Is CO2 lassen het zelfde als MIG/MAG lassen?

CO2 lassen is een lasproces waarbij gebruik wordt gemaakt van een actief gas genaamd koolstofdioxide (CO2). Een andere term die wordt gebruikt voor het CO2 lassen is MAG lassen. Hierbij staat de afkorting MAG voor Metal Active Gas. De laatste twee letters van deze afkorting maken duidelijk dat het om een actief gas gaat. CO2 is een actief gas omdat het gas een reactie aangaat met de atmosfeer in de omgeving van het lasproces en het smeltbad. Om die reden kan CO2 lassen niet worden gebruikt als synoniem voor MIG lassen. Een voordeel van CO2 is dat het een goedkoop beschermgas is. Naast CO2 / MAG lassen is er ook het MIG lassen. Daarover lees je in de volgende alinea meer.

MIG of MAG lassen?
MIG staat voor Metal Inert Gas en is een lasproces waarbij gebruik wordt gemaakt van een inert beschermgas. Een inert gas is een gas dat geen reactie aangaat met de lucht of atmosfeer in de omgeving van het smeltbad van het lasproces. Een actief gas gaat wel een actieve reactie aan met de atmosfeer. Om die reden kan men CO2 lassen (MAG lassen) niet toepassen bij inerte materialen zonder dat daarbij de kans op corrosie en vervuiling van de lasverbinding aanzienlijk toeneemt. Kortom als men een inert materiaal wil lassen zal men ook een inert beschermgas moeten gebruiken en kiest men dus voor MIG lassen. Een voorbeeld van een inert materiaal is aluminium. Dit kan men lassen doormiddel van MIG maar ook doormiddel van TIG. De laatste afkorting staat voor Tungsten Inert Gas. Hoewel dit lasproces verschilt met MIG lassen wordt ook hierbij gebruik gemaakt van inert gas.

CO2 lasproces
Buiten het verschil in beschermgas is er geen verschil tussen CO2/ MAG lassen en MIG lassen. Er wordt gebruik gemaakt van hetzelfde lastoestel met een lastoorts. De lastoorts kan met 1 of met 2 handen worden gehanteerd door de lasser. Door deze lastoorts wordt tijdens het lassen een lasdraad gevoerd richting het smeltbad van het werkstuk. De lasdraad smelt af tijdens het lasproces en versmelt zich met het smeltbad dat tijdens het lassen ontstaat. Het smeltbad is in feite gesmolten metaal. Een deel van het smeltbad ontstaat door het smelten van het uitgangsmateriaal.

Dit uitgangsmateriaal vormt het werkstuk waarin de lasverbinding moet worden aangebracht. Tijdens het lassen ontstaat er een kortsluitingsboog tussen het werkstuk en de lastoorts. Door deze kortsluiting ontstaat een hoge temperatuur waardoor de laskanten smelten. Deze gesmolten laskanten vormen een smeltbad gezamenlijk met het lastoevoegmateriaal/ lasdraad. Als het smeltbad afkoelt wordt het hard en ontstaat een stevige niet-uitneembare lasverbinding.

Wat betekend de afkorting VCA van een VCA certificaat?

VCA is een term die veel wordt gebruikt op de bouw en in andere technische sectoren. Met VCA doelt men op een algemeen veiligheidscertificaat die veel werknemers in bezit moeten hebben voordat ze de werkzaamheden op bijvoorbeeld een bouwlocatie mogen uitvoeren. De term VCA is inmiddels zo bekend dat men vaak niet eens weet waar de afkorting VCA voor staat. De afkorting VCA betekend het volgende

  • De V staat voor VGM. Deze afkorting staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu
  • De C staat voor Checklist. Met een checklist wordt een vragenlijst bedoelt die is uitgewerkt in een screeningsysteem en doorlichtingssysteem.
  • De A staat voor Aannemers. Bedrijven die onder de aannemers vallen zijn bedrijven die werkzaamheden uitvoeren voor opdrachtgevers. Ze nemen dus het werk aan. Deze werkzaamheden worden vrijwel altijd op andere locaties dan de vestigingslocatie van het bedrijf. Hierbij kan men denken aan bouwlocaties.

Doel van VCA
VCA staat dus voor VGM, Checklist voor Aannemers. Het belangrijkste doel van VCA-certificering is het vorderen van de kennis met betrekking tot veilig werken voor werknemers (basis VCA) en leidinggevenden  VCA VOL) zodat het aantal ongelukken op de werkplek afneemt en de veiligheid en gezondheid van werknemers beter wordt beschermd door het beheersen van de activiteiten op de werkvloer.

VCA opleiding
VCA is een korte opleiding die op verschillende manieren kan worden gevolgd bijvoorbeeld door een digitale cursus of een klassikale opleiding. Het is ook mogelijk om VCA via een cursusboek te volgen. Het examen wordt meestal achter een computer uitgevoerd. Een SSVV erkende exameninstelling mag het VCA examen afnemen. Als het VCA examen wordt behaald ontvang de geexamineerde een VCA certificaat en een meestal ook een VCA pas in creditkaart formaat. Deze VCA pas zal de werknemer mee moeten nemen naar de werklocatie waar VCA is vereist.

Wat zijn steekflenzen?

Steekflenzen zijn flenzen die worden gebruikt als extra afsluitingsmiddel van een leiding of leidingsystemen zodat men veilig aan de andere zijde van de leiding kan werken. De andere zijde van de leiding kan bijvoorbeeld een besloten ruimte zijn. Er wordt uiteraard gewerkt met bestaande systeemafsluiters. Deze sluiten de leidingen die gevaarlijke stoffen transporteren af zodat de gevaarlijke stoffen niet in de buurt van de werknemers en werkzaamheden kunnen komen. Echter kan het gebeuren dat de systeemafsluiters door een fout of door onachtzaamheid weer open worden gezet. In dat geval is de steekflens een extra veiligheidsmiddel dat daadwerkelijk levens kan redden. Naast het afsluiten van een leiding zodat men in een besloten ruimte kan werken worden steekflenzen ook gebruikt als extra veiligheidsmiddel als men een deel van een installatie wil afsluiten voor:

  • het vervangen van afsluiters,
  • het inspecteren van leiding,
  • schoonmaken van een leiding,
  • spoelen van een leiding,
  • het afsluiten van een leiding die aangesloten is op een tank, vat of specifiek deel van een installatie.

Plaatsen van een steekflens
Uiteraard dient de steekflens door een ervaren werknemer, die voldoende kennis heeft van het plaatsen van steekflenzen, te worden aangebracht. Steekflenzen worden zo dicht mogelijk bij de ruimte waar de werknemers werkzaam zijn geplaatst. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat de steekflens dicht bij de besloten ruimte wordt geplaatst in een leiding als in de besloten ruimte werknemers werkzaam zijn. De steekflens bevind zich dan voor de duidelijkheid tussen de laatste afsluiter en de werkplek van de werknemers. Als de afsluiter open wordt gezet zal de steekflens er voor zorgen dat de (giftige, brandbare of explosiegevoelige ) gassen en vloeistoffen de werknemers niet kunnen bereiken.

RI&E en TRA
In een Risico Inventarisatie en Evaluatie kan het plaatsen van steekflenzen aan de orde komen evenals in het plan van aanpak dat gebaseerd is op deze RI&E. Daarnaast kan ook het plaatsen van een steekflens voorgeschreven zijn in een Taak Risico Analyse (TRA). Ook wordt in een werkvergunning vaak de toepassing van een steekflens voorgeschreven indien men werkt in een besloten ruimte waar leidingen op aangesloten zitten waar gevaarlijke stoffen doorheen (kunnen) worden getransporteerd.

Persoonlijke beschermingsmiddelen voor besloten ruimten

Werken in besloten ruimten is meestal niet zonder gevaar. Een besloten ruimte is een vaak kleine ruimte die doormiddel van een nauwe doorgang zoals een mangat kan worden bereikt. Over het algemeen is een besloten ruimte slecht geventileerd. Dat zorgt er voor dat de lucht van een besloten ruimte niet voortdurend wordt ververst tenzij er speciale voorzieningen worden getroffen zoals mechanische ventilatie. Omdat men niet precies weet wat de samenstelling is van de lucht in een besloten ruimte zal men metingen moeten verrichten en persoonlijke beschermingsmiddelen moeten dragen. Er zijn echter verschillende soorten persoonlijke beschermingsmiddelen die in besloten ruimten gedragen kunnen worden. Dit is voor een deel afhankelijk van de arbeidsomstandigheden in de besloten ruimte maar ook voor een deel afhankelijk van de werkzaamheden die daar uitgevoerd moeten worden. Hieronder staan een aantal voorbeelden van persoonlijke beschermingsmiddelen die in een besloten ruimte gedragen kunnen worden:

Algemene persoonlijke beschermingsmiddelen
Een aantal persoonlijke beschermingsmiddelen zijn niet direct verbonden aan het werken in besloten ruimten maar zijn juist algemene persoonlijke beschermingsmiddelen. Hierbij kan men denken aan werkschoenen (S3) of werklaarzen.

Brandgevaar
Als er gevaar is voor brand zal de werknemer werkkleding moeten dragen die vlam vertragend is. Ook kan onafhankelijke adembescherming nodig zijn voor het geval er brand ontstaat en er te weinig zuurstof aanwezig is door de rookontwikkeling en het feit dat vuur het zuurstof in een ruimte opbrand.

Verstikkingsgevaar
De hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer is 21 procent. Als er minder zuurstof aanwezig is zal dat gevolgen hebben voor het menselijke lichaam. Bij een ernstig tekort aan zuurstof is de situatie levensbedreigend. Daarom zal men de hoeveelheid zuurstof in een besloten ruimte moeten meten. Als deze te laag is zal men adembescherming moeten bieden met extra toegevoegde zuurstof. Daarnaast kan men ook een persoonlijke monitor laten dragen door de werknemer zodat deze metingen kan doen in de lucht er omheen. Als er een schadelijk mengsel ontstaat zal er een alarm worden gehoord en/of gevoeld (trilfunctie). Dan dient de werknemer zo snel mogelijk zichzelf en collega’s in veiligheid te brengen.

Vergiftigingsgevaar
Als er gevaar bestaat voor vergiftiging zal men rekening moeten houden met het soort gif. Voor bepaalde gifsoorten heeft men adembescherming nodig terwijl men voor andere gifsoorten juist beschermende kleding moet dragen of een combinatie van adembescherming en beschermende kleding.

Explosiegevaar
In besloten ruimten kunnen verschillende gassen en dampen voor een explosief mengsel zorgen. Een explosief mengsel is niet of nauwelijks door het reukorgaan van een mens waar te nemen daarom gebruikt men een persoonlijke monitor of explosiemeter om de luchtmengsels te meten. Als dit mengsel gevaarlijk wordt dan zal een alarm afgaan en moet iedereen zich in veiligheid brengen. Bij explosieve mengsels speelt de LEL waarde en de UEL waarde een rol. De LEL waarde is de Lower Explosion Level en de UEL waarde is de Upper Explosion Level. De LEL is de laagste concentratie van een stof die nodig is om een explosie mogelijk te maken en de UEL is de bovenste grens oftewel de maximale hoeveelheid die van een stof in een mengsel aanwezig moet zijn om een explosie mogelijk te maken. Boven de UEL is er bijvoorbeeld te weinig zuurstof aanwezig om het mengsel tot ontploffing te brengen. LEL en UEL worden in een percentage aangegeven. Als het percentage van een bepaalde stof tussen de LEL en de UEL is spreekt men van een explosief mengsel.

Gehoorschade
Geluid kan in een kleine ruimte niet of nauwelijks wegkomen. Daarom zal gehoorbescherming bij bepaalde werkzaamheden in lawaaiige besloten ruimten verplicht moeten zijn. Bij 80 dB(A) wordt het ten zeerste aangeraden om gehoorbescherming te dragen om gehoorschade te voorkomen. Boven de 80 dB(A) bestaat de kans op langdurige gehoorschade en bij 85 dB(A) is het verplicht om gehoorbescherming te dragen. Bedrijven zijn dan ook uiteraard verplicht om de gehoorbescherming te verstrekken. Overigens dienen bedrijven ook bij 80 dB(A) gehoorbescherming beschikbaar te stellen. Er zijn verschillende soorten gehoorbescherming. Zo kan men gehoorkappen gebruiken of gehoorbescherming op maat zoals otoplastieken. Het type gehoorbescherming is afhankelijk van het geluid en ook van de werkzaamheden.

