Wat is gelaatsbescherming?

Gelaatsbescherming is een verzamelnaam voor verschillende persoonlijke beschermingsmiddelen die speciaal zijn ontwikkeld voor het beschermen van de ogen en het gezichtsvermogen van de drager. Er zijn verschillende soorten gelaatsbescherming. Daarom kan men niet zeggen dat elke vorm van gelaatsbescherming de gewenste bescherming biedt tegen het mogelijke gevaar voor de ogen. Hieronder is een overzicht gegeven van een aantal soorten gelaatsbescherming. Daarnaast is per soort gelaatsbescherming aangegeven voor welk doel de gelaatsbescherming ontwikkeld is en gebruikt moet worden.

Belang van gelaatsbescherming
Gelaatsbescherming is belangrijk en kan letterlijk de ogen van de werknemer redden van blindheid of andere ernstige schade aan het gezichtsvermogen. Het dragen van gelaatsbescherming is daarom een verplichting waar werknemers zeker niet te makkelijk over moeten denken. Overigens wordt gelaatsbescherming als het goed is door de werkgever verstrekt. De werkgever is dit namelijk volgens de Arbowet verplicht wanneer er een kans bestaat dat de werknemer zijn of haar ogen tijdens het verblijf binnen het bedrijf beschadigd raken. De werknemer is volgens dezelfde Arbowet verplicht om de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen en naar behoren te onderhouden.

Verschillende soorten gelaatsbescherming
Er zijn verschillende soorten gelaatsbescherming. Elke soort gelaatsbescherming is specifiek ontworpen om een bepaald soort risico voor het gezichtsvermogen te beperken. We noemen hieronder een aantal voorbeelden van algemene gelaatsbescherming zoals de veiligheidsbril maar er worden ook specifieke soorten gelaatsbescherming benoemd zoals een laskap.

Veiligheidsbril
Veiligheidsbillen zijn stevige brillen die vaak naast een doorzichtige glazen ook een doorzichtige montuur hebben. Deze brillen zijn gemaakt van onbrandbaar materiaal. De glazen zijn gemaakt van kunststof of gehard glas. Veiligheidsbrillen kunnen worden uitgevoerd met of zonder zijkapjes. De zijkapjes aan de zijkant van de brillenglazen bieden extra bescherming. Een veiligheidsbril is ontwikkeld om de ogen te beschermen tegen rondvliegende harde deeltjes zoals houten spaantjes die tijdens het beitelen kunnen wegschieten.

Ruimzichtbril
Een ruimzichtbril een veiligheidsbril alleen bevat deze een beschermrand die er voor zorgt dat de bril geheel tegen het gezicht kan worden gedrukt. Met andere woorden er zit geen ruimte tussen de randen van de ruimzichtbril en het gezicht van de drager. Er zijn echter wel volledig stofdichte ventilatieopeningen in de opstaande rand aangebracht. Ruimzichtbrillen bieden bescherming tegen spaantjes, stof, vloeistofspatten en slijpsel. Ruimzichtbrillen worden onder andere veel gebruikt in een stoffige omgeving.

Gelaatscherm/ gelaatsscherm
Een gelaatscherm wordt ook wel geschreven als gelaatsscherm (met dubbel ‘s’) en is groot scherm van kunststof of metaalgaas. Het materiaal waarvan het gelaatsscherm is gemaakt is afhankelijk van de bescherming die het gelaatsscherm moet bieden. Metaalgaas bied bijvoorbeeld nauwelijks bescherming tegen spatten van gevaarlijke vloeistoffen maar is wel sterker dan de meeste kunststof gelaatsschermen en kan daardoor zeer effectief worden gebruikt door werknemers die hout verzagen met bijvoorbeeld kettingzagen. Gelaatschermen die bestaan uit een dicht maar wel doorzichtig scherm van kunststof zijn heel geschikt om als men moet werken met bepaalde soorten gevaarlijke vloeistoffen. Ook zijn deze gelaatschermen een goede bescherming voor het werken met hoge drukreinigingsapparatuur en in een omgeving waar stofdeeltjes in het gezicht kunnen springen. Een gelaatsscherm biedt echter geen bescherming tegen stofdeeltjes die onder het masker schieten ook bied teen gelaatsscherm geen bescherming tegen schadelijk nevel of dampen die vrijkomen bij bepaalde stoffen. Als deze risico’s op de werkplek aanwezig zijn zal men daarvoor een passende gelaatsbescherming moeten gebruiken.

Laskap en lasmasker
Laskappen en lasmaskers bieden bescherming tegen elektrisch lassen en tegen ultraviolette en infrarode straling, warmte en rondvliegende metaaldeeltjes en vonkjes. Er zijn verschillende soorten laskappen en lasmaskers die in de praktijk worden gebruikt. Zo is een handlaskap. Een handlaskap wordt met één hand vastgehouden. Dit beperkt de bewegingsvrijheid van de lasser. Daarnaast is een handlaskap alleen geschikt als men met lassen maar 1 hand hoeft te gebruiken zoals bij MIG/MAG lassen en BMBE lassen het geval is.

Naast de handlaskap is er ook een laskap die op het hoofd gedragen kan worden en voor het gezicht kan worden gedraaid. Verder zijn er laskappen onder de naam Speedglas™ deze hebben bijzondere lasglaasjes die verdonkeren en de ogen beschermen zodra de lastoorts aan schiet. Als de lastoorts wordt uitgeschakeld zal het lasgaasje weer goed doorzichtig worden zodat men niet telkens de laskap omhoog en omlaag hoeft te doen. Een Speedglas™ wordt ook wel een flitskap genoemd omdat deze verdonkert door de lichtflits van het lasproces. Deze laskappen worden ook wel geleverd met een beademingssysteem waarbij de lasser frisse schone lucht toegediend krijgt in de laskap en daardoor veel minder schadelijke lasdampen inademt.

Beeldschermbril
Ook een beeldschermbril is een beschermingsmiddel voor de ogen. Deze brillen zijn over het algemeen gemaakt van kunststof. Een beeldschermbril speciaal ontwikkeld om ogen minder zwaar te belasten als mensen veelvuldig gebruik maken van beeldschermen. Wanneer men namelijk veel gebruik maakt van beeldschermen kunnen ogen vermoeit en geïrriteerd raken. Beeldschermbrillen worden vooral gebruikt in kantoorfuncties en ICT-functies. Deze brillen bieden verder geen bescherming die in de techniek van pas kan komen en zijn dus alleen geschikt als ‘veiligheidsbril’ bij beelschermgebruik.

Wat is een fillet weld en waar wordt deze toegepast?

Een ‘fillet weld’ is een Engelse aanduiding die meestal wordt vertaald met een hoeklas. Door de ASME wordt deze letter gehanteerd als aanduiding voor hoeklassen. Deze hoeklassen worden op een lascertificaat, lasmethodebeschrijving of welding procedure specification aangeduid met de letter ‘F’.

Wat is een hoeklas?
Men spreekt van een hoeklas als twee metalen vlakken loodrecht op elkaar worden verbonden doormiddel van een las. Hierbij kan ook sprake zijn van een zogenoemde T-verbinding. In dat geval worden meestal twee hoeklassen aangebracht. Dit dient zorgvuldig te gebeuren omdat een te grote warmte inbreng aan een bepaalde zijde van de T-verbinding er voor zorgt dat er aan de enen kant een scherpe hoek ontstaat en aan de andere kant juist een stompe hoek, kortom het materiaal trekt krom. Er zijn echter meerdere aandachtspunten waaraan gedacht moet worden voordat men een hoeklas gaat maken.

Aandachtspunten voor hoeklassen
Een las is een onuitneembare verbinding waarbij het basismateriaal doormiddel van een hoge temperatuur gesmolten wordt en er eventueel gebruik wordt gemaakt van toevoegmateriaal. Na uitharding van het zogenoemde smeltbad ontstaat een stevige verbinding. Als een hoeklas verkeerd wordt aangebracht zal deze met geweld uit elkaar moeten worden gehaald. Dit kan doormiddel van bijvoorbeeld gutsen, slijpen, zagen of slijpen. Dit vergt allemaal heel veel werk en daarnaast wordt het materiaal van het werkstuk meestal ernstig beschadigd. Daarom is het belangrijk dat een lasser een hoeklas op de juiste manier maakt met conform de welding procedure specification of de lasmethodebeschrijving.

Soorten hoeklassen
Er zijn verschillende soorten hoeklassen. Zo is er bijvoorbeeld ook een hoeklas uit de zij, deze wordt in het Engels aangeduid met side fillet welds. Bij hoeklassen heeft men het ook over binnenhoeklassen als de las aan de binnenzijde van de hoek wordt gelast. Een hoeklas kan ook worden gestapeld. Hierbij wordt een las in opgaande beweging omhoog aangebracht. Bij het maken van een hoeklas wordt naast de specifieke positie ook gekeken naar het lasproces zelf. Dit kan bijvoorbeeld MIG/Mag, TIG of met beklede elektrode (BMBE) lassen zijn.

Lastoevoegmateriaal
Verder is ook het toevoegmateriaal van belang. Dit toevoegmateriaal is gerelateerd aan het lasproces en het materiaal waaruit het werkstuk bestaat. Als met al deze factoren goed rekening wordt gehouden wordt een goede hoeklas of fillet weld gemaakt.

Welke insluitsels kunnen in lasfouten aanwezig zijn?

Tijdens het maken van een lasverbinding kunnen verschillende fouten ontstaan. Het maken van een goede lasverbinding is niet eenvoudig. Een lasverbinding wordt pas goed als aan verschillende factoren is voldaan. Zo moet het juiste lasproces worden toegepast, dit kan bijvoorbeeld autogeen, MIG/MAG, TIG en BMBE lassen zijn. Er zijn echter nog verschillende andere lasprocessen. Elk lasproces heeft zijn eigen unieke eigenschappen. Zo wordt er bij sommige lasprocessen inerte gassen gebruikt terwijl bij andere lasprocessen actieve gassen worden gebruikt. Lasprocessen zoals autogeen lassen wordt gedaan doormiddel van een vlam terwijl MIG/MAG lassen doormiddel van een elektrische boog wordt gedaan. De vlam of de elektrische boog zorgt er voor dat er veel hitte ontstaat zodat het basismateriaal van het werkstuk smelt en het lastoevoegmatiaal ook.

Metaalinsluitselsin het smeltbad
Zowel het basismateriaal als het toevoegmateriaal versmelten samen in een smeltbad. Na uitharding van het smeltbad ontstaat een stevige verbinding. Door verkeerde invloeden kan het smeltbad echter niet goed gevormd worden of ontstaan er problemen bij het stollen. Dit kan leiden tot scheuren en andere problemen. Fouten die ontstaan tijdens het lassen worden ook wel lasfouten genoemd. Naast scheuren kunnen onder andere ook insluitsels voor problemen zorgen als deze ontstaan tijdens het lasproces. Hieronder zijn een aantal voorbeelden genoemd van soorten insluitsels die kunnen ontstaan tijdens het lassen in het smeltbad.

Slakinsluitsels
Soms worden meerdere lassen over elkaar heen aangebracht. Bij sommige lassen zoals BMBE lassen ontstaat een slak op de las. Deze las dient na afloop van het lassen goed te worden verwijdert. Dit doet men door de slak los te bikken. Als men de las niet goed wegbikt kunnen delen van de slak in de nieuwe laslaag worden ingesloten. Deze insluitingen worden ook wel slakinsluitsels genoemd. Slakinsluitsels kunnen ook ontstaan wanneer de lasser op een verkeerde manier last.

Poederinsluitsels
Bij sommige lasprocessen wordt gebruik gemaakt van laspoeders.  Dit wordt onder andere gedaan bij onder poederdek lassen, dit lasproces wordt ook wel OP-lassen genoemd. Ook bij elektroslaklassen wordt gebruik gemaakt van laspoeders. Poederinsluitsels kunnen tijdens deze lasprocessen worden veroorzaakt als een veel te grote hoeveelheid laspoeder op de lasboog wordt gestrooid. Meestal wordt bij OP-lassen een teveel aan laspoeder opgezogen of door de OP-lasser verwijdert. Als dit niet gebeurd kan een nieuwe las die over de vorige las heen wordt aangebracht vervuild raken met poederinsluitsels. Daarom moet een lasnaad altijd goed schoon worden gemaakt als men meerdere lassen over elkaar heen aanbrengt.

Metaalinsluitsels
Het smeltbad moet tijdens het lasproces goed in de gaten worden gehouden door de lasser. De lasser dient tijdens de voorbewerking op het lassen een schone lasnaad te maken zodat het smeltbad niet vervuild kan worden. Tijdens het lassen kan het smeltbad vervuild raken met andere metalen dan het metaal dat wordt gebruikt als toevoegmateriaal en het metaal van het werkstuk. Metalen die niet goed meesmelten in het smeltbad kunnen ingesloten worden. Hierdoor ontstaan metaalinsluitsels. Deze insluitsels kunnen bijvoorbeeld koper bevatten van de koperen smeltbadondersteuning of wolfraam door het afbreken van de TIG-laselektrode.

Waarom zijn insluitsels lasfouten?
Insluitsels veranderen de structuur van de las. De las wordt op de plek van een insluitsel minder dicht en daardoor bestaat de kans op een scheur in de las als de las onder druk komt te staan. Insluitsels zijn lasfouten die de mechanische stevigheid van de las benadelen. Voor bepaalde constructies en werkstukken zijn insluitsels niet erg. Dit is bijvoorbeeld het geval bij constructies die niet zwaar belast worden of voor de sier worden gemaakt. Bij dragende constructies of constructiedelen moeten de lassen echter van perfecte kwaliteit zijn. Insluitsels mogen hierbij niet voorkomen. Daarom worden deze lassen over het algemeen gekeurd onder strenge normen. Deze gecertificeerde lassen worden regelmatig destructief of niet-destructief (NDO) gekeurd. De manier waarop een las gekeurd moet worden staat in de lasmethodebeschrijving.

Welke soorten scheuren kunnen ontstaan tijdens lasprocessen?

Een lasverbinding is een verbinding die permanent is. Verbindingen die doormiddel van een las tot stand worden gebracht kunnen niet eenvoudig uitelkaar worden gehaald. Doormiddel van lassen worden twee materialen in elkaar versmolten eventueel met behulp van toevoegmateriaal. Het versmelten van de materialen gebeurd doorgaans onder een hoge temperatuur. Deze temperatuur wordt doormiddel van een vlam of een elektrische lasboog op het gewenste niveau gebracht. Aan elke lasverbinding worden eisen gesteld. Bij sommige lasverbindingen zijn de eisen niet heel hoog. Dit is bijvoorbeeld het geval bij constructies die niet zwaar belast worden. Er zijn echter ook constructie die zeer zwaar belast worden bijvoorbeeld kranen in de offshore. Hiervoor zijn zeer zware eisen opgesteld.

Lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification
De eisen waaraan een lasverbinding moet voldoen staan in een lasmethodebeschrijving LMB of Welding Procedure Specification WPS. Deze beschrijvingen zijn geënt op de lasmethodekwalificatie van het desbetreffende bedrijf. In de LMB of het WPs staat duidelijk beschreven aan welke lasprocedure de lasser zich moet houden bij het maken van de las. Hierbij is aandacht voor de voorbewerking, het daadwerkelijke lassen en de nabewerking.

De voorbewerking voor het lasproces
De voorbewerking is van groot belang omdat sommige metaalsoorten voorverwarmd moeten worden in verband met het optreden van scheuren tijdens en na het lassen. Ook het snijden of slijpen van lasnaden is een belangrijk aspect van de voorbewerking. Daarnaast dient de lasnaad goed schoongemaakt te worden en dient de lasser er alles aan te doen om een goed ‘lasklimaat’ te creëren. Dit houdt in dat de lasser bij bepaalde lasprocessen moet voorkomen dat er tocht, vocht of vuil bij het smeltbad kan komen.

Het lassen
De lasser dient de lasmethode toe te passen die is voorgeschreven in de LMB of WPS. Dit kan bijvoorbeeld MIG/MAG, TIG, OP-lassen of  BMBE lassen zijn. Er zijn echter nog vele andere lasprocessen die in de praktijk worden gebruikt. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de juiste (bescherm)gassen en de toevoegmaterialen. Verder dient de lasser ook rekening te houden met de laspositie, de A-hoogte en het aantal lagen waarin gelast moet worden.

De nabewerking
Ook de nabewerking heeft een invloed op de kwaliteit van de las. Sommige lassen moeten zorgvuldig worden afgekoeld. Dit moet niet te snel gebeuren in verband met het ontstaan van scheuren. Daarnaast kunnen er bij bepaalde lasprocessen lasspetters ontstaan die verwijdert moeten worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij MIG/MAG lasprocessen. Bij sommige andere lasprocessen zoals BMBE lassen kan een ‘slak’ ontstaan op de las. Deze ‘slak’ dient zorgvuldig verwijdert te worden. Het verwijderen van de ‘slak’ is al helemaal belangrijk wanneer er nog een las over de bestaande las heen wordt aangebracht.

Lasfouten
Tijdens het lassen kunnen echter fouten ontstaan. Deze fouten worden ook wel lasfouten genoemd en kunnen zowel in de voorbewerking, tijdens het lassen en in de nabewerking ontstaan. Lasfouten kunnen ernstige gevolgen hebben voor de mechanische stevigheid van een constructie. Er zijn verschillende lasfouten die kunnen ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn kraters, insluitingen, randinkarteling en scheuren.

Scheurvorming tijdens het lassen
Tijdens het lassen kunnen scheuren ontstaan. Deze scheuren ontstaan waar het materiaal uit elkaar wordt getrokken. Dit uit elkaar rekken en trekken van materiaal kan onder andere gebeuren door temperatuurswisselingen. Een scheur in een lasverbinding zorgt er voor dat de kwaliteit van de las wordt aangetast. Dit is afhankelijk van de omvang van de scheur, de dikte van het materiaal en de druk die wordt uitgeoefend op de constructie. Scheuren kunnen soms worden gerepareerd door de scheur mechanisch te verwijderen doormiddel van slijpen of gutsen. Daarna dient men een nieuwe lasnaad aan te brengen en deze zorgvuldig dicht te lassen conform de lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification.

Er zijn verschillende soorten scheuren die kunnen ontstaan tijdens het lassen. De oorzaken van de scheuren zijn eveneens verschillend. Hieronder worden in een aantal alinea’s voorbeelden gegeven van soorten scheuren die kunnen ontstaat tijdens en na het lasproces.

Stollingsscheuren
Een soort scheuren die kunnen ontstaan tijden het lasproces zijn zogenoemde stollingsscheuren. Deze scheuren worden ook wel h/b scheuren genoemd. Hierbij staan de letters ‘h/b’  voor ‘hoogte’ en ‘breedte’ waarmee de verhoudingen tussen de hoogte en de breedte worden bedoelt. Deze stollingsscheuren ontstaan wanneer de hoogte van de las groter is dan de breedte van de las. Tijdens het stollen van de las kan een scheur ontstaan doordat de las langzaam van buiten naar binnen stolt. Als de las hoog is zal daardoor een groot temperatuurverschil kunnen ontstaan tussen de buitenkant van de las en de binnenkant van de las. Als er in een las verontreinigingen aanwezig zijn met een lager smeltpunt dan het lasmateriaal kunnen deze verontreinigingen naar binnen worden getrokken. Als er meerdere verontreinigingen bij elkaar in de buurt zitten kan deze plek tijdens het stollingsproces voor problemen zorgen. Door de krimpspanning of door een belasting van de constructie kan een scheur bij de verontreinigingen ontstaan. Deze scheur is echter niet altijd direct zichtbaar aan de buitenkant. De scheur kan door röntgenonderzoek worden ontdekt. Röntgenonderzoek is een variant van niet- destructief onderzoek NDO.

Waterstofscheuren
Bij harde metaallegeringen kunnen waterstofscheuren optreden. Deze scheuren ontstaan wanneer er tijdens het lassen veel waterstof in de las wordt opgenomen. De waterstofscheuren ontstaan onder andere door trekspanningen. De scheuren hoeven niet meteen te ontstaan tijdens het lassen en kunnen zelfs 48 na het afronden van het lasproces gevormd worden. Hoe waterstofscheuren precies ontstaan is nog niet helemaal bekend. Men vermoed dat waterstof diffundeert naar insluitsels en poriën en dat daar waterstofgas wordt gevormd. Dit waterstofgas zou voor grote druk zorgen waardoor materiaal uit elkaar wordt gedrukt. Waterstofscheuren kunnen worden voorkomen door lastoevoegmateriaal met weinig waterstof te gebruiken. Daarnaast dient de lasser tijdens de voorbewerking de lasnaad goed schoon te maken. in de nabewerking moet de lasser het materiaal of werkstuk nagloeien. Deze aspecten van het lasproces staan meestal in de lasmethodebeschrijving / Welding Procedure Specification.


Door warmtebehandeling kunnen spanningsvrijgloeischeuren ontstaan. Deze scheuren worden ook wel intergranulaire scheuren genoemd. Door deze scheuren ontstaat carbide-precipitatie. Het inwendige van de aanwezige korrels wordt door dit proces versterkt. Daarnaast segregeren onzuiverheden zoals S, P, Sn, As naar de grenzen van de korrel, hierdoor worden deze verzwakt. Langs de grenzen van de korrel treed de meeste vervorming op. Door deze vervorming kunnen scheuren ontstaan.

Lamellaire scheuren
Als in het lasmetaal niet-metallische insluitsels aanwezig zijn kunnen lamellaire scheuren ontstaan. Deze scheuren worden gevormd in de fabriek waar het metaal wordt vervaardigd. Tijdens het gieten van metaal in een vorm kan verontreiniging in het metaal terecht komen. Deze verontreiniging kan bijvoorbeeld een deel van de ‘slak’ zijn die bij het smeltproces van ijzer en ijzererts op het gesmolten staal drijft. Als de lasser een lasverbinding maakt op de hoogte van de verontreiniging in het metaal zal de verontreiniging door de uitwerking van de krimpspanning gaan splijten en inscheuren. Tegenwoordig wordt staal meestal vervaardigd met een continu-gietproces. Hierdoor wordt de kans op verontreinigingen beperkt en komen lamellaire scheuren bijna niet meer voor.

Wat zijn lasfouten en hoe ontstaan lasfouten?

Tijdens lassen worden verschillende materialen aan elkaar vast gesmolten. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van verschillende lasprocessen. Bekende lasprocessen zijn lassen met beklede elektrode (BMBE lassen), MIG/MAG lassen en TIG lassen. Naast deze lasprocessen zijn er nog vele andere lasprocessen die worden gebruikt in de metaaltechniek. Elk lasproces heeft zijn eigen specifieke kenmerken. Bij lassen wordt gebruik gemaakt van een plasmaboog of een vlam om voldoende hitte te creëren voor het smeltbad van het lasproces. Daarnaast worden bij lassen ook bepaalde inerte en actieve gassen gebruikt. Dit verschilt echter per lasproces. Het lastoevoegmateriaal is ook een belangrijk aspect van het lasproces. Al deze verschillende aspecten worden beschreven in een lasmethodebeschrijving LMB of een Welding Procedure Specification WPS. Tijdens het lassen kunnen echter fouten ontstaan.

Lasfouten
In bovenstaande inleiding is beschreven welke factoren onder andere aan de orde kunnen komen wanneer men gaat lassen. Er zijn verschillende lasprocessen en verschillende materialen die gelast kunnen worden. Lassen wordt meestal gedaan onder hoge temperaturen. Hierdoor worden materialen zeer snel opgewarmd en koelen ze daarna weer af. Hierdoor ontstaan structuurveranderingen, krimp en spanningen. De reactie van materialen op het lasproces en het gebruikte gas is verschillend. Omdat er zoveel verschillende aspecten zijn die invloed hebben op het lasproces bestaat er een kans op fouten. Er zijn veel verschillende fouten die kunnen ontstaan, deze fouten worden ook wel lasfouten genoemd en kunnen in elk lasproces optreden.

Hoe ontstaan lasfouten?
Lasfouten ontstaan doordat de lasser in het voorbereidend werk, tijdens het lassen of in de nabehandeling foutief gehandeld heeft of gebruik heeft gemaakt van ondeugdelijke materialen en gereedschappen. Een lasser kan bijvoorbeeld het lastoestel verkeerd hebben ingesteld waardoor teveel warmte wordt ingebracht en er inbrandingen ontstaan. Ook de positie van de toorts is van groot belang. Als de toorts te ver bij het smeltbad vandaan wordt gehouden kunnen insluitingen in de las ontstaan waardoor de las aanzienlijk van minder goede kwaliteit wordt.

Veel lasfouten kunnen worden voorkomen door de lasser wanneer hij of zij de lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification goed leest en de aanwijzingen daarin nauwkeurig opvolgt. Er zijn echter ook externe factoren die de kans op lasfouten kunnen vergroten. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan vocht, tocht, wind en temperatuurwisselingen. Ook stof en ander vuil kunnen van invloed zijn op de kwaliteit van de las.

Gevolgen van lasfouten
De oorzaken van lasfouten zijn divers en de gevolgen van d lasfouten zijn eveneens verschillend. Ook de ernst van de fouten is verschillend. Lasfouten kunnen bijvoorbeeld alleen invloed hebben op het uiterlijk van de las. Door deze lasfouten kan de las minder mooi lijken maar kan de las nog wel sterk genoeg zijn. Het uiterlijk van een las kan vaak doormiddel van nabewerking worden verbetert. Hierdoor kunnen eventuele lasfouten aan het oppervlak worden weggewerkt.

Een lasfout kan echter ook grote gevolgen hebben. Een lasfout kan bijvoorbeeld ook een scheur zijn die in de las. Voorbeelden van scheuren die in een las kunnen ontstaan zijn:

  • Stollingsscheuren of h/b scheuren
  • Lamellaire scheuren
  • Spanningsvrijgloeischeuren
  • Waterstofscheuren

Een scheur in een lasverbinding zorgt er voor dat de lasverbinding minder stevig is, de kans op het doorscheuren van een lasverbinding is dan aanwezig. Vooral wanneer de las onderdeel uitmaakt van een dragende constructie brengt een scheur ernstige risico’s met zich mee voor de stevigheid van het geheel.

Opsporen van lasfouten
Er zijn verschillende methodes waarmee men lasfouten kan opsporen. Deze opsporingsmethodes kunnen worden onderverdeeld in destructief onderzoek (DO) en niet destructief onderzoek (NDO). Bij destructief onderzoeken van lasverbindingen wordt de las daadwerkelijk vernietigd. Het product of werkstuk is daardoor niet meer bruikbaar. Daarom doet men destructief onderzoek meestal op basis van steekproeven. Tijdens destructief onderzoek kan een lasverbinding bijvoorbeeld worden doorgezaagd. Hierdoor kan men de zaagsnede goed bekijken en zien of er scheuren of insluitingen aanwezig zijn. Het spreekt voor zich dat de lasverbinding door het zagen compleet is verwoest en dat het werkstuk daardoor niet meer bruikbaar is.

Niet destructief onderzoek wordt tegenwoordig ook regelmatig toegepast. Hierbij wordt het werkstuk niet vernietigd. De meest eenvoudige vorm van niet destructief onderzoek is het visueel beoordelen van de las met ‘het blote oog’. Hierbij kan men onder andere letten op randinkarteling, inbrandingen en het uitzakken van de las.

Andere vormen van niet destructief onderzoek wordt met behulp van apparatuur gedaan. Hierbij kan men bijvoorbeeld gebruik maken van röntgenonderzoek of echografie. Bij röntgenonderzoek worden röntgenfoto’s gemaakt van de las en bij echografie wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven. Van de onderzoeksresultaten worden rapporten opgesteld waarmee de kwaliteit van de onderzochte las inzichtelijk kan worden gemaakt.

Wat is Cold Metal Transfer CMT lastechnologie?

Cold Metal Transfer is een Engelse term die in het Nederlands vertaald kan worden met koude metaaloverdracht. Dit is een lastechnologie die in de praktijk meestal wordt afgekort met CMT. Het CMT-proces is ontwikkelt door de Oostenrijkse lasapparatuurfabrikant Fronius. Deze lastechnologie is met name interessant voor bedrijven waar producten worden gemaakt van dunne plaat. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan de auto-industrie, de luchtvaart en ruimtevaart. Verder is  Cold Metal Transfer geschikt voor het verbinden van aluminium aan staal. Ook kan aluminium doormiddel van het CMT-proces aan verzinkt staal worden verbonden. Cold Metal Transfer kan worden gebruikt voor lasrobots. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van alle gangbare basismaterialen en toevoegmaterialen.

