Wat is een kantoortuin?

Een kantoortuin is een grote kantoorruimte waarin meerdere werkplekken aanwezig zijn die niet worden afgeschermd door muren, schermen of andere barrières. Kantoortuinen zijn vanaf 1950 ingevoerd in Duitsland waar een kantoortuin ook wel een Bürolandschaft of Großraumbüro wordt genoemd. Vanaf 1970 werden kantoortuinen ook in de rest van West-Europa steeds vaker ingevoerd. Doordat veel kantoorbanen de afgelopen decennia zijn verdwenen zijn kantoortuinen ook voor een deel uit het bedrijfsleven verdwenen. Grote techbedrijven voerden echter de kantoortuinen weer in. Hierbij kun je denken aan Google, Facebook en Microsoft.

Definitie van kantoortuin
Een kantoortuin is in feite een grote ruimte met meerdere bureaus en werkplekken die niet van elkaar worden afgescheiden. Een echte kantoortuin heeft een behoorlijke hoeveelheid werknemers. Dit zijn meestal meer dan twaalf personen. Doordat er geen scheidingswanden in de kantoortuin aanwezig zijn zou de communicatie tussen werknemers gemakkelijker zijn en bovendien ook laagdrempeliger zijn. De gedachte was dat deze aspecten de productiviteit van werknemers zou bevorderen. Uit onderzoeken komt echter naar voren dat deze gedachte niet klopt.

Kantoortuinen ongezond voor werknemers
Grote kantoortuinen blijken echter volgens onderzoeken niet goed te zijn voor werknemers. Zo zijn werknemers in kantoortuinen tot 62% vaker ziek dan mensen die in een traditionele kantooromgeving werken. Ook blijkt de hoeveelheid communicatie die via de telefoon maar ook face to face plaats vind enorm contraproductief te werken. Werknemers worden afgeleid en kunnen zich niet concentreren. Ook kunnen werknemers harder gaan praten om elkaar te verstaan waardoor het volume in een kantoortuin alleen maar gaat toenemen. Dat kan voor stress zorgen en allemaal spanningen. Veel bedrijven kiezen er daarom voor om van het idee van kantoortuinen af te stappen.

Wat is de Europese verordening REACH?

REACH is een Europese verordening die van toepassing is op de productie en handel in chemische stoffen in Europa. In REACH staat aan welke regels bedrijven en overheden zich moeten houden als het gaat om chemische stoffen. Het woord REACH is een afkorting die staat voor Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen.

Informatie over chemische stoffen
REACH is van toepassing op alle landen die lid zijn van de Europese Unie. REACH is ingevoerd om er voor te zorgen dat er meer informatie beschikbaar komt over de chemische stoffen die zijn verwerkt in producten. De chemische grondstoffen en de eigenschappen daarvan moeten bekend zijn bij de afnemers of klanten zodat deze de producten veilig kunnen gebruiken. Klanten kunnen op basis van de informatie over chemische stoffen de juiste voorzorgsmaatregelen nemen als ze de producten gebruiken. De verantwoordelijkheid voor een effectieve risicobeheersing verschuift door REACH naar het bedrijfsleven.

Doel van REACH
Het doel van REACH is een zo hoog mogelijk veiligheidsniveau voor mens en milieu te waarborgen met betrekking tot het produceren en gebruiken van chemische stoffen of producten waarin chemische stoffen zijn verwerkt. REACH is een Europese verordening die er voor zorgt dat zowel klanten als bedrijven goed op de hoogte worden gebracht van de eigenschappen en schadelijke effecten van chemische stoffen en hoe men zich tegen deze schadelijke effecten beschermen.

Doelgroepen van REACH
De informatie over de chemische grondstoffen in producten wordt van begin tot eind doorgegeven. Dit start bij het begin van het productieproces waarbij de chemische stoffen worden verwerkt of toegevoegd. De fabrikant is dus de eerste schakel in de keten die informatie over de chemische stoffen die zijn verwerkt moet gaan inventariseren en noteren. Deze informatie moet worden doorgegeven aan de volgende schakels. Kort samengevat heeft REACH betrekking op de volgende groepen:

  • Fabrikanten: dit zijn de producenten van de producten waarin chemische stoffen zijn verwerkt.
  • Distributeurs: dit zijn de bedrijven die de goederen vervoeren.
  • Eindgebruikers: dit zijn de afnemers, consumenten of eindgebruikers.

Elk van deze genoemde schakels in de keten hebben een verschillende functie of taak. Dat zorgt er ook voor dat ze bepaalde verplichtingen hebben conform de Europese verordening REACH. Bedrijven die te maken krijgen met REACH zullen van te voren goed moeten inventariseren welke verplichtingen ze hebben. Sommige bedrijven vervullen meerdere rollen omdat ze bijvoorbeeld zowel een fabrikant zijn van chemische stoffen als een distributeur van deze stoffen.

Wat is Stichting Arbo Flexbranche (STAF)?

