Wat is onder voorspanning lassen?

Een lasverbinding is een onuitneembare verbinding tussen twee delen materiaal (meestal metaal) waarbij gebruik wat gemaakt van hitte waardoor de laskanten van de materialen inelkaar versmelten. Doordat er gebruik wordt gemaakt van hitte is de kans op vervorming groot. Tijdens het lassen zullen de meeste metalen in meer en mindere mate gaan vervormen. Dit komt veel voor bij het lassen van constructies en frames.

Als men bij de lasverbindingen in de werkstukken slechts één kant verwarmt dan trekken de constructiedelen de kant op waar de lasverbinding wordt gemaakt. Dit gebeurd onder andere in sterke mate bi rvs maar ook bij staal en aluminium komt dit aan de orde. Bij het lassen van rvs ontstaat een krimp in het materiaal omdat de structuur verandert door de hitte. Daardoor wordt het materiaal rondom de las gereduceerd. Het lassen zorgt er voor dat het aangebrachte materiaal gaat trekken en dus krom gaat staan. Er zijn verschillende manieren om te voorkomen dat de maatvoering verkeerd wordt. Een bekende oplossing is voorspanning bieden.

Door het bieden van voorspanning maakt men als het ware een iets stompere hoek. Tijdens het lassen wordt het materiaal door de hitteinbreng in de juiste positie gebracht. Het is ook mogelijk om voorspanning te bieden in combinatie met gloeien. In sommige lasmethodebeschrijvingen (wps) staat dat een materiaal of werkstuk voorgegloeid moet worden. Indien gewenst kan men voor het gloeien een bepaalde voorspanning geven zodat het product tijdens het gloeien in positie komt. Het is dan wel van belang dat men het gloeien in de tegenovergestelde richting uitvoert.

Wat is langsnaadlassen?

Langsnaadlassen is een lasproces waarbij een lasmachine gebruikt wordt om een lange lasnaad te lassen. Meestal wordt hierbij een zogenaamde OP lasmachine gebruikt. OP staat voor Onder Poeder lassen. In plaats van beschermgas wordt gebruik gemaakt van een soort poeder. Dit poeder wordt door de hitte van het lasproces verbrand en omgezet in een soort beschermgas dat vergelijkbaar is met het beschermgas dat ontstaat bij het verbranden van de beklede elektrode tijdens het BMBE lassen.

Waar wordt langsnaadlassen toegepast?
Het langsnaadlassen is een lasproces dat veel wordt toegepast bij grote plaatconstructies met lange lasnaden. Om die reden wordt het langsnaadlassen vooral gebruikt in de scheepsbouw en jachtbouw. Ook in de apparatenbouw en de bouw van grote tanks en silo’s komt het langsnaadlassen voor.

Het machinaal langsnaadlassen vereist een speciale machine die kostbaar is in aanschaf en bovendien erg omvangrijk is. Daarom hebben kleinere bedrijven meestal geen ruimte en mogelijkheden om langsnaadlassen op grote schaal uit te voeren. Het langsnaadlassen wordt daarom vaak bij grote plaatbewerkers gedaan. Die kunnen wel als halfabricaten toeleverancier opereren voor de kleinere bedrijven. Langsnaadlassen wordt door veel bedrijven vaak uitbesteed aan bedrijven die hierin gespecialiseerd zijn.

Hoe wordt automatisch langsnaadlassen gedaan?
Het langsnaadlassen kan volledig gemechaniseerd worden uitgevoerd waarbij een machine wordt gebruikt die zelf de lasnaad scant. Vervolgens bepaalt de voorgeprogrammeerde machine de positie van de lastoorts en de instelling van het aantal volts en ampères dat nodig is om het basismateriaal en het lastoevoegmateriaal in een smeltbad samen te brengen.

Semiautomatisch langsnaadlassen
Het langsnaadlassen kan echter ook semiautomatisch worden gedaan. In dat geval is er sprake van een machine die het lasproces uitvoert maar wel onder directe begeleiding van een ervaren lasser. De lasser begeleid het lasproces door de toorts precies over de lasnaad heen te sturen. Daarbij kan de lasser vaak tegelijkertijd met de machine meebewegen. Dit gebeurd meestal met behulp van een machine op rails waarbij de lasser op een karretje mee kan rijden tijdens het lasproces. De lasser kan indien gewenst bijsturing bieden en de lasmachine bedienen.

Langsnaadlassen met de hand
In feite zou men ook met de hand een lastoorts kunnen bedienen tijdens het langsnaadlassen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen met behulp van MIG/MAG lassen omdat daarbij voortdurend lastoevoegmateriaal in de lasrevolver wordt doorgevoerd. BMBE lassen is minder geschikt omdat het aantal elektrodes dat moet worden ingevoerd over een grote lasnaad waarschijnlijk zeer omvangrijk is.

Ook TIG lassen is niet geschikt voor het langsnaadlassen over grote afstanden omdat hierbij met de hand het lastoevoegmateriaal in het smeltbad wordt gebracht. Dat zorgt er voor dat er regelmatig nieuw lastoevoegmateriaal moet worden gepakt waardoor het smeltbad kan afkoelen. Bovendien heb je doordat je het lastoevoegmateriaal met de hand moet toevoegen niet de mogelijkheid om je hand te ondersteunen.

Langsnaadlassen leren
Het langsnaadlassen is niet een heel complex lasproces. Het vereist wel concentratie en discipline. De moeilijkheid van het langsnaadlassen is dat er een las wordt gelegd over een lange afstand tussen twee lange platen. Dat zorgt er voor dat de las nauwkeurig moet zijn en dat de kwaliteit en vorm van de las constant moet zijn. Randinkarteling en een onderuitgezakte las moet worden voorkomen. Dit zijn slechts een paar voorbeelden van wat er fout kan gaan tijdens langsnaadlassen. Uiteindelijk leer je langsnaadlassen met ervaring. Voor OP lassen of Onder Poeder lassen zijn wel specifieke lasopleidingen en lascertificaten.

OP lascertificaten
De meeste lasverbindingen die met een OP lasmachine moeten worden gemaakt zijn gecertificeerd. Dat betekent dat een lasser die een OP las moet maken vaak op basis van de WPS op LMB (lasmethodebeschrijving) over een OP lascertificaat moet beschikken. Dit zijn persoonsgebonden lascertificaten.

Wat is Duplex rvs?

Duplex is een speciale roestvaststaal legering met een hoge sterkte en een grote corrosievastheid. Er zijn verschillende soorten Duplex die allemaal de kenmerkende microstructuur hebben die bestaat uit 50% ferriet en 50% austeniet. Duplex bevat verschillende elementen waaronder chroom en molybdeen. Daarnaast is er in dit materiaal ook een bepaald percentage stikstof aanwezig. Deze samenstelling geeft Duplex een aantal interessante eigenschappen waardoor het materiaal goed gebruikt kan worden in omstandigheden waarin andere metalen en legeringen spoedig zullen worden aangetast en hun sterkte zouden verliezen. Hieronder kun je lezen welke eigenschappen Duplex heeft en waar deze rvs-legering wordt toegepast.

Eigenschappen van Duplex
Duplex is een soort rvs legering. Dat betekent dat Duplex tot de roestvaststaal legeringen wordt gerekend. Het bijzondere van Duplex is dat deze legering een veel betere corrosiebestendigheid heeft dan andere rvs samenstellingen. Ten opzichte van andere rvs-legeringen heeft Duplex een grote weerstand tegen putcorrosie en andere aantastingen die ontstaan door invloeden van buitenaf. Daarnaast heeft Duplex ook een hoge rekgrens. Een ander kenmerk is dat Duplex een laag uitzettingscoëfficiënt heeft. De omvormbaarheid van Duplex is beperkt en bij een lage temperatuur is er sprake van een overgang van een traaie samenstelling naar een bros breukgedrag. Dit zijn echter algemene kenmerken van Duplex. De specifieke eigenschappen van Duplex zorgen er voor dat dit materiaal niet altijd eenvoudig te bewerken is. Lassers die Duplex moeten lassen moeten rekening houden met de specifieke eigenschappen van dit materiaal. Het smeltbad van Duplex is anders dan het smeltbad van gewoon koolstofstaal. Ook dient de lasser gebruik te maken van beschermingsgas en speciaal lasttoevoegmateriaal. De specifieke aspecten waarop gelet moet worden tijdens het Duplex lassen staan in de lasmethodebeschrijving (LMB) of de Welding Procedure Specification (Wps) die is opgesteld door een middelbaar lastechnicus, International Welding Technologist of lasbaas. Er zijn verschillende soorten Duplex op de markt met unieke eigenschappen. Daarover lees je in de alinea’s hieronder meer.

Lean Duplex

In eerste instantie zal je misschien denken: er is toch maar één Duplex op de markt en één Duplex-soort. Was het maar zo eenvoudig. Er zijn verschillende soorten Duplex en de kwaliteit van deze Duplexsoorten verschilt onderling. Zo hoor je op de markt ook wel de term “Lean Duplex”. De term “lean” klinkt natuurlijk interessant vanuit lean management en lean manufacturing. Het woord “lean” betekent echter in dit verband dat men een “afgeslankt” oftewel een vereenvoudigd product in handen heeft. Lean Duplex bevat minder gunstige elementen en minder kwaliteit dan andere Duplexsoorten en is daarom goedkoper. Lean Duplex is echter wel corrosie vaster en sterker dan bijvoorbeeld rvs 316. Dat zorgt er voor dat Lean Duplex in de praktijk toch vaak wordt gebruikt als alternatief voor andere rvs samenstellingen. Er zijn echter ook andere Duplexsamenstellingen op de markt met een veel hogere corrosievastheid en sterkte.

Standaard Duplex 1.4462
De standaard Duplex wordt ook wel aangeduid met Duplex 1.4462. Deze Duplex is al twee keer zo ster als bijvoorbeeld rvs 316. Daarnaast heeft Duplex 1.4462 ook een grotere corrosievastheid dan rvs 316. Duplex 1.4462 is goed beschikbaar op de markt en wordt veel toegepast in bijvoorbeeld de offshore-constructies vanwege de combinatie van de goede corrosievastheid en de grote sterkte van het materiaal. In de offshore komen constructies namelijk onder sterke weersinvloeden te staan en dan is hoogwaardig corrosievast materiaal wel belangrijk en noodzakelijk voor de levensduur en veiligheid van de constructie.

Super Duplex en Hyper Duplex
De termen Super Duplex en Hyper Duplex maken duidelijk dat men niet te maken heeft met vereenvoudigde of ‘afgeslankte’ vormen van Duplex. Super Duplex is bijvoorbeeld nog corrosie vaster dan de hiervoor genoemde Duplex 1.4462. De Hyper Duplex heeft een grotere sterkte die uit komt op 700 N/mm2 of Mpa.

Toepassing van Duplex
Duplex soorten worden in de praktijk vaak toegepast in constructies die te maken krijgen met een sterke corrosieve werking van stoffen maar ook vanuit het weer en het klimaat. Om die reden wordt Duplex vaak gebruikt als alternatief van de gangbare, goedkopere rvs soorten. Duplex wordt bijvoorbeeld toegepast in industrieën en sectoren waarin men te maken krijgt met chemicaliën en bijtende stoffen. Hierbij kun je denken aan de petrochemische sector maar ook aan de voedingsmiddelen industrie waarin het voorkomen van roest een belangrijk aspect is en hoge eisen stelt aan het materiaal. Verder is ook de papierindustrie een belangrijke sector waarin Duplex wordt gebruikt omdat ook in deze industrie wordt gewerkt met chemische stoffen. Ook kan men denken aan een omgeving waarin chloor en zouten inwerken op het materiaal zoals in de zee maar ook in zwembaden. Tot slot wordt Duplex ook in bepaalde onderdelen van gebouwen en complexen toegepast in verband met de stevigheid en duurzaamheid van het materiaal.

Wat is fotolassen en wat doet een fotolasser?

In de metaaltechniek hoor je soms de functienaam ‘fotolasser’ ook vraag men wel om lassers die kunnen ‘fotolassen’. Deze benaming is behoorlijk ingeburgerd in de metaalsector maar is behoorlijk vaag. Daarom is in dit artikel informatie gegeven over de termen fotolassen en fotolasser.

Wat is fotolassen?

Fotolassen is een werkwoord maar men kan eigenlijk niet zeggen dat iemand gaat fotolassen. Ook kan iemand niet zeggen zou je die fotolassen even kunnen maken.  De term fotolassen is enkel een benaming voor de kwaliteit waaraan bepaalde lassen moeten voldoen.