Verschillen tussen Cold Metal Transfer en kortsluitbooglassen
Cold Metal Transfer verschilt van kortsluitbooglassen. Het kortsluitbooglassen wordt gedaan doormiddel van het MIG/MAG lasproces. Hierbij tikt de elektrode van het lastoestel (de lasdraad) het werkstuk aan. Hierdoor ontstaat kortsluiting en loopt een hele hoge stroom tussen de elektrode en het werkstuk. Hierdoor smelt de lasdraad af, dit is tevens het toevoegmateriaal voor het smeltbad van het lasproces. De kortsluiting wordt verbroken, maar de voortdurende toevoer van nieuwe lasdraad zorgt er voor dat er weer opnieuw een kortsluiting ontstaat. Er ontstaat als het ware een circuit van kortsluitingen. De Engelse term  “Shortcut Circuit” is daardoor toepasselijk.

Bij Cold Metal Transfer is de draadbeweging in de procesregeling geïntegreerd. De overgang van materiaal is vrijwel stroomloos. Het lastoevoegmateriaal wordt op het werkstuk overgebracht zonder dat daar spatten bij vrijkomen. De lasnaden die doormiddel van Cold Metal Transfer worden gemaakt zijn daardoor vrij van lasspetters. Dit zorgt er voor dat er minder tijd besteed hoeft te worden aan de nabewerking van de lasnaden. Daarnaast kan doormiddel van Cold Metal Transfer ook een verbinding worden gemaakt tussen aluminium en staal. Dit is met het MIG/MAG lasproces niet mogelijk. Ook is MIG/MAG lassen vanwege de grote warmte inbreng en het vrij ‘ruige lasproces’ niet geschikt voor hele dunne plaat. Cold Metal Transfer is daarentegen wel geschikt voor dunne plaat. Met CMT kunnen platen van 0,3 mm worden gelast. Daarnaast is CMT ook geschikt voor stompe naadgeometrie zonder smeltbadondersteuning.

Fronius CMT lastoestel
Fronius heeft voor Cold Metal Transfer verschillende nieuwe componenten ontwikkelt. De stroombron die bij dit lasproces wordt gebruikt is een TPS 3200/4000/5000 CMT. Hiermee kan een maximale stroomsterkte worden gerealiseerd van 320, 400 of 500 Ampère. Deze MIG/MAG inverter stroombron is volledig gedigitaliseerd. De aansturing vindt plaats voormiddel van een microprocessor. De aanvoer van lasdraad vindt plaats doormiddel van twee draadaanvoer-units die digitaal geregeld zijn. De voorste draadaanvoer-unit is een een Robacta Drive CMT robotlastoorts. Deze is uitgevoerd met een hoogdynamische AC-servomotor die geen overbrenging bevat. Deze draadaanvoer-unit beweegt de lasdraad maximaal 70 maal per seconde vooruit en achteruit. De achterste draadaanvoer-unit is een VR 7000 CMT. Deze wordt gebruikt voor het aanvoeren van de lasdraad. Daarnaast is het lastoestel voorzien van een draadbuffer. Deze draadbuffer koppelt beide draadaanvoer-units los van elkaar. Daarnaast biedt de draadbuffer extra opslagcapaciteit voor de lasdraad. Hierdoor wordt de lasdraad bijna krachteloos in beweging gebracht tijdens het lassen.

Voordelen van Cold Metal Transfer CMT lastechnologie
Cold Metal Transfer is een unieke lastechnologie waarmee lasprocessen kunnen worden uitgevoerd die met andere lastechnologieën niet mogelijk zijn. Dit zijn echter niet de enige voordelen van CMT. Het CMT lasproces is een relatief ‘koud’ lasproces. Hierdoor zijn verschillende procesgangen overbodig.

Daarnaast ontstaan geen lasspatten in tegenstelling tot bijvoorbeeld kortsluitbooglassen doormiddel van het MIG/MAG lasproces. Dit scheelt tijd in de nabewerking. Daarnaast is de kans op brandwonden door lasspetters uitgesloten. Verder is de hoeveelheid rook die ontstaat tijdens het lassen ook geringer dan bij kortsluitbooglassen het geval is.

Er is ook geen  smeltbad ondersteuning nodig wanneer men dunne plaat last met een stompe lasnaadgeometrie. Daarnaast is Cold Metal Transfer geschikt voor lasrobots en het automatiseren van het lasproces. Dit komt door de goede spleetoverbrugging. Met het CMT-lastoestel kan een lasser ook MIG-pulsbooglassen.

Het rendement van CMT-lassen is hoger dan de meeste andere lasprocessen. De gastoevoer naar de lastoorts is optimaal. Verder is dit lasproces veilig, CMT bevat een CE- markering en een S-teken. Daarnaast is ook de IP 23 beschermingsklasse toegekend aan Cold Metal Transfer van Fronius.

Wat is een European Welding Technologist EWT en wat voor werk doet deze?

European Welding Technologist EWT is een oude term voor een lastechnicus. Tegenwoordig wordt de functiebenaming Middelbaar Lastechnicus (MLT) gebruikt, de internationale functiebenaming hiervoor is International Welding Specialist, dit wordt ook wel afgekort met IWT. Iemand geldig EWT papieren heeft tegenwoordig in feite IWT papieren. De waarde van deze papieren op de arbeidsmarkt is gelijk zolang de EWT-er of IWT-er tijdens zijn of haar loopbaan er voor gezorgd heeft dat de papieren niet zijn verlopen.

Wat voor werk doet een EWT, IWT of een MLT?
Iemand met geldige EWT, IWT of MLT papieren kan in de werktuigbouwkunde of metaaltechniek verschillende functies uitoefenen. Een lastechnicus heeft veel verstand van lasprocessen en de normeringen die daarbij horen. Door deze kennis is een lastechnicus een waardevolle medewerker voor een bedrijf. Meestal werkt een lastechnicus in het middenkader van een bedrijf als een adviseur, inspecteur of medewerker kwaliteit. Een lastechnicus kan ook worden ingezet als lascoördinator. De lascoördinator controleert of de lasverbindingen binnen een bedrijf worden gemaakt volgens de normen.

Deze normen kunnen zowel Europese normen (EN) zijn als Amerikaanse Normen (ASME). Veel bedrijven in de werktuigbouwkunde werken onder één of meerdere normen. Deze normen stellen eisen aan de laskwaliteit. Bedrijven moeten hun lasmethodes kwalificeren. Doormiddel van lasmethodekwalificaties wordt duidelijk onder welke normen er binnen een bedrijf mag worden gelast. De lastmethodes die gekwalificeerd zijn worden vervolgens weer verwerkt in een lasmethodebeschrijving of een WPS (Welding Procedure Specification).

Een EWT, IWT of een MLT heeft veel kennis over lasprocessen
Een middelbaar lastechnicus heeft voldoende kennis om de lasprocessen in een lasmethodebeschrijving of WPS te beschrijven. Daarnaast weet een middelbaar lastechnicus ook welke normeringen bij bepaalde projecten horen. Hierdoor is de MLT een belangrijke vraagbaak voor een werktuigbouwkundige bedrijven.

Een lastechnicus heeft voldoende kennis om adviezen te gegeven over lasprocessen. Hij of zij weet welke verschillende soorten lasnaden gebruikt kunnen worden en welke lasprocessen gebruikt kunnen worden. hierbij kan gedacht worden aan MIG/MAG, TIG en BMBE lassen. Er zijn echter nog vele andere lasprocessen die door een lasser uitgevoerd kunnen worden. Elk lasproces heeft specifieke eigenschappen die het lasproces juist wel of juist niet geschikt maken voor een bepaald project. Een middelbaar lastechnicus kan hier over het algemeen goed over adviseren.

Daarnaast kan deze specialist ook goed adviseren over de lasnaden en bijbehorende vooropeningen die gemaakt moeten worden. Verder is voorstoken bij sommige lasprocessen vereist. Meestal gaat het hierbij om speciale metalen of plaatdiktes. De temperatuur van de plaat moet tijdens het lassen op het gewenste niveau zijn andere ontstaat geen stevige verbinding of gaat de plaat zelfs scheuren. Daarom weet een middelbaar lastechnicus meestal ook wat de voorstooktemperatuur is van de projecten die gelast moeten worden. Een middelbaar lastechnicus zal voortdurend nieuwe lastechnieken moeten leren en de ontwikkelingen op lastechnisch gebied moeten volgen.

Een MLT, EWT of IWT kan ook worden ingezet voor het controleren van lassen. Dit zal meestal in eerste instantie visueel gebeuren. Daarbij kan bijvoorbeeld gekeken worden of er geen randinkarteling is en of de doorlas goed is gemaakt. Het echte onderzoeken van lassen gebeurd meestal in een speciaal onderzoeklaboratorium. Hierbij kan de las zowel destructief als niet-destructief worden onderzocht. Bij destructief onderzoek wordt het werkstuk tijdens het onderzoeken van de las vernietigd en bij niet-destructief onderzoek blijft het werkstuk behouden.

Moet een middelbaar lastechnicus ook lassen?
Meestal is een middelbaar lastechnicus een middenkader functie. Deze persoon kan adviseren en coördineren op lasgebied. Het is over het algemeen wel belangrijk dat een lastechnicus verstand heeft van de praktijk wanneer deze daarover moet adviseren. Veel lastechnici kunnen daarom zelf ook lassen omdat ze dit op een opleiding hebben gehad of omdat ze als lasser zijn begonnen en zijn doorgegroeid naar MLT. Toch zullen ze zelf in de praktijk nauwelijks lasverbindingen maken. Dit wordt meestal gedaan door gecertificeerde lassers. Na verloop van tijd kan de lastechnicus het lasser wat verleren. Door zijn of haar praktijkkennis uit het verleden kan de lastechnicus wel goed de praktische kant van het lassen doorgronden. Dit is belangrijk bij het beschrijven van een WPS en het adviseren van lassers.

Wat is een proeflas en waarvoor wordt deze las gemaakt?

De kwaliteit van lassen is belangrijk. Niet alleen bedrijven moeten kunnen aantonen dat de conform de normen lassen, ook lassers zelf dienen dit aan te kunnen tonen. Een bedrijf moet haar lasmethodes kwalificeren. Dit wordt de lasmethodekwalificatie genoemd. Elk lasproces dat binnen een bedrijf conform bepaalde normen moet worden uitgevoerd zal gekwalificeerd moeten worden. De lasmethodekwalificatie is daardoor een belangrijk proces dat binnen een bedrijf wordt uitgevoerd. De uitkomst van deze kwalificatie heeft invloed op de projecten die binnen het bedrijf mogen worden uitgevoerd en de producten die worden gemaakt. Bij elk product of project waarvoor gelast moet worden is een beschrijving aanwezig. Deze beschrijving is de lasmethodebeschrijving of in het Engels de Welding Procedure Specification. In deze beschrijving staat duidelijk omschreven hoe een las gemaakt moet worden en onder welke normen dat dient te gebeuren.

Certificaten en kwalificaties en de kwaliteit van lasmethodes
De kwaliteit van lasmethodes moet worden aangetoond. Het is echter niet efficiënt om elk gelaste product of machine te testen op de laskwaliteit. Het testen van een las kost namelijk veel tijd en daarnaast worden de testen ook in speciale testlaboratoriums gedaan. Verder worden veel proeven en testen destructief gedaan. Daarbij wordt onder andere gebruik gemaakt van een trekproef. Hierbij worden delen van het werkstuk uit elkaar getrokken om te kijken waar de scheur in het werkstuk ontstaat. Als de las beduidend eerder scheurt dan de rest van het werkstuk wordt het werkstuk over het algemeen afgekeurd.  Een andere vorm van destructief onderzoek is het doorzagen van de las. Hierbij wordt gekeken of er geen insluitingen of openingen in de las aanwezig zijn. Een destructief onderzoek leid tot de vernietiging van het werkstuk, daarom kan men niet elk gelast product destructief testen.

De lasmethodekwalificatie is hiervoor een geschikte oplossing. Dit is een schriftelijk document waarin is beschreven welke lasmethode gekwalificeerd is. Met de lasmethodekwalificatie kan een bedrijf aantonen dat ze het beschreven lasproces conform de normen uitvoert. Lassers die in het bedrijf werkzaam zijn moeten echter ook kunnen aantonen dat ze conform de normen kunnen en mogen lassen. Daarvoor moeten lassers ook gekwalificeerd worden. Een gekwalificeerde lasser ontvangt een lascertificaat. Met dit lascertificaat kan de lasser aantonen dat hij of zij een bepaalde lastmethode conform de normen uit mag voeren.

Proeflassen voor de lasmethodekwalificatie en lasser kwalificatie
Voordat een lastmethode daadwerkelijk gekwalificeerd wordt dient in het bedrijf dat de kwalificatie heeft aangevraagd een proeflas te worden gemaakt. Doormiddel van een proeflas kan het bedrijf aantonen of het bedrijf op het gewenste niveau last. Dit gewenste niveau is beschreven in de lasnormen. De lasnormen kunnen zowel Europees zijn (EN) als Amerikaans (ASME).

Ook de lasser dient voor zijn of haar certificering gekwalificeerd te worden. Daarvoor moet de lasser zelf een proeflas maken. Dit kan op het bedrijf zelf maar het mag ook bij een erkend opleidingsinstituut gedaan worden waar lasopleidingen worden gegeven.

Hoe wordt een proeflas gemaakt?
Een proeflas moet door een lasser worden gemaakt. Het maakt daarbij niet uit of het om een lasmethodekwalificatie gaat of een lasser kwalificatie, in beide gevallen moet de lasser zelf de proeflas maken. Om er zeker van te zijn dat een lasser zelf de las maakt is er een getuige aanwezig van een onafhankelijk instituut.

De lasser dient zelf zijn of haar laswerkzaamheden voor te bereiden. Daarbij moet de lasser zelf de voorgeschreven lasnaad aanbrengen. Ook dient de lasser zelf het lastoestel in te stellen zodat op de gewenste stroomsterkte wordt gelast. Als voorverwarming van de plaat is voorgeschreven moet de lasser er voor zorgen dat de gewenste voorverwarmtemperatuur wordt bereikt. Deze temperatuur wordt ook gemeten. Als deze voorbereidingen goed zijn uitgevoerd mag de lasser de daadwerkelijke las aanbrengen met de voorgeschreven lasdraad en het voorgeschreven lasproces bijvoorbeeld MIG/MAG, BMBE of TIG- lassen.

De onafhankelijke getuige ziet er op toe dat alle handelingen van de lasser conform de voorgeschreven normen worden uitgevoerd. Als dit het geval en de lasmethode is afgerond wordt de las vervolgens gekeurd door een eveneens onafhankelijk onderzoek- of testlaboratorium. De uitslag van dit laboratorium is bepalend voor het verstrekken van een lasmethodekwalificatie of een lasser certificaat.

