Wat is een zuivellas?

De term zuivellas hoor je soms voorbij komen in de zuivelindustrie. Feitelijk bestaat er geen zuivellas omdat men zuivel en zuivelproducten eenvoudigweg niet kan lassen. Met een zuivellas bedoelt men over het algemeen een lasverbinding in een installatie of zuivelleiding. Een zuivelleiding is een leiding die gemaakt is van corrosievast metaal zoals roestvaststaal (RVS). Deze leidingen kan men op verschillende manieren aan elkaar verbinden. De verbindingsmethoden van leidingen kan men opdelen in uitneembare verbindingen en niet-uitneembare verbindingen. Een uitneembare verbinding van zuivelleidingen komt tot stand door gebruik te maken van zogenoemde zuivelkoppelingen. Een niet-uitneembare verbinding komt tot stand doormiddel van een lasverbinding. Aan lasverbindingen in de zuivelindustrie zijn zeer strenge eisen verbonden. Dit heeft te maken met het feit dat men in de zuivelindustrie voedsel produceert. In de volgende alinea kan men meer lezen over de zuivelindustrie.

Zuivelindustrie
In de zuivelindustrie produceert men zuivelproducten. De basis voor deze zuivelproducten is meestal koeienmelk. Melk kan bederven en daarom zal men er in de zuivelindustrie alles aan doen om de melk en melkproducten zo veilig mogelijk te verwerken. Op die manier kan de voedselveiligheid worden gewaarborgd en kan men bovendien kwalitatief hoogwaardige producten produceren. De zuivelindustrie van Nederland behoort tot de beste zuivelindustrieën ter wereld.

Het feit dat Nederlandse zuivel hoog aangeschreven staat in de wereld vereist wat van de technologie die wordt aangewend om zuivelproducten te produceren. Men moet voortdurend op zoek naar technologische oplossingen om zuivel beter, sneller en kwalitatief hoogwaardiger te verwerken. De machines en leidingen die daarbij worden gebruikt moeten aan een hoge kwaliteit voldoen. Ook de verbindingen die men daarbij aanbrengt moet aan bepaalde eisen voldoen. Een voorbeeld van deze verbindingen is de zuivellas. Daarover is in de volgende alinea meer informatie weergegeven.

Zuivellas
Een zuivellas is een las die aan een aantal eisen voldoet. Deze eisen houden niet alleen verband met de mechanische belastbaarheid van de las. Een zuivellas moet dusdanig worden aangebracht dat men er vanuit kan gaan dat deze een onderdeel kan vormen van een hygiënische installatie. De leidingen die men in de zuivelindustrie toepast zijn meestal gemaakt van roestvaststaal (RVS). Dit materiaal is corrosievast en dat houdt in dat de leidingen niet roesten. Hierdoor wordt vervuiling van de melk en melkproducten voorkomen.

Als er las in deze zuivelleidingen wordt aangebracht moet dat op dusdanige wijze gebeuren dat de zuivelleiding goed dicht is. Daarnaast moet de zuivellas een perfecte doorlas hebben. Dit houdt in dat de las goed moet vloeien aan de binnenkant van de leiding. De zuivel die door de leiding heen stroomt moet niet achter een opstaande rand achterblijven omdat daar bacteriën kunnen ontstaan. Een zuivelleiding moet daarom lasverbindingen bevatten die aan de binnenkant geen opstaande rand bevatten of gaatjes waarin bacteriën zich kunnen ontwikkelen. Pas als een las aan deze eisen voldoet kan men spreken van een zuivellas.

Hoe wordt een zuivellas gemaakt?
Een zuivellas wordt gemaakt doormiddel van een TIG lastoestel. Hierbij wordt vanaf de laselektrode een elektrische boog gecreëerd tussen het werkstuk en de elektrode. Deze elektrische boog is zo heet dat de laskanten van de zuivelleidingen gaan smelten, hierdoor ontstaat een smeltbad. De lasser kan vervolgens een lastoegvoegmateriaal in het smeltbad aanbrengen waardoor het smeltbad wordt vergroot. Als het smeltbad is afgekoeld ontstaat een stevige lasverbinding die niet-uitneembaar is. Er worden ook wel zuivellassen aangebracht zonder gebruik te maken van lastoevoegmateriaal. Dit worden ook wel vloeilassen genoemd. Vloeilassen worden meestal aangebracht in zuivelleidingen met een geringe wanddikte.

