten aangeven hoe de risico’s bestreden kunnen worden in een plan van aanpak. In de Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een bedrijf ook de risico’s moeten beschrijven omtrent de interne transportmiddelen zoals heftrucks. We noemen een aantal veelvoorkomende gevaren en ongelukken die te maken hebben met het verkeerd gebruiken van vorkheftrucks:

  • Kantelen van het voertuig.
  • Vallen of kantelen van de lading.
  • Aanrijden van personen en constructies.
  • Schade aan heftruck en goederen door roekeloos gebruik.
  • Inademen van uitlaatgassen van de dieselmotor bij het werken in een afgesloten ruimte.

Een belangrijk deel van de risico’s kan worden voorkomen door het in acht nemen van veiligheidsaspecten zoals voldoende kennis over het veilig werken met heftrucks en de technische specificaties van de heftruck. Deze twee onderwerpen zijn in de volgende alinea’s beschreven.

Heftruck certificaat
Er zijn een aantal algemene veiligheidsrichtlijnen voor het werken met een vorkheftruck. De bestuurder moet bijvoorbeeld minimaal 18 jaar zijn.
Vanaf 16 jaar mag iemand wel op een heftruck rijden als jde persoon daarvoor deskundig is opgeleid en onder toezicht staat van een verantwoordelijke persoon zoals een leidinggevende.

Het is belangrijk dat de bestuurder van de heftruck voldoende ervaring heeft en op de hoogte is van de bediening van de heftruck. Doormiddel van het behalen van een heftruckcertificaat of certificaat veilig werken met een vorkheftruck kan een (aankomend) bestuurder van een heftruck de belangrijkste (veiligheids-) richtlijnen en instructies leren die nodig zijn voor het dagelijks werken met vorkheftrucks. Een heftruckcertificaat zou men kunnen beschouwen als een soort rijbewijs voor heftrucks. Veel bedrijven stellen een heftruckcertificaat verplicht als een werknemer tijdens de werkzaamheden gebruik moet maken van een heftruck.

Een cursus voor een heftruckcertificaat wordt door een erkend opleidingsinstituut gehouden. Deelnemers moeten de heftruckcursus afronden met een examen. Bij het succesvol afronden van het examen ontvangt de deelnemer het heftruckcertificaat. Met het heftruckcertificaat kan de heftruckchauffeur aantonen dat hij of zij over de basisvaardigheden beschikt om veilig een heftruck te kunnen besturen. Uiteraard dient de heftruckchauffeur hetgeen hij of zij geleerd heeft in de heftruckcursus ook toe te passen in de praktijk. Alleen een heftruckcertificaat biedt geen garantie voor veilig werken de houding, motivatie en concentratie van de heftruckchauffeur is zeer belangrijk voor de veiligheid op de werkvloer.

Werklastdiagram vorkheftruck
Ook zal de bestuurder op de hoogte moeten zijn van de technische specificaties van de heftruck en moeten weten wat de maximale last is die een heftruck kan heffen en verplaatsen. Veel informatie kan de heftruckchauffeur vinden op de typeplaat van de heftruck en de werklastdiagram. De werklastdiagram maakt voor de heftruckchauffeur inzichtelijk of een bepaalde last veilig en verantwoord door de heftruck kan worden opgetild en vervoerd. Op de werklastdiagram staat naast het maximale hefvermogen ook de maximale hefhoogte aangegeven. Daarnaast geeft de werklastdiagram informatie over de stabiliteit van de vorkheftruck.

Veiligheidsrichtlijnen voor werken met een vorkheftruck
Hiervoor zijn een aantal belangrijke aspecten benoemd met betrekking tot het veilig werken met een vorkheftruck. Er zijn echter ook nog een heleboel regels als het gaat om veilig werken met vorkheftrucks. We noemen een aantal belangrijke:

  1. Iedere dag moet voor de start van de werkzaamheden met de heftruck zal de heftruck aan de hand van een checklist moeten worden gecontroleerd. Als de heftruck in technisch goede staat is en veilig is kan men deze gebruiken.
  2. Heftrucks moeten voorzien zijn van een claxon voor het geven van een waarschuwingsgeluid. Ook dient de heftruck voorzien te zijn van een uitneembare sleutel zodat niet iedereen de heftruck kan gebruiken. De plaats van de bestuurder dient beschermd te zijn door een stevige kooi en daarnaast moet de bestuurder gebruik maken van een veiligheidsgordel.
  3. Zorg dat je de veiligheidsregels opvolgt. Kijk ook naar de waarschuwingsborden en afgezette zones. Rijd langzaam met de heftruck door paden waarop personeel zich te voet verplaatst.
  4. Een heftruck is bestemd voor 1 persoon en meerijden van andere personen is niet toegestaan tenzij er een extra stoel is aangebracht op de heftruck.
  5. Met de heftruck mag men niet hijsen tenzij er een speciale hijsvoorziening is gemonteerd op de heftruck.
  6. Er mogen geen personen worden opgehesen met de heftruck. Het staan op de lepels van een heftruck is verboden. Ook wanneer personen op een pallet gaan zitten mogen ze beslist niet met een heftruck worden verplaatst. Het naar boven hijsen van personen mag alleen met een goedgekeurde werkbak.
  7. Een heftruck moet onbelast geparkeerd worden. De moet op de vloer liggen en de mast van de heftruck moet iets voorover hellen.
  8. Zorg er voor dat de opgetilde lasten niet op mensen kunnen vallen. Daarom moet de last niet boven mensen worden getild en getransporteerd.
  9. Snel optrekken en abrupt remmen moet worden vermeden.
  10. Rijd zoveel mogelijk in rechte lijnen en verander niet plotseling van richting met of zonder lading.
  11. In het geval een heling moet worden opgereden met een heftruck dan moet deze heling altijd opwaarts vooruit gereden worden. Bij het naar beneden rijden van een helling moet men achteruit rijden. Dan bevind de last zich dus aan de achterzijde van de heftruck om kantelen van de last te voorkomen.
  12. Het is verboden mobiel te bellen, sms-en en te app-en terwijl men rijd met de heftruck.
  13. Zorg dat je voldoende zicht hebt tijdens het heftruckrijden. Als de last het zicht belemmerd moet men niet vooruit rijden maar juist achteruit om voldoende zicht te blijven houden.
  14. Als een last bestaat uit opgestapelde objecten of materialen dan moeten deze in een stevig verband zijn opgestapeld.
  15. Het contragewicht aan de achterkant van de heftruck mag niet verzwaard worden.

Wat is een bedrijfsnoodplan?

Een bedrijfsnoodplan wordt ook wel een calamiteitenplan genoemd en is een beschrijving van de maatregelen en voorzieningen die een bedrijf heeft getroffen om zich voor te breiden op calamiteiten en noodsituaties. Doormiddel van een bedrijfsnoodplan wordt inzichtelijk gemaakt hoe een bedrijf zal omgaan met noodsituaties. In dit plan worden de afspraken, procedures en organisatiestructuren weergegeven die van belang zijn wanneer er sprake is van een noodsituatie. Het bedrijfsnoodplan maakt inzichtelijk wie welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft en maakt duidelijk hoe de afstemming met is met hulpdiensten en andere organisaties.

Is een bedrijfsnoodplan verplicht?
Het antwoord op bovenstaande vraag is ‘ja’. Elk bedrijf is in Nederland verplicht om een bedrijfsnoodplan te hebben. Dit is vastgelegd in Artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet. Het doel van bedrijfsnoodplan is om de gevolgen van een noodgeval of calamiteit te bestrijden of te verminderen. Leidinggevenden in een organisatie zullen de inhoud van het bedrijfsnoodplan moeten kennen en moeten weten wat hun verantwoordelijkheden en verplichtingen zijn voor het geval er zich een noodsituatie voordoet.

Ook uitvoerende of operationele medewerkers moeten een bedrijfsnoodplan ontvangen voordat ze een bedrijfsterrein gaan betreden. Deze verplichting is ook van toepassing op tijdelijke krachten zoals uitzendkrachten en gedetacheerd personeel. Door deze verplichte verstrekking van het bedrijfsnoodplan zal elke persoon die een bepaald werkterrein of gebouw betreedt op de hoogte zijn van de acties die moeten worden ondernomen als er een calamiteit of noodsituatie is ontstaan. Het is echter niet overzichtelijk en effectief om iedere werknemer en leidinggevende een dik boek met allemaal regels en verplichtingen te verstrekken.

In plaats daarvan maken bedrijven gebruik van overzichtelijke folders en kleine boekjes waarin met behulp van foto’s is aangegeven welke zaken van belang zijn als er noodsituaties zijn ontstaan. Naast deze overzichtelijke documenten worden vaak borden gebruikt met daarop duidelijke richtlijnen en aanwijzingen waar men heen moet gaan als er een calamiteit heeft plaatsgevonden en waar men dan rekening mee moet houden.

Onderdelen bedrijfsnoodplan
Een bedrijfsnoodplan bestaat uit een aantal onderdelen. De inhoud van een bedrijfsnoodplan kan verschillen tussen organisaties en zal in grote mate worden beïnvloed door de aard van de risico’s en de omvang van het gebouw of werkterrein. Het plan moet in ieder geval de volgende onderdelen bevatten:

Doelstellingen
In dit deel zijn het type noodgevallen en calamiteiten beschreven waar het bedrijfsnoodplan op is gericht. Daarbij wordt een omschrijving gegeven en zijn de scenario’s benoemd en de mogelijke omvang en effecten. Ook de aanwezigheid van schadelijke en gevaarlijke stoffen wordt hierbij benoemd. Ook is aangegeven waar de relevante informatie gevonden kan worden. De doelstellingen dienen zo geformuleerd te zijn dat het bedrijfsnoodplan in de praktijk toepasbaar is, ook tijdens oefeningen.