Risico Inventarisatie en Evaluatie
In een Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een bedrijf de gevaren en risico’s in besloten ruimten ook moeten verwerken evenals alle andere gevaren en risico’s die binnen het bedrijf op de werkvloer aanwezig zijn of kunnen ontstaan. Vervolgens dienen bedrijven indien mogelijk bronmaatregelen te nemen om het gevaar weg te nemen. Als dat niet kan zal het gevaar moeten worden gereduceerd en beheerst. Dit kan onder andere door het bieden van persoonlijke beschermingsmiddelen maar ook door technische maatregelen in de vorm van mechanische ventilatie en meetinstrumenten om de luchtsamenstelling te meten. Deze maatregelen zullen in de Risico Inventarisatie en Evaluatie ven een bedrijf moeten worden opgenomen.

Mangatwacht
Een mangatwacht wordt in de praktijk vaak ingezet als een extra veiligheidsmiddel. Een mangatwacht zal dicht in de buurt van het mangat of een andere toegang tot een besloten ruimte aanwezig moeten zijn en blijven. De mangatwacht houdt contact met de werknemers in de besloten ruimte achter het mangat. Een mangatwacht mag echter zelf de besloten ruimte niet betreden en dient dus te communiceren op afstand. Daarnaast macht de mangatwacht nooit zijn of haar positie verlaten. Als er gevaar is of gevaar dreigt zal de mangatwacht in actie moeten komen en tijdig de juiste hulpdiensten moeten inschakelen. Een mangatwacht kan ook als brandwacht functioneren en is dan bevoegd en uitgerust om kleine beginnende branden te blussen om zo de veiligheid te waarborgen.

Wat is een mangat?

Een mangat is een nauwe toegang tot een besloten ruimte waar een volwassen man  doorheen past. De term mangat wordt onder andere gebruikt in de technische sector en maritieme wereld. Zo spreekt men van een mangat als men het heeft over de opening van een stoomketel waardoor de monteur of installateur naar binnen kan om reparaties te verrichten. Ook een opening van een riool of besloten technische ruimte wordt mangat genoemd. Hieronder zijn een aantal sectoren in alinea’s benoemd waar mangaten aanwezig (kunnen) zijn.

Mangaten in de techniek
In de industrie wordt veel gebruik gemaakt van mangaten om technische ruimten te bereiken. Dit kunnen bijvoorbeeld ook de gedeelten zijn waar leidingen zijn aangebracht of de installaties voor de verwarming. Eveneens kunnen procestechnische installaties zijn vaak verstopt achter mangaten. Deze besloten ruimten kunnen gevaar opleveren omdat in de (chemische) industrie gevaarlijke stoffen vrij kunnen komen. Een besloten ruimte achter een mangat wordt vaak nauwelijks geventileerd en dat zorgt er voor dat er naast gevaarlijke stoffen ook nauwelijks zuurstof aanwezig kan zijn.

Daarom moeten werknemers die een besloten ruimte binnentreden belangrijke veiligheidsmaatregelen nemen en specifieke persoonlijke beschermingsmiddelen dragen. Dit kan adembescherming zijn maar ook een persoonlijke monitor en persoonlijke explosiemeter waarmee gevaarlijke explosieve mengsels tijdig kunnen worden opgespoord in de atmosfeer van de besloten ruimte. Tot slot dient er meestal een mangatwacht aanwezig te zijn als er werkzaamheden in een besloten ruimte worden uitgevoerd. De mangatwacht dient voortdurend contact te houden met de werknemers die in een besloten ruimte werken maar mag zelf de besloten ruimte niet naar binnen treden. De mangatwacht dient snel en effectief op te treden wanneer de veiligheid en gezondheid van de werknemers in de besloten ruimte in gevaar dreigt te komen.

Mangaten in de maritieme sector
Mangaten treft men ook aan op zeeschepen en marineschepen. Deze worden bijvoorbeeld gebruikt om van het ene dek naar het andere dek toe te gaan. De dekken van schepen kunnen doormiddel van stalen trappen worden bereikt. Deze stalen trappen komen uit bij mangaten. Er zijn verschillende mangaten aan boord op schepen. De zogenaamde bovendekse mangaten bevatten meestal geen deksel waarmee het mangat kunnen worden afgesloten. Onderdekse mangaten kunnen vaak wel worden afgesloten met mangatdeksels. Vooral dieper gelegen besloten ruimten in machinekamers kunnen vaak hermetisch afgesloten worden met handpalklemmen of een wielhengsel.

De reden waarom men mangatdeksels gebruikt is om de ruimten af te sluiten wanneer er calamiteiten plaatsvinden. Op die manier kan men compartimenten afsluiten als gedeelten van het schip vol water lopen of als er branden ontstaan. Het afsluiten van een mangatdeksel mag pas gebeuren als de laatste persoon de ruimte heeft verlaten.

Ook kunnen schepen of duikboten een mangat bevatten aan de buitenzijde van het vaartuig. Hiermee kan men dus via een mangat het schip of de duikboot verlaten. Ze worden gemonteerd in een onderzeeverblijf waar men via het mangat het verblijf kan bereiken of verlaten.

Mangaten in vliegtuigen
Ook vliegtuigen kunnen mangaten bevatten. Deze worden gebruikt door personeel om via ladders naar andere compartimenten te gaan. Zo kan men ook technische ruimten in vliegtuigen bereiken door via een mangat en een ladder te klimmen.

Bij diepzeeonderzoekingen kunnen duikers, via een mangat, uit of in het diepzeecompartiment van een duikklok of onderzeeverblijf zwemmen. Deze onderzeese mangaten kunnen, natuurlijk voor de veiligheid, afgegrendeld worden.

Wat is een mangatwacht of buitenwacht?

Een mangatwacht of buitenwacht is een werknemer die belast is met het houden van toezicht op werknemers, werkzaamheden en veiligheidsaspecten met betrekking tot besloten ruimtes. Een mangatwacht bevind zich zo dicht mogelijk in de buurt van de opening (gat) van een besloten ruimte. In deze tekst is informatie weergegeven over wat een mangat is en wat een mangatwacht doet. Omdat voor deze functie verschillende synoniemen worden gebruikt zijn de verschillende benamingen voor een mangatwacht eveneens in deze tekst verwerkt.

Wat is een mangat?
Een mangat is een opening in bijvoorbeeld een stoomketel, riool of besloten ruimte waar een man door heen past. Een mangat is vaak aangebracht om er voor te zorgen dat monteurs en lassers bij een deel van een besloten ruimte kunnen komen om daar werkzaamheden te kunnen verrichten. Over het algemeen kan een mangat afgesloten worden met een luik. Onder dit luik kan een vast gemonteerde trap aanwezig zijn zodat de werknemer naar boven of naar beneden kan klimmen. Het is echter belangrijk te weten dat men niet zonder toestemming een mangat kan binnentreden.

Werken in ene mangat brengt gevaren mee
In de besloten ruimte achter een mangat kunnen namelijk gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of te weinig zuurstof waardoor het leven van de werknemer in gevaar kan komen. Het percentage zuurstof dient in ieder geval 21 procent te zijn van het totale luchtmengsel. Daarnaast moet het resterende deel van het luchtmengsel niet bestaan uit brandbare stoffen omdat anders een groot risico op brand aanwezig is. Bovendien kan een explosief mengsel aanwezig zijn. De hoeveelheid brandbare dampen en explosieve stoffen dient 10 procent lel (lower explosion level) te zijn.

In een Risico Inventarisatie en Evaluatie dient een bedrijf aandacht te hebben besteed aan de gevaren van de besloten ruimten binnen het bedrijf. In de Risico Inventarisatie en Evaluatie dient daarnaast te worden aangegeven hoe de risico’s doormiddel van een plan van aanpak worden verholpen. Vaak moeten werknemers die in een besloten ruimte werken speciale persoonlijke beschermingsmiddelen dragen en voorzien worden van een persoonlijke explosiemeter en een persoonlijke monitor waarmee de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen en explosieve luchtmengsels tijdig kunnen worden gemeten. Deze meetinstrumenten dienen bovenop de kleding van de werknemer te worden gedragen zodat de metingen van het meetinstrument goed kunnen worden gedaan en het alarm goed hoorbaar is wanneer schadelijke en gevaarlijke concentraties worden gemeten.

Synoniemen voor mangatwacht
Een mangat vormt over het algemeen de toegang tot een besloten ruimte daarom noemt men een werknemer die hier de wacht houdt een mangat wacht. Omdat deze toezichthoudende werknemer buiten de besloten ruimte de wacht houdt spreekt men ook wel van een buitenwacht. De term veiligheidswacht wordt echter ook gebruikt omdat deze wacht er voornamelijk is voor de veiligheid van de werknemers die in de besloten ruimte echter het mangat werken.

Werkvergunning
In de alinea’s hiervoor is duidelijk gemaakt wat een mangat is en welke risico’s aan het werken in een besloten ruimte achter een mangat verbonden zijn. Deze risico’s zijn niet gering en daarom moet er alles aan gedaan worden om de risico’s weg te nemen, te beperken en te beheersen. Daar moet aandacht aan worden besteed in een Risico Inventarisatie en Evaluatie maar ook in de praktijk. Als een werknemer aan het werk gaat in een besloten ruimte dan zal hij of zij daarvoor toestemming moeten krijgen van de verantwoordelijke leidinggevende. Dikwijls is een werkvergunning vereist voor werken in besloten ruimten. Daarnaast zijn specifieke veiligheidsregels vastgelegd voor personen die in een besloten ruimte werken maar ook voor de mangatwacht.

Wat doet een mangatwacht?
Het belangrijkste dat een mangatwacht moet doen is er voor zorgen dat de veiligheid van zijn collega’s (die in de besloten ruimte werken) en zichzelf niet in gevaar wordt gebracht. Een belangrijk aspect hierbij is de communicatie. Er dient tussen de mangatwacht en de werknemer(s) in de besloten ruimte een goede communicatie te zijn. Doormiddel van een veiligheidstouw en een portofoon kan de communicatie tussen de mangatwacht en de werknemers tot stand worden gebracht. Er kan ook gebruik worden gemaakt van andere communicatieapparatuur. Naast communicatie tussen de mangatwacht en de werknemers dient er ook communicatie te zijn met de hulpdiensten van het bedrijf wanneer er een noodgeval plaatsvind of dreigt plaats te vinden.

Een mangatwacht moet bij het mangat blijven en mag hier niet vandaan gaan. Ook mag de mangatwacht de besloten ruimte achter het mangat niet betreden. De mangat moet dus altijd buiten het mangat blijven. Hoewel het werk van een mangatwacht op het eerste oog passief lijkt is dit in de praktijk zeker niet het geval. De mangatwacht dient actief contact te houden met het personeel in de besloten ruimte en daarnaast kan de mangatwacht ook als brandwacht optreden. Er kunnen preventieve controles worden verricht op het gebied van brandveiligheid. Als de mangatwacht tevens een brandwacht is heeft hij ook de taak en vaardigheden om een beginnende brand onder controle te krijgen.

De taken en verantwoordelijkheden van een mangatwacht zijn divers en zijn afhankelijk van de specifieke factoren op de werksituatie. Op basis van een Taak Risico Analyse kunnen de gevaren van een besloten ruimte in kaart worden gebracht. Vaak staat in een werkinstructie nauw omschreven wat men wel en niet mag doen in en rondom een besloten ruimte. Een mangatwacht krijgt vaak een nauwkeurige omschrijving van de taken en verantwoordelijkheden waarvoor hij of zij is opgesteld.

Wat is werken in besloten ruimten?

Werken in besloten ruimten is: het uitvoeren van werkzaamheden in een kleine ruimte die moeilijk toegankelijk is, slecht geventileerd kan worden en waar mogelijk gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Werken in besloten ruimten is een vrij breed begrip omdat er heel veel verschillende besloten ruimten zijn en diverse werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. Een belangrijk aspect dat alle werkzaamheden in besloten ruimten met elkaar gemeen hebben is dat ze in meer en mindere mate risico’s met zich meebrengen voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers.

Werken in besloten ruimte en risico’s
Werken in een besloten ruimte is geen ideale werkplek voor werknemers vanwege de risico’s maar ook voor de fysieke belasting. Werknemers die werken in besloten ruimten kunnen vaak nauwelijks vrij bewegen en moeten zich bijvoorbeeld kruipend verplaatsen wat weer een extra belasting oplevert voor de knieën schouders en nek. De nauwe ruimten zorgen er tevens voor dat een werknemer bij een gevaar niet snel de werkplek kan verlaten.

Risico Inventarisatie en Evaluatie
Het is duidelijk dat werken in besloten ruimten extra risicovol is en daarom dient een bedrijf met deze risico’s rekening te houden in een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) dat onderdeel vormt van een arbobeleid van een organisatie. In de Risico Inventarisatie en Evaluatie dient het bedrijf ook aandacht te besteden aan de aanwezigheid van gevaarlijke gassen en de mogelijke afwezigheid van zuurstof in besloten ruimten. Deze factoren brengen aanzienlijk hoge risico’s met zich mee. Voorkomen is beter dan genezen. Daarom moeten bedrijven in een plan van aanpak aangeven wat ze gaan doen om de risico’s op de werkplek weg te nemen.