Wat is gecertificeerd lassen en wat houdt lassen op certificaat in?

Gecertificeerd lassen wordt steeds belangrijker in Nederland en Europa. De kwaliteitseisen voor lassen worden vastgelegd in Normen. Deze normen kunnen zowel Europees zijn als Amerikaans. Producten die in Europa op de vaste wal worden gebruikt of geplaatst vallen meestal onder de Europese Normen (EN). In de offshore zoals de scheepsbouw en boorplatformen wordt vooral gelast onder de Amerikaanse normering deze heeft een ASME-code. De normering waaronder gelast wordt is van groot belang voor een bedrijf. Een bedrijf dient te kunnen aantonen dat gelast wordt onder een bepaalde normering en dat het bedrijf daarvoor gekwalificeerd is. Daarom moeten bedrijven hun lasmethodes kwalificeren.

Het kwalificeren van lasmethodes
Een bedrijf moet haar lasmethodes laten kwalificeren door een onafhankelijk instituut. Dit instituut bezoekt het bedrijf dat haar lasmethodes wil laten kwalificeren. Onder toezicht van een afgevaardigde van het onafhankelijk instituut dient een ervaren lasser van het bedrijf aan te kunnen tonen dat ze de las conform de gewenste normering kunnen maken. Deze las wordt vervolgens visueel beoordeeld. Daarna wordt de las ook nog getest conform de voorschriften van de norm. Het testen van de las kan destructief gebeuren en niet destructief. Een combinatie tussen deze twee onderzoeksmethodes is ook mogelijk. Niet destructief onderzoek wordt vooral gedaan met röntgenfoto’s of geluidsgolven. Destructief onderzoek wordt vooral gedaan doormiddel van trekproeven of het doorzagen van de las.

Als het onderzoek een positieve uitslag heeft krijgt het bedrijf bericht dat de lasmethode is gekwalificeerd. Dit zorgt er voor dat binnen het bedrijf onder de desbetreffende lasmethode gelast mag worden. Het proces van het kwalificeren van lasmethodes wordt lasmethodekwalificatie genoemd.

De Lasmethode Beschrijving of Welding Procedure Specification
De lasmethodekwalificatie is een ‘moederdocument’ voor de lasmethode beschrijving. De lasmethode beschrijving wordt in het Engels ook wel Welding Procedure Specification genoemd. Dit document hoort bij een bepaald project of object/ werkstuk dat gelast moet worden. In de lasmethodebeschrijving staat alle informatie die de lasser nodig heeft om de las te kunnen maken. Hierin is onder andere aangeven welk lasproces gehanteerd dient te worden. Er zijn zeer veel verschillende lasprocessen, MIG/MAG, TIG en BMBE –lassen zijn veelvoorkomende lasprocessen. Daarnaast is er ook een grote diversiteit aan toevoegmaterialen. Dit kan poeder gevulde draad  zijn of massieve draad. Ook de bekleding van de elektrodes van BMBE-lassen kan sterk verschillen.

Verder wordt uiteraard aangeven welke metaalsoort gelast dient te worden en welke materiaaldikte deze heeft. De eventuele A-hoogte is aangeven en ook het type naad is voor de lasser duidelijk in de lasmethodebeschrijving aangegeven. Bekende lasnaden zijn de V-naad, X-naad, K-naad, I-naad en de stompe lasnaad. Het is belangrijk dat de lasser gekwalificeerd is om de lassen te maken die in de lasmethodebeschrijving zijn aangegeven daarom moeten lassers gecertificeerd of gekwalificeerd worden.

Hoe wordt een lasser gecertificeerd of gekwalificeerd?
Een lasser wordt gekwalificeerd of gecertificeerd doormiddel van een proeflas op een werkstuk. De lasser maakt onder toezicht van een onafhankelijke getuige een proeflas conform de lasmethodekwalificatie die binnen het desbetreffende bedrijf van toepassing is. Vervolgens wordt de las visueel beoordeeld en daarna verder onderzocht in een onderzoekslaboratorium. Als deze resultaten positief zijn ontvang de lasser een lascertificaat die op zijn of haar naam komt te staan. het lascertificaat is in tegenstelling tot de lasmethodekwalificatie niet onbeperkt ‘houdbaar’. Een lasser dient elk jaar opnieuw aan te tonen dat hij of zij nog op het aangegeven niveau kan lassen. Daarvoor moet een proefstuk worden gemaakt of een werkstuk gelast onder toezicht van een lastechnicus. Indien dit positief wordt beoordeeld ontvangt de lasser een stempel op de stempelkaart die hoort bij het lascertificaat. Vervolgens mag de lasser weer een half jaar op het certificaat lassen.

Gecertificeerd lassen is specialisme
Lassen op certificaat is niet eenvoudig. Over het algemeen worden de beste lassers gecertificeerd of gekwalificeerd. De lasser kan met zijn of haar geldige lascertificaat aantonen dat hij of zij kan lassen conform de normen die op het certificaat zijn vermeld. Een lascertificaat toont daarmee het specialisme aan van de lasser. Dit specialisme vergroot de meerwaarde van de lasser voor een bedrijf. Dit is een belangrijk voordeel. Een nadeel is echter dat een bedrijf de lasser meestal op alle laswerkzaamheden in zal zetten waarvoor de lasser gecertificeerd is. De lasser is daardoor een weliswaar een specialist maar kan dat ook als belemmering ervaren met betrekking tot de diversiteit in de werkzaamheden.

Gecertificeerde lassers zijn voor een bedrijf waardevol. Veel bedrijven willen gecertificeerde lassers aan hun bedrijf binden door de lascertificaten niet aan de lasser mee te geven maar in hun eigen administratie te bewaren. Als de lasser vertrekt uit het bedrijf krijgen ze dan meestal niet de lascertificaten mee. Daardoor is de meerwaarde van de lasser op de arbeidsmarkt minder groot. Een lascertificaat moet namelijk altijd aangetoond kunnen worden. Als de lasser zijn lascertificaat niet kan aantonen, kunnen bedrijven niet verifiëren of iemand echt daadwerkelijk op certificaat mag lassen. Een lasser zal in dat geval opnieuw gekwalificeerd moeten worden.

Wat is het verband tussen een lasmethodekwalificatie, lasmethodebeschrijving en de lasser kwalificatie

De kwaliteitseisen voor Europese producten wordt steeds strenger. Doormiddel van normeringen is vastgelegd aan welke eisen producten die in Europese bedrijven worden gemaakt moeten voldoen. Deze normen zijn er niet voor niets. Normen zorgen er voor dat bedrijven garant kunnen staan voor kwaliteit en veiligheid. Dit is belangrijk voor de consumenten en de werknemers die binnen een bedrijf werkzaam zijn. Daarnaast zorgt aantoonbare kwaliteit er voor dat de Europese producten op de wereldmarkt aantrekkelijker worden voor potentiële afnemers. De afnemers weten namelijk wat ze van de producten mogen verwachten. De concurrentiepositie van bedrijven wordt door de invoering en standaardisering van normen verbeterd.

In de metaaltechniek en de werktuigbouwkunde is veel aandacht voor normeringen. Met name op het gebied van lasverbindingen wordt veel aandacht besteed aan kwaliteitseisen. Een las is een niet-uitneembare verbinding, daarom moet een las goed aangebracht worden. Als de lasverbindingen van staalconstructies en machines niet goed zijn gemaakt kunnen de gevolgen zeer ernstig zijn. Daarom moeten bedrijven er voor zorgen dat ze hun lasmethodes gekwalificeerd hebben. Ook de lasmethodes dienen per project/ object duidelijk te zijn beschreven. verder dienen de lassers gekwalificeerd te zijn om de lassen te maken die in de lasmethodebeschrijving zijn aangegeven.

Wat is een lasmethodekwalificatie LMK?
Binnen de meeste bedrijven in de werktuigbouwkunde of metaaltechniek worden verschillende lasmethodes uitgevoerd. De verschillen tussen de lasmethodes hebben onder andere te maken met het verschil in lasprocessen zoals bijvoorbeeld TG, MIG/MAG en BMBE- lassen. Verder verschillend de materiaaldiktes en lasposities binnen een bedrijf. Ook de toevoegdraad en het al of niet voorverwarmen van de platen is van belang voor de lasmethode.

Een bedrijf die conform de normen producten produceert moet kunnen aantonen dat elke lasmethode is getoetst door een onafhankelijke instantie. Deze toetsing wordt ook wel kwalificatie genoemd. Binnen een bedrijf moet elke lasmethode gekwalificeerd zijn. Een lasmethodekwalificatie kan echter wel meerde lasposities dekken. Wanneer een las bijvoorbeeld op positie G6 of HL-45 (lassen van buis onder hoek van 45 graden) is gelast zijn de eenvoudiger lasposities daarmee gedekt, behalve de posities waarbij de lastoorts een neergaande beweging moet maken.

Wat is Lasmethodebeschrijving  LMB of een Welding Procedure Specification WPS?
Vanuit de lasmethodekwalificaties kunnen verschillende lasmethodebeschrijvingen worden gemaakt. Deze lasmethodebeschrijvingen worden ook wel afgekort met LMB. In het Engels wordt een lasmethodebeschrijving ook wel Welding Procedure Specification genoemd, dit wordt afgekort met WPS. Een lasmethodebeschrijving is niet hetzelfde als een lasmethodekwalificatie. De lasmethodebeschrijving komt echter uit de lasmethodekwalificatie voort. De lasmethodekwalificatie kan als ‘moederdocument’ worden beschouwd waar de lasmethodebeschrijving als ‘dochterdocument’ aan verbonden is.

De lasmethodebeschrijving bevat informatie die de lasser nodig heeft om de las conform de normen te maken. hierin is onder andere aangegeven welk lasproces door de lasser uitgevoerd dient te worden. dit kan bijvoorbeeld MIG/MAG of TIG-lassen zijn. Ook BMBE – lassen komt regelmatig voor. Verder zijn er nog diverse andere lasmethodes die in een lasmethodebeschrijving of WPS kunnen worden aangegeven.

De lasmethode die gebruikt wordt heeft onder andere te maken met het soort metaal dat gelast moet worden en de dikte van de plaat. Daarbij is ook de toevoegdraad van belang. Verder is in de lasmethodebeschrijving of het WPS aangegeven welke lasnaad aangebracht dient te worden. Dit kunnen bijvoorbeeld een X-naad, V-naad, K-naad of andere lasnaden zijn. Soms is één laslaag niet voldoende en dienen er meerdere laslagen of zogenoemde ‘snoeren’ aangebracht te worden. Dit is ook beschreven in de WPS of de lasmethodebeschrijving. Verder is aangegeven of de platen die gelast moeten worden ook voorverwarmd moeten worden of niet.

Een lasmethodebeschrijving of een WPS is gebonden aan een object of project dit in tegenstelling tot een lasmethodekwalificatie die bedrijfsgebonden is.

Wat is een lasser kwalificatie?
Lassers dienen zich te houden aan het WPS of de lasmethodebeschrijving die hoort bij het project of werkstuk dat ze moeten lassen. Men dient er echter zeker van te zijn dat de lasser onder de normen kan lassen die in de lasmethodebeschrijving zijn beschreven. Daarom moeten lassers gekwalificeerd worden en een Lasser Kwalificatie (LK) behalen. Deze kwalificatie wordt in het Engels aangeduid met Welder Preformance Qualifications (WPQ), ook de term Welders Qualification (WQ) wordt gebruikt.

Tijdens de kwalificering van een lasser dient de desbetreffende lasser een proeflas te leggen conform de lasmethodekwalificatie die bij het bedrijf gehanteerd wordt. Deze proeflas mag alleen door de lasser zelf worden gemaakt. Om er zeker van te zijn dat de lasser de las daadwerkelijk zelf legt is er een onafhankelijke getuige aanwezig. Deze getuige wordt ook wel aangeduid met de Engelse term ‘witness’. De witness controleert of de lasser het lasproces uitvoert volgens de normen en richtlijnen.

Nadat de lasser de proeflas heeft gelegd wordt deze visueel gekeurd. De las wordt bekeken en er wordt beoordeeld of de las er in eerste instantie goed uitziet, er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van randinkarteling of weggezakte lassen. Nadat de visuele inspectie of visuele beoordeling succesvol is verlopen wordt het werkstuk naar een keuringslaboratorium gestuurd.

In het keuringslaboratorium wordt de proeflas verder onderzocht op verborgen gebreken. Deze verborgen gebreken kunnen onder andere naar boven komen bij een niet-destructief onderzoek. Een niet-destructief onderzoek kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. Hierbij kan gedacht worden aan röntgenfoto’s en geluidsgolven. Een onderzoek kan ook destructief worden uitgevoerd. Hierbij wordt het werkstuk vernietigd. Voorbeelden van een destructief onderzoek zijn een trekproef en het doorzagen van een las.

Als de proeven succesvol zijn uitgevoerd krijgt de lasser een certificaat waarop is aangegeven onder welke kwalificatie de lasser mag lassen. Een lasser kwalificatie is in tegenstelling tot een lasmethodekwalificatie beperkt houdbaar. Dit houdt in dat de lasser binnen een half jaar doormiddel van een stempel moet kunnen aantonen dat hij of zij een werkstuk heeft gemaakt onder de zelfde normen die in het lascertificaat zijn beschreven. Als dit niet meer gebeurd is het lascertificaat na een half jaar niet meer geldig.

Lasmethodekwalificatie, de lasmethodebeschrijving en de lasser kwalificatie
Bovengenoemde documenten zijn allemaal aan elkaar verbonden. De lasmethodekwalificatie is bedrijfsgebonden. De verschillende lasmethodekwalificaties zorgen er voor dat in het bedrijf bepaalde lasmethodes uitgevoerd mogen worden. Deze lasmethodes zijn beschreven in een WPS of lasmethodebeschrijving die gekoppeld is aan een project of werkstuk. Een lasser moet een geldige lasser kwalificatie hebben die hoort bij de lasmethode. Indien dit het geval is mag de lasser aan het desbetreffende project werken. Als er geen geldige lasser kwalificatie kan worden aangetoond mag de lasser niet aan het werkstuk werken.

Wat is een lasmethodekwalificatie en waarvoor is een lasmethodekwalificatie LMK nodig?

