Indeling soorten elektrische spanning

Elektrische spanning wordt uitgedrukt in de grootheid Volt (V). Wanneer elektrisch geladen deeltjes ongelijk over twee polen verdeeld zijn en willen bewegen, is er sprake van spanning. Er zijn vier verschillende soorten spanning. Deze verschillende soorten spanning zijn ingedeeld in het aantal Volt. Door deze indeling en benaming wordt inzichtelijk met wat voor type elektrische installatie een elektromonteur werkt.

  • Zeer lage spanning
    Dit zijn elektrische spanningen van 12V tot 24V.
  • Laagspanning
    De categorie laagspanning wordt opgedeeld in twee groepen:
    –             Wisselspanning tot 1000V en
    –             Gelijkspanning tot 1500V.
  • Middenspanning
    Dit zijn elektrische spanningen van 1.000V tot 50.000V.
  • Hoogspanning
    Hieronder vallen elektrische spanningen van 50.000V tot meer dan 380.000V.

Verschil tussen gelijkspanning en wisselspanning
Elektrische spanning wordt ook wel ingedeeld in wisselspanning en gelijkspanning. We leggen het verschil tussen deze twee begrippen kort uit. Bij wisselspanning wisselt de richting van elektronen vandaar de benaming wisselspanning. Als iemand een elektrische schok krijgt van een elektrische installatie met wisselspanning dan veroorzaakt dat een forse stoot, maar de persoon blijft niet vastzitten aan het gedeelte van de elektrische installatie die onder spanning staat.

In een elektrische installatie met gelijkspanning stromen de elektronen steeds in dezelfde richting. Als men een stroomschok krijgt van gelijkspanning dan veroorzaakt dat spierkramp. De persoon blijft na de schok vaak verkrampt vastzitten aan de elektrische installatie. Gelijkspanning veroorzaakt bij kortsluiting grotere vlambogen dan wisselspanning. Als men het heeft over veilig werken met elektriciteit moet men de verschillen in risico’s tussen gelijkspanning en wisselspanning goed weten.

Veilige spanning
Werken met veilige spanning is ook mogelijk in de elektrotechniek. Men heeft het over veilige spanning omdat er bij een bepaalde spanning geen gevaar is voor de veiligheid en gezondheid van de werknemer. Veilige spanning is:

  • Wisselspanning met maximaal 50 V(olt)
  • Gelijkspanning met maximaal 120 V(olt)

In vochtige, nauwe ruimten is men verplicht om veilige spanning toe te passen in elektrische installaties. Daarnaast wordt in speciale instellingen zoals in zwembaden en ziekenhuizen gewerkt met een zeer lage spanning: 12 V(olt).

Werken aan elektrische installaties
Het werk van een elektromonteur brengt gevaren met zich mee. Het bekendste gevaar is een elektrische schok die in een alinea hierboven al even is benoemd. Om te voorkomen dat men een elektrische schok krijgt zal men de spanning van een elektrische installatie moeten uitschakelen. Het werk aan elektrische installaties is overigens het werk van specialisten alleen bevoegde elektromonteurs die een gedegen opleiding hebben gehad mogen aan een elektrische installatie werken. In de NEN 3140 wordt een indeling gegeven op basis van de bevoegdheid van elektromonteurs. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een:

  • Voldoende Onderricht Persoon (VOP) die onder toezicht van een VP nauwkeurig omschreven werkzaamheden mag uitvoeren aan elektrische installaties.
  • Vakbekwaam persoon (VP) mag zelfstandig aan elektrische installaties werken.
  • Installatieverantwoordelijke (IV)
  • Werkverantwoordelijke (WV).

De hierboven genoemde personen mogen in meer en mindere mate zelfstandig aan elektrische installaties werken. Daarvoor krijgen deze personen een schriftelijke aanwijzing van hun leidinggevenden. Personen die geen of onvoldoende elektrotechnische kennis hebben worden ook wel een ‘leek’ genoemd. Een leek mag niet of nauwelijks aan elektrische installaties werken. Een Leek geen aanwijzing en is iemand anders dan een Vakbekwaam Persoon of Voldoende Onderricht Persoon. Een leek kan bijvoorbeeld elektrische bedrading verwijderen bij de sloop van een gebouw. Uiteraard dient deze bedrading dan niet onder spanning te staan.

Veilig werken met een vorkheftruck

Een vorkheftruck is een combinatie van een hefmiddel en transportmiddel en wordt voortbewogen doormiddel van een elektromotor of een verbrandingsmotor. Vorkheftrucks worden in veel logistieke bedrijven gebruikt maar ook in andere bedrijven die magazijnen bevatten. Een vorkheftruck bevat twee lange lepels die uitermate geschikt zijn voor het vervoeren van goederen die op pallets staan. Deze twee lepels zorgen voor een gevorkte vorm waar de vorkheftruck haar naam aan dankt. In magazijnen worden vaak elektrisch aangedreven vorkheftrucks gebruikt. Buiten gebruikt men vaak grotere vorkheftrucks die voorzien zijn van een verbrandingsmotor en lasten kunnen tillen tot een gewicht van tien ton.

Gevaren bij het werken met vorkheftrucks
Heftrucks worden veel gebruikt maar dat zorgt er niet voor dat het eenvoudig is om deze transportvoertuigen te besturen. In een magazijn kunnen allemaal risicovolle factoren aanwezig zijn waardoor het werken met een vorkheftruck gevaren met zich meebrengt. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een bedrijf de risico’s van het bedrijf moeten benoemen en daarbij moeten aangeven hoe de risico’s bestreden kunnen worden in een plan van aanpak. In de Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een bedrijf ook de risico’s moeten beschrijven omtrent de interne transportmiddelen zoals heftrucks. We noemen een aantal veelvoorkomende gevaren en ongelukken die te maken hebben met het verkeerd gebruiken van vorkheftrucks:

  • Kantelen van het voertuig.
  • Vallen of kantelen van de lading.
  • Aanrijden van personen en constructies.
  • Schade aan heftruck en goederen door roekeloos gebruik.
  • Inademen van uitlaatgassen van de dieselmotor bij het werken in een afgesloten ruimte.

Een belangrijk deel van de risico’s kan worden voorkomen door het in acht nemen van veiligheidsaspecten zoals voldoende kennis over het veilig werken met heftrucks en de technische specificaties van de heftruck. Deze twee onderwerpen zijn in de volgende alinea’s beschreven.

Heftruck certificaat
Er zijn een aantal algemene veiligheidsrichtlijnen voor het werken met een vorkheftruck. De bestuurder moet bijvoorbeeld minimaal 18 jaar zijn.
Vanaf 16 jaar mag iemand wel op een heftruck rijden als jde persoon daarvoor deskundig is opgeleid en onder toezicht staat van een verantwoordelijke persoon zoals een leidinggevende.