Als men het over fotolassen heeft bedoelt men dat de lassen aan bepaalde kwaliteitseisen moeten voldoen. Deze kwaliteitseisen zijn vastgelegd in een lasmethodebeschrijving. De lasmethodebeschrijving is geënt op de lasmethodekwalificatie die het bedrijf heeft behaald. In de lasmethodebeschrijving is vastgelegd hoe een las gemaakt moet worden en via welk lasproces de las gemaakt moet worden door de lasser. Daarin kan zijn vastgelegd dat de las fototechnisch gecontroleerd moet worden. De controle van de las kan namelijk door röntgenfoto’s worden gedaan.

Röntgenfoto’s van lassen

Doormiddel van röntgenfoto’s kan men controleren of de las inderdaad goed is aangebracht door de lasser. Met röntgenfoto’s kan men zien of er geen insluitingen of andere onzuiverheden in de las aanwezig zijn. Een fotolas is pas echt een fotolas als de las de röntgenfototest kan doorstaan. Een voordeel van röntgenfoto’s is dat men de las niet hoeft te vernietigen tijdens deze test. De las blijft in tact. Daarom noemt men deze onderzoeksmethode ook wel Niet Destructief Onderzoek. Dit wordt ook wel afgekort met NDO. Destructief Onderzoek kan ook worden uitgevoerd. Hierbij wordt de las bijvoorbeeld doorgezaagd of uitelkaar getrokjen met een trekproef of breekproef. Het spreekt voor zich dat de lasverbinding dan vernietigd is.

Wat doet een fotolasser?

Een fotolasser is in feite geen functieaanduiding. Iemand is geen fotolasser maar een lasser kan wel lassen leggen conform een lasmethodebeschrijving. Een lasser moet een lascertificaat behalen conform de lasmethodebeschrijving en de lasmethodekwalificatie van een bedrijf. Hiervoor dient de lasser een proefstuk maken met een onafhankelijke getuige er bij. Dit proefstuk wordt gecontroleerd in een speciaal testlab. Tijdens de testen wordt de las op verschillende manieren gecontroleerd.  De manier van controleren worden vastgelegd in het lascertificaat.  Hierin kan bijvoorbeeld staan dat eem breekproef is toegepast of dat men met geluidsgolven (ultrasoon) getest heeft. Ook testen doormiddel van röntgenfoto’s kunnen vastgelegd worden op het lascertificaat.  In het laatste geval zou men kunnen zeggen dat een lasser een las kan maken op fototechnisch niveau. Dan zou je kunnen spreken van een fotolas en een fotolasser.

Aandachtspunten bij het woord fotolasser

Als iemand op fotoniveau kan lassen weet je eigenlijk nog heel weinig. Want je moet weten welk lasproces is gebruikt bij het proefstuk waar de lasser zijn of haar certificaat mee heeft behaald.  Ook moet je weten welk materiaal is gelast en welke dikte dit materiaal had. De vorm van de lasnaad is ook belangrijk. Was dit bijvoorbeeld een V-naad, een X-naad of een K-naad. Het toevoegmateriaal is eveneens belangrijk is er bijvoorbeeld gebruik gemaakt van poedergevulde draad (rutiel), beklede elektrode of andere lasdraad. Dit alles wordt vastgelegd op het lascertificaat van de lasser. Bovendien staat op dit lascertificaat in welke positie de lasser de las heeft aan gebracht. Voorbeelden hiervan zijn onder de hand, uit de zij, stapelen en boven het hoofd. Een bijzondere positie die vaak vereist is in het leidinglassen is G6 of HL 45.

Hierbij moet de lasser een buis of pijp met een bepaalde wanddikte in een positie van 45 graden plaatsen en dan rondom lassen. Een fotolasser kan een mengeling van bovenstaande gegevens op xijn lascertificaat hebben staan. Daarom weet je met de term fotolasser niet precies wat de lasser kan en mag lassen. Als men om een fotolas of fotolasser vraagd zal je altihd moeten nagaan welke lascertificaten precies vereist zijn. Daarbij is ook nog een verschil of de las conform de Europese Normering is gelegd, dit wordt aangeduid met EN, of de Amerkaanse normering welke wordt aangedijd met AWS.

Wat wordt bedoelt met slak bij lasprocessen?

Het woord ‘slak’ wordt regelmatig gebruikt bij lasprocessen. Dit woord heeft niets met een dier of een aanduiding van snelheid. Ook heeft de slak die vrijkomt bij lasprocessen niets te maken met de zogenoemde hoogovenslak die vrijkomt bij het smelten van ertsen en metalen in hoogovenprocessen. In plaats daarvan heeft het woord ‘slak’ bij lasprocessen te maken met een materiaal dat vrij kan komen bij het lasproces. De slak die hierbij vrij kan komen is een bros materiaal dat een beetje glasachtig is. De slak bij lasprocessen kan bestaan uit verschillende materialen. Het ontstaan van een slak tijdens het lasproces kan gewenst zijn maar ook ongewenst.

Hoe ontstaat slak bij lasprocessen?
Niet bij alle lasprocessen ontstaat een slak. Een slak ontstaat bij lasprocessen waarbij gebruik wordt gemaakt van laspoeder zoals bij onder poederdek lassen (OP-lassen) of bij beklede elektrodelassen (BMBE lassen). Hierbij ontstaat de slak als een restproduct of afvalproduct. Het laspoeder of de elektrodebekleding smelt door de hitte van het lasproces. Dit materiaal gaat als het ware op het smeltbad drijven en is in eerste instantie vloeibaar. Wanneer de las afkoelt is ook de slak afgekoeld en wordt de slak zichtbaar in de vorm van een harde breekbare brosse laag. De slak kan zich stevig hechten op de lasnaad maar het is ook goed mogelijk dat de slak als het ware achter de lastoorts weg krult.

Bij welke lasprocessen ontstaat slak?
Hiervoor zijn al een aantal lasprocessen genoemd waarbij slak kan ontstaan. Er zijn lasprocessen waarbij men opzettelijk een slak produceert om de las te beschermen tegen invloeden van buitenaf. Voorbeelden van dergelijke lasprocessen zijn:

  • BMBE lassen, lassen met beklede elektrode
  • Onder Poederdek lassen, OP-lassen
  • Elektroslaklassen
  • Exothermisch lassen
  • Lassen met poedergevulde draad,

Als men geen gebruik maakt van elektrodebekleding of poeder maar een beschermgas of vacuüm toepast, is de kans op het ontstaan van een slak kleiner. Bij het MIG/MAG lassen kan nog wel eens een slak ontstaan. In dit geval ontstaat de slak niet uit toevoegmateriaal maar uit verontreinigingen die aanwezig waren in de laskanten van de werkstukken. Deze verontreinigingen kunnen bijvoorbeeld vuil en oxide zijn. Ook door het verbranden van het lasmateriaal kan een slak ontstaan. Het verbranden van lasmateriaal gebeurd als het lasproces onvoldoende is beschermd.

Wat is het nut van een slak bij lasprocessen?
Hiervoor zijn een aantal lasprocessen genoemd waarbij opzettelijk een slak wordt geproduceerd tijdens het lasproces. Er zijn een aantal redenen waarom er bewust voor wordt gekozen om tijdens het lassen een slak te produceren. Een slak is allereerst een bijproduct dat slechts van tijdelijke aard is. De slak wordt na uitharding meestal meteen verwijdert door de lasser of nabewerker. Dit verwijderden van de slak kan doormiddel van het wegbikken van de slak met een beitel.

Tijdens het lassen heeft de slak een belangrijk nut omdat deze het smeltbad beschermd tegen ongewenste invloeden rondom het lasproces. De slak beschermd met name het smeltbad tegen verbranding tegen inwerking van stikstof uit de omringende lucht. Daarnaast heeft de slaklaag ook een isolerende werking die er voor zorgt dat de lasnaad minder snel afkoelt.

Door zure of rutiele lastoevoegmaterialen kan de oppervlaktespanning van het smeltbad worden verlaagd. Hierdoor vloeit de las mooi en wordt deze glad. De slak kan ook een ondersteunende functie hebben bij het verticaal of bovenhands lassen. Door de slak kan worden voorkomen dat het smeltbad omlaag gaat stromen voordat de las gestold is. Dit komt door basische toevoegmaterialen.

Ongewenste effecten van slak
Een slak kan gewenst zijn maar er kunnen ook fouten in de las terecht komen doordat er een slak wordt gevormd. Een slak of delen van de slak kunnen namelijk tijdens het lassen ingesloten worden in het smeltbad. Deze insluitingen behoren tot de lasfouten omdat de las op de plaatsen van de insluitingen niet solide is.

Een ander nadeel van de slak is dat deze verwijdert moet worden en dat is arbeidsintensief. De las moet worden nabewerkt met een beitel.

Wat wordt bedoelt met laskanten en laskantvoorbewerking?

Voordat een lasser een las gaat aanbrengen in een werkstuk zal de lasser zich eerst verdiepen in de constructietekening, de lasmethodebeschrijving (LMB) of de Welding Procedure Specification (WPS). Hierin vindt de lasser informatie over de manier waarop de las gelegd moet worden. Daarbij is onder andere aangegeven welke lasnaad gebruikt moet worden. Er zijn verschillende lasnaden, bijvoorbeeld de V-naad, de K-naad, de Y-naad en de X-naad. Ook kan er gebruik worden gemaakt van een zogenoemde stompe naad. Bij de laatste naad zal er niet of nauwelijks voorbewerking nodig zijn. De kanten die aan elkaar gelast moeten worden zullen dan slechts recht en schoon moeten zijn. Bij de overige naden zal ten minste één van de beide kanten van het werkstuk moeten worden voorbewerkt.

Wat is een laskant?
De kant van een werkstuk die gelast moet worden noemt men de zogenoemde laskant. Als men een werkstuk samenstelt heeft men echter verschillende laskanten die samengesteld moeten worden. Zo bevat een V-naad twee platen die beide zijn afgeschuind aan de laskant. De lasser zorgt er voor dat de twee laskanten van de platen zo dicht mogelijk tegen elkaar aan liggen alvorens de las wordt aangebracht. Hiervoor kan de lasser in sommige gevallen gebruik maken van een mal waarin de plaatdelen kunnen worden vastgezet. In andere gevallen zal de lasser creatiever te werk moeten gaan om de laskanten zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen.

Hoe wordt een laskant gemaakt?
Een laskant is de kant van het werkstuk of werkstukonderdeel waarop de las moet worden aangebracht door de lasser. Deze kant moet schoon zijn zodat er geen vervuiling in het smeltbad van de las kan ontstaan. Daarnaast is de laskant in een bepaalde vorm. Meestal is er sprake van een zogenoemde afschuining zoals in het hiervoor genoemde voorbeeld van de V-naad. Er kan echter ook sprake zijn van bijvoorbeeld een K-naad of een X-naad. Ook hierbij wordt de laskant van één deel of twee delen van het werkstuk afgeschuind. Het afschuinen van een plaat kan op verschillende manieren gebeuren. De volgende manieren zijn gebruikelijk:

  • Het slijpen van de laskant
  • Frezen van de laskant
  • Snijden van de laskant met behulp van een plasmasnijder
  • Knabbelen van de laskant

Deze bovengenoemde technieken zijn in feite technieken om de laskant voor te bewerken. Daarom vallen deze technieken onder de laskantvoorbewerking. Meestal staat op een constructietekening een lassymbool waarmee wordt aangegeven welke lasnaad moet worden gemaakt. Als een las verkeerd is aangebracht kan men er voor kiezen om de las uit te slijpen of te gutsen. Dit is echter veel werk en de laskant zal daarna vaak hersteld moeten worden voordat de lasser een nieuwe las kan aanbrengen.

Voordelen van het aanbrengen van laskanten
Een bedrijf of een lasser heeft niet altijd de keuze om laskanten aan te brengen of niet. In veel gevallen zal in de lasmethodebeschrijving of de Welding Procedure Specification duidelijk zijn aangegeven hoe de lasnaad voorbewerkt dient te worden. Mocht men echter wel de keuze hebben om een laskant voor te bewerken dan is het belangrijk om de voordelen van laskantvoorbewerking goed voor ogen te houden. We noemen een aantal voordelen:

  • De lasverbinding wordt steviger omdat men de las, door het aanbrengen van bijvoorbeeld een V-naad, dieper aan kan brengen.
  • Daarnaast heeft het afschuinen van de laskant een voordeel dat het lasoppervlak groter wordt. Hierdoor kan het smeltbad goed worden gevormd en kan het lastoevoegmateriaal zich op meer plekken echten. Ook de warmte die bij het lasproces wordt ingebracht wordt meer verspreid.
  • Een goede laskantvoorbewerking zorgt er ook voor dat de laskant schoon is zodat er minder kans op vervuiling en insluiting ontstaat tijdens het lassen.

Wat zijn lassymbolen en waar worden deze voor gebruikt?