Bronbestrijding
Bronbestrijding is de beste manier om risico’s te bestrijden. Brandbestrijding houdt in dat de gevaarlijke stoffen worden verwijderd of dat de besloten ruimten open worden gemaakt en beter worden geventileerd zodat er geen sprake meer is van een besloten ruimte. Gevaren worden bij de bron bestreden wanneer dat mogelijk is. Als bronbestrijding en technische maatregelen niet mogelijk zijn zullen bedrijven er alles aan moeten doen om de risico’s te beheersen.

Beheersen van risico’s
Dit houdt in dat de werknemers duidelijke veiligheidsinstructies krijgen, persoonlijke beschermingsmiddelen en een persoonlijke monitor of persoonlijke explosiemeter. Met de persoonlijke monitor en de explosiemeter kunnen gevaarlijke (explosieve) mengsels in de lucht van een besloten ruimte worden opgemerkt en wordt doormiddel van alarmsignalen de werknemer gewaarschuwd. De werknemer zal zichzelf en anderen dan zo snel een goed mogelijk in veiligheid moeten brengen.

Overigens kan ademhalingsapparatuur nodig zijn wanneer er schadelijke stoffen in de lucht van de besloten ruimte aanwezig zijn. De ademhalingsapparatuur in combinatie met beschermende kleding kan wel voor zorgen dat de werknemer zich nog moeilijker kan bewegen. Dit moet er echter niet voor zorgen dat de werknemer de beschermingsmiddelen niet gaat dragen want dan kunnen levensgevaarlijke situaties ontstaan! Werknemers moeten door de werkgever gewezen worden op de aanwezige gevaren in een besloten ruimte en de mogelijke gevaren die kunnen ontstaan tijdens het uitvoeren van werkzaamheden. Er kunnen namelijk ook tijdens werkzaamheden gevaarlijke stoffen vrijkomen. We noemen hieronder een aantal specifieke gevaren die in besloten ruimten aanwezig kunnen zijn. Deze gevaren kunnen ook in andere arbeidsomstandigheden aanwezig zijn maar zorgen vaak in besloten ruimten voor extra gevaar.

Zuurstoftekort in besloten ruimte
Een besloten ruimte is een kleine ruimte. Zoals eerder genoemd kan deze ruimte te weinig zuurstof bevatten. De lucht in de atmosfeer bestaat voor ongeveer 79 procent uit stikstof en ongeveer 21 procent zuurstof. Wanneer dit zuurstofpercentage omlaag gaat wordt het gevaarlijk voor levende wezens waaronder mensen. Een tekort aan zuurstof kan een mens echter niet waarnemen met zijn zintuigen. Wanneer er bijvoorbeeld slechts 12 procent zuurstof in de ruimte aanwezig is zal de persoon bewusteloos raken en binnen korte tijd de controle verliezen over de spieren, ademhaling en hersenen. Dan is het echter te laat. Daarom moet men altijd zeker zijn van voldoende zuurstof in een besloten ruimte of men moet ademhalingsapparatuur dragen waarmee zuurstof wordt toegevoegd.

Brand en explosiegevaar
Besloten ruimten zijn klein en er kan daardoor naast een gebrek aan zuurstof ook een overvloed aan schadelijke gassen aanwezig zijn waardoor een explosief mengsel kan ontstaan. Voor brand is echter altijd zuurstof nodig maar door het ontstaan van brand kan wel de zuurstof in de ruimte worden verbruikt door het vuur en kan men alsnog verstikken door een te kort aan zuurstof en/of door de rook. Bovendien worden de LEL waarde eerder bereikt. LEL staat voor Lower Explosion Level, dit is de onderste explosiegrens van een mengsel. Als de LEL wordt overschreden ontstaat er een groot gevaar op explosies die al bij een kleine vonk kunnen ontstaan.

Vergiftiging
Uiteraard is er door de mogelijke aanwezigheid van schadelijke stoffen ook de kans op vergiftiging. Mensen kunnen de schadelijke stoffen inademen en daardoor acute maar ook chronische vergiftiging oplopen. Dit is afhankelijk van de stoffen die ze binnen krijgen waarbij zowel de hoeveelheid als het soort giftige stof een rol speelt. Bij de hoeveelheid speelt de grenswaarde een rol. De grenswaarde werd in het verleden wel aangeduid met de MAC waarde.  De MAC waarde is de Maximaal Aanvaarde Concentratie die van een stof aanwezig kan zijn zonder gevaar op te leveren voor de gezondheid (van een jonge gezonde werknemer). De grenswaarde of MAC- waarde wordt echter sneller bereikt in een kleine slecht geventileerde ruimte.  Daarom is de kans op vergiftiging groter in kleine besloten ruimten.

Elektrocutie
Kleine besloten ruimten kunnen ook gevaarlijk zijn in verband met elektrocutie. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer men in vochtige besloten ruimten werkt die gemaakt zijn van materiaal dat goed elektriciteit geleid. Als er een defect aanwezig is in een elektrische installatie bijvoorbeeld een kapotte isolatie rondom een elektriciteitskabel die onder spanning staat dan kan dat er voor zorgen dat een metalen behuizing of metalen ruimte ook onder spanning komt te staan. Om die reden zal men altijd trachten gebruik te maken van een veilige wisselspanning van maximaal 50 volt of een gelijkspanning van 120 volt. hoewel deze elektrische spanning voor mensen niet direct gevaar oplevert kan deze elektrische spanning wel een explosief mengsel tot ontploffing brengen.

Combinatie van gevaren
Uit de laatste regel van de vorige alinea wordt duidelijk dat er een combinatie van gevaren aanwezig kan zijn. Het ene gevaar kan het andere gevaar veroorzaken en andersom. Door een brand kan de zuurstof opraken en kan men stikken. Door een kortsluiting kan een explosief mengsel tot ontploffing worden gebracht. Ook kan de kans op vergiftiging toenemen wanneer luchtmengsels wijzigen. Daarom dient men tijdens een risico inventarisatie en evaluatie veel aandacht te besteden aan de bestaande gevaren maar ook de nieuwe gevaren die kunnen ontstaan indien factoren in een besloten ruimte veranderen. Voor het werken in een besloten ruimte heeft men daarom dikwijls een werkvergunning nodig. Een werkvergunning is niet wettelijk verplicht maar kan wel verplicht worden door een opdrachtgever die tevens de vergunningverstrekker is.

Aanvragen werkvergunning (veiligheid)

Een werkvergunning voor het uitvoeren van werk in een risicovolle omgeving is niet wettelijk verplicht. In de praktijk komt het echter vaak voor dat organisaties in de petrochemie, chemie en andere risicovolle omgevingen een werkvergunning vereisen. Bedrijven die onder toezicht van deze organisaties specifieke werkzaamheden gaan uitvoeren zullen hiervoor een werkvergunning moeten aanvragen. Dan komen de volgende vragen natuurlijk naar voren: ‘hoe vraag ik een werkvergunning aan?’ en: ‘waar vraag ik een werkvergunning aan?’. Deze vragen worden in onderstaande tekst beantwoord.

Wie kan een werkvergunning aanvragen?
Allereerst heeft niet iedereen een werkvergunning nodig. Alleen werknemers en bedrijven die werkzaamheden (willen) verrichten voor een organisatie die werkvergunningen verplicht stelt zullen ook daadwerkelijk in bezit moeten zijn van een werkvergunning voor de werkzaamheden die ze willen uitvoeren. Echter zullen bedrijven die werkvergunningen hanteren niet voor alle werkzaamheden een werkvergunning vereisen. Meestal gaat het om risicovolle werkzaamheden en/of werkzaamheden in een risicovolle omgeving.

Als risicovolle werkzaamheden worden uitgevoerd in een risicovolle omgeving kan zelfs een aanvullende werkvergunning vereist zijn. Alleen bedrijven die capabel genoeg zijn om de aangegeven werkzaamheden uit te kunnen voeren kunnen een aanvraag voor een werkvergunning indienen bij een opdrachtgever. Deze bedrijven dienen over medewerkers te beschikken die voldoende onderricht zijn en over de juiste certificaten beschikken. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in een risicovolle omgeving is het namelijk belangrijk dat de werknemers weten wat ze moeten doen en hoe ze dat moeten doen. Dit draait voor een groot deel om kennis en ervaring. De aanvrager van een werkvergunning moet vakdeskundig zijn en wordt daarom ook wel de vakdeskundige genoemd daarnaast moet de aanvrager

Hoe vraag ik een werkvergunning aan?
Voor het aanvragen van een werkvergunning dient iemand vakdeskundig te zijn. Bovendien zal men toestemming moeten hebben van het bedrijf om een aanvraag voor een werkvergunning in te dienen. Het moet duidelijk zijn wie toestemming heeft om als aanvrager voor een werkgunning op te treden.

Verder moet er voor de aanvraag voor een werkvergunning duidelijk worden aangegeven wat de werkzaamheden zijn die uitgevoerd zullen moeten worden. Daarnaast moeten ook de maatregelen worden benoemd die de werkvergunninghouder moet nemen om de werkzaamheden conform de veiligheidsvoorschriften uit te voeren.

De aanvrager van de werkvergunning zal ook een risicocategorie aan moeten geven. Deze risicocategorie kan hoog of laag zijn. Daarbij kan een Taak Risico Analyse oftewel een TRA worden vereist door de vergunningverlener. Door het zetten van een handtekening op het aanvraagformulier van de werkvergunning geeft de vergunningaanvrager aan dat hij of zij de vergunningsaanvraag juist en naar waarheid heeft ingevuld.

Een aanvraag voor een werkvergunning wordt een bepaalde periode voor de daadwerkelijke startdatum van de werkzaamheden ingediend. Deze periode kan echter verschillen per opdrachtgever. Daarom zal voor de aanvraag van de werkvergunning duidelijk moeten zijn wanneer de aanvraag voor de werkvergunning bij de vergunningverstrekker binnen moet zijn. Uiteraard dient men ook te weten waar de behandeling voor de werkvergunning zal moeten worden ingediend.

Waar vraag ik een werkvergunning aan?
Een aanvrager voor een werkvergunning zal de vergunningsaanvraag moeten indienen bij de verstrekker van de werkvergunning. De verstrekker is meestal de leidinggevende op de werkplek of de leidinggevende van de afdeling waar de werkzaamheden zullen moeten worden uitgevoerd. De vergunningverstrekker zal de aanvraag moeten beoordelen. Daarbij wordt onder andere gekeken of de vergunningaanvrager de juiste veiligheidsmaatregelen zal nemen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Indien nodig zullen er extra eisen met betrekking tot de veiligheid worden opgelegd. Er worden daarnaast specifieke operationele aandachtspunten gegeven. Ook dient de vergunningverstrekker goed te beoordelen of er andere werkzaamheden en factoren invloed hebben op het werk waarvoor de werkvergunning wordt aangevraagd.

De verstrekker van de werkvergunning is eindverantwoordelijke. Deze moet dus beoordelen of de aanvraag duidelijk is en of de juiste maatregelen zijn genomen door de verstrekker (dit is hij of zij zelf). De verstrekker is ook verantwoordelijk voor de controle of de vergunninghouder (degene die de werkvergunning heeft ontvangen) de inhoud van de werkvergunning begrijpt evenals de instructies die er bij worden gegeven.

Wat is een werkvergunning (veiligheid)?

Werkvergunning is een benaming voor een bindend middel die een nauwkeurige, vastgelegde omschrijving bevat van werkmethoden, activiteiten en werkzaamheden die een werkvergunninghouder wel en niet mag uitvoeren op een bepaalde werkplek zodat de efficiëntie en veiligheid op de werkplek zo goed mogelijk worden gewaarborgd. Kort samengevat bevat een werkvergunning informatie over:

  • welke persoon,
  • onder omschreven omstandigheden,
  • in een bepaalde periode,
  • duidelijk omschreven werkzaamheden,
  • onder duidelijk omschreven voorwaarden, mag uitvoeren.


Er zijn in de praktijk verschillende soorten werkvergunningen in de omloop. Een van de bekendste is de Deltalinqs” werkvergunning. Daarom wordt in deze tekst als voorbeeld aandacht besteed aan de opbouw van deze werkvergunning. In onderstaande tekst is verder informatie gegeven over de doelstelling van werkvergunningen, de toepassing, de begrippen vergunningverlener en vergunninghouder, instructie over de werkvergunning, de inhoud, onderdelen en verschillende soorten werkvergunningen.