Het is belangrijk dat de bestuurder van de heftruck voldoende ervaring heeft en op de hoogte is van de bediening van de heftruck. Doormiddel van het behalen van een heftruckcertificaat of certificaat veilig werken met een vorkheftruck kan een (aankomend) bestuurder van een heftruck de belangrijkste (veiligheids-) richtlijnen en instructies leren die nodig zijn voor het dagelijks werken met vorkheftrucks. Een heftruckcertificaat zou men kunnen beschouwen als een soort rijbewijs voor heftrucks. Veel bedrijven stellen een heftruckcertificaat verplicht als een werknemer tijdens de werkzaamheden gebruik moet maken van een heftruck.

Een cursus voor een heftruckcertificaat wordt door een erkend opleidingsinstituut gehouden. Deelnemers moeten de heftruckcursus afronden met een examen. Bij het succesvol afronden van het examen ontvangt de deelnemer het heftruckcertificaat. Met het heftruckcertificaat kan de heftruckchauffeur aantonen dat hij of zij over de basisvaardigheden beschikt om veilig een heftruck te kunnen besturen. Uiteraard dient de heftruckchauffeur hetgeen hij of zij geleerd heeft in de heftruckcursus ook toe te passen in de praktijk. Alleen een heftruckcertificaat biedt geen garantie voor veilig werken de houding, motivatie en concentratie van de heftruckchauffeur is zeer belangrijk voor de veiligheid op de werkvloer.

Werklastdiagram vorkheftruck
Ook zal de bestuurder op de hoogte moeten zijn van de technische specificaties van de heftruck en moeten weten wat de maximale last is die een heftruck kan heffen en verplaatsen. Veel informatie kan de heftruckchauffeur vinden op de typeplaat van de heftruck en de werklastdiagram. De werklastdiagram maakt voor de heftruckchauffeur inzichtelijk of een bepaalde last veilig en verantwoord door de heftruck kan worden opgetild en vervoerd. Op de werklastdiagram staat naast het maximale hefvermogen ook de maximale hefhoogte aangegeven. Daarnaast geeft de werklastdiagram informatie over de stabiliteit van de vorkheftruck.

Veiligheidsrichtlijnen voor werken met een vorkheftruck
Hiervoor zijn een aantal belangrijke aspecten benoemd met betrekking tot het veilig werken met een vorkheftruck. Er zijn echter ook nog een heleboel regels als het gaat om veilig werken met vorkheftrucks. We noemen een aantal belangrijke:

  1. Iedere dag moet voor de start van de werkzaamheden met de heftruck zal de heftruck aan de hand van een checklist moeten worden gecontroleerd. Als de heftruck in technisch goede staat is en veilig is kan men deze gebruiken.
  2. Heftrucks moeten voorzien zijn van een claxon voor het geven van een waarschuwingsgeluid. Ook dient de heftruck voorzien te zijn van een uitneembare sleutel zodat niet iedereen de heftruck kan gebruiken. De plaats van de bestuurder dient beschermd te zijn door een stevige kooi en daarnaast moet de bestuurder gebruik maken van een veiligheidsgordel.
  3. Zorg dat je de veiligheidsregels opvolgt. Kijk ook naar de waarschuwingsborden en afgezette zones. Rijd langzaam met de heftruck door paden waarop personeel zich te voet verplaatst.
  4. Een heftruck is bestemd voor 1 persoon en meerijden van andere personen is niet toegestaan tenzij er een extra stoel is aangebracht op de heftruck.
  5. Met de heftruck mag men niet hijsen tenzij er een speciale hijsvoorziening is gemonteerd op de heftruck.
  6. Er mogen geen personen worden opgehesen met de heftruck. Het staan op de lepels van een heftruck is verboden. Ook wanneer personen op een pallet gaan zitten mogen ze beslist niet met een heftruck worden verplaatst. Het naar boven hijsen van personen mag alleen met een goedgekeurde werkbak.
  7. Een heftruck moet onbelast geparkeerd worden. De moet op de vloer liggen en de mast van de heftruck moet iets voorover hellen.
  8. Zorg er voor dat de opgetilde lasten niet op mensen kunnen vallen. Daarom moet de last niet boven mensen worden getild en getransporteerd.
  9. Snel optrekken en abrupt remmen moet worden vermeden.
  10. Rijd zoveel mogelijk in rechte lijnen en verander niet plotseling van richting met of zonder lading.
  11. In het geval een heling moet worden opgereden met een heftruck dan moet deze heling altijd opwaarts vooruit gereden worden. Bij het naar beneden rijden van een helling moet men achteruit rijden. Dan bevind de last zich dus aan de achterzijde van de heftruck om kantelen van de last te voorkomen.
  12. Het is verboden mobiel te bellen, sms-en en te app-en terwijl men rijd met de heftruck.
  13. Zorg dat je voldoende zicht hebt tijdens het heftruckrijden. Als de last het zicht belemmerd moet men niet vooruit rijden maar juist achteruit om voldoende zicht te blijven houden.
  14. Als een last bestaat uit opgestapelde objecten of materialen dan moeten deze in een stevig verband zijn opgestapeld.
  15. Het contragewicht aan de achterkant van de heftruck mag niet verzwaard worden.

Wat is een bedrijfsnoodplan?

Een bedrijfsnoodplan wordt ook wel een calamiteitenplan genoemd en is een beschrijving van de maatregelen en voorzieningen die een bedrijf heeft getroffen om zich voor te breiden op calamiteiten en noodsituaties. Doormiddel van een bedrijfsnoodplan wordt inzichtelijk gemaakt hoe een bedrijf zal omgaan met noodsituaties. In dit plan worden de afspraken, procedures en organisatiestructuren weergegeven die van belang zijn wanneer er sprake is van een noodsituatie. Het bedrijfsnoodplan maakt inzichtelijk wie welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft en maakt duidelijk hoe de afstemming met is met hulpdiensten en andere organisaties.

Is een bedrijfsnoodplan verplicht?
Het antwoord op bovenstaande vraag is ‘ja’. Elk bedrijf is in Nederland verplicht om een bedrijfsnoodplan te hebben. Dit is vastgelegd in Artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet. Het doel van bedrijfsnoodplan is om de gevolgen van een noodgeval of calamiteit te bestrijden of te verminderen. Leidinggevenden in een organisatie zullen de inhoud van het bedrijfsnoodplan moeten kennen en moeten weten wat hun verantwoordelijkheden en verplichtingen zijn voor het geval er zich een noodsituatie voordoet.