Organisatiestructuur
In het bedrijfsnoodplan moet een duidelijke structuur worden benoemd waarmee inzichtelijk wordt gemaakt welke rol het personeel heeft dat binnen het bedrijf werkzaam is. Ook de verantwoordelijkheden dienen duidelijk te worden benoemd evenals de bevoegdheden van bepaalde personen zoals bedrijfshulpverleners (BHV-ers) en leidinggevenden. Verder dient duidelijk inzichtelijk te worden gemaakt hoe de afstemming plaatsvind met de gemeentelijke rampenbestrijdingsorganisatie.

Communicatie
Een bedrijfsnoodplan gaat voor een groot deel om communicatie, elk personeelslid, leidinggevende en specialist moet weten wat er van hem of haar wordt verwacht. In een communicatieplan wordt dit duidelijk. Het communicatieplan maakt de procedures inzichtelijk over hoe ambulancepersoneel, brandweer, overheidsdiensten, politie en andere relevante instanties opgevangen moeten worden door de organisatie wanneer de melding is gedaan. Kortom wie houdt op welke manier contact met deze verschillende partijen nadat ze op de werklocaties aanwezig zijn om bijstand te verlenen.

Instructieplan
In het instructieplan wordt duidelijk gemaakt wanneer de werknemers geïnstrueerd worden omtrent het calamiteitenplan. De werknemers dienen namelijk voor het betreden van het werkterrein of gebouw op de hoogte zijn van het bedrijfsnoodplan. Het moment van de instructie en de manier waarop de instructie omtrent het bedrijfsnoodplan plaatsvind is vastgelegd in het instructieplan.

Procedures
Een aantal specifieke procedures die moeten opgevolgd worden in het geval van een calamiteit moeten duidelijk zijn omschreven. Dit gaat om de waarschuwings- en alarmeringsprocedures. Dit deel van het bedrijfsnoodplan bevat informatie over:

  • Welke persoon, op welke manier en door welke verantwoordelijk intern gealarmeerd zal moeten worden.
  • Hoe intern gespecialiseerd personeel moet worden opgeroepen en door wie dat gedaan kan worden.
  • Welke perspoon of personen geautoriseerd om hulpdiensten te alarmeren. De alarmnummers moeten makkelijk vindbaar zijn.
  • Op welke plaats of plaatsen het personeel zich dient te verzamelen. Deze verzamelplekken dienen bij iedereen bekend te zijn.

Tekeningen
Een bedrijfsnoodplan bevat ook tekeningen. Dit kunnen tekeningen zijn van een werkterrein maar ook van een gebouw. In het laatste geval zal van elke laag van een gebouw in een tekening moeten worden aangegeven wat de vluchtwegen zijn, waar de blusmiddelen zijn geplaatst en waar de brandmelders zijn aangebracht.

Medische verzorging
Binnen het bedrijfsnoodplan dient ook aandacht te worden besteed aan hoe gewond personeel kan worden geholpen. Voor slachtoffers dienen ook veilige verzamelplaatsen aanwezig te zijn. De medische noodcentra en faciliteiten moeten bekend zijn.

Wat is SSVV of Stichting Samenwerken voor Veiligheid?

SSVV is een afkorting die staat voor Stichting Samenwerken voor Veiligheid en is een onafhankelijke organisatie die onder andere het VCA-systeem beheert. Binnen deze onafhankelijk stichting zijn alle partijen vertegenwoordigd die bij het VCA-systeem zijn betrokken. Dit zijn onder andere petrochemische bedrijven. Doormiddel van kennis en opleiding wil deze stichting de veiligheid op de werkvloer bevorderen. Veel ongelukken kunnen namelijk worden voorkomen door de veiligheidsrichtlijnen te kennen en daarnaar te handelen. Voor dit doeleinde heeft de SSVV een speciale opleidingsgids ontwikkeld, daarover kun je in de volgende alinea’s meer lezen.

SSVV Opleidingen Gids
Vanuit de SSVV wordt een zogenaamde SSVV Opleidingengids aangeboden. Deze opleidingsgids bevat zogenaamde SOG opleidingen waarbij de letters SOG staan voor SSVV Opleidingen Gids. De SSVV opleidingsgids is bedoelt om informatie te verstrekken aan opdrachtgevers en opdrachtnemers over risicovolle werkzaamheden, risicovolle arbeidsomstandigheden en werkomgevingen waar risico’s zich kunnen voordoen. Onder opdrachtgevers en opdrachtnemers vallen aannemers, onderaannemers, uitzendbureaus en detacheringsbureaus.

Daarnaast biedt de SSVV opleidingengids informatie aan gecertificeerde instellingen met betrekking tot de eisen waaraan de toetsing dient te voldoen. De SSVV opleidingengids maakt daarnaast duidelijk voor welke werkzaamheden en activiteiten in de petrochemische sector aanvullende opleidingen en examinering verplicht is. De examens zullen moeten worden afgelegd bij een SOG-examencentrum dit is een opleidingscentrum dat door de SSVV is erkend.

Verschillende VCA / VCU certificaten voor bedrijven en werknemers

VCA-certificering is bedoeld voor bedrijven die actief zijn in verschillende sector waar risicovolle werkzaamheden op de werkvloer worden verricht. Naast de werkzaamheden kunnen ook de werkomgeving en de arbeidsomstandigheden risico’s met zich meebrengen. Men kan hierbij denken aan bedrijven die actief zijn in de petrochemische sector, de industrie, bouw en elektrotechniek. In al deze sectoren worden verschillende werkzaamheden uitgevoerd. Het VCA is een algemeen veiligheidscertificaat dat voor meerdere sectoren wordt gebruikt. VCA is een afkorting die staat voor VGM Checklist Aannemers. Hierbij staat de afkorting VGM voor staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Deze drie aspecten krijgen aandacht als men een VCA certificaat wil behalen.

Verschillende VCA certificaten
Er zijn echter verschillende soorten VCA certificaten. Het soort VCA certificaat heeft te maken met de verantwoordelijkheid van de werknemer of leidinggevende op de werkplek. Zo is er voor leidinggevenden een VCA VOL. De afkorting VOL staat voor Veiligheid Operationeel Leidinggevende. 

Voor uitvoerende krachten is er een basis VCA of diploma basisveiligheid VCA. Ook voor uitzendondernemingen er een speciale VCA certificering genaamd VCU, omdat uitzendondernemingen als intermediair functioneren en geen direct toezicht hebben op de werkzaamheden van het uitzendpersoneel. Uitzendkrachten die werkzaam zijn voor uitzendbureaus dienen echter wel in het bezit te zijn van een VCA als de opdrachtgever of de inlener dat vereist. In de volgende alinea is meer informatie weergegeven over VCU en VIL VCU.

VCU en VIL VCU
VCU staat voor Veiligheids- en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties (en detacheringbureaus). Intercedenten dienen in bezit te zijn van een VIL VCU. De afkorting VIL VCU staat voor Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden / Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. In feite bestaat de afkorting VIL VCU dus uit twee afkortingen die we voor de duidelijkheid even in twee korte rijtjes hebben neergezet:

  • Veiligheid voor
  • Intercedenten en
  • Leidinggevenden

 

  • Veiligheid, gezondheid en milieu
  • Checklist
  • Uitzendorganisaties

Intercedenten, leidinggevenden en andere interne werknemers van uitzendorganisaties die VCU gecertificeerd zijn dienen in bezit te zijn van een VIL VCU certificaat.

Tot zover de VCA certificering voor werknemers en uitzendorganisaties. Voor reguliere bedrijven zijn er echter ook verschillende soorten VCA certificaten. Deze worden in de alinea hieronder benoemd onder het kopje VCA bedrijfscertificaten.

VCA bedrijfscertificaten
In totaal zijn er drie verschillende VCA bedrijfscertificaten die door bedrijven in de techniek en de bouw kunnen worden behaald. Dit zijn dus bedrijfsgebonden VCA certificaten. We noemen ze hieronder:

  • VCA*
    Dit certificaat bevat één ster. Dit VCA niveau is gericht op de directe VGM- zorg bij de activiteiten die plaatsvinden op de werkvloer. Dit VCA certificaat met één ster is voor bedrijven die minder dan 35 werknemers aan het werk hebben en daarnaast geen hoofdaannemer zijn in hun bedrijfsactiviteiten.
  • VCA**
    Dit VCA certificaat bevat twee sterren. Het is een zwaarder VCA certificaat dan VCA*. Naast de hierboven genoemde aspecten worden bij VCA** ook de veiligheidsstructuren en veiligheidssystemen binnen het bedrijf van de aannemer beoordeeld. VCA met twee sterren is een certificering die bestemd is voor organisaties met meer dan 35 werknemers in dienst en bedrijven die ook als hoofdaannemer actief zijn. Ook als ze minder van 35 werknemers in dienst hebben en hoofdaannemerschap in als bedrijfsactiviteit hebben zullen de bedrijven moeten beschikken over VCA**.
  • VCA-P
    Dit is een speciaal VCA certificaat voor de petrochemie. Bij VCA-P staat de letter P voor petrochemie oftewel de petrochemische sector. Het VCA-P certificaat is bestemd voor bedrijven die werkzaamheden uitvoeren in de petrochemische sector. Dit is de sector waar olie en gas worden gewonnen en verwerkt tot producten. VCA-P is in feite een VCA certificaat met een extra aanvulling gericht op de risico’s van het werken in de petrochemische sector.