Wat is de doelstelling van werkvergunningen?
Uit bovenstaande omschrijving komt naar voren dat het uiteindelijke doel is dat de veiligheid wordt gewaarborgd. Het hoofddoel van de werkvergunning is daarom ook de veiligheid op de werkplek bevorderen. Dit doel kan met de werkvergunning op een aantal manieren worden bereikt. De volgende aspecten van een werkvergunning kunnen er voor zorgen dat het hoofddoel kan worden behaald:

  • De bedrijfsregels dienen stapsgewijs te worden uitgevoerd en vastgelegd.
  • De verantwoordelijkheden moeten duidelijk worden vastgelegd.
  • Duidelijk vastleggen onder welke omstandigheden werk mag worden uitgevoerd.
  • Omschrijving in de vorm van een eenduidige uitleg van werkmethoden en activiteiten.

De werkvergunning moet zorgvuldig worden opgesteld zodat werknemers die zich houden aan de werkvergunning geen gevaar of schade kunnen veroorzaken aan mensen, milieu, installaties, machines, werktuigen, gebouwen en constructies.

Waar worden werkvergunningen gebruikt?
Werkvergunningen worden over het algemeen in procedures opgenomen van bedrijven met een verhoogd veiligheidsrisico. In een kantooromgeving zal men niet snel werken met werkvergunningen maar bij bedrijven in de petrochemie is een werkvergunning een bekend begrip. Voor risicovolle werkzaamheden of werkzaamheden aan installaties die een gevaar kunnen opleveren voor mens en milieu worden werkvergunningen gemaakt om duidelijk aan te geven wat een werknemer wel en niet mag doen. Opdrachtgevers kunnen een werkvergunning eisen. Het is echter niet wettelijk verplicht om werkvergunningen te gebruiken. Om die reden worden niet overal werkvergunningen gebruikt. In de praktijk worden werkvergunningen vaak wel gebruikt voor werkzaamheden aan of bij elektriciteitscentrales, gaswinninginstallaties, aardoliebedrijven en bedrijven in de chemische industrie.

Vergunningverlener en vergunninghouder
De installatiedeskundige zal optreden als de vergunningverlener en de uitvoeringsdeskundige is de vergunninghouder. Men heeft het ook wel over de verstrekker van de werkvergunning en de houder van de werkvergunning. Voor de verduidelijking is de verstrekker de toezichthoudende afdeling en is de houder van de werkvergunning het bedrijf of de persoon die het werk daadwerkelijk gaat uitvoeren. In de werkvergunning staan duidelijke afspraken en voorwaarden opgesteld die er voor moeten zorgen dat de werkzaamheden veilig worden uitgevoerd. Een werkvergunning bevat bindende afspraken tussen de vergunningverlener en de vergunninghouder en bevat een checklist van veiligheidspunten die de vergunninghouder moet naleven.

Instructie over werkvergunningen
Werknemers die in de praktijk te maken krijgen met werkvergunningen zullen daarvoor een instructie moeten volgen. Ze moeten weten wat het belang is van de werkvergunning en waarom deze is opgesteld. Veiligheid draait voor een groot deel om bewustwording. Onveilige handelingen vormen één van de grootste oorzaken van ongevallen. Daarom dienen werknemers gewezen te worden op het belang van het naleven van de veiligheidsregels. De werkvergunning bevat ook regels en afspraken die de veiligheid bevorderen. Daarom is de werkvergunning geen symbolisch document maar een belangrijk document dat kaders biedt waarbinnen een werknemer zijn of haar werkzaamheden kan en mag uitvoeren.

Inhoud werkvergunning
De werkvergunning bevat informatie over welke maatregelen genomen moeten worden voor de aanvang van de werkzaamheden. Deze maatregelen zijn voorzorgsmaatregelen en kunnen verband houden met het aanmelden op het terrein bij een bepaald persoon.

Daarnaast is er informatie weergegeven die gehanteerd moet worden tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. Hierin staat wat een werkvergunninghouder wel en niet mag doen op de werkplek. Ook is aangegeven op welke locatie de werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. De meeste werkvergunningen zijn gebonden aan een bepaalde locatie op een werkterrein. Daarbuiten mag een werknemer zich niet bevinden en al helemaal geen werkzaamheden uitvoeren.

Een werkvergunning bevat daarnaast algemene veiligheidsregels en protocollen waaraan een vergunningshouder zich dient te houden. Deze staan ook in het handboek bedrijfsprocedures. In dit handboek is ook beschreven wat de bevoegdheid van bepaalde functionarissen voor het verstrekken van werkvergunningen.

Waaruit bestaat een werkvergunning?
Werkvergunningen zijn, zoals eerder genoemd, geen wettelijke verplichting. Daarom is ook niet wettelijk voorgeschreven hoe een werkvergunning moet zijn opgebouwd en wat de inhoud van een werkvergunning precies moet zijn. Daarom hanteren we in deze alinea de opbouw van een gangbare werkvergunning namelijk de Deltalinqs werkvergunning. Zoals in de inleiding is benoemd is de Deltalinqs werkvergunning een veel voorkomende werkvergunning. Deltalinqs is overigens een ondernemersvereniging die bestaat uit verschillende bedrijven in de Rotterdamse haven en het industriegebied dat daaromheen is gebouwd. Omdat in dit grote havengebied veel chemische bedrijven actief zijn kan men spreken van een gebied met een verhoogd risico. Daarom hanteert Deltalinqs werkvergunningen om de veiligheid te bevorderen. De opbouw van een Deltalinqs werkvergunning is als volgt:

  • De aanvraag van de werkzaamheden waarin staat om welke taken en werkzaamheden het precies gaat. Dit deel kan ook een Taak Risico Analyse (TRA) bevatten.
  • De maatregelen die genomen moeten worden door de verstrekker van de werkvergunning dit is de toezichthoudende afdeling die in de praktijk de vergunningverstrekker of vergunningverlener is. Deze maatregelen hebben te maken met het creeeren van een zo veilig mogelijke werkplek voor de werknemers (dus ook de vergunninghouders).
  • De maatregelen die genomen dienen te worden door de vergunninghouder. Dit is het bedrijf of de werknemer die de werkzaamheden daadwerkelijk gaat uitvoeren. In dit deel zijn de taken beschreven die de vergunninghouder heeft.
  • De bekrachtiging van de werkvergunning. Dit wordt gedaan door de vergunningverlener. Met de bekrachtiging wordt de geldigheid van de werkvergunning duidelijk gemaakt. Ook de taken van de verstrekker op het gebied van de controle op de naleving van de voorzorgsmaatregelen en het dagelijks vrijgeven van de werkvergunning bij ongewijzigde omstandigheden hoort bij de bekrachtiging van de werkvergunning door de vergunningverlener.

Verschillende soorten werkvergunningen
Er kunnen in de praktijk verschillende soorten werkvergunningen worden aangevraagd en verstrekt. Het verschil van de werkvergunningen heeft onder andere te maken met specifieke risico’s. Zo kunnen er werkvergunningen worden verstrekt voor het uitvoeren van graafwerkzaamheden (in de buurt van gasleidingen). Ook kunnen werkvergunningen worden verstrekt voor het saneren van asbest door deskundige gecertificeerde asbestsaneerders. Er zijn ook werkvergunningen die specifiek worden verstrekt aan werknemers en bedrijven die werkprocessen uitvoeren waarbij veel hitte vrijkomt. Hierbij kan men denken aan TIG-lassen van leidingen. Een vergunningverlener kan hiervoor een specifieke heetwerkvergunning verstrekken.

Aanvullende werkvergunningen
Een werkvergunning kan tevens een aanvullende werkvergunning bevatten. Een vergunningverlener kan een aanvullende werkvergunning opstellen indien er in een bepaald risicovol werkgebied ook extra risicovolle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer werknemers op grote hoogte moeten werken in een risicovolle omgeving of juist in besloten ruimten. Ook voor specifieke graafwerkzaamheden in de buurt van leidingen waar gas of olie doorheen wordt getransporteerd kan een aanvullende werkvergunning worden vereist. Dit wordt echter door de vergunningverlener vereist. Dit is de opdrachtgever. Ook bij risicovolle werkzaamheden is er geen wettelijke verplichting voor werkvergunningen.

Wat zijn kleine blusmiddelen?

Kleine blusmiddelen zijn blusmiddelen die bedoeld zijn om een kleine branden of beginnende branden te blussen. Kleine blusmiddelen zijn over het algemeen compacte blusmiddelen. Hierbij kan men denken aan een blusdeken, een poederblusser of een sproeischuimblusser. Dit zijn handzame blusmiddelen die over het algemeen eenvoudig kunnen worden gebruikt na een korte instructie.

Ook brandslanghaspels die op de waterleiding zijn aangesloten worden tot de kleine blusmiddelen gerekend. Deze brandslangen zijn opgerold en leveren onbeperkt water maar de actieradius van dit blusmiddel is afhankelijk van de lengte van de brandslag. Dit kan 20 meter, 25 meter of 30 meter zijn. Tot slot worden ook automatische installaties en stationaire installaties tot de kleine blusmiddelen gerekend. Hierbij kan men denken aan de sprinklerinstallaties die feitelijk niet door mensen worden bedient maar in werking treden als een smeltzekering bij een bepaalde temperatuur stuk springt en daardoor het water door de sprinkler kan sproeien.

Verschillende soorten branden
Uit de hiervoor genoemde voorbeelden voorbeelden blijkt hoeveel kleine blusmiddelen er zijn. Het is niet verwonderlijk dat er zoveel verschillende blusmiddelen bestaan. Er zijn namelijk ook verschillende soorten branden. Zo kunnen vaste stoffen in brand vliegen maar ook gassen en vloeistoffen. Niet elk blusmiddel is geschikt om elke brand te blussen. Sommige brandblusmiddelen zijn geschikt om branden van vaste stoffen te doven. Weer andere blusmiddelen zijn geschikt om brandbare olie te blussen. Dit heeft alles te maken met de voorwaarden die nodig zijn om een brand te laten ontstaan en om een brand in gang te houden. Deze voorwaarden worden duidelijk als men kijkt naar de branddriehoek.

Wat is de branddriehoek?
De branddriehoek is een ideaal voorbeeld of een ideale uitleg om de voorwaarden van een brand mee duidelijk te maken. Voor een brand zijn namelijk drie factoren noodzakelijk:

  • Een brandbare stof, gas of vloeistof.
  • Een bepaalde hoeveelheid zuurstof.
  • Warmte of een ontstekingstemperatuur.

Zuurstof is een factor waarover men in de regel weinig uitleg nodig heeft. Ook een ontstekingstemperatuur is duidelijk. Deze temperatuur verschilt echter wel per brandbare stof. Juist dat laatste is een factor die men gebruikt als belangrijk aspect voor het indelen van branden in verschillende klassen. Daarover kun je in de volgende alinea meer lezen.

Indeling van branden
Omdat er verschillende soorten branden kunnen ontstaan zijn de branden ingedeeld in verschillende klassen, dit zijn zogenaamde brandklassen. De indeling in brandklassen zorgt er voor dat ook de brandblusmiddelen in klassen kunnen worden ingedeeld. Omdat de brandklassen zo belangrijk zijn voor de keuze van het blusmiddel wordt hieronder een overzicht weergegeven van de verschillende brandklassen en de (kleine) brandblusmiddelen die gebruikt kunnen worden om de branden te doven.

Brandklassen van A tot F
De brandklassen lopen van de letter A tot de letter F en worden aangegeven met een pictogram en een letter. Dit pictogram en deze letter verschijnen ook op het blusmiddel dat wordt gebruikt om de brand te doven.

Brandklasse A: branden van vaste stoffen zoals hout, steenkool, bruinkool en karton.

  • Blusmiddelen: water uit bijvoorbeeld een brandslag of sprinklerinstallatie, schuimblusser en sproeischuimblusser.

Brandklasse B: branden van vloeistoffen zoals aardolie, benzine en kerosine.

  • Blusmiddelen: sproeischuimblussers, Light water, CO² blussers of poederblussers.

Brandklasse C: branden van gasvormige stoffen zoals propaan, butaan en aardgas.

  • De gastoevoer moet indien mogelijk zo snel mogelijk worden afgesloten in verband met explosiegevaar.
  • Blusmiddel: bluspoeder.

Brandklasse D: branden van metalen zoals natrium, magnesium, aluminium

  • Blusmiddel: speciale blusmiddelen voor het blussen van metalen aangeduid met Klasse D.

Brandklasse E: is elektriciteitsbrand (deze is vervallen omdat elektriciteit niet brand)

  • Blusmiddel: CO2 poederblussers worden gebruikt om branden in elektrische installaties te blussen omdat dit blusmiddel het minste schade toebrengt aan elektriciteit, elektronica en mechatronica.