STAF (Stichting Arbo Flexbranche) is een in 2007 opgerichte onafhankelijke stichting die zich bezig houdt met de arbeidsrisico’s binnen de uitzendbranche, bij zowel uitzendkrachten als vaste medewerkers binnen de flexbranche. Het is een speler op de flexmarkt en onderhoud daardoor veel contacten met andere spelers op deze markt zoals uitzendbureaus.

Tijdens zijn stage bij Unique Technicum Uitzendbureau heeft Tjerk van der Meij een korte samenvatting gemaakt over de Stichting Arbo Flexbranche. Deze tekst is het resultaat. Door de omschrijving over de STAF krijgt men inzicht in de diversiteit aan organisaties waarmee uitzendbureaus zoals Unique Technicum in de praktijk mee te maken krijgen. De uitzendwereld is een omvangrijke proffesionele wereld waarbij verschillende instellingen en stichtingen er voor zorgen dat de kwaliteit van uitzendbureaus gewaarborgd blijft en bovendien de veiligheid en de gezondheid van uitzendkrachten wordt beschermd.

Wat doet de Stichting Arbo Flexbranche?
De STAF zet zich in voor een veilige werkplek maar ook voor een gezonde werkplek waar de uitzendkracht zonder gevaar voor de gezondheid en veiligheid kan werken. Uitzendkrachten werken echter op verschillende locaties. Dit komt omdat uitzendbureaus de uitzendkrachten uitzenden naar verschillende opdrachtgevers. Het is belangrijk dat de uitzendkrachten goed op de hoogte worden gebracht over aspecten die verband houden met hun eigen veiligheid en gezondheid. De Stichting Arbo Flexbranche ondersteund uitzendbureaus bij het bevorderen en beschermen van de veiligheid en gezondheid van de flexkrachten. Dit doet de STAF op verschillende manieren. Zo ze de STAF zich in voor een veilige werkplek, zo weinig mogelijk ziekte verzuim en een optimale re-integratie.

Waaruit bestaat de Stichting Arbo Flexbranche
In de STAF zijn verschillende spelers die actief zijn in het uitzendwezen vertegenwoordigd. Het bestuur van STAF bestaat uit een lid van elk van  de volgende organisaties:

  • CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond)
  • FNV (Federatie Nederlandse Vakbewegingen)
  • De Unie
  • LBV (Landelijke Belangenvereniging)
  • ABU, USG (Algemene Bond Uitzendondernemingen, United Service Group)
  • NBBU, Balans (Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen)
  • ABU, Randstad Groep (Algemene Bond Uitzendondernemingen)

ARBO-checklist voor de uitzendorganisatie
Er zijn verschillende methoden denkbaar om de veiligheid van uitzendkrachten te beschermen. Een belangrijk middel is de bewustheid te bevorderen. Daarvoor moeten uitzendbureaus de risico’s met betrekking tot veiligheid en gezondheid goed in kaart brengen. Hierbij biedt STAF ondersteuning aan uitzendbureaus. Om de risico’s en voorschriften duidelijk bij de uitzendorganisatie in kaart te brengen heeft de STAF een ARBO-checklist ontwikkeld voor het uitzendbureau. Deze checklist verplicht de organisatie bij wet:

  • De uitzendkracht in te lichten over de risico’s op de werkplek
  • PBM’s (persoonlijke beschermingsmiddelen) te verschaffen
  • Toezicht houden op de werkplek en leiding geven

Verder wordt er in het document de gegevens van het bedrijf en de uitzendkracht opgenomen.

ARBO-checklist werknemer
De ARBO-checklist van de werknemer is werkplek gerelateerd en kent voor elk segment een ander karakter. Binnen de uitzendorganisaties fungeert de ARBO-checklist tevens als personeelsinstructieformulier. Op deze manier wordt de veiligheid van de uitzendkracht gewaarborgd door de STAF. Zo is de uitzendkracht goed op de hoogte gebracht van de veiligheidsaspecten en de eventuele risico’s op de werkplek. De ARBO-checklist wordt in de praktijk vaak ondertekend zodat het uitzendbureau desgevraagd kan aantonen dat het bureau de uitzendkracht op de hoogte heeft gebracht van de veiligheidsaspecten.

Veiligheid en gezondheid met betrekking tot het lasproces

Lassen wordt regelmatig gedaan in de metaaltechniek en de werktuigbouwkunde. Doormiddel van lassen worden metalen of kunststoffen onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Er zijn verschillende lasprocessen die in de praktijk door een lasser kunnen worden uitgevoerd. De keuze van het lasproces is afhankelijk van de metaalsoort, de materiaaldikte en de kwaliteitseisen die aan het werkstuk worden gesteld. Lassen is een productieproces dat niet zonder risico’s is voor de lasser zelf en zijn of haar naaste omgeving. Daarom moet een lasser een aantal veiligheidsvoorschriften goed in acht nemen.