Fotolassen in de zuiveltechniek
Men spreekt van fotolassen in de zuiveltechniek wanneer de lassen voldoen aan zeer strenge eisen en bovendien gekeurd zijn. Als de hoogste kwaliteitseisen van toepassing zijn kan men van de lasser verlangen dat hij of zij gecertificeerd is voor het maken van bepaalde lassen. Een gecertificeerd lasser ben je niet zomaar. Een lasser zal eerst onder toezicht van een getuige een las conform een lasmethode moeten aanbrengen in een werkstuk. De lasverbinding in het werkstuk wordt eerst meestal visueel gecontroleerd. Daarna wordt het werkstuk opgestuurd naar een speciaal testlaboratorium waar de las aan een aantal proeven wordt onderworpen. Dit kunnen zowel destructieve proeven zijn in een Destructief Onderzoek (DO) als niet-destructieve proeven in een Niet Destructief Onderzoek (NDO). Voorbeelden van een Niet Destructief Onderzoek zijn röntgenfoto’s en geluidsgolven. De eerste onderzoeksmethoden, röntgenfoto’s, wordt in de praktijk vaak gebruikt. Als de las deze proef goed heeft doorstaan kan men op fotoniveau lassen. Dit wordt ook wel fotolassen genoemd. Iemand die op fotoniveau lassen kan aanbrengen wordt ook wel een fotolasser genoemd.

 

Wat doet een zuivellasser?

Zuivellasser is een benaming die soms wordt gebruikt voor lassers die in de zuivelindustrie werken. Niet iedereen gebruikt de benaming ‘zuivellasser’ voor lassers die in deze industrie werkzaam zijn. Desondanks is het belangrijk om wel te weten wat men onder een zuivellasser verstaat wanneer men het over dit beroep of deze functie heeft. Pas wanneer men weet wat er van een zuivellasser verwacht wordt kan men een duidelijk functieprofiel voor dit beroep opstellen en kan men aan de hand daarvan sollicitanten selecteren die in aanmerking willen komen voor dit beroep.

Wat zijn zuivellassen

Voordat men een duidelijk beeld kan krijgen over het beroep zuivellasser zal men eerst een beeld moeten krijgen van zuivellassen. Men kan namelijk verwachten dat het maken van zogenoemde ‘zuivellassen’  tot de kerntaken zal behoren van de zuivellasser. In de zuivelindustrie produceert men zuivelproducten.  Dit zijn voedingsmiddelen die gefabriceerd worden van koeienmelk.

Omdat zuivelproducten tot de voedingsmiddelen van mensen behoren zijn de eisen die aan deze producten worden gesteld zeer streng. De voedselveiligheid is van groot belang. Daarom doet men er alles aan om zuivelproducten veilig te produceren.  Dit gebeurt in zuivelfabrieken. In deze fabrieken zijn veel leidingen aangebracht waardoor vloeibare zuivelproducten heen worden gepompt.  Deze zuivelleidingen zijn gemaakt van een corrosievast materiaal, zoals roestvaststaal (RVS). De zuivelleidingen worden op verschillende manieren aan elkaar verbonden. Dit verbinden noemt men ook wel fitten. Een uitneembare verbinding tussen leidingen kan tot stand worden gebracht doir gebruik te maken van zogenaamde zuivelkoppelingen. Een onuitneembare verbinding tussen zuivelleidingen komt tot stand doormiddel van een lasverbinding. Aan deze lasverbinding worden hoge eisen gesteld. De las moet geheel waterdicht en luchtdicht zijn. Daarnaast moet de las gelijkmatig zijn en aan de binnenkant van de leiding goed vloeien zodat er geen opstaande rand ontstaat en geen gaatjes.  Achter een opstaande rand kunnen zich namelijk bacteriën hechten. Daardoor zou de zuivelleiding vervuild kunnen worden waardoor de voedselveiligheid in het geding kan komen.

Hoe komt een zuivellas tot stand?

Een zuivellas wordt doormiddel van het TIG proces tot stand worden gebracht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een elektrische boog waarmee de laskanten van de leidingen onder hoge temperatuur tot smelten worden gebracht. De zuivellasser kan gebruik maken van lastoevoegmateriaal wat hij in het smeltband van het lasproces kan aanbrengen. Een ervaren zuivellasser kan echter ook zonder lastoevoegmateriaal zogenoemde vloeilassen aanbrengen. Dit zijn zeer smalle ondiepe lasverbindingen die eigenlijk alleen geschikt zijn voor dunwandige zuivelleidingen.