Brandklasse F: branden van zeer hete olie en vet bijvoorbeeld frituurvet

  • Blusmiddel: sproeischuimblussers (op chemische basis) daarnaast zijn er speciale blussers die geschikt zijn voor het blussen van zeer hete vetten.

Bij de verschillende brandklassen zijn al veel soorten kleine blusmiddelen benoemd. Op de kleine blusmiddelen staan de brandklasse(n) waarvoor het blusmiddel geschikt is. Ook de letter van de brandklasse is aangegeven. Als het blusmiddel voor meerdere brandklassen geschikt is staan er dus meerdere letters op het blusmiddel weergegeven.

Water
Dat water een bekend blusmiddel is zal voor niemand een verassing zijn. Water is een effectief blusmiddel omdat het zorgt voor verkoeling van het vuur en het verdampte water zorgt er tevens voor dat zuurstof wordt verdreven geen wonder dat water veel gebruikt wordt. Bovendien is water ook nog eens goedkoop en makkelijk verkrijgbaar. We gaan niet verder in op brandslanghaspels en sprinklerinstallaties omdat de werking daarvan al in het begin van deze tekst kort aan de orde is gekomen. In plaats daarvan behandelen we in onderstaande alinea’s een aantal andere kleine brandblusmiddelen.

Brandblusdeken
Blusdekens worden gebruikt om de zuurstoftoevoer tot de brand af te sluiten. Er zijn verschillende blusdekens, ze kunnen gemaakt zijn van drie verschillende materialen:

  • 100% wol (zwart blusdeken),
  • glasvezel (wit blusdeken),
  • kevlar (donkergroen-bruin blusdeken).

Blusdekens kunnen worden gebruikt voor verschillende soorten branden. In de praktijk worden blusdekens vaak gebruikt voor vlam in de pan of een kleine brand in een emmer of prullenbak. Daarnaast worden blusdekens ook effectief gebruikt voor kleding en personen die in brand staan. Men kan voor blusdekens moeilijk een brandklasse aangeven. Dit komt omdat een blusdeken allen geschikt is als de deken groot genoeg is om de brand geheel voor zuurstof af te sluiten. Het object dat in brand staat moet geheel kunnen worden bedekt met de deken. Daarom is een blusdeken bijvoorbeeld geschikt voor het blussen van kleine vaste stoffen. Hoe groter de blusdeken hoe meer men er mee kan blussen. Het is belangrijk om een blusdeken aan te schaffen van minimaal 120 cm bij 120 cm omdat men dan in ieder geval een (klein) persoon kan blussen. Daarvoor worden branddekens in de praktijk vaak gebruikt.

Poederblusser en bluspoeder
Bluspoeders zijn droge blusmiddelen die geschikt zijn om zuurstof af te sluiten. Bluspoeders hebben een aantal voordelen: de werking is snel en ze zijn niet gevoelig voor vorst. Bovendien zijn bluspoeders niet elektriciteit-geleidend waardoor ze eventueel ook gebruikt kunnen worden om branden in elektrische installaties te blussen. Dit is echter niet ideaal wat de schade aan de elektrische installaties zullen enorm zijn. Bluspoeders zijn over het algemeen goedkoop en worden verkocht is cilindrische verpakkingen en bussen met daarop een spuitmond aan een korte slang die men met de hand kan vast houden. Spuit echter beetje bij beetje richting de brand. Hou er rekening mee dat een poederblusser snel leeg is. Kijk goed op de verpakking van de poederblusser hoeveel er in zit. Met een poederblusser met een inhoud van bijvoorbeeld 2 liter zal men ongeveer 15 seconden kunnen spuiten. Deze poederblusser is dan alleen geschikt voor het blussen van kleine brandjes.

Poederblussers  worden gebruikt voor brandklassen A, B en C. Daarnaast kunnen ook voor metaalbranden (brandklasse D) speciale metaalpoederblussers worden gebruikt.

CO2 blusser of Koolstofdioxide blusser
Een koolstofdioxide blusser of CO2 blusser bestaat uit een drukhouder die gemaakt is van staal. Daaraan zit een slang bevestigd met een meestal brede spuitmond. In de drukhouder zit CO2 opgeslagen dat tot vloeistof is verdicht. CO2 is onbrandbaar en kan daarnaast worden opgelost in water. CO2 verdringt zuurstof en zorgt er daarom voor dat 1 van de noodzakelijke factoren voor een brand wordt geëlimineerd (zie branddriehoek). Echter zijn levende wezens ook afhankelijk van zuurstof waardoor men de CO2 blusser niet moet gebruiken in kleine ruimtes omdat dan de voor mensen noodzakelijke verhouding tussen zuurstof en koolstofdioxide in gevaar kan brengen.

CO2 blussers zijn geschikt voor verschillende brandklassen maar zijn bijzonder geschikt voor klasse E branden oftewel branden in elektrische apparatuur, mechatronica en elektronica.

Sproeischuimblusser
Sproeischuimblussers bestaan uit een fles met een mengsel van water en een vloeibaar schuimvormend middel. Het mengsel is al in de fabriek goed gemengd zodat een sproeischuimblusser klaar is voor gebruik. Sproeischuimblussers zijn geschikt voor verschillende soorten branden namelijk branden die vallen onder brandklasse A en brandklasse B. Men zou ook personen kunnen blussen met sproeischuim. Omdat sproeischuim niet elektrisch geleidend is zou men ook branden in elektrische installaties kunnen blussen (voorheen klasse E). De schade van het schuim aan de elektrische installatie zal echter wel desastreus zijn. Sta niet te dicht op een brand als je met een sproeischuimblusser werkt en hou er rekening mee dat een sproeischuimblusser snel op raakt. Twee liter sproeischuim kan binnen 15 seconden opraken. Let bij de aanschaf van een sproeischuimblusser goed op het etiket en de inhoud en of de sproeischuimblusser bestand is tegen vorst.

Slotwoord over kleine blusmiddelen
Er zijn verschillende soorten kleine blusmiddelen daarnaast zijn er verschillende soorten brandklassen. De blusmiddelen die men aanschaft moeten geschikt zijn voor de mogelijke branden die kunnen ontstaan. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie van een bedrijf dient inzichtelijk te worden gemaakt welke brandbare stoffen aanwezig zijn en welke soorten branden kunnen ontstaan. Dit bepaald in belangrijke mate de preventieve maatregelen tegen brand oftewel de brandpreventie. Verder is er nog de keuze voor effectieve blusmiddelen. Bovendien zullen bedrijven er voor moeten zorgen dat personeel weet om te gaan met de aanwezige blusmiddelen. Een poederblusser of een sproeischuimblusser van 2 liter is binnen 15 seconden leeg. Een persoon heeft daardoor geen tijd om tijdens de brand even te oefenen hoe er ook al weer gespoten moest worden op een brand. Kortom een goede brandpreventie en een goede instructie is van groot belang voor het voorkomen en het bestrijden van een brand.

Wat zijn explosiegrenzen LEL en UEL?

Explosiegrenzen is de laagste en hoogste concentratie van een gas uitgedrukt in procenten van een luchtmengsel waarbij het damp-luchtmengsel door een ontsteking zou kunnen exploderen. Men heeft het ook wel over explosion limits waarbij men een ondergrens heeft en een bovengrens waarbinnen een explosie mogelijk is. Dit zijn de grenzen die in een percentage worden uitgedrukt ten opzichte van het totale luchtmengsel, oftewel de explosiegrenzen.

Explosiegrenzen
De onderste grens is de laagste hoeveelheid of de laagste concentratie die van een bepaalde stof in een luchtmengsel aanwezig moet zijn om een explosie na ontsteking mogelijk te maken. De bovenste grens is de maximale hoeveelheid die van een bepaalde stof in een luchtmengsel aanwezig kan zijn om de stof in het mengsel na ontsteking te kunnen laten exploderen. De explosiegrenzen worden duidelijk gemaakt met de aanduiding LEL en UEL. Deze aanduidingen zijn hieronder in een paar alinea’s nader omschreven.

Lower Explosion Limits of LEL-waarde
De laagste explosiegrens wordt in het Engels ook wel de Lower Explosion Limit genoemd dit wordt afgekort met LEL en daarom heeft men het over een bepaalde LEL-waarde. Bij een te lage concentratie aan vluchtige componenten zal er geen gevaar voor een explosie zijn. Er is dan sprake van een te arm mengsel. Het mengsel zal dan alleen tot ontploffing kunnen worden gebracht wanneer er voortdurend een bepaalde hoeveelheid warmte wordt toegevoerd van buiten af. Onder de zogenaamde LEL waarde van een stof is eigenlijk geen explosie mogelijk.

Upper Explosion Limits of UEL-waarde
De bovenste explosiegrens wordt in de Engelse taal de Upper Explosion Limit genoemd. De afkorting die men hiervoor hanteert is UEL daarom noemt men de maximale percentages van stoffen voor de bovenste explosiegrens ook wel UEL-waarden. Boven de UEL-waarde is er geen verbranding omdat er bijvoorbeeld te weinig zuurstof in het luchtmengsel aanwezig is. Als er geen verbranding mogelijk is kan er ook geen explosie optreden. Men heeft het dan in feite een te rijk mengsel omdat er te veel van een bepaalde stof in de lucht aanwezig is.

Branddriehoek
De branddriehoek is een model waarmee men inzichtelijk maakt wat nodig is voor een brand. Dit zijn namelijk de volgende drie factoren:

  • Zuurstof
  • Brandstof
  • Warmte/ ontstekingstemperatuur

Te weinig brandstof of te weinig brandbaar gas zorgt er voor dat er geen brand of slechts een kleine brand mogelijk is. Te weinig zuurstof zorgt er voor dat er geen brand kan ontstaan. Ook een gebrek aan een ontstekingsbron met een ontstekingstemperatuur zorgt er voor dat een brandstof of luchtmengsel men een brandbare stof niet tot ontbranding of explosie kan worden gebracht. De branddriehoek zorgt er dus voor dat men inzichtelijk krijgt welke aspecten men kan aanpakken om een brand te voorkomen. Dit is belangrijke informatie voor een brandpreventieplan. Brandpreventie is uitermate belangrijk want het voorkomen van een brand is beter.

Welke brandklassen zijn er?

Een brandklasse maakt inzichtelijk om wat voor soort brand het gaat, welk type materiaal in brand staat en hoe de brand het beste kan worden bestreden met een bepaald brandblusmiddel. Op brandblusmiddelen staat (meestal) met een pictogram aangegeven om voor welke brandklasse het blusmiddel geschikt is. Bij water is dit pictogram uiteraard niet aangegeven maar voor alle blusmiddelen die door fabrikanten op de markt worden gebracht dient wel met een pictogram aangegeven te worden om wat voor blusmiddel het gaat. Daarnaast is ook met een letter aangegeven voor welke brandklasse het blusmiddel effectief kan worden gebruikt. Hieronder zijn de verschillende brandklassen aangegeven in een aantal alinea’s.

Klasse A

  • Toepassing: vaste stoffen zoals: hout, papier, karton en textiel.
  • Blusmiddelen: water, sproeischuimblusser en schuimblusser.

Klasse B

  • Toepassing: vloeistoffen en stoffen die vloeibaar worden zoals: aardolie, vloeibare vetten, benzine, enzovoort.
  • Blusmiddelen: Light water, sproeischuimblussers, CO² blussers of poederblussers gebruiken.

Klasse C

  • Toepassing: gasvormige stoffen zoals butaan, propaan en aardgas.
  • Sluit eerst de gastoevoer indien mogelijk af in verband met explosiegevaar.
  • Blusmiddel: bluspoeder.

Klasse D

  • Toepassing: brandbare metalen zoals magnesium, natrium, aluminium, zirkonium kalium en lithium.
  • Blusmiddel: speciale blusmiddelen voor het blussen van metalen aangeduid met Klasse D.

Klasse E (vervallen omdat elektriciteit niet brand)

  • Toepassing: branden in elektrische installaties.
  • Blusmiddel: CO2 poederblusser.

Klasse F

  • Toepassing: branden met zeer hete olie en vet zoals frituurvet
  • Blusmiddel: (chemische) sproeischuimblussers of speciale blussers die zijn ontwikkeld voor het blussen van gloeiendheet vet.

Weet hoe je een blusmiddel moet gebruiken
De brandklassen maken veel duidelijk over het type brand waar men mee te maken heeft. Ook maken de brandklassen  duidelijk welk blusmiddel men het beste kan gebruiken. Echter moet men wel voldoende onderricht zijn om een brandblusmiddel effectief te kunnen hanteren. Daarom zullen bedrijven hun personeel moeten trainen of laten trainen in het gebruik van de aanwezige brandblusmiddelen. Voorkomen van brand is natuurlijk het allerbeste daarom dienen bedrijven de risico’s op brand te inventariseren in een zogenaamde Risico Inventarisatie en Evaluatie.