Een constructiebankwerker lasser krijgt meestal een tekening waarin is beschreven en weergegeven hoe het werkstuk er uit moet zien. Op de tekening staat de vorm van het werkstuk en staan daarnaast gegevens over de manier waarop de onderdelen van het werkstuk aan elkaar bevestigd moeten worden. Een voorbeeld van een manieren om onderdelen van een werkstuk aan elkaar te verbinden zijn lasverbindingen. Deze verbindingen komen tot stand door het basismateriaal van het werkstuk aan elkaar te smelten. Daarbij kan toevoegmateriaal worden gebruikt maar dat hoeft niet altijd. Een lasverbinding is een verbinding die niet uitneembaar is.

Dit houdt in dat een lasverbinding alleen doormiddel van geweld (gutsen, zagen slijpen) uit elkaar gehaald kan worden. Dit is één van de redenen waarom men extra zorgvuldig met het maken van een lasverbinding moet omgaan. Een constructiebankwerker lasser moet goed weten hoe een las moet worden gemaakt. Daarom staan op de werktekeningen die de constructiebankwerker moet gebruiken symbolen aangegeven. Dit zijn de zogenoemde lassymbolen.

Waarom een lassymbool?
Lassymbolen zijn nodig omdat kwalitatief goed laswerk van veel verschillende factoren afhankelijk is. Zo dient me rekening te houden met het soort metaal en de eventuele oxidehuid. Ook dient men rekening te houden met de vorm en de dikte van het materiaal. Daarnaast zijn er verschillende eisen met betrekking tot de hoogte van de las (de A-hoogte). De lassymbolen zorgen er voor dat de lasser de juiste instructie krijgt over het maken van de lasverbinding.

Waar staan lassymbolen?
De lassymbolen worden door een technisch tekenaar of constructeur op een constructietekening geplaatst. De constructeur of technisch tekenaar plaatst de lassymbolen niet zomaar op de tekening. Er is van te voren goed nagedacht over de lasverbinding. Daarbij is rekening gehouden met de normen die van toepassing zijn. Ook is er rekening gehouden met de verwachte belasting die op het werkstuk zal worden uitgeoefend. Daarvoor worden zogenoemde sterkteberekeningen toegepast. De eigenschappen van het materiaal en de dikte van het materiaal zijn eveneens van invloed op de keuze voor een bepaald lasproces. Daarom worden ook deze aspecten in de beoordeling meegenomen. Vaak worden deze gegevens ook in een lasmethodebeschrijving (LMB) benoemd of een zogenoemde Welding Procedure Specification (WPS). Dit zijn uitgebreide omschrijvingen over de lasmethode(s) die moeten worden toegepast bij het samenstellen en lassen van onderdelen van een werkstuk.

De lassymbolen zijn slechts korte aanduidingen die op de werktekeningen staan. Deze symbolen zijn bedoelt om informatie te verschaffen aan de lassen zodat deze de las op de juiste manier aanbrengt. Lassymbolen zorgen er dus voor dat de juistheid en de kwaliteit van de las gewaarborgd wordt.

Hoe worden lassymbolen aangegeven?
Lassymbolen worden met een pijl aangegeven op een constructietekening. Op deze pijl staat in ieder geval vier symbolen. Deze symbolen zijn het aanwijspunt van de pijl, het lassymbool, de referentie lijn en de maatinschrijving.

Lassymbool
Het lassymbool is een symbool dat belangrijk is voor de lasser. Met dit symbool wordt aangegeven welk type las er gemaakt moet worden door de lasser. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld:

  • V-naad
  • ½ V-naad
  • I-naad
  • X-naad
  • Y-naad
  • ½ Y-naad
  • K-naad
  • Hoeklas
  • Dubbele hoeklas

Deze symbolen worden in een bepaalde vorm/ symbool ingetekend. De gebruikte symbolen zijn voor iedere lasser herkenbaar zodat elke lasser weet om wat voor lasnaad het gaat. Voor meer informatie over bijvoorbeeld het lasproces (bijvoorbeeld MIG/MAG, TIG, BMBE en autogeen) kan de lasser een lastechnicus in het bedrijf vragen stellen of de lasmethodebeschrijving / Welding Procedure Specification raadplegen indien deze aanwezig is.

Wat betekent BW of Butt welding?

Butt welding is een lastechniek die wordt gebruikt om onderdelen van een werkstuk parallel aan elkaar te verbinden zonder dat er sprake is van een overlap in de lasnaad. Butt Welding kan doormiddel van een machine worden uitgevoerd in een continu proces. Butt-Welding is een voordelige en betrouwbare methode om een lasproces uit te voeren. Er zijn geen aanvullende componenten bij dit lasproces nodig. Butt welding wordt op lascertificaten meestal afgekort met de letters ‘bw’.

Butt welding, stuiklassen of stomplassen
In het Nederlands wordt ‘butt welding’ ook wel vertaald met stuiklassen of stomplassen. De laatste term wordt vooral gebruikt in het maken van een lasverbinding tussen twee kunststofbuizen (PP-H leidingen) in elkaars verlengde. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan doormiddel van spiegellassen waarbij de twee uiteinden van de buizen tegen een warme plaat worden aangedrukt zodat deze gaan smelten. Vervolgens worden gesmolten uiteinden tegen elkaar aangedrukt waardoor na uitharding een lasverbinding ontstaat.

Waarvoor is butt welding geschikt?
Butt welding wordt in de praktijk vaak gebruikt in de prefabricage van leidingdelen en speciale hulpstukken. Naast het eerder genoemde spiegellassen van kunststofleidingen wordt dit lasproces ook gebruikt bij metalen onderdelen. Hierbij wordt meestal gebruik gemaakt van het MIG lasproces. Als men metalen delen aan elkaar verbind doormiddel van butt welding noemt men dit in het Nederlands meestal stuiklassen.

Dit wordt ook vaak met de hand gedaan door lassers. Als men in de staalconstructie voor bijvoorbeeld de offshore gebruik maakt van het stuiklassen zal men daarvoor certificaten moeten behalen. Meestal is dat onder de Amerikaanse normering. Dit wordt op het certificaat aangeduid met de afkorting AWS. Stuiklassen worden ook toegepast in de scheepsbouw en machinebouw. Bij dik materiaal zal men eerst de delen van het werkstuk, die aan elkaar verbonden moeten worden, voorverwarmen tot de juiste temperatuur om een goede lasverbinding te maken. Als men dat niet doet kunnen door de warmteinbreng tijdens het lasproces scheuren ontstaan in het materiaal van het werkstuk.

LMB en WPS
Butt welding is een proces dat in verschillende vormen kan worden uitgevoerd daarom is het van belang dat de lasser van te voren zich goed in de lasmethodemethodebeschrijving verdiept. In de lasmethodebeschrijving (LMB) of Welding Procedure Specification (WPS) is beschreven aan welke richtlijnen de lasser zich moet houden. Het kan een vereiste zijn dat de lasser een geldig lascertificaat moet hebben om aan het desbetreffende werkstuk te mogen lassen. In dat geval moet de lasser gecertificeerd zijn. De lascertificering moet gebeuren onder toezicht van een daartoe bevoegd instituut. Een lasser dient onder toezicht van een ‘getuige’ de las te conform de lasmethode te maken en de las wordt vervolgens gekeurd in een testlaboratorium.

Conclusie over butt welding
Butt welding, stuiklassen of stomplassen zijn allemaal namen die worden gebruikt voor het verbinden van werkstukonderdelen in elkaars verlengde. Dit kan met verschillende materialen gebeuren zoals kunststoffen en metalen. Bij metalen heeft men nog de onderverdeling tussen ferro-metalen en non-ferro metalen.

Welke insluitsels kunnen in lasfouten aanwezig zijn?

Tijdens het maken van een lasverbinding kunnen verschillende fouten ontstaan. Het maken van een goede lasverbinding is niet eenvoudig. Een lasverbinding wordt pas goed als aan verschillende factoren is voldaan. Zo moet het juiste lasproces worden toegepast, dit kan bijvoorbeeld autogeen, MIG/MAG, TIG en BMBE lassen zijn. Er zijn echter nog verschillende andere lasprocessen. Elk lasproces heeft zijn eigen unieke eigenschappen. Zo wordt er bij sommige lasprocessen inerte gassen gebruikt terwijl bij andere lasprocessen actieve gassen worden gebruikt. Lasprocessen zoals autogeen lassen wordt gedaan doormiddel van een vlam terwijl MIG/MAG lassen doormiddel van een elektrische boog wordt gedaan. De vlam of de elektrische boog zorgt er voor dat er veel hitte ontstaat zodat het basismateriaal van het werkstuk smelt en het lastoevoegmatiaal ook.

Metaalinsluitselsin het smeltbad
Zowel het basismateriaal als het toevoegmateriaal versmelten samen in een smeltbad. Na uitharding van het smeltbad ontstaat een stevige verbinding. Door verkeerde invloeden kan het smeltbad echter niet goed gevormd worden of ontstaan er problemen bij het stollen. Dit kan leiden tot scheuren en andere problemen. Fouten die ontstaan tijdens het lassen worden ook wel lasfouten genoemd. Naast scheuren kunnen onder andere ook insluitsels voor problemen zorgen als deze ontstaan tijdens het lasproces. Hieronder zijn een aantal voorbeelden genoemd van soorten insluitsels die kunnen ontstaan tijdens het lassen in het smeltbad.

Slakinsluitsels
Soms worden meerdere lassen over elkaar heen aangebracht. Bij sommige lassen zoals BMBE lassen ontstaat een slak op de las. Deze las dient na afloop van het lassen goed te worden verwijdert. Dit doet men door de slak los te bikken. Als men de las niet goed wegbikt kunnen delen van de slak in de nieuwe laslaag worden ingesloten. Deze insluitingen worden ook wel slakinsluitsels genoemd. Slakinsluitsels kunnen ook ontstaan wanneer de lasser op een verkeerde manier last.

Poederinsluitsels
Bij sommige lasprocessen wordt gebruik gemaakt van laspoeders.  Dit wordt onder andere gedaan bij onder poederdek lassen, dit lasproces wordt ook wel OP-lassen genoemd. Ook bij elektroslaklassen wordt gebruik gemaakt van laspoeders. Poederinsluitsels kunnen tijdens deze lasprocessen worden veroorzaakt als een veel te grote hoeveelheid laspoeder op de lasboog wordt gestrooid. Meestal wordt bij OP-lassen een teveel aan laspoeder opgezogen of door de OP-lasser verwijdert. Als dit niet gebeurd kan een nieuwe las die over de vorige las heen wordt aangebracht vervuild raken met poederinsluitsels. Daarom moet een lasnaad altijd goed schoon worden gemaakt als men meerdere lassen over elkaar heen aanbrengt.

Metaalinsluitsels
Het smeltbad moet tijdens het lasproces goed in de gaten worden gehouden door de lasser. De lasser dient tijdens de voorbewerking op het lassen een schone lasnaad te maken zodat het smeltbad niet vervuild kan worden. Tijdens het lassen kan het smeltbad vervuild raken met andere metalen dan het metaal dat wordt gebruikt als toevoegmateriaal en het metaal van het werkstuk. Metalen die niet goed meesmelten in het smeltbad kunnen ingesloten worden. Hierdoor ontstaan metaalinsluitsels. Deze insluitsels kunnen bijvoorbeeld koper bevatten van de koperen smeltbadondersteuning of wolfraam door het afbreken van de TIG-laselektrode.

Waarom zijn insluitsels lasfouten?
Insluitsels veranderen de structuur van de las. De las wordt op de plek van een insluitsel minder dicht en daardoor bestaat de kans op een scheur in de las als de las onder druk komt te staan. Insluitsels zijn lasfouten die de mechanische stevigheid van de las benadelen. Voor bepaalde constructies en werkstukken zijn insluitsels niet erg. Dit is bijvoorbeeld het geval bij constructies die niet zwaar belast worden of voor de sier worden gemaakt. Bij dragende constructies of constructiedelen moeten de lassen echter van perfecte kwaliteit zijn. Insluitsels mogen hierbij niet voorkomen. Daarom worden deze lassen over het algemeen gekeurd onder strenge normen. Deze gecertificeerde lassen worden regelmatig destructief of niet-destructief (NDO) gekeurd. De manier waarop een las gekeurd moet worden staat in de lasmethodebeschrijving.

Welke soorten scheuren kunnen ontstaan tijdens lasprocessen?

Een lasverbinding is een verbinding die permanent is. Verbindingen die doormiddel van een las tot stand worden gebracht kunnen niet eenvoudig uitelkaar worden gehaald. Doormiddel van lassen worden twee materialen in elkaar versmolten eventueel met behulp van toevoegmateriaal. Het versmelten van de materialen gebeurd doorgaans onder een hoge temperatuur. Deze temperatuur wordt doormiddel van een vlam of een elektrische lasboog op het gewenste niveau gebracht. Aan elke lasverbinding worden eisen gesteld. Bij sommige lasverbindingen zijn de eisen niet heel hoog. Dit is bijvoorbeeld het geval bij constructies die niet zwaar belast worden. Er zijn echter ook constructie die zeer zwaar belast worden bijvoorbeeld kranen in de offshore. Hiervoor zijn zeer zware eisen opgesteld.

Lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification
De eisen waaraan een lasverbinding moet voldoen staan in een lasmethodebeschrijving LMB of Welding Procedure Specification WPS. Deze beschrijvingen zijn geënt op de lasmethodekwalificatie van het desbetreffende bedrijf. In de LMB of het WPs staat duidelijk beschreven aan welke lasprocedure de lasser zich moet houden bij het maken van de las. Hierbij is aandacht voor de voorbewerking, het daadwerkelijke lassen en de nabewerking.

De voorbewerking voor het lasproces
De voorbewerking is van groot belang omdat sommige metaalsoorten voorverwarmd moeten worden in verband met het optreden van scheuren tijdens en na het lassen. Ook het snijden of slijpen van lasnaden is een belangrijk aspect van de voorbewerking. Daarnaast dient de lasnaad goed schoongemaakt te worden en dient de lasser er alles aan te doen om een goed ‘lasklimaat’ te creëren. Dit houdt in dat de lasser bij bepaalde lasprocessen moet voorkomen dat er tocht, vocht of vuil bij het smeltbad kan komen.

Het lassen
De lasser dient de lasmethode toe te passen die is voorgeschreven in de LMB of WPS. Dit kan bijvoorbeeld MIG/MAG, TIG, OP-lassen of  BMBE lassen zijn. Er zijn echter nog vele andere lasprocessen die in de praktijk worden gebruikt. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de juiste (bescherm)gassen en de toevoegmaterialen. Verder dient de lasser ook rekening te houden met de laspositie, de A-hoogte en het aantal lagen waarin gelast moet worden.

De nabewerking
Ook de nabewerking heeft een invloed op de kwaliteit van de las. Sommige lassen moeten zorgvuldig worden afgekoeld. Dit moet niet te snel gebeuren in verband met het ontstaan van scheuren. Daarnaast kunnen er bij bepaalde lasprocessen lasspetters ontstaan die verwijdert moeten worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij MIG/MAG lasprocessen. Bij sommige andere lasprocessen zoals BMBE lassen kan een ‘slak’ ontstaan op de las. Deze ‘slak’ dient zorgvuldig verwijdert te worden. Het verwijderen van de ‘slak’ is al helemaal belangrijk wanneer er nog een las over de bestaande las heen wordt aangebracht.

Lasfouten
Tijdens het lassen kunnen echter fouten ontstaan. Deze fouten worden ook wel lasfouten genoemd en kunnen zowel in de voorbewerking, tijdens het lassen en in de nabewerking ontstaan. Lasfouten kunnen ernstige gevolgen hebben voor de mechanische stevigheid van een constructie. Er zijn verschillende lasfouten die kunnen ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn kraters, insluitingen, randinkarteling en scheuren.

Scheurvorming tijdens het lassen
Tijdens het lassen kunnen scheuren ontstaan. Deze scheuren ontstaan waar het materiaal uit elkaar wordt getrokken. Dit uit elkaar rekken en trekken van materiaal kan onder andere gebeuren door temperatuurswisselingen. Een scheur in een lasverbinding zorgt er voor dat de kwaliteit van de las wordt aangetast. Dit is afhankelijk van de omvang van de scheur, de dikte van het materiaal en de druk die wordt uitgeoefend op de constructie. Scheuren kunnen soms worden gerepareerd door de scheur mechanisch te verwijderen doormiddel van slijpen of gutsen. Daarna dient men een nieuwe lasnaad aan te brengen en deze zorgvuldig dicht te lassen conform de lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification.

Er zijn verschillende soorten scheuren die kunnen ontstaan tijdens het lassen. De oorzaken van de scheuren zijn eveneens verschillend. Hieronder worden in een aantal alinea’s voorbeelden gegeven van soorten scheuren die kunnen ontstaat tijdens en na het lasproces.

Stollingsscheuren
Een soort scheuren die kunnen ontstaan tijden het lasproces zijn zogenoemde stollingsscheuren. Deze scheuren worden ook wel h/b scheuren genoemd. Hierbij staan de letters ‘h/b’  voor ‘hoogte’ en ‘breedte’ waarmee de verhoudingen tussen de hoogte en de breedte worden bedoelt. Deze stollingsscheuren ontstaan wanneer de hoogte van de las groter is dan de breedte van de las. Tijdens het stollen van de las kan een scheur ontstaan doordat de las langzaam van buiten naar binnen stolt. Als de las hoog is zal daardoor een groot temperatuurverschil kunnen ontstaan tussen de buitenkant van de las en de binnenkant van de las. Als er in een las verontreinigingen aanwezig zijn met een lager smeltpunt dan het lasmateriaal kunnen deze verontreinigingen naar binnen worden getrokken. Als er meerdere verontreinigingen bij elkaar in de buurt zitten kan deze plek tijdens het stollingsproces voor problemen zorgen. Door de krimpspanning of door een belasting van de constructie kan een scheur bij de verontreinigingen ontstaan. Deze scheur is echter niet altijd direct zichtbaar aan de buitenkant. De scheur kan door röntgenonderzoek worden ontdekt. Röntgenonderzoek is een variant van niet- destructief onderzoek NDO.

Waterstofscheuren
Bij harde metaallegeringen kunnen waterstofscheuren optreden. Deze scheuren ontstaan wanneer er tijdens het lassen veel waterstof in de las wordt opgenomen. De waterstofscheuren ontstaan onder andere door trekspanningen. De scheuren hoeven niet meteen te ontstaan tijdens het lassen en kunnen zelfs 48 na het afronden van het lasproces gevormd worden. Hoe waterstofscheuren precies ontstaan is nog niet helemaal bekend. Men vermoed dat waterstof diffundeert naar insluitsels en poriën en dat daar waterstofgas wordt gevormd. Dit waterstofgas zou voor grote druk zorgen waardoor materiaal uit elkaar wordt gedrukt. Waterstofscheuren kunnen worden voorkomen door lastoevoegmateriaal met weinig waterstof te gebruiken. Daarnaast dient de lasser tijdens de voorbewerking de lasnaad goed schoon te maken. in de nabewerking moet de lasser het materiaal of werkstuk nagloeien. Deze aspecten van het lasproces staan meestal in de lasmethodebeschrijving / Welding Procedure Specification.


Door warmtebehandeling kunnen spanningsvrijgloeischeuren ontstaan. Deze scheuren worden ook wel intergranulaire scheuren genoemd. Door deze scheuren ontstaat carbide-precipitatie. Het inwendige van de aanwezige korrels wordt door dit proces versterkt. Daarnaast segregeren onzuiverheden zoals S, P, Sn, As naar de grenzen van de korrel, hierdoor worden deze verzwakt. Langs de grenzen van de korrel treed de meeste vervorming op. Door deze vervorming kunnen scheuren ontstaan.

Lamellaire scheuren
Als in het lasmetaal niet-metallische insluitsels aanwezig zijn kunnen lamellaire scheuren ontstaan. Deze scheuren worden gevormd in de fabriek waar het metaal wordt vervaardigd. Tijdens het gieten van metaal in een vorm kan verontreiniging in het metaal terecht komen. Deze verontreiniging kan bijvoorbeeld een deel van de ‘slak’ zijn die bij het smeltproces van ijzer en ijzererts op het gesmolten staal drijft. Als de lasser een lasverbinding maakt op de hoogte van de verontreiniging in het metaal zal de verontreiniging door de uitwerking van de krimpspanning gaan splijten en inscheuren. Tegenwoordig wordt staal meestal vervaardigd met een continu-gietproces. Hierdoor wordt de kans op verontreinigingen beperkt en komen lamellaire scheuren bijna niet meer voor.

Wat zijn lasfouten en hoe ontstaan lasfouten?

Tijdens lassen worden verschillende materialen aan elkaar vast gesmolten. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van verschillende lasprocessen. Bekende lasprocessen zijn lassen met beklede elektrode (BMBE lassen), MIG/MAG lassen en TIG lassen. Naast deze lasprocessen zijn er nog vele andere lasprocessen die worden gebruikt in de metaaltechniek. Elk lasproces heeft zijn eigen specifieke kenmerken. Bij lassen wordt gebruik gemaakt van een plasmaboog of een vlam om voldoende hitte te creëren voor het smeltbad van het lasproces. Daarnaast worden bij lassen ook bepaalde inerte en actieve gassen gebruikt. Dit verschilt echter per lasproces. Het lastoevoegmateriaal is ook een belangrijk aspect van het lasproces. Al deze verschillende aspecten worden beschreven in een lasmethodebeschrijving LMB of een Welding Procedure Specification WPS. Tijdens het lassen kunnen echter fouten ontstaan.

Lasfouten
In bovenstaande inleiding is beschreven welke factoren onder andere aan de orde kunnen komen wanneer men gaat lassen. Er zijn verschillende lasprocessen en verschillende materialen die gelast kunnen worden. Lassen wordt meestal gedaan onder hoge temperaturen. Hierdoor worden materialen zeer snel opgewarmd en koelen ze daarna weer af. Hierdoor ontstaan structuurveranderingen, krimp en spanningen. De reactie van materialen op het lasproces en het gebruikte gas is verschillend. Omdat er zoveel verschillende aspecten zijn die invloed hebben op het lasproces bestaat er een kans op fouten. Er zijn veel verschillende fouten die kunnen ontstaan, deze fouten worden ook wel lasfouten genoemd en kunnen in elk lasproces optreden.

Hoe ontstaan lasfouten?
Lasfouten ontstaan doordat de lasser in het voorbereidend werk, tijdens het lassen of in de nabehandeling foutief gehandeld heeft of gebruik heeft gemaakt van ondeugdelijke materialen en gereedschappen. Een lasser kan bijvoorbeeld het lastoestel verkeerd hebben ingesteld waardoor teveel warmte wordt ingebracht en er inbrandingen ontstaan. Ook de positie van de toorts is van groot belang. Als de toorts te ver bij het smeltbad vandaan wordt gehouden kunnen insluitingen in de las ontstaan waardoor de las aanzienlijk van minder goede kwaliteit wordt.

Veel lasfouten kunnen worden voorkomen door de lasser wanneer hij of zij de lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification goed leest en de aanwijzingen daarin nauwkeurig opvolgt. Er zijn echter ook externe factoren die de kans op lasfouten kunnen vergroten. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan vocht, tocht, wind en temperatuurwisselingen. Ook stof en ander vuil kunnen van invloed zijn op de kwaliteit van de las.

Gevolgen van lasfouten
De oorzaken van lasfouten zijn divers en de gevolgen van d lasfouten zijn eveneens verschillend. Ook de ernst van de fouten is verschillend. Lasfouten kunnen bijvoorbeeld alleen invloed hebben op het uiterlijk van de las. Door deze lasfouten kan de las minder mooi lijken maar kan de las nog wel sterk genoeg zijn. Het uiterlijk van een las kan vaak doormiddel van nabewerking worden verbetert. Hierdoor kunnen eventuele lasfouten aan het oppervlak worden weggewerkt.

Een lasfout kan echter ook grote gevolgen hebben. Een lasfout kan bijvoorbeeld ook een scheur zijn die in de las. Voorbeelden van scheuren die in een las kunnen ontstaan zijn:

  • Stollingsscheuren of h/b scheuren
  • Lamellaire scheuren
  • Spanningsvrijgloeischeuren
  • Waterstofscheuren

Een scheur in een lasverbinding zorgt er voor dat de lasverbinding minder stevig is, de kans op het doorscheuren van een lasverbinding is dan aanwezig. Vooral wanneer de las onderdeel uitmaakt van een dragende constructie brengt een scheur ernstige risico’s met zich mee voor de stevigheid van het geheel.

Opsporen van lasfouten
Er zijn verschillende methodes waarmee men lasfouten kan opsporen. Deze opsporingsmethodes kunnen worden onderverdeeld in destructief onderzoek (DO) en niet destructief onderzoek (NDO). Bij destructief onderzoeken van lasverbindingen wordt de las daadwerkelijk vernietigd. Het product of werkstuk is daardoor niet meer bruikbaar. Daarom doet men destructief onderzoek meestal op basis van steekproeven. Tijdens destructief onderzoek kan een lasverbinding bijvoorbeeld worden doorgezaagd. Hierdoor kan men de zaagsnede goed bekijken en zien of er scheuren of insluitingen aanwezig zijn. Het spreekt voor zich dat de lasverbinding door het zagen compleet is verwoest en dat het werkstuk daardoor niet meer bruikbaar is.

Niet destructief onderzoek wordt tegenwoordig ook regelmatig toegepast. Hierbij wordt het werkstuk niet vernietigd. De meest eenvoudige vorm van niet destructief onderzoek is het visueel beoordelen van de las met ‘het blote oog’. Hierbij kan men onder andere letten op randinkarteling, inbrandingen en het uitzakken van de las.