Ook uitvoerende of operationele medewerkers moeten een bedrijfsnoodplan ontvangen voordat ze een bedrijfsterrein gaan betreden. Deze verplichting is ook van toepassing op tijdelijke krachten zoals uitzendkrachten en gedetacheerd personeel. Door deze verplichte verstrekking van het bedrijfsnoodplan zal elke persoon die een bepaald werkterrein of gebouw betreedt op de hoogte zijn van de acties die moeten worden ondernomen als er een calamiteit of noodsituatie is ontstaan. Het is echter niet overzichtelijk en effectief om iedere werknemer en leidinggevende een dik boek met allemaal regels en verplichtingen te verstrekken.

In plaats daarvan maken bedrijven gebruik van overzichtelijke folders en kleine boekjes waarin met behulp van foto’s is aangegeven welke zaken van belang zijn als er noodsituaties zijn ontstaan. Naast deze overzichtelijke documenten worden vaak borden gebruikt met daarop duidelijke richtlijnen en aanwijzingen waar men heen moet gaan als er een calamiteit heeft plaatsgevonden en waar men dan rekening mee moet houden.

Onderdelen bedrijfsnoodplan
Een bedrijfsnoodplan bestaat uit een aantal onderdelen. De inhoud van een bedrijfsnoodplan kan verschillen tussen organisaties en zal in grote mate worden beïnvloed door de aard van de risico’s en de omvang van het gebouw of werkterrein. Het plan moet in ieder geval de volgende onderdelen bevatten:

Doelstellingen
In dit deel zijn het type noodgevallen en calamiteiten beschreven waar het bedrijfsnoodplan op is gericht. Daarbij wordt een omschrijving gegeven en zijn de scenario’s benoemd en de mogelijke omvang en effecten. Ook de aanwezigheid van schadelijke en gevaarlijke stoffen wordt hierbij benoemd. Ook is aangegeven waar de relevante informatie gevonden kan worden. De doelstellingen dienen zo geformuleerd te zijn dat het bedrijfsnoodplan in de praktijk toepasbaar is, ook tijdens oefeningen.

Organisatiestructuur
In het bedrijfsnoodplan moet een duidelijke structuur worden benoemd waarmee inzichtelijk wordt gemaakt welke rol het personeel heeft dat binnen het bedrijf werkzaam is. Ook de verantwoordelijkheden dienen duidelijk te worden benoemd evenals de bevoegdheden van bepaalde personen zoals bedrijfshulpverleners (BHV-ers) en leidinggevenden. Verder dient duidelijk inzichtelijk te worden gemaakt hoe de afstemming plaatsvind met de gemeentelijke rampenbestrijdingsorganisatie.

Communicatie
Een bedrijfsnoodplan gaat voor een groot deel om communicatie, elk personeelslid, leidinggevende en specialist moet weten wat er van hem of haar wordt verwacht. In een communicatieplan wordt dit duidelijk. Het communicatieplan maakt de procedures inzichtelijk over hoe ambulancepersoneel, brandweer, overheidsdiensten, politie en andere relevante instanties opgevangen moeten worden door de organisatie wanneer de melding is gedaan. Kortom wie houdt op welke manier contact met deze verschillende partijen nadat ze op de werklocaties aanwezig zijn om bijstand te verlenen.

Instructieplan
In het instructieplan wordt duidelijk gemaakt wanneer de werknemers geïnstrueerd worden omtrent het calamiteitenplan. De werknemers dienen namelijk voor het betreden van het werkterrein of gebouw op de hoogte zijn van het bedrijfsnoodplan. Het moment van de instructie en de manier waarop de instructie omtrent het bedrijfsnoodplan plaatsvind is vastgelegd in het instructieplan.

Procedures
Een aantal specifieke procedures die moeten opgevolgd worden in het geval van een calamiteit moeten duidelijk zijn omschreven. Dit gaat om de waarschuwings- en alarmeringsprocedures. Dit deel van het bedrijfsnoodplan bevat informatie over:

  • Welke persoon, op welke manier en door welke verantwoordelijk intern gealarmeerd zal moeten worden.
  • Hoe intern gespecialiseerd personeel moet worden opgeroepen en door wie dat gedaan kan worden.
  • Welke perspoon of personen geautoriseerd om hulpdiensten te alarmeren. De alarmnummers moeten makkelijk vindbaar zijn.
  • Op welke plaats of plaatsen het personeel zich dient te verzamelen. Deze verzamelplekken dienen bij iedereen bekend te zijn.

Tekeningen
Een bedrijfsnoodplan bevat ook tekeningen. Dit kunnen tekeningen zijn van een werkterrein maar ook van een gebouw. In het laatste geval zal van elke laag van een gebouw in een tekening moeten worden aangegeven wat de vluchtwegen zijn, waar de blusmiddelen zijn geplaatst en waar de brandmelders zijn aangebracht.

Medische verzorging
Binnen het bedrijfsnoodplan dient ook aandacht te worden besteed aan hoe gewond personeel kan worden geholpen. Voor slachtoffers dienen ook veilige verzamelplaatsen aanwezig te zijn. De medische noodcentra en faciliteiten moeten bekend zijn.

Wat is SSVV of Stichting Samenwerken voor Veiligheid?

SSVV is een afkorting die staat voor Stichting Samenwerken voor Veiligheid en is een onafhankelijke organisatie die onder andere het VCA-systeem beheert. Binnen deze onafhankelijk stichting zijn alle partijen vertegenwoordigd die bij het VCA-systeem zijn betrokken. Dit zijn onder andere petrochemische bedrijven. Doormiddel van kennis en opleiding wil deze stichting de veiligheid op de werkvloer bevorderen. Veel ongelukken kunnen namelijk worden voorkomen door de veiligheidsrichtlijnen te kennen en daarnaar te handelen. Voor dit doeleinde heeft de SSVV een speciale opleidingsgids ontwikkeld, daarover kun je in de volgende alinea’s meer lezen.

SSVV Opleidingen Gids
Vanuit de SSVV wordt een zogenaamde SSVV Opleidingengids aangeboden. Deze opleidingsgids bevat zogenaamde SOG opleidingen waarbij de letters SOG staan voor SSVV Opleidingen Gids. De SSVV opleidingsgids is bedoelt om informatie te verstrekken aan opdrachtgevers en opdrachtnemers over risicovolle werkzaamheden, risicovolle arbeidsomstandigheden en werkomgevingen waar risico’s zich kunnen voordoen. Onder opdrachtgevers en opdrachtnemers vallen aannemers, onderaannemers, uitzendbureaus en detacheringsbureaus.