Een lasmethodekwalificatie wordt ook wel afgekort met LMK. Het is een rapport over de beproeving van een bepaalde las. In het Engels wordt een lasmethodekwalificatie een ‘Procedure Qualification Record’ genoemd, deze wordt afgekort met PQR. Een lasmethodekwalificatie is nodig voor elke nieuwe lasmethode die wordt toegepast in een bedrijf. De lassen die in een bedrijf worden aangebracht verschillen echter. Er kan worden gebruik gemaakt van bijvoorbeeld een hoeklas of er kunnen buizen rondom worden gelast. Verder is er een grote diversiteit aan lasnaden die door de lasser gevuld kunnen worden. Veelvoorkomende voorbeelden hiervan zijn de V-naad, de K-naad en de X-naad. Ook de metaalsoorten verschillen. Zo kunnen binnen een bedrijf verschillende metalen worden gelast zoals bijvoorbeeld roestvaststaal, koolstofstaal en aluminium.

Waarom een lasmethodekwalificatie?
Het is belangrijk dat in een bedrijf de lassen worden gemaakt conform de geldende normering. Daarom moeten lasmethodes gekwalificeerd worden. Elk bedrijf dient voor elke lasmethode die binnen het bedrijf uitgevoerd wordt gekwalificeerd te worden. Door deze lasmethodekwalificatie kunnen klanten of afnemers van het bedrijf er zeker van zijn dat de gelaste constructies of halffabricaten aan de gestelde normen voldoen. Deze normen worden steeds belangrijker. De kwaliteit van Europese producten moet gewaarborgd zijn. Dit zorgt voor een versteviging van de concurrentiepositie ten opzichte van opkomende economieën die lagere productiekosten hebben en meestal ook minder goede kwaliteit leveren. Verder eisen verzekeringsmaatschappijen dat constructies voldoen aan kwaliteitseisen. De basis voor deze kwaliteitseisen is het beschrijven en kwalificeren van lasmethodes. Daarom is een lasmethodekwalificatie niet alleen belangrijk, het is ook in veel gevallen verplicht.

Procedure lasmethodekwalificatie
Deze lasmethode dient door een onafhankelijke deskundige te worden beoordeeld. De onafhankelijke deskundige bezoekt hiervoor het bedrijf dat een bepaalde lasmethode wil kwalificeren. Onder toezicht van de deskundige wordt vervolgens de desbetreffende las door een lasser van het bedrijf gemaakt conform de procedure die gekwalificeerd dient te worden. Nadat de las is gemaakt wordt de las onderzocht. Het onderzoeken van een las wordt zowel destructief als niet-destructief  (NDO) gedaan door een expert. Niet-destructief onderzoek houdt in dat het werkstuk heel blijft en doormiddel van bijvoorbeeld röntgenfoto’s of geluidsgolven wordt gekeurd. Destructief onderzoek houdt in dat het werkstuk wordt vernietigd tijdens de proef. Zo kan tijdens destructief onderzoek het werkstuk doormidden worden gezaagd of uitelkaar worden getrokken,  waardoor het werkstuk na de proef niet meer bruikbaar is. Door deze proeven wordt duidelijk of de beproefde lasmethode aan de gestelde normen voldoet. De lasmethodekwalificatie wordt toegevoegd als bijlage bij de lasprocedure. Er wordt niet voor elk project een nieuwe lasmethodekwalificatie gemaakt. Als binnen het bedrijf precies dezelfde las gemaakt moet worden als in de kwalificatie is beschreven hoeft men de lasmethode niet opnieuw te kwalificeren.

Lasmethodekwalificatie en Lasmethodebeschrijving
Een lasmethodekwalificatie (LMK) is niet hetzelfde als een lasmethodebeschrijving. Een LMK is een bedrijfsgebonden kwalificatie. Dit houdt in dat een bedrijf met een LMK kan aantonen dat het bedrijf de in het LMK beschreven lasmethode conform de normen mag uitvoeren. Een LMK is niet alleen gebonden aan een bepaald bedrijf, de LMK is namelijk ook verbonden aan de specifieke normen waaronder de lasmethode is gekwalificeerd. Op dit moment hebben lasmethodekwalificaties een vrijwel onbeperkte ‘houdbaarheidsdatum’. Dit houdt in dat de LMK niet kan verjaren. De Europese wet- en regelgeving verandert echter voortdurend. In de meeste gevallen zorgen deze veranderingen er voor dat de kwaliteitseisen worden verscherpt. Daarom is het niet ondenkbaar dat lasmethodekwalificaties in de toekomst wel een beperkte ‘houdbaarheidsdatum’ krijgen. Dit houdt in dat bedrijven regelmatig moeten bewijzen dat de nog aan de gestelde normen in de lasmethodekwalificaties voldoen.

Een lasmethodebeschrijving is, zoals eerder genoemd, wat anders dan een lasmethodekwalificatie. Een lasmethodebeschrijving (LMB)wordt ook wel in het Engels aangeduid met Welding Procedure Specification (WPS). In tegenstelling tot een LMK is een LMB project specifiek. Dit houdt in dat een LMB (of WPS) een beschrijving is die verbonden is aan een specifiek object dat gelast moet worden. De LMB is een beschrijving van de wijze waarom de las gemaakt dient te worden door de lasser. Daarbij komen alle factoren aan de orde die invloed hebben op het lasproces en de kwaliteit daarvan. Hierbij kan gedacht worden aan de materiaaldikte, de materiaalsoort en de toevoegdraad. Daarnaast is ook in een LMB beschreven welke naad gelast moet worden en of het materiaal voorverwarmd dient te worden of niet. De laspositie(s) zijn eveneens in de LMB beschreven evenals, uiteraard, het lasproces zelf zoals bijvoorbeeld: MIG/MAG, TIG of BMBE lassen. De lasser dient zich aan de richtlijnen van de LMB of het WPS te houden. De LMB en het WPS zijn afgeleid van de lasmethodekwalificaties die het bedrijf heeft.

Lasmethodekwalificatie en Lasser Kwalificatie
De las die in de lasmethodebeschrijving is beschreven moet uiteraard ook door een lasser gemaakt worden die gekwalificeerd is om de desbetreffende las te maken. Een lasser wordt daarvoor gekwalificeerd. Dit wordt in het Nederlands ook wel een Lasser Kwalificatie genoemd (LK), in het Engels wordt dit aangeduid met de afkorting WPQ dat staat voor ‘Welder Preformance Qualifications’. Een andere Engelse afkorting die wordt gebruikt is WQ dat voluit geschreven wordt als ‘Welders Qualification’.  De lasser wordt doormiddel van de Lasser Kwalificatie beproeft doormiddel van een proeflas. De proeflas die de lasser maakt is beschreven in de lasmethodekwalificatie die aan het bedrijf gebonden is. Een lasser kan met de Lasser Kwalificatie aantonen dat hij of zij kan lassen conform de lasmethodekwalificatie van het bedrijf.

De proeflas dient door de lasser zelf te worden gemaakt conform de beschrijving uit de LMK. Hierbij is een onafhankelijke ‘getuige’ aanwezig, deze wordt ook wel in het Engels aangeduid met ‘witness’. De witness is van een onafhankelijk instituut en is goed onderlegd op lasgebied. Hij of zij ziet er op toe dat de lasser echt zelfstandig de las aanbrengt conform de LMK. Na dit bevestigt te hebben dient de proeflas te worden getest. Deze wijze waarop de proeflas getest wordt is eveneens omschreven in het LMK. De test kan zowel niet-destructief als destructief worden gedaan. Als de proef of proeven op het gelaste werkstuk succesvol zijn verlopen wordt de lasser gekwalificeerd. Lassers die gekwalificeerd zijn om een bepaalde las te maken worden ook wel gecertificeerde lassers genoemd. In tegenstelling tot de lasmethodekwalificatie heeft de Lasser Kwalificatie wel een beperkte houdbaarheidsdatum. Op een stempellijst moet de lasser elk half jaar aantonen dat hij of zij nog aan de gestelde normen van de lasmethodekwalificatie voldoet.

Welke lasposities zijn er volgens de NEN-EN en ASME?

In de werktuigbouwkunde en de metaaltechniek wordt gebruik gemaakt van verschillende lasprocessen. Het is belangrijk dat een lasser een las op de juiste manier maakt en daarvoor het juiste lasproces en materiaal gebruikt. Voor lassers is het echter bijna onmogelijk om alle verschillende lasmethodes en bijbehorende richtlijnen te onthouden. Daarom maken lassers gebruikt van een lasmethodebeschrijving deze wordt ook wel afgekort met LMB. In het Engels wordt deze lasmethodebeschrijving ook wel Welding Procedure Specification of Weld Procedure Specification genoemd. Dit wordt afgekort met WPS. Zowel een WPS als een LMB kan door een lastechnicus worden geschreven.

Wat staat er in een Lasmethodebeschrijving en Welding Procedure Specification?
In een LMB of WPS staat informatie voor de lasser over hoe de las gemaakt dient te worden. Hierin is onder andere beschreven met welk lasproces de las moet worden gemaakt. Dit kan bijvoorbeeld MIG/MAG, TIG of elektrode zijn. Er zijn echter ook andere lasprocessen die gebruikt kunnen worden. Verder staat in het WPS of LMB welke lasdraad gebruikt moet worden en in het aantal lagen dat over elkaar heen aangebracht moet worden. De lasstroom en de voorverwarmtemperatuur hebben een belangrijke invloed op de kwaliteit van de las en kan men daarom ook lezen in het WPS of LMB. Ook de lasnaadvorm is beschreven, dit kan bijvoorbeeld een X-naad, V-naad of I-naad zijn. De diversiteit aan lasnaadvormen is zeer groot en is afhankelijk van de materiaalsoort en de wanddikte of plaatdikte. Deze zijn ook in het WPS en LMB beschreven. Verder is ook de laspositie aangegeven in deze rapporten. Daarover is hieronder meer informatie geschreven.

Welke lasposities worden toegepast in de metaalindustrie?
Er worden voor lasposities verschillende codes gebruikt. De code die wordt gebruikt voor een laspositie heeft te maken met de Europese normering en de Amerikaanse normering. De Europese Normering wordt aangegeven in NEN- EN. De Amerikaanse normering wordt vooral gebruikt in de offshore. Deze normering wordt aangegeven in een ASME-code. ASME is een afkorting die staat voor American Society of Mechanical Engineers. De ASME-code wordt internationaal het meest gebruikt. Hieronder is een lijst weergeven van de verschillende lasposities en de bijbehorende code:

ASME lasposities

1F  hoeklas onder de hand.

2F  hoeklas uit de zij.

3Fu  hoeklas verticaal (stapelen).

3Fd  hoeklas verticaal (van boven naar beneden).

4F  hoeklas boven het hoofd.

1G  V-las onder de hand.

2G  V-las horizontaal uit de zij.

3Gu V-las verticaal (stapelen).

3Gd V-las verticaal (van boven naar beneden).

4G  V-las boven het hoofd.

5Gu  V-las in horizontaal liggende pijp rondom lassen (stapelen).

5Gd  V-las in horizontaal liggende pijp rondom lassen (van boven naar beneden).

6G  V-las in pijp onder 45° rondom lassen.

6GR  V-las in pijp onder 45° rondom lassen met o.a. extra ring om pijp.

De letter F staat voor ‘Fillet weld’ dit is een hoeklas. De letter G staat voor ‘Groove weld’ en wordt gebruikt als aanduiding voor V-naden. Onder de Europese Norm zijn de lasposities ingedeeld in de volgende aanduidingen:

NEN-EN lasposities

PA   hoeklas onder de hand, V-las onder de hand.

PB   hoeklas uit de zij.

PF   hoeklas of V-las verticaal omhoog stapelen van de las.

PG  hoeklas of V-las verticaal naar beneden lassen van de las.

PD   hoeklas boven het hoofd.

PC   V-las horizontaal uit de zij.

PE   V-las boven het hoofd.

PH  V-las in horizontaal liggende pijp rondom lassen (stapelen).

PJ   V-las in horizontaal liggende pijp rondom lassen (van boven naar beneden).

PK  V-las in horizontaal liggende pijp rondom lassen.

H-L045, V-las in pijp onder 45° rondom lassen  (stapelen).

J-L045, V-las in pijp onder 45° rondom lassen (van boven naar beneden).

Welke vier varianten zijn er van het MIG/MAG lasproces?

MIG/MAG lassen wordt zeer veel toegepast in de metaaltechniek en de werktuigbouwkunde. Het lasproces wordt ook wel aangeduid met CO2-lassen. Deze benaming is echter onjuist wanneer deze voor beide lasprocessen wordt gehanteerd. MIG/MAG zijn twee afkortingen die meestal bij elkaar worden genoemd. Toch is MIG niet hetzelfde als MAG-lassen. Het verschil tussen deze twee afkortingen wordt duidelijk wanneer men de afkortingen voluit gaat schrijven.

MIG lassen
MIG is een afkorting die staat voor ‘Metal Inert Gas’, dit maakt duidelijk dat men hierbij gebruik maakt van inerte gassen. Deze gassen zijn niet reactief en gaan dus geen reactie aan met de gassen in de lucht die rondom het lasproces aanwezig is. Voorbeelden van inerte gassen zijn Helium en Argon.

MAG lassen
De afkorting MAG staat voor ‘Metal Active Gas’. Deze afkorting maakt duidelijk dat bij MAG lassen wel gebruik wordt gemaakt van een actief gas, dit in tegenstelling tot MIG lassen. Een actief gas reageert wel op de gassen in de omgeving. Meestal wordt bij MAG lassen CO2 gebruikt of een mengsel dat bestaat uit CO2 en Argon. Voordeel van actieve gassen is dat deze gassen goedkoper zijn dan inerte gassen.

Vier verschillende varianten van MIG/Mag lassen
Naast de twee verschillende soorten gassen die worden gebruikt tijdens het MIG/MAG lassen zijn er ook nog vier verschillende varianten die bij het MIG/Mag lassen horen. Deze varianten zijn kortsluitbooglassen, pulserend lassen, lassen met gevulde draad en openbooglassen. Deze varianten zijn hieronder kort toegelicht.