De Risico Inventarisatie en Evaluatie vormt een onderdeel van het arbobeleid van een organisatie. In dit arbobeleid dient een organisatie ook aandacht te hebben voor het voorkomen van brand. Ook hierin is het belangrijk dat het personeel betrokken wordt. De meeste branden ontstaan namelijk omdat personeel onzorgvuldig omspringt met de veiligheid of niet op de hoogte is van de veiligheidsrichtlijnen. Preventie draait daarom om kennis en het toepassen van kennis op het gebied van brandveiligheid.

Wat is een brandklasse?

Een brandklasse is een bepaalde categorie waarin brandbare stoffen worden ingedeeld en daarbij het meest effectieve blusmiddel wordt genoemd. De indeling in brandklassen maakt inzichtelijk om wat voor soort brand het gaat. Elke brandklasse vormt een groep gelijksoortige branden die ingedeeld zijn op basis van de aard van de brandbare stoffen. Hieronder kun je lezen waarom er brandklassen zijn en welke soorten brandklassen er zijn.

Waarom een brandklasse?
De indeling in brandklassen is van groot belang omdat deze indeling inzichtelijk maakt om wat voor soort materiaal het gaat en welk blusmiddel gehanteerd moet worden in de bestrijding van de brand. Er zijn namelijk verschillende blusmiddelen en elk blusmiddel is niet geschikt voor elke brandbare stof. De brandklasse maakt duidelijk welk blusmiddel het beste gebruikt kan worden zodat men de brand met het juiste blusmiddel snel onder controle kan proberen te krijgen.

De keuze voor een verkeerd blusmiddel zou echter grote gevolgen kunnen hebben en de brand zelfs kunnen verergeren. Daarom dient men bij bedrijven in het kader van brandpreventie en risicobeheersing aandacht te besteden aan blusmiddelen en brandklassen. Op brandblussers wordt ook duidelijk aangegeven voor welke brandklasse de blusser gebruikt kan worden. Dit gebeurd met een pictogram en een letter die op de brandblusser is weergegeven.

Welke brandklassen zijn er?
Er zijn verschillende brandklassen. Hieronder staat een overzicht met de verschillende brandklassen. Per brandklasse is aangegeven om wat voor soort brand het gaat en wat voor materiaal in de brand staat. Daarnaast is aangegeven welk blusmiddel het beste gehanteerd kan worden om de brand onder controle te krijgen.

Brandklasse A
Voor deze klasse worden blusmiddelen gebruikt die geschikt zijn voor het blussen van vaste stoffen zoals: karton, papier, hout, textiel enzovoort. Branden in deze categorie worden geblust met water, sproeischuimblussers en schuimblussers.

Brandklasse B
maakt duidelijk dat het blusmiddel gebruikt kan worden voor het blussen van vloeistoffen en stoffen die vloeibaar worden. Een aantal voorbeelden hiervan zijn: aardolie, benzine, vetten enzovoort. Branden in brandklasse B kan men het beste blussen met sproeischuimblussers, Light water, CO² blussers of poederblussers gebruiken.

Brandklasse C
Onder deze categorie vallen blusmiddelen die geschikt zijn voor het blussen van gassen. Men dient voordat men gassen gaat blussen eerst de gastoevoer af te sluiten. Er bestaat namelijk een kans dat er een explosief gasmengsel ontstaat in de lucht als brandbare gassen zich mengen met zuurstof. Onder klasse C vallen brandbare gassen zoals aardgas, butaan, propaan enzovoort. Deze branden kan men het beste blussen met bluspoeder.

Brandklasse D
Brandklasse D is een categorie waaronder blusmiddelen vallen die geschikt zijn voor het blussen van brandbare metalen. Dit zijn bijvoorbeeld metalen zoals kalium, magnesium, lithium, aluminium, natrium, zirkonium enzovoort. Voor het blussen van klasse D branden zijn speciale blusmiddelen ontwikkeld voor dit type brand. Dit zijn poederblussers die bijvoorbeeld keukenzout bevatten.  

Brandklasse E
Brandklasse E is voor blusmiddelen die geschikt zijn voor branden in elektrische installaties. Deze categorie wordt in de praktijk niet of nauwelijks meer gebruikt omdat men klasse E heeft afgeschaft in Nederland. Dit heeft men besloten omdat elektrische branden niet in de letterlijke zin bestaan, elektriciteit kan namelijk niet branden. Wel kan elektriciteit een brand veroorzaken. De behuizingen en isolatie van elektrische werktuigen, machines en installaties kunnen bijvoorbeeld in brand vliegen door kortsluiting. Ook kunnen brandbare vloeistoffen door vonken van een elektrische installatie gaan branden. Eigenlijk heeft men het dan over een klasse A/B brand. Het beste kan men de elektrische spanning uitschakelen. Men kan echter geen water gebruiken zoals bij een klasse A brand gebeurd omdat water elektriciteit geleid. Blussen met CO2 poeder is wel mogelijk om de zuurstof af te sluiten.

Brandklasse F
is een klasse die gehanteerd wordt om blusmiddelen aan te duiden voor het blussen van branden waarbij zeer hete oliën en vetten in brand staan. Hierbij kan men denken aan frituurvet. Voor deze branden maakt men gebruik van (chemische) sproeischuimblussers of speciale vetblussers.

Wat is brandpreventie?

Brandpreventie is een verzamelnaam voor alle maatregelen die worden genomen voor het voorkomen en beperken van brand alsmede alle maatregelen die worden getroffen voor het beperken van de schade en letsel ten gevolge van brand. Bij brandpreventie gaat het om het onderkennen van de risico’s op brand en daar actief oplossingen voor bedenken. Men neemt voorzorgsmaatregelen om brand te voorkomen. Uiteindelijk begint brandpreventie bij de mensen zelf.

Brandpreventie start bij de mens
Mensen nemen over het algemeen de risico’s waardoor branden kunnen ontstaan. Door de mensen te wijzen op de risico’s en duidelijk te instrueren hoe ze brand kunnen voorkomen kan men een belangrijke stap zetten in de brandpreventie. Ook bedrijven dienen aandacht te besteden aan het voorkomen van brand. Vooral bedrijven waar veel brandbare stoffen aanwezig zijn zullen in de Risico Inventarisatie en Evaluatie aandacht moeten besteden aan het risico op brand en in een plan van aanpak moeten beschrijven hoe men dit risico wil beperken, kortom brandpreventie. Een aantal begrippen zij belangrijk als het gaat om brandpreventie. Deze begrippen staan in onderstaande alinea’s, daarbij wordt gestart met de vraag: “wat is brand?

Wat is brand?
Brand is een vuur dat ongewenst is. Dit is een vrij algemene omschrijving van brand maar het is van belang om te weten dat men bij brandpreventie ongewenst vuur wil voorkomen. Bij brand ontstaat er een vuur dat men niet wenst op een bepaalde plek. Een kampvuur, is zolang het op de plaats blijft waar het hoort, geen ongewenst vuur en dus geen brand. Bij brand ontstaat meestal schade. Omdat brand een ongewenst vuur is gaat er tijdens een brand vaak materiaal verloren dat niet verloren had moeten gaan. Als men bewust een vuur maakt gebruikt men daarvoor een geschikte brandstof zoals kolen of hout.

Tijdens een brand zullen verschillende brandbare materialen in vlammen opgaan. Daar zitten materialen bij die niet schadelijk zijn voor de gezondheid maar er kunnen ook materialen verbranden die wel schadelijk zijn voor de gezondheid als ze in de atmosfeer terecht komen zoals asbest. Daarom wordt er ook vaak in het nieuws gewaarschuwd als er asbest tijdens een brand is vrijgekomen. In de volgende alinea is kort informatie weergegeven over verschillende brandbare stoffen.

Brandbare stoffen
Als men het risico op brand wil inventariseren in een Risico Inventarisatie en Evaluatie dan zal men ook moeten kijken naar de aanwezigheid van brandbare stoffen op de werkplek en binnen een bedrijf. Daar kan men in een brandpreventiebeleid aandacht aan besteden. Er zijn verschillende brandbare stoffen. Bijna alle stoffen zijn brandbaar alleen is de temperatuur waarbij een brand ontstaat per stof verschillend. Dit noemt men ook wel het vlampunt. Grofweg kan men de brandbare stoffen in drie hoofdgroepen indelen:

  • Vaste stoffen zijn stoffen die een solide massa hebben zoals hout, steenkool, karton en papier.
  • Vloeistoffen zijn stoffen die vloeibaar zijn. De vloeistof zal echter zelf niet ontbranden maar de dampen van de vloeistof wel. Denk hierbij aan aardolie of kerosine.
  • Gasvormige stoffen zijn stoffen die in een luchtmengsel aanwezig kunnen zijn. Een voorbeeld hiervan is aardgas.

Vlampunt
In de alinea hiervoor werden een aantal voorbeelden genoemd van brandstoffen en werd het woord vlampunt kort benoemd. Het is in het kader van brandpreventie niet alleen belangrijk om te weten wat brandbare stoffen zijn, ook het vlampunt is van groot belang. Het vlampunt van een stof is de laagste temperatuur waarbij een stof tot ontbranding kan worden gebracht als de stof in contact komt met een ontstekingsbron. Er zijn verschillende ontstekingsbronnen waaronder een vonk of een vlam. Ook een elektrische boog kan worden gebruikt als ontstekingsbron.

Hoe lager het vlampunt is van een stof hoe lager de temperatuur is waarbij de stof tot ontbranding kan worden gebracht. Kortom stoffen met een laag vlampunt brengen een groot risico op brand met zich mee. Bedrijven zullen daarom extra aandacht moeten besteden aan het voorkomen van open vuur en andere ontstekingsbronnen als er stoffen met een laag vlampunt aanwezig zijn binnen een bedrijf.

Branddriehoek
Er zijn een aantal voorwaarden nodig om een brand te kunnen laten ontstaan en om een brand in stand te kunnen houden. Dit zijn de volgende voorwaarden:

  • Brandstof
  • Zuurstof
  • Warmte/ ontstekingsbron

Deze drie aspecten dienen aanwezig te zijn voor een brand. Daarom kan men in de brandpreventie aandacht besteden aan deze drie factoren. Door één of meerdere factoren te elimineren wordt de kans op brand verkleind.

Voorkomen van brand
Bedrijven moeten er volgens de Arbowet alles aan doen om de werkplek voor werknemers zo veilig mogelijk te maken. Dat houdt ook in dat in de Risico Inventarisatie en Evaluatie aandacht moet worden besteed aan brandpreventie. Het belangrijkste daarbij is het wegnemen van de bron. Dit noemt men ook wel bronmaatregelen. Bronmaatregelen kan men in een bedrijf treffen door 1 of meerdere factoren van de branddriehoek te elimineren. Zo kan een bedrijf er alles aan doen om brandstof weg te nemen.

Vooral brandstoffen met een laag vlampunt zullen door het bedrijf verwijderd moeten worden. Als dat niet mogelijk is zal een bedrijf moeten voorkomen dat er een ontstekingsbron of ontstekingstemperatuur ontstaat. Een combinatie tussen deze factoren is ook mogelijk. De derde voorwaarde voor een brand is zuurstof. In de praktijk is het vaak moeilijk om de zuurstof weg te nemen of te beperken omdat er dan direct een levensgevaarlijke situatie ontstaat voor de mensen op de werkplek die uiteraard van zuurstof afhankelijk zijn.

Technische maatregelen
Bedrijven kunnen technische maatregelen treffen om brand te voorkomen, om brand tijdig op te merken en brand te bestrijden. Er zijn bijvoorbeeld installatietechnische voorzieningen die een bedrijf ter ontdekking, bestrijding en beheersing van een brand kan aanbrengen. Hieronder volgen een aantal voorbeelden:

  • Sprinklerinstallatie
  • Rookmelder
  • Brandmeldinstallatie
  • Rook- en warmteafvoerinstallatie

Het spreekt voor zich dat deze installaties goed moeten kunnen functioneren daarom moet een erkend installateur deze installaties aanbrengen. De installaties zullen daarnaast regelmatig moeten worden getest en gecontroleerd zodat deze installaties effectief hun werk zullen doen als er een brand ontstaat.