Daarnaast biedt de SSVV opleidingengids informatie aan gecertificeerde instellingen met betrekking tot de eisen waaraan de toetsing dient te voldoen. De SSVV opleidingengids maakt daarnaast duidelijk voor welke werkzaamheden en activiteiten in de petrochemische sector aanvullende opleidingen en examinering verplicht is. De examens zullen moeten worden afgelegd bij een SOG-examencentrum dit is een opleidingscentrum dat door de SSVV is erkend.

Verschillende VCA / VCU certificaten voor bedrijven en werknemers

VCA-certificering is bedoeld voor bedrijven die actief zijn in verschillende sector waar risicovolle werkzaamheden op de werkvloer worden verricht. Naast de werkzaamheden kunnen ook de werkomgeving en de arbeidsomstandigheden risico’s met zich meebrengen. Men kan hierbij denken aan bedrijven die actief zijn in de petrochemische sector, de industrie, bouw en elektrotechniek. In al deze sectoren worden verschillende werkzaamheden uitgevoerd. Het VCA is een algemeen veiligheidscertificaat dat voor meerdere sectoren wordt gebruikt. VCA is een afkorting die staat voor VGM Checklist Aannemers. Hierbij staat de afkorting VGM voor staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Deze drie aspecten krijgen aandacht als men een VCA certificaat wil behalen.

Verschillende VCA certificaten
Er zijn echter verschillende soorten VCA certificaten. Het soort VCA certificaat heeft te maken met de verantwoordelijkheid van de werknemer of leidinggevende op de werkplek. Zo is er voor leidinggevenden een VCA VOL. De afkorting VOL staat voor Veiligheid Operationeel Leidinggevende. 

Voor uitvoerende krachten is er een basis VCA of diploma basisveiligheid VCA. Ook voor uitzendondernemingen er een speciale VCA certificering genaamd VCU, omdat uitzendondernemingen als intermediair functioneren en geen direct toezicht hebben op de werkzaamheden van het uitzendpersoneel. Uitzendkrachten die werkzaam zijn voor uitzendbureaus dienen echter wel in het bezit te zijn van een VCA als de opdrachtgever of de inlener dat vereist. In de volgende alinea is meer informatie weergegeven over VCU en VIL VCU.

VCU en VIL VCU
VCU staat voor Veiligheids- en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties (en detacheringbureaus). Intercedenten dienen in bezit te zijn van een VIL VCU. De afkorting VIL VCU staat voor Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden / Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. In feite bestaat de afkorting VIL VCU dus uit twee afkortingen die we voor de duidelijkheid even in twee korte rijtjes hebben neergezet:

  • Veiligheid voor
  • Intercedenten en
  • Leidinggevenden

 

  • Veiligheid, gezondheid en milieu
  • Checklist
  • Uitzendorganisaties

Intercedenten, leidinggevenden en andere interne werknemers van uitzendorganisaties die VCU gecertificeerd zijn dienen in bezit te zijn van een VIL VCU certificaat.

Tot zover de VCA certificering voor werknemers en uitzendorganisaties. Voor reguliere bedrijven zijn er echter ook verschillende soorten VCA certificaten. Deze worden in de alinea hieronder benoemd onder het kopje VCA bedrijfscertificaten.

VCA bedrijfscertificaten
In totaal zijn er drie verschillende VCA bedrijfscertificaten die door bedrijven in de techniek en de bouw kunnen worden behaald. Dit zijn dus bedrijfsgebonden VCA certificaten. We noemen ze hieronder:

  • VCA*
    Dit certificaat bevat één ster. Dit VCA niveau is gericht op de directe VGM- zorg bij de activiteiten die plaatsvinden op de werkvloer. Dit VCA certificaat met één ster is voor bedrijven die minder dan 35 werknemers aan het werk hebben en daarnaast geen hoofdaannemer zijn in hun bedrijfsactiviteiten.
  • VCA**
    Dit VCA certificaat bevat twee sterren. Het is een zwaarder VCA certificaat dan VCA*. Naast de hierboven genoemde aspecten worden bij VCA** ook de veiligheidsstructuren en veiligheidssystemen binnen het bedrijf van de aannemer beoordeeld. VCA met twee sterren is een certificering die bestemd is voor organisaties met meer dan 35 werknemers in dienst en bedrijven die ook als hoofdaannemer actief zijn. Ook als ze minder van 35 werknemers in dienst hebben en hoofdaannemerschap in als bedrijfsactiviteit hebben zullen de bedrijven moeten beschikken over VCA**.
  • VCA-P
    Dit is een speciaal VCA certificaat voor de petrochemie. Bij VCA-P staat de letter P voor petrochemie oftewel de petrochemische sector. Het VCA-P certificaat is bestemd voor bedrijven die werkzaamheden uitvoeren in de petrochemische sector. Dit is de sector waar olie en gas worden gewonnen en verwerkt tot producten. VCA-P is in feite een VCA certificaat met een extra aanvulling gericht op de risico’s van het werken in de petrochemische sector.

VCO certificering
Een VCA certificering die misschien wat minder bekend in de oren zal klinken is de VCO. De afkorting VCO staat voor Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Opdrachtgevers. Dit maakt tevens het doel duidelijk van het VCO certificaat. De VCO-certificatie is namelijk bedoelt voor opdrachtgevers die opdrachten vertrekken aan VCA gecertificeerde bedrijven of bedrijven die VCA gecertificeerd zouden moeten zijn. Doormiddel van VCO wordt aan opdrachtgevers de verplichting opgelegd om zorg te dragen voor de juiste voorwaarden en omstandigheden voor VCA-gecertificeerde aannemers en de uitzendkrachten die voor deze aannemers werken.

De uitzendkrachten die voor VCU- gecertificeerde uitzendorganisaties opdrachten uitvoeren zullen voor een opdrachtgever veilig hun werkzaamheden moeten kunnen uitvoeren en ook hun gezondheid mag tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden niet geschaad worden. Een opdrachtgever is echter lang niet altijd VCA gecertificeerd omdat niet alle opdrachtgevers zelf actief werkzaamheden als aannemer uitvoeren in de bouw. Een particulier kan bijvoorbeeld ook opdracht geven om een bouwproject te laten uitvoeren, datzelfde geldt bijvoorbeeld voor een overheidsinstelling, school of een financieel bedrijf. Deze opdrachtgevers kunnen wel de opdracht geven aan bouwbedrijven en technische uitzendkrachten om technische werkzaamheden uit te voeren.

Doormiddel van een VCO certificaat maakt een opdrachtgever duidelijk dat deze de juiste arbeidsomstandigheden en voorwaarden wil creëren voor VCA-gecertificeerde aannemers als deze bij het VCO gecertificeerde bedrijf risicovolle werkzaamheden uitvoeren.