  • Kortsluitbooglassen is een lasproces waarbij de elektrode van het lastoestel het werkstuk aantikt. Door dit aantikken ontstaat kortsluiting tussen het werkstuk en de elektrode. Hierdoor loopt een zeer hoge stroom door de laselektrode. De laselektrode is de lasdraad die op een rol toegevoerd wordt. De hoge stroom zorgt er voor dat de lasdraad afsmelt. Vervolgens wordt de korsluiting afgebroken. De draad wordt echter vanaf de rol voortdurend toegevoerd. Hierdoor ontstaat een circuit aan kortsluitingen. Daarom wordt kortsluitbooglassen in het Engels ook wel “Shortcut Circuit” genoemd.
  • Pulserend lassen is een lasproces waarbij twee verschillen stroomsterktes worden gebruikt. De basisstroom is constant en zorgt er voor dat de lasboog in stand wordt gehouden. Daarnaast is er nog een pulserende stroom. Deze pulsstroom komt over de basisstroom heen. De pulserende stroom zorgt er voor dat het toevoegmateriaal (de toevoegdraad) smelt. Hierdoor smelten er druppels toevoegmateriaal in het smeltbad. Pulserend lassen zorgt voor minder warmte inbreng tijdens het lasproces. Daardoor kan men beter in verschillende lasposities lassen.
  • Lassen met gevulde draad is een lasproces dat ook bij MIG/MAG lassen kan worden toegepast. De draad die wordt toegevoegd tijdens het lassen is, zoals de naam van het lasproces al duidelijk maakt, gevuld. De draad bevat een poeder die er voor zorgt dat er een slak ontstaat op het smeltbad. Een voorbeeld van poeder dat in de gevulde draad wordt toegepast is rutiel. MIG/MAG lassen met een draad die rutiel gevuld is wordt ook wel lassen met ‘rutiel gevulde draad’ genoemd. Lassen met gevulde draad zorgt er voor dat het smeltbad goed wordt beschermd door een slak, dit gebeurd ook met BMBE lassen (lassen met beklede elektrode). Daarom is MIG/MAG lassen met (rutiel) gevulde draad geschikt voor een omgeving waarbij wind en tocht invloed hebben op het lasproces. Uiteraard dient wind en tocht zoveel mogelijk vermeden te worden tijdens het lassen.
  • Openbooglassen kan ook met MIG/MAG lassen worden gedaan. Hierbij worden deeltjes van de elektrodedraad naar het werkstuk gesproeid. Het werkstuk wordt daarbij niet aangeraakt door de elektrode. De boogspanning is veel hoger dan wanneer men met een gesloten boog last en het werkstuk wel raakt met de elektrode. Tijdens lassen met open boog verstuiven kleine druppeltjes van de elektrode en belanden deze in het smeltbad dat tijdens het lasproces ontstaat. Het openbooglassen is een heet lasproces de draadsnelheid is groter dan bij kortsluitbooglassen.

De keuze van de variant van het MIG/MAG lasproces dat men kiest is afhankelijk van verschillende factoren. Tijd en snelheid kunnen belangrijke factoren zijn voor de keuze van een lasproces. Daarnaast is een goede verbinding en een mooie las ook belangrijk. In een lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification (WPS) is duidelijk aangegeven welke lasmethode toegepast moet worden en welk toevoegmateriaal gebruikt moet worden. Daarnaast hebben de meeste bedrijven ook een Middelbaar Lastechnicus (MLT) of een International Welding Technologist (IWT) die veel kennis heeft van lasprocessen. Zowel de MLT als de IWT kunnen belangrijke informatie verschaffen over lasprocessen. Deze informatie kan de lasser gebruiken om de juiste lasmethode te gebruiken zodat de gewenste kwaliteit wordt geleverd.

Veiligheid en gezondheid met betrekking tot het lasproces

Lassen wordt regelmatig gedaan in de metaaltechniek en de werktuigbouwkunde. Doormiddel van lassen worden metalen of kunststoffen onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Er zijn verschillende lasprocessen die in de praktijk door een lasser kunnen worden uitgevoerd. De keuze van het lasproces is afhankelijk van de metaalsoort, de materiaaldikte en de kwaliteitseisen die aan het werkstuk worden gesteld. Lassen is een productieproces dat niet zonder risico’s is voor de lasser zelf en zijn of haar naaste omgeving. Daarom moet een lasser een aantal veiligheidsvoorschriften goed in acht nemen.

Veiligheid en gezondheid bij lasprocessen bevorderen
Het bevorderen van veilig werken tijdens het lassen is belangrijk om letsel te voorkomen. Tijdens het lassen kunnen gloeiendhete metaalspetters vrijkomen die brandwonden kunnen veroorzaken. Daarom is het belangrijk dat lassers zich goed tegen deze lasspetters beschermen. Brandwerende handschoenen die speciaal voor lassers zijn ontworpen moeten daarom te allen tijde door lassers worden gedragen. Ook brandwerende of brandvertragende kleding voor lassers is verplicht. De isolatie van de handschoenen van de lasser en het schoeisel van de lassers is extra belangrijk bij elektrische lasprocessen.

In de directe omgeving van de lasser mag tijdens het lassen geen brandbaar materiaal aanwezig zijn. Door de lasspetters kan brandbaar materiaal zoals karton of synthetische kleding eenvoudig vlam vatten. Hierdoor kan een grote brand ontstaan.

Verder dient de lasser rekening te houden met schadelijke gassen die tijdens het lasproces vrijkomen. Lasrook dient doormiddel van een goede afzuiginstallatie van de werkplek van de lasser weggezogen te worden.

Tot slot dient de lasser zijn of haar ogen te beschermen tegen het felle licht dat tijdens het lasproces vrijkomt. Een plasmaboog geeft tijdens het lassen fel licht dat schadelijke uv-stralen bevat. Daarom moet een lasser een lashelm of laskap dragen met een donker glaasje. Er zijn tegenwoordig ook flitskappen waarvan het glas automatisch donker wordt wanneer men gaat lassen.

De omgeving van de lasser moet echter ook geen last hebben van het uv-licht dat tijdens het lasproces vrijkomt. Daarom dient een lasser zijn of haar werkplek af te schermen met lasschermen. Door lasschermen te gebruiken kunnen mensen in de omgeving van de lasser niet in de plasmaboog kijken.

Een lasser moet zijn werkplek goed opruimen en moet er voor zorgen dat er geen ongelukken kunnen gebeuren terwijl de lasser aan het lassen is. Door het gebruik van een laskap kan een lasser namelijk weinig van zijn of haar omgeving waarnemen. Naderende heftrucks of personeel dat langs loopt wordt nauwelijks opgemerkt.

Veiligheid op de werkplek
Als een lasser de veiligheidsvoorschriften goed in acht neemt kan het lasproces goed worden uitgevoerd. Veiligheid en gezondheid is echter niet alleen iets dat de lasser zelf moet bewerkstelligen. Het bedrijf waar de lasser werkzaam is moet er voor zorgen dat de lasser de juiste materialen, gereedschappen en kleding krijgt om het werk professioneel uit te kunnen voeren. De arbeidsinspectie in Nederland ziet er op toe dat dit ook gebeurd.

Wat is OP-lassen en waarvoor wordt onderpoederlassen gebruikt?

OP-lassen is een speciaal lasproces dat wordt gebruikt in de werktuigbouwkunde. De afkorting ‘OP’ staat voor onder poeder, het lasproces wordt ook wel onder poederdek lassen of onderpoederlassen genoemd. In het Engels heet dit lasproces Submerged Arc Welding. Bij dit lasproces wordt gebruik gemaakt van een laag vast poeder. Het onderpoederlassen behoort tot het booglassen. De elektrische boog ligt onder een laag poeder. De elektrode die wordt gebruikt is net als bij MIG/MAG lassen afsmeltend en is in feite de lasdraad. Dit houdt in dat er continue nieuwe lasdraad moet worden aangevoerd. Dit gebeurd door aandrijfwieltjes die de lasdraad door de laskop voeren. Hierbij is de afstand tussen de laskop en het werkstuk belangrijk. De laskop van het OP-lastoestel zorgt er voor dat de lasdraad onder elektrische spanning komt te staan. De draad is naast elektrode ook het toevoegmateriaal. De draad wordt in het smeltbad opgenomen. Het OP-lassen is een proces dat zeer productief is.

Er kan in verhouding tot andere lasprocessen snel worden gewerkt. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat bij OP-lassen de draad mechanisch wordt toegevoerd vanaf een draadhaspel. Het poederdek wordt eveneens automatisch aangebracht en wordt op de boog gestrooid. Dit gebeurd door de laskop van het OP-lastoestel. Via een trechter wordt laspoeder uitgestrooid rond het einde van de lasdraad. Het poeder komt hierdoor op de lasboog terecht. Tijdens het OP-lassen functioneert het poederdek als de bekleding van de elektrode, net zoals dat gebeurd bij lassen met beklede elektrode. Het poederdek zorgt voor een beschermgas. Daarnaast ontstaat door het poeder een slak op de las. Deze slak beschermt het smeltbad tegen de inwerking van invloeden vanuit de lucht in de omgeving van de lasboog. Niet al het laspoeder verandert in een slak. Het laspoeder dat na het OP-lassen overblijft wordt door een zuiger opgezogen en kan op die manier weer in het lasproces worden gebracht.

OP-lassen kan met verschillende soorten poeder
Bij OP-lassen kan men gebruik maken van verschillende soorten laspoeder. De keuze van de laspoeder heeft invloed op de mechanische eigenschappen van de las. Niet elk poeder is geschikt voor een bepaalde metaalsoort of wanddikte. Over het algemeen worden basische poeders gebruikt voor werkstukken met een grote wanddikte. Voor hogere verwerkingssnelheden wordt gebruik gemaakt van rutielpoeders.

Waar wordt OP-lassen gebruikt?
OP-lassen is een lasproces dat vooral wordt gebruikt in de zware industrie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de offshore en de scheepsbouw. Ook in de apparatenbouw en in chemische industrieën kan OP-lassen worden toegepast. Het OP-lastoestel is omvangrijker dan een MIG/MAG lastoorts die met de hand door een lasser wordt bediend. Daarom wordt OP-lassen over het algemeen niet gebruikt voor moeilijke lasposities en zeer nauwkeurig laswerk met verschillende hoekjes en naden die niet in één rechte baan lopen. OP-lassen is vooral geschikt voor grote lange platen en constructies. Deze komen over het algemeen voor bij schepen of grote opslagtanks voor de chemische industrie. Daarom hebben bedrijven die in deze sectoren actief zijn OP-lastoestellen maar dat hoeft niet. Er zijn ook bedrijven die grote constructies lassen zonder OP-lastoestel. Met name voor de snelheid en de continuïteit is OP-lassen van grote constructies zeer productief.

Laswerk is vakwerk in de metaaltechniek

Metaaltechniek is een interessante branche waarin verschillende beroepen kunnen worden uitgevoerd. Het beroep lasser is een zeer bekend beroep dat tot de verbeelding spreekt. Ondanks het feit bepaald laswerk ook door lasrobots kan worden gedaan blijft het vakwerk van de lasser onmisbaar voor de werktuigbouwkunde. Ook in de toekomst zal altijd behoefte blijven bestaan aan uitstekende lassers. Dit komt omdat lasrobots lang niet in alle posities kunnen lassen. Daarnaast is een lasrobot over het algemeen vrij omvangrijk en moeilijk verplaatsbaar. In schepen en jachten kunnen lasrobots daarom niet of nauwelijks worden ingezet. De ruimtes aan boord van schepen en jachten zijn daarvoor eenvoudigweg te klein. Ook in andere branches van de techniek zullen lassers nodig blijven vanwege het positielaswerk.

Wat maakt lassers uniek in de werktuigbouwkunde?
Lassen is zwaar werk dat niet altijd in een ideale positie aan een werkbank kan worden gedaan. Er wordt binnen de laswereld wel veel aan prefab gedaan maar dan is niet altijd mogelijk. Een lasser moet ook regelmatig in verschillende posities lassen. Een las is een verbinding die niet uitneembaar is. Een lasser zal daarom goed moeten weten hoe een las gemaakt moet worden voordat hij of zij daadwerkelijk met de lastoorts de las maakt.

Bij lassen komt veel technische kennis aan de orde. Het is niet eenvoudigweg twee stukken staal aan elkaar bakken. Dunne platen kunnen doormiddel van veel warmte inbreng tijdens het lassen krom gaan trekken. Daarnaast zullen zeer dikke platen juist voorverwarmd moeten worden om scheuren en barsten in het materiaal te voorkomen. Elke metaalsoort en metaallegering heeft specifieke eigenschappen die er voor zorgen dat bepaalde lasprocessen wel of juist niet geschikt zijn. Daarnaast kan ook de oxide op metaal een belangrijke rol spelen voor het lasproces. De oxidehuid van aluminium is bijvoorbeeld erg hard, harder dan het aluminium zelf. Daarom moet aluminium voordat men gaat lassen goed geslepen worden. De oxidehuid moet op de plaats waar de las moet komen worden verwijdert.

Een lasser moet goed kunnen slijpen. Dit is een belangrijk onderdeel van de voorbewerkging die hoort bij het lassen. Een las wordt meestal gelegd in een bepaalde naad. Voorbeelden hiervan zijn de I-naad, K-naad en de V-naad. De laatste naad wordt in de praktijk veel gebruikt. Hierbij moeten twee metalen objecten aan de kant waar ze gelast worden schuin worden geslepen met een slijper of gesneden met bijvoorbeeld een autogeen snijder.

De lasser moet ook rekening houden met de vooropening van de twee platen of andere objecten die gelast moeten worden. Dit is erg belangrijk omdat tijdens het lassen de metaalplaten gaan ‘werken’. De metaalplaten, buizen of profielen moeten goed in een mal worden geplaatst zodat ze niet te veel ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Na afloop van het lasproces kan een staalconstructie slechts in geringe mate in de juiste vorm of hoek worden gericht. Dit is specialistisch werk. Meestal kiezen lassers er voor om de hoek in de mal iets stomper te maken dan is vereist. Tijdens het lassen zorgt het lasproces er voor dat de hoek scherper wordt.

Lassen draait om gevoel
Lassen is één van de werkzaamheden in de metaaltechniek die naast techniek ook veel om gevoel draait. De in de vorige alinea’s weergegeven informatie maakt duidelijk dat een lasser niet alleen met lastechniek een goede las kan leggen. De lasser zal ook gevoel moeten hebben voor het maken van een goede las. Dit gevoel komt al aan de orde tijdens het instellen van het lastoestel. Wanneer de lasser hier al een fout maakt wordt het maken van een goede las al erg moeilijk. Lassen is zwaar werk maar wel precies werk. Ondanks de moeilijke posities zal de lasser een goede vaste hand moeten hebben om de las zo goed mogelijk te leggen. Soms is het zicht op de plaats waar de las gelegd moet worden geheel ontnomen. Dit kan worden verholpen door te lassen met behulp van spiegels. Hierbij komt nog meer gevoel voor het lasproces aan de orde. Een goede lasser wordt je niet door alleen naar school te gaan en een lasopleiding te volgen. Lassen leer je vooral in de praktijk. Sommige mensen hebben het lassen in de ‘vingers’ terwijl andere lassers nooit een goede lasser zullen worden omdat ze eenvoudigweg het gevoel er niet voor hebben.