Overige brandbestrijdingsmiddelen
Mocht er toch een brand ontstaan dan zal men eerst voor de eigen veiligheid en de veiligheid van andere mensen moeten zorgen. Als de brand nog beperkt is kan men er voor kiezen om de brand zelf te blussen indien men daarvoor training heeft gehad. Er zijn verschillende blusmethoden die gehanteerd kunnen worden voor een brand. Deze blusmethoden hebben allemaal te maken met de eerder genoemde branddriehoek en pakken allemaal een factor aan van de branddriehoek  bijvoorbeeld het afkoelen van de (ontstekings-)temperatuur of het verwijderen van zuurstof. In het laatste voorbeeld kan men denken aan het plaatsen van een deksel op een pan als de ‘vlam in de pan is geslagen’. Als men echter een kleine brand wil blussen en men kan deze niet afsluiten met behulp van een deksel dan kan men een blusdeken gebruiken. Er zijn echter ook verschillende blusstoffen die men kan gebruiken voor het bestrijden van brand. Daarover lees je in de volgende alinea meer.

Blusstoffen
De eigenschappen van brandbare stoffen verschillen daarom zijn er ook verschillende blusstoffen ontwikkeld. De blusstoffen worden in drie groepen ingedeeld. Hieronder worden de blusstoffen genoemd en wordt per blusstof een voorbeeld gegeven ter illustratie.

  • Natte blusstoffen. Dit zijn vochtige blusstoffen waarvan water het bekendste voorbeeld is. Water koelt en het verdampte water zorgt voor stoomvorming dat de zuurstof verdrijft. Daarnaast is water heel goedkoop waardoor water in de praktijk veel wordt gebruikt als blusstof. Toch is water niet altijd ideaal omdat water heftig reageert op oliën en vetten. Daarnaast geleid water ook elektriciteit waardoor er elektrocutiegevaar kan ontstaan.
  • Droge blusstoffen. Dit zijn in tegenstelling tot natte blusstoffen geen vloeibare stoffen waarmee brand kan worden bestreden. De meeste droge blusstoffen zijn in poedervorm. Er is special bluspoeder ontwikkeld in verschillende categorieën zoals ABC-poeder, D-poeder en BC-poeder. Bluspoeder werkt over het algemeen snel en is niet gevoelig voor vorst. Daarnaast geleid poeder geen elektriciteit. Echter zorgt bluspoeder wel voor veel schade aan elektrische installaties.
  • Koolstofdioxide/ CO2. Dit wordt in gasvorm of in ‘sneeuwvorm’ gebruikt als brandblusstof. Door de CO2-blusser te gebruiken wordt de zuurstof verdrongen en op die manier de brand gedoofd. CO2-blussers worden in de praktijk veel gebruikt in omgevingen waar elektrische apparatuur, elektronica en mechatronica aanwezig is omdat deze blusmiddelen de schade voor deze technische installaties beperken. Een CO2-blusser is echter zuurstof verdringend en dat is ook het gevaar van deze blussers. In gesloten ruimten zorgt de CO2-blusser er voor dat de aanwezigheid van zuurstof wordt gereduceerd waardoor ook levende wezens zoals mensen en dieren te weinig zuurstof kunnen krijgen.

Zoals je gelezen hebt zijn er verschillende blusmiddelen. Uiteraard is het beter om een brand te voorkomen daarom dient veel aandacht te worden besteed aan brandpreventie. De aanwezigheid van blusmiddelen kan er echter wel voor zorgen dat de schade die ontstaat door een brand wordt beperkt. Mensen die met blusmiddelen zullen moeten werken in een geval van brand moeten wel weten wat ze moeten doen. Daarom is een training op het gebied van het gebruiken van blusmiddelen van groot belang. Net als bij brandpreventie draait ook het beperken van een brand voor een groot deel om kennis en inzicht.

Wat is brand?

Brand is in feite een ongewild vuur. Bij brand ontstaat meestal schade maar kunnen ook slachtoffers vallen. Daarom besteden bedrijven aandacht aan brandpreventie oftewel het voorkomen van brand. Dat is een goed streven maar toch vinden er in Nederland nog steeds branden plaats.

Statistisch is uitgezocht dat er ieder jaar in Nederland ongeveer 80 mensen omkomen door brand of door een explosie. Daarnaast raken ongeveer 750 mensen gewond door branden of explosies. Er vallen slachtoffers door branden en explosies vanwege verschillende oorzaken. Zo kan men roekeloos hebben gehandeld, er kan sprake zijn van opzet, het niet op de hoogte zijn van de gevaren of het niet weten hoe men met brandblusmiddelen moet omgaan en het gevaar moet beheersen. De aanwezigheid van brandbare stoffen op de werkplek is een belangrijke factor voor een brand maar er zijn meer factoren nodig om een brand te laten ontstaan dit wordt duidelijk in de branddriehoek.

Branddriehoek en brandvierhoek
Voor het laten ontstaan van een brand zijn een drietal aspecten nodig. Zoals hierboven genoemd dient er een brandbare stof aanwezig te zijn. Daarnaast is zuurstof nodig en is er een ontstekingstemperatuur nodig om de brandbare stof aan te steken. Er wordt ook wel gesproken van een brandvierhoek als men de factor ontstekingstemperatuur heeft vervangen door de factor energie en daarnaast de factor mengverhouding toevoegt. Er moet namelijk een bepaalde mengverhouding aanwezig zijn tussen zuurstof en brandbare stoffen. Dit treft men onder andere aan bij mengsels van brandbare gassen. Als er te weinig zuurstof is zal de brand niet ontstaan en als er te weinig brandbare stof is zal er ook geen brand ontstaan of slechts een korte brand.

Brandbare stoffen
Wat zuurstof is zal men begrijpen ook een ontstekingstemperatuur is duidelijk maar brandbare stoffen zijn er in verschillende soorten. We kennen de volgende brandbare stoffen.

  • Vaste stoffen. Dit zijn solide stoffen zoals hout, steenkool, bruinkool, textiel en papier.
  • Vloeistoffen. Dit zijn vloeibare stoffen zoals aardolie, benzine, ethanol en vloeibaar aardgas.
  • Gassen. Dit zijn gasvormige stoffen zoals aardgas, waterstof en methaan.

De aanwezigheid van een van de hierboven genoemde brandstoffen is een voorwaarde voor een brand. Daarnaast dient er uiteraard een ontstekingstemperatuur aanwezig te zijn en voldoende zuurstof. Door één van deze factoren weg te nemen kan men het gevaar voor brand verkleinen of de brand doven.

Wat kan een intercedent doen om de veiligheid van uitzendkrachten te bevorderen?

Intercedenten van uitzendbureaus hebben een belangrijke rol als het gaat om de veiligheid van uitzendkrachten. Het uitzendbureau is de formele werkgever van de uitzendkracht maar is niet belast met het dagelijkse toezicht op de uitzendkracht. De inlener of opdrachtgever is verantwoordelijk voor dit dagelijkse toezicht en zal aan de uitzendkracht net als aan de overige werknemers duidelijke instructies moeten verschaffen met betrekking tot de veiligheid en het uitvoeren van de werkzaamheden.

Bedrijven kunnen echter veel veiligheidsmaatregelen die bij hun eigen vaste werknemers worden getroffen niet bij uitzendkrachten treffen. Dit komt omdat de inlener de materiële werkgever is en niet de formele werkgever. De intercedent van een uitzendbureau heeft daardoor specifieke taken met betrekking tot de veiligheid van de uitzendkrachten. Deze specifieke taken zijn in een onderstaand overzicht genoteerd.

Taken van een intercedent mbt veiligheid van uitzendkrachten
Als het gaat om veiligheid dan is kennis en informatie één van de belangrijkste basiselementen. Concreet betekend dit dat de intercedent er voor moet zorgen dat hij of zij alle relevante informatie ontvangt van de inlener die verband houdt met veiligheid en gezondheid op de werkvloer. De intercedent zal samen met de inlener een duidelijk overzicht moeten opstellen van deze informatie. Intercedenten zullen deze informatie tevens moeten hanteren in hun selectieprocedure voor uitzendkrachten. Daarnaast is een intercedent verplicht om relevante informatie met betrekking tot de veiligheid te delen met de uitzendkracht. Dit noemt men ook wel de doorgeleidingsplicht van een uitzendbureau. Een uitzendbureau is dus doormiddel van de doorgeleidingsplicht wettelijk verplicht om de uitzendkracht te instrueren op het gebied van veiligheid op de werkplek van de inlener. Daarnaast dient de volgende informatie door de intercedent te worden ingewonnen bij de inlener:

  • Er dient een duidelijke omschrijving te worden genoteerd van de taakinhoud die hoort bij de functie die de uitzendkracht zal moeten vervullen.
  • Ook dienen de capaciteiten en ervaringen inzichtelijk te worden gemaakt zodat de intercedent weet waar op gelet moet worden tijdens de werving en het selecteren van uitzendkrachten.
  • Ook dient aandacht te worden besteed aan de vereiste opleidingen die de uitzendkracht nodig heeft en over welke bevoegdheid de uitzendkracht moet beschikken om bepaalde werkzaamheden en taken te mogen uit te voeren.

Door bovenstaande informatie krijgt de intercedent een goed beeld van relevante informatie omtrent de achtergrond van de uitzendkracht in relatie tot de veiligheidsaspecten op de werkvloer. Er zijn echter ook concrete vragen die de intercedent aan de kandidaat uitzendkracht zal moeten stellen. Over de volgende onderwerpen dient de intercedent tijdens het intakegesprek navraag te doen:

  • De kennis die de uitzendkracht heeft op het gebied van veiligheid en gezondheid
  • Over welke veiligheidscertificaten de uitzendkracht beschikt. Heeft de uitzendkracht bijvoorbeeld basis VCA of VCA vol?
  • Wat is de houding of attitude van de uitzendkracht met betrekking tot veiligheid. Dit kan ook blijken uit een referentie over de uitzendkracht. Een intercedent dient daarom ook tijdens het inwinnen van een referentie over een uitzendkracht ook navraag te doen hoe de persoon de veiligheidsinstructies opvolgde op de werkvloer.
  • De intercedent dient de uitzendkracht te wijzen op de noodzaak, de voordelen en het belang van veilig werken.

Mocht er een verschil of meerdere verschillen zijn tussen de achtergrond en houding van de uitzendkracht met betrekking tot de veiligheid en de aanvraag en eisen van de inlener dan is dit een reden om met elkaar in overleg te treden. De intercedent zal de verschillen moeten benoemen aan de inlener. Gezamenlijk moet worden besproken of de kandidaat bijvoorbeeld een aanvullend veiligheidscertificaat moet halen. Ook dient er duidelijk te worden afgesproken dat de operationeel leidinggevende op de werkplek de uitzendkracht duidelijk instrueert en hem of haar de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen verschaft. Eventueel kan een uitzendorganisatie in overleg met de inlener ook een aantal persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekken aan de uitzendkracht.

Welke maatregelen kan de Inspectie SZW nemen?

De Inspectie SZW heeft sinds januari 2012 de Arbeidsinspectie vervangen. De Inspectie SZW controleert bedrijven op het gebied van het naleven van de Arbeidsomstandighedenwet die ook wel Arbowet wordt genoemd. Omdat de Arbowet valt onder de V&G wetgeving noemt men de Inspectie SZW ook wel de Overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid. Sommige bedrijven hanteren echter ook nog de verouderde term Arbeidsinspectie.

Arbowet
Bedrijven zijn verplicht om de Arbeidsomstandighedenwet na te leven. De Arbeidsomstandighedenwet is een kaderwet waaruit het Arbobesluit en de Arboregelingen zijn voortgevloeid. Naast deze Arbobegrippen zijn er nog verschillende Arbobegrippen ontstaan. Bedrijven moeten bijvoorbeeld een Arbobeleid opstellen en zijn op basis van de Arbowet verplicht om de risico’s op de werkplek te inventariseren doormiddel van een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E).

Deze RI&E vormt een belangrijk onderdeel van het Arbobeleid van een bedrijf. In de Risico Inventarisatie en Evaluatie dienen bedrijven in een plan van aanpak te schrijven met welke maatregelen de risico’s binnen het bedrijf worden weggenomen of beheerst. Dit zijn belangrijke procedures maar de naleving is minimaal zo belangrijk. De overheid kan er echter niet op vertrouwen dat bedrijven allemaal de Arbeidsomstandighedenwetgeving in de praktijk nauwgezet opvolgen. Er is controle nodig en deze wordt geboden door de Inspectie SZW.

Maatregelen en sancties van de Inspectie SZW
Veel bedrijven zullen van goede wil zijn en hebben een gedegen V&G beleid met daarbij als onderdeel het Arbobeleid en Risico Inventarisatie en Evaluatie met een gedegen plan van aanpak waarmee de risico’s op de werkplek worden verminderd en beheerst. Er zijn echter ook bedrijven die minder aandacht besteden aan de veiligheid en gezondheid van werknemers op de werkvloer. Er kunnen door de Inspectie SZW tijdens arbeidsinspecties misstanden en overtredingen worden geconstateerd.