Oorzaken elektrocutie en kortsluiting

Werken met elektriciteit en elektrische installaties brengt risico’s met zich mee. De belangrijkste gevaren van werken met elektriciteit zijn elektrocutie en kortsluiting. Deze twee gevaren zijn bekend maar ondanks dat komen beide gevaren nog regelmatig voor op de werkplek. Bedrijven zijn verplicht om hun risico’s te inventariseren in een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Bij veel bedrijven wordt in dit RI&E ook elektrocutie en kortsluiting als gevaar genoemd. In een plan van aanpak, dat onderdeel vormt van de Risico Inventarisatie en Evaluatie, wordt door een bedrijf aangegeven hoe de gevaren effectief bestreden kunnen worden. Daarbij kijkt men uiteraard ook naar de oorzaken. Door de oorzaken van de risico’s weg te nemen doet men aan bronbestrijding en dat is de beste preventie. Daarvoor is echter kennis nodig, daarom wordt in deze tekst basisinformatie weergegeven over elektrocutie en kortsluiting. Daarna worden een aantal mogelijke oorzaken benoemd.

Wat is elektrocutie?
Elektrocutie ontstaat wanneer een schadelijke elektrische stroomschok door een menselijk lichaam heen gaat met de dood tot gevolg. Als men niet dood gaat door de elektrische stroom door het lichaam dan spreekt men van elektrisering. Feitelijk is het woord elektrocutie een samenvoeging van de woorden elektro en executie. Tegenwoordig wordt elektrocutie gebruikt voor de doodstraf waarbij gebruik wordt gemaakt van elektrische stroom als voor ongelukken waarbij mensen dodelijk getroffen worden door elektrische stroom nadat ze spanningsvoerende delen van een elektrische installatie hebben aangeraakt. Elektrocutie kan optreden als het menselijk lichaam in contact komt met twee punten die een verschillend elektrisch potentiaal hebben. De elektrische stroom zal dan door het lichaam van een men heen gaan en zal daarbij de weg van de minste weerstand kiezen. Dat is in dit geval de bloedvaten, het hart en de longen. Dat zijn levensbelangrijke organen waardoor elektrocutie zo gevaarlijk is.

De grote van het gevaar is afhankelijk van de volgende factoren:

  • De weg die de elektrische stroom door het lichaam heeft afgelegd.
  • De duur dat een mens onder elektrische stroom heeft gestaan.
  • Isolerende factoren zoals handschoenen en kleding.
  • Het spanningsverschil tussen de contactpunten. Deze wordt weergegeven in Volt.
  • De stroomsterkte. Deze wordt weergegeven in Ampère.

Wat is kortsluiting?
Kortsluiting ontstaat wanneer twee delen van een elektrische installatie die beide onder spanning staan met elkaar in contact komen. Kortsluiting kan op verschillende manieren ontstaan bijvoorbeeld doordat men onvoldoende isolatie heeft aangebracht rondom de spanning voerende delen van de elektrische installatie die daardoor mogelijk met elkaar in contact kunnen komen. Ook de uitwerking van vocht kan kortsluiting veroorzaken omdat het meeste vocht elektrische stroom goed geleid. Kortsluiting kan ook een zogenaamde vlamboog veroorzaken. Bij een vlamboog legt de elektrische stroom een (meestal korte) afstand af door de lucht. Dit proces kan per ongeluk worden veroorzaakt maar er zijn ook situaties waarin bewust een elektrische vlamboog wordt gecreëerd. Denk hierbij aan het elektrisch booglassen. Het elektrisch booglassen is dus in feite een bewust veroorzaakte kortsluiting waarbij de lasser de hitte van de kortsluiting gebruikt om een smeltbad voor een lasverbinding te maken. De meeste kortsluiting ontstaat echter onbedoeld waardoor er vaak nog meer gevaren optreden zoals brand en explosies.

Oorzaken van kortsluiting en elektrocutie
Elektrocutie en elektrisering zijn dodelijk en levensgevaarlijk, kortsluiting hoeft niet altijd levensgevaarlijke gevolgen te hebben maar kan wel voor een kettingreactie aan risicovolle situaties zorgen bijvoorbeeld een defecte elektrische installatie, brand en explosie(s). Dit zijn grote risico’s en moeten daarom bestreden worden. Daarom is het van belang om de oorzaken van deze twee risico’s in kaart te brengen. We noemen de volgende mogelijke oorzaken:

  • Slechte isolatie van de delen waaruit de elektrische installatie bestaat.
  • Gereedschappen die werken op 220 volt zijn onvoldoende geïsoleerd. Deze moeten wettelijk dubbel geïsoleerd zijn (herkenbaar aan het logo met een kleiner vierkant in een groter vierkant.
  • Onjuist handgereedschap. Wanneer men werkt aan een elektrische installatie moet de monteur de elektrische spanning van de installatie afhalen en dit controleren. Voor de zekerheid werkt een monteur ook met speciaal handgereedschap voor elektromonteurs. Dit is goed geïsoleerd gereedschap. Mocht er toch spanning op de installatie komen te staan dan kan dit gereedschap als het goed gebruikt wordt een belangrijke extra veiligheidsmiddel zijn.
  • Machines of gereedschappen zijn beschadigd waardoor de isolatie niet meer werkt en spanningsvoerende delen met elkaar in contact kunnen komen.
  • Onjuiste installatie van elektrische componenten. Er is teveel weerstand tegen de elektrische stroom in de bedrading of in de componenten aanwezig waardoor deze oververhit raken.
  • Men werkt aan elektrische installaties zonder dat men de elektrische installatie eerst spanningsvrij maakt.
  • De installatie of machine is niet geaard of de aarding is onjuist aangelegd waardoor er een aardfout kan ontstaan. Elektrische stroom kan dan via het lichaam naar de aarde stromen waardoor elektrisering optreed of elektrocutie.

Preventieve maatregelen
De hierboven genoemde oorzaken van kortsluiting, elektrisering en elektrocutie kunnen voor een groot deel worden voorkomen als men er voor zorgt dat de elektrische installaties door een vakbekwaam elektromonteur zijn aangelegd. Een vakbekwaam persoon wordt ook wel met de letters VP aangeduid en heeft een erkende elektrotechnische opleiding gehad. Een voldoende opgeleid persoon of voldoende onderricht persoon (VOP) is voldoende geïnstrueerd om eenvoudige duidelijk omschreven werkzaamheden uit te voeren aan elektrische installaties. Een VOP ontvangt daarvoor een aanwijzingsformulier. Wanneer werkzaamheden zijn uitgevoerd aan een elektrische installaties zal de vakbekwaam persoon, meestal een eerste elektromonteur of leidinggevend elektromonteur, de installatie controleren voordat deze in gebruik genomen zal worden.