Hoe kan ik leren lassen en waar moet ik met lassen op letten?

Regelmatig worden er in op de technische arbeidsmarkt lassers gevraagd. Iemand die goed kan lassen lijkt vrijwel verzekerd van een leven lang werk. Dit is echter niet altijd het geval. Er is een groot verschil tussen de verschillende lasprocessen en de materialen die gelast moeten worden. Een lasser is meestal ervaren in één of enkele lasprocessen zoals bijvoorbeeld MIG/MAG, TIG, Elektrode of autogeen. Tussen deze lasprocessen zijn grote verschillen. Niet elk lasproces verloopt even snel, TIG lassen verloopt over het algemeen langzamer dan MIG/MAG lassen. Bij sommige lasprocessen moet men zelf handmatig het toevoegmateriaal aanbrengen zoals bij TIG en autogeen lassen en bij andere lasprocessen zoals MIG/MAG lassen wordt het las toevoegmateriaal automatisch via de lastoorts aangevoerd. Ook het gas dat bij lasprocessen wordt gebruikt. Zo kan er gebruik worden gemaakt van actieve gassen (MAG-lassen) en inerte gassen (TIG-lassen). Deze gassen hebben invloed op het lasproces en het materiaal.

De specifieke eigenschappen van lasprocessen zorgen er voor dat een bepaald lasproces wel of niet geschikt is voor een materiaalsoort, laspositie of plaatdikte. Kortom er zijn grote verschillen tussen de lasprocessen. Daar wordt hier niet verder op ingegaan. Er is voor geïnteresseerden meer informatie over lasprocessen te vinden op deze site. Gebruik hiervoor de zoekfunctie. Het is wel van belang om te weten dat de lasmethode die gebruikt moet worden om een bepaalde las te leggen bij veel bedrijven is beschreven in een lasmethodebeschrijving of een WPS (Welding Procedure Specification). Deze beschrijvingen kunnen worden opgesteld door een International Welding Technologist (IWT) of een Middelbaar Lastechnicus (MLT). Deze personen zijn bevoegd om lasprocedures te beschrijven en weer te geven in officiële documenten. Sommige bedrijven noemen deze personen bij de afkorting. Hierdoor ontstaan de functiebenamingen IWT-er en MLT-er.

Algemene informatie over lassen
Lassen is zoals in de inleiding gelezen kan worden niet een eenvoudig beroep. Een las is een verbinding die niet uitneembaar is. Dit houdt in dat een las een definitieve verbinding is die alleen uitelkaar genomen kan worden door het werkstuk te vernielen. Een las kan onder andere worden verwijdert doormiddel van slijpen met een slijptol, zagen of gutsen. Dit kost extra tijd en het werkstuk wordt er niet fraaier op. Daarom moet een lasser goed weten wat hij of zij doet. Een lasser kan verschillende lasopleidingen volgen. Het volgen van deze opleidingen garandeert niet dat de lasser daadwerkelijk ook hoogstaande kwaliteit levert. Daarvoor hebben lassers meestal specifieke lascertificaten nodig. Op een lascertificaat is aangegeven welk lasproces een lasser beheerst, welk materiaal gelast mag worden, wat voor lastoevoegmateriaal gebruikt mag worden, welke plaatdikte en positie mag worden gebruikt. In de eerder genoemde WPS of lasmethodebeschrijving is aangegeven of een certificaat vereist is of niet. Lassers die op gecertificeerd niveau lassen behoren tot de beste in hun vakgebied. Dit is echter niet voor iedereen bestemd. Sommige lassers zullen nooit op gecertificeerd niveau kunnen lassen omdat ze daar eenvoudigweg te weinig aanleg voor hebben.

De eerste stap voordat je gaat leren lassen
Het is belangrijk dat je de keuze voor het beroep lasser weloverwogen maakt. Lasser is een mooi maar ook een zwaar beroep. Werken in verschillende moeilijke posities kan aan de orde komen. Daarnaast zijn ook de lasdampen schadelijk voor de gezondheid. Een lasser kan daarnaast ook last krijgen van de vonken die van het lasproces vrij kunnen komen. Hierdoor kunnen brandwonden ontstaan als de lasser niet de geschikte brandvertragende kleding draagt. Verder dient een lasser zijn of haar ogen te beschermen tegen de schadelijke straling die vrijkomt uit de lasboog. Wanneer de lasser dit niet doet kan de lasser lasogen krijgen. Dit is zeer pijnlijk. Als deze nadelen goed onder ogen worden gezien kan men besluiten om een andere vakgebied te kiezen.

Toch zijn er veel mensen die voor het beroep lasser kiezen. Het is een vakgebied waarbij, kwaliteit, gevoel, inzicht en vakmanschap aan de orde komen. Een gedeelte van de lassen kan worden gelegd door robots. Toch is voor met name het lastige positiewerk altijd een lasser nodig die goed is in het vak. Zodra iemand besluit om het vak lasser te leren zal hij of zij goed moeten kiezen welk lasproces het beste bij hem of haar past.

Er zijn verschillende lasprocessen die voor specifieke werkstukken geschikt zijn. Een aankomend lasser moet daarom zichzelf de vraag stellen in welke omgeving hij of zij later wil lassen. Is dat bijvoorbeeld de machinebouw, staalconstructie, scheepsbouw of in de voedingsmiddelenindustrie. De producten die in deze verschillende gebieden van de werktuigbouwkunde worden gemaakt zijn zeer divers en kunnen soms niet met elkaar worden vergeleken. Daarom zal een aankomend lasser een goede keuze moeten maken. Dit kan door bij lasbedrijven langs te gaan en informatie in te winnen bij scholen waar lasopleidingen worden gegeven. Ook internet is een belangrijke informatiebron. Op internet zijn veel filmpjes te vinden waarin uitleg wordt gegeven over verschillende lasprocessen en verschillende soorten bedrijven. Pas wanneer deze informatie goed is bekeken en overwogen kan men een bepaald lasproces kiezen.

Een lasopleiding kiezen
Stel dat men uit de vorige stap de conclusie heeft getrokken dat men graag als MIG/MAG lasser aan de slag wil. Als iemand overtuigd is dat dit een lasproces is waar men  aanleg voor heeft is het verstandig om een opleidingsinstituut uit te zoeken waar een goede MIG/MAG opleiding wordt gegeven. Tussen opleidingsinstituten zitten vaak grote verschillen met betrekking tot de kwaliteit van lasopleidingen. Veel lasbedrijven weten met welk opleidingsinstituut ze goede ervaringen hebben. Deze adviezen kun je gebruiken om een verstandige keuze te maken.  

Het volgen van een lasopleiding
Zodra iemand een opleidingsinstituut heeft uitgekozen kan hij of zij  voor de zekerheid een proefles aanvragen om te kijken of bijvoorbeeld het MIG/MAG lasproces daadwerkelijk een lasproces is waar men mee verder wil. Als men na het volgen van deze proefles nog steeds overtuigd is van de keuze kan de opleiding worden aangevraagd. Meestal zal worden gestart met MIG/MAG niveau 1. Het is echter ook mogelijk dat iemand tijdens de proefles heeft laten zien dat hij of zij over zeer goede lasvaardigheden beschikt. In dat geval kan men vaak niveau 1 verkort doen en gelijk MIG/MAG niveau 2 volgen. De voorwaarden die hiervoor gelden kunnen verschillen per opleidingsinstituut. Met niveau 1 leert de cursist onder andere een werkstuk onder de hand te lassen. Dit is de meest eenvoudige laspositie. Het werkstuk ligt hierbij meestal horizontaal op de werkbank. Dit zorgt er voor dat de lasser er goed zich op heeft. Dit is belangrijk voor de controle op het smeltbad en het werkstuk. Daarnaast leert de cursist in niveau 1 de basistheorie die hoort bij het lasproces waarvoor de cursist de opleiding volgt. In de lasopleiding voor niveau 2 leert men moeilijker lasposities en krijgt de cursist ook meer theorie over lastechniek. Voor veel lasfuncties is niveau 2 het minimale vereiste waaraan een lasser moet voldoen. Veel lassers beheersen een lasproces op niveau 2 of hoger. Als een lasser zich verder wil specialiseren in lassen zal hij of zij verder moeten gaan met het behalen van niveau 3. Hierbij wordt aandacht besteed aan verschillende hoeknaden waaronder binnenhoeknaden. Het aantal posities waarin gelast wordt is nog uitgebreider. Ook de kwaliteit van de las wordt streng beoordeeld. De las wordt niet alleen visueel beoordeeld maar ook radiografisch. Hierdoor kan gekeken worden of de las niet alleen aan de buitenkant goed is maar ook aan de binnenkant geen onvolkomenheden heeft. Als de cursist niveau 3 heeft afgerond kan hij of zij verder met niveau 4. Dit is een heel hoog niveau. Lassers die een bepaald lasproces op niveau 4 beheersen kunnen in vrijwel alle posities dat lasproces uitstekend uitvoeren. Niveau 4 besteed ook aandacht aan hoe verschillende laslagen over elkaar heen gelegd kunnen worden. Daarnaast wordt de kwaliteit van de las nog strenger beoordeeld. Met niveau 4 van een bepaald lasproces kan een lasser in de praktijk zich op papier goed onderscheiden van andere lassers die een lager niveau op de opleiding hebben behaald. Er zijn maar weinig lassers die uiteindelijk niveau 4 halen van een bepaald lastproces.

Niveau 4 is het hoogste niveau dat op een lasopleiding kan worden gehaald. Toch mogen lassers met niveau 4 in de praktijk niet alles lassen. Er zijn werkstukken, schepen, constructies en machines waarvoor een lascertificaat vereist is. Dit is een specifiek certificaat waarmee aangetoond kan worden dat iemand een bepaalde las uitstekend kan leggen. Hierbij wordt ook aangegeven onder welke positie de las door de lasser gelegd kan worden en welk toevoegmateriaal daarvoor gebruikt mag worden. Ook de plaatdikte en de materiaalsoort wordt aangegeven. Een lascertificaat heeft een bepaalde dekking. Deze dekking is nodig om aan de eisen te voldoen die in een WPS of lasmethodebeschrijving zijn vermeld. Één van de moeilijkste lasposities is het lassen van een pijp onder een hoek van 45 graden. Dit wordt ook wel HL 45 of positie G6 genoemd. Lassers die dit certificaat halen behoren tot de beste lassers die op de arbeidsmarkt actief zijn. Voordat een lasser dit niveau haalt is hij of zij over het algemeen al een aantal jaren actief als lasser.

Ervaring in de praktijk is belangrijk bij lassen
De lasopleiding is natuurlijk een goed begin. Toch kan men met een lasopleiding nog niet zeggen dat men daadwerkelijk een ervaren lasser is. Ervaring is voor lassers van groot belang. Deze ervaring leert de lasser in de praktijk. Dit kan onder andere door bij verschillende bedrijven te werken aan verschillende producten. Veel lassers werken als uitzendkracht aan het begin van hun loopbaan. Hierdoor kunnen ze bij diverse bedrijven ervaren hoe het is om aan bepaalde producten en materialen te lassen. Lassers die thuis zelf een lastoestel hebben kunnen hun vaardigheid zeer goed op pijl houden al is er meestal niemand die hun laskwaliteit kan beoordelen wanneer ze werkstukken thuis hebben gemaakt.

De ideale combinatie is dat men met een basislasopleiding eerst in de praktijk aan de slag gaat. Daar kan de lasser het beste zo jong mogelijk mee beginnen. Wanneer de lasser wat ouder is zal de lasser over meer ervaring moeten beschikken. Daarom moet de oudere lasser over meer papieren beschikken. Deze kan hij of zij door de ervaring in de praktijk over het algemeen zonder veel moeite halen. Toch zal de lasser er niet aan ontkomen dat ook bij lasopleidingen theorie aan de orde komt. Dit moet elke lasser behalen.

Een leven lang lassen kunnen maar weinig lassers. Het is net als bij stratenmakers een zwaar beroep dat voor een behoorlijke fysieke belasting zorgt. Daarom groeien veel lassers op de duur liever door naar een lastechnische functie zoals middelbaar lastechnicus of lasbaas. Ook de positie van voorman of lasinstructeur is voor veel ervaren lassers interessant. Het is echter wel jammer dat veel bedrijven maar weinig mensen op deze positie nodig hebben. Dit is wel van belang om goed te weten.

Wat zijn de voordelen en nadelen van het beroep lasser in de werktuigbouwkunde?

Voordat iemand besluit om lasser te worden is het belangrijk om een goed beeld te hebben van het beroep lasser. Dit is zeker een interessant beroep. Er komt veel vakwerk, gevoel en inzicht in dit vakgebied aan de orde. Toch kleven er ook nadelen aan het beroep lasser. Het is een zwaar beroep waarbij men ook regelmatig in moeilijke posities moet werken. Deze posities zijn niet altijd even ergonomisch verantwoord. Zo kan een lasser gedurende lange tijd voorovergebogen een las leggen. Ook lasposities waarbij men op de knieën moet werken komen aan de orde. Boven het hoofd lassen is ook een lastige positie waarbij de vonken, die bij het lasproces vrijkomen, ook nog op de lasser zelf kunnen neerdalen. Een lasser kan door deze vonken ook brandwonden krijgen. Daarom moet een lasser zichzelf goed beschermen met brandvertragende kleding. Ook lasogen is een risico waarmee lassers te maken kunnen krijgen. Lasogen ontstaan wanneer men in de vlamboog kijkt zonder dat men de ogen voldoende tegen de schadelijke straling beschermd. Lasogen worden als zeer pijnlijk beschouwd en het duurt een dag of twee voordat men daarvan geheel is hersteld.

De las als handtekening
Bovenstaande risico’s schrikken de mensen die een passie hebben voor lassen echter niet af. Lassers die een passie hebben voor lassen willen niets anders dan een zo mooi mogelijke las leggen en zo weinig mogelijk de las nabewerken. Ze beschouwen hun las als een handtekening en die moet netjes zijn. Het slijpen van een las wordt door de meeste lassers beschouwd als een teken dat de las niet netjes gelegd is. Er kunnen echter ook andere redenen zijn om een las te slijpen.