TIG lassen wordt gedaan met een inert beschermgas. Dit gas zorgt er voor dat het smeltbad is beschermd en de las niet wordt vervuild. Een zuivellas wordt meestal tussen zuivelleidingen aangebracht. Daarnaast kunnen ook bochten en T-stukken doormiddel van een zuivellas aan een zuivelleiding worden verbonden. Verder kan men zuivelkoppelingen vastlassen aan de uiteinden van zuivelleidingen. Hierdoor kan de zuivelleiding aan een andere zuivelleiding met zuivelkoppeling worden gefit. Een zuivellas wordt soms met een camera aan de binnenkant gecontroleerd om na te gaan of de doorlas van acceptabel niveau is om de leiding voor de zuivelindustrie te gebruiken. Het werk van een zuivellasser kan zo worden gecontroleerd.

Hoe wordt je een gecertificeerde zuivellasser

Een zuivellasser brengt de hiervoor genoemde lassen aan in zuivelleidingen. Daarvoor kan een lascertificaat vereist zijn. Dit lascertificaat is persoonsgebonden.  Op een lascertificaat is aangeven voor welk lasproces de lasser gecertificeerd is en onder welke positie hij of zij de las heeft aangebracht tijdens de lasproef. De lasproef wordt gedaan onder toezicht van een onafhankelijke getuige. Nadat de las conform de lasmethode is aangebracht wordt het werkstuk gecontroleerd in een testlaboratorium. Daar wordt de las meestal aan een aantal testen onderworpen. Deze testen kunnen bestaan uit een Niet Destructief Onderzoek, zoals röntgenfoto’s en geluidsgolven maar Destructief Onderzoek komt ook voor zoals zaagsnedes en trekproeven. Bij Destructief Onderzoek wordt de lasverbinding tijdens het onderzoek vernietigd en bij Niet Destructief Onderzoek niet. Als de testen succesvol zijn verlopen wordt een rapport opgemaakt. Dit rapport is de basis voor het lascertificaat. Zodra de lasser dit certificaat in handen heeft is hij of zij een gecertificeerde lasser.

Werkzaamheden van een zuivellasser

Het aanbrengen van een zogenaamde zuivellas is slechts een aspect van de werkzaamheden van een zuivellasser. Een zuivellasser doet zijn werk in de praktijk vaak onder wisselende omstandigheden.  Zo kunnen de zuivelleidingen ‘in het werk’ worden gelast, dit wordt ook wel ‘in positie lassen’ genoemd. Dit is complex werk omdat zuivelleidingen op verschillende plekken in een zuivelfabriek kunnen zijn aangebracht.  Daardoor zal de zuivellasser ook vaak in moeilijke hoeken zijn lassen aan moeten brengen. Bovendien moeten die lassen ook van hoogwaardige kwaliteit zijn. Een zuivellasser moet dus in alle omstandigheden kwaliteit leveren.

Eenvoudiger wordt het wanneer de lasser zijn zuivellas prefab kan aanbrengen aan bijvoorbeeld een werkbank. Bij het maken van prefab lassen kan de lasser zijn laspositie zelf bepalen en daardoor wordt het werk eenvoudiger en is het bovendien makkelijjer om aan de gewenste kwaliteit te voldoen. Vaak moet een zuivellasser zelf ook de laskanten bewerken van de zuivelleidingen zodat de las er goed in aangebracht kan worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met de vooropening. Dit is de plaats in de lasnaad waar de lasser begint met lassen. Een zuivellasser werkt in de praktijk vaak samen met een fitter. De fitter meet de leidingen in en legt indien nodig een hechtlas. De zuivellasser gaat achter de fitter aan om het werk oo zuivelniveau af te lassen. Sommige zuivellassers kunnen ook fitten maar die combinatie is zeldzaam.

Wat is fotolassen en wat doet een fotolasser?

In de metaaltechniek hoor je soms de functienaam ‘fotolasser’ ook vraag men wel om lassers die kunnen ‘fotolassen’. Deze benaming is behoorlijk ingeburgerd in de metaalsector maar is behoorlijk vaag. Daarom is in dit artikel informatie gegeven over de termen fotolassen en fotolasser.

Wat is fotolassen?