Daarnaast zal men gebruik moeten maken van dubbel geïsoleerd elektrisch gereedschap en geïsoleerd handgereedschap. Als men werkt met kabelhaspels dan moet de kabelhaspel helemaal worden afgerold. Als er namelijk veel elektrisch vermogen wordt afgenomen zal de elektriciteitskabel in de kabelhaspel heel heet kunnen worden en de elektrische isolatie kunnen gaan smelten en branden.

Aardlekautomaat
Elektrische installaties moeten uiteraard worden voorzien van de verplichte beschermingssystemen waaronder een aardlekautomaat. Deze beschermd de elektrische installatie tegen overbelasting, kortsluiting en een hoge lekstroom in het elektriciteitsnet. De aardlekautomaat wordt ook wel afgekort met alamat. Een aardlekautomaat bevat verschillende kleine hendeltjes of knopjes dienaar beneden klikken als er in een bepaalde grote een fout wordt geconstateerd. De aardlekautomaat is de vervanger van de oude stoppenkast die zekeringen of stoppen bevatten met een smeltveiligheid.

Aardlekschakelaar
Aardlekschakelaars vormen een elektrische beveiliging als er in een elektrische installatie een lekstroom optreed. In dat geval schakelt de aardlekschakelaar de elektrische spanning uit en wordt een installatie spanningsloos gemaakt. Een aardlekschakelaar is iets anders dan een aardlekautomaat. Een aardlekautomaat is namelijk een combinatie van een aardlekschakelaar en een installatieautomaat. Als men dus een elektrische installatie heeft zonder aardlekautomaat dan is de kans groot dat er een installatieautomaat is geplaatst. De installatieautomaat wordt ook wel een zekeringautomaat of maximumschakelaar genoemd. Als er een installatieautomaat is geplaatst dan dient er voor de veiligheid een aardlekschakelaar aanwezig te zijn.

Arbeidsomstandigheden en werkplek
Het is uiteraard belangrijk dat men rekening houdt met de werkplek waarin men werkt aan elektrische installaties. Als deze werkplek vochtig is zal de kans op elektrocutie of elektrisering toenemen evenals de kans op kortsluiting. Dit is ook het geval wanneer men werkt aan machines en ruimten die van geleidend materiaal zijn gemaakt. verder dient men rekening te houden met het feit dat vonken die ontstaan door bijvoorbeeld kortsluiting een brandbaar mengsel kunnen ontsteken. In ruimten waar deze brandbare of explosieve stoffen aanwezig zijn gelden speciale richtlijnen voor elektrische installaties en mag niemand aan deze elektrische installaties werken tenzij hiervoor een specifieke werkvergunning is afgegeven.

Veilig autogeen lassen

Autogeen lassen is een lasproces waarbij een lasser gebruik maakt van een gas in combinatie met zuurstof om een vlam te creëren waarmee metaal op een smeltpunt wordt gebracht zodat een lasverbinding kan worden gemaakt. Bij autogeen lassen wordt gebruik gemaakt van acetyleen. Door gebruik te maken van de oxy-acetyleen vlam kan men zeer hoge temperaturen bereiken. Deze hoge temperaturen kunnen oplopen tot 3.200 graden Celsius. Het oxy-acetyleen gasmengsel is een mengsel waarmee een temperatuur kan worden behaald die hoog genoeg is om staal te laten smelten zodat de lasser een lasverbinding kan maken. Autogeen lassen wordt onder andere toegepast in het lassen van dikwandige stalen cv-leidingen. Natuurlijk is een hoge temperatuur belangrijk als men met gas wil lassen maar het brengt ook gevaren met zich mee. Hieronder staan de belangrijkste gevaren die van toepassing zijn op autogeen lassen.

Gevaren van autogeen lassen
Autogeen lassen is een lasproces waarbij men gebruik maakt van een vlam. Men heeft het daarom ook wel over lassen met vlam in plaats van het lassen met een elektrische boog. Het lassen met vlam heeft een aantal specifieke risico’s waar men rekening mee dient te houden:

  • Kans op brand door de hoge temperaturen die tijdens het lassen en het verbranden van het oxy-acetyleen mengsel ontstaan.
  • Lasspetters die tijdens het lassen kunnen ontstaan zorgen ook voor risico’s op verbranding.
  • De cilinders waar het brandbare gas onder druk wordt opgeslagen zorgen voor een risico op explosie brand en oxideren.
  • Vlamterugslag kan voorkomen bij het lassen met acetyleen. Tijdens de vlamterugslag stroomt het brandbare gasmengsel terug in de brander waardoor er een groot gevaar is voor een explosie.
  • Er bestaat kans op lekkage van zuurstof met brand tot gevolg.
  • Ook brandbaar gas kan lekken en een enorm risico veroorzaken op brand.
  • De gassen die worden gebruikt zijn zwaarder dan lucht en kunnen daardoor onder in ruimten blijven hangen. Vooral wanneer men werkt in een kruipruimte of kelder, kortom de laagste ruimtes in een gebouw, loopt men gevaar. Het gas blijft in deze ruimten hangen en zorgt er voor dat men kan stikken.
  • Acetyleen wordt opgeslagen in een aceton opgelost mengsel in een poreuze massa. Dit mengsel moet rechtop worden vervoerd. Als dit niet gebeurd en de fles liggend wordt vervoerd worden de componenten gescheiden en is het mengsel zeer explosiegevaarlijk en mag beslist niet meer gebruikt worden voor het lasproces.

Autogeen lassen zorgt voor grote risico’s die met name verbonden zijn aan het brandbare mengsel waarmee men last. Er zijn echter ook een aantal algemene aspecten waarmee men rekening dient te houden voordat men autogeen gaat lassen. Deze aspecten zijn in de volgende alinea benoemd.