Veiligheid en gezondheid bij lasprocessen bevorderen
Het bevorderen van veilig werken tijdens het lassen is belangrijk om letsel te voorkomen. Tijdens het lassen kunnen gloeiendhete metaalspetters vrijkomen die brandwonden kunnen veroorzaken. Daarom is het belangrijk dat lassers zich goed tegen deze lasspetters beschermen. Brandwerende handschoenen die speciaal voor lassers zijn ontworpen moeten daarom te allen tijde door lassers worden gedragen. Ook brandwerende of brandvertragende kleding voor lassers is verplicht. De isolatie van de handschoenen van de lasser en het schoeisel van de lassers is extra belangrijk bij elektrische lasprocessen.

In de directe omgeving van de lasser mag tijdens het lassen geen brandbaar materiaal aanwezig zijn. Door de lasspetters kan brandbaar materiaal zoals karton of synthetische kleding eenvoudig vlam vatten. Hierdoor kan een grote brand ontstaan.

Verder dient de lasser rekening te houden met schadelijke gassen die tijdens het lasproces vrijkomen. Lasrook dient doormiddel van een goede afzuiginstallatie van de werkplek van de lasser weggezogen te worden.

Tot slot dient de lasser zijn of haar ogen te beschermen tegen het felle licht dat tijdens het lasproces vrijkomt. Een plasmaboog geeft tijdens het lassen fel licht dat schadelijke uv-stralen bevat. Daarom moet een lasser een lashelm of laskap dragen met een donker glaasje. Er zijn tegenwoordig ook flitskappen waarvan het glas automatisch donker wordt wanneer men gaat lassen.

De omgeving van de lasser moet echter ook geen last hebben van het uv-licht dat tijdens het lasproces vrijkomt. Daarom dient een lasser zijn of haar werkplek af te schermen met lasschermen. Door lasschermen te gebruiken kunnen mensen in de omgeving van de lasser niet in de plasmaboog kijken.

Een lasser moet zijn werkplek goed opruimen en moet er voor zorgen dat er geen ongelukken kunnen gebeuren terwijl de lasser aan het lassen is. Door het gebruik van een laskap kan een lasser namelijk weinig van zijn of haar omgeving waarnemen. Naderende heftrucks of personeel dat langs loopt wordt nauwelijks opgemerkt.

Veiligheid op de werkplek
Als een lasser de veiligheidsvoorschriften goed in acht neemt kan het lasproces goed worden uitgevoerd. Veiligheid en gezondheid is echter niet alleen iets dat de lasser zelf moet bewerkstelligen. Het bedrijf waar de lasser werkzaam is moet er voor zorgen dat de lasser de juiste materialen, gereedschappen en kleding krijgt om het werk professioneel uit te kunnen voeren. De arbeidsinspectie in Nederland ziet er op toe dat dit ook gebeurd.

Ongezond leven tast geheugen aan

Uit een onderzoek dat Hanneke Joosten van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) heeft uitgevoerd kwam naar voren dat ook het geheugen van een mens wordt aangetast door een ongezonde levensstijl. Roken, veel en vet eten zorgen er voor dat het geheugen van iemand vanaf 35 jaar en ouder een grotere kans heeft om een achteruitgang te krijgen  in zijn of haar geheugen.  Hanneke Joosten heeft het onderzoek gehouden onder 3778 deelnemers. Deze deelnemers werden benaderd voor het Groningse Prevend-onderzoek.

Nederlanders hebben top bereikt in lichaamslengte

Timothy Hatton van de universiteit van Essex heeft onderzocht in welke mate de lichaamslengte van de mens is toegenomen de afgelopen jaren. Uit zijn onderzoek kwam naar voren dat de lengte van de Europese man sinds 1870-1875 gemiddeld is toegenomen met 11 centimeter. Volgens hem zijn de Nederlandse mannen het grootst. De gemiddelde lichaamslengte van de man in Nederland is 1,838 meter. In 1955 was de gemiddelde lichaamslengte van een man in Nederland nog 1,76 meter. Ook de vrouwen in Nederland zijn lang in verhouding tot andere Europese vrouwen lang. Een Nederlandse vrouw is op dit moment 1,707 meter. In 1955 was dat nog 1,63 meter.

Leefomstandigheden
Volgens Timothy Hatton heeft de uiteindelijke lichaamslengte van een mens vooral te maken met de leefomstandigheden in de eerste twee levensjaren. Daarnaast zorgt ook gevarieerd voedsel en een goede hygiëne voor een langer lichaam. Yvinne Schönbeck is epidemioloog en onderzoekster bij de TNO. Ook zij geeft aan dat de juiste gezonde omgevingsfactoren er voor zorgen  dat mensen langer worden.

Dikker
Nederlanders hebben qua lichaamslengte nu zo’n beetje de top bereikt. Tussen 1997 en 2009 is er volgens Schönbeck bij zowel de mannen als de vrouwen geen centimeter lichaamslengte bijgekomen. Wel worden de Nederlanders steeds dikker. Ook dit heeft te maken met omgevingsfactoren. De laatste jaren eten Nederlanders ongezonder en doen ze minder aan lichaamsbeweging.