Wat is een fillet weld en waar wordt deze toegepast?

Een ‘fillet weld’ is een Engelse aanduiding die meestal wordt vertaald met een hoeklas. Door de ASME wordt deze letter gehanteerd als aanduiding voor hoeklassen. Deze hoeklassen worden op een lascertificaat, lasmethodebeschrijving of welding procedure specification aangeduid met de letter ‘F’.

Wat is een hoeklas?
Men spreekt van een hoeklas als twee metalen vlakken loodrecht op elkaar worden verbonden doormiddel van een las. Hierbij kan ook sprake zijn van een zogenoemde T-verbinding. In dat geval worden meestal twee hoeklassen aangebracht. Dit dient zorgvuldig te gebeuren omdat een te grote warmte inbreng aan een bepaalde zijde van de T-verbinding er voor zorgt dat er aan de enen kant een scherpe hoek ontstaat en aan de andere kant juist een stompe hoek, kortom het materiaal trekt krom. Er zijn echter meerdere aandachtspunten waaraan gedacht moet worden voordat men een hoeklas gaat maken.

Aandachtspunten voor hoeklassen
Een las is een onuitneembare verbinding waarbij het basismateriaal doormiddel van een hoge temperatuur gesmolten wordt en er eventueel gebruik wordt gemaakt van toevoegmateriaal. Na uitharding van het zogenoemde smeltbad ontstaat een stevige verbinding. Als een hoeklas verkeerd wordt aangebracht zal deze met geweld uit elkaar moeten worden gehaald. Dit kan doormiddel van bijvoorbeeld gutsen, slijpen, zagen of slijpen. Dit vergt allemaal heel veel werk en daarnaast wordt het materiaal van het werkstuk meestal ernstig beschadigd. Daarom is het belangrijk dat een lasser een hoeklas op de juiste manier maakt met conform de welding procedure specification of de lasmethodebeschrijving.

Soorten hoeklassen
Er zijn verschillende soorten hoeklassen. Zo is er bijvoorbeeld ook een hoeklas uit de zij, deze wordt in het Engels aangeduid met side fillet welds. Bij hoeklassen heeft men het ook over binnenhoeklassen als de las aan de binnenzijde van de hoek wordt gelast. Een hoeklas kan ook worden gestapeld. Hierbij wordt een las in opgaande beweging omhoog aangebracht. Bij het maken van een hoeklas wordt naast de specifieke positie ook gekeken naar het lasproces zelf. Dit kan bijvoorbeeld MIG/Mag, TIG of met beklede elektrode (BMBE) lassen zijn.

Lastoevoegmateriaal
Verder is ook het toevoegmateriaal van belang. Dit toevoegmateriaal is gerelateerd aan het lasproces en het materiaal waaruit het werkstuk bestaat. Als met al deze factoren goed rekening wordt gehouden wordt een goede hoeklas of fillet weld gemaakt.

Welke lasverbindingen worden gebruikt in de werktuigbouwkunde?

Lasverbindingen zijn verbindingen die niet uitneembaar zijn. Dat houdt in dat een lasverbinding, in tegenstelling tot een schroefverbinding, niet zonder geweld uit elkaar kan worden gehaald. Een lasverbinding dient daarom professioneel te worden gemaakt door een ervaren lasser. In een Lasmethodebeschrijving LMB of Welding Procedure Specification WPS is aangegeven hoe een las gemaakt dient te worden. Hierin is aangegeven welk lasproces gebruikt moet worden. Dit kan bijvoorbeeld MIG/MAG, TIG of BMBE lassen zijn. Naast deze lasprocessen zijn er nog vele andere lasprocessen die door een lasser gebruikt kunnen worden voor het maken van een las. In een WPS of LMB is tevens beschreven in welke positie de las moet worden gemaakt en welk toevoegmateriaal (lasdraad) moet worden gebruikt. Verder staat in een WPS ook de soort lasverbinding die moet worden gemaakt.

Verschillende lasverbindingen
Er zijn verschillende lasverbindingen die gemaakt kunnen worden door een lasser. De lasverbindingen zijn verdeeld in een aantal verschillende hoofdgroepen. Deze hoofdgroepen zijn:

  • Stuiklas. Deze las wordt ook wel een kopse las genoemd. Deze las wordt zeer veel gebruikt in de werktuigbouwkunde
  • Overlaplas. De overlaplas wordt gebruikt om twee metalen platen die over elkaar heen geschoven zijn aan elkaar te lassen.
  • Oplas. Deze las is een bijzondere las die onder andere wordt gebruikt voor het repareren van bepaalde machineonderdelen en andere werkstukken die zijn afgesleten. Doormiddel van oplassen worden nieuwe laslagen aangebracht over het versleten object zodat het object zijn oorspronkelijke vorm of diameter weer krijgt. Vaak wordt in dat geval het desbetreffende object door een verspaner op de exacte diameter verspaand. Oplassen wordt overigens ook gebruik voor het aanbrengen van een slijtvaste laag op objecten van metaal.
  • T-las. Bij de T-las wordt een plaat met de kopse kant haaks tegen een andere plaat aangelast. De positie van de plaat die met de kopse kant tegen een andere plaat aan wordt gedrukt is zodanig dat aan de bovenzijde een ‘T’ vorm ontstaat.
  • Hoeklas. De hoeklas wordt in de werktuigbouwkunde ook veel gebruikt. Hierbij wordt ook een plaat met de kopse kant tegen een andere plaat aangelast. In tegenstelling tot een T-las ziet men aan de bovenkant niet een T-vorm maar een L vorm of een V-vorm.  De basisplaat waar de tweede plaat tegenaan wordt gelast steekt niet aan twee kanten uit zoals bij een T-las het geval is. In plaats daarvan steekt de basisplaat maar aan één kant uit. Er wordt onderscheid gemaakt tussen en binnenhoeklas en een buithoeklas.
  • Flenslas. Bij een flenslas worden de twee flensen van platen aan elkaar gelast. Een flens aan een plaat kan ontstaan wanneer men de plaat in een hoek van 90 graden buigt. De opstaande rand die dan ontstaat noemt men een flens. Als men de opstaande randen van twee platen tegen elkaar aan drukt en vervolgens een las maakt over de lengte van de flensen maakt men in feite een flenslas.

De lasverbindingen die worden gebruikt zijn afhankelijk van het materiaal dat gelast moet worden en de lastechniek die gebruikt wordt. Daarnaast zijn uiteraard ook de constructie en materiaaldikte van invloed op de lasverbinding die gekozen wordt. Er zijn lastechnieken die voor een specifieke verbindingsvorm worden gebruikt. Daarnaast zijn er ook lastechnieken die voor verschillende verbindingsvormen gebruikt kunnen worden. Een middelbaar lastechnicus kan adviseren op het gebied van de juiste lastechniek. De kennis van een lastechnicus is van belang bij het opstellen van een WPS of een LMB.

Metallurgie en lasverbindingen
Bij het bepalen van een lasmethode kan ook de hulp van en metallurg worden ingeschakeld. Een metallurg heeft een opleiding gevolgd op het gebied van metallurgie. Daardoor heeft deze specialist verstand van de samenstelling en eigenschappen van metalen en legeringen die gebaseerd zijn op metalen. Door deze kennis kan een metallurg goed aangeven welke metalen juist wel of juist niet geschikt zijn voor een bepaalde toepassing. Over het algemeen is bij de meeste bedrijven in de werktuigbouwkunde goed bekend welke eigenschappen de metalen hebben die worden gebruikt. deze eigenschappen kunnen bij de inkoop van metalen worden opgevraagd.