Veiligheidsinstructies voor autogeen lassen
De volgende veiligheidsinstructies bevatten instructies voor het autogeen lassen specifiek. Daarnaast zijn ook een aantal algemene veiligheidsinstructies benoemd die van toepassing zijn op vrijwel alle lasprocessen waaronder elektrisch booglassen:

  • Draag de voorgeschreven brandvertragende lasoveral.
  • Draag een veilige lasbril die specifiek voor autogeen lassen is ontwikkeld.
  • Verwijder brandbare materialen rondom de lasplek.
  • Scherm de lasplek goed af.
  • Draag de juiste lashandschoenen.
  • Stel de vlam goed in een conische vlam is het beste. Als men een verkeerde ‘punt’ heeft op de vlam zal het lassen moeilijk worden en kan er schade aan het werkstuk ontstaan en mogelijk meer spetters en brand.
  • Zorg er voor dat brandbare stoffen waaronder acetyleen, zuurstof niet in de buurt van vuur komen en goed zijn afgesloten. Ook dienen de slangen goed zijn aangesloten op de lasapparatuur.
  • Zorg daarnaast voor een nette opgeruimde werkplek waarbij jezelf maar ook anderen niet kunnen struikelen over materialen op de werkvloer.
  • Vervoer een acetyleenfles altijd rechtop zodat het mengsel in de fles niet tot een gevaarlijke explosieve massa wordt gemengd.
  • Ook tijdens het lassen dient de acetyleenfles rechtop te staan.
  • Zorg er voor dat de lasdampen die tijdens autogeen lassen ontstaan worden afgezogen door een speciale afzuiginstallatie.
  • Mocht een acetyleenfles omvallen dan dient deze zo snel mogelijk weer rechtop gezet te worden en mag men daar de eerste vier dagen niet mee lassen.
  • Houdt blusmiddelen binnen handbereik.

Tot slot nog de opmerking dat autogeen lassen geen lasproces is voor beginners. Zorg er voor dat je goede instructies krijgt van een ervaren autogeen lasser. Werk in ieder geval onder toezicht als je voor het eerst autogeen last. Het autogeen lassen is een lasproces dat je leert door ervaring en dat kost tijd en veel oefening. Men moet echter rekening houden met de risico’s als men dat niet doet is autogeen lassen levensgevaarlijk.

Veilig elektrisch lassen

Elektrisch lassen is een verzamelnaam voor verschillende lasprocessen waarbij men elektriciteit gebruikt om een lasverbinding tot stand te brengen. De bekendste categorie hiervan is het elektrisch booglassen waar ook het lassen met booglassen met beklede elektrode (afgekort BMBE lassen) en het MIG/ MAG lassen (afkortingen: Metal Inert Gas en Metal Active Gas) toe behoren.

Toepassing elektrisch lassen
Elektrisch lassen komt veel voor in de techniek. Doormiddel van de verschillende soorten lasprocessen kunnen onuitneembare lasverbindingen tot stand worden gebracht. Daarbij is niet alleen het lasproces van belang maar ook de lasdraad (lastoevoegmateriaal) en het beschermgas dat ook wel backinggas wordt genoemd. Voor het lassen van staal gebruikt men over het algemeen goedkope actieve gassen. Voor het lassen van RVS, aluminium en hoogwaardige roestvaste legeringen gebruikt men over het algemeen inerte gassen zodat het smeltbad goed beschermd is tegen de corrosieve werking van zuurstof en andere invloeden uit de atmosfeer. 

Vaak wordt BMBE lassen elektrisch lassen genoemd of elektrodelassen. Dit is echter niet geheel juist want er zijn verschillende elektrische lasprocessen. Zo behoort ook TIG-lassen (TIG=Tungsten Inert Gas) tot het elektrisch lassen alleen smelt hierbij de Wolfram elektrode niet af. Bij BMBE lassen smelt de elektrode wel af evenals bij MIG/MAG lassen waarbij de elektrode tevens de lasdraad is. Kortom er zijn verschillende elektrische lasprocessen. Omdat elektrisch lassen zo vaak wordt gedaan in de techniek is het belangrijk om een aantal veiligheidsaspecten te benoemen zodat de veiligheid op de werkvloer wordt bevorderd. In de volgende alinea zijn eerst een aantal specifieke gevaren genoemd met betrekking tot lassen en dan met name elektrisch boog lassen.

Gevaren van elektrisch lassen
Elektrisch lassen kent een aantal specifieke en een aantal algemene gevaren waar men mee rekening dient te houden voordat men gaat lassen. We noemen de volgende:

  • Men werkt met elektriciteit waardoor er gevaar is op elektrocutie.
  • Er is brandgevaar vanwege de lasspetters die van de meeste lasprocessen af komen.
  • Er is ook explosiegevaar wanneer men last in een omgeving met mogelijke explosieve stoffen en explosieve mengsels.
  • De Uv-straling die bij de lasprocessen ontstaat kan de ogen beschadigden (lasogen)
  • De infraroodstraling die vrijkomt bij de lasprocessen is eveneens slecht voor de ogen.
  • Ook de huid kan verbranden door de Uv-straling.
  • De lasspetters kunnen daarnaast ook brandwonden veroorzaken.
  • De lasdampen kunnen longaandoeningen veroorzaken.

Dit zijn slechts een aantal gevaren die aanwezig kunnen zijn tijdens het elektrisch lassen. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie zullen bedrijven de specifieke risico’s op de werkplek in kaart moeten brengen. Als binnen een bedrijf wordt gelast dan zal het bedrijf ook deze lasprocessen moeten beschrijven met de bijbehorende risico’s. Dit alles staat in de Risico Inventarisatie en Evaluatie van het bedrijf. Dit RI&E vormt een belangrijk deel van het arbobeleid van het bedrijf. Bedrijven zijn verplicht om een arbobeleid te voeren en zijn daardoor eveneens verplicht om een Risico Inventarisatie en Evaluatie te houden. Bovendien moeten bedrijven in een plan van aanpak aangeven hoe ze de risico’s willen verwijderen, reduceren en beheersen. Veiligheidsvoorschriften en een duidelijke werkinstructie zijn daarbij van belang. Ook kan een bedrijf werken met werkvergunningen waarbij men duidelijk binnen veiligheidskaders zal moeten werken om gevaren op de werkvloer te voorkomen. Hieronder staan nog een aantal belangrijke veiligheidsinstructies die van toepassing zijn op (elektrisch) lassen.