Andere vormen van niet destructief onderzoek wordt met behulp van apparatuur gedaan. Hierbij kan men bijvoorbeeld gebruik maken van röntgenonderzoek of echografie. Bij röntgenonderzoek worden röntgenfoto’s gemaakt van de las en bij echografie wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven. Van de onderzoeksresultaten worden rapporten opgesteld waarmee de kwaliteit van de onderzochte las inzichtelijk kan worden gemaakt.

Wat is S690 en S690QL?

Staal 690 wordt ook wel aangeduid met S690. De letter ‘S’ staat hierbij voor de Engelse aanduiding structural. De cijfers 690 geven de minimale rekgrens aan in megapascal in N/mm². Dit is constructiestaal met een zeer hoge treksterkte daarom wordt dit staal tot de hoogsterkte staalsoorten gerekend.

S690QL
Achter de aanduiding van staal 690 staan ook wel de letters QL, hierdoor ontstaat de staalaanduiding . Dit is constructiestaal met een zeer grote treksterkte en wordt geproduceerd volgens EN 10025:6:2004. De letter ‘Q’ staan voor Engelse aanduiding: Quenching & Tempering. In het Nederlands staat dit voor Afschrikken & Tempering, dit geeft aan dat het om getemperd staal gaat. Temperen is een warmtebehandeling en wordt gedaan om de sterkte van metaal en metaallegeringen te vergroten en de hardheid te verlagen.  De letter ‘L’ staat voor de Engelse aanduiding “Low notch toughness testing temperature’. Dit  betekend in het Nederlands: ‘Lage kerftaaiheid testtemperatuur’.

De prijs per kilogram van S690 is hoger dan de prijs van gebruikelijke staalsoorten zoals S235, S275 en S355. De hogere kiloprijs van S690 heeft te maken met de grotere belastbaarheid van het materiaal.

Waarvoor wordt S690 en S690QL gebruikt?
Ondanks de hogere kiloprijs kan het gebruik van staal 690 toch economisch voordelig zijn. Door gebruik te maken van staalsoorten met een hoge treksterkte hoeft men over het algemeen minder staal te gebruiken voor een staalconstructie. Hierdoor heeft niet alleen minder staal te worden gebruikt, het totale gewicht van de constructie kan ook worden gereduceerd.

Staal 690 en S690QL worden onder andere toegepast voor de constructies van kranen die zeer zwaar belast worden. Zowel de beweegbare arm van de kraan als de graafbak kunnen van S690 worden vervaardigd. Daarnaast kan het chassis ook van deze sterke staalsoort worden gemaakt zodat de gehele constructie zeer sterk is en bestand is tegen grote krachten. Ook in grondverzetmachines en kipperbakken  worden dikwijls vervaardigd uit S690 en S690QL.

Lassen van S690
Staal 690 is een hoogwaardige staalsoort daarom worden aan het lassen van deze staalsoort hoge eisen gesteld. De specifieke eisen die aan het lasproces worden gesteld zijn beschreven in een lasmethodebeschrijving (LMB), dit document wordt ook wel aangeduid Welding Procedure Specification (WPS). Daarin staan eisen met betrekking tot voorverwarming, toevoegdraad en lasmethode. De lasser dient deze voorschriften op te volgen.

Constructies die uit S690 bestaan worden in de praktijk zwaar belast daarom moet men er zeker van zijn dat de las door een gekwalificeerde lasser is gemaakt. Deze lasser moet in bezit zijn van een lasserkwalificatie, dit is een document dat ook wel een lascertificaat genoemd. In dit document staat de materiaalsoort, materiaaldikte en de laspositie waarvoor de lasser gecertificeerd is. Een lasserkwalificatie is persoonsgebonden en daarnaast gebonden aan een datum.

Een S690 lascertificaat is geen eenvoudige lasserkwalificatie. Deze kwalificatie wordt over het algemeen door zeer ervaren lassers gehaald omdat de materiaalsoort zeer hoogwaardig is. Staalsoorten zoals S235, S275 en S355 zijn eenvoudiger te lassen.

Wat is het verschil tussen een verspanende bewerking en een niet-verspanende bewerking?

Vormgevingstechnieken zijn technieken die worden gebruikt om een basismateriaal te vervormen tot een gewenst product. Het hiervoor benodigde basismateriaal kan uit verschillende grondstoffen bestaan, bijvoorbeeld uit hout, kunststof, glas, steen  of metalen. Vervormingstechnieken worden ingedeeld in verschillende bewerkingen. Een voorbeeld van deze indeling is de scheiding tussen verspanende bewerkingen en niet-verspanende bewerkingen. Vooral in de metaalbranche/ metaaltechniek wordt deze onderverdeling gehanteerd. Hieronder zijn de verschillen tussen deze vormgevingstechnieken beschreven.

Verspanende bewerking
Verspanende bewerkingen worden veel toegepast in de werktuigbouwkunde. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van verschillende werktuigmachines. Werktuigmachines die verspanende bewerkingen uitvoeren hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat er kleine deeltjes van het werkstuk of uitgangsmateriaal worden weggenomen. Voorbeelden van verspanende bewerkingen zijn draaien, boren, frezen en zagen. Ook slijpen en schaven kunnen tot de verspanende bewerkingen worden gerekend. Bij deze bewerkingen worden kleine deeltjes van het werkstuk verwijdert om het werkstuk de gewenste vorm of afmeting te geven. Deze kleine deeltjes hebben meestal de vorm van een spaantje of spanen, daarom wordt de bewerking van deze werktuigmachines ook wel verspanende bewerking genoemd. Verspanende bewerkingen worden vooral uitgevoerd in de werktuigbouwkunde bij bijvoorbeeld het maken van matrijzen of onderdelen van machines zoals lagers.

Niet-verspanende bewerking
Een niet-verspanende bewerking is een bewerking of techniek die wordt gebruikt om uitgangsmateriaal of basismateriaal in een bepaalde vorm te brengen zonder dat daarbij spanen van het werkstuk worden verwijdert. Dit is het grote verschil met een verspanende bewerking of een verspanende techniek.

Lassen
Lassen is een voorbeeld van een niet-verspanende bewerking die veel in de metaaltechniek wordt toegepast. In de praktijk worden verschillende lasmethodes gebruikt om werkstukken te maken. Doormiddel van lassen kan een lasser een niet-uitneembare verbinding maken tussen metalen. Ook kunststoffen kunnen gelast worden. Voor het maken van een goede las moeten verschillende factoren op elkaar worden afgestemd. Allereerst moet het materiaal goed lasbaar zijn. Daarnaast moet men de juiste lasmethode kiezen en het juiste toevoegmateriaal. In de meeste gevallen hoeft de lasser deze aspecten niet zelf uit te zoeken en kan hij of zij navraag doen bij een lasbaas of lastechnicus. Een lastechnicus is iemand met een opleiding International Welding Specialist (IWT) of een opleiding Middelbaar Lastechnicus (MLT). Deze werknemers hebben veel ervaring op het gebied van lassen en alle kwaliteitsaspecten en theoretische aspecten die daarbij aan de orde komen.

Verder wordt bij veel laswerk een lasmethodebeschrijving (LMB) gegeven of een Welding Procedure Specification (WPS). Hierin staat informatie die de lasser moet gebruiken om de las vakkundig te maken conform de Europese of Internationale voorschriften. De lasmethodebeschrijving / Welding Procedure Specification is gekoppeld aan de lasmethodekwalificatie van het desbetreffende bedrijf waar de lasser werkzaam is.

Gieten
Sommige metalen en kunststoffen kan men ook in de juiste vorm gieten. Hierbij komen ook geen spanen aan de orde daarom is gieten een voorbeeld van een niet-verspanende bewerking. Gieten wordt tegenwoordig veel toegepast bij kunststoffen en kan op verschillende manieren worden gedaan. Een voorbeeld hiervan is spuitgieten. Ook extruderen wordt bij kunststoffen regelmatig als vormgevingstechniek toegepast. Naast kunststof wordt ook ijzer en staal in vormen gegoten. Hierdoor ontstaat gietijzer en gietstaal. Kenmerkend voor het gietproces is dat het kunststof granulaat, ijzer of staal eerst in vloeibare vorm moet worden gebracht voordat het gegoten of gespoten kan worden. Over het algemeen moet daarvoor het materiaal verhit worden. Het verhitte materiaal wordt door gieten of spuitgieten in de juiste vorm gebracht. Na afkoeling behoudt het materiaal zijn nieuwe vorm.

Overige niet-verspanende bewerkingen
Voor het plastisch vervormen van metalen platen kunnen ook verschillende niet-verspanende bewerkingen worden uitgevoerd. Hierbij kan men denken aan buigen, walsen, zetten en kanten. Ook dieptrekken, persbuigen, wikkelbuigen en explosief vervormen zijn vervormingstechnieken. Als men gaten wil maken in plaat kan men ook ponsen of snijden. Doormiddel van lasers kan men uitgangsmateriaal in een bepaalde vorm brengen.

Eroderen en vonken
Doormiddel van eroderen en vonken kunnen metalen ook vervormd worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van elektrodes. Het werkstuk vormt een elektrode en daarnaast is er een vormgevende elektrode. Tussen de werkstukelektrode en de vormgevende elektrode wordt doormiddel van een machine een kortsluiting gemaakt. Hierbij ontstaan vonken tussen de elektrodes. Deze vonken zorgen er voor dat er deeltjes van het uitgangsmateriaal worden verwijdert. Deze deeltjes smelten tijdens het processen en lossen op in de hitte van de vonken. Vervolgens worden de restjes van de metaaldeeltjes verwijdert door het diëlektricum. Dit is een speciale olie die niet geleid. In de metaaltechniek wordt eroderen en vonken ingedeeld in de verspanende bewerkingen. Er zijn echter ook metaalbedrijven die eroderen juist een niet-verspanende bewerking noemen.

Welke lasverbindingen worden gebruikt in de werktuigbouwkunde?

Lasverbindingen zijn verbindingen die niet uitneembaar zijn. Dat houdt in dat een lasverbinding, in tegenstelling tot een schroefverbinding, niet zonder geweld uit elkaar kan worden gehaald. Een lasverbinding dient daarom professioneel te worden gemaakt door een ervaren lasser. In een Lasmethodebeschrijving LMB of Welding Procedure Specification WPS is aangegeven hoe een las gemaakt dient te worden. Hierin is aangegeven welk lasproces gebruikt moet worden. Dit kan bijvoorbeeld MIG/MAG, TIG of BMBE lassen zijn. Naast deze lasprocessen zijn er nog vele andere lasprocessen die door een lasser gebruikt kunnen worden voor het maken van een las. In een WPS of LMB is tevens beschreven in welke positie de las moet worden gemaakt en welk toevoegmateriaal (lasdraad) moet worden gebruikt. Verder staat in een WPS ook de soort lasverbinding die moet worden gemaakt.

Verschillende lasverbindingen
Er zijn verschillende lasverbindingen die gemaakt kunnen worden door een lasser. De lasverbindingen zijn verdeeld in een aantal verschillende hoofdgroepen. Deze hoofdgroepen zijn:

  • Stuiklas. Deze las wordt ook wel een kopse las genoemd. Deze las wordt zeer veel gebruikt in de werktuigbouwkunde
  • Overlaplas. De overlaplas wordt gebruikt om twee metalen platen die over elkaar heen geschoven zijn aan elkaar te lassen.
  • Oplas. Deze las is een bijzondere las die onder andere wordt gebruikt voor het repareren van bepaalde machineonderdelen en andere werkstukken die zijn afgesleten. Doormiddel van oplassen worden nieuwe laslagen aangebracht over het versleten object zodat het object zijn oorspronkelijke vorm of diameter weer krijgt. Vaak wordt in dat geval het desbetreffende object door een verspaner op de exacte diameter verspaand. Oplassen wordt overigens ook gebruik voor het aanbrengen van een slijtvaste laag op objecten van metaal.
  • T-las. Bij de T-las wordt een plaat met de kopse kant haaks tegen een andere plaat aangelast. De positie van de plaat die met de kopse kant tegen een andere plaat aan wordt gedrukt is zodanig dat aan de bovenzijde een ‘T’ vorm ontstaat.
  • Hoeklas. De hoeklas wordt in de werktuigbouwkunde ook veel gebruikt. Hierbij wordt ook een plaat met de kopse kant tegen een andere plaat aangelast. In tegenstelling tot een T-las ziet men aan de bovenkant niet een T-vorm maar een L vorm of een V-vorm.  De basisplaat waar de tweede plaat tegenaan wordt gelast steekt niet aan twee kanten uit zoals bij een T-las het geval is. In plaats daarvan steekt de basisplaat maar aan één kant uit. Er wordt onderscheid gemaakt tussen en binnenhoeklas en een buithoeklas.
  • Flenslas. Bij een flenslas worden de twee flensen van platen aan elkaar gelast. Een flens aan een plaat kan ontstaan wanneer men de plaat in een hoek van 90 graden buigt. De opstaande rand die dan ontstaat noemt men een flens. Als men de opstaande randen van twee platen tegen elkaar aan drukt en vervolgens een las maakt over de lengte van de flensen maakt men in feite een flenslas.