Als dat het geval is dan zal de Inspectie SZW maatregelen nemen waardoor bedrijven en werknemers gedwongen worden om veilig(er) te werken. Er zijn verschillende maatregelen die genomen kunnen worden door de Inspectie SZW. Onderstaande maatregelen kunnen door de Inspectie SZW worden genomen. De maatregelen zijn genoteerd van een lichte maatregel op basis van een kleine overtreding tot een zware maatregel bij een ernstige overtreding.  

Mondelinge afspraak
De Inspectie SZW kan een mondelinge afspraak maken als geen sprake is van een ernstige overtreding. De inspecteur van de Inspectie SZW zal de mondelinge afspraak met een werkgever maken indien de inspecteur het vertrouwen heeft dat de werkgever de situatie zal herstellen en de veiligheid zal bevorderen. Mondelinge afspraken kunnen alleen worden gemaakt indien er kleine overtredingen plaatsvinden op basis van de Arbeidstijdenwet en Arbeidsomstandighedenwet.

Waarschuwing of eis
Een waarschuwing of eis is een steviger maatregel dan een mondelinge afspraak. Een waarschuwing wordt op schrift gezet. Ook kan de inspecteur van de Inspectie SZW een ‘eis tot naleving van de wet’ aan het bedrijf, waar de overtreding is geconstateerd, verstrekken. Daarin wordt ook een termijn gesteld waarbinnen het bedrijf de oorzaak van de overtreding dient te hebben hersteld. Als deze termijn is verlopen zal de inspecteur in een inspectie nagaan of de situatie inderdaad is verbeterd en opgelost. Als de situatie niet is opgelost zal de inspecteur een boeterapport opstellen.

Boeterapport
Als er sprake is van een ernstige overtreding zal de inspecteur een boeterapport opstellen. Een boeterapport al tevens worden opgesteld als blijkt dat er na een waarschuwing of eis niets is veranderd aan de onveilige situatie. Wanneer een inspecteur van de Inspectie SZW opnieuw een eerder geconstateerde overtreding op de werkplek aantreft zal ook direct een boeterapport worden opgesteld.

Werk stilleggen
Als een inspecteur tijdens een controle constateert dat er een ernstig gevaar op de werkplek aanwezig is voor de veiligheid of gezondheid van personen dan kan de inspecteur van de Inspectie SZW besluiten om het werk op de desbetreffende werkplek stil te leggen voor een bepaalde tijd. Wanneer er tijdens de inspectie wordt gewerkt kan tevens worden besloten om een boeterapport op te stellen.

Proces-verbaal
Als de Inspectie SZW een misdrijf constateert dat uitdrukkelijk is genoemd in de wet- regelgeving dan kan zal er een proces-verbaal worden opgemaakt. Ook wanneer er sprake is van een ernstig gevaar voor mensen op de werkplek dan kan een proces verbaal worden opgesteld en kan tevens het werk worden neergelegd. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als werknemers bijvoorbeeld werken met asbest of andere zeer gevaarlijke stoffen zonder dat men hiertoe bevoegd en uitgerust is.

Last onder dwangsom
De Inspectie SZW kan ook een dwangsom opleggen als een bedrijf de maatregelen tot verbetering niet heeft uitgevoerd.

Overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid, Arbeidsinspectie of Inspectie SZW?

De Overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid is een controlerende overheidsinstantie die gericht is op de Veiligheid- en Gezondheidswetgeving oftewel de V&G-wetgeving. Deze inspectiedienst houdt toezicht op bedrijven met betrekking tot het naleven van de Arbeidsomstandighedenwet en alle wetgeving en regels die daaruit voortvloeien. In de praktijk worden echter de termen Overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid, Inspectie SZW en de Arbeidsinspectie vaak door elkaar heen gebruikt. Dit kan zeer verwarrend werken. In onderstaande korte tekst is uitleg gegeven over deze verschillende termen zodat duidelijk wordt wat met deze termen bedoelt wordt en hoe actueel deze termen zijn.

Arbeidsinspectie
De Arbeidsinspectie werd in 1890 opgericht in Nederland, dit gebeurde naar aanleiding van de Arbeidswet die in 1889 werd ingevoerd. De Arbeidsinspectie was tot 2012 een onderdeel van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarna werd de Arbeidsinspectie geïntegreerd in de Inspectiedienst SZW (zie alinea hieronder). Sommige bedrijven hebben het echter nog steeds over de Arbeidsinspectie als het gaat om de overheidsinstelling die bedrijven controleert op het gebied van veiligheid en gezondheid op de werkplek. De Arbeidsinspectie bestaat echter formeel niet meer en is opgeheven om onderdeel uit te maken van de Inspectiedienst SZW.

Inspectiedienst SZW
De Inspectiedienst SZW werd in 2012 opgericht. SZW is een afkorting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dit maakt duidelijk dat de Inspectiedienst SZW valt onder het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De Inspectie SZW een samenvoeging van de Arbeidsinspectie, Inspectie Werk en Inkomen en de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst van het Ministerie van Sociale Zaken. De Inspectie SZW is daardoor breder dan de Arbeidsinspectie die de overheid voor 2012 inzette voor de controle op de naleving van de Arbowetgeving. Door de samenvoeging is het toezicht op bedrijven beter geregeld en georganiseerd.

Overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid of Inspectie SZW
Omdat de Arbowetgeving behoort tot de wetgeving op het gebied van Veiligheid & Gezondheid, spreekt men ook wel van V&G wetgeving. Daaruit vloeit voort dat men de Inspectie SZW ook wel de Overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid noemt. Ook in het studiemateriaal dat men hanteert voor VCA en VCU gebruikt men de termen Inspectie SZW en Overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid door elkaar heen terwijl in feite hetzelfde wordt bedoelt.

Wat is een V&G-plan of Arbo-projectplan?

Het komt in de praktijk vaak voor dat bedrijven in de techniek en bouw gezamenlijk op één locatie werkzaamheden uitvoeren. Dit zorgt er voor dat er afspraken gemaakt moeten worden met betrekking tot de veiligheid. De werkzaamheden van de ene werkgever kunnen namelijk invloed en effect hebben op de werkzaamheden van de andere werkgever(s). Ook op het gebied van veiligheid is het belangrijk om afspraken te maken tussen de werkgevers onderling. De overheid heeft dit ook vastgelegd in de Arbowetgeving en V&G wetgeving.

Arbo- projectplan of V&G-plan?
De werkgevers die samen op dezelfde locatie actief zijn moeten een veiligheids- en gezondheidsplan opstellen. Dit wordt ook wel V&G-plan of Arbo- projectplan genoemd. Een V&G-plan wordt voluit geschreven als Veiligheids- en Gezondheidsplan en een Arbo-projectplan als Arbeidsomstandighedenplan. Beide termen kunnen door elkaar heen worden gebruikt maar bedoelen precies hetzelfde. De Arbowetgeving valt onder de V&G wetgeving vandaar dat men de term V&G ook gebruikt voor verplichtingen die uit de Arbowetgeving voortvloeien.

Wat staat er in een V&G-plan of Arbo-projectplan?
In een V&G-plan zullen een aantal punten verwerkt moeten worden.  Het is belangrijk dat een V&G-plan of Arbo-projectplan duidelijk is over een aantal belangrijke onderwerpen. Alleen door een duidelijk plan heeft men goed inzichtelijk welke werkgever verantwoordelijk is voor bepaalde onderwerpen. Daarom moeten de volgende punten worden behandeld in een V&G-plan”:

  • Wijze van samenwerken tussen de partijen
  • Te treffen voorzieningen
  • Manier van toezicht houden
  • De relatie met de omgeving voor mogelijke risico’s en de te nemen maatregelen.

In de praktijk is het vaak zo dat de werkgever die verantwoordelijk is voor het geven van aanwijzingen aan personeel, tevens de toezicht houdt op de werkplek, middelen beschikbaar stelt (bijvoorbeeld pbm’s) en verantwoordelijk is voor de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit de Arbeidsomstandighedenwet/ Arbowet.

V&G- wetgeving en het uitzendwezen

De V&G- wetgeving oftewel de Veiligheids en Gezondheidswetgeving is heel duidelijk over de rol die werkgevers en werknemers hebben met betrekking tot de veiligheid op de werkplek. Zowel werkgevers als werknemers hebben rechten en plichten als het gaat om veiligheid en arbeidsomstandigheden. De situatie kan iets lastiger worden als er sprake is van een intermediair zoals een uitzendbureau.

Formele werkgever en materiële werkgever
Een uitzendonderneming is de formele werkgever van de uitzendkracht en betaald aan de uitzendkracht het loon uit. Toch heeft de uitzendonderneming niet het dagelijkse toezicht op de uitzendkracht. Dat heeft de opdrachtgever die als inlener functioneert voor de uitzendkracht en het uitzendbureau. De inlener wordt ook wel de materiële werkgever genoemd en is verantwoordelijk voor het instrueren van de uitzendkracht en de veiligheid op de werkplek. Ook is de inlener verantwoordelijk voor het verstrekken van de persoonlijke beschermingsmiddelen op de werkvloer.

Doorgeleidingsplicht uitzendonderneming
De inlener dient verder aan het uitzendbureau alle relevante informatie te verstrekken met betrekking tot veiligheid voor de uitzendkracht. De uitzendonderneming zal de inlener daar ook naar moeten vragen en heeft een doorgeleidingsplicht naar de uitzendkracht toe. Dit houdt in dat het uitzendbureau verplicht de informatie met betrekking tot veiligheid aan de uitzendkracht moet doorgeven. Dit kan schriftelijk doormiddel van een personeelsinstructieformulier. Hieronder staan nog kort een aantal plichten weergegeven voor de uitzendonderneming en de inlener als een uitzendkracht wordt ingeleend.

Wat moet een inlener doen?
De inlener oftewel de opdrachtgever waar de uitzendkracht voor werkt is belast met het dagelijkse toezicht op de uitzendkracht.

  • De opdrachtgever is verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van de uitzendkracht.
  • De opdrachtgever is verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkplek.
  • De opdrachtgever dient de uitzendkracht van duidelijke instructies te voorzien. Dit doet in de praktijk meestal de operationeel leidinggevende.
  • De opdrachtgever zal de uitzendkracht persoonlijke beschermingsmiddelen moeten verstrekken.
  • De opdrachtgever zal de uitzendkracht op het gebied van veiligheid en gezondheid hetzelfde moeten behandelen als zijn eigen personeel.

Wat moet een uitzendbureau doen?
Het uitzendbureau is de formele werkgever van de uitzendkracht en zal de uitzendkracht loon uit betalen. Daar stopt de verantwoordelijkheid van de uitzendonderneming echter niet. Hoewel uitzendbureaus niet dagelijks toezicht hebben op het werk van hun uitzendkrachten hebben ze op dit gebied wel verplichtingen. Hieronder staan er een paar belangrijke:

  • Het uitzendbureau zal de uitzendkracht informatie moeten verstrekken over de werkplek en de functie-eisen.
  • Het uitzendbureau is wettelijk aansprakelijk met betrekking tot de doorgeleidingsplicht. De uitzendonderneming dient bij de inlener navraag te doen over de aard van de werkzaamheden, de vereiste kennis, ervaring en opleiding, en de veiligheidsaspecten, veiligheidsrisico’s en beheersmaatregelen. Ook de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen dienen in kaart te worden gebracht.
  • Als een uitzendbureau door een uitzendkracht wordt gebeld met klachten over de werkplek dan dient de uitzendonderneming in actie te komen en bijvoorbeeld een werkplekinspectie uit te voeren. Dit dient te gebeuren in samenwerking en nauw contact met de inlener.

Rechten en plichten van de uitzendkracht
Uitzendkrachten hebben rechten en plichten met betrekking tot veiligheid die overeenkomen met de rechten en plichten van werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij het inlenende bedrijf. Er worden een aantal genoemd:

  • De uitzendkracht dient aandachtig naar de werkinstructies van de direct leidinggevende te luisteren en deze nauwgezet op te volgen.
  • De uitzendkracht dient geen gevaar te veroorzaken.
  • De uitzendkracht dient de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen en netjes te onderhouden.
  • De uitzendkracht zal onveilige situaties en onveilige handelingen na constatering direct moeten melden bij de juiste persoon of afdeling.
  • De uitzendkracht zal ook melding moeten maken van onveilige situaties en onveilige handelingen bij het uitzendbureau waar hij of zij voor werkt.
  • De uitzendkracht is verplicht om veiligheidsbijeenkomsten zoals toolboxmeetings bij te wonen indien deze door het inlenende bedrijf worden gehouden.
  • De uitzendkracht zal een VCA certificaat moeten halen indien dit is voorgeschreven.