Veiligheidsinstructies voor elektrisch lassen
Elektrisch lassen zorgt voor bepaalde risico’s dat heb je in de vorige alinea kunnen lezen. Er zijn echter nauwelijks mogelijkheden om elektrisch lassen te vervangen voor een verbindingsproces met dezelfde kwaliteiten. Daarom kan men het risico van elektrisch lassen nooit geheel wegnemen. Men kan wel trachten de risico’s zoveel mogelijk te beheersen. Dit kan door beheersmaatregelen, waaronder het verstrekken van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en het verstrekken van werkinstructies. Hieronder staan een aantal belangrijke instructies die de veiligheid bevorderen wanneer men elektrisch gaat lassen:

  • Draag de voorgeschreven brandvertragende lasoveral.
  • Draag werkschoenen die speciaal voor lassers zijn ontworpen met een flap over de veters zodat deze niet kunnen verbranden. Ook laslaarzen zijn een veilige optie.
  • Draag een veilige laskap het liefst met een beademing er aan vast zodat men geen giftige lasdampen inhaleert.
  • Zorg voor ventilatie.
  • Maak gebruik van een afzuigsysteem voor lasdampen.
  • Verwijder brandbare materialen rondom de lasplek.
  • Scherm de lasplek goed af met bijvoorbeeld lasschermen zodat andere mensen die geen lashelm dragen geen last krijgen van de Uv-straling en infraroodstraling.
  • Bedek de hals en andere delen van het lichaam goed als je last in verband met het Uv-licht en de lasspetters.
  • Draag de juiste lashandschoenen.
  • Stel het lastoestel goed in.
  • Zorg er voor dat brandbare stoffen waaronder zuurstof niet in de buurt van vuur komen en goed zijn afgesloten en goed zijn aangesloten op de lasapparatuur.
  • Zorg daarnaast voor een nette opgeruimde werkplek waarbij jezelf maar ook anderen niet kunnen struikelen over materialen op de werkvloer.
  • Houd blusmiddelen binnen handbereik

Welke vier varianten zijn er van het MIG/MAG lasproces?

MIG/MAG lassen wordt zeer veel toegepast in de metaaltechniek en de werktuigbouwkunde. Het lasproces wordt ook wel aangeduid met CO2-lassen. Deze benaming is echter onjuist wanneer deze voor beide lasprocessen wordt gehanteerd. MIG/MAG zijn twee afkortingen die meestal bij elkaar worden genoemd. Toch is MIG niet hetzelfde als MAG-lassen. Het verschil tussen deze twee afkortingen wordt duidelijk wanneer men de afkortingen voluit gaat schrijven.

MIG lassen
MIG is een afkorting die staat voor ‘Metal Inert Gas’, dit maakt duidelijk dat men hierbij gebruik maakt van inerte gassen. Deze gassen zijn niet reactief en gaan dus geen reactie aan met de gassen in de lucht die rondom het lasproces aanwezig is. Voorbeelden van inerte gassen zijn Helium en Argon.

MAG lassen
De afkorting MAG staat voor ‘Metal Active Gas’. Deze afkorting maakt duidelijk dat bij MAG lassen wel gebruik wordt gemaakt van een actief gas, dit in tegenstelling tot MIG lassen. Een actief gas reageert wel op de gassen in de omgeving. Meestal wordt bij MAG lassen CO2 gebruikt of een mengsel dat bestaat uit CO2 en Argon. Voordeel van actieve gassen is dat deze gassen goedkoper zijn dan inerte gassen.

Vier verschillende varianten van MIG/Mag lassen
Naast de twee verschillende soorten gassen die worden gebruikt tijdens het MIG/MAG lassen zijn er ook nog vier verschillende varianten die bij het MIG/Mag lassen horen. Deze varianten zijn kortsluitbooglassen, pulserend lassen, lassen met gevulde draad en openbooglassen. Deze varianten zijn hieronder kort toegelicht.

  • Kortsluitbooglassen is een lasproces waarbij de elektrode van het lastoestel het werkstuk aantikt. Door dit aantikken ontstaat kortsluiting tussen het werkstuk en de elektrode. Hierdoor loopt een zeer hoge stroom door de laselektrode. De laselektrode is de lasdraad die op een rol toegevoerd wordt. De hoge stroom zorgt er voor dat de lasdraad afsmelt. Vervolgens wordt de korsluiting afgebroken. De draad wordt echter vanaf de rol voortdurend toegevoerd. Hierdoor ontstaat een circuit aan kortsluitingen. Daarom wordt kortsluitbooglassen in het Engels ook wel “Shortcut Circuit” genoemd.
  • Pulserend lassen is een lasproces waarbij twee verschillen stroomsterktes worden gebruikt. De basisstroom is constant en zorgt er voor dat de lasboog in stand wordt gehouden. Daarnaast is er nog een pulserende stroom. Deze pulsstroom komt over de basisstroom heen. De pulserende stroom zorgt er voor dat het toevoegmateriaal (de toevoegdraad) smelt. Hierdoor smelten er druppels toevoegmateriaal in het smeltbad. Pulserend lassen zorgt voor minder warmte inbreng tijdens het lasproces. Daardoor kan men beter in verschillende lasposities lassen.
  • Lassen met gevulde draad is een lasproces dat ook bij MIG/MAG lassen kan worden toegepast. De draad die wordt toegevoegd tijdens het lassen is, zoals de naam van het lasproces al duidelijk maakt, gevuld. De draad bevat een poeder die er voor zorgt dat er een slak ontstaat op het smeltbad. Een voorbeeld van poeder dat in de gevulde draad wordt toegepast is rutiel. MIG/MAG lassen met een draad die rutiel gevuld is wordt ook wel lassen met ‘rutiel gevulde draad’ genoemd. Lassen met gevulde draad zorgt er voor dat het smeltbad goed wordt beschermd door een slak, dit gebeurd ook met BMBE lassen (lassen met beklede elektrode). Daarom is MIG/MAG lassen met (rutiel) gevulde draad geschikt voor een omgeving waarbij wind en tocht invloed hebben op het lasproces. Uiteraard dient wind en tocht zoveel mogelijk vermeden te worden tijdens het lassen.
  • Openbooglassen kan ook met MIG/MAG lassen worden gedaan. Hierbij worden deeltjes van de elektrodedraad naar het werkstuk gesproeid. Het werkstuk wordt daarbij niet aangeraakt door de elektrode. De boogspanning is veel hoger dan wanneer men met een gesloten boog last en het werkstuk wel raakt met de elektrode. Tijdens lassen met open boog verstuiven kleine druppeltjes van de elektrode en belanden deze in het smeltbad dat tijdens het lasproces ontstaat. Het openbooglassen is een heet lasproces de draadsnelheid is groter dan bij kortsluitbooglassen.

De keuze van de variant van het MIG/MAG lasproces dat men kiest is afhankelijk van verschillende factoren. Tijd en snelheid kunnen belangrijke factoren zijn voor de keuze van een lasproces. Daarnaast is een goede verbinding en een mooie las ook belangrijk. In een lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification (WPS) is duidelijk aangegeven welke lasmethode toegepast moet worden en welk toevoegmateriaal gebruikt moet worden. Daarnaast hebben de meeste bedrijven ook een Middelbaar Lastechnicus (MLT) of een International Welding Technologist (IWT) die veel kennis heeft van lasprocessen. Zowel de MLT als de IWT kunnen belangrijke informatie verschaffen over lasprocessen. Deze informatie kan de lasser gebruiken om de juiste lasmethode te gebruiken zodat de gewenste kwaliteit wordt geleverd.