De lasverbindingen die worden gebruikt zijn afhankelijk van het materiaal dat gelast moet worden en de lastechniek die gebruikt wordt. Daarnaast zijn uiteraard ook de constructie en materiaaldikte van invloed op de lasverbinding die gekozen wordt. Er zijn lastechnieken die voor een specifieke verbindingsvorm worden gebruikt. Daarnaast zijn er ook lastechnieken die voor verschillende verbindingsvormen gebruikt kunnen worden. Een middelbaar lastechnicus kan adviseren op het gebied van de juiste lastechniek. De kennis van een lastechnicus is van belang bij het opstellen van een WPS of een LMB.

Metallurgie en lasverbindingen
Bij het bepalen van een lasmethode kan ook de hulp van en metallurg worden ingeschakeld. Een metallurg heeft een opleiding gevolgd op het gebied van metallurgie. Daardoor heeft deze specialist verstand van de samenstelling en eigenschappen van metalen en legeringen die gebaseerd zijn op metalen. Door deze kennis kan een metallurg goed aangeven welke metalen juist wel of juist niet geschikt zijn voor een bepaalde toepassing. Over het algemeen is bij de meeste bedrijven in de werktuigbouwkunde goed bekend welke eigenschappen de metalen hebben die worden gebruikt. deze eigenschappen kunnen bij de inkoop van metalen worden opgevraagd.

Wat is elektronenbundellassen en waar wordt dit lasproces toegepast?

Elektronenbundellassen is een uniek lasproces waarbij gebruik wordt gemaakt van een bundel elektronen. Dit lasproces wordt ook wel afgekort met EBW. Deze afkorting staat voor het Engelse Electron Beam Welding. Het EBW lasproces is ontwikkelt in 1958 door de Duitse natuurkundige Karl-Heinz Steigerwald. Hij had in dat jaar de eerste praktische elektronenbundellasmachine ontworpen en gemaakt.

Hoe wordt elektronenbundellassen uitgevoerd?
Net als elk ander lasproces is ook bij elektronenbundellassen energie nodig. Deze energie wordt bij elektronenbundellassen aan het werkstuk toegevoegd door gebruik te maken van een bundel elektronen in een elektronenkanon. In het elektronenkanon wordt een bundel elektronen vrijgemaakt. De elektronen worden gefocusseerd en daarnaast worden ze versneld. De versnelling van de elektronen is enorm en gaat wel tot de helft van de snelheid van licht. De elektronensnelheid is daardoor 150.000 km per seconde. De elektronen worden door het elektronenkanon op het werkstuk gericht. Als voldoende vermogen wordt gebruikt zal het metaal plaatselijk op de smelttemperatuur worden gebracht en gaan smelten. Als er nog meer vermogen wordt toegevoegd kan het metaal zelfs gaan verdampen. Met elektronenbundellassen kunnen temperaturen worden behaald van 25.000 Kelvin.

Met de bundel elektronen wordt het werkstuk in bestookt. Elektronenbundellassen kan alleen in een vacuüm worden gedaan omdat een elektronenbundel in gas snel zal verstrooien. Dit is niet erg praktisch, daarom wordt elektronenbundellassen in de praktijk nauwelijks gebruikt. Voor het elektronenbundellassen zal een ruimte eerst vacuüm moeten worden gezogen.

Een belangrijk voordeel van deze lasmethode is dat de bundel elektronen goed kan worden gestuurd. In het vacuüm is geen zuurstof aanwezig. Hierdoor ontstaat geen nieuwe oxide op het metaal tijdens het lasproces. Daarnaast kan de aanwezige oxide doormiddel van het lasproces worden verdampt. Dit is vooral praktisch bij het lassen van aluminium. Bij aluminium is de oxidehuid namelijk een stevige beschermlaag die harder is dan het aluminium dat onder de oxidehuid aanwezig is.

Elektronenbundellassen is geschikt voor verschillende plaatdiktes. In werkstukken met dikke platen kunnen smalle lassen worden gemaakt met elektronenbundels. Zo kunnen in platen van 150 mm dik lasnaden worden aangebracht met een breedte van 5 mm. Hierbij wordt gebruik gemaakt van keyhole techniek net als bij laserlassen.

Waar wordt elektronenbundellassen voor gebruikt?
Met elektronenbundellassen kunnen hoogwaardige lassen worden gemaakt. Dit is een belangrijk voordeel van dit lasproces. Dit voordeel is in sommige gevallen belangrijker dan de praktische uitvoerbaarheid van het lasproces. Onder andere bij gasturbines en de vliegtuigbouw moeten zeer hoogwaardige lassen worden aangebracht op kritische onderdelen. Dit is ook het geval bij onderdelen zoals tandwielen en assen en verschillende soorten aandrijvingen. Deze werkstukken moeten gelast worden op een zeer nauwkeurig niveau. Daarom is elektronenbundellassen voor deze werkstukken wel interessant ondanks het feit dat een vacuümruimte gerealiseerd moet worden alvorens men gaat lassen.

Elektronenbundellassen is overigens ook geschikt voor het verbinden van verschillende metaalsoorten aan elkaar. Zo kan men met dit lasproces aluminium aan staal lassen en kan men brons ook aan staal lassen. Verder is het mogelijk om met elektronenbundellassen gewoon koolstofstaal aan roestvast staal te lassen.

De keuze voor een bepaald lasproces is beschreven in een lasmethodebeschrijving LMB of een Welding Procedure Specification WPS. Mochten er onduidelijkheden zijn over het gewenste lasproces dan is het verstandig of zelfs verplicht om een expert op lastechnisch gebied in te schakelen. Dit kan bijvoorbeeld een lasbaas zijn, een Middelbaar Lastechnicus MLT of een International Welding Specialist IWT.

Wat is een European Welding Technologist EWT en wat voor werk doet deze?

European Welding Technologist EWT is een oude term voor een lastechnicus. Tegenwoordig wordt de functiebenaming Middelbaar Lastechnicus (MLT) gebruikt, de internationale functiebenaming hiervoor is International Welding Specialist, dit wordt ook wel afgekort met IWT. Iemand geldig EWT papieren heeft tegenwoordig in feite IWT papieren. De waarde van deze papieren op de arbeidsmarkt is gelijk zolang de EWT-er of IWT-er tijdens zijn of haar loopbaan er voor gezorgd heeft dat de papieren niet zijn verlopen.

Wat voor werk doet een EWT, IWT of een MLT?
Iemand met geldige EWT, IWT of MLT papieren kan in de werktuigbouwkunde of metaaltechniek verschillende functies uitoefenen. Een lastechnicus heeft veel verstand van lasprocessen en de normeringen die daarbij horen. Door deze kennis is een lastechnicus een waardevolle medewerker voor een bedrijf. Meestal werkt een lastechnicus in het middenkader van een bedrijf als een adviseur, inspecteur of medewerker kwaliteit. Een lastechnicus kan ook worden ingezet als lascoördinator. De lascoördinator controleert of de lasverbindingen binnen een bedrijf worden gemaakt volgens de normen.

Deze normen kunnen zowel Europese normen (EN) zijn als Amerikaanse Normen (ASME). Veel bedrijven in de werktuigbouwkunde werken onder één of meerdere normen. Deze normen stellen eisen aan de laskwaliteit. Bedrijven moeten hun lasmethodes kwalificeren. Doormiddel van lasmethodekwalificaties wordt duidelijk onder welke normen er binnen een bedrijf mag worden gelast. De lastmethodes die gekwalificeerd zijn worden vervolgens weer verwerkt in een lasmethodebeschrijving of een WPS (Welding Procedure Specification).

Een EWT, IWT of een MLT heeft veel kennis over lasprocessen
Een middelbaar lastechnicus heeft voldoende kennis om de lasprocessen in een lasmethodebeschrijving of WPS te beschrijven. Daarnaast weet een middelbaar lastechnicus ook welke normeringen bij bepaalde projecten horen. Hierdoor is de MLT een belangrijke vraagbaak voor een werktuigbouwkundige bedrijven.

Een lastechnicus heeft voldoende kennis om adviezen te gegeven over lasprocessen. Hij of zij weet welke verschillende soorten lasnaden gebruikt kunnen worden en welke lasprocessen gebruikt kunnen worden. hierbij kan gedacht worden aan MIG/MAG, TIG en BMBE lassen. Er zijn echter nog vele andere lasprocessen die door een lasser uitgevoerd kunnen worden. Elk lasproces heeft specifieke eigenschappen die het lasproces juist wel of juist niet geschikt maken voor een bepaald project. Een middelbaar lastechnicus kan hier over het algemeen goed over adviseren.

Daarnaast kan deze specialist ook goed adviseren over de lasnaden en bijbehorende vooropeningen die gemaakt moeten worden. Verder is voorstoken bij sommige lasprocessen vereist. Meestal gaat het hierbij om speciale metalen of plaatdiktes. De temperatuur van de plaat moet tijdens het lassen op het gewenste niveau zijn andere ontstaat geen stevige verbinding of gaat de plaat zelfs scheuren. Daarom weet een middelbaar lastechnicus meestal ook wat de voorstooktemperatuur is van de projecten die gelast moeten worden. Een middelbaar lastechnicus zal voortdurend nieuwe lastechnieken moeten leren en de ontwikkelingen op lastechnisch gebied moeten volgen.

Een MLT, EWT of IWT kan ook worden ingezet voor het controleren van lassen. Dit zal meestal in eerste instantie visueel gebeuren. Daarbij kan bijvoorbeeld gekeken worden of er geen randinkarteling is en of de doorlas goed is gemaakt. Het echte onderzoeken van lassen gebeurd meestal in een speciaal onderzoeklaboratorium. Hierbij kan de las zowel destructief als niet-destructief worden onderzocht. Bij destructief onderzoek wordt het werkstuk tijdens het onderzoeken van de las vernietigd en bij niet-destructief onderzoek blijft het werkstuk behouden.

Moet een middelbaar lastechnicus ook lassen?
Meestal is een middelbaar lastechnicus een middenkader functie. Deze persoon kan adviseren en coördineren op lasgebied. Het is over het algemeen wel belangrijk dat een lastechnicus verstand heeft van de praktijk wanneer deze daarover moet adviseren. Veel lastechnici kunnen daarom zelf ook lassen omdat ze dit op een opleiding hebben gehad of omdat ze als lasser zijn begonnen en zijn doorgegroeid naar MLT. Toch zullen ze zelf in de praktijk nauwelijks lasverbindingen maken. Dit wordt meestal gedaan door gecertificeerde lassers. Na verloop van tijd kan de lastechnicus het lasser wat verleren. Door zijn of haar praktijkkennis uit het verleden kan de lastechnicus wel goed de praktische kant van het lassen doorgronden. Dit is belangrijk bij het beschrijven van een WPS en het adviseren van lassers.

Wat is een proeflas en waarvoor wordt deze las gemaakt?

De kwaliteit van lassen is belangrijk. Niet alleen bedrijven moeten kunnen aantonen dat de conform de normen lassen, ook lassers zelf dienen dit aan te kunnen tonen. Een bedrijf moet haar lasmethodes kwalificeren. Dit wordt de lasmethodekwalificatie genoemd. Elk lasproces dat binnen een bedrijf conform bepaalde normen moet worden uitgevoerd zal gekwalificeerd moeten worden. De lasmethodekwalificatie is daardoor een belangrijk proces dat binnen een bedrijf wordt uitgevoerd. De uitkomst van deze kwalificatie heeft invloed op de projecten die binnen het bedrijf mogen worden uitgevoerd en de producten die worden gemaakt. Bij elk product of project waarvoor gelast moet worden is een beschrijving aanwezig. Deze beschrijving is de lasmethodebeschrijving of in het Engels de Welding Procedure Specification. In deze beschrijving staat duidelijk omschreven hoe een las gemaakt moet worden en onder welke normen dat dient te gebeuren.

Certificaten en kwalificaties en de kwaliteit van lasmethodes
De kwaliteit van lasmethodes moet worden aangetoond. Het is echter niet efficiënt om elk gelaste product of machine te testen op de laskwaliteit. Het testen van een las kost namelijk veel tijd en daarnaast worden de testen ook in speciale testlaboratoriums gedaan. Verder worden veel proeven en testen destructief gedaan. Daarbij wordt onder andere gebruik gemaakt van een trekproef. Hierbij worden delen van het werkstuk uit elkaar getrokken om te kijken waar de scheur in het werkstuk ontstaat. Als de las beduidend eerder scheurt dan de rest van het werkstuk wordt het werkstuk over het algemeen afgekeurd.  Een andere vorm van destructief onderzoek is het doorzagen van de las. Hierbij wordt gekeken of er geen insluitingen of openingen in de las aanwezig zijn. Een destructief onderzoek leid tot de vernietiging van het werkstuk, daarom kan men niet elk gelast product destructief testen.