Lassen is niet eenvoudig
Hoewel lassen uitvoerend werk is kan lassen niet als eenvoudig werk worden beschouwd. Een lasser moet met veel verschillende factoren rekening houden tijdens het lasproces. Zo moet een lasser het lastoestel goed kunnen instellen. Dit instelling van het lastoestel heeft te maken met de snelheid waarmee gelast kan worden. Daarnaast moet de lasser ook rekening houden met de warmte inbreng. Teveel warmte inbreng kan er voor zorgen dat het werkstuk vervormd. In sommige gevallen zal men de platen die men aan elkaar last van te voren op een bepaalde temperatuur moeten brengen. Dit wordt door sommige lassers ook wel voorstoken genoemd. Wanneer dit niet gebeurd is het temperatuurverschil tussen de plaats waar de las wordt aangebracht en de rest van de plaat te groot. Hierdoor kunnen door krimp en rek scheuren ontstaan in het werkstuk. In een Welding Procedure Specification WPS of lasmethodebeschrijving is aangegeven in welke mater er voorgestookt moet worden en op welke temperatuur. Deze documenten kunnen onder andere worden opgesteld door een middelbaar lastechnicus of een IWT, International Welding Technologist. De lasser zal de lasmethodebeschrijving of WPS regelmatig moeten lezen en de  temperatuur van het werkstuk goed moeten meten. Ook zal er rekening gehouden moeten worden met het afkoelen van bepaalde werkstukken. Hiervoor kunnen speciale warmhouddekens worden gebruikt.

Afstemmen van factoren in lasproces
Een lasser die op hoog niveau last moet goed in staat zijn om met alle factoren goed op elkaar af te stemmen en het lasproces perfect uit te voeren. Hieraan zijn meestal specifieke lascertificaten verbonden. Een lasser is verplicht om deze certificaten te halen wanneer hij aan hoogwaardige werkstukken werkt die gekeurd worden. Omdat er verschillende lasprocedures, metalen, plaatdiktes, lasposities en toevoegmaterialen worden gebruikt zijn er verschillende lascertificaten. Daarnaast zijn er ook nog verschillende benamingen zoals de Europese Norm en de Amerikaanse norm die met AWS wordt aangeduid. Een lasser die op gecertificeerd niveau last zal goed bij moeten houden hoe lang zijn lascertificaat geldig is en welke posities daarmee gelast mogen worden.

Gecertificeerd lassen
Gecertificeerde lassen worden meestal gekeurd. Dit kan gebeuren via een niet destructief onderzoek (NDO) of een destructief onderzoek. Een NDO onderzoek wordt uitgevoerd door een NDO-er die daarvoor geleerd heeft. Het NDO kan onder andere visueel plaatsvinden, via een röntgen onderzoek aan de hand van foto’s of met bijvoorbeeld geluidsgolven. Een destructief onderzoek kan bijvoorbeeld worden gedaan door de las door te zagen of door een trekproef uit te voeren. Deze testen maken inzichtelijk of de lasser op het niveau last dat in het certificaat is aangegeven. Gecertificeerd lassen is niet voor iedereen weggelegd. Er zijn veel lassers die wel op gecertificeerd niveau willen lassen maar dat in de praktijk niet kunnen. Voor het lassen op gecertificeerd niveau is veel vaardigheid en inzicht vereist. Daarnaast komt er ook veel gevoel voor het lasproces bij kijken. Dat hebben niet alle lassers. De meeste lassers beginnen echter op een laag niveau.

Lasopleiding volgen in crisistijd verstandig?

Tijdens de crisis blijft de behoefte aan lassers op de arbeidsmarkt bestaan. Althans dat blijkt uit de voortdurende vraag naar lassers die uit de vacatures van uitzendbureaus en bedrijven naar voren komt. Een toenemend aantal werkzoekenden overweegt hierdoor om zich te laten omscholen of bijscholen tot lasser. Het vacatureaanbod voor lassers op de arbeidsmarkt zorgt er voor dat deze overweging op zijn minst voor de hand liggend is. Desondanks is het verstandig om eerst een goede afweging te maken of het volgen van een lasopleiding daadwerkelijk de kans op werk vergroot. In deze tekst worden een aantal situaties en tips weergeven die je kunnen helpen om de juiste beslissing te maken voor het volgen van een lasopleiding of niet.

Aan welke lasopleidingen is behoefte?
In de vacatures die op de arbeidsmarkt worden geplaatst komen een aantal lastechnieken naar voren. De meest gevraagde lastechnieken zijn MIG/MAG lassen en TIG lassen. Deze lastechnieken kunnen op verschillende niveaus worden uitgevoerd. Deze niveaus worden over het algemeen aangegeven in niveau 1 tot en met 4, waarbij niveau 4 het hoogste niveau is. Naarmate het lasniveau hoger wordt stijgen ook de kansen om aan het werk te komen op de arbeidsmarkt. In crisistijd zijn er verhoudingsgewijs veel arbeidskrachten beschikbaar. Dit ook van toepassing bij lassers, hoewel het vacatureaanbod anders doet vermoeden. De vacatures waarin om lassers wordt gevraagd richten zich vaak op de hogere lasniveaus. Iemand die een opleiding MIG/MAG 1 of TIG 1 wil volgen maakt daarmee zijn kansen om werk te vinden op de arbeidsmarkt niet veel groter. Pas vanaf niveau 2 of 3 worden de kansen op werk aanzienlijk beter. Desondanks vragen bedrijven wel om sollicitanten die naast een opleiding ook over werkervaring beschikken. Alleen een opleiding is meestal niet voldoende om voor een vacature in aanmerking te komen.

Je hebt werk en wil een lasopleiding volgen
Er zijn verschillende uitgangsposities waarin je kunt kiezen voor het volgen van een lasopleiding. Wanneer je vanuit je werk een lasopleiding wilt gaan volgen doe je dat vaak om je te laten bijscholen of specialiseren. Je werkgever is vaak bereid om een lasopleiding te betalen wanneer je hiermee je meerwaarde voor het bedrijf vergroot. Dit kan betekenen dat je een opleiding gaat volgen waarmee je jezelf meer in lassen gaan specialiseren of je meer gaat verbreden door lassen aan je vaardigheden toe te voegen.

Niet alle bedrijven betalen de opleidingen voor hun medewerkers. Sommige bedrijven verhalen de kosten voor een deel of geheel op de medewerker die de opleiding gaat volgen. Bedrijven kunnen dit doen uit bedrijfseconomische overwegingen of omdat ze de opleiding niet relevant achten voor de uitoefening van de functie. Daarnaast bieden sommige bedrijven een tussenoplossing door de medewerker de mogelijkheid te geven de opleiding in werktijd te doen. Een medewerker kan dan voor zichzelf de afweging maken of het verstandig is en financieel aantrekkelijk genoeg is om de opleiding te volgen.

Een lasopleiding volgen is verstandig wanneer je werk hebt en daardoor je positie binnen het bedrijf verstevigd. Hierdoor wordt de kans om je werk te behouden vergroot.

Je wordt ontslagen en wil een lasopleiding volgen
Bedrijven willen in het kader van outplacement ook wel opleidingen bieden aan medewerkers die de organisatie noodgedwongen of na wederzijds overleg moeten verlaten. Het doel van deze opleidingen is de medewerker na het verlaten van de organisatie een zo groot mogelijke kans te bieden op betaald werk. In deze situatie is het belangrijk dat een medewerker een goede keuze maakt voor een opleiding omdat dit gevolgen kan hebben voor zijn toekomst en de daaraan verbonden loopbaan.

Wanneer een medewerker al opleidingen heeft gedaan in de richting van werktuigbouwkunde zou een lasopleiding een nuttige aanvulling kunnen zijn voor het cv. Daarnaast kan een extra lasopleiding ook verstandig zijn als de medewerker al verschillende lasopleidingen of lascertificaten heeft behaald. Hierdoor zal de nadruk in het cv meer op lassen komen te liggen. De medewerker moet er dan rekening mee houden dat bedrijven van de medewerker verachten dat hij hoofdzakelijk ingezet zal worden als lasser. De keuze om in dat geval een extra lasopleiding aan het cv toe te voegen heeft gevolgen voor de richting van de loopbaan. De loopbaan wordt dan namelijk meer in de richting van lassen gestuurd.

Als een medewerker in een outplacementtraject niet van plan is om in de toekomst als lasser aan de slag te gaan kan hij of zij beter voor een andere opleiding kiezen. Er zijn verschillende instanties die bedrijven kunnen ondersteunen in outplacementtrajecten. Daar zijn vaak opleidingsadviseurs en loopbaanadviseurs in dienst die kunnen ondersteunen bij de zoektocht naar een opleiding die meer past bij de loopbaanwensen en loopbaanperspectieven van de medewerker.

Wanneer je geen werkervaring hebt als lasser en je nauwelijks hebt verdiept in de werkzaamheden die een lasser uitvoert is het niet verstandig om een lasopleiding te gaan volgen. Het inwinnen van advies is dan de eerste stap die genomen moet worden. Ook wanneer er veel vacatures op de markt aanwezig zijn moet dit niet de hoofdreden zijn om een lasopleiding te gaan volgen. Een lasopleiding moet binnen je cv passen en bij je vaardigheden. Wanneer je geen werkervaring hebt opgebouwd in de werktuigbouwkunde is een lasopleiding van weinig waarde. Bedrijven zoeken in de regel meer naar sollicitanten die een lasopleiding hebben én over relevante werkervaring beschikken. In crisistijd hebben ze volop keuze en komen sollicitanten die alleen over een lasopleiding beschikken en geen relevante werkervaring hebben op de laatste plaats.

Je hebt een uitkering en wil een lasopleiding volgen
Wanneer je werk zoekt en in een uitkeringspositie zit moet je verstandige keuzes maken. Elke dag dat je geen werk hebt vergroot het ‘gat’ in je cv. Het ‘gat’ in het cv is de tijdsduur tussen de periodes dat je werk hebt (gehad). Het is belangrijk dat je dit gat zo klein mogelijk houdt en de tijd die je zonder werk zit nuttig besteed om je kans op werk te vergoten. Een opleiding is dan zeker een goede keuze. Het is wel van belang dat de opleiding in een richting is waar veel vacatures in te vinden zijn. Kortom de opleiding moet waarde hebben op de arbeidsmarkt. Een lasopleiding heeft waarde op de arbeidsmarkt wanneer in het cv verschillende aanknopingspunten aanwezig zijn waarmee het nut van de lasopleiding wordt onderstreept. Als je in het verleden een opleiding in de richting van werktuigbouwkunde hebt gedaan zou een lasopleiding een nuttige toevoeging kunnen zijn.

Als op je cv staat dat je in verschillende bedrijven hebt gewerkt als montagemedewerker of constructiebankwerker dan kan een lasopleiding er voor zorgen dat je breder inzetbaar bent. Wanneer je bij metaalbedrijven hebt gewerkt als lasser maar er geen papieren voor hebt behaald, is het verstandig om een opleiding op lasgebied te volgen om hiermee je werkervaring als lasser te ‘verzilveren’.

Wanneer je in het geheel geen werkervaring hebt opgedaan in de metaalbranche en ook geen opleidingservaring hebt in deze richting kun je beter niet een lasopleiding gaan volgen. Bedrijven hebben voldoende keuze uit ervaren lassers op de arbeidsmarkt. Een onervaren lasser heeft hierdoor geen grote kans op werk.

Prijs van lasopleidingen
Een ander aspect dat een rol speelt bij de keuze voor een lasopleiding is de prijs. Lasopleidingen zijn geen goedkope opleidingen. Voor een opleiding MIG/Mag 1 of TIG 1 betaal je ongeveer tussen de vijfhonderd en duizend euro. In deze opleidingen leer je de basis van het lasproces aan maar hiermee kun je nog nauwelijks goed zelfstandig lassen. De meeste bedrijven vragen minimaal om niveau 2 of 3 in deze lasprocessen. Dit houdt in dat de kosten bijna verdubbelen. De totale investering bedraagt dan voor MIG/MAG 1 en 2 ongeveer anderhalf duizend tot tweeduizend euro. Dat is een flinke investering die niet binnen het budget van de meeste werkzoekenden past. Wanneer je in het verleden al een MIG/MAG 1 opleiding of een TIG 1 opleiding hebt gedaan is het wel verstandig om door te gaan met niveau 2 om daarmee je kans op werk in arbeidsmarkt te vergroten.

In sommige gevallen kun je een lasopleiding versteld doen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer je wel aantoonbare werkervaring hebt op lasgebied. Wanneer je in aanmerking wil komen voor een verkort opleidingstraject moet je dit van te voren aangeven bij het opleidingsinstituut waar je de lasopleiding wil gaan volgen. In dat geval moet je wel een test of een aantal testen doen. Hiermee wil het opleidingsinstituut bepalen op welk lasniveau je zit. Op basis van de uitslag van deze lastesten kan het opleidingsproject en de bijbehorende kosten worden bepaald.

De kosten van de lasopleidingen zijn verhoudingsgewijs hoog. Dit heeft onder andere te maken met de begeleiding die tijdens het maken van proefwerkstukken intensief is. Een begeleider zal regelmatig ondersteuning moeten bieden aan de cursist om hem de praktische kanten van het lassen aan te leren. Daarnaast zijn er ook kosten verbonden aan het materiaal dat gelast moet worden en de elektrodes en het beschermingsgas dat wordt gebruikt. Ook de ruimte die gebruikt wordt kost geld evenals de lasoverall, de lashelm en de lashandschoenen die vaak door de opleidingsinstantie ter beschikking worden gesteld en onderhouden.

Gezondheid
Het werk van een lasser is fysiek belastend. Wanneer je overweegt om een lasopleiding te volgen moet je rekening houden met de gezondheidsrisico’s die aan het beroep lasser verbonden zijn. Een lasser doet meestal werk in verschillende posities. Naast onder de hand wordt ook uit de zij en boven het hoofd gelast. Deze posities zijn fysiek zwaar en kunnen er voor zorgen dat een lasser op de duur last van zijn rug, knieën of nek krijgt. Daarnaast hebben de
metalen platen en profielen die gelast moeten worden een behoorlijk gewicht. Wanneer een lasser deze platen en profielen met de hand moet verplaatsen zorgt dat voor een extra belasting voor zijn lichaam.

Ook de lasdampen die bij het lasproces vrij komen zijn schadelijk voor de gezondheid. Een lasser moet er voor zorgen dat deze dampen goed worden afgezogen. Wanneer dit niet gebeurd kunnen de lasdampen schade veroorzaken in de longen van de lasser.

De ogen van een lasser moeten worden beschermd tegen het felle licht dat van het lasproces afkomt. Dit felle licht kan lasogen veroorzaken waardoor de lasser niet in staat is om werkzaamheden uit te voeren.

Lasspetters die bijvoorbeeld vrijkomen tijdens het MIG/Mag lasproces kunnen brandwonden veroorzaken wanneer het lichaam van de lasser onvoldoende beschermd is door brandwerende kleding en brandwerende handschoenen.