VCO certificering
Een VCA certificering die misschien wat minder bekend in de oren zal klinken is de VCO. De afkorting VCO staat voor Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Opdrachtgevers. Dit maakt tevens het doel duidelijk van het VCO certificaat. De VCO-certificatie is namelijk bedoelt voor opdrachtgevers die opdrachten vertrekken aan VCA gecertificeerde bedrijven of bedrijven die VCA gecertificeerd zouden moeten zijn. Doormiddel van VCO wordt aan opdrachtgevers de verplichting opgelegd om zorg te dragen voor de juiste voorwaarden en omstandigheden voor VCA-gecertificeerde aannemers en de uitzendkrachten die voor deze aannemers werken.

De uitzendkrachten die voor VCU- gecertificeerde uitzendorganisaties opdrachten uitvoeren zullen voor een opdrachtgever veilig hun werkzaamheden moeten kunnen uitvoeren en ook hun gezondheid mag tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden niet geschaad worden. Een opdrachtgever is echter lang niet altijd VCA gecertificeerd omdat niet alle opdrachtgevers zelf actief werkzaamheden als aannemer uitvoeren in de bouw. Een particulier kan bijvoorbeeld ook opdracht geven om een bouwproject te laten uitvoeren, datzelfde geldt bijvoorbeeld voor een overheidsinstelling, school of een financieel bedrijf. Deze opdrachtgevers kunnen wel de opdracht geven aan bouwbedrijven en technische uitzendkrachten om technische werkzaamheden uit te voeren.

Doormiddel van een VCO certificaat maakt een opdrachtgever duidelijk dat deze de juiste arbeidsomstandigheden en voorwaarden wil creëren voor VCA-gecertificeerde aannemers als deze bij het VCO gecertificeerde bedrijf risicovolle werkzaamheden uitvoeren.

Oorzaken elektrocutie en kortsluiting

Werken met elektriciteit en elektrische installaties brengt risico’s met zich mee. De belangrijkste gevaren van werken met elektriciteit zijn elektrocutie en kortsluiting. Deze twee gevaren zijn bekend maar ondanks dat komen beide gevaren nog regelmatig voor op de werkplek. Bedrijven zijn verplicht om hun risico’s te inventariseren in een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Bij veel bedrijven wordt in dit RI&E ook elektrocutie en kortsluiting als gevaar genoemd. In een plan van aanpak, dat onderdeel vormt van de Risico Inventarisatie en Evaluatie, wordt door een bedrijf aangegeven hoe de gevaren effectief bestreden kunnen worden. Daarbij kijkt men uiteraard ook naar de oorzaken. Door de oorzaken van de risico’s weg te nemen doet men aan bronbestrijding en dat is de beste preventie. Daarvoor is echter kennis nodig, daarom wordt in deze tekst basisinformatie weergegeven over elektrocutie en kortsluiting. Daarna worden een aantal mogelijke oorzaken benoemd.

Wat is elektrocutie?
Elektrocutie ontstaat wanneer een schadelijke elektrische stroomschok door een menselijk lichaam heen gaat met de dood tot gevolg. Als men niet dood gaat door de elektrische stroom door het lichaam dan spreekt men van elektrisering. Feitelijk is het woord elektrocutie een samenvoeging van de woorden elektro en executie. Tegenwoordig wordt elektrocutie gebruikt voor de doodstraf waarbij gebruik wordt gemaakt van elektrische stroom als voor ongelukken waarbij mensen dodelijk getroffen worden door elektrische stroom nadat ze spanningsvoerende delen van een elektrische installatie hebben aangeraakt. Elektrocutie kan optreden als het menselijk lichaam in contact komt met twee punten die een verschillend elektrisch potentiaal hebben. De elektrische stroom zal dan door het lichaam van een men heen gaan en zal daarbij de weg van de minste weerstand kiezen. Dat is in dit geval de bloedvaten, het hart en de longen. Dat zijn levensbelangrijke organen waardoor elektrocutie zo gevaarlijk is.

De grote van het gevaar is afhankelijk van de volgende factoren:

  • De weg die de elektrische stroom door het lichaam heeft afgelegd.
  • De duur dat een mens onder elektrische stroom heeft gestaan.
  • Isolerende factoren zoals handschoenen en kleding.
  • Het spanningsverschil tussen de contactpunten. Deze wordt weergegeven in Volt.
  • De stroomsterkte. Deze wordt weergegeven in Ampère.

Wat is kortsluiting?
Kortsluiting ontstaat wanneer twee delen van een elektrische installatie die beide onder spanning staan met elkaar in contact komen. Kortsluiting kan op verschillende manieren ontstaan bijvoorbeeld doordat men onvoldoende isolatie heeft aangebracht rondom de spanning voerende delen van de elektrische installatie die daardoor mogelijk met elkaar in contact kunnen komen. Ook de uitwerking van vocht kan kortsluiting veroorzaken omdat het meeste vocht elektrische stroom goed geleid. Kortsluiting kan ook een zogenaamde vlamboog veroorzaken. Bij een vlamboog legt de elektrische stroom een (meestal korte) afstand af door de lucht. Dit proces kan per ongeluk worden veroorzaakt maar er zijn ook situaties waarin bewust een elektrische vlamboog wordt gecreëerd. Denk hierbij aan het elektrisch booglassen. Het elektrisch booglassen is dus in feite een bewust veroorzaakte kortsluiting waarbij de lasser de hitte van de kortsluiting gebruikt om een smeltbad voor een lasverbinding te maken. De meeste kortsluiting ontstaat echter onbedoeld waardoor er vaak nog meer gevaren optreden zoals brand en explosies.

Oorzaken van kortsluiting en elektrocutie
Elektrocutie en elektrisering zijn dodelijk en levensgevaarlijk, kortsluiting hoeft niet altijd levensgevaarlijke gevolgen te hebben maar kan wel voor een kettingreactie aan risicovolle situaties zorgen bijvoorbeeld een defecte elektrische installatie, brand en explosie(s). Dit zijn grote risico’s en moeten daarom bestreden worden. Daarom is het van belang om de oorzaken van deze twee risico’s in kaart te brengen. We noemen de volgende mogelijke oorzaken:

  • Slechte isolatie van de delen waaruit de elektrische installatie bestaat.
  • Gereedschappen die werken op 220 volt zijn onvoldoende geïsoleerd. Deze moeten wettelijk dubbel geïsoleerd zijn (herkenbaar aan het logo met een kleiner vierkant in een groter vierkant.
  • Onjuist handgereedschap. Wanneer men werkt aan een elektrische installatie moet de monteur de elektrische spanning van de installatie afhalen en dit controleren. Voor de zekerheid werkt een monteur ook met speciaal handgereedschap voor elektromonteurs. Dit is goed geïsoleerd gereedschap. Mocht er toch spanning op de installatie komen te staan dan kan dit gereedschap als het goed gebruikt wordt een belangrijke extra veiligheidsmiddel zijn.
  • Machines of gereedschappen zijn beschadigd waardoor de isolatie niet meer werkt en spanningsvoerende delen met elkaar in contact kunnen komen.
  • Onjuiste installatie van elektrische componenten. Er is teveel weerstand tegen de elektrische stroom in de bedrading of in de componenten aanwezig waardoor deze oververhit raken.
  • Men werkt aan elektrische installaties zonder dat men de elektrische installatie eerst spanningsvrij maakt.
  • De installatie of machine is niet geaard of de aarding is onjuist aangelegd waardoor er een aardfout kan ontstaan. Elektrische stroom kan dan via het lichaam naar de aarde stromen waardoor elektrisering optreed of elektrocutie.

Preventieve maatregelen
De hierboven genoemde oorzaken van kortsluiting, elektrisering en elektrocutie kunnen voor een groot deel worden voorkomen als men er voor zorgt dat de elektrische installaties door een vakbekwaam elektromonteur zijn aangelegd. Een vakbekwaam persoon wordt ook wel met de letters VP aangeduid en heeft een erkende elektrotechnische opleiding gehad. Een voldoende opgeleid persoon of voldoende onderricht persoon (VOP) is voldoende geïnstrueerd om eenvoudige duidelijk omschreven werkzaamheden uit te voeren aan elektrische installaties. Een VOP ontvangt daarvoor een aanwijzingsformulier. Wanneer werkzaamheden zijn uitgevoerd aan een elektrische installaties zal de vakbekwaam persoon, meestal een eerste elektromonteur of leidinggevend elektromonteur, de installatie controleren voordat deze in gebruik genomen zal worden.

Daarnaast zal men gebruik moeten maken van dubbel geïsoleerd elektrisch gereedschap en geïsoleerd handgereedschap. Als men werkt met kabelhaspels dan moet de kabelhaspel helemaal worden afgerold. Als er namelijk veel elektrisch vermogen wordt afgenomen zal de elektriciteitskabel in de kabelhaspel heel heet kunnen worden en de elektrische isolatie kunnen gaan smelten en branden.

Aardlekautomaat
Elektrische installaties moeten uiteraard worden voorzien van de verplichte beschermingssystemen waaronder een aardlekautomaat. Deze beschermd de elektrische installatie tegen overbelasting, kortsluiting en een hoge lekstroom in het elektriciteitsnet. De aardlekautomaat wordt ook wel afgekort met alamat. Een aardlekautomaat bevat verschillende kleine hendeltjes of knopjes dienaar beneden klikken als er in een bepaalde grote een fout wordt geconstateerd. De aardlekautomaat is de vervanger van de oude stoppenkast die zekeringen of stoppen bevatten met een smeltveiligheid.