De lasmethodekwalificatie is hiervoor een geschikte oplossing. Dit is een schriftelijk document waarin is beschreven welke lasmethode gekwalificeerd is. Met de lasmethodekwalificatie kan een bedrijf aantonen dat ze het beschreven lasproces conform de normen uitvoert. Lassers die in het bedrijf werkzaam zijn moeten echter ook kunnen aantonen dat ze conform de normen kunnen en mogen lassen. Daarvoor moeten lassers ook gekwalificeerd worden. Een gekwalificeerde lasser ontvangt een lascertificaat. Met dit lascertificaat kan de lasser aantonen dat hij of zij een bepaalde lastmethode conform de normen uit mag voeren.

Proeflassen voor de lasmethodekwalificatie en lasser kwalificatie
Voordat een lastmethode daadwerkelijk gekwalificeerd wordt dient in het bedrijf dat de kwalificatie heeft aangevraagd een proeflas te worden gemaakt. Doormiddel van een proeflas kan het bedrijf aantonen of het bedrijf op het gewenste niveau last. Dit gewenste niveau is beschreven in de lasnormen. De lasnormen kunnen zowel Europees zijn (EN) als Amerikaans (ASME).

Ook de lasser dient voor zijn of haar certificering gekwalificeerd te worden. Daarvoor moet de lasser zelf een proeflas maken. Dit kan op het bedrijf zelf maar het mag ook bij een erkend opleidingsinstituut gedaan worden waar lasopleidingen worden gegeven.

Hoe wordt een proeflas gemaakt?
Een proeflas moet door een lasser worden gemaakt. Het maakt daarbij niet uit of het om een lasmethodekwalificatie gaat of een lasser kwalificatie, in beide gevallen moet de lasser zelf de proeflas maken. Om er zeker van te zijn dat een lasser zelf de las maakt is er een getuige aanwezig van een onafhankelijk instituut.

De lasser dient zelf zijn of haar laswerkzaamheden voor te bereiden. Daarbij moet de lasser zelf de voorgeschreven lasnaad aanbrengen. Ook dient de lasser zelf het lastoestel in te stellen zodat op de gewenste stroomsterkte wordt gelast. Als voorverwarming van de plaat is voorgeschreven moet de lasser er voor zorgen dat de gewenste voorverwarmtemperatuur wordt bereikt. Deze temperatuur wordt ook gemeten. Als deze voorbereidingen goed zijn uitgevoerd mag de lasser de daadwerkelijke las aanbrengen met de voorgeschreven lasdraad en het voorgeschreven lasproces bijvoorbeeld MIG/MAG, BMBE of TIG- lassen.

De onafhankelijke getuige ziet er op toe dat alle handelingen van de lasser conform de voorgeschreven normen worden uitgevoerd. Als dit het geval en de lasmethode is afgerond wordt de las vervolgens gekeurd door een eveneens onafhankelijk onderzoek- of testlaboratorium. De uitslag van dit laboratorium is bepalend voor het verstrekken van een lasmethodekwalificatie of een lasser certificaat.

Wat is gecertificeerd lassen en wat houdt lassen op certificaat in?

Gecertificeerd lassen wordt steeds belangrijker in Nederland en Europa. De kwaliteitseisen voor lassen worden vastgelegd in Normen. Deze normen kunnen zowel Europees zijn als Amerikaans. Producten die in Europa op de vaste wal worden gebruikt of geplaatst vallen meestal onder de Europese Normen (EN). In de offshore zoals de scheepsbouw en boorplatformen wordt vooral gelast onder de Amerikaanse normering deze heeft een ASME-code. De normering waaronder gelast wordt is van groot belang voor een bedrijf. Een bedrijf dient te kunnen aantonen dat gelast wordt onder een bepaalde normering en dat het bedrijf daarvoor gekwalificeerd is. Daarom moeten bedrijven hun lasmethodes kwalificeren.

Het kwalificeren van lasmethodes
Een bedrijf moet haar lasmethodes laten kwalificeren door een onafhankelijk instituut. Dit instituut bezoekt het bedrijf dat haar lasmethodes wil laten kwalificeren. Onder toezicht van een afgevaardigde van het onafhankelijk instituut dient een ervaren lasser van het bedrijf aan te kunnen tonen dat ze de las conform de gewenste normering kunnen maken. Deze las wordt vervolgens visueel beoordeeld. Daarna wordt de las ook nog getest conform de voorschriften van de norm. Het testen van de las kan destructief gebeuren en niet destructief. Een combinatie tussen deze twee onderzoeksmethodes is ook mogelijk. Niet destructief onderzoek wordt vooral gedaan met röntgenfoto’s of geluidsgolven. Destructief onderzoek wordt vooral gedaan doormiddel van trekproeven of het doorzagen van de las.

Als het onderzoek een positieve uitslag heeft krijgt het bedrijf bericht dat de lasmethode is gekwalificeerd. Dit zorgt er voor dat binnen het bedrijf onder de desbetreffende lasmethode gelast mag worden. Het proces van het kwalificeren van lasmethodes wordt lasmethodekwalificatie genoemd.

De Lasmethode Beschrijving of Welding Procedure Specification
De lasmethodekwalificatie is een ‘moederdocument’ voor de lasmethode beschrijving. De lasmethode beschrijving wordt in het Engels ook wel Welding Procedure Specification genoemd. Dit document hoort bij een bepaald project of object/ werkstuk dat gelast moet worden. In de lasmethodebeschrijving staat alle informatie die de lasser nodig heeft om de las te kunnen maken. Hierin is onder andere aangeven welk lasproces gehanteerd dient te worden. Er zijn zeer veel verschillende lasprocessen, MIG/MAG, TIG en BMBE –lassen zijn veelvoorkomende lasprocessen. Daarnaast is er ook een grote diversiteit aan toevoegmaterialen. Dit kan poeder gevulde draad  zijn of massieve draad. Ook de bekleding van de elektrodes van BMBE-lassen kan sterk verschillen.

Verder wordt uiteraard aangeven welke metaalsoort gelast dient te worden en welke materiaaldikte deze heeft. De eventuele A-hoogte is aangeven en ook het type naad is voor de lasser duidelijk in de lasmethodebeschrijving aangegeven. Bekende lasnaden zijn de V-naad, X-naad, K-naad, I-naad en de stompe lasnaad. Het is belangrijk dat de lasser gekwalificeerd is om de lassen te maken die in de lasmethodebeschrijving zijn aangegeven daarom moeten lassers gecertificeerd of gekwalificeerd worden.

Hoe wordt een lasser gecertificeerd of gekwalificeerd?
Een lasser wordt gekwalificeerd of gecertificeerd doormiddel van een proeflas op een werkstuk. De lasser maakt onder toezicht van een onafhankelijke getuige een proeflas conform de lasmethodekwalificatie die binnen het desbetreffende bedrijf van toepassing is. Vervolgens wordt de las visueel beoordeeld en daarna verder onderzocht in een onderzoekslaboratorium. Als deze resultaten positief zijn ontvang de lasser een lascertificaat die op zijn of haar naam komt te staan. het lascertificaat is in tegenstelling tot de lasmethodekwalificatie niet onbeperkt ‘houdbaar’. Een lasser dient elk jaar opnieuw aan te tonen dat hij of zij nog op het aangegeven niveau kan lassen. Daarvoor moet een proefstuk worden gemaakt of een werkstuk gelast onder toezicht van een lastechnicus. Indien dit positief wordt beoordeeld ontvangt de lasser een stempel op de stempelkaart die hoort bij het lascertificaat. Vervolgens mag de lasser weer een half jaar op het certificaat lassen.

Gecertificeerd lassen is specialisme
Lassen op certificaat is niet eenvoudig. Over het algemeen worden de beste lassers gecertificeerd of gekwalificeerd. De lasser kan met zijn of haar geldige lascertificaat aantonen dat hij of zij kan lassen conform de normen die op het certificaat zijn vermeld. Een lascertificaat toont daarmee het specialisme aan van de lasser. Dit specialisme vergroot de meerwaarde van de lasser voor een bedrijf. Dit is een belangrijk voordeel. Een nadeel is echter dat een bedrijf de lasser meestal op alle laswerkzaamheden in zal zetten waarvoor de lasser gecertificeerd is. De lasser is daardoor een weliswaar een specialist maar kan dat ook als belemmering ervaren met betrekking tot de diversiteit in de werkzaamheden.

Gecertificeerde lassers zijn voor een bedrijf waardevol. Veel bedrijven willen gecertificeerde lassers aan hun bedrijf binden door de lascertificaten niet aan de lasser mee te geven maar in hun eigen administratie te bewaren. Als de lasser vertrekt uit het bedrijf krijgen ze dan meestal niet de lascertificaten mee. Daardoor is de meerwaarde van de lasser op de arbeidsmarkt minder groot. Een lascertificaat moet namelijk altijd aangetoond kunnen worden. Als de lasser zijn lascertificaat niet kan aantonen, kunnen bedrijven niet verifiëren of iemand echt daadwerkelijk op certificaat mag lassen. Een lasser zal in dat geval opnieuw gekwalificeerd moeten worden.

Wat is het verband tussen een lasmethodekwalificatie, lasmethodebeschrijving en de lasser kwalificatie

De kwaliteitseisen voor Europese producten wordt steeds strenger. Doormiddel van normeringen is vastgelegd aan welke eisen producten die in Europese bedrijven worden gemaakt moeten voldoen. Deze normen zijn er niet voor niets. Normen zorgen er voor dat bedrijven garant kunnen staan voor kwaliteit en veiligheid. Dit is belangrijk voor de consumenten en de werknemers die binnen een bedrijf werkzaam zijn. Daarnaast zorgt aantoonbare kwaliteit er voor dat de Europese producten op de wereldmarkt aantrekkelijker worden voor potentiële afnemers. De afnemers weten namelijk wat ze van de producten mogen verwachten. De concurrentiepositie van bedrijven wordt door de invoering en standaardisering van normen verbeterd.

In de metaaltechniek en de werktuigbouwkunde is veel aandacht voor normeringen. Met name op het gebied van lasverbindingen wordt veel aandacht besteed aan kwaliteitseisen. Een las is een niet-uitneembare verbinding, daarom moet een las goed aangebracht worden. Als de lasverbindingen van staalconstructies en machines niet goed zijn gemaakt kunnen de gevolgen zeer ernstig zijn. Daarom moeten bedrijven er voor zorgen dat ze hun lasmethodes gekwalificeerd hebben. Ook de lasmethodes dienen per project/ object duidelijk te zijn beschreven. verder dienen de lassers gekwalificeerd te zijn om de lassen te maken die in de lasmethodebeschrijving zijn aangegeven.

Wat is een lasmethodekwalificatie LMK?
Binnen de meeste bedrijven in de werktuigbouwkunde of metaaltechniek worden verschillende lasmethodes uitgevoerd. De verschillen tussen de lasmethodes hebben onder andere te maken met het verschil in lasprocessen zoals bijvoorbeeld TG, MIG/MAG en BMBE- lassen. Verder verschillend de materiaaldiktes en lasposities binnen een bedrijf. Ook de toevoegdraad en het al of niet voorverwarmen van de platen is van belang voor de lasmethode.

Een bedrijf die conform de normen producten produceert moet kunnen aantonen dat elke lasmethode is getoetst door een onafhankelijke instantie. Deze toetsing wordt ook wel kwalificatie genoemd. Binnen een bedrijf moet elke lasmethode gekwalificeerd zijn. Een lasmethodekwalificatie kan echter wel meerde lasposities dekken. Wanneer een las bijvoorbeeld op positie G6 of HL-45 (lassen van buis onder hoek van 45 graden) is gelast zijn de eenvoudiger lasposities daarmee gedekt, behalve de posities waarbij de lastoorts een neergaande beweging moet maken.

Wat is Lasmethodebeschrijving  LMB of een Welding Procedure Specification WPS?
Vanuit de lasmethodekwalificaties kunnen verschillende lasmethodebeschrijvingen worden gemaakt. Deze lasmethodebeschrijvingen worden ook wel afgekort met LMB. In het Engels wordt een lasmethodebeschrijving ook wel Welding Procedure Specification genoemd, dit wordt afgekort met WPS. Een lasmethodebeschrijving is niet hetzelfde als een lasmethodekwalificatie. De lasmethodebeschrijving komt echter uit de lasmethodekwalificatie voort. De lasmethodekwalificatie kan als ‘moederdocument’ worden beschouwd waar de lasmethodebeschrijving als ‘dochterdocument’ aan verbonden is.

De lasmethodebeschrijving bevat informatie die de lasser nodig heeft om de las conform de normen te maken. hierin is onder andere aangegeven welk lasproces door de lasser uitgevoerd dient te worden. dit kan bijvoorbeeld MIG/MAG of TIG-lassen zijn. Ook BMBE – lassen komt regelmatig voor. Verder zijn er nog diverse andere lasmethodes die in een lasmethodebeschrijving of WPS kunnen worden aangegeven.

De lasmethode die gebruikt wordt heeft onder andere te maken met het soort metaal dat gelast moet worden en de dikte van de plaat. Daarbij is ook de toevoegdraad van belang. Verder is in de lasmethodebeschrijving of het WPS aangegeven welke lasnaad aangebracht dient te worden. Dit kunnen bijvoorbeeld een X-naad, V-naad, K-naad of andere lasnaden zijn. Soms is één laslaag niet voldoende en dienen er meerdere laslagen of zogenoemde ‘snoeren’ aangebracht te worden. Dit is ook beschreven in de WPS of de lasmethodebeschrijving. Verder is aangegeven of de platen die gelast moeten worden ook voorverwarmd moeten worden of niet.

Een lasmethodebeschrijving of een WPS is gebonden aan een object of project dit in tegenstelling tot een lasmethodekwalificatie die bedrijfsgebonden is.

Wat is een lasser kwalificatie?
Lassers dienen zich te houden aan het WPS of de lasmethodebeschrijving die hoort bij het project of werkstuk dat ze moeten lassen. Men dient er echter zeker van te zijn dat de lasser onder de normen kan lassen die in de lasmethodebeschrijving zijn beschreven. Daarom moeten lassers gekwalificeerd worden en een Lasser Kwalificatie (LK) behalen. Deze kwalificatie wordt in het Engels aangeduid met Welder Preformance Qualifications (WPQ), ook de term Welders Qualification (WQ) wordt gebruikt.

Tijdens de kwalificering van een lasser dient de desbetreffende lasser een proeflas te leggen conform de lasmethodekwalificatie die bij het bedrijf gehanteerd wordt. Deze proeflas mag alleen door de lasser zelf worden gemaakt. Om er zeker van te zijn dat de lasser de las daadwerkelijk zelf legt is er een onafhankelijke getuige aanwezig. Deze getuige wordt ook wel aangeduid met de Engelse term ‘witness’. De witness controleert of de lasser het lasproces uitvoert volgens de normen en richtlijnen.

Nadat de lasser de proeflas heeft gelegd wordt deze visueel gekeurd. De las wordt bekeken en er wordt beoordeeld of de las er in eerste instantie goed uitziet, er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van randinkarteling of weggezakte lassen. Nadat de visuele inspectie of visuele beoordeling succesvol is verlopen wordt het werkstuk naar een keuringslaboratorium gestuurd.

In het keuringslaboratorium wordt de proeflas verder onderzocht op verborgen gebreken. Deze verborgen gebreken kunnen onder andere naar boven komen bij een niet-destructief onderzoek. Een niet-destructief onderzoek kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. Hierbij kan gedacht worden aan röntgenfoto’s en geluidsgolven. Een onderzoek kan ook destructief worden uitgevoerd. Hierbij wordt het werkstuk vernietigd. Voorbeelden van een destructief onderzoek zijn een trekproef en het doorzagen van een las.

Als de proeven succesvol zijn uitgevoerd krijgt de lasser een certificaat waarop is aangegeven onder welke kwalificatie de lasser mag lassen. Een lasser kwalificatie is in tegenstelling tot een lasmethodekwalificatie beperkt houdbaar. Dit houdt in dat de lasser binnen een half jaar doormiddel van een stempel moet kunnen aantonen dat hij of zij een werkstuk heeft gemaakt onder de zelfde normen die in het lascertificaat zijn beschreven. Als dit niet meer gebeurd is het lascertificaat na een half jaar niet meer geldig.

Lasmethodekwalificatie, de lasmethodebeschrijving en de lasser kwalificatie
Bovengenoemde documenten zijn allemaal aan elkaar verbonden. De lasmethodekwalificatie is bedrijfsgebonden. De verschillende lasmethodekwalificaties zorgen er voor dat in het bedrijf bepaalde lasmethodes uitgevoerd mogen worden. Deze lasmethodes zijn beschreven in een WPS of lasmethodebeschrijving die gekoppeld is aan een project of werkstuk. Een lasser moet een geldige lasser kwalificatie hebben die hoort bij de lasmethode. Indien dit het geval is mag de lasser aan het desbetreffende project werken. Als er geen geldige lasser kwalificatie kan worden aangetoond mag de lasser niet aan het werkstuk werken.

Wat is een lasmethodekwalificatie en waarvoor is een lasmethodekwalificatie LMK nodig?

Een lasmethodekwalificatie wordt ook wel afgekort met LMK. Het is een rapport over de beproeving van een bepaalde las. In het Engels wordt een lasmethodekwalificatie een ‘Procedure Qualification Record’ genoemd, deze wordt afgekort met PQR. Een lasmethodekwalificatie is nodig voor elke nieuwe lasmethode die wordt toegepast in een bedrijf. De lassen die in een bedrijf worden aangebracht verschillen echter. Er kan worden gebruik gemaakt van bijvoorbeeld een hoeklas of er kunnen buizen rondom worden gelast. Verder is er een grote diversiteit aan lasnaden die door de lasser gevuld kunnen worden. Veelvoorkomende voorbeelden hiervan zijn de V-naad, de K-naad en de X-naad. Ook de metaalsoorten verschillen. Zo kunnen binnen een bedrijf verschillende metalen worden gelast zoals bijvoorbeeld roestvaststaal, koolstofstaal en aluminium.

Waarom een lasmethodekwalificatie?
Het is belangrijk dat in een bedrijf de lassen worden gemaakt conform de geldende normering. Daarom moeten lasmethodes gekwalificeerd worden. Elk bedrijf dient voor elke lasmethode die binnen het bedrijf uitgevoerd wordt gekwalificeerd te worden. Door deze lasmethodekwalificatie kunnen klanten of afnemers van het bedrijf er zeker van zijn dat de gelaste constructies of halffabricaten aan de gestelde normen voldoen. Deze normen worden steeds belangrijker. De kwaliteit van Europese producten moet gewaarborgd zijn. Dit zorgt voor een versteviging van de concurrentiepositie ten opzichte van opkomende economieën die lagere productiekosten hebben en meestal ook minder goede kwaliteit leveren. Verder eisen verzekeringsmaatschappijen dat constructies voldoen aan kwaliteitseisen. De basis voor deze kwaliteitseisen is het beschrijven en kwalificeren van lasmethodes. Daarom is een lasmethodekwalificatie niet alleen belangrijk, het is ook in veel gevallen verplicht.

Procedure lasmethodekwalificatie
Deze lasmethode dient door een onafhankelijke deskundige te worden beoordeeld. De onafhankelijke deskundige bezoekt hiervoor het bedrijf dat een bepaalde lasmethode wil kwalificeren. Onder toezicht van de deskundige wordt vervolgens de desbetreffende las door een lasser van het bedrijf gemaakt conform de procedure die gekwalificeerd dient te worden. Nadat de las is gemaakt wordt de las onderzocht. Het onderzoeken van een las wordt zowel destructief als niet-destructief  (NDO) gedaan door een expert. Niet-destructief onderzoek houdt in dat het werkstuk heel blijft en doormiddel van bijvoorbeeld röntgenfoto’s of geluidsgolven wordt gekeurd. Destructief onderzoek houdt in dat het werkstuk wordt vernietigd tijdens de proef. Zo kan tijdens destructief onderzoek het werkstuk doormidden worden gezaagd of uitelkaar worden getrokken,  waardoor het werkstuk na de proef niet meer bruikbaar is. Door deze proeven wordt duidelijk of de beproefde lasmethode aan de gestelde normen voldoet. De lasmethodekwalificatie wordt toegevoegd als bijlage bij de lasprocedure. Er wordt niet voor elk project een nieuwe lasmethodekwalificatie gemaakt. Als binnen het bedrijf precies dezelfde las gemaakt moet worden als in de kwalificatie is beschreven hoeft men de lasmethode niet opnieuw te kwalificeren.

Lasmethodekwalificatie en Lasmethodebeschrijving
Een lasmethodekwalificatie (LMK) is niet hetzelfde als een lasmethodebeschrijving. Een LMK is een bedrijfsgebonden kwalificatie. Dit houdt in dat een bedrijf met een LMK kan aantonen dat het bedrijf de in het LMK beschreven lasmethode conform de normen mag uitvoeren. Een LMK is niet alleen gebonden aan een bepaald bedrijf, de LMK is namelijk ook verbonden aan de specifieke normen waaronder de lasmethode is gekwalificeerd. Op dit moment hebben lasmethodekwalificaties een vrijwel onbeperkte ‘houdbaarheidsdatum’. Dit houdt in dat de LMK niet kan verjaren. De Europese wet- en regelgeving verandert echter voortdurend. In de meeste gevallen zorgen deze veranderingen er voor dat de kwaliteitseisen worden verscherpt. Daarom is het niet ondenkbaar dat lasmethodekwalificaties in de toekomst wel een beperkte ‘houdbaarheidsdatum’ krijgen. Dit houdt in dat bedrijven regelmatig moeten bewijzen dat de nog aan de gestelde normen in de lasmethodekwalificaties voldoen.

Een lasmethodebeschrijving is, zoals eerder genoemd, wat anders dan een lasmethodekwalificatie. Een lasmethodebeschrijving (LMB)wordt ook wel in het Engels aangeduid met Welding Procedure Specification (WPS). In tegenstelling tot een LMK is een LMB project specifiek. Dit houdt in dat een LMB (of WPS) een beschrijving is die verbonden is aan een specifiek object dat gelast moet worden. De LMB is een beschrijving van de wijze waarom de las gemaakt dient te worden door de lasser. Daarbij komen alle factoren aan de orde die invloed hebben op het lasproces en de kwaliteit daarvan. Hierbij kan gedacht worden aan de materiaaldikte, de materiaalsoort en de toevoegdraad. Daarnaast is ook in een LMB beschreven welke naad gelast moet worden en of het materiaal voorverwarmd dient te worden of niet. De laspositie(s) zijn eveneens in de LMB beschreven evenals, uiteraard, het lasproces zelf zoals bijvoorbeeld: MIG/MAG, TIG of BMBE lassen. De lasser dient zich aan de richtlijnen van de LMB of het WPS te houden. De LMB en het WPS zijn afgeleid van de lasmethodekwalificaties die het bedrijf heeft.

Lasmethodekwalificatie en Lasser Kwalificatie
De las die in de lasmethodebeschrijving is beschreven moet uiteraard ook door een lasser gemaakt worden die gekwalificeerd is om de desbetreffende las te maken. Een lasser wordt daarvoor gekwalificeerd. Dit wordt in het Nederlands ook wel een Lasser Kwalificatie genoemd (LK), in het Engels wordt dit aangeduid met de afkorting WPQ dat staat voor ‘Welder Preformance Qualifications’. Een andere Engelse afkorting die wordt gebruikt is WQ dat voluit geschreven wordt als ‘Welders Qualification’.  De lasser wordt doormiddel van de Lasser Kwalificatie beproeft doormiddel van een proeflas. De proeflas die de lasser maakt is beschreven in de lasmethodekwalificatie die aan het bedrijf gebonden is. Een lasser kan met de Lasser Kwalificatie aantonen dat hij of zij kan lassen conform de lasmethodekwalificatie van het bedrijf.

De proeflas dient door de lasser zelf te worden gemaakt conform de beschrijving uit de LMK. Hierbij is een onafhankelijke ‘getuige’ aanwezig, deze wordt ook wel in het Engels aangeduid met ‘witness’. De witness is van een onafhankelijk instituut en is goed onderlegd op lasgebied. Hij of zij ziet er op toe dat de lasser echt zelfstandig de las aanbrengt conform de LMK. Na dit bevestigt te hebben dient de proeflas te worden getest. Deze wijze waarop de proeflas getest wordt is eveneens omschreven in het LMK. De test kan zowel niet-destructief als destructief worden gedaan. Als de proef of proeven op het gelaste werkstuk succesvol zijn verlopen wordt de lasser gekwalificeerd. Lassers die gekwalificeerd zijn om een bepaalde las te maken worden ook wel gecertificeerde lassers genoemd. In tegenstelling tot de lasmethodekwalificatie heeft de Lasser Kwalificatie wel een beperkte houdbaarheidsdatum. Op een stempellijst moet de lasser elk half jaar aantonen dat hij of zij nog aan de gestelde normen van de lasmethodekwalificatie voldoet.