Fotolassen is een werkwoord maar men kan eigenlijk niet zeggen dat iemand gaat fotolassen. Ook kan iemand niet zeggen zou je die fotolassen even kunnen maken.  De term fotolassen is enkel een benaming voor de kwaliteit waaraan bepaalde lassen moeten voldoen.

Als men het over fotolassen heeft bedoelt men dat de lassen aan bepaalde kwaliteitseisen moeten voldoen. Deze kwaliteitseisen zijn vastgelegd in een lasmethodebeschrijving. De lasmethodebeschrijving is geënt op de lasmethodekwalificatie die het bedrijf heeft behaald. In de lasmethodebeschrijving is vastgelegd hoe een las gemaakt moet worden en via welk lasproces de las gemaakt moet worden door de lasser. Daarin kan zijn vastgelegd dat de las fototechnisch gecontroleerd moet worden. De controle van de las kan namelijk door röntgenfoto’s worden gedaan.

Röntgenfoto’s van lassen

Doormiddel van röntgenfoto’s kan men controleren of de las inderdaad goed is aangebracht door de lasser. Met röntgenfoto’s kan men zien of er geen insluitingen of andere onzuiverheden in de las aanwezig zijn. Een fotolas is pas echt een fotolas als de las de röntgenfototest kan doorstaan. Een voordeel van röntgenfoto’s is dat men de las niet hoeft te vernietigen tijdens deze test. De las blijft in tact. Daarom noemt men deze onderzoeksmethode ook wel Niet Destructief Onderzoek. Dit wordt ook wel afgekort met NDO. Destructief Onderzoek kan ook worden uitgevoerd. Hierbij wordt de las bijvoorbeeld doorgezaagd of uitelkaar getrokjen met een trekproef of breekproef. Het spreekt voor zich dat de lasverbinding dan vernietigd is.

Wat doet een fotolasser?

Een fotolasser is in feite geen functieaanduiding. Iemand is geen fotolasser maar een lasser kan wel lassen leggen conform een lasmethodebeschrijving. Een lasser moet een lascertificaat behalen conform de lasmethodebeschrijving en de lasmethodekwalificatie van een bedrijf. Hiervoor dient de lasser een proefstuk maken met een onafhankelijke getuige er bij. Dit proefstuk wordt gecontroleerd in een speciaal testlab. Tijdens de testen wordt de las op verschillende manieren gecontroleerd.  De manier van controleren worden vastgelegd in het lascertificaat.  Hierin kan bijvoorbeeld staan dat eem breekproef is toegepast of dat men met geluidsgolven (ultrasoon) getest heeft. Ook testen doormiddel van röntgenfoto’s kunnen vastgelegd worden op het lascertificaat.  In het laatste geval zou men kunnen zeggen dat een lasser een las kan maken op fototechnisch niveau. Dan zou je kunnen spreken van een fotolas en een fotolasser.

Aandachtspunten bij het woord fotolasser

Als iemand op fotoniveau kan lassen weet je eigenlijk nog heel weinig. Want je moet weten welk lasproces is gebruikt bij het proefstuk waar de lasser zijn of haar certificaat mee heeft behaald.  Ook moet je weten welk materiaal is gelast en welke dikte dit materiaal had. De vorm van de lasnaad is ook belangrijk. Was dit bijvoorbeeld een V-naad, een X-naad of een K-naad. Het toevoegmateriaal is eveneens belangrijk is er bijvoorbeeld gebruik gemaakt van poedergevulde draad (rutiel), beklede elektrode of andere lasdraad. Dit alles wordt vastgelegd op het lascertificaat van de lasser. Bovendien staat op dit lascertificaat in welke positie de lasser de las heeft aan gebracht. Voorbeelden hiervan zijn onder de hand, uit de zij, stapelen en boven het hoofd. Een bijzondere positie die vaak vereist is in het leidinglassen is G6 of HL 45.

Hierbij moet de lasser een buis of pijp met een bepaalde wanddikte in een positie van 45 graden plaatsen en dan rondom lassen. Een fotolasser kan een mengeling van bovenstaande gegevens op xijn lascertificaat hebben staan. Daarom weet je met de term fotolasser niet precies wat de lasser kan en mag lassen. Als men om een fotolas of fotolasser vraagd zal je altihd moeten nagaan welke lascertificaten precies vereist zijn. Daarbij is ook nog een verschil of de las conform de Europese Normering is gelegd, dit wordt aangeduid met EN, of de Amerkaanse normering welke wordt aangedijd met AWS.