Aardlekschakelaar
Aardlekschakelaars vormen een elektrische beveiliging als er in een elektrische installatie een lekstroom optreed. In dat geval schakelt de aardlekschakelaar de elektrische spanning uit en wordt een installatie spanningsloos gemaakt. Een aardlekschakelaar is iets anders dan een aardlekautomaat. Een aardlekautomaat is namelijk een combinatie van een aardlekschakelaar en een installatieautomaat. Als men dus een elektrische installatie heeft zonder aardlekautomaat dan is de kans groot dat er een installatieautomaat is geplaatst. De installatieautomaat wordt ook wel een zekeringautomaat of maximumschakelaar genoemd. Als er een installatieautomaat is geplaatst dan dient er voor de veiligheid een aardlekschakelaar aanwezig te zijn.

Arbeidsomstandigheden en werkplek
Het is uiteraard belangrijk dat men rekening houdt met de werkplek waarin men werkt aan elektrische installaties. Als deze werkplek vochtig is zal de kans op elektrocutie of elektrisering toenemen evenals de kans op kortsluiting. Dit is ook het geval wanneer men werkt aan machines en ruimten die van geleidend materiaal zijn gemaakt. verder dient men rekening te houden met het feit dat vonken die ontstaan door bijvoorbeeld kortsluiting een brandbaar mengsel kunnen ontsteken. In ruimten waar deze brandbare of explosieve stoffen aanwezig zijn gelden speciale richtlijnen voor elektrische installaties en mag niemand aan deze elektrische installaties werken tenzij hiervoor een specifieke werkvergunning is afgegeven.

Veilig autogeen lassen

Autogeen lassen is een lasproces waarbij een lasser gebruik maakt van een gas in combinatie met zuurstof om een vlam te creëren waarmee metaal op een smeltpunt wordt gebracht zodat een lasverbinding kan worden gemaakt. Bij autogeen lassen wordt gebruik gemaakt van acetyleen. Door gebruik te maken van de oxy-acetyleen vlam kan men zeer hoge temperaturen bereiken. Deze hoge temperaturen kunnen oplopen tot 3.200 graden Celsius. Het oxy-acetyleen gasmengsel is een mengsel waarmee een temperatuur kan worden behaald die hoog genoeg is om staal te laten smelten zodat de lasser een lasverbinding kan maken. Autogeen lassen wordt onder andere toegepast in het lassen van dikwandige stalen cv-leidingen. Natuurlijk is een hoge temperatuur belangrijk als men met gas wil lassen maar het brengt ook gevaren met zich mee. Hieronder staan de belangrijkste gevaren die van toepassing zijn op autogeen lassen.

Gevaren van autogeen lassen
Autogeen lassen is een lasproces waarbij men gebruik maakt van een vlam. Men heeft het daarom ook wel over lassen met vlam in plaats van het lassen met een elektrische boog. Het lassen met vlam heeft een aantal specifieke risico’s waar men rekening mee dient te houden:

  • Kans op brand door de hoge temperaturen die tijdens het lassen en het verbranden van het oxy-acetyleen mengsel ontstaan.
  • Lasspetters die tijdens het lassen kunnen ontstaan zorgen ook voor risico’s op verbranding.
  • De cilinders waar het brandbare gas onder druk wordt opgeslagen zorgen voor een risico op explosie brand en oxideren.
  • Vlamterugslag kan voorkomen bij het lassen met acetyleen. Tijdens de vlamterugslag stroomt het brandbare gasmengsel terug in de brander waardoor er een groot gevaar is voor een explosie.
  • Er bestaat kans op lekkage van zuurstof met brand tot gevolg.
  • Ook brandbaar gas kan lekken en een enorm risico veroorzaken op brand.
  • De gassen die worden gebruikt zijn zwaarder dan lucht en kunnen daardoor onder in ruimten blijven hangen. Vooral wanneer men werkt in een kruipruimte of kelder, kortom de laagste ruimtes in een gebouw, loopt men gevaar. Het gas blijft in deze ruimten hangen en zorgt er voor dat men kan stikken.
  • Acetyleen wordt opgeslagen in een aceton opgelost mengsel in een poreuze massa. Dit mengsel moet rechtop worden vervoerd. Als dit niet gebeurd en de fles liggend wordt vervoerd worden de componenten gescheiden en is het mengsel zeer explosiegevaarlijk en mag beslist niet meer gebruikt worden voor het lasproces.

Autogeen lassen zorgt voor grote risico’s die met name verbonden zijn aan het brandbare mengsel waarmee men last. Er zijn echter ook een aantal algemene aspecten waarmee men rekening dient te houden voordat men autogeen gaat lassen. Deze aspecten zijn in de volgende alinea benoemd.

Veiligheidsinstructies voor autogeen lassen
De volgende veiligheidsinstructies bevatten instructies voor het autogeen lassen specifiek. Daarnaast zijn ook een aantal algemene veiligheidsinstructies benoemd die van toepassing zijn op vrijwel alle lasprocessen waaronder elektrisch booglassen:

  • Draag de voorgeschreven brandvertragende lasoveral.
  • Draag een veilige lasbril die specifiek voor autogeen lassen is ontwikkeld.
  • Verwijder brandbare materialen rondom de lasplek.
  • Scherm de lasplek goed af.
  • Draag de juiste lashandschoenen.
  • Stel de vlam goed in een conische vlam is het beste. Als men een verkeerde ‘punt’ heeft op de vlam zal het lassen moeilijk worden en kan er schade aan het werkstuk ontstaan en mogelijk meer spetters en brand.
  • Zorg er voor dat brandbare stoffen waaronder acetyleen, zuurstof niet in de buurt van vuur komen en goed zijn afgesloten. Ook dienen de slangen goed zijn aangesloten op de lasapparatuur.
  • Zorg daarnaast voor een nette opgeruimde werkplek waarbij jezelf maar ook anderen niet kunnen struikelen over materialen op de werkvloer.
  • Vervoer een acetyleenfles altijd rechtop zodat het mengsel in de fles niet tot een gevaarlijke explosieve massa wordt gemengd.
  • Ook tijdens het lassen dient de acetyleenfles rechtop te staan.
  • Zorg er voor dat de lasdampen die tijdens autogeen lassen ontstaan worden afgezogen door een speciale afzuiginstallatie.
  • Mocht een acetyleenfles omvallen dan dient deze zo snel mogelijk weer rechtop gezet te worden en mag men daar de eerste vier dagen niet mee lassen.
  • Houdt blusmiddelen binnen handbereik.

Tot slot nog de opmerking dat autogeen lassen geen lasproces is voor beginners. Zorg er voor dat je goede instructies krijgt van een ervaren autogeen lasser. Werk in ieder geval onder toezicht als je voor het eerst autogeen last. Het autogeen lassen is een lasproces dat je leert door ervaring en dat kost tijd en veel oefening. Men moet echter rekening houden met de risico’s als men dat niet doet is autogeen lassen levensgevaarlijk.

Veilig elektrisch lassen

Elektrisch lassen is een verzamelnaam voor verschillende lasprocessen waarbij men elektriciteit gebruikt om een lasverbinding tot stand te brengen. De bekendste categorie hiervan is het elektrisch booglassen waar ook het lassen met booglassen met beklede elektrode (afgekort BMBE lassen) en het MIG/ MAG lassen (afkortingen: Metal Inert Gas en Metal Active Gas) toe behoren.

Toepassing elektrisch lassen
Elektrisch lassen komt veel voor in de techniek. Doormiddel van de verschillende soorten lasprocessen kunnen onuitneembare lasverbindingen tot stand worden gebracht. Daarbij is niet alleen het lasproces van belang maar ook de lasdraad (lastoevoegmateriaal) en het beschermgas dat ook wel backinggas wordt genoemd. Voor het lassen van staal gebruikt men over het algemeen goedkope actieve gassen. Voor het lassen van RVS, aluminium en hoogwaardige roestvaste legeringen gebruikt men over het algemeen inerte gassen zodat het smeltbad goed beschermd is tegen de corrosieve werking van zuurstof en andere invloeden uit de atmosfeer. 

Vaak wordt BMBE lassen elektrisch lassen genoemd of elektrodelassen. Dit is echter niet geheel juist want er zijn verschillende elektrische lasprocessen. Zo behoort ook TIG-lassen (TIG=Tungsten Inert Gas) tot het elektrisch lassen alleen smelt hierbij de Wolfram elektrode niet af. Bij BMBE lassen smelt de elektrode wel af evenals bij MIG/MAG lassen waarbij de elektrode tevens de lasdraad is. Kortom er zijn verschillende elektrische lasprocessen. Omdat elektrisch lassen zo vaak wordt gedaan in de techniek is het belangrijk om een aantal veiligheidsaspecten te benoemen zodat de veiligheid op de werkvloer wordt bevorderd. In de volgende alinea zijn eerst een aantal specifieke gevaren genoemd met betrekking tot lassen en dan met name elektrisch boog lassen.

Gevaren van elektrisch lassen
Elektrisch lassen kent een aantal specifieke en een aantal algemene gevaren waar men mee rekening dient te houden voordat men gaat lassen. We noemen de volgende:

  • Men werkt met elektriciteit waardoor er gevaar is op elektrocutie.
  • Er is brandgevaar vanwege de lasspetters die van de meeste lasprocessen af komen.
  • Er is ook explosiegevaar wanneer men last in een omgeving met mogelijke explosieve stoffen en explosieve mengsels.
  • De Uv-straling die bij de lasprocessen ontstaat kan de ogen beschadigden (lasogen)
  • De infraroodstraling die vrijkomt bij de lasprocessen is eveneens slecht voor de ogen.
  • Ook de huid kan verbranden door de Uv-straling.
  • De lasspetters kunnen daarnaast ook brandwonden veroorzaken.
  • De lasdampen kunnen longaandoeningen veroorzaken.

Dit zijn slechts een aantal gevaren die aanwezig kunnen zijn tijdens het elektrisch lassen. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie zullen bedrijven de specifieke risico’s op de werkplek in kaart moeten brengen. Als binnen een bedrijf wordt gelast dan zal het bedrijf ook deze lasprocessen moeten beschrijven met de bijbehorende risico’s. Dit alles staat in de Risico Inventarisatie en Evaluatie van het bedrijf. Dit RI&E vormt een belangrijk deel van het arbobeleid van het bedrijf. Bedrijven zijn verplicht om een arbobeleid te voeren en zijn daardoor eveneens verplicht om een Risico Inventarisatie en Evaluatie te houden. Bovendien moeten bedrijven in een plan van aanpak aangeven hoe ze de risico’s willen verwijderen, reduceren en beheersen. Veiligheidsvoorschriften en een duidelijke werkinstructie zijn daarbij van belang. Ook kan een bedrijf werken met werkvergunningen waarbij men duidelijk binnen veiligheidskaders zal moeten werken om gevaren op de werkvloer te voorkomen. Hieronder staan nog een aantal belangrijke veiligheidsinstructies die van toepassing zijn op (elektrisch) lassen.

Veiligheidsinstructies voor elektrisch lassen
Elektrisch lassen zorgt voor bepaalde risico’s dat heb je in de vorige alinea kunnen lezen. Er zijn echter nauwelijks mogelijkheden om elektrisch lassen te vervangen voor een verbindingsproces met dezelfde kwaliteiten. Daarom kan men het risico van elektrisch lassen nooit geheel wegnemen. Men kan wel trachten de risico’s zoveel mogelijk te beheersen. Dit kan door beheersmaatregelen, waaronder het verstrekken van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en het verstrekken van werkinstructies. Hieronder staan een aantal belangrijke instructies die de veiligheid bevorderen wanneer men elektrisch gaat lassen:

  • Draag de voorgeschreven brandvertragende lasoveral.
  • Draag werkschoenen die speciaal voor lassers zijn ontworpen met een flap over de veters zodat deze niet kunnen verbranden. Ook laslaarzen zijn een veilige optie.
  • Draag een veilige laskap het liefst met een beademing er aan vast zodat men geen giftige lasdampen inhaleert.
  • Zorg voor ventilatie.
  • Maak gebruik van een afzuigsysteem voor lasdampen.
  • Verwijder brandbare materialen rondom de lasplek.
  • Scherm de lasplek goed af met bijvoorbeeld lasschermen zodat andere mensen die geen lashelm dragen geen last krijgen van de Uv-straling en infraroodstraling.
  • Bedek de hals en andere delen van het lichaam goed als je last in verband met het Uv-licht en de lasspetters.
  • Draag de juiste lashandschoenen.
  • Stel het lastoestel goed in.
  • Zorg er voor dat brandbare stoffen waaronder zuurstof niet in de buurt van vuur komen en goed zijn afgesloten en goed zijn aangesloten op de lasapparatuur.
  • Zorg daarnaast voor een nette opgeruimde werkplek waarbij jezelf maar ook anderen niet kunnen struikelen over materialen op de werkvloer.
  • Houd blusmiddelen binnen handbereik

Wat is een allround lasser?

Een allround lasser is een lasser die verschillende lastechnieken beheerst en daardoor allround ingezet kan worden in het maken van lasverbindingen in verschillende materialen behulp van verschillende lasprocessen. In de metaaltechniek worden verschillende verbindingen toegepast. Men onderscheid hierin de uitneembare verbindingen zoals schroefdraadverbindingen en niet-uitneembare verbindingen waarbij de lasverbinding in de metaaltechniek het bekendste voorbeeld is. Het maken van lasverbindingen vereist kennis en vaardigheid.

Daarbij komt dat lasprocessen onderling sterk verschillen. Dat zorgt er voor dat lassers onderling ook verschillen. Er zijn lassers die veel ervaring hebben met MIG/MAG lassen maar er zijn ook lassers die goed TIG kunnen lassen. Ook BMBE (elektrode) lassen wordt nog veel toegepast. In de installatietechniek gebruikt men daarnaast ook nog het autogeen lassen waarbij men gebruik maakt van een vlam. Een allround lasser beheerst in de praktijk een aantal van de hiervoor genoemde lasprocessen. Lassers die alle gangbare (want er zijn er nog veel meer) lasprocessen beheersen zijn er bijna niet.

Een allround lasser of specialist
Iemand die zich een allround lasser noemt beheerst in de praktijk meestal MIG/MAG en TIG eventueel ook nog BMBE-lassen, dit is lassen met een beklede elektrode. Een lassers is pas allround als hij of zij met deze lasprocessen zelfstandig een werkstuk kan aflassen. Als een lasser ook nog een werkstuk kan samenstellen op basis van een tekening dan spreekt men ook wel over een samensteller lasser. Tekening lezen vereist echter technisch inzicht en niet alle tekeningen zijn gelijk.

Een allround samensteller lasser kan in de praktijk meerdere lasprocessen uitvoeren en kan een diversiteit aan tekeningen lezen zodat deze werknemer een werkstuk van het begin tot het einde in theorie zou moeten kunnen bouwen en aflassen. Allround samenstellers lassers zijn er in de praktijk bijna niet. Veel lassers specialiseren zich in het bouwen of basis van tekeningen of het aflassen.

Daarbij worden veel lassers ook nog gespecialiseerd in een bepaald lasproces en materiaal. Denk hierbij aan de gecertificeerde lassers die bijvoorbeeld dunwandige rvs-leidingen onder een hoeklas van 45 graden (HL-45 of positie G6) kunnen lassen. Deze lassers zijn meestal niet (meer) allround maar juist gespecialiseerde (af)lassers.

Hoe wordt ik een allround lasser?
Niet iedereen kan een allround lasser worden. De theorie met betrekking tot lassen is niet erg complex maar de vaardigheid echter wel. Lassers doen veel werk op basis van inzicht en gevoel en dat is niet voor iedereen weggelegd. Een lasser weet dat tijdens het lasproces warmte wordt ingebracht in het materiaal. Daardoor gaat het materiaal vervormen. Het ene lasproces brengt echter meer warmte in het werkstuk dan het andere. Daarnaast moet een TIG lasser met één hand de lastoorts bedienen om met een andere hand het toevoegmateriaal in het smeltbad te brengen. De lastoorts van een TIG-lasapparaat bevat een niet-afsmeltende wolfraam (tungsten) elektrode. MIG/MAG lassen is weer een heel ander proces waarbij gebruik wordt gemaakt van lasdraad dat automatisch wordt doorgevoerd vanuit het laspistool richting het werkstuk. Bij lassen met een beklede elektrode maakt men niet direct gebruik van een beschermgas, in tegenstelling tot de hiervoor genoemde lasprocessen. In plaats daarvan maakt men gebruik van een elektrode bekleding die tijdens het lassen verbrand waardoor een beschermgas vrij komt. De elektrode smelt dus af waardoor de lastoorts als het ware steeds korter wordt.

Een allround lasser heeft ervaring in meerdere van deze lasprocessen (en eventueel ook andere lasprocessen) en deze ervaring krijg je alleen door heel veel te oefenen. Lassen leer je vooral door te doen. Dit kan in de praktijk zijn maar ook op school als daar een praktijkruimte aanwezig is met verschillende soorten lastoestellen.

Waar werken allround lassers?
Er zijn specifieke bedrijven die regelmatig vacatures publiceren voor allround lassers. Dit zijn vooral bedrijven die verschillende producten maken van diverse materialen. Een bedrijf met een rvs-afdeling en een staalafdeling heeft bijvoorbeeld vaak behoefte aan een allround lasser die zowel MIG/MAG kan lassen voor het staal en TIG kan lassen voor het rvs. Ook bedrijven die werken als toeleverancier voor verschillende opdrachtgevers zoeken vaak flexibel inzetbare lassers in hun vacatures. Een allround lasser is vaak flexibel inzetbaar.

Helemaal mooi is het wanneer de allround lasser ook nog goed kan samenstellen waardoor hij of zij zelfstandig op bepaalde projecten kan worden ingezet. In de praktijk werken allround lassers vaak bij kleine metaalbedrijven. Bij grote metaalbedrijven zijn de lasprocessen vaak gespecialiseerder en werkt men bijvoorbeeld alleen op een rvs-afdeling om daar TIG te lassen of alleen op een staalafdeling om daar MAG (CO2) te lassen. In grote bedrijven wisselt men over het algemeen minder lassers uit tussen afdelingen terwijl dit bij kleinere bedrijven wel gebeurd als er een ander type product wordt gemaakt.

Wat is stiftlassen of boutlassen?

Stiftlassen is een lasproces waarbij men een klein metalen staafje doormiddel van een laspistool aan een metalen werkstuk hecht. Omdat het stiftlassen vooral wordt gebruikt om kleine bouten en schroefdraaddelen te bevestigen wordt dit lasproces ook wel boutlassen genoemd. In dat geval is de ‘stift’ de bout. Men kan naast bouten ook andere staafjes en bussen met bijvoorbeeld binnenschroefdraad doormiddel van stiftlassen bevestigen aan een ander metalen object. Stiftlassen is een lasproces waarbij men gebruik maakt van een elektrische boog. Deze zorgt voor hitte waardoor een smeltbad ontstaat. Verder past men ook grote druk toe op het pennetje en de ondergrond (werkstuk). Doordat men met een elektrische boog werkt en druk toepast kan men stiftlassen beschouwen als een combinatie van druklassen en booglassen.

Verschillende methoden voor stiftlassen
Het stiftlassen kan op twee verschillende manieren gebeuren. Dit is het condensatorstiftlassen, dit wordt ook wel percussielassen genoemd. De ander methode wordt vlamboogstiftlassen genoemd. Deze twee verschillende varianten van stiftlassen worden hieronder uitgelegd.

Condensatorstiftlassen
Het condensatorstiftlassen is een lasproces dat vooral geschikt is voor dun materiaal met een kleine diameter. Hierbij wordt kortstondige elektrische boog opgewekt door de ontlading van een condensator. Deze condensator slaat elektrische spanning op en zorgt voor zeer veel warmte als deze wordt ontladen. Bij het condensatorstiftlassen dient aan de onderzijde van de bout een kleine ontstekingstip aanwezig te zijn. Deze ontstekingslip is aanwezig op zogenaamde lasbouten. Deze tip wordt gebruik om de elektrische boog te maken. De bout wordt door het stiftlaspistool tegen het werkstuk of de plaat gedrukt. Naast de bout worden ook twee pennen van het stiftlaspistool in contact gebracht met het werkstuk. Vervolgens drukt men op het knopje van het stiftlaspistool en ontstaat een elektrische boog die voor een kortstondige hitte zorgt. Zodra deze elektrische boog ontstaat gaat de tip afsmelten en smelt ook de onderzijde van de bout. Hierdoor ontstaat een smeltbad waarmee de bout vast gezet kan worden aan het werkstuk of de plaat. Condensatorstiftlassen is geschikt voor bouten met een diameter van 2 tot 10 mm.

Vlamboogstiftlassen
Het vlamboogstiftlassen is vooral geschikt voor dikker materiaal, bijvoorbeeld plaatstaal dat dikker is dan 2 mm. Ook voor bouten met een diameter tussen de 2 mm en 22 mm is de vlamboogstiftlasmethode geschikt. Het vlamboogstiftlassen zorgt voor een groter smeltbad en is geschikt als een diepere doorlassing wordt vereist. Bij het vlamboogstiftlassen wordt een elektrische boog opgebouwd. Deze vlamboog wordt enige tijd in stand gehouden, dit is ongeveer 0,1-2 seconden.  Deze vlamboog wordt langer in stand gehouden dan dat elektrische boog bij condensatorstiftlassen in stand wordt gehouden. Daarom moet het smeltbad beschermd worden tegen schadelijke invloeden uit de omringende lucht. Deze bescherming wordt geboden door backinggas dat ook wel beschermgas wordt genoemd. Men kan echter ook werken met een keramische bescherming.

Bij het vlamboogstiftlassen maakt de bout direct contact met het werkstuk. De bout wordt vervolgens onder elektrische spanning gezet en vormt daarbij een gesloten circuit met het werkstuk. Als men de bout dan iets verplaatst ontstaat een vlamboog waardoor een smeltbad ontstaat. In dit smeltbad worden de stift en het werkstuk in elkaar versmolten.

Stiftlaspistool
Het is belangrijk dat met weet dat stiftlassen met een speciaal stiftlaspistool wordt gedaan. Hiervan zijn verschillende varianten beschikbaar. Kenmerkend voor een stiftlaspistool is dat men deze met 1 hand kan bedienen en dat men de lasbout in het stiflaspistool aanbrengt.

Bij condensatorstiftlassen raakt zowel de lasbout als twee uitstekende pennen van het stiftlaspistool het werkstuk waar de bout aan bevestigd moet worden. Bij condensatorstiftlassen komt de las in zeer korte tijd, dit is ongeveer 1 tot 3 milliseconden, tot stand.  Daardoor hoeft de las niet worden beschermd tegen invloeden van de buitenlucht. Om die reden wordt bij condensatorstiftlassen geen backinggas of beschermgas gebruikt.

Bij het vlamboogstiftlassen wordt de elektrische boog langer in stand gehouden. Daardoor kan men een diepere inbranding realiseren. Omdat de elektrische boog langer wordt aangehouden zal men het smeltbad beter moeten beschermen. Daarom gebruikt men bij vlamboogstiftlassen wel een backinggas of beschermgas. Het is echter ook mogelijk dat men een hittebestendige keramische ring gebruikt om het smeltbad af te schermen tegen de lucht rondom het lasproces. Deze keramische ring wordt dan om de stift heen geschoven. Een stiftlaspistool voor condensatorstiftlassen ziet er dus anders uit dan een stiftlaspistool voor vlamboogstiftlassen.

Toepassing van stiftlassen
Stiftlassen is een lasproces dat zeer geschikt is voor seriematig werk. Seriematig stiftlassen zorgt er voor dat er een hogere lassnelheid wordt gerealiseerd en dat er minder fouten ontstaan bij het lassen. De bouten worden bijvoorbeeld op exact de juiste gewenste afstand gelast. Omdat het werk eenvoudig is en de maatvoering en snelheid belangrijk is wordt stiftlassen vaak in een geautomatiseerd systeem toegepast. Het lasproces wordt veel toegepast in de productie van apparaten en machines. Daarnaast wordt het stiftlassen ook toegepast  in de bouw van constructies zoals bruggen, damwanden en de automotive-industrie. Verder komt het stiftlasproces ook voor in de scheepsbouw, jachtbouw en petrochemische industrie. Het stiftlassen kan naast machinaal ook handmatig worden gedaan. In dat geval is het lasproces meer geschikt voor kleine series.

Wat is laserlassen?

Laserlassen is een lastechniek die wordt gebruikt om twee delen van hetzelfde materiaal aan elkaar te verbinden door deze doormiddel van een sterk geconcentreerd licht met elkaar te versmelten. Er wordt bij laserlassen gebruik gemaakt van een laserstraal. Dit is een coherente bundel infrarood licht. De energiedichtheid van de laserstraal is dusdanig hoog dat men met deze lasmethode diep in de naad van het werkstuk door kan dringen. Ondanks deze diepe penetratie van de lasnaad kan men toch een hoge voortloopsnelheden behalen. Laserlassen is een lasproces dat al jaren wordt toegepast in de metaalindustrie en metaaltechniek. Het lasproces wordt onder andere toegepast in de auto-industrie.

Wat zijn de eigenschappen van laserlassen?
Laserlassen is een uniek lasproces. Het laserlassen behoort tot het bundellassen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een bundel deeltjes waarmee men gericht op het werkstuk straalt om het werkstuk plaatselijk te laten smelten. Bij laserlassen maakt men gebruik van een zeer sterk geconcentreerde binden van infrarood licht.

Laserlassen verschild van elektronenbundellassen omdat er gebruik wordt gemaakt van een andere bundellastechniek. Bij laserlassen is er geen vacuüm nodig en bij elektronenbundellassen wel. Bij laserlassen is er wel sprake van een veel lagere efficiëntie. Dit komt door de verliezen die ontstaan door reflectie tijdens het proces.

Het laserlasproces zorgt voor een diep smeltbad waardoor een sterke lasverbinding ontstaat die zwaar belast kan worden. Hoewel er sprake is van een diep smeltbad is de oppervlakte waarover gelast wordt maar smal. Een laserstraal van ongeveer een millimeter zorgt voor het smelten van het materiaal. Daarbij kan lastoevoegmateriaal worden gebruikt maar dat hoeft niet. Het resultaat van het laserlassen is een zeer glad en egaal oppervlak. Een laserlas heeft daardoor een hoog afwerkingsniveau. Omdat laserlassen een machinaal proces is kan men dit proces gebruiken voor lange lasnaden en grote series.

Welke materialen kan men laserlassen?
Men kan laserlassen zowel bij dun als dik materiaal toepassen. Daarnaast is het lasproces geschikt voor een enorme diversiteit aan materialen. Men kan laserlassen toepassen bij ferro-materiaal zoals staal maar ook voor aluminium, RVS en koper. Laserlassen in een lastmethode die niet elektrisch is. De machine waarmee men het laserlassen uitvoert is weliswaar elektrisch maar het lasproces zelf niet, er wordt namelijk met infrarood licht gelast en niet met een elektrode. Daarom kan men het laserlassen ook gebruiken bij materialen die niet geleiden zoals kunststoffen.

Hoe wordt laserlassen gedaan?
Laserlassen is een machinaal proces. Dit houdt in dat gedurende het lasproces er geen lasser nodig is om een lastoorts te hanteren over het werkstuk. In plaats daarvan wordt gebruik gemaakt van CNC-machine die wordt geprogrammeerd door bijvoorbeeld een lasrobotprogrammeur. Het is wel belangrijk dat men het laserlasproces goed kent voordat men hiermee aan de slag gaat. Men moet de machine goed kunnen instellen en bovendien ook rekening houden dat er zo weinig mogelijk ruimte is tussen de platen die men aan elkaar wil verbinden. Bij een overlaplasnaad is dit iets minder van belang maar bij een stompe lasnaad is slechts een zeer beperkte ruimte tussen de platen toegestaan. Deze ruimte moet kleiner zijn dan 0,15 millimeter. Dit heeft mede te maken met het feit dat de laser ook zeer smal is. Om een goed smeltbad te maken moeten de delen die aan elkaar gelast worden zo dicht mogelijk tegen elkaar worden gedrukt. Daarom moet men bij laserlassen een lasmal gebruiken. Een goede lasmal zorgt er voor dat er niet of nauwelijks een spleet tussen de te lassen delen aanwezig is. Dit bevordert de kwaliteit van de las. Een lasmal zorgt er daarnaast voor dat men eenvoudiger grote series kan lassen met de laserlasmachine.

Het lassen vindt plaats doormiddel van een laserstraal, deze straal wordt opgewekt in een laserbron. Deze infrarood straal wordt gebundeld door een glasvezelkabel. Men kan ook gebruik maken van een stelsel van spiegels, lenzen of prisma’s om de laserstraal te bundelen. Doormiddel van de machine wordt het gebundelde licht geleid naar een watergekoelde optiek. Met dit systeem kan de programmeur het brandpunt (smeltpunt) van de laserstraal gaan bepalen. Als de laserstraal optimaal wordt gericht kan lokaal een zeer hoge temperatuur ontstaan waardoor het materiaal gaat smelten. Dit smeltbad kan tot diep in de lasnaad worden aangebracht waardoor een goede doorlassing kan ontstaan.

Voordelen van laserlassen
Laserlassen is een lasproces dat afwijkt van andere lasprocessen. Daardoor heeft dit lasproces een aantal unieke eigenschappen. Dit zorgt er voor dat laserlassen voor bepaalde lasverbindingen wel geschikt is en voor andere lasverbindingen een minder voor de hand liggende keuze is. Kortom het lasproces heeft een aantal voordelen en een aantal nadelen. Laten we beginnen met de voordelen van lasserlassen:

  • Laserlassen is een lasproces dat zeer geschikt is voor lasrobots en het lassen van grote series.
  • Doormiddel van laserlassen kunnen uiteenlopende materialen worden gelast. Dit kunnen geleidbare materialen zijn zoals metalen maar ook kunststoffen en andere materialen die wel gesmolten kunnen worden maar niet-geleidend zijn.
  • Er kan een zeer smalle lasverbinding worden gemaakt
  • De lasverbinding is zeer stevig
  • De warmte-inbreng is laag en kort. Daardoor is de warmte-beïnvloede zone erg klein. Dit zorgt er ook voor dat er minder spanning in de plaat of het materiaal wordt gebracht. Er treed weinig vervorming op na het lassen.
  • Laserlassen is een lasproces dat heel geschikt is voor dun plaatmateriaal.
  • De lassnelheid van laserlassen is hoog.
  • Men kan de laser gebruiken voor snijden en lassen. Hierdoor kan men meerdere processen met dezelfde machine worden uitgevoerd.
  • Het afwerkingsniveau van een laserlas is hoogwaardig.

Nadelen van laserlassen
Alle bewerkingsprocessen hebben voordelen en nadelen. Dat is ook het geval bij lasprocessen. Laserlassen heeft ook een aantal nadelen ten opzichte van andere lasprocessen. De nadelen van dit lasproces zijn:

  • De CNC-laserlasmachine heeft een hoge aanschafwaarde.
  • Het lasproces kan alleen worden uitgevoerd als er praktisch geen spleet tussen de te lassen materialen aanwezig is.
  • Men dient zich tijdens het laserlassen goed te beschermen tegen de straling die tijdens dit lasproces vrij komt. Tussen de tachtig en negentig procent van de straling reflecteert op het lasoppervlak dat wordt gelast.
  • Ten opzichte van handmatig lassen zijn de opstartkosten hoog. De CNC-laserlasrobot moet namelijk geprogrammeerd worden. Ook dient men een lasmal te gebruiken om de ruimte tussen de materiaaldelen zoveel mogelijk te beperken. Door deze opstartkosten en voorbereiding is het laserlassen voornamelijk geschikt voor het lassen van grotere series.

Wat is magnetisch pulslassen en hoe wordt dit lasproces uitgevoerd?

Magnetisch pulslassen is een lasproces waarin gebruik wordt gemaakt van magnetisme. Men gebruikt het magnetisme in dit lasproces om twee delen van een werkstuk tegen elkaar aan te drukken en in elkaar te laten versmelten. Magnetisch pulslassen lijkt op explosielassen alleen wordt er bij explosielassen gebruik gemaakt van explosieven die doormiddel van druk er voor zorgen dat de twee delen van het werkstuk die aan elkaar verbonden moeten worden op de raakvlakken in elkaar om worden gekneed.

Bij magnetisch pulslassen wordt echter geen gebruik gemaakt van een explosieve stof. In plaats daarvan maakt men gebruik van een magnetisch veld. Magnetisch pulslassen is een lasproces dat onder andere wordt toegepast bij het aan elkaar lassen van vlakke metalen platen. Net als explosielassen kan men ook bij magnetisch pulslassen verschillende soorten metaal in elkaar laten versmelten.

Druklassen
Magnetisch pulslassen is een lasproces dat zeer snel kan worden uitgevoerd. Het lasproces behoort tot het druklassen. Er wordt gebruik gemaakt van zeer grote magneetvelden die vrij kort duren. Deze magneetvelden zorgen er voor dat verschillende metalen die van ongelijke aard zijn aan elkaar kunnen worden gekneed.

Apparaat voor magnetisch pulslassen
Voor het opwekken van het magnetisch veld wordt gebruik gemaakt van een zeer grote wisselstroom. Deze wisselstroom kan oplopen tot wel 1 miljoen ampère. Om deze enorme wisselstroom te behalen wordt gebruik gemaakt van een magnetisch pulslasapparaat met een hoogfrequent condensator-ontladingscircuit. Dit condensator-ontladingscircuit verzamelt als het ware de ampère tot een bepaald niveau en stoot deze dan vervolgens af. Het spreekt voor zicht dat het condensator-ontladingscircuit extreme capaciteiten en vermogens moet kunnen verwerken. Er kunnen bij magnetisch pulslassen energieën voor van 100 kJ voorkomen en vermogens van wel 1 GW (miljard Watt), de magneetveldsterkten die daardoor ontstaat kunnen meer dan 50 Tesla hoog worden.

Hoe wordt magnetisch pulslassen uitgevoerd?
De wisselstroom wordt door een geleidende spoel, die ook wel inductor wordt genoemd, geleid. De inductor wordt vlak boven de plaat geplaatst die aan een andere plaat moet worden gelast. Men kan dit proces alleen toepassen op materialen die elektriciteit geleiden. Als men de inductor aanzet wordt er een extreem groot magnetisch veld opgewerkt. Daarbij ontstaat een secundaire wervelstroom in het materiaal. Dit proces wordt ook wel beschreven in de wet van Lenz.

De secundaire wervelstroom die optreed binnen het primaire magnetische veld zorgt er voor dat er een Lorentzkracht kracht ontstaat. Deze Lorentzkracht geeft de plaat een zeer grote versnelling. Dit lasproces wordt tot het druklassen gerekend omdat deze Lorentzkracht er voor zorgt dat de plaat met een enorme kracht tegen een andere plaat wordt aan geschoten. Deze andere plaat bevindt zich doorgaans op slechts een paar millimeters afstand ten opzichte van de plaat waar de conductor op is geplaatst. Binnen zeer korte tijd wordt de plaat met snelheden van 600-1000 m/s tegen de andere plaat aan geperst. De oppervlakten van de metalen platen gaan door deze kracht direct met elkaar versmelten waardoor een on-uitneembare lasverbinding ontstaat.

Waar wordt ultrasoon lassen toegepast?

Ultrasoon lassen is lasproces dat wordt gebruikt voor het aan elkaar smelten van kunststoffen en metalen. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van een zeer krachtige geconcentreerde hoogfrequente geluidsbundel die op een specifiek punt wordt gericht doormiddel van een sonotrode. Daarnaast wordt er een behoorlijke druk uitgeoefend op de delen die gelast moeten worden. Dit word gedaan doormiddel van een pers.

Toepassingen van ultrasoon lassen
Ultrasoon lassen wordt in verschillende industriële processen toegepast. Hierbij kan men denken aan de elektronica, ruimtevaarttechnologie, de auto-industrie en verschillende medische toepassingen. Ook in de verpakkingstechnologie wordt ultrasoon lassen toegepast als verbindingstechniek.

Producten waarbij gebruik wordt gemaakt van ultrasoon lassen
In de hiervoor genoemde industrieën worden verschillende producten doormiddel van ultrasoon lassen vervaardigd. Een aantal voorbeelden hiervan zijn:

  • Speelgoed
  • Eenmalige bruikbare medische instrumenten
  • Telefoons
  • Folisch
  • Bedrading
  • Behuizing van kleine machines en apparaten

Bovengenoemde producten kunnen doormiddel van ultrasoon lassen aan elkaar worden verbonden omdat ze bestaan uit bepaalde materialen. Dit zijn meestal harde of zachte plastics, metalen of zelfs textielsoorten.

Metalen kunnen ook wel doormiddel van ultrasoon lassen aan elkaar verbonden worden maar dan moeten deze metalen niet te dik zijn. Dunne metalen folies zijn bijvoorbeeld wel geschikt voor dit lasproces. Bij kunststoffen zijn over het algemeen grotere diktes mogelijk dan bij metalen. Daarnaast is het mogelijk om verschillende materialen aan elkaar te lassen. Verder kan men verschillende dunne laagjes van diverse materialen in één keer aan elkaar verbinden doormiddel van ultrasoon lassen.

Verpakkingsindustrie
Vooral in de verpakkingsindustrie wordt ultrasoon lassen veel toegepast. Hierbij kan men denken aan de zogenoemde blisterverpakking van medicijnen. Hierbij worden kunststoffen zelfs op aluminium gelast. Daarbij heeft ultrasoon lassen verschillende voordelen ten opzichte van andere processen. Ultrasoon lassen is namelijk snel, goedkoop en daarnaast ook steriel. Verder komen tijdens het lasproces geen ongewenste stoffen vrij. Hierdoor is het lasproces ook nog eens heel veilig.

Melkpakken en sappakken worden ook ultrasoon gelast vanwege deze positieve eigenschappen. Het voedingsmiddel zit dan overigens al in het pak zelf. Over het algemeen bestaan de verpakkingen voor sappen uit karton met een dun  laagje kunststof. Deze kunststof is meestal polypropyleen of polyethyleen. Deze kunststoffen kunnen doormiddel van ultrasoon lassen heel goed luchtdicht aan elkaar gelast worden.

Wat is ultrasoon lassen en wat zijn de eigenschappen van dit lasproces?

Ultrasoon lassen is lasproces dat wordt gebruikt om voorwerpen aan elkaar te verbinden doormiddel van hoogfrequente geluidstrillingen. Dit lasproces is ontwikkelt in de jaren ’60 van de 20e eeuw. Het patent van ultrasoon lassen van thermoplastische kunststoffen werd in 1965 op naam van Robert Soloff and Seymour Linsley gezet. De ontwikkelingen op het gebied van ultrasoon lassen vorderden zeer snel. In 1969 werd het mogelijk om een kunststofauto in zijn geheel te assembleren via ultrasoon lassen. Ultrasoon lassen behoort tot de lascategorie druklassen.

Wat zijn de eigenschappen van ultrasoon lassen?
Ultrasoon lassen is een uniek lasproces waarmee samengedrukte kunststoffen worden versmolten door een zeer krachtige geconcentreerde hoogfrequent geluidsbundel te gebruiken. Ook wordt het lasproces gebruikt om metaalfolies aan elkaar te versmelten. Het proces is dus zowel geschikt voor bepaalde metalen als voor harde en zachte plastics.

De geluidsbundel is echter alleen niet genoeg om het lasproces succesvol te laten verlopen. Er moet ook gebruik worden gemaakt van druk. De materialen moeten dus doormiddel van druk tegen elkaar worden geperst en tegelijkertijd moet de geluidsbundel het materiaal doen smelten. De geluidsbundel zorgt er voor dat er trillingen optreden waardoor de moleculen of atomen aan het oppervlak gaan versmelten.

Lasproces
Het ultrasoon lasproces gaat als volgt te werk. Eerst worden de delen van het werkstuk die aan elkaar gelast moeten worden ingeklemd tussen een sonotrode en een aambeeld. Doormiddel van sonotrode wordt een zeer een krachtige geluidsgolf gericht op werkstruk. De frequentie waarmee dit gebeurd is tussen de 15 en 70 kHz.

Het aambeeld heeft een bepaalde vorm. Hierdoor worden de geluidsgolven gefocusseerd op een klein punt van het werkstuk. Het materiaal gaat op die plaats door de geluidsgolven van de sonotrode smelten en vervloeien. Soms worden de onderdelen, die gelast moeten worden, voorbewerkt. Hierdoor ontstaan er smalle richeltjes waarin de geluidsenergie zich concentreert. Hier zal het smeltbad zich bevinden waarin de onderdelen met elkaar versmelten.

Waaruit bestaat een ultrasoon lasapparaat?
Voor ultrasoon lassen zijn een aantal onderdelen nodig. Zo heeft men bijvoorbeeld een pers nodig om de te lassen delen onder druk te houden tijdens het lasproces.  De te lassen delen worden op een aambeeld geplaatst dat een speciale vorm heeft die er voor zorgt dat de geluidsgolven precies worden gericht op de te lassen plek.

De geluidsbron bestaat uit een piëzo-elektrische transducer en eventueel een versterker. Daarnaast is er de sonotrode. Dit is een onderdeel dat wordt gebruikt om de geluidstrillingen over te brengen op het werkstuk dat op het aanbeeld ligt. Er wordt gebruikt gemaakt van een hoogfrequente wisselstroombron. De frequentie van deze stroombron komt overeen met de lasfrequentie.

De gehele installatie van het ultrasoon lassen is ontworpen om te resoneren bij de werkfrequentie. De werkfrequentie is  kan verschillend zijn, meestal wordt gebruik gemaakt van 20, 30, 35 of 40 kHz.

Wat wordt bedoelt met slak bij lasprocessen?

Het woord ‘slak’ wordt regelmatig gebruikt bij lasprocessen. Dit woord heeft niets met een dier of een aanduiding van snelheid. Ook heeft de slak die vrijkomt bij lasprocessen niets te maken met de zogenoemde hoogovenslak die vrijkomt bij het smelten van ertsen en metalen in hoogovenprocessen. In plaats daarvan heeft het woord ‘slak’ bij lasprocessen te maken met een materiaal dat vrij kan komen bij het lasproces. De slak die hierbij vrij kan komen is een bros materiaal dat een beetje glasachtig is. De slak bij lasprocessen kan bestaan uit verschillende materialen. Het ontstaan van een slak tijdens het lasproces kan gewenst zijn maar ook ongewenst.

Hoe ontstaat slak bij lasprocessen?
Niet bij alle lasprocessen ontstaat een slak. Een slak ontstaat bij lasprocessen waarbij gebruik wordt gemaakt van laspoeder zoals bij onder poederdek lassen (OP-lassen) of bij beklede elektrodelassen (BMBE lassen). Hierbij ontstaat de slak als een restproduct of afvalproduct. Het laspoeder of de elektrodebekleding smelt door de hitte van het lasproces. Dit materiaal gaat als het ware op het smeltbad drijven en is in eerste instantie vloeibaar. Wanneer de las afkoelt is ook de slak afgekoeld en wordt de slak zichtbaar in de vorm van een harde breekbare brosse laag. De slak kan zich stevig hechten op de lasnaad maar het is ook goed mogelijk dat de slak als het ware achter de lastoorts weg krult.

Bij welke lasprocessen ontstaat slak?
Hiervoor zijn al een aantal lasprocessen genoemd waarbij slak kan ontstaan. Er zijn lasprocessen waarbij men opzettelijk een slak produceert om de las te beschermen tegen invloeden van buitenaf. Voorbeelden van dergelijke lasprocessen zijn:

  • BMBE lassen, lassen met beklede elektrode
  • Onder Poederdek lassen, OP-lassen
  • Elektroslaklassen
  • Exothermisch lassen
  • Lassen met poedergevulde draad,

Als men geen gebruik maakt van elektrodebekleding of poeder maar een beschermgas of vacuüm toepast, is de kans op het ontstaan van een slak kleiner. Bij het MIG/MAG lassen kan nog wel eens een slak ontstaan. In dit geval ontstaat de slak niet uit toevoegmateriaal maar uit verontreinigingen die aanwezig waren in de laskanten van de werkstukken. Deze verontreinigingen kunnen bijvoorbeeld vuil en oxide zijn. Ook door het verbranden van het lasmateriaal kan een slak ontstaan. Het verbranden van lasmateriaal gebeurd als het lasproces onvoldoende is beschermd.

Wat is het nut van een slak bij lasprocessen?
Hiervoor zijn een aantal lasprocessen genoemd waarbij opzettelijk een slak wordt geproduceerd tijdens het lasproces. Er zijn een aantal redenen waarom er bewust voor wordt gekozen om tijdens het lassen een slak te produceren. Een slak is allereerst een bijproduct dat slechts van tijdelijke aard is. De slak wordt na uitharding meestal meteen verwijdert door de lasser of nabewerker. Dit verwijderden van de slak kan doormiddel van het wegbikken van de slak met een beitel.

Tijdens het lassen heeft de slak een belangrijk nut omdat deze het smeltbad beschermd tegen ongewenste invloeden rondom het lasproces. De slak beschermd met name het smeltbad tegen verbranding tegen inwerking van stikstof uit de omringende lucht. Daarnaast heeft de slaklaag ook een isolerende werking die er voor zorgt dat de lasnaad minder snel afkoelt.

Door zure of rutiele lastoevoegmaterialen kan de oppervlaktespanning van het smeltbad worden verlaagd. Hierdoor vloeit de las mooi en wordt deze glad. De slak kan ook een ondersteunende functie hebben bij het verticaal of bovenhands lassen. Door de slak kan worden voorkomen dat het smeltbad omlaag gaat stromen voordat de las gestold is. Dit komt door basische toevoegmaterialen.

Ongewenste effecten van slak
Een slak kan gewenst zijn maar er kunnen ook fouten in de las terecht komen doordat er een slak wordt gevormd. Een slak of delen van de slak kunnen namelijk tijdens het lassen ingesloten worden in het smeltbad. Deze insluitingen behoren tot de lasfouten omdat de las op de plaatsen van de insluitingen niet solide is.

Een ander nadeel van de slak is dat deze verwijdert moet worden en dat is arbeidsintensief. De las moet worden nabewerkt